Hoe dunner, hoe… moeilijker

“Ik zoek een boek voor mijn dochter. Ze is twaalf en ze moet voor school een boek lezen over de Tweede Wereldoorlog. Liefst zo dun mogelijk, want ze leest niet graag.”

Zit je in een leesgroep, werk je in een bib of een boekhandel? Dan heb je dit soort uitspraken vast al tig keer gehoord. Wat een misvatting, denk ik altijd.

Waar halen we in hemelsnaam het idee vandaan dat dunne boeken makkelijker zouden zijn? Leg eens een kortfilm van Michael Roskam naast een drie uur durende blockbuster met superhelden en je hebt meteen door dat de lengte van de film niks zegt over de zwaarte ervan.
Voor boeken is het net zo.


Ik kan me natuurlijk voorstellen dat een kind met zware dyslexie, dat struikelt over elke lettergreep, het zweet voelt uitbreken bij een turf van driehonderd bladzijden. Maar ‘niet graag lezen’ heeft bijna altijd te maken met ‘niet geraakt worden door het verhaal’, en veel minder met struikelen over woorden of de lengte van een tekst.

Het is alsof je een mama hoort zeggen in het restaurant: “Mijn kind is een slechte eter. Dus liever geen kom fruitsla. Doe maar twee spruitjes, dat is minder en dus makkelijker.” Ik betwijfel heel sterk of het kind zo liever zal leren eten.

Lezen is aan de ene kant een vaardigheid (verbale geletterdheid) en aan de andere kant een heel universum toelaten in je hoofd. Als je dat tweede element voldoende cultiveert, door voor te lezen, door kinderen bloot te stellen aan elke mogelijke vorm van verhalen, dan gaan er werelden open en wordt de stap naar zelf lezen stukken kleiner. Het gaat om nieuwe smaken ontdekken. Goesting laten krijgen. Zin voor avontuur, voor informatie en voor betovering laten groeien. Het gaat om de verhalen. Lezen is een zeer verrijkende manier om daar toegang toe te krijgen (ook stukken beter ook voor de hersenen dan film).



Akkoord, we gaan niet van elk kind een veellezer maken, maar dat hoeft ook helemaal niet.

Laten we proberen te beginnen met het keurslijf van het meten en becijferen af te leggen, eens te lachen om AVI-niveaus en kinderen goede verhalen aan te bieden. Voorlezen in de klas, voor het slapengaan (óók als ze zelf al kunnen lezen, het ene versterkt het andere alleen maar), zelf in de zetel gaan zitten met een boek…

Laat kinderen gerust boeken uitproberen die ‘boven hun niveau’ zijn. Als het verhaal hen bijt, houden ze er een fantastische ervaring aan over. De beste boeken die ik las, waren die waarvoor ik net te jong was om ze echt te begrijpen.
Laat kinderen net zo goed plezier beleven aan verhalen die ze geweldig vinden, ook al zuchten wij intussen inwendig dat het weer regenboogkleurige troep is over een zekere muis met een culinaire naam. Het betere werk kan altijd later nog komen.

Schat de keuzes van je kind in op basis van zijn smaak, zijn favoriete onderwerpen, zijn mate van toewijding of koppigheid, zijn schoenmaat desnoods. Alles behalve het aantal bladzijden van een boek.

En aan alle ouders die, hoe liefdevol en goedbedoeld ook, tegen hun kind zeggen: ‘Zou je dat boek wel kiezen, het is zo dik?’, ‘Doe dat maar niet schat, dat is te moeilijk voor jou’, of die omvang nog altijd verwarren met moeilijkheidsgraad, zeg ik bij deze vriendelijk maar beslist: slik je woorden alstublieft in en laat je kind ontdekken waar het zin in heeft. Eens het de smaak van fruit geproefd heeft, eet het de hele kom leeg. Of op zijn minst veel meer dan jij in gedachten had toen je het met de allerbeste bedoelingen twee spruiten bestelde.

ZAAILING #74 – Waar rook is


Ongedierte rook je uit, desnoods met harde middelen.

Je glimlacht om de roekeloosheid van de raaf, de koele berekening waarmee hij zijn vleugels spreidt boven de dampen van schoorstenen, de smeulende resten van sigaretten. Handig, zo’n bondgenoot, zeg je mij, om je te bevrijden van gewriemel tussen je veren dat daar niet thuishoort, van venijn dat bijt en steekt, parasieten die veel meer plaats innemen dan ze zouden mogen. Raven zijn slim. Ze gebruiken wat voorhanden is. En wij geven ze volop munitie.

Is er iets wat nu toekijkt van op grote hoogte, naar die elegante blauwe bol in het onmetelijke luchtruim, en glimlacht? Is er iets wat de koele berekening kan appreciëren van de planeet om haar vleugels te spreiden boven de gloeiende aarde, de hete winden, de verdroogde grond? Eén vonk is genoeg.
Handig, zo’n bondgenoot, om zich te bevrijden van het gewriemel op haar huid dat daar niet thuishoort, van venijn dat kapt en graaft, van parasieten die veel meer verwoesten dan ze zouden mogen.
De planeet is slim. Ze gebruikt wat voorhanden is. En wij hebben haar volop munitie gegeven.

Ongedierte rook je uit, desnoods met harde middelen.



Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is waar-rook-is-klein.jpg
(c) Jurgen Walschot




ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

ZAAILING #73 – Zo zie je het licht beter


‘Is het mijn verbeelding, of zijn de nachten de laatste tijd veel langer dan de dagen?’
Robin en Reya zitten tussen de wortels van Yggdrasil, de majestueuze naaldboom die de hele bibliotheek van Mendel overschaduwt. De avondschemer trekt lange, donkere sporen tussen de boekenrekken.
‘Toen je hier aankwam, was het nog zomer’, knikt Reya. ‘In de serres merken we daar weinig van, maar intussen is het buiten winter. Misschien is het zelfs al Kerstmis.’
‘Kers-wat?’
Reya kijkt toe hoe Robin langzaam de pagina’s omdraait van het oude boek dat ze voor hem uit het rek heeft gehaald. De kaft is gevlekt en een beetje rafelig. Op de kaft staat Jul – maar dat kan hij niet lezen.
‘Mensen waren vroeger bang van het donker’, vertelt ze. ‘Dat de dagen in de winter altijd maar korter werden, joeg hen angst aan. Misschien zou er uiteindelijk helemaal geen dag meer overblijven, alleen maar nacht. Maar gelukkig gaat het niet zo. Op een bepaald moment, na het allerdonkerste midden van de winter, komt het licht beetje bij beetje weer terug. Dat wilden ze vieren.’
Robin staart naar afbeeldingen van landschappen vol sneeuw onder koude nachthemels, vreugdevuren met lachende kinderen eromheen, groene takken vol slingers, kaarsen en sterren.
‘Kaarsen in de bomen! Wat een fantastisch idee.’
Reya haalt de schouders op. ‘Er zal er vast nu en dan wel een in brand gevlogen zijn. Maar ze bleven het doen.’
‘Waarom gebruikten ze alleen maar naaldbomen?’
‘Dat zijn de enige die groen blijven in de winter.’
Robin blikt omhoog naar de kruin van Yggdrasil, die in het schemerdonker niet meer groen maar zwart is. ‘Dat hangt ervan af.’
‘Kijk’, wijst Reya, ‘dit vind ik leuke prenten.’
Over de pagina’s huppelt een goedgemutste kabouter in warme groene kleren, met een paar rendieren en een vracht aan pakjes in zijn kielzog. Op sommige prenten is hij geen kabouter maar een grote man, met een stevige baard en een brede lach.
Robin bladert door, naar bladzijden van rijkelijk gedekte tafels, vrolijke gezichten aan de maaltijd, gesuikerde appels als dessert en het uitpakken van geschenken.
‘Het ziet er gezellig uit, Kerstmis.’
Helemaal aan het eind is er ook een tekening met daarop iets wat lijkt op drie berooide vluchtelingen, twee volwassenen en een zuigeling, in het hooi van een schuurtje.
‘Wie zijn dat?’
Reya haalt de schouders op. ‘Die mochten zeker niet meedoen. Je hebt overal vervelende mensen.’
Plots veert Robin op. ‘Zullen we beslissen dat het vandaag Kerstmis is en Yggdrasil versieren? Dat is toch een naaldboom?’
Reya gaapt hem aan maar begint dan te lachen. ‘Ja! Met slingers en appels en…’
‘En ik kan misschien wel wat gloeiende steentjes aan elkaar rijgen om tussen de takken te vlechten.’
‘Dat lijkt me niet veel veiliger dan kaarsen.’
‘Doe niet zo flauw.’
‘Die boom is enorm. Waar vinden we alles wat we nodig hebben?’
‘We hoeven hem toch niet helemaal te versieren? Een klein stukje is genoeg. We zijn maar met ons twee, niet met een heel dorp.’
‘Mendel is er ook nog.’
Robin knikt. ‘Denk je dat hij dit een goed idee zou vinden?’
Reya haalt de schouders op. ‘We vragen het hem als we klaar zijn.’



Versieringen bij elkaar zoeken lukt beter dan Reya had gedacht. De serres zijn gul aan ronde vruchten en taaie lianen. Rozenbottels en knalgele plukjes mos zijn net zo mooi als kerstballen of lampjes en in sommige van Mendels oude voorraadkasten liggen spullen die hij al een eeuwigheid niet meer gebruikt en waarvan ze slingers kunnen knutselen. Robin komt terug met een vrachtje kiezels die hij aan elkaar rijgt met ijzerdraad en een kabel die volgens hem écht geen vlam kan vatten.
Als ze alles voorbereid hebben, moeten ze er ook nog mee naar boven. De onderste takken van Yggdrasil zitten vreselijk hoog, maar Reya en Robin weten intussen hoe ze vanop het bovenbalkon van de bibliotheek op een laaghangende tak kunnen raken.
Maar als ze er eenmaal staan, een wankel evenwicht zoekend op de ruige bast met zware tassen vol materiaal over hun schouders, voelt Reya haar maag tot helemaal onderaan in haar buik zakken.
‘Het is pikkedonker in de boom.’
Robin grijnst. ‘Prima.’
‘Hoezo, prima?’
‘Zo zie je het licht juist beter.’
Reya voelt vingers om haar hand, Robins warme greep die haar omhoog trekt.
‘Wacht maar af.’

(c) Jurgen Walschot


Wil je de Zaailing graag helemaal opgemaakt in Mendel-stijl lezen? Klik hier.




ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

ZAAILING #72 – Boventonen

(c) Jurgen Walschot



Zullen we afspreken dat jij verdwijnt en ik je terugvind?
Verstoppertje spelen tussen de stoeptegels, een paar levens overslaan en dan weer opduiken in een andere tijd. In dit spel is niets te winnen. We treffen elkaar alleen telkens weer, als in een deurenkomedie maar dan ernstig.

Soms wordt het donker. Dan weer licht het beeld op. Het verhaal gaat intussen gewoon door. Wie even met de ogen knippert, heeft al iets gemist.

Maar we hoeven elkaar niet uit te leggen dat elke ontmoeting een echo bergt. Tussen ons trilt een almaar rijker web van verbindingen, gewelvenhoog gestapelde boventonen. De samenzang zwelt met elk akkoord.

Strijk neer, een lang ogenblik, uitgelicht als een icoon, een cliché. Voel hoe de diepste funderingen telkens weer nieuwe structuren dragen.

Strengel je vingers tussen de mijne. Ik graaf graag diep. Jij daagt me uit om boven mijzelf uit te torenen. Van op de galerij fluister ik over vleugels en het luchtruim. Jij strekt je vlerken.

Laten we het licht houden. Zullen we afspreken dat ik verdwijn en jij me terugvindt?





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

Een droom die je draagt



Ik heb iets met het hoge noorden.

Misschien komt dat door mijn naam, een Scandinavische naam die beter past bij ruige dennenbossen en fjorden en meters sneeuw dan hier, in het Vlaamse polderlandschap waar hij steevast verkeerd uitgesproken wordt.

Mijn mama had ook een zwak voor Scandinavië, daarom heeft ze haar beide kinderen Noorse namen gegeven. Geen van drieën zijn we er ooit echt geweest (tot ik tenslotte vorig jaar twee weken op residentie naar Zweden mocht), maar als kind liet ik mijn vinger glijden langs de boeken van Margit Söderholm en Sigrid Undset op de boekenplank. Mijn mama vond ze prachtig. Ik was vooral gefascineerd door het feit dat de naam van Kristin Lavransdochter maar één letter verschilde van de mijne, het leek telkens bijna alsof ik mezelf op de cover van een boek aantrof. Hoewel ik geen enkele van die boeken ooit las, werd er toen toch iets gezaaid.



Dat ik Ronja de roversdochter in mijn hart draag boven zowat mijn hele boekenkast, had toen ik het boek als kind ontdekte niks te maken met het feit dat Lindgren Zweedse was. Maar dat ik er zoveel van ben blijven houden, heeft daar volgens mij wel mee te maken. Maar op een vreemde manier. Want ik heb eigenlijk heel weinig met Lindgrens andere boeken. Ik ben totaal niet dol op Pippi Langkous, bijvoorbeeld. Kinderen van Bolderburen vind ik oeverloos saai. Maar het bos van Ronja, waar de roversburcht van Mattis uitkijkt over de woeste rivier, de donkere dennen en de rotsspleten, waar de aardmannen en de vogelheksen huizen en je het leven in de natuur bijna kunt proeven en ruiken, dát is waar ik thuiskom. En ja, dat heeft ook met de illustraties te maken, laat ik dat maar gewoon toegeven.

