Hout vasthouden

Melancholisch gemijmer bij het vertrek uit Frankrijk

 

Kiki 5 145 klein
La Place Des Retraités (bordje aan de muur staat helaas niet op de foto) – aka La Douce France En Hiver (c) KV

 

‘We hebben het werk dat dit huis en het terrein er omheen vraagt misschien wel wat onderschat,’ zegt mijn moeder me tijdens de autorit naar Albi, waar er een heerlijke lunch op het programma staat in een van hun vaste restaurantjes, waar ze door de eigenaars én de kelners begroet worden als familie. ‘Als ik de hele oefening nu over moest doen, dan zou ik misschien heel andere beslissingen nemen.’

Niet dat mijn ouders er spijt van hebben dat ze in Frankrijk zijn gaan wonen, maar ’s winters kan het toch wel erg guur worden waar zij zijn neergestreken. En die kleine bungalow naast het grote woonhuis was wel bijzonder praktisch met het oog op de oudste dochter (ik) die zou afkomen met echtgenoot plus twee stiefzonen plus peuterkleinzoon, maar nu gebeurt het maar zelden meer dat we alle vijf samen op het appel zijn, want de oudsten zijn intussen veel zelfstandiger geworden en geven er de voorkeur aan om op andere tijdstippen te landen, met vrienden in plaats van (stief)ouders. En dus hebben mama en papa altijd veel ruimte voor gasten, maar ook niet voortdurend meer zin in veel volk.

‘Ik weet niet waar we zullen zijn binnen tien jaar,’ mijmert mijn moeder. ‘Maar daar wil ik ook niet te veel bij stilstaan, we proberen te leven in het nu.’

 

Kiki 5 020 ed cut2 klein
(c) KV

 

Ik ook. Ik leef in een ‘nu’ waarin mijn beide ouders nog steeds gezond zijn. Waarin ze ouder worden en hun beste vrienden, die troep personages die recht uit de betere Franse komedie ontsnapt lijken, ook een dagje ouder worden, maar alles bij elkaar doen ze het nog behoorlijk goed.

Ze herinneren zich niet alles even vlotjes meer als vroeger. Er zijn operaties geweest en doktersbezoeken, controles en medicatie. Er is het huis dat vervelend veel herstellingen nodig heeft, en het zwembad en de tuin die in de lente in orde moeten gebracht worden. Niet door henzelf, maar door iemand die daarvoor moet langskomen en die altijd vertraging heeft, of niet komt opdagen, of veel te duur is.

Ik vertrek morgen terug naar België, en ik ben dankbaar om mijn ouders achter te laten in goede gezondheid en met een goed humeur. Ik weet dat ik mijn zegeningen moet tellen. Wat ik weet even goed dat er een tijd komt dat ik naar het zuiden zal vliegen – of rijden – om te helpen met kwesties van een veel complexere financiële of medische aard. Over tien jaar? Vijftien? Vijf? Ik kan me de omvang van de onderneming zelfs niet voorstellen mocht er aan een van beiden iets gebeuren en de ander zou verhuizen naar een appartement in Albi, laat staan België. De gedachte alleen al vervult me met vroegtijdig verdriet. Ik weet wel dat ik er niet alleen zal voorstaan. Mijn zus, mijn man, vrienden en kinderen zullen klaarstaan om te helpen, oplossingen te bedenken en ze uit te voeren. Maar toch.

Waarschijnlijk hoort dit gewoon bij de melancholie van vertrekken. Ik aanvaard ze voor wat ze is, en bid in stilte dat mijn ouders hier nog veel gelukkige, gezonde jaren mogen kennen.
Ik zie ze voor me, omringd door iedereen die hen graag ziet. De zon schijnt, en er zijn vrienden van alle hoeken van Europa. In het zwembad spelen kinderen, en de tafel is gedekt met lekker eten. Hoog in de lucht cirkelen de buizerds en de valken waar we zo van houden.

Dat is een goed beeld. Hout vasthouden.
Of zoals de Fransen het zeggen: touchons du bois.

 

Kiki 5 043 ed cut klein
(c) KV
Advertenties

Een goed nest

Ik zit in het bureau van mijn vader en ik schrijf. Nu en dan kijk ik op naar de bomen naast het huis, waar een koppel eksters een nest bouwen. Ik sla hun vorderingen gade met een glimlach.

Ze werken methodisch en gefocust. Soms vliegen ze allebei uit voor geschikte takjes, soms blijft er een in het nest terwijl de ander op zoek gaat naar meer materiaal. Soms komt de ene terug en vindt degene die achterbleef in het nest dat het tijd wordt om van rol te wisselen en vertrekt op zijn beurt zowat meteen.
Op zeker moment kon ik me de ergernis van een van beide bijna voorstellen toen de ander kwam aangevlogen met een tak die zo lang was dat hij ongeveer drie keer om het nest heen kon gewonden worden. Hoe wil je in godsnaam dat ik die erin gepast krijg, leek die in het nest te zeggen.
Soms werken ze samen om alles te schikken en in elkaar te puzzelen, met een van beide op de rand van het nest, of zelfs eronder, om een al te lange tak een stukje lager te trekken.

 

Kiki 4 015 ed klein
(c) KV

 

Ik ben ondertussen al veertig jaar het kind van mijn ouders, en hoewel ons huis altijd een soort tijdelijk toevluchtsoord is geweest voor jonge mensen met nood aan een stabiele thuis, ligt de tijd van nesten bouwen en jonkies opvoeden nu toch wel al een hele tijd achter hen. Ik ben van onder hun vleugels vandaan gegroeid en ben mijn eigen nest gaan bouwen. Nu ben ik zelf ouder. Maar op een of andere manier voelt het toch ook altijd goed om even terug te zijn.

We hebben samen nog een heleboel vakanties doorgebracht, maar echt samengewoond hebben we niet meer, niet als het kerngezin dat we ooit waren, een zeldzame week waarin mijn zus en ik allebei naar Frankrijk afzakten zonder partners niet te na gesproken. En zelfs toen waren er kleinkinderen bij, als ik het me goed herinner. Dat is prima, zo gaan die dingen nu eenmaal.

Sinds wij volwassen zijn, doen mijn ouders bewust moeite om niet te veel parentaal gezag meer te laten gelden. Zelfs al kunnen ze er uitgesproken meningen op nahouden, ze respecteren ook de onze. Geen ‘ik ben hier de ouder en jij bent mij eeuwige trouw en  gehoorzaamheid verschuldigd’-gedoe hier. Onze discussies kunnen ten andere wel levendig zijn.

Recent, zeker sinds ik zelf in mijn kracht ben gekomen als volwassen vrouw en moeder, voelen mijn mama en ik ons op sommige vlakken behoorlijk hecht verbonden. We maken, om het zo te zeggen, deel uit van een universeel ‘vrouwengeslacht’. Het leeftijdsverschil tussen ons is uiteraard hetzelfde als altijd, maar we voelen ons nu veel meer deel van dezelfde traditie, als een volwassene en een oudere, dan we waren als jong meisje en haar moeder. Het is een evolutie die we allebei verwelkomen en appreciëren.

Mijn verblijf hier bij mijn ouders (het is pas de tweede keer dat ik op mijn eentje bij ze in Frankrijk ben) is het niet anders. Wij zijn een stam, een nest, maar zelfs al ben ik hun nageslacht en zal ik dat altijd blijven, we omarmen elkaar wel als gelijken.

 

GP 5 029
Geen maand na haar longoperatie gaat mama al dapper mee de honden uitlaten – met een ingelaste knuffelstop nu en dan (c) KV

 

 

Mijn mama geneest goed. Maar mooier nog om te zien dan de vorderingen die ze maakt, is hoe mijn ouders met elkaar omgaan. Ze hebben in de loop van de jaren hun meningsverschillen en conflicten gehad, maar in zekere zin was mama’s klaplong en het feit dat ze een zware operatie moest ondergaan om meer van hetzelfde in de toekomst te vermijden een cadeau voor hun relatie. Mijn vader verzorgt haar met een hartverwarmende toewijding, en mama is erkentelijk en dankbaar op de best mogelijke manier. Ze plagen elkaar, ze lachen veel en ze zijn heel innig. Bij momenten heb ik het gevoel dat ik twee oude pubers elkaar zie herontdekken, op een mooiere manier dan daarvoor.

Soms moet je naar de hel en terug om dit soort mirakel te krijgen, zoals mijn mama het uitdrukt. De serieuze emotionele confrontatie die ze vorige zomer hadden en mijn mama’s fysieke toestand deze winter kunnen beslist omschreven worden als een kleine hel. Maar óf ze er sterker uitkomen.

Ik ben blij om hier te zijn, blij om te helpen met kleine dingen, blij om in hun gezelschap te zijn en hen gade te slaan in hun dagelijkse bezigheden.

Dit is nog altijd een warm nest. Het is fijn om thuis te zijn.

 

Kiki 4 011 ed cut klein
(c) KV

De Fransen hebben geen kaas gegeten van weersvoorspellingen

De Franse météo beloofde vijf dagen stralende zon en zachte temperaturen.
Nog niet zoveel van gezien, tot nu toe, moet ik zeggen.

 

Kiki 2 003 klein
Foto van mijn papa, gemaakt op de dag dat ik dit schreef

 

De goeie kant van gure wind en sneeuwvlagen, is evenwel dat de vogels dan veel honger hebben.
Terwijl mama aan tafel zit te tekenen, sta ik, gewapend met mijn vaders camera, voor het raam. We amuseren ons allebei.

 

Kiki 1 054 ed cut klein

 

Kiki 2 146 ed cut klein
(c) KV

Transit

Ik bevind me in transit vanavond. Ik zit op de luchthaven de uren te doden, terwijl ik wacht tot mijn vlucht vertrekt. Ik ga een handvol dagen op bezoek bij mijn ouders in Frankrijk, om bij mijn mama te zijn die herstelt van haar recente, zware operatie.

 

28343289_10211611169262180_312883817_o
(c) KV

 

Ik was goed op tijd op de luchthaven, meteen na het werk. Het eerste wat ik me afvroeg (of ik de Diabolo-toeslag zou moeten betalen, net als alle andere reizigers, terwijl ik als journalist in regel gratis met de trein reis) werd snel uitgeklaard door de conducteur. Ik had me half en half voorbereid om de volle pot te betalen, want op de trein, maar alles bleek in orde. Alleen had ik nu meteen een ander probleem, want om van het luchthavenstation toegang te krijgen tot de luchthaven zelf, moeten reizigers hun ticket voor een lezer houden om de automatische deuren op te krijgen. Een ticket dat ik dus niet had, want alleen een journalistenkaart… Geen zorgen, gelukkig: een vriendelijke medewerker wierp één blik op mijn abonnementskaart en hielp me meteen naar binnen.

Ik vond een plekje om te zitten voor iets wat op avondeten leek: een stuk opgewarmde pizza en een belachelijk duur drankje.
Zwervend door de galmende gangen van de luchthaven word ik met mijzelf geconfronteerd. Het blijft me verbazen hoe stresserend ik dit soort onderneming vind.

Je zou denken dat een mens als ze veertig is er haar hand niet meer voor zou omdraaien om een vliegtuig te nemen. Ik vloog voor het eerst (bewust) op mijn veertiende, op citytrip met het gezin naar London. Een paar jaar later vlogen mijn toenmalig lief en ik een aantal keer naar Spanje voor de zomervakanties. Twintig jaar geleden vloog ik op mijn eentje naar Seattle om er twee weken door te brengen in het gezin van een Mormoonse vriend. Ik passeerde de douane in Newark (New York), en haalde mijn binnenlandse aansluiting. Akkoord, we praten vóór 9/11, maar het was een prestatie voor het verlegen en onervaren kind dat ik toen eigenlijk nog altijd was. Ik arriveerde ‘s avonds in Seattle en daar stond, tot mijn verrassing, niemand me op te wachten. Ik zag me al door een onbekende stad dwalen op zoek naar een plek om te slapen… Dat was het dichtste dat ik ooit kwam bij echte paniek. Ik slaagde er uiteindelijk in om met een betaaltelefoon naar het huis van mijn vriend te bellen (gsm’s waren er ook nog niet), en zijn moeder verzekerde me dat hij wel degelijk op de luchthaven was om me af te halen. Alleen bleek hij bij de douane-uitgang te staan, in plaats van bij die voor binnenlandse vluchten.

28407997_10211611169222179_444151761_o
(c) KV

Ik heb sindsdien nog veel vaker het vliegtuig genomen. Alleen, met mijn man, met mijn zoontje. Ik weet hoe het hele ding werkt, ik ben een volwassene die alle juiste papieren heeft én de juiste boarding pass, die de drie nationale talen plus Engels beheerst. Ik heb zelfs geen vliegangst. Dus waarom ben ik dan in godsnaam gestrest?

Let wel, het gaat hier niet over de klamme-handen-bijna-paniek stress die ik in Seattle voelde. Als dat wel zo was, dan zou ik mezelf dit gedoe simpelweg niet aandoen, of ik zocht een goeie therapie. Dit soort angst mag je wat mij betreft je leven niet laten bepalen, punt.
Nee, dit is gewoon een fundamenteel gevoel van onbehagen, iets tussen emotionele pijn en jeuk, een knagende onzekerheid. Het belet met niet om te functioneren, maar het vreet wel aan mijn krachten. Ik vraag me voortdurend af of ik alles wel goed doe, of ik mijn weg zal vinden, of er geen onverwachte problemen zullen opduiken. (Dezer dagen kan je in een Europese luchthaven ook onmogelijk níet denken aan terroristische aanslagen, maar dat soort gedachten sta ik mezelf niet lang toe. Ik werk drie dagen per week op een boogscheut van het Brusselse metrostation Maalbeek. Het leven gaat door en we moeten het leven. Het heeft geen zin om energie te verspillen aan het berekenen van de absurd kleine kans ooit op het foute moment op de foute plaats te zijn.)

Misschien is het gewoon de controlefreak in mij die het moeilijk heeft. Deze plek valt niet te controleren, en het constante bombardement van prikkels dat me onophoudelijk belaagt ook niet. Ik ben niet goed in opgaan in een massa vreemden. En er zijn hier maar heel weinig gezellige hoekjes waar een mens zich even rustig kan terugtrekken. In plaats daarvan zijn er formaliteiten, lange, drukke gangen, luidruchtige, volle eethoeken en eindeloze, lege uren.

Het komt wel goed met mij. Ik heb het meest stresserende stuk al achter de rug: inchecken en bagagecontrole. Nu is het alleen nog een paar lange uren voor het wachten, aan boord gaan, vliegen, uitstappen en naar Fauch rijden eindelijk achter de rug zijn. Maar ik kijk er naar uit om mijn vader te zien, die me komt ophalen, en mijn mama, die waarschijnlijk slaapt tegen dat we thuiskomen, maar haar beterschapsknuffel dan dubbel en dik krijgt morgenochtend.

 

deSingel_049 ed klein
(c) KV

De rivier

Prelente_134 ed klein
(c) KV

 

Ik zit op de rivier. Hij is breed en krachtig, en zijn wijde stroom neemt me mee naar een plek die aanvoelt als de zee, een monding die me roept met de kracht van thuiskomen.

Ik weet dat mijn innerlijk kompas het juist heeft, ook al is er geen echte manier om mijn bootje te sturen. Al wat ik kan doen, is vertrouwen op de stroom, en de redenen die die heeft om me eerst naar hier, dan weer naar daar te voeren. Een buitenbocht. Een zandbank. Een reeks stroomversnellingen. Ik heb ze maar te aanvaarden, en te overleven.
Mijn vertrouwen in de rivier is immens. Dit is hoe het voelt om op je levensweg te zitten. Elke plotse verandering in de stroming brengt een nieuw inzicht, elk moment van vastzitten in de modder onderwijst doorzettingsvermogen – of aanvaarding.

 

Prelente_137 ed klein
(c) KV

 

Ik heb de laatste tijd een aantal stroomversnellingen gekend. Daar schrijf ik heel binnenkort over. Maar op dit moment is er even een aarzeling in de flow, een moment van besluitloosheid, een noodgedwongen pauze. Ik probeer het te ervaren als een kans om op adem te komen. Dat lukt niet altijd. Want mijn kleine bootje heeft de grotere kracht van de moederstroom geproefd en wil voort, voort, voort…

Ik glimlach om mezelf, geef een vriendschappelijk klopje op de rand van mijn bootje, en houd mijn ogen op de horizon.
Hoogwater komt eraan. Voor ik het weet, ben ik weer op weg.

 

 

Prelente_136 ed klein.jpg
(c) KV

De herinneringen van een vlinder

Eeuwen van vleugels

 

Ik heb lang het gevoel gehad dat ik niet echt thuishoorde in de wereld. En toen ik eindelijk zover was dat ik kon wortelen, voelde ik me nog steeds veel ouder dan mijn jaren.

Nu pas heb ik de indruk dat mijn fysieke leeftijd en mijn innerlijke erfenis enigszins op een lijn beginnen te komen.

 

Prelente_182 ed klein
(c) KV

 

Het heeft lang geduurd. Ik ben een trage ontluiker, een laatbloeier. Maar eindelijk heb ik het gevoel dat ik begrijp wat ik meedraag, en dat ik kan beginnen gebruiken wat ik weet.
Het is een beetje alsof iemand – wie, dat kan ik me niet herinneren – me toen ik klein was een algebraformule aanleerde. Ik leerde ze uit het hoofd, kon ze opzeggen en zelfs de berekeningen maken. Maar nu pas begrijp ik waar ze echt voor dient, en als ik ze toepas, voelt het als magie bedrijven.

Jeugd heeft haar schoonheid. Maar oudere levensfases hebben een heel ander soort elegantie, verkregen door ervaring en overgave. Ze dragen de herinnering aan zoete zomers, zonder de dwingende verlangens of de onstilbare honger die er eerder mee gepaard gingen.

Als we ouder zijn, weten we waarnaar we verlangen. We worden niet langer blind voortgedreven door een kracht die ons aanstuurt zonder dat we begrijpen wat ze is of wat ze wil. En we hebben de kracht om te beslissen of we dat spoor al dan niet willen volgen. Soms is het gewoon wijzer om iets niet te doen. En als we ervoor kiezen om de uitdaging toch aan te gaan, zijn we bedachtzamer. We willen de dingen niet meer onmiddellijk, we willen het proces niet meer per se forceren. We weten dat echte ontwikkeling tijd nodig heeft. Zijn eigen tijd.

Ik ben blij om aangeland te zijn op dit punt, waarop ik zowel mijn erfenis als mijn kracht kan voelen. Ouder dan mijn jaren, maar nog altijd in de fleur van mijn leven en klaar om te geven wat ik heb. Verbonden, vanuit de kern, met wat oeroud is, gefluisterd doorgegeven maar nooit vergeten.

De herinneringen van een vlinder – eeuwen en eeuwen van vleugels.

 

Prelente_173 ed cut klein
(c) KV

ZAALING #26 – Ruis

 

Wenen klein
(c) Jurgen Walschot

 

De lijn tussen ons is troebel, het signaal onderbroken door een ondoorlaatbare wand, een luchtdicht scherm. Wat binnen handbereik lag, voelt nu ver weg en onbereikbaar.

Ik tast naar je tussen de mazen, maar ik krijg je niet te pakken. Je dwaalt door je eigen wereld, en daar vind ik geen houvast. Ik stel me tevreden met ruis.

Op zeker ogenblik, dat weet ik, glijd je gewoon weer mijn blikveld binnen. Onopvallend, als een vogel aan de horizon, nonchalant als een slungel op een skateboard. Je zal geen uitleg geven. Dat hoeft ook niet. Ik zal je van ver herkennen, omdat de lucht in de kamer plots verandert.

Ik leg mijn vingers tegen het raam, en zie langzaam dampkringen ontluiken. Aan de andere kant van het glas verzekeren de tot stof gestolde druppels mij dat het beste nooit zomaar helemaal wegspoelt.

Want wat ons beroerd heeft, blijft aan ons kleven. En vanaf dan lezen we de wereld voorgoed doorheen een dierbaar waas van herinnering.

 

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

 

Van buiten of van binnen?

Antwerpen_003 ed cut3 klein
(c) KV

 

We verlieten de Fiets- en Wandelbeurs tegen valavond, en kwamen erachter dat het die middag gesneeuwd had. Het vroor niet, dus bijna alle sneeuw was alweer gesmolten, en overal lagen grote plassen ijswater.

Er stond een krachtige wind, en ik droeg geen handschoenen. Omdat ik mijn zoon bij het naar huis gaan een hotdog beloofd had van het kraampje aan de ingang, wachtten we in de tocht. Algauw voelde ik mijn handen verstijven van de kou. We aten onze hotdogs terwijl we terugliepen naar de auto, waar mijn man ondertussen al bezig was de velomobiel die we mee moesten nemen te ontmantelen. Tegen dat we daar waren, waren mijn handen zo stijf en pijnlijk dat ik amper mijn vingers kon plooien.

Ik ken dit soort pijn. Ik voel het elke keer als ik mijn handen in de diepvriezer steek en ze daar langer dan tien seconden moet houden omdat ik niet meteen vind wat ik zocht.

Ik kreeg de kou niet meer helemaal afgeschud, zelfs al ontdooiden mijn pijnlijke vingers in de auto op de terugweg helemaal. Al wat ik wilde toen we thuiskwamen, was een heet bad nemen.

“Warm en koud zijn voor jou echt iets wat van buiten komt, hé?” zei mijn man. “Voor mij is dat precies het tegenovergestelde: dat is een innerlijk proces.”

 

Altaar_035 (2) ed cut zw ed klein
(c) KV

Interessante opmerking, vooral omdat ze helemaal klopt.
Zo lang hij actief is en beweegt, voelt Christophe zich prima. Hij kan bij vrieskou fietsen in zijn velomobiel met niet meer dan een trui, of de halve dag in de tuin werken bij een snijdende wind: hij krijgt het zelden koud. Maar ’s nachts in bed, als hij stil ligt, sijpelt de warmte uit zijn lijf en tegen de ochtends heeft hij het meestal koud, hoe dik de dekens ook zijn.

Ik, daarentegen, word belaagd door de buitentemperatuur, en die beïnvloedt mijn lichaamswarmte. Soms gebeurt dat langzaam, soms heel abrupt. Maar eens ik het te koud (of te warm) heb, tot helemaal diep vanbinnen, dan krijg ik dat gevoel niet zomaar afgeschud. De tegenovergestelde temperatuur zal zich een tijdje door al mijn laagjes heen moeten werken vooraleer de dingen weer in balans zijn.

Fascinerend, dacht ik. Dit zou zomaar eens de perfecte metafoor kunnen zijn voor hoe we emotioneel functioneren.

Ik slaag er niet in om bepaalde dingen buiten te houden. De signalen van mensen die zich agressief opstellen, of handelen vanuit een of andere bron van emotionele pijn of ongemak, komen onmiddellijk ‘binnen’, door mijn grenzen heen, een beetje zoals een trein die met krijsend gepiep tot stilstand komt mijn trommelvliezen aanvalt. Het doet fysiek pijn, en je kunt het niet buitenhouden als het je onverhoeds overvalt. Tegen de tijd dat je weet wat er gebeurt, is het al binnen en heb je pijn.

Het is een van de dingen die mijn omgang met mijn stiefzonen vaak bemoeilijkte toen ze jonger waren. Er hing zoveel elektrisch geladen gevoelens om hen heen, en ze reageerden die op alle mogelijke manieren af. Ons huis vulde zich met die energie. Ik probeerde het hen niet kwalijk te nemen. Maar het was erg lastig om ermee te leven, want ik kon hun energie alleen maar buitenhouden als ik goed uitgerust was en helemaal in mijn eigen centrum stond. En voor wie is dat een dagelijkse startpositie? Bij momenten telde ik de uren tot ze weer vertrokken, terwijl ik tegelijk eigenlijk niets liever dan een warme vertrouwenspersoon voor ze wilde zijn.

Mijn echtgenoot, anderzijds, is er heel goed in om dingen buiten te houden. Zijn muren zijn dik en stevig gebouwd. Als hij ze neerlaat, riskeert hij overspoeld te worden door alles wat binnenkomt, veel meer nog dan ik. Dus in plaats daarvan heeft hij er een talent van gemaakt om de dingen buiten te houden, en wat er binnen in hem leeft, gebruikt hij als brandstof. Het moment dat hij stopt met bewegen, is het moment dat de wereld hem inhaalt.

 

Wintergroen_033 ed cut klein
(c) KV

 

Ik blijf me verbazen over hoe intrigerend verweven fysieke en psychologische aspecten kunnen zijn.
En misschien, als we op een dag onszelf en hoe we functioneren genoeg begrijpen, wordt het wat makkelijker om om te gaan met de wereld waarin we leven.

Dat zou fijn zijn.

De pijn verdoven laat hem groter lijken

Wat ik leerde bij mijn laatste tandartsbezoek

 

Molsbroek_054 ed klein
(c) KV

 

Ik had een tandartsafspraak om een oude vulling te laten vervangen. Het was een kleine ingreep, maar de tand waarover het ging lag op een plek die het soort prik vroeg waar de helft van mijn mond en mijn tong vier uur lang lam van lagen.

Het was me al eerder opgevallen en dat deed het nu weer, terwijl de verdoving begon te werken: het lichaamsdeel dat je verdooft, voelt op een of andere manier groter aan. Vooral in het geval van mijn tong was dat bijzonder duidelijk: ik had het gevoel dat ik iets in mijn mond had wat langs de verdoofde kant twee keer zo groot was als normaal. Mijn lip voelde ook gezwollen. Geen van beide was natuurlijk het geval, maar zo voelde het wel.

Eigenlijk, dacht ik (wat heeft een mens voor beters te doen daar op die tandartsstoel, behalve haar mond zo wijd mogelijk opensperren en hopen dat de beproeving van boren, spoelen, peuteren en borstelen zo snel mogelijk weer voorbij is?), is dit een heel spitse analogie voor hoe we omgaan met problemen en dingen die ons beangstigen.

We verdoven ze. We stillen de pijn, zoveel is zeker, want voor pijn zijn we bang. Die willen we niet voelen. Maar wat we verdoven, gaat op een of andere manier groter aanvoelen, en vanuit praktisch standpunt wordt het moeilijker om ermee om te gaan – zoals iedereen kan getuigen die al eens met een half verdoofde mond heeft proberen te eten.

 

Molsbroek_061 ed klein
(c) KV

 

Daarmee wil ik niet zeggen dat we het vanaf nu dan maar helemaal zonder verdoving moeten stellen (en zeker niet bij de tandarts of in het ziekenhuis!), maar het is het wel waard om er even over na te denken vanuit emotioneel standpunt.

Stel je voor dat je mond nooit meer zou ontwaken uit de verdoving, omdat je telkens een nieuwe dosis neemt als je denkt dat de oude bijna uitgewerkt is, want je bent bang dat de pijn terugkomt en je die niet zult aankunnen. Het zou het leven op sommige vlakken knap lastig maken. Nochtans is dat precies wat we doen met sommige van onze emotionele kwetsuren.
We deinzen terug voor de pijn, en houden dat stuk van onszelf angstvallig verdoofd. Als gevolg daarvan voelen we inderdaad geen pijn, maar we zitten ook opgescheept met een stuk van onszelf dat nauwelijks bruikbaar is, en dat in het alledaagse leven op allerlei manieren in de weg zit.

Er is nog een reden waarom je gevoelens verdoven een slecht idee is. Mijn tong voelde gewoon groter, maar net zoals water dat stolt tot ijs (nog een fijne metafoor voor gevoelens die niet mogen stromen) nemen ze in bevroren vorm méér plaats in. Het volume van een watermassa kan tot bijna 10 percent groter worden als ze bevriest. Dat is ook waarom, als water zich in spleten of barsten bevindt, het hele rotsen kan laten openscheuren.

Laat die maar even bezinken.

Als er ooit een goede reden was om onze bevroren angsten en gevoelens te ontdooien, dan hebben we ze hier wel, geloof ik.

 

Molsbroek_069 ed klein
(c) KV

 

 

Nu moeten we dus alleen zachtjes nog die verdoving durven opzij leggen.

En net zoals in het geval van mijn mond na mijn tandartsafspraak, zullen we merken dat het daar allemaal nog wel een beetje gevoelig is, maar die naweeën van de pijn kunnen we perfect aan.
En onze volgende maaltijd – en elke andere van dan af – zal een veel comfortabeler en smakelijker gebeuren zijn.

Het emotionele equivalent van een date rape-drug

Waarom manipulatie nooit de oplossing is voor het probleem dat ze beweert te bestrijden

 

Manipulatie is een gevolg van onbeantwoorde behoeften. Ik las de uitspraak in deze Medium-post van Jeff Bailey, een man die ik volg op The Story Hall, de Mediumpagina die ik beheer. Ik bleef er even aan haken. Juist, dacht ik. Echt juist.

 

In ZW_060 ed klein
(c) KV

 

Ik ken manipulatie goed. Niet omdat ik er bedreven in ben – integendeel zelfs. In het gezin van mijn jeugd leerde ik dat je zegt wat je bedoelt en toont wat je voelt. Soms ontstaan daardoor conflictjes, maar die praat je uit en probeer je op te lossen. Je tracht steeds de beste versie van jezelf te zijn, maar je mag fouten maken en eruit leren. Je bent oprecht. Je liegt niet. Je zorgt ervoor dat mensen je kunnen vertrouwen.

Ik waardeer mijn opvoeding enorm. Ik heb er een groot stuk van mijn moreel kompas aan te danken. Zelfs als we in ons gezin bij momenten kleine (of grote) problemen kenden, slaagden we er uiteindelijk altijd weer in om elkaar terug te vinden en de banden opnieuw aan te halen, en ik ben ervan overtuigd dat de liefde en veiligheid waaruit ik tijdens mijn kindertijd mocht putten van mij een gelukkig en gezond mens hebben gemaakt.

Over het algemeen benader je anderen zoals je zelf in de wereld staat. Het mag dus niet verbazen dat ik heel open ben over wat ik voel en wil. Ik stap in alle eerlijkheid op anderen af. Ik ga ervan uit dat ze betrouwbaar zijn en mij ook als dusdanig zullen behandelen. Dat is wat ik vertrouwen noem. Sommigen vinden dat naïef. En er zijn inderdaad momenten geweest waarin ik genadeloos gemanipuleerd ben door mensen die ik graag zag en vertrouwde.

Het kan vreemd klinken, maar ik geloof echt dat mensen van nature inherent goed zijn. Je hebt uitzonderingen op elke regel, maar over het algemeen streven we volgens mij toch naar harmonie, comfort en groei. We willen onszelf ontwikkelen tot een sterkere, gelukkiger versie van onszelf. We willen anderen niet per se schade berokkenen, en als het toch gebeurt, hebben we er zelden deugd van. Alleen hebben we soms misschien het gevoel dat we geen andere keuze hebben.

Wie manipuleert heeft gewoonlijk niet de bedoeling om te kwetsen. Sommigen beweren het zelfs te doen om anderen te helpen. Maar goedbedoeld of niet, uiteindelijk komt het altijd hierop neer: wie manipuleert, gebruikt zijn sociale, intellectuele en emotionele vaardigheden om iets te verkrijgen waar hij voordeel uit haalt en daarbij treedt hij het recht van de ander om voor zichzelf te beslissen met de voeten. In plaats daarvan wordt die ander naar een toestand geleid waarin hij gelooft dat hij zijn eigen keuzes maakt, terwijl hij eigenlijk precies heen gaat waar de manipulator hem hebben wil. Niet zelden zal hij op die manier dingen doen die hij uit eigen beweging niet zo makkelijk zou hebben gedaan, en als er een prijs te betalen is, zal die op zijn kosten zijn, nooit op die van degene die hem in die positie heeft geloodst.

 

In ZW_058 ed klein.jpg
(c) KV

 

Om te kunnen manipuleren moet je intelligent zijn én zeer gevoelig. Je moet anderen heel goed kunnen lezen, hun beweegredenen begrijpen, kunnen beredeneren wat je precies moet doen om hen in een bepaalde richting te sturen, en ten allen tijde je eigen gevoelens vakkundig verborgen kunnen houden – tenzij ze tonen juist deel uitmaakt van je strategie.

Waarom gaan dan niet alle intelligente, hooggevoelige mensen aan de manipulatie? Ik ben tot de conclusie gekomen dat de omstandigheden waarin je opgroeit daar wellicht een fundamentele rol in spelen.

De ZelfDeterminatieTheorie (ZDT, een onappetijtelijke mondvol voor een zeer interessante tak van de academische ontwikkelingspsychologie waarover je hier meer kunt lezen) stelt dat mensen niet zo hard verschillen van zaailingen: we komen ter wereld met de aangeboren drang om te groeien en ons te ontwikkelen. Als we op vruchtbare bodem terecht komen, in voedende en ondersteunende omstandigheden, dan bloeien we open. Als we moeten vechten voor ons bestaan, dan zullen we ook groeien, maar met meer moeite, en op een eerder misvormde, gehavende en belaste manier.

Als we denken aan een zaadje, dan heb je niet meer dan een grein gezond verstand nodig om in te zien dat eentje dat op een zachte groene weide terechtkomt, naast een beekje, met veel zonlicht en beschutting van de ergste weersomstandigheden een betere kans heeft om uit te groeien tot een gezonde volwassen boom of struik dan een ander exemplaar dat terechtkwam tussen twee rotsblokken op de noordflank van een berg, waar het veel minder rechtstreeks licht krijgt, voeding moet zien op te halen uit een schamele bodem, bij elke felle windstoot riskeert om te waaien en misschien wel afgegraasd wordt door geiten.

Dus waarom zou het voor mensen zo anders zijn?

Het fijne aan de ZDT is dat ze een aantal wetenschappelijk gefundeerde langetermijnstudies kan voorleggen die aantonen dat kinderen van wie de meest fundamentele behoeften vervuld worden meer kans hebben om open te bloeien en uit te groeien tot gezonde en gelukkige volwassenen dan kinderen die opgroeien in gezinnen waar hun basisbehoeften slechts gedeeltelijk vervuld worden of zelfs onder druk komen te staan.
Wat zijn nu precies die ‘basisbehoeften’? Hier wordt het pas echt interessant. De ZDT ziet drie brede categorieën: autonomie, competentie en verbondenheid.

Autonomie is ons gevoel van eigenheid en eigenwaarde: we ervaren onszelf als een uniek persoon. We mogen tonen wie we zijn en onze eigen beslissingen nemen, en als we dat doen, wordt dat erkend en gerespecteerd, binnen redelijke grenzen.
Competentie gaat over ons gevoel iets te kunnen: voelen dat we goed zijn in iets, en onze talenten op bepaalde vlakken erkend weten. We krijgen de mogelijkheid om te groeien, we mogen fouten maken en we krijgen geen verantwoordelijkheden te dragen die onze draagkracht of ervaring ver te boven gaan.
Verbondenheid verwijst naar gezonde, liefdevolle relaties, gebaseerd op wederzijds vertrouwen, veilige hechting en warmte.

 

In ZW_061 ed klein
(c) KV

 

Geen enkele ouder is perfect. Geen enkele ouder hoeft dat te zijn. Maar er is wel een duidelijke lijn te vinden in welke opvoedstijl vanuit psychologisch oogpunt de gezondste is, en die komt in wezen hierop neer: voelt het kind zijn thuis aan als een veilige plek waar ouders hem behandelen als een volwaardige persoon, en een voedende bodem voorzien voor zijn ontluikende autonomie, competentie en verbondenheid met anderen? Als het antwoord ‘ja’ is, dan zal het kind makkelijker groeien en openbloeien. Wetenschappelijk onderzoek van over de hele wereld, uitgevoerd door de onderzoekers van de ZDT-school, toont aan dat als een kind opgroeit in een gezin met een opvoedkundige benadering die zijn basisbehoeften voldoende vervult, hij gemiddeld gezien een robuuster gevoel van eigenwaarde zal ontwikkelen, zich beter in zijn vel zal voelen, het leven positiever zal ervaren en het beter zal doen op school en in het latere leven. Daarnaast kan hij ook beter de fouten van zijn ouders relativeren, als ze een keer hun geduld verliezen of een slechte dag hebben (en welke ouder heeft die niet?). Perfectie is geen noodzakelijke voorwaarde, het onderliggende gevoel van veiligheid en steun is wat er het meest toe doet.

Als een aantal van deze basisbehoeften echter niet vervuld worden, zal het kind overlevingsstrategieën inschakelen om overeind te blijven. Zoals het zaadje dat op arme grond valt, zal het groeien, maar met meer moeite, meer tegenwerking, en vechtend tegen de omstandigheden waarin het geworteld is eerder dan erdoor gevoed. Dezelfde onderzoeken van zonet tonen aan dat kinderen die opgroeien in gezinnen waar ouders autoritair of verwaarlozend opvoeden, waar de persoonlijkheid van het kind genegeerd of onderdrukt wordt, waar intermenselijke relaties door angst eerder dan door vertrouwen gedreven worden en waar competentie een vereiste is eerder dan een liefdevol ondersteund groeiproces, beduidend meer kans lopen om te kampen met lage eigenwaarde, depressie, verslaving, destructief gedrag en academisch falen. De eventuele ondersteunende daden die ouders stellen, worden door het kind vaak niet vertrouwd, omdat de perceptie van de relaties binnen het gezin er in de grote lijn géén is van veiligheid, en dat het met anderen woorden nooit zeker is wanneer de sfeer weer omslaat van ondersteunend naar bedreigend.

De wetenschappelijke resultaten die de ZDT kan voorleggen, zijn indrukwekkend, en ze komen in grote lijnen overeen met wat ik in feite zou willen bestempelen als emotionele intelligentie. Maar een autonomie-ondersteunende ouder zijn is een pak werk. Serieus. Op een autoritaire of zelfs verwaarlozende manier opvoeden kan bij momenten een stuk makkelijker lijken – en dat is in feite ook zo. Maar alleen op de korte termijn. Ja, je kind zal doen wat je zegt als je ertegen schreeuwt – maar het zal ook leren dat het bang van je moet zijn. En het zal alleen gehoorzamen zolang jij in de buurt bent. Ja, het zal zijn eigen boontjes leren doppen en zijn plan leren trekken, maar het zal levenslang de angst meedragen niet opgewassen te zijn tegen de volgende taak die het in zijn schoot geworpen krijgt.

De ZDT bewijst dat kinderen die begrijpen waarom iets nuttig of nodig is zichzelf zullen motiveren om zich aan een afspraak te houden. Geen beloning, gedreig met straf of preek van een of andere Gezagsfiguur kan ooit even krachtig zijn. Niet als we willen dat het resultaat blijvend is, tenminste, en dat onze kinderen zich ontwikkelen tot gezonde persoonlijkheden.

Maar het kind zover krijgen dat het begrijpt waarom iets een goed idee is, het waarden en attitudes bijbrengen die constructief en gezond zijn, terwijl je hem ook nog eens respecteert als een volwaardige (kleine) persoon, vraagt bakken energie en geduld gedurende de eerste twintig jaar ouderschap.

Jongens, jongens, hebben wij nog werk voor de boeg…

 

In ZW_064 ed klein
(c) KV

 

Terug naar manipulatie, en onvervulde noden.

Het lijkt een redelijk  om te stellen dat we ons in het dagelijks leven bedienen van manipulatie als we stelselmatig geconfronteerd worden met situaties waarin onze nood aan autonomie en verbondenheid in het gedrang komen. Met andere woorden: als we de ervaring doen dat we niet veilig kunnen uitdrukken wat we denken, voelen of willen zonder de ander te kwetsen of zelf gekwetst of afgekeurd te worden. Dat kan op honderd-en-één manieren, geen twee gezinnen zijn dezelfde. Eén aspect waarvan ik de gelegenheid had om het van dichtbij te observeren, is non-verbale communicatie.

Ik heb al eerder geschreven over het verschil tussen verbale/open communiactie en niet-verbale/gesloten communicatie, en over de immense gevolgen die deze twee stijlen van communiceren hebben op menselijke relaties. (Onder het tapijt en Openstaan voor verandering).

Mijn echtgenoot, die ik soms liefdevol ‘herstellend non-verbaal’ noem, komt uit een sociale kring waar gesloten communicatie de regel is, en hij kan bogen op zijn portie ervaring met manipulatie – die hij ten andere afgezworen heeft, maar dat is een constant proces van waakzaamheid. Ik bewonder hem ervoor.
Zelf verbindt hij manipulatie voornamelijk met de typische manier waarop gesloten, non-verbale communicatie werkt. Het is niet alleen lastig om een diepe verbondenheid te ontwikkelen met mensen als je niet open met ze kunt zijn uit angst ze te kwetsen,  het is nog moeilijker om je noden vervuld te krijgen als je ze niet mag uitspreken. Je wil anderen behagen (of op zijn minst niet tegen je in het harnas jagen), én krijgen wat je wil. Kan je dan iets anders dan proberen om erachter te komen wat hen drijft, en dat vervolgens faciliteren op zo’n manier dat zij jou ook geven wat jij wil? Hen manipuleren, kortom?

In de voorbeelden waarover mijn man me vertelde, hadden manipulatieve trucs nooit de bedoeling om de ander te kwetsen, alleen om ervoor te zorgen dat er voldaan werd aan een nood die anders onvervuld zou blijven op terrein waar communicatie altijd een delicate en netelige kwestie is. Maar soms heb je ook manipulatoren die dingen zeggen in de trant van: ‘Als mensen onnozel genoeg zijn om zich te laten manipuleren, dan is dat hun eigen stomme schuld.’

Ik weet dat dit soort minachting het resultaat is van een cynisch wereldbeeld zoals je het wel vaker ziet bij gevoelige mensen die zo hard gekwetst zijn dat ze empathie als een luxe beschouwen die ze zich niet meer kunnen veroorloven, en ik wil er dus niet te hard over oordelen. Maar het treft me wel als bijzonder pijnlijk.
Eén reden daarvoor is dat ik zelf ooit een aantal keren gemanipuleerd ben, en behalve het feit dat ik niet graag verweten word voor dom of onnozel, weet ik nog precies hoe afschuwelijk het voelde om op zeker ogenblik te beseffen hoe de vork precies in de steel zat.

Ik dik de analogie hier wellicht een beetje aan, maar ik zou toch durven stellen dat dit het emotionele equivalent is van erachter komen dat iemand een date rape-drug in je glas heeft gedaan en lekker zijn gang is gegaan met jou terwijl je buiten westen was. Het is niet omdat het geen pijn deed om het moment dat het gebeurde dat je je achteraf minder gebruikt voelt. Iemand had een invloed op jou die je niet bij machte was tegen te houden, en je rechten op zelfbeschikking werden totaal met de voeten getreden.
Elke kans op oprechte verbondenheid wordt hierdoor vakkundig de kop in gedrukt, want van je vertrouwen in de persoon in kwestie blijft geen spaander heel.
Het is ironisch hoe manipulatie, die vaak ontstaat in situaties waar de behoefte aan autonomie en verbondenheid niet vervuld wordt, uiteindelijk leidt tot een nog veel giftiger klimaat.

 

In ZW_062 ed klein
(c) KV

 

Het enige tegengif tegen manipulatie is open communicatie en wederzijds respect. Jammer genoeg zijn dat geen vanzelfsprekende dingen, en zeker niet voor mensen die heel onveilige relaties moesten overleven, die hun eigen behoeften nooit vervuld wisten of geleerd hebben de wereld te benaderen als een meedogenloze plek waar alles werkt volgens de wet van de sterkste.

Want elke vorm van openheid houdt ook kwetsbaarheid in: toestaan dat je echt gezien wordt, en de afkeuring of teleurstelling van anderen riskeren. Het wil zeggen: een eerlijke dialoog aangaan met je kaarten open en bloot voor je op de tafel, in plaats van bedekt en non-verbaal manoeuvreren tot je met zekerheid hebt wat je wilt, maar ten koste van eerlijkheid en vertrouwen.

Net zoals de autonomie-ondersteunende opvoedstijl arbeidsintensiever en veeleisender is maar leidt naar een gezondere ontwikkeling van kinderen op de lange termijn, vraagt open en verbale communicatie meer moeite en is het een intensieve onderneming die geen spijkerharde garanties biedt. Mensen kunnen nog steeds gekwetst worden. Meningen worden misschien niet gedeeld. Niet ieders noden zullen altijd vervuld zijn.

Maar op de lange termijn is het een veel gezondere manier om het leven te benaderen. En het helpt ons gelukkiger en robuustere relaties aangaan, waarin beide partijen elkaar kunnen vertrouwen omdat ze zich allebei gezien, gewaardeerd en gerespecteerd weten.

 

In ZW_057 ed cut klein.jpg
(c) KV