Zonder angst bestaan

 

Rookkwarts_024 ed cut klein
(c) KV

 

Je kunt het vreemd noemen, dat ik bang opgroeide. Want ik was slim en getalenteerd, en ik woonde in een liefdevol gezin dat mij koesterde en ondersteunde, in een land dat meisjes zoveel rechten en vrijheden geeft als er deze dagen op de planeet maar te krijgen zijn. Maar zelfs slimme, getalenteerde meisjes hebben angsten, en zelfs liefdevolle gezinnen hebben scherpe kantjes. In ons geval was een daarvan perfectionisme en alle oordelen die daarbij kwamen kijken. Ik schreef al eerder over die uitdaging.

Terwijl we opgroeien, interioriseren we bepaalde waarden op basis waarvan we onszelf ten slotte gaan beoordelen. We vrezen dingen die mogelijk nooit echt zullen plaatsvinden omdat ze intussen zo diep in ons geloofssysteem verankerd zijn als werkelijke doemscenario’s.

Een van mijn oude angsten, die behoorlijk stevig verankerd ligt, is dat ik de mensen die ik graag zie zal verliezen als ik mijn ware kleuren blootleg, mezelf toon aan de wereld zoals ik werkelijk ben.
Nu is dat niet bepaald iets uitzonderlijks. Dit is een angst die ‘maar’ gedeeld wordt door pakweg de halve planeet, schat ik… (als het niet de hele is). Maar zoals iedereen die ze kent en er op zijn of haar eigen manier mee kampt je kan vertellen: het is een uitdaging van formaat.

Ik heb de afgelopen weken een paar gelegenheden gekregen om ze te overstijgen.

Een daarvan gaat over een kwestie binnen de familie. Misschien schrijf ik daar later nog over, maar nu is het daarvoor niet het moment. En andere had te maken met de hele heisa rond de werkbeurzen van het Vlaams Fonds voor de Letteren.

In beide gevallen voelde het als een uitdaging om mijn plaats in te nemen. Niet om een of ander gevecht aan te gaan, wat mij betreft was er geen sprake van Juist of Fout. Maar beide voorvallen waren persoonlijk belangrijk voor mij, omdat ze de uitdaging inhielden om mezelf te tonen en mijn mening onder woorden te brengen. Zonder anderen aan te vallen, maar ook zonder verontschuldigingen of mezelf dubbel te plooien.

Wat betreft de storm in Letterenland kwam het wat mij betreft hierop neer: ik kon de frustraties en teleurstelling van een aantal schrijvers die zich ten onrechte aan de kant gezet voelden begrijpen, maar ik wilde ook het systeem verdedigen. Elke procedure kan doorgelicht en verbeterd worden, elke organisatie moet de fairness hebben om zaken te verbeteren als blijkt dat er fouten gemaakt worden, en de stemmen van sommigen mogen in dit debat beslist luider klinken. Maar ik wilde vooral pleiten voor nuance, wederzijds begrip, en bruggen proberen te bouwen.

Een lang antwoord op een Facebookbericht vormde de basis voor wat een nog veel langere blog werd. In beide gevallen had ik het gevoel dat op de ‘publiceer’-knop duwen ongeveer hetzelfde was als mijn hoofd op het hakblok leggen. Maar dankzij die strubbelingen in de familie was er wel iets veranderd in mij. Ik voelde me sterker verbonden met mijn innerlijke kern dan ik ooit gedaan had, met een nieuw soort kracht die door mij heen stroomde, en ik besloot gewoon mijn ogen dicht te doen en te springen. Ik postte het antwoord op Facebook, ik schreef de blog.

 

Rookkwarts_008 ed cut klein
(c) KV

 

In de loop van de dagen die volgden, bekeek ik de antwoorden en lezersaantallen met iets van ongeloof, en daagde het besef dat ik hiervoor níet afgeschoten zou worden. Integendeel: de online conversaties bleven grotendeels beschaafd, en ik kreeg berichten van collega-schrijvers die me prezen voor mijn genuanceerde benadering van een stekelige discussie.

Van de andere kant kon ik een aardig logboek bijhouden van hoe onzeker ik nog altijd was om op deze manier in het openbaar mijn mond open te trekken, en bij momenten snakte ik naar een of andere Externe Autoriteit die een oordeel zou vellen over juist of fout. Ik kan het aantal keren niet meer tellen dat ik dacht: ‘Ging ik nu niet te ver? Zou die-en-die nu niet kwaad worden op mij? Gaat die-en-die nu niet denken dat ik gewoon een grote amateur ben, of op zijn best een dwaze idealist? Wat voor recht van spreken heb ik eigenlijk?’

Maar op een of andere manier was die kern van kracht vanbinnen wel sterker dan al het innerlijk geklets – dat feitelijk gewoon mijn goeie ouwe Rechter was die nog eens een triomfdagje had en zich daarvoor bewapende met de meningen en commentaren van anderen.
Maar ik besefte, beter dan ooit, dat het hier gewoon een kwestie was van mijzelf en mijn geweten, en dat ik oprecht probeerde om eerlijk te zijn. Ik had het recht om mijn mening te verwoorden, in mijn eigen naam, en daarvoor te staan, of ze nu perfect was of niet, en wat de gevolgen ook waren.

