ZAAILING #68 – Praten in sporen

(c) Jurgen Walschot


Een Zaailing met wat uitleg erbij – omdat het zo’n leuk concept is!
En het hoeft niet altijd de schrijver te zijn die de dingen uitlegt… Zo schrijft Jurgen het op zijn blog:

“Al jaren is oktober gelinkt aan tekenen. Acties zoals #inktober trokken wel mijn aandacht maar stootten me ergens ook af. Dit jaar voegde Kunstwerkt er nog een online tekenchallenge aan toe: A Paper / A Day en daagde iedereen uit om een maand lang te tekenen. ‘Af en toe of elke dag’.
Als tekenleraar op Sint-Lukas vraag ik de leerlingen om dit een schooljaar lang te doen. Elke dag een schets, krabbel, tekening, studie… betere training om te leren tekenen bestaat er volgens mij niet. Dit jaar nodigde ik hen ook uit om deel te nemen aan #apaperaday19 en hun werk te delen. En met mijn voorbeeldfunctie in het achterhoofd flapte ik eruit dat ik ook zou meedoen. (Er verder geen rekening mee gehouden dat ik een drukke maand tegemoet ging, met twee boekvoorstellingen, workshops, lezingen, verjaren…) Ik riep op om uit onze comfortzone te komen en een maand lang eens iets anders uit te proberen en dit te delen met ‘de wereld’. Als onderwerp koos ik de planten waarmee ik me thuis omring: A PLANT / A DAY. Ondertussen zitten we al aan dag 13 en mits wat stunt- en vliegwerk ben ik erin geslaagd om elke dag een pagina te posten via mijn Instagrampagina.”



Als Jurgen origineel en uitdagend materiaal produceert, over een thema dat mij heel dierbaar is nog wel, dan gaat mijn pen natuurlijk jeuken. Dus…

“Vanaf dag 1 van de tekenchallenge volgde Kirstin de tekeningen en liet haar schrijfpen op de tekeningen los. Uit al deze fragmenten heeft ze de 68e zaailingtekst gedistilleerd.”

Ik ben van plan om het vol te houden tot en met de laatste dag. Het is fijn schrijven in brokjes, fragmenten en motieven. Het is een leuke uitdaging thema’s en beelden te laten terugkeren op andere manieren, net zoals Jurgen dat in zijn beelden doet.



En (niet zo) stiekem hoop ik dat we met die hele reeks nog iets leuks kunnen doen eens ze af is. De titel van de cyclus ligt nu al vast, en het is ook de titel van de Zaailing deze week: Praten in sporen. Dat is behalve een leuke woordspeling op Jurgens collagetechniek én de voortplantingswijze van varens, zwammen en schimmels ook een verwijzing naar een passage uit het magistrale Benedenwereld van Robert MacFarlane, over het belang om de natuur en onze plaats daarin met heel andere ogen te gaan zien én beschrijven…

Praten in sporen

toon me je snippers
laat mij je breuklijnen lezen
en de gekartelde randen van je angsten

we snijden vensters uit
op verleden en verlangen
blikken terug naar iets beters
dan de beduimelde bladzijde
van het hier en nu

maar hier en nu is wat we zijn
een veeg, een droom, een vergif

de nacht brengt dromen in vergeten talen
kringen die zich teder herhalen
als een voornemen of een val

op arme grond beperkt
de schade zichzelf

wat kunnen wij anders dan praten
in sporen, een stuntelige afdruk laten
van koffievlek of ongeluk, de echo
van een beeld dat ons achtervolgt

ik laat jou langzaam wortelen
dag na dag de bodem aftasten
met aarzelende aanzetten
doen alsof je alleen uit blad bestaat





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

De diepere stroming


Er was een tijd, in mijn tienerjaren en late puberteit, dat ik woorden vond tekortschieten om de omvang te vatten van wat ik voelde. Binnen in mij waren er oceanen van stroming die ontsnapten aan elke vorm van beschrijving. Ze waren niet noodzakelijk amoureus getint of zelfs maar stormachtig, ze waren voornamelijk diep. En hoezeer ik ook genoot van schrijven, woorden bleken onmachtig ze te capteren.
In die dagen keerde ik me naar de piano om een stem (of eerder: een klank) te geven aan al wat zich wel liet voelen maar niet liet uitspreken.

Ik heb de muziek nooit vaarwel gezegd, hoewel ik ideeën over een professionele muzikale carrière lang geleden al opborg. Woorden, verhalen, taal, ze zijn mijn roeping en mijn diepste liefde. En intussen ben ik een schrijver en redacteur die weet waar ze staat.

Maar de liefde voor diep waargenomen maar onbenoembare dingen heeft mij ook nooit verlaten. Vandaar mijn fascinatie voor beelden. Van de natuur, meer dan van wat ook.
Mijn relatie tot taal heeft zich in de loop van de jaren versterkt en verfijnd, zowel professioneel als persoonlijk. Maar een gevoel van spreidstand houdt daarmee gelijke tred. Ik begeef mij tegelijk steeds dieper in dat domein dat geen woorden nodig heeft en zelfs geen taal tolereert.


Wat mijn aandacht trekt, zijn wortels, verbindingen, stengels, takken, bladeren, stromen, stroming. Sterrenstelsels, deel van deze wereld of niet, die zich uitrekken en weer inkrimpen, telkens opnieuw. De gelijkenissen tussen alle levende vormen. De stroom die door alles, dood of levend, heen spoelt. De ademhaling van het universum.

Ik snap dat dat voor veel mensen erg ver afstaat van hun dagelijkse bezigheden, die kleine maar zo belangrijke vreugdes en verdrietjes van hun leven. En ik bedoel dat niet kleinerend. We bewonen allemaal een verhaal dat met ons resoneert, en zoals in elk gezond ecosysteem is er ruimte voor allen. Mijn persoonlijke perspectief blijkt gewoon nogal sjamanistisch te zijn, dat is alles. Ik voel mij het meest thuis aan de rand van de menselijke samenleving. Mijn loyaliteit ligt, vrees ik, niet bij de mens.

Het verhaal dat ik bewoon heeft meer te maken met atomen en sterrenstelsels dan met samenlevingen. Ik ben geen kluizenaar en koester een aantal mensen in mijn directe omgeving, maar een ander stuk van mij aanvaardt dat ieder van ons weinig meer is dan sterrenstof in een tijdelijke verschijning, op weg van de ene vorm van fysieke manifestatie naar een volgende. Het enige wat we zeker kunnen weten, is dat alles in de kosmos constant verandert maar dat niks ooit verloren gaat.

Zoiets is dus navigeren in een ingewikkelde matrix van materie en energie waarin de contouren van het menselijk leven weinig meer zijn dan een laagje vernis. Die contouren zijn wel handig om te functioneren binnen de wetten van maatschappij en zwaartekracht, maar vanuit het groter perspectief bekeken zijn ze op geen enkele manier essentieel.


De reis die ik onderneem, is verre van voltooid. Ik hoop dat de woorden mijn bondgenoten zullen blijven op dit pad dat ik aanvoel als het mijne. Om nu en dan iets over mijn avonturen en inzichten te kunnen vertellen, als dat wenselijk is. Maar ik zal ze niet forceren. Ik hoop dat ook beelden en wie weet zelfs muziek eveneens mijn bondgenoten zullen blijven, om een gezicht of een stem te geven aan datgene wat ik niet langer kan beschrijven.

En als er uiteindelijk toch alleen maar stilte wil overblijven, de centrale as van een leven dat resoneert met schoonheid en verbondenheid, wie ben ik dan om te klagen?

De diepere stromingen hebben immers hun eigen manieren om verhalen te weven.

(c) Inaya photography, alle foto’s genomen in Plantentuin Meise en op de tentoonstelling met werk van Antony Gormley in de Royal Academy of Arts, Londen

ZAAILING #66 – De magiër // ZAAILING #67 – De belofte van licht

Twee keer Londen // twee keer kunst // twee meditaties over ruimte en tijd
(c) Jurgen Walschot




Zaailing #66 – De magiër

(c) Jurgen Walschot


Ze noemen het de grote verdwijntruc, maar hij weet wel beter.

Het is geen kunst om één te worden met de stad, op te gaan in het decor van voort deinende massa’s, statige straten, roerloze monumenten. Al wat je nodig hebt, is een matig talent in camouflage en het verlangen jezelf te verliezen. Voor je het weet, merkt niemand je meer op.

Wie zelf niet gezien wordt, observeert beter.

De sluiers van de tijd zijn dun. Hij kijkt toe hoe ze langslopen, een voor een, op weg naar iets waarvan ze denken dat het ertoe doet. Glaswand of tralies, tussenstation of eindbestemming, ze wanen zich altijd wel ergens thuis.

