De ZijLijn ~ 1

Radiocolumns in coronatijden

~1~ In de burcht

Er bestaat een fijne Engelse zegswijze: my home is my castle.

Onze huizen hebben vandaag wel wat weg van versterkte burchten. We halen de ophaalbruggen op, we zetten manschappen op de kantelen. Een flauwe grapjas die begint over toiletpapier als munitie.

Hoe ga je om met het onbekende, vraag ik me af. Het is een vraag die heel veel mensen nu bezighoudt. Sla je massa’s materiaal in en hoop je dat de storm je bunker passeert? Ga je je vragen stellen bij de wereldorde en de manier waarop je je leven tot nu geleefd hebt? Ben je intussen meer dan klaar om je kinderen achter het behang te plakken, met een zekere voldoening zelfs, en  hoop je dat ze daar liefst een hele week blijven hangen? Ben je overstelpt door digitaal werk? Of zie je de muren van je eenzaamheid op je afkomen?

We zijn met z’n allen in het scenario van een rampenfilm terechtgekomen, maar dan wel eentje van B-niveau. De toestand is hopeloos, maar niet ernstig. Of was het misschien toch omgekeerd?

Ik heb thuis de logeerkamer ingepalmd. Ik heb er wat planten voor het raam gezet en een zitzak gedropt. Als de deur dicht is, wil ik even niks met de rest van de wereld te maken hebben. We hebben allemaal nood aan een plek in ons hoofd waar het stil mag worden. In die kamer denk ik na over moeilijke vragen. Daar schrijf ik, niet om antwoorden te vinden maar om de vragen beter te begrijpen. De moeilijkste vragen zijn trouwens de interessantste. Die leveren goede verhalen op.

En nieuwe tijden hebben nieuwe verhalen nodig. Maar als onzekerheid ons dreigt te verlammen, is het soms ook goed om terug te grijpen naar de oudste, de beste.

In Ronja de roversdochter vertelt de Zweedse auteur Astrid Lindgren hoe elke avond van Ronja’s jonge leven eindigt met hetzelfde ritueel: voor het slapengaan zingt haar moeder Lovis het Wolfslied.

De wolf heeft het koud en de honger scheurt in zijn maag. Maar wolf, o wolf, kom niet naar hier, zingt Lovis. Want mijn kind, dat krijg je niet.

In de koude, tochtige burcht van haar vader de roverhoofdman slaapt Ronja in met een gerust hart. Want de burcht is sterk en de muren zijn dik, en de hongerige wolf kan, als hij toch zijn opwachting zou maken, best nog wel een varkensstaart krijgen om zijn honger te stillen.

Dus niets houdt haar tegen om de dag daarop onbevreesd de wereld te verkennen, met een open hart, een open geest.

Ik gun iedereen deze dagen een wiegelied dat de wolf op afstand houdt, en een onbevreesde blik om de wereld tegemoet te treden.

Want zoals Lovis zingt: mijn kind, wolf, dat krijg je niet. Nee, dat krijg je nooit.



De ZijLijn is een reeks columns geschreven voor The Saturday Night Shuffle, een radioprogramma van Jan Huib Nas. Te herbeluisteren op Radio Lede.

A room of one's own

(c) Inaya photography



Virginia Woolf wist het als geen ander: een vrouw moet een kamer voor zichzelf hebben als ze wil schrijven.

Nu ons dagelijks leven er plots anders uitziet, bevind ik mij 24/7 in het gezelschap van twee mannen: een grote en een kleine, die mij allebei op heel innige manieren lief zijn, maar die ook allebei een aantal eigenschappen gemeenschappelijk hebben. Waaronder: flauwe humor, een onleesbaar geschrift en een onuitputtelijke voorraad energie.

Ik ben een stiltemens. Ik was dat misschien niet van bij aanvang, maar in de loop der jaren ben ik dat steeds meer geworden. Ik hou nog altijd van muziek, en ik vind het leuk om naar interessante video’s te ‘luisteren’ terwijl ik strijk. Maar over het algemeen: hoe meer stilte, hoe liever.

