Vriendschap is geen zwaktebod

Björköby residentie – Blog #5

 

IMG_3369 (2) klein
(c) KV

Wat is het dat twee mensen samenbrengt en een vonk laat overslaan? Over die vraag zijn hele boeken vol geschreven. Vaak komen de personages van heel andere kanten, en onverwacht komt er tussen hen iets bloot te liggen wat hen allebei verrast, iets verfrissends en vertrouwds tegelijk, iets wat smaakt naar meer. Maar er zijn ook verschillen, en onvermijdelijk ontstaat er conflict (en dat hoort ook zo, want een goed verhaal is niets zonder conflict). Op het einde van het boek is de band tussen de twee figuren ofwel sterker, ofwel kapot.

Ligt het aan mij, dat ik daarbij bijna automatisch denk aan een liefdesverhaal? Ja, dat ligt vast aan mij. (Al maakt zowat elk liefdesverhaal in de literaire geschiedenis natuurlijk ook wel gebruik van bovenstaand scenario.) Minder vooraan in mijn gedachten zaten lange tijd de boeken over vriendschap. Maar alles wat in de eerste alinea beschreven staat, geldt net zo goed daarvoor.

De westerse literatuur zet al eeuwen een felle spot op de romantische liefde, in de gelukkige dan wel noodlottige variant, en ik beken dat ik vriendschap in verhalen lange tijd weinig meer vond dan een zwakke afspiegeling van de betere liefdesgeschiedenissen, een soort willen-maar-niet-kunnen, een slap aftreksel waar ik de meerwaarde niet van vatte of een noodgedwongen kunstgreep in het geval van veel kinderboeken, wegens heel jonge personages. Vriendschap, dacht ik tot voor kort, is en blijft toch altijd een beetje een generale repetitie voor die échte, ultieme vorm van menselijke verbondenheid, de liefdesrelatie.

Man, had ik het fout.

IMG_3145 (2) klein
(c) KV

__

In al mijn boeken komen vriendschappen voor. Maar in elk daarvan draaide het tot nu toe toch minstens evenveel, zo niet méér, om de ontwikkeling van een liefdesgeschiedenis. Eén keer groeide uit een onwaarschijnlijke vriendschap zelfs een nog onwaarschijnlijker liefdesrelatie. Het boek in kwestie is me nog altijd genegen, die personageontwikkeling ook (hoewel ze begrijpelijkerwijs niet door alle critici werd gesmaakt).
Maar mijn volgende boek breekt met dat stramien. Want dit verhaal gaat over vriendschap. En dat komt niet omdat de personages kinderen zijn, of omdat het een boek is voor lezers vanaf pakweg tien of elf jaar. Niet omdat ik niks beters kon verzinnen, of voor een keer geen goesting had om een adolescentenroman te schrijven.
Integendeel, ik heb het eindelijk door. Vriendschap is géén zwaktebod.

 

“De kans om anderhalve week in alle rust te kunnen werken op een dergelijke plek is voor elke scheppende kunstenaar met een gezin en een drukke agenda een zegen, maar als je zoals wij een diepgaande en verrijkende samenwerking deelt, is het helemaal een droom om een langere periode samen door te kunnen stomen, ongehinderd door het gewone gedoe van elke dag. Jurgen en ik zijn goede vrienden, allebei natuurmensen bovendien, dus de gedachte aan deze residentie voelt een beetje als thuiskomen.”

Zo schreef ik het, in de motivatiebrief bij onze portfolio voor deAuteurs, toen we het erop waagden om een aanvraag in te dienen voor de auteursresidentie in Björköby. De residentie waarvan we zeker waren er nooit voor gekozen te zullen worden. De residentie waar we nu middenin zitten… En ja, we zijn thuisgekomen.

 

__

Op het surrealistische moment dat we te horen kregen dat wij tegen al onze verwachtingen in de gelukkigen waren, hadden we nog geen duidelijk idee waar we precies aan zouden gaan werken. De verschijning van STROOM stond intussen vast, maar verder was het koffiedik kijken. Liefst focusten we op een boek of een groter project, maar in het slechtste geval zou er vast meer dan genoeg inspiratie voor Zaailingen te rapen vallen in de omgeving.

