Céciles overtocht

Een ontmoeting dertien jaar geleden, een andere ontmoeting een maand geleden, twee bewogen weken, en de culminatie…

Ben je ooit al ergens binnen gewandeld waarbij je het gevoel kreeg dat je omringd werd door de energie van de persoon die daar leefde?
En wilde je toen weg? Of voelde je je net thuis?

 

Moerheidewerken_011
Ik in de woonkamer van onze nieuwe huis, nadat we nieuwe ramen gestoken hadden (2006)

 

Christophe en ik kochten het huis waar we nu wonen bijna dertien jaar geleden. Het was laten we zeggen niet de meest degelijke constructie (zie het eufemismelampje knipperen…).
Het was gezet door een amateur-ingenieur. Het was tochtig, vochtig en viel zowat uit elkaar: er was nood aan een serieuze opknapbeurt. Sinds we erin getrokken zijn, hebben we de muren behandeld tegen opstijgend vocht, alle plaaster van de benedenverdieping weggekapt en vervangen, bijna alle vloeren en vloerbedekkingen veranderd (tevergeefs, op regendagen zijn ze nog steeds klam), zowat alle ramen vervangen, een nieuw dak gelegd, de badkamer heraangelegd, een zolder ingericht, een extra kamer beneden toegevoegd waarop het zomerterras rust, en een stuk van de tuin onder handen genomen.
Bij momenten voelt het alsof we nog maar halfweg zijn. Tegen dat alles gebeurd is, zullen we rijp zijn om op pensioen te gaan en te verhuizen. En intussen brokkelt de façade langzaam af en verwildert de tuin alweer… Daar wil ik even niet aan denken.

We hadden niet bepaald gezocht naar een huis dat zoveel werk zou vragen. Om eerlijk te zijn werden we vooral verliefd op de tuin. Mijn mama zuchtte: ‘Mijn dochter heeft een tuin gekocht waar ook nog een huis in staat.” Al bij al niet zo’n onterecht uitspraak.

 

Ontwaken in de Moerheide_052
De Wachter, onze majestueuze treurwilg (2006)

 

Christophe en ik hebben allebei nood aan groen en bomen zoals andere mensen aan ademhalen. Betonnen muren en steriele straten verstikken ons. En zo zijn er veel in België, met hun beklinkerde opritten en strookjes gazon plat als tennisvelden en hoogstens een paar gemanicuurde struikjes langszij. Een volwassen boom wordt stilaan zo’n beetje uitzonderlijk – en dan mag je maar hopen dat de buren niet klagen. Echt groene tuinen met volgroeide bomen zijn schaars, of je moet gefortuneerd zijn – wat wij dus niet zijn. Dus toen we op dit kleine perceel stootten, van alle kanten omringd door hagen, slanke eiken, volwassen berken en een majestueuze treurwilg die alles in zijn buurt overschaduwde, inclusief het huis, vielen we er als een blok voor.

In huis was de typische volgorde van kamers letterlijk omgegooid. De badkamer en de slaapkamers beneden, de woonruimte en de keuken boven. Vanuit bijna alle woonkamerramen zag je vooral takken die zowat tot aan het raam reikten, wat een boomhutgevoel creëerde. We hielden er erg van (en doen dat nog steeds).

 

Middag in de Moerheide_013
Boomhutgevoel (2006)

 

Iets anders wat geen reden mag zijn om een huis te kopen, maar wat beslist hielp, was de eigenares. De vrouw die het verkocht, was een zeer bijzondere dame. Een kleine, ranke verschijning, onwaarschijnlijk gracieus, in excentrieke lange jurken en met wit krulhaar tot halverwege haar rug. Ze moet een jaar of zeventig geweest zijn toen, maar ze bewoog zich met de moeiteloze gratie van een danseres die half zo oud was. Ze onderwees eutonie, een lichaamsgerichte meditatie- en bewustwordingstechniek, aan de muzikanten van het Lemmensinstituut. Haar naam was Cécile.

Ze was geen makkelijke vrouw, dat was duidelijk van zodra ze de deur opende. Een scherpe blik, een hoge gevoeligheid voor geluiden. Ze mocht je en ze wilde je in haar leven, of ze wilde niets met je te maken hebben. Daar was ze zeer duidelijk in. Het leverde haar dierbare vrienden en een aantal heel kwaaie vijanden op (zoals de buurman).

Christophe en ik lagen al snel in haar bovenste schuif. We hadden een oprechte klik, en ze wilde het huis het liefst aan ons verkopen. Ze voelde dat wij we ervan hielden en ervoor zouden zorgen op een manier zoals zij het apprecieerde. (En dat hebben we hopelijk ook gedaan.)
We deelden ook een spirituele connectie, maar op dat moment hadden we er niet meteen nood aan om daar dieper op in te gaan of vanalles over de ander te ontdekken. Ik gaf haar mijn eerste twee romans cadeau, zijn schonk me een mooi Indisch beeldje van een lezende vrouw. Het houdt nog altijd de wacht op een plank van onze boekenkast.

 

Trouw 3 klein

Trouw 2 cut klein
Trouwfoto’s voor het huis en in de tuin (2005)

 

Toen we op de dag van ons huwelijk foto’s kwamen maken in de tuin van het huis (dat we toen al hadden gekocht maar dat nog notarieel moest verlijden) had ze op een subtiele manier dingen voorbereid: een lelijk putdeksel weggestopt onder een bloemenkrans, en meer van dat soort liefdevolle details.

Veel contact hadden we naderhand niet meer, maar we zijn haar nooit vergeten. Ze was een soort petemoei wiens energie nog een hele tijd in het huis bleef hangen, en dat voelde goed. Dat is uitzonderlijk voor mij, moet je weten. Na ‘intens’ bezoek krijg ik al de neiging om de ramen open te zetten of wierook te branden – nu leefden we in wat er overbleef van haar energie, en dat was helemaal oké

 

Ontwaken in de Moerheide_043
De Wachter (2006)

 

Beetje bij beetje hebben we het huis van Cécile ‘overgenomen’. Er was al het ingrijpende werk binnen, maar vooral door de tuin onder handen te nemen (meer diversiteit in aanplanting, extra bomen, de haag en de knotwilgen aan de straatkant) beïnvloedden we de interactie met het huis (dat wat minder afgesloten werd van de buitenwereld, maar tegelijk steeds meer opging in de kleine groene jungle eromheen) en veranderde ook de energie in huis. De gigantische treurwilg (gekruist met een populier, dus hij is werkelijk enorm en gaat heel hoog) was haar grote liefde. Het is ook die van ons.

We hebben sindsdien mooie en intense jaren beleefd in dit huis. Het heeft twee kinderen volwassen zien worden en een baby weten geboren worden en opgroeien tot een schitterende jongen. Het heeft ons de ritmes van de natuur nog meer leren waarderen dan we al deden. Het heeft bomen en vogels dagelijkse geschenken in ons leven gemaakt. Het heeft ons kopzorgen en slapeloze nachten bezorgd in burenruzies (ja, die erfden we samen met het huis…) en geleerd om bang te zijn voor hevige storm.

 


 

Fast forward, meer dan een decennium, naar december 2017.

Ik woon het vroege kerstfeestje van mijn voetreflexologe bij in een dorp een paar kilometer verderop, en ik ben die avond fotograaf van dienst. In Elsi’s supergezellige huisje, tot de nok gevuld met haar bonte verzameling familie, vrienden en kennissen, ontmoet ik een merkwaardig groepje mensen.

Een van hen is een veerman die al lang op pensioen had moeten zijn maar nog altijd twee dagen per week mensen over de Schelde zet. Die rivier stroomt zowat in Elsi’s achtertuin, en het veer is om de hoek. Hij vertelt me over de vrede die hij voelt als hij op het water is, en ik voel dat hier een Zaailing in zit… Ik vertel hem over mijn samenwerking met Jurgen, en hij nodigt ons uit om een keer met hem te komen meevaren. Diezelfde avond, als ik Jurgen mail om hem over de ontmoeting te vertellen, lanceert hij het idee om samen een nieuwjaarskaart te maken over thema van ‘oversteken’… Moeiteloos en intuïtief komen we een paar dagen later uit bij Dageraad (Zaailing #23), en laten er een beperkt aantal van drukken.

Maar dat was niet het enige geschenk die avond.

Naarmate we wat langer praten, word ik de vierde persoon van een kwartet buren van Elsi. Tussen hen zindert een mooie golflengte, waar ik me al snel in opgenomen voel. Er is Alin de veerman, Geert die voor Bos+ werkt, en Toni, een kinesiste met een warme uitstraling. De sfeer heeft die bijzondere kwaliteit van mensen die elkaar niet kennen het om een of andere reden toch meteen kunnen vinden, omdat er iets op een dieper niveau resoneert.

Gevraagd waar ik woon, zegt Geert: “Ah, de Moerheide, die straat ken ik, een vriendin van mij woonde daar vroeger.”
Als hij me wat later vraagt wat ik professioneel doe, en ik zeg dat ik schrijfster ben, aarzelt hij geen seconde. “Dan woon jij in het huis van Cécile! En je man is arts en rijdt met een ligfiets!”

Inderdaad… ‘onze’ Cécile was dezelfde vriendin over wie Geert het over had. Hij bleek zelfs nog jaren haar (nu onze) tuin te hebben onderhouden. De anderen van het groepje blijken Cécile óók allemaal te kennen. Het voelt echt als een cirkel die zich sluit, een ontmoeting die niet zomaar plaatsvindt. Het is alsof Cécile er die avond op een of andere manier zelf ook bij is.