Ik heb geen lijf om in het hoge noorden te gaan wonen, denk ik. Noch de koude, noch de lichte zomers en duistere winters zouden me fysiek goed afgaan. Maar soms droom ik er toch van. Want ik ben er een stukje van mijn hart verloren. Aan wat? Geen idee. Aan de droom die ik erfde van mijn moeder? Aan Ronja? Aan de trollen en moenen? Aan de echo van iets ouds en tijdloos? Soms lijkt het alsof ik voorouders heb daar, alsof er nog iets van die cultuur ruist in mijn bloed. Er is een deeltje van mij dat met onzichtbare draadjes vast hangt aan Scandinavië, aan de taal en het landschap rond de poolcirkel.

Naar Zweden gaan vorig jaar was dan ook bijzonder op een symbolische manier maar heeft mijn honger naar het land niet gestild. Dat is ook helemaal niet erg. Er zijn gewoon meer draadjes bijgekomen.
Eentje daarvan loopt naar Embla Granqvist, een jonge illustrator die ik toen ontmoette en die wondermooie dingen doet met aquarel. Samen zijn we al een aantal maanden bezig een prentenboek voor te bereiden. En toen ik een tijdje geleden polste of ze misschien zin had om samen een Engelstalige winterwenskaart te maken, een kleine internationale samenwerking, was ze meteen heel enthousiast.



Als mijn mama kerstkaarten verstuurt (zoals zij ze noemt en ik ze eigenlijk ook blijf noemen, al hangt er voor mij totaal geen religieuze connotatie meer aan, het is gewoon een mooi woord), dan móét daar sneeuw op staan. Het leidt vaak tot pijnlijk sentimentele clichés in keuze van kaarten (sorry, mams), maar ik begrijp het ergens ook wel.
En Embla ook. Sneeuw is in Scandinavië natuurlijk lang niet zo sterk verbonden met ‘kerst’ (of ruimer gesteld: de feestdagen in het diepst van de winter) als bij ons. Maar Embla woont tegenwoordig in Denemarken, en daar sneeuwt het nauwelijks. Nooit gedacht dat ik sneeuw zou missen, schreef ze mij. Maar dat doet ze dus wel degelijk, en daarom schildert ze hem in de winter vaak.

Het idee voor de kaart ontstond bij een ouder schilderijtje van Embla waarop een kind een wit rendier omhelst. De sfeer die erin zat, sprak de Ronja in mij, dat oude, stille kind met Noorse wortels, heel erg aan. Maar het hoefde geen rendier te zijn, zei Embla, die mijn knipoogjes over clichés en Rudolf-met-de-rode-neus had opgepikt en het schilderij sowieso wilde hermaken.



Tijdens mijn reis naar de VS deze zomer zag ik in een tentoonstelling een opgezette eland. Ik was zwaar onder de indruk van de omvang van het dier, en dat was het eerste wat in mij opkwam dat mogelijk nog beter zou werken dan een rendier. Het idee sprak ons allebei aan. En ook elanden kunnen trouwens wit zijn. Ga eens googelen en val achterover. (Of nee, ga niet googelen, en kijk eerst onderaan deze blog.)

Ik ben dus geen klein beetje blij en trots om dit werkje te mogen voorstellen. Mijn innerlijke Ronja doet een vreugdedansje en weet dat ze thuis is.

Voor wie er even blij van wordt als ik: dit kaartje is te koop (2,5 euro/stuk) en ik laat er een beperkt voorraadje van drukken. Spreek mij aan, vind me op Messenger of stuur een mailtje, en ik zorg dat het tot bij jou raakt.

Een droom die je draagt, door de nacht.

(c) Kirstin Vanlierde & Embla Granqvist

ZAAILING #71 – Een droom planten


als we nu eens naar de sterren keken
met onze voeten op de donkere grond
en ons heel heel klein voelden, zaadjes
klaar om te ontkiemen

hoe nieuw zou dat zijn

(c) Jurgen Walschot



als we nu eens een droom plantten
hem toedekten met fluwelen vingers
en fluisterden: ik zie je al
uitbarsten in uitbundig blad

hoe licht zou dat zijn


als we nu eens niets moesten
van onszelf of van elkaar
alleen onze armen openden
en nabijheid zaaiden

hoe warm zou dat zijn




Zaailing #71 is onze nieuwe winterwenskaart in drievoud!

Bestellen kan via mail of de webshop. Verzending gratis vanaf bestellingen t.w.v. 20 euro.
Wees er snel bij. Meer info vind je hier.





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

ZAAILING #70 – Hoe ver we gekomen zijn

(c) Jurgen Walschot



Een pad laat zich maar één stap per keer lopen. En met elke pas verschuift alles subtiel van perspectief.

Bomen die als wachtposten toekijken hoe wij langslopen, wijken geleidelijk terug uit ons blikveld. Contouren die we niet vermoedden, komen steeds scherper in beeld. De diepte waar we doorheen wandelen wordt rijker, het woud zelf een omhelzing.

De nevel die zich tussen de stammen weeft, kleeft aan onze jassen en onze haren. Het dikke bed van bladeren dempt onze passen op de weg omhoog. Dit is terrein waar maar weinigen zich wagen, maar wij zijn er thuis.

Je wijst mij op de vlammende contrasten, op de penseellijnen die stromen tussen bodem en kruin. Ik vlecht ze tussen mijn taal en ga steeds helderder zien.
Een lied ontsnapt aan mijn lippen. Het leert jou de woorden voor wat zich pas blootgeeft als je dicht genoeg genaderd bent. Je ogen worden zachter.

Hoe langer we lopen, hoe minder houvast we nodig hebben.
Hoeveel stappen hebben we al gezet sinds deze tocht begon?

Misschien slaan we bovenaan de heuvel even kamp op. Voor een adempauze, een knik, een enkel zacht woord.
Als we het willen, kunnen we dan achterom kijken – en vaststellen hoe onwaarschijnlijk ver we samen al gekomen zijn.






ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

What’s in a name?

Ik heb het even gehad.
Toch wel. Zo heel even. Zo’n beetje. Veel.

Doe je mij eens een plezier? Google mij. Tik mijn naam in, in gelijk welke zoekmachine (persoonlijk verkies ik Ecosia, maar kom) en kijk eens naar de resultaten.


Namen voor kinderen worden met zorg gekozen door ouders die hen heel graag zien. En ik ben bijzonder blij met mijn naam. Het is alleen jammer dat ik hem zelden juist geschreven terugvind.

Soms verbetert zo’n zoekmachine je: ‘Bedoelde u misschien ‘kristin van lierde’? Zucht. Nee, dank je. Dat bedoelde ik níet.

Ik ga er wel eens van vloeken. Hebben andere mensen dat ook? Ik kan me niet voorstellen dat alle Katrienen voortdurend Katrijn genoemd worden, of alle Barts Bert. Maar mensen gaan af op wat ze verwachten, en een naam die ze dénken te kennen – en die dan toch niet is wat ze verwachten… Oh help.

En dan heb ik het nog niet eens over mijn achternaam gehad (Vanlierde dan wel Van Lierde). Dat vind ik ergerlijk, maar minder tegenkrullend dan de fouten tegen mijn voornaam. Leer lezen! denk ik meer dan eens met een diepe, diepe zucht.


Verandert het iets aan de perceptie van een persoon als zijn naam verandert, als is het maar lichtjes? Dat vraag ik mij oprecht af. Schat je iemand net dat ietsje anders in, voelt hij of zij een heel klein beetje anders aan? Denk je anders over mij als je denkt dat ik Kristin heet? Kristen? Kirsten? Kristien?

Ik heb geen idee. Ik weet wel hoe het voor mij voelt als ik mijn naam verkeerd geschreven zie staan. Als nagels over een schoolbord en een groot zwart gat tegelijk.
Dat ben ik niet! gilt alles in mij. Dat is die schaduw, dat spook, die geest die ik nooit afgeschud krijg, die mijn plaats inneemt en zich in ieders hoofd nestelt.

Het is een concurrent van wie ik nooit kan winnen.
Onder mijn eigen naam nog wel – maar dan net ietsje anders.

ZAAILING #69 – Uitgestrooid

(c) Jurgen Walschot


Hier sta je dan.
Ik zal je niet zeggen dat het geen pijn doet. En ik zal, hoe graag ik dat ook zou willen, je niet toewensen dat het snel overgaat. Leren leven met verdriet vraagt tijd.

Tijd – was er niet ergens een sprookje dat vertelde over wonden die geheeld worden, of op zijn minst verzacht?
Dichter bij de waarheid is dat we de tijd scheppen met beide handen tegelijk, ongeveer zoals je zand schept om een kuil te graven, waarin je vervolgens oude dromen bergt.
Je kunt ze ook uitstrooien, als dat je een goed idee lijkt, over water liefst. Dat weet waar het heen moet vloeien.

Wat ook mooi zou zijn, is dat het zand daar zachtjes bezinkt. En dat het water stilaan helderder wordt, terwijl het stroomt zoals het altijd doet, in lange, brede banen, naar zee.






ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.