Wat óók klaar was, was het kortverhaal De serres van Mendel, dat zich afspeelt in een gigantisch serrecomplex, tot de nok gevuld met planten, bloemen, bomen, vijvers en nog veel meer, een woekering van koepels waarin de hele Wereld wordt bewaard. Ook hier waren tekst en beeld al nauwer gaan samenwerken dan de gewoonte is in kinderboekenland. Jurgen en ik overliepen samen het verhaal, de filosofische ideeën die eraan ten grondslag lagen en de visuele en inhoudelijke gelaagdheid nog voor hij de prenten begon te maken. En eens hij in de serres dook, wilde hij er niet meer uitkomen. Wat hij opriep in zijn beelden, was wat ik voor me had gezien, en méér.

Mendel werd een pareltje, maar wel een heel kort pareltje, met nog veel meer potentieel. In dat beknopte verhaal zat de kern van een veel groter, beter uitgewerkt boek. Een echt jeugdboek, maar mét bijzondere illustraties, met tekst en beeld in evenwaardige dialoog, en een resultaat dat meer is dan de som van de delen.
We contacteerden een aantal uitgevers, en hadden het geluk er een te treffen die helemaal op onze golflengte zat over wat voor boek dit kon worden. Dus de Björköby-residentie is er niet alleen effectief gekomen en we zijn niet zomaar twee weken aan het genieten van een bijzondere locatie en de rust van onze Zuid-Zweedse werkplek, we zijn ook nog eens, zoals we hoopten, voluit aan het werk aan een concreet project, een verhaal waarin we allebei geloven en dat volgend najaar als boek in de rekken zal liggen.

IMG_3377 (2) klein
(c) KV

__

In al mijn boeken speelt de locatie een belangrijke rol. Het klooster van Sant Pere de Rodes in Geheugen van Steen, de rode rotswoestijn van Arizona in Sequoia, de verhalen die er zich in afspelen, zitten er diep in verankerd. Maar De serres van Mendel (zoals ik dit boek nog altijd noem, het is nog niet duidelijk wat de definitieve titel wordt) is een verhaal waarin ik éérst de wereld zag, en pas in een volgend stadium ging nadenken over personages.

Natuurlijk moet een goed verhaal uiteindelijk wel draaien om de personages. En ze dienden zichzelf gelukkig aan met groot gemak, het meisje en de jongen die de lezer in de serres ontmoet, en die we in de loop van het verhaal steeds beter leren kennen. Maar in het kortverhaal bleef hun karaktertekening noodgedwongen heel schetsmatig. Nu, tijdens het werk in Björköby, was het moment gekomen om daar verandering in te brengen. Nu moest ik gaan schrijven over hun bijzondere vriendschap. Ik heb me een tijdlang afgevraagd hoe ik dat moest aanpakken. Tot ik besefte: ik weet intussen precies hoe dat voelt.

IMG_3474 (2) klein
(c) KV

__

‘Zijn jullie samen? Ook, euhm… behalve op vlak van creatieve samenwerking?’
We hebben de vraag al een paar keer gekregen het afgelopen jaar, bij het praten over ons werk, het samen opbouwen van een tentoonstelling, of laatst nog, tijdens de hartelijke gesprekken met collega-schrijvers en -illustratoren op het SmåBUS-festival. Ik vind het altijd apart als ik daarop kan antwoorden: ‘Nee, hoor. Maar Jurgen en ik hebben wel iets heel bijzonders’, en dat de gesprekspartner dan knikt: ‘Ja, dat zie je wel.’

Het blijft moeilijk om de juiste woorden te plakken op wat ‘dat’ dan wel is. Maar het is er, en het is tijdens deze residentie nog dieper in onze samenwerking gaan kruipen. We koken om beurten of samen, verdelen de koekjes, de gehaktballetjes en de ruimte op de sofa keurig in twee – ‘elk de helft’ is de knipoog van dit verblijf. De een klimt in de appelboom om verse vruchten, de ander fietst bij stormweer over steigertjes.

We brainstormen over wat er al dan niet zou kunnen in dit verhaal, soms al van bij het ontbijt – wat een betere remedie is tegen ochtendhumeur dan de slappe of veel te straffe koffie die we telkens zetten. Grappige ideeën van Jurgen of terechte vragen die hij stelt over de personages vlechten zichzelf heel spontaan in mijn tekst tijdens het schrijven. We hangen broederlijk en zusterlijk de was op en onderzoeken intussen de wereld(en) die we samen aan het bouwen zijn – waar lopen hun grenzen, wat zijn hun wetmatigheden of hun filosofische gronden, waar treden ze buiten hun oevers? Hoe giet je dat in beelden? Wat toon je, wat verberg je? Jurgen helpt me door een acute opstoot van innerlijke twijfel, ik mag meekijken naar zijn prachtige prenten terwijl ze ontstaan, en feedback geven terwijl ze groeien onder zijn handen. Een aparte verbondenheid is ‘wat wij hebben’, een vriendschap met creatieve vleugels.

