Orde en harmonie – vanbinnen of vanbuiten?

Waarom ik mijn huis niet zo grondig opruim als ik wel zou willen

 

Prelente_085 ed cut klein
(c) KV

 

De lente is in het land – met een kleine maand vertraging, maar ze is er tenminste!

Lentschoonmaak is aan mij nooit echt besteed geweest. De meeste van onze spullen hebben een vaste stek (kamer, kast, plank, lade), maar er slingert altijd een milde hoeveelheid rommel die illustreert dat de prioriteit bij ons in huis leven is, en niet opruimen.

Clean
Bordje bij ons in de gang

Laatst keek ik het huis en de tuin rond. En ik merkte dat een aantal dingen toch niet helemaal waren zoals ik ze graag had. Ik zou wat meer moeten opruimen. Ik zou onkruid moeten wieden. Ik zou mezelf en mijn zaakjes beter in de hand moeten hebben.
Alleen had ik niet genoeg energie voorradig om het me echt aan te trekken. De inspanning die het zou vragen om mijn omgeving een heel klein beetje te verbeteren, woog veel meer door dan het voordeel dat ik zou halen uit al die moeite.

Het is niet dat ik niet houd van een proper huis. Soms voelt zo’n woonst wel eens té netjes voor mij, alsof je per ongeluk een bladzijde uit een interieurmagazine binnen bent gewandeld, een huis waarin niemand echt lijkt te wonen, maar ik geniet van schoonheid, harmonie en rust. En in de algemene zin houden we ons huis ook wel schoon. Oké, van de vloer eten zou ik niet aanraden. En er staan overal veel te veel planten en kunstvoorwerpen en stenen om het ooit te laten doorgaan voor een meditatieruimte in zen-stijl, maar dat is prima. Alleen wilde ik soms dat het een heel klein beetje ordelijker was, beter gestructureerd, meer… iets.
Tot ik me begin voor te stellen dat ik effectief aan dat schoonmaken en opruimen begin…

Laat maar.
Het is al lang prima zo.

En dat is ook zo. Dus waarom die gemengde gevoelens?

 

Prelente_089 ed cut klein
(c) KV

 

Twee jaar geleden ging Christophe voor twee weken naar de VS, een congres bijwonen en dierbare oude AFS-vrienden opzoeken. Het was de langste periode dat we niet samen waren waarbij ik degene was die thuis achterbleef, en het was een stevige uitdaging.

Ik ben geen huishoudelijke prinses, en voltijds voor alles alleen instaan, ook de zorg voor onze zoon van (toen) zeven, drukte mij met de neus op het feit hoe hecht mijn leven verweven was geraakt met dat van die andere persoon waar ik al vijftien jaar mee samenwoonde. Ik beken eerlijk dat ik minder moeite heb om het zonder mijn zoon te stellen als hij de halve zomer in Frankrijk bij zijn grootouders doorbrengt, dan om mijn man twee weken te missen.

Het is me wel gelukt, natuurlijk (jeezes, wie ben ik om te klagen!?) en ik hervond ook een soort innerlijke kracht waarvan ik had gedacht dat die misschien verdwenen was. En die twee weken hadden ook een paar onverwachte geschenken voor me. Ik merkte interessante veranderingen in mijn gedrag. Ze kwamen onbewust tot stand, in de zin dat ik niet beslist had om de dingen plots anders te gaan aanpakken. Maar aangezien ik op een zeer bewuste manier leef, en ze zeer aanwezig waren, kon ik niet anders dan ze opmerken, in al hun onverwachtheid.

Christophe zucht wel eens dat ik een meester ben in het negeren van de afwas die op hem staat te wachten op het aanrecht (ik kook, hij wast af, en het klopt: ik kan die to-taal negeren). Maar toen hij er niet was, slaagde ik daar eenvoudigweg niet in. Dat had niet eens zoveel te maken met de wetenschap dat alles wat ik zich liet opstapelen later alleen maar een groter en lastiger karwei werd. Het had iets te maken met de orde en schoonheid die ontstond als ik het achter de rug had. Die had ik nodig. Het was bijna alsof ik, nu de liefde van mijn leven er niet was, een zekere vorm van troost uit mijn omgeving wilde halen. Ik voelde me beter als de dingen schoon en opgeruimd waren. Dus deed ik dat, grondiger dan in lange tijd. De bezigheid zelf bezorgde me niet bepaald veel vreugde, maar het resultaat was om een of andere reden belangrijker. Ik had het gevoel dat ik mijn leven beter aankon met een schonere keuken, een beter opgeruimde woonkamer.

Toen mijn man terugkwam, omhelsde ik hem als de verloren en teruggevonden schat die hij was. En het leven werd weer normaal.

Nu kijk ik mijn huis en mijn tuin rond, in dit vroege lenteweer, en ik herken mijn nood voor wat meer properheid, orde en schoonheid. En dan weeg ik die af tegen het rijke gevoel van harmonie en ‘thuiskomen’ dat ik al heb, de verbondenheid met mijn geliefden, de energie die ik investeer in mijn gezin en mijn professionele bezigheden.
Ik vraag me af wat de meerwaarde van die extra inspanning zou zijn. En ik betrap mezelf op de gedacht: ja, het zou wel leuk zijn. Maar de meerwaarde weegt niet op tegen de moeite.

Zo lang ik omringd ben door mijn geliefden in een warme cocon van harmonie, kan ik wel tegen een beetje rommel. Uitgebreid opruimen zou me niet gelukkiger maken. Die tijd steek ik veel liever in creatief bezig zijn, een goede gesprekspartner en klankbord zijn voor mijn man, en een mama die er staat voor haar zoon.

Ik keer de rommel die zich zachtjes opbouwt de rug toe. Dat grondiger opruimen spaar ik wel voor de dag, hopelijk in een heel verre toekomst, dat ik alleen woon op een plek die thuis zou willen noemen.

