Naar de wortel graven

(c) Inaya photography


Soms moeten we graven naar de wortel
van onszelf: wonden blootleggen, lagen
doorkruisen, almaar dieper boren tot de kern.

Soms moeten we de storm vertrouwen
ons te kraken, los te rukken wat eens
veilig vast verankerd lag in gevangenschap.

Soms mogen we vallen, want wat bloot
komt te liggen aan de wind laat ruimte
voor het ongeziene om te groeien naar het licht.

(c) Inaya photography

ZAAILING #76 – Ongezien

(c) _ama_nesciri_


Of er iets is wat jij kunt doen, vraag je je af, zwijgend kijkend naar haar afstand, bang om de rust te verstoren die dun als stof op het tafelblad ligt en misschien maar tijdelijk is.

Of er iets is wat je zou moeten zeggen om haar te laten opkijken. Maar dan ziet ze jou, en wat moet je met haar blik, haar pijn, haar verre reisverhalen en verledens?

Ongezien blijven, denk je, is een zegen.

Dus laat je haar en liefkoos je haar van ver, maak je de ruimte rondom haar groot genoeg zodat er plaats is voor de stemmen in haar hoofd en de monsters in de muren.

Misschien zou de kou wat draaglijker zijn als iemand haar handen pakte.
Misschien zou jouw verdriet wat kleiner zijn als je kon zeggen dat je geen woorden had. Misschien zou zij glimlachen dat ze niet nodig waren.

Ongezien blijven, denk je, is een keuze.





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

Staande

Blijven staan, het heeft iets van een strijd tegen de elementen. Niet opgeven, je recht houden, wars van invloeden die van alle kanten aan je trekken.

Maar je staande houden hoeft geen gevecht te zijn.

(c) Inaya photography


Ik herinner me de lessen tai chi bij Liu W. S., een Oosterse meester, lang geleden, een man die veel meer in zijn mars had dan ik op dat moment aan kon. Daarmee bedoel ik dat ik toen niet klaar was om een volwaardige leerling te zijn, een novice die de immensiteit van wat hij beheerste werkelijk kon bevatten en klaar was om dat toe te passen. Ik was veel te jong, en veel te onbewust.
Liu was altijd beminnelijk, en vriendelijk. Hij toonde alles wat hij bedoelde door de mannen in de groep aan te raken, nooit de vrouwen. Maar hij was blij met iedereen die naar zijn les kwam. Soms leek hij naïef, grappig zelfs, maar dat was beslist een persoonlijke misvatting van mij, die nog versterkt werd door zijn erbarmelijke Engels.

Ik heb hem ooit met eigen ogen een potige kerel naar de spreekwoordelijke andere kant van de dojo zien katapulteren met niet meer dan een vingerknip, en dat is géén sprookje.

Een stukje van mij heeft nog altijd spijt dat ik niet klaar was om écht van hem te leren. Een ander stuk weet dat de juiste dingen op het juiste moment komen, en dat er niets te betreuren valt. En zelfs mocht ik nooit meer terugkeren naar tai chi, of nooit meer zo’n meester vinden, dat beeld alleen al, van die stevige, goed gegronde jongeman die voorbereid was op een uitval, en die zonder dat hij het zag aankomen opeens meters verder vloog, is genoeg om een leven lang mee te gaan.

(c) Inaya photography


Ik wil het hier eigenlijk niet hebben over waarom die jongeman zich niet staande kon houden. (Of voor wie het toch wil weten, om precies alle redenen waarom ik het toen ook niet zou gekund hebben en de meesten van ons het niet kunnen: niet bewust genoeg, niet genoeg thuis in zijn geest en niet geschoold in hoe die energie eigenlijk werkt in relatie tot zijn lichaam. Het is niet omdat je wil standhouden dat je het ook kúnt. Integendeel, eigenlijk.)
Niks nieuws, niks wat ik daar nu nog aan kan toevoegen.

Weet ik het nu zoveel beter, dan?
Hm.

Waarschijnlijk zou ik, net als die jongeman toen, nog altijd omver gegooid worden door de immense kracht die vrijkomt achter wat er voor buitenstaanders uitziet als niet meer dan een vingerknip. Maar intussen begrijp ik al beter hoe het werkt. Of waarom het werkt. En zo goed als ik kan, probeer ik dat toe te passen in mijn eigen leven.

Neem nu de basispositie van zo’n typische tai chi-oefening, waarbij je stabiel staat met lichtjes gebogen benen, je armen voor je gestrekt. Het is een toestand van zogenaamde rust en balans, maar al heel snel werd duidelijk dat zoiets nooit stilstand betekende. Als je ontspannen wil blijven én geconcentreerd, dan sta je niet stil. Het is integendeel een constant over en weer bewegen, heel zachtjes, een beetje naar voren en dan weer een heel klein beetje terug. Van de hiel naar de tenen, de armen net ietsje hoger of lager om in balans te blijven, zodat je niet voorover leunt of achteruit valt.

Het is moeilijk vol te houden, maar eigenlijk ook heel makkelijk als je er niet tegen vecht. Want dat doen we. We geloven maar al te graag dat we perfect stil zouden moeten kunnen blijven staan. Dat is een tragische grap. Pure stilstand is verstarring. Elke vorm van harmonie daarentegen is dynamisch. Elke vorm van rust is een ademhaling. In en weer uit.

(c) Inaya photography


Het is winter, en ik ben niet op mijn best. Mijn innerlijke wereld is diep, mijn uiterlijke niet zozeer. Ik recupereer van een al te overladen najaar, ik volg de donkere dagen van de winter, ik ben wat ziekjes want mijn fysieke reserves zijn op.

Zo sta ik dus, deze dagen. Nu eens mooi rechtop, dan weer languit met een dekentje in de zetel en de kat en wat microben erbij voor de gezelligheid. Rustig een boek lezen, de mails en deadlines en voorbereidingen en zelfs het huishouden laten voor wat ze zijn.
Nu eens een beetje vooruit, dan weer een beetje achteruit. Niets om je druk over te maken. Je staande houden doe je niet per se door druk bezig te zijn. Soms heeft het meer weg van winterslaap.

De wereld spiegelt die bewegingen. In mijn nabije omgeving staan sommige mensen sterk, diep verankerd in hun kracht. Andere worstelen met veel te zware gewichten, vaak van innerlijke makelij, en worden uitgenodigd door krachten die het veel beter weten dan zij om alles los te laten en nu eindelijk eens languit te gaan liggen.
Beide zijn mooi. Beide zijn nodig. Beide zijn aan de beurt wanneer het hun tijd is.

Ik kijk naar al wat er om mij heen gebeurt, en al wat er in mij gebeurt. Ik verwelkom het inademen, ik aanvaard het uitademen. Samen zorgen ze ervoor dat alles doorgaat.

(c) Inaya photography

ZAAILING #75 – Trek je bek open

(c) Kirstin Vanlierde & Jurgen Walschot



Deze Zaailing kwam tot stand in het kader van de 15e Vlaamse Week tegen Pesten.
Meer info: https://kieskleurtegenpesten.be/de-week/

Een auteurslezing aan de hand van deze affiche? Dat kan! Meer info hier.





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

Hoe dunner, hoe… moeilijker

“Ik zoek een boek voor mijn dochter. Ze is twaalf en ze moet voor school een boek lezen over de Tweede Wereldoorlog. Liefst zo dun mogelijk, want ze leest niet graag.”

Zit je in een leesgroep, werk je in een bib of een boekhandel? Dan heb je dit soort uitspraken vast al tig keer gehoord. Wat een misvatting, denk ik altijd.

Waar halen we in hemelsnaam het idee vandaan dat dunne boeken makkelijker zouden zijn? Leg eens een kortfilm van Michael Roskam naast een drie uur durende blockbuster met superhelden en je hebt meteen door dat de lengte van de film niks zegt over de zwaarte ervan.
Voor boeken is het net zo.


Ik kan me natuurlijk voorstellen dat een kind met zware dyslexie, dat struikelt over elke lettergreep, het zweet voelt uitbreken bij een turf van driehonderd bladzijden. Maar ‘niet graag lezen’ heeft bijna altijd te maken met ‘niet geraakt worden door het verhaal’, en veel minder met struikelen over woorden of de lengte van een tekst.

Het is alsof je een mama hoort zeggen in het restaurant: “Mijn kind is een slechte eter. Dus liever geen kom fruitsla. Doe maar twee spruitjes, dat is minder en dus makkelijker.” Ik betwijfel heel sterk of het kind zo liever zal leren eten.

Lezen is aan de ene kant een vaardigheid (verbale geletterdheid) en aan de andere kant een heel universum toelaten in je hoofd. Als je dat tweede element voldoende cultiveert, door voor te lezen, door kinderen bloot te stellen aan elke mogelijke vorm van verhalen, dan gaan er werelden open en wordt de stap naar zelf lezen stukken kleiner. Het gaat om nieuwe smaken ontdekken. Goesting laten krijgen. Zin voor avontuur, voor informatie en voor betovering laten groeien. Het gaat om de verhalen. Lezen is een zeer verrijkende manier om daar toegang toe te krijgen (ook stukken beter ook voor de hersenen dan film).



Akkoord, we gaan niet van elk kind een veellezer maken, maar dat hoeft ook helemaal niet.

Laten we proberen te beginnen met het keurslijf van het meten en becijferen af te leggen, eens te lachen om AVI-niveaus en kinderen goede verhalen aan te bieden. Voorlezen in de klas, voor het slapengaan (óók als ze zelf al kunnen lezen, het ene versterkt het andere alleen maar), zelf in de zetel gaan zitten met een boek…

Laat kinderen gerust boeken uitproberen die ‘boven hun niveau’ zijn. Als het verhaal hen bijt, houden ze er een fantastische ervaring aan over. De beste boeken die ik las, waren die waarvoor ik net te jong was om ze echt te begrijpen.
Laat kinderen net zo goed plezier beleven aan verhalen die ze geweldig vinden, ook al zuchten wij intussen inwendig dat het weer regenboogkleurige troep is over een zekere muis met een culinaire naam. Het betere werk kan altijd later nog komen.

Schat de keuzes van je kind in op basis van zijn smaak, zijn favoriete onderwerpen, zijn mate van toewijding of koppigheid, zijn schoenmaat desnoods. Alles behalve het aantal bladzijden van een boek.

En aan alle ouders die, hoe liefdevol en goedbedoeld ook, tegen hun kind zeggen: ‘Zou je dat boek wel kiezen, het is zo dik?’, ‘Doe dat maar niet schat, dat is te moeilijk voor jou’, of die omvang nog altijd verwarren met moeilijkheidsgraad, zeg ik bij deze vriendelijk maar beslist: slik je woorden alstublieft in en laat je kind ontdekken waar het zin in heeft. Eens het de smaak van fruit geproefd heeft, eet het de hele kom leeg. Of op zijn minst veel meer dan jij in gedachten had toen je het met de allerbeste bedoelingen twee spruiten bestelde.

Winterslaap

(c) Inaya photography


Daar lijkt het wel op, nietwaar?
Het is al een hele tijd geleden dat ik nog zó weinig schreef. Of toch op deze blog. Maar dat is gewoon hoe de dingen zijn. De oogst het ene jaar is ook de andere niet.

Deze winter trek ik mij bewust terug in mijn hol. Ik krul me op, houd winterslaap. Het is een compensatie voor al wat voorafging. Ik laat me drijven op een stroom die beter dan ik zelf weet waar ik heen moet.

Er zijn weinig woorden op dit moment, en weinig redenen om naar buiten te komen. En dat is prima.

Maar net als in elke andere slaap ben ik niet passief. Ik verwerk dingen van het afgelopen jaar. Ik heb dromen – fijne en andere, die zelfs veel weg hebben van nachtmerries. Ik aanvaard dat er in deze donkere, trage dagen gewoon minder gebeurt, dat ik minder zin heb in actie en dat ik dat ritme ook niet wil bestrijden, eerder bestendigen.

Ik volg de vogels in volle vlucht en ik droom van een luchtruim zonder einde, een plek van oneindige mogelijkheden. Wie weet wat voor blad er binnen een paar maanden uit de botten barst?

Er zijn momenten dat ik me nog eens wil omdraaien in bed en doen alsof de wereld me niet roept. Soms lukt dat, soms wat minder. Als de muizen de waterleiding van de vaatwasser doorknagen en de keuken herscheppen tot een zwembad, bijvoorbeeld.

Maar muizen kun je levend vangen en vervolgens uitzetten in het veld. En de rust keert terug.

Wie weet houd ik dat nog een tijdje vol.

(c) Inaya photography

ZAAILING #74 – Waar rook is


Ongedierte rook je uit, desnoods met harde middelen.

Je glimlacht om de roekeloosheid van de raaf, de koele berekening waarmee hij zijn vleugels spreidt boven de dampen van schoorstenen, de smeulende resten van sigaretten. Handig, zo’n bondgenoot, zeg je mij, om je te bevrijden van gewriemel tussen je veren dat daar niet thuishoort, van venijn dat bijt en steekt, parasieten die veel meer plaats innemen dan ze zouden mogen. Raven zijn slim. Ze gebruiken wat voorhanden is. En wij geven ze volop munitie.

Is er iets wat nu toekijkt van op grote hoogte, naar die elegante blauwe bol in het onmetelijke luchtruim, en glimlacht? Is er iets wat de koele berekening kan appreciëren van de planeet om haar vleugels te spreiden boven de gloeiende aarde, de hete winden, de verdroogde grond? Eén vonk is genoeg.
Handig, zo’n bondgenoot, om zich te bevrijden van het gewriemel op haar huid dat daar niet thuishoort, van venijn dat kapt en graaft, van parasieten die veel meer verwoesten dan ze zouden mogen.
De planeet is slim. Ze gebruikt wat voorhanden is. En wij hebben haar volop munitie gegeven.

Ongedierte rook je uit, desnoods met harde middelen.



Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is waar-rook-is-klein.jpg
(c) Jurgen Walschot




ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

ZAAILING #73 – Zo zie je het licht beter


‘Is het mijn verbeelding, of zijn de nachten de laatste tijd veel langer dan de dagen?’
Robin en Reya zitten tussen de wortels van Yggdrasil, de majestueuze naaldboom die de hele bibliotheek van Mendel overschaduwt. De avondschemer trekt lange, donkere sporen tussen de boekenrekken.
‘Toen je hier aankwam, was het nog zomer’, knikt Reya. ‘In de serres merken we daar weinig van, maar intussen is het buiten winter. Misschien is het zelfs al Kerstmis.’
‘Kers-wat?’
Reya kijkt toe hoe Robin langzaam de pagina’s omdraait van het oude boek dat ze voor hem uit het rek heeft gehaald. De kaft is gevlekt en een beetje rafelig. Op de kaft staat Jul – maar dat kan hij niet lezen.
‘Mensen waren vroeger bang van het donker’, vertelt ze. ‘Dat de dagen in de winter altijd maar korter werden, joeg hen angst aan. Misschien zou er uiteindelijk helemaal geen dag meer overblijven, alleen maar nacht. Maar gelukkig gaat het niet zo. Op een bepaald moment, na het allerdonkerste midden van de winter, komt het licht beetje bij beetje weer terug. Dat wilden ze vieren.’
Robin staart naar afbeeldingen van landschappen vol sneeuw onder koude nachthemels, vreugdevuren met lachende kinderen eromheen, groene takken vol slingers, kaarsen en sterren.
‘Kaarsen in de bomen! Wat een fantastisch idee.’
Reya haalt de schouders op. ‘Er zal er vast nu en dan wel een in brand gevlogen zijn. Maar ze bleven het doen.’
‘Waarom gebruikten ze alleen maar naaldbomen?’
‘Dat zijn de enige die groen blijven in de winter.’
Robin blikt omhoog naar de kruin van Yggdrasil, die in het schemerdonker niet meer groen maar zwart is. ‘Dat hangt ervan af.’
‘Kijk’, wijst Reya, ‘dit vind ik leuke prenten.’
Over de pagina’s huppelt een goedgemutste kabouter in warme groene kleren, met een paar rendieren en een vracht aan pakjes in zijn kielzog. Op sommige prenten is hij geen kabouter maar een grote man, met een stevige baard en een brede lach.
Robin bladert door, naar bladzijden van rijkelijk gedekte tafels, vrolijke gezichten aan de maaltijd, gesuikerde appels als dessert en het uitpakken van geschenken.
‘Het ziet er gezellig uit, Kerstmis.’
Helemaal aan het eind is er ook een tekening met daarop iets wat lijkt op drie berooide vluchtelingen, twee volwassenen en een zuigeling, in het hooi van een schuurtje.
‘Wie zijn dat?’
Reya haalt de schouders op. ‘Die mochten zeker niet meedoen. Je hebt overal vervelende mensen.’
Plots veert Robin op. ‘Zullen we beslissen dat het vandaag Kerstmis is en Yggdrasil versieren? Dat is toch een naaldboom?’
Reya gaapt hem aan maar begint dan te lachen. ‘Ja! Met slingers en appels en…’
‘En ik kan misschien wel wat gloeiende steentjes aan elkaar rijgen om tussen de takken te vlechten.’
‘Dat lijkt me niet veel veiliger dan kaarsen.’
‘Doe niet zo flauw.’
‘Die boom is enorm. Waar vinden we alles wat we nodig hebben?’
‘We hoeven hem toch niet helemaal te versieren? Een klein stukje is genoeg. We zijn maar met ons twee, niet met een heel dorp.’
‘Mendel is er ook nog.’
Robin knikt. ‘Denk je dat hij dit een goed idee zou vinden?’
Reya haalt de schouders op. ‘We vragen het hem als we klaar zijn.’



Versieringen bij elkaar zoeken lukt beter dan Reya had gedacht. De serres zijn gul aan ronde vruchten en taaie lianen. Rozenbottels en knalgele plukjes mos zijn net zo mooi als kerstballen of lampjes en in sommige van Mendels oude voorraadkasten liggen spullen die hij al een eeuwigheid niet meer gebruikt en waarvan ze slingers kunnen knutselen. Robin komt terug met een vrachtje kiezels die hij aan elkaar rijgt met ijzerdraad en een kabel die volgens hem écht geen vlam kan vatten.
Als ze alles voorbereid hebben, moeten ze er ook nog mee naar boven. De onderste takken van Yggdrasil zitten vreselijk hoog, maar Reya en Robin weten intussen hoe ze vanop het bovenbalkon van de bibliotheek op een laaghangende tak kunnen raken.
Maar als ze er eenmaal staan, een wankel evenwicht zoekend op de ruige bast met zware tassen vol materiaal over hun schouders, voelt Reya haar maag tot helemaal onderaan in haar buik zakken.
‘Het is pikkedonker in de boom.’
Robin grijnst. ‘Prima.’
‘Hoezo, prima?’
‘Zo zie je het licht juist beter.’
Reya voelt vingers om haar hand, Robins warme greep die haar omhoog trekt.
‘Wacht maar af.’

(c) Jurgen Walschot


Wil je de Zaailing graag helemaal opgemaakt in Mendel-stijl lezen? Klik hier.




ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

Het so(m)bere seizoen

(c) Inaya photography


Dit is een seizoen van soberheid. De bomen zijn uitgekleed, de dagen zijn spaarzaam met hun licht. Alleen de belangrijke dingen spreken nog, omdat alleen het belangrijke zich nog toont.

(c) Inaya photography


Dit is ook wel een seizoen van somberheid.
Kerst in Fauch, noem ik de reeks foto’s die ik deze week op Instagram en Facebook zet, omdat we de eerste week van het winterverlof bij mijn ouders doorbrengen. Maar dit jaar zal ik geen kerst vieren. Niet omdat we niet met familie aan tafel zitten, niet omdat we de feestdagen overslaan, maar omdat het niet genoeg wintert om het gevoel op te roepen dat voor mij bij Kerstmis hoort.
Twintig jaar geleden lag de sneeuw natuurlijk ook al niet elke winter metersdik, maar ten laatste midden november waren de bomen bladvrij en het was een lange, koude, kale maand in aanloop naar de feestdagen. Midwinter voelde als – effectief – het midden van de winter. Nu is de herfst pas goed voorbij. Het mag dan wel donker zijn, daar hoort wat mij betreft nog niet al te veel glühwein bij.

(c) Inaya photography

De winkelcentra staan vol nepkerstbomen en overal klinkt belletjesmuziek, maar dat is geen troost. Ik betreur het gebrek aan diepe wintersfeer, zoals ik veel betreur aan de manier waarop de zaken zich de laatste jaren steeds duidelijker aan het ontwikkelen zijn. Alleen de commercie en de stemmingmakerij draaien op volle toeren. We leven in tijden waarin licht en donker nog nooit zo sterk gepolariseerd waren, aan welke kant van het kleurenspectrum je je ook bevindt.

Ook in onze families houden we het, alsof het zo afgesproken is, dit jaar erg sober. Geen uitpuilende stapels cadeautjes onder enorme kerstbomen. Een paar kaarsen en een helpende hand bij het eten zullen ruimschoots volstaan.

(c) Inaya photography


Ik keer mij naar de natuur en laat alles los wat mij niet meer dient. Oude ideeën rijp om te vergaan, hardnekkig krappe patronen die langzaam barsten als bolsters om af te werpen. Kerstmis zelf ook, desnoods, of toch zoals ik daar warme herinneringen aan koester uit mijn kindertijd.

Ik graaf me in tussen het mos en de zwammen, ik word stil als de lucht tussen het web van wachtende takken.
De dagen zijn, hoe onmerkbaar ook, alweer aan het lengen.

(c) Inaya photography