Hartskwesties

Ga rustig zitten. Doe je ogen dicht.
Haal diep adem en ontspan.

En stel je nu voor dat je – om wat voor reden dan ook – nog maar een jaar te leven hebt.

Varenlotuskaars_060 ed cut 2.jpg

Een mens krijgt al eens confronterende opdrachten tijdens een training persoonlijke ontwikkeling en coaching. Dit was er eentje. Maar na de aanvankelijke schok en angstige weerstand (weinigen van ons denken met plezier na over de eindigheid van het leven, en al helemaal niet dat van onszelf), bleek het een schatkamer van inzicht.
Wat zou je nog gaan doen in dat jaar, werd ons gevraagd. Waarmee zou je stoppen?

De antwoorden kwam verrassend snel en waren zeer helder. Ongelooflijk hoe bewust zijn van de dood, van een einde, de dingen in je leven plots in perspectief plaatst.
Plots zie je wat belangrijk, ja zelfs essentieel voor je is. En je begrijpt welke bezigheden ballast zijn die je zonder schuldgevoel kunt afwerpen.
Bovendien is er een gevoel van dringendheid. Als je écht nog maar een jaar de tijd hebt, dringt wat werkelijk belangrijk is zich zonder pardon of valse schaamte op de voorgrond. Doe mij nú. Stel mij niet langer uit. Straks is de tijd onherroepelijk op.

Het zijn bijna altijd hartskwesties die zich aandienen, dingen waarbij ons hart zich thuis voelt, activiteiten die onze ziel voeden. Al te vaak hebben we die uitgesteld uit angst, opzij geschoven omwille van iets wat belangrijker leek, verdaagd naar later. Geconfronteerd worden met de dood toont ons dat we die luxe eigenlijk niet hebben. Toch niet als we willen sterven als een gelukkig mens.

En we hoeven niet te wachten tot rampspoed ons treft om ons leven onder de loep te leggen. Eens je de koudwatervrees om je je eigen einde voor te stellen overwonnen hebt, kun je de vruchten van deze visualisatie je leven lang gebruiken. Ik doe ze zelf nog regelmatig. Ik stel me mijn leven voor zoals het nu is, en ik stel me een eindpunt voor in de nabije toekomst. Als er op dat moment dingen naar voren springen die om aandacht en erkenning smeken, weet ik dat ik iets belangrijks aan het verwaarlozen ben en dat het hoog tijd is daar iets aan te doen.

Maar om eerlijk te zijn gebeurt dat niet zo veel meer. Ik heb indertijd, na die eerste ingrijpende confrontatie, een aantal conclusies getrokken. En ik ben op dat spoor doorgegaan. De laatste jaren voel ik als ik denk aan een naderend einde eerder iets als: mooi, ik doe gewoon verder met alles wat ik nu al doe. Het is goed zoals het is. Misschien nog een beetje meer van dit, of een beetje minder van dat, maar ik ben eigenlijk gelukkig. Er is geen wereldreis die per se nog moet gemaakt worden, geen liefdes of passies die van onder het stof moeten worden gehaald, geen lang gekoesterd talent dat eindelijk wil opbloeien maar daar nooit eerder de kans toe kreeg.

Ik lees, ik schrijf, ik heb lief, ik verzorg mijzelf, mijn nest en de geliefden die erin wonen, ik heb een liefdesrelatie met mijn tuin en de natuur, ik omarm zoveel mogelijk mensen en ik zie in elke dag wel ergens een spirituele vonk. Dit is het.
Het mag nog groeien, natuurlijk wel. Nog een paar boeken uitgeven zou mooi zijn, om maar iets te zeggen. Mijn zoon zien opgroeien. Snippertjes inzicht delen met de wereld. En bloeien – rijpen – als oprecht mens.

Varenlotuskaars_057 ed.jpg

Advertenties

Spiegels en scherven

If you bring forth what is within you, what you bring forth will save you.
If you do not bring forth what is within you, what you do not bring forth will destroy you.

Lichtkristal_020

Ik hoorde dit citaat uit het Evangelie van Thomas voor het eerst uit de mond van Elaine Pagels, autoriteit op het vlak van de Nag-Hammadi geschriften en apocriefe, gnostische evangeliën. Een dame die weet waar ze over praat, kortom.
Wat een waarheid, wat een krachtig beeld. De woorden zijn duizenden jaren oud, maar ze roepen Jung op, Jeckyll en Hyde, en nog zoveel meer.

