Zweverig

De waarde van leven in ijlere lucht

(c) KV

Ik ben vaak bezig met dingen die onder de noemer ‘zweverig’ vallen. Of die mensen zweverig vinden.
Zelden bedoelen ze dat als een compliment.

Als je management, wetenschap, economie of informatica wil gaan studeren, vindt de publieke opinie dat vandaag fantastisch. Dat zijn opleidingen die bezig zijn met de echte wereld. Geneeskunde, liefst van de soort die peperdure onderzoeken en spitstechnologie met zich meebrengt, is ook oké.
Voor ecologie en groene technologie willen we best wat begrip opbrengen, dezer dagen. Met de hele warmtehuishouding van de planeet die dreigt te ontsporen en ons misschien als gevolg daarvan wel uitroeit, en zo. Dat kan nog net.
Zorg, opvoeding, kunst en alles wat tot de zachte sector behoort, wordt vooral bekeken als iets wat geld kost, en niets opbrengt (lees: niets financieels). Wie daarin goed gedijt, heeft op te boksen tegen het gefrons van de marketingjongens en de informaticabonzen.

Maar begin niet over spiritualiteit, zingeving, de diepe verbondenheid met al wat leeft of de meer-dan-menselijke wereld. Zwijg over intuïtie, resonantie, energievelden, meditatie en dieper weten. Dan word je stante pede weggezet als een dromer, een fantast met het hoofd in de wolken… Zweverig, dus.

(c) KV

Voor een stuk begrijp ik het wel. Een groot deel van mijn core-business bevindt zich helemaal bovenaan de behoeftepiramide van Maslow. Daar kom je pas aan toe als al de rest vervuld is.
Eerst moeten we de zogenaamde deficiëntiebehoeften vervuld hebben (anders hebben we een tekort aan levensnoodzakelijke basiselementen). Dan pas komen we toe aan aandacht voor de groeibehoeften. En het klopt natuurlijk: wie keihard moet knokken voor een dak boven zijn hoofd of eten op zijn bord, wie op de vlucht is voor oorlog of probeert te overleven in een gezin waar geweld en onveiligheid de norm zijn, die heeft weinig energie over om zich bezig te houden met diepere zelfverwezenlijking.

Behoeftepiramide van Maslow – bron

Maar een enorme meerderheid van ons in het welvarende Westen is de stippellijn op het diagram hierboven ruimschoots voorbij. En het moet gezegd: velen van ons vinden de twee eerste balkjes van de groeibehoeften ook absoluut de moeite waard. Wetenschap en kunst, intellectuele ontwikkeling en schoonheid, psychologie, pedagogiek en hartelijke gezelligheid zijn daar te vinden.

Maar wat met die laatste, hoogste twee balkjes, de top van de piramide? Daar is lucht veel ijler. Dat is waar zich het zweverige deel van het bestaan afspeelt. En dat is een fantastische plek.

(c) KV

Ik weet dat het woord ‘hoogste’ meteen een waarde-oordeel lijkt in te houden, maar het is een puur geografische vaststelling. Het zou trouwens dwaas zijn om te beweren dat de hogere niveaus op een of andere manier ‘beter’ zouden zijn dan de lagere. Zonder die lagere wáren ze er gewoon niet. Geen enkele piramide kan een top hebben zonder stevige basis. Anders heb je niet meer dan een gammele constructie met een bordje ‘instortingsgevaar’ ervoor.

Wat wél zo is, is dat de lucht hogerop dunner is. Wat je van daaruit ziet, geeft je een enorm overzicht over de dingen, en neigt naar het abstracte en het universele. Je hebt er niets aan in termen van huizen bouwen, kinderen opvoeden of een plaats in de wereld veroveren. Het toont je daarentegen hoe nietig je wel bent, en hoe groot en machtig de kosmos is waarvan je deel uitmaakt. Je voelt je dichter bij ‘God’ (het universum, het transcendente) en verder van de menselijke wereld dan ooit. Tegelijk ben je sterker verbonden met alles en iedereen. Precies zoals op de hoogste bergtop.

De top van de piramide is smal, om meer dan één reden. Je moet niet alleen verlangen naar de hoogte, maar ook een getrainde klimmer zijn, én bestand tegen hoogteziekte, om daar te gedijen. Er zijn er niet zoveel die dat lukt.
Maar de top is nooit exclusief terrein. Iedereen met genoeg wilskracht en doorzettingsvermogen kan er geraken. Het betaamt de klimmer dus niet om misprijzend neer te kijken op al datgene wat hem, lager gelegen, ondersteunt.
Omgekeerd getuigt het van bijzonder veel onwetendheid als wie zich met de basis bezighoudt, beweert dat de inzichten die van de top komen niet bestaan, wegens ‘te zweverig’.

(c) KV

Er zijn heel veel terreinen van het dagelijks leven waarop het woord ‘zweverig’ wordt losgelaten. Deze blog is niet de plek om het debat te openen over welke vormen van spirituele of alternatieve praktijken al dan niet écht werken of waardevol zijn. Ik ben de eerste om te waarschuwen tegen charlatans of machtswellustelingen (je moet er een paar tegenkomen om te beseffen hoe gevaarlijk ze zijn), maar dat wil niet zeggen dat de bergtop en alles wat erbij hoort niet bestaan.

Trouwens, op elk niveau van het leven blijft het mensenwerk, en dat wil zeggen dat er fouten gemaakt worden. We kennen allemaal wel een gediplomeerde arts, marketeer of boekhouder die er op zeker moment een potje van maakte. Met je twee voeten op de grond staan, staat niet gelijk aan altijd goed bezig zijn.

Wat een foute uitdrukking, trouwens: met je twee voeten op de grond staan. Alsof je moet kiezen: met de ‘lagere’ niveaus dan wel de ‘hogere’ bezig zijn. Het is een valse keuze. Ik hou van de piramide van Maslow omdat ze duidelijk maakt dat je, in een evenwichtige en diepe ontwikkeling tot volwaardig mens, juist niet zonder die grondbasis kunt. Hoge bomen die slecht geworteld zijn, leven niet lang: ze waaien om. Een solide vorm van verankering is absoluut noodzakelijk. Maar het hoeft daar – het mág daar, wat mij betreft – niet bij blijven.

Niet iedereen hoeft zich geroepen te voelen om de berg tot op het hoogste punt te beklimmen. Ieder van ons heeft zijn talenten en zijn sterktes. Hoogtewerker zit niet in ieders takenpakket. Maar dat mag geen excuus zijn om laag te mikken en al te snel tevreden te zijn.
Mijn ervaring leert me dat de invloed van de hogere lagen zich, eens verworven, wel laat voelen op de diepere niveaus. Hoe hoger je gaat, hoe meer de inzichten en ervaringen die je daar verwerft je invulling van de niveaus eronder bijkleuren en verrijken.
En dat is waar het ‘zweverige’ dus een voor velen onverwachte bijdrage kan leveren.

(c) KV

Voor de duidelijkheid, ik bedoel niet: traditionele godsdienst.

