Over de Zaailingen

Soms werpt het leven je een geschenk in de schoot.

Jurgen Walschot ontmoeten – tekenaar, vormgever, dwarsdenker, natuurmens, zielsverwant – was er zo een.
Een gedeelde sensitiviteit,  een gelijkaardige tegendraadsheid. Een creatieve én persoonlijke klik. Daar moest een samenwerking van komen.

20170712_134033 ed klein

Samen maken we diverse boekprojecten voor de Nederlandstalige markt.
Daarnaast doen we ronduit onze zin.

We gooien steentjes in de vijver van het universum. We creëren golfjes. We zaaien.
Want niets in deze wilde, wuivende wereld is ooit stil.

Onkruid? Bomen? Een moeras? Wie weet waar de Zaailingen naartoe groeien…

Elke nieuwe en volle maan laten we er eentje los, die op eigen vleugels de wereld in mag.

 


 

Zaailing #30
Meer

 

thee
(c) Jurgen Walschot

 

De diepste smaak kleeft aan wat er overblijft.
Gruis. Herinnering.

We verlangen naar de kracht van het moment, maar onherroepelijk koelen de restanten af. Moe en doorweekt weten ze zichzelf voller dan daarvoor, ongeveer zoals je jezelf uit bad hijst en met een handdoek om je heen even op de rand blijft zitten.
Maar er komt altijd een moment dat de kou door de stof heen sijpelt en dat je afdrogen de enige oplossing is.

Gruis gooien we weg. Dat weten we op voorhand. Het belet ons niet om te drinken.
Gulzig als we zijn, verlangen we zonder schroom naar meer.

 

 


 

 

Zaailing #29
Codes

 

Würzburg_2012 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Sommige kamers zijn gemaakt om door jou betreden te worden.
Dat hoeft niet meteen, dat lukt vaak zelfs niet onmiddellijk. De deuren ernaartoe gaan ook niet zomaar open.

Soms is zo’n deur heel vanzelfsprekend aanwezig, maar merk je ze niet op. Je moet er vaak genoeg voorbijgelopen zijn om uiteindelijk toch nieuwsgierig te worden. Soms wil je wel van in het begin naar binnen, heel graag zelfs, maar blijkt ze op slot.
Heel soms wordt de doorgang pas zichtbaar voor wie, ondanks alles, blijft geloven dat ze er is. Codes laten zich pas lezen door wie eraan toe is ze te kraken.

Soms weet je dat je naar binnen zult gaan zodra je ze ziet. Zelfs al wil je dat eigenlijk niet, of huiver je, of staar je zo lang als je kunt naar het zwijgende sleutelgat op zoek naar antwoorden en garanties. Want achter elke deur ligt een wereld, het begin van iets en het einde van iets anders. Je weet niet wat je zult vinden. Je weet nooit wat je achterlaat tot het er niet meer is.

Maar sommige kamers zijn gemaakt om door jou betreden te worden. Want de code laat zich lezen, en het licht geeft je een duwtje in je rug. De lijnen in het hout roepen jouw naam.

Je stapt naar binnen. Je ademt nieuwe lucht.
En achter je valt, met de zachtste klik, de deur naar het verleden dicht.

 

 


 

 

Zaailing #28
Klatergoud

 

De dag heeft er genoeg van en hij ook.

Naar buiten wil hij, weg van het klatergoud in de deftige salons. Bij hun kopjes thee en hun glazen schnaps maken ze zich druk, snaterend als watervogels. Hun rokken ruisen en hun kragen staan omhoog, maar hun bekken zijn leeg.
Ze vragen zich, niet zelden luidop, af wat hem bezielt, waarom hij niet knus binnenblijft onder de schijn van de kroonluchters. Hij trekt zijn schouders wat hoger en zet er de pas in.

De schoonheid van dit landschap is een geheim dat hij niet wil delen. Het laatste licht is gul, je hoeft het alleen maar tegemoet te gaan. Dus dwaalt hij langs wegen die nog drassig zijn van de laatste regenbui en bermen die ruiken naar hoogzomer. Hij gaat zitten met zicht op water dat geen haast heeft om ergens aan te komen.

In de holtes tussen de struiken en onder de kruinen is het duister al begonnen een bed te spreiden. Maar de gloed van de dag blijft nog hangen als een omhelzing, en de hemel dekt de oevers langzaam toe. In de vergulde stilte lijkt alles mogelijk.

 

1 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Er waren dagen dat het leven er anders uitzag. Vroeger.
Toen was elke rivier een plek om in te zwemmen, en elke weide een uitnodiging om te gaan zitten met een picknickmand en een deken.

Hij kan zich middagen herinneren die nooit ophielden, en wijn die minder dronken maakte dan de glans van haar blik.
Hoe ze plots naar de lucht kon kijken, waar vleugels voorbij schoten, of naar de glinstering van zonlicht op het water. Hoe haar aandacht getrokken werd door iets schijnbaar onbelangrijks, iets wat hem gegarandeerd eerst ontging. Tot hij beter leerde kijken.
Zien werd zijn manier om haar te begrijpen, om dichter bij haar te zijn.

