De dood wint altijd – net als het leven

Er is een bekende acteur overleden, een grote meneer, die ooit in een iconische scène als ridder een potje schaakte met de dood. ‘De dood heeft gewonnen’, zei iemand op Facebook. ‘De dood wint altijd’, antwoordde iemand anders.

Het trof me als een opmerking met oogkleppen, want de laatste tijd zie ik dat niet meer zo.

Marigold Tarot – VIII Strength


Ik weet het, we houden er niet van om te denken aan ons lichaam als iets wat vervalt en zal vergaan, om verbrand of verteerd te worden. Het confronteert ons te hard met het feit dat we geen antwoord hebben op de vraag waar onze persoonlijkheid (of onze ziel, kies wat voor jou past) dan heen gaat. Een hiernamaals, een wedergeboorte, het grote niets? We weten het niet en we zijn er bijgevolg bang voor.

Het enige wat we met zekerheid kunnen zeggen, is dat energie in dit universum (en alle materie, dus ook wij, ons lichaam en onze gedachtenvormen, zijn een vorm van energie) nooit verloren gaat, en dat alles op een of andere manier hergebruikt zal worden.
Dat is niet eens ‘zweverig’, dat is fysica. Of biologie.

Zeggen dat de dood altijd overwint, is dus een typisch menselijke uitspraak, gebaseerd op angst, zonder kennis van zaken. Het is zoiets als zeggen dat de maan het altijd wint van de zon. Of eb van vloed. Of de uitademing van de inademing. Beide zijn fases in een veel groter en complexer proces, momentopnames die elk hun recht en hun tijd hebben. Ja, natuurlijk trekt eb het water altijd terug naar zee. Net zoals vloed het altijd weer terug aan land spoelt. Het is geen gevecht, het is een dans, een evenwicht.

Marigold Tarot – XVII The Star


Alles in de kosmos bouwt zichzelf op een of andere manier op, dient een doel, kent een bepaalde tijd in die vorm, en vervalt vervolgens weer. De bouwstenen worden tot de allerlaatste en allerkleinste gebruikt voor iets anders.

Groei om de groei is de filosofie van de kankercel. Levensvormen moéten vervallen en verdwijnen om het grotere geheel, waarvan we allemaal deel uitmaken, gezond te houden. Het klinkt als moderne ketterij in deze hypergemediatiseerde tijden van antibacteriële zeep, steriele hospitalen en paniek om een nijdig virus, maar de dood is geen vijand waartegen we altijd en overal, uit principe, moeten vechten.

Het leven kan zichzelf pas in stand houden als het ook mag sterven. Dat de mens daar op een of andere manier buiten of boven zou staan, is de gevaarlijkste en schadelijkste illusie die onze prefrontale cortex ons ooit heeft voorgespiegeld (en de rechtstreekse oorzaak van het ecologische drama waar we recht op afstevenen, want waar zijn wij anders mee bezig dan groei om de groei?).

Marigold Tarot – Four of Wands


Al het bovenstaande wil niet zeggen dat ik onderschat wat de dood in ons persoonlijk leven met ons doet. We zijn sociale, voelende wezens, we zien elkaar graag en hebben nood aan verbondenheid.

Als iemand sterft, missen we zijn aanwezigheid, haar stem, de knuffel, de grapjes, de ruzies zelfs, het gevoel dat we hadden met hem of haar in de buurt. Daar valt niets tegenin te brengen. En dat gemis kan heel diep gaan. Dat mag, dat is zelfs mooi. Want vaak groeien we ook, precies als we zo diep durven voelen. Pijn legt onze diepste, kwetsbaarste stukjes bloot, voor onszelf en voor de buitenwereld. Als iemand die we graag zien sterft, sterft een stukje van ons mee.
Maar in beide gevallen komt er precies daardoor ook ruimte voor iets anders om geboren te worden.