Laten stromen wat er zich in ons bevindt, is vaak ronduit beangstigend. We tonen ons naakt en kwetsbaar als we dat doen. En het gaat niet alleen over wat velen ‘mooie’ kwaliteiten vinden; ook pijn, verdriet of andere aspecten van onszelf waar we doorgaans liever niet te lang naar kijken, moeten vrij kunnen stromen op het moment dat ze zich aandienen. In de verlossing die dat meebrengt, worden eerlijkheid en waardigheid geboren.

Maar doe het niet, krop het op, steek het weg, en het gaat gisten in het duister. We bezondigen ons daar op zeker moment allemaal aan. We krijgen het vaak zelfs aangeleerd als kind: ‘Zo mag je je niet voelen!’ ‘Dat mag je niet denken!’ Iets wordt als ongewenst veroordeeld en omdat we streven naar de liefde en de goedkeuring van onze omgeving, verdwijnt dat ongewenste in het diepe duister van een rugzak die we ons voornemen nooit meer open te doen.

We hebben de naïeve hoop dat wat we wegbergen uit het zicht gewoon vanzelf verdwijnt. Maar dat doet het niet. Het wordt alleen maar sterker, als een stuwmeer dat langzaam tot de rand gevuld raakt omdat er nooit water uit weg mag. Aan de andere kant van de dam leven we alsof er niets aan de hand is. Tot de dam breekt – en dat doet hij uiteindelijk altijd – en de gevolgen desastreus en vernietigend zijn, voor onszelf en vaak in een moeite door voor onze omgeving of onze relatie daarmee.

Al te vaak zijn we ons niet bewust van de dingen die we onderdrukken en achter de dam hebben weggestopt. Daar dient hij immers voor: om te ontkennen en te vergeten. En op het moment dat hij breekt, zijn we vaak even geschrokken als onze omgeving.
De enige oplossing om te vermijden dat ‘wat je niet naar buiten brengt, je vernietigt’, is je ervan bewust worden. Als je beseft dat je kwaad bent, kun je die kwaadheid een plaats geven, in plaats van ze op te kroppen tot je uiteindelijk agressief wordt. Maar hoe doe je dat? En vooral: hoe word je je bewust van de dingen waarvan je je lang juist niet bewust wilde zijn? Want wie kwaadheid ooit in zijn rugzak stopte als een ongewenste emotie, wil daar uit oprechte angst doorgaans niet aan herinnerd worden.

Die vraag heeft honderd antwoorden, maar er is er één optie die ik hier graag wil aanstippen, omdat ze zo direct toepasbaar is, en ons honderd keer per dag wordt aangereikt: let op wat je voelt bij wat anderen doen. Want wat we voelen als we de daden van iemand anders gadeslaan, heeft weinig of niets te maken met de ander, en alles met onszelf.

Lichtkristal_019.JPG

Of het nu om een verwerpelijke daad gaat of een gebaar van warmte en schoonheid, de mate waarop je daar emotioneel op reageert, is een graadmeter van hoe je zelf in elkaar zit. En doorgaans luidt de regel: wat resoneert met iets in jou, zal je harder raken dan wat niet resoneert met iets in jou.

Het is een van de meest waardevolle lessen die ik ooit leerde: als je kwaad wordt op een ander, kijk naar jezelf. Wat precies in zijn of haar gedrag strijkt je zo tegen de haren in? Bijna altijd moest ik dan, met het schaamrood op de wangen, toegeven dat wat mij de balken in joeg gedrag was dat ik eigenlijk zelf ook stelde (of wilde stellen), maar dat ik van mezelf niet goedkeurde en dan maar in mijn rugzak of achter mijn dam had geparkeerd. Als anderen dat naar mij toe spiegelden, door dingen te doen die mij daaraan herinnerden, werd ik kwaad op hen. Anderen de schuld geven is toch zo veel makkelijker dan toegeven dat je zelf in de knoop zit en daar vervolgens wat aan doen.

 

Aan dit alles moet ik denken nu er geruchten circuleren dat de schutter in Orlando al drie jaar de homoclub frequenteerde waar hij vijftig mensen doodschoot, en een profiel had op een sociaal-netwerksite voor homo’s. Het is nog te vroeg om te weten of die geruchten kloppen, maar het zou mij echt niet verbazen als het zo was. Rabiate homohaters blijken wel vaker zelf homo te zijn maar niet om te kunnen met dat feit. De spiegel die hen voorgehouden wordt, kunnen ze niet verdragen, en eerder dan aan oprechte soul searching te doen, verketteren ze degene die hem voorhoudt.