IMG_3379 (2) klein
(c) KV

__

Daarom, begrijp ik nu, eindelijk, worden er dus niet alleen boeken over liefde, maar ook zoveel boeken over vriendschap geschreven. Want vriendschap is bijzonder. En wie boeken over vriendschap leest zoals ze bedoeld zijn, merkt al snel, net zoals je dat in het echte leven ook ondervindt, dat de beste, diepste vriendschappen óók een vorm van liefde zijn, een betere misschien zelfs, zuiverder op de graat, puur om het innerlijk van de andere persoon en niet verguld (of vertroebeld) door het hele spel van romantische en fysieke aantrekkingskracht.

Nee, vriendschap is geen zwaktebod. Ik had alleen een tijdje nodig om daar achter te komen.

Dus gaan we nu samen dat bijzondere boek van ons afwerken.
Een boek over een jongen en een meisje, over een vriendschap, en over werelden die buiten hun oevers treden.

IMG_3001 klein
(c) JW
Advertenties

ZAAILING #40 – Vleugelverhaaltjes

Björköby residentie — Blog #4

image.php
(c) Vetlanda Posten

 

Toen de illustratoren die deelnamen aan het SmåBUS-festival de vraag kregen om een beeld te maken bij Astrid Lindgrens boek De kinderen van Bolderburen, ging ook Jurgen nadenken over een tekening. Maar al snel groeide het idee om Zaailinggewijs weer eens lekker buiten de lijntjes te kleuren, en méér in te leveren dan alleen maar een beeld. Dus het werd een Zaailing, tekening én tekst, een eerbetoon aan de verbeelding en aan Astrid Lindgren.

Jurgens prent hangt tentoon in Astrid Lindgrens Näs, geflankeerd door de beelden van zijn collega-illustratoren. De Zaailingtekst hangt er niet bij, maar dat geeft niet. De Zweedse pers heeft niet alleen ruim aandacht geschonken aan het SmåBUS-festival, maar ook sterk ingezoomd op het duo schrijver-illustrator in residentie… Het werd een leuk gesprek met de journaliste, met een toch wel bijzondere primeur er bovenop: de integrale Zaailing staat in de krant.

Een betere manier om onze veertigste eigenwijze creatieve scheut te vieren, op de herfstequinox nog wel, is er niet.

 

 

__

 

ZAAILING #40
Vleugelverhaaltjes

bolderburen klein.jpg
(c) Jurgen Walschot

Als ik je nu een verhaaltje vertel, gaan we dan naar buiten?

Een verhaaltje over hoe drie huizen de hele wereld leken en zes kinderen die wereld bewoonden alsof er geen andere was. Een verhaaltje over klimmen in bomen, slapen in schuren, hutten bouwen en de watergeest bespieden.
Want soms moet je doen alsof eventjes alles alleen maar goed is, alsof er geen oorlogen of gevangenissen of volwassenen met monden vol leugens bestaan. Soms moet je kijken naar de kleine dingen, alleen maar naar de kleine dingen, van zo dichtbij dat je niets anders meer ziet. En blij zijn, heel blij zijn, zolang dat lukt.

Soms mag je ook verdwaald zijn. Een beetje als een vogel die geboren wordt in het verkeerde nest, en niet helemaal snapt wat ze daar doet. Ook daar dient een goed verhaal voor. Maak je geen zorgen: als je het te eng of te vreemd vindt, vist de vertelster je wel weer op uit de boom waar ze je stak, en zet je veilig met je beide pootjes terug op de grond. Oef!

Maar vergis je niet. Nadien blijf je stiekem toch ook een beetje verlangen naar die hoge takken van het verhaal, het nest van waaruit je de wereld plots zo anders zag, omdat van op een hoogte alles nu eenmaal duidelijker lijkt. Je zal vanaf dat moment een beetje zweven, soms zelfs een heel klein stukje vliegen. Omdat je nu weet hoe dat moet.
Want daar dienen verhalen voor: ze geven je vleugels, ook al gebeurde dat zonder dat je er iets van merkte.

Als ik je nu een verhaaltje vertel, gaan we dan naar buiten?
In bomen klimmen, op zoek naar een nest?

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Je moet het maar kunnen

Björköby residentie — Blog #3

Onbekenden bij elkaar op een plek die ze niet kennen, smeden verbindingen en ontwikkelen patronen die ze in hun vertrouwde omgeving niet zo snel zouden doen. Dat weet iedere wetenschapper die een experiment over menselijk gedrag in de steigers zet. Mensen uit hun vertrouwde context halen, zorgt voor ongewone ervaringen.

Het SmåBUS-festival is geen wetenschappelijk experiment, maar het is onwaarschijnlijk hoe snel er oprechte contacten ontstaan tussen de aanwezige schrijvers en illustratoren – vaak van zichzelf toch niet de meest hypersociale wezens op de planeet, en dan nog eens afkomstig uit diverse culturen en taalgebieden. Gebroken Engels is de voertaal van deze driedaagse, maar er is ook volop Zweeds en Nederlands te horen in allerlei varianten en accenten.

 

 

De workshops en lezingen zijn even divers als de deelnemers, maar één ding hebben ze gemeenschappelijk: de focus ligt op kinder- en jeugdliteratuur, een segment van het boekenvak dat al heel lang moet optornen tegen de vooroordelen van al wie bezig is met ‘serieuze’ literatuur, en een genre dat soms zelfs een beetje begint aan te voelen als een bedreigde diersoort. Maar dat laat de bonte bende deelnemers niet aan hun hart komen. De liefde voor kinderboeken en jeugdliteratuur spat van de muren. En tussen het goedgevulde festivalprogramma door gebeurt wat voor velen aanvoelt als het échte werk. Portfolio’s worden bekeken, contacten gelegd, nieuwe vrienden gemaakt. Er worden oeuvres ontdekt, maar vooral mensen. Er zijn personen die je plots van je stuk brengen met een uitspraak of een opmerking, er zijn verrassende momenten van verbondenheid en vertrouwen.

 

 

Het schoolreisjesgevoel blijft aanhouden, en ik ben niet de enige die er grapjes over maakt. Toppunt op dat vlak is de ochtend van dag twee. Ontbijt om zeven uur, de bus op tegen acht uur stipt (had ik al gezegd dat dit SmåBUS-festival ook wel iets weg had van een strafkamp?), en Joke roept de namen van de deelnemers alfabetisch af voor ze, een voor een en in die volgorde, mogen opstappen, om zeker te zijn dat ze haar hele troep kuikens wel mee heeft. Hilariteit.

 

 

Bestemming van de busrit: Astrid Lindgrens Näs, de museumterreinen en -tuin die opgetrokken zijn rond het geboortehuis van de beroemde Zweedse schrijfster. Met een knipoog zou je het een bedevaartsoord voor kinderboekenmakers kunnen noemen. Weinig auteurs hebben ons beeld op kinderen en kinderboeken zo beïnvloed als deze kranige Zweedse dame.

 

 

We openen feestelijk de tentoonstelling met werk van alle aanwezige illustratoren rond Lindgrens boek De kinderen van Bolderburen. We pikken een lezing mee, snuisteren in de fijne maar oh zo gevaarlijke giftshop, dwalen door de bijzonder mooie tuin. In kleine gegidste groepen bezoeken we het geboortehuis van de schrijfster, nog altijd bewoond door familie maar permanent open voor het publiek, waarin Lindgren met liefdevolle maar bijna pijnlijke precisie heeft geprobeerd haar kindertijd te laten voortleven in alle aanwezige meubels en voorwerpen.

 

 

 

 

Voor we de bus weer op mogen voor de terugweg worden we niet een maar twéé keer geteld, en eenmaal opgestapt is er nóg een roll call. Joke is onvermurwbaar consequent. Je moet het maar kunnen.

Maar wat ze óók kan, Joke Guns, is mensen bij elkaar brengen. Het is een apart talent, dit soort organisatievermogen. Ze pakt het aan zoals alleen zij dat kan, op een heel ongedwongen manier, warm en verwelkomend, en zo enthousiast dat deelnemers er twaalf uur traject voor over hebben om een bijdrage te leveren aan iets wat zij al twee jaar met liefde, bloed, zweet en tranen uit de grond heeft gestampt. Ze kent haar schrijvers en illustratoren, ze voelt mensen aan, weet wat ze nodig hebben of nu even niet aan hun hoofd kunnen gebruiken, draait driedubbele shiften op nachtjes met veel te weinig slaap. Het symbolische cadeautje dat ze op de laatste avond ontvangt van alle schrijvers, overhandigd in een linnen SmåBUS-tas die alle illustratoren samen langs beide zijden hebben vol getekend, is meer dan verdiend.

IMG_2848 klein 2

 

 

Iedereen die erbij was, hoopt dat dit festival over twee jaar een tweede editie kent. Intussen zijn er al diverse internationale duo’s schrijvers-illustratoren gevormd die van plan zijn een aanvraag te doen voor een gezamenlijke residentie. Terecht.

Het is weer eens bewezen: de beste zaadjes ontkiemen in onverwachte grond.

IMG_3014 (2) klein
(c) KV

Goed gedaan, dunhuidje

Björköby residentie — blog#2

Het heeft iets van aankomen voor een week bosklassen. Of een vakantiekamp.
De Ädelfors Volkshogeschool beslaat een ruim terrein met daarop een centraal gebouw met receptie, keuken, gemeenschappelijke refter en lokalen voor allerlei activiteiten. Daarnaast staan over de hele oppervlakte een aantal vrij liggende bungalows verspreid met elk een tiental kamers. De vermoeide reizigers die binnendruppelen in de loop van de avond (opgehaald aan een station door een van de vele SmåBUS-vrijwilligers, of gekomen op eigen kracht) worden verwelkomd door organisator Joke Guns als een eersteklas kampverantwoordelijke. We mogen inchecken aan de balie, krijgen een badge, en kunnen met pak en zak naar onze kamers. “Hebben jullie honger?” vraagt Joke, die meeloopt om ons onze kamers te wijzen. “Goed. Want zo meteen is er avondeten, in de eetzaal.” Hup hup, kinders.

Het hotel heeft de kamerverdeling geregeld; ik heb een kamer in huis drie, met zicht op het centrale gebouw. Ik badge mezelf naar binnen terwijl Joke met Jurgen doorloopt naar huis zes, een heel eind verderop. Ik laat mezelf in mijn kamer, drop mijn tassen op de vloer, en kijk rond. Twee keurig opgemaakte bedden, een nachtkastje, een gerieflijke badkamer achter een schuifdeur.
Ik vis mijn telefoon uit mijn tas en pruts er even mee. Geen dringende berichten of wereldschokkend nieuws. Ik laat de tassen staan waar ze staan en loop weer naar buiten zonder iets uit te pakken of zelfs maar te gaan zitten op een bed. Het is lang geleden dat ik me zo verloren heb gevoeld.

image1 cut klein
Veel te vroeg op de luchthaven (c) JW

Ik ben niet de enige die het schoolreisjesgevoel heeft, zo blijkt. We doen er allemaal wat lacherig over, maar ik moet echt wennen. Dat heeft niets met de locatie of het festival op zich te maken, mijn verstand weet dat dit een heel fijne ervaring gaat worden. Maar nu, op dit vermoeide einde-van-de reismoment, roept de hele setting iets te veel persoonlijke herinneringen op.

Afgeknipt, als een plant die uit haar pot gehaald werd zonder wortels. Zo voelde dat toen ik een jaar of tien was. Klasuitstappen waren een beproeving, bosklassen of andere reisjes met overnachting waren een hel. De hele dag liep ik rond met een zwaar gevoel in mijn borst dat nog het meeste weg had van paniek. Terwijl mijn klasgenoten lachten, zongen, rond renden en smakelijk hun boterhammetjes opaten, zat ik als een zwijgend hoopje ellende af te tellen tot het moment waarop we eindelijk de bus weer op konden naar huis, naar die plek waar ik niet voortdurend op mijn hoede moest zijn voor onverwachte en dus bedreigende nieuwe prikkels, voor opdrachten die mij benauwden en waarvan ik het gevoel had ze niet aan te zullen kunnen, naar de plek waar alles vertrouwd was en waar ik de dingen in hun context kon plaatsen.
Nu begrijp ik dat dit de verdedigingsreactie was van een hoogsensitief kind dat nog niet genoeg verankerd was in haar eigen persoonlijke centrum om op een relaxte manier in interactie te gaan met de wereld.

Ik ben die paniek intussen al decennia ontgroeid. Dacht ik toch. Daarom overvalt dit gevoel van ontheemding en ontworteling mij zo – juist wanneer ik dacht dat het mij nooit meer zou overkomen, grijnst het mij toe met zijn akelige, holle mond.

En net als vroeger ben ik niet in staat het te verstoppen. Tijdens het avondmaal polst Jurgen waarom ik ongewoon stil ben. Dit komt wel in orde, verzeker ik hem, laat me maar, al heb ik er minder vertrouwen in dan ik voorgeef.
Maar de omslag blijkt inderdaad toch snel gemaakt, dezelfde avond zelfs al, eens ik een paar mensen leer kennen – of terugvind – met wie het klikt en er vanzelf een fijn gesprek ontstaat. Als Jurgen en ik rond een tafeltje met een paar andere Vlaamse illustratoren twee exemplaren van STROOM op tafel kunnen leggen en ons werk onthaald wordt op oprechte complimenten en warm collegiaal respect, voel ik hoe ik ‘land’ en mijn centrum terugvind.