Hij gaat nergens heen. Dit is zijn territorium, de uitsnede die hij zichzelf heeft bemeten. Boten zullen langsdrijven, de somberste wolken zullen de wedstrijd met de torens over wie het hoogste kan reiken onveranderd winnen. Om hem heen verandert de wereld, maar hij blijft dezelfde.

Magiërs hebben flair, dat weten we al lang. Heksen werden verbrand voor minder, maar dat waren dan ook vrouwen.

De avond valt. Goedkeurend kijkt hij toe hoe de stad zichzelf optrekt, steen voor steen, tot het bolwerk dat hij is.




Zaailing #67 – De belofte van licht



ooit was ik er bang van
maar intussen heb ik geleerd
duister heeft altijd een deur

misschien niet meer
dan een glinstering, een belofte
van vergulde dromen buiten elk bereik

maar beweging lijkt de regel
zelfs de moederschoot perst
en spuwt haar kinderen uit

we haasten ons naar de uitgang
volgens sommigen is dat
waar het leven begint

ik wuif de dierbare schimmen na
laat mij het duister maar
en de belofte van licht







ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Humus

(c) Inaya photography


Het is je misschien opgevallen, maar ik post de laatste tijd weinig blogs. Dat verrast mij zelf een beetje, want ik kom uit een periode waarin ik zowat elke week wel minstens één online tekst schreef.

Is de inspiratie op?
Nee, ik zie en voel en denk nog altijd evenveel als vroeger. Misschien zou je kunnen zeggen dat de woorden op zijn, maar dat klopt ook niet. Integendeel.

Wat wel zo is, is dat ik alleen iets online zet als de woorden zelf dwingend aangeven dat ze naar buiten willen. En op dit moment willen ze dat precies niet zo. Het hoeft niet.

Er is nochtans veel aan het gebeuren in de wereld, we staan niet alleen op het kantelpunt van de herfst, maar ook op het kantelpunt van een tijdperk. Soms overspoelt het mij en kan ik het nauwelijks bevatten. Ik ben bang, ik ben hoopvol, ik ben kwaad. Soms neem ik er afstand van, pak het boek waarin ik bezig ben en mijn kop thee, kijk naar de bomen voor mijn raam en denk: ooit zijn we allemaal humus, en dat is goed.

Laat mij maar wortelen, als een luchtplant, in de ruimte waar ik ben. Laat mij maar zwijgend door het raam staren en de wereld om mij heen zien bloeien, verwelken, vallen, veranderen.

(c) Inaya photography

ZAAILING #65 – Het diepste punt

(c) Jurgen Walschot


Verdriet zinkt naar het diepste punt
zoals schatten dat doen
herinneringen waarvan we nog niet
weten of we ze wel willen bewaren.
Wat ons raakt, doorboort ons
en precies die wonde wordt de plek
van waaruit we groeien
omhelzen als we durven
en alles wat vooraf kwam
stralend in de schaduw laten.







ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Versteende tijd

(c) Inaya photography


Het schooljaar is begonnen en alles voelt als herfst, ook al gaf de zon nog volop warmte. Maar het ruikt anders, buiten, en de manier waarop het licht valt, spreekt al volop over de equinox. Binnenkort zijn dag en nacht weer perfect even lang – heel even. En dan begint de opmars van steeds donkerder ochtenden en avonden.

In ons huis morst de zon kwistig met haar licht, gefilterd doorheen de takken van de bomen voor het raam. Dat levert een poëtisch schimmenspel op van wiegend en bewegend licht. De vormen zijn meestal abstract, en daarom eens zo mooi.

(c) Inaya photography

Precies in deze dagen merk je ook hoe snel de zon eigenlijk opschuift langs de hemel. Intussen weet ik dat ik niet nog even mijn kop koffie moet opdrinken of dat hoofdstuk moet uitlezen als ik een mooie schaduw-en-lichtcompositie zie op het behang. Ervaring heeft me geleerd dat ik NU mijn fototoestel moet pakken, want over minder dan twee minuten is wat ik zo mooi vind alweer weg, de schaduwen verschoven, het licht gefilterd door andere bladeren, aan een andere tak misschien, uit een net iets andere hoek.

Schoonheid is vluchtig. Misschien is dat precies een van de redenen waarom we ervan houden.

Eén schaduw trok vanmorgen in het bijzonder mijn aandacht: het afgetekende profiel van een dennenappel in een schaal met fossielen, genesteld tegen de boog van een ammonietafdruk.
Zij aan zij lagen ze, het zaad voor de toekomst en het geologische geheugen van een tijdperk zo ver van ons verwijderd dat ons verstand het niet eens kan bevatten. Versteende tijd en gestolde hoop.

Het zonlicht, in dat ene moment van gratie, verlichtte beide.

(c) Inaya photography

ZAAILING #64 – Als de regen valt



Als de regen valt

Hoe het landschap langzaam zachter wordt
onder waardig ruisende welvingen, hoe de kleuren
leeglopen tot grijs, de contouren smelten.

Hoe mijn lijf zingend tot leven komt
en mijn zintuigen schreeuwen ik leef
dronken van vochtig donker, doordrongen

van hars en hout en mos en modder.
Hoe de verticale roffel mijn blik met lichte vingers
neerwaarts dwingt, naar de bodem

en de minitatuurmondingen van rivieren
op een steeds riskanter pad. De regen
moedigt niet aan om naar boven te kijken

maar misschien wel om te aanvaarden
wat in hulpeloze schoonheid wegstroomt
als een tedere voorbode van wat ons wacht.

(c) Jurgen Walschot




ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Wat een tussenstation…

Hoe ‘De serres van Mendel’ ontstond – deel #5 (slot)



Hier lees je:
– Deel #1 – Tête bêche en carte blanche : hoe het allemaal begon
– Deel #2 – Een ‘fijn projectje tussendoor’ : hoe het eerste scheutje kon groeien
-Deel #3 – Zîchtbaar, met of zonder schulp : waarin twee boekenmakers steeds meer uit hun schulp komen
– Deel #4 – Dubbele lens, dubbele pen : van solitair werken naar samen creëren



Dus vertelden onze hoofdpersonages het verhaal samen, net zoals wij samen het boek maakten. En dat lukte fantastisch.

Na de residentie ontwikkelden Jurgen en ik, nog veel meer dan daarvoor, een constante en open communicatielijn. Beelden en teksten gingen ook voordien al met de regelmaat van de klok tussen ons over en weer, voor de Zaailingen bijvoorbeeld. Nu kwam daar nog een heleboel bij dat viel onder de categorie ‘bruikbaar voor Mendel’. We brainstormden bij momenten digitaal, we stuurden de ander alles waar we aan dachten of wat onze aandacht trok.

Natuurlijk werkten we niet alleen maar aan dat boek. STROOM, de Zaailingen, de Boekenbeurs, andere boekprojecten, lesgeven, journalistiek werk, gezinsleven… Het kwam er allemaal bij en tussen. Maar dat gaf niet. De lijn stond open en bleef openstaan, we legden de spreekwoordelijke hoorn gewoon niet meer op de haak.

Bij momenten, als het schrijven van mijn kant goed vlotte en Jurgen tegelijk aan het tekenen was, voelde het dankzij die digitale communicatielijn over de fysieke afstand van half Vlaanderen heen een beetje als opnieuw in Zweden zijn: de ander laten meekijken naar jouw stuk van het proces, in real time, voelen dat wat je maakt veel zonder veel uitleg resoneert en begrepen wordt. Woord en beeld in elkaar voelen klikken. Er bestaat, wat mij betreft, niets fijners.


We hadden gekozen om De serres van Mendel toe te vertrouwen aan uitgeverij Van Halewijck omdat we de indruk hadden dat hun visie voor dit boek zowel inhoudelijk als vormelijk het meest op onze golflengte zat. Voor onze residentie hadden we al twee constructieve vergaderingen met de uitgever, en in de maanden die erop volgden, bleken we echt wel met ons gat in de boter gevallen. Niet alleen gingen alle contractuele en financiële afspraken super vlot, ook artistiek was vertrouwen de norm.
Mijn volledig uitgewerkte tekst was een schot in de roos, ik hoefde nergens meer grondig aan te gaan sleutelen. Jurgens voorstel voor vormgeving van het binnenwerk werd ook positief onthaald. We mochten alle registers opentrekken: een ongewoon formaat, hardcover, kleurenpagina’s van begin tot einde, alles bij elkaar een kleine 150 bladzijden. Een volledig geïllustreerde jeugdroman…

Iedereen die in het boekenvak werkt, weet hoe vermoeiend correcties en laatste loodjes kunnen zijn. Er kroop nog een heleboel tijd en werk in de vormgeving, temeer omdat Jurgen had besloten om te gaan voor een overvloed aan visuele details. Op elke pagina is er minstens iets te zien wat aansluit bij of een meerwaarde betekent voor de tekst. Maar de hele redactie verliep erg vlot en consequent, de correcties waren minimaal.

En dan gaat een mens dromen van de boekvoorstelling… Eigenlijk waren we dat al heel lang aan het doen. Wie de met wijn bevloeide mindmap in de vorige blogs aandachtig bekijkt, ziet daar al het woord ‘Meise’ opduiken. Er zitten nogal wat details van de serres van Plantentuin Meise verwerkt in Mendel. Het is natuurlijk niet de enige serre waarop we ons baseerden en de omvang van het koepelcomplex waar Reya woont, is vele malen groter dan die van welke plantentuin dan ook. Maar we koesterden al van heel vroeg de stille hoop dat we het boek misschien wel dáár zouden mogen voorstellen.

We deelden ons idee met de mensen van de uitgeverij. En zij gingen er achteraan. Nog meer gat en boter: ons idee werd in een handomdraai gerealiseerd. Plots hadden we niet een maar twéé organisaties die in ons boek geloofden en met ons mee dachten om er een meer dan memorabele lancering van te maken.

Om organisatorische redenen valt die feestelijke Meisedag pas op 20 oktober. Dat is dus nog even verlangend aftellen. Maar deze week gingen de eerste exemplaren van De serres van Mendel al in de boekhandel over de toonbank. Het is er echt.


Het postpakket met auteursexemplaren uitpakken, had een onwerkelijk aura, alsof het nog niet helemaal ‘waar’ was. En drie jaar hechte samenwerking met een beeldenmaker laten hun sporen na. Mijn eerste blikken waren vooral angstig-kritisch: was de druk kwalitatief in orde? Zaten de kleuren goed? Op papier is alles toch altijd nog nét ietsje anders dan op een scherm. Maar ik zag al snel: het resultaat mocht er zijn. En met elke nieuwe dag die voorbij gaat, word ik blijer.

Terwijl ik dit schrijf, ligt het boek op mijn werktafel. Ik kan het vastpakken, er in bladeren, er aan ruiken (dat deed ik nooit eerder met een boek maar nu wel). Elke keer opnieuw word ik er gelukkig van. Dit boek is alles wat het moest zijn en kon worden. En meer.

De serres van Mendel is het resultaat van veel meer dan een samenwerking. Het is ook geen eindpunt, maar een tussenstation op een lange, totaal onverwachte en onwaarschijnlijk mooie weg. Maar wat een tussenstation. Hier wil ik wel eventjes halt houden om te genieten van het uitzicht.

Jurgen, als dierbare compagnon de route, staat natuurlijk naast mij in dat beeld. We hoeven niets te zeggen, samen genieten van het uitzicht is genoeg. Wat je deelt, gaat zoveel dieper. En wat hebben we veel om dankbaar voor te zijn.






In september 2019 verschijnt bij Van Halewyck ‘De serres van Mendel’, een jeugdroman (10+) in woord en beeld, een gemeenschappelijk project van Kirstin Vanlierde en Jurgen Walschot.
In aanloop naar de publicatie verschijnt er elke maand een blog over hoe dit boek ontstond.

Een kwestie van perspectief #2

Het universum omhelzen

(c) Inaya photography

Als luchtbellen in donker water, aangedreven door een onzichtbare kracht, wentelen werelden om elkaar heen in wat wij het heelal noemen. Dat heelal deint uit. Of het een uiterste punt heeft, weten we niet. Mogelijk krimpt het op een dag weer in, en zuigt het alle wervelende materie, van meteoriet tot supernova, van sterrenstof tot zwart gat, weer naar zich toe, om steeds dichter en hechter samen te drukken en samen te smelten. Het is niet eens onrealistisch om te veronderstellen dat de Big Bang zichzelf om de zoveel miljoenen eeuwen herhaalt.

Ik heb bij dit denkbeeld altijd aan een ademhaling moeten denken.
Alles, werkelijk alles in de levende wereld, van het allerkleinste tot het onmetelijk grootste, werkt volgens dezelfde wetten: fractale expansie en implosie, groeien en krimpen, verbranden en transformeren, ontvouwen en terugplooien. Het is van een onwaarschijnlijke en vooral een waanzinnig simpele schoonheid.

In die enorme zwarte uitdijende oceaan vol luchtbellen is er eentje die wij intiem kennen omdat we erop leven: een ademende groene planeet, bevolkt met ontelbaar veel organismen. Een van die organismen is het menselijk ras. En van die miljarden mensen, zijn jij en ik een uniek, minuscuul, exemplaar.

(c) Inaya photography

Hoe langer je erover nadenkt, hoe onbevattelijker het wordt. Of hoe tastbaarder, misschien. Maar meer dan ooit verankert het ons, kleine mens, als weinig meer dan onbenullig sprankeltje stof in een onmetelijk universum.

Ik vind dat een prachtig idee, ik voel hoe diep het in mij resoneert. Want hoe minuscuul ook, wij zijn gemaakt van dezelfde stof als de sterren en alles om ons heen in dat enorme, ademende heelal. Dat is een fysiek feit, maar het voelt ook spiritueel, bijna religieus.

De katholieke liturgie stelt dat de mens God niet kan kennen omdat hij fundamenteel anders zou zijn dan wij. Ik heb me altijd tegen dat idee verzet, zelfs als kind, zelfs nog voor ik precies begreep wat er bedoeld werd of hoe het christendom ontstond als spirituele maar vooral politieke stroming. Het klopte niet voor mij, het voelde anders. Ik had altijd de diepe overtuiging dat er een diepe verbinding liep tussen ons en de schepper van het universum, dat wij een deel van hem/haar/het waren en dat er helemaal geen scheiding bestond.

De fysica lijkt me gelijk te geven. En de bron van alle leven hoeft voor mij geen menselijk gezicht te hebben, integendeel. Ik weet mij veel makkelijker verbonden met een alles doordringend energieveld dan met een of ander superbrein. Menselijke verhalen zijn per definitie veel te klein bemeten om de immense rijkdom van het bestaan te vatten. Wat ons en alles in het universum verbindt, is dezelfde levenskracht als waar varens zichzelf uit optrekken, waar bomen uit groeien, embryo’s hun cellen uit delen en planeten hun momentum in vinden om te wentelen.

Rest ons nog een laatste, praktische kwestie, bijna als een voetnoot: wat met de betekenis van ons eigen leven? Dat oplichtende speldenprikje, een vuurvliegje onder de Melkweg dat één keer oplicht en vervolgens verdwijnt?
Het is alles wat we hebben, en voor ons is het, begrijpelijk, van het allergrootste belang. Maar met al het bovenstaande in gedachten wacht ons zacht gezegd een oefening in bescheidenheid.

Bescheidenheid hoeft natuurlijk nog geen zinloosheid te zijn. We mogen dan onooglijk klein zijn in het perspectief van het universum dat zich uitstrekt voorbij elk mogelijk referentiepunt, dit leven, hier en nu, is waar we liefst iets van willen maken. En tijd is relatief, dat is een van de inzichten die Einstein ons gaf. We meten ze af aan onze eigen referentiepunten, zo zitten we in elkaar. En zelfs de eendagsvlieg leeft een volwaardig bestaan in minder dan een etmaal.

(c) Inaya photography

Waar dit spoor eindigt – in de oneindige leegte tussen de sterren misschien, tussen de diepste wortels van een mammoetboom, of in het kleinste alledaagse gebaar naar iemand die ik liefheb – is mij niet duidelijk. En het is ook niet belangrijk. Want alles, hoe je het ook draait of keert, is op het diepste niveau opgetrokken uit gemeenschappelijke resonantie, uit dezelfde energie – al dan niet waarneembaar voor onze dierbare, maar zeer grove menselijke zintuigen. We mogen het God noemen, of fysica. Of het heelal dat langzaam ademt en ons meeneemt op zijn stroom.

Daar kan ik wel mee leven, geloof ik.

Een kwestie van perspectief

(c) Inaya photography

Hoe schrijf je over iets waar je geen duidelijk beeld van hebt? Iets wat wazig aanvoelt en buiten bereik blijft maar niettemin zeer aanwezig is? Een groeiend gevoel van onbehagen, een diepe, brede, donkere kuil waarvan de wanden niet onbeklimbaar zijn, maar misschien wel lastig, modderig, onoverzichtelijk?

Ik heb lange tijd sterk het gevoel gehad dat ik overzicht had, thermiek.
Op dit moment is dat anders. Ik moet veranderen van perspectief. Of beter: ik moet verschillende, tegenstrijdige, perspectieven met elkaar weten te combineren.

Nu is veranderen van perspectief altijd interessant. Drie weken naar Amerika gaan en daarbij op drie verschillende adressen logeren bij mensen in hun dagelijkse bezigheden, maakte dat we de VS de hele tijd mochten ervaren door de ogen van de anderen. Geen twee mensen zijn gelijk, dus ook hier verschilden de visies onderling behoorlijk. En dat had effect op ons. We voelden ons anders, aten ander voedsel, hielden ons met andere dingen bezig en keken met een andere blik al naargelang bij wie we ons bevonden.

Na verloop van tijd dreig je jezelf daar wat in kwijt te raken. Ik toch, met mijn dunne wandjes. Ik ben nu alweer even thuis, maar nog altijd bezig mijn eigen vaste grond terug te vinden. Want de wereld is zoveel groter dan we ons kunnen voorstellen vanop ons eigen klein lapje grond, of in ons kleine landje (dat volgens sommigen nog eens de helft kleiner zou moeten zijn). De omvang van andere continenten en de enormiteit van de verschillen in levenshouding, cultuur, comfort en prioriteiten zijn gigantisch. Who the fuck are we to think we know anything at all?

Wat mij verteringsproblemen bezorgt, werken ze aan de andere kant van de wereld dagelijks met de glimlach naar binnen. Wat daar klein is, heet hier groot. Wat daar groot is, is hier onwaarschijnlijk buiten proportie. Arme Amerikanen leven op een terrein dat je hier in de betere Vlaamse buitenwijken een fortuin zou kosten. Rijke Amerikanene bezitten evenveel land – of meer – dan sommige vorstenhuizen in Europa.

Ik zou daar niet zoveel problemen mee hebben als ik me geen zware zorgen maakte over het politieke en ecologische klimaat waarin we vandaag leven. Hier wordt gerooid, gebouwd, verhard, kaalgeplukt, leeggeroofd, daar gebeurt het op nog veel grotere schaal en met een onverschilligheid waar ik het koud van kreeg.
Hoe maak je daarin een verschil, hoe klein ook? En hoe blijf je dat kleine verschil aanvoelen als waardevol, als er intussen hele continenten op verspilzuchtige ramkoers zitten?

(c) Inaya photography

Als er een ding is waarvoor ik de VS dankbaar mag zijn, dan is het dat ze mij mijn eigen nietigheid nog eens heel duidelijk heeft gemaakt. Maar hand in hand met die nietigheid gaat de vraag om zingeving.
Hoe blijf je bezield bezig, puur op vertrouwen?

Misschien is het een banale vraag. Ik twijfel er geen seconde aan dat duizenden voor mij ze al hebben gesteld. En mijn ziel, dat diepe, wijze stuk van mij dat fluistert en warmte geeft op de kilste momenten, is niet erg onder de indruk. Maar de kleine mens in mij kijkt naar de wanden van de mentale kuil waarin ik op dit moment rondjes draai en denkt: verdorie, dit is een taaie klus.

Op een aantal vlakken sta ik momenteel in mijn leven op een betere, sterkere en meer vervullende plek dan ooit tevoren. Op een paar andere heb ik soms het gevoel dat werkelijk niks er nog echt, écht toe doet. Het perspectief van waaruit ik ben gaan kijken – noem het Gaia – is zo ver verwijderd van mijn eigen, kleine, persoonlijke leventje dat het zelfs niet uit lijkt te maken of ik er ben. Dat maakt me niet per se moedeloos. Het stelt mij alleen voor een uitdaging. Hoe leef je een zinvol leven als het niet uitmaakt wat je doet? Hoe veranker je je, in wat dan ook, om te groeien? En waar groei je dan naartoe?

Ik heb het antwoord nog niet.
Dat geeft niet. Niet elke vraag hoeft onmiddellijk beantwoord te worden.
Maar ik zou het wel fijn vinden mochten de randen van die kuil een beetje willen wijken. Het is nogal donker hier beneden, en het is niet mijn gewoonte om in het donker te blijven kniezen. Ik wil weer naar boven, waar de thermiek speelt met wat glinsterend waait op de wind.

(c) Inaya photography