Marigold Tarot – I The Magician


Dus ja, geef mij dan de Magiër maar, de sjamaan met een ster in de ene hand en een granaatappel in de andere, verbonden met alles wat groeit en sterft in de kosmos, alles één grote belofte van leven en verval, van duisternis en licht. Want wat zijn de zaden van een dode vrucht anders dan kleine sterrenstelsels, klaar om geboren te worden in de donkere grond van een nieuw universum?

De dood wint altijd. Gelukkig maar. Zo hoort het ook. Net als het leven.



Noot over de afbeeldingen:

Ik ben al ruim twintig jaar bezig met de tarot. De laatste paar maanden verdiep ik me in de Marigold Tarot. Veel mensen schrikken er intuïtief van terug. Ze vinden de tekeningen luguber, vooral omwille van het consistent gebruik van beenderen in plaats van herkenbare figuren. Maar beenderen, leerde ik, zijn gewoon een diepere laag van het lichaam dan huid. Ze hebben niets met de dood te maken, wel alles met de kern, de onderliggende kracht, de structuren die ons dragen. De combinatie met de sterrenhemel, de botanische rijkdom en een aantal goed gekozen symbolen, maken deze kaarten van het beste en het sterkste waar ik al mee gewerkt heb. Wie oude clichés opzij durft zetten en open staat voor de zeer zintuiglijke manier waarop ze werken, wordt beloond met boodschappen van een grote subtiliteit en een diepe zachtheid. Laat dit een uitnodiging zijn, van dezelfde omvang als de sterrenhemel.

Te vroeg is juist op tijd

(c) Inaya photography


De lente is te vroeg dit jaar. Véél te vroeg. Na een zompige winter die eigenlijk nooit meer werd dan een koude herfst waarin het nauwelijks vroor en waarin vocht en somberheid de boventoon voerden, stond de eerste lentbloeier in onze tuin midden februari al, een volle maand te vroeg dus, in volle bloesem.

Ik wilde er niet van genieten. Terug in je knop, jij, dacht ik. Jij hoort hier nog niet te zijn. De periode van eind januari tot midden maart is gewoonlijk mijn moeilijkste van het jaar: geen reserves meer, nog niet veel licht, niets wat groeit of bloeit. Ik heb het in die weken doorgaans een stuk moeilijker dan in het diepste duister van de midwinterdagen. Die bloesems, hoe graag ik ze doorgaans ook zie komen, voelden als een soort aanfluiting van het natuurlijke ritme. Om over mijn diepe bezorgdheid rond klimaatverandering maar te zwijgen.

Maar wat gebeurt, laat zich niet tegenhouden. De lente kwakkelt, met nu en dan een nijdige vorstprik, maar de bloesems houden vol. De treurwilg bot nu ook uit. De dagen naderen de lente-equinox, er is intussen véél meer licht. En ik merk dat ik een punt bereik waarop ik denk: misschien mag ik er gewoon van genieten.

(c) Inaya photogrpahy


Want herfstig en nat en veel te kort of niet, maar deze winter heeft er bij mij wel ingehakt. Een heleboel factoren op een rijtje (geen enkele ernstig of problematisch, gelukkig) zorgden ervoor dat ik ongeveer de hele maand januari ziek was en een energiepeil had dat behoorlijk naar het nulpunt neigde.

De lente, te vroeg als ze was, bracht een keerpunt. Net op tijd, geloof ik. Voor mij toch.

De cycli in de natuur beïnvloeden ons ingrijpend. Het is soms moeilijk te voelen in onze gebetonneerde wereld, maar onze voelsprieten ervoor zijn niet dood. We moeten ze alleen even afstoffen. En deze lente leert mij dat sommige dingen vroeger komen dan je verwachtte. Dat ze meer plaats mogen innemen, op een zachte manier, dan je gepland had. Dat je daarvan mag genieten. En dat dat goed is.

(c) Inaya photography

ZAAILING #77 – De plaatsen waar we blijven

(c) Jurgen Walschot
Klik op het beeld voor een grotere versie (en de Engelse tekst)


We kennen ze wel, de verhalen
van troost, van licht in tunnels en gezang
van gevleugelden. Maar verhalen zijn lucht,
ze waaien weg met de wind en wie
achterblijft, staat met lege handen.

