Verdrinken in rood

Herfst_077 ed cut klein
(c) KV

 

bloedrood
klaproosrood
bisschopsrood
wijnrood
herfstrood

verdrinken in het seizoen
uiteenvallen
om zo herboren te worden

 

Herfst_107 ed klein
(c) KV
Advertenties

Het keren van de getijden

Zweden_757 ed klein
(c) KV

De herfst slaagt er altijd in mij uit mijn evenwicht te brengen.

Het ene jaar geniet ik intens van zijn adembenemende schoonheid, het volgende heb ik gevoel getuige te zijn van een langzame, pijnlijke aftakeling. En onvermijdelijk zie ik op tegen wat er volgt: de winter is mijn minst favoriete seizoen, en duurt altijd langer dan mij lief is.

Mijn lente, zomer en nazomer waren gevuld met een enorme dynamiek en positieve energie. In mijn gezin loopt alles mooi naar wens en zonder complicaties. Er zijn veel kleine en grote geluksmomenten. Creatief en professioneel heb ik het beste jaar van mijn leven achter de rug.

Vorig jaar schreef ik iets gelijkaardigs, en toen zag ik er behoorlijk tegenop om de herfst te zien arriveren. Ik wilde dat de zomer nog wat langer duurde, het was zo’n goeie geweest.
Dit keer, na een jaar dat het vorige op elk vlak overklast, ben ik niet bang om de bladeren te zien vallen. Ik ben tot de rand gevuld met zonlicht en yang-kracht. En ik ben moe, zoals een fruitboom waarvan de takken tot op de grond hangen onder het gewicht van oogstrijp fruit.
Ik ben méér dan klaar om los te laten.

Zweden_712 ed cut klein
(c) KV

Sinds ik ‘het plateau’ verliet en voelde hoe datgene wat ik de Ziel noem mij naar zich toe trok, voelt mijn leven nogal als een boottocht. De stroming is niet te ontkennen en niet te weerstaan.

Dit jaar heb ik wel stevig geroeid. Niet omdat er sprake was van stroomopwaarts varen of van onverwachte tegenvallers, maar eerder omdat positieve energie meer energie genereert, omdat investeren in de stroom meer stroom voortbrengt, en omdat werk steken in de Ziel spontaan meer, en beter, resultaat oplevert. Het is nogal een trip geweest.

Maar nu zijn mijn armen moe. In plaats van door te roeien wil ik graag opnieuw op de stroming vertrouwen en mijn bootje mee laten nemen. Het heeft niet meer die constante, gefocuste investering nodig – voor een tijdje, tenminste. Het afgelopen jaar heeft de rivier die ik bevaar ook alleen maar aan kracht gewonnen. Ik heb hem leren kennen op alle mogelijke manieren en momenten, ik ben hem gaan vertrouwen en liefhebben.

Nu zou ik graag het donker in dobberen met een lamp vóór op mijn boeg. Ik wil me ontspannen uitstrekken en, ingeduffeld onder een warm deken, naar de sterren kijken en me verbinden met de mij verwante zielen, dichtbij en veraf.
We maken allemaal, meer dan ooit, deel uit van dezelfde stroom.

Zweden_706 ed klein
(c) KV

Thuis is waar je je veilig voelt, toch?*

*maar Kopenhagen vond ik best oké

Als HSP door de wereld navigeren

Zweden_880 klein
Nyhavn, 17e-eeuwse wijk in Kopenhagen (c) KV

Ik heb al eerder geschreven over hoogsensitief zijn (meer bepaald hier). Ik hoorde een paar jaar geleden pas voor het eerst over dit type mensen, en het duurde even voor ik begreep dat dit ook op mij sloeg. Ik ben mezelf sindsdien op allerlei vlakken een heel stuk beter gaan begrijpen.

En toch zijn er nog momenten waarop het besef mij overvalt, als een waarheid die ik helemaal opnieuw ontdek: ik ben echt hoogsensitief.
Ik zou het intussen toch wel moeten weten, nietwaar? Maar die dunne wandjes van mij blijven heel glibberig en moeilijk te vatten. Ik kan een overdosis prikkels binnen hebben voor ik het zelf door heb. Dat komt omdat het proces vaak nogal ongrijpbaar is. Het zijn niet zozeer geuren of geluiden of andere zintuiglijke ervaringen die al te hard binnen komen, het is iets anders. Drukte. Het humeur of de uitstraling van mensen. De sfeer van een plek. Vage, onvatbare dingen die niettemin een grote impact op mij hebben.

Heel lang had ik geen woorden om dit gevoel in te vatten, en ook geen werkelijk inzicht in wat er gebeurde. En ik was het zo gewend om ‘anders’ te zijn (waarmee gewoonlijk ook ‘lastig’, ‘zwak’ of ‘vreemd’ werd bedoeld) dat ik mezelf tot op vandaag betrap op de neiging om mijn gedrag of mijn voorkeuren te bekijken door een lens die lichtjes (ver)oordeelt, waardoor ik mezelf in feite subtiel ondermijn.

