De troebele bron die we zijn

Light & drops_125 ed klein
(c) KV

 

wat kunnen we anders zijn dan
kwetsbaar
eerlijk als een druppel water of een
gepolijst stuk steen

vanuit onze diepten spiegelen we de ander
en tonen we onszelf
als de troebele bron die we zijn

Advertenties

De stroomversnellingen bedwingen – of mee drijven met de rivier

Twee manieren van reizen langs de onverwachte wateren van het leven

Ik zit in een kajak op een bergrivier en het gaat aan een halsbrekende snelheid. De rivier weet waar hij heen stroomt, en ik vaar mee, min of meer meester van mijn boot.
Ik kreeg al wat golven over me heen, waarvan een paar recht in mijn gezicht, en één keer dacht ik dat ik om zou slaan. Maar ik ben niet verdronken – nog niet.

Ik ben niet echt bang. Ik heb genoeg ervaring om de boot te kunnen laten omrollen terwijl ik er nog in zit en zowat meteen weer boven te komen. Natuurlijk kijk ik niet uit naar zo’n moment, laat staan dat ik erop aanstuur, en ik kan alleen maar hopen dat ik met mijn hoofd niet tegen een rots sla.

Maar ik voel dat er stroomversnellingen aankomen, en aan de snelheid waarmee we gaan, zullen die er zeer snel zijn. Ik hoop dat ik mijn bootje er veilig doorheen krijg, zonder al te veel averij.

 

Dat was het gevoel dat ik onlangs had. En het voelde zeer echt aan.
De laatste maanden is mijn reis een evenwichtsoefening geweest van de meer precaire soort: schitterend zolang het goed gaat, maar van een intensiteit die vroeg of laat bijna onvermijdelijk leidt tot een valpartij.

Dat is geen verrassing. De laatste weken is mij de ene stapsteen na de andere aangereikt. Professioneel, muzikaal, emotioneel, spiritueel. Ik heb er geen flauw idee van waar dit pad mij heen brengt, maar ik weet dat ik het loop en dat ik het alleen maar kan volgen.

Maar dat voorgevoel van naderende stroomversnellingen, en de intensiteit van deze dolle rit, die bevallen mij veel minder. Niet omdat ik niet van de opwinding houd, maar omdat ik heel goed weet dat ik dit aan een dergelijk tempo niet allemaal in goede banen kan blijven leiden.

 

Kingley Vale_109 klein
(c) KV

 

En toen was er een beeld dat mijn redding was.

Om van het redactiekantoor in Brussel terug naar huis te keren, spoor ik naar het dichtstbijzijnde treinstation. Dan volgt er nog een fietstochtje van een half uur. In dit jaargetijde betekent dat doorgaans fietsen in het donker. Dat vind ik niet erg, mijn fiets is goed verlicht en ik draag de nodige reflecterende kleding. In het donker een pad volgen waarvan je telkens maar een paar meter ziet, heeft iets van meditatie.

Op mijn route ligt een brug over Schelde. Die is op dat punt, bij Dendermonde, ongeveer honderd meter breed, wijd genoeg om van een stroom te spreken, en niet meer van een rivier.
Toen ik de brug een paar dagen geleden overstak, wierp ik een blik op de Schelde in het donker. De lucht was bijna nachtzwart, en de rivier, van op mijn hoogte gezien vol zachte rimpels, was nauwelijks te onderscheiden tussen twee oevers die nog net iets donkerder waren.

Maar precies op dat moment kon ik de immense aanwezigheid voelen. De wijdsheid, en de kalmte. En iets diep vanbinnen in mij werd wakker en zei: houd dat beeld vast.

De Schelde is geen rivier die je zonder boot kunt oversteken, tenzij je je leven moe bent. De stromingen zijn sterk en verraderlijk. Het is een kracht waar je rekening mee moet houden, die dag en nacht enorme watermassa’s naar de Noordzee stuwt.
Maar er zijn geen stroomversnellingen.