Als ik verhalen lees die een sterk Vlaanderen-onder-de-kerktorengehalte hebben, word ik altijd lichtjes ongemakkelijk. Omdat er zoveel ontwikkeling gesmoord werd in die wereld, en zoveel mensen diep ongelukkig geleefd hebben, vaak onder het juk van de katholieke moraalridders of op zijn minst stevig door hen bezwaard. Een terugkeer naar ‘vreest God en weest vroom, o zondaar’ is dus het laatste wat ik hier nastreef. Dat is ook niet waar de top van de Maslow-piramide om draait; de toegang tot het transcendente komt pas in zicht ná de fase van zelfverwezenlijking. En als er nu iets was waar de katholieke kerk een funeste rol in heeft gespeeld in de afgelopen eeuwen, dan was het wel dat laatste. Zwijgen en luisteren naar meneer pastoor, levend onder het juk van een constant gevoel van schuld en zonde, kunnen nauwelijks zelfverwezenlijking genoemd worden.

Wat wél zo is: wie toegang heeft tot de hogere, ijlere lagen, beleeft de wereld als een rijker canvas. In de wetenschap passen we die kennis al eeuwen toe. Eén banaal voorbeeld: ons gehoor is niet in staat om ultrasone of infrasone geluidsgolven op te pikken. Maar ze bestaan, dat hebben we intussen kunnen vaststellen met technieken die niets te maken hebben met onze eigen basale zintuigen. En we gebruiken ze in allerhande toepassingen, van medische technologie tot weersvoorspellingen.

Wie de geschiedenis van de fysica leest (zoals beschreven door de meesterlijke Carlo Rovelli, bijvoorbeeld), leert al snel dat de mens met zijn zintuigen in de verste verte niet in staat is om de werkelijkheid te kennen zoals ze echt is. Het universum zit oneindig veel complexer, subtieler, grilliger en mooier in elkaar dan wij vanuit onze beperkte waarneming ook maar kunnen vermoeden.
Wetenschap en spiritualiteit liggen volgens mij dan ook veel dichter bij elkaar dan we nu doorgaans aannemen. Het is een van de redenen waarom ik gefascineerd ben door dingen als quantumfysica en fractale geometrie. Iets wat ik ten diepste aanvoel als spiritueel raakt daar aan wat we met de huidige wetenschappelijke en wiskundige technieken kunnen meten, vaststellen en creëren. Er is een snijvlak tussen wat voelt als het transcendente, en wat kan worden gemeten en berekend door de masterminds van de quantumfysica. Dat wil niet zeggen dat alle spiritualiteit wiskunde is. Het betekent gewoon dat ons buikgevoel van verbondenheid het wel eens verbazend goed eens zou kunnen zijn met de meest ingewikkelde wiskundige berekeningen in de toplaboratoria van de wetenschappelijke wereld.

Voor de rest is het wachten op een nog beter model, een nog beter verhaal, om de wereld te beschrijven.

“We moeten af van dat woord ‘zweverig’,” zei ik onlangs tegen een dierbare vriendin. “Het is te veel een scheldwoord.”

Haar antwoord verraste me.
“Nee. Het is een lief woord. Iedereen wil wel eens zweven, toch? Ik in ieder geval wel.”

Dat was het moment waarop ik het zag: de boom, met zijn wortels diep in de grond en zijn pluizigste zaad hoog in de lucht, meegevoerd door de wind. De piramide van Maslow, met zijn krachtige basislagen en zijn steeds ijlere hogere niveaus.

We zijn het allemaal. Diep verankerd én ijl en zweverig. Krachtig materieel en diep spiritueel. We moeten alleen de mogelijkheid krijgen, van de wereld of van onszelf, om het ene na het andere niveau te ontplooien, en de piramide in onszelf te laten ontluiken.

Ik kan alvast verzekeren: het uitzicht hoger op de berghelling is adembenemend.

(c) KV


Advertenties

De schemering verlaten

IMG_2815 (2) klein
(c) KV

Er is iets verschoven. Alsof de lucht gekeerd is, alsof er een deur is opengegaan die van het voorportaal leidt naar een veel ruimere kamer daarachter. Ik aarzel op de drempel maar ik blijf nauwelijks dralen, want ik weet dat ik geen andere keuze heb dan binnen te gaan. Ik ben dat in feite nu al aan het doen.

Ik ben bang. Niet verlamd door een of andere levensbedreigende angst, want deze reis is niet gevaarlijk. Integendeel, alle tekenen vertellen me dat ik me mag opmaken voor de tocht van mijn leven, en de pret begint hier en nu. Maar toch ben ik bang.

De auteursresidentie in Zweden, waar ik al maanden naar uitkijk, is eindelijk aangebroken. Voorlopig heeft het allemaal nog iets surreëels. Een beetje alsof je eindelijk voor een wereldberoemd monument staat en probeert de ware omvang ervan te verzoenen met zowel de postzegelgrote plaatjes uit de brochure als de torenhoge verwachtingen in je eigen hoofd.

De grens naar Zweden oversteken (via de befaamde ‘Bron’ brug die Kopenhagen verbindt met Malmö), lijkt ook symbool te staan voor onbekend terrein betreden. Mijn reizen in de buitenwereld lopen nogal eens parallel met de wegen van innerlijke evolutie die ik bewandel, en gaan die doorgaans vergemakkelijken of versterken. Maar in dit geval voelt de fysieke reis als een miniatuurversie van een veel bredere, diepere, innerlijke verschuiving.

IMG_2786 (2) klein
(c) KV

In de aanloop naar de residentie in Björköby kreeg ik het gevoel dat er een niet te negeren stroming mij aanzoog. De lancering van STROOM zat er voor iets tussen natuurlijk, omdat we toen naar buiten kwamen met zowel het boek als de Zaailing-samenwerking, stralend en ongegeneerd. En het feit dat er voor najaar 2019 een jeugdboek (11+) van ons tweeën in de maak is (het contract met de uitgeverij wordt op dit eigenste moment opgemaakt), zorgt voor nog meer beweging. Een groot deel van de residentie zal trouwens in het teken van dat boek staan. Dit alles zorgt voor duidelijke toekomstperspectieven, en het bijhorende momentum. Dat is een welkome verandering na jaren van steeds maar werken aan hetzelfde manuscript, dat na maanden van nagelbijtend afwachten dan weer eens geweigerd werd door een uitgeverij, en andermaal op mijn bureau belandde voor een nieuw rondje herschrijven. Maar hoe welkom en motiverend deze projecten en de daarbij horende veranderingen ook zijn, ze zijn niet de bron van de stroming die ik aan me voel trekken. Integendeel, ze lijken weinig meer dan kleine manifestaties ervan, voorbeeldjes van iets veel, veel groters en krachtigers dat een heel eind dieper stroomt, en dat zich nu en dan even kenbaar maakt aan de oppervlakte.

Het zijn de omvang en de kracht van de stroming die me beangstigen. Een beetje toch. Want zowel het tempo als de reikwijdte van hoe ik tot nu toe gewerkt en geleefd heb, staan op het punt te veranderen. Ten goede, zoveel is wel duidelijk. Maar ook definitief. En hoe dat echt zal voelen, is nog een vraagteken.

