ZAAILING #44 – Slaaf

Ze weten je te vinden als ze je nodig hebben. Alsof je een grondstof bent, klaar om te ontginnen.

Je zet de beitel in jezelf. Omdat dat het enige is wat je kunt, en een kunde die je hebt verfijnd. Je oog is goed en je hand vast. Jouw slagen missen zelden hun doel.

Houw na houw leer je jezelf beter kennen. Want het vraagt moed om telkens weer de beitel te plaatsen, de hamer te heffen en al je kracht te leggen in een slag die dreunt tot in de diepte.

Soms kan je het onderscheid niet meer maken tussen wat je maakt en wie je bent.

Slaven van Michelangelo door het oog van (c) Jurgen Walschot

Geef ons nog maar wat meer, knikken ze. En nog wat. Hak jezelf helemaal weg, tot wij vinden dat we genoeg hebben om te beoordelen of we het eigenlijk wel willen.

Soms heb je het gevoel dat er telkens minder van je overblijft.Ze vragen maar en nemen maar en geven misschien – als ze er tijd voor hebben,als ze in een goede bui zijn, als het echt niet anders kan omdat je anders dreigt het werk te staken – wel een aalmoes terug.

Het maakt niet uit. Je blijft het doen. Want met elke houw in het graniet, elke uithaal naar het blok waaruit je voortkomt en waaraan je vastzit, bevrijd je jezelf wat verder.

Je verdraagt de pijn van het langzaam losbreken, het stukje bij beetje afpellen van wat je gevangen houdt. Pas als het weggehakt is, merk je dat je het helemaal niet nodig had.

En hen ook niet.





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief
Advertenties

Zweverig

De waarde van leven in ijlere lucht

(c) KV

Ik ben vaak bezig met dingen die onder de noemer ‘zweverig’ vallen. Of die mensen zweverig vinden.
Zelden bedoelen ze dat als een compliment.

Als je management, wetenschap, economie of informatica wil gaan studeren, vindt de publieke opinie dat vandaag fantastisch. Dat zijn opleidingen die bezig zijn met de echte wereld. Geneeskunde, liefst van de soort die peperdure onderzoeken en spitstechnologie met zich meebrengt, is ook oké.
Voor ecologie en groene technologie willen we best wat begrip opbrengen, dezer dagen. Met de hele warmtehuishouding van de planeet die dreigt te ontsporen en ons misschien als gevolg daarvan wel uitroeit, en zo. Dat kan nog net.
Zorg, opvoeding, kunst en alles wat tot de zachte sector behoort, wordt vooral bekeken als iets wat geld kost, en niets opbrengt (lees: niets financieels). Wie daarin goed gedijt, heeft op te boksen tegen het gefrons van de marketingjongens en de informaticabonzen.

Maar begin niet over spiritualiteit, zingeving, de diepe verbondenheid met al wat leeft of de meer-dan-menselijke wereld. Zwijg over intuïtie, resonantie, energievelden, meditatie en dieper weten. Dan word je stante pede weggezet als een dromer, een fantast met het hoofd in de wolken… Zweverig, dus.

(c) KV

Voor een stuk begrijp ik het wel. Een groot deel van mijn core-business bevindt zich helemaal bovenaan de behoeftepiramide van Maslow. Daar kom je pas aan toe als al de rest vervuld is.
Eerst moeten we de zogenaamde deficiëntiebehoeften vervuld hebben (anders hebben we een tekort aan levensnoodzakelijke basiselementen). Dan pas komen we toe aan aandacht voor de groeibehoeften. En het klopt natuurlijk: wie keihard moet knokken voor een dak boven zijn hoofd of eten op zijn bord, wie op de vlucht is voor oorlog of probeert te overleven in een gezin waar geweld en onveiligheid de norm zijn, die heeft weinig energie over om zich bezig te houden met diepere zelfverwezenlijking.

