Onder het tapijt

De kracht van gesprekken met stekels

Is het mogelijk om te werken met wat er binnen in je leeft — angst, emoties, verlangens, oude gewoonten — als je nooit geleerd hebt om ze bewust te benoemen?

(c) KV

Het is een vraag waarop ik zit te kauwen als ik zie hoeveel mensen, in mijn ruimere familieomgeving en daarbuiten, worstelen om vat op zichzelf te krijgen, op hoe hun leven in elkaar zit en wat hun plek in de wereld is.

Wie mijn schrijfsels een beetje volgt, weet ondertussen wel dat ik datgene wat diep in ons fluistert en datgene wat rondwaart in de wereld om ons heen — eigenlijk alles, dus — benader met een houding van bewust begrijpen. Taal is mijn specifieke werktuig om wat ik observeer in een soort verhaal te gieten dat steek houdt voor mijzelf, en hopelijk ook voor anderen. Maar zelfs als ik geen schrijver was geworden, had ik nog de vruchten geplukt van mijn opvoeding.

In het gezin waar ik opgroeide, hechtten we veel waarde aan verbale communicatie. We waren waarschijnlijk nogal uitzonderlijk in dat opzicht. We leken alvast niet op families waar dingen diep gevoeld maar nooit uitgesproken werden. En zo waren er — en zijn er nog steeds — veel, geloof ik.

Onze keuken was de plek, en onze gezinsmaaltijden de gelegenheid, waar letterlijk alles op tafel kwam. Van gevoelige bekentenissen over emotionele analyses tot sekstips: we schrokken er niet voor terug of gingen er niet van blozen. Ik leerde al vroeg dat alles besproken kon worden, als je het maar op een respectvolle manier kon verwoorden. Ik leerde ook dat duelleren met woorden een manier was om je gevoelens naar buiten te laten komen, frustraties te ventileren, een mening te verduidelijken, en de dingen uit te klaren.

(c) KV

Als het uitdraait op een confrontatie kiezen veel (de meeste?) mensen gewoonlijk voor stilte. Stilte staat ons toe te doen alsof alles in orde is. Woorden lijken alleen conflict met zich mee te brengen, en verstoren de ‘rust’.
Maar een discussie was bij ons thuis nooit een conflict, laat staan een oorlog. Ja, soms kon zo’n gesprek wel eens prikken, maar het effect leek doorgaans meer op dat van ontsmetting op een wonde. Zo’n gesprek bracht zaken aan het licht die anders onder een of ander tapijt geveegd waren om de etteren en te rotten in het donker.

En uiteindelijk werd iedereen er beter van. We leerden dat je woorden niet hoefde te vrezen, dat ze machtig mooie bruggen konden bouwen tussen mensen, en dat ze een betrouwbaar cement waren voor gevoelens.

Natuurlijk verliep niet elk gesprek vlekkeloos, en soms werden er mensen gekwetst. Maar opgroeien in een nest waar je op alle mogelijke manieren aangemoedigd werd om op een verbale manier je plaats in te nemen, betekende ook dat een gesprek altijd opnieuw geopend kon worden.

Dus kijk ik met een ingewikkelde mengeling van medelijden, ongeloof en oprecht gebrek aan begrip naar de vele mensen om me heen die langzaam verdrinken in hun verdriet, stikken in hun frustraties en afglijden in een depressie zonder ooit echt te begrijpen wat er met hen aan de hand is of waar zich een uitweg bevindt.

(c) KV

Ik wil niet oordelen. Hier passen geen veroordelende vingers. Ik vraag me alleen oprecht af: kan je aan de slag gaan met een emotie die je van binnenuit opvreet (woede, bijvoorbeeld, of angst of verdriet) als je nooit geleerd hebt om die te benoemen, laat staan te uiten? Is er een manier om tot een vorm van begrip te komen voor jezelf en er constructief mee te werken in de wereld? Of zal het altijd dat ongrijpbare gevoel zijn dat je niet echt kunt duiden maar dat je onbewust aandrijft en je kanten op stuurt waar je eigenlijk nooit heen wilde?

Toen ik het erover had met mijn man, zei die: als iemand die depressief is nooit geleerd heeft om over zijn gevoelens te praten, dan help je hem niet door hem te vragen dat eerst te leren doen, voor hij zijn depressie aanpakt. Dat zou zoiets zijn als eerst een volslagen nieuwe taal machtig worden voor je een probleem aanpakt dat je nu al niet kunt overzien. Je moet andere, non-verbale manieren vinden om hem te bereiken.