(c) Inaya photography


Dat is niet altijd zo geweest. Vroeger was mijn hoofd vol stemmen. Angstige, goed bedoelende stemmen, die klonken als versies van mijzelf maar het toch niet waren, die me aan alles lieten twijfelen, me over alles deden tobben, me af hielden van dingen die ik eigenlijk wilde. Ik heb ze in de loop der jaren zachtjes aan tot zwijgen kunnen brengen. Ik heb ze gekoesterd, gerespecteerd en gerustgesteld. Ze zijn ingedommeld of verdwenen.
In de diepe ruimte van mijzelf die toen helemaal beschikbaar werd, is het heerlijk toeven in de stilte. Als mijn ziel een subtiel en betoverend melodietje neuriet, heb ik het onmiddellijk gehoord.

Enter corona, en mijn twee actieve – of op zijn minst zeer aanwezige – mannen.

(c) Inaya photography


Wij leven in een belétagewoning. Woonruimte boven, slaapkamers beneden. De eerste dag dat hij thuis werkt, zit Christophe in een marathonsessie vijf uur lang aaneengesloten digitaal les te geven. Sobran houdt zich flink aan de afspraak om zich te verschansen in de speelkamer beneden en niet te storen. Maar omdat ons bureau overloopt in de leefruimte, zit ik zelf geprangd tussen het digitaal klaslokaal boven en de eindeloze schetterende luisterverhalen beneden.
In de keuken, de badkamer of onze piepkleine slaapkamer is het niet zo makkelijk schrijven. Hier moet ik een oplossing voor vinden, dit houd ik geen weken uit. Ik ben gewend het huis hele dagen voor mij alleen te hebben.

Maar ik heb daar helemaal geen heel huis voor nodig. Dankzij een nieuwe plant, die ik voor het raam van de logeerkamer posteerde omdat hij nogal groot was en ik er nergens anders plaats voor had, groeit het plan om die ongebruikte kamer (wie zou er de volgende maanden logeren??) voor de komende tijd een beetje ‘van mij’ te maken.

(c) Inaya photography


Ik ga niet sleuren met meubels, de kast en het bed laat ik staan. Meer dan een hoekje hoeft het eigenlijk niet te worden, met planten en stenen, een poef om op te zitten, zicht op de tuin, groen om mij aan te laven. Een vertrek waarvan de deur dicht kan, een holletje waar anderen mij met rust laten.

Ik breng er mijn dagen niet door, hoogstens een paar uur per dag, en dan zelfs niet altijd om te schrijven. Ik kan er ook gewoon in alle rust telefoons of andere gesprekken voeren waarmee ik de concentratie van mijn huisgenoten niet wil belasten. Maar wat een luxe! Wat een zegen om een deur te hebben die je kunt sluiten, en ruimte waar de wereld even mag stilvallen.

Hulde, waarde mevrouw Woolf. Ik bewonderde u twintig jaar geleden al, als schrijfster en als mens, toen ik voor het eerst in contact kwam met uw werk. Ik doe het nu nog veel meer. En in deze hoogst ongewone tijden apprecieer ik ten volle elke minuut van het voorrecht dat mij gegund is: een kamer voor mezelf.

(c) Inaya photography

ZAAILING #79 – De geheime tuin

(c) Jurgen Walschot


Zie mij graag, zegt ze.
Dat doe ik, zeg je. Van zo dichtbij als ik mag.
Je mag wel wat dichter komen, hoor, zegt ze.
Je knikt. Maar je doet het niet. Soms moet je iemand de ruimte geven, ook als ze zelf niet weet dat ze die nodig heeft.

Je lijkt een beetje op een madonna, zeg je.
Hoezo, vraagt ze. Heb ik geen kleren aan of zo?
Madonna’s hebben juist wel kleren aan, grijns je. In statige gewaden staan ze onder stolpen te staren naar wie hoopt hun zegen te krijgen.
Ik sta niet, zegt ze. Ik zit. Ik lees. Laat me met rust.

De wereld komt bij momenten zo hard binnen dat afstand het grootste geschenk is dat je iemand kunt geven. Dichtbij willen zijn maar toch niet binnendringen. Het gebaar van de ander laten komen, ook als dat wil zeggen dat je er misschien heel lang op moet wachten.

Hoe breek je uit een stolp van eigen makelij? Hoe leren we leven met de begrenzingen die het leven ons oplegt? Onze wanden zijn zo dun dat ze maar al te vaak vragen om bescherming. De ene maakt er een klein koninkrijk van, een geheime tuin, de ander een terrarium waaruit langzaam alle lucht weg sijpelt.

Ze kijkt op van haar boek. Ze glimlacht. Je ziet mij graag, zegt ze.
Ik voel het tot hier.



ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

Groeien – naar binnen toe

(c) Inaya Photography



De afgelopen weken zat ik met een vreemd gevoel.
Ik wilde niet naar buiten. De lente kwam te vroeg, daar had ik het al over, maar er was meer aan de hand. Het voelde een beetje alsof ik kluizenaar wilden worden. Liefst zo weinig mogelijk mensen wilde ik zien, zo weinig mogelijk gedoe aan mijn hoofd hebben.

Dat was een ongewone ontwikkeling op het moment dat de lente op uitbreken stond en traditioneel overal in het land kinderboeken en hun makers naar buiten komen om zoveel mogelijk (jong) publiek te bereiken. Ik beken: ik stelde me plots vragen, bij alles inclusief mezelf.

Intussen is de wereld helemaal in overeenstemming gekomen met mijn bizarre gevoel van naar binnen keren. Veel mensen hebben het er moeilijk mee en het vraagt van bijna iedereen een enorme aanpassing. Juist voor het duidelijk werd dat de crisis rond Covid-19 ernst was en dat er maatregelen zouden komen, had ik vrede gevonden met mijn situatie.
Daarom wil ik hier nu delen wat ik een paar weken terug aangereikt kreeg.

Ik heb geleerd om te luisteren naar wat zich innerlijk aandient, ook als dat een bevreemdend gevoel is. Daarom ging ik er niet tegen in verzet, ik onderzocht het. En ik liet de antwoorden spontaan opkomen, van een diepe (of hoge) plek in mezelf.

Dit is wat ik leerde.

We zijn gewend om groei en ontplooiing, van welke soort dan ook, te associëren met een dynamiek naar buiten toe, een expansie. We willen meer doen, meer zijn, meer mensen bereiken, meer begrijpen, meer inzichten delen, meer verwezenlijken. We associëren groei met het innemen van meer terrein. Maar dat is in feite een misvatting.

Groei kan net zo goed naar binnen toe. Dan wordt het een vorm van verdieping, een brede resonantie die, als ze de kans krijgt, in alle subtiliteit zelfs veel verder reikt dan de luidruchtige en ogenschijnlijk actievere uitwaartse beweging.

(c) Inaya Photography


Net zoals bij eb het water zich terugtrekt en precies daardoor het strand veel groter en uitgestrekter wordt, is een beweging naar binnen toe een uitnodiging om een aspect van onszelf aan het licht te laten komen dat gewoonlijk schuilgaat onder de deining van de dagelijkse drukte en hectiek.

Als we onszelf niet meer (kunnen) afleiden, verdoven of bezighouden met de dynamiek van het water, worden we bijna gedwongen om te kijken naar het strand. Op het eerste zicht lijkt dat misschien leeg, een verlaten vlakte met eindeloze verveling als horizon. Dat kan beangstigen, maar het kan ook een enorm bevrijdend zijn. Veel mensen gaan niet per toeval uitwaaien aan zee en maken dan hun standwandelingen het liefst bij eb. De wind, de ruimte, het gevoel dat de vereisten van de wereld even losgelaten kunnen worden, het is er allemaal.

Hoe tegenstrijdig het ook kan klinken in deze tijden, maar precies dat gevoel is ook nu binnen handbereik. Zó groot kan onze innerlijke ruimte zijn, zelfs in een klein appartement in de stad.
Want kijk, het water trekt zich terug. Activiteiten worden geschrapt, onze bewegingsvrijheid wordt drastisch beperkt. We worden zowat verplicht – door deze hele toestand, maar ik noem het liever door het Leven Zelf – om naar binnen te keren.

Ik maak me geen illusies: er zullen nog kwade dagen komen. Medisch, sociaal, emotioneel, voor heel veel mensen persoonlijk en voor ons allen als samenleving. We zullen tegen conflicten met huisgenoten aanlopen, tegen eenzaamheid, tegen allerlei vormen van confrontatie met onszelf. We zullen ziek worden en mensen verliezen of dierbaren kennen die dat doen. We zullen als samenleving daveren op onze sociale en economische grondvesten. Maar als er één ding is wat Covid-19 ons nu al, na een paar luttele weken, scherper duidelijk heeft gemaakt dan wat ooit tevoren, dan is het dat alles met alles verbonden is, en wij allemaal met elkaar. Het is een wake-up call van formaat, en steeds meer mensen hebben ze begrepen.
Laten we vanuit die hervonden kwetsbaarheid en verbondenheid ook de inzichten verwelkomen van de weken die nog zullen volgen.