Behoeftepiramide van Maslow – bron

Maar een enorme meerderheid van ons in het welvarende Westen is de stippellijn op het diagram hierboven ruimschoots voorbij. En het moet gezegd: velen van ons vinden de twee eerste balkjes van de groeibehoeften ook absoluut de moeite waard. Wetenschap en kunst, intellectuele ontwikkeling en schoonheid, psychologie, pedagogiek en hartelijke gezelligheid zijn daar te vinden.

Maar wat met die laatste, hoogste twee balkjes, de top van de piramide? Daar is lucht veel ijler. Dat is waar zich het zweverige deel van het bestaan afspeelt. En dat is een fantastische plek.

(c) KV

Ik weet dat het woord ‘hoogste’ meteen een waarde-oordeel lijkt in te houden, maar het is een puur geografische vaststelling. Het zou trouwens dwaas zijn om te beweren dat de hogere niveaus op een of andere manier ‘beter’ zouden zijn dan de lagere. Zonder die lagere wáren ze er gewoon niet. Geen enkele piramide kan een top hebben zonder stevige basis. Anders heb je niet meer dan een gammele constructie met een bordje ‘instortingsgevaar’ ervoor.

Wat wél zo is, is dat de lucht hogerop dunner is. Wat je van daaruit ziet, geeft je een enorm overzicht over de dingen, en neigt naar het abstracte en het universele. Je hebt er niets aan in termen van huizen bouwen, kinderen opvoeden of een plaats in de wereld veroveren. Het toont je daarentegen hoe nietig je wel bent, en hoe groot en machtig de kosmos is waarvan je deel uitmaakt. Je voelt je dichter bij ‘God’ (het universum, het transcendente) en verder van de menselijke wereld dan ooit. Tegelijk ben je sterker verbonden met alles en iedereen. Precies zoals op de hoogste bergtop.

De top van de piramide is smal, om meer dan één reden. Je moet niet alleen verlangen naar de hoogte, maar ook een getrainde klimmer zijn, én bestand tegen hoogteziekte, om daar te gedijen. Er zijn er niet zoveel die dat lukt.
Maar de top is nooit exclusief terrein. Iedereen met genoeg wilskracht en doorzettingsvermogen kan er geraken. Het betaamt de klimmer dus niet om misprijzend neer te kijken op al datgene wat hem, lager gelegen, ondersteunt.
Omgekeerd getuigt het van bijzonder veel onwetendheid als wie zich met de basis bezighoudt, beweert dat de inzichten die van de top komen niet bestaan, wegens ‘te zweverig’.

(c) KV

Er zijn heel veel terreinen van het dagelijks leven waarop het woord ‘zweverig’ wordt losgelaten. Deze blog is niet de plek om het debat te openen over welke vormen van spirituele of alternatieve praktijken al dan niet écht werken of waardevol zijn. Ik ben de eerste om te waarschuwen tegen charlatans of machtswellustelingen (je moet er een paar tegenkomen om te beseffen hoe gevaarlijk ze zijn), maar dat wil niet zeggen dat de bergtop en alles wat erbij hoort niet bestaan.

Trouwens, op elk niveau van het leven blijft het mensenwerk, en dat wil zeggen dat er fouten gemaakt worden. We kennen allemaal wel een gediplomeerde arts, marketeer of boekhouder die er op zeker moment een potje van maakte. Met je twee voeten op de grond staan, staat niet gelijk aan altijd goed bezig zijn.

Wat een foute uitdrukking, trouwens: met je twee voeten op de grond staan. Alsof je moet kiezen: met de ‘lagere’ niveaus dan wel de ‘hogere’ bezig zijn. Het is een valse keuze. Ik hou van de piramide van Maslow omdat ze duidelijk maakt dat je, in een evenwichtige en diepe ontwikkeling tot volwaardig mens, juist niet zonder die grondbasis kunt. Hoge bomen die slecht geworteld zijn, leven niet lang: ze waaien om. Een solide vorm van verankering is absoluut noodzakelijk. Maar het hoeft daar – het mág daar, wat mij betreft – niet bij blijven.

