ZAAILING #39 – Odin

 

2017 03 26 Raaf boom 3 klein

 

Mijn raaf die ooit hoger kon vliegen, kijkt verlangend naar de hemel waar de wolken zich opstapelen.
Odin wacht tevergeefs op nieuws.

Mijn raaf houdt de wacht.
Als ik haar roep, kijkt ze me stil aan, houdt haar kopje schuin. Ze durft niet dichterbij te komen.
Wanneer ze haar veren schikt, waait oud stof op, en het licht binnenin haar gaat iets feller stralen.
Soms lacht ze.

Wanneer ik wakker word, zie ik haar naar me zitten kijken. Zodra ik beweeg, vliegt ze op.
Ik heb haar nog nooit gezien als ze slaapt; ik kan niet in bomen klimmen.

 

2017 03 26 Raaf boom 2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

Advertenties

Twee keer kijken

Soms is schoonheid verblindend.
Soms niet.

 

Als we gevraagd worden naar wat we mooi vinden, dan gaan we snel voor het heftige en dramatische: de enorme waterval, de adembenemende zonsondergang, de multigefacetteerde waaier van pauwenpracht.

 

Terugreis_065 (2) klein
(c) KV

 

Soms is schoonheid zo krachtig dat ze bijna verblindend is. Maar lang niet altijd.

Ik merk dat ik vaak de zachtere nuances apprecieer, die we nogal eens schouderophalend terzijde schuiven. Hoe de smaragdgroene kraag van de vrouwtjespauw afsteekt tegen de rest van haar bescheidener verenkleed, bijvoorbeeld. Hoe subtiel ze schrijdt, hoe gereserveerd en elegant ze is.

 

Terugreis_044 ed cut klein
(c) KV

 

Soms vragen de mooiste dingen dat je twee keer kijkt, en stil wordt vanbinnen.

 

Terugreis_033 ed cut klein
(c) KV

La Falaise des Vautours

Voorspelbaar, nietwaar?

Als je mijn blog een beetje volgt, dan weet je dat ik een voorliefde heb voor gieren, vale gieren in het bijzonder. Dus toen ik ontdekte dat er in de lagere Pyreneeën een plek was die la Falaise des Vautours heet, twee uur westwaarts van Gavarnie, werd dat meteen een volgende stop op onze trip door de bergen.

Het schitterende weer van onze bergwandeling bleef niet duren – de dag van onze overweldigende ontmoeting met de Cirque de Gavarnie bleek in feite de enige zonnige. Tegen de tijd dat we de dorpjes van Aste-Béon bereikten en parkeerden aan het gierenmuseum aan de voet van de kliffen, waren de wanden maar half zichtbaar doorheen de laaghangende laag wolken. Het zorgde voor wat mooie foto’s in Japanse sfeer.

 

IMG_1559 (2) klein
(c) KV

 

In dit weer wist ik wel beter dan hoge verwachtingen te koesteren, maar toen…

 

IMG_1571 (3) klein
(c) KV

 

Daar waren ze.

 

IMG_1576 (2) kleinIMG_1612 (2) klein

 

We zagen er op een gegeven moment wel vijftien of twintig tegelijk rondcirkelen, in die typische, langzame kringen, met hun enorme vleugels (2,5 meter!) uitgestrekt, koninklijk en moeiteloos gedragen op de thermiek.

Toen het lokale milieubeschermingsprogramma in de jaren zeventig uitgerold werd, broedden er veertien koppels op de kliffen, en hun aantallen slonken zienderogen. Vandaag biedt de Falaise des Vautours een thuis aan honderd broedparen van de vale gier, en zowel de kleinere Egyptische gier als de nog grotere rode gypaète (lammergier) zijn er met vaste regelmaat te gast.

Hoeveel zegeningen kan een mens krijgen op één bergtrip, vraag ik me af.

 

IMG_1568 (2) klein
(c) KV

 


 

Voor een beter zicht op de foto’s, klik hier.

Een thuis voor de ziel #2

IMG_1428 (2) klein
(c) KV

 

“En wanneer ik die andere plek vind waarnaar ik lijk te zoeken, onbewust, onophoudelijk, dan zal ik weten dat mijn zoektocht voorbij is.
Ik zal mijn boot naar de kust sturen, aan land gaan, en nooit meer weg willen.”

 

Zo schreef ik het een jaar geleden in Een thuis voor de ziel. Nieuwe plaatsen ontdekken confronteert mij telkens weer met hoezeer de overbevolkte, drukke nevelstad die Vlaanderen steeds meer wordt, ingaat tegen wat mijn ziel verlangt en nodig heeft. Er zijn weinig dingen die mij zo gelukkig kunnen maken als het zicht op een beboste heuvel, een riviertje met rotsbedding, een glooiende horizon zonder gebouwen of andere menselijke constructies om het uitzicht te bederven. Telkens weer betrap ik mezelf op de gedachte: als ik hier maar wat meer van kon hebben in mijn dagelijks leven!

