Ca c’est la vie

Ze willen de wereld in, de zaailingen, als gretige, ongeduldige kinderen.

We geven gehoor aan wat ze ons toefluisteren, en we leiden ze, liefdevol, op het ritme van licht en duister.

Want leven is een onophoudelijke oefening in omarmen wat afgeworpen werd.


ZAAILING #2

Ca c’est la vie

cest la vie.jpg
(c) Jurgen Walschot

Wat ervoor komt

De stilte die we nauwelijks verdragen
een chanson op het foute moment

Dankbaar zijn
terwijl de ander huilt in je armen

Verlangen naar het luchtruim
jezelf daarboven weten
en vliegen alsof je nooit meer hoeft te landen

Omarmen wat afgeworpen werd
bij gebrek aan beter

Advertenties

Komorebi

komorebi
(c) Jurgen Walschot

Ik hoor je stem, maar ik kan je niet zien.
Je woorden zijn te fel om naar te kijken.

Hou mij bij de hand, omfloers het licht, scherm mij af.
Ik zal je niet vragen om de dingen mooier voor te stellen dan ze zijn. Er is geen plaats voor leugens in dit clair-obscur dat ons teder, genadeloos, lijn per lijn uittekent.

Hoe nietig de rechtopstaande haren op mijn armen. Hoe scherp de geur van oud hout en mos.

Misschien heeft het bos het van bij het begin begrepen, en is de waarheid gewoon te pijnlijk om haar in de ogen te kijken. Wie recht in de zon staart, wordt blind.
Als we haar waarnemen, is het doorheen een membraan van genade, een filter die ons spaart en die ons, tegen dat ze de grond bereikt en alles wat daar ritselt heeft vastgepind onder een laag vergulde stilte, het gevoel geeft dat ze ons liefkoost.

Ik hoor je stem. Je verhaal reikt naar mij.
Als ik mijn hand uitsteek, kan ik het aanraken.

komorebi (Japans): zonlicht, gefilterd door het bladerdek

Bladgoud

 

voor Jurgen Walschot

We troffen elkaar op het plein voor het station, gedreven door de nood om elkaar te herkennen.
Jij droeg een schilderij onder je arm, ik had mijn hoop en mijn angst onder mijn jas.

We keken toe hoe de wind de wolkpluimen langs de hemel joeg. De glazen gezichten van de flatgebouwen waren spiegels van zilver en blauw, waarvoor gehaaste reizigers in tweevoud langsliepen. Nu en dan versomberde het goud van de bomen tot brons. Een handvol minuten later lichtte alles – gebouwen, mensen, weerspiegelingen, bladgoud – weer op.

16406716_573347772864135_4016861744465771911_n
(c) Lynn Van Houtte

Zeg het me eerlijk, zei je. Heeft jouw tekst mijn prenten nodig?

Eerlijk zijn is zoiets als naakt op dit winderige plein gaan staan, voor het oog van ieder die passeert. Maar ik wist: wie herkend wil worden, moet zich durven tonen.

Nee, zei ik. Een goede tekst heeft immers geen prenten nodig.

Je knikte en je zweeg.

Maar, zei ik, als je het aandurft om mij halverwege te ontmoeten, om jouw beelden aan mijn woorden te verbinden, dan denk ik dat jij en ik samen iets bijzonders geboren kunnen laten worden. Iets wat er tot nu toe nog niet was.

Je zweeg.

De wind stak weer op. Het werd bijna koud zoals we daar zaten, met onze hoop en onze angst bloot.

Toen toonde je jouw schilderij. En ik wist dat ik de woorden zou vinden.

Het verhaal, opnieuw en opnieuw

What can I tell you about the choices we make?
I chose this story above all others because it’s a story I’m struggling to end. Here we are, with all the pieces in place and the final moment waiting. I reach this moment, not once, many times, have been reaching it all my life, it seems, and I find there is no resolution.

I want to tell the story again.

That’s why I write fiction – so that I can keep telling the story. I return to problems I can’t solve, not because I’m an idiot, but because the real problems can’t be solved. The universe is expanding. The more we see, the more we discover there is to see.
Always a new beginning, a different end.

(Jeanette Winterson, Weight, 2005)

article-1211764-0651646e000005dc-22
(c) Thomas David / Royal Observatory Greenwich

In verhalen leggen we elkaar de wereld uit, schreef ik ooit in een manuscript dat nog wacht op een uitgever. Wij, mensen, kunnen niet functioneren in deze wereld als we geen verhaal hebben om ons aan vast te houden. De vraag wat we hier op aarde komen doen, of ons leven betekenis heeft en of er een doel is aan ons bestaan, houdt iedereen op zijn eigen manier bezig. Alleen de grootste nihilisten zeggen dat het ze niks kan schelen.

Met religie heeft het niet per se iets te maken; ook seculiere stromingen of atheïsten willen doorgaans een antwoord op die vraag. Vaak komt dat er voor hen op neer dat er geen bedoeling is, maar dat ze ondertussen wel het beste van het leven willen maken, voor zichzelf én anderen.
Het is een eerbaar standpunt, net zo eerbaar als meer spirituele of religieuze antwoorden dat kunnen zijn.

Er zijn talloze verhalen: over dood en wedergeboorte, over Messiassen die kwamen en misschien nog terugkomen, over ethisch en ecologisch leven, over mannen die superieur zijn aan vrouwen, over gelijkwaardigheid, over quantumfysica en snaartheorieën, over klassieke genderrollen en de mens aan het hoofd van de schepping, over diversiteit als enige constante.

Het maakt niet uit welk verhaal je aanhangt.
Verrast? Ik herhaal: het maakt niet uit welk verhaal je kiest om te volgen en om naar te leven.

De cruciale voorwaarde is wel om te beseffen dat het een verhaal is.

original.jpg
 (c) Brad Goldpaint

Trust me, I’m telling you stories.

Het is misschien wel de briljantste oneliner van diezelfde Jeanette Winterson. De grootste kracht van een verhaal is zijn magie om een wereld te scheppen uit niets dan gedachten en keelklanken. We mogen ons erin koesteren, het mag ons troosten, het mag ons een baken verschaffen om richting te geven aan ons leven, onze morele codes te bepalen en ons gedrag te sturen. Dat is ook waar verhalen voor dienen.

Maar het moment dat we vergeten dat het een verhaal is en we het verheffen tot waarheid, gaat het goed fout.

Dan worden wij ‘de goeden’ en de anderen, die niet leven volgens de krijtlijnen van ons verhaal, ‘de slechten’. (Bedankt, Joe Crookston, om dat nog eens zo mooi in herinnering te brengen!). Dan dichten we onszelf als logisch gevolg het recht toe die ander te mogen bekeren, verbeteren, veranderen, vermoorden.
Ook daarover kan Jeanette Winterson meespreken. Als adoptieve dochter van extreem gelovige aanhangers van de Pinkstergemeenschap werd ze grootgebracht met het Woord, en omwille van haar seksuele geaardheid werd ze er uiteindelijk ook verstoten. De boeken die ze erover schreef grijpen je bij je nekvel en kerven in je huid.

Het vraagt een bijzonder soort moed om de spreidstand te aanvaarden om enerzijds het verhaal (welk dan ook) te omarmen als zingevend baken voor ons persoonlijk bestaan, en anderzijds te blijven beseffen dat het maar één van de vele is, een mogelijkheid, een lied, een tijdelijk idee dat ons nu misschien vooruit helpt, maar daarom nog geen universeel bestaansrecht heeft.
Alle misdaden tegen de menselijkheid ooit begaan, ontstonden uit het onvermogen om die spreidstand te bewaren, en het waanidee dat één verhaal de enige waarheid was.

Maar wat zouden we graag een happy end aan het verhaal breien. Is dat niet wat iedereen heimelijk wil, een slotakkoord dat onze versie van de feiten uiteindelijk gelijk geeft?
En dus wachten de ultra-orthodoxen op het Laatste Oordeel, de linker- en rechterflank op de ineenstorting van het politieke, sociale of economische systeem en de atheïsten op het grote niets. En iedereen die hen op andere gedachten probeert te brengen, zullen ze ondertussen wel eens even de vier hoeken van de kamer laten zien.

We blijven het verhaal telkens opnieuw vertellen, en opnieuw, tegen onszelf en tegen iedereen die het (niet) wil horen.

Misschien gaan we ooit begrijpen dat er nooit een happy end komt. Want the real problems can’t be solved. The universe is expanding.

We kunnen alleen proberen het verhaal elke keer beter te vertellen.

NGC7293_(2004).jpg
(c) Hubble Telescope