Dun velletje toch, dat stille boekenkind, zelfs na al die jaren, denk ik bij mezelf als ik een paar uur later terugkeer naar een kamer die nog steeds kaal en leeg en eenzaam aanvoelt, maar waarin ik me gelukkig al een pak minder verloren voel.

Maar misschien was deze kortstondige terugval ook niet zo heel gek, na een hele dag reizen. Om zes uur die ochtend zat ik al op de trein in Dendermonde uit het nog pikdonkere raam te staren. Er waren geen onverwachte complicaties tijdens de reis, maar alles bij elkaar waren we toch twaalf uur onderweg voor we gepakt en gezakt op dat schoolterrein aankwamen.

 

Reisdag in steno:
Jurgen treffen op de luchthaven; door de controles trechteren; wachten in transit; erachter komen dat onze gate veranderd is en we er op het laatste moment toch nog even stevig de pas moeten inzetten; niet naast elkaar blijken te zitten op het vliegtuig omdat we pas de dag zelf hebben ingecheckt en ons moeten tevreden stellen met de stoelen die overblijven, wat Jurgen wel een interessant gesprek met een documentairemaakster oplevert en mij een reeks straffe foto’s van de zon op waterpartijen onderweg; meer dan twee uur wachten in de piepkleine luchthaven van Kopenhagen (tijd genoeg om iets te eten, maar er was weinig kwalitatiefs of verantwoords – nood breekt wet dus dan toch maar de fastfoodketen); een half uur balanceren op de meest ongemakkelijke reizigersbankjes ooit terwijl we op het treinperron een verdieping lager al wat probeerden te tekenen en te schrijven; meer dan twee uur op de trein, waarbij het landschap stelselmatig mooier wordt en ik mijn eerste blog afwerk; opgepikt worden op het treinstation van Nässjö; een goed uur in de wagen, op de acherbank tussen Edward van de Vendel en een mij onbekende Zweedse illustratrice, waarbij we een eerste gesprek-tussen-dicht-tegen-elkaar-aanzittende-vreemden-in-de-auto proberen te voeren terwijl Jurgen vooraan zijn lange benen uitstrekt en nu en dan een paar woorden wisselt met Han, de chauffeur en echtgenoot van Joke; en tot slot de aankomst in Ädelfors. Fluitje van een cent, toch?

Maar het komt in orde, dat voel ik nu al. Het fijne gesprek met de collega’s heeft me deugd gedaan en ik heb veel meer vertrouwen in de komende dagen. Morgen sta ik er, echt. En het wordt plezant. Ik kijk er naar uit.

Goed gedaan, dunhuidje, denk ik bij mezelf als ik het licht uit knip.

IMG_2783 klein
(c) JW

De schemering verlaten

IMG_2815 (2) klein
(c) KV

Er is iets verschoven. Alsof de lucht gekeerd is, alsof er een deur is opengegaan die van het voorportaal leidt naar een veel ruimere kamer daarachter. Ik aarzel op de drempel maar ik blijf nauwelijks dralen, want ik weet dat ik geen andere keuze heb dan binnen te gaan. Ik ben dat in feite nu al aan het doen.

Ik ben bang. Niet verlamd door een of andere levensbedreigende angst, want deze reis is niet gevaarlijk. Integendeel, alle tekenen vertellen me dat ik me mag opmaken voor de tocht van mijn leven, en de pret begint hier en nu. Maar toch ben ik bang.

De auteursresidentie in Zweden, waar ik al maanden naar uitkijk, is eindelijk aangebroken. Voorlopig heeft het allemaal nog iets surreëels. Een beetje alsof je eindelijk voor een wereldberoemd monument staat en probeert de ware omvang ervan te verzoenen met zowel de postzegelgrote plaatjes uit de brochure als de torenhoge verwachtingen in je eigen hoofd.

De grens naar Zweden oversteken (via de befaamde ‘Bron’ brug die Kopenhagen verbindt met Malmö), lijkt ook symbool te staan voor onbekend terrein betreden. Mijn reizen in de buitenwereld lopen nogal eens parallel met de wegen van innerlijke evolutie die ik bewandel, en gaan die doorgaans vergemakkelijken of versterken. Maar in dit geval voelt de fysieke reis als een miniatuurversie van een veel bredere, diepere, innerlijke verschuiving.