Terugkeren naar huis is daarom zelden een heuglijke gebeurtenis. Om eerlijk te zijn weet ik wel niet echt zeker of het het einde van de vakantie is dat ik betreur, of alleen de onvermijdelijke terugkeer naar Vlaanderen. En zodra ik mijn dagelijkse routine van werk, familie en vrienden weer opgenomen heb, raak ik ook weer snel gewoon aan mijn omgeving. Zo slecht is die tenslotte ook weer niet. En hoezeer ik mijn hart ook voel zwellen bij het zicht van een bergtop in de ochtendzon, ik weet wel beter dan te denken dat ik geschikt ben voor het leven in een hooggebergte. Wat zou ik daar moeten gaan doen, geiten hoeden? Kaas maken? Een B&B openen? Ik heb al een grondige hekel aan de huishoudelijke klussen in ons gezinnetje van drie! Schrijven kan ik natuurlijk overal, maar ik verdien op dit moment nog geen fractie van wat ik zou nodig hebben om er drie mensen van te onderhouden. Kortom: een mens moet verstandig zijn, nietwaar?

Op onze reis door Italië ontmoetten we vorig jaar een Belgisch koppel dat mijn tegenzin voor huishoudelijkheid niet deelt, en effectief een B&B opende in een charmant Middeleeuws dorpje. Onze gastvrouw vertelde me toen hoe ze had gehuild toen ze na haar eerste bezoek aan de plek opnieuw moest vertrekken. “Ik wilde niet weg”, zei ze. “Alles in mij wilde hier blijven. Het voelde alsof ik weggerukt werd van de plek waar ik thuishoorde, waar mijn ziel thuis was.”
Haar woorden vormden de inspiratie voor de blog van vorig jaar, want ik was best jaloers op haar. Ik was nog nooit een plek tegengekomen die me zo’n gevoel gegeven had. Ik voelde me zelfs verlorener door haar verhaal, ook thuis. Maar het maakte mij wel bewuster.

Nu heb ik, voor het eerst, een gelijkaardige ervaring gehad.

 

IMG_1394 (2) klein
(c) KV

_ _

We wilden deze zomer weer een korte trip naar de bergen maken. Van mijn Franse schoonbroer, die ons twee jaar geleden al eens meenam naar de Pyreneeën, hoorden we dat de Cirque de Gavarnie beslist een bezoek waard was.
Wij hadden er nog nooit van gehoord, maar de plek bleek Unesco Werelderfgoed te zijn, en te oordelen naar de foto’s online was het inderdaad erg mooi: een keteldal aan de voet van de eeuwig besneeuwde toppen van de Pic du Marboré en le Taillon, met een tapijt van alpenweide naan hun voeten, onophoudelijk bevloeid door watervallen van smeltsneeuw.
Omwille van haar schoonheid en faam is de Cirque een populaire bestemming, zowel voor dagjestoeristen die de wandeling van een viertal kilometer naar de bodem van het keteldal willen maken, als voor meer ervaren bergwandelaars op doorreis of die naar een van de nog hoger gelegen meren willen klimmen.

Het dorpje Gavarnie, toegangspoort tot het keteldal, ligt aan het einde van een doodlopende weg. Iedereen die er heen rijdt, moet uiteindelijk terug langs herzelfde smalle kronkelweggetje met de rotswand aan een kant en het tumultueuze bergriviertje Gave aan de andere. Het is bij momenten nogal veel verkeer voor één smal baantje. Wij kwamen aan op het einde van een regenachtige dag, en we leken de enigen die nog naar boven wilden. Een onophoudelijke stroom van auto’s, bestelwagens en bussen kwam ons tegemoet, op hun weg naar beneden. Het weer was omgeslagen, dus de massa maakte zich uit de voeten. Het had iets van oproeien tegen de stroom.
Maar tegen dat we ons avondeten op hadden in wat nu weer een zeer rustig klein bergdorpje was, verdampten de wolken en kregen we een eerste blik op de majestueuze wanden van de Cirque in de verte, beschenen door de avondzon.

De volgende dag hadden we stralend weer. Helderblauwe lucht, aangename temperaturen om te wandelen. Dankzij de tip van een ander koppel in dezelfde Bed & Breakfast besloten we om niet de stroom van wandelaars te volgen langs de hoofdweg naar de Cirque, maar om een langere tocht te maken. Daardoor klommen we eerst een paar uur (400 meter niveauverschil, wat ons tot op ongeveer 1800 meter hoogte bracht), en de rest van de wandeling konden we op dezelfde hoogte blijven, en vervolgens geleidelijk wat afdalen, door bossen en langs kliffen. Het werd de mooiste wandeling die ik ooit maakte.

Het Parc National des Pyrenées heeft een ongelooflijk rijke fauna en flora, die voortdurend verandert al naar gelang de hoogte. Hellingen vol blauwe irissen, paarse campanulaklokjes, helleborussen die amper uitgebloeid waren, elegante witte schermbloemen, verschillende soorten varens en volop bloeiende vetplanten, een taai soort beuken, gigantische pijnbomen en grillige dwergdennen, allerlei planten die ik kenden en nog veel meer die ik niet kende, uitbundig bloeiend in de weiden of halstarrig omhoogschietend uit rotsspleten.

 

 

We picknickten op een lommerrijk plekje langs het pad, met onze rug naar de rots en voor ons een uitzicht waarmee niet te concurreren valt (tweede foto van deze blog). Kort na de middag kwamen we ten slotte aan bij de Cirque.

Het was er druk. Aan de mond van het keteldal, waar het makkelijke pad eindige dat door de meesten gevolgd werd, stond een heus hotel met bar en restaurant. De rust van het eenzame bergpad maakte meteen plaats voor iets wat veel toeristischer aanvoelde. We dronken een glas in de schaduw, en keken toe hoe de wandelaars de laatste meters van het pad aflegden, sommigen zelfs te paard of met een ezel aan de hand, met daarop een kind. Het contrast met onze tocht kon niet groter zijn. (We vragen ons trouwens nog steeds af hoe dat hotel er ooit in slaagt bevoorraad te worden, want zelfs het ‘makkelijke’ pad is ongeschikt voor zowat elke vorm van gemotoriseerd vervoer.)

Ik ben gewoonlijk de eerste om te vluchten voor dit soort drukte. De energie van te veel mensen samen op één plek overstemt al te vaak het natuurlijk gevoel van een locatie, en het landschap wordt gedegradeerd tot decor. Meestal vertrek ik van zo’n plek met iets van teleurstelling dat wij mensen niet beter weten en er niet in slagen zoiets moois met rust te laten.
Het verraste me dus wel dat de troep kleurrijke wandelaars me in het geheel niet stoorde. Ik was me wel bewust van hun aanwezigheid, maar alle dingen die drukte een uitdaging maken voor mij (lawaai, nabijheid, teveel mentale en emotionele stoorzenders op te veel verschillende frequenties) leken hier niet van toepassing. Hoeveel volk er ook rondliep, de omvang van het landschap overklaste alles moeiteloos.

 

IMG_1459 (2) klein
(c) KV

 

Dat gevoel bleef aanhouden toen we het keteldal zelf in gingen. Daar liepen ook heel veel mensen, op het pad of ergens ernaast, onder meer omdat de route die naar de voet van de grootste waterval leidde niet bepaald helder aangeduid stond. Blijkbaar moesten we daarvoor zelfs een stuk gletsjer over, en omdat dat niet duidelijk was en ik er niet gerust op was om zo’n breed stuk ijs over te steken, kwamen we terecht langs de verkeerde kant van de Gave (op dat punt weinig meer dan een woeste, brede bergbeek, maar niettemin niet veilig over te steken) en hadden we de keuze: een heel eind terugkeren en toch over die gletsjer heen, aansluiten in het rijtje mieren van wandelaars in de verte, of blijven waar we waren en van het uitzicht genieten. We kozen voor het laatste.

 

IMG_1492 (2) klein
(c) KV

 

Ik zat op een groot rotsblok een eindje boven het riviertje, en keek naar de immense rotswanden en het water dat zich van alle kanten over hun randen naar beneden stortte. Ik kreeg het gevoel dat er niets was wat dit dal van zijn stuk kon brengen. De rotsen, oprijzend vanuit de wortels van de aarde, leken in staat om de wereld zelf te torsen. De watervallen zorgden voor een stromend element, en de wijsheid van loslaten. Het voelde als een perfect yin-yang evenwicht, een immens krachtige plek, onophoudelijk veranderend, tijdloos.
Zwarte kraaiachtigen met gele bekken vlogen als acrobaten op de wind die ook de namiddagwolken meebracht. Bloemen groeiden onverstoorbaar in rotsspleten. De rivier zong zijn luidruchtige lied, ongehinderd door wat voor zwerfkeien of steenbrokken dan ook. En de grote waterval waar we naar keken, aan het andere eind van het dal, veranderde van gezicht met elk wolkje dat passeerde.

Soms kan een plek zo groot en zo juist zijn dat al wat je wil, is om er op een of andere manier deel van te mogen uitmaken.

 

IMG_1504 (2) klein
(c) KV

 

_ _

 

Vanmorgen hadden de wolken het hele dal van Gavarnie gevuld met dikke, grijze mist. We konden amper de auto op de oprit onderscheiden. De Cirque, ver weg hogerop, was totaal onzichtbaar. Ik voelde het aan me trekken terwijl ik bij de voorbereiding van ons vertrek de tassen in de koffer van de wagen stak: het gevoel dat ik niet weg wilde.
Ook dit verraste mij. Rationeel gezien was er niets voor mij op deze plek, in dit kleine bergdorpje dat alleen leek te bestaan bij de gratie van eindeloze stromen wandelaars in de zomer en skiërs in de winter.
Op elke andere plaats zou ik mijn schouders opgehaald hebben en gedacht: mooie wandeling, prachtige berg, misschien komen we hier nog wel eens terug, maar nu: wegwezen! Of zelfs iets van teleurstelling: nee, hier is het ook niet, de plek die ik zoek.
Dit keer was het anders.