Niet iedereen hoeft zich geroepen te voelen om de berg tot op het hoogste punt te beklimmen. Ieder van ons heeft zijn talenten en zijn sterktes. Hoogtewerker zit niet in ieders takenpakket. Maar dat mag geen excuus zijn om laag te mikken en al te snel tevreden te zijn.
Mijn ervaring leert me dat de invloed van de hogere lagen zich, eens verworven, wel laat voelen op de diepere niveaus. Hoe hoger je gaat, hoe meer de inzichten en ervaringen die je daar verwerft je invulling van de niveaus eronder bijkleuren en verrijken.
En dat is waar het ‘zweverige’ dus een voor velen onverwachte bijdrage kan leveren.

(c) KV

Voor de duidelijkheid, ik bedoel niet: traditionele godsdienst.

Als ik verhalen lees die een sterk Vlaanderen-onder-de-kerktorengehalte hebben, word ik altijd lichtjes ongemakkelijk. Omdat er zoveel ontwikkeling gesmoord werd in die wereld, en zoveel mensen diep ongelukkig geleefd hebben, vaak onder het juk van de katholieke moraalridders of op zijn minst stevig door hen bezwaard. Een terugkeer naar ‘vreest God en weest vroom, o zondaar’ is dus het laatste wat ik hier nastreef. Dat is ook niet waar de top van de Maslow-piramide om draait; de toegang tot het transcendente komt pas in zicht ná de fase van zelfverwezenlijking. En als er nu iets was waar de katholieke kerk een funeste rol in heeft gespeeld in de afgelopen eeuwen, dan was het wel dat laatste. Zwijgen en luisteren naar meneer pastoor, levend onder het juk van een constant gevoel van schuld en zonde, kunnen nauwelijks zelfverwezenlijking genoemd worden.

Wat wél zo is: wie toegang heeft tot de hogere, ijlere lagen, beleeft de wereld als een rijker canvas. In de wetenschap passen we die kennis al eeuwen toe. Eén banaal voorbeeld: ons gehoor is niet in staat om ultrasone of infrasone geluidsgolven op te pikken. Maar ze bestaan, dat hebben we intussen kunnen vaststellen met technieken die niets te maken hebben met onze eigen basale zintuigen. En we gebruiken ze in allerhande toepassingen, van medische technologie tot weersvoorspellingen.

Wie de geschiedenis van de fysica leest (zoals beschreven door de meesterlijke Carlo Rovelli, bijvoorbeeld), leert al snel dat de mens met zijn zintuigen in de verste verte niet in staat is om de werkelijkheid te kennen zoals ze echt is. Het universum zit oneindig veel complexer, subtieler, grilliger en mooier in elkaar dan wij vanuit onze beperkte waarneming ook maar kunnen vermoeden.
Wetenschap en spiritualiteit liggen volgens mij dan ook veel dichter bij elkaar dan we nu doorgaans aannemen. Het is een van de redenen waarom ik gefascineerd ben door dingen als quantumfysica en fractale geometrie. Iets wat ik ten diepste aanvoel als spiritueel raakt daar aan wat we met de huidige wetenschappelijke en wiskundige technieken kunnen meten, vaststellen en creëren. Er is een snijvlak tussen wat voelt als het transcendente, en wat kan worden gemeten en berekend door de masterminds van de quantumfysica. Dat wil niet zeggen dat alle spiritualiteit wiskunde is. Het betekent gewoon dat ons buikgevoel van verbondenheid het wel eens verbazend goed eens zou kunnen zijn met de meest ingewikkelde wiskundige berekeningen in de toplaboratoria van de wetenschappelijke wereld.

Voor de rest is het wachten op een nog beter model, een nog beter verhaal, om de wereld te beschrijven.

“We moeten af van dat woord ‘zweverig’,” zei ik onlangs tegen een dierbare vriendin. “Het is te veel een scheldwoord.”

Haar antwoord verraste me.
“Nee. Het is een lief woord. Iedereen wil wel eens zweven, toch? Ik in ieder geval wel.”

Dat was het moment waarop ik het zag: de boom, met zijn wortels diep in de grond en zijn pluizigste zaad hoog in de lucht, meegevoerd door de wind. De piramide van Maslow, met zijn krachtige basislagen en zijn steeds ijlere hogere niveaus.

We zijn het allemaal. Diep verankerd én ijl en zweverig. Krachtig materieel en diep spiritueel. We moeten alleen de mogelijkheid krijgen, van de wereld of van onszelf, om het ene na het andere niveau te ontplooien, en de piramide in onszelf te laten ontluiken.

Ik kan alvast verzekeren: het uitzicht hoger op de berghelling is adembenemend.

(c) KV


Komorebi

komorebi
(c) Jurgen Walschot

Ik hoor je stem, maar ik kan je niet zien.
Je woorden zijn te fel om naar te kijken.

Hou mij bij de hand, omfloers het licht, scherm mij af.
Ik zal je niet vragen om de dingen mooier voor te stellen dan ze zijn. Er is geen plaats voor leugens in dit clair-obscur dat ons teder, genadeloos, lijn per lijn uittekent.

Hoe nietig de rechtopstaande haren op mijn armen. Hoe scherp de geur van oud hout en mos.

Misschien heeft het bos het van bij het begin begrepen, en is de waarheid gewoon te pijnlijk om haar in de ogen te kijken. Wie recht in de zon staart, wordt blind.
Als we haar waarnemen, is het doorheen een membraan van genade, een filter die ons spaart en die ons, tegen dat ze de grond bereikt en alles wat daar ritselt heeft vastgepind onder een laag vergulde stilte, het gevoel geeft dat ze ons liefkoost.

Ik hoor je stem. Je verhaal reikt naar mij.
Als ik mijn hand uitsteek, kan ik het aanraken.

komorebi (Japans): zonlicht, gefilterd door het bladerdek

Het verhaal, opnieuw en opnieuw

What can I tell you about the choices we make?
I chose this story above all others because it’s a story I’m struggling to end. Here we are, with all the pieces in place and the final moment waiting. I reach this moment, not once, many times, have been reaching it all my life, it seems, and I find there is no resolution.

I want to tell the story again.

That’s why I write fiction – so that I can keep telling the story. I return to problems I can’t solve, not because I’m an idiot, but because the real problems can’t be solved. The universe is expanding. The more we see, the more we discover there is to see.
Always a new beginning, a different end.

(Jeanette Winterson, Weight, 2005)

article-1211764-0651646e000005dc-22
(c) Thomas David / Royal Observatory Greenwich

In verhalen leggen we elkaar de wereld uit, schreef ik ooit in een manuscript dat nog wacht op een uitgever. Wij, mensen, kunnen niet functioneren in deze wereld als we geen verhaal hebben om ons aan vast te houden. De vraag wat we hier op aarde komen doen, of ons leven betekenis heeft en of er een doel is aan ons bestaan, houdt iedereen op zijn eigen manier bezig. Alleen de grootste nihilisten zeggen dat het ze niks kan schelen.

Met religie heeft het niet per se iets te maken; ook seculiere stromingen of atheïsten willen doorgaans een antwoord op die vraag. Vaak komt dat er voor hen op neer dat er geen bedoeling is, maar dat ze ondertussen wel het beste van het leven willen maken, voor zichzelf én anderen.
Het is een eerbaar standpunt, net zo eerbaar als meer spirituele of religieuze antwoorden dat kunnen zijn.

Er zijn talloze verhalen: over dood en wedergeboorte, over Messiassen die kwamen en misschien nog terugkomen, over ethisch en ecologisch leven, over mannen die superieur zijn aan vrouwen, over gelijkwaardigheid, over quantumfysica en snaartheorieën, over klassieke genderrollen en de mens aan het hoofd van de schepping, over diversiteit als enige constante.

Het maakt niet uit welk verhaal je aanhangt.
Verrast? Ik herhaal: het maakt niet uit welk verhaal je kiest om te volgen en om naar te leven.

De cruciale voorwaarde is wel om te beseffen dat het een verhaal is.

original.jpg
 (c) Brad Goldpaint

Trust me, I’m telling you stories.

Het is misschien wel de briljantste oneliner van diezelfde Jeanette Winterson. De grootste kracht van een verhaal is zijn magie om een wereld te scheppen uit niets dan gedachten en keelklanken. We mogen ons erin koesteren, het mag ons troosten, het mag ons een baken verschaffen om richting te geven aan ons leven, onze morele codes te bepalen en ons gedrag te sturen. Dat is ook waar verhalen voor dienen.

Maar het moment dat we vergeten dat het een verhaal is en we het verheffen tot waarheid, gaat het goed fout.

Dan worden wij ‘de goeden’ en de anderen, die niet leven volgens de krijtlijnen van ons verhaal, ‘de slechten’. (Bedankt, Joe Crookston, om dat nog eens zo mooi in herinnering te brengen!). Dan dichten we onszelf als logisch gevolg het recht toe die ander te mogen bekeren, verbeteren, veranderen, vermoorden.
Ook daarover kan Jeanette Winterson meespreken. Als adoptieve dochter van extreem gelovige aanhangers van de Pinkstergemeenschap werd ze grootgebracht met het Woord, en omwille van haar seksuele geaardheid werd ze er uiteindelijk ook verstoten. De boeken die ze erover schreef grijpen je bij je nekvel en kerven in je huid.

Het vraagt een bijzonder soort moed om de spreidstand te aanvaarden om enerzijds het verhaal (welk dan ook) te omarmen als zingevend baken voor ons persoonlijk bestaan, en anderzijds te blijven beseffen dat het maar één van de vele is, een mogelijkheid, een lied, een tijdelijk idee dat ons nu misschien vooruit helpt, maar daarom nog geen universeel bestaansrecht heeft.
Alle misdaden tegen de menselijkheid ooit begaan, ontstonden uit het onvermogen om die spreidstand te bewaren, en het waanidee dat één verhaal de enige waarheid was.

Maar wat zouden we graag een happy end aan het verhaal breien. Is dat niet wat iedereen heimelijk wil, een slotakkoord dat onze versie van de feiten uiteindelijk gelijk geeft?
En dus wachten de ultra-orthodoxen op het Laatste Oordeel, de linker- en rechterflank op de ineenstorting van het politieke, sociale of economische systeem en de atheïsten op het grote niets. En iedereen die hen op andere gedachten probeert te brengen, zullen ze ondertussen wel eens even de vier hoeken van de kamer laten zien.

We blijven het verhaal telkens opnieuw vertellen, en opnieuw, tegen onszelf en tegen iedereen die het (niet) wil horen.

Misschien gaan we ooit begrijpen dat er nooit een happy end komt. Want the real problems can’t be solved. The universe is expanding.

We kunnen alleen proberen het verhaal elke keer beter te vertellen.

NGC7293_(2004).jpg
(c) Hubble Telescope

Een glibberig symbool

De pro-en-contra discussies over de hoofddoek en – bij uitbreiding – de boerkini, ik krijg het ervan.
Hoe eenzijdig kunnen meningen zijn? Dit is een veelkantige kwestie, een netelig onderwerp waar géén makkelijke en eenduidige antwoorden voor bestaan.

Dat komt omdat de ‘bedekking’ (laten we eens een neutrale term gebruiken die de lading helemaal, euhm, dekt) van moslima’s en vrouwen in de Arabische wereld ook helemaal niet zo eenduidig is als ze lijkt. Die bedekking is met alle vuur te verdedigen én te verwerpen, en alles hangt af van de context. Drie snelle schetsen (maar er zijn nog ettelijke varianten mogelijk).

Quondam_042.JPG

Context 1. Een jonge, moderne, zelfbewuste vrouw zoekt naar een vorm van spiritueel bewust leven. Ze heeft een geloof, en ze wil dat niet alleen tonen door de manier waarop ze leeft maar ook door de kleren of de attributen die ze draagt. Dit zijn nonnen, in India of Vlaanderen. Dit zijn moslima’s in Bangladesh, en Native American grandmothers in Arizona. Dit zijn vrouwen die uit volle overtuiging en in alle waardigheid een uiting geven aan een goed dat in deze neokapitalitische wereld bepaald niet enthousiast onthaald wordt: een bezielde manier van bewust leven, in contact met iets wat dieper gaat dan het tumult van alledag.

Context 2. Een jonge vrouw die opgroeit in een cultuur of een regime dat vrouwen ongeveer op dezelfde hoogte acht als huisdieren, en dat hen alle privileges ontneemt. Bedekking is een plicht, en de straf voor ongehoorzaamheid is uitstoting, of erger. Ze weet niet beter (of ze weet het wel), maar ze aanvaardt de omstandigheden uit noodzaak, want er is geen alternatief.
Ze leeft in door IS bezet gebied, en in landen waar leiders zelfs de vrouwen van andere staatshoofden weigeren de hand te schudden.

Context 3. Een jonge moslima, geboren in het seculiere westen, maar dochter van ouders die nog stammen uit het traditionele patriarchaat dat er maar niet in slaagt een evenwicht te vinden in de moderne Westerse context. Het brengt jonge, gefrustreerde hengsten voort die met hun seksualiteit geen blijf weten, maar eist tegelijk nog altijd van meisjes dat ze kuis en respectabel zijn. Deze jonge vrouwen willen deelnemen aan het alledaagse leven op het continent waar ze zijn opgegroeid zonder van hun familie te vervreemden. Als ze hun hoofddoek afleggen, noemen hun broers ze hoeren. Als ze ze ophouden, zijn ze voor ons niet welkom in het openbaar.

In het westen gruwen we van context 2. Het is ook de meest laakbare van de drie. Alleen: deze praktijken vinden plaats op plekken waar wij vanuit onze fauteuils in Europa nauwelijks vat op hebben. Tenzij we stoppen met zo olieafhankelijk te zijn, klinkt onze morele verontwaardiging goedkoop. Momenteel ligt zelfs eisen dat de echtgenotes van onze politieke leiders met evenveel respect behandeld worden als zijzelf al te gevoelig.

Maar de vrouwen van context 1 en 3 hebben niets te winnen bij een veroordeling van hun klederdracht. Of die bedekking nu een uiting is van een bewuste en doorleefde keuze, dan wel van een ongemakkelijk compromis in een cultuurclash die nog volop gaande is, met een verbod zullen we niemand helpen.

Als de vrouw in kwestie een moslima is, dan zullen we haar – een paar hoopvolle idealisten niet te nagesproken – zelden spontaan in context 1 situeren. Zelfs context 3 is voor velen al te moeilijk. Bij het zien van een hoofddoek springen de conclusies maar al te graag naar context 2. En dat hier in het vrije, Westerse Europa! Dat moeten we verbieden!

We sloegen zelden de  bal zo hard mis. En hij gaat als een boemerang in ons gezicht terugkeren.

 

Voor wie het na het volgen van deze blog nog niet wist: ik ben feministe. Ik houd de waardigheid, gelijkwaardigheid en vrijheid van vrouwen hoog in mijn vaandel. Ik kan woest worden van de verhalen over aangerande vrouwen, over vrouwen die uitgemaakt worden voor ‘hoer!’ omdat ze niet bedekt zijn, over vrouwen van wie vier Olympische medailles vergeten worden maar een man die er twee wint gefeliciteerd wordt.