IMG_2786 (2) klein
(c) KV

In de aanloop naar de residentie in Björköby kreeg ik het gevoel dat er een niet te negeren stroming mij aanzoog. De lancering van STROOM zat er voor iets tussen natuurlijk, omdat we toen naar buiten kwamen met zowel het boek als de Zaailing-samenwerking, stralend en ongegeneerd. En het feit dat er voor najaar 2019 een jeugdboek (11+) van ons tweeën in de maak is (het contract met de uitgeverij wordt op dit eigenste moment opgemaakt), zorgt voor nog meer beweging. Een groot deel van de residentie zal trouwens in het teken van dat boek staan. Dit alles zorgt voor duidelijke toekomstperspectieven, en het bijhorende momentum. Dat is een welkome verandering na jaren van steeds maar werken aan hetzelfde manuscript, dat na maanden van nagelbijtend afwachten dan weer eens geweigerd werd door een uitgeverij, en andermaal op mijn bureau belandde voor een nieuw rondje herschrijven. Maar hoe welkom en motiverend deze projecten en de daarbij horende veranderingen ook zijn, ze zijn niet de bron van de stroming die ik aan me voel trekken. Integendeel, ze lijken weinig meer dan kleine manifestaties ervan, voorbeeldjes van iets veel, veel groters en krachtigers dat een heel eind dieper stroomt, en dat zich nu en dan even kenbaar maakt aan de oppervlakte.

Het zijn de omvang en de kracht van de stroming die me beangstigen. Een beetje toch. Want zowel het tempo als de reikwijdte van hoe ik tot nu toe gewerkt en geleefd heb, staan op het punt te veranderen. Ten goede, zoveel is wel duidelijk. Maar ook definitief. En hoe dat echt zal voelen, is nog een vraagteken.

Ik heb heel lang uitgekeken naar dit kantelpunt. In zekere zin werk ik er al heel mijn leven naartoe. Op zeker moment had ik me neergelegd bij het feit dat het nooit zou komen. Nu het toch aangebroken is, heb ik echter het gevoel dat ik veel moet achterlaten van wat ik kende en waarmee ik vertrouwd was. Dat klinkt nogal als mijn vorige ervaring op het plateau, maar het voelt helemaal anders. Ik krijg de duidelijke vraag om een oud verhaal af te sluiten en me te begeven in iets groters, gedurfders, en totaal onbekend.

Dit soort vraag leg je niet naast je neer. Ik stap over de drempel, en verlaat het schemerige voorportaal, dat ik zo vaak benauwend maar bij momenten ook veilig en vertrouwd vond. Achterom kijken heeft geen zin. Waar ik nu sta, is de enige weg die vooruit.

IMG_2858 (2) klein
(c) KV

Het Stroomt

Wat een heerlijke avond werd de voorstelling van STROOM!

Vrienden, geliefden en collega’s omringden ons op de boekenzolder van Qarfa (Aalst).

Jurgen en ik deden het relaas van onze onwaarschijnlijke ontmoeting(en) en de creatieve vonk die oversloeg, en demonstreerden hoe uit een piepklein zaadje voor een Zaailing een heel boek kon groeien.

Peter Moerenhout van de VOS (Stripgilde Uitgeverij) placeerde een woordje, waarin hij bekende eigenlijk helemaal niet van poëzie te houden – en daar stonden wij begin dit jaar aan zijn deur met een graphic poem – maar toegaf na vier pagina’s STROOM al overstag te gaan, en schoffeerde in een moeite door alle aanwezige dichters in de zaal op de meest ontwapenende en hilarische manier.

We dronken een glas en signeerden zoveel boeken als ons hartverwarmende publiek maar wenste.

 

**

Hier zijn we dan, ruim twee jaar na onze sprong van de klif, dat moment waarop we besloten om elkaar en de creatieve kracht die ons bij elkaar bracht echt te vertrouwen en samen iets te doen wat nog niet eerder gedaan was.

Het stroomt. En hóe. Iedereen die er gisteravond bij was, heeft het gevoeld.
En wij stromen mee – voeten niet helemaal op de grond, ogen op de toekomst.

 

stempel_negatief

(Met dank aan Christophe, Sarah en Wally voor de foto’s)

Het nadert…

… met rasse schreden, ons vertrek naar Zweden.

Björköby residentie, blog #1

We tellen al ruim zes maanden af, en nu is het eindelijk bijna zover! En ik ben nog altijd in mijn arm aan het knijpen om mezelf ervan te overtuigen dat dit echt wel waar is.

Toen Jurgen mij bijna een vol jaar geleden zonder veel commentaar de aankondiging van deAuteurs doorspeelde waarin stond dat er dossiers konden ingestuurd worden voor de derde residentiebeurs in Björköby, dacht ik eventjes dat hij gek geworden was.
In het verleden had ik nooit ook maar overwogen om voor mezelf een dergelijke aanvraag in te dienen. Ik betwijfelde ook sterk of ik in aanmerking zou komen voor de eer van zo’n schrijversverblijf. Maar toen las ik dat ene zinnetje, en dat veranderde alles.

Dit was een auteursresidentie die expliciet mikte op een “dynamisch duo schrijver-illustrator”. En ons tweeën zag ik daar wél. Al had ik tot een paar seconden eerder niet eens geweten dat er beurzen voor dergelijke duo’s bestonden.

KnipselIn deze creatieve samenwerking kleurden we toen immers al een jaar lang buiten alle mogelijke lijntjes. De persoonlijke klik, de creatieve goesting, de onwaarschijnlijk productieve flow… Niets aan deze Zaailingsamenwerking volgde de gebaande paden. En wat we maakten, deugde. Zoveel wisten we wel. Dus waarom zouden we dit niet gewoon proberen? Daarbij, zei Jurgen droog, we zouden die beurs toch niet krijgen. Maar het was weer eens een gelegenheid om de wereld te laten weten dat ‘wij’ bestonden.

Dat was buiten de selectiecommissie van deAuteurs gerekend. Of buiten het feit dat we misschien wel een heel straf dossier hadden. Of buiten nog een aantal andere factoren, ons totaal onbekend. In elk geval: in februari kregen we bericht dat wij het uitverkoren duo waren dat dit jaar mocht vertrekken!
Dat was het moment dat mijn in-de-arm-knijpen begon.

In mijn eerdere posts over STROOM en de residentiebeurs gebruikte ik het woord ‘stroomversnellingen’. Ik besef weer eens dat ik moet opletten met mijn taalgebruik, want het blijkt nu en dan profetisch. De laatste weken hadden een tempo dat ons naar adem laat snakken.

Bij wijze van voorbeeld:
Morgen, 13 september, houden we STROOM boven de doopvont op de officiële boekvoorstelling in Qarfa.
Zondag (16 september) kamperen we een hele dag in het Warandepark van het voor de gelegenheid autoloze Brussel om er op het Stripfeest onze boreling te verkopen en te signeren.
En twee dagen later, op 18 september, stappen we op het vliegtuig naar het land van Astrid Lindgren, waar we meteen in de gezellige drukte van het SmåBUS Kinderboekenfestival worden gedropt, compleet met interviews, panelgesprekken en persaandacht voor dat duo dat dit jaar de residentie wegkaapte… Om het met de onsterfelijke woorden van organisator Joke Guns te zeggen: hallo, kroket!

We beseffen het misschien nog niet helemaal op dit moment, maar genieten doen we wel. Zoals je van een wildwatervaart geniet, hoeveel adrenaline, angst om om te slaan en onverwachte nattigheid er ook bij komen kijken.

We zitten samen in de boot, en de stroom heeft ons te pakken.

stempel_negatief

ZAAILING #39 – Odin

 

2017 03 26 Raaf boom 3 klein

 

Mijn raaf die ooit hoger kon vliegen, kijkt verlangend naar de hemel waar de wolken zich opstapelen.
Odin wacht tevergeefs op nieuws.

Mijn raaf houdt de wacht.
Als ik haar roep, kijkt ze me stil aan, houdt haar kopje schuin. Ze durft niet dichterbij te komen.
Wanneer ze haar veren schikt, waait oud stof op, en het licht binnenin haar gaat iets feller stralen.
Soms lacht ze.

Wanneer ik wakker word, zie ik haar naar me zitten kijken. Zodra ik beweeg, vliegt ze op.
Ik heb haar nog nooit gezien als ze slaapt; ik kan niet in bomen klimmen.

 

2017 03 26 Raaf boom 2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

Aftellen naar het feestje

Boekvoorstelling STROOM

 

Nog een weekje en het is zover: de officiële doop van STROOM, op 13 september in Qarfa (Aalst).
Wie er graag bij wil zijn maar nog geen seintje gaf: wacht niet te lang! Op de contactpagina vind je mijn mailadres.

Wat wij intussen aan het doen zijn? Ons creatief voorbereiden, natuurlijk. Op allerlei, euh… creatieve manieren.

 

Wéris_211 zw ed klein
(c) KV