Ik heb een zeer actief hoofd, en daarin zetelt een zeer actieve Rechter voor het leven. Alles wat op mij afkomt, elke fysieke, emotionele of psychologische prikkel, houdt hij tegen het licht om uit te maken of die goedaardig is, dan wel een bedreiging, of misschien gewoon hinderlijk. Gezien mijn membranen en grenzen voor prikkels zo dun zijn, betekent dit dat ik niet alleen onophoudelijk belaagd word door de wereld om mij heen, maar ook nog eens non-stop in gesprek ben met de stem in mijn hoofd die op alles commentaar heeft, in een poging te bepalen of het wel ‘veilig’ is.

Dat is behoorlijk uitputtend.

Zweden_868 klein
Fontein in Kopenhagen (c) KV

Dat is ook waarom – begin ik nu eindelijk te begrijpen – bepaalde situaties waarin ik te maken krijg met veel nieuwe, onvoorspelbare factoren, zoals ergens naartoe gaan waar ik nog nooit eerder geweest ben, zo taxerend voor mij kunnen zijn. Ik heb geen pleinvrees of zo, zo erg is het echt niet. Maar ik ben nooit op mijn gemak. Zal ik de weg wel vinden? Zal ik op tijd zijn? Zal ik de ingang/uitgang/juiste metrolijn/straat/conferentiezaal… wel vinden? Wat als ik de weg kwijtraak? Wat als er iets anders fout loopt?
Dit zijn allemaal praktische onnozelheden (en dat probeert mijn verstand mij ook echt wel duidelijk te maken), en ze zijn onschuldig en ongevaarlijk. Maar ze betekenen ook een bombardement aan onvoorspelbare prikkels – en daarom dus evenzoveel onzekerheden – waarmee ik op een of andere manier moet omgaan als ik me begeef op onbekend terrein.

Op zulke momenten is elk nieuw element een subtiele bedreiging, en ik functioneer in een continue vecht-of-vluchtmodus. Ik ben constant angstig. Niet zó bang dat ik niet meer functioneer, ik kan door die angst heen gaan, en dat doe ik ook voortdurend. Ik ben alleen juist angstig genoeg om me constant ongemakkelijk te voelen.

Zeker, het zou makkelijker zijn als ik me kon ontspannen en mee surfte op het idee dat het onbekende een avontuur is dat je aanpakt als een vorm van improvisatie. En misschien is het ook wel een beetje een mindset – zoals mij bij gelegenheid al gesuggereerd werd. Maar ik weet niet of het echt wel een keuze is, een knop die je kunt omdraaien gewoon door het te willen.
Wat ik wel weet, is dat het iets is wat heel diep gaat.

‘Ik zag dat je veel minder in je element was toen we aankwamen in Kopenhagen’, zei Jurgen. We hadden besloten om na onze residentie in Zweden nog 36 uur in de hoofdstad van Denemarken door te brengen voor we naar huis zouden vliegen. ‘Steden zijn echt niet jouw natuurlijk habitat, niet?’

Steden zijn een fantastisch voorbeeld van alles wat mij droef en bang maakt. Te veel geluid, te veel verkeer, te veel mensen (en alles wat ze uitstralen, van euforie tot duistere wanhoop, door elkaar), belabberde lucht (als astmalijder ondervind ik altijd meteen een effect van verminderde luchtkwaliteit). Ik doe oprecht mijn best om steden te appreciëren als ik daar rondloop, maar ik kan er doorgaans pas echt van genieten als ik er de weg een beetje ken, of als ik me comfortabel genoeg voel om me te ontspannen.

Zweden_877 ed klein
Haven van Kopenhagen (c) KV

Ik ben geboren in november. Zelfs als zuigeling had ik moeite om binnen te slapen. Mijn mama zette de kinderwagen in de tuin, onder onze populieren, met mij erin, ingeduffeld onder een driedubbele laag dekens, als het nodig was zelfs met een warmwaterkruik erbij. In het midden van de winter, drie maanden oud, lag ik buiten onder die bomen te slapen als een roos.

Ik heb intussen begrepen dat mijn verbondenheid met de natuur – waar ik nu op een veel bewustere manier contact mee maak, zowel fysiek als spiritueel – een van mijn belangrijkste voedingsbronnen is. In wat voor omgeving dan ook, stedelijk of landelijk, zal ik zoeken naar iets van groen, soms zoals een drenkeling klauwt naar een boei of een reddingsvest. Als ik me kan verbinden met iets levends, iets groens en gewortelds, dan heb ik het gevoel dat alles wel in orde komt. Bomen, struiken en mossen zijn mijn levenslijn naar die laag van de planeet die aanvoelt als mijn natuurlijke habitat. Het is de sjamaan in mij die thuiskomt, vermoed ik. Of het dier in mij.

Maar als er niets organisch in de nabije omgeving te bespeuren is, of het beetje groen dat er staat wordt gewurgd, gekortwiekt of in veel te beperkte hoekjes gedwongen, dan voel ik mijn luchtkraan dichtgedraaid worden.