If you do not bring forth what is within you, what you do not bring forth will destroy you.  En anderen erbij…

Het internet stroomt na Orlando weer over van boodschappen als ‘de liefde moet overwinnen’. Ik heb eigenlijk zin om te antwoorden: als je wil dat de liefde overwint, ga dan voor de spiegel staan en begin met te houden van wat je dáár ziet. Als we dat oprecht proberen, zullen we minder nood hebben om spiegels in te slaan en onschuldigen te verwonden met de scherven.

Lichtkristal_002.JPG

Dit is niet het hele verhaal

“Je maakt het jezelf niet gemakkelijk met dit stuk, he?”
Ze vraagt het bijna bezorgd en dat raakt me. Haar vraag verrast me, dat ook. Ik had ze niet zien aankomen.

Ja, natuurlijk maak ik het mezelf niet gemakkelijk als ik een artikel schrijf over nieuwsamengestelde gezinnen. Vooral niet als er in het boek van deze aardige schrijfster en in het gesprek dat we hebben zoveel dingen de revue passeren waarvan ik denk: had ik dat indertijd maar wat beter begrepen. Hadden de moeder en de vader van de jongens die ik zo graag zag maar die mij jarenlang het leven behoorlijk zuur gemaakt hebben elkaar maar wat beter willen verstaan en hun verstand maar wat meer gebruikt.

Mijn moeder zei ooit, met hetzelfde mededogen: “Ach kind, dit zou makkelijker gaan als je zelf al kinderen had.” Ze had overschot van gelijk, dat besef ik nu. Door zelf ouder van een kind te worden, heb ik geleerd hoe je sommige gevechten niet moet willen voeren, of niet allemaal tegelijk. Hoe je moet relativeren, en vergeven, en eindeloos opnieuw beginnen.

Maar ervaring heb je pas net nadat je ze nodig had, zegt de boutade. Ook in dit geval, dus. Ik wist als vierentwintigjarige begot niet hoe ik met twee totaal ontredderde kinderen moest omgaan zonder mijzelf daar totaal in te verliezen. Ik zat boordevol goede bedoelingen en had nog niets begrepen van de bedreiging die moeders – menselijk begrijpelijk maar totaal onterecht – zien in nieuwe partners die plots met hun kinderen optrekken.

Mijn man en zijn ex brachten tien jaar lang hun versie van het theaterstuk De Vechtscheiding op de planken. De jongens werden groter, moeilijker, vijandiger ook. Ik stond al die tijd vaak midden in hun vuurlinie. De spanningen rond hun gespleten en verscheurde loyaliteiten werkten ze niet uit op hun ouders, uit angst nog meer brokken te makken. Maar er was een handiger slachtoffer voorhanden, en dat lieten ze me elke keer opnieuw voelen. Hun moeder vond dat maar wat grappig, soms. En hun vader, zo blij dat er ze even waren na weer weken of maanden afwezigheid, liet begaan.

Ardennen20040152.JPG

Vergis u niet: dit is niet het hele verhaal. Trust me, zou Jeanette Winterson zeggen, I’m telling you stories. Er zijn immers honderd andere versies, van alle betrokkenen, met andere meningen en ervaringen. In sommige daarvan kom ik waarschijnlijk echt niet zo goed voor de dag. Mocht ik vandaag als toeschouwer kunnen terugkijken naar een van die taferelen, zou ik ze misschien nu en dan gelijk geven. Ik had net zo goed mijn onhebbelijkheden en onrealistische verwachtingen. Iedereen in deze driestuiveropera had het beste voor, en iedereen had pijn.

Wat ik schrijf, is het duiveltje dat onmiddellijk uit zijn lelijke doosje tevoorschijn springt op het moment dat de aardige schrijfster van mijn interview me bezorgd aankijkt en me vraagt of het wel zal lukken, dit stuk.
Ja, het zal lukken, denk ik bij mezelf. Sommige dingen doen een tijdlang zoveel pijn dat ze gevoelloos worden.

Maar dat klopt gelukkig niet, weet ik nog voor ik thuis ben. Wat gevoelloos is, sterft af, en dit is nog altijd levend. Anders zat ik nu niet te schrijven. Anders voelde ik niet de behoefte om de ramen open te zetten in kamers die te lang donker waren. Ook pijn mag wegwaaien met de ochtendzon.

De Vechtscheiding heeft al enige tijd geleden zijn laatste voorstellingen gehad, het doek is eindelijk gevallen. De jongens zijn ondertussen jongemannen die alle spelers op het toneel een plaats hebben kunnen geven – wat ook zoveel makkelijker gaat sinds ze eindelijk de boodschap kregen dat het oké is om van beide ouders te houden en niet te hoeven kiezen.

Er blijven weliswaar zorgen, vooral over studies en persoonlijke ontwikkeling. Ze dragen meer littekens mee dan kinderen zouden mogen. Dat kan mij bij momenten nóg kwaad maken, en vooral bedroefd, van machteloosheid. Maar dat zeg ik ook tegen de aardige schrijfster: soms is het enige wat je kunt doen leren leven met de littekens.

Ze citeert psychiater Dirk De Wachter in haar boek. Die zegt: het leven is gewoon niet eenvoudig. Als mensen dat idee wat beter zouden aanvaarden, zouden veel dingen ironisch genoeg al wat makkelijker gaan. Dan laten we immers het krampachtige idee los dat alles goed moet komen en fijn moet zijn, en worden we niet radeloos als dat niet blijkt te lukken.

Ik ben ondertussen wel zo ver, merk ik.
Nu nog goed de kamers luchten. En een stuk schrijven.

De onhoudbare spagaat tussen wet en werkelijkheid

Twee maanden geleden regende het over de hele wereld bittere verontwaardiging naar aanleiding van de Panama Papers. Er waren al eerder schandalen waarbij klokkenluiders grote risico’s namen om oneerbare praktijken, vaak van financiële aard, aan het licht te brengen. Maar banken, advocatenkantoren en bedrijven hebben alleen verantwoording af te leggen aan de wet. En wat als die in hun voordeel speelt?

Anthony 19 _153.JPG

In populaire actiefilms is de slechterik vaak niet alleen machtig en megalomaan, maar ook moreel een groteske figuur. De held(in), opboksend vanuit een underdogpositie met het gelijk én de sympathie van het publiek aan zijn of haar kant, moet de booswicht ten val brengen en het recht laten zegevieren. Daarbij deert het niet dat er in the heat of the moment een auto gestolen wordt, zwijgplicht doorbroken, een uiterst geheime bedrijfscode gekraakt. We zitten nagelbijtend op het puntje van onze bioscoopstoel, vurig hopend dat de held(in) erin slaagt.

Als het licht in de cinema weer aan gaat, keren we terug naar de echte wereld. Ook daar heersen hebzucht en onrechtvaardigheid, en ook die willen veel mensen opgelost weten. Alleen gaat het er in de realiteit vaak heel anders aan toe dan in de film. Er zijn weinig Grote Slechteriken, om maar iets te zeggen. Het ‘kwaad’ in de wereld heeft vandaag veel meer te maken met de manier waarop complexe structuren functioneren op wereldschaal dan met de snode plannen van enkelingen.

 

Er mag wettelijk veel
meer dan we denken

 

Binnen deze grote, vaak internationale structuren (bedrijven, banken, lobbygroepen) werken dagelijks duizenden gewone mensen. Meestal is hun doel: zoveel mogelijk winst maken, binnen de wettelijk toegestane grenzen. Of de uitkomst van al die praktijken samen ethisch of rechtvaardig is, heeft vooral te maken met de wettelijke ruimte waarbinnen ze mogen opereren. En die is groot. Er mag wettelijk veel meer dan we denken.

 

Paradijselijk

‘Offshorebedrijf’ is in de publieke opinie zowat synoniem geworden voor ‘sjoemelbedrijf’, maar het is een perfect legale constructie, mits ze aan een aantal voorwaarden voldoet. Het geld dat je erin investeert, moet ‘wit’ zijn, de vennootschap die je opricht moet in de praktijk ook werkelijk functioneren en bestuurd worden in het buitenland, en de oprichter of belanghebbende moet alle inkomsten die het hem rechtstreeks oplevert aangeven aan de fiscus, zodat hij er in zijn thuisland belastingen op kan betalen. Maar zelfs als dat allemaal correct verloopt, blijft dé reden om geld te investeren in een offshorebedrijf dat zo’n onderneming belastingen moet betalen in het land waar het gevestigd is. En met hun tarieven doen belastingparadijzen hun paradijselijke naam alle eer aan. Die keuze van locatie is dus echt geen toeval.

In geval van de Panama Papers zal dossier per dossier moeten worden bekeken of de gefinancierde constructies bonafide zijn en de bedrijven échte bedrijven, dan wel lege dozen met stromannen die gebruikt worden voor belastingontduiking. Of daar ooit juridisch gevolg aan wordt gegeven, hangt af van veel factoren. Verjaring, bijvoorbeeld. Landen als het Centraal-Amerikaanse Panama houden de lippen stijf op elkaar als het aankomt op samenwerken met justitie. Binnen de termijn aan al het nodige juridische bewijsmateriaal komen, is vaak een hindernissenparcours. De fraudeur heeft ondertussen rustig de tijd om de bewuste offshore op te doeken, zijn sporen te wissen en in een ander belastingparadijs een nieuwe constructie op te zetten.

Op internationaal vlak raakt het geduld met belastingparadijzen evenwel op. In 2009 werd op een top van de twintig rijkste landen beslist om maatregelen te nemen. In tijden van terrorismebestrijding is het bankgeheim een hinderlijk obstakel voor het volgen van geldstromen en het opsporen van criminelen. Landen die vasthouden aan het bankgeheim worden sindsdien een na een gedwongen om toch werk te maken van transparantie (bijvoorbeeld door publiekelijk aan de schandpaal genageld te worden, zoals Panama nu).

Maar echt doorslaggevend is het allemaal nog niet. Terreurorganisatie IS kan tot op vandaag probleemloos haar oliegeld parkeren in belastingparadijzen. Ook dichter bij huis hebben we een slechte leerling. Luxemburg lijkt, zelfs na het LuxLeaksschandaal dat de grootschalige belastingdeals voor multinationals blootlegde, het geweer niet van schouder te willen veranderen. Integendeel, op dit moment is het wachten op de uitspraak in een proces tegen de klokkenluiders en de onderzoeksjournalist die de informatie hielp verspreiden. De klokkenluiders hangen celstraffen boven het hoofd, de onderzoeksjournalist riskeert een boete. Op 29 juni zullen we weten of zij veroordeeld worden.

 

Voetje lichten

Niet alleen het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten (ICIJ) is niet te spreken over deze gang van zaken, zelfs Margarathe Vestager, de Europees commissaris voor mededinging, betreurt de beslissing van Luxemburg om een dergelijk proces in te spannen. En het is ook moeilijk te geloven, laat staan uit te leggen aan verontwaardigde burgers: waar de uitwassen van de amorele graaicultuur van de financiële wereld – exorbitante bonussen, offshorebedrijven, belastingdeals voor de allerrijksten – vaak niet bestraft (kunnen) worden omdat ze wettelijk in orde zijn, hebben klokkenluiders en onderzoeksjournalisten door ‘vertrouwelijke bedrijfsinformatie’ hierover aan het licht te brengen wél strafbare feiten gepleegd. Alweer ziet het er dus naar uit dat de wet de ethiek een voetje licht.

 

Europa keurde pas een wetswijziging
goed die het nóg makkelijker
maakt om klokkenluiders en
onderzoeksjournalisten te vervolgen

 

En er lijkt niet snel beterschap op komst. De Europese Commissie keurde pas een wetswijziging goed die het nóg makkelijker zal maken om klokkenluiders en onderzoeksjournalisten te vervolgen. Geheime bedrijfsinformatie aan het licht brengen was al een strafbaar feit, nu wordt ook die informatie in je bezit hebben (zelfs als je er niet mee naar buiten komt) strafbaar. En het bedrijf kan zelf bepalen wat ‘vertrouwelijk’ is…

Het is naïef (en onjuist) om te denken dat alles opgelost is als we grote vermogens kaalplukken. Zoals de Leuvense emeritus hoogleraar fiscaal recht Frans Vanistendael onlangs stelde in een Vlaamse krant, vragen diepgaande besparingen en financiële hervormingen inspanningen van álle lagen van de bevolking. En de gewone man is daar volgens hem ook toe bereid, maar niet als de elite onder het mom van wettelijkheid ondertussen de dans ontspringt. Vanistendael pleit dan ook voor bewustwording hierover bij de grote vermogens. Hij spoort hen aan om niet te wachten tot de wet (of de volkswoede) hen ertoe verplicht om meer te gaan bijdragen, maar uit moreel principe zelf de eerste stap te zetten. Op die manier tonen ze dat de sterkste schouders oprecht bereid zijn de samenleving mee te helpen schragen.

Dát zou nog eens een happy end zijn.

Anthony 19 _164.JPG

Dit artikel verscheen in De Bond van 10 juni 2016