Dit, besefte ik, kon mij redden van de verdrinkingsdood in de tumultueuze bergrivier waar ik naar mijn gevoel op had gezeten: het beeld van deze brede stroom, met een diepe en onweerstaanbare stroming, maar op een of andere manier toch zachter.

 

Ik buig mijn hoofd.
Ik pak mijn roeispanen weer beet.
En ik ben klaar om te gaan waar de stoom me heen zal voeren.

 

Kingley Vale_158 klein
(c) KV

 

Voor minder ga ik niet

Stralend herfst_015 ed cut klein
(c) KV

De angst om het bij het verkeerde eind te hebben.
De angst om iets slechts te doen.
De angst om te eindigen aan de foute kant van de geschiedenis, van het leven, van Hemel of Hel.
De angst dat sommige dingen nooit meer ongedaan kunnen worden gemaakt en je zullen achtervolgen tot het einde der tijden, leven na leven, tot een of andere persoonlijkheid die toevallig de jouwe is ze in de ogen kijkt en vergeeft.

Kracht is gevaarlijk. Je hanteert ze zo goed als je kan, maar struikelen is zo gebeurd.

Middeleeuwse boeken hebben het over de Ars Moriendi, de Kunst van het Sterven. Ze schetsen de stervende mens in zijn laatste weken, wanneer hij bezocht wordt door de duivel in zijn vele gedaanten. Alle menselijke angsten en verlangens komen aan bod (onze voorouders waren geen onnozelaars!): tijd willen kopen, onze geliefden en aardse bezittingen niet willen loslaten, de angst voor het oordeel – wat voor mens zijn we geweest? Maar de laatste verzoeking is de meest verraderlijke.

Als diepe, wijze zielen konden weerstaan aan alle eerdere verlokkingen, fluisterde de duivel hen in het oor: jij bent speciaal. Je hebt jezelf verheven boven elk van mijn listen, zo krachtig en uitzonderlijk ben jij!
Dat is de ultieme verleiding, en de gevaarlijkste: de illusie van macht. Op een of andere manier bijzonder zijn, uitverkoren of verheven boven de massa.
Van ego gesproken.

Ik schouder nogal wat bagage die te maken heeft met die laatste verzoeking. Ik herken ze. Ik kijk ze in de ogen, nodig ze uit om op het mooie kussentje te komen zitten dat ik heb klaargelegd, en ik wil ze begrijpen. Wat er in grote lijnen op neerkomt dat ik mijn pantsers afleg, en mezelf zo kwetsbaar toon als ik diep vanbinnen weet dat ik ben.

Ik voel dat er een kracht in mij leeft die zich niet meer laat ontkennen. Tegelijk weet ik dat ik voorzichtig moet zijn. Ik heb vroeger dingen kapotgemaakt. Die weg wil ik niet meer inslaan, niet dit keer.

Stralend herfst_025 ed cut klein.jpg
(c) KV

Het enige wat je op het juiste spoor houdt, is de bescheidenheid die komt in het kielzog van de liefde. Die van jezelf, en die van anderen. En ik ben gezegend, in het verleden maar net zo goed heel recent, met mensen die zowat onaangekondigd in mijn leven verschenen zijn en recht door me heen blijken te kunnen kijken. Ik zie ze graag, en dat het gevoel is zo sterk dat er soms tranen bij horen. Ik voel, tot in mijn botten, hoe hun liefde mijn kant op stroomt. Het is diep verrijkend, en zorgt er tegelijk voor dat ik me heel nederig voel.

Terwijl ik stilaan een nieuw terrein betreed – ik voel het, maar ik snap er nog niet de helft van, laat staan dat ik weet waar ik heen ga – stappen ze naar voren uit de schaduwen om aan mijn zijde te staan. En ik loop mijn stuk van de weg, om mijn plaats in te nemen aan die van hen – dit is op elk vlak een wederzijds proces. Oude zielen zijn het, met zuivere harten en een verbijsterende capaciteit om te zien.

Ik voel me gezegend. Zou ik ooit een kompas nodig hebben, dan krijg ik bij deze de geruststelling, en niet één keer maar telkens opnieuw, dat ze er zijn, hier en nu, aan mijn zijde. Ze verschenen op precies het juiste moment.

Ik zal hen eer aandoen. Dat ben ik niet alleen mezelf verschuldigd, maar ook hen.
Voor minder ga ik niet.

Stralend herfst_022 klein
(c) KV

 

Licht dat schijnt

Light & drops_044 ed cut
(c) KV

 

It’s only dark because you’ve invested your light in the old, schrijft Jonas Ellison in een recente blog waarin hij het heeft over zijn persoonlijke ervaring met de Donkere Nacht van de Ziel. Hij beschrijft die als de overgangsperiode tussen een oude fase en een nieuwe, waarbij het oude al afgeworpen maar het nieuwe nog niet gearriveerd is en alles dus onzeker aanvoelt. Klinkt behoorlijk hard als Bill Plotkins cocon, als je het mij vraagt.

Hoe dan ook, ik voel wel wat voor Ellisons benadering, en die ene zin vond ik bijzonder treffend. Het is duidelijk: als je je licht blijft gebruiken om de dingen te belichten die je ontgroeid bent, je verleden en je oude zelf, dan gaat er niets de andere kant op, en blijven de uitdagingen en zegeningen van het nieuwe pad, de nieuwe fase, volledig in het duister.
Daarom is het onbekende vaak ook zo beangstigend. We zijn er niet erg goed in om gewoon in het nu te zijn, in het vagevuur (zelfs al is dat maar tijdelijk) en ons licht vooruit te schijnen – en niet veel verder te raken dan onze voeten, want de dikke mist van onzekerheid blokkeert elk uitzicht.

Of we zouden kunnen stoppen met wat dan ook te willen belichten, en het licht toestaan om ons te vinden, terwijl we dapper voort lopen doorheen de mist waarachter een nieuwe dageraad ons wacht.

En wanneer het ons dan vindt, zal het recht door ons heen stralen, prachtig en helder. Dat zal het moment zijn waarop we weten dat een heel nieuwe dag aangebroken is.

 

Light & drops_043 cut klein
(c) KV

Praten met de duivel

Waarom onze demonen doodmaken ons geen beter mens maakt – integendeel

Yamie Fort_091 ed klein
(c) KV

 

Goed en kwaad zijn concepten waar ik al heel lang mee worstel. Mijn hele leven, denk ik.

Als jongere voelde ik me aangetrokken tot sommige van de meer duistere personages in verhalen. Tegelijk probeerde ik degenen die me afstootten aardig te vinden, of op zijn minst toch te begrijpen. Niemand, vond ik, werd met een slechte inborst geboren. Iedereen, in het echte leven en in boeken, kwam met een eigen verhaal, en hun beslissingen of gedrag moesten hun oorsprong vinden in eerdere ervaringen.

Zoals zovelen van ons hier in het Westen werden mijn opvattingen lange tijd beïnvloed door het christendom. In deze traditie zit het idee dat het goede uiteindelijk het kwade overwint er diep ingebakken. Hoewel ik in de regel streef naar meer harmonie en heelheid in mijzelf, sta ik intussen huiverig tegenover deze archetypische tweespalt waarbij de helft van het spectrum een vijand zou zijn die niet zozeer gerespecteerd of weerstaan moet worden, maar wel totaal vernietigd.

Ik vrees dat hier een van onze grootste misverstanden speelt.

Begrijp me niet verkeerd. Dit is geen pleidooi voor geweld of haat, voor liefdeloze ouders, sadistische leraren, genadeloze dictators of zieke geesten van wat voor allure dan ook. Ik geloof oprecht dat we allemaal beter af zijn als we ons gelukkig en gezond voelen, en onszelf en elkaar respecteren en graag zien.
Alleen denken we dat we een aantal dingen moeten vernietigen om dat punt te bereiken.

Jaren geleden volgde mijn moeder een opleiding rond persoonlijke ontwikkeling waar ze heel veel van opstak. Hoewel ik die bewuste cursus zelf niet ging volgen, plukte ik wel de vruchten van de ideeën die ze mee naar huis bracht. Een daarvan was het concept van ‘the Judge’.