Hoe het met haar gaat, vraag ik. “Goed”, glimlacht Geert. “Ze sukkelt met wat kwaaltjes, maar ze houdt zich kranig.” Ze hebben haar twee weken geleden nog gezien.

 


 

Aan het feestje van Elsi hield ik de contactgegevens van Geert over, een warme belofte om contact op te nemen met dat groepje mensen bij wie ik me zo op mijn gemak had gevoeld, het voornemen om Alin op te zoeken op zijn veerboot, en de inspiratie voor een van onze mooiste Zaailingen.
Twee weken later, vlak na nieuwjaar, de dag van Zaailing #23, contacteerde Geert mij per mail om me te vertellen dat Cécile overleden was.

 

Winterlucht_007 klein
(c) KV

 

Op het moment dat we elkaar allemaal ontmoetten bij Elsi was ze in feite al een paar dagen dood, alleen wist niemand van ons dat toen. Het gaf de Zaailing over oversteken, het beeld van de veerman, het gevoel dat ze er die avond bij was en ons in zekere zin bij elkaar had gebracht, een bijzondere resonantie. Er zat schoonheid in, droefheid, warmte en een vreemd en krachtig gevoel: dit is geen toeval.

Ik stuurde Geert de Zaailing, en ik schreef hem ongeveer hetzelfde. Nee, antwoordde hij, ik geloof ook niet dat dit toeval was.

Cécile werd in alle discretie begraven door haar familie, met wie ze eigenlijk geen goede verstandhouding meer had. Haar vrienden en de mensen die haar na stonden, waren niet uitgenodigd. Ze wilden evenwel op een passende manier afscheid van haar nemen, en hielden samen met andere vrienden en kennissen een ritueel afscheid voor haar in het Boeddhistisch centrum waarvoor ze zich engageerden. Ik was van harte uitgenodigd, schreef Geert.

Ik voelde onmiddellijk dat ik daar wilde zijn, bij die mensen. Dat was waar ik thuishoorde. Een ander woord was er niet.

 

Winterlucht_015 klein
(c) KV

Maar ik had die dag al een repetitie die ik onmogelijk kon afzeggen, en dat aanvaardde ik. Het maakte mijn gevoel van verbondenheid er niet minder om. En als de repetitie op tijd eindigde, kon ik misschien toch nog even binnenspringen…

De repetitie was afgelopen om vier uur, dus ik belde Geert. Het samenzijn daar liep op zijn einde maar: ja, zei hij, kom zeker nog af, het zou goed zijn je te zien. Ik kon horen dat hij het meende.

Toen ik er aankwam, was de ‘koffietafel’ zo goed als achter de rug, maar dat gaf niet. Er was een oprechte flow die met geen woorden te beschrijven valt. Ik zag de prachtige foto van Cecile op het altaar, waar de kaarsen nog brandden. Ik kreeg een kop thee, en ik werd voorgesteld aan wie er op dat moment nog was als ‘de vrouw die in het huis van Cecile woont’. Er waren verbazend veel spontane ‘oh, wat leuk, we hebben over jou gehoord!’.

Ik dronk mijn thee, ontmoette mensen, praatte een tijdje met Alin, die Amma, de Indische moederfiguur rond wie het centrum draait, nu en dan op haar reizen door Europa en India begeleidt en een tijdje doorbracht in haar klooster.

De avond kreeg de gloed van thuiskomen, op een heel vanzelfsprekende manier. Toen Christophe me kwam oppikken, voelde hij het ook meteen. Het zou fijn zijn die mensen vaker te zien, zei hij op weg naar huis.

 

26853874_10211316043964232_1799696296_o
Céciles overtocht (c) KV

 

Ik heb de foto van Cécile op onze Indische spiegel gezet, met de Dageraad-Zaailing als achtergrond. Het voelt juist.

Ik weet niet welke draden van dit enorme wandtapijt elkaar in de toekomst nog allemaal zullen kruisen, maar ik weet dat er iets belangrijks is gebeurd en ik voel dat ik en degenen die ik liefheb deel uitmaken van iets veel groters.

Ik heb pas de uitnodiging verstuurd voor de eerste van vier SeizoensCirkels die ik dit jaar wil organiseren. Wie weet wat voor ontmoetingen hier nog zullen plaatsvinden. Ik ben nu al benieuwd.

En Cécile zal glimlachend toekijken. Dat weet ik nu al.

 

Winterlucht_020 klein
(c) KV
Advertenties

De patronen die we kennen

Kersttijd, familie-en-pakjestijd… Maar de meest betekenisvolle geschenken liggen zelden ingepakt onder de boom.

 

Kerstsfeer_088 ed klein.jpg
(c) KV

 

Waarom, vraagt mijn tweeëntwintigjarige stiefzoon mij, klagen we vaak over andere mensen – niet zelden omdat ze ons kwetsen – maar doen we vervolgens precies hetzelfde met anderen? Zoals mensen die klagen dat hun ouders hen nooit begrepen hebben, maar die niet luisteren als hun eigen kinderen proberen uit te leggen hoe ze zich bij iets voelen?
En waarom, ging hij door, herhalen we zo vaak iets waarvan we weten dat het slecht voor ons is, zoals geslagen vrouwen die een ongezonde relatie verlaten maar dan vallen voor de volgende kerel die hen in elkaar slaat?

Goede vragen, allebei. En volgens mij hebben ze een en hetzelfde antwoord.

We hebben de neiging om de patronen die we kennen te herhalen.

De theelichthouder op de foto hierboven is er eentje die mijn mama op tafel zette met Kerstmis. Voor de gelegenheid heb ik hem op het huisaltaar gezet. Als ik terugkijk op hoe de thuis van mijn kindertijd functioneerde, en de vele blije herinneringen en nuttige levenslessen die ik er leerde, ben ik oprecht dankbaar. Al vier ik Kerst dit jaar niet met een van mijn naaste familieleden (die zitten allemaal in het buitenland), ik voel me toch heel dicht bij hen. Ik weet dat ze mij een betere start hebben gegeven dan vele anderen. Ik kreeg veel geschenken van het gezin waarin ik opgroeide, en dan heb ik het niet over pakjes onder de boom.

Als jong kind doen we onvermijdelijk onze eerste levenservaringen op met de mensen door wie we in een familiecontext omringd worden, en uit die ervaringen trekken we conclusies die zich in de diepste zin verankeren in ons onderbewuste. Aangezien we als zuigelingen of jonge kinderen nog niet de intellectuele vaardigheden ontwikkeld hebben om wat afstand te nemen van wat er met ons gebeurt, of om in te zien dat één goede (of slechte) reeks ervaringen niet het hele verhaal vertelt, worden die eerste scenario’s goedschiks of kwaadschiks de basis voor onze innerlijke Handleiding Van Hoe Het Leven In Elkaar Zit.

We leren er dat mensen ons onvoorwaardelijk graag zien voor wie we zijn (of niet). We leren dat bepaald gedrag aanvaard wordt (en ander niet). We leren dat we mensen mogen vertrouwen (of niet). We leren openbloeien in de meest liefdevolle omstandigheden, of overleven in levensbedreigende, helse omstandigheden. We ontwikkelen verdedigingsmechanismen die ons – in het beste geval – behoeden voor te veel teleurstelling, of – in het slechtste geval – helpen overleven.

En dan trekken we de wereld in, en passen daar toe wat we geleerd hebben.

 

Kerstsfeer_003 klein
(c) KV

De Universele Wet van Aantrekking (zoals sommigen ze graag noemen) stelt dat je méér aantrekt van wat resoneert op de frequentie waarop jij je zelf bevindt. Met andere woorden: als jij gelooft dat je het niet waard bent om liefgehad te worden, hoe oneerlijk of pijnlijk dat je misschien ook vindt, als je het echt gelooft, dan trek je onbewust meer omstandigheden aan die dat idee zullen bevestigen en het dieper verankeren als een van je onbewuste innerlijke waarheden. Al je diep vanbinnen oprecht vertrouwt op het idee dat er van je gehouden zal worden, ook als je kwetsbaar bent, of dat de juiste dingen wel op het juiste moment in je leven zullen komen, dan zie je die een stuk makkelijker vorm krijgen dan als je het tegengestelde gelooft.

Ik denk dat dit klopt. Ik heb het zich keer op keer weten voordoen, in mijn eigen leven en in dat van talloze mensen om mij heen. Hier is geen persoonlijke verdienste of schuld mee gemoeid, het is een principe zo onpersoonlijk als een wet van de fysica. Het zou er voor mijn part een kunnen zijn.

Zelfs het eerste dilemma dat mijn stiefzoon naar voren bracht – waarom herhalen mensen die zichzelf, vaak met goede reden, een slachtoffer voelen zo vaak een patroon dat hen gekwetst heeft, en worden zo op hun beurt de volgende generatie van daders of agressors? – kan begrepen worden vanuit dit principe. (Het zou wat te ver leiden om dat hier uit te leggen, maar ik beloof dat ik er gauw een andere blog over schrijf.)

In zekere zin leven we dus allemaal in een bubbel van onze eigen makelij. We versterken de waarheden waarin we zijn gaan geloven, of die nu gezond en harmonieus zijn of niet. We beseffen niet eens dat we ze hebben. Ze zitten diep vanbinnen, sturen ons denkpatroon en ons gedrag, en beheersen ons leven.

Je zou kunnen denken dat er dus geen ontsnappen is aan deze bubbel, en dat deze onbewuste gedachten ons voor de rest van ons leven gevangen zullen houden, terwijl we onze kleine (of grote) drama’s telkens opnieuw opvoeren, zonder zelfs maar te beseffen dat we dat doen. En tot op zekere hoogte is dat inderdaad hoe velen van ons leven. Alleen is het niet nodig om dat te blijven doen. De onbewuste overtuigingen die we hebben, kunnen veranderd worden.

 

Kerstsfeer_103 ed klein
(c) KV

 

Dat vraagt eerst en vooral zelfbewustzijn, vertel ik mijn stiefzoon. Het besef dat we de realiteit zien doorheen een sluier van innerlijke overtuigingen. We zien dat waarvan we zelfs niet weten dat het bestaat compleet over het hoofd, terwijl we onbewust zoeken naar onze goeie ouwe vertrouwde patronen, hoe onprettig die ook zijn, om ze vervolgens te herhalen. Want het vertrouwde voelt veilig. Het is bekend terrein, en dat verlaten is doodeng.

Maar eens we beseffen wat we geloven, en dat het een overtuiging is en niet noodzakelijk een waarheid, dan kunnen we dat veranderen als het iets is wat ons ongelukkig maakt. We hoeven niet te blijven geloven dat mensen alleen maar van ons zullen houden als we ons op een bepaalde manier gedragen, of dat we ongeschikt zijn voor intieme relaties, of dat uitkomen voor onze mening gevaarlijk is, of dat er nooit sprake kan zijn van gelijkwaardigheid en elk conflict een winnaar en een verliezer moet hebben…

We zouden deze overtuigingen kunnen respecteren als cadeautjes die we van onder de kerstboom hebben gekregen. Wat ons goed van pas komt en helpt openbloeien, kunnen we houden. Maar wat ons (hopelijk met goede bedoelingen) aangesmeerd werd, kunnen we besluiten opzij te leggen, net zoals die vervelende kriebeltrui waar we ondertussen uit gegroeid zijn. We kunnen op zoek gaan naar andere ervaringen. We kunnen iets anders, iets nieuws, proberen te geloven over onszelf.

Maar waarom doen zo weinig mensen dat? wil mijn stiefzoon weten. Dat is toch logisch. Ik probeer echt mijn inzichten te veranderen als ik voel dat ik ergens vastloop.
Ik: Daar heb je wel voldoende zelfbewustzijn voor nodig, om zo naar jezelf en je leven te kijken.
Hij: Is niet iedereen zelfbewust, dan?

De schat. Hij is wijs voor zijn leeftijd. Maar hij is ook zeer intelligent en hij heeft altijd open gestaan om bij te leren over dit soort dingen. Dat wil wel eens helpen.

Een ander mogelijk gevolg van het opzij leggen van oude kriebelkleren is dat sommige mensen die ons daar beeldig in vonden staan, of op zijn minst verwachten dat we ze dragen, nogal schrikken. Misschien zijn ze er helemaal niet blij mee (vooral als zij het waren die ze ons kochten). Ze zijn het er misschien niet mee eens, en willen deze nieuwe versie van ons niet steunen.
Dat is een moeilijke. We willen niet teleurstellen. We willen geen liefde verliezen. We willen anderen niet krenken door te veranderen.

Anderzijds, als de mensen die beweren van ons te houden dat alleen maar doen in die oude kriebeltrui, wat zegt dat dan wel over hen, en hoe ongemakkelijk of ongelukkig willen we zijn om hen in ons leven te houden?
Dus misschien is het toch maar gewoon tijd om te veranderen, ongeacht de gevolgen. Ja, misschien raken we een paar mensen kwijt. En dat zouden zelfs sleutelfiguren uit ons oude leven kunnen zijn. Maar de mensen die ons echt graag ziet, die geven geen krimp. En anderen, die echt bij ons horen maar nog niet gearriveerd zijn, herkennen ons pas als we onze ware kleuren durven tonen.

Dus laten we die kerstcadeautjes maar uitpakken, en in een moeite door ook maar eens goed kijken naar de hele stapel oude geschenken. Laten we dankbaar zijn voor al wat we kregen. En alleen dat bijhouden waarvan we voelen dat het gezond en deugddoend voor ons is.

Want niets is uiteindelijk in steen gebeiteld.
En waar zouden geschenken anders voor mogen dienen dan om ons te helpen groeien, en ons pad te verlichten, op welke manier dan ook?

Kerstsfeer_105 ed cut klein
(c) KV

Uitverkoren

Als de toekomst komt aanbellen aan je deur

Wintergroen_059 klein
(c) KV

 

1999.
Ik was eenentwintig jaar, vers van de universiteit met een diploma licentiaat (nu Master) Nederlandse en Engelse Taal- en Letterkunde. Ik was blij dat ik het had gehaald. Niet omdat het intellectueel te moeilijk was of omdat de werklast mij te boven ging, maar omdat het laatste academische jaar een hele zware dobber was geweest voor mijn motivatie.
In mijn hart ben ik altijd een schrijver geweest. Tijdens mijn studies werd van mij verwacht dat ik datgene wat ik het diepst van al koesterde – verhalen – op de rationele dissectietafel legde. Achteraf bekeken wil ik gerust toegeven dat ik daar technisch-ambachtelijk heel veel van opgestoken heb. Maar mijn hart en mijn gevoel van zingeving leden er diep onder.

Eenmaal afgestudeerd, intellectueel gehard maar emotioneel uitgeput, had ik dus geen flauw idee wat voor werk ik wilde gaan doen. Ik had niet bepaald professionele interesses of ambities. Ik was taal- en letterkunde gaan studeren omdat ik van boeken hield, maar mijn roeping als schrijver was neergeknuppeld door vier jaar alleen maar de grootste klassiekers te lezen, te bestuderen en te dissecteren. Ik had het gevoel dat ik tekortschoot, en geen klein beetje.

Het was een engel die me weer aan het het lezen – en het schrijven – kreeg. Maar dat is niet het verhaal dat ik hier wil vertellen.

Ik wil liever vertellen over hoe ik uitgekozen – en in zekere zin uitverkoren – werd.

 

Wintergroen_056 klein
(c) KV

 

Nadat ik afgestudeerd was, laste ik een pauze in. Sommigen trekken dan met een rugzak de wereld rond, ik ging gewoon op jaarlijkse vakantie met mijn ouders naar Spanje. Ik genoot van de kruidige Mediterraanse bodem, de bergen en de zee. Ik had heel sterk het gevoel, hoe onwaarschijnlijk, onrealistisch en belachelijk dat ook klonk, voor mijzelf incluis, dat de job die ik nodig had gewoon naar me toe zou komen. Ik had helemaal geen zin in het schrijven van sollicitatiebrieven. Als ik erover onder druk werd gezet, kon ik niet eens zeggen waar ik eigenlijk voor zou willen kandideren.

Augustus liep ten einde en mijn moeder werd nerveus. “Een job komt echt niet aan de deur bellen. Schrijf op zijn minst een paar brieven naar scholen in de buurt”, suggereerde ze. “Lesgeven is altijd een optie.” Het voelde weinig aanlokkelijk, maar aangezien ik niets beters te doen had of kon voorleggen, schreef ik handvol droge brieven. Het was geen verrassing dat er geen antwoord kwam.

Mijn moeder werd steeds ongeruster. Ik bleef herhalen – god weet waar die kalme overtuiging van mij vandaan kwam – dat het wel naar mij toe zou komen. Je had me niet kunnen vragen wat ik daar precies mee bedoelde, maar ik had eerlijk waar het gevoel dat dat zo was.

30 augustus. De deurbel.
Op onze drempel: een kennis die wiskunde gaf op een van de lokale middelbare scholen (niet eentje die ik aangeschreven had).

Had ze het juist dat ik afgestudeerd was met een diploma Engels en Nederlands? En had ik nog geen werk? Nee? Perfect! Kon ik alsjeblieft komen lesgeven? Ze was bezig de lessenroosters op te maken voor het nieuwe jaar op haar school, en ze hadden heel dringen iemand met een universiteitsdiploma nodig die voor vijftien uur per week Engels en Nederlands kon komen geven.

Ik ging er de volgende dag naartoe, kreeg de job en bleef een heel jaar. Mijn moeder bekeek me met een mengeling van ongeloof en bewondering: “Ik zal jou nooit meer tegenspreken.”

Het jaar daarop veranderde ik van school, en daar gaf ik meer dan tien jaar les. In die tijd publiceerde ik vier adolescentenromans, tot het moment kwam om te vertrekken en echt werk te maken van leven van mijn pen.

 

Wintergroen_004 ed klein
(c) KV

 

Op dit moment voel ik me op een gelijkaardig kantelpunt in mijn leven staan.

Heel deze herfst- en winterperiode zijn mijn persoonlijke en professionele omstandigheden aan een razend tempo aan het veranderen, en ik voel me bij momenten overweldigd, onzeker en duizelig. Ik kan geen hand voor ogen zien op dit hobbelige pad. Ik zou net zo goed op de rand van een hoge klif kunnen staan, te voelen aan de hoogtevrees die van alle kanten aan me trekt.

En toch, eens te meer, door dat alles heen, die zekerheid.
Het zal naar me toe komen.

Ik heb het universum de uitnodiging gestuurd, en ik weet dat mijn vraag gehoord is. En nu komt het mijn richting uit, wat het ook is, hoe het er ook uitziet, deze volgende stap, deze nieuwe etappe van de reis, de nieuwe professionele uitdaging, het licht aan het einde van de tunnel… Ik zal geen zware moeite hoeven te doen om er naar op zoek te gaan. Het zal zich aan mij komen presenteren. Het zal aan mijn deur komen bellen, eenvoudig en perfect en precies wat het moet zijn, net zoals het dat al eens eerder heeft gedaan.

Met dit ronduit bijzondere gevoel in mijn achterhoofd, krijgt elke vraag die ik dezer dagen krijg, elke suggestie die mij gedaan wordt, een ander aanschijn.

Ik lees voor op een boekpresentatie en er wordt mij gezegd dat ik zo’n mooie stem heb – misschien kunnen wij iets samen doen? Nou en of!

Ik krijg de vraag, na zeven jaar, om in het kader van een internationale uitwisseling een schoollezing te gaan geven over wat wellicht mijn beste boek tot nu toe is. Ja, graag!

Op een feestje ontmoet ik een veerman, een tedere ziel die met zijn boot vele malen per dag het water oversteekt van de getijdenrivier die de streek domineert waar ik woon. En diezelfde avond stelt mijn creatieve bloedbroeder Jurgen voor om samen een Zaailing te maken over ‘oversteken naar 2018’, waarvan we er een aantal als heuse nieuwjaarskaartjes zullen versturen. Niets liever!

Ik word gevraagd om de verantwoordelijkheid en het eigenaarschap van de Story Hall pagina (waar ik op Medium samen met een hele groep andere mensen al mijn Engelstalige stukken publiceer) over te nemen van de man die ze in het leven riep. Omdat hij zich zorgen maakt dat er mogelijk iets aan hem gebeurt en die hele pagina dan plat valt. Omdat ik jong ben, gemotiveerd en geëngageerd, en dat mijn werk mij ernst is. Wil ik dus alsjeblieft eigenaar en beheerder worden van die pagina waarop zoveel mensen dagelijks het beste van zichzelf geven?

Ik heb ja gezegd.

 

Wintergroen_052 ed klein
(c) KV

 

Ik voel me heel dankbaar en vereerd, en ik vind het, zelfs voor wat in wezen vrijwilligerswerk is, een serieuze verantwoordelijkheid. Maar het voelt ook helemaal juist, nog sterker zelfs dan toen die betrekking in het onderwijs twintig jaar geleden aan mijn deur kwam bellen.

Ik heb geen flauw idee wat er zo nog allemaal op mij af gaat komen. Ik weet alleen dat het eraan komt, onverwacht en in totaal vertrouwen. En ik zal het aannemen.

Toekomst, waar je ook bent, mijn deur staat open. Je hoeft zelfs niet te kloppen of aan te bellen.

Kom maar meteen binnen. Ik kan niet wachten om je te ontmoeten.

 

Wintergroen_048 ed cut klein
(c) KV

Het verleden en de toekomst

 

Mijn erfgoed eren – en overstijgen

 

Light & drops_110 klein
(c) KV

 

Zoals de meeste mensen leefde ik een jong leven toen ik jong was – hoewel er in het mijne waarschijnlijk minder sociale vaardigheden, minder verstand-op-nul fuiven en meer doorploeteren van zielenroerselen zat dan in veel andere. Ik leefde in boeken en schreef mijn eerste verhalen. Ik had vaak het gevoel dat niemand mij begreep, of ze moesten minstens tien jaar ouder zijn dan ik. Pas toen mijn mama thuiskwam van een cursus numerologie (ik was pakweg zestien) met de mededeling dat het cijfer dat op mijn profiel mijn innerlijk weergaf symbool stond voor de diepe en soms wereldvreemde bagage van de oude, wijze leraar, had ik het gevoel dat er iets plotseling wat duidelijker werd.
Het voelde juist om een oude ziel te zijn.

In alles waar ik me mee bezig hield, van school over universiteit tot werk zoeken of een gezin stichten, was die oude wijsheid (of beter: het gevoel daar op een of andere manier een link naar te hebben) een constante aanwezigheid in mijn achterhoofd. Intuïtief zocht ik onderwerpen op die nogal eens saai of ingewikkeld gevonden worden, vaak in de sfeer van psychologie of zelfontwikkeling. De cursussen die ik volgde, en de inzichten die ze mij opleverden, kwamen mij bijzonder goed van pas tijdens mijn jaren voor de klas, en ik wende eraan ‘te wijs voor mijn leeftijd’ te zijn, niet alleen in hoe ik mij voelde maar ook ik wat ik effectief in de wereld bracht.

In de afgelopen jaren ben ik naar mijn gevoel tot volle wasdom gekomen. Ik heb mijn plek in de wereld gevonden, de reis naar mijn plateau gemaakt en de roep van de Ziel aanvaard, en nu heb ik het gevoel dat ik toegang krijg tot mijn erfenis. De oude kennis en vaardigheden die altijd een stuk van mij waren worden nu beschikbaar om ze werkelijk te gaan gebruiken.

Dat was het moment dat ik voor het eerst het woord sjamaan gebruikte. Schrijver — Journalist — Echtgenote/Moeder — Sjamaan-in-wording schreef ik als biografische puntjes toen ik deze website in juni een ingrijpende facelift gaf, en dat was zowel doodeng als heerlijk spannend. Ik had het gevoel dat ik naakt ging voor de wereld, en tegelijk onderstreepte dat een spiritueel pad lopen mij diepe ernst was.

Ik beken dat ik aarzelde bij het woord sjamaan. Maar het was het enige wat min of meer juist klonk. Het had echo’s van magie en wijsheid, een gevoel van een dieper weten, in verbinding met de natuurkrachten, genezing en andere lagen van de werkelijkheid dan het materiële of dagdagelijkse. Dit specifieke woord gebruiken betekende mijzelf op een of andere manier steviger verankeren op het spirituele pad dat ik was ingeslagen. En een van de dingen die ik aan het verkennen was, was sjamanisme. Of juister: ik word aangetrokken tot bepaalde aspecten en praktijken, waarvan ik er sommige al jaren beoefen, en waarvan andere pas recent hun opwachting hebben gemaakt, die allemaal tot die traditie lijken te behoren of er op zijn minst mee verwant zijn.

 

Winterprik_034 zw ed cut klein
(c) KV

 

Een van de geschenken die ik op mijn Soul Circle ontving, was een boek over sjamanisme, geschreven door een ingewijde. Ik vond het – behalve slecht geschreven – tot op zekere hoogte verrijkend én confronterend. De helft van de tijd dacht ik: oh nee, dit heeft niets met mij te maken. Totaal niet. Van geen kanten. (De andere helft van de tijd zei mijn professionele zelf: een beetje redacteur zou hier een veel beter boek van hebben kunnen maken.)
Ik besloot me alleen te concentreren op de inhoud. Sommige stukken waren interessant, al gingen ze niet altijd voldoende in detail, andere maakten me een beetje ongemakkelijk. Zoals dit citaat van de hedendaagse Lakota medicijnman Steve McCullough:

“Er bestaat blijkbaar een enorm verlangen de weg van het sjamanisme op te gaan. Sommige mensen nemen dan blijkbaar het besluit om sjamaan te ‘worden’, en denken dat ze dat zijn als ze ergens een paar cursussen of een opleiding hebben gevolgd op het gebied van medicijnwerk. Sommige opleidingen pretenderen zelfs mensen op te leiden tot sjamaan.
Deze zogenaamde sjamanen, de ‘wannabees’, die hun eigen manier van werken ontwikkelen, drijven in feite de spot het met werkelijke gedachtengoed. Ik denk dat er veel mensen zijn die spelen dat ze sjamaan zijn met de daarbij horende rituelen. Dat is des te ergers als het gebeurt vanuit commerciële motieven. Je kunt geen sjamaan worden omdat je dat wilt. Je wordt daarvoor uitgekozen.”

Dit raakte me, in die zin dat ik voelde dat ik moest toegeven aan mezelf dat er, tot nu toe tenminste, geen voorouderlijke krachten of geesten of wat voor andere entiteiten ook waar sjamanen gewoonlijk mee werken mij een bezoek brachten om me te vertellen dat ik spreekwoordelijk aangenomen ben. Er is evenmin een spirituele leraar die mij benaderd heeft met de melding dat ik bij hem of haar in de leer moet gaan (wat een veel voorkomende praktijk is in traditioneel sjamanisme). Misschien gebeurt dat ooit nog – ik sluit niks bij voorbaat uit, en het is nu ook niet alsof ik er al hele drommen heb ontmoet – maar in de tussentijd vond ik wel dat ik eerlijk moest zijn met mezelf en de wereld.

Natuurlijk mag je jezelf noemen wat je maar wil, maar tezelfdertijd zijn woorden nooit geheel zonder waarde of gewicht. Ik ben sterk aangetrokken tot spiritueel werk, zozeer zelfs dat ik het eerder al een roeping noemde. Ik ben op een aantal vlakken al lang geen beginneling meer, en ik weet wat ik kan (en wat niet) met mijn vaardigheden om anderen op een veilige, respectvolle manier te helpen groeien. Maar als niet sjamaan (of op weg om het te worden), wat ben ik dan wel?

 

Winterprik_046 zw ed cut klein
(c) KV

 

Ik had er een fantastisch gesprek over met mijn lieve mama. Zij was erbij op mijn Zielskring, waar ze getuige was, zoals ze dat later zelf beschreef, van mijn ‘overgang’. Ze was in het bijzonder geraakt door het lied dat ik zong, met niets dan de trom om me te begeleiden.
De framedrum is het instrument van de sjamaan. Het is ook een van de oudste instrumenten in de geschiedenis van de mensheid, en heeft wortels in de oudste mysteriecultussen van zowel de indianen, de Egyptenaren, de Kelten en de prehistorische volkeren. Ik heb altijd heel erg gehouden van krachtige percussie, en de trillingen van de trom gaan zeer diep voor mij. Dat instrument tot het mijne maken was een van die kleine maar zeer belangrijke stappen die ik de afgelopen maanden heb gezet. Het is ook, andermaal, een link naar deze oude spirituele tradities.

Nu zei mijn mama, met die wijze helderheid die haar zo eigen is:
“Het is zeker passend om die tradities te respecteren, en hun erfenis – jouw erfenis – te eren. Maar onthoud dat jij het was die mij van in het begin vertelde dat je het gevoel had dat je oude wijsheid in nieuwe vormen in de wereld moest brengen. Je kunt je dan wel verwant voelen aan de Amerikaanse indianen of de prehistorische mens, maar in dit leven ben je geen Lakota en ook geen holbewoner. Dus natuurlijk lijkt het traditionele sjamanisme in zijn oude vorm jou niet te ‘passen’. Dat zijn je wortels, je verleden. Het is niet je toekomst. Je hebt je vrienden geroepen om de overgang naar een nieuwe fase te markeren, waarin je nieuwe inzichten in de wereld zal helpen brengen op manieren zoals dat tot nu toe nog niet gedaan is. Je vrienden zijn gekomen, en ze waren met velen. En ze zijn met nog veel meer, van veraf bij jou in gedachten, of op het punt te verschijnen. Je staat er niet alleen voor met dit werk, en het is een krachtig proces. Zo voelt het. Dus naar mijn mening is het niet meer dan logisch dat je niet ‘geroepen’ wordt door het traditionele sjamanisme. Het is nu voor jou de tijd om je over te geven en los te laten, op verschillende manieren. Misschien moet je ook dit specifieke idee maar loslaten…”

Had ik al gezegd dat ze wijs is?

Het resultaat van dit gesprek was dat ik besloot mijn buikgevoel te volgen en die bewuste frase op mijn website aan te passen. Schrijver — Journalist — Echtgenote/Moeder — Wandelaar tussen de Werelden staat er nu. Dat, voel ik, is zowel waar als juist op dit moment in mijn leven.

En alsof dat allemaal nog niet genoeg was, kreeg ik wat later die week de bevestiging van identiek hetzelfde proces op een totaal ander vlak in mijn leven.

Inspiratie voor Zaailingen komt aanwaaien op allerlei manieren. Toen ik Jurgen iets stuurde over een uitgeverij die we misschien eens moesten contacteren, linkte ik naar een mooi, door hen uitgegeven schrift met daarop de gestileerde afbeelding van een vos en een raaf. Dat katapulteerde hem meteen midden in La Fontaines Le renard et le corbeau. En terwijl ik nog aan het nadenken was over een originele manier om dat overbekende thema te benaderen, had hij al een schitterende prent gemaakt.

 

vos & raaf1 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Het was een ‘klassiek’ beeld, niks voluptueus of buitenissigs zoals ik dat in mijn hoofd aan het bekokstoven was. Het toonde gewoon de vos die opkeek naar de raaf in de boom. Maar het grote verschil met het origineel zat hem erin dat de raaf geen stuk kaas in zijn bek heeft, maar in plaats daarvan de maan – of zo lijkt het toch. Subtiel maar briljant. En alle vrijheid van de wereld om voor de dag te komen met een totaal nieuwe versie van het verhaaltje.

Alleen stapte mijn hoofd niet zo snel aan boord van de trein met bestemming Anders-en-Vernieuwend. In plaats daarvan draaide het keurig in kringetjes, terwijl ik besloot dat ik zou proberen om een nieuwe versie van de fabel te schrijven als fabel, compleet met rijmschema’s erop en eraan. De – op het eerste zicht – onschuldige stijl van Jurgens beeld, gecombineerd met mijn eigen vooroordelen over fabels en hoe dat soort teksten geacht wordt ineen te steken (met een nogal kinderlijk verhaal en een uitgesproken les) zette mij stevig vast in – ja, daar gaan we weer – een ‘traditie’.

En daar knalde ik mooi tegen een muur die ik zelf gebouwd had.

Het schrijven liep allebehalve vlot, en al kreeg ik na veel hard werk wel een paar versjes uit mijn pen gewrongen die ik niet onaardig vond, het resultaat stond me niet aan. Ik herinnerde me hoe de klassieke fabels me nooit, zelfs niet als kind, hadden kunnen bekoren. Het rijm trok me niet aan, en de moraliserende boodschap vond ik bot en overduidelijk. Personages raakten gekwetst op manieren die de lezer een lesje moesten leren maar die mij alleen maar nodeloos pijnlijk en wreed in de oren klonken.
Natuurlijk dateren fabels uit een ander tijdperk, en ik wil ze niet beoordelen met de standaarden van vandaag. Ze zijn een erfstuk, en als zulks dus beslist waardevol. Maar waarom zou ik in godsnaam proberen mijn creativiteit in hun verkrampte structuren de proppen? Dit, andermaal, was het verleden. Ik moest de dingen anders doen, om de toekomst tegemoet te gaan, wat voor vorm mijn werk dan ook zou blijken aan te nemen.

Ik stuurde Jurgen een bericht dat ik een waardevolle les geleerd had, en bedankte hem voor de spiegel die zijn beeld mij had voorgehouden.
Toen zette ik me aan een nieuwe tekst. Ik eerde het verleden door ernaar te verwijzen, maar ik herhaalde het niet. Ik maakte het van mij.

Ik deel de tekst hier niet, aangezien het een Zaailing is die we op een later moment misschien nog willen vrijgeven. Ik kan wel al verklappen dat in deze nieuwe versie de raaf niet laat vallen wat hij in zijn bek heeft…

Er is geen enkele reden om het verleden nog een keer te herhalen.
In plaats daarvan kijk ik het uit naar het licht van een spiksplinternieuwe dag.

 

Winterprik_036 ed cut2 klein
(c) KV

Oversteken – mijn Soul Circle lopen

Een rituele middag om de overgang te markeren naar de tweede – magische – helft van mijn leven

 

Ik hield dus een Zielskring.

 

Om mijn veertigste verjaardag te vieren en de grote overgang te markeren die ik zich had voelen voltrekken in de loop van het afgelopen jaar, had ik een aantal vrienden uitgenodigd, van alle hoeken van het land én daarbuiten. Sommigen kende ik al mijn hele leven, anderen waren er pas recent deel van gaan uitmaken. Dierbare, vertrouwde zielen die me op beslissende manieren hadden geholpen om uit te groeien tot de persoon die ik vandaag ben, maar ook nieuwe ontmoetingen die me omver hadden geblazen en aanvoelden alsof ze op het perfect moment gearriveerd waren om mee op de wagen te springen voor het volgende stuk van mijn reis.

We waren met een twintigtal, en een handvol anderen waren er in gedachten bij. De meesten kenden (behalve mijn man en ik) misschien maar twee mensen in de kamer, soms zelfs minder. Maar tegen het einde van de middag hadden we een web van vertrouwen en eerlijkheid geweven, een plek van kwetsbaarheid en verbinding.

Ik had de woonkamer zo herschikt dat er een kring van stoelen, banken en kussens in paste. In het midden had ik het houtblok van teakwortel geplaatst dat ik doordeweeks gebruik als een soort huisaltaar, en er de voorwerpen omheen gelegd die de vier windstreken symboliseerden.

Ik wilde samen met de groep door de vier facetten van het wiel gaan: door het te verkennen, hen te bedanken, het uit te nodigen om buiten hun veilige lijntjes te kleuren, en geschenken te ontvangen.

Dit was de eerste keer dat ik een dergelijke bijeenkomst zou leiden, en ik was iedereen die er was ongelooflijk dankbaar. Zonder hun liefdevolle medewerking, was er gewoon geen Kring.

In de weken die voorafgingen aan dit gebeuren was ik bij momenten heel angstig geweest. Het voelde als in het onbekende stappen, en een paar diepe angsten confronteren (mijn diepste gevoelens uitspreken tegen de mensen die het allermeest voor me betekenen, naar buiten treden als een spiritueel gedreven persoon, en iemand die daar bovendien een actieve rol in wilde spelen).

Maar bijna zo gauw als we eraan begonnen, voelde ik me heel erg op mijn gemak, een beetje zoals ik me al die jaren geleden had gevoeld toen ik, recht van de universiteitsbanken en zonder diploma van een lerarenopleiding, voor een klas vol pubers terechtkwam. Hoewel ik nog nooit had lesgegeven, wist ik toen gewoon: ik kan dit. En dat was ook zo.
Nu voelde dit, hier, eerder als een terugkeer naar een oude vaardigheid dan het ontdekken van een nieuwe. Alleen de setting verschilde, net als mijn intentie. Ik wilde deze mensen niets leren – ik wilde hen raken, en geraakt worden.

 

20171118_161902 ed klein.jpg

 

Het Oosten staat symbool voor een begin, onschuld en verwondering, en op ontdekking gaan. Dus na een verwelkoming deden we een rondje van de kring waarin iedereen zichzelf voorstelde, en ik gaf wat uitleg bij mijn interpretatie van de windstreken en de specifieke symbolen die ik had gekozen voor elk kwadrant. Vervolgens nodigde ik iedereen uit om bewust een zitplaats te kiezen, afhankelijk van de windstreek die hen het meest aansprak, of die het best leek te passen bij de levensfase waarin ze zich op dat moment naar hun gevoel bevonden. Sommigen bleven zitten waar ze zaten, anderen namen precies plaats waar ik het verwacht had, en een paar verrasten me.

Er was ook ruimte voor humor. Bij het voorstellingsrondje zei een van de aanwezigen dat hij alleen maar gekomen was omdat ik had beloofd dat ik een tafel zou laten zweven – niet dus! Ik had hem integendeel, omdat het hele spirituele gedoe nogal nieuw was voor hem, bij wijze van geruststelling juist het omgekeerde verzekerd. Het werd de grap van de middag, die op gezette tijden weer opdook.

Ook een zitplaats kiezen was voor sommigen een uitdaging.

 

20171118_160758 ed cut klein
Te veel gegadigden voor de sofa in het Zuiden (de lege stoel was mijn uitvalsbasis als ik niet rondliep). Mijn schoonbroer loste het op door mijn man bij zich op schoot te trekken.

 

Hiermee was het Oostelijke deel van de Kring voltooid.

Het Zuiden, symbolisch voor uitbundige groei, naar buiten treden in de wereld om te leven, te genieten, banden te smeden en je plaats in de samenleving en het leven in te nemen, bestond volledig uit bedanken. Ik liep mijn kring van het Oosten naar het Noorden, en begon bij diegenen die ik in mijn beleving in het Oosten zag staan, ging vervolgens naar de mensen waarvan ik voelde dat ze voor mij in het Zuiden stonden, enzovoort. Dat betekende dat ik zowat de hele tijd over en weer liep, dwars door de cirkel, want mensen hadden hun zitplaats gekozen op basis van hun eigen gevoel van waar ze thuishoorden, en dat was niet noodzakelijk waar ze zich vanuit mijn perspectief bevonden, gebaseerd op de rol die ze speelden in mijn evolutie. Op die manier weefde ik een bijna tastbaar web van verbindingen tussen hen onderling.

Ik dacht niet na. Ik liep gewoon telkens naar de volgende op mijn lijstje, keek hem of haar in de ogen en sprak vanuit mijn hart. De woorden kwamen.

Ik had een doos zakdoeken binnen handbereik gezet, omdat ik had verwacht dat ik het niet droog zou kunnen houden, maar ik had ze niet nodig. Ik voelde een diepe kalmte vanbinnen, en dankbaarheid naar iedereen afzonderlijk. Sommigen huilden wel, bij anderen was er vrede, of verrassing, of een diepe, gedeelde vreugde.

Sommige mensen waren diep geraakt. Anderen wisselden wensen met mij uit, of bedankten mij op hun beurt. Sommigen wilden weten waarom ik hen in een bepaald kwadrant van mijn cirkel had ingedeeld – zag ik hen zo in hun eigen leven, of lag het aan wat ze voor mij betekenden? Nu eens waren ze verrast, dan weer weerspiegelden hun gevoelens perfect de mijne.

 

 

Mijn man zei me later dat hij het Zuiden het krachtigste luik van mijn ritueel vond. Ik kan het zelf moeilijk beoordelen, zelfs niet als ik erop terugblik. Ik weet alleen dat er heel veel liefde en verbondenheid was, met elk van de aanwezigen op hun eigen manier.

Na het uitspreken van mijn dankbaarheid, betraden we het Westen. Dat is de plek waar we de roep van de Ziel en het Mysterie voelen. Ik vertelde over het plateau waar ik een tijdje had rondgedoold, en hoe ik er vervolgens in geslaagd was een totaal nieuwe reis te beginnen vanaf dat vertrekpunt, gedragen door het gevoel dat ik overgestoken was naar een doel dat op een of andere manier groter was dan ikzelf, en dat deze Kring lopen daar deel van uitmaakte.

Het Westelijk gedeelte werd afgesloten door iets waar ik een hele tijd naar uitgekeken had en zenuwen voor had: het zingen van Eivørs Trøllabundin, een lied in het Faeroers, dat ik niet zo lang geleden ontdekte dankzij de tip van een collega-schrijfster met een muzieksmaak verwant aan de mijne. Het is een uitdagend lied, uitgevoerd met niets dan stem en trom, en het gaat over de betovering van een magiër die je hart in vuur en vlam zet. Van Mysterie gesproken…
Een onwaarschijnlijk sterke uitvoering ervan door Eivør kan je hier bekijken. En voor iemand het vraagt: nee, mijn stem is niet zo spectaculair als de hare, verre van, en aan het werkelijk ongelooflijke deel, dat onaardse zuchten en grommen, waag ik me gewoon niet. Ik kan de melodie deftig brengen, maar daar houdt het op. Mijn versie was dus een stuk zachter dan deze. Maar ze ging toch diep genoeg.

Het Noorden, waar wijsheid en inzicht naar boven komen in het holst van de nacht, was het moment van geschenken. We gaven een stapel kaarten door met daarop spirituele uitspraken of gedachten, en zo ontving iedereen een persoonlijke boodschap. Naderhand deelden de meesten wat ze op hun kaart hadden met de rest van de Kring, want de geschenken die we krijgen zijn vaak ook datgene wat wij aan anderen kunnen bieden. Er was wat aarzeling, maar ook verwondering, vreugde, en bij momenten grote kwetsbaarheid. Voor sommigen ging dit moment heel diep.

 

zekomen2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Daarna kreeg iedere aanwezige een postkaart met Zaailing #20, de Zaailing die ik aan de  Soul Circle had gekoppeld en die online ging terwijl we de Kring hielden. De kaart had Jurgens ongelooflijk krachtige beeld op de voorkant, en achteraan stond een citaat uit mijn tekst.

Als slotritueel liep ik de kring tegen wijzerzin terwijl ik de hele tekst luidop voorlas. Mensen raakten met hun hand spontaan de mijne aan waar ik passeerde. Het was mooi.

Toen ik klaar was met lezen, was ik overgestoken.
Ik keek de Soul Circle rond.
Ik had mijn vrienden geroepen. En ze waren gekomen.

 

 

Het gedachtegoed en de beeldtaal van de oude natuurvolkeren was erg aanwezig tijdens de hele duur van de Zielskring. Boven het centrum had ik de oude dromenvanger gehangen die ik een half leven geleden had meegebracht uit Seattle, door een Amerikaanse Indiaan gemaakt van gedroogd zeewier en drijfhout.

Helemaal op het einde verraste mijn zusje mij met een geschenk. Zij en haar man waren pas terug van hun huwelijksreis in Canada, en daar hadden ze een adelaarsveer gevonden in het bos. Een vriend met indianenbloed had hen verteld dat het een voorwerp was van grote kracht, dat als geschenk kon worden weggegeven tijdens een ceremonie. Nu schonk ze hem aan mij als symbool van mijn oversteek, en van mijn schoonbroer kreeg ik een houten totemsymbool met een vogel die Harmony vertegenwoordigde. Er was geen beter geschenk te bedenken.

Een andere deelnemer, vriendin en coach had, zonder dat ze iets wist van al het voorgaande, óók een dromenvanger mee als geschenk. Deze had ze zelf gemaakt, en ze had ook kleine houtschijfjes bij die eraan bevestigd konden worden. Iedereen tekende er eentje, en zo kreeg ik een concreet en tastbaar aandenken aan het web dat we die dag samen geweven hadden.

Het wiel blijft gestaag draaien.
De weg loopt door. Een nieuwe reis begint.

Ik ben op weg.
En ik ben niet alleen.

Ze komen

Zaailing #20

verbonden met de Soul Circle

 

zekomen2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Eerst aarzelend, een enkeling, nog onduidelijk van vorm. Vervolgens meer, helder en goed zichtbaar, met stemmen als lange, diepe echo’s. Ze zijn jong en stralend, ze hebben lachende ogen. Ze zijn oud en statig, met mantels die doen denken aan vleugels, of de rimpelingen van schaduwen op water. Hun woorden zijn webben van betekenis.

In mijn hand heb ik de trom, blank en maanrond, en mijn slagen zijn vastberaden. Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Ze groeten mij als een oude geliefde, als een jonge novice. Ze weten dat ik klaar ben, want de sluiers tussen de werelden gaan opzij voor wie er doorheen durft waden. En er is nood aan zwervers die willen oversteken, om mee te terug te brengen wat er wacht aan de andere kant.

Ik roep mijn vrienden en ze komen. Ze zijn met velen want ze weten hoeveel moed de tocht vraagt.
Ze reizen mee op de wind, op het stilte van het zinderende licht.
Ik ben dankbaar dat ze er zijn. In hun aanwezigheid zie ik zoveel scherper. Ik mag de kracht tonen die ik heb. Ik mag de maskers afleggen die ik draag. Ik mag mijn stem laten horen, hoe onzeker die ook klinkt. Ik mag uitglijden en kopje onder gaan, maar ik zal niet verdrinken.

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
De trom gromt en gonst. Trillend weeft hij het web van de wereld.
Wat gezaaid is, zal groeien.
Wat gevangen is, zal uitbreken.
Wat leeft, zal sterven.

Ik sta op de rand, met één voet aan elke kant, en de trom als een kloppend hart in mijn handen. Ik laat de stroom door mij heen gaan. Ik ben de stroom.

Ik roep mijn vrienden bij me in de kring.
En ze komen.

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Voor minder ga ik niet

Stralend herfst_015 ed cut klein
(c) KV

De angst om het bij het verkeerde eind te hebben.
De angst om iets slechts te doen.
De angst om te eindigen aan de foute kant van de geschiedenis, van het leven, van Hemel of Hel.
De angst dat sommige dingen nooit meer ongedaan kunnen worden gemaakt en je zullen achtervolgen tot het einde der tijden, leven na leven, tot een of andere persoonlijkheid die toevallig de jouwe is ze in de ogen kijkt en vergeeft.

Kracht is gevaarlijk. Je hanteert ze zo goed als je kan, maar struikelen is zo gebeurd.

Middeleeuwse boeken hebben het over de Ars Moriendi, de Kunst van het Sterven. Ze schetsen de stervende mens in zijn laatste weken, wanneer hij bezocht wordt door de duivel in zijn vele gedaanten. Alle menselijke angsten en verlangens komen aan bod (onze voorouders waren geen onnozelaars!): tijd willen kopen, onze geliefden en aardse bezittingen niet willen loslaten, de angst voor het oordeel – wat voor mens zijn we geweest? Maar de laatste verzoeking is de meest verraderlijke.

Als diepe, wijze zielen konden weerstaan aan alle eerdere verlokkingen, fluisterde de duivel hen in het oor: jij bent speciaal. Je hebt jezelf verheven boven elk van mijn listen, zo krachtig en uitzonderlijk ben jij!
Dat is de ultieme verleiding, en de gevaarlijkste: de illusie van macht. Op een of andere manier bijzonder zijn, uitverkoren of verheven boven de massa.
Van ego gesproken.

Ik schouder nogal wat bagage die te maken heeft met die laatste verzoeking. Ik herken ze. Ik kijk ze in de ogen, nodig ze uit om op het mooie kussentje te komen zitten dat ik heb klaargelegd, en ik wil ze begrijpen. Wat er in grote lijnen op neerkomt dat ik mijn pantsers afleg, en mezelf zo kwetsbaar toon als ik diep vanbinnen weet dat ik ben.

Ik voel dat er een kracht in mij leeft die zich niet meer laat ontkennen. Tegelijk weet ik dat ik voorzichtig moet zijn. Ik heb vroeger dingen kapotgemaakt. Die weg wil ik niet meer inslaan, niet dit keer.

Stralend herfst_025 ed cut klein.jpg
(c) KV

Het enige wat je op het juiste spoor houdt, is de bescheidenheid die komt in het kielzog van de liefde. Die van jezelf, en die van anderen. En ik ben gezegend, in het verleden maar net zo goed heel recent, met mensen die zowat onaangekondigd in mijn leven verschenen zijn en recht door me heen blijken te kunnen kijken. Ik zie ze graag, en dat het gevoel is zo sterk dat er soms tranen bij horen. Ik voel, tot in mijn botten, hoe hun liefde mijn kant op stroomt. Het is diep verrijkend, en zorgt er tegelijk voor dat ik me heel nederig voel.

Terwijl ik stilaan een nieuw terrein betreed – ik voel het, maar ik snap er nog niet de helft van, laat staan dat ik weet waar ik heen ga – stappen ze naar voren uit de schaduwen om aan mijn zijde te staan. En ik loop mijn stuk van de weg, om mijn plaats in te nemen aan die van hen – dit is op elk vlak een wederzijds proces. Oude zielen zijn het, met zuivere harten en een verbijsterende capaciteit om te zien.

Ik voel me gezegend. Zou ik ooit een kompas nodig hebben, dan krijg ik bij deze de geruststelling, en niet één keer maar telkens opnieuw, dat ze er zijn, hier en nu, aan mijn zijde. Ze verschenen op precies het juiste moment.

Ik zal hen eer aandoen. Dat ben ik niet alleen mezelf verschuldigd, maar ook hen.
Voor minder ga ik niet.

Stralend herfst_022 klein
(c) KV

 

Licht dat schijnt

Light & drops_044 ed cut
(c) KV

 

It’s only dark because you’ve invested your light in the old, schrijft Jonas Ellison in een recente blog waarin hij het heeft over zijn persoonlijke ervaring met de Donkere Nacht van de Ziel. Hij beschrijft die als de overgangsperiode tussen een oude fase en een nieuwe, waarbij het oude al afgeworpen maar het nieuwe nog niet gearriveerd is en alles dus onzeker aanvoelt. Klinkt behoorlijk hard als Bill Plotkins cocon, als je het mij vraagt.

Hoe dan ook, ik voel wel wat voor Ellisons benadering, en die ene zin vond ik bijzonder treffend. Het is duidelijk: als je je licht blijft gebruiken om de dingen te belichten die je ontgroeid bent, je verleden en je oude zelf, dan gaat er niets de andere kant op, en blijven de uitdagingen en zegeningen van het nieuwe pad, de nieuwe fase, volledig in het duister.
Daarom is het onbekende vaak ook zo beangstigend. We zijn er niet erg goed in om gewoon in het nu te zijn, in het vagevuur (zelfs al is dat maar tijdelijk) en ons licht vooruit te schijnen – en niet veel verder te raken dan onze voeten, want de dikke mist van onzekerheid blokkeert elk uitzicht.

Of we zouden kunnen stoppen met wat dan ook te willen belichten, en het licht toestaan om ons te vinden, terwijl we dapper voort lopen doorheen de mist waarachter een nieuwe dageraad ons wacht.

En wanneer het ons dan vindt, zal het recht door ons heen stralen, prachtig en helder. Dat zal het moment zijn waarop we weten dat een heel nieuwe dag aangebroken is.

 

Light & drops_043 cut klein
(c) KV

Komen en gaan met de golven

Kingley Vale_150
(c) KV

 

De seizoenen komen en gaan als de golven. Ze brengen nieuwe getijden en wassen alles weg wat daarvoor kwam.

Ik heb geworsteld met de herfst dit jaar, omdat ik de zomer op een of andere manier gaande wilde houden, de zoete, niet aflatende stroom van creativiteit, de pulserende kracht van al wat wilde bloeien.

Maar de herfst is, net als eb of de onderhuidse invloed van de maan, niet te weerstaan. Ik heb de kracht van de zomer uit mijn lijf voelen vloeien, als zand dat tussen mijn vingers vandaan glipte, pluimpjes die weggeblazen werden van mijn handpalm.
Ik kan niets anders dan ze laten gaan.

Terwijl ik me voorbereid op de Soul Circle later deze maand, doorloop ik cycli van loslaten en vernieuwen.
Oude angst, ballast van levens geleden – echt of niet, maakt het uit? zo voelt het alvast – werkt zich naar de oppervlakte om erkend te worden, begrepen en eindelijk afgelegd. Sommige stukken ervan zijn moeilijk onder ogen te zien – maar zijn niet alle angsten en mislukkingen dat? Andere delen zijn rijp en voldragen, en ik verwelkom andermaal het afwerpen van oud lagen huid.

Tezelfdertijd maken nieuwe dingen hun opwachting. Ik heb het gevoel dat ik mijn eerste stappen zet op een pad dat ik wil lopen, al heb ik geen idee waar het heen gaat.

 

Trom_003 ed klein
(c) KV

 

 

Ja, de trom heeft er wat mee te maken. Ik koos hem uit een aardig aanbod van frame drums in een winkel die goed aangeschreven stond en niet teleurstelde. Er was veel keus in formaat en uitzicht, maar ik heb ondertussen genoeg ervaring om te weten dat je zoiets alleen beslist op klank. Hoe mooi een instrument er ook uitziet, je moet vooral telkens weer omhuld willen zijn door de resonantie ervan, want anders heeft wat je doet totaal geen zin. Ik had nooit verwacht dat ik zou gaan voor eentje met de pels nog op het slagvlak, maar toch wel dus. Het leven is blijkbaar nog niet klaar met verrassingen uitdelen. En ik merk dat ik die haren eigenlijk heel prettig vind. Ze zorgen ervoor dat de trom levender aanvoelt, en brengen tegelijk een zachtheid mee die ik ben gaan appreciëren. De klank is er niet minder krachtig om. Zachte dingen reiken soms juist nog dieper.

In de afgelopen weken hebben mijn handen deze nieuwe vriend verkend (ik gebruik de stokken nauwelijks). Hij roept geesten en schaduwen op, en de diepe, woordeloze aantrekkingskracht van winters boven de poolcirkel. Maar hij zou me op een dag net zo goed kunnen meenemen naar de dampende regenwouden. Ook prima.

Ik kan niet te ver vooruitkijken, nu. In de duistere dagen eigen aan de herfst en de winter is er vooral ruimte voor introspectie, en de warmte van huis, haard en hartsgezellen.

En de ene golf na de andere die komt aanrollen, mij met zich meeneemt, en me weer aan land brengt.

 

Kingley Vale_166

 

Mama kronen

Een reis naar de wortels van Oude Wijsheid

Kingley Vale_359
(c) KV – De toegang tot Kingley Vale

Na de diepe, vervullende fases van een leven in dienst van de ziel, zegt ecopsycholoog Bill Plotkin, bereikt de persoon die de roep van de ziel hoorde als Zwerver, die haar leven er als Leerling ten van dienste stelde en die de wereld het beste van haar talenten schonk in de hoedanigheid van Meester, het punt waarop ze overgaat naar het stadium van Oude Wijsheid.

Op dat moment begint het leven minder te draaien om Doen en maken, en meer om Zijn, voeden en inspireren.
Wanneer de jongvolwassene zich, geraakt door de roep van haar ziel, terugtrekt in een metaforische cocon en oversteekt naar de spirituele helft van het leven, dan gaat ze in Plotkins woorden door een proces van Zielsinitiatie. Ze voelt een verhaal, een krachtig beeld, de aantrekkingskracht van iets wat sterker is en dieper gaat dan haar ego of persoonlijkheid alleen, en ze voelt zich geroepen om zich ten dienste te stellen daarvan. Zielsinitiatie markeert het begin van de magische helft van het leven.

Een gelijkaardige monumentale overgang vindt plaats wanneer de bezielde volwassene de fase van Oude Wijze bereikt. Plotkin noemt dit de ‘Crowning’, een prachtige samentrekking van de Engelse woorden ‘crone’ (oude vrouw) and ‘crown’ (kroon), en verbindt zo meteen de charmes van hoge leeftijd en het waardige, bijna koninklijke van vergevorderde geestelijke evolutie.

Mijn moeder vierde afgelopen december haar zeventigste verjaardag. Mijn zus en ik wilden iets speciaals en symbolisch doen met haar, dus we besloten haar mee te nemen op een verrassingsreisje naar Engeland. We wilden niet alleen haar verjaardag vieren, maar ook haar overgang naar de status van Oude Wijze.

Onze moeder is een mooie, wijze en grappige vrouw met een hart groot genoeg om de hele planeet en iedereen erop te omarmen. En op sommige momenten in haar leven is dat ook precies wat ze gedaan heeft. Ons huis was altijd een haven voor mensen om te landen: voor het avondeten, voor een nacht, voor een paar jaar. Haar regenboogkinderen, noemden we ze. Sommigen waren zo oud als wij, een paar waren ouder, de meesten jonger. Ze hield van ze en vertroetelde ze en hielp ze hun leven weer op de rails krijgen als dat was wat ze nodig hadden.

Haar dagen van oeverloze zorg zijn nu enigszins voorbij. Te veel artrose en andere (godzijdank goedaardige) ouderdomskwaaltjes hebben een halt toegeroepen aan haar onafgebroken rondrennen en verzorgen – hoewel ze er soms nog wel eens in vervalt en de fysieke gevolgen achteraf voor lief neemt.

Maar tegelijkertijd is ze wijzer geworden. We hebben dezelfde opleidingen gevolgd en veel ervaringen gedeeld in de loop van de jaren, en zij is de eerste om aan iedereen te vertellen wat voor sterke vrouwen haar dochters geworden zijn, maar wij weten dat dat maar de helft van het verhaal is. Mama kan je aankijken, peilen tot diep in je ziel en naar boven komen met informatie waar je heel stil van wordt omdat ze zo ontzettend juist is. Ik heb er niets mee te maken, zegt ze, ik geef maar door wat ze mij ‘daarboven’ vertellen. Dat is geen valse bescheidenheid. Maar bescheiden zijn betekent soms ook dat je jezelf onterecht niet voldoende waardeert. Dus wilden we mama’s wijsheid vieren, haar diepe ervaring, en natuurlijk ook gewoon het feit dat ze onze moeder is.

Mama is een makkelijke persoon om te verrassen. Ze laat zich meevoeren op de stroom en vraagt zich niet te veel af. Ze is opgetogen als blijkt dat ze iets niet zag aankomen, en verwelkomt alles wat haar kant op komt – behalve misschien de tegenliggers in een land waar mensen links rijden. Omdat we reisden met onze eigen wagen, was de passagier vooraan degene die al het aankomend verkeer op zich zag afkomen. Na twee uur op de Engelse wegen ruilde mams haar plek met plezier voor eentje op de achterbank.

Kingley Vale_081
(c) KV – Storm bij The Seven Sisters

Onze eerste stop was Beachy Head, waar we uitkeken over The Seven Sisters, de adembenemende krijtkliffen van de Engelse zuidkust. Het weer was stormachtig en subliem.

Het was de perfect plek om je verbonden te weten met de elementen. We zaten met ons drieën ongestoord op een bank, en stemden ons af op wat de wind en de zee ons wilden vertellen. We luisterden naar wat gezegd werd: over onszelf, voor de ander. We deelden de boodschappen. Toen lieten we al het oude dat mocht losgelaten worden gaan, in de wind, of met de golven.

We reden door tot in West-Sussex naar the Hamblin Trust, het domein waar we twee nachten zouden verblijven in een van hun knusse chalets. Ik dwaalde door de tuin in het schemerlicht van de vallende avond, en de volgende ochtend.

Na het ontbijt hadden we maar tien minuutjes nodig tot aan de plek die de eigenlijke bestemming van deze hele trip was: Kingley Vale, waar in een bosje-in-een-bos The Watchers staan, de oudste taxusbomen ter wereld. Een aantal van deze knoestige reuzen zijn tweeduizend jaar oud. Waar konden we mama’s Crowning beter vieren?

Maar het bleek toch een beetje een uitdaging. Bij de eerste oude taxus die mama zag toen we wat dieper het bos in gingen, maakte ze bijna rechtsomkeert. Hij zag er dreigend uit, vond ze, en er hing iets donkers en gevaarlijks omheen.

Grappig genoeg was dit een boom die mij heel erg aansprak. Ik liep er naartoe om hem aan te raken, en voelde onmiddellijk hoe een diepe warmte door mijn buik ging. Mams keek huiverend toe van op een afstandje.

Toegegeven, taxussen zien er op het eerste gezicht niet erg knuffelbaar uit. In hun jeugd zijn ze op hun best elegant, maar met hun donkere stammen en naalden van een donkergroen dat soms meer wegheeft van zwart, zijn ze nogal sombere verschijningen. Hun felrode bessen fleuren het geheel misschien wat op, maar gezien het feit dat zowat elk onderdeel van de taxus dodelijk giftig is voor de mens, is dat toch maar een karig soelaas. Zoals elke zeer oude boom wordt een oude taxus knoestig, bobbelig en verwrongen, met takken die alle kanten op gaan en dode stompen die nog uitsteken. We stonden dus niet meteen oog in oog met een grote lieve omaboom, maar eerder met iets wat leek op een kruising tussen een norse oude olifant en een tentakelig monster uit een of andere horrorfilm.

Tot je ze aanraakt.

Kingley Vale_399.JPG
(c) KV

Taxussen voelen zacht onder je handen, en als je een beetje gevoelig bent voor bomen, dan is een ontmoeting met oude reuzen als deze echt wel bijzonder.

Het vroeg wat overredingskracht, maar uiteindelijk wilde mama er wel een aanraken.

Vanaf dan begon het makkelijker te gaan, hoewel het nog even duurde vooraleer mama een boom gevonden had waar ze echt een band mee voelde. Pas toen lukte het beter om de diepe, krachtige schoonheid van de ouderdom te voelen doorheen de donkere, sombere verschijning. De zon maakte nu en dan haar opwachting – dat hielp ook. (Het Engelse weer deed al wat het kon om zijn wispelturigheid te bewijzen: we schakelden op twee uur tijd drie keer van dreigende wolken naar stortbuien naar stralende blauwe hemel. Het gezegde ‘if you don’t like the weather, wait five minutes’ bleek een stevig feit.)

Na een uur van wandelen, zitten, aanraken en voelen, keerden we terug naar de ingang van het bos. Daar vonden we ‘mijn’ boom terug.
Mama was verbaasd dat ze hem eerder zo eng had gevonden. Ik van mijn kant begreep precies waarom hij voor mij zo goed werkte: oud genoeg om indrukwekkend te zijn, met een massieve stam en kroon, maar nog niet zo verweerd als zijn stokoude verwanten. En zijn plek: aan de rand, als een wachtpost op de grens tussen werelden.

Dat past bij mij.

In de namiddag na die wandeling hadden we voor mama een aromatherapie-massage geboekt bij een lieve dame waarnaar ze later verwees als haar ‘petemoei’.
We aten heerlijke Indische curry in een nabijgelegen restaurant, en namen de volgende ochtend afscheid van the Hamblin Trust.

We stopten nog bij het haventje van Bosham voor een paar cadeautjes en souvenirs uit het Arts and Crafts center (ik kocht een heerlijke cape voor alledaags gebruik, en ik kreeg een andere die ik voor het eerst zal aantrekken op de Soul Circle als geschenk van mijn zus). We lunchten in het Breeze Cafe, met een mooi zicht op de zee-inham waar het opkomend tij niet alleen naar goede gewoonte de promenade onder water zette, maar ook het busje van een nietsvermoedende kayakker, die bij zijn terugkeer duidelijk niet gerekend had op zo’n maritiem enthousiasme.

Kingley Vale_618.JPG
(c) KV – Bosham bij hoog water

Je onderschat de kracht van het vrouwelijke element maar beter niet, denk ik zo…

Onze drie moeder-en-dochter dagen hebben ons zacht gezegd een hap magie gegeven om op terug te kijken.