De herinneringen van een vlinder

Eeuwen van vleugels

 

Ik heb lang het gevoel gehad dat ik niet echt thuishoorde in de wereld. En toen ik eindelijk zover was dat ik kon wortelen, voelde ik me nog steeds veel ouder dan mijn jaren.

Nu pas heb ik de indruk dat mijn fysieke leeftijd en mijn innerlijke erfenis enigszins op een lijn beginnen te komen.

 

Prelente_182 ed klein
(c) KV

 

Het heeft lang geduurd. Ik ben een trage ontluiker, een laatbloeier. Maar eindelijk heb ik het gevoel dat ik begrijp wat ik meedraag, en dat ik kan beginnen gebruiken wat ik weet.
Het is een beetje alsof iemand – wie, dat kan ik me niet herinneren – me toen ik klein was een algebraformule aanleerde. Ik leerde ze uit het hoofd, kon ze opzeggen en zelfs de berekeningen maken. Maar nu pas begrijp ik waar ze echt voor dient, en als ik ze toepas, voelt het als magie bedrijven.

Jeugd heeft haar schoonheid. Maar oudere levensfases hebben een heel ander soort elegantie, verkregen door ervaring en overgave. Ze dragen de herinnering aan zoete zomers, zonder de dwingende verlangens of de onstilbare honger die er eerder mee gepaard gingen.

Als we ouder zijn, weten we waarnaar we verlangen. We worden niet langer blind voortgedreven door een kracht die ons aanstuurt zonder dat we begrijpen wat ze is of wat ze wil. En we hebben de kracht om te beslissen of we dat spoor al dan niet willen volgen. Soms is het gewoon wijzer om iets niet te doen. En als we ervoor kiezen om de uitdaging toch aan te gaan, zijn we bedachtzamer. We willen de dingen niet meer onmiddellijk, we willen het proces niet meer per se forceren. We weten dat echte ontwikkeling tijd nodig heeft. Zijn eigen tijd.

Ik ben blij om aangeland te zijn op dit punt, waarop ik zowel mijn erfenis als mijn kracht kan voelen. Ouder dan mijn jaren, maar nog altijd in de fleur van mijn leven en klaar om te geven wat ik heb. Verbonden, vanuit de kern, met wat oeroud is, gefluisterd doorgegeven maar nooit vergeten.

De herinneringen van een vlinder – eeuwen en eeuwen van vleugels.

 

Prelente_173 ed cut klein
(c) KV
Advertenties

Ruis

Zaailing #26

 

Wenen klein
(c) Jurgen Walschot

 

De lijn tussen ons is troebel, het signaal onderbroken door een ondoorlaatbare wand, een luchtdicht scherm. Wat binnen handbereik lag, voelt nu ver weg en onbereikbaar.

Ik tast naar je tussen de mazen, maar ik krijg je niet te pakken. Je dwaalt door je eigen wereld, en daar vind ik geen houvast. Ik stel me tevreden met ruis.

Op zeker ogenblik, dat weet ik, glijd je gewoon weer mijn blikveld binnen. Onopvallend, als een vogel aan de horizon, nonchalant als een slungel op een skateboard. Je zal geen uitleg geven. Dat hoeft ook niet. Ik zal je van ver herkennen, omdat de lucht in de kamer plots verandert.

Ik leg mijn vingers tegen het raam, en zie langzaam dampkringen ontluiken. Aan de andere kant van het glas verzekeren de tot stof gestolde druppels mij dat het beste nooit zomaar helemaal wegspoelt.

Want wat ons beroerd heeft, blijft aan ons kleven. En vanaf dan lezen we de wereld voorgoed doorheen een dierbaar waas van herinnering.

 

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

 

Van buiten of van binnen?

Antwerpen_003 ed cut3 klein
(c) KV

 

We verlieten de Fiets- en Wandelbeurs tegen valavond, en kwamen erachter dat het die middag gesneeuwd had. Het vroor niet, dus bijna alle sneeuw was alweer gesmolten, en overal lagen grote plassen ijswater.