Ik denk dat hij gelijk heeft — jammer genoeg. Maar dat wil niet zeggen dat we niet moeten proberen onze kinderen — of onszelf — te leren werken met de verbale aspecten van inzicht en communicatie. Anders lopen we maar op één been.

(c) KV

Ik vind dat ik dat mag zeggen, want ik heb dezelfde ervaring gehad, maar dan van de tegenovergestelde kant. Een neveneffect van onze zeer verbale opvoeding was dat we in ons gezin niet erg bedreven waren in de kunst van de non-verbale communicatie. Ons familiemotto ging ongeveer als volgt: “Als je het mij niet vertelt, hoe kan ik dat weten wat er scheelt?”

Onnodig te zeggen dat ik in loop van mijn leven tegen een paar weinig vergevingsgezinde muren ben geknald, aangezien nogal wat mensen doorgaans niet willen vertellen wat er scheelt, en ik niet bepaald had geleerd om hun subtiele, onuitgesproken signalen op te pikken. In sommige kringen leverde me dat de reputatie op oppervlakkig, lomp en grof te zijn.
Het ondermijnde mijn zelfvertrouwen. Als je vroeg of je een handje kon helpen in de keuken en het antwoord was ‘nee’, hoe werd je dan verondersteld te weten dat het eigenlijk ‘ja’ wilde zeggen? Ik begreep ook niet waarom de temperatuur in de kamer dan plots een paar graden leek te dalen. En niemand gaf uitleg.

Ik heb een lange weg afgelegd in het aanleren van non-verbale taal, en ik heb die les op de harde manier geleerd, maar ik ben er nu tot op zekere hoogte bedreven in. Ik word nooit zo vloeiend als iemand die het leerde als ‘moedertaal’, maar dat vind ik niet erg. Ik koester nog steeds verbale communicatie boven alle andere vormen, zeker in tijden van conflict. En ik geloof dat het op zijn minst zo heilzaam zou zijn voor een heel grote groep mensen om hun gevoelens onder woorden te leren brengen als het voor mij was om te leren dat niet te doen.

(c) KV

 

Niet je verjaardag

Kiki5 + papa 024 ed.jpg
Foto gemaakt door mijn vader – Arifat, Frankrijk

Hoezeer ik ook het belang van rituelen erken om het verstrijken van de tijd te duiden of de overgang van één bepaalde fase naar een andere te markeren, op vastgelegde data waarop we mensen in de bloemetjes moeten zetten heb ik het niet zo.

Neem verjaardagen. De helft van de tijd vergeet ik die, ook van familie en mensen die me heel dierbaar zijn. Of Moederdag  — ik heb de bedenkelijke reputatie mijn moeder over de jaren nogal wat hartzeer te hebben berokkend.

Het is niet dat ik niet graag zie. Dat doe ik wel, natuurlijk. Ik ben er gewoon niet zo goed in om mij aan een kalenderschema te houden als ik daar gestalte aan wil geven. Mijn muze was altijd al van het grillige soort, en ik verdenk haar ervan nu en dan ook met haar tengels tussen mijn agenda te zitten.

Maar het voordeel van zo’n systeemloos systeem is dat elke dag een goeie dag is om een feestje te bouwen.

Het is dus niet je verjaardag vandaag, maar ik heb zin om jou te vieren.

KalkenseMeersen_128
(c) KV

 

Omdat je uit mijn schoot kwam met een gulzige goesting in het leven.

Omdat je slim bent, gevoelig en boordevol vreugde.

Omdat je leert om je plaats in de wereld te vinden, en je dat doet met zowel je hart als je hoofd.

Omdat je je kunt opkrullen als een bolletje en bij mij komt schuilen, en dicht bij elkaar zijn een lichamelijke vorm van liefde is die geen woorden nodig heeft — en ik koester elk moment, omdat je zo snel groeit dat ik nooit weet of het niet de laatste keer is dat je je vol overgave in mijn armen gooit.

Kiki5 + papa 013 ed cut2
Foto genomen door mijn vader – Arifat, Frankrijk

Omdat je papa en ik onszelf moeten blijven heruitvinden om jou te helpen groeien.

Omdat je met elke hartslag, en elke glimlach, de wereld een klein beetje verder verlicht.

KalkenseMeersen_150.JPG
(c) KV

De voorzichtige schoonheid van verval

Maja Leie_077 zw ed cut
(c) KV

 

Alles in het universum is verbonden met alles, en het voornaamste structurerende principe is altijd hetzelfde: fractaal.

Maja Leie_100 zw ed.jpg
(c) KV

 

Dat is waarom golven lijken op haren lijken op grassen
lijken op rimpelingen.

Maja Leie_092 zw ed cut.jpg
(c) KV

 

De labyrinten van houtworm lijken op zonnen
lijken op vlinders lijken op venussen.

Maja Leie_089 zw ed cut
(c) KV

 

Die vernuftige patronen worden pas zichtbaar als de bast van de dode boom afpelt.

Maja Leie_080 zw ed.jpg
(c) KV

 

Ik kan het niet helpen: ik hou van de voorzichtige schoonheid van verval, de vluchtige structuur van vernietiging.

Het feit dat niets blijvend is, en alles zich uiteindelijk ontrolt tot iets anders, kan ook een soort van troost zijn.

Maja Leie_104 zw ed.jpg
(c) KV

Van op de kant

Zaailing #9

2017 06 09 Vanopdekant Titel & naam2017 06 09 Vanopdekant prent

2017 06 09 Vanopdekant Tekst 1

2017 06 09 Vanopdekant tekst 2

 


ZAAILINGEN is een samenwerking met tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tek
st.

De ontstaansgeschiedenis van deze toch wel uitzonderlijke Zaailing vind je hier.

 

Dansen met de vlinder

Alleen een dwaas verwart een weerspiegeling
met de werkelijkheid

Gezien worden (of vermoeden dat je bekeken wordt) heeft een curieus effect op onze geest.

Zelfportret_028
(c) KV

Ik heb een Engelstalige blog die in grote mate parallel loopt met deze. Medium is een wereldwijd platform waarop ik mezelf een plaatsje gegraven heb en waar ik mijn Engels aanscherp. Vroeger schreef ik mijn blogs eerst in het Nederlands en vertaalde ik ze. Nu is het meestal omgekeerd, en met foto’s kan ik daar leukere dingen doen dan hier. Ook alle Zaailingen verschijnen daar (al schrijf ik die doorgaans eerst wel nog in het Nederlands). Maar wie eens een betere versie wil zien van Jurgen Walschots prachtige prent voor Waar de wind doorheen mag (Zaailing #8, doorscrollen tot helemaal onderaan) of van mijn foto’s van vrouwenmantel of vuile ramen, raad ik aan om daar ook eens te gaan kijken.

Minder dan een week geleden kreeg ik bericht dat ik op Medium bevorderd was tot Top Writer in de categorieën Art en Photography. Een opsteker voor mijn ego, zeker gezien de uitleg die erbij hoorde: ‘Medium lists the top 50 writers whose stories are most influential on that topic. These lists update daily and show writers who are publishing quality content about a specific topic on a regular basis’

Een duidelijk bijkomend effect van een promotie als deze is dat je zichtbaarder wordt. Op een paar dagen tijd verviervoudigden mijn volgers (ik vertrok weliswaar van een heel bescheiden aantal, maar toch).
Als er iets is wat een schrijver wil, dan is het dat haar liefdevol geslepen ambacht gelezen wordt. En als amateurfotograafje ben ik verdorie toch ook wel erg blij.

Maar.

Het geeft een vreemd gevoel dat er van die groep mensen nogal wat anoniem zijn. Ze hebben wel een naam, maar verder is hun profiel leeg. Geen gezicht, geen geschreven of gedeelde verhalen. Het voelt een beetje als gevolgd worden door een schare geesten.

Nu heb ik altijd wel een boontje gehad voor geesten, dus ik heb hier geen probleem mee. Voorlopig.

Op dit moment laat deze hele historie me vooral stilstaan bij de nood die wij mensen hebben om bekeken te worden, en gezien.

Zelfportret_031 zw
(c) KV

Een jaar geleden ongeveer vertelde een dierbare vriendin over haar ervaring met geestesverruimende paddestoelen.

Ze beschreef hoe ze in de tuin zat, omringd door weelderige struiken en bloemen, en zin kreeg om te dansen. Dus deed ze dat. Er waren geen grenzen meer tussen haar en haar omgeving. Een vlinder landde op haar arm, en danste met haar mee.
Pas toen haar bewuste geest zich ermee ging bemoeien en inzoomde op de vlinder, schrok het beestje en vloog weg. De verbinding was verbroken omdat haar mentale dialoog die onderbrak.

Toen ze me over die ervaring vertelde, begreep ik voor het eerst, op een diep en intuïtief niveau, hoe onze bewuste menselijke geest tegelijk een zegen en een vloek is. Het is het werktuig waarmee we ons intellect kunnen ontwikkelen zoals geen enkel ander dier dat tot nu toe kon, maar tegelijk is het onze kooi.

We krijgen maar al te vaak aangeleerd – door onze ouders, leraren en religieuze leiders van allerhande tradities – dat we als mens op een of andere manier boven de natuur staan. De meest aangehaalde rechtvaardiging voor deze premisse is dat wij in staat zijn om onszelf bewust te observeren, en de rest van de schepping niet.

Maar mij bracht het verhaal van mijn vriendin over de vlinder vooral het haarscherpe inzicht dat onze bewuste geest ook precies datgene is wat ons afgescheiden houdt van de rest van de schepping. Alleen als we hem in slaap kunnen wiegen met doorgedreven meditatie, trance of geestesverruimende substanties lost hij even zijn greep op ons bewustzijn en ervaren we eindelijk de wereld zoals alle andere levensvormen dat doen: als één immens, intens web van wederzijdse verwevenheid.

De menselijke soort heeft beslist veel gewonnen toen onze frontale cortex zich is beginnen ontwikkelen. Maar er lijken toch ook een paar ernstige nadelen aan te zitten.

Zelfportret_012 zw
(c) KV

Bill Plotkin, dieptepsycholoog, gids van trektochten in de wildernis en schrijver van Soulcraft en Nature and the human soul, zegt er het volgende over (mijn vertaling):

‘Een noodzakelijk aspect van ons zelfbesef is een fragment van onze psyche (het ego, het bewuste zelf) waar deze vaardigheid om te weten dat we weten zich situeert. Voor we mensen waren, hadden we geen manier om onszelf te observeren en te weten wat, of wie, we observeerden. Later leek het alsof we mensen werden precies door een stukje van onszelf een eindje buiten onszelf te plaatsen, zodat het naar zichzelf kon kijken.’

Als ik dat lees, zie ik het beeld van een of andere levensvorm met een spiegel op een stok die uit zijn hersenpan steekt. Daarin kan hij zijn eigen spiegelbeeld zien, van op een armlengte afstand.
Die spiegel is het ego. En dat is er vast van overtuigd dat de weerspiegeling die het capteert alles is wat er te zien valt. Maar het heeft jammerlijk weinig kennis van wat er zich afspeelt aan de binnenkant van het beeld, of van enig breder of dieper bestaansniveau.

In de woorden van de Osho Zen Tarot (Wolken 10 — Wedergeboorte; een kaart die de evolutie van bewustzijn voorstelt, gebaseerd op Nietzsche’s triade van Kameel, Leeuw en Kind): ‘De kameel is slaperig, suf en zelfgenoegzaam. Hij leeft in een waanbeeld en denkt van zichzelf dat hij een bergtop is, maar in feite trekt hij zich zo veel aan van wat anderen van hem denken dat hij zelf nauwelijks energie heeft.’

rebirth_osho_zen_tarots
(c) Osho Zen Tarot

Arm ego, dat zichzelf zo hoog inschat… Alleen is het toch niet echt de bergtop die het denkt te zijn.

Plotkin nog een keer, in hetzelfde hoofdstuk van Nature and the human soul:

‘Als het ego niet bestond, zouden we ons geen vragen stellen over wat onze juiste plaats in de wereld is. We zouden die gewoon innemen. Het is het ego dat die vragen stelt. Zonder ego’s zouden we onze plaats instinctief innemen, zoals al het andere leven dat doet, en net zoals al het andere leven zouden we niet weten dat we weten wat onze plaats is. (…) Bewust zelfbesef lijkt met andere woorden de bron van onze grootste mislukkingen en ons grootste potentieel – onze cruciale crises en kansen.
(…) Het risico dat schuilt in de de vaardigheid om te weten dat je weet, is dat het je kwetsbaar maakt om verloren te lopen zoals geen ander wezen dat kan – niet in staat om je plek te vinden en daarom ook niet in staat om tot volle bloei te komen.’

Zelfportret_020
(c) KV

Dus wat gebeurt er als het ego er eindelijk achter komt dat het zichzelf al die tijd voor de gek aan het houden was?

We kunnen maar beter geen stenen werpen.
We houden onszelf allemaal maar al te graag en zo lang mogelijk voor de gek. Dat is niets om beschaamd over te zijn. Soms brengen we Narcissusgewijs zelfs ons hele leven zo door.

Maar hopelijk komt er toch een moment waarop we wakker worden.

Dan beseffen we dat het ego precies is wat Plotkin beweert: een facet van onze geest, een stukje van een groter geheel. Dat stukje toestaan om ons bestaan te controleren, is zoiets als je tienjarig kind vrije toegang geven tot je kredietkaart en de autosleutels. De ramp die dat inluidt, zowel op psychologisch als ecologisch vlak, voor de samenleving en de planeet, staat elke dag in onze kranten te lezen.

Er zijn veel diepere en wijzere aspecten van onszelf waaraan we het stuur en de familiefinanciën kunnen toevertrouwen. Maar dan moeten we wel eerst in contact komen met die wijzere facetten, die stukken van ons die weten hoe je kunt dansen met de vlinder, en hoe we ons opnieuw kunnen verbinden met de onschuldige maar machtige stuwkracht van de schepping zelf.
En het ego moet een stapje achteruit doen. Als het dat weigert, moeten we het dat leren. We zullen het nog steeds graag zien, en we zullen ervoor zorgen. Maar het is niet meer dan een spiegel, en een oppervlakkige op de koop toe.

Spiegelbeelden zijn mooi en ze kunnen ons allerlei dingen leren over onszelf.
Maar alleen een dwaas verwart een weerspiegeling met de werkelijkheid.

Zelfportret_040 zw ed1
(c) KV

Een zachte bevalling

Ik droom nooit over baby’s of bevallen.

Dat heeft misschien te maken met het feit dat geen van beide voor mij de zalige ervaring waren die ze voor veel andere moeders wel zijn. Het waren eerder gebieden waar ik een intense trip maakte van het soort dat je leven verandert, maar waarnaar ik liever niet nog een keer op reis ga als ik het kan helpen.

Behalve dan dat ik vorige nacht droomde dat ik aan het bevallen was.

(c) KV

 

In mijn droom legde een vroedvrouwachtige figuur, een wijze, rustige vrouw, mij een soort van oefenschema uit. En toen ze me liet neerhurken voor een oefening die een makkelijke bevalling moest bevorderen, werd ik me ervan bewust dat ik leven in mijn buik had, en dat dat bovendien op het punt stond ter wereld te komen.

Ik ging mee in het proces. Het was zacht, makkelijk en pijnloos.
Met gemak perste ik een kind de wereld in. Het gleed tussen mijn benen naar beneden, en ik ving het op met mijn eigen handen, en terwijl het neerkwam, dacht ik: opletten met dat hoofdje!

Dan ging ik achterover liggen en de vroedvrouw legde het kleine meisje, een gezonde pasgeborene die nog onder het bloed en slijm zat, precies zoals die kleintjes komen, op mijn buik en borst, zodat ze zich kon verbinden met haar mama — ik.

Ik voelde hoe ze zich tegen mij aan nestelde. Ik verwelkomde haar en voelde een diepe tederheid. Ik wist dat alles goed was. We waren allebei precies waar we moesten zijn.

(c) KV

Je moet weten: ik ben niet de meest zorgzame moeder.

Ik ben thuisgekomen van mijn werk, te moe om me aan kyudo te wijden vanavond, en de lasagna uit de supermart staat in de oven. Ik zit dit blogje te schrijven, maar het is mijn man die onze zoon ondertussen in bed steekt. Van boterhammendozen tot verhaaltjes voor het slapengaan — hij is veel beter in die zorgende taken dan ik.

Ja, soms voel ik me daar best schuldig over.

Tot er een bult in het parcours is die te maken heeft met gevoelens, met sociale of innerlijke strubbelingen, en mijn zoon zich als een bolletje komt opkrullen op mijn schoot — een nogal volumineus achtjarig bolletje ondertussen, met lange ledematen en een snelle geest — en ik wikkel mezelf om hem heen als een schelp die hem beschut.

Ik voel zijn onrust wegzakken, gewoon door lichamelijk dicht bij mij te zijn, veilig en gekoesterd zoals hij in mijn schoot ook was. Zachtjes brengen we naar boven wat hem dwars zit, benoemen we zijn angsten en gevoelens. Ik leg hem uit wat er aan de hand is en help hem om te gaan met wat er zich van binnen in hem afspeelt, terwijl ik zo weinig mogelijk probeer te oordelen.

(Het is makkelijker om begrip te tonen voor een gekwetst kind dan voor een dat gemene dingen heeft gedaan — maar naar mijn aanvoelen is het steeds even belangrijk, als je als ouder tenminste wil dat hij leert omgaan met die gevoelens, en ze niet voor je begint te verbergen uit angst voor veroordeling.)

Alles bij elkaar denk ik dat ik het er dus nog niet zo slecht vanaf breng. En binnen de combinatie van mijn mans zorgende vaardigheden en mijn emotionele fine-tuning voeden we een gezond, gelukkig kind op. So far, so good.

(c) KV – Pimpelmeesjong, te klein nog voor het typische blauw-en-zwarte verenkleed (maar piept de hele tuin bij elkaar!)

Ik denk niet dat het toeval is dat ik in de droom beviel van een meisje. Er komt op dit moment veel vrouwelijke kracht en kwetsbaarheid in de wereld  — onder meer via mij.

Het kan een zacht, pijnloos proces zijn, is wat ik afgelopen nacht leerde. Er zal liefde zijn, en een diep, teder gevoel van thuiskomen.

Wat het ook is waarvan ik het voorrecht mag hebben om het op de wereld te brengen en het op mijn huid te koesteren — kind, droom, visioen, kunstwerk — ik weet dat het iets van schoonheid en gevoeligheid zal zijn.

Ik ben klaar om het te ontvangen en ervoor te zorgen.

Engel_004
(c) KV

Daarom noemen ze het dus een roeping

Over ten dienste staan – niet te verwarren met martelaarschap

V & V_019 ed cut2
(c) KV – Kauwen

Er zijn scharnierpunten in het leven van elke kunstenaar, momenten die bepalen hoe je in de jaren die volgen naar je eigen werk kijkt.

Ik heb al geschreven over een paar van mijn persoonlijk hoogte- en dieptepunten (Het plateau en Stepping off the cliff). Dit is er nog zo eentje, waaraan ik herinnerd werd toen ik foto’s aan het trekken was van de kauwen die af en aan vlogen naar een schoorsteen aan de overkant van de straat, met een of ander zacht en pluizig spul in hun bek.

(Het lijkt een beetje aan de late kant om nu nog nesten te bouwen, dus ik snap niet echt wat ze aan het doen zijn, maar het levert wel mooi en soms grappige foto’s op.)

V & V_025 ed cut
(c) KV

Ik was geïntrigeerd door hoe ze telkens iets gingen halen en de moeite namen om het ‘thuis’ te brengen — naar een nest dat ze bevochten hadden op een schoorsteen die overspannen met kippengaas dat overduidelijk — zij het tevergeefs — de bedoeling had hen buiten te houden.

Als kind bedacht ik non-stop verhalen. Urenlange conversaties en dialogen borrelden naar boven tijdens de fietstochten die ik maakte op vakantie of als ik ging tennissen tegen de blanke muur om de hoek van ons huis. Mijn personages kletsten, maakten ruzie, legden het bij en beleefden avonturen, met mij als doorgeefluik, bedenker en beoordelaar op de achtergrond.

Toen ik echt begon te schrijven, stopte ik stukjes van mezelf waarvan ik niet wist hoe ik ze moest uitdrukken in die verhalen, en gebruikte de dwingende nood die samenhing met creatieve flow als een manier om aan zelfexpressie te doen.

Toen die verhalen uiteindelijk gepubliceerd en gelezen werden, werden die aspecten ook zichtbaar. Het was wat ik het meest van al had gewild en gevreesd.

Toen ik aan de slag ging als vaste redacteur en journalist voor het blad waarvoor ik nog steeds werk, kreeg ik de kans om fascinerende mensen te interviewen van wie de verhalen in de verste verte niets met mijzelf te maken hadden. Tot mijn verrassing vond ik dat ongelooflijk vervullend werk.

Ik begon te begrijpen dat ik me het gelukkigst voel als ik mijn ambacht kan aanwenden ten dienste van iets wat groter is dan ikzelf.

Dit inzicht draagt sterke referenties naar Elizabeth Gilberts beroemde TED-talk over creativiteit. Getipt worden over die toespraak van twintig minuten door mijn wijze zusje jaren geleden was een van die kantelpunten in mijn leven. (Vervolgens Gilberts werk ontdekken, was een mooie plus.)

Elizabeth Gilbert (c) TED

Gilberts praatje over creativiteit brengt een aantal doorvoelde argumenten over de kwetsbaarheid van de menselijke geest en de grilligheid van het creatieproces. Er zitten ook een paar memorabele scènes in, zoals wanneer ze voordoet hoe Tom Waits naar de lucht kijkt en een betoverend flardje melodie terechtwijst: “Kijk eens, zie je niet dat ik aan het autorijden ben? Kom terug op een moment dat wél ik voor je kan zorgen. En ga anders maar iemand anders lastigvallen, Leonard Cohen of zo!”

Nog zo’n moment gaat over de dichteres Ruth Stone, die beschreef hoe een gedicht over het landschap naar haar toe kwam stromen. Als ze snel genoeg pen en papier bij de hand had, kon ze het opschrijven terwijl het ‘door haar heen ging’. Als dat niet lukte, voelde ze het gedicht verdwijnen aan de horizon, ‘op zoek naar een andere dichter’.

Toen het me duidelijk werd dat ik ervan genoot om mezelf ten dienste te stellen van de verhalen van anderen, en ongeveer op hetzelfde moment voelde hoe ik geroepen werd om iets te doen rond ziel en spiritualiteit, kon ik onmogelijk niet aan Gilberts verhaal over Ruth Stone denken.

Helemaal open te staan voor wat mij kwam zoeken.
Een liefdevol voertuig zijn, een membraan en een doorgang voor ideeën en verhalen op hun weg naar de wereld.
Dit voelt zo juist dat het me vult met een diepe vrede en een grote kracht tegelijk.

Daarom noemen ze het dus een roeping, vermoed ik.

V & V_018 ed cut
(c) KV
Voor het eerst begrijp ik echt waarom mensen die ‘geroepen’ worden om iets te doen niet alleen bereid zijn hun leven daaraan te wijden, maar het ook belangrijker vinden dan hun ego, status, gemak en soms zelfs hun leven.

Pauze.

Dit is geen pleidooi voor een of ander fanatiek soort martelaarschap. Om ten dienste te kunnen staan van een hoger doel, moet je jezelf eerst ontwikkelen tot een volwassen en verantwoordelijk persoon.

Als je de roes en de klappen van je diepste sterktes en je grootste zwaktes niet gevoeld hebt, of geen kennis gemaakt hebt met de vernederende dwaasheid van je verlangens en trots en daar sterker bent uitgekomen, dan heb je niets te bieden en ben je niet klaar voor het werk van de ziel; dan ben je een adolescent die wijsgemaakt wordt dat hij een superheld uit een stripverhaal is.

Hoe weet je of je de maturiteit hebt bereikt waarop je klaar bent om jezelf ten dienste te stellen van de ziel (behalve, zoals die frustrerend lege uitdrukking het stelt, ‘dat je voelt dat het moment gekomen is’)?

Echte zelfkennis brengt een rijpe vorm van mildheid met zich mee, geduld en respect voor al wat leeft. Zoals de liefde van een ouder voor een kind voel je een toewijding aan iets wat je eigen onmiddellijke belang overstijgt, en je moet sterk genoeg zijn om het recht te doen en ervoor te zorgen zoals het dat nodig heeft.

Dat is niet het soort roeping dat je zal vragen om jezelf op te blazen.

V & V_042 ed cut
(c) KV

Eén intrigerende paradox blijft evenwel bestaan.

Nu ik de jacht op goedkeuring en status opgeef — of die op zijn minst niet meer laat beïnvloeden wat ik schrijf en hoe ik mezelf toon aan de wereld — voel ik me minder aanwezig. Dit draait allemaal niet meer om mij.
Ongeveer zoals de kauwen zoek ik wat mij nuttig lijkt, en breng ik het mee naar de wereld van alledag, in de hoop dat het op een of andere manier een verschil ten goede zal maken.

Ik mag het mijn signatuur geven, maar we weten allebei dat het niet van mij is, maar alleen van zichzelf. Sterker nog, het schrijft mij, verandert mij vanbinnen uit op zijn compromisloze tocht naar de horizon.

Maar terwijl ik het vormgeef, en het mijn woorden schenk om de wereld in te vliegen, wordt mijn stem helderder. Mensen beginnen te luisteren.

Plots word ik zichtbaarder dan ik ooit was.

Ik kan alleen maar glimlachen. Je krijgt altijd wat je wilt als je het niet meer nodig hebt.

V & V_031 ed cut2
(c) KV

Een schietgebedje voor de storm die komt

Ik voel hoe een vreemde spanning zich opbouwt.

Mijn vermoeidheid groeit — het is nogal een trip geweest, de laatste maanden. Er waren creatieve hoogtepunten en persoonlijke dieptepunten. Er waren de onverwachte ontmoetingen op wilde uitkijkpunten met de Ziel, en de koele diepten van Overgave.

Ik ben dankbaar voor elk moment.

Stormwolken_050.JPG
(c) KV

Maar op een meer alledaags niveau is het ook zes maanden geleden dat ik nog iets had wat op vakantie leek, en naarmate de zomer terrein opeist, voel ik hoe de vermoeidheid langzaam groeit in mijn botten.

Op de redactie naderen we de zomerstop. Nog één publicatie te gaan. Ik betrap mezelf erop dat ik de dagen tel.

Het is tijd om voor anker te gaan, te vertrouwen op de wiegende getijden, en los te laten.

Maar nu nog niet. Want aan de horizon broeit de storm. Hij is beangstigend, in zijn omvang en zijn intensiteit, al zal hij uiteindelijk misschien niet meer blijken dan een overdadige  — zij het krachtige — zomerse hoosbui.
Hij maakt zijn komst in elke geval kenbaar.

Stormwolken_022 ed.jpg
(c) KV

Ik weet niet waar mijn storm zich op zal toespitsen, noch wat voor ontlading hij zal brengen.
Ik weet alleen dat hij eraan komt. Ik proef het in de lucht, ik voel het aan de flauwe rimpels van de wind.

Ik doe een schietgebedje voor diepe wortels als hij losbarst.
En voor brede, brede vleugels.

Stormwolken_001 ed cut
(c) KV

Een dagje verwondering

Hoe de ekster je luid klepperend begroet bij het uitstappen en de kauwen een welkomstballet dansen boven de treinsporen.

(c) KV – Kauwenballet

Hoe je bij koffie en een croissant niet weet waar je het eerst naar moet kijken.

(c) KV – Antwerpen Centraal Station

Hoe wereldberoemde kunstwerken héél klein blijken te zijn.

(c) KV – Jan Van Eyck – Heilige Barbara

Hoe engelen blijkbaar kunnen lezen.

(c) KV – Carolus Boromeus kerk

Hoe de stilte neerdaalt het moment dat je door de poort stapt en gewijd terrein betreedt.

(c) KV – Begijnhof Antwerpen, een oase van vrede in het midden van de stad

Hoe je bedankt wordt met bloemen, warmere woorden, en meer waardering dan je dacht dat je verdiende voor iets waarvan je niet eens wist dat het een impact had gehad.

(c) KV – Bedankboeket

Antwerpen, je blijft me verbazen.

De roep beantwoorden

Zelfportret_045 zw ed
(c) KV

Als ze je onverwacht aankijkt, van op een plek die je niet helemaal kunt vatten — als een oudere zus of een geest uit een vorig leven.

Ze lijkt meer over jou te weten dan jijzelf, en hoewel je haar niet begrijpt, vind je haar aardig, vreemd genoeg.

Je weet dat je zal luisteren als ze tegen je praat — zachtjes, buiten het bereik van vreemde oren. Haar woorden hebben de weerklank van bergen die geboren worden.

Haar kompas staat op oprechtheid, en ze zal jou uitdagen tevoorschijn te komen.

En jij — dat weet je — zal haar roep beantwoorden.