Dat is nog altijd zo. Maar zijn dierbaarste herinneringen hebben steeds meer van dromen, en het wordt stilaan moeilijk ze van elkaar te onderscheiden.

Als hij maar lang genoeg blijft zitten, weet hij, maakt de rust van het meer een einde aan zijn opgejaagde twijfel, en zelfs aan de favoriete beelden in zijn hoofd.
Dan is er alleen nog de stervende gloed aan de hemel, in afwachting van sterren, en de geruisloze tred van nachtdieren.

Dan mist hij haar – een paar oeverloze seconden lang – iets minder diep.

 

2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

 


 

 

Zaailing #27
Zwijgend

 

Wat haar te veel wordt, keert ze de rug toe. Met haar aandacht op een rustpunt in de verte is er minder ruimte voor pijn. Maar ze voelt de starende ogen, en ze vergeet niets.

 

Zwijgend klein
(c) Jurgen Walschot

 

Poseren kan lijken op meditatie, las ze ergens. Inderdaad, dat kan. Als je, net zoals bij meditatie, erin slaagt om jezelf te vergeten. In en uit te ademen en weg te vliegen naar innerlijke horizonten. Maar dat wil niet zo goed lukken in dit koude atelier, waar de zieltogende verwarming zich gorgelend op gang probeert te trekken. Aan de geur van verf, stof en scherpsel kun je je niet warmen.

Een kastdeur kletst dicht. Gerammel van potjes, pennen, penselen. Het geschraap van stoelpoten over de ruwe vloer.
Ze laat hem kijken. Ze probeert te doen alsof ze niet rilt.

Grafiet over papier klinkt soms als het heel dun ruisen van golven. Ze wacht op de halen over het verse vel, de snelle kleine aanzetten, de bredere bewegingen.

Ze speelt de film van de vorige avond nog eens af in haar hoofd. De afwas met water dat al bijna koud geworden was. Het dichtslaan van de voordeur, als een slag van het noodlot.

Ze buigt haar hoofd voor wat niet terug te nemen valt. In haar gaan zwijgend stiltes schuil.

 

 


 

 

Zaailing #26
Ruis

 

Wenen klein
(c) Jurgen Walschot

 

De lijn tussen ons is troebel, het signaal onderbroken door een ondoorlaatbare wand, een luchtdicht scherm. Wat binnen handbereik lag, voelt nu ver weg en onbereikbaar.

Ik tast naar je tussen de mazen, maar ik krijg je niet te pakken. Je dwaalt door je eigen wereld, en daar vind ik geen houvast. Ik stel me tevreden met ruis.

Op zeker ogenblik, dat weet ik, glijd je gewoon weer mijn blikveld binnen. Onopvallend, als een vogel aan de horizon, nonchalant als een slungel op een skateboard. Je zal geen uitleg geven. Dat hoeft ook niet. Ik zal je van ver herkennen, omdat de lucht in de kamer plots verandert.

Ik leg mijn vingers tegen het raam, en zie langzaam dampkringen ontluiken. Aan de andere kant van het glas verzekeren de tot stof gestolde druppels mij dat het beste nooit zomaar helemaal wegspoelt.

Want wat ons beroerd heeft, blijft aan ons kleven. En vanaf dan lezen we de wereld voorgoed doorheen een dierbaar waas van herinnering.

 

 


 

 

Zaailing #25
Ontketend

 

bach stormbos
(c) Jurgen Walschot

 

Bossen zijn gevaarlijk bij storm.
Maar het geweld van de natuurkrachten is niets vergeleken met de orkaan in ons.

Kunnen we iets beginnen tegen dat innerlijk tumult, als het eenmaal losbarst? Vaak hadden we het niet eens zien aankomen, zo gewend zijn we het om te leven onder de dreiging van een immer grijze lucht. Vertwijfeld vragen we ons af wat ons bezielt, en hoe we de kolkende storm waaraan we ten prooi vallen misschien weer gedeeltelijk kunnen indammen.

Maar wat ontketend is, wil uitwoeden. Met wolken die zich uitstorten tot hun massieve lijven leeggeregend zijn, en winden die onze innerlijke vlakten kaalvegen, genadeloos inbeukend op elk obstakel op hun weg.
Er is geen ontsnappen aan. We gaan erdoor. Soms gaan we eraan ten onder.

Te midden van dat alles slaat iets ons zwijgend gade. Het wacht, en het wijkt niet.
Een wilde kern, een diepe kracht. Onverstoord houdt het zijn gekroonde hoofd in de wind. Het snuift de geur op van geknakt hout en blootgewoelde aarde. En het weet dat dit, eens de wind gaat liggen, is hoe nieuwe werelden geboren worden.

 

bach stormbos groot cut2
(c) Jurgen Walschot

 

 


 

 

 

Zaailing #24
Hoe de goden ons zien

 

Antwerpen
(c) Jurgen Walschot

 

is dat hoe de goden ons zien
balancerend op de smeltende rand
van de afgrond, geworteld in illusies
reikhalzend verlangend
naar een hemel die er niet is
gracieus in onze pogingen
dat wel

 

 


 

Zaailing #23
Een meditatie voor het nieuwe jaar

 

#23 Dageraad Ndl klein

 

 


 

 

Zaailing #22
Meester van de maan

 

vos & raaf1 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Als de scherpste schaduwen vallen, vind je hem op zijn tak.
De meester van de maan overschouwt de wereld.

Verlangend staren we omhoog naar wat hij heeft. Het is een schat die hij in stilte bewaakt, dat is zo duidelijk als wat. Wat jammer dat hij niet even per ongeluk zijn bek open doet. Met kruimels zouden we al tevreden zijn.

Is het zijn zwijgen dat hem zo bijzonder maakt? Zijn onwaarschijnlijk sterke bek?
Wat is het dat hij weet maar ons niet vertelt?

Hoe we ook smeken, welke listen we ook smeden, de meester van de maan is ons te slim af. Hem zal je niet betrappen op praatjes. Geen snipper licht gunt hij ons, dat omhooggevallen stuk pretentie.

We maken onszelf graag fabeltjes wijs. Dat weet de meester van de maan als geen ander. Zolang hij zwijgt, kunnen we dromen dat zijn schat, in een moment van onoplettendheid, valt.

Of dat wij vleugels krijgen, op een dag.

 

De ontstaansgeschiedenis van deze Zaailing lees je hier.

 


 

 

Zaailing #21
Gratie

Gratie beeld + tekst NL klein
(c) Jurgen Walschot & Kirstin Vanlierde

 


 

 

Zaailing #20
Ze komen

verbonden met de Soul Circle

 

zekomen2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Eerst aarzelend, een enkeling, nog onduidelijk van vorm. Vervolgens meer, helder en goed zichtbaar, met stemmen als lange, diepe echo’s. Ze zijn jong en stralend, ze hebben lachende ogen. Ze zijn oud en statig, met mantels die doen denken aan vleugels, of de rimpelingen van schaduwen op water. Hun woorden zijn webben van betekenis.

In mijn hand heb ik de trom, blank en maanrond, en mijn slagen zijn vastberaden. Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Ze groeten mij als een oude geliefde, als een jonge novice. Ze weten dat ik klaar ben, want de sluiers tussen de werelden gaan opzij voor wie er doorheen durft waden. En er is nood aan zwervers die willen oversteken, om mee te terug te brengen wat er wacht aan de andere kant.

Ik roep mijn vrienden en ze komen. Ze zijn met velen want ze weten hoeveel moed de tocht vraagt.
Ze reizen mee op de wind, op het stilte van het zinderende licht.
Ik ben dankbaar dat ze er zijn. In hun aanwezigheid zie ik zoveel scherper. Ik mag de kracht tonen die ik heb. Ik mag de maskers afleggen die ik draag. Ik mag mijn stem laten horen, hoe onzeker die ook klinkt. Ik mag uitglijden en kopje onder gaan, maar ik zal niet verdrinken.

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
De trom gromt en gonst. Trillend weeft hij het web van de wereld.
Wat gezaaid is, zal groeien.
Wat gevangen is, zal uitbreken.
Wat leeft, zal sterven.

Ik sta op de rand, met één voet aan elke kant, en de trom als een kloppend hart in mijn handen. Ik laat de stroom door mij heen gaan. Ik ben de stroom.

Ik roep mijn vrienden bij me in de kring.
En ze komen.

 

 


 

 

Zaailing #19
Sporen

 

Het leven, weet hij, trekt sporen voor wie ze kan volgen.
En dat is hoe hij leeft: zonder halt te houden.

De monotonie van onderweg zijn went. Maar telkens als hij achterom kijkt, vreest hij aanstormende lichten. Zijn reflexen zijn getraind om inderhaast uit de weg te springen. Voor je het weet, heeft het verleden je ingehaald en dendert het als een trein over je heen. Wie zich laat verleiden om stil te staan, strandt in het beste geval in een tussenstation.

Zoals zij.

 

Londen 2017 1
(c) Jurgen Walschot

 

Natuurlijk is hij niet op haar toe gestapt. Wie een schim is in zijn eigen leven weet dat er niet zoiets als houvast bestaat. Hij stelt zich tevreden met toekijken van op een afstandje. Een gestolen moment.

Zou het fijn zijn om naast haar te zitten, daar op die bank, en oprecht te geloven dat er straks een trein stopt, met deuren die vanzelf opengaan om hen binnen te laten?
Hij ziet het zichzelf bijna doen. Hij ziet haar zelfs opkijken en glimlachen, met donkere, glanzende ogen.

Ze laat hem twijfelen. Iets aan haar klopt niet met zijn verhaal. Is ze echt gestrand? Haar pad lijkt meer berusting te kennen dan het zijne, wie weet zelfs een gelukkig einde. Hij gunt het haar.
Hij wil er niet komen spoken.

Hij leest de grijnzende letters op het scherm. Hij heeft geen bestemming maar het is tijd om te gaan.
Een laatste blik over zijn schouder, voor hij zich laat meevoeren langs de gesyncopeerde lijn van licht, verder de nacht in.

Zo wil hij het zich herinneren, de volgende keer als hij achterom kijkt.
Een tussenstation dat heel even voelde als een thuis.
Haar schoonheid, in een tafereel dat seconden lang stilstond terwijl de tijd, voorbij razend als een verduisterde trein, hen ongemoeid liet.

 

 


 

 

 

Zaailing #18
Ware Kleuren *Koyo*

 

Koyo NL klein.jpg

 

 


 

 

Zaailing #17
Schuilplaats

 

Stuwmeer
(c) Jurgen Walschot

 

We leren dat dat wat evenwijdig loopt nooit zal raken.
Zoals hemel en aarde onveranderd langszij liggen. Zoals weerspiegelingen rusten, wang tegen wang, gescheiden door een enkele lijn.

We leggen ons erbij neer hoe de nerven stromen en stollen. Wat is er mooier dan dat ik mijzelf zie in jou, en jij je weerspiegeld weet in mij?

Maar spiegels zijn schuilplaatsen, als oude schriften die je dichtklapt als de herinnering je niet bevalt.
De diepten van het stuwmeer wanen zich veel liever heldere lucht, bezocht door een langsdrijvende wolk nu en dan, of zelfs het sombere grijs onder een laaghangende sluier van regen.

Met geweldige muren houdt het meer zijn massa vast. Zwemmen in stuwmeren doe je op eigen risico. Te veel onverwachte temperatuurswisselingen, te veel kolkende stroming daar waar het licht nooit komt. De vredige weerspiegeling garandeert niets.

Er komt altijd een dag dat de seizoenen keren. Dat de wind over het wateroppervlak raast en de rillingen voelbaar zijn tot in de wortels van de rotsen.

In het aanschijn van zoveel ontketende kracht rest ons niets dan ons verzet te staken en los te laten.

Zoals bladeren uiteindelijk altijd toegeven, en ook de sterkste dam ooit barst.

 

 


 

 

Zaailing #16
Ondergronds

 

Ondergronds Page1

 

Onder haar oppervlakte weeft de aarde zwijgend een web van wegen. De holten in haar schoot staan met elkaar in verbinding via water, steen of lucht.

De bange mens, op zoek naar beschutting, hoeft zich geen weg naar binnen te graven. Welwillend als ze is, opent ze haar onderaardse domein voor hem.

Diep, in de verste grot, bouwt hij een kamp. De vlammen likken langs de wanden en wekken de geesten. Met houtskool en rode oker tekent de mens zijn dromen om de wanden. Zij zullen hem overleven, en hun woordeloze verhaal gaat door.

Een dans met het leven, en de dood.

 

Ondergronds Page 2Nl
(c) Kirstin Vanlierde & Jurgen Walschot

 

 


 

 

Zaailing #15
Pantser

 

Pantser Manders
(c) Jurgen Walschot & Kirstin Vanlierde

 


 

 

Zaailing #13 & #14
Deel van dezelfde stroom


Vrije val

voor Aurore
arifat1
(c) Jurgen Walschot

 

harten in vrije val
zijn plots gewichtloos
niets om de veelheid van vallende
waterdruppels te verbinden
behalve de zekerheid
dat ze behoren tot dezelfde stroom

 

Als vanouds

 

arifat2_2
(c) Jurgen Walschot

 

De pen is je bondgenoot in een poging om vast te houden wat niet tegengehouden wil worden. Het glipt ongrijpbaar van je weg, al leg je de lijnen nog zo liefkozend neer op het papier.
Word je zwijgend deel van de rots waarop je zit, en wordt het landschap op je blad een deel van jou?

Terwijl het vlak onder je handen zich vult, stroom jij langzaam leeg.

Het maakt niet uit hoe vaak je verdwijnt. Ooit komen we, als vanouds, hier weer terug.

 


 

 

Zaailing #12
Wachtpost

 

De stam is nauwelijks dikker geworden. Maar de kroon is wat voller, en die ene kwetsbare tak hangt wat lager. Nog altijd groen, dat wel.

Je kent hem goed, deze boom. Je kijkt naar hem uit tegen het einde van de bochtige klim. Hij is de wachtpost afgetekend tegen de hemel boven de vallei, de silhouet die aangeeft dat de bestemming in zicht is.

Je bent bijna thuis.

parasolbomen
(c) Jurgen Walschot

 

Jaar na jaar steek je, net als hij, je wortels hier wat dieper. Terugkeren naar dezelfde plek betekent je haar eigen maken. Je toetst herkenningspunten af, wordt verrast door wat er veranderd is in je afwezigheid.
Je graaft je in, en je staat het land toe jou te veranderen. Langzaam, elk jaar een heel klein beetje. Tot je het punt bereikt waarop je beseft dat je vertrouwt op de bodem, en dat die je zal dragen – zelfs bij slagregen, wind of lange droogte.
Dat soort wisselvalligheden deren de parasolden ook niet. Hoogstens lost hij wat naalden.

Soms ergert het je, die verknochtheid. Ze heeft iets kleins en beperkends, als van een kind dat op veilig speelt. Is het dan niet beter een zwerver te zijn, een vagebond, nergens thuis en niemand iets verplicht? Een trekvogel, desnoods. Die blijft tenminste in beweging.

Maar het landschap spreekt dat tegen.

Niets in deze wuivende wereld is immers ooit stil. De hartslag van dit land klopt diep en dierbaar. De lome hellingen met stroken kreupelhout geven het tempo aan van ongehaaste seizoenen en levens die zich ontrollen. Je weet: je mag hier zijn. De horizon, vaag blauw en wazig als op een middeleeuws landschapsschilderij, heet je welkom maar verplicht je tot niets.

Vlieg als je dat wil, ruist het land, maar je hoeft niet te vluchten. En elke keer als je landt, wacht ik met open armen.

Als je na een paar weken, met tegenzin op de terugweg naar grijzere oorden, weer langs de statige groene wachtpost komt, neem je zwijgend afscheid. En belooft hem dat je terugkomt.

Want thuis, eenmaal herkend, is de magneet waarnaar ons kompas zich onweerstaanbaar, juichend, wendt.

parasolboompje
(c) Jurgen Walschot

 


 

 

Zaailing #11

 

2017 07 05 #11 hemeluitvaartv2 cut1

2017 07 05 #11 hemeluitvaartv2 cut titel

De lucht is een deken waarop hij rust met gespreide vleugels.

Van op de spiraal van thermiek die hem draagt, kan hij ze zien – de uitstekende rots waar de vreemd geklede, kleurrijke en lawaaierige wezens die hem aanbidden hun geschenken heen brengen.
Ze is verlaten nu, leeg zoals de immense, holle hemel. Maar beneden in de vallei kruipt een rij figuurtjes niet groter dan mieren langzaam de berg op. De wind die door de pas waait, draagt het vage geluid mee van gezang, de echo’s van klokken.

Hij weet hoe het zal zijn.

Op de uitstekende rots zullen ze zich verzamelen. Ze zullen wuiven en bidden en uitpakken wat ze meegebracht hebben. Sommigen zullen neerknielen met water in hun ogen. De heldere weerschijn ervan zal zichtbaar zijn tot waar hij mee zeilt op de wind.

Terwijl de sliert zich als een trage slang de rotswand op slingert, verschijnen zijn verwanten. Zwevende schimmen in de verte, een enkele lome vleugelslag. Ze heersen met velen over de hemel.

Op de helling beneden zal het dode vlees uitgekleed en uitgestald worden. Als een toegift voor hen zal het gevild worden. De ledematen zullen losgesneden worden, de beenderen verbrijzeld. Dat is voor de kleurrijke stoet altijd het moeilijkste moment: de bij leven gekoesterde lijven worden onherkenbaar, een voorbereiding op de overgang.

Walsend op de wind zal de geur van bloed en ingewanden opstijgen, als een uitnodiging.

Ze zullen neerstrijken waar er op hen gewacht wordt en aanschuiven aan het feest. Elke reep vlees, elke peesdraad, elke laatste botschilfer zullen ze op maken, want ze weten dat wat hen gebracht is niet minder is dan het allerdierbaarste.

En wanneer het maal voorbij is, zullen ze één stam zijn. Als deel van zichzelf nemen ze de doden mee, de eindeloze hemel in. Zo wordt de droom van de wereld werkelijk. Want alles wat veroordeeld is tot de grond verlangt ernaar te vliegen.

De klokken en gezangen hebben het platform bereikt. Over de berg daalt de stilte van verwachting.

De gier scheert langs de lijn waar rots en lucht de wereld onder elkaar verdelen, stijgend en dalend in pieken als een rafelige hartslag. Hij buigt zijn hoofd voor de krachten die alles regeren, en begint, omringd door zijn vleugelschare van verwanten, aan de afdaling.

2017 07 05 #11 hemeluitvaartv2 cut 6

 

Een ‘hemeluitvaart’ (sky burial) is een traditie in sommige delen van Nepal, Tibet, Mongolië en China waarbij de lichamen van de overledenen niet worden begraven of verbrand, maar op de berghelling aan de gieren worden gegeven. De lege huls van het lichaam gaat terug naar de natuur, de ziel is vrij om te vertrekken naar de volgende incarnatie.
Duiding vind je hier. De fotoreportage van een echte sky burial zie je hier. (Opgelet: confronterend beeldmateriaal.)

 

 


 

Zaailing #10

 

Page1

Deze Zaailing is in beperkte oplage verkrijgbaar als poster.
Bezoek Het Eksternest.