Er stond een krachtige wind, en ik droeg geen handschoenen. Omdat ik mijn zoon bij het naar huis gaan een hotdog beloofd had van het kraampje aan de ingang, wachtten we in de tocht. Algauw voelde ik mijn handen verstijven van de kou. We aten onze hotdogs terwijl we terugliepen naar de auto, waar mijn man ondertussen al bezig was de velomobiel die we mee moesten nemen te ontmantelen. Tegen dat we daar waren, waren mijn handen zo stijf en pijnlijk dat ik amper mijn vingers kon plooien.

Ik ken dit soort pijn. Ik voel het elke keer als ik mijn handen in de diepvriezer steek en ze daar langer dan tien seconden moet houden omdat ik niet meteen vind wat ik zocht.

Ik kreeg de kou niet meer helemaal afgeschud, zelfs al ontdooiden mijn pijnlijke vingers in de auto op de terugweg helemaal. Al wat ik wilde toen we thuiskwamen, was een heet bad nemen.

“Warm en koud zijn voor jou echt iets wat van buiten komt, hé?” zei mijn man. “Voor mij is dat precies het tegenovergestelde: dat is een innerlijk proces.”

 

Altaar_035 (2) ed cut zw ed klein
(c) KV

Interessante opmerking, vooral omdat ze helemaal klopt.
Zo lang hij actief is en beweegt, voelt Christophe zich prima. Hij kan bij vrieskou fietsen in zijn velomobiel met niet meer dan een trui, of de halve dag in de tuin werken bij een snijdende wind: hij krijgt het zelden koud. Maar ’s nachts in bed, als hij stil ligt, sijpelt de warmte uit zijn lijf en tegen de ochtends heeft hij het meestal koud, hoe dik de dekens ook zijn.

Ik, daarentegen, word belaagd door de buitentemperatuur, en die beïnvloedt mijn lichaamswarmte. Soms gebeurt dat langzaam, soms heel abrupt. Maar eens ik het te koud (of te warm) heb, tot helemaal diep vanbinnen, dan krijg ik dat gevoel niet zomaar afgeschud. De tegenovergestelde temperatuur zal zich een tijdje door al mijn laagjes heen moeten werken vooraleer de dingen weer in balans zijn.

Fascinerend, dacht ik. Dit zou zomaar eens de perfecte metafoor kunnen zijn voor hoe we emotioneel functioneren.

Ik slaag er niet in om bepaalde dingen buiten te houden. De signalen van mensen die zich agressief opstellen, of handelen vanuit een of andere bron van emotionele pijn of ongemak, komen onmiddellijk ‘binnen’, door mijn grenzen heen, een beetje zoals een trein die met krijsend gepiep tot stilstand komt mijn trommelvliezen aanvalt. Het doet fysiek pijn, en je kunt het niet buitenhouden als het je onverhoeds overvalt. Tegen de tijd dat je weet wat er gebeurt, is het al binnen en heb je pijn.

Het is een van de dingen die mijn omgang met mijn stiefzonen vaak bemoeilijkte toen ze jonger waren. Er hing zoveel elektrisch geladen gevoelens om hen heen, en ze reageerden die op alle mogelijke manieren af. Ons huis vulde zich met die energie. Ik probeerde het hen niet kwalijk te nemen. Maar het was erg lastig om ermee te leven, want ik kon hun energie alleen maar buitenhouden als ik goed uitgerust was en helemaal in mijn eigen centrum stond. En voor wie is dat een dagelijkse startpositie? Bij momenten telde ik de uren tot ze weer vertrokken, terwijl ik tegelijk eigenlijk niets liever dan een warme vertrouwenspersoon voor ze wilde zijn.

Mijn echtgenoot, anderzijds, is er heel goed in om dingen buiten te houden. Zijn muren zijn dik en stevig gebouwd. Als hij ze neerlaat, riskeert hij overspoeld te worden door alles wat binnenkomt, veel meer nog dan ik. Dus in plaats daarvan heeft hij er een talent van gemaakt om de dingen buiten te houden, en wat er binnen in hem leeft, gebruikt hij als brandstof. Het moment dat hij stopt met bewegen, is het moment dat de wereld hem inhaalt.

 

Wintergroen_033 ed cut klein
(c) KV

 

Ik blijf me verbazen over hoe intrigerend verweven fysieke en psychologische aspecten kunnen zijn.
En misschien, als we op een dag onszelf en hoe we functioneren genoeg begrijpen, wordt het wat makkelijker om om te gaan met de wereld waarin we leven.

Dat zou fijn zijn.

De pijn verdoven laat hem groter lijken

Wat ik leerde bij mijn laatste tandartsbezoek

 

Molsbroek_054 ed klein
(c) KV

 

Ik had een tandartsafspraak om een oude vulling te laten vervangen. Het was een kleine ingreep, maar de tand waarover het ging lag op een plek die het soort prik vroeg waar de helft van mijn mond en mijn tong vier uur lang lam van lagen.

Het was me al eerder opgevallen en dat deed het nu weer, terwijl de verdoving begon te werken: het lichaamsdeel dat je verdooft, voelt op een of andere manier groter aan. Vooral in het geval van mijn tong was dat bijzonder duidelijk: ik had het gevoel dat ik iets in mijn mond had wat langs de verdoofde kant twee keer zo groot was als normaal. Mijn lip voelde ook gezwollen. Geen van beide was natuurlijk het geval, maar zo voelde het wel.

Eigenlijk, dacht ik (wat heeft een mens voor beters te doen daar op die tandartsstoel, behalve haar mond zo wijd mogelijk opensperren en hopen dat de beproeving van boren, spoelen, peuteren en borstelen zo snel mogelijk weer voorbij is?), is dit een heel spitse analogie voor hoe we omgaan met problemen en dingen die ons beangstigen.

We verdoven ze. We stillen de pijn, zoveel is zeker, want voor pijn zijn we bang. Die willen we niet voelen. Maar wat we verdoven, gaat op een of andere manier groter aanvoelen, en vanuit praktisch standpunt wordt het moeilijker om ermee om te gaan – zoals iedereen kan getuigen die al eens met een half verdoofde mond heeft proberen te eten.

 

Molsbroek_061 ed klein
(c) KV

 

Daarmee wil ik niet zeggen dat we het vanaf nu dan maar helemaal zonder verdoving moeten stellen (en zeker niet bij de tandarts of in het ziekenhuis!), maar het is het wel waard om er even over na te denken vanuit emotioneel standpunt.

Stel je voor dat je mond nooit meer zou ontwaken uit de verdoving, omdat je telkens een nieuwe dosis neemt als je denkt dat de oude bijna uitgewerkt is, want je bent bang dat de pijn terugkomt en je die niet zult aankunnen. Het zou het leven op sommige vlakken knap lastig maken. Nochtans is dat precies wat we doen met sommige van onze emotionele kwetsuren.
We deinzen terug voor de pijn, en houden dat stuk van onszelf angstvallig verdoofd. Als gevolg daarvan voelen we inderdaad geen pijn, maar we zitten ook opgescheept met een stuk van onszelf dat nauwelijks bruikbaar is, en dat in het alledaagse leven op allerlei manieren in de weg zit.

Er is nog een reden waarom je gevoelens verdoven een slecht idee is. Mijn tong voelde gewoon groter, maar net zoals water dat stolt tot ijs (nog een fijne metafoor voor gevoelens die niet mogen stromen) nemen ze in bevroren vorm méér plaats in. Het volume van een watermassa kan tot bijna 10 percent groter worden als ze bevriest. Dat is ook waarom, als water zich in spleten of barsten bevindt, het hele rotsen kan laten openscheuren.

Laat die maar even bezinken.

Als er ooit een goede reden was om onze bevroren angsten en gevoelens te ontdooien, dan hebben we ze hier wel, geloof ik.

 

Molsbroek_069 ed klein
(c) KV

 

 

Nu moeten we dus alleen zachtjes nog die verdoving durven opzij leggen.

En net zoals in het geval van mijn mond na mijn tandartsafspraak, zullen we merken dat het daar allemaal nog wel een beetje gevoelig is, maar die naweeën van de pijn kunnen we perfect aan.
En onze volgende maaltijd – en elke andere van dan af – zal een veel comfortabeler en smakelijker gebeuren zijn.

Het emotionele equivalent van een date rape-drug

Waarom manipulatie nooit de oplossing is voor het probleem dat ze beweert te bestrijden

 

Manipulatie is een gevolg van onbeantwoorde behoeften. Ik las de uitspraak in deze Medium-post van Jeff Bailey, een man die ik volg op The Story Hall, de Mediumpagina die ik beheer. Ik bleef er even aan haken. Juist, dacht ik. Echt juist.

 

In ZW_060 ed klein
(c) KV

 

Ik ken manipulatie goed. Niet omdat ik er bedreven in ben – integendeel zelfs. In het gezin van mijn jeugd leerde ik dat je zegt wat je bedoelt en toont wat je voelt. Soms ontstaan daardoor conflictjes, maar die praat je uit en probeer je op te lossen. Je tracht steeds de beste versie van jezelf te zijn, maar je mag fouten maken en eruit leren. Je bent oprecht. Je liegt niet. Je zorgt ervoor dat mensen je kunnen vertrouwen.

Ik waardeer mijn opvoeding enorm. Ik heb er een groot stuk van mijn moreel kompas aan te danken. Zelfs als we in ons gezin bij momenten kleine (of grote) problemen kenden, slaagden we er uiteindelijk altijd weer in om elkaar terug te vinden en de banden opnieuw aan te halen, en ik ben ervan overtuigd dat de liefde en veiligheid waaruit ik tijdens mijn kindertijd mocht putten van mij een gelukkig en gezond mens hebben gemaakt.

Over het algemeen benader je anderen zoals je zelf in de wereld staat. Het mag dus niet verbazen dat ik heel open ben over wat ik voel en wil. Ik stap in alle eerlijkheid op anderen af. Ik ga ervan uit dat ze betrouwbaar zijn en mij ook als dusdanig zullen behandelen. Dat is wat ik vertrouwen noem. Sommigen vinden dat naïef. En er zijn inderdaad momenten geweest waarin ik genadeloos gemanipuleerd ben door mensen die ik graag zag en vertrouwde.

Het kan vreemd klinken, maar ik geloof echt dat mensen van nature inherent goed zijn. Je hebt uitzonderingen op elke regel, maar over het algemeen streven we volgens mij toch naar harmonie, comfort en groei. We willen onszelf ontwikkelen tot een sterkere, gelukkiger versie van onszelf. We willen anderen niet per se schade berokkenen, en als het toch gebeurt, hebben we er zelden deugd van. Alleen hebben we soms misschien het gevoel dat we geen andere keuze hebben.

Wie manipuleert heeft gewoonlijk niet de bedoeling om te kwetsen. Sommigen beweren het zelfs te doen om anderen te helpen. Maar goedbedoeld of niet, uiteindelijk komt het altijd hierop neer: wie manipuleert, gebruikt zijn sociale, intellectuele en emotionele vaardigheden om iets te verkrijgen waar hij voordeel uit haalt en daarbij treedt hij het recht van de ander om voor zichzelf te beslissen met de voeten. In plaats daarvan wordt die ander naar een toestand geleid waarin hij gelooft dat hij zijn eigen keuzes maakt, terwijl hij eigenlijk precies heen gaat waar de manipulator hem hebben wil. Niet zelden zal hij op die manier dingen doen die hij uit eigen beweging niet zo makkelijk zou hebben gedaan, en als er een prijs te betalen is, zal die op zijn kosten zijn, nooit op die van degene die hem in die positie heeft geloodst.

 

In ZW_058 ed klein.jpg
(c) KV

 

Om te kunnen manipuleren moet je intelligent zijn én zeer gevoelig. Je moet anderen heel goed kunnen lezen, hun beweegredenen begrijpen, kunnen beredeneren wat je precies moet doen om hen in een bepaalde richting te sturen, en ten allen tijde je eigen gevoelens vakkundig verborgen kunnen houden – tenzij ze tonen juist deel uitmaakt van je strategie.

Waarom gaan dan niet alle intelligente, hooggevoelige mensen aan de manipulatie? Ik ben tot de conclusie gekomen dat de omstandigheden waarin je opgroeit daar wellicht een fundamentele rol in spelen.

De ZelfDeterminatieTheorie (ZDT, een onappetijtelijke mondvol voor een zeer interessante tak van de academische ontwikkelingspsychologie waarover je hier meer kunt lezen) stelt dat mensen niet zo hard verschillen van zaailingen: we komen ter wereld met de aangeboren drang om te groeien en ons te ontwikkelen. Als we op vruchtbare bodem terecht komen, in voedende en ondersteunende omstandigheden, dan bloeien we open. Als we moeten vechten voor ons bestaan, dan zullen we ook groeien, maar met meer moeite, en op een eerder misvormde, gehavende en belaste manier.

Als we denken aan een zaadje, dan heb je niet meer dan een grein gezond verstand nodig om in te zien dat eentje dat op een zachte groene weide terechtkomt, naast een beekje, met veel zonlicht en beschutting van de ergste weersomstandigheden een betere kans heeft om uit te groeien tot een gezonde volwassen boom of struik dan een ander exemplaar dat terechtkwam tussen twee rotsblokken op de noordflank van een berg, waar het veel minder rechtstreeks licht krijgt, voeding moet zien op te halen uit een schamele bodem, bij elke felle windstoot riskeert om te waaien en misschien wel afgegraasd wordt door geiten.

Dus waarom zou het voor mensen zo anders zijn?

Het fijne aan de ZDT is dat ze een aantal wetenschappelijk gefundeerde langetermijnstudies kan voorleggen die aantonen dat kinderen van wie de meest fundamentele behoeften vervuld worden meer kans hebben om open te bloeien en uit te groeien tot gezonde en gelukkige volwassenen dan kinderen die opgroeien in gezinnen waar hun basisbehoeften slechts gedeeltelijk vervuld worden of zelfs onder druk komen te staan.
Wat zijn nu precies die ‘basisbehoeften’? Hier wordt het pas echt interessant. De ZDT ziet drie brede categorieën: autonomie, competentie en verbondenheid.

Autonomie is ons gevoel van eigenheid en eigenwaarde: we ervaren onszelf als een uniek persoon. We mogen tonen wie we zijn en onze eigen beslissingen nemen, en als we dat doen, wordt dat erkend en gerespecteerd, binnen redelijke grenzen.
Competentie gaat over ons gevoel iets te kunnen: voelen dat we goed zijn in iets, en onze talenten op bepaalde vlakken erkend weten. We krijgen de mogelijkheid om te groeien, we mogen fouten maken en we krijgen geen verantwoordelijkheden te dragen die onze draagkracht of ervaring ver te boven gaan.
Verbondenheid verwijst naar gezonde, liefdevolle relaties, gebaseerd op wederzijds vertrouwen, veilige hechting en warmte.

 

In ZW_061 ed klein
(c) KV

 

Geen enkele ouder is perfect. Geen enkele ouder hoeft dat te zijn. Maar er is wel een duidelijke lijn te vinden in welke opvoedstijl vanuit psychologisch oogpunt de gezondste is, en die komt in wezen hierop neer: voelt het kind zijn thuis aan als een veilige plek waar ouders hem behandelen als een volwaardige persoon, en een voedende bodem voorzien voor zijn ontluikende autonomie, competentie en verbondenheid met anderen? Als het antwoord ‘ja’ is, dan zal het kind makkelijker groeien en openbloeien. Wetenschappelijk onderzoek van over de hele wereld, uitgevoerd door de onderzoekers van de ZDT-school, toont aan dat als een kind opgroeit in een gezin met een opvoedkundige benadering die zijn basisbehoeften voldoende vervult, hij gemiddeld gezien een robuuster gevoel van eigenwaarde zal ontwikkelen, zich beter in zijn vel zal voelen, het leven positiever zal ervaren en het beter zal doen op school en in het latere leven. Daarnaast kan hij ook beter de fouten van zijn ouders relativeren, als ze een keer hun geduld verliezen of een slechte dag hebben (en welke ouder heeft die niet?). Perfectie is geen noodzakelijke voorwaarde, het onderliggende gevoel van veiligheid en steun is wat er het meest toe doet.

Als een aantal van deze basisbehoeften echter niet vervuld worden, zal het kind overlevingsstrategieën inschakelen om overeind te blijven. Zoals het zaadje dat op arme grond valt, zal het groeien, maar met meer moeite, meer tegenwerking, en vechtend tegen de omstandigheden waarin het geworteld is eerder dan erdoor gevoed. Dezelfde onderzoeken van zonet tonen aan dat kinderen die opgroeien in gezinnen waar ouders autoritair of verwaarlozend opvoeden, waar de persoonlijkheid van het kind genegeerd of onderdrukt wordt, waar intermenselijke relaties door angst eerder dan door vertrouwen gedreven worden en waar competentie een vereiste is eerder dan een liefdevol ondersteund groeiproces, beduidend meer kans lopen om te kampen met lage eigenwaarde, depressie, verslaving, destructief gedrag en academisch falen. De eventuele ondersteunende daden die ouders stellen, worden door het kind vaak niet vertrouwd, omdat de perceptie van de relaties binnen het gezin er in de grote lijn géén is van veiligheid, en dat het met anderen woorden nooit zeker is wanneer de sfeer weer omslaat van ondersteunend naar bedreigend.

De wetenschappelijke resultaten die de ZDT kan voorleggen, zijn indrukwekkend, en ze komen in grote lijnen overeen met wat ik in feite zou willen bestempelen als emotionele intelligentie. Maar een autonomie-ondersteunende ouder zijn is een pak werk. Serieus. Op een autoritaire of zelfs verwaarlozende manier opvoeden kan bij momenten een stuk makkelijker lijken – en dat is in feite ook zo. Maar alleen op de korte termijn. Ja, je kind zal doen wat je zegt als je ertegen schreeuwt – maar het zal ook leren dat het bang van je moet zijn. En het zal alleen gehoorzamen zolang jij in de buurt bent. Ja, het zal zijn eigen boontjes leren doppen en zijn plan leren trekken, maar het zal levenslang de angst meedragen niet opgewassen te zijn tegen de volgende taak die het in zijn schoot geworpen krijgt.

De ZDT bewijst dat kinderen die begrijpen waarom iets nuttig of nodig is zichzelf zullen motiveren om zich aan een afspraak te houden. Geen beloning, gedreig met straf of preek van een of andere Gezagsfiguur kan ooit even krachtig zijn. Niet als we willen dat het resultaat blijvend is, tenminste, en dat onze kinderen zich ontwikkelen tot gezonde persoonlijkheden.

Maar het kind zover krijgen dat het begrijpt waarom iets een goed idee is, het waarden en attitudes bijbrengen die constructief en gezond zijn, terwijl je hem ook nog eens respecteert als een volwaardige (kleine) persoon, vraagt bakken energie en geduld gedurende de eerste twintig jaar ouderschap.

Jongens, jongens, hebben wij nog werk voor de boeg…

 

In ZW_064 ed klein
(c) KV

 

Terug naar manipulatie, en onvervulde noden.

Het lijkt een redelijk  om te stellen dat we ons in het dagelijks leven bedienen van manipulatie als we stelselmatig geconfronteerd worden met situaties waarin onze nood aan autonomie en verbondenheid in het gedrang komen. Met andere woorden: als we de ervaring doen dat we niet veilig kunnen uitdrukken wat we denken, voelen of willen zonder de ander te kwetsen of zelf gekwetst of afgekeurd te worden. Dat kan op honderd-en-één manieren, geen twee gezinnen zijn dezelfde. Eén aspect waarvan ik de gelegenheid had om het van dichtbij te observeren, is non-verbale communicatie.

Ik heb al eerder geschreven over het verschil tussen verbale/open communiactie en niet-verbale/gesloten communicatie, en over de immense gevolgen die deze twee stijlen van communiceren hebben op menselijke relaties. (Onder het tapijt en Openstaan voor verandering).

Mijn echtgenoot, die ik soms liefdevol ‘herstellend non-verbaal’ noem, komt uit een sociale kring waar gesloten communicatie de regel is, en hij kan bogen op zijn portie ervaring met manipulatie – die hij ten andere afgezworen heeft, maar dat is een constant proces van waakzaamheid. Ik bewonder hem ervoor.
Zelf verbindt hij manipulatie voornamelijk met de typische manier waarop gesloten, non-verbale communicatie werkt. Het is niet alleen lastig om een diepe verbondenheid te ontwikkelen met mensen als je niet open met ze kunt zijn uit angst ze te kwetsen,  het is nog moeilijker om je noden vervuld te krijgen als je ze niet mag uitspreken. Je wil anderen behagen (of op zijn minst niet tegen je in het harnas jagen), én krijgen wat je wil. Kan je dan iets anders dan proberen om erachter te komen wat hen drijft, en dat vervolgens faciliteren op zo’n manier dat zij jou ook geven wat jij wil? Hen manipuleren, kortom?

In de voorbeelden waarover mijn man me vertelde, hadden manipulatieve trucs nooit de bedoeling om de ander te kwetsen, alleen om ervoor te zorgen dat er voldaan werd aan een nood die anders onvervuld zou blijven op terrein waar communicatie altijd een delicate en netelige kwestie is. Maar soms heb je ook manipulatoren die dingen zeggen in de trant van: ‘Als mensen onnozel genoeg zijn om zich te laten manipuleren, dan is dat hun eigen stomme schuld.’

Ik weet dat dit soort minachting het resultaat is van een cynisch wereldbeeld zoals je het wel vaker ziet bij gevoelige mensen die zo hard gekwetst zijn dat ze empathie als een luxe beschouwen die ze zich niet meer kunnen veroorloven, en ik wil er dus niet te hard over oordelen. Maar het treft me wel als bijzonder pijnlijk.
Eén reden daarvoor is dat ik zelf ooit een aantal keren gemanipuleerd ben, en behalve het feit dat ik niet graag verweten word voor dom of onnozel, weet ik nog precies hoe afschuwelijk het voelde om op zeker ogenblik te beseffen hoe de vork precies in de steel zat.

Ik dik de analogie hier wellicht een beetje aan, maar ik zou toch durven stellen dat dit het emotionele equivalent is van erachter komen dat iemand een date rape-drug in je glas heeft gedaan en lekker zijn gang is gegaan met jou terwijl je buiten westen was. Het is niet omdat het geen pijn deed om het moment dat het gebeurde dat je je achteraf minder gebruikt voelt. Iemand had een invloed op jou die je niet bij machte was tegen te houden, en je rechten op zelfbeschikking werden totaal met de voeten getreden.
Elke kans op oprechte verbondenheid wordt hierdoor vakkundig de kop in gedrukt, want van je vertrouwen in de persoon in kwestie blijft geen spaander heel.
Het is ironisch hoe manipulatie, die vaak ontstaat in situaties waar de behoefte aan autonomie en verbondenheid niet vervuld wordt, uiteindelijk leidt tot een nog veel giftiger klimaat.

 

In ZW_062 ed klein
(c) KV

 

Het enige tegengif tegen manipulatie is open communicatie en wederzijds respect. Jammer genoeg zijn dat geen vanzelfsprekende dingen, en zeker niet voor mensen die heel onveilige relaties moesten overleven, die hun eigen behoeften nooit vervuld wisten of geleerd hebben de wereld te benaderen als een meedogenloze plek waar alles werkt volgens de wet van de sterkste.

Want elke vorm van openheid houdt ook kwetsbaarheid in: toestaan dat je echt gezien wordt, en de afkeuring of teleurstelling van anderen riskeren. Het wil zeggen: een eerlijke dialoog aangaan met je kaarten open en bloot voor je op de tafel, in plaats van bedekt en non-verbaal manoeuvreren tot je met zekerheid hebt wat je wilt, maar ten koste van eerlijkheid en vertrouwen.

Net zoals de autonomie-ondersteunende opvoedstijl arbeidsintensiever en veeleisender is maar leidt naar een gezondere ontwikkeling van kinderen op de lange termijn, vraagt open en verbale communicatie meer moeite en is het een intensieve onderneming die geen spijkerharde garanties biedt. Mensen kunnen nog steeds gekwetst worden. Meningen worden misschien niet gedeeld. Niet ieders noden zullen altijd vervuld zijn.

Maar op de lange termijn is het een veel gezondere manier om het leven te benaderen. En het helpt ons gelukkiger en robuustere relaties aangaan, waarin beide partijen elkaar kunnen vertrouwen omdat ze zich allebei gezien, gewaardeerd en gerespecteerd weten.

 

In ZW_057 ed cut klein.jpg
(c) KV