 

Prelente_080 ed cut klein
(c) KV
Advertenties

Verjaardagsbloesems

Toen jij je komst op deze wereld aankondigde, keek ik op naar de slanke vingers van de treurwilg die langs het raam naar beneden hingen. Ze waren groen van de eerste aarzelende blaadjes die kwamen piepen. In de tuin aan de andere kant van het huis, waar ik ze tijdens onze arbeid niet kon zien, bloeiden de eerste bloesems van de Japanse kerselaar in roomwit.

Toen je het uitkraaide van plezier omdat mijn papa je hoog de lucht in gooide, en je je eerste driewielertje kreeg, was de lentelucht zo zacht dat de kersenbloesems er al uitbundig bij waren, dansend tegen de de stralend blauwe hemel. We vierden jouw tweede verjaardag in de tuin, en er kwamen zelfs geen jassen aan te pas.

Voor we naar je grootouders trokken om je negende verjaardag te vieren, schoot ik een paar foto’s van de kersenbloesems. Net als de groene vingertoppen van de treurwilg waren ze naar goede gewoonte op jouw jaarlijkse geboorteafspraak. Maar ik heb intussen al lang geleerd dat elk jaar, net als elke afzonderlijke dag, telkens een heel ander verhaal is.

 

Sobran 9_001 ed cut klein
Kersenbloesems na de sneeuwbui (c) KV

Het kreupelhout

Wat een ingewikkeld kluwen lijkt dit leven van mij soms. Hoe geraakt een mens daar wijs uit?

 

Prelente_125 ed klein.jpg
(c) KV

 

Werk — vroeg opstaan, tien kilometer op de fiets, de trein halen, naar kantoor, het blad maken, collega’s spreken, ideeën uitwisselen, overeenkomen, van mening verschillen, het artikel schrijven, de trein terug nemen, nog tien kilometer op de trappers; thuis.

Thuis — helpen met het ontbijt, de zoon naar school brengen (op sommige dagen), geliefden omhelzen, luisteren naar verhalen, boodschappen doen, eindeloze bergen was en strijk, koken, organiseren, opruimen, rozen snoeien, hilarische acts voor het slapengaan met de kleine (aan mij is een stand-up comedian verloren gegaan).

Schrijven — Zaailingen en romans en verhalen op de trein van en naar het werk en in andere vrije momenten; mails en blogs veel te laat op de avond voor mijn computerscherm; dagboek waar en wanneer het kan en overal tussenin.

Lezen — veel minder dan vroeger, maar ik heb dan ook het gevoel dat ik zo boordevol zit met alles wat ik in de voorbije vier decennia heb gelezen en dat het nu tijd is om nu voor een tijdje vooral mijn eigen werk te maken, eerder dan nog wat meer van andermans werk te gaan lezen. Natuurlijk lees ik nog altijd. Maar minder, en alleen als iets me écht aanspreekt.

Foto’s maken  — waar en wanneer het maar mogelijk is.

Afspraken en engagementen — repetitie met de band, werk aan een optreden met een enthousiaste gelijkgestemde ziel rond het belang van kinder- en jeugdliteratuur onder de titel BoekJe Bestemming; een sofagesprek/interview en een key note lezing voor een studiedag voor bibliotheekmedewerkers voorbereiden; een tentoonstelling in de pijplijn rond werk van vluchtelingen waar Jurgen en ik een handvol Zaailingen rond het thema mogen gaan tonen, waaronder Dageraad.

Publicaties en Residenties — praktische dingen allerhande. Het officiële nieuws over de residentie in Zweden is intussen de wereld in, maar er is nog nieuws op komst. Ik kijk er al naar uit om het daarover te hebben. Maar nu nog niet. Nog even.

 

Prelente_126 ed klein
(c) KV

 

Ja, het is druk. Maar ik wil niet klinken alsof ik klaag. Want ik weet mijzelf ongelooflijk bevoorrecht.
Geen grote tegenslagen, geen ziektes, geen geliefden die stervend zijn of in hoge nood, geen financiële kopzorgen, geen oorlogen of dictaturen (voorlopig). Dit is leven van overvloed.

En als het allemaal toch een beetje te veel wordt, voor een ogenblik of twee, dan blijven de beste dingen altijd duidelijk zichtbaar doorheen de wirwar van kreupelhout en complicaties. Getekend met de scherpste pen, gesneden uit het diepste hout.

Eén enkele heldere noot, die klinkt als thuis.

Lid voor het leven

Als ik je blogs lees, zei een vriendin me, dan merk ik dat je wel erg vaak schrijft over loslaten. Zo vaak zelfs, dat ik wel eens denk: lieve Kirstin, je doet het nog niet echt, hé, dat loslaten? Niet helemaal.

Het trof me als een zeer interessante bemerking.

Het klopt dat ‘loslaten’ een van mijn terugkerende motieven is. En het klopt ook wel dat ik erover schrijf omdat het zo belangrijk voor mij is.

 

Roeken_002 zw klein
(c) KV

 

Jaren geleden, toen coaching en persoonlijke ontwikkeling hun intrede deden in onze familie en we onze persoonlijke en gemeenschappelijke patronen begonnen te ontdekken, stichtten we bij ons thuis met een knipoog een organisatie: CFA. Voluit staat dat voor Control Freaks Anonymous.

Mijn mama, daar bestond geen enkele discussie over, is de gedoodverfde voorzitter. Mijn zusje, altijd de spaarzame van ons gezin, neemt de rol van penningmeester waar. Ik ben steunend lid, en mijn echtgenoot heeft zich daar vlotjes bij aangesloten. Nu en dan nodigen we vrienden of kennissen uit om lid te worden.
(Nee, we houden geen bijeenkomsten of zo. Het hele ding is één grote grap. Maar het is een schitterende manier om elkaar – en onszelf – te confronteren als we weer eens uit de bocht gaan.)

Dus heb ik misschien nog wat werk met loslaten?
Hmm…

Controle gaat over angst.
De angst om niet goed genoeg te zijn (en de liefde van mensen te verliezen), om niet sterk genoeg te zijn (en verpletterd te worden door tegenslag als die je overvalt), om het niet waard te zijn om gewoon te leven als de kleine, onvolmaakte mens die je bent (en op een of andere manier proberen dat toch te verdienen).

Net als de meeste controlefreaks ken ik deze drie vormen van angst heel goed. En heel waarschijnlijk zijn er nog andere, maar daar kom ik nu even niet op.

Ik ben er niet obsessief mee bezig om de dingen tot het laatste detail perfect te krijgen. Maar soms merk ik wel dat ik beslist nog niet vrij ben van angst. En mijn manier om daarmee om te gaan is proberen mijn angst te begrijpen, en vervolgens op te lossen. Misschien is dat een zoveelste vorm van controle, kan best.

Mijn blog over de wachttijd op de luchthaven van Zaventem kan je bijvoorbeeld inderdaad heel goed lezen als een poging om de controlefreak in mijzelf gerust te stellen (alles komt in orde, je haalt je vlucht, het plafond staat niet op het punt naar beneden te komen…)

Anderzijds heb ik wel degelijk al een en ander over loslaten geleerd. Ik ben veel relaxter dan vroeger. En telkens als ik merk dat ik met iets nogal krampachtig omga, herinner ik mezelf eraan dat het helemaal oké is om… los te laten. Ik koester beelden als de rivier die me meeneemt stroomafwaarts en de thermiek die me optilt voor een stuk omdat ze het geloof weergeven dat ik intussen heb over waar deze reis heen gaat (met het Leven, of de Ziel, of het Unuiversum, of hoe je het ook graag wil noemen, aan het stuur).
Dus denk ik dat ik zo vaak over loslaten schrijf omdat het iets is wat ik aan het leren ben, en zoals alle leerprocessen maakt het je van dat ene ding bijzonder bewust. Het is een niet-aflatende oefening, een vaardigheid die je een leven lang blijft verwerven.
Roeken_003 zw ed cut klein
(c) KV

 

Ik heb wel het gevoel dat ik er stilaan beter in word. Minder bang. Minder in de greep van angst wanneer die zich toch weer eens aandient.

Heb ik het perfect onder de knie? Nauwelijks. Maar perfectionisme zou mij toch gewoon andermaal naar voren schuiven als gedoodverfd lid van het CFA? Of niets soms?

Hout vasthouden

Melancholisch gemijmer bij het vertrek uit Frankrijk

 

Kiki 5 145 klein
La Place Des Retraités (bordje aan de muur staat helaas niet op de foto) – aka La Douce France En Hiver (c) KV

 

‘We hebben het werk dat dit huis en het terrein er omheen vraagt misschien wel wat onderschat,’ zegt mijn moeder me tijdens de autorit naar Albi, waar er een heerlijke lunch op het programma staat in een van hun vaste restaurantjes, waar ze door de eigenaars én de kelners begroet worden als familie. ‘Als ik de hele oefening nu over moest doen, dan zou ik misschien heel andere beslissingen nemen.’

Niet dat mijn ouders er spijt van hebben dat ze in Frankrijk zijn gaan wonen, maar ’s winters kan het toch wel erg guur worden waar zij zijn neergestreken. En die kleine bungalow naast het grote woonhuis was wel bijzonder praktisch met het oog op de oudste dochter (ik) die zou afkomen met echtgenoot plus twee stiefzonen plus peuterkleinzoon, maar nu gebeurt het maar zelden meer dat we alle vijf samen op het appel zijn, want de oudsten zijn intussen veel zelfstandiger geworden en geven er de voorkeur aan om op andere tijdstippen te landen, met vrienden in plaats van (stief)ouders. En dus hebben mama en papa altijd veel ruimte voor gasten, maar ook niet voortdurend meer zin in veel volk.

‘Ik weet niet waar we zullen zijn binnen tien jaar,’ mijmert mijn moeder. ‘Maar daar wil ik ook niet te veel bij stilstaan, we proberen te leven in het nu.’

 

Kiki 5 020 ed cut2 klein
(c) KV

 

Ik ook. Ik leef in een ‘nu’ waarin mijn beide ouders nog steeds gezond zijn. Waarin ze ouder worden en hun beste vrienden, die troep personages die recht uit de betere Franse komedie ontsnapt lijken, ook een dagje ouder worden, maar alles bij elkaar doen ze het nog behoorlijk goed.

Ze herinneren zich niet alles even vlotjes meer als vroeger. Er zijn operaties geweest en doktersbezoeken, controles en medicatie. Er is het huis dat vervelend veel herstellingen nodig heeft, en het zwembad en de tuin die in de lente in orde moeten gebracht worden. Niet door henzelf, maar door iemand die daarvoor moet langskomen en die altijd vertraging heeft, of niet komt opdagen, of veel te duur is.

Ik vertrek morgen terug naar België, en ik ben dankbaar om mijn ouders achter te laten in goede gezondheid en met een goed humeur. Ik weet dat ik mijn zegeningen moet tellen. Wat ik weet even goed dat er een tijd komt dat ik naar het zuiden zal vliegen – of rijden – om te helpen met kwesties van een veel complexere financiële of medische aard. Over tien jaar? Vijftien? Vijf? Ik kan me de omvang van de onderneming zelfs niet voorstellen mocht er aan een van beiden iets gebeuren en de ander zou verhuizen naar een appartement in Albi, laat staan België. De gedachte alleen al vervult me met vroegtijdig verdriet. Ik weet wel dat ik er niet alleen zal voorstaan. Mijn zus, mijn man, vrienden en kinderen zullen klaarstaan om te helpen, oplossingen te bedenken en ze uit te voeren. Maar toch.

Waarschijnlijk hoort dit gewoon bij de melancholie van vertrekken. Ik aanvaard ze voor wat ze is, en bid in stilte dat mijn ouders hier nog veel gelukkige, gezonde jaren mogen kennen.
Ik zie ze voor me, omringd door iedereen die hen graag ziet. De zon schijnt, en er zijn vrienden van alle hoeken van Europa. In het zwembad spelen kinderen, en de tafel is gedekt met lekker eten. Hoog in de lucht cirkelen de buizerds en de valken waar we zo van houden.

Dat is een goed beeld. Hout vasthouden.
Of zoals de Fransen het zeggen: touchons du bois.

 

Kiki 5 043 ed cut klein
(c) KV

Een goed nest

Ik zit in het bureau van mijn vader en ik schrijf. Nu en dan kijk ik op naar de bomen naast het huis, waar een koppel eksters een nest bouwen. Ik sla hun vorderingen gade met een glimlach.

Ze werken methodisch en gefocust. Soms vliegen ze allebei uit voor geschikte takjes, soms blijft er een in het nest terwijl de ander op zoek gaat naar meer materiaal. Soms komt de ene terug en vindt degene die achterbleef in het nest dat het tijd wordt om van rol te wisselen en vertrekt op zijn beurt zowat meteen.
Op zeker moment kon ik me de ergernis van een van beide bijna voorstellen toen de ander kwam aangevlogen met een tak die zo lang was dat hij ongeveer drie keer om het nest heen kon gewonden worden. Hoe wil je in godsnaam dat ik die erin gepast krijg, leek die in het nest te zeggen.
Soms werken ze samen om alles te schikken en in elkaar te puzzelen, met een van beide op de rand van het nest, of zelfs eronder, om een al te lange tak een stukje lager te trekken.

 

Kiki 4 015 ed klein
(c) KV

 

Ik ben ondertussen al veertig jaar het kind van mijn ouders, en hoewel ons huis altijd een soort tijdelijk toevluchtsoord is geweest voor jonge mensen met nood aan een stabiele thuis, ligt de tijd van nesten bouwen en jonkies opvoeden nu toch wel al een hele tijd achter hen. Ik ben van onder hun vleugels vandaan gegroeid en ben mijn eigen nest gaan bouwen. Nu ben ik zelf ouder. Maar op een of andere manier voelt het toch ook altijd goed om even terug te zijn.

We hebben samen nog een heleboel vakanties doorgebracht, maar echt samengewoond hebben we niet meer, niet als het kerngezin dat we ooit waren, een zeldzame week waarin mijn zus en ik allebei naar Frankrijk afzakten zonder partners niet te na gesproken. En zelfs toen waren er kleinkinderen bij, als ik het me goed herinner. Dat is prima, zo gaan die dingen nu eenmaal.

Sinds wij volwassen zijn, doen mijn ouders bewust moeite om niet te veel parentaal gezag meer te laten gelden. Zelfs al kunnen ze er uitgesproken meningen op nahouden, ze respecteren ook de onze. Geen ‘ik ben hier de ouder en jij bent mij eeuwige trouw en  gehoorzaamheid verschuldigd’-gedoe hier. Onze discussies kunnen ten andere wel levendig zijn.

Recent, zeker sinds ik zelf in mijn kracht ben gekomen als volwassen vrouw en moeder, voelen mijn mama en ik ons op sommige vlakken behoorlijk hecht verbonden. We maken, om het zo te zeggen, deel uit van een universeel ‘vrouwengeslacht’. Het leeftijdsverschil tussen ons is uiteraard hetzelfde als altijd, maar we voelen ons nu veel meer deel van dezelfde traditie, als een volwassene en een oudere, dan we waren als jong meisje en haar moeder. Het is een evolutie die we allebei verwelkomen en appreciëren.

Mijn verblijf hier bij mijn ouders (het is pas de tweede keer dat ik op mijn eentje bij ze in Frankrijk ben) is het niet anders. Wij zijn een stam, een nest, maar zelfs al ben ik hun nageslacht en zal ik dat altijd blijven, we omarmen elkaar wel als gelijken.

 

GP 5 029
Geen maand na haar longoperatie gaat mama al dapper mee de honden uitlaten – met een ingelaste knuffelstop nu en dan (c) KV

 

 

Mijn mama geneest goed. Maar mooier nog om te zien dan de vorderingen die ze maakt, is hoe mijn ouders met elkaar omgaan. Ze hebben in de loop van de jaren hun meningsverschillen en conflicten gehad, maar in zekere zin was mama’s klaplong en het feit dat ze een zware operatie moest ondergaan om meer van hetzelfde in de toekomst te vermijden een cadeau voor hun relatie. Mijn vader verzorgt haar met een hartverwarmende toewijding, en mama is erkentelijk en dankbaar op de best mogelijke manier. Ze plagen elkaar, ze lachen veel en ze zijn heel innig. Bij momenten heb ik het gevoel dat ik twee oude pubers elkaar zie herontdekken, op een mooiere manier dan daarvoor.

Soms moet je naar de hel en terug om dit soort mirakel te krijgen, zoals mijn mama het uitdrukt. De serieuze emotionele confrontatie die ze vorige zomer hadden en mijn mama’s fysieke toestand deze winter kunnen beslist omschreven worden als een kleine hel. Maar óf ze er sterker uitkomen.

Ik ben blij om hier te zijn, blij om te helpen met kleine dingen, blij om in hun gezelschap te zijn en hen gade te slaan in hun dagelijkse bezigheden.

Dit is nog altijd een warm nest. Het is fijn om thuis te zijn.

 

Kiki 4 011 ed cut klein
(c) KV

De Fransen hebben geen kaas gegeten van weersvoorspellingen

De Franse météo beloofde vijf dagen stralende zon en zachte temperaturen.
Nog niet zoveel van gezien, tot nu toe, moet ik zeggen.

 

Kiki 2 003 klein
Foto van mijn papa, gemaakt op de dag dat ik dit schreef

 

De goeie kant van gure wind en sneeuwvlagen, is evenwel dat de vogels dan veel honger hebben.
Terwijl mama aan tafel zit te tekenen, sta ik, gewapend met mijn vaders camera, voor het raam. We amuseren ons allebei.

 

Kiki 1 054 ed cut klein

 

Kiki 2 146 ed cut klein
(c) KV

Transit

Ik bevind me in transit vanavond. Ik zit op de luchthaven de uren te doden, terwijl ik wacht tot mijn vlucht vertrekt. Ik ga een handvol dagen op bezoek bij mijn ouders in Frankrijk, om bij mijn mama te zijn die herstelt van haar recente, zware operatie.

 

28343289_10211611169262180_312883817_o
(c) KV

 

Ik was goed op tijd op de luchthaven, meteen na het werk. Het eerste wat ik me afvroeg (of ik de Diabolo-toeslag zou moeten betalen, net als alle andere reizigers, terwijl ik als journalist in regel gratis met de trein reis) werd snel uitgeklaard door de conducteur. Ik had me half en half voorbereid om de volle pot te betalen, want op de trein, maar alles bleek in orde. Alleen had ik nu meteen een ander probleem, want om van het luchthavenstation toegang te krijgen tot de luchthaven zelf, moeten reizigers hun ticket voor een lezer houden om de automatische deuren op te krijgen. Een ticket dat ik dus niet had, want alleen een journalistenkaart… Geen zorgen, gelukkig: een vriendelijke medewerker wierp één blik op mijn abonnementskaart en hielp me meteen naar binnen.

Ik vond een plekje om te zitten voor iets wat op avondeten leek: een stuk opgewarmde pizza en een belachelijk duur drankje.
Zwervend door de galmende gangen van de luchthaven word ik met mijzelf geconfronteerd. Het blijft me verbazen hoe stresserend ik dit soort onderneming vind.

Je zou denken dat een mens als ze veertig is er haar hand niet meer voor zou omdraaien om een vliegtuig te nemen. Ik vloog voor het eerst (bewust) op mijn veertiende, op citytrip met het gezin naar London. Een paar jaar later vlogen mijn toenmalig lief en ik een aantal keer naar Spanje voor de zomervakanties. Twintig jaar geleden vloog ik op mijn eentje naar Seattle om er twee weken door te brengen in het gezin van een Mormoonse vriend. Ik passeerde de douane in Newark (New York), en haalde mijn binnenlandse aansluiting. Akkoord, we praten vóór 9/11, maar het was een prestatie voor het verlegen en onervaren kind dat ik toen eigenlijk nog altijd was. Ik arriveerde ‘s avonds in Seattle en daar stond, tot mijn verrassing, niemand me op te wachten. Ik zag me al door een onbekende stad dwalen op zoek naar een plek om te slapen… Dat was het dichtste dat ik ooit kwam bij echte paniek. Ik slaagde er uiteindelijk in om met een betaaltelefoon naar het huis van mijn vriend te bellen (gsm’s waren er ook nog niet), en zijn moeder verzekerde me dat hij wel degelijk op de luchthaven was om me af te halen. Alleen bleek hij bij de douane-uitgang te staan, in plaats van bij die voor binnenlandse vluchten.

28407997_10211611169222179_444151761_o
(c) KV

Ik heb sindsdien nog veel vaker het vliegtuig genomen. Alleen, met mijn man, met mijn zoontje. Ik weet hoe het hele ding werkt, ik ben een volwassene die alle juiste papieren heeft én de juiste boarding pass, die de drie nationale talen plus Engels beheerst. Ik heb zelfs geen vliegangst. Dus waarom ben ik dan in godsnaam gestrest?

Let wel, het gaat hier niet over de klamme-handen-bijna-paniek stress die ik in Seattle voelde. Als dat wel zo was, dan zou ik mezelf dit gedoe simpelweg niet aandoen, of ik zocht een goeie therapie. Dit soort angst mag je wat mij betreft je leven niet laten bepalen, punt.
Nee, dit is gewoon een fundamenteel gevoel van onbehagen, iets tussen emotionele pijn en jeuk, een knagende onzekerheid. Het belet met niet om te functioneren, maar het vreet wel aan mijn krachten. Ik vraag me voortdurend af of ik alles wel goed doe, of ik mijn weg zal vinden, of er geen onverwachte problemen zullen opduiken. (Dezer dagen kan je in een Europese luchthaven ook onmogelijk níet denken aan terroristische aanslagen, maar dat soort gedachten sta ik mezelf niet lang toe. Ik werk drie dagen per week op een boogscheut van het Brusselse metrostation Maalbeek. Het leven gaat door en we moeten het leven. Het heeft geen zin om energie te verspillen aan het berekenen van de absurd kleine kans ooit op het foute moment op de foute plaats te zijn.)

Misschien is het gewoon de controlefreak in mij die het moeilijk heeft. Deze plek valt niet te controleren, en het constante bombardement van prikkels dat me onophoudelijk belaagt ook niet. Ik ben niet goed in opgaan in een massa vreemden. En er zijn hier maar heel weinig gezellige hoekjes waar een mens zich even rustig kan terugtrekken. In plaats daarvan zijn er formaliteiten, lange, drukke gangen, luidruchtige, volle eethoeken en eindeloze, lege uren.

Het komt wel goed met mij. Ik heb het meest stresserende stuk al achter de rug: inchecken en bagagecontrole. Nu is het alleen nog een paar lange uren voor het wachten, aan boord gaan, vliegen, uitstappen en naar Fauch rijden eindelijk achter de rug zijn. Maar ik kijk er naar uit om mijn vader te zien, die me komt ophalen, en mijn mama, die waarschijnlijk slaapt tegen dat we thuiskomen, maar haar beterschapsknuffel dan dubbel en dik krijgt morgenochtend.

 

deSingel_049 ed klein
(c) KV

Van buiten of van binnen?

Antwerpen_003 ed cut3 klein
(c) KV

 

We verlieten de Fiets- en Wandelbeurs tegen valavond, en kwamen erachter dat het die middag gesneeuwd had. Het vroor niet, dus bijna alle sneeuw was alweer gesmolten, en overal lagen grote plassen ijswater.

Er stond een krachtige wind, en ik droeg geen handschoenen. Omdat ik mijn zoon bij het naar huis gaan een hotdog beloofd had van het kraampje aan de ingang, wachtten we in de tocht. Algauw voelde ik mijn handen verstijven van de kou. We aten onze hotdogs terwijl we terugliepen naar de auto, waar mijn man ondertussen al bezig was de velomobiel die we mee moesten nemen te ontmantelen. Tegen dat we daar waren, waren mijn handen zo stijf en pijnlijk dat ik amper mijn vingers kon plooien.

Ik ken dit soort pijn. Ik voel het elke keer als ik mijn handen in de diepvriezer steek en ze daar langer dan tien seconden moet houden omdat ik niet meteen vind wat ik zocht.

Ik kreeg de kou niet meer helemaal afgeschud, zelfs al ontdooiden mijn pijnlijke vingers in de auto op de terugweg helemaal. Al wat ik wilde toen we thuiskwamen, was een heet bad nemen.

“Warm en koud zijn voor jou echt iets wat van buiten komt, hé?” zei mijn man. “Voor mij is dat precies het tegenovergestelde: dat is een innerlijk proces.”

 

Altaar_035 (2) ed cut zw ed klein
(c) KV

Interessante opmerking, vooral omdat ze helemaal klopt.
Zo lang hij actief is en beweegt, voelt Christophe zich prima. Hij kan bij vrieskou fietsen in zijn velomobiel met niet meer dan een trui, of de halve dag in de tuin werken bij een snijdende wind: hij krijgt het zelden koud. Maar ’s nachts in bed, als hij stil ligt, sijpelt de warmte uit zijn lijf en tegen de ochtends heeft hij het meestal koud, hoe dik de dekens ook zijn.

Ik, daarentegen, word belaagd door de buitentemperatuur, en die beïnvloedt mijn lichaamswarmte. Soms gebeurt dat langzaam, soms heel abrupt. Maar eens ik het te koud (of te warm) heb, tot helemaal diep vanbinnen, dan krijg ik dat gevoel niet zomaar afgeschud. De tegenovergestelde temperatuur zal zich een tijdje door al mijn laagjes heen moeten werken vooraleer de dingen weer in balans zijn.

Fascinerend, dacht ik. Dit zou zomaar eens de perfecte metafoor kunnen zijn voor hoe we emotioneel functioneren.

Ik slaag er niet in om bepaalde dingen buiten te houden. De signalen van mensen die zich agressief opstellen, of handelen vanuit een of andere bron van emotionele pijn of ongemak, komen onmiddellijk ‘binnen’, door mijn grenzen heen, een beetje zoals een trein die met krijsend gepiep tot stilstand komt mijn trommelvliezen aanvalt. Het doet fysiek pijn, en je kunt het niet buitenhouden als het je onverhoeds overvalt. Tegen de tijd dat je weet wat er gebeurt, is het al binnen en heb je pijn.

Het is een van de dingen die mijn omgang met mijn stiefzonen vaak bemoeilijkte toen ze jonger waren. Er hing zoveel elektrisch geladen gevoelens om hen heen, en ze reageerden die op alle mogelijke manieren af. Ons huis vulde zich met die energie. Ik probeerde het hen niet kwalijk te nemen. Maar het was erg lastig om ermee te leven, want ik kon hun energie alleen maar buitenhouden als ik goed uitgerust was en helemaal in mijn eigen centrum stond. En voor wie is dat een dagelijkse startpositie? Bij momenten telde ik de uren tot ze weer vertrokken, terwijl ik tegelijk eigenlijk niets liever dan een warme vertrouwenspersoon voor ze wilde zijn.

Mijn echtgenoot, anderzijds, is er heel goed in om dingen buiten te houden. Zijn muren zijn dik en stevig gebouwd. Als hij ze neerlaat, riskeert hij overspoeld te worden door alles wat binnenkomt, veel meer nog dan ik. Dus in plaats daarvan heeft hij er een talent van gemaakt om de dingen buiten te houden, en wat er binnen in hem leeft, gebruikt hij als brandstof. Het moment dat hij stopt met bewegen, is het moment dat de wereld hem inhaalt.

 

Wintergroen_033 ed cut klein
(c) KV

 

Ik blijf me verbazen over hoe intrigerend verweven fysieke en psychologische aspecten kunnen zijn.
En misschien, als we op een dag onszelf en hoe we functioneren genoeg begrijpen, wordt het wat makkelijker om om te gaan met de wereld waarin we leven.

Dat zou fijn zijn.

Céciles overtocht

Een ontmoeting dertien jaar geleden, een andere ontmoeting een maand geleden, twee bewogen weken, en de culminatie…

Ben je ooit al ergens binnen gewandeld waarbij je het gevoel kreeg dat je omringd werd door de energie van de persoon die daar leefde?
En wilde je toen weg? Of voelde je je net thuis?

 

Moerheidewerken_011
Ik in de woonkamer van onze nieuwe huis, nadat we nieuwe ramen gestoken hadden (2006)

 

Christophe en ik kochten het huis waar we nu wonen bijna dertien jaar geleden. Het was laten we zeggen niet de meest degelijke constructie (zie het eufemismelampje knipperen…).
Het was gezet door een amateur-ingenieur. Het was tochtig, vochtig en viel zowat uit elkaar: er was nood aan een serieuze opknapbeurt. Sinds we erin getrokken zijn, hebben we de muren behandeld tegen opstijgend vocht, alle plaaster van de benedenverdieping weggekapt en vervangen, bijna alle vloeren en vloerbedekkingen veranderd (tevergeefs, op regendagen zijn ze nog steeds klam), zowat alle ramen vervangen, een nieuw dak gelegd, de badkamer heraangelegd, een zolder ingericht, een extra kamer beneden toegevoegd waarop het zomerterras rust, en een stuk van de tuin onder handen genomen.
Bij momenten voelt het alsof we nog maar halfweg zijn. Tegen dat alles gebeurd is, zullen we rijp zijn om op pensioen te gaan en te verhuizen. En intussen brokkelt de façade langzaam af en verwildert de tuin alweer… Daar wil ik even niet aan denken.

We hadden niet bepaald gezocht naar een huis dat zoveel werk zou vragen. Om eerlijk te zijn werden we vooral verliefd op de tuin. Mijn mama zuchtte: ‘Mijn dochter heeft een tuin gekocht waar ook nog een huis in staat.” Al bij al niet zo’n onterecht uitspraak.

 

Ontwaken in de Moerheide_052
De Wachter, onze majestueuze treurwilg (2006)

 

Christophe en ik hebben allebei nood aan groen en bomen zoals andere mensen aan ademhalen. Betonnen muren en steriele straten verstikken ons. En zo zijn er veel in België, met hun beklinkerde opritten en strookjes gazon plat als tennisvelden en hoogstens een paar gemanicuurde struikjes langszij. Een volwassen boom wordt stilaan zo’n beetje uitzonderlijk – en dan mag je maar hopen dat de buren niet klagen. Echt groene tuinen met volgroeide bomen zijn schaars, of je moet gefortuneerd zijn – wat wij dus niet zijn. Dus toen we op dit kleine perceel stootten, van alle kanten omringd door hagen, slanke eiken, volwassen berken en een majestueuze treurwilg die alles in zijn buurt overschaduwde, inclusief het huis, vielen we er als een blok voor.

In huis was de typische volgorde van kamers letterlijk omgegooid. De badkamer en de slaapkamers beneden, de woonruimte en de keuken boven. Vanuit bijna alle woonkamerramen zag je vooral takken die zowat tot aan het raam reikten, wat een boomhutgevoel creëerde. We hielden er erg van (en doen dat nog steeds).

 

Middag in de Moerheide_013
Boomhutgevoel (2006)

 

Iets anders wat geen reden mag zijn om een huis te kopen, maar wat beslist hielp, was de eigenares. De vrouw die het verkocht, was een zeer bijzondere dame. Een kleine, ranke verschijning, onwaarschijnlijk gracieus, in excentrieke lange jurken en met wit krulhaar tot halverwege haar rug. Ze moet een jaar of zeventig geweest zijn toen, maar ze bewoog zich met de moeiteloze gratie van een danseres die half zo oud was. Ze onderwees eutonie, een lichaamsgerichte meditatie- en bewustwordingstechniek, aan de muzikanten van het Lemmensinstituut. Haar naam was Cécile.

Ze was geen makkelijke vrouw, dat was duidelijk van zodra ze de deur opende. Een scherpe blik, een hoge gevoeligheid voor geluiden. Ze mocht je en ze wilde je in haar leven, of ze wilde niets met je te maken hebben. Daar was ze zeer duidelijk in. Het leverde haar dierbare vrienden en een aantal heel kwaaie vijanden op (zoals de buurman).

Christophe en ik lagen al snel in haar bovenste schuif. We hadden een oprechte klik, en ze wilde het huis het liefst aan ons verkopen. Ze voelde dat wij we ervan hielden en ervoor zouden zorgen op een manier zoals zij het apprecieerde. (En dat hebben we hopelijk ook gedaan.)
We deelden ook een spirituele connectie, maar op dat moment hadden we er niet meteen nood aan om daar dieper op in te gaan of vanalles over de ander te ontdekken. Ik gaf haar mijn eerste twee romans cadeau, zijn schonk me een mooi Indisch beeldje van een lezende vrouw. Het houdt nog altijd de wacht op een plank van onze boekenkast.

 

Trouw 3 klein

Trouw 2 cut klein
Trouwfoto’s voor het huis en in de tuin (2005)

 

Toen we op de dag van ons huwelijk foto’s kwamen maken in de tuin van het huis (dat we toen al hadden gekocht maar dat nog notarieel moest verlijden) had ze op een subtiele manier dingen voorbereid: een lelijk putdeksel weggestopt onder een bloemenkrans, en meer van dat soort liefdevolle details.

Veel contact hadden we naderhand niet meer, maar we zijn haar nooit vergeten. Ze was een soort petemoei wiens energie nog een hele tijd in het huis bleef hangen, en dat voelde goed. Dat is uitzonderlijk voor mij, moet je weten. Na ‘intens’ bezoek krijg ik al de neiging om de ramen open te zetten of wierook te branden – nu leefden we in wat er overbleef van haar energie, en dat was helemaal oké

 

Ontwaken in de Moerheide_043
De Wachter (2006)

 

Beetje bij beetje hebben we het huis van Cécile ‘overgenomen’. Er was al het ingrijpende werk binnen, maar vooral door de tuin onder handen te nemen (meer diversiteit in aanplanting, extra bomen, de haag en de knotwilgen aan de straatkant) beïnvloedden we de interactie met het huis (dat wat minder afgesloten werd van de buitenwereld, maar tegelijk steeds meer opging in de kleine groene jungle eromheen) en veranderde ook de energie in huis. De gigantische treurwilg (gekruist met een populier, dus hij is werkelijk enorm en gaat heel hoog) was haar grote liefde. Het is ook die van ons.

We hebben sindsdien mooie en intense jaren beleefd in dit huis. Het heeft twee kinderen volwassen zien worden en een baby weten geboren worden en opgroeien tot een schitterende jongen. Het heeft ons de ritmes van de natuur nog meer leren waarderen dan we al deden. Het heeft bomen en vogels dagelijkse geschenken in ons leven gemaakt. Het heeft ons kopzorgen en slapeloze nachten bezorgd in burenruzies (ja, die erfden we samen met het huis…) en geleerd om bang te zijn voor hevige storm.

 


 

Fast forward, meer dan een decennium, naar december 2017.

Ik woon het vroege kerstfeestje van mijn voetreflexologe bij in een dorp een paar kilometer verderop, en ik ben die avond fotograaf van dienst. In Elsi’s supergezellige huisje, tot de nok gevuld met haar bonte verzameling familie, vrienden en kennissen, ontmoet ik een merkwaardig groepje mensen.

Een van hen is een veerman die al lang op pensioen had moeten zijn maar nog altijd twee dagen per week mensen over de Schelde zet. Die rivier stroomt zowat in Elsi’s achtertuin, en het veer is om de hoek. Hij vertelt me over de vrede die hij voelt als hij op het water is, en ik voel dat hier een Zaailing in zit… Ik vertel hem over mijn samenwerking met Jurgen, en hij nodigt ons uit om een keer met hem te komen meevaren. Diezelfde avond, als ik Jurgen mail om hem over de ontmoeting te vertellen, lanceert hij het idee om samen een nieuwjaarskaart te maken over thema van ‘oversteken’… Moeiteloos en intuïtief komen we een paar dagen later uit bij Dageraad (Zaailing #23), en laten er een beperkt aantal van drukken.