 

 


 

 

Zaailing #9

2017 06 09 Vanopdekant Titel & naam

2017 06 09 Vanopdekant prent
(c) Jurgen Walschot

2017 06 09 Vanopdekant Tekst 1

 

2017 06 09 Vanopdekant tekst 2

 


 

Zaailing #8
Waar de wind doorheen mag

 

Buizerd def
(c) Jurgen Walschot

Het verhaal wacht. Ik hoor het zinderen, diep tussen de stammen. Het is oud en krachtig en het roept mijn naam.
Ik ga het bos is, maar het verschuilt zich in de boomkruinen, als een wantrouwige vogel.

Ik hou van de donkere, vochtige lucht, de kruidige geur van dode bladeren. Maar hier, tussen de kniehoge varens, de rotsachtige hellingen vol kreupelhout, omringd door coulissen van groen die nergens vrij zicht geven, besef ik plots dat ik blind ben op een plek als deze. Ik wel.

Word leeg, ruisen de boomkruinen. Word de wind die ritselt door de struiken. Je kunt geen verhaal ontvangen als je nog vol zit met jezelf.

De buizerd breekt door het bladerdek en scheert rakelings langs me heen.

Zijn geruisloze glijvlucht trekt een spoor door de wereld. De lucht rimpelt waar hij passeert met zijn brede, lome vleugelslag.

Hij landt in een nabijgelegen boom, en wacht.

Ik word stil als de glans op zijn veren, scherp als het zwart van zijn blik. Het maakt me bang. Kun je verlangen naar iets wat je niet kunt vatten? Iets wat jou doorziet?

Ik weet dat ik het verhaal niet zal kunnen vasthouden, zelfs niet begrijpen. Al wat ik moet doen, is het toestaan mij te bezitten.
Stap voor stap nader ik de boom.

De buizerd schudt zijn veren op, strekt zijn vlerken en vliegt op. Ik volg de gracieuze klim van zijn donkere silhouet tot de groene vingers van het bladerdek hem opslokken.

Ik voel me opengaan als een deur waar de wind doorheen mag.

Als ik het bos verlaat, strekken de velden vol zomergraan zich voor mij uit.
Ik sla mijn hoofd achterover voor de zon en spreid mijn armen. Ik voel hoe de wind speelt met mijn veren.

Leeg ben ik, en gewichtloos als een vogel. Als ik mijn mond open, klinkt een lied dat ik niet herken.

Buizerd met Eng tekst def

Deze Zaailing is in beperkte oplage verkrijgbaar als poster.
Bezoek Het Eksternest.

 

 


 

Zaailing #7
Elk jaar lichter

Tuin omhelzing cut9
(c) Jurgen Walschot

 

Dat het te veel is, denkt ze.
Dat ze niet plots zoveel jong blad, zoveel kleuren en vormen ineens, een plaats kan geven.

 

Tuin omhelzing cut15

 

Wat een week geleden nog een takkenbos van kale, donkere strepen was, afgetekend tegen de hemel, is nu een overdadig boeket wuivend, giechelend groen.

Het licht wisselt van gezicht bij elke wolk die langskomt en weer wegwaait. Zelfs de wind speelt een spelletje met de kleuren.

 

Tuin omhelzing cut3

 

Het geeft haar zin om op de grond te gaan liggen en plat op haar rug in het uitschietende gras haar evenwicht te verliezen, met de deining van wolken en bloesems boven haar als een walsend tapijt.

Kun je dronken worden van de lente? Een beetje zoals bijen dronken moeten zijn als ze van de ene naar de andere bloem brommen, en na een teug of twee toch nog een keer naar de vorige terugkeren?

 

Hij loopt langs haar heen.
Aan de trek om zijn mond weet ze dat hij in een andere tuin is dan zij.

 

Tuin omhelzing cut17

 

Om de zoveel tijd komen ze terug, trouw als de seizoenen: oude demonen. Uitgezaaid onkruid. Hij wiedt ze en verwijdert ze, soms hardhandig, soms met zoveel geduld dat het op tederheid begint te lijken.
Maar elk voorjaar maken ze opnieuw hun opwachting, hardnekkig schietend tussen alles wat waardevol is, professionele pretbedervers in wat hij wil koesteren als een plek van rust en schoonheid.

 

Tuin omhelzing cut18

 

Worden nachtmerries iets minder erg als je er bij daglicht over vertelt? Wortelen oude angsten net iets minder diep als je elk terugkerend seizoen de moeite neemt om ze te bekijken, ze vast te pakken en ze bedaard maar genadeloos uit te trekken?

De tuin is de reden dat ze dit huis hebben gekocht. Ze hebben hem samen gevoed en verder aangelegd. ’s Zomers zitten ze op het terras te kijken naar de vogels die scharrelen tussen de struiken. Een tafeltje, witte wijn, de honing van de laatste zon in de glazen.
Voor haar is het genoeg. Maar wat weet zij? Zijn angsten gaan dieper dan de hare. Dan staat hij op en loopt spiedend langs de perken, trekt hier en daar iets uit, zucht als hij het op de composthoop helemaal achterin gooit.

 

Tuin omhelzing cut6

 

Je bent nooit klaar, wil ze hem toefluisteren. Maar zie je niet dat het elk jaar lichter wordt? Hij komt terug, en blijft zwijgend uitkijken over zoveel wat zij niet ziet.

 

In het schemerlicht slaan de tuin en de vrouw hun armen om hem heen.

 

Tuin omhelzing klein
(c) Jurgen Walschot

 


 

Zaailing #6
De kooi waaraan je je vastklampt

Vliegen is makkelijk, zeg je.

Je hoeft alleen maar je vleugels uit te plooien. De wind en je verlangen naar de horizon doen de rest.

Ekster transparante vleugels.jpg
(c) Jurgen Walschot

 

Maar wat als mijn vleugels vast gegespt zijn, gekortwiekt uit angstvallige zorg, de veren uit wanhoop afgeknaagd tot op de schachten?
Wat als mijn vleugels zo doorschijnend zijn geworden als dromen en de wind er dwars doorheen blaast?

Je glimlacht terwijl je naar de hemel kijkt, waar de eksters stijgen en duiken als luchtacrobaten en het zonlicht door hun veren heen schijnt.

Je zegt: wat als de tralies van de kooi waaraan je je vastklampt ook doorschijnend zijn?

 


 

Zaailing #5
Stroom

stroom_beeld def-page-001 cut1.jpg

Je staat op de rand.
Je voelt het water aan je trekken zoals magneten dat doen.

Je aarzelt, klemt je tenen om de boord. Je vreest verzwolgen te worden door datgene waaraan je je wil overgeven.

 

Waarom de angst om het penseel in het water te dopen en de eerste lijn te trekken? Omdat daarmee een onzichtbaar membraan doorbroken wordt?

Het is een declaratie. Je geeft jezelf aan, legt jezelf bloot.

stroom_beeld def-page-001 cut5a

De magneet wint het. Je sluit je ogen.
Eerst is er de schok, het binnenkomen.

stroom_beeld def-page-002 cut1a.jpg

Water is zo anders.

 

Je vindt het ritme. Onder je handen stromen de kleuren over het papier, en jij duikt erin onder.

Mond, neus, ogen, uitgestrekte vingers voelen alleen het water. Je klieft het, en het laat je door. Het gaat opzij voor je maaiende ledematen. Hier, in dit bad, ben jij zelf het penseel, en de lijnen die je trekt, vertellen het verhaal van je lijf.

Onverstoord sluit het water zich weer aaneen zodra jij voorbij bent.

stroom_beeld def-page-002 cut4

Je geeft je over. Je ontdekt de souplesse van je bewegingen, de hunker in je longen. Je leert dat lucht kan branden.

Je weet dat je hier niet kunt blijven. Elke omhelzing verstikt als ze te lang duurt.

stroom_beeld def-page-003 cut1

 

Op het diepste punt, waar de wetten van de zwaartekracht niet werken, ben je buiten het bereik van de kakofonie van geluiden, de muren gemetseld van onbuigzame standpunten. De lucht, een golvende reflectie, is een hallucinatie boven je en het water is baarmoeder en buik tegelijk.

stroom_beeld def-page-002 cut5

In de diepte ben je veilig voor de wereld.

 

Je kijkt op van het blad en het verhaal dat daarop ligt uitgelijnd, de kleuren waarin je jezelf hebt toegestaan te verdwijnen.

Je weet dat het af is, en dus voorbij.stroom_beeld def-page-003 cut4.jpg

Het verhaal verlaten, is uit het water komen. De plek waar je zo-even nog stroomde, glijdt nu in druppels van je af, en je staat bloot en bibberend op de rand.

 

In twee werelden tegelijk, maar nergens thuis.

stroom_beeld def-page-003 cut3
(c) Jurgen Walschot

 


 

Zaailing #4
Ontmoeting

2017 03 24 Steenmarter
(c) Jurgen Walschot

Muurklimmer
Ventielknabbelaar
Kippenverslinder
Spookje

Tussen onze vestingen van steen voel jij je thuis
zoals je naam het fluistert

De straat is stil waar jij passeert
en watervlug
weer verdwijnt

 


 

Zaailing #3
De vlucht

De vlucht 1
(c) Jurgen Walschot

Er is iets geruststellends aan de manier waarop de voorbijglijdende witte strepen op het wegdek niet willen afstemmen op het ritme van zijn hartslag. Hoe hij ook probeert om zich één te voelen met de structuur van het stuur onder zijn handpalm, de ronkende wagen, het asfalt dat als een lang, onverschillig lint van teer onder hem wegschiet, hij en de reis willen niet samenvallen.
Sommige overgangen zijn niet te vermijden, daar heeft hij zich bij neergelegd. Om ergens te zijn, moet je er heen willen gaan. Hij wenste alleen dat hij er al was.

Hij heeft het voor de zoveelste keer verdragen: de drukte van de snelwegstations die over hem heen viel zodra hij moe gereden het autoportier openzwaaide, de plakkerige vuilnisbakken, de rondpikkende kraaien in de bermen, de gore toiletten en de drenzende kinderen tussen de rommel aan de picknicktafels.

Na dat bombardement is de rit hervatten bijna een opluchting.

 

 


 

Zijn vrouw bestudeert de kaart en de kinderen slapen achterin. Het gekwek van de radio ging honderd kilometer geleden al uit. De monotonie van de rit is troost en opgave tegelijk.

Ze hadden het erover voor ze vertrokken: overnachten in een of ander hotelletje halverwege, of doorrijden. Hij houdt niet van tussenstops, als het toch moet, dan liever de korte pijn.
Maar de korte pijn duurt lang, de tijd verstrijkt langzaam en in de stilste hoekjes vergaart zich steeds meer ruis, als stilstaand water in de oksel van een modderige rivier. Ze wisselen van chauffeur. Wisselen nog een keer.

In zijn hoofd draait dezelfde conversatie telkens opnieuw.
‘Een rode driehoek betekent gevaar, hé papa?’
‘Dat klopt.’
‘Zijn de herten hier dan gevaarlijk?’
Hij doet zijn best om niet te glimlachen. ‘Dat zeggen ze wel eens, ja.’
‘Wat doen we, als we zo’n gevaarlijk hert tegenkomen?’
‘Maak je geen zorgen. Over een paar kilometer is het gevaar geweken.’

De vlucht 2
(c) Jurgen Walschot

Ze stoppen net lang genoeg om te wisselen van chauffeur. Hij is blij dat het laatste stuk voor haar is.
Tegen dat de bergen opdoemen, heeft hij de staat bereikt waarop hij zijn ogen nog wel open heeft, maar niet meer registreert wat hij ziet.

Als de lucht ijler wordt met de hoogte, sluit hij de ogen.

 


 

Hij zet zich af. De tak veert terug.
Dan is er alleen nog de leegte die hem vangt, een onzichtbaar net waarvan hij de draden voelt die hij instinctief vertrouwt.

Dit is het land waar hij thuishoort, waarnaar hij verlangt zelfs als hij er al is. De glooiende valleien. De ongenaakbare rotspieken die aan hun ruwe naaktheid genoeg hebben om indruk te maken op wie ze – tevergeefs – wil bedwingen. De meren die nu eens het diepe groen van de hellingen weerspiegelen, dan weer het blauw van de lucht, maar die van bovenaf zilveren spiegels zijn, een oppervlak van rimpelingen waar de zon zich aan vasthecht, een golvend kleed dat zich met vanzelfsprekende elegantie drapeert over dat wat in de diepte rust en wacht.

De vlucht 3
(c) Jurgen Walschot

Hij slaat zijn vleugels uit, voelt hoe de lucht er onderdoor glijdt. De buitenste pennen, de ontspannen opkrullende uiteinden van de vlerken die hij strekt met geconcentreerde precisie, strelen de wind als waren het vingers.

Hij voelt de druk van de zon op zijn rug, de massieve stroom van warme lucht onder zijn buik. Het is een zuil die hem draagt, die hem meeneemt naar hoger, naar de plek waar alles wordt losgelaten, alles overzien.

Het licht lacht in stralen en spat uiteen in zijn borst.

 


 

Zaailing #2
Ca c’est la vie – Wat ervoor komt

 

cest-la-vie
(c) Jurgen Walschot

 

De stilte die we nauwelijks verdragen
een chanson op het foute moment

Dankbaar zijn
terwijl de ander huilt in je armen

Verlangen naar het luchtruim
jezelf daarboven weten
en vliegen alsof je nooit meer hoeft te landen

Omarmen wat afgeworpen werd
bij gebrek aan beter

 


 

Zaailing #1
Komorebi

Ik hoor je stem, maar ik kan je niet zien.
Je woorden zijn te fel om naar te kijken.

Hou mij bij de hand, omfloers het licht, scherm mij af.
Ik zal je niet vragen om de dingen mooier voor te stellen dan ze zijn. Er is geen plaats voor leugens in dit clair-obscur dat ons teder, genadeloos, lijn per lijn uittekent.

Hoe nietig de rechtopstaande haren op mijn armen. Hoe scherp de geur van oud hout en mos.

Misschien heeft het bos het van bij het begin begrepen, en is de waarheid gewoon te pijnlijk om haar in de ogen te kijken. Wie recht in de zon staart, wordt blind.

Als we haar waarnemen, is het doorheen een membraan van genade, een filter die ons spaart en die ons, tegen dat ze de grond bereikt en alles wat daar ritselt heeft vastgepind onder een laag vergulde stilte, het gevoel geeft dat ze ons liefkoost.

Ik hoor je stem. Je verhaal reikt naar mij.
Als ik mijn hand uitsteek, kan ik het aanraken

*komorebi (Japans): zonlicht, gefilterd door bladerdek

Advertenties