Maar ik word even woest van een stelletje agenten die een vrouw verplichten zich uit te kleden in het openbaar. In elke andere context noemen we dat aanranding. Maar omdat ze moslima is, en omdat we snel in een wet gegoten hebben dat een hele bevolkingsgroep zich anders moet gaan kleden dan ze voorheen deden, verdient ze het?
Tropische temperaturen of niet, vanmorgen kreeg ik het ijskoud bij zien van de beelden.

De jaren dertig zijn inderdaad terug van weggeweest.

 

De courtisane

Ze is intelligent en ze heeft pretlichtjes in de ogen. Ze is perfect gekapt, smaakvol gemaquilleerd, tot in de puntjes gelikt en gelakt.
De courtisane, noem ik haar in gedachten. Al dertig jaar discreet op de achtergrond, onderhouden door de man die haar meeneemt naar New York en Venetië zonder dat zijn vrouw daarvan weet. Ze betrekt een stijlvol appartement met zicht op zee op een boogscheut van een chique Franse badplaats. Ze etaleert zijn gulheid en zorgt goed voor zichzelf omdat ze daarmee ook hem pleziert.

IMG_3916.JPG
(c) André Vanlierde

Ik heb het niet zo voor haar verhalen over waar je net over de grens met Italië de beste merkhandtassen kunt vinden voor veel minder geld, net zoals ik weinig voeling heb met het soort allure dat van haar af dampt als stralingswarmte. Maar ik mag haar wel. Ze is een sterke vrouw, die niet alleen de rijkdom maar ook de littekens die het leven haar heeft bedeeld met waardigheid draagt. Ze heeft kinderen en kleinkinderen, ze heeft zorgen. Haar humor is aanstekelijk en haar vriendelijkheid niet gespeeld. Ze steekt haar muntsigaret op, bewondert het uitzicht en knuffelt de hond, die haar driftig kwispelend begroet – “Comme tu es gentil, toi!”

Net als alle courtisanes is ze niet te onderschatten. Ze is een vrouw van de wereld die weet hoe ze zich onzichtbaar kan maken, en tegelijk zichtbaar voor wie naar haar op zoek is. Ze ziet veel  en ze denkt er het hare van.

Soms spreekt ze die gedachten ook uit. Dat je die massa’s schooiers die in drommen de grens over komen, daar in Italië waar de handtassen zo goedkoop zijn, zeker geen geld moet geven. Dat ze hier niets te zoeken hebben. Dat het zo niet verder kan, dat ze ons onder de voet lopen. Dat ze voor hun land moeten vechten zoals wij honderd jaar geleden hebben gedaan voor het onze, in plaats van te vluchten en ons te komen lastigvallen. Dat ze ze allemaal moesten afvoeren.

De vriendelijkheid verandert in ijs, de charme in beton.

Elke lawine begint met een steentje.
Zo worden er uiteindelijk misdaden tegen de menselijkheid gepleegd, denk ik. Met medeweten, sterker: met goedkeuring. Zo beginnen ze.

Dienstbaarheid

Regenboog_068 ed cut

als we nu eens
niet diegenen aan de macht lieten
die op de tafel springen
en brullen kies
mij en mijn idealen
mijn fantastische ideeën
mijn loze beloften
mijn droomkastelen
op de kap van de ander de
vreemde de buitenstaander

hoe luider hun megafoon hoe groter
hun ego
hoe troebeler hun bedoelingen

als we nu eens
keken naar de zwijgzame
man of vrouw in de hoek van de kamer
die observeert en begrijpt
en verbindt
die geen zin heeft in macht
maar wel de integriteit om ermee om te gaan
die geen boodschap heeft aan oproer of aanbidding
en nog minder aan vijanden
maar wil dat de dingen opgelost raken met respect
voor ieders recht en richting

hoe stiller de woorden hoe groter
het hart
voel ik vaak