Ik heb heel lang uitgekeken naar dit kantelpunt. In zekere zin werk ik er al heel mijn leven naartoe. Op zeker moment had ik me neergelegd bij het feit dat het nooit zou komen. Nu het toch aangebroken is, heb ik echter het gevoel dat ik veel moet achterlaten van wat ik kende en waarmee ik vertrouwd was. Dat klinkt nogal als mijn vorige ervaring op het plateau, maar het voelt helemaal anders. Ik krijg de duidelijke vraag om een oud verhaal af te sluiten en me te begeven in iets groters, gedurfders, en totaal onbekend.

Dit soort vraag leg je niet naast je neer. Ik stap over de drempel, en verlaat het schemerige voorportaal, dat ik zo vaak benauwend maar bij momenten ook veilig en vertrouwd vond. Achterom kijken heeft geen zin. Waar ik nu sta, is de enige weg die vooruit.

IMG_2858 (2) klein
(c) KV

Een thuis voor de ziel #2

IMG_1428 (2) klein
(c) KV

 

“En wanneer ik die andere plek vind waarnaar ik lijk te zoeken, onbewust, onophoudelijk, dan zal ik weten dat mijn zoektocht voorbij is.
Ik zal mijn boot naar de kust sturen, aan land gaan, en nooit meer weg willen.”

 

Zo schreef ik het een jaar geleden in Een thuis voor de ziel. Nieuwe plaatsen ontdekken confronteert mij telkens weer met hoezeer de overbevolkte, drukke nevelstad die Vlaanderen steeds meer wordt, ingaat tegen wat mijn ziel verlangt en nodig heeft. Er zijn weinig dingen die mij zo gelukkig kunnen maken als het zicht op een beboste heuvel, een riviertje met rotsbedding, een glooiende horizon zonder gebouwen of andere menselijke constructies om het uitzicht te bederven. Telkens weer betrap ik mezelf op de gedachte: als ik hier maar wat meer van kon hebben in mijn dagelijks leven!

Terugkeren naar huis is daarom zelden een heuglijke gebeurtenis. Om eerlijk te zijn weet ik wel niet echt zeker of het het einde van de vakantie is dat ik betreur, of alleen de onvermijdelijke terugkeer naar Vlaanderen. En zodra ik mijn dagelijkse routine van werk, familie en vrienden weer opgenomen heb, raak ik ook weer snel gewoon aan mijn omgeving. Zo slecht is die tenslotte ook weer niet. En hoezeer ik mijn hart ook voel zwellen bij het zicht van een bergtop in de ochtendzon, ik weet wel beter dan te denken dat ik geschikt ben voor het leven in een hooggebergte. Wat zou ik daar moeten gaan doen, geiten hoeden? Kaas maken? Een B&B openen? Ik heb al een grondige hekel aan de huishoudelijke klussen in ons gezinnetje van drie! Schrijven kan ik natuurlijk overal, maar ik verdien op dit moment nog geen fractie van wat ik zou nodig hebben om er drie mensen van te onderhouden. Kortom: een mens moet verstandig zijn, nietwaar?

Op onze reis door Italië ontmoetten we vorig jaar een Belgisch koppel dat mijn tegenzin voor huishoudelijkheid niet deelt, en effectief een B&B opende in een charmant Middeleeuws dorpje. Onze gastvrouw vertelde me toen hoe ze had gehuild toen ze na haar eerste bezoek aan de plek opnieuw moest vertrekken. “Ik wilde niet weg”, zei ze. “Alles in mij wilde hier blijven. Het voelde alsof ik weggerukt werd van de plek waar ik thuishoorde, waar mijn ziel thuis was.”
Haar woorden vormden de inspiratie voor de blog van vorig jaar, want ik was best jaloers op haar. Ik was nog nooit een plek tegengekomen die me zo’n gevoel gegeven had. Ik voelde me zelfs verlorener door haar verhaal, ook thuis. Maar het maakte mij wel bewuster.

Nu heb ik, voor het eerst, een gelijkaardige ervaring gehad.

 

IMG_1394 (2) klein
(c) KV

_ _

We wilden deze zomer weer een korte trip naar de bergen maken. Van mijn Franse schoonbroer, die ons twee jaar geleden al eens meenam naar de Pyreneeën, hoorden we dat de Cirque de Gavarnie beslist een bezoek waard was.
Wij hadden er nog nooit van gehoord, maar de plek bleek Unesco Werelderfgoed te zijn, en te oordelen naar de foto’s online was het inderdaad erg mooi: een keteldal aan de voet van de eeuwig besneeuwde toppen van de Pic du Marboré en le Taillon, met een tapijt van alpenweide naan hun voeten, onophoudelijk bevloeid door watervallen van smeltsneeuw.
Omwille van haar schoonheid en faam is de Cirque een populaire bestemming, zowel voor dagjestoeristen die de wandeling van een viertal kilometer naar de bodem van het keteldal willen maken, als voor meer ervaren bergwandelaars op doorreis of die naar een van de nog hoger gelegen meren willen klimmen.

Het dorpje Gavarnie, toegangspoort tot het keteldal, ligt aan het einde van een doodlopende weg. Iedereen die er heen rijdt, moet uiteindelijk terug langs herzelfde smalle kronkelweggetje met de rotswand aan een kant en het tumultueuze bergriviertje Gave aan de andere. Het is bij momenten nogal veel verkeer voor één smal baantje. Wij kwamen aan op het einde van een regenachtige dag, en we leken de enigen die nog naar boven wilden. Een onophoudelijke stroom van auto’s, bestelwagens en bussen kwam ons tegemoet, op hun weg naar beneden. Het weer was omgeslagen, dus de massa maakte zich uit de voeten. Het had iets van oproeien tegen de stroom.
Maar tegen dat we ons avondeten op hadden in wat nu weer een zeer rustig klein bergdorpje was, verdampten de wolken en kregen we een eerste blik op de majestueuze wanden van de Cirque in de verte, beschenen door de avondzon.

De volgende dag hadden we stralend weer. Helderblauwe lucht, aangename temperaturen om te wandelen. Dankzij de tip van een ander koppel in dezelfde Bed & Breakfast besloten we om niet de stroom van wandelaars te volgen langs de hoofdweg naar de Cirque, maar om een langere tocht te maken. Daardoor klommen we eerst een paar uur (400 meter niveauverschil, wat ons tot op ongeveer 1800 meter hoogte bracht), en de rest van de wandeling konden we op dezelfde hoogte blijven, en vervolgens geleidelijk wat afdalen, door bossen en langs kliffen. Het werd de mooiste wandeling die ik ooit maakte.

Het Parc National des Pyrenées heeft een ongelooflijk rijke fauna en flora, die voortdurend verandert al naar gelang de hoogte. Hellingen vol blauwe irissen, paarse campanulaklokjes, helleborussen die amper uitgebloeid waren, elegante witte schermbloemen, verschillende soorten varens en volop bloeiende vetplanten, een taai soort beuken, gigantische pijnbomen en grillige dwergdennen, allerlei planten die ik kenden en nog veel meer die ik niet kende, uitbundig bloeiend in de weiden of halstarrig omhoogschietend uit rotsspleten.

 

 

We picknickten op een lommerrijk plekje langs het pad, met onze rug naar de rots en voor ons een uitzicht waarmee niet te concurreren valt (tweede foto van deze blog). Kort na de middag kwamen we ten slotte aan bij de Cirque.