Terwijl ik de auto langzaam langs het smalle baantje stuurde, stroomafwaarts mee met de Gave op weg naar lagere heuvels, voelde ik hoe mijn aarzeling groeide tot droefheid. Ik wilde niet weg. Iets in deze rotsen, in deze rivier, sprak tegen mij op een manier die ik nog nergens anders had ervaren. Vertrekken voelde als een navelstreng doorknippen, met dat verschil dat menselijke navelstrengen bedoeld zijn om door te knippen als het kind wil kunnen leven, en dat deze verbinding verbreken helemaal niet juist voelde.

Het was duidelijk: dit was wat mij betrof geen plek als de andere. Dit was, om een of andere ondefinieerbare reden, thuis.

Ik weet nog niet hoe ik aan de slag zal gaan met deze ervaring, en wat de invloed ervan op mijn leven zal zijn. Wat ik heb gevoeld, is bijzonder genoeg om een belangrijk verschil te maken.
Op dit moment koester ik gewoon het feit dat ik me triest en een beetje verloren voel, op een heel andere manier dan vroeger. Want er bestaat ten minste één plek op aarde, weet ik nu, waar ik mij niét verloren voel.

Nu mijn ziel weet wat het is om thuis te zijn, wordt door de wereld dwalen op een of andere manier iets makkelijker te verdragen.

En wie weet waar het volgende pad heen leidt.

 

IMG_1482 (2) klein
(c) KV

x

ZAAILING #35 – Handgeschept

Een Zaailing voor de lange, lome dagen waarin we ons hoofd mogen leegmaken, en ons lichaam mogen toevertrouwen aan datgene wat zoveel beter dan wij weet waar alles heen gaat…

 

 

 


 

 

Handgeschept Page1 klein

 

Handgeschept Page2 klein

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.

Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Verbranden en herrijzen

De overvloed van de Zomerkring

 

Zomerkring_019 ed cut klein
Zomerkring-maan, in het gezelschap van Jupiter (c) KV

 

De heel bijzondere ervaring van mijn Zielskring afgelopen najaar bleef nog lang doorzinderen. De hartverwarmende verbondenheid en het vertrouwen dat in minder dan een paar uur groeide tussen een aantal mensen – vaak volslagen vreemden voor elkaar – die kennismaakten tijdens de rituele bijeenkomst om mijn veertigste verjaardag te vieren, gaven mij het gevoel dat ik dit soort ontmoetingen vaker moest organiseren.
Dus toen 2018 zijn intrede deed, besloot ik om niet één maar vier Kringen te houden dit jaar. Seizoenskringen.

Ik polste eerst even bij mijn man of hij dat wel oké vond. Hij had helemaal achter de Soul Circle gestaan, en dit idee bleek hem ook aan te spreken. Ik ben overduidelijk de spirituele in dit huishouden, maar die kant van mij heeft hem altijd aangetrokken, ook als dat wat ‘stretchen’ betekent, en hij ondersteunt een initiatief als dit graag op een praktische manier. Het is een bijzonder fijn soort teamwork dat ons samen gastheer en gastvrouw maakt, op een manier waar we ons allebei goed bij voelen.

Ik ben het principe van ‘de juiste dingen op het juiste moment’ redelijk radicaal gaan omarmen. Elk mailtje met een bevestiging van komst werd even warm ontvangen als de berichten die zeiden ‘heerlijk idee, bedankt voor de uitnodiging, maar ik kan er dit keer niet bij zijn’. Mijn lijst van verwante zielen is ruim, mijn armen zijn lang en open, en ik ben niet van plan die op wat voor manier dan ook in te perken.

Het basisconcept was gelijkaardig aan dat van de Zielskring: een samenkomst die begint met een rituele kring waar we een symbolisch onderwerp aansnijden, gevolgd door een informele maaltijd en gezellig samenzijn. De gasten zorgen voor eten (altijd een verrassing), wij als gastheer en -vrouw zorgen voor drank en logistiek. Het is een fantastische formule, en ze werkt elke keer. Minimale kosten, maximaal plezier voor iedereen. Het grote verschil met de Soul Circle was natuurlijk dat deze kring in het teken van de deelnemers zou staan, en dat het niet om mij draaide. Ik zou begeleider zijn, gids misschien, maar beslist niet het centrum van alle aandacht.

Begin maart hield ik dus de eerste bijeenkomst, de Lentekring. De winter had Europa op dat moment nog stevig in zijn greep, en de dag zelf lag het buiten letterlijk vol sneeuw. Maar tegen de middag had een helder zonnetje alles helemaal laten wegsmelten…

De seizoenen zijn zeer rijk aan symboliek, dus ik moest een focus kiezen die gepast voelde voor dat moment. Voor de Lentekring koos ik voor het beeld van het zaad of de knop, die wachtte in het duister tot het tijd was om te ontkiemen: een afscheid van wat voorbij was, van duisternis en lange, langzame groeiprocessen, en een uitnodiging om open te bloeien, aangeraakt te worden door het licht, en te ontluiken.

 

Prille lente_028 ed cut klein
Eerste aarzelende tekenen van de lente, maart 2018 (c) KV

 

We waren met een bescheiden groep in onze woonkamer, maar ik stond er toch versteld van hoe het vertrouwen en de rauwe eerlijkheid er zowat onmiddellijk weer waren tussen mensen die elkaar niet of nauwelijks kenden. De meditatie die ik geschreven had om te werken met het beeld van het zaad bleek bijzonder krachtig, en elke deelnemer ging naar huis met een ervaring die werkelijk iets voor hem betekende, en met wat meer licht en bewustzijn in een stukje van hun persoonlijke proces.

Ik voelde me vereerd, maar ook bijzonder onzeker. Dit was zulk onbekend terrein. Welke keuzes waren de juiste om de processen van de aanwezigen een beetje te ondersteunen? Waarop moest ik focussen, wat moest ik laten voor wat het was, of beter in de hand houden? Zelfs al was de Lentekring echt wel een succes te noemen, ik voelde me naderhand toch niet in feeststemming. Ik had naar mijn gevoel nog zoveel te leren… Het zou wat tijd vragen om alles te laten zakken, en dan met een schone lei opnieuw te beginnen.

 

Intussen is het hoogzomer. En een week geleden, juist na de zomerzonnewende, hield ik mijn Zomerkring.

Ik beken: ik had een hele tijd koudwatervrees om erin te duiken. Ik was nog altijd niet overtuigd dat ik dit wil kon. Maar na de lange, lange, grijze winter leken we de lente zowat over te slaan en plots was de natuur overal zo overvloedig aanwezig dat het onmogelijk was om er niet door geraakt te worden. Ik zat op ons terras, onder de eikentakken, en keek naar de jonge meesjes die af en aan vlogen en gulzig rond de pindasilo zwermden, en het werd me duidelijk dat waar ik het over wilde hebben dit keer overvloed was.

Jonge zomer_007 ed klein
Enthousiaste klimop die goed op weg is om niet alleen het raam maar de hele woonkamer in te palmen… (c) KV

Onze tuin is niet zo heel groot, maar hij is weelderig. Naar Belgische maatstaven is het een halve wildernis. We wieden wel, en we zorgen voor de planten die ons lief zijn, maar op ons kleine perceel laten we bijzonder veel ruimte voor wilde hoekjes en volwassen bomen en struiken die hun goesting mogen doen. Dat betekent dat we meestal het gevoel hebben in een bos of een boomhut te wonen: we zien takken en groen uit elk raam. We houden daar heel erg van, ook al moeten we soms toch een beetje snoeien…

Dus het werd de tuin en het gevoel van overvloed, voor deze Zomerkring. Zodra ik die insteek had, kwam de rest vanzelf. Ik hoefde maar het minimum voor te bereiden. En na een grijze, koude week was het weer plots opnieuw zalig: zonnig maar niet te heet. We konden de hele kring buiten houden, net zoals ik gehoopt had.

We zaten in het meest beschutte deel van de tuin, en ik introduceerde het idee van overvloed, vuur en groei. In de uitnodiging had ik een citaat uit Walter de la Mares gedicht ‘Under the Rose – the Song of the Wanderer’ gezet, vertaald door Tonke Dragt:

En ik, ik heb het Woud betreden
Waar, in vlammen roze en goud
Verbrandend, en herrijzend steeds
De Feniks zich ophoudt

 

Tuin juni_041 ed cut klein
(c) KV

 

Branden, zonder te angst om op te branden – want uit de as herrijzen we. Groeien, en bloeien, en vrucht dragen, in volle overvloed… Alles wat binnen in onszelf groeit en rijpt durven vertrouwen. Vlam te zijn, en vuur, en zo helder te schijnen als we kunnen. Omdat we dat verdienen. Omdat we de wereld zo een plek met meer licht maken…

Ik las een mooie zonnewende-meditatie voor van Cait Johnson en Maura D. Shaw uit Celebrating the Great Mother, een tekst die ik pas een week voor de bijeenkomst voor het eerst las, en die op wonderlijke wijze alle beelden in zich droeg waarmee ik me eerder had voorgenomen te werken.
Ik had een grote, lege, houten kom voorzien, en allerlei tuingereedschap klaargelegd waarmee kon geknipt en gesnoeid worden. Er werd gegrapt dat ik mijn gasten hierheen gelokt had voor een middag tuinonderhoud.
De echte bedoeling was om hen allemaal onze uitbundige tuin in te sturen om te plukken, te verzamelen of af te knippen wat hen persoonlijk riep als een symbool van hun eigen innerlijke overvloed, en het punt waarop ze zich in hun eigen evoluties bevonden.

(Grappig #1: toen ik deze nogal ongewone oefening bedacht, betrapte ik mezelf erop dat ik dacht: zou ik niet beter zeggen dat ze een beetje voorzichtig moeten zijn met de rozen, of dat ze die of die struik misschien beter niet helemaal kaalplukken? Ik kon alleen maar grinniken om mijn behoefte aan controle. Als je iemand overvloed wil laten ervaren, dan moet je niet beginnen met waarschuwingen, maar er juist op durven vertrouwen dat wat hij mee terugbrengt naar de ceremonieschaal ook echt juist is. – Ervaring leerde me trouwens dat als je zo’n opdracht geeft mensen zelden voor de mooiste bloem gaan. Ze worden aangetrokken tot iets wat hen roept, om een heel persoonlijke reden, en dat kan net zo goed onkruid zijn… Ik zette dus geen beperkende grenzen, en zei mijn gasten dat ze zelfs dingen met wortel en al uit de grond mochten trekken, als dat juist voelde – behalve de bomen misschien. (Meer gelach.) Ze hoefden niet te aarzelen of te twijfelen, de tuin had meer dan genoeg te bieden.
Grappig #2: toen ik mijn man vertelde over mijn plannen, verwoordde hij precies dezelfde schrik als ik had gehad! Van gelijkgestemde zielen (of controlefreaks) gesproken… Toen ik mijn inzichten met hem deelde, lieten we het allebei gewoon voor wat het was, vertrouwden en lieten het gebeuren. En natuurlijk werd onze tuin niet gemolesteerd… 😉 Integendeel, ik was echt blij om te zien dat een van de gasten het had aangedurfd om een takje van de appelboom te knippen, met één groen, onrijp appeltje eraan. Bravo!)

We verzamelden de symbolische ‘oogst’ in mijn grote schaal, en beschreven ieder wat die voor ons betekende.

 

35927136_1103642173122832_369300336290037760_n

 

Er waren verhalen over durven bloeien, over aarzelend groen fruit dat langzaam rijpte, over kleuren en wilde scheuten die kracht en houvast boden in tijden van twijfel. We deelde ervaringen, leerden van elkaar, vertrouwden en steunden elkaar. We lieten ons licht schijnen en durfden opvlammen, zonder bang te zijn om op te branden. Want uit de as verrijst de Feniks…

Achteraf deelden we een heerlijke maaltijd, en het was hartverwarmend om te zien hoe een aantal mensen, die elkaar misschien een of twee keer ontmoet hadden, opnieuw connecteerden, en hoe nieuwkomers zonder moeite een plekje vonden in het geheel.

Mijn bedoeling met het houden van deze Kringen was om vertrouwen en verbondenheid tussen mensen een voedingsbodem te geven, en tegelijk een opening te creëren voor persoonlijke groei. Na deze Zomerkring begin ik het zowaar te geloven dat het mij lukt.

Ik kijk nu al uit naar de Herfst.

 

Zomerkring_112 ed klein
Zomerkring-maan, in het gezelschap van Jupiter (c) KV

 

Brieven om nog te schrijven

Denken aan de dood

 

Het was tijd om nog eens een goeie ouwe techniek boven te halen. Het was te lang geleden, of zo voelde het toch.

Ik heb al eerder verteld over deze specifieke oefening. Je stelt je voor, zo levendig als je maar kunt, dat je geconfronteerd wordt met de ijskoude zekerheid dat je nog maar een jaar te leven hebt. Het is niet even doen alsof, je moet het echt geloven, en het einde in de ogen durven kijken.
Vervolgens neem je je leven onder de loep.

Een jaar is lang genoeg om nog een aantal zinvolle dingen te kunnen doen. Maar je hebt geen reservetijd meer, geen “och ja, dat doe ik ooit wel eens, na mijn pensioen, of als alle andere excuses op zijn”-tijd. Plotseling worden de dingen haarscherp.

 

Zomerparels_025 ed cut klein
(c) KV

 

Is er iets wat je anders zou gaan doen als je alleen nog maar dit jaar had?
Zijn er zaken die je nu blijft doen omdat je je daar om een of andere reden toe verplicht voelt, maar die je met de dood in het vooruitzicht meteen zou droppen? Zijn er andere dingen die zich nu heel sterk naar voren dringen, omdat ze echt nog gedaan, gevoeld, ervaren, beleefd… willen worden, nu er toch nog – een heel klein beetje – tijd is?

Dat is de grote beloning van deze indringende oefening: keuzes maken wordt plots bijzonder makkelijk.

Nu is de tijd om al die dingen te doen. Dat was het altijd al.
Verspil er dus geen meer. Als je ze echt meent, leert deze oefening je waar je hart voor klopt.

_ _

Het was al een tijdje geleden dat ik ze nog gedaan had.
In het verleden heeft ze me behoorlijk veel geleerd. De confrontatie met sterfelijkheid is altijd taai, en ik begreep al snel dat ik, als ik oprecht wilde leven, mijn innerlijk kompas zou moeten bijstellen. Want ik had de neiging om (zoals bijna iedereen) de dingen die écht telden voor me uit te schuiven, tot ze zich aan me opdrongen op een moment dat het al bijna te laat was.

Ik begon meer te luisteren naar die innerlijke stem, nam haar noden serieus en probeerde dat heel bewust te doen. En pakweg de afgelopen tien jaar was ik precies aan het doen wat ik wilde doen. Als ik dacht aan doodgaan, kon ik alleen maar zeggen: ‘Ja, heel graag nog een heel jaar van precies dit, dankjewel’.

Niet dat mijn leven perfect verliep. Dat doet het nooit. Maar telkens weer diezelfde conclusie kunnen trekken,  betekende toch dat ik alles van waarde uit mijn tijd hier en nu haalde. Ik liet geen oude diepe verlangens of dromen weggestopt ‘voor later’. En ik kan bevestigen: hoeveel haken en ogen er ook aan zitten, dit is een heel fijne manier van leven.

Dus ik weet zelfs niet waarom ik nu precies besliste om die goeie ouwe techniek nog eens boven te halen. Maar ik voelde hem aan mijn mouw trekken. Misschien had de astma-aanval van een week geleden er iets mee te maken. En ik realiseerde me dat het best alweer even geleden was. Dus ik dook erin.

Ik was toch wel een beetje nerveus. Ik beschouwde mijzelf op dit punt in mijn leven als een bijzonder gelukkig mens. Al was ik wilde, was doorgaan met wat ik aan het doen was. En de top van een golf is misschien niet de allerhandigste plek om in vraag te beginnen stellen waar je mee bezig bent. Maar misschien lagen er toch onvoorziene inzichten op me te wachten?

De resultaten waren bijna net zo verrassend als de allereerste keer dat ik de oefening deed.

 

Zomerparels_042 ed cut klein
(c) KV

 

Ik stond voor het raam van de woonkamer en keek naar de kruinen van de eiken die ons huis afschermen en waar eksters, merels, kraaien, kauwen, vinken en mezen een thuis hebben, en ik stelde me voor dat mijn leven weldra voorbij was. Mijn zicht werd wazig, en ik kon de tranen voelen.

(Nu ben ik nooit echt zo’n huilerig persoon geweest. Tot ik moeder werd dan toch. Waanzin wat die hormonen met je innerlijke huishouding uitrichten… En een paar jaar later brak mijn reis naar het Plateau en de Ziel open wat er nog overbleef om opengebroken te worden. Sindsdien weet ik onmiddellijk of iets van groot belang is voor mij of niet, want er horen tranen bij die ik niet kan verklaren. Ik ben zelfs beginnen verstaan wat middeleeuwse monniken en mystici bedoelden als ze het hadden over tranen als teken dat het hart vervuld is van God. Hoe het zit met God weet ik niet zo, maar hoe het zit met tranen wel…)

Maar in elk geval, nee, er waren effectief geen belangrijke projecten of verlangens die ik onbeantwoord had gelaten. En natuurlijk zou ik liefst nog wat meer tijd willen om te doen wat ik de laatste tijd aan het doen ben. Maar het kan mij niet meer schelen of sommige van mijn dierbare oude manuscripten nu eens eindelijk uitgegeven zouden worden of niet. De stroom van liefde en gezin en creativiteit waar ik op dreef was, meer dan ooit, echt, precies, waar ik wilde zijn.

Ik zag echter wel een rij mensen voor me. Mensen die ik graag zag. Mensen die ik wilde bedanken. Mensen die ik wilde vertellen hoe veel ze voor mij betekenden, of hoe hard ze mijn leven veranderd hadden. Mensen die ik graag een eindje in de toekomst wilde begeleiden, zoals mijn zoon, en mensen van wie het mijn hart brak om ze te moeten achterlaten. Niet omdat ik bang was om mijn eigen leven te verlaten, maar omdat ik niet wilde dat mijn afwezigheid een rokende krater zou slaan in dat van hen.
Als ik nog maar een jaar te leven had, zou het een prioriteit zijn om hen stuk voor stuk een diep doorvoelde brief te schrijven.

Ik was toch wel verrast hierdoor.

Niet alleen omdat ik dat eigenlijk allemaal al een keer gedaan had, toen ik aflopen herfst mijn Zielskring hield, waarop ik de Zeer Belangrijke Personen in mijn leven die er die dag bij konden zijn bedankte voor de rol die ze gespeeld hadden of nog speelden in mijn leven tot op dat moment. Het was ook de eerste keer dat ik bij het uitvoeren van deze vertrouwde oefening tot deze bepaalde conclusie kwam. Ik leerde eruit dat mijn focus in de loop van de laatste jaren behoorlijk veranderd is.

Hij is verschoven van de dingen die ik doe en de projecten die ik waardevol vind naar de relaties en verbindingen die ik heb gevormd, de manieren waarop mijn hart en ziel zich hebben geopend voor het leven en voor andere mensen. Verbondenheid heeft het terrein geclaimd dat persoonlijke ambitie ooit bewoonde.

Dus als ik nu denk aan de dood ben ik niet meer in het gezelschap van een of andere onvervulde droom die zich voor mijn voeten gooit, maar van de mensen die ik graag zie en van mijn leven niet wil verlaten.

 

Spiegelportret_002 ed cut klein
(c) KV

 

Misschien vind je me nu egoïstisch. En misschien ben ik dat ook.

We zouden gerust tot de conclusie kunnen komen dat het nogal een hap uit mijn leven geduurd heeft voor mijn liefde voor anderen eindelijk mijn persoonlijke belangen oversteeg. Maar ik wil mezelf niet veroordelen. Ik heb altijd geprobeerd om oprecht te zijn. En zoveel heb ik  intussen begrepen: ik ben een heel gezegend persoon. Omdat ik kan doen wat ik doe. Omdat ik zo omringd ben. Omdat ik zo diep kan liefhebben, en op mijn beurt graag gezien word.

En als ik die oefening werkelijk ernstig neem, zou ik misschien al een paar van die liefdesbrieven moeten schrijven die ik voor me zag, toen ik daar aan het raam stond en in tranen opkeek naar de bomen.

Waarom wachten tot er geen tijd meer is?

 

Zomerparels_031 ed cut klein
(c) KV

Dromen weven

 

Robur_007 kleinRobur 32293498_10212179102380153_115010896245293056_n

 

Sommige dagen zijn net iets magischer dan andere.

We bezochten Marieke Van Coppenolle, een lieve vriendin, die een opendeurweekend hield als Crowdfundingsactie voor Robur.

Robur-op-den-Eik is een project waartoe Marieke geroepen werd, een missie waarvan ze voelde dat ze ze moest volbrengen: een huisje bouwen dat nog het meeste wegheeft van een yurt (nomandentent), waar mensen kunnen komen herstellen van burn-out of ziekte, waar kleine groepen activiteiten kunnen houden of waar kunstenaars zelfs in residentie kunnen komen. Zelf leidt ze een nomadisch bestaan, dit is geen woonst voor haar. Wat het wel is, is een levenswerk, en wat ze intussen voor elkaar gekregen heeft, is fenomenaal.

 

Robur_009 klein
Roburs magische bos (c) KV

 

Marieke en ik ontmoetten elkaar per toeval op de jaarlijkse VAV-conferentie, en zoals dat gaat tussen verwante zielen, klikte het. Intussen is ze al twee keer komen logeren bij ons gezin, en we kunnen het prima samen vinden. Ze was ook een welkome gast om de eerste Seizoenscirkel (Lente) dit jaar.
Dus toen ik hoorde dat er bezoekdagen waren op Robur, waren we daar heel graag bij.

Samen met een bevriende familie brachten we een heerlijke zonnige zaterdagmiddag door op de bouwplek. Vrijwilligers serveerden pannenkoeken en drank, er waren spelletjes voor de kinderen, een beroemde violiste gaf een benefietconcert… Alle bijdragen waren ten voordele van het bouwproject. Marieke zelf leeft al jaren zo sober dat je haar gerust een hedendaagse kluizenaar kunt noemen – behalve dan dat ze het liefst rondtrekt in haar bus/bestelwagen/kleine vrachtwagen, als een moderne nomade…

Robur 32367236_10212179019218074_8300416649077456896_n

Er stond nog een activiteit op het programma die zaterdagmiddag, en daar wilde ik heel graag heen: dreamcatchers maken.

Ik hou al heel lang van dreamcatchers, en ik heb er thuis een aantal, waaronder enkele gemaakt door native Americans, of vrienden. Ik wilde altijd al leren hoe dat moest. Dus dit was een schitterend moment.

Ik genoot er met volle teugen van. Het was best ook wel wat prutsen en proberen, maar dit is een ambacht waar ik spontaan mijn plek vond. Ik werkte door toen alle anderen al klaar waren, en na twee uur had ik een kleine en delicaat geweven dreamcatcher waar ik bijzonder blij mee was. Voor een eerste poging, zalig!

Ik wil hier in de toekomst mee doorgaan. Zoveel dingen waarvan ik hou (meditatief werk, stenen en kralen, veren, oude kunst, gebed) komen samen in dit ambacht. Ik ga binnenkort op zoek naar meer materiaal (en in plaats van die koude ijzeren ringen kan ik binnenkort takken gebruiken van onze eigen treurwilg, hoe leuk is dat?). Ik hoop in de toekomst gauw wat meer werk te kunnen tonen.

Een dikke dankjewel, Marieke, om zo’n inspirerende en hartverwarmende persoon te zijn!

Robur 20180512_172502 klein
Ik, Marieke en vriendin Tessa met dochter Happiness

Meer weten over Robur of eventueel vrijwilligerswerk? Neem hier een kijkje: