Een draad per keer

Waarom ik een Zielskring bijeen roep

Daarom noemen ze het dus een roeping, schreef ik een paar maanden geleden, toen ik voelde hoe de Ziel mij aan de mouw trok om haar werk te gaan doen, en zo mezelf ten dienste te stellen van iets wat groter was dan mijn eigen persoontje.

Nu lees ik precies dezelfde woorden in de latere hoofdstukken van Bill Plotkins Nature and the human soul. In de passages over de Leerling en de Ambachtsman schetst hij precies wat ik in die eerdere blog beschreef.

Ik zit ergens tussen die twee fasen in, geloof ik. Aan de ene kant ben ik nog altijd aan het ontdekken wat de Ziel precies van mij wil, en leer ik omgaan met diverse manieren om dat ‘in de wereld te brengen’. Van de andere kant zet ik mijn ambacht wel degelijk al in met een zekere vorm van meesterschap. Zo is mijn geschreven stem ondertussen wel genoeg gerijpt om daarvoor te dienen. De Zaailingen zijn maar het topje van de ijsberg van wat ik voel dat er mogelijk is, en dat vervult mij met een diepe vreugde.

Maar in de leer gaan doe je met stapjes en in laagjes, zoveel is duidelijk. En sommige puzzelstukjes werden in de loop van de laatste weken heel erg duidelijk naar voren geschoven.

Dit najaar word ik veertig, en ik ben voorbereidingen aan het treffen voor het weven van een web.

Web_050 ed
(c) KV

De Fransen kennen het spreekwoord la vie commence à quarante ans. Ik geloof dat dat klopt, op meer dan één manier. Zo heb je op die leeftijd genoeg ervaring om ontspannener in het leven te staan dan jongere mensen zich kunnen permitteren omdat ze nog zo hard bezig zijn met diploma’s halen, werk vinden en een thuis voor zichzelf (en hopelijk ook een paar geliefden) uit de grond stampen.
Maar belangrijker (voor mij, althans) is dat ik, sinds ik het plateau bereikte en voelde hoe mijn bestaan bewoond wilde worden op een andere manier, waarbij Ziel en Geest de richting van de reis aangeven, over mijn leven denk in termen van ‘ervoor’ en ‘erna’. Het voelt echt als een soort ‘En nu voor serieus!’, alsof al wat hiervoor kwam niets was dan voorbereiding – en in feite klopt dat ook.

Veertig is een symbolische leeftijd, en aangezien ik de laatste tijd door nogal wat symbolische evoluties ga, voelde het gepast om dat moment – bijna als een excuus – aan te grijpen om het kantelpunt te vieren dat ik heb bereikt.

Ik wil geen feestje bouwen in de dagelijkse zin van het woord. Dat zou neerkomen op veel te veel geluid en veel te veel gedoe en veel te veel aardige mensen in één ruimte om wat voor zinnig gesprek dan ook te hebben. In plaats daarvan wil ik de gebeurtenis markeren met iets van betekenis.

Ik wil een klein aantal voor mij zeer belangrijke personen om me heen verzamelen en een web weven.

Toen ik beschreef wat ik in gedachten had, kwam mijn zus Elin voor de dag met een naam die onmiddellijk juist voelde: een Soul Circle, een Zielskring.

De mensen die ik daarvoor uitgenodigd heb, zijn stuk voor stuk personen met wie ik een zielscontact heb, mensen die me in de loop van de jaren hebben zien groeien en daar niet zelden toe bijgedragen hebben, mensen in wiens gezelschap ik me mijn beste zelf voel, sterker en in staat tot méér.
Sommige van hen lopen al met me mee vanaf mijn geboorte. Anderen hebben pas recent hun opwachting gemaakt in mijn leven. Sommigen hebben me een paar van mijn grootste uitdagingen voorgeschoteld. Anderen hebben me geholpen om de scherven weer aaneen te lijmen toen het leven me een ferme tik bezorgde. Stuk voor stuk wil ik hen bedanken.

Dat is waar die kring om zou draaien, wist ik toen ik het idee vormgaf en uitnodigingen begon te versturen. Veel antwoorden kwamen snel en ze waren bijna allemaal positief. Het ziet er naar uit dat we met een twintigtal volwassenen en een handvol kinderen zullen zijn. Wauw. Ik voel me nu al gezegend.

Web_056 ed cut
(c) KV

Ik voelde er wel iets voor om kleine, gepersonaliseerde cadeautjes te schenken aan iedereen die plaats zou nemen in de kring, maar er ontbrak duidelijk nog iets. Je wil toch niet dat het alleen maar de geschenkjes draait, zei Elin me. Zoek naar een setting die het spirituele element meer ruimte geef. Ze had weer eens gelijk. Alleen had ik het gevoel door dichte mist te waden, en niet duidelijk te kunnen articuleren wat ik dan wel moest doen.

Ik contacteerde iemand die Elin intuïtief vernoemde om raad aan te vragen, een dame die er die dag ook zou bij zijn. En ik bleek maar twee kleine tips van haar nodig te hebben – een symbolisch wiel met de vier seizoenen/windrichtingen en de naam van een auteur van wie ze een boek aan het lezen was – om in het midden van mijn web terecht te komen.

Ik werk al jaren met de windrichten in ontelbare kaartleggingen. Ze staan symbool voor de vier hoofdaspecten van elk proces of probleem. Daarnaast ben ik grote fan van Bill Plotkins wiel van zielsgeörienteerde ontwikkeling, het veelgelaagde en subtiele schema van een mensenleven dat voor een stuk dezelfde symboliek aanwendt.

Ik begreep meteen dat ik hiermee zou moeten werken. Ik kon mezelf een cirkel zien aanleggen in het midden van onze woonruimte met vier uitgesproken segementen, voor de seizoenen en levensfasen. Ik kon de gasten in gedachten een plekje zien kiezen langs de rand. Prima, voorlopig.

Die schrijver, dan.
Zijn naam – Daan Van Kampenhout – doet heel waarschijnlijk geen belletje rinkelen. Ik had zelf ook nog nooit van hem gehoord. Hij blijkt een moderne sjamaan (thuisbasis Nederland), die in de leer was bij een traditionele Noord-Amerikaanse meester en het ambacht ondertussen al bijna dertig jaar beoefent. Ik bestelde een boek van hem over sjamanistische rituelen, las het op drie dagen uit en voelde me beter thuis dan ik in lange tijd had gedaan.

Niet elk facet van traditioneel sjamanisme is mijn ding, en ik voel ook geen behoefte om voluit in de beoefening ervan te duiken. Nog niet, in elk geval. Maar er zitten elementen in die mij niet alleen raken omdat ze juist aanvoelen, maar omdat ik ze herken. Ik pas ze in feite al toe, tot op zekere hoogte.

Dus ja, er zou duidelijk ook iets sjamanistisch in die Zielskring gaan zitten.

En terwijl dat alles me duidelijk werd, realiseerde ik me dat ik niet gewoon deel uit zou maken van de cirkel van aanwezigen, maar dat ik degene zou zijn die dat ritueel moest gaan leiden, vanuit het centrum ervan.
Dit was mijn verantwoordelijkheid, de taak die ik op mij genomen had door deze Kring bijeen te roepen. Was ik eerst teruggeschrokken voor al te veel zichtbaarheid, nu zag ik mezelf dat effectief doen.

Web_070 ed cut
(c) KV

Dit hele proces werd interessanter met elke week die verstreek.

En alsof de dingen nog niet snel genoeg evolueerden, kwam er de episode waarbij mijn tong me de schrik van mijn leven bezorgde.

Dit was de Ziel die me op de schouder tikte, zoveel was duidelijk. Ik begreep dat ik aangemaand werd om meer mijn mond open te doen. Dat was geen kleine uitdaging, en terwijl ik zag dat er verschillende facetten aan zaten, realiseerde ik me ook dat de Soul Circle de plaats zou zijn om een aantal ervan in de praktijk te brengen. Ik wist al dat ik het ritueel zou moeten gaan leiden. En ik wilde mensen bedanken om draden te zijn in mijn web. Nu begreep ik ook dat dat wilde zeggen dat ik mijn dankbaarheid jegens hen een voor een zou moeten uitspreken.

Van een uitdaging gesproken.

Dit web is verre van geweven. Ik heb nog twee maanden voor de Zielskring plaatsvindt. Zorgvuldig trek ik de ene na de andere centrale draad. Voorbereiding, besef ik, is cruciaal als je wil dat iets slaagt (of beter: als je het niet wil verknoeien door een gebrek aan logistieke planning). In dat opzicht verschilt een ritueel weinig van een feestje.

Maar behalve dat het mij laat nadenken over in welke hoek van de kamer ik de eettafel parkeer, welke kleuren en symbolen ik ga verbinden aan de seizoenen en welke geschenkjes ik aan wie ga geven, is dit hele proces mij natuurlijk ook weer aan het veranderen.

Deze Zielskring leert mij veel over mijzelf, over degenen die mij dierbaar zijn en over een stukje van iets groters waarin ik binnen geleid word – een draad per keer.

Web_074 ed cut
(c) KV
Advertenties

De eeuwige evenwichtsoefening

Een meditatie voor de equinox

Bergkristal_054
(c) KV

Als je een verhaal leest – elk verhaal, van de platste pulp tot de Heilige Schrift – lijken zwart en wit altijd zo keurig van elkaar te onderscheiden. Zo definitief, met scherpe en heldere contouren.