Het was er druk. Aan de mond van het keteldal, waar het makkelijke pad eindige dat door de meesten gevolgd werd, stond een heus hotel met bar en restaurant. De rust van het eenzame bergpad maakte meteen plaats voor iets wat veel toeristischer aanvoelde. We dronken een glas in de schaduw, en keken toe hoe de wandelaars de laatste meters van het pad aflegden, sommigen zelfs te paard of met een ezel aan de hand, met daarop een kind. Het contrast met onze tocht kon niet groter zijn. (We vragen ons trouwens nog steeds af hoe dat hotel er ooit in slaagt bevoorraad te worden, want zelfs het ‘makkelijke’ pad is ongeschikt voor zowat elke vorm van gemotoriseerd vervoer.)

Ik ben gewoonlijk de eerste om te vluchten voor dit soort drukte. De energie van te veel mensen samen op één plek overstemt al te vaak het natuurlijk gevoel van een locatie, en het landschap wordt gedegradeerd tot decor. Meestal vertrek ik van zo’n plek met iets van teleurstelling dat wij mensen niet beter weten en er niet in slagen zoiets moois met rust te laten.
Het verraste me dus wel dat de troep kleurrijke wandelaars me in het geheel niet stoorde. Ik was me wel bewust van hun aanwezigheid, maar alle dingen die drukte een uitdaging maken voor mij (lawaai, nabijheid, teveel mentale en emotionele stoorzenders op te veel verschillende frequenties) leken hier niet van toepassing. Hoeveel volk er ook rondliep, de omvang van het landschap overklaste alles moeiteloos.

 

IMG_1459 (2) klein
(c) KV

 

Dat gevoel bleef aanhouden toen we het keteldal zelf in gingen. Daar liepen ook heel veel mensen, op het pad of ergens ernaast, onder meer omdat de route die naar de voet van de grootste waterval leidde niet bepaald helder aangeduid stond. Blijkbaar moesten we daarvoor zelfs een stuk gletsjer over, en omdat dat niet duidelijk was en ik er niet gerust op was om zo’n breed stuk ijs over te steken, kwamen we terecht langs de verkeerde kant van de Gave (op dat punt weinig meer dan een woeste, brede bergbeek, maar niettemin niet veilig over te steken) en hadden we de keuze: een heel eind terugkeren en toch over die gletsjer heen, aansluiten in het rijtje mieren van wandelaars in de verte, of blijven waar we waren en van het uitzicht genieten. We kozen voor het laatste.

 

IMG_1492 (2) klein
(c) KV

 

Ik zat op een groot rotsblok een eindje boven het riviertje, en keek naar de immense rotswanden en het water dat zich van alle kanten over hun randen naar beneden stortte. Ik kreeg het gevoel dat er niets was wat dit dal van zijn stuk kon brengen. De rotsen, oprijzend vanuit de wortels van de aarde, leken in staat om de wereld zelf te torsen. De watervallen zorgden voor een stromend element, en de wijsheid van loslaten. Het voelde als een perfect yin-yang evenwicht, een immens krachtige plek, onophoudelijk veranderend, tijdloos.
Zwarte kraaiachtigen met gele bekken vlogen als acrobaten op de wind die ook de namiddagwolken meebracht. Bloemen groeiden onverstoorbaar in rotsspleten. De rivier zong zijn luidruchtige lied, ongehinderd door wat voor zwerfkeien of steenbrokken dan ook. En de grote waterval waar we naar keken, aan het andere eind van het dal, veranderde van gezicht met elk wolkje dat passeerde.

Soms kan een plek zo groot en zo juist zijn dat al wat je wil, is om er op een of andere manier deel van te mogen uitmaken.

 

IMG_1504 (2) klein
(c) KV

 

_ _

 

Vanmorgen hadden de wolken het hele dal van Gavarnie gevuld met dikke, grijze mist. We konden amper de auto op de oprit onderscheiden. De Cirque, ver weg hogerop, was totaal onzichtbaar. Ik voelde het aan me trekken terwijl ik bij de voorbereiding van ons vertrek de tassen in de koffer van de wagen stak: het gevoel dat ik niet weg wilde.
Ook dit verraste mij. Rationeel gezien was er niets voor mij op deze plek, in dit kleine bergdorpje dat alleen leek te bestaan bij de gratie van eindeloze stromen wandelaars in de zomer en skiërs in de winter.
Op elke andere plaats zou ik mijn schouders opgehaald hebben en gedacht: mooie wandeling, prachtige berg, misschien komen we hier nog wel eens terug, maar nu: wegwezen! Of zelfs iets van teleurstelling: nee, hier is het ook niet, de plek die ik zoek.
Dit keer was het anders.

Terwijl ik de auto langzaam langs het smalle baantje stuurde, stroomafwaarts mee met de Gave op weg naar lagere heuvels, voelde ik hoe mijn aarzeling groeide tot droefheid. Ik wilde niet weg. Iets in deze rotsen, in deze rivier, sprak tegen mij op een manier die ik nog nergens anders had ervaren. Vertrekken voelde als een navelstreng doorknippen, met dat verschil dat menselijke navelstrengen bedoeld zijn om door te knippen als het kind wil kunnen leven, en dat deze verbinding verbreken helemaal niet juist voelde.

Het was duidelijk: dit was wat mij betrof geen plek als de andere. Dit was, om een of andere ondefinieerbare reden, thuis.

Ik weet nog niet hoe ik aan de slag zal gaan met deze ervaring, en wat de invloed ervan op mijn leven zal zijn. Wat ik heb gevoeld, is bijzonder genoeg om een belangrijk verschil te maken.
Op dit moment koester ik gewoon het feit dat ik me triest en een beetje verloren voel, op een heel andere manier dan vroeger. Want er bestaat ten minste één plek op aarde, weet ik nu, waar ik mij niét verloren voel.

Nu mijn ziel weet wat het is om thuis te zijn, wordt door de wereld dwalen op een of andere manier iets makkelijker te verdragen.

En wie weet waar het volgende pad heen leidt.

 

IMG_1482 (2) klein
(c) KV

x

ZAAILING #35 – Handgeschept

Een Zaailing voor de lange, lome dagen waarin we ons hoofd mogen leegmaken, en ons lichaam mogen toevertrouwen aan datgene wat zoveel beter dan wij weet waar alles heen gaat…

 

 

 


 

 

Handgeschept Page1 klein

 

Handgeschept Page2 klein

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.

Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Verbranden en herrijzen

De overvloed van de Zomerkring

 

Zomerkring_019 ed cut klein
Zomerkring-maan, in het gezelschap van Jupiter (c) KV

 

De heel bijzondere ervaring van mijn Zielskring afgelopen najaar bleef nog lang doorzinderen. De hartverwarmende verbondenheid en het vertrouwen dat in minder dan een paar uur groeide tussen een aantal mensen – vaak volslagen vreemden voor elkaar – die kennismaakten tijdens de rituele bijeenkomst om mijn veertigste verjaardag te vieren, gaven mij het gevoel dat ik dit soort ontmoetingen vaker moest organiseren.
Dus toen 2018 zijn intrede deed, besloot ik om niet één maar vier Kringen te houden dit jaar. Seizoenskringen.