We kennen hem allemaal. Sommigen noemen hem misschien de Innerlijke Criticus, anderen zien hem (of haar) als een ouder, een vroegere leerkracht, een bang of boos stuk van henzelf. Het is dat kleine, zeurende stemmetje in ons achterhoofd dat overal kritiek op heeft en ons er mentaal van langs geeft omdat we niet goed genoeg, dapper genoeg, sterk genoeg, mooi genoeg zijn, vergeleken met een of andere onhaalbare maatstaf.

Mama’s leraar in de opleiding zei haar: ‘Kill the f*cking Judge’. Hoewel hij helemaal gelijk had dat naar die innerlijke litanie luisteren en geloven wat ze zegt niets waardevols bijdraagt en ons alleen maar diep ongelukkig maakt, verlieten we in onze familie algauw zijn concrete aanpak. In plaats daarvan benaderde mijn moeder haar Judge op een andere manier. Ze kocht een snoezig kussentje, en stelde dat tentoon in de woonkamer als een decoratief element op een bijzettafeltje, een plek waar je het absoluut niet kon verwarren met iets om op te gaan zitten. Dit was de plek waar haar Judge zich mocht ontspannen en uitrusten, telkens als hij zijn opwachting maakte. In plaats van uit alle macht te proberen hem te doden, stond ze hem een adempauze toe en zei dat hij zich daar lekker mocht nestelen.

Ik hou van die tweede aanpak. Hoe makkelijk (of moeilijk) het ook is om onze angsten, fouten en innerlijke demonen onder ogen te zien, ik kan getuigen dat ze met mildheid benaderen een veel dieper en lonender traject is dan ze proberen uit te roeien. Ze zijn een deel van ons, en vaak hebben ze ons ook op een of andere manier geholpen, door ons te beschermen, te waarschuwen of ervoor te zorgen dat we twee keer nadachten. Vaak hadden ze helemaal niet de bedoeling de hinderlijke klieren te worden die ze nu zijn. Soms duwden we ze diep weg omdat we niet naar ze wilden kijken, en in het donker voedden ze zich met al wat ze konden vinden en groeiden uit tot iets kwaadaardigs en angstaanjagends, terwijl ze eigenlijk nog altijd hunkerden naar onze liefde en begrip.

Je heelt jezelf niet door de stukken van jezelf dood te maken die je niet aanstaan. Je vindt heelheid door goed naar ze te kijken en mild voor ze te zijn.

Hetzelfde geldt voor elk gevecht tussen het zogenaamde Goed en Kwaad.

 

Yamie Fort_069 ed klein
(c) KV

 

Het behoeft geen discussie dat sommige gedachten en daden ethisch mooier of gezonder zijn dan andere. We kunnen evenmin ontkennen dat sommige daden moreel verwerpelijk zijn en zorgen voor veel lijden. Maar door ze te behandelen als iets wat uitgeroeid moet worden, voeden we alleen hun verdedigingsmechanismen. En als we vasthouden aan onze missie om ze te vernietigen, worden we geen beter mens maar de koude, harteloze, onverzoenlijke versie van onszelf. In plaats daarvan zouden we beter op zoek gaan naar een mooi kussen.

En wanneer onze angsten en fouten, onze verborgen of minder fraaie aspecten en alles wat we verafschuwen aan onszelf of de wereld daar dan plaatsnemen, omdat we ze hebben uitgenodigd en ze voelen aan dat we te vertrouwen zijn, dan moeten we ook de moed hebben om ze in de ogen te kijken en een gesprek te beginnen.

Sporen

Zaailing #19

 

Het leven, weet hij, trekt sporen voor wie ze kan volgen.
En dat is hoe hij leeft: zonder halt te houden.

De monotonie van onderweg zijn went. Maar telkens als hij achterom kijkt, vreest hij aanstormende lichten. Zijn reflexen zijn getraind om inderhaast uit de weg te springen. Voor je het weet, heeft het verleden je ingehaald en dendert het als een trein over je heen. Wie zich laat verleiden om stil te staan, strandt in het beste geval in een tussenstation.

Zoals zij.

 

Londen 2017 1
(c) Jurgen Walschot

 

Natuurlijk is hij niet op haar toe gestapt. Wie een schim is in zijn eigen leven weet dat er niet zoiets als houvast bestaat. Hij stelt zich tevreden met toekijken van op een afstandje. Een gestolen moment.

Zou het fijn zijn om naast haar te zitten, daar op die bank, en oprecht te geloven dat er straks een trein stopt, met deuren die vanzelf opengaan om hen binnen te laten?
Hij ziet het zichzelf bijna doen. Hij ziet haar zelfs opkijken en glimlachen, met donkere, glanzende ogen.

Ze laat hem twijfelen. Iets aan haar klopt niet met zijn verhaal. Is ze echt gestrand? Haar pad lijkt meer berusting te kennen dan het zijne, wie weet zelfs een gelukkig einde. Hij gunt het haar.
Hij wil er niet komen spoken.

Hij leest de grijnzende letters op het scherm. Hij heeft geen bestemming maar het is tijd om te gaan.
Een laatste blik over zijn schouder, voor hij zich laat meevoeren langs de gesyncopeerde lijn van licht, verder de nacht in.

Zo wil hij het zich herinneren, de volgende keer als hij achterom kijkt.
Een tussenstation dat heel even voelde als een thuis.
Haar schoonheid, in een tafereel dat seconden lang stilstond terwijl de tijd, voorbij razend als een verduisterde trein, hen ongemoeid liet.

 

 


ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

 

Komen en gaan met de golven

Kingley Vale_150
(c) KV

 

De seizoenen komen en gaan als de golven. Ze brengen nieuwe getijden en wassen alles weg wat daarvoor kwam.

Ik heb geworsteld met de herfst dit jaar, omdat ik de zomer op een of andere manier gaande wilde houden, de zoete, niet aflatende stroom van creativiteit, de pulserende kracht van al wat wilde bloeien.

Maar de herfst is, net als eb of de onderhuidse invloed van de maan, niet te weerstaan. Ik heb de kracht van de zomer uit mijn lijf voelen vloeien, als zand dat tussen mijn vingers vandaan glipte, pluimpjes die weggeblazen werden van mijn handpalm.
Ik kan niets anders dan ze laten gaan.

Terwijl ik me voorbereid op de Soul Circle later deze maand, doorloop ik cycli van loslaten en vernieuwen.
Oude angst, ballast van levens geleden – echt of niet, maakt het uit? zo voelt het alvast – werkt zich naar de oppervlakte om erkend te worden, begrepen en eindelijk afgelegd. Sommige stukken ervan zijn moeilijk onder ogen te zien – maar zijn niet alle angsten en mislukkingen dat? Andere delen zijn rijp en voldragen, en ik verwelkom andermaal het afwerpen van oud lagen huid.

Tezelfdertijd maken nieuwe dingen hun opwachting. Ik heb het gevoel dat ik mijn eerste stappen zet op een pad dat ik wil lopen, al heb ik geen idee waar het heen gaat.

 

Trom_003 ed klein
(c) KV

 

 

Ja, de trom heeft er wat mee te maken. Ik koos hem uit een aardig aanbod van frame drums in een winkel die goed aangeschreven stond en niet teleurstelde. Er was veel keus in formaat en uitzicht, maar ik heb ondertussen genoeg ervaring om te weten dat je zoiets alleen beslist op klank. Hoe mooi een instrument er ook uitziet, je moet vooral telkens weer omhuld willen zijn door de resonantie ervan, want anders heeft wat je doet totaal geen zin. Ik had nooit verwacht dat ik zou gaan voor eentje met de pels nog op het slagvlak, maar toch wel dus. Het leven is blijkbaar nog niet klaar met verrassingen uitdelen. En ik merk dat ik die haren eigenlijk heel prettig vind. Ze zorgen ervoor dat de trom levender aanvoelt, en brengen tegelijk een zachtheid mee die ik ben gaan appreciëren. De klank is er niet minder krachtig om. Zachte dingen reiken soms juist nog dieper.

In de afgelopen weken hebben mijn handen deze nieuwe vriend verkend (ik gebruik de stokken nauwelijks). Hij roept geesten en schaduwen op, en de diepe, woordeloze aantrekkingskracht van winters boven de poolcirkel. Maar hij zou me op een dag net zo goed kunnen meenemen naar de dampende regenwouden. Ook prima.

Ik kan niet te ver vooruitkijken, nu. In de duistere dagen eigen aan de herfst en de winter is er vooral ruimte voor introspectie, en de warmte van huis, haard en hartsgezellen.

En de ene golf na de andere die komt aanrollen, mij met zich meeneemt, en me weer aan land brengt.

 

Kingley Vale_166

 

Mama kronen

Een reis naar de wortels van Oude Wijsheid

Kingley Vale_359
(c) KV – De toegang tot Kingley Vale

Na de diepe, vervullende fases van een leven in dienst van de ziel, zegt ecopsycholoog Bill Plotkin, bereikt de persoon die de roep van de ziel hoorde als Zwerver, die haar leven er als Leerling ten van dienste stelde en die de wereld het beste van haar talenten schonk in de hoedanigheid van Meester, het punt waarop ze overgaat naar het stadium van Oude Wijsheid.

Op dat moment begint het leven minder te draaien om Doen en maken, en meer om Zijn, voeden en inspireren.
Wanneer de jongvolwassene zich, geraakt door de roep van haar ziel, terugtrekt in een metaforische cocon en oversteekt naar de spirituele helft van het leven, dan gaat ze in Plotkins woorden door een proces van Zielsinitiatie. Ze voelt een verhaal, een krachtig beeld, de aantrekkingskracht van iets wat sterker is en dieper gaat dan haar ego of persoonlijkheid alleen, en ze voelt zich geroepen om zich ten dienste te stellen daarvan. Zielsinitiatie markeert het begin van de magische helft van het leven.

Een gelijkaardige monumentale overgang vindt plaats wanneer de bezielde volwassene de fase van Oude Wijze bereikt. Plotkin noemt dit de ‘Crowning’, een prachtige samentrekking van de Engelse woorden ‘crone’ (oude vrouw) and ‘crown’ (kroon), en verbindt zo meteen de charmes van hoge leeftijd en het waardige, bijna koninklijke van vergevorderde geestelijke evolutie.

Mijn moeder vierde afgelopen december haar zeventigste verjaardag. Mijn zus en ik wilden iets speciaals en symbolisch doen met haar, dus we besloten haar mee te nemen op een verrassingsreisje naar Engeland. We wilden niet alleen haar verjaardag vieren, maar ook haar overgang naar de status van Oude Wijze.

Onze moeder is een mooie, wijze en grappige vrouw met een hart groot genoeg om de hele planeet en iedereen erop te omarmen. En op sommige momenten in haar leven is dat ook precies wat ze gedaan heeft. Ons huis was altijd een haven voor mensen om te landen: voor het avondeten, voor een nacht, voor een paar jaar. Haar regenboogkinderen, noemden we ze. Sommigen waren zo oud als wij, een paar waren ouder, de meesten jonger. Ze hield van ze en vertroetelde ze en hielp ze hun leven weer op de rails krijgen als dat was wat ze nodig hadden.

Haar dagen van oeverloze zorg zijn nu enigszins voorbij. Te veel artrose en andere (godzijdank goedaardige) ouderdomskwaaltjes hebben een halt toegeroepen aan haar onafgebroken rondrennen en verzorgen – hoewel ze er soms nog wel eens in vervalt en de fysieke gevolgen achteraf voor lief neemt.

Maar tegelijkertijd is ze wijzer geworden. We hebben dezelfde opleidingen gevolgd en veel ervaringen gedeeld in de loop van de jaren, en zij is de eerste om aan iedereen te vertellen wat voor sterke vrouwen haar dochters geworden zijn, maar wij weten dat dat maar de helft van het verhaal is. Mama kan je aankijken, peilen tot diep in je ziel en naar boven komen met informatie waar je heel stil van wordt omdat ze zo ontzettend juist is. Ik heb er niets mee te maken, zegt ze, ik geef maar door wat ze mij ‘daarboven’ vertellen. Dat is geen valse bescheidenheid. Maar bescheiden zijn betekent soms ook dat je jezelf onterecht niet voldoende waardeert. Dus wilden we mama’s wijsheid vieren, haar diepe ervaring, en natuurlijk ook gewoon het feit dat ze onze moeder is.

Mama is een makkelijke persoon om te verrassen. Ze laat zich meevoeren op de stroom en vraagt zich niet te veel af. Ze is opgetogen als blijkt dat ze iets niet zag aankomen, en verwelkomt alles wat haar kant op komt – behalve misschien de tegenliggers in een land waar mensen links rijden. Omdat we reisden met onze eigen wagen, was de passagier vooraan degene die al het aankomend verkeer op zich zag afkomen. Na twee uur op de Engelse wegen ruilde mams haar plek met plezier voor eentje op de achterbank.

Kingley Vale_081
(c) KV – Storm bij The Seven Sisters

Onze eerste stop was Beachy Head, waar we uitkeken over The Seven Sisters, de adembenemende krijtkliffen van de Engelse zuidkust. Het weer was stormachtig en subliem.

Het was de perfect plek om je verbonden te weten met de elementen. We zaten met ons drieën ongestoord op een bank, en stemden ons af op wat de wind en de zee ons wilden vertellen. We luisterden naar wat gezegd werd: over onszelf, voor de ander. We deelden de boodschappen. Toen lieten we al het oude dat mocht losgelaten worden gaan, in de wind, of met de golven.

We reden door tot in West-Sussex naar the Hamblin Trust, het domein waar we twee nachten zouden verblijven in een van hun knusse chalets. Ik dwaalde door de tuin in het schemerlicht van de vallende avond, en de volgende ochtend.

Na het ontbijt hadden we maar tien minuutjes nodig tot aan de plek die de eigenlijke bestemming van deze hele trip was: Kingley Vale, waar in een bosje-in-een-bos The Watchers staan, de oudste taxusbomen ter wereld. Een aantal van deze knoestige reuzen zijn tweeduizend jaar oud. Waar konden we mama’s Crowning beter vieren?

Maar het bleek toch een beetje een uitdaging. Bij de eerste oude taxus die mama zag toen we wat dieper het bos in gingen, maakte ze bijna rechtsomkeert. Hij zag er dreigend uit, vond ze, en er hing iets donkers en gevaarlijks omheen.

Grappig genoeg was dit een boom die mij heel erg aansprak. Ik liep er naartoe om hem aan te raken, en voelde onmiddellijk hoe een diepe warmte door mijn buik ging. Mams keek huiverend toe van op een afstandje.

Toegegeven, taxussen zien er op het eerste gezicht niet erg knuffelbaar uit. In hun jeugd zijn ze op hun best elegant, maar met hun donkere stammen en naalden van een donkergroen dat soms meer wegheeft van zwart, zijn ze nogal sombere verschijningen. Hun felrode bessen fleuren het geheel misschien wat op, maar gezien het feit dat zowat elk onderdeel van de taxus dodelijk giftig is voor de mens, is dat toch maar een karig soelaas. Zoals elke zeer oude boom wordt een oude taxus knoestig, bobbelig en verwrongen, met takken die alle kanten op gaan en dode stompen die nog uitsteken. We stonden dus niet meteen oog in oog met een grote lieve omaboom, maar eerder met iets wat leek op een kruising tussen een norse oude olifant en een tentakelig monster uit een of andere horrorfilm.

Tot je ze aanraakt.

Kingley Vale_399.JPG
(c) KV

Taxussen voelen zacht onder je handen, en als je een beetje gevoelig bent voor bomen, dan is een ontmoeting met oude reuzen als deze echt wel bijzonder.

Het vroeg wat overredingskracht, maar uiteindelijk wilde mama er wel een aanraken.

Vanaf dan begon het makkelijker te gaan, hoewel het nog even duurde vooraleer mama een boom gevonden had waar ze echt een band mee voelde. Pas toen lukte het beter om de diepe, krachtige schoonheid van de ouderdom te voelen doorheen de donkere, sombere verschijning. De zon maakte nu en dan haar opwachting – dat hielp ook. (Het Engelse weer deed al wat het kon om zijn wispelturigheid te bewijzen: we schakelden op twee uur tijd drie keer van dreigende wolken naar stortbuien naar stralende blauwe hemel. Het gezegde ‘if you don’t like the weather, wait five minutes’ bleek een stevig feit.)

Na een uur van wandelen, zitten, aanraken en voelen, keerden we terug naar de ingang van het bos. Daar vonden we ‘mijn’ boom terug.
Mama was verbaasd dat ze hem eerder zo eng had gevonden. Ik van mijn kant begreep precies waarom hij voor mij zo goed werkte: oud genoeg om indrukwekkend te zijn, met een massieve stam en kroon, maar nog niet zo verweerd als zijn stokoude verwanten. En zijn plek: aan de rand, als een wachtpost op de grens tussen werelden.

Dat past bij mij.

In de namiddag na die wandeling hadden we voor mama een aromatherapie-massage geboekt bij een lieve dame waarnaar ze later verwees als haar ‘petemoei’.
We aten heerlijke Indische curry in een nabijgelegen restaurant, en namen de volgende ochtend afscheid van the Hamblin Trust.

We stopten nog bij het haventje van Bosham voor een paar cadeautjes en souvenirs uit het Arts and Crafts center (ik kocht een heerlijke cape voor alledaags gebruik, en ik kreeg een andere die ik voor het eerst zal aantrekken op de Soul Circle als geschenk van mijn zus). We lunchten in het Breeze Cafe, met een mooi zicht op de zee-inham waar het opkomend tij niet alleen naar goede gewoonte de promenade onder water zette, maar ook het busje van een nietsvermoedende kayakker, die bij zijn terugkeer duidelijk niet gerekend had op zo’n maritiem enthousiasme.

Kingley Vale_618.JPG
(c) KV – Bosham bij hoog water

Je onderschat de kracht van het vrouwelijke element maar beter niet, denk ik zo…

Onze drie moeder-en-dochter dagen hebben ons zacht gezegd een hap magie gegeven om op terug te kijken.

Ware Kleuren

Koyo
Zaailing #18

 

Koyo NL.jpg

 

Ware kleuren
Koyo

Het moment komt, dat weten we.
Maar tussen weten en leven ligt een wereld.

Want wat zijn we hongerig. We snellen zonder nadenken door de lente en stromen mee met de zomer. We groeien en bloeien, we dragen vrucht. We zuigen ons verlangend vol met licht, zwellen als fruit tot we barsten van het sap.

We gaan door zolang het kan. Want elke ochtend komt de zon op, een dag is kort en in onze gedachten wanen we ons stil onsterfelijk.

De eerste tekenen verschijnen schoorvoetend. Maar er komt altijd een punt waarop vol niet voller kan, en groei knarsend tot stilstand komt.
Je kunt niet blijven inademen.

De boom weet  waar hij naartoe moet met zijn kostbare kracht eens de winter nadert. De tijd van groen en groei is voorbij. Voorzichtig trekt zijn sapstroom zich terug uit nerf, steel en tak.
Langzaam toont de boom zijn ware kleuren. En hij weet ook wat hij opgeeft als hij dat doet.

Wij zijn de enigen die verrast worden.
Er was nog zoveel wat we wilden doen, wilden zeggen, wilden voelen, wilden ophouden te verbergen.

We tonen onszelf pas echt als we geen andere kant meer op kunnen. Alsof we niet eerder dan in de confrontatie met een onafwendbaar einde – van een fase, een liefde, een leven – durven onszelf te tooien met dit soort kwetsbaarheid.
Als we onszelf afleggen, tonen ook wij onze ware kleuren.

Welke kleur heeft overgave, vraag je mij.
De mooiste.

 

Koyo (Jap.): het verkleuren van herfstbladeren aan de bomen

 

 


ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein