Het (zwaar onderschatte) belang van het verhaal

In het begin was het Woord.
Zo begint een heel bekend verhaal dat de wereld veroverd en veranderd heeft.

Je hoeft geen andere regel in de Bijbel te lezen. Als je deze onderschrijft, is je lot bezegeld.
We geloven maar wat graag dat het woord ons helpt om de wereld te begrijpen. Dat het woord ook nog eens van God kwam, is een handige bevestiging van onze eigen overtuiging, een vrijgeleide om in die trant verder te denken. Het raamwerk ligt vast.

Red Star Line (c) Inaya photography


Maar in het begin was er helemaal geen woord. Er waren zintuiglijke ervaringen, emotionele inzichten, diepe fysieke verbondenheid. Er was de dierlijke natuur (mensen zijn dieren, zij het met een bijzonder ontwikkeld hersengestel, zo eenvoudig is het) en de enorme symbiotische rijkdom die leven in een organische wereld met zich meebrengt.
Het moment dat de mens begon te denken, in abstracte termen, in taal, in woorden en ideeën, en vooral het moment dat hij die klankenbrij belangrijker begon te vinden dan zijn dialoog met de levende wereld die hem omringde, is het moment waarop we het contact verloren. Niet alleen met wie we echt waren maar ook met het grotere geheel waarvan we deel uitmaakten. We koppelden onszelf los. We geloofden liever onze eigen gedachten dan de woordeloze verbondenheid met het ecosysteem dat ons droeg, voedde, vormde.

Misschien klinkt het nu alsof ik elke vorm van mystiek of spiritualiteit afwijs. Dat is niet zo. Integendeel zelfs. Maar ik ben wel genadeloos kritisch geworden voor de filter die zich geïnstalleerd heeft tussen ons helder weten en ons ervaren van de werkelijkheid: onze ratio, onze verbale, analytische, categoriserende geest.

Want het zit zo: we vertellen onszelf verhalen. Heel de dag door, in elke situatie. Wie we kruisen op straat, wat we doen op ons werk, hoe onze samenleving in elkaar zit, wat goed is dan wel slecht, wat het waard is om voor te vechten en wat niet, het zijn allemaal mentale constructen die iets weg hebben van een toneel, verhalen die we gehoord hebben van iemand anders en vervolgens onderschreven hebben, waarin we ons soms gevangen voelen ook, misschien tegen onze zin. Maar we geloven ze wel.

Het zijn gedachten, verhalen die we voor waar aannemen. We verwarren de bühne met de werkelijkheid.

Red Star Line (c) Inaya photography


Rijd door Vlaanderen en je ziet in elk dorp, in elke woonwijk, het verhaal dat de Vlaming onderschrijft over wat ‘netjes en mooi’ is: gazons als biljartbanen, tegels, klinkers, buxushaagjes. Wie dat verhaal niet onderschrijft en zijn tuin laat verwilderen, is ‘slordig’. Nochtans vertellen wetenschappers ons dat verwilderde tuinen broodnodig zijn om een tegengewicht te bieden voor klimaatverandering en uitsterven van biodiversiteit, alleen: hun verhaal wordt zo goed als niet gehoord, laat staan graag onderschreven.

Het maakt niet eens uit wie hier ‘gelijk’ heeft.
Wat werkelijk interessant is, is dat een verhaal in staat is een mens, een gemeenschap, een hele cultuur, tot een bepaalde richting van handelen te drijven.

Red Star Line (c) Inaya photography


Kort door de bocht: alles wat we afgesproken hebben om waardevol te vinden, elke morele code, iedere maatschappelijke afspraak of wet: het is een verhaal waar genoeg mensen het over eens zijn. Met de werkelijke orde der dingen heeft het hoegenaamd niets te maken. Als de zon over een aantal miljarden jaren een supernova wordt en de aarde verslindt, zal het het universum worst wezen hoe jouw voortuin erbij ligt. Dat wij dat nu belangrijk vinden, is alleen een illustratie van welk verhaal wij op dit moment voor onszelf genoeg belang toedichten.

Er zijn talloze verhalen in omloop in de hoofden van mensen op deze planeet. Verhalen over goden die straffen en belonen. Verhalen over goed en kwaad, juist of fout. Verhalen over waarom wij gelijk hebben en zij niet. Verhalen over technologie als redding, het menselijk vernuft als toppunt van de schepping.

Hoe dieper ik duik in dialoog met de wereld, hoe zieliger ik al die verhalen vind. Straf, hé, voor een schrijver? Zou ik niet bij uitstek degene moeten zijn die uitblinkt in verhalen vertellen?

Precies omdat dat mijn vak is, weet ik dat je een verhaal nooit mag verwarren met de waarheid.

Hedendaags of historisch? Vluchteling of reiziger? Bezoeker of passant? Echt of niet? Vraag het maar aan het verhaal in je hoofd. (c) Inaya photography


Een van de dingen die ik mijn leerlingen in de schrijfklas van de academie probeer duidelijk te maken, is dat een verhaal geschreven wordt voor een lezer. Hoe creëer je verbondenheid met een lezer, hoe maak je dat je verhaal diep resoneert bij iemand anders?
Daar komt techniek bij kijken. Techniek is vaardigheid die een effect beoogt. Het is nooit de waarheid. We zetten sommige details dikker aan, andere laten we weg, we wringen en vervormen een klein beetje zodat het gevoel (waar het ons in de eerste plaats om te doen is) tot bij de lezer geraakt. De feiten die we in het verhaal opdissen, zijn niet meer dan een middel om tot die vorm van verbondenheid te komen.

Hoe naïef is de lezer die denkt dat hij een verhaal woord voor woord mag geloven, als was het de handleiding voor het leven zelf? Dat is zoiets als de wegenkaart verwarren met het fysieke landschap.
Ons hoofd speelt spelletjes met ons. En we hebben het niet door.

Red Star Line (c) Inaya photography


Het boeddhisme predikt al eeuwen om afstand te nemen van gedachten en gevoelens. Ze hebben gelijk. Het zijn stofwolken in ons hoofd, die ons een verhaal voorhouden. Vandaag dit verhaal, morgen een ander. Met de diepere werkelijkheid hebben al die stofwolken niets te maken.

Ocharme de mens, die zijn verhalen in steen beitelt, er gebedshuizen voor opricht en oprecht gelooft dat hij de ultieme waarheid gevonden heeft.

Mocht het zo triest niet zijn, ik zou uitkijken naar het moment dat we de supernova proberen te bedwingen met een heggenschaar, een portie oprechte verontwaardiging en een gemillimitreerd gazon.

Eens zien wie er dan het laatste woord heeft.


Red Star Line (c) Inaya photography

Het geschenk

Ik wil bloot zijn
en beginnen
(Paul Van Ostaijen)


Het begon met een liedje.


We treffen elkaar op het plein – er staat wind, het is helder
Ik kom van overal en jij, jij moet nergens zijn
Reizigers rennen op weg naar hun trein
zelfs de wolken hebben hemelse haast
Ik voel hoe de hoop schuilt onder mijn jas
de wereld is twee mensen klein



Soul studies #1 (c) Inaya photography // art by Anthony Gormley



Nee, het begon natuurlijk al veel vroeger, voor er sprake was van welk liedje dan ook. Het begon met een vonk, een moment van vertrouwen, ogen dicht en springen, het onbekende tegemoet. Zo doet het leven dat soms: we krijgen maar heel even de tijd om te aarzelen. En als we niet springen op het moment dat de uitnodiging komt, is het moment onherroepelijk voorbij.

Soms heeft het te maken met professionele keuzes, soms met familiale beslissingen of heel persoonlijke intuïties. Het maakt niet uit: we horen de roep en we besluiten hem te volgen, of niet.

Ik sprong, die keer.
Ik besloot om te vertrouwen, ook al begreep ik niet waar dat vertrouwen vandaan kwam. Maar zoals altijd wanneer de ziel het voor het zeggen heeft, weet die het echt wel beter dan wij.


Mijn handen zochten een melodie
jouw stem was al jarenlang stil
Nu is er dat deuntje dat drijft op de wind…


Een van de grootste geschenken die we iemand anders kunnen geven, is de gave van ruimte: een plek om datgene wat de nood heeft om gehoord te worden te mogen uiten, een veilige plaats om dat wat diep persoonlijk is, doorvoeld en heel erg kwetsbaar, naar buiten te mogen brengen.

Want hoe sterk we ook geworden zijn, ieder van ons blijft kwetsbaar. We dragen wonden mee, diepe oude pijnen die we soms hebben leren bedekken of maskeren, maar die op gekke momenten de kop opsteken en denken dat ze ons, door ons leven te dirigeren, beschermen tegen erger.

Op een bepaald moment moet je ze durven uitspreken. Durven zeggen: dit is wat mij zeer doet, dit is waar ik moeite mee heb. Niet om de ander daarvan de schuld te geven, niet opdat die plotseling allerlei dingen zou gaan doen om jou daarvan te bevrijden – dat kan ook helemaal niet, het is en blijft jouw pijn, jouw wonde. De ander is dan misschien je spiegel, hij is jou nooit iets verplicht.

Maar zo naakt durven zijn, is een geschenk.

(c) Inaya photography // art by Anthony Gormley



Jezelf durven tonen, gezien worden, tot op de bodem van je kwetsbaarheid, dat is voorbij de angst gaan dat je zult worden afgewezen, voorbij de overtuiging dat je sterk moet zijn om geliefd te zijn.

Een ander de ruimte geven om zó kwetsbaar te zijn, is toegelaten worden tot iemands diepste intimiteit, weten en ervaren dat je hun vertrouwen waard bent. Want op dat moment zijn ze een weekdiertje in je handen – zonder schelp.

Waar je je ook bevindt in dit verhaal, koester die kwetsbaarheid.
Ze is zelden pijnloos, maar ze is het mooiste wat er is.



Ik haal mijn angst van onder mijn jas
Jij zegt: wees gewoon wie je bent
Want wie zich niet blootgeeft, die wordt niet herkend.



Soul studies #3 (c) Inaya photograhy // art by Anthony Gormley

Terugtrekken?

(c) Inaya photography


Er is een opmerkelijke evolutie aan de gang, diep in mij.

Zoveel in mijn leven heeft de laatste jaren in het teken gestaan van naar buiten treden. Mijn kin een beetje hoger heffen en durven zeggen: dit is wat ik doe en dit is waar ik voor sta en hier word ik gelukkig van. En daarmee gezien worden. Daar appreciatie voor krijgen, ook (soms).
Maar vooral: voelen wat en wie ik ben, en wat mijn plek in de wereld is. Eindelijk.

Een van mijn favoriete motieven is: alles is een ademhaling, een onbewust maar krachtig ritme van expansie en contractie. De natuur met haar seizoenen, ons uitdijend universum, de manier waarop wij – individuen, groepen, culturen, continenten, planeten – leren en groeien en vervolgens uiteenvallen en sterven: sommige patronen gaan op voor elk aspect van dit universum. En dat is prachtig.

(c) Inaya photography


Het verbaast mij dus niet dat ik nu, na een aantal jaren van sterke expansie, de drang voel om mij terug te trekken. Niet per se uit de publieke sfeer, niet uit schrijven of blogs publiceren of werken of mijn gezin of wat dan ook. Dit is een psychologisch proces, een ondergrondse stroming. Misschien word ik de komende jaren juist nog zichtbaarder en trek ik verder de wereld in. Maar binnen in mij is de richting onmiskenbaar de omgekeerde.

Die roep tot terugtrekken heeft gedeeltelijk te maken met het feit dat onze mondiale cultuur op zoveel vlakken de grenzen van haar draagkracht aan het overschrijden is.
De planeet en de natuur, waar wij allen deel van uitmaken, is waar mijn loyaliteit ligt. In vergelijking daarmee zijn de besognes van individuele mensen zo onbeduidend als die van mieren in een mierenhoop ergens in een groot regenwoud op een nog veel groter continent. We wanen ons de meesters van de schepping, dat wel. En we jagen de illusie van almachtigheid na, net als Icarus die dacht dat hij kon vliegen. Maar hoeveel technologie we er ook tegenaan gooien, we zullen neerstorten. En de val zal zeer pijnlijk zijn.

(c) Inaya photography


Ik voel de trekkracht van iets dieps, iets fundamenteels, dat als een soort sourdine bromt en ruist onder onze voeten, de stem van de aarde zelf. We hoeven de sterren niet te koloniseren om te begrijpen hoe het leven in dit universum in elkaar zit. We zouden gewoon beter een paar uur onder een boom gaan zitten en alles wat er om ons heen gebeurt op ons laten inwerken.

De grondstoffen die we opsouperen om die Icarusvleugels te maken, doden al het leven om ons heen. En onze droom om aan ‘de natuur’ te ontsnappen, zoals zovelen in dit digitale tijdperk maar al te graag geloven – maar eigenlijk is die droom veel ouder – is ronduit een waanbeeld. We kunnen niet aan de natuur ontsnappen, we zijn de natuur. We zijn gekoloniseerd door bacteriën, we staan in intieme verbinding met elk levend organisme om ons heen. Als we in het leven landschap om ons heen snijden, hakken we in onszelf.

We zijn ons daarvan misschien nauwelijks nog bewust, omdat ons hoofd vol zit met abstracte ideeën, religieuze of zogenaamd ‘rationele’ theorieën over hoe uitzonderlijk de mens wel niet is en ander fraais, maar er hoeft maar een vloedgolf, een aardbeving of een ander natuurfenomeen ons leven door elkaar te gooien, en we weten tot in onze kern weer heel goed wat we zijn: mensdieren die klauwen om te overleven. Probeer het eens zonder huis, zonder verwarming, zonder veiligheid. Er blijft niet veel meer over, en bedrading alleen zal ons niet helpen.

(c) Inaya photography

Oké, misschien is dit allemaal onkarakteristiek scherp van mij. Een beetje te veel Paul Kingsnorth gelezen, de laatste tijd. Zelden een boek gehad dat zo glashelder en pijnlijk de vinger legde op al mijn persoonlijke wonden als Bekentenissen van een afvallig milieuactivist.

In The Lord of the Rings noemen de elfen hun trage maar onontkoombare evacuatie uit uit Middle Earth the slow defeat. En dat is het precies: de trage, tragische nederlaag van wie deze levende planeet in ere wil houden. De overmacht voelt bij momenten gigantisch, en hoop is een luxe die steeds schaarser wordt.

Ben ik één haar beter dan degenen op wie ik mij soms machteloos woedend maak? Ik ben een kind van mijn tijd, opgevoed in een cultuur die mij gekneed heeft tot een door en door energie-afhankelijk wezen. Ik zou geen drie weken overleven in de wilde natuur, op mezelf aangewezen. Met mijn fragiele gezondheid zou ik honderd jaar terug waarschijnlijk niet eens de twintig gehaald hebben. Het is een ontnuchterende gedachte. Maar het is geen excuus om door te gaan zoals we bezig zijn.

(c) Inaya photography


Dus luister ik naar die diepe roep in mij. Ze heeft iets van de klank van wortels, van het wijd vertakte mycelium dat oerbossen met elkaar verbindt tot één groot, levend organisme. Ze fluistert over gesteentelagen, geologische tijd, stof van sterren en de (on)eindigheid. Ze is alle behalve het kleine menselijke verhaal van jezelf vleugels aanmeten en denken dat je de zwaartekracht kunt uitlachen.

Diep en oprecht luisteren naar dit soort stem vraagt een vorm van stilte. Terugtrekking, dus.

Dat ga ik doen. Dat ben ik al aan het doen. Je ziet het misschien niet aan mij, je hoort het niet in de toon van mijn stem. Maar het is een levend en actief proces, het ontplooit zich stilzwijgend onder alles wat mijn dagelijks leven van mij vraagt. Ik eindig in de praktijk misschien niet als een kluizenaar op een bergtop, maar in gedachten en symbolisch ben ik dat al lang, en dat gevoel wordt alleen maar sterker.

En wat zou ik dan nog willen doen, vraag je je misschien af (en ik mezelf soms ook), vanop die bergtop, tussen de smeltende gletsjers, met het geraas van kettingzagen op de achtergrond, die de laatste moederbomen van het oerbos vellen?

Schoonheid zaaien. Betoverend en fragiel als zeepbellen. Verbondenheid een stem geven. Want wat ons bijeen houdt, is sterker dan verhaal, of verval.

De ademhaling gaat door.

(c) Inaya photography

Een kwestie van perspectief #2

Het universum omhelzen

(c) Inaya photography

Als luchtbellen in donker water, aangedreven door een onzichtbare kracht, wentelen werelden om elkaar heen in wat wij het heelal noemen. Dat heelal deint uit. Of het een uiterste punt heeft, weten we niet. Mogelijk krimpt het op een dag weer in, en zuigt het alle wervelende materie, van meteoriet tot supernova, van sterrenstof tot zwart gat, weer naar zich toe, om steeds dichter en hechter samen te drukken en samen te smelten. Het is niet eens onrealistisch om te veronderstellen dat de Big Bang zichzelf om de zoveel miljoenen eeuwen herhaalt.

Ik heb bij dit denkbeeld altijd aan een ademhaling moeten denken.
Alles, werkelijk alles in de levende wereld, van het allerkleinste tot het onmetelijk grootste, werkt volgens dezelfde wetten: fractale expansie en implosie, groeien en krimpen, verbranden en transformeren, ontvouwen en terugplooien. Het is van een onwaarschijnlijke en vooral een waanzinnig simpele schoonheid.

In die enorme zwarte uitdijende oceaan vol luchtbellen is er eentje die wij intiem kennen omdat we erop leven: een ademende groene planeet, bevolkt met ontelbaar veel organismen. Een van die organismen is het menselijk ras. En van die miljarden mensen, zijn jij en ik een uniek, minuscuul, exemplaar.

(c) Inaya photography

Hoe langer je erover nadenkt, hoe onbevattelijker het wordt. Of hoe tastbaarder, misschien. Maar meer dan ooit verankert het ons, kleine mens, als weinig meer dan onbenullig sprankeltje stof in een onmetelijk universum.

Ik vind dat een prachtig idee, ik voel hoe diep het in mij resoneert. Want hoe minuscuul ook, wij zijn gemaakt van dezelfde stof als de sterren en alles om ons heen in dat enorme, ademende heelal. Dat is een fysiek feit, maar het voelt ook spiritueel, bijna religieus.

De katholieke liturgie stelt dat de mens God niet kan kennen omdat hij fundamenteel anders zou zijn dan wij. Ik heb me altijd tegen dat idee verzet, zelfs als kind, zelfs nog voor ik precies begreep wat er bedoeld werd of hoe het christendom ontstond als spirituele maar vooral politieke stroming. Het klopte niet voor mij, het voelde anders. Ik had altijd de diepe overtuiging dat er een diepe verbinding liep tussen ons en de schepper van het universum, dat wij een deel van hem/haar/het waren en dat er helemaal geen scheiding bestond.

De fysica lijkt me gelijk te geven. En de bron van alle leven hoeft voor mij geen menselijk gezicht te hebben, integendeel. Ik weet mij veel makkelijker verbonden met een alles doordringend energieveld dan met een of ander superbrein. Menselijke verhalen zijn per definitie veel te klein bemeten om de immense rijkdom van het bestaan te vatten. Wat ons en alles in het universum verbindt, is dezelfde levenskracht als waar varens zichzelf uit optrekken, waar bomen uit groeien, embryo’s hun cellen uit delen en planeten hun momentum in vinden om te wentelen.

Rest ons nog een laatste, praktische kwestie, bijna als een voetnoot: wat met de betekenis van ons eigen leven? Dat oplichtende speldenprikje, een vuurvliegje onder de Melkweg dat één keer oplicht en vervolgens verdwijnt?
Het is alles wat we hebben, en voor ons is het, begrijpelijk, van het allergrootste belang. Maar met al het bovenstaande in gedachten wacht ons zacht gezegd een oefening in bescheidenheid.

Bescheidenheid hoeft natuurlijk nog geen zinloosheid te zijn. We mogen dan onooglijk klein zijn in het perspectief van het universum dat zich uitstrekt voorbij elk mogelijk referentiepunt, dit leven, hier en nu, is waar we liefst iets van willen maken. En tijd is relatief, dat is een van de inzichten die Einstein ons gaf. We meten ze af aan onze eigen referentiepunten, zo zitten we in elkaar. En zelfs de eendagsvlieg leeft een volwaardig bestaan in minder dan een etmaal.

(c) Inaya photography

Waar dit spoor eindigt – in de oneindige leegte tussen de sterren misschien, tussen de diepste wortels van een mammoetboom, of in het kleinste alledaagse gebaar naar iemand die ik liefheb – is mij niet duidelijk. En het is ook niet belangrijk. Want alles, hoe je het ook draait of keert, is op het diepste niveau opgetrokken uit gemeenschappelijke resonantie, uit dezelfde energie – al dan niet waarneembaar voor onze dierbare, maar zeer grove menselijke zintuigen. We mogen het God noemen, of fysica. Of het heelal dat langzaam ademt en ons meeneemt op zijn stroom.

Daar kan ik wel mee leven, geloof ik.

De eenzame uren

Het is avond, hier in de VS, en ik voel mij nogal eenzaam.

Van reisblogs is nog niet zo veel terecht gekomen voorlopig, maar ik heb besloten het mij niet aan te trekken. Verhalen kun je altijd later nog inhalen. En ik heb al een hele tijd het het gevoel dat ik eigenlijk niet zoveel te vertellen heb. Sterker nog, ik voel me een beetje vreemd. Ontworteld. Verplaatst, zonder de mogelijkheid om hier te wortelen. Als een afgeknipte veldbloem.

Mijn gevoel van ontworteling heeft verschillende oorzaken.

(c) Inaya photography

Vervreemding zit er zeker voor iets tussen. In dit land herken ik niets van de lokale fauna, op de herten na die in Keene, waar we de tweede week van ons verblijf logeren, zelfs tot bij het huis durven naderen. De vogelgeluiden zijn me vreemd en de roofvogels in deze luchten zijn schaars. Ik ben er wel al in geslaagd gieren te spotten, al wist ik op het moment zelf niet dat ze dat waren.

De Amerikaanse cultuur is een tweede factor, maar die verdient in feite een heel eigen blog (en ik weet niet of ik daar veel zin in heb).

Een derde facet, dat mij nu veel sterker opvalt dan het ooit deed tijdens eerdere bezoeken, is het tijdsverschil.
Verbondenheid met mensen is belangrijk voor mij. Dat is altijd zo geweest, hoewel ik het als jongvolwassene nog niet zo goed besefte. In die zin hebben de sociale media van deze tijd mij een geschenk gebracht: hoewel er niks op kan tegen een goed, diep gesprek van mens tot mens, hebben die webtoepassingen de wereld op een aantal vlakken toch ook dichterbij gebracht.

Ik merk nu dat ik verankerd ben in mijn tijdzone. Of beter: dat ik een gemis voel als dat niet zo is. Want als ik iets post/deel/schrijf/inspreek, dan weet ik dat ik vanaf een uur of vier in de namiddag niet veel respons meer hoef te verwachten. Dan gaan de mensen met wie ik normaal verbonden ben immers naar bed.
Het levert leuke ochtenden op, zoveel is zeker: een heleboel reacties en vormen van contact tegelijk. Maar mijn avonden zijn eenzamer.

Ik neem de eenzame uren voor lief. Ik ben dankbaar om het geschenk dat ze mij brengen: het bewustzijn dat een deel van mijn verbondenheid zich heel bewust ‘in real time’ afspeelt. Dat ik wortels nodig heb op de plek waar ik mij bevind, om mij te verbinden met het landschap én de mensen. Dat mij dat hier, aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, niet echt zal lukken. Dat dat niet erg is. En dat het een van de redenen zal zijn waarom ik blij zal zijn om aan het einde van deze vakantie terug te keren naar huis: om mijn wortels te voelen, en het netwerk waartoe ze behoren, op meer dan één manier.

(c) Inaya photography

Mini Nieuwjaarswens

(c) KV

wat mag je wensen
als meest bevoorrechte mens op aarde
als je geluk kunt scheppen
met twee harten en vier handen
als je onder je de draagkracht weet
van een snelstromende rivier
en de thermiek onder je vleugels voelt zwellen

wat mag je wensen
als je de ogen niet wil sluiten
voor de kilte die door de kieren sijpelt
kortzichtigheid wil grijpen bij de wortel
als de wurgplant die ze is
de ijskappen sneller weet smelten dan je dessert
in de zomerzon en de vogels ziet
verdwijnen uit een alsmaar zwijgzamer hemel

verbinding misschien
tussen onze wortels nog meer
dan tussen onze takken
een gezamenlijke bloedbaan
een levensader en een hart
dat leert hoe het moet koesteren

(c) KV