We worden het een of het ander genoemd, de verdeling verloopt haarscherp. De goden zullen beslissen of we gered dan wel verdoemd worden.

Alleen wie werkelijk durft leven en ademhalen herkent een sprookje als hij er een ziet.

Het perfecte evenwicht tussen licht en donker komt welgeteld twee keer per jaar voor, heel kortstondig, als dag en nacht elkaar omhelzen als de yin en yang die ze bijna nooit zijn.

Alle andere dagen bewegen onze hemelse lichamen onophoudelijk, waarbij ze voorzichtig navigeren langs de gekartelde randen van het leven, zelfs als we proberen om de tijd stil te zetten en ter plaatse ter blijven.

Bergkristal_067 ed
(c) KV

De eeuwige evenwichtsoefening ontbloot schoonheid op de donkerste plaatsen

en licht dat verschijnt uit niets dan zichzelf.

Bergkristal_035
(c) KV

 

Ondergronds

Zaailing #16

Herfstzonnewende

Ondergronds Page1

 

Onder haar oppervlakte weeft de aarde zwijgend een web van wegen. De holten in haar schoot staan met elkaar in verbinding via water, steen of lucht.

De bange mens, op zoek naar beschutting, hoeft zich geen weg naar binnen te graven. Welwillend als ze is, opent ze haar onderaardse domein voor hem.

Diep, in de verste grot, bouwt hij een kamp. De vlammen likken langs de wanden en wekken de geesten. Met houtskool en rode oker tekent de mens zijn dromen om de wanden. Zij zullen hem overleven, en hun woordeloze verhaal gaat door.

Een dans met het leven, en de dood.

 

Ondergronds Page 2Nl
(c) Kirstin Vanlierde & Jurgen Walschot

 

 


ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Spreken in vurige tongen

Het lichaam als metafoor voor het verleggen van focus

L,N&S_032 ed
(c) KV

Als schrijver heb ik een intieme en zeer vervullende relatie met woorden. En als telg van een bloedlijn van leerkrachten en van een familie waar verbale communicatie heel belangrijk werd geacht, is het dan ook geen verrassing dat ik een sterke spreker ben.

Ik geniet van goede gesprekken. Ik zit zelden om woorden verlegen. Als ik verbanden vaststel tussen beslissingen of daden en hun onderliggende emotionele drijfveren, ben ik ook de taal meester om te schetsen wat ik zie, zodat wat onder de oppervlakte ligt zichtbaar en begrijpelijk wordt voor zowel mijzelf als anderen.

Ik dacht eerlijk dat taal en ik geen enkel probleem hadden.
Maar ik had het fout, zo blijkt nu.

Vorige week was er een moment waarop ik dacht dat het leven zoals ik dat kende ten einde was. Bij het tandenpoetsen ontdekte ik een vreemde plek op mijn tong. Het leek op een aft, maar wel twee keer zo groot en pijnloos. Het zag eruit als iets wat daar helemaal niet moest zijn.

Ik haalde mijn echtgenoot erbij. Zijn medische achtergrond komt op momenten als deze goed van pas. In onze zeventien jaar samen heb ik hem nog nooit echt bezorgd gezien om wat voor symptoom dan ook dat ik hem voorlegde, een heel agressieve astma-aanval tien jaar geleden niet te na gesproken. Dat is niet zo vreemd. Medische specialisten zien in de regel dagelijks de ernstigste gevallen; daarom nemen ze meer bescheiden kwalen zelden serieus, hoe lastig die ook mogen zijn voor wie eraan lijdt. Een van de eerste dingen die Christophe me ooit vertelde was de uitdrukking Shoemakers’ wives go barefoot, doctors’ wives die young. Van een romantische start gesproken… Het was een grapje natuurlijk, maar tegelijk was ik wel gewaarschuwd dat ik van hem geen overdreven gepamper moest verwachten.

Dus nu toonde ik hem de plek op mijn tong, nadat ik me verontschuldigd had dat het wel weer twee keer niks zou zijn maar dat ik toch wilde dat hij er even naar keek.

Zijn reactie beangstigde mij. Hij schrok en lachte het niet weg. Integendeel, ik had hem nog nooit zo bezorgd gezien. Hij begon dingen op te zoeken op zijn smartphone, en na tien minuten keek hij me aan met een mengeling van ernst en emotionele hulpeloosheid waar mijn hart even van oversloeg, en zei: “Ik weet niet wat het is. Maar je moet volgens mij zo snel mogelijk naar een specialist.”

Ik heb me jarenlang voorbereid op een moment als dit. Mijn bucket list-huiswerk is al heel lang gemaakt. Dus zelfs al waren Christophe en ik op dat moment allebei lamgeslagen door angst, ik kreeg geen plotselinge openbaring over hoe ik een deel van mijn leven in wacht had gezet en het nu wel eens te laat kon zijn om het nog te beleven. Integendeel, ik wist dat ik precies was waar ik wilde zijn, bezig met precies datgene wat ik wilde doen. Alleen: ik wilde niet dat het nu al stopte. Ik had juist het gevoel dat ik nog maar goed en wel begonnen was.

De volgende ochtend regelde Christophe een consultatie bij een dermatologe in het ziekenhuis waar hij werkt. De vroegst mogelijke afspraak die ze kon geven, was een week later. Dat was snel, gezien de normale wachtlijsten, maar het betekende nog altijd dat ik mij een hele week lang doorheen mijn onzekerheid moest knagen.

De eerste dag na het ontdekken van de plek probeerde ik de wanhoop op afstand te houden door de enige dingen te doen die ik kon: mijn gevoelens de vrije loop laten, ze vervolgens gebruiken als brandstof om te schrijven bij een van de foto’s die Jurgen me wat eerder had bezorgd, en mijn netwerk contacteren voor ondersteuning. Mijn zusje Elin kwam die avond langs, en zij was de perfecte persoon op dat moment.
Je moet weten dat wij allebei getraind zijn in het lezen van het lichaam als metafoor voor diepere, onderliggende processen van hart en ziel. Maar het is altijd moeilijker om die van jezelf te lezen, zeker als het een emotionele en mogelijk levensbedreigende situatie betreft, dus ik was erg blij dat ze voorstelde om langs te komen, en we hadden een inspirerend gesprek.

Wat bedoel ik met ‘het lichaam als metafoor’?

Vaak kan een fysiek symptoom geïnterpreteerd worden als het zichtbare, tastbare aspect van een groter, onderliggend proces waarmee je op een of andere manier bezig bent. Hoewel er een paar grote lijnen zijn die je op weg zetten, bestaat er geen lijstje van fysieke symptomen die overeenkomen met een of andere emotionele of psychologische kwaliteit. Het symptoom als metafoor benaderen betekent tasten naar alle mogelijke associaties of analogieën (zoals ‘wat kun je op dit moment in je leven maar moeilijk verteren?’).
De metafoor verstaan is geen toverstokje voor genezing. Het ontslaat je op geen enkel moment van de plicht om ongezonde gewoontes te veranderen, naar de dokter te gaan of voorgeschreven medicatie te nemen. Het is geen wetenschappelijk systeem en het is zeer persoonlijk en subjectief, maar op een wijze manier gebruikt biedt het veel kennis, en kan het je een wijder beeld geven van je leven, en manieren aanreiken om om te gaan met onderliggende oorzaken of diepere lagen.

Wat was dus de boodschap die er verstopt zat in die enge plek op mijn tong?
Elin had niet lang nodig om de volgende interessante suggestie te doen: ik zou meer moeten praten.

Als je nu denkt dat dat bijzonder stom klinkt, kan ik je geen ongelijk geven. Maar voor mij is het dat bepaald niet.
Ze heeft gelijk. Ik ben al zo lang als ik me kan herinneren ‘op mijn tong aan het bijten’.

Maar schreef ik daarstraks nu juist niet dat ik een goede spreker ben?
Dat is ook zo. Alleen niet over alles.

L,N&S_058 ed

L,N&S_060 ed
(c) KV – Poel, modder en wolken #1 & #2

Kijk even naar de twee foto’s hierboven. In de eerste zie je de externe setting van de poel, de modder en wat rottend organisch materiaal. In de tweede zie je de wolken zoals die verschijnen in diezelfde poel. Beide foto’s werden gemaakt vanop dezelfde plek, met een paar seconden verschil.

Ik oversimplifieer een beetje, maar je zou kunnen zeggen dat ik altijd een zeer vlotte spreker geweest ben in de zin van foto #1. Scherpe randen, concrete werkelijkheid, ook al ging het daarbij vaak over alle vormen van creativiteit en psychologie waarin ik me thuis voel; maar de diepste lagen van mijn zicht en hart bleven verborgen in het water. Ik had het er niet over, en hoopte dat ze op een of andere manier zichtbaar zouden zijn zonder dat ik er de aandacht op hoefde te trekken.
Natuurlijk was dat niet zo.

Een van de noodzakelijke opdrachten bij het werkelijk volwassen worden tot op het punt dat je in staat bent om het werk van de ziel te doen, is volgens dieptepsycholoog en soulcraft-gids Bill Plotkin precies die situaties opzoeken waar oude beschermingsmechanismen je tot nu toe altijd ver vandaan hebben gehouden. Het gaat erom die mechanismen af te leggen en je te begeven in precies datgene waar je bang voor bent.

Met andere woorden: ik moet in mijn leven beginnen doen wat ik in foto #2 gedaan heb: dat diepere, ondergrondse deel ook zichtbaar maken – zelfs als ik daarmee alles wat voordien scherp was misschien vertroebel.

Maar ben ik dat dan eigenlijk niet al een hele tijd aan het doen? Waarover ben ik sinds februari anders non-stop aan het schrijven?

Je geschreven woorden zijn zuiver en helder, knikte Elin. Dat stuk beheers je ondertussen echt, sommige van je zinnen snijden door hart en ziel. Maar dit gaat over méér dan schrijven. Het gaat over uitgroeien tot wie je werkelijk kunt zijn, op alle vlakken. En dat betekent ook je stem gebruiken. Spreken. Zingen. Dingen uitspreken.

Ik had nooit beseft hoe beangstigend ik dit werkelijk vind tot ik de boodschap liet bezinken en voelde hoe waar ze was.
Parels vormen zich rond steentjes of vuil in de oester. Misschien heb ik mij naar muziek en schrijven gewend omdat ik om een of andere reden dingen uitspreken altijd zo vreselijk eng vond.

Het kan gaan om zoiets eenvoudig als zeggen dat je van iemand houdt. Dat je dankbaar bent, of bang. Het kan gaan om zoiets ingewikkelds als mijn spirituele pad beschrijven of vertellen hoe ik de wereld en onze bedoeling daarin oprecht ervaar. Niet in geschreven woorden. Maar luidop, tegen een ander mens.
In elk van die gevallen draait het om het blootleggen van een zeer zacht en kwetsbaar stukje van mijn innerlijke gevoeligheid, zonder pantser of vermomming. Het betekent spot riskeren, afwijzing en oordeel.

Toen Elin die avond naar huis ging, was ik een wijzer mens.
Dit was een uitdaging om u tegen te zeggen, en een dringende op de koop toe. Ongeacht wat die lelijke plek op mijn tong ook zou blijken te zijn, ik wist dat ik een opdracht voor de boeg had.

Ik aanvaardde ze.

Het duurde geen twee dagen voor ik opmerkte dat de plek op mijn tong in sneltempo veranderde van omvang. Ze zag er zeker niet beter uit, maar tegelijk wist ik dat dit in feite goed nieuws was. Geen enkele tumor zou zo snel zo drastisch veranderen van uitzicht. Kanker was meteen zo goed als uitgesloten.

De evolutie zette zich door in de loop van de dagen die volgden. De plek werd steeds groter maar leek tegelijk ook te vervagen. Tegen de tijd dat we een week later bij de dermatoloog zaten, was ze zo goed als verdwenen.

De dokter bevestigde wat we waren beginnen vermoeden: dit was een auto-immuunprobleem, meer bepaald een opstoot van lingua geographica (beter bekend als ‘landkaarttong’), een fenomeen dat ervoor zorgt dat de tong verkleurt en patronen vertoont zoals ik had. De symptomen komen en gaan en gewoonlijk is er niet veel behandeling nodig of mogelijk. Op het internet vind je genoeg leuke foto’s die je eetlust voor de rest van de dag om zeep helpen, maar zoals je je wel kunt voorstellen waren we allebei zeer opgelucht.
Ik verliet de consultatieruimte van de arts met een diep gevoel van dankbaarheid. Ik bedankte mijn lichaam voor zijn helder maar alles bij elkaar goedaardig signaal. Ik zou de uitdaging serieus nemen en mijn angst in de ogen kijken.

En wie weet wat er gebeurt als ik mijn bescherming helemaal afleg, en mijn woorden toesta om vrij te stromen, naar boven borrelend uit een of andere diepere bron?

Wie weet spreek ik op een dag in vurige tongen.

L,N&S_033 ed
(c) KV

De stem van de trom

Op de open plek

Maja tuin_055 ed
(c) KV

Je loopt in een bos. Je probeert erachter te komen waar je bent, maar dat wil niet bijster goed lukken. Je bent al een paar keer gestruikeld in de schemering onder de boomkruinen. Dus volg je wat enigszins lijkt op een pad, zelfs al moet je daarbij soms over rotsblokken klauteren of nu en dan een beek zien over te steken.

Tot je plots op een open plek stoot.
Helder zonlicht, schitterend groen en een onmiddellijk gevoel van herkenning. Je weet waar je bent. Dit is jouw plek, en dit was van in het begin jouw bos.

Op de achtergrond, resonerend tussen de bomen, hoor je de trommels.

Maja tuin_031 ed

Een tijd geleden was ik rusteloos en voelde ik de nood om in een hogere versnelling te schakelen. Geduldig het spoor van broodkruimels volgen en mijn innerlijke paarden de vrije teugel geven om op hun eigen tempo te draven was al wat ik kon doen.

Nu ben ik op de open plek gestoten. En ik kan de trommels horen resoneren op de achtergrond.

Ik heb altijd iets gehad met trommels. Niet in de zin dat ik deug als percussionist, jammer genoeg. Maar een sterk, pulserend ritme kruipt heel diep bij me binnen, en maakt daar iets wakker wat lag te wachten, als een kundalini draak die verwachtingsvol zijn kop opricht.

Het is nog te vroeg om veel te vertellen over wat er in de loop van de laatste paar dagen allemaal gebeurd is. Ik ben nog volop bezig het te verwerken. Ik schrijf er wel over. Ik zing.

En het zou best kunnen dat ik me een trom aanschaf.

Maja tuin_052 ed cut
(c) KV

Pantser

Zaailing #15

Foto of schets, wat moest het worden voor deze Zaailing?

Er gingen wat ideeën over en weer, en als gevolg van mijn laatste blog over de dunne lijn tussen creatief gebruik van andermans materiaal en diefstal veranderden we nog eens van gedacht…

Uiteindelijk maakte Jurgen een versie die ik fantastisch vond, maar die op deze blogpagina niet blijkt te spelen… Hieronder dus de statische, uitgepuurde variant. De andere versie kan je hier bekijken.

 

IMG_7164

 

Pantser Manders

 

6fe18-1cx_jcwixfms4p1euxatp3w

 

 

 

Alle visuals (c) Jurgen Walschot

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

De kunst van creatief hergebruik – of toch maar diefstal?

Hoeveel van andermans kunst mag je gebruiken in die van jezelf?

In deze tijden van digitale kunst en goedkope kopieën van zowat alles, vind ik dat toch nog altijd een netelige vraag, die wortelt op het verraderlijke hellend vlak tussen origineel meesterschap en plagiaat. Ik werd er laatst mee geconfronteerd, toen ik een van Jurgens foto’s wilde gebruiken om de aanzet tot Zaailing te schrijven.

Het was meer bepaald deze foto:

Ik word aangetrokken door de zen-achtige kalmte op deze gebroken gezichten. Ik hou van de breekbaarheid van hun façades, en hoe ze bij elkaar lijken te horen, zelfs al staan ze in feite op een aardige afstand van elkaar in de ruimte. Ik word geraakt door hoe degene die naar ons toe gericht is tegen de ander lijkt aan te leunen, een innigheid die eigenlijk niets meer is dan een optische illusie.

Dit alles wordt versterkt door de hoek van waaruit de foto genomen is, en de manier waarop de kijker binnengezogen wordt in de intimiteit. Hij kan niet ontsnappen aan dit schouwspel van menselijke fragiliteit. Het beetje ademruimte dat hij krijgt, zit in het decor – maar dat versterkt in feite alleen maar het desolate gevoel.

Ik wist meteen dat dit een beeld was waarbij ik wilde schrijven.
Dus dat deed ik.

De tekst werd best goed. Ik was er blij mee, en Jurgen was het er onmiddellijk mee eens dat dit Zaailingmateriaal was.

Super! Alleen… hoe zat het met het feit dat het hier ging om een foto die hij maakte van het werk van een andere kunstenaar? Mark Manders is een Nederlandse kunstenaar die al jaren intrigerend werk maakt. Zijn installatie was deze zomer te zien in Wiels, het zogenaamde ‘absent museum’ in Brussel, en dat is ook waar Jurgen de foto maakte.

Hoeveel van de kracht van dit specifieke beeld komt van Manders’ werk? Hoeveel is anderzijds het resultaat van Jurgens ambacht, zijn fotografisch oog, de onverwachte hoek waaruit de foto gemaakt werd?

(Ter vergelijking: hieronder twee foto’s van dezelfde beelden, gemaakt door Steve Vanhoyweghen.)

WIELS, The absent museum :: Mark Manders, Silent Studio 4/4

WIELS, The absent museum :: Mark Manders, Silent Studio 2/4

Voor alle duidelijkheid: Manders’ installaties spreken mij nog altijd aan als ik deze zie. Maar in schrijven bij deze foto’s heb ik weinig zin.

Eigenlijk is dit niet de eerste Zaailing die we maken waarin andermans kunst figureert. Maar in sommige gevallen werkt een schets of een schilderij directer. Het is duidelijk dat je kijkt naar een originele prent, die eer bewijst aan het werk van Michaelangelo, bijvoorbeeld.

Foto’s zorgen voor een probleem dat we tot nu toe nog niet hadden.

Toen we in februari van start gingen met de Zaailingen, hadden we geen echt systeem. Het kwam er in feite gewoon op neer dan Jurgen mij de digitale versie stuurde van een tekening of schilderij dat hij had gemaakt, en dat ik erbij schreef.

Daar zat een rebels kantje aan: de beelden moesten niet langer ten dienste staan van de tekst. We mikten op een echte wederzijdse samenwerking, waarbij geen van beide ambachten ondergeschikt was aan de andere.

© Jurgen Walschot — beeld voor Zaailing #1 Komorebi

We voelden vanaf de allereerste poging dat het werkte. En naarmate we beter vertrouwd raakten met elkaars stijl, werden sommige van mijn teksten langer of gelaagder, wat Jurgen dan weer aanzette om zijn originele prent bij te werken tot de twee perfect pasten.
Sommige Zaailingen waren een optelsom die even eenvoudig was als 1 + 1 = 3 (altijd 3, nooit 2).
Andere waren langzaam ontluikende, meerlagige projecten die wekenlang over en weer gingen tot we voelden dat ze goed zaten.

En na een tijdje maakte het niet meer uit wie de eerste aanzet stuurde: tekst of prent, we stemden af op de resonantie van de ander en voegden die van onszelf toe.

Er was echter één stap die ik niet wilde zetten, en dat was zelf de beelden kiezen. Jurgen zit al jaren op Instragram en bij sommige van de foto’s die hij daar deelt, valt mijn mond open van ongeloof en bewondering.
Deze lente was het heel aanlokkelijk om een paar van die prenten te kopiëren en daarbij te beginnen schrijven. Ik had ineens zoveel creatieve adem dat ik er niet altijd voldoende uitlaatklep voor had. Maar ik hield mezelf toch tegen. Om een of andere reden was het belangrijk dat de beelden waarmee we aan de slag gingen prenten waren die hij bewust had uitgekozen, met de bedoeling om er samen rond te werken.

Ik begreep niet helemaal zeker waarom ik dat zo aanvoelde, maar ik wist wel dat het geen onnozel detail was. Het had iets te maken met mijn enthousiasme, en het gevaar om me te vergalopperen en op te branden. Als ik de beelden begon te kiezen, riskeerde ik ook dat ik me niet langer afstemde op onze gemeenschappelijke resonantie, maar louter op de mijne.

Dus bleef ik op veilige afstand van zijn verleidelijke Instagramaccount, schreef in plaats daarvan teksten die voor hem konden dienen als springplank, en vroeg hem om meer tekeningen. Aan geen van beide was er gebrek. Mijn voorstel om een Zaailing te planten op elke volle en nieuwe maan leek de lat aanvankelijk ambitieus hoog te leggen, maar we hebben onszelf – of de flow die ons draagt – duidelijk onderschat. In de loop van de afgelopen zeven maanden hebben we er niet alleen zonder mankeren veertien gezaaid (#15 is voor volgende week), we hebben er ook ongeveer nog eens evenveel op reserve. Van een stroom gesproken die niet meer ingedamd wil worden.

Als er iets is wat ik geleerd heb in de loop van dit immer evoluerende creatieve process, dan is het dat wij mee veranderen. Het zit ons als gegoten – past als een handschoen, nietwaar, Jurgen? 🙂 – en terwijl we ons eraan overgeven en meedrijven naar waar het ons ook wil brengen, veranderen we op een spontane, organische manier. En onze werkwijze ook.

parasolbomen cut2
© Jurgen Walschot — Zaailing #12 (detail)

Zaailling #12 (Wachtpost) was een keerpunt, omdat we onze inspiratie haalden bij een en hetzelfde onderwerp (de oude Franse den die we allebei zo mooi vinden), maar ook omdat Jurgen besloot om niet alleen te werken met de schets die hij ervan tekende, maar ook met een collage van alle foto’s die hij er door de jaren heen van had gemaakt. Ik hield erg van het resultaat, en bovendien hadden we plots een Zaailing waarin foto’s een prominente rol speelden.

Toen ik in augustus terug aan het werk ging, trok Jurgen met zijn gezin naar de Zwitserse Alpen, en ik wist dat we een luwe periode tegemoet gingen. Maar we waren ondertussen zo op elkaar ingespeeld dat ik me hier geen moment zorgen over maakte. Bovendien voelde ik dat ik nu klaar was voor de stap waar ik mezelf eerder van had afgehouden: zelf een paar van zijn foto’s uitkiezen, en er bij schrijven. Ik had er vertrouwen in dat onze creatieve resonantie onderhand zo veerkrachtig was dat ik niet langer riskeerde mezelf te hard op te dringen. Bovendien zou het me iets te doen geven in een periode waarvan ik wist dat er geen nieuw materiaal zat aan te komen. Ik polste voor de zekerheid wel even of hij ermee akkoord ging, en dat was zo.

Sommige beelden waren verrassend makkelijk om bij te schrijven. Andere waren zo ongelooflijk straf dat ik vreesde dat mijn woorden ze nooit recht zouden kunnen doen.

© Jurgen Walschot — Seeing Viviane Mayer

Zo heeft deze hierboven me al de nodige kopbrekers gekost. Ik schreef een kladtekst, die ik een week later weer ongeveer helemaal schrapte. De tweede versie komt al dichter in de buurt van wat het moet zijn, maar is nog altijd niet voltooid.

Geen probleem. We hebben alle tijd. Zaailing #15 staat klaar om geplant te worden volgende week, en er zijn er nog meer dan genoeg die met plezier de wereld in willen.

En wat met de foto van Manders’ installatie?
Wacht maar af.

Baarmoederwijsheid

J&A Hamme_019 (2) zw ed
(c) KV

 

Ze staan in het gelid als standbeelden in een overwoekerde galerij,
het midden houdend tussen dode olifanten en houten kariatiden.

Ze herinneren eraan dat het leven robuust is, zelfs in de dood
en dat beschermingen die openscheuren portalen zijn
naar nieuwe dimensies.

Hun wijsheid is die van de baarmoeder, de oudste soort.

 

J&A Hamme_025 zw ed
(c) KV

 

En terwijl wij langzaam uiteenvallen
voelen we telkens weer de hartslag van het licht
dat naar ons reikt, net als wij

onweerstaanbaar haar vlammen zoeken.

 

J&A Hamme_018 zw ed cut
(c) KV

Licht

De ogen van de bedelaarster aan de ingang van het station

Barcelona_029 ed cut
(c) KV – licht stroomt door de glasramen in de Sagrada Familia, Barcelona

Licht is altijd een bron van inspiratie voor mij.
Nee, schrap dat.

Licht is een fysieke ervaring, een zintuiglijk hoogtepunt dat me vervult met iets wat ik niet echt kan benoemen, en wat achteraf altijd weer geuit wil worden, de wereld in. Doorheen woorden, een lied, een emotie.
Gewoonlijk maakt licht mij gelukkig op de fijnste manier.
Soms, echter, stemt het mij droef.

Als ik naar het werk pendel, moet ik overstappen in Brussel-Noord. Mijn eindstation is wat de kinderen het station van dinomuseum noemen. Volwassenen kennen het als een van de stations het dichtst bij het Europees Parlement. Het dichtstbijzijnde metrostation, Maalbeek, was het doelwit van de terroristische aanslag vorig jaar.

Er wordt gewerkt aan dat specifieke spoor. Treinen naar Namen of Luik worden omgeleid op de lange afstand. Daarom stap ik al twee weken af in Brussel-Centraal, om vandaar te voet naar mijn kantoor te lopen, een wandeling van twintig minuten.
Dat is niet echt ver, maar (1) wel bergop, (2) mijn astmalongen zijn niet in topvorm en (3) de luchtkwaliteit van onze hoofdstad is de slechtste van het land. Maar ik vind overvolle bussen en metrostellen nog erger dan uitlaatgassen, dus loop ik toch.

Aan de uitgang waarlangs ik het station verlaat, zit een vrouw. Ze moet een jaar of vijftig zijn. Ze ziet er moe, verwaaid en triest uit. Ze bezet een hoek en houdt een beker vast. Elke voorbijganger begroet ze met dezelfde ‘Bonjour. Merci.’, een zielig, onophoudelijk deuntje terwijl de pendelaars langs haar heen stromen.
Ik werp met plezier een muntje in de openstaande vioolkist van een straatmuzikant, maar met bedelaars weet ik me geen raad. Het wordt moeilijk, na een tijd, om alle menselijke ellende die je ziet in de straten van de hoofdstad nog te verteren. Mijn hart is verscheurd, mijn verstand vertelt me dat ik onmogelijk al die mensen te eten kan geven, en soms deins ik gewoon terug voor hun miserie of hun vijandigheid. Ik voel me een lafaard, en ik ben er waarschijnlijk een, zoals ik me langs hen haast, en probeer hen niet aan te kijken.

Iets aan de vrouw bij de uitgang van Brussel-Centraal was anders. Of misschien was ik die ochtend anders. De roltrap bracht me naar boven en voor een moment waren we op dezelfde ooghoogte. Terwijl ik van de roltrap stapte en naar de uitgang liep, zei ze, zoals tegen iedereen: ‘Bonjour’. Ik glimlachte. ‘Bonjour.’

Het licht in haar ogen.

Ik geloof dat ze gelukkiger was met mijn simpele antwoord dan met wat voor som ik haar ook had toegestopt.
Voor een ogenblik waren we gewoon twee zielen die een oprechte ontmoeting hadden.

Ik heb haar sindsdien nog een aantal keer gezien, zittend op haar plekje waar ik de dag in stap.
Ze herkent me. We glimlachen en groeten elkaar.

Ik geef haar geen geld, maar wel iets anders, geloof ik.
Als de onderhoudswerken aan mijn treinverbinding achter de rug zijn en mijn pendelroutine zich hervat als vanouds, zal ik haar missen.

Bxl city_251 cut
(c) KV – Brussel, Europese wijk