Een kwestie van perspectief #2

Het universum omhelzen

(c) Inaya photography

Als luchtbellen in donker water, aangedreven door een onzichtbare kracht, wentelen werelden om elkaar heen in wat wij het heelal noemen. Dat heelal deint uit. Of het een uiterste punt heeft, weten we niet. Mogelijk krimpt het op een dag weer in, en zuigt het alle wervelende materie, van meteoriet tot supernova, van sterrenstof tot zwart gat, weer naar zich toe, om steeds dichter en hechter samen te drukken en samen te smelten. Het is niet eens onrealistisch om te veronderstellen dat de Big Bang zichzelf om de zoveel miljoenen eeuwen herhaalt.

Ik heb bij dit denkbeeld altijd aan een ademhaling moeten denken.
Alles, werkelijk alles in de levende wereld, van het allerkleinste tot het onmetelijk grootste, werkt volgens dezelfde wetten: fractale expansie en implosie, groeien en krimpen, verbranden en transformeren, ontvouwen en terugplooien. Het is van een onwaarschijnlijke en vooral een waanzinnig simpele schoonheid.

In die enorme zwarte uitdijende oceaan vol luchtbellen is er eentje die wij intiem kennen omdat we erop leven: een ademende groene planeet, bevolkt met ontelbaar veel organismen. Een van die organismen is het menselijk ras. En van die miljarden mensen, zijn jij en ik een uniek, minuscuul, exemplaar.

(c) Inaya photography

Hoe langer je erover nadenkt, hoe onbevattelijker het wordt. Of hoe tastbaarder, misschien. Maar meer dan ooit verankert het ons, kleine mens, als weinig meer dan onbenullig sprankeltje stof in een onmetelijk universum.

Ik vind dat een prachtig idee, ik voel hoe diep het in mij resoneert. Want hoe minuscuul ook, wij zijn gemaakt van dezelfde stof als de sterren en alles om ons heen in dat enorme, ademende heelal. Dat is een fysiek feit, maar het voelt ook spiritueel, bijna religieus.

De katholieke liturgie stelt dat de mens God niet kan kennen omdat hij fundamenteel anders zou zijn dan wij. Ik heb me altijd tegen dat idee verzet, zelfs als kind, zelfs nog voor ik precies begreep wat er bedoeld werd of hoe het christendom ontstond als spirituele maar vooral politieke stroming. Het klopte niet voor mij, het voelde anders. Ik had altijd de diepe overtuiging dat er een diepe verbinding liep tussen ons en de schepper van het universum, dat wij een deel van hem/haar/het waren en dat er helemaal geen scheiding bestond.

De fysica lijkt me gelijk te geven. En de bron van alle leven hoeft voor mij geen menselijk gezicht te hebben, integendeel. Ik weet mij veel makkelijker verbonden met een alles doordringend energieveld dan met een of ander superbrein. Menselijke verhalen zijn per definitie veel te klein bemeten om de immense rijkdom van het bestaan te vatten. Wat ons en alles in het universum verbindt, is dezelfde levenskracht als waar varens zichzelf uit optrekken, waar bomen uit groeien, embryo’s hun cellen uit delen en planeten hun momentum in vinden om te wentelen.

Rest ons nog een laatste, praktische kwestie, bijna als een voetnoot: wat met de betekenis van ons eigen leven? Dat oplichtende speldenprikje, een vuurvliegje onder de Melkweg dat één keer oplicht en vervolgens verdwijnt?
Het is alles wat we hebben, en voor ons is het, begrijpelijk, van het allergrootste belang. Maar met al het bovenstaande in gedachten wacht ons zacht gezegd een oefening in bescheidenheid.

Bescheidenheid hoeft natuurlijk nog geen zinloosheid te zijn. We mogen dan onooglijk klein zijn in het perspectief van het universum dat zich uitstrekt voorbij elk mogelijk referentiepunt, dit leven, hier en nu, is waar we liefst iets van willen maken. En tijd is relatief, dat is een van de inzichten die Einstein ons gaf. We meten ze af aan onze eigen referentiepunten, zo zitten we in elkaar. En zelfs de eendagsvlieg leeft een volwaardig bestaan in minder dan een etmaal.

(c) Inaya photography

Waar dit spoor eindigt – in de oneindige leegte tussen de sterren misschien, tussen de diepste wortels van een mammoetboom, of in het kleinste alledaagse gebaar naar iemand die ik liefheb – is mij niet duidelijk. En het is ook niet belangrijk. Want alles, hoe je het ook draait of keert, is op het diepste niveau opgetrokken uit gemeenschappelijke resonantie, uit dezelfde energie – al dan niet waarneembaar voor onze dierbare, maar zeer grove menselijke zintuigen. We mogen het God noemen, of fysica. Of het heelal dat langzaam ademt en ons meeneemt op zijn stroom.

Daar kan ik wel mee leven, geloof ik.

Advertenties

De eenzame uren

Het is avond, hier in de VS, en ik voel mij nogal eenzaam.

Van reisblogs is nog niet zo veel terecht gekomen voorlopig, maar ik heb besloten het mij niet aan te trekken. Verhalen kun je altijd later nog inhalen. En ik heb al een hele tijd het het gevoel dat ik eigenlijk niet zoveel te vertellen heb. Sterker nog, ik voel me een beetje vreemd. Ontworteld. Verplaatst, zonder de mogelijkheid om hier te wortelen. Als een afgeknipte veldbloem.

Mijn gevoel van ontworteling heeft verschillende oorzaken.

(c) Inaya photography

Vervreemding zit er zeker voor iets tussen. In dit land herken ik niets van de lokale fauna, op de herten na die in Keene, waar we de tweede week van ons verblijf logeren, zelfs tot bij het huis durven naderen. De vogelgeluiden zijn me vreemd en de roofvogels in deze luchten zijn schaars. Ik ben er wel al in geslaagd gieren te spotten, al wist ik op het moment zelf niet dat ze dat waren.

De Amerikaanse cultuur is een tweede factor, maar die verdient in feite een heel eigen blog (en ik weet niet of ik daar veel zin in heb).

Een derde facet, dat mij nu veel sterker opvalt dan het ooit deed tijdens eerdere bezoeken, is het tijdsverschil.
Verbondenheid met mensen is belangrijk voor mij. Dat is altijd zo geweest, hoewel ik het als jongvolwassene nog niet zo goed besefte. In die zin hebben de sociale media van deze tijd mij een geschenk gebracht: hoewel er niks op kan tegen een goed, diep gesprek van mens tot mens, hebben die webtoepassingen de wereld op een aantal vlakken toch ook dichterbij gebracht.

Ik merk nu dat ik verankerd ben in mijn tijdzone. Of beter: dat ik een gemis voel als dat niet zo is. Want als ik iets post/deel/schrijf/inspreek, dan weet ik dat ik vanaf een uur of vier in de namiddag niet veel respons meer hoef te verwachten. Dan gaan de mensen met wie ik normaal verbonden ben immers naar bed.
Het levert leuke ochtenden op, zoveel is zeker: een heleboel reacties en vormen van contact tegelijk. Maar mijn avonden zijn eenzamer.

Ik neem de eenzame uren voor lief. Ik ben dankbaar om het geschenk dat ze mij brengen: het bewustzijn dat een deel van mijn verbondenheid zich heel bewust ‘in real time’ afspeelt. Dat ik wortels nodig heb op de plek waar ik mij bevind, om mij te verbinden met het landschap én de mensen. Dat mij dat hier, aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, niet echt zal lukken. Dat dat niet erg is. En dat het een van de redenen zal zijn waarom ik blij zal zijn om aan het einde van deze vakantie terug te keren naar huis: om mijn wortels te voelen, en het netwerk waartoe ze behoren, op meer dan één manier.

(c) Inaya photography

Mini Nieuwjaarswens

(c) KV

wat mag je wensen
als meest bevoorrechte mens op aarde
als je geluk kunt scheppen
met twee harten en vier handen
als je onder je de draagkracht weet
van een snelstromende rivier
en de thermiek onder je vleugels voelt zwellen

wat mag je wensen
als je de ogen niet wil sluiten
voor de kilte die door de kieren sijpelt
kortzichtigheid wil grijpen bij de wortel
als de wurgplant die ze is
de ijskappen sneller weet smelten dan je dessert
in de zomerzon en de vogels ziet
verdwijnen uit een alsmaar zwijgzamer hemel

verbinding misschien
tussen onze wortels nog meer
dan tussen onze takken
een gezamenlijke bloedbaan
een levensader en een hart
dat leert hoe het moet koesteren

(c) KV