Ik polste eerst even bij mijn man of hij dat wel oké vond. Hij had helemaal achter de Soul Circle gestaan, en dit idee bleek hem ook aan te spreken. Ik ben overduidelijk de spirituele in dit huishouden, maar die kant van mij heeft hem altijd aangetrokken, ook als dat wat ‘stretchen’ betekent, en hij ondersteunt een initiatief als dit graag op een praktische manier. Het is een bijzonder fijn soort teamwork dat ons samen gastheer en gastvrouw maakt, op een manier waar we ons allebei goed bij voelen.

Ik ben het principe van ‘de juiste dingen op het juiste moment’ redelijk radicaal gaan omarmen. Elk mailtje met een bevestiging van komst werd even warm ontvangen als de berichten die zeiden ‘heerlijk idee, bedankt voor de uitnodiging, maar ik kan er dit keer niet bij zijn’. Mijn lijst van verwante zielen is ruim, mijn armen zijn lang en open, en ik ben niet van plan die op wat voor manier dan ook in te perken.

Het basisconcept was gelijkaardig aan dat van de Zielskring: een samenkomst die begint met een rituele kring waar we een symbolisch onderwerp aansnijden, gevolgd door een informele maaltijd en gezellig samenzijn. De gasten zorgen voor eten (altijd een verrassing), wij als gastheer en -vrouw zorgen voor drank en logistiek. Het is een fantastische formule, en ze werkt elke keer. Minimale kosten, maximaal plezier voor iedereen. Het grote verschil met de Soul Circle was natuurlijk dat deze kring in het teken van de deelnemers zou staan, en dat het niet om mij draaide. Ik zou begeleider zijn, gids misschien, maar beslist niet het centrum van alle aandacht.

Begin maart hield ik dus de eerste bijeenkomst, de Lentekring. De winter had Europa op dat moment nog stevig in zijn greep, en de dag zelf lag het buiten letterlijk vol sneeuw. Maar tegen de middag had een helder zonnetje alles helemaal laten wegsmelten…

De seizoenen zijn zeer rijk aan symboliek, dus ik moest een focus kiezen die gepast voelde voor dat moment. Voor de Lentekring koos ik voor het beeld van het zaad of de knop, die wachtte in het duister tot het tijd was om te ontkiemen: een afscheid van wat voorbij was, van duisternis en lange, langzame groeiprocessen, en een uitnodiging om open te bloeien, aangeraakt te worden door het licht, en te ontluiken.

 

Prille lente_028 ed cut klein
Eerste aarzelende tekenen van de lente, maart 2018 (c) KV

 

We waren met een bescheiden groep in onze woonkamer, maar ik stond er toch versteld van hoe het vertrouwen en de rauwe eerlijkheid er zowat onmiddellijk weer waren tussen mensen die elkaar niet of nauwelijks kenden. De meditatie die ik geschreven had om te werken met het beeld van het zaad bleek bijzonder krachtig, en elke deelnemer ging naar huis met een ervaring die werkelijk iets voor hem betekende, en met wat meer licht en bewustzijn in een stukje van hun persoonlijke proces.

Ik voelde me vereerd, maar ook bijzonder onzeker. Dit was zulk onbekend terrein. Welke keuzes waren de juiste om de processen van de aanwezigen een beetje te ondersteunen? Waarop moest ik focussen, wat moest ik laten voor wat het was, of beter in de hand houden? Zelfs al was de Lentekring echt wel een succes te noemen, ik voelde me naderhand toch niet in feeststemming. Ik had naar mijn gevoel nog zoveel te leren… Het zou wat tijd vragen om alles te laten zakken, en dan met een schone lei opnieuw te beginnen.

 

Intussen is het hoogzomer. En een week geleden, juist na de zomerzonnewende, hield ik mijn Zomerkring.

Ik beken: ik had een hele tijd koudwatervrees om erin te duiken. Ik was nog altijd niet overtuigd dat ik dit wil kon. Maar na de lange, lange, grijze winter leken we de lente zowat over te slaan en plots was de natuur overal zo overvloedig aanwezig dat het onmogelijk was om er niet door geraakt te worden. Ik zat op ons terras, onder de eikentakken, en keek naar de jonge meesjes die af en aan vlogen en gulzig rond de pindasilo zwermden, en het werd me duidelijk dat waar ik het over wilde hebben dit keer overvloed was.

Jonge zomer_007 ed klein
Enthousiaste klimop die goed op weg is om niet alleen het raam maar de hele woonkamer in te palmen… (c) KV

Onze tuin is niet zo heel groot, maar hij is weelderig. Naar Belgische maatstaven is het een halve wildernis. We wieden wel, en we zorgen voor de planten die ons lief zijn, maar op ons kleine perceel laten we bijzonder veel ruimte voor wilde hoekjes en volwassen bomen en struiken die hun goesting mogen doen. Dat betekent dat we meestal het gevoel hebben in een bos of een boomhut te wonen: we zien takken en groen uit elk raam. We houden daar heel erg van, ook al moeten we soms toch een beetje snoeien…

Dus het werd de tuin en het gevoel van overvloed, voor deze Zomerkring. Zodra ik die insteek had, kwam de rest vanzelf. Ik hoefde maar het minimum voor te bereiden. En na een grijze, koude week was het weer plots opnieuw zalig: zonnig maar niet te heet. We konden de hele kring buiten houden, net zoals ik gehoopt had.

We zaten in het meest beschutte deel van de tuin, en ik introduceerde het idee van overvloed, vuur en groei. In de uitnodiging had ik een citaat uit Walter de la Mares gedicht ‘Under the Rose – the Song of the Wanderer’ gezet, vertaald door Tonke Dragt:

En ik, ik heb het Woud betreden
Waar, in vlammen roze en goud
Verbrandend, en herrijzend steeds
De Feniks zich ophoudt

 

Tuin juni_041 ed cut klein
(c) KV

 

Branden, zonder te angst om op te branden – want uit de as herrijzen we. Groeien, en bloeien, en vrucht dragen, in volle overvloed… Alles wat binnen in onszelf groeit en rijpt durven vertrouwen. Vlam te zijn, en vuur, en zo helder te schijnen als we kunnen. Omdat we dat verdienen. Omdat we de wereld zo een plek met meer licht maken…

Ik las een mooie zonnewende-meditatie voor van Cait Johnson en Maura D. Shaw uit Celebrating the Great Mother, een tekst die ik pas een week voor de bijeenkomst voor het eerst las, en die op wonderlijke wijze alle beelden in zich droeg waarmee ik me eerder had voorgenomen te werken.
Ik had een grote, lege, houten kom voorzien, en allerlei tuingereedschap klaargelegd waarmee kon geknipt en gesnoeid worden. Er werd gegrapt dat ik mijn gasten hierheen gelokt had voor een middag tuinonderhoud.
De echte bedoeling was om hen allemaal onze uitbundige tuin in te sturen om te plukken, te verzamelen of af te knippen wat hen persoonlijk riep als een symbool van hun eigen innerlijke overvloed, en het punt waarop ze zich in hun eigen evoluties bevonden.

(Grappig #1: toen ik deze nogal ongewone oefening bedacht, betrapte ik mezelf erop dat ik dacht: zou ik niet beter zeggen dat ze een beetje voorzichtig moeten zijn met de rozen, of dat ze die of die struik misschien beter niet helemaal kaalplukken? Ik kon alleen maar grinniken om mijn behoefte aan controle. Als je iemand overvloed wil laten ervaren, dan moet je niet beginnen met waarschuwingen, maar er juist op durven vertrouwen dat wat hij mee terugbrengt naar de ceremonieschaal ook echt juist is. – Ervaring leerde me trouwens dat als je zo’n opdracht geeft mensen zelden voor de mooiste bloem gaan. Ze worden aangetrokken tot iets wat hen roept, om een heel persoonlijke reden, en dat kan net zo goed onkruid zijn… Ik zette dus geen beperkende grenzen, en zei mijn gasten dat ze zelfs dingen met wortel en al uit de grond mochten trekken, als dat juist voelde – behalve de bomen misschien. (Meer gelach.) Ze hoefden niet te aarzelen of te twijfelen, de tuin had meer dan genoeg te bieden.
Grappig #2: toen ik mijn man vertelde over mijn plannen, verwoordde hij precies dezelfde schrik als ik had gehad! Van gelijkgestemde zielen (of controlefreaks) gesproken… Toen ik mijn inzichten met hem deelde, lieten we het allebei gewoon voor wat het was, vertrouwden en lieten het gebeuren. En natuurlijk werd onze tuin niet gemolesteerd… 😉 Integendeel, ik was echt blij om te zien dat een van de gasten het had aangedurfd om een takje van de appelboom te knippen, met één groen, onrijp appeltje eraan. Bravo!)

We verzamelden de symbolische ‘oogst’ in mijn grote schaal, en beschreven ieder wat die voor ons betekende.

 

35927136_1103642173122832_369300336290037760_n

 

Er waren verhalen over durven bloeien, over aarzelend groen fruit dat langzaam rijpte, over kleuren en wilde scheuten die kracht en houvast boden in tijden van twijfel. We deelde ervaringen, leerden van elkaar, vertrouwden en steunden elkaar. We lieten ons licht schijnen en durfden opvlammen, zonder bang te zijn om op te branden. Want uit de as verrijst de Feniks…

Achteraf deelden we een heerlijke maaltijd, en het was hartverwarmend om te zien hoe een aantal mensen, die elkaar misschien een of twee keer ontmoet hadden, opnieuw connecteerden, en hoe nieuwkomers zonder moeite een plekje vonden in het geheel.

Mijn bedoeling met het houden van deze Kringen was om vertrouwen en verbondenheid tussen mensen een voedingsbodem te geven, en tegelijk een opening te creëren voor persoonlijke groei. Na deze Zomerkring begin ik het zowaar te geloven dat het mij lukt.

Ik kijk nu al uit naar de Herfst.

 

Zomerkring_112 ed klein
Zomerkring-maan, in het gezelschap van Jupiter (c) KV

 

Dromen weven

 

Robur_007 kleinRobur 32293498_10212179102380153_115010896245293056_n

 

Sommige dagen zijn net iets magischer dan andere.

We bezochten Marieke Van Coppenolle, een lieve vriendin, die een opendeurweekend hield als Crowdfundingsactie voor Robur.

Robur-op-den-Eik is een project waartoe Marieke geroepen werd, een missie waarvan ze voelde dat ze ze moest volbrengen: een huisje bouwen dat nog het meeste wegheeft van een yurt (nomandentent), waar mensen kunnen komen herstellen van burn-out of ziekte, waar kleine groepen activiteiten kunnen houden of waar kunstenaars zelfs in residentie kunnen komen. Zelf leidt ze een nomadisch bestaan, dit is geen woonst voor haar. Wat het wel is, is een levenswerk, en wat ze intussen voor elkaar gekregen heeft, is fenomenaal.

 

Robur_009 klein
Roburs magische bos (c) KV

 

Marieke en ik ontmoetten elkaar per toeval op de jaarlijkse VAV-conferentie, en zoals dat gaat tussen verwante zielen, klikte het. Intussen is ze al twee keer komen logeren bij ons gezin, en we kunnen het prima samen vinden. Ze was ook een welkome gast om de eerste Seizoenscirkel (Lente) dit jaar.
Dus toen ik hoorde dat er bezoekdagen waren op Robur, waren we daar heel graag bij.

Samen met een bevriende familie brachten we een heerlijke zonnige zaterdagmiddag door op de bouwplek. Vrijwilligers serveerden pannenkoeken en drank, er waren spelletjes voor de kinderen, een beroemde violiste gaf een benefietconcert… Alle bijdragen waren ten voordele van het bouwproject. Marieke zelf leeft al jaren zo sober dat je haar gerust een hedendaagse kluizenaar kunt noemen – behalve dan dat ze het liefst rondtrekt in haar bus/bestelwagen/kleine vrachtwagen, als een moderne nomade…

Robur 32367236_10212179019218074_8300416649077456896_n

Er stond nog een activiteit op het programma die zaterdagmiddag, en daar wilde ik heel graag heen: dreamcatchers maken.

Ik hou al heel lang van dreamcatchers, en ik heb er thuis een aantal, waaronder enkele gemaakt door native Americans, of vrienden. Ik wilde altijd al leren hoe dat moest. Dus dit was een schitterend moment.

Ik genoot er met volle teugen van. Het was best ook wel wat prutsen en proberen, maar dit is een ambacht waar ik spontaan mijn plek vond. Ik werkte door toen alle anderen al klaar waren, en na twee uur had ik een kleine en delicaat geweven dreamcatcher waar ik bijzonder blij mee was. Voor een eerste poging, zalig!

Ik wil hier in de toekomst mee doorgaan. Zoveel dingen waarvan ik hou (meditatief werk, stenen en kralen, veren, oude kunst, gebed) komen samen in dit ambacht. Ik ga binnenkort op zoek naar meer materiaal (en in plaats van die koude ijzeren ringen kan ik binnenkort takken gebruiken van onze eigen treurwilg, hoe leuk is dat?). Ik hoop in de toekomst gauw wat meer werk te kunnen tonen.

Een dikke dankjewel, Marieke, om zo’n inspirerende en hartverwarmende persoon te zijn!

Robur 20180512_172502 klein
Ik, Marieke en vriendin Tessa met dochter Happiness


Meer weten over Robur of eventueel vrijwilligerswerk? Neem hier een kijkje:

Een nieuw begin

De toekomst voorspellen zonder het te willen

 

Lente divers_013 ed cut klein
Dagboek 2016-heden en nu-? . De kleuren in deze foto willen maar niet kloppen, zie lager voor betere weergave (c) KV

 

Ik hou al jaren een dagboek bij. Wat rond 1997 begon als flarden poëtische bespiegelingen groeide uit tot een soort vraag-en-antwoordschrijven waarin ik inzicht probeerde te krijgen in diepere levensvragen. Geleidelijk aan werd het echt dagboek. De laatste vijf jaar heb ik het zowat constant bijgehouden. Deze schriften zijn de neerslag geworden van mijn innerlijke evoluties, mijn groeiprocessen, mijn twijfels, uitdaging en onverwachte successen.

Intussen voelt schrijven in mijn dagboek een beetje als eten of me wassen: als ik het wat langer niet gedaan heb, begin ik me bijzonder ongemakkelijk te voelen. Ik wil het hebben over de ontwikkelingen die ik heb beleefd, over wat ik heb gevoeld en begrepen, over de manier waarop mijn leven zich ontvouwt. Ik doe dat om dingen te onthouden, maar ook om ze beter te begrijpen en op een of andere manier te ruste te leggen.

Geen lijstjes van taken, maaltijden of hobby’s in mijn dagboeken. Geen inventaris van mensen die ik ontmoette of klussen die ik moest klaren. Ik vertel alleen over gebeurtenissen die op een of andere manier van belang waren voor mij, die een verrijkende of confronterende imprint achterlieten op mijn ziel. Als iemand ooit, in een of andere verre toekomst, die schriften van mij zou gaan lezen, dan worden ze waarschijnlijk geklasseerd als een relaas van psychologische ontwikkeling.
Maar de laatste twee jaar is mijn dagboek ook steeds meer een schrijversdagboek geworden. Nooit eerder kreeg mijn werk zo’n prominente plaats in mijn dagelijkse bezigheden en ontwikkelingen als het nu al een tijdje doet.

Ik blijf er niet te lang bij stilstaan. Ik weet alleen dat ik het moet opschrijven.

Mijn dagboeken hebben nog een bijzondere eigenschap. Ze hebben er een handje van weg om de toekomst te voorspellen. Telkens als ik er eentje vol had, en terugblikte op wat er in die periode allemaal gebeurd was, kon ik alleen maar tot de conclusie komen dat de inhoud strookte met de cover. Een jaar van diepe en belangrijke persoonlijke ontwikkelingen, waarin ik in contact kwam met een aantal mogelijkheden die nieuwe werelden voor mij openden, werd opgetekend in een schrift dat een fragment handgeschreven manuscript van Antoine de Saint-Exupéry’s De Kleine Prins op de cover had, inclusief een ster die hij er had bijgetekend. Een kortere, maar extreem belangrijke periode van spiritueel ontwaken en oude huid afleggen (het meest fundamentele gedeelte van mijn Plateau-fase) werd vastgelegd in een slank schrift met een detail van de blauwe glasramen van de Sagrada Familia (ik kocht het schrift in de souvenirwinkel van de kathedraal toen we in Barcelona waren).

In november 2016 was het Gaudí-dagboek vol, en ik had geen snipper tijd om naar een van de boekenwinkels te trekken waar ze dat soort schriften waar ik zo van hield verkochten (ja, ik doe dat nog in boekhandels en echte winkels). Het enige wat ik nog op mijn plank had staan, was een zwarte Moleskine.

Ik ben dol op Moleskine. Ik schreef de volledige eerste versie van een van mijn romans in zo’n schrift. Alleen had ik het niet meteen in gedachten als dagboek. Ik wilde iets kleurrijkers, vrolijkers, iets met een motief of een beeld erop.
Maar ik had weinig andere keuze dan te aanvaarden dat dit het enige was wat voorhanden was, en dus omarmde ik, met wat terughoudendheid, de zwarte Moleskine. Ik kwam al snel op het idee om er zelf een beeld op te plakken. En terwijl ik tussen mijn papieren rommelde naar een deftige afbeelding, kwam ik deze tegen:

 

JW Iris bos Sally Mann 1
(c) Jurgen Walschot

 

Van Jurgen, natuurlijk. Een Sally Mann-achtige variatie op het allereerste Seth-beeld dat hij maakte, dat mij in zijn kleurrijke versie zo wezenlijk geraakt had en duidelijk maakte dat er iets heel bijzonders aan het gebeuren was.
Maar ik beken: ik was niet overtuigd. Niet meteen. Een zwart schrift. Een donkere, sombere afbeelding. Ik was de onbewuste toekomstvoorspellende kwaliteiten van mijn dagboeken gaan appreciëren. Dus wat betekende deze keuze dan?

Ik besloot het proces gewoon te vertrouwen. Ik begon in dit schrift te schrijven juist na mijn verjaardag in November 2016 — de 8e had nog nooit zo’n bittere bijklank gehad als dat jaar — en ik was er krap een week geleden mee klaar. Jongens, wat een trip! En eens te meer bleek de coverafbeelding profetisch.

De rijkdom, diepte en bijzonderheid van wat er in dit beeld allemaal resoneert met wat er zich in mijn leven heeft afgespeeld in het afgelopen anderhalf jaar vallen niet in woorden te vatten. Het creatief bloedbroederschap dat langzaam ontlook en vervolgens tot volle bloei kwam. De almaar sterker wordende verbinding die ik voelde met de mysteries van het universum, en de manier waarop die zich kenbaar maakten. De steeds uitgespokener aanwezigheid van vogels, van verschillende soorten, als boodschappers en dragers van betekenis. Kunst. Intuïtiviteit. Kennis. Gevoeligheid. Ziel. Het is er allemaal. In een schrift dat ik aanvankelijk wantrouwde en een beeld waaraan ik twijfelde. Nu durf ik stellen dat de gelukkigste jaren van mijn leven (tot nu toe) in dit bewuste schrift staan opgetekend.

Een tijdje geleden realiseerde ik me dat het stilaan vol raakte.
Wat zou de opvolger worden? Ik besloot dat ik de formule zou herhalen: ik schreef heel graag in de Moleskine, en ik kon er elk mogelijk beeld op kleven dat juist voelde.
Andermaal liet het universum me niet helemaal mijn goesting doen. Toen ik op zoek ging naar een nieuw schrift, kon ik met de beste wil van de wereld geen zwart exemplaar vinden in het formaat dat ik wilde. Ik moest me dus tevreden stellen met een rood, en erop vertrouwen dat het – andermaal – het juiste zou zijn.

Niet zo lang daarna kreeg Jurgen de vraag om een extra prent te maken voor De serres van Mendel, het 10+  verhaal dat we vorig jaar samen maakten. Bij Van In wilden ze graag een afbeelding waar het hoofdpersonage Reya en haar onverwacht beste vriend Robin samen opstonden. Toen Jurgen mij erover vertelde, suggereerde ik de scène in de donkere serre die nog het meest weghad van een grot met lichtgevende planten waar Reya zich graag terugtrok.

Dit was het resultaat.

 

extra prent grot klein
(c) Jurgen Walschot

 

Bijna onmiddellijk wist ik: dit was het beeld voor het nieuwe dagboek.

Het was een combinatie van buikgevoel en de symboliek van de prent. Meer ga ik er niet over schrijven. Ik zal de betovering niet verbreken, en het universum mag zijn gang gaan, zoals gewoonlijk.

Maar dat er een nieuwe fase aangebroken is, in meer dan een opzicht, zoveel is wel duidelijk.

Bij mezelf waar ik ben

 

Twee weken geleden viel ik van de trap.

 

Lente serieus_072 zw ed 2 cut sepia gloei klein
(c) KV

 

Het was niet alsof ik erop had zitten wachten. Maar dat soort dingen gebeuren niet zomaar.

