De mantel van de vrouwe

Vrouwenmantel_033 ed cut

Alchemilla.

Zelden een plant geweten met een meer toepasselijke naam. Het vraagt een bijzondere vaardigheid, een moeiteloze magie, om schoonheid vorm te geven uit niets dan lucht en water.

De dagelijkse naam van dit plantje is vrouwenmantel.
Als ik er zo een had, dan droeg ik hem wanneer ik maar kon.

Vrouwenmantel_040.JPG

Advertenties

Komorebi

komorebi
(c) Jurgen Walschot

Ik hoor je stem, maar ik kan je niet zien.
Je woorden zijn te fel om naar te kijken.

Hou mij bij de hand, omfloers het licht, scherm mij af.
Ik zal je niet vragen om de dingen mooier voor te stellen dan ze zijn. Er is geen plaats voor leugens in dit clair-obscur dat ons teder, genadeloos, lijn per lijn uittekent.

Hoe nietig de rechtopstaande haren op mijn armen. Hoe scherp de geur van oud hout en mos.

Misschien heeft het bos het van bij het begin begrepen, en is de waarheid gewoon te pijnlijk om haar in de ogen te kijken. Wie recht in de zon staart, wordt blind.
Als we haar waarnemen, is het doorheen een membraan van genade, een filter die ons spaart en die ons, tegen dat ze de grond bereikt en alles wat daar ritselt heeft vastgepind onder een laag vergulde stilte, het gevoel geeft dat ze ons liefkoost.

Ik hoor je stem. Je verhaal reikt naar mij.
Als ik mijn hand uitsteek, kan ik het aanraken.

komorebi (Japans): zonlicht, gefilterd door het bladerdek

Het verhaal, opnieuw en opnieuw

What can I tell you about the choices we make?
I chose this story above all others because it’s a story I’m struggling to end. Here we are, with all the pieces in place and the final moment waiting. I reach this moment, not once, many times, have been reaching it all my life, it seems, and I find there is no resolution.

I want to tell the story again.

That’s why I write fiction – so that I can keep telling the story. I return to problems I can’t solve, not because I’m an idiot, but because the real problems can’t be solved. The universe is expanding. The more we see, the more we discover there is to see.
Always a new beginning, a different end.

(Jeanette Winterson, Weight, 2005)

article-1211764-0651646e000005dc-22
(c) Thomas David / Royal Observatory Greenwich

In verhalen leggen we elkaar de wereld uit, schreef ik ooit in een manuscript dat nog wacht op een uitgever. Wij, mensen, kunnen niet functioneren in deze wereld als we geen verhaal hebben om ons aan vast te houden. De vraag wat we hier op aarde komen doen, of ons leven betekenis heeft en of er een doel is aan ons bestaan, houdt iedereen op zijn eigen manier bezig. Alleen de grootste nihilisten zeggen dat het ze niks kan schelen.

Met religie heeft het niet per se iets te maken; ook seculiere stromingen of atheïsten willen doorgaans een antwoord op die vraag. Vaak komt dat er voor hen op neer dat er geen bedoeling is, maar dat ze ondertussen wel het beste van het leven willen maken, voor zichzelf én anderen.
Het is een eerbaar standpunt, net zo eerbaar als meer spirituele of religieuze antwoorden dat kunnen zijn.

Er zijn talloze verhalen: over dood en wedergeboorte, over Messiassen die kwamen en misschien nog terugkomen, over ethisch en ecologisch leven, over mannen die superieur zijn aan vrouwen, over gelijkwaardigheid, over quantumfysica en snaartheorieën, over klassieke genderrollen en de mens aan het hoofd van de schepping, over diversiteit als enige constante.

Het maakt niet uit welk verhaal je aanhangt.
Verrast? Ik herhaal: het maakt niet uit welk verhaal je kiest om te volgen en om naar te leven.

De cruciale voorwaarde is wel om te beseffen dat het een verhaal is.

original.jpg
 (c) Brad Goldpaint

Trust me, I’m telling you stories.

Het is misschien wel de briljantste oneliner van diezelfde Jeanette Winterson. De grootste kracht van een verhaal is zijn magie om een wereld te scheppen uit niets dan gedachten en keelklanken. We mogen ons erin koesteren, het mag ons troosten, het mag ons een baken verschaffen om richting te geven aan ons leven, onze morele codes te bepalen en ons gedrag te sturen. Dat is ook waar verhalen voor dienen.

Maar het moment dat we vergeten dat het een verhaal is en we het verheffen tot waarheid, gaat het goed fout.

Dan worden wij ‘de goeden’ en de anderen, die niet leven volgens de krijtlijnen van ons verhaal, ‘de slechten’. (Bedankt, Joe Crookston, om dat nog eens zo mooi in herinnering te brengen!). Dan dichten we onszelf als logisch gevolg het recht toe die ander te mogen bekeren, verbeteren, veranderen, vermoorden.
Ook daarover kan Jeanette Winterson meespreken. Als adoptieve dochter van extreem gelovige aanhangers van de Pinkstergemeenschap werd ze grootgebracht met het Woord, en omwille van haar seksuele geaardheid werd ze er uiteindelijk ook verstoten. De boeken die ze erover schreef grijpen je bij je nekvel en kerven in je huid.