Niet elk verhaal heeft een happy end. Het mag niet verbazen dat een aantal mensen niet zo blij waren met wat ik te vertellen had, hoewel er ook behoorlijk wat (onverwachte) blijken van steun en appreciatie kwamen. Maar mijn gevoel van overwinning was van heel persoonlijke aard.
Ben je ooit al eens zo lang onder water gebleven dat naar boven komen en door het wateroppervlak breken, snakkend naar adem, aanvoelt als een levensreddende bevrijding? Dit komt in de buurt.

Er is een lied van Bram Vermeulen waar ik van hou, een nummer dat ik pas leerde kennen op de anthologie die kort na zijn dood werd uitgebracht. Het heet Boven op de berg. Daarin beschrijft hij hoe hij, zelf een diep verlegen en aarzelend man, hoog op een bergflank de wolken boven zijn hoofd voorbij ziet drijven, de vallei onder zijn voeten ziet liggen, de wind voelt en de onverzettelijkheid van de rotsen waarop hij rust, en bewust tot een inzicht komt dat hij, naar eigen zeggen ‘al lang weet’: “Ik kan ook zonder angst bestaan.”

Dat is het punt dat ik stilaan bereik. Zo voelt het.

 

Rookkwarts_010 ed cut klein
(c) KV

 

 


Bovenstaande beelden zijn foto’s van een bol rookkwarts van ongeveer twee centimeter diameter, beschenen door de ochtendzon.

 

 

Het lied van Bram Vermeulen:

Advertenties

“Wat ben je lelijk, nu”

 

Zomerlijnen BXL_052 klein
(c) KV

 

Kun je je voorstellen dat iemand die woorden in je gezicht zegt?
Zou jij ze ooit durven uitspreken?

Tenzij ze horen bij een hartelijke giechel- en proestbui tussen beste vriendinnen, kunen ze moeilijk als onschadelijk beschouwd worden. Wat mij betreft, beledig je mensen gewoon niet op die manier, wie je ook denkt te zijn en wat je ook denkt te weten.

Maar onlangs vertelde een vriendin me dat haar schoonvader exact dit had gezegd tegen haar vierjarig dochtertje, zijn kleinkind, toen ze een huilbui had.
En gisteren hoorde ik iemand in een van de naburige tuinen precies hetzelfde nog een keer zeggen, alweer tegen een jengelende peuter, die een lastig moment had en huilend lucht gaf aan haar frustratie.

Mijn haren gingen ervan overeind staan. Ik kon gewoon niet geloven wat ik hoorde.

Wat voor boodschap geven we in hemelsnaam aan kinderen (van welk geslacht dan ook, maar zeker aan meisjes) als we ze zeggen dat ze lelijk zijn wanneer ze hun gevoelens uiten?

 

Zomerlijnen BXL_042 ed klein
(c) KV

 

Natuurlijk kunnen kinderen overreageren, en niet elke huilbui is verantwoord. Vermoeide peuters huilen om alles en niks, elke ouder kan je dat vertellen. Maar er zijn andere manieren om dat huilen te laten ophouden. Dit was niets meer of minder dan een rondje goeie ouwe misogynie die meisjes inprent dat mooi zijn belangrijker is dan oprecht zijn, en dat je je diepere zelf maar beter verbergt om de goedkeuring van anderen te krijgen.

Het feit dat de stem uit de buurtuin niet eens boos klonk, maakte het nog erger. Dit was geen uitval van een uitgeputte zorgfiguur die even de controle over de eigen emoties verloor. Het werd gesteld als een valabel argument.
(Ik kan me trouwens niet meer herinneren of het de opa dan wel de oma van de peuter was die ik hoorde spreken. Ze waren samen bezig met het kind. De andere partij sprak de partner alvast niet tegen.)

Het wenende meisje werd in bed gestopt (prima beslissing), maar toen de stilte neerdaalde over de tuinen kon ik me alleen maar droef en boos voelen. Staan we werkelijk nog altijd niet verder dan dít?

 

Zomerlijnen BXL_054 ed cut klein
(c) KV

 

Toch wel, gelukkig. Maar dit kleine incident toont wel aan dat het een voortdurende, dagelijkse strijd is tegen onwetendheid en ongezonde, oubollige maar zeer diep ingesleten denkbeelden.
Mijn vriendin, een taaie voorvechtster van vrouwenrechten, vertelde dat ze er achteraf een hartig woordje over had gesproken met haar schoonvader (waarbij haar man, zijn zoon, vierkant achter haar stond). Ik kan me voorstellen dat die grootvader zijn schoondochter best een moeilijke vrouw vindt. Maar hij zal waarschijnlijk ook wel twee keer nadenken voor hij weer zoiets tegen zijn kleinkind zegt.

Ik hoop dat het kleine meisje bij de buren, en zoveel anderen net als zij, hier in dit land waar we zo graag luidkeels verkondigen met hoe ernstig wij de gelijkwaardigheid tussen de seksen wel niet vinden, ook mensen in haar leven heeft die haar vertellen dat ze wél mag huilen, en dat ze niet de hele tijd haar sterkste, mooiste, best opgeblonken zelf moet zijn. Ik hoop dat ze te horen krijgt dat eerlijk zijn over wat ze voelt belangrijker is, en dat ze er niet minder graag om zal worden gezien.

Ik hoop het echt.

 

Zomerlijnen BXL_044 ed klein
(c) KV

Orde en harmonie – vanbinnen of vanbuiten?

Waarom ik mijn huis niet zo grondig opruim als ik wel zou willen

 

Prelente_085 ed cut klein
(c) KV

 

De lente is in het land – met een kleine maand vertraging, maar ze is er tenminste!

Lentschoonmaak is aan mij nooit echt besteed geweest. De meeste van onze spullen hebben een vaste stek (kamer, kast, plank, lade), maar er slingert altijd een milde hoeveelheid rommel die illustreert dat de prioriteit bij ons in huis leven is, en niet opruimen.

Clean
Bordje bij ons in de gang

Laatst keek ik het huis en de tuin rond. En ik merkte dat een aantal dingen toch niet helemaal waren zoals ik ze graag had. Ik zou wat meer moeten opruimen. Ik zou onkruid moeten wieden. Ik zou mezelf en mijn zaakjes beter in de hand moeten hebben.
Alleen had ik niet genoeg energie voorradig om het me echt aan te trekken. De inspanning die het zou vragen om mijn omgeving een heel klein beetje te verbeteren, woog veel meer door dan het voordeel dat ik zou halen uit al die moeite.

Het is niet dat ik niet houd van een proper huis. Soms voelt zo’n woonst wel eens té netjes voor mij, alsof je per ongeluk een bladzijde uit een interieurmagazine binnen bent gewandeld, een huis waarin niemand echt lijkt te wonen, maar ik geniet van schoonheid, harmonie en rust. En in de algemene zin houden we ons huis ook wel schoon. Oké, van de vloer eten zou ik niet aanraden. En er staan overal veel te veel planten en kunstvoorwerpen en stenen om het ooit te laten doorgaan voor een meditatieruimte in zen-stijl, maar dat is prima. Alleen wilde ik soms dat het een heel klein beetje ordelijker was, beter gestructureerd, meer… iets.
Tot ik me begin voor te stellen dat ik effectief aan dat schoonmaken en opruimen begin…

Laat maar.
Het is al lang prima zo.

En dat is ook zo. Dus waarom die gemengde gevoelens?

 

Prelente_089 ed cut klein
(c) KV

 

Twee jaar geleden ging Christophe voor twee weken naar de VS, een congres bijwonen en dierbare oude AFS-vrienden opzoeken. Het was de langste periode dat we niet samen waren waarbij ik degene was die thuis achterbleef, en het was een stevige uitdaging.

Ik ben geen huishoudelijke prinses, en voltijds voor alles alleen instaan, ook de zorg voor onze zoon van (toen) zeven, drukte mij met de neus op het feit hoe hecht mijn leven verweven was geraakt met dat van die andere persoon waar ik al vijftien jaar mee samenwoonde. Ik beken eerlijk dat ik minder moeite heb om het zonder mijn zoon te stellen als hij de halve zomer in Frankrijk bij zijn grootouders doorbrengt, dan om mijn man twee weken te missen.

Het is me wel gelukt, natuurlijk (jeezes, wie ben ik om te klagen!?) en ik hervond ook een soort innerlijke kracht waarvan ik had gedacht dat die misschien verdwenen was. En die twee weken hadden ook een paar onverwachte geschenken voor me. Ik merkte interessante veranderingen in mijn gedrag. Ze kwamen onbewust tot stand, in de zin dat ik niet beslist had om de dingen plots anders te gaan aanpakken. Maar aangezien ik op een zeer bewuste manier leef, en ze zeer aanwezig waren, kon ik niet anders dan ze opmerken, in al hun onverwachtheid.

Christophe zucht wel eens dat ik een meester ben in het negeren van de afwas die op hem staat te wachten op het aanrecht (ik kook, hij wast af, en het klopt: ik kan die to-taal negeren). Maar toen hij er niet was, slaagde ik daar eenvoudigweg niet in. Dat had niet eens zoveel te maken met de wetenschap dat alles wat ik zich liet opstapelen later alleen maar een groter en lastiger karwei werd. Het had iets te maken met de orde en schoonheid die ontstond als ik het achter de rug had. Die had ik nodig. Het was bijna alsof ik, nu de liefde van mijn leven er niet was, een zekere vorm van troost uit mijn omgeving wilde halen. Ik voelde me beter als de dingen schoon en opgeruimd waren. Dus deed ik dat, grondiger dan in lange tijd. De bezigheid zelf bezorgde me niet bepaald veel vreugde, maar het resultaat was om een of andere reden belangrijker. Ik had het gevoel dat ik mijn leven beter aankon met een schonere keuken, een beter opgeruimde woonkamer.

Toen mijn man terugkwam, omhelsde ik hem als de verloren en teruggevonden schat die hij was. En het leven werd weer normaal.

Nu kijk ik mijn huis en mijn tuin rond, in dit vroege lenteweer, en ik herken mijn nood voor wat meer properheid, orde en schoonheid. En dan weeg ik die af tegen het rijke gevoel van harmonie en ‘thuiskomen’ dat ik al heb, de verbondenheid met mijn geliefden, de energie die ik investeer in mijn gezin en mijn professionele bezigheden.
Ik vraag me af wat de meerwaarde van die extra inspanning zou zijn. En ik betrap mezelf op de gedacht: ja, het zou wel leuk zijn. Maar de meerwaarde weegt niet op tegen de moeite.

Zo lang ik omringd ben door mijn geliefden in een warme cocon van harmonie, kan ik wel tegen een beetje rommel. Uitgebreid opruimen zou me niet gelukkiger maken. Die tijd steek ik veel liever in creatief bezig zijn, een goede gesprekspartner en klankbord zijn voor mijn man, en een mama die er staat voor haar zoon.

Ik keer de rommel die zich zachtjes opbouwt de rug toe. Dat grondiger opruimen spaar ik wel voor de dag, hopelijk in een heel verre toekomst, dat ik alleen woon op een plek die thuis zou willen noemen.

 

Prelente_080 ed cut klein
(c) KV

Verjaardagsbloesems

Toen jij je komst op deze wereld aankondigde, keek ik op naar de slanke vingers van de treurwilg die langs het raam naar beneden hingen. Ze waren groen van de eerste aarzelende blaadjes die kwamen piepen. In de tuin aan de andere kant van het huis, waar ik ze tijdens onze arbeid niet kon zien, bloeiden de eerste bloesems van de Japanse kerselaar in roomwit.

Toen je het uitkraaide van plezier omdat mijn papa je hoog de lucht in gooide, en je je eerste driewielertje kreeg, was de lentelucht zo zacht dat de kersenbloesems er al uitbundig bij waren, dansend tegen de de stralend blauwe hemel. We vierden jouw tweede verjaardag in de tuin, en er kwamen zelfs geen jassen aan te pas.

Voor we naar je grootouders trokken om je negende verjaardag te vieren, schoot ik een paar foto’s van de kersenbloesems. Net als de groene vingertoppen van de treurwilg waren ze naar goede gewoonte op jouw jaarlijkse geboorteafspraak. Maar ik heb intussen al lang geleerd dat elk jaar, net als elke afzonderlijke dag, telkens een heel ander verhaal is.

 

Sobran 9_001 ed cut klein
Kersenbloesems na de sneeuwbui (c) KV

Het kreupelhout

Wat een ingewikkeld kluwen lijkt dit leven van mij soms. Hoe geraakt een mens daar wijs uit?

 

Prelente_125 ed klein.jpg
(c) KV

 

Werk — vroeg opstaan, tien kilometer op de fiets, de trein halen, naar kantoor, het blad maken, collega’s spreken, ideeën uitwisselen, overeenkomen, van mening verschillen, het artikel schrijven, de trein terug nemen, nog tien kilometer op de trappers; thuis.

Thuis — helpen met het ontbijt, de zoon naar school brengen (op sommige dagen), geliefden omhelzen, luisteren naar verhalen, boodschappen doen, eindeloze bergen was en strijk, koken, organiseren, opruimen, rozen snoeien, hilarische acts voor het slapengaan met de kleine (aan mij is een stand-up comedian verloren gegaan).

Schrijven — Zaailingen en romans en verhalen op de trein van en naar het werk en in andere vrije momenten; mails en blogs veel te laat op de avond voor mijn computerscherm; dagboek waar en wanneer het kan en overal tussenin.

Lezen — veel minder dan vroeger, maar ik heb dan ook het gevoel dat ik zo boordevol zit met alles wat ik in de voorbije vier decennia heb gelezen en dat het nu tijd is om nu voor een tijdje vooral mijn eigen werk te maken, eerder dan nog wat meer van andermans werk te gaan lezen. Natuurlijk lees ik nog altijd. Maar minder, en alleen als iets me écht aanspreekt.

Foto’s maken  — waar en wanneer het maar mogelijk is.

Afspraken en engagementen — repetitie met de band, werk aan een optreden met een enthousiaste gelijkgestemde ziel rond het belang van kinder- en jeugdliteratuur onder de titel BoekJe Bestemming; een sofagesprek/interview en een key note lezing voor een studiedag voor bibliotheekmedewerkers voorbereiden; een tentoonstelling in de pijplijn rond werk van vluchtelingen waar Jurgen en ik een handvol Zaailingen rond het thema mogen gaan tonen, waaronder Dageraad.

Publicaties en Residenties — praktische dingen allerhande. Het officiële nieuws over de residentie in Zweden is intussen de wereld in, maar er is nog nieuws op komst. Ik kijk er al naar uit om het daarover te hebben. Maar nu nog niet. Nog even.

 

Prelente_126 ed klein
(c) KV

 

Ja, het is druk. Maar ik wil niet klinken alsof ik klaag. Want ik weet mijzelf ongelooflijk bevoorrecht.
Geen grote tegenslagen, geen ziektes, geen geliefden die stervend zijn of in hoge nood, geen financiële kopzorgen, geen oorlogen of dictaturen (voorlopig). Dit is leven van overvloed.

En als het allemaal toch een beetje te veel wordt, voor een ogenblik of twee, dan blijven de beste dingen altijd duidelijk zichtbaar doorheen de wirwar van kreupelhout en complicaties. Getekend met de scherpste pen, gesneden uit het diepste hout.

Eén enkele heldere noot, die klinkt als thuis.

Lid voor het leven

Als ik je blogs lees, zei een vriendin me, dan merk ik dat je wel erg vaak schrijft over loslaten. Zo vaak zelfs, dat ik wel eens denk: lieve Kirstin, je doet het nog niet echt, hé, dat loslaten? Niet helemaal.

Het trof me als een zeer interessante bemerking.

Het klopt dat ‘loslaten’ een van mijn terugkerende motieven is. En het klopt ook wel dat ik erover schrijf omdat het zo belangrijk voor mij is.

 

Roeken_002 zw klein
(c) KV

 

Jaren geleden, toen coaching en persoonlijke ontwikkeling hun intrede deden in onze familie en we onze persoonlijke en gemeenschappelijke patronen begonnen te ontdekken, stichtten we bij ons thuis met een knipoog een organisatie: CFA. Voluit staat dat voor Control Freaks Anonymous.

Mijn mama, daar bestond geen enkele discussie over, is de gedoodverfde voorzitter. Mijn zusje, altijd de spaarzame van ons gezin, neemt de rol van penningmeester waar. Ik ben steunend lid, en mijn echtgenoot heeft zich daar vlotjes bij aangesloten. Nu en dan nodigen we vrienden of kennissen uit om lid te worden.
(Nee, we houden geen bijeenkomsten of zo. Het hele ding is één grote grap. Maar het is een schitterende manier om elkaar – en onszelf – te confronteren als we weer eens uit de bocht gaan.)

Dus heb ik misschien nog wat werk met loslaten?
Hmm…

Controle gaat over angst.
De angst om niet goed genoeg te zijn (en de liefde van mensen te verliezen), om niet sterk genoeg te zijn (en verpletterd te worden door tegenslag als die je overvalt), om het niet waard te zijn om gewoon te leven als de kleine, onvolmaakte mens die je bent (en op een of andere manier proberen dat toch te verdienen).

Net als de meeste controlefreaks ken ik deze drie vormen van angst heel goed. En heel waarschijnlijk zijn er nog andere, maar daar kom ik nu even niet op.

Ik ben er niet obsessief mee bezig om de dingen tot het laatste detail perfect te krijgen. Maar soms merk ik wel dat ik beslist nog niet vrij ben van angst. En mijn manier om daarmee om te gaan is proberen mijn angst te begrijpen, en vervolgens op te lossen. Misschien is dat een zoveelste vorm van controle, kan best.

Mijn blog over de wachttijd op de luchthaven van Zaventem kan je bijvoorbeeld inderdaad heel goed lezen als een poging om de controlefreak in mijzelf gerust te stellen (alles komt in orde, je haalt je vlucht, het plafond staat niet op het punt naar beneden te komen…)

Anderzijds heb ik wel degelijk al een en ander over loslaten geleerd. Ik ben veel relaxter dan vroeger. En telkens als ik merk dat ik met iets nogal krampachtig omga, herinner ik mezelf eraan dat het helemaal oké is om… los te laten. Ik koester beelden als de rivier die me meeneemt stroomafwaarts en de thermiek die me optilt voor een stuk omdat ze het geloof weergeven dat ik intussen heb over waar deze reis heen gaat (met het Leven, of de Ziel, of het Unuiversum, of hoe je het ook graag wil noemen, aan het stuur).
Dus denk ik dat ik zo vaak over loslaten schrijf omdat het iets is wat ik aan het leren ben, en zoals alle leerprocessen maakt het je van dat ene ding bijzonder bewust. Het is een niet-aflatende oefening, een vaardigheid die je een leven lang blijft verwerven.
Roeken_003 zw ed cut klein
(c) KV

 

Ik heb wel het gevoel dat ik er stilaan beter in word. Minder bang. Minder in de greep van angst wanneer die zich toch weer eens aandient.

Heb ik het perfect onder de knie? Nauwelijks. Maar perfectionisme zou mij toch gewoon andermaal naar voren schuiven als gedoodverfd lid van het CFA? Of niets soms?

Hout vasthouden

Melancholisch gemijmer bij het vertrek uit Frankrijk

 

Kiki 5 145 klein
La Place Des Retraités (bordje aan de muur staat helaas niet op de foto) – aka La Douce France En Hiver (c) KV

 

‘We hebben het werk dat dit huis en het terrein er omheen vraagt misschien wel wat onderschat,’ zegt mijn moeder me tijdens de autorit naar Albi, waar er een heerlijke lunch op het programma staat in een van hun vaste restaurantjes, waar ze door de eigenaars én de kelners begroet worden als familie. ‘Als ik de hele oefening nu over moest doen, dan zou ik misschien heel andere beslissingen nemen.’

Niet dat mijn ouders er spijt van hebben dat ze in Frankrijk zijn gaan wonen, maar ’s winters kan het toch wel erg guur worden waar zij zijn neergestreken. En die kleine bungalow naast het grote woonhuis was wel bijzonder praktisch met het oog op de oudste dochter (ik) die zou afkomen met echtgenoot plus twee stiefzonen plus peuterkleinzoon, maar nu gebeurt het maar zelden meer dat we alle vijf samen op het appel zijn, want de oudsten zijn intussen veel zelfstandiger geworden en geven er de voorkeur aan om op andere tijdstippen te landen, met vrienden in plaats van (stief)ouders. En dus hebben mama en papa altijd veel ruimte voor gasten, maar ook niet voortdurend meer zin in veel volk.

‘Ik weet niet waar we zullen zijn binnen tien jaar,’ mijmert mijn moeder. ‘Maar daar wil ik ook niet te veel bij stilstaan, we proberen te leven in het nu.’

 

Kiki 5 020 ed cut2 klein
(c) KV

 

Ik ook. Ik leef in een ‘nu’ waarin mijn beide ouders nog steeds gezond zijn. Waarin ze ouder worden en hun beste vrienden, die troep personages die recht uit de betere Franse komedie ontsnapt lijken, ook een dagje ouder worden, maar alles bij elkaar doen ze het nog behoorlijk goed.

Ze herinneren zich niet alles even vlotjes meer als vroeger. Er zijn operaties geweest en doktersbezoeken, controles en medicatie. Er is het huis dat vervelend veel herstellingen nodig heeft, en het zwembad en de tuin die in de lente in orde moeten gebracht worden. Niet door henzelf, maar door iemand die daarvoor moet langskomen en die altijd vertraging heeft, of niet komt opdagen, of veel te duur is.

Ik vertrek morgen terug naar België, en ik ben dankbaar om mijn ouders achter te laten in goede gezondheid en met een goed humeur. Ik weet dat ik mijn zegeningen moet tellen. Wat ik weet even goed dat er een tijd komt dat ik naar het zuiden zal vliegen – of rijden – om te helpen met kwesties van een veel complexere financiële of medische aard. Over tien jaar? Vijftien? Vijf? Ik kan me de omvang van de onderneming zelfs niet voorstellen mocht er aan een van beiden iets gebeuren en de ander zou verhuizen naar een appartement in Albi, laat staan België. De gedachte alleen al vervult me met vroegtijdig verdriet. Ik weet wel dat ik er niet alleen zal voorstaan. Mijn zus, mijn man, vrienden en kinderen zullen klaarstaan om te helpen, oplossingen te bedenken en ze uit te voeren. Maar toch.

Waarschijnlijk hoort dit gewoon bij de melancholie van vertrekken. Ik aanvaard ze voor wat ze is, en bid in stilte dat mijn ouders hier nog veel gelukkige, gezonde jaren mogen kennen.
Ik zie ze voor me, omringd door iedereen die hen graag ziet. De zon schijnt, en er zijn vrienden van alle hoeken van Europa. In het zwembad spelen kinderen, en de tafel is gedekt met lekker eten. Hoog in de lucht cirkelen de buizerds en de valken waar we zo van houden.

Dat is een goed beeld. Hout vasthouden.
Of zoals de Fransen het zeggen: touchons du bois.

 

Kiki 5 043 ed cut klein
(c) KV

Een goed nest

Ik zit in het bureau van mijn vader en ik schrijf. Nu en dan kijk ik op naar de bomen naast het huis, waar een koppel eksters een nest bouwen. Ik sla hun vorderingen gade met een glimlach.

Ze werken methodisch en gefocust. Soms vliegen ze allebei uit voor geschikte takjes, soms blijft er een in het nest terwijl de ander op zoek gaat naar meer materiaal. Soms komt de ene terug en vindt degene die achterbleef in het nest dat het tijd wordt om van rol te wisselen en vertrekt op zijn beurt zowat meteen.
Op zeker moment kon ik me de ergernis van een van beide bijna voorstellen toen de ander kwam aangevlogen met een tak die zo lang was dat hij ongeveer drie keer om het nest heen kon gewonden worden. Hoe wil je in godsnaam dat ik die erin gepast krijg, leek die in het nest te zeggen.
Soms werken ze samen om alles te schikken en in elkaar te puzzelen, met een van beide op de rand van het nest, of zelfs eronder, om een al te lange tak een stukje lager te trekken.

 

Kiki 4 015 ed klein
(c) KV

 

Ik ben ondertussen al veertig jaar het kind van mijn ouders, en hoewel ons huis altijd een soort tijdelijk toevluchtsoord is geweest voor jonge mensen met nood aan een stabiele thuis, ligt de tijd van nesten bouwen en jonkies opvoeden nu toch wel al een hele tijd achter hen. Ik ben van onder hun vleugels vandaan gegroeid en ben mijn eigen nest gaan bouwen. Nu ben ik zelf ouder. Maar op een of andere manier voelt het toch ook altijd goed om even terug te zijn.

We hebben samen nog een heleboel vakanties doorgebracht, maar echt samengewoond hebben we niet meer, niet als het kerngezin dat we ooit waren, een zeldzame week waarin mijn zus en ik allebei naar Frankrijk afzakten zonder partners niet te na gesproken. En zelfs toen waren er kleinkinderen bij, als ik het me goed herinner. Dat is prima, zo gaan die dingen nu eenmaal.

Sinds wij volwassen zijn, doen mijn ouders bewust moeite om niet te veel parentaal gezag meer te laten gelden. Zelfs al kunnen ze er uitgesproken meningen op nahouden, ze respecteren ook de onze. Geen ‘ik ben hier de ouder en jij bent mij eeuwige trouw en  gehoorzaamheid verschuldigd’-gedoe hier. Onze discussies kunnen ten andere wel levendig zijn.

Recent, zeker sinds ik zelf in mijn kracht ben gekomen als volwassen vrouw en moeder, voelen mijn mama en ik ons op sommige vlakken behoorlijk hecht verbonden. We maken, om het zo te zeggen, deel uit van een universeel ‘vrouwengeslacht’. Het leeftijdsverschil tussen ons is uiteraard hetzelfde als altijd, maar we voelen ons nu veel meer deel van dezelfde traditie, als een volwassene en een oudere, dan we waren als jong meisje en haar moeder. Het is een evolutie die we allebei verwelkomen en appreciëren.

Mijn verblijf hier bij mijn ouders (het is pas de tweede keer dat ik op mijn eentje bij ze in Frankrijk ben) is het niet anders. Wij zijn een stam, een nest, maar zelfs al ben ik hun nageslacht en zal ik dat altijd blijven, we omarmen elkaar wel als gelijken.

 

GP 5 029
Geen maand na haar longoperatie gaat mama al dapper mee de honden uitlaten – met een ingelaste knuffelstop nu en dan (c) KV

 

 

Mijn mama geneest goed. Maar mooier nog om te zien dan de vorderingen die ze maakt, is hoe mijn ouders met elkaar omgaan. Ze hebben in de loop van de jaren hun meningsverschillen en conflicten gehad, maar in zekere zin was mama’s klaplong en het feit dat ze een zware operatie moest ondergaan om meer van hetzelfde in de toekomst te vermijden een cadeau voor hun relatie. Mijn vader verzorgt haar met een hartverwarmende toewijding, en mama is erkentelijk en dankbaar op de best mogelijke manier. Ze plagen elkaar, ze lachen veel en ze zijn heel innig. Bij momenten heb ik het gevoel dat ik twee oude pubers elkaar zie herontdekken, op een mooiere manier dan daarvoor.

Soms moet je naar de hel en terug om dit soort mirakel te krijgen, zoals mijn mama het uitdrukt. De serieuze emotionele confrontatie die ze vorige zomer hadden en mijn mama’s fysieke toestand deze winter kunnen beslist omschreven worden als een kleine hel. Maar óf ze er sterker uitkomen.

Ik ben blij om hier te zijn, blij om te helpen met kleine dingen, blij om in hun gezelschap te zijn en hen gade te slaan in hun dagelijkse bezigheden.

Dit is nog altijd een warm nest. Het is fijn om thuis te zijn.

 

Kiki 4 011 ed cut klein
(c) KV

De Fransen hebben geen kaas gegeten van weersvoorspellingen

De Franse météo beloofde vijf dagen stralende zon en zachte temperaturen.
Nog niet zoveel van gezien, tot nu toe, moet ik zeggen.

 

Kiki 2 003 klein
Foto van mijn papa, gemaakt op de dag dat ik dit schreef

 

De goeie kant van gure wind en sneeuwvlagen, is evenwel dat de vogels dan veel honger hebben.
Terwijl mama aan tafel zit te tekenen, sta ik, gewapend met mijn vaders camera, voor het raam. We amuseren ons allebei.

 

Kiki 1 054 ed cut klein

 

Kiki 2 146 ed cut klein
(c) KV

Transit

Ik bevind me in transit vanavond. Ik zit op de luchthaven de uren te doden, terwijl ik wacht tot mijn vlucht vertrekt. Ik ga een handvol dagen op bezoek bij mijn ouders in Frankrijk, om bij mijn mama te zijn die herstelt van haar recente, zware operatie.

 

28343289_10211611169262180_312883817_o
(c) KV

 

Ik was goed op tijd op de luchthaven, meteen na het werk. Het eerste wat ik me afvroeg (of ik de Diabolo-toeslag zou moeten betalen, net als alle andere reizigers, terwijl ik als journalist in regel gratis met de trein reis) werd snel uitgeklaard door de conducteur. Ik had me half en half voorbereid om de volle pot te betalen, want op de trein, maar alles bleek in orde. Alleen had ik nu meteen een ander probleem, want om van het luchthavenstation toegang te krijgen tot de luchthaven zelf, moeten reizigers hun ticket voor een lezer houden om de automatische deuren op te krijgen. Een ticket dat ik dus niet had, want alleen een journalistenkaart… Geen zorgen, gelukkig: een vriendelijke medewerker wierp één blik op mijn abonnementskaart en hielp me meteen naar binnen.

Ik vond een plekje om te zitten voor iets wat op avondeten leek: een stuk opgewarmde pizza en een belachelijk duur drankje.
Zwervend door de galmende gangen van de luchthaven word ik met mijzelf geconfronteerd. Het blijft me verbazen hoe stresserend ik dit soort onderneming vind.

Je zou denken dat een mens als ze veertig is er haar hand niet meer voor zou omdraaien om een vliegtuig te nemen. Ik vloog voor het eerst (bewust) op mijn veertiende, op citytrip met het gezin naar London. Een paar jaar later vlogen mijn toenmalig lief en ik een aantal keer naar Spanje voor de zomervakanties. Twintig jaar geleden vloog ik op mijn eentje naar Seattle om er twee weken door te brengen in het gezin van een Mormoonse vriend. Ik passeerde de douane in Newark (New York), en haalde mijn binnenlandse aansluiting. Akkoord, we praten vóór 9/11, maar het was een prestatie voor het verlegen en onervaren kind dat ik toen eigenlijk nog altijd was. Ik arriveerde ‘s avonds in Seattle en daar stond, tot mijn verrassing, niemand me op te wachten. Ik zag me al door een onbekende stad dwalen op zoek naar een plek om te slapen… Dat was het dichtste dat ik ooit kwam bij echte paniek. Ik slaagde er uiteindelijk in om met een betaaltelefoon naar het huis van mijn vriend te bellen (gsm’s waren er ook nog niet), en zijn moeder verzekerde me dat hij wel degelijk op de luchthaven was om me af te halen. Alleen bleek hij bij de douane-uitgang te staan, in plaats van bij die voor binnenlandse vluchten.

28407997_10211611169222179_444151761_o
(c) KV

Ik heb sindsdien nog veel vaker het vliegtuig genomen. Alleen, met mijn man, met mijn zoontje. Ik weet hoe het hele ding werkt, ik ben een volwassene die alle juiste papieren heeft én de juiste boarding pass, die de drie nationale talen plus Engels beheerst. Ik heb zelfs geen vliegangst. Dus waarom ben ik dan in godsnaam gestrest?

Let wel, het gaat hier niet over de klamme-handen-bijna-paniek stress die ik in Seattle voelde. Als dat wel zo was, dan zou ik mezelf dit gedoe simpelweg niet aandoen, of ik zocht een goeie therapie. Dit soort angst mag je wat mij betreft je leven niet laten bepalen, punt.
Nee, dit is gewoon een fundamenteel gevoel van onbehagen, iets tussen emotionele pijn en jeuk, een knagende onzekerheid. Het belet met niet om te functioneren, maar het vreet wel aan mijn krachten. Ik vraag me voortdurend af of ik alles wel goed doe, of ik mijn weg zal vinden, of er geen onverwachte problemen zullen opduiken. (Dezer dagen kan je in een Europese luchthaven ook onmogelijk níet denken aan terroristische aanslagen, maar dat soort gedachten sta ik mezelf niet lang toe. Ik werk drie dagen per week op een boogscheut van het Brusselse metrostation Maalbeek. Het leven gaat door en we moeten het leven. Het heeft geen zin om energie te verspillen aan het berekenen van de absurd kleine kans ooit op het foute moment op de foute plaats te zijn.)

Misschien is het gewoon de controlefreak in mij die het moeilijk heeft. Deze plek valt niet te controleren, en het constante bombardement van prikkels dat me onophoudelijk belaagt ook niet. Ik ben niet goed in opgaan in een massa vreemden. En er zijn hier maar heel weinig gezellige hoekjes waar een mens zich even rustig kan terugtrekken. In plaats daarvan zijn er formaliteiten, lange, drukke gangen, luidruchtige, volle eethoeken en eindeloze, lege uren.

Het komt wel goed met mij. Ik heb het meest stresserende stuk al achter de rug: inchecken en bagagecontrole. Nu is het alleen nog een paar lange uren voor het wachten, aan boord gaan, vliegen, uitstappen en naar Fauch rijden eindelijk achter de rug zijn. Maar ik kijk er naar uit om mijn vader te zien, die me komt ophalen, en mijn mama, die waarschijnlijk slaapt tegen dat we thuiskomen, maar haar beterschapsknuffel dan dubbel en dik krijgt morgenochtend.

 

deSingel_049 ed klein
(c) KV