Laat de woorden maar gaan. Want
het zijn de plaatsen waar we blijven
omdat elk blad aan de bomen
er onze naam kent. Het zijn de plekken
waar we wortelen, diep in de bodem
die ons toebehoort, en waar de dingen
doorgaan, loom en vanzelf, vertrouwd
als een kat opgekruld op een schoot.

Verbondenheid is een levend landschap,
waar stamstroom en schaduw op elk uur
van de dag de grens hertekenen
tussen wat geweten is, gekoesterd
en vanuit een ooghoek nog gezien.





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

Het (zwaar onderschatte) belang van het verhaal

In het begin was het Woord.
Zo begint een heel bekend verhaal dat de wereld veroverd en veranderd heeft.

Je hoeft geen andere regel in de Bijbel te lezen. Als je deze onderschrijft, is je lot bezegeld.
We geloven maar wat graag dat het woord ons helpt om de wereld te begrijpen. Dat het woord ook nog eens van God kwam, is een handige bevestiging van onze eigen overtuiging, een vrijgeleide om in die trant verder te denken. Het raamwerk ligt vast.

Red Star Line (c) Inaya photography


Maar in het begin was er helemaal geen woord. Er waren zintuiglijke ervaringen, emotionele inzichten, diepe fysieke verbondenheid. Er was de dierlijke natuur (mensen zijn dieren, zij het met een bijzonder ontwikkeld hersengestel, zo eenvoudig is het) en de enorme symbiotische rijkdom die leven in een organische wereld met zich meebrengt.
Het moment dat de mens begon te denken, in abstracte termen, in taal, in woorden en ideeën, en vooral het moment dat hij die klankenbrij belangrijker begon te vinden dan zijn dialoog met de levende wereld die hem omringde, is het moment waarop we het contact verloren. Niet alleen met wie we echt waren maar ook met het grotere geheel waarvan we deel uitmaakten. We koppelden onszelf los. We geloofden liever onze eigen gedachten dan de woordeloze verbondenheid met het ecosysteem dat ons droeg, voedde, vormde.

Misschien klinkt het nu alsof ik elke vorm van mystiek of spiritualiteit afwijs. Dat is niet zo. Integendeel zelfs. Maar ik ben wel genadeloos kritisch geworden voor de filter die zich geïnstalleerd heeft tussen ons helder weten en ons ervaren van de werkelijkheid: onze ratio, onze verbale, analytische, categoriserende geest.

Want het zit zo: we vertellen onszelf verhalen. Heel de dag door, in elke situatie. Wie we kruisen op straat, wat we doen op ons werk, hoe onze samenleving in elkaar zit, wat goed is dan wel slecht, wat het waard is om voor te vechten en wat niet, het zijn allemaal mentale constructen die iets weg hebben van een toneel, verhalen die we gehoord hebben van iemand anders en vervolgens onderschreven hebben, waarin we ons soms gevangen voelen ook, misschien tegen onze zin. Maar we geloven ze wel.

Het zijn gedachten, verhalen die we voor waar aannemen. We verwarren de bühne met de werkelijkheid.

Red Star Line (c) Inaya photography


Rijd door Vlaanderen en je ziet in elk dorp, in elke woonwijk, het verhaal dat de Vlaming onderschrijft over wat ‘netjes en mooi’ is: gazons als biljartbanen, tegels, klinkers, buxushaagjes. Wie dat verhaal niet onderschrijft en zijn tuin laat verwilderen, is ‘slordig’. Nochtans vertellen wetenschappers ons dat verwilderde tuinen broodnodig zijn om een tegengewicht te bieden voor klimaatverandering en uitsterven van biodiversiteit, alleen: hun verhaal wordt zo goed als niet gehoord, laat staan graag onderschreven.

Het maakt niet eens uit wie hier ‘gelijk’ heeft.
Wat werkelijk interessant is, is dat een verhaal in staat is een mens, een gemeenschap, een hele cultuur, tot een bepaalde richting van handelen te drijven.

Red Star Line (c) Inaya photography


Kort door de bocht: alles wat we afgesproken hebben om waardevol te vinden, elke morele code, iedere maatschappelijke afspraak of wet: het is een verhaal waar genoeg mensen het over eens zijn. Met de werkelijke orde der dingen heeft het hoegenaamd niets te maken. Als de zon over een aantal miljarden jaren een supernova wordt en de aarde verslindt, zal het het universum worst wezen hoe jouw voortuin erbij ligt. Dat wij dat nu belangrijk vinden, is alleen een illustratie van welk verhaal wij op dit moment voor onszelf genoeg belang toedichten.

Er zijn talloze verhalen in omloop in de hoofden van mensen op deze planeet. Verhalen over goden die straffen en belonen. Verhalen over goed en kwaad, juist of fout. Verhalen over waarom wij gelijk hebben en zij niet. Verhalen over technologie als redding, het menselijk vernuft als toppunt van de schepping.

Hoe dieper ik duik in dialoog met de wereld, hoe zieliger ik al die verhalen vind. Straf, hé, voor een schrijver? Zou ik niet bij uitstek degene moeten zijn die uitblinkt in verhalen vertellen?

Precies omdat dat mijn vak is, weet ik dat je een verhaal nooit mag verwarren met de waarheid.

Hedendaags of historisch? Vluchteling of reiziger? Bezoeker of passant? Echt of niet? Vraag het maar aan het verhaal in je hoofd. (c) Inaya photography


Een van de dingen die ik mijn leerlingen in de schrijfklas van de academie probeer duidelijk te maken, is dat een verhaal geschreven wordt voor een lezer. Hoe creëer je verbondenheid met een lezer, hoe maak je dat je verhaal diep resoneert bij iemand anders?
Daar komt techniek bij kijken. Techniek is vaardigheid die een effect beoogt. Het is nooit de waarheid. We zetten sommige details dikker aan, andere laten we weg, we wringen en vervormen een klein beetje zodat het gevoel (waar het ons in de eerste plaats om te doen is) tot bij de lezer geraakt. De feiten die we in het verhaal opdissen, zijn niet meer dan een middel om tot die vorm van verbondenheid te komen.

Hoe naïef is de lezer die denkt dat hij een verhaal woord voor woord mag geloven, als was het de handleiding voor het leven zelf? Dat is zoiets als de wegenkaart verwarren met het fysieke landschap.
Ons hoofd speelt spelletjes met ons. En we hebben het niet door.

Red Star Line (c) Inaya photography


Het boeddhisme predikt al eeuwen om afstand te nemen van gedachten en gevoelens. Ze hebben gelijk. Het zijn stofwolken in ons hoofd, die ons een verhaal voorhouden. Vandaag dit verhaal, morgen een ander. Met de diepere werkelijkheid hebben al die stofwolken niets te maken.

Ocharme de mens, die zijn verhalen in steen beitelt, er gebedshuizen voor opricht en oprecht gelooft dat hij de ultieme waarheid gevonden heeft.

Mocht het zo triest niet zijn, ik zou uitkijken naar het moment dat we de supernova proberen te bedwingen met een heggenschaar, een portie oprechte verontwaardiging en een gemillimitreerd gazon.

Eens zien wie er dan het laatste woord heeft.


Red Star Line (c) Inaya photography

Naar de wortel graven

(c) Inaya photography


Soms moeten we graven naar de wortel
van onszelf: wonden blootleggen, lagen
doorkruisen, almaar dieper boren tot de kern.

Soms moeten we de storm vertrouwen
ons te kraken, los te rukken wat eens
veilig vast verankerd lag in gevangenschap.

Soms mogen we vallen, want wat bloot
komt te liggen aan de wind laat ruimte
voor het ongeziene om te groeien naar het licht.

(c) Inaya photography

Winterslaap

(c) Inaya photography


Daar lijkt het wel op, nietwaar?
Het is al een hele tijd geleden dat ik nog zó weinig schreef. Of toch op deze blog. Maar dat is gewoon hoe de dingen zijn. De oogst het ene jaar is ook de andere niet.

Deze winter trek ik mij bewust terug in mijn hol. Ik krul me op, houd winterslaap. Het is een compensatie voor al wat voorafging. Ik laat me drijven op een stroom die beter dan ik zelf weet waar ik heen moet.

Er zijn weinig woorden op dit moment, en weinig redenen om naar buiten te komen. En dat is prima.

Maar net als in elke andere slaap ben ik niet passief. Ik verwerk dingen van het afgelopen jaar. Ik heb dromen – fijne en andere, die zelfs veel weg hebben van nachtmerries. Ik aanvaard dat er in deze donkere, trage dagen gewoon minder gebeurt, dat ik minder zin heb in actie en dat ik dat ritme ook niet wil bestrijden, eerder bestendigen.

Ik volg de vogels in volle vlucht en ik droom van een luchtruim zonder einde, een plek van oneindige mogelijkheden. Wie weet wat voor blad er binnen een paar maanden uit de botten barst?

Er zijn momenten dat ik me nog eens wil omdraaien in bed en doen alsof de wereld me niet roept. Soms lukt dat, soms wat minder. Als de muizen de waterleiding van de vaatwasser doorknagen en de keuken herscheppen tot een zwembad, bijvoorbeeld.

Maar muizen kun je levend vangen en vervolgens uitzetten in het veld. En de rust keert terug.

Wie weet houd ik dat nog een tijdje vol.

(c) Inaya photography

ZAAILING #74 – Waar rook is


Ongedierte rook je uit, desnoods met harde middelen.

Je glimlacht om de roekeloosheid van de raaf, de koele berekening waarmee hij zijn vleugels spreidt boven de dampen van schoorstenen, de smeulende resten van sigaretten. Handig, zo’n bondgenoot, zeg je mij, om je te bevrijden van gewriemel tussen je veren dat daar niet thuishoort, van venijn dat bijt en steekt, parasieten die veel meer plaats innemen dan ze zouden mogen. Raven zijn slim. Ze gebruiken wat voorhanden is. En wij geven ze volop munitie.

Is er iets wat nu toekijkt van op grote hoogte, naar die elegante blauwe bol in het onmetelijke luchtruim, en glimlacht? Is er iets wat de koele berekening kan appreciëren van de planeet om haar vleugels te spreiden boven de gloeiende aarde, de hete winden, de verdroogde grond? Eén vonk is genoeg.
Handig, zo’n bondgenoot, om zich te bevrijden van het gewriemel op haar huid dat daar niet thuishoort, van venijn dat kapt en graaft, van parasieten die veel meer verwoesten dan ze zouden mogen.
De planeet is slim. Ze gebruikt wat voorhanden is. En wij hebben haar volop munitie gegeven.

Ongedierte rook je uit, desnoods met harde middelen.



Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is waar-rook-is-klein.jpg
(c) Jurgen Walschot




ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

Het so(m)bere seizoen

(c) Inaya photography


Dit is een seizoen van soberheid. De bomen zijn uitgekleed, de dagen zijn spaarzaam met hun licht. Alleen de belangrijke dingen spreken nog, omdat alleen het belangrijke zich nog toont.

(c) Inaya photography


Dit is ook wel een seizoen van somberheid.
Kerst in Fauch, noem ik de reeks foto’s die ik deze week op Instagram en Facebook zet, omdat we de eerste week van het winterverlof bij mijn ouders doorbrengen. Maar dit jaar zal ik geen kerst vieren. Niet omdat we niet met familie aan tafel zitten, niet omdat we de feestdagen overslaan, maar omdat het niet genoeg wintert om het gevoel op te roepen dat voor mij bij Kerstmis hoort.
Twintig jaar geleden lag de sneeuw natuurlijk ook al niet elke winter metersdik, maar ten laatste midden november waren de bomen bladvrij en het was een lange, koude, kale maand in aanloop naar de feestdagen. Midwinter voelde als – effectief – het midden van de winter. Nu is de herfst pas goed voorbij. Het mag dan wel donker zijn, daar hoort wat mij betreft nog niet al te veel glühwein bij.

(c) Inaya photography

De winkelcentra staan vol nepkerstbomen en overal klinkt belletjesmuziek, maar dat is geen troost. Ik betreur het gebrek aan diepe wintersfeer, zoals ik veel betreur aan de manier waarop de zaken zich de laatste jaren steeds duidelijker aan het ontwikkelen zijn. Alleen de commercie en de stemmingmakerij draaien op volle toeren. We leven in tijden waarin licht en donker nog nooit zo sterk gepolariseerd waren, aan welke kant van het kleurenspectrum je je ook bevindt.

Ook in onze families houden we het, alsof het zo afgesproken is, dit jaar erg sober. Geen uitpuilende stapels cadeautjes onder enorme kerstbomen. Een paar kaarsen en een helpende hand bij het eten zullen ruimschoots volstaan.

(c) Inaya photography


Ik keer mij naar de natuur en laat alles los wat mij niet meer dient. Oude ideeën rijp om te vergaan, hardnekkig krappe patronen die langzaam barsten als bolsters om af te werpen. Kerstmis zelf ook, desnoods, of toch zoals ik daar warme herinneringen aan koester uit mijn kindertijd.

Ik graaf me in tussen het mos en de zwammen, ik word stil als de lucht tussen het web van wachtende takken.
De dagen zijn, hoe onmerkbaar ook, alweer aan het lengen.

(c) Inaya photography

Terugtrekken?

(c) Inaya photography


Er is een opmerkelijke evolutie aan de gang, diep in mij.

Zoveel in mijn leven heeft de laatste jaren in het teken gestaan van naar buiten treden. Mijn kin een beetje hoger heffen en durven zeggen: dit is wat ik doe en dit is waar ik voor sta en hier word ik gelukkig van. En daarmee gezien worden. Daar appreciatie voor krijgen, ook (soms).
Maar vooral: voelen wat en wie ik ben, en wat mijn plek in de wereld is. Eindelijk.

Een van mijn favoriete motieven is: alles is een ademhaling, een onbewust maar krachtig ritme van expansie en contractie. De natuur met haar seizoenen, ons uitdijend universum, de manier waarop wij – individuen, groepen, culturen, continenten, planeten – leren en groeien en vervolgens uiteenvallen en sterven: sommige patronen gaan op voor elk aspect van dit universum. En dat is prachtig.

(c) Inaya photography


Het verbaast mij dus niet dat ik nu, na een aantal jaren van sterke expansie, de drang voel om mij terug te trekken. Niet per se uit de publieke sfeer, niet uit schrijven of blogs publiceren of werken of mijn gezin of wat dan ook. Dit is een psychologisch proces, een ondergrondse stroming. Misschien word ik de komende jaren juist nog zichtbaarder en trek ik verder de wereld in. Maar binnen in mij is de richting onmiskenbaar de omgekeerde.

Die roep tot terugtrekken heeft gedeeltelijk te maken met het feit dat onze mondiale cultuur op zoveel vlakken de grenzen van haar draagkracht aan het overschrijden is.
De planeet en de natuur, waar wij allen deel van uitmaken, is waar mijn loyaliteit ligt. In vergelijking daarmee zijn de besognes van individuele mensen zo onbeduidend als die van mieren in een mierenhoop ergens in een groot regenwoud op een nog veel groter continent. We wanen ons de meesters van de schepping, dat wel. En we jagen de illusie van almachtigheid na, net als Icarus die dacht dat hij kon vliegen. Maar hoeveel technologie we er ook tegenaan gooien, we zullen neerstorten. En de val zal zeer pijnlijk zijn.

(c) Inaya photography


Ik voel de trekkracht van iets dieps, iets fundamenteels, dat als een soort sourdine bromt en ruist onder onze voeten, de stem van de aarde zelf. We hoeven de sterren niet te koloniseren om te begrijpen hoe het leven in dit universum in elkaar zit. We zouden gewoon beter een paar uur onder een boom gaan zitten en alles wat er om ons heen gebeurt op ons laten inwerken.

De grondstoffen die we opsouperen om die Icarusvleugels te maken, doden al het leven om ons heen. En onze droom om aan ‘de natuur’ te ontsnappen, zoals zovelen in dit digitale tijdperk maar al te graag geloven – maar eigenlijk is die droom veel ouder – is ronduit een waanbeeld. We kunnen niet aan de natuur ontsnappen, we zijn de natuur. We zijn gekoloniseerd door bacteriën, we staan in intieme verbinding met elk levend organisme om ons heen. Als we in het leven landschap om ons heen snijden, hakken we in onszelf.

We zijn ons daarvan misschien nauwelijks nog bewust, omdat ons hoofd vol zit met abstracte ideeën, religieuze of zogenaamd ‘rationele’ theorieën over hoe uitzonderlijk de mens wel niet is en ander fraais, maar er hoeft maar een vloedgolf, een aardbeving of een ander natuurfenomeen ons leven door elkaar te gooien, en we weten tot in onze kern weer heel goed wat we zijn: mensdieren die klauwen om te overleven. Probeer het eens zonder huis, zonder verwarming, zonder veiligheid. Er blijft niet veel meer over, en bedrading alleen zal ons niet helpen.

(c) Inaya photography

Oké, misschien is dit allemaal onkarakteristiek scherp van mij. Een beetje te veel Paul Kingsnorth gelezen, de laatste tijd. Zelden een boek gehad dat zo glashelder en pijnlijk de vinger legde op al mijn persoonlijke wonden als Bekentenissen van een afvallig milieuactivist.

In The Lord of the Rings noemen de elfen hun trage maar onontkoombare evacuatie uit uit Middle Earth the slow defeat. En dat is het precies: de trage, tragische nederlaag van wie deze levende planeet in ere wil houden. De overmacht voelt bij momenten gigantisch, en hoop is een luxe die steeds schaarser wordt.

Ben ik één haar beter dan degenen op wie ik mij soms machteloos woedend maak? Ik ben een kind van mijn tijd, opgevoed in een cultuur die mij gekneed heeft tot een door en door energie-afhankelijk wezen. Ik zou geen drie weken overleven in de wilde natuur, op mezelf aangewezen. Met mijn fragiele gezondheid zou ik honderd jaar terug waarschijnlijk niet eens de twintig gehaald hebben. Het is een ontnuchterende gedachte. Maar het is geen excuus om door te gaan zoals we bezig zijn.

(c) Inaya photography


Dus luister ik naar die diepe roep in mij. Ze heeft iets van de klank van wortels, van het wijd vertakte mycelium dat oerbossen met elkaar verbindt tot één groot, levend organisme. Ze fluistert over gesteentelagen, geologische tijd, stof van sterren en de (on)eindigheid. Ze is alle behalve het kleine menselijke verhaal van jezelf vleugels aanmeten en denken dat je de zwaartekracht kunt uitlachen.

Diep en oprecht luisteren naar dit soort stem vraagt een vorm van stilte. Terugtrekking, dus.

Dat ga ik doen. Dat ben ik al aan het doen. Je ziet het misschien niet aan mij, je hoort het niet in de toon van mijn stem. Maar het is een levend en actief proces, het ontplooit zich stilzwijgend onder alles wat mijn dagelijks leven van mij vraagt. Ik eindig in de praktijk misschien niet als een kluizenaar op een bergtop, maar in gedachten en symbolisch ben ik dat al lang, en dat gevoel wordt alleen maar sterker.

En wat zou ik dan nog willen doen, vraag je je misschien af (en ik mezelf soms ook), vanop die bergtop, tussen de smeltende gletsjers, met het geraas van kettingzagen op de achtergrond, die de laatste moederbomen van het oerbos vellen?

Schoonheid zaaien. Betoverend en fragiel als zeepbellen. Verbondenheid een stem geven. Want wat ons bijeen houdt, is sterker dan verhaal, of verval.

De ademhaling gaat door.

(c) Inaya photography