Want het water trekt zich terug. De golfslag van het gewone dagelijkse leven valt stil.
Nu kunnen we kiezen. Gaan we die ontruiming te lijf met zoveel mogelijk trucs en technieken om onszelf bezig te houden en de stem van ons innerlijk te overschreeuwen terwijl we de muren stilaan op ons zien afkomen?

Of staan we toe dat het strand bloot komt te liggen?

(c) Inaya photography

Ziende blind

1 // Verandering van perspectief

De maatregelen om de verspreiding maar vooral een drastische piek in het Covid-19 virus tegen te gaan, zijn amper een paar dagen actief. Toch merk ik de impact ervan overal. De kracht van een verhaal, denk ik glimlachend bij mezelf. Ziedaar in levende lijve bewezen hoe het werkt.

Niet dat de informatie die we krijgen over het virus of de maatregelen die in het kielzog daarvan worden opgelegd verzinsels zouden zijn. Integendeel, zo bedoel ik het woord ‘verhaal’ niet. Ik observeer gewoon hoe snel een samenleving kan draaien van ‘het is een sprookje’ naar ‘het is bittere ernst’ en navenant zijn gedrag aanpast. Tot nu toe zijn de mensen die rechtstreeks in contact kwamen met Covid-19 in België op de spreekwoordelijke hand te tellen. Maar we nemen de berichtgeving erover serieus, en we passen ons gedrag aan. Ziedaar de kracht van een goed verteld verhaal.


2 // Hoe herorganiseren we ons leven?

En wat moeten we nu aan met die toestand thuis? Aan de reacties te merken zou je denken dat nogal wat volwassenen in dit land bang zijn van hun kinderen.
Dat klopt natuurlijk niet, ze zijn vooral ongerust over de combinatie werkdruk-van-thuis-uit en kinderen-die-intussen-rondlopen-en-beziggehouden-moeten-worden.

Als we er voor openstaan, laat ons dit de ruimte om bijzonder interessante vragen te stellen over de manier waarop we ons leven tot nu toe geleefd hebben. Was het echt allemaal zo noodzakelijk, die drukte, dat heen-en-weer geren?
In een zeer eerlijk opiniestuk legde een leerkracht vandaag hét grote pijnpunt van ons hedendaags onderwijs bloot: wat is de belangrijkste reden waarom we we eigenlijk lesgeven aan kinderen? En waarom schieten we zo in een kramp bij de gedachte dat er drie weken (3!!) verloren zouden gaan?


3 // Hoe herbekijken we onszelf?

Ik herken de echo’s hiervan in de talloze Facebookposts van schrijvers, kunstenaars, theatermakers, zelfstandigen, die oproepen om iets te doen, iets te maken, iets in te lezen, iets te filmen.
Natuurlijk zijn er handenvol mensen in deze samenleving die nu een aantal weken niets zinnigs (of betaalds) meer om handen hebben. Dat kan dramatische proporties aannemen en ik houd mijn hart vast voor wat de gevolgen zullen zijn voor sectoren in de samenleving die het van nature al moeilijk hebben. Dus uiteraard kunnen we nog een boek kopen, een plantje aan huis laten komen, een klein gebaar stellen. We willen graag dat iedereen dit – ook economisch – overleeft.

Maar de manier waarop deze berichten de wereld in worden gestuurd, zeker als het over kinderen gaat, heeft me toch iets te veel van het krampachtige. Houd ze bezig! lijkt de tendens te zijn. Ocharme het kind dat zich een uur zou vervelen. Wee de ouder die intussen moet proberen even productief te zijn als anders. Sleep aan, de voorleessessies, de raadseltjes, de filmpjes om te posten, de Bingels, de Netflix-abonnementen.

Als we nu nog niet door hebben dat er iets fundamenteels schort aan dit systeem zijn we ziende blind.

“The future’s so bright, he’s gotta wear shades” – Als de ochtendzon te fel is om bij te ontbijten
(c) Inayaphotography

T[h]READING

Het zijn ongewone tijden. We zoeken allemaal naar manieren om verbonden te blijven, met wie we graag zien en met onszelf, over afstand, angst en het onbekende heen.

Hier is één bepaald draadje dat Maja Jantar en ik toevoegen aan het grotere web van de dingen. We vermengen onze woorden en beelden, sturen echo’s over en weer over de Atlantische oceaan, we houden de draad strak – zachtjes, voorzichtig.

De dood wint altijd – net als het leven

Er is een bekende acteur overleden, een grote meneer, die ooit in een iconische scène als ridder een potje schaakte met de dood. ‘De dood heeft gewonnen’, zei iemand op Facebook. ‘De dood wint altijd’, antwoordde iemand anders.

Het trof me als een opmerking met oogkleppen, want de laatste tijd zie ik dat niet meer zo.

Marigold Tarot – VIII Strength


Ik weet het, we houden er niet van om te denken aan ons lichaam als iets wat vervalt en zal vergaan, om verbrand of verteerd te worden. Het confronteert ons te hard met het feit dat we geen antwoord hebben op de vraag waar onze persoonlijkheid (of onze ziel, kies wat voor jou past) dan heen gaat. Een hiernamaals, een wedergeboorte, het grote niets? We weten het niet en we zijn er bijgevolg bang voor.

Het enige wat we met zekerheid kunnen zeggen, is dat energie in dit universum (en alle materie, dus ook wij, ons lichaam en onze gedachtenvormen, zijn een vorm van energie) nooit verloren gaat, en dat alles op een of andere manier hergebruikt zal worden.
Dat is niet eens ‘zweverig’, dat is fysica. Of biologie.

Zeggen dat de dood altijd overwint, is dus een typisch menselijke uitspraak, gebaseerd op angst, zonder kennis van zaken. Het is zoiets als zeggen dat de maan het altijd wint van de zon. Of eb van vloed. Of de uitademing van de inademing. Beide zijn fases in een veel groter en complexer proces, momentopnames die elk hun recht en hun tijd hebben. Ja, natuurlijk trekt eb het water altijd terug naar zee. Net zoals vloed het altijd weer terug aan land spoelt. Het is geen gevecht, het is een dans, een evenwicht.

Marigold Tarot – XVII The Star


Alles in de kosmos bouwt zichzelf op een of andere manier op, dient een doel, kent een bepaalde tijd in die vorm, en vervalt vervolgens weer. De bouwstenen worden tot de allerlaatste en allerkleinste gebruikt voor iets anders.

Groei om de groei is de filosofie van de kankercel. Levensvormen moéten vervallen en verdwijnen om het grotere geheel, waarvan we allemaal deel uitmaken, gezond te houden. Het klinkt als moderne ketterij in deze hypergemediatiseerde tijden van antibacteriële zeep, steriele hospitalen en paniek om een nijdig virus, maar de dood is geen vijand waartegen we altijd en overal, uit principe, moeten vechten.

Het leven kan zichzelf pas in stand houden als het ook mag sterven. Dat de mens daar op een of andere manier buiten of boven zou staan, is de gevaarlijkste en schadelijkste illusie die onze prefrontale cortex ons ooit heeft voorgespiegeld (en de rechtstreekse oorzaak van het ecologische drama waar we recht op afstevenen, want waar zijn wij anders mee bezig dan groei om de groei?).

Marigold Tarot – Four of Wands


Al het bovenstaande wil niet zeggen dat ik onderschat wat de dood in ons persoonlijk leven met ons doet. We zijn sociale, voelende wezens, we zien elkaar graag en hebben nood aan verbondenheid.

Als iemand sterft, missen we zijn aanwezigheid, haar stem, de knuffel, de grapjes, de ruzies zelfs, het gevoel dat we hadden met hem of haar in de buurt. Daar valt niets tegenin te brengen. En dat gemis kan heel diep gaan. Dat mag, dat is zelfs mooi. Want vaak groeien we ook, precies als we zo diep durven voelen. Pijn legt onze diepste, kwetsbaarste stukjes bloot, voor onszelf en voor de buitenwereld. Als iemand die we graag zien sterft, sterft een stukje van ons mee.
Maar in beide gevallen komt er precies daardoor ook ruimte voor iets anders om geboren te worden.

Marigold Tarot – I The Magician


Dus ja, geef mij dan de Magiër maar, de sjamaan met een ster in de ene hand en een granaatappel in de andere, verbonden met alles wat groeit en sterft in de kosmos, alles één grote belofte van leven en verval, van duisternis en licht. Want wat zijn de zaden van een dode vrucht anders dan kleine sterrenstelsels, klaar om geboren te worden in de donkere grond van een nieuw universum?

De dood wint altijd. Gelukkig maar. Zo hoort het ook. Net als het leven.



Noot over de afbeeldingen:

Ik ben al ruim twintig jaar bezig met de tarot. De laatste paar maanden verdiep ik me in de Marigold Tarot. Veel mensen schrikken er intuïtief van terug. Ze vinden de tekeningen luguber, vooral omwille van het consistent gebruik van beenderen in plaats van herkenbare figuren. Maar beenderen, leerde ik, zijn gewoon een diepere laag van het lichaam dan huid. Ze hebben niets met de dood te maken, wel alles met de kern, de onderliggende kracht, de structuren die ons dragen. De combinatie met de sterrenhemel, de botanische rijkdom en een aantal goed gekozen symbolen, maken deze kaarten van het beste en het sterkste waar ik al mee gewerkt heb. Wie oude clichés opzij durft zetten en open staat voor de zeer zintuiglijke manier waarop ze werken, wordt beloond met boodschappen van een grote subtiliteit en een diepe zachtheid. Laat dit een uitnodiging zijn, van dezelfde omvang als de sterrenhemel.

ZAAILING #78 – Naar waar het hoort

Nigredo


De dood kan zacht zijn.
Als een zijden laken dat langzaam opgetrokken wordt en alle geluiden smoort.

Wat naar de bodem zinkt, waar zelfs de dapperste zonnestralen niet komen, verrot en vergaat en wordt weer een met waar het vandaan kwam.
Want van duisternis zijn wij gemaakt, en tot duisternis zullen wij wederkeren.

Waarom zo hardnekkig willen leven, afgescheiden van de bron?
Waarom zo wanhopig willen ademen, in een wereld die vloeibaar is?

Het duister komt opzetten. Nu is het snel voorbij.
Luister niet naar hun kreten. Of denk dat het watervogels zijn.

Alles keert terug naar waar het hoort.



Predikers


de duikers van de Stichting
in de Noordzee krijgen
naar een geschikte plek om uit te zetten
net voor ze land vonden

Spiegelglad werd elk woord in dit debat. Vaste waarden scheurden af en lieten los, dobberend als wrakhout. We wisten niet meer wat we hoorden, of wat we mochten geloven.

net voor ze land vonden
naar een geschikte plek om uit te zetten

De predikers werden ferventer, de argumenten radicaler. De dunne lijn tussen feit en fictie bleek niet meer dan dat: een lijn.

in de Noordzee krijgen
wel degelijk onderbouwd


Sommige lijnen veeg je uit. Andere herteken je. Iedereen die vaart, weet dat een rechte lijn nooit aan te houden valt. Zelfs de horizon haalt trucjes uit met wat hij begrenst. En wat zijn bootjes meer dan kinderspeelgoed?

We werden goed in lijnen verleggen.
We werden heel goed in lijnen verleggen.

wel degelijk onderbouwd
het wijdt er een hele webpagina aan met de veelzeggende inleiding
de wetenschappers blijken predikers te zijn

We hapten naar adem en zetten ons schrap. Als je dezelfde woorden lang genoeg herhaalt, luistert niemand nog. Lawaai ligt dichter bij stilte dan op het eerste gezicht lijkt.

de wetenschappers blijken predikers te zijn
de wetenschappers blijken predikers te zijn
de wetenschappers blijken predikers te zijn

We gaven het tenslotte op.
In dit verhaal was elk houvast al lang geleden gezonken.

de duikers van de Stichting
in de Noordzee krijgen
naar een geschikte plek om uit te zetten
net voor ze land vonden



God ziet alles


God ziet U, zo zeiden ze dat vroeger. God zag alles, als we de hoeders van orde en rechtschapenheid mochten geloven.

Dan is er nu dus ook iemand die toekijkt hoe scharen van ongelovigen overboord slaan. Hoe ze met opengesperde ogen en geruisloos schreeuwende monden verzwolgen worden door golven die nooit hun naam zullen fluisteren.

Elke boot bergt een droom, gepreveld in een taal die wij niet spreken. Elk aangespoeld lichaam is een doordrenkt vod van mensenhuid op een godverlaten strand.

Als het ons van pas komt, geloven we maar al te graag in het noodlot. We vragen aan de spiegel om ons het mooiste te tonen wat het koninkrijk te bieden heeft. Maar we hebben alleen onszelf om in de ogen te kijken.






ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg