Linkshandig

Bij het naar huis fietsen vandaag betrapte ik mezelf erop dat ik stuurde met één hand  — de linker. En dat voelde goed.

B, B & E_156 ed cut 2.jpg

Ik ben rechtshandig. Wat ik ook doe — een blik openen, een tas op mijn rug tillen, een stapel papier mee grissen — mijn rechterhand kwijt zich ervan zonder dat ik erbij stilsta of erover nadenk.

Ik ben daar sinds kort bewuster van geworden, want ik vrees de eerste, aarzelende aanzet van artrose in mijn rechter duim te bespeuren. Ik word pas veertig eind dit jaar, dus het is een beetje vroeg voor dergelijke kwalen, maar artrose is een familiekwaal, en ik heb veel kans er vroeg of laat mee in aanraking te komen. Mijn eerste gedachte was: oh, nee, niet mijn schrijfhand! Ik schrijf nog steeds met de hand, bijna elke dag, en ik geniet daarvan. Ik hou van mijn handschrift, ik hou van het gevoel van een pen op papier, en mijn gedachten stromen op een andere manier als ze gevraagd (of toegestaan) wordt om langzamer naar de oppervlakte te komen. Pijn of niet, dit zal ik niet snel opgeven.

Seth handgeschreven cut2
The Book of Seth (c) KV

Ik zou met plezier meer delegeren naar mijn linkerhand. Ik heb vorig weekend geprobeerd om te snoeien met mijn linkerhand, terwijl mijn rechter de dode stengels van het afgelopen jaar vasthield, en dat werkte best goed. Maar dat neemt niet weg dat er erg weinig dingen zijn die ik beter kan mijn linkerhand  dan met mijn rechter. Behalve dus: een fiets (of een auto) besturen.

Dat heeft natuurlijk een eenvoudige en logische verklaring. Omdat ik rechtshandig ben, zal ik alle andere dingen die ik tijdens het fietsen wil doen (een zakdoek opdiepen uit mijn vestzak, mijn kap over mijn hoofd trekken) automatisch met mijn rechterhand doen, terwijl ik het ogenschijnlijk eenvoudige proces om de fiets in evenwicht te houden overlaat aan mijn linkerhand. Als je autorijdt in Europa betekent dat bijna automatisch dat je versnellingen leert schakelen. Dat houdt de rechterhand een aardig deel van de tijd bezig, en laat het sturen – alweer – aan de linkerhand…

Jaren van training hebben er feitelijk voor gezorgd dat mijn linkerhand veel behendiger geworden is in het op koers en in balans houden van de fiets dan ik me realiseerde. Onlangs nog merkte ik hoeveel vloeiender ik reed als mijn linkerhand het stuur vasthield en ik iets moest zoeken in mijn rechter vestzak, dan wanneer ik ik iets nodig had uit mijn linkerzak en het sturen dus aan mijn rechterhand moest toevertrouwen. Een gelijkaardig patroon is gegroeid bij het autorijden.

Hoe toepasselijk, dacht ik. Hoe mooi.

Op een of andere manier voelt het juist aan dat mijn rechterhand —  mijn yang, actieve, mannelijke kant  —  zich zou bezighouden met de concrete, naar buiten gerichte taken, en mijn daden zou vormgeven in de wereld om mij heen. En al die tijd gebeurt er iets anders op de achtergrond, onophoudelijk, bijna onopgemerkt: mijn linkerhand  —  mijn intuïtieve, sensitieve, voelende kant  —  stuurt, en houdt koers.

Dit is hoe mijn leven werkt, denk ik. Mijn rechterkant pakt de dingen aan die moeten gedaan worden, en de taak van innerlijk kompas heb ik toevertrouwd aan mijn intuïtieve kant, en die doet dat fantastisch: hij is gevoelig, solide en betrouwbaar, en onder zijn leiding is mijn rit vloeiend en oprecht.

Het is een betoverende reis.

B, B & E_153 ed cut 3.jpg

Advertenties

Ontmoeting

ZAAILING #4

2017 03 24 Steenmarter
(c) Jurgen Walschot

Muurklimmer
Ventielknabbelaar
Kippenverslinder
Spookje

Tussen onze vestingen van steen voel jij je thuis
zoals je naam het fluistert

De straat is stil waar jij passeert
en watervlug
weer verdwijnt

 


 

ZAAILINGEN is een samenwerking met tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Zoals elk zaadje groeien onze zaailingen gretig naar het licht,
klein en kwetsbaar, reikend naar hoger.

Muziek op het keerpunt

Gisteravond woonde ik een concert bij van de Canadese artieste en zangeres Loreena McKennitt, wiens muziek ik al twee decennia ken en bewonder. Met een zucht van verlichting liet ik me in het bloedhete Koninklijk Circus op mijn balkonstoel zakken: we waren op tijd. Heel Brussel leek de bedoeling te hebben gehad om ons tegen te werken en had het ene na het andere obstakel op ons pad gezwierd: van druk verkeer over wegomleggingen wegens werkzaamheden tot een heuse politieblokkade omwille van een naderende betoging. Even later bevonden we ons zelfs in die bewuste manifestatie, tegen de stroom van betogers in wadend, terwijl we probeerden tot bij de concertzaal te raken.

We werden zonder veel omhaal binnengelaten, overwonnen ettelijke verdiepingen trappen tot helemaal bovenin de zaal en het moment dat we neerzaten, gingen de lichten uit en begon de muziek. Van timing gesproken.

Terwijl de eerste vertrouwde, betoverende noten over me heen spoelden in het duister voelde ik een vreemd soort ontroering. Ik realiseerde me dat dit mijn vierde concert van McKennitt was, en gravend in mijn herinneringen kwam ik tot de enigszins verbijsterende constatering dat elk van die concerten een keerpunt in mijn leven had gemarkeerd, en dat er op elk van die kruispunten sprake was van een zielsverbondenheid.

the-book-of-secrets-4fb3f9f355b85.jpg

Ten tijde van mijn allereerste concert (The Book of Secrets Tour in 1998) stond ik op de drempel van volwassenheid. Ik had mijn puberale afhankelijkheid van mijn ouders afgeworpen, ik had niet zo lang geleden mijn eerste ernstige liefdesrelatie beëindigd, met een man die ik oprecht gedacht had ooit te zullen huwen, ik leefde alleen, studeerde literatuur en had net toevallig een paar vrienden gemaakt die jarenlang een enorme invloed op mijn leven zouden hebben. Een van hen is nog steeds mijn dierbaarste zielsvriendin. We legden samen tarotkaarten, praatten tot een stuk in de nacht en hadden het gevoel dat we elkaar al eeuwen kenden en liefhadden. Al die tijd weefde de muziek van die mooie Iers-Canadese zangeres webben die fluisterden over lang vervlogen tijden, Kelten, wedergeboorte en de weg naar huis. We dansten op Santiago bij mijn vriendin in de huiskamer. Loreena McKennitt was de soundtrack van mijn initiatie in de magische helft van het leven.

Bij het tweede concert, in de lente van 2007 (An Ancient Muse Tour), bevond ik me in een heel andere positie. Ik was al bijna twee jaar getrouwd met de liefde van mijn leven, maar kort voordien was ik neergebliksemd door een zielsconnectie met iemand anders, voor ik goed en wel besefte wat er gebeurde. Als gevolg daarvan gingen mijn man en ik door een diepe emotionele crisis die riskeerde ons hele huwelijk op te blazen. De muziek die ik al zo lang met hem had willen delen, had een rouwrand van verdriet en vertwijfeling, want allebei voelden we hoe de ander ons door de vingers glipte en we wisten niet hoe we onze liefde konden redden.

We hebben het uiteindelijk wél overleefd, iets waar ik nog altijd dankbaar om ben, en de lessen die we toen leerden, tijdens dat rauwe en soms hartverscheurende proces van oprechte eerlijkheid en elkaar terugvinden, komen ons van pas tot op vandaag.

loreena2007c

Het derde concert volgde nauwelijks meer dan een jaar daarop, in de zomer van 2008 (Live in Concert). We gingen ervoor naar de Amsterdamse Carré, en ik werd vergezeld door leerlingen van de middelbare school aan wie ik dat jaar had lesgegeven. We hadden Engelse poëzie bestudeerd, onder meer aan de hand van Loreena McKennitts interpretaties, en ik wilde de schoonheid ervan zo graag live met ze delen. Die jonge mensen waren me erg dierbaar, dierbaarder misschien dan goed was tussen een leerkracht en haar leerlingen. We hadden elkaar geraakt en beïnvloed op manieren die zich alleen voordoen als er sprake is van een dieper soort verbondenheid. Dat concert markeerde het moment waarop ik kon voelen dat ze bezig waren zich van me te verwijderen, op weg naar hun eigen leven. Het voelde als een afscheid, en dat was het ook.

Maar het Carré-concert betekende ook een nieuw begin, en een nieuwe verbondenheid van de diepste soort. Minder dan twee weken later dienden de eerste golven zwangerschapsmisselijkheid zich aan. Onze zoon was erbij in Amsterdam, zelfs al wisten we dat op het moment zelf nog niet.

Dus op wat voor kruispunt stond ik nu, vroeg ik me af in het duister van het Koninklijk Circus, dezelfde concertzaal waar ik tien jaar eerder het gevoel had gehad dat mijn leven verkruimelde in mijn machteloze handen.

Dit McKennitt-concert was een trio-performance, zuiverder en intiemer van opzet dan de evenementen waar de zangeres zich laat omringen door een podium vol muzikanten en instrumenten. Het voelde wezenlijk anders.

Ik besloot dat ook ik op een andere plek was aangekomen, en ja, alweer op een drempel. Bovendien had ik het gevoel dat de cirkel die ik twintig jaar geleden was gestart nu op een of andere manier rond was.

Photo_-_Festival_de_Cornouaille_2012_-_Loreena_McKennitt_en_concert_le_26_juillet_-_021.jpg

Zoals ik eerder al beschreef, heb ik na een periode van zuivering, opbranden en uit mijn eigen as herrijzen professioneel en creatief een onverwachte bocht gemaakt. Ik voel me, voor het eerst in mijn leven misschien, in mijn kracht staan. Ik maak werk dat me gelukkig maakt, in een samenwerking met iemand die ik andermaal een zielsvriend kan noemen, die onverwacht mijn leven binnenwandelde en besloot dat ik deel moest gaan uitmaken van het zijne. Maar dit keer brengt die verbondenheid me niet uit evenwicht. Ze is geen bedreiging voor mijn huwelijk, ze flirt niet met de grenzen van het sociaal aanvaardbare. En als ik al zwanger zou zijn, dan is het van een boek. Dit keer ben ik klaar om aan de slag te gaan met datgene waartoe ik twintig jaar geleden werd geïntroduceerd.

Onvermijdelijk vraag ik me nu af wanneer mijn weg en die van Loreena McKennitt opnieuw zullen kruisen, en welk bijzonder kruispunt in mijn leven een vijfde concert zal markeren.

Ik kan alleen maar bidden dat het een mooi moment zal zijn.
Maar krachtig, dat weet ik nu al.

De vlucht

ZAALING#3

De vlucht 1
(c) Jurgen Walschot

Er is iets geruststellends aan de manier waarop de voorbijglijdende witte strepen op het wegdek niet willen afstemmen op het ritme van zijn hartslag. Hoe hij ook probeert om zich één te voelen met de structuur van het stuur onder zijn handpalm, de ronkende wagen, het asfalt dat als een lang, onverschillig lint van teer onder hem wegschiet, hij en de reis willen niet samenvallen.
Sommige overgangen zijn niet te vermijden, daar heeft hij zich bij neergelegd. Om ergens te zijn, moet je er heen willen gaan. Hij wenste alleen dat hij er al was.

Hij heeft het voor de zoveelste keer verdragen: de drukte van de snelwegstations die over hem heen viel zodra hij moe gereden het autoportier openzwaaide, de plakkerige vuilnisbakken, de rondpikkende kraaien in de bermen, de gore toiletten en de drenzende kinderen tussen de rommel aan de picknicktafels.

Na dat bombardement is de rit hervatten bijna een opluchting.


Zijn vrouw bestudeert de kaart en de kinderen slapen achterin. Het gekwek van de radio ging honderd kilometer geleden al uit. De monotonie van de rit is troost en opgave tegelijk.

Ze hadden het erover voor ze vertrokken: overnachten in een of ander hotelletje halverwege, of doorrijden. Hij houdt niet van tussenstops, als het toch moet, dan liever de korte pijn.
Maar de korte pijn duurt lang, de tijd verstrijkt langzaam en in de stilste hoekjes vergaart zich steeds meer ruis, als stilstaand water in de oksel van een modderige rivier. Ze wisselen van chauffeur. Wisselen nog een keer.

In zijn hoofd draait dezelfde conversatie telkens opnieuw.
‘Een rode driehoek betekent gevaar, hé papa?’
‘Dat klopt.’
‘Zijn de herten hier dan gevaarlijk?’
Hij doet zijn best om niet te glimlachen. ‘Dat zeggen ze wel eens, ja.’
‘Wat doen we, als we zo’n gevaarlijk hert tegenkomen?’
‘Maak je geen zorgen. Over een paar kilometer is het gevaar geweken.’

De vlucht 2
(c) Jurgen Walschot

Ze stoppen net lang genoeg om te wisselen van chauffeur. Hij is blij dat het laatste stuk voor haar is.
Tegen dat de bergen opdoemen, heeft hij de staat bereikt waarop hij zijn ogen nog wel open heeft, maar niet meer registreert wat hij ziet.

Als de lucht ijler wordt met de hoogte, sluit hij de ogen.


Hij zet zich af. De tak veert terug.
Dan is er alleen nog de leegte die hem vangt, een onzichtbaar net waarvan hij de draden voelt die hij instinctief vertrouwt.

Dit is het land waar hij thuishoort, waarnaar hij verlangt zelfs als hij er al is. De glooiende valleien. De ongenaakbare rotspieken die aan hun ruwe naaktheid genoeg hebben om indruk te maken op wie ze – tevergeefs – wil bedwingen. De meren die nu eens het diepe groen van de hellingen weerspiegelen, dan weer het blauw van de lucht, maar die van bovenaf zilveren spiegels zijn, een oppervlak van rimpelingen waar de zon zich aan vasthecht, een golvend kleed dat zich met vanzelfsprekende elegantie drapeert over dat wat in de diepte rust en wacht.

De vlucht 3
(c) Jurgen Walschot

Hij slaat zijn vleugels uit, voelt hoe de lucht er onderdoor glijdt. De buitenste pennen, de ontspannen opkrullende uiteinden van de vlerken die hij strekt met geconcentreerde precisie, strelen de wind als waren het vingers.

Hij voelt de druk van de zon op zijn rug, de massieve stroom van warme lucht onder zijn buik. Het is een zuil die hem draagt, die hem meeneemt naar hoger, naar de plek waar alles wordt losgelaten, alles overzien.

Het licht lacht in stralen en spat uiteen in zijn borst.


ZAAILINGEN is een samenwerking met tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Zoals elk zaadje groeien onze zaailingen gretig naar het licht,
klein en kwetsbaar, reikend naar hoger.

De draad die ons verbindt

Mijn zusje Elin stapt over anderhalve week in het huwelijksbootje. Man van haar keuze en haar leven is een (waai)boom van een Franse vent met een grote mond en een peperkoeken hartje, die door elektronenmicroscopen tuurt en aan elke mogelijke rots hangt, met of zonder klimtouw.

K&C Klimmen_0111

Nico heeft avondeten in de late uurtjes, kaas als dessert en drietaligheid de standaard gemaakt bij ons aan tafel. We spreken behalve Frans namelijk ook vaak Engels onder elkaar, een taal die mijn zus verkiest en die hij uitstekend beheerst – alleen aan het inspector Clouseau-accent is nog wat werk…

Nico heeft zelfs mij – Miss Onsportief – en mijn echtgenoot Mister Hoogtevrees al in een klimharnas gekregen en naar de top van een rots geholpen (lees: gehesen, in mijn geval toch).

Hij ziet mijn zusje graag en wil alles voor haar doen, zelfs al trapt hij op haar tenen en kneust hij een paar van haar ribben bij het inoefenen van een openingsdans – ik zeg maar wat – of begint hij met plezier de auto te wassen in zijn zwembroek een kwartier voor iedereen opgekleed in diezelfde auto moet zitten om naar een chique restaurant te rijden.

Het huwelijksaanzoek gebeurde op de top van de Vesuvius (zegt dat iets over zijn temperament?) met een… cactus.

Een handleiding, hoor ik u denken. Toch wel, ja. Maar bij die handleiding horen ook bakken liefde en goede wil, en een zusje dat zielsgelukkig is.

Een paar dagen geleden hielden we haar vrijgezellenweekend. Een enterrement de vie de jeune fille, zoals dat zo subtiel heet in het Frans.

Het was een hartelijk en ongedwongen verblijf onder vrienden, waarvan sommigen elkaar nog niet eerder hadden ontmoet, met lekker eten, gezelschapsspelletjes, een fijne wandeling en een paar diep doorvoelde rituele momenten.

Er werden wensen uitgesproken, herinneringen gedeeld, eindeloze knuffels gegeven. Het verleden werd afgesloten en uitgewuifd, er werden kaarsen aangestoken en vriendschapsbanden gesmeed.

Als afsluiter op zondagmorgen droeg de hele kring van aanwezigen mijn zusje op nauwelijks meer dan hun handpalmen, om haar zo in liefde en verbondenheid naar de volgende fase van haar leven te tillen. Het was zo mooi als het klinkt terwijl ik het schrijf.

Brisy_217

Toen we nadien spontaan in een kring zaten, met de handen in elkaar geslagen, riep mijn zus haar ‘stam’ bijeen: iedereen die was uitgenodigd maar er niet bij had kunnen zijn dat weekend. En iedereen die, van veraf of dichtbij, van haar hield.

Ze kwamen in drommen. De kamer vulde zich met hun aanwezigheid. Ze waren van alle tijden en van alle plaatsen en er waren er veel van wie geen naam of gezicht te onderscheiden viel. En haar stam, merkte ik, was ook een beetje die van mij. Ik voelde mijn man in de buurt, een hartsvriend, mijn zoon die in gedachten om de hals van ‘tante Elin’ vloog. Er kwamen tranen toen mijn zus zei dat ze haar grootouders in de kamer voelde, de mensen bij wie wij zijn opgegroeid.

Er is een draad die ons verbindt – haar en mij, onze vrienden en familie, iedereen in de kamer én daarbuiten.  Hij loopt als een navelstreng tot het begin van de wereld, en hij draagt het gezicht van de mensheid.

Als de twee geliefden elkaar binnenkort hun ja-woord geven, zullen mijn zus en haar man ongetwijfeld overladen worden met geschenken van iedereen die uit heel Europa én daarbuiten voor de plechtigheid naar Gent is afgezakt.

Maar het meest bijzondere cadeau heeft zij ons gegeven.

Brisy_211.JPG