Onnodig om uit te leggen waarom zoveel steden zo’n uitdaging vormen.
Of waarom de vernietiging van ons ecosysteem een constante aanval op mijn zenuwstelsel is.

Zweden_932 ed klein
Meta-sequoia, botanisch tuin, Kopenhagen (c) KV

Maar Kopenhagen vond ik best oké. Echt waar.

Het is een aangename stad, met veel groen en water, en ruime voetgangerszones. Er zijn overal fietsen, en niet té veel verkeer. De luchtkwaliteit valt mee. Er zijn prachtige parken en een sublieme botanische tuin. Er is mooie kunst, en lekker eten. Het lijkt me er fijn leven voor de mensen daar. Ik vond het zelfs leuk om de stad te bezoeken, en ik ben blij dat ik er geweest ben.

Maar mijn thuis, en mijn roeping, is de natuur. Zo diep en wild als ze maar kan komen. Zelfs als ik er niet voor gemaakt ben om op een of andere eenzame bergtop te gaan wonen – en tot die conclusie kwam ik deze zomer na mijn bezoek aan Gavarnie – ik heb er wel een vorm van verbinding mee nodig, op een permanente basis. Het ecosysteem is het enige niveau in dit veelgelaagde universum dat zuiver en authentiek genoeg is om mij werkelijk te voeden. Zonder dat contact kwijn ik langzaam weg. De menselijke samenleving komt voor mij in de verste verte niet in de buurt.

Het werk van David Abram leerde me dat een sjamaan niet in het dorp woont, want zijn loyauteit ligt niet bij de mensheid, of bij een volk, maar bij het grotere geheel, het evenwicht tussen alles van menselijke, dierlijke, natuurlijke en spirituele aard.
Zo werkt het ook voor mij, geloof ik. Ik zal er altijd van genieten om bij mensen te zijn, maar ik ga dood als ik verplicht word daar permanent te blijven.

Letterlijk of figuurlijk zal ik altijd de paden tussen de werelden bewandelen, en mijn loyauteit ligt bij iets onnoemelijk veel groters en levenders.

Thuis is waar je je veilig voelt, toch?
Al mijn hooggevoelige tentakeltjes ontspannen zich wanneer ik verbinding kan maken met die diepe bodem die tegelijk onze moeder is, onze levensbron en de kern van ons bestaan.

Voor mij is er geen andere plek die ik thuis kan noemen.

Zweden_936 ed klein
Meta-sequoia, botanische tuin, Kopenhagen (c) KV

En nu?

Zweden_470 klein
Het meer (c) KV

‘Hoe was het in Zweden?’
De vraag is mij al meer dan eens gesteld sinds ik terug ben van de auteursresidentie in Björköby.

Behalve het feit dat je daar niet op kunt antwoorden zonder ofwel 1) in clichés te vervallen, dan wel 2) de sprookjeszeepbel te doorprikken – en geen van beide is wat je wil – is de vraag die mij zelf harder bezig houdt: en nu?

Kom je veranderd terug van twee weken verblijf in het buitenland?

In het dagelijks leven draait een mens zijn hand niet om voor twee weken. Want hoe lang duurt dat nu eigenlijk? De kleine moet naar de tandarts, er is een oudercontact, een vergadering, een boel gedoe op het werk, en goddank wordt het weekend, zodat we kunnen afspreken met vrienden of familie, een concert of een fietstocht kunnen meepikken of languit in de zetel mogen hangen nadat de boodschappen gedaan zijn. Maal twee.
Zó voorbij.

Maar het punt is: het draait er niet om hoe lang iets precies duurt. Het gaat om de intentie waarmee je vertrokken bent, de intensiteit van de ervaring ter plaatse, en de ruimte die je geeft aan alle indrukken om zich achteraf een weg te zoeken naar je binnenste. Als alchemische reacties gaan ze daar hun werk doen, en wat ze teweeg brengen, kan zo diep gaan dat het je ten gronde verandert. Hoe dan ook draag je ze voor de rest van je leven mee.

Zweden_833 klein
Het meer (c) KV

Wat ik probeer vast te houden en (op een onvermijdelijk andere manier) vorm wil geven in mijn leven hier, is de diepe rust die ik in Zweden ervaren heb. Die had natuurlijk voor een stuk te maken met het feit dat we ons even helemaal niets van het dagelijks leven hoefden aan te trekken. Koken deden Jurgen en ik allebei wel graag, en twee mini-wasjes op anderhalve week zijn geen klus. Zelfs de boodschappen werden voor ons gedaan. Als we de deur niet uit wilden, hoefde dat niet – tenzij voor een wandeling of een toertje fietsen, en ja, dat wilden we dus wel.

Die rust is diep gekropen. Als ik herlees wat ik daar geschreven heb, dan denk ik: dat is krachtige tekst. Maar nog krachtiger is mijn gevoel van de diepe vorm van Zijn, in creatie en samen-zijn, in laten stromen en leven van moment naar moment.

Zweden_823 (2) ed
De mooiste boom – uitzicht (c) KV

En voor wie alleen de taal van materiële en fysieke verschijnselen verstaat… een mooie anekdote ter illustratie.

Al jaren heb ik in vlagen last van de spieren in mijn onderrug. Een cadeautje van de bekkeninstabiliteit rond de geboorte van mijn zoon, die als ze de kans krijgt vrolijk samenwerkt met opgehoopte spanningen die zich van mijn nek en schouders een weg naar beneden werken. De laatste maanden waren niet zo eenvoudig op dat vlak. Positieve adrenaline-rush en negatieve spanningen versterkten elkaar. Ik ben vertrokken naar Zweden met een constante, zeurende pijn in mijn onderrug, en met nachten die rond vijf uur ’s morgens gegarandeerd onderbroken werden omdat me omdraaien in bed niet lukte zonder scheuten, steken en andere pijnlijke alarmsignalen. Gebrek aan doorbloeding, zei de kinesiste en manueel therapeute, die liefdevol maar grondig die pijnlijke spierknopen te lijf ging. Warm houden was de boodschap (hallo, Zweeds kersenpittenkussen!) en veel bewegen.

Op de korte toertjes in de buitenlucht na (wandelingetje naar het meer, appels plukken in de tuin, vogels spotten op een veld), zat ik in Björköby hele dagen in kleermakerszit gebogen over mijn laptop. Niet meteen de droomremedie voor rugproblemen, toch? Maar de laatste dagen in Zweden sliep ik door zonder problemen. En toen ik terugkwam, stond de kinesiste versteld van hoe soepel en ontspannen al die spieren waren die nauwelijks twee weken eerder nog opgespannen stonden als pijnlijke staalkabels.
Geest en lichaam werken samen, we zouden idioten zijn om dat te ontkennen. Dus als ik luister naar mijn lijf, dan leer ik dat op een diepe manier verbonden zijn met iets waar ik van hou, en werken aan iets op een tempo dat rekening houdt met mijn innerlijke noden en natuurlijke ritmes niets minder is dan weldadig.

Zweden_474 klein
Het meer (c) KV

Zal de samenleving zich nu opeens gaan plooien naar wat ik wil? Natuurlijk niet. Net zo min als mijn gezin stopt mijn aandacht nodig te hebben, op alle handige (en vooral onhandige) momenten, of dat er plots geen brood op de plank zou moeten komen, of geen afspraken meer zouden zijn om na te komen.
Dat trek ik me niet aan. Want wat je gevonden en herkend hebt, dat kun je meedragen. Daar kun je, beetje bij beetje, in je dagelijks leven ruimte voor maken.

Ik breng een diepe resonantie mee uit Zweden. Een broer-en-zus-gevoel met iemand met wie ik mij op een heel bijzondere manier verbonden voel. Maar ook een andere, heel eigen resonantie. Ze voelt een beetje als de deining van golven op het meer, als de wolken op de grillige wind, als de dikke lagen mos tussen de stammen van de naaldbomen in de bossen. Ze fluistert over diep wortelen, langzaam zinken en precies daardoor allerlei waardevolle dingen bovenhalen, eerst nog woordeloos misschien, maar al snel niet meer.

De wereld verandert elke keer als wij hem toestaan ons te veranderen.
Ik ben maar wat graag gewillig deeg in die grote, knedende handen.

Zweden_821 ed klein
De mooiste boom – wortels (c) KV

ZAAILING #41 – In gesprek

Zaailing uit Zweden

Geschreven en getekend op locatie, geïnspireerd door het landschap van de residentie in Björköby en het boek waar we momenteel aan werken

 

De kruinen langs de waterkant ruisen zoals ze wiegen. Met lange, lome uithalen zijn ze in gesprek met zichzelf en met elkaar. Als het bos zich iets wil herinneren, hoeft het alleen maar te wachten tot de wind van over het meer naar hem toe waait en zich mengt in het gesprek.

Zweden 1 klein
(c) Jurgen Walschot

Hier is het makkelijk om je voor te stellen dat het meer op een goede dag vanzelf uit de diepte naar boven borrelde, dat de dieren kwamen aangelopen om toe te kijken hoe het zich vulde, dat de oevers vol bomen zich erom heen schaarden om dichter in de buurt te zijn van iets wat zichzelf zo moeiteloos diep kon maken.

Wij zitten zwijgend op de oever. We raken elkaar niet aan, we zeggen niets. Maar net als de golven en de boomkruinen zijn wij in gesprek. Klanken op papier, lijnen in de lucht, betekenissen die landen tussen de mossen op de bodem en daar wortel schieten.

Want onder de oppervlakte zijn alle dingen verbonden, en elke reis houdt de belofte in van thuiskomen.

 

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Een land dat klinkt als een droom

Björköby residentie — Blog #6

 

Zweden_801 ed kleinZweden_541 klein

Zweden is een land dat klinkt als een droom.
Niet in het minst omdat het de geboortegrond is van Astrid Lindgren, maar ook omdat het de sfeer uitademt van fjorden, donkere bossen en rotsblokken van waarachter elk moment kobolden tevoorschijn kunnen komen.

Dankzij deAuteurs waren Jurgen Walschot en ik anderhalve week lang te gast in Källäng, het huis in Björköby, waar literaire duizendpoot en organisator van het SmåBUS-festival Joke Guns onze gastvrouw was.

Na het kinder- en jeugdboekenfestival kwamen we daar tot rust, en tot werken. We hebben immers een boek te maken, en niet zomaar één: een 11+ jeugdboek, mét bijzonder mooie illustraties, een boek dat buiten de lijntjes kleurt. En dat doen wij graag, buiten de lijntjes kleuren…

 

Een residentie als deze gebeurt in nauwe samenhang met de sfeer van het huis, en de omgeving. We fietsten naar het nabijgelegen meer, we struinden door de bossen. We verpoosden op steigertjes, blij met de zon, de wind en ook de storm wanneer die zich aandiende. We vergaapten ons aan de bonte kraaien, aan de rijkdom van kleuren en vormen. De natuur heeft in Zweden meer ruimte dan in ons volgebouwd Vlaanderen – dat doet deugd. De verhoudingen van mens en ecosysteem voelen er juister.

Zweden is een land met wortels, diep in de bodem. Het is ook een land met lekkere keuken, fika (het sociale tienuurtje, een aanrader om te adopteren waar je ook woont), en veel gezelligheid die te maken heeft met een van de belangrijkste grondstoffen: hout. Hele dorpen zijn er uit opgetrokken, en vermengd met de geur van kaneel en traditionele stoofpot, zoals we hem eten op onze laatste avond te gast bij het gezin van Joke en Han, is dat een gegarandeerd recept voor warmte en knusheid.

Zweden_349 klein

 

Zweden is een land dat klinkt als een droom, en een half jaar lang hebben we toegeleefd naar die droom.
Zoals elke droom verschilt de werkelijkheid enigszins van de verwachtingen, maar dat is precies zoals het hoort. De werkelijkheid is concreter, fysieker en zintuiglijker dan wat voor droom dan ook…

Eten smaakt lekkerder als je eerst samen een menu voor de komende dagen hebt samengesteld. Schrijven en tekenen worden doorleefder als je ten volle beseft dat dát is waarvoor je naar hier gekomen bent. Samenwerking en vriendschap worden voller als je twee weken lang helemaal op elkaar aangewezen bent, en merkt dat elke uitdaging je een stap dichter bij elkaar en bij diepgaand creatief partnerschap brengt.

Zweden_329 klein

 

Zweden was voor ons een zegen, en een voedingsbodem waarvan we de vruchten nog ver in de toekomst zullen plukken. Ik vermoed dat ze een beetje zullen smaken als de blonde appels uit de tuin van Källäng: zacht, romig en flexibel in gebruik, ogenschijnlijk onopvallend maar verrassend lekker, gegroeid aan een oude boom, puttend uit de kracht van een heel land en van een geschiedenis die verder terug grijpt dan we misschien beseffen. Elke hap is een geschenk.

Aan het einde van deze residentie rest ons maar één woord, uit de grond van ons hart, zowel aan Joke en haar gezin als aan deAuteurs, de organisatoren van dit verblijf.

Bedankt.
Wat jullie hebben helpen Zaaien, zal vrucht dragen.

 

ZAAILING #39 – Odin

 

2017 03 26 Raaf boom 3 klein

 

Mijn raaf die ooit hoger kon vliegen, kijkt verlangend naar de hemel waar de wolken zich opstapelen.
Odin wacht tevergeefs op nieuws.

Mijn raaf houdt de wacht.
Als ik haar roep, kijkt ze me stil aan, houdt haar kopje schuin. Ze durft niet dichterbij te komen.
Wanneer ze haar veren schikt, waait oud stof op, en het licht binnenin haar gaat iets feller stralen.
Soms lacht ze.

Wanneer ik wakker word, zie ik haar naar me zitten kijken. Zodra ik beweeg, vliegt ze op.
Ik heb haar nog nooit gezien als ze slaapt; ik kan niet in bomen klimmen.

 

2017 03 26 Raaf boom 2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

Twee keer kijken

Soms is schoonheid verblindend.
Soms niet.

 

Als we gevraagd worden naar wat we mooi vinden, dan gaan we snel voor het heftige en dramatische: de enorme waterval, de adembenemende zonsondergang, de multigefacetteerde waaier van pauwenpracht.

 

Terugreis_065 (2) klein
(c) KV

 

Soms is schoonheid zo krachtig dat ze bijna verblindend is. Maar lang niet altijd.

Ik merk dat ik vaak de zachtere nuances apprecieer, die we nogal eens schouderophalend terzijde schuiven. Hoe de smaragdgroene kraag van de vrouwtjespauw afsteekt tegen de rest van haar bescheidener verenkleed, bijvoorbeeld. Hoe subtiel ze schrijdt, hoe gereserveerd en elegant ze is.

 

Terugreis_044 ed cut klein
(c) KV

 

Soms vragen de mooiste dingen dat je twee keer kijkt, en stil wordt vanbinnen.

 

Terugreis_033 ed cut klein
(c) KV

La Falaise des Vautours

Voorspelbaar, nietwaar?

Als je mijn blog een beetje volgt, dan weet je dat ik een voorliefde heb voor gieren, vale gieren in het bijzonder. Dus toen ik ontdekte dat er in de lagere Pyreneeën een plek was die la Falaise des Vautours heet, twee uur westwaarts van Gavarnie, werd dat meteen een volgende stop op onze trip door de bergen.

Het schitterende weer van onze bergwandeling bleef niet duren – de dag van onze overweldigende ontmoeting met de Cirque de Gavarnie bleek in feite de enige zonnige. Tegen de tijd dat we de dorpjes van Aste-Béon bereikten en parkeerden aan het gierenmuseum aan de voet van de kliffen, waren de wanden maar half zichtbaar doorheen de laaghangende laag wolken. Het zorgde voor wat mooie foto’s in Japanse sfeer.

 

IMG_1559 (2) klein
(c) KV

 

In dit weer wist ik wel beter dan hoge verwachtingen te koesteren, maar toen…

 

IMG_1571 (3) klein
(c) KV

 

Daar waren ze.

 

IMG_1576 (2) kleinIMG_1612 (2) klein

 

We zagen er op een gegeven moment wel vijftien of twintig tegelijk rondcirkelen, in die typische, langzame kringen, met hun enorme vleugels (2,5 meter!) uitgestrekt, koninklijk en moeiteloos gedragen op de thermiek.

Toen het lokale milieubeschermingsprogramma in de jaren zeventig uitgerold werd, broedden er veertien koppels op de kliffen, en hun aantallen slonken zienderogen. Vandaag biedt de Falaise des Vautours een thuis aan honderd broedparen van de vale gier, en zowel de kleinere Egyptische gier als de nog grotere rode gypaète (lammergier) zijn er met vaste regelmaat te gast.

Hoeveel zegeningen kan een mens krijgen op één bergtrip, vraag ik me af.

 

IMG_1568 (2) klein
(c) KV

 


 

Voor een beter zicht op de foto’s, klik hier.

Een thuis voor de ziel #2

IMG_1428 (2) klein
(c) KV

 

“En wanneer ik die andere plek vind waarnaar ik lijk te zoeken, onbewust, onophoudelijk, dan zal ik weten dat mijn zoektocht voorbij is.
Ik zal mijn boot naar de kust sturen, aan land gaan, en nooit meer weg willen.”

 

Zo schreef ik het een jaar geleden in Een thuis voor de ziel. Nieuwe plaatsen ontdekken confronteert mij telkens weer met hoezeer de overbevolkte, drukke nevelstad die Vlaanderen steeds meer wordt, ingaat tegen wat mijn ziel verlangt en nodig heeft. Er zijn weinig dingen die mij zo gelukkig kunnen maken als het zicht op een beboste heuvel, een riviertje met rotsbedding, een glooiende horizon zonder gebouwen of andere menselijke constructies om het uitzicht te bederven. Telkens weer betrap ik mezelf op de gedachte: als ik hier maar wat meer van kon hebben in mijn dagelijks leven!

Terugkeren naar huis is daarom zelden een heuglijke gebeurtenis. Om eerlijk te zijn weet ik wel niet echt zeker of het het einde van de vakantie is dat ik betreur, of alleen de onvermijdelijke terugkeer naar Vlaanderen. En zodra ik mijn dagelijkse routine van werk, familie en vrienden weer opgenomen heb, raak ik ook weer snel gewoon aan mijn omgeving. Zo slecht is die tenslotte ook weer niet. En hoezeer ik mijn hart ook voel zwellen bij het zicht van een bergtop in de ochtendzon, ik weet wel beter dan te denken dat ik geschikt ben voor het leven in een hooggebergte. Wat zou ik daar moeten gaan doen, geiten hoeden? Kaas maken? Een B&B openen? Ik heb al een grondige hekel aan de huishoudelijke klussen in ons gezinnetje van drie! Schrijven kan ik natuurlijk overal, maar ik verdien op dit moment nog geen fractie van wat ik zou nodig hebben om er drie mensen van te onderhouden. Kortom: een mens moet verstandig zijn, nietwaar?

Op onze reis door Italië ontmoetten we vorig jaar een Belgisch koppel dat mijn tegenzin voor huishoudelijkheid niet deelt, en effectief een B&B opende in een charmant Middeleeuws dorpje. Onze gastvrouw vertelde me toen hoe ze had gehuild toen ze na haar eerste bezoek aan de plek opnieuw moest vertrekken. “Ik wilde niet weg”, zei ze. “Alles in mij wilde hier blijven. Het voelde alsof ik weggerukt werd van de plek waar ik thuishoorde, waar mijn ziel thuis was.”
Haar woorden vormden de inspiratie voor de blog van vorig jaar, want ik was best jaloers op haar. Ik was nog nooit een plek tegengekomen die me zo’n gevoel gegeven had. Ik voelde me zelfs verlorener door haar verhaal, ook thuis. Maar het maakte mij wel bewuster.

Nu heb ik, voor het eerst, een gelijkaardige ervaring gehad.

 

IMG_1394 (2) klein
(c) KV

_ _

We wilden deze zomer weer een korte trip naar de bergen maken. Van mijn Franse schoonbroer, die ons twee jaar geleden al eens meenam naar de Pyreneeën, hoorden we dat de Cirque de Gavarnie beslist een bezoek waard was.
Wij hadden er nog nooit van gehoord, maar de plek bleek Unesco Werelderfgoed te zijn, en te oordelen naar de foto’s online was het inderdaad erg mooi: een keteldal aan de voet van de eeuwig besneeuwde toppen van de Pic du Marboré en le Taillon, met een tapijt van alpenweide naan hun voeten, onophoudelijk bevloeid door watervallen van smeltsneeuw.
Omwille van haar schoonheid en faam is de Cirque een populaire bestemming, zowel voor dagjestoeristen die de wandeling van een viertal kilometer naar de bodem van het keteldal willen maken, als voor meer ervaren bergwandelaars op doorreis of die naar een van de nog hoger gelegen meren willen klimmen.

Het dorpje Gavarnie, toegangspoort tot het keteldal, ligt aan het einde van een doodlopende weg. Iedereen die er heen rijdt, moet uiteindelijk terug langs herzelfde smalle kronkelweggetje met de rotswand aan een kant en het tumultueuze bergriviertje Gave aan de andere. Het is bij momenten nogal veel verkeer voor één smal baantje. Wij kwamen aan op het einde van een regenachtige dag, en we leken de enigen die nog naar boven wilden. Een onophoudelijke stroom van auto’s, bestelwagens en bussen kwam ons tegemoet, op hun weg naar beneden. Het weer was omgeslagen, dus de massa maakte zich uit de voeten. Het had iets van oproeien tegen de stroom.
Maar tegen dat we ons avondeten op hadden in wat nu weer een zeer rustig klein bergdorpje was, verdampten de wolken en kregen we een eerste blik op de majestueuze wanden van de Cirque in de verte, beschenen door de avondzon.

De volgende dag hadden we stralend weer. Helderblauwe lucht, aangename temperaturen om te wandelen. Dankzij de tip van een ander koppel in dezelfde Bed & Breakfast besloten we om niet de stroom van wandelaars te volgen langs de hoofdweg naar de Cirque, maar om een langere tocht te maken. Daardoor klommen we eerst een paar uur (400 meter niveauverschil, wat ons tot op ongeveer 1800 meter hoogte bracht), en de rest van de wandeling konden we op dezelfde hoogte blijven, en vervolgens geleidelijk wat afdalen, door bossen en langs kliffen. Het werd de mooiste wandeling die ik ooit maakte.

Het Parc National des Pyrenées heeft een ongelooflijk rijke fauna en flora, die voortdurend verandert al naar gelang de hoogte. Hellingen vol blauwe irissen, paarse campanulaklokjes, helleborussen die amper uitgebloeid waren, elegante witte schermbloemen, verschillende soorten varens en volop bloeiende vetplanten, een taai soort beuken, gigantische pijnbomen en grillige dwergdennen, allerlei planten die ik kenden en nog veel meer die ik niet kende, uitbundig bloeiend in de weiden of halstarrig omhoogschietend uit rotsspleten.

 

 

We picknickten op een lommerrijk plekje langs het pad, met onze rug naar de rots en voor ons een uitzicht waarmee niet te concurreren valt (tweede foto van deze blog). Kort na de middag kwamen we ten slotte aan bij de Cirque.

Het was er druk. Aan de mond van het keteldal, waar het makkelijke pad eindige dat door de meesten gevolgd werd, stond een heus hotel met bar en restaurant. De rust van het eenzame bergpad maakte meteen plaats voor iets wat veel toeristischer aanvoelde. We dronken een glas in de schaduw, en keken toe hoe de wandelaars de laatste meters van het pad aflegden, sommigen zelfs te paard of met een ezel aan de hand, met daarop een kind. Het contrast met onze tocht kon niet groter zijn. (We vragen ons trouwens nog steeds af hoe dat hotel er ooit in slaagt bevoorraad te worden, want zelfs het ‘makkelijke’ pad is ongeschikt voor zowat elke vorm van gemotoriseerd vervoer.)

Ik ben gewoonlijk de eerste om te vluchten voor dit soort drukte. De energie van te veel mensen samen op één plek overstemt al te vaak het natuurlijk gevoel van een locatie, en het landschap wordt gedegradeerd tot decor. Meestal vertrek ik van zo’n plek met iets van teleurstelling dat wij mensen niet beter weten en er niet in slagen zoiets moois met rust te laten.
Het verraste me dus wel dat de troep kleurrijke wandelaars me in het geheel niet stoorde. Ik was me wel bewust van hun aanwezigheid, maar alle dingen die drukte een uitdaging maken voor mij (lawaai, nabijheid, teveel mentale en emotionele stoorzenders op te veel verschillende frequenties) leken hier niet van toepassing. Hoeveel volk er ook rondliep, de omvang van het landschap overklaste alles moeiteloos.

 

IMG_1459 (2) klein
(c) KV

 

Dat gevoel bleef aanhouden toen we het keteldal zelf in gingen. Daar liepen ook heel veel mensen, op het pad of ergens ernaast, onder meer omdat de route die naar de voet van de grootste waterval leidde niet bepaald helder aangeduid stond. Blijkbaar moesten we daarvoor zelfs een stuk gletsjer over, en omdat dat niet duidelijk was en ik er niet gerust op was om zo’n breed stuk ijs over te steken, kwamen we terecht langs de verkeerde kant van de Gave (op dat punt weinig meer dan een woeste, brede bergbeek, maar niettemin niet veilig over te steken) en hadden we de keuze: een heel eind terugkeren en toch over die gletsjer heen, aansluiten in het rijtje mieren van wandelaars in de verte, of blijven waar we waren en van het uitzicht genieten. We kozen voor het laatste.

 

IMG_1492 (2) klein
(c) KV

 

Ik zat op een groot rotsblok een eindje boven het riviertje, en keek naar de immense rotswanden en het water dat zich van alle kanten over hun randen naar beneden stortte. Ik kreeg het gevoel dat er niets was wat dit dal van zijn stuk kon brengen. De rotsen, oprijzend vanuit de wortels van de aarde, leken in staat om de wereld zelf te torsen. De watervallen zorgden voor een stromend element, en de wijsheid van loslaten. Het voelde als een perfect yin-yang evenwicht, een immens krachtige plek, onophoudelijk veranderend, tijdloos.
Zwarte kraaiachtigen met gele bekken vlogen als acrobaten op de wind die ook de namiddagwolken meebracht. Bloemen groeiden onverstoorbaar in rotsspleten. De rivier zong zijn luidruchtige lied, ongehinderd door wat voor zwerfkeien of steenbrokken dan ook. En de grote waterval waar we naar keken, aan het andere eind van het dal, veranderde van gezicht met elk wolkje dat passeerde.

Soms kan een plek zo groot en zo juist zijn dat al wat je wil, is om er op een of andere manier deel van te mogen uitmaken.

 

IMG_1504 (2) klein
(c) KV

 

_ _

 

Vanmorgen hadden de wolken het hele dal van Gavarnie gevuld met dikke, grijze mist. We konden amper de auto op de oprit onderscheiden. De Cirque, ver weg hogerop, was totaal onzichtbaar. Ik voelde het aan me trekken terwijl ik bij de voorbereiding van ons vertrek de tassen in de koffer van de wagen stak: het gevoel dat ik niet weg wilde.
Ook dit verraste mij. Rationeel gezien was er niets voor mij op deze plek, in dit kleine bergdorpje dat alleen leek te bestaan bij de gratie van eindeloze stromen wandelaars in de zomer en skiërs in de winter.
Op elke andere plaats zou ik mijn schouders opgehaald hebben en gedacht: mooie wandeling, prachtige berg, misschien komen we hier nog wel eens terug, maar nu: wegwezen! Of zelfs iets van teleurstelling: nee, hier is het ook niet, de plek die ik zoek.
Dit keer was het anders.

Terwijl ik de auto langzaam langs het smalle baantje stuurde, stroomafwaarts mee met de Gave op weg naar lagere heuvels, voelde ik hoe mijn aarzeling groeide tot droefheid. Ik wilde niet weg. Iets in deze rotsen, in deze rivier, sprak tegen mij op een manier die ik nog nergens anders had ervaren. Vertrekken voelde als een navelstreng doorknippen, met dat verschil dat menselijke navelstrengen bedoeld zijn om door te knippen als het kind wil kunnen leven, en dat deze verbinding verbreken helemaal niet juist voelde.

Het was duidelijk: dit was wat mij betrof geen plek als de andere. Dit was, om een of andere ondefinieerbare reden, thuis.

Ik weet nog niet hoe ik aan de slag zal gaan met deze ervaring, en wat de invloed ervan op mijn leven zal zijn. Wat ik heb gevoeld, is bijzonder genoeg om een belangrijk verschil te maken.
Op dit moment koester ik gewoon het feit dat ik me triest en een beetje verloren voel, op een heel andere manier dan vroeger. Want er bestaat ten minste één plek op aarde, weet ik nu, waar ik mij niét verloren voel.

Nu mijn ziel weet wat het is om thuis te zijn, wordt door de wereld dwalen op een of andere manier iets makkelijker te verdragen.

En wie weet waar het volgende pad heen leidt.

 

IMG_1482 (2) klein
(c) KV

x