Het vraagt een bijzonder soort moed om de spreidstand te aanvaarden om enerzijds het verhaal (welk dan ook) te omarmen als zingevend baken voor ons persoonlijk bestaan, en anderzijds te blijven beseffen dat het maar één van de vele is, een mogelijkheid, een lied, een tijdelijk idee dat ons nu misschien vooruit helpt, maar daarom nog geen universeel bestaansrecht heeft.
Alle misdaden tegen de menselijkheid ooit begaan, ontstonden uit het onvermogen om die spreidstand te bewaren, en het waanidee dat één verhaal de enige waarheid was.

Maar wat zouden we graag een happy end aan het verhaal breien. Is dat niet wat iedereen heimelijk wil, een slotakkoord dat onze versie van de feiten uiteindelijk gelijk geeft?
En dus wachten de ultra-orthodoxen op het Laatste Oordeel, de linker- en rechterflank op de ineenstorting van het politieke, sociale of economische systeem en de atheïsten op het grote niets. En iedereen die hen op andere gedachten probeert te brengen, zullen ze ondertussen wel eens even de vier hoeken van de kamer laten zien.

We blijven het verhaal telkens opnieuw vertellen, en opnieuw, tegen onszelf en tegen iedereen die het (niet) wil horen.

Misschien gaan we ooit begrijpen dat er nooit een happy end komt. Want the real problems can’t be solved. The universe is expanding.

We kunnen alleen proberen het verhaal elke keer beter te vertellen.

NGC7293_(2004).jpg
(c) Hubble Telescope

Een glibberig symbool

De pro-en-contra discussies over de hoofddoek en – bij uitbreiding – de boerkini, ik krijg het ervan.
Hoe eenzijdig kunnen meningen zijn? Dit is een veelkantige kwestie, een netelig onderwerp waar géén makkelijke en eenduidige antwoorden voor bestaan.

Dat komt omdat de ‘bedekking’ (laten we eens een neutrale term gebruiken die de lading helemaal, euhm, dekt) van moslima’s en vrouwen in de Arabische wereld ook helemaal niet zo eenduidig is als ze lijkt. Die bedekking is met alle vuur te verdedigen én te verwerpen, en alles hangt af van de context. Drie snelle schetsen (maar er zijn nog ettelijke varianten mogelijk).

Quondam_042.JPG

Context 1. Een jonge, moderne, zelfbewuste vrouw zoekt naar een vorm van spiritueel bewust leven. Ze heeft een geloof, en ze wil dat niet alleen tonen door de manier waarop ze leeft maar ook door de kleren of de attributen die ze draagt. Dit zijn nonnen, in India of Vlaanderen. Dit zijn moslima’s in Bangladesh, en Native American grandmothers in Arizona. Dit zijn vrouwen die uit volle overtuiging en in alle waardigheid een uiting geven aan een goed dat in deze neokapitalitische wereld bepaald niet enthousiast onthaald wordt: een bezielde manier van bewust leven, in contact met iets wat dieper gaat dan het tumult van alledag.

Context 2. Een jonge vrouw die opgroeit in een cultuur of een regime dat vrouwen ongeveer op dezelfde hoogte acht als huisdieren, en dat hen alle privileges ontneemt. Bedekking is een plicht, en de straf voor ongehoorzaamheid is uitstoting, of erger. Ze weet niet beter (of ze weet het wel), maar ze aanvaardt de omstandigheden uit noodzaak, want er is geen alternatief.
Ze leeft in door IS bezet gebied, en in landen waar leiders zelfs de vrouwen van andere staatshoofden weigeren de hand te schudden.

Context 3. Een jonge moslima, geboren in het seculiere westen, maar dochter van ouders die nog stammen uit het traditionele patriarchaat dat er maar niet in slaagt een evenwicht te vinden in de moderne Westerse context. Het brengt jonge, gefrustreerde hengsten voort die met hun seksualiteit geen blijf weten, maar eist tegelijk nog altijd van meisjes dat ze kuis en respectabel zijn. Deze jonge vrouwen willen deelnemen aan het alledaagse leven op het continent waar ze zijn opgegroeid zonder van hun familie te vervreemden. Als ze hun hoofddoek afleggen, noemen hun broers ze hoeren. Als ze ze ophouden, zijn ze voor ons niet welkom in het openbaar.

In het westen gruwen we van context 2. Het is ook de meest laakbare van de drie. Alleen: deze praktijken vinden plaats op plekken waar wij vanuit onze fauteuils in Europa nauwelijks vat op hebben. Tenzij we stoppen met zo olieafhankelijk te zijn, klinkt onze morele verontwaardiging goedkoop. Momenteel ligt zelfs eisen dat de echtgenotes van onze politieke leiders met evenveel respect behandeld worden als zijzelf al te gevoelig.

Maar de vrouwen van context 1 en 3 hebben niets te winnen bij een veroordeling van hun klederdracht. Of die bedekking nu een uiting is van een bewuste en doorleefde keuze, dan wel van een ongemakkelijk compromis in een cultuurclash die nog volop gaande is, met een verbod zullen we niemand helpen.

Als de vrouw in kwestie een moslima is, dan zullen we haar – een paar hoopvolle idealisten niet te nagesproken – zelden spontaan in context 1 situeren. Zelfs context 3 is voor velen al te moeilijk. Bij het zien van een hoofddoek springen de conclusies maar al te graag naar context 2. En dat hier in het vrije, Westerse Europa! Dat moeten we verbieden!

We sloegen zelden de  bal zo hard mis. En hij gaat als een boemerang in ons gezicht terugkeren.

 

Voor wie het na het volgen van deze blog nog niet wist: ik ben feministe. Ik houd de waardigheid, gelijkwaardigheid en vrijheid van vrouwen hoog in mijn vaandel. Ik kan woest worden van de verhalen over aangerande vrouwen, over vrouwen die uitgemaakt worden voor ‘hoer!’ omdat ze niet bedekt zijn, over vrouwen van wie vier Olympische medailles vergeten worden maar een man die er twee wint gefeliciteerd wordt.

Maar ik word even woest van een stelletje agenten die een vrouw verplichten zich uit te kleden in het openbaar. In elke andere context noemen we dat aanranding. Maar omdat ze moslima is, en omdat we snel in een wet gegoten hebben dat een hele bevolkingsgroep zich anders moet gaan kleden dan ze voorheen deden, verdient ze het?
Tropische temperaturen of niet, vanmorgen kreeg ik het ijskoud bij zien van de beelden.

De jaren dertig zijn inderdaad terug van weggeweest.

 

De courtisane

Ze is intelligent en ze heeft pretlichtjes in de ogen. Ze is perfect gekapt, smaakvol gemaquilleerd, tot in de puntjes gelikt en gelakt.
De courtisane, noem ik haar in gedachten. Al dertig jaar discreet op de achtergrond, onderhouden door de man die haar meeneemt naar New York en Venetië zonder dat zijn vrouw daarvan weet. Ze betrekt een stijlvol appartement met zicht op zee op een boogscheut van een chique Franse badplaats. Ze etaleert zijn gulheid en zorgt goed voor zichzelf omdat ze daarmee ook hem pleziert.

IMG_3916.JPG
(c) André Vanlierde

Ik heb het niet zo voor haar verhalen over waar je net over de grens met Italië de beste merkhandtassen kunt vinden voor veel minder geld, net zoals ik weinig voeling heb met het soort allure dat van haar af dampt als stralingswarmte. Maar ik mag haar wel. Ze is een sterke vrouw, die niet alleen de rijkdom maar ook de littekens die het leven haar heeft bedeeld met waardigheid draagt. Ze heeft kinderen en kleinkinderen, ze heeft zorgen. Haar humor is aanstekelijk en haar vriendelijkheid niet gespeeld. Ze steekt haar muntsigaret op, bewondert het uitzicht en knuffelt de hond, die haar driftig kwispelend begroet – “Comme tu es gentil, toi!”

Net als alle courtisanes is ze niet te onderschatten. Ze is een vrouw van de wereld die weet hoe ze zich onzichtbaar kan maken, en tegelijk zichtbaar voor wie naar haar op zoek is. Ze ziet veel  en ze denkt er het hare van.

Soms spreekt ze die gedachten ook uit. Dat je die massa’s schooiers die in drommen de grens over komen, daar in Italië waar de handtassen zo goedkoop zijn, zeker geen geld moet geven. Dat ze hier niets te zoeken hebben. Dat het zo niet verder kan, dat ze ons onder de voet lopen. Dat ze voor hun land moeten vechten zoals wij honderd jaar geleden hebben gedaan voor het onze, in plaats van te vluchten en ons te komen lastigvallen. Dat ze ze allemaal moesten afvoeren.

De vriendelijkheid verandert in ijs, de charme in beton.

Elke lawine begint met een steentje.
Zo worden er uiteindelijk misdaden tegen de menselijkheid gepleegd, denk ik. Met medeweten, sterker: met goedkeuring. Zo beginnen ze.

Dienstbaarheid

Regenboog_068 ed cut

als we nu eens
niet diegenen aan de macht lieten
die op de tafel springen
en brullen kies
mij en mijn idealen
mijn fantastische ideeën
mijn loze beloften
mijn droomkastelen
op de kap van de ander de
vreemde de buitenstaander

hoe luider hun megafoon hoe groter
hun ego
hoe troebeler hun bedoelingen

als we nu eens
keken naar de zwijgzame
man of vrouw in de hoek van de kamer
die observeert en begrijpt
en verbindt
die geen zin heeft in macht
maar wel de integriteit om ermee om te gaan
die geen boodschap heeft aan oproer of aanbidding
en nog minder aan vijanden
maar wil dat de dingen opgelost raken met respect
voor ieders recht en richting

hoe stiller de woorden hoe groter
het hart
voel ik vaak