Maar dat was niet het enige geschenk die avond.

Naarmate we wat langer praten, word ik de vierde persoon van een kwartet buren van Elsi. Tussen hen zindert een mooie golflengte, waar ik me al snel in opgenomen voel. Er is Alin de veerman, Geert die voor Bos+ werkt, en Toni, een kinesiste met een warme uitstraling. De sfeer heeft die bijzondere kwaliteit van mensen die elkaar niet kennen het om een of andere reden toch meteen kunnen vinden, omdat er iets op een dieper niveau resoneert.

Gevraagd waar ik woon, zegt Geert: “Ah, de Moerheide, die straat ken ik, een vriendin van mij woonde daar vroeger.”
Als hij me wat later vraagt wat ik professioneel doe, en ik zeg dat ik schrijfster ben, aarzelt hij geen seconde. “Dan woon jij in het huis van Cécile! En je man is arts en rijdt met een ligfiets!”

Inderdaad… ‘onze’ Cécile was dezelfde vriendin over wie Geert het over had. Hij bleek zelfs nog jaren haar (nu onze) tuin te hebben onderhouden. De anderen van het groepje blijken Cécile óók allemaal te kennen. Het voelt echt als een cirkel die zich sluit, een ontmoeting die niet zomaar plaatsvindt. Het is alsof Cécile er die avond op een of andere manier zelf ook bij is.

Hoe het met haar gaat, vraag ik. “Goed”, glimlacht Geert. “Ze sukkelt met wat kwaaltjes, maar ze houdt zich kranig.” Ze hebben haar twee weken geleden nog gezien.

 


 

Aan het feestje van Elsi hield ik de contactgegevens van Geert over, een warme belofte om contact op te nemen met dat groepje mensen bij wie ik me zo op mijn gemak had gevoeld, het voornemen om Alin op te zoeken op zijn veerboot, en de inspiratie voor een van onze mooiste Zaailingen.
Twee weken later, vlak na nieuwjaar, de dag van Zaailing #23, contacteerde Geert mij per mail om me te vertellen dat Cécile overleden was.

 

Winterlucht_007 klein
(c) KV

 

Op het moment dat we elkaar allemaal ontmoetten bij Elsi was ze in feite al een paar dagen dood, alleen wist niemand van ons dat toen. Het gaf de Zaailing over oversteken, het beeld van de veerman, het gevoel dat ze er die avond bij was en ons in zekere zin bij elkaar had gebracht, een bijzondere resonantie. Er zat schoonheid in, droefheid, warmte en een vreemd en krachtig gevoel: dit is geen toeval.

Ik stuurde Geert de Zaailing, en ik schreef hem ongeveer hetzelfde. Nee, antwoordde hij, ik geloof ook niet dat dit toeval was.

Cécile werd in alle discretie begraven door haar familie, met wie ze eigenlijk geen goede verstandhouding meer had. Haar vrienden en de mensen die haar na stonden, waren niet uitgenodigd. Ze wilden evenwel op een passende manier afscheid van haar nemen, en hielden samen met andere vrienden en kennissen een ritueel afscheid voor haar in het Boeddhistisch centrum waarvoor ze zich engageerden. Ik was van harte uitgenodigd, schreef Geert.

Ik voelde onmiddellijk dat ik daar wilde zijn, bij die mensen. Dat was waar ik thuishoorde. Een ander woord was er niet.

 

Winterlucht_015 klein
(c) KV

Maar ik had die dag al een repetitie die ik onmogelijk kon afzeggen, en dat aanvaardde ik. Het maakte mijn gevoel van verbondenheid er niet minder om. En als de repetitie op tijd eindigde, kon ik misschien toch nog even binnenspringen…

De repetitie was afgelopen om vier uur, dus ik belde Geert. Het samenzijn daar liep op zijn einde maar: ja, zei hij, kom zeker nog af, het zou goed zijn je te zien. Ik kon horen dat hij het meende.

Toen ik er aankwam, was de ‘koffietafel’ zo goed als achter de rug, maar dat gaf niet. Er was een oprechte flow die met geen woorden te beschrijven valt. Ik zag de prachtige foto van Cecile op het altaar, waar de kaarsen nog brandden. Ik kreeg een kop thee, en ik werd voorgesteld aan wie er op dat moment nog was als ‘de vrouw die in het huis van Cecile woont’. Er waren verbazend veel spontane ‘oh, wat leuk, we hebben over jou gehoord!’.

Ik dronk mijn thee, ontmoette mensen, praatte een tijdje met Alin, die Amma, de Indische moederfiguur rond wie het centrum draait, nu en dan op haar reizen door Europa en India begeleidt en een tijdje doorbracht in haar klooster.

De avond kreeg de gloed van thuiskomen, op een heel vanzelfsprekende manier. Toen Christophe me kwam oppikken, voelde hij het ook meteen. Het zou fijn zijn die mensen vaker te zien, zei hij op weg naar huis.

 

26853874_10211316043964232_1799696296_o
Céciles overtocht (c) KV

 

Ik heb de foto van Cécile op onze Indische spiegel gezet, met de Dageraad-Zaailing als achtergrond. Het voelt juist.

Ik weet niet welke draden van dit enorme wandtapijt elkaar in de toekomst nog allemaal zullen kruisen, maar ik weet dat er iets belangrijks is gebeurd en ik voel dat ik en degenen die ik liefheb deel uitmaken van iets veel groters.

Ik heb pas de uitnodiging verstuurd voor de eerste van vier SeizoensCirkels die ik dit jaar wil organiseren. Wie weet wat voor ontmoetingen hier nog zullen plaatsvinden. Ik ben nu al benieuwd.

En Cécile zal glimlachend toekijken. Dat weet ik nu al.

 

Winterlucht_020 klein
(c) KV