Ja, natuurlijk weet ik hoe dat klinkt en nee, ik maak geen grapje. Dit soort verschijnselen kunnen heel bizarre en grappige proporties aannemen. Als mijn man emotioneel ergens mee in de knoop zit (stress op het werk, zorgen om zijn kinderen…), dan krijgt hij transportproblemen: auto-ongelukken, fietspanne, technische schade… Eerst zagen we het verband niet, maar stilaan begonnen we te merken dat als hij een accident of een probleem had, zich dat telkens voordeed op momenten dat hij ergens mee aan het worstelen was. Dus na een tijdje lachten we, als hij weer eens in panne stond met zijn velomobiel: oké, wat is er echt aan de hand? Bleek er altijd weer een of ander interessant innerlijk proces aan de gang dat het verdiende om er met wat meer aandacht naar te kijken.

Ik gebruik de signalen van mijn lichaam al jaren als metafoor. Dus mijn bekken en mijn staartbeen kneuzen, die sinds mijn bevalling negen jaar geleden sowieso fragiel zijn, was iets om serieus te nemen. Hier liggen verbindingen met geworteld zijn, met de oorsprong van het leven, en met een diep gevoel van veiligheid. Het bekken is bij een vrouw tegelijk het centrum van kracht, haar fundering en de schoot van haar creativiteit.

Een val zoals die van mij (de voorlaatste trede van de trap missen en landen op mijn stuit) kun je moeilijk levensbedreigend noemen. Maar ik beken dat ik de impact ervan onderschatte. Ik heb nog nooit iets gebroken in de veertig jaar dat ik leef, en mijn ernstigste fysieke aandoening (behalve de woedende storm die bevallen bleek te zijn) was een longontsteking – een heel ander type kwaal.

Dus sloeg ik de evoluties van mijn lichaam heel bewust, en met lichte verbijstering, gade, de afgelopen twee weken. Ik verbaasde me erover hoe snel een lichaam geneest, terwijl sommige diepere kneuzingen tegelijkertijd langer blijven hangen dan je verwacht. Ik vroeg me af of er al dan niet iets echt mis was (er was één zijde waarop ik ’s nachts eigenlijk niet kon liggen – niet omdat dat pijn deed, maar omdat sommige bewegingen die ik maakte als ik op die kant lag een pijnscheut langs mijn ruggegraat deden schieten waar ik zonder mankeren van wakker werd, en die er voor zorgde dat ik de eerste twee uur na het opstaan letterlijk kreupel liep.

Ook op innerlijk vlak ben ik gaan graven en gaan gadeslaan. En dat was net zo interessant. Samen met de kneuzingen leek er een soort bron aangeboord vanbinnen om oude, opgebouwde spanningen er eindelijk uit te laten komen. Een pijnlijke vorm van zuivering, als je wil.

Wat ik heb geleerd:

Pijn put uit. En dat geldt voor zowel fysieke als emotionele pijn. Ik heb me zelden zo moe gevoeld als nu, na een dag van functioneren op halve kracht, waarbij ik voortdurend bezig was het knagende pijngevoel in mijn spieren op de achtergrond te houden. Het is ook geen toeval dat ik precies in deze periode schreef over de harde en diepe innerlijke oordelen die we over onszelf vellen.

Voor mij is, bij de aanvang van dit nieuwe seizoen en wie weet wel een heel jaar, als we de natuurlijke kalender volgen, de conclusie van de afgelopen twee weken van pijn en genezing alvast deze:

Ik wil bij mezelf zijn waar ik ben.

Zonder de noodzaak mezelf te verantwoorden tegenover wie of wat dan ook, zonder beter te willen zijn dan ik ben, zonder een oordeel te vellen over mezelf, een situatie, andere mensen of een combinatie van dat alles. Ik wil ’s morgens wakker worden en blij zijn over waar ik me bevind, zonder enige intentie om ergens anders te zijn of te geraken. Want ik ben zelf net zo goed een plek om bij mezelf te zijn, een woonplaats voor mijn ziel, en ik wil daar zijn. Thuis in en bij mezelf, en blij daarmee. Ik wil uitbotten als een boom, op het moment dat hij eraan toe is, en het zonlicht vangen, net zo goed als de regen.
Ik wil Zijn.

Ik probeer, andermaal, naar mijzelf te kijken met nieuwe ogen.

 

Lente serieus_069 zw ed cut sepia gloei klein
(c) KV

Resonantie

Alles
in het universum
is resonantie.

 

Bunt Dijk_068 ed cut klein
(c) KV

 

Elke golf of deeltje, elk atoom of zonnestelsel, elk stukje van onze planeet met haar rijkdom aan ecosystemen, is opgetrokken uit energie, trilling en resonantie.
Quantumfysici zullen je vertellen dat als de trilling geconcentreerd genoeg is, de energie een tastbaar lijkt, vaste stof.

‘Tastbaar’ is daar waar wij gewoonlijk functioneren, de laag waarop ons dagelijks leven zich afspeelt. Maar in werkelijkheid zijn we niets meer dan vibrerend sterrenstof dat heel eventjes een of andere vorm aanneemt, en vervolgens uiteenvalt om weer op te gaan in iets veel groters.

 

Bunt Dijk_060 ed klein
(c) KV

 

De werkelijke omvang van de onderlinge verbindingen is niet te bevatten. We zijn gewoon niet in staat om de enormiteit ervan in ons op te nemen, ongeveer zoals een mier onmogelijk de grootte van de aarde kan kennen. Sommige dingen gaan ons gewoon te boven.

Maar we hoeven ons daarom nog niet verloren te voelen, ook al zijn ons hoofd en ons gevoel te beperkt om de immense reikwijdte te bevatten van wat ons draagt. De mier is geen nutteloos wezen, ze heeft betekenis. Ik hou van de gedachte dat ze een zinvol leven heeft, en haar levenstaak vervult als een minuscuul deeltje van een zoveel groter geheel.

Natuurlijk hebben mensen vrije wil, iets wat de mier (naar alle waarschijnlijkheid) niet heeft. Maar zelfs al helpt die vrije wil ons om meer bewust te worden van onze daden en beslissingen, ze ontslaat ons nog niet van onze verbondenheid met het groter geheel van alle dingen.

Ik geloof dat we beide kunnen – of zouden moeten – combineren: een diepe verbondenheid met de Bron, en een unieke geestelijke kracht om ons bewust te worden van die verbondenheid op een manier die geen enkele andere diersoort tot nu toe kon.

En we moeten verstandig omspringen met die kennis.

 

Bunt Dijk_069 ed klein
(c) KV

 

Geen zorgen. Je hoeft geen quantum-, meta- of wat voor andere soort fysica dan ook te gaan studeren als het voorgaande iets wakker roept.
Voor resonantie hoef je niet verder te zoeken dan de verbondenheid tussen mensen.

Jezelf toestaan vrij te stromen.
De ander herkennen, misschien zelfs zonder goed te begrijpen hoe of waarom.
Elkaar halverwege ontmoeten.
De verbinding aangaan.
De stroom voelen aanzwellen.

Wat zijn wij meer dan sterrenstof dat glinstert in dezelfde stroom, met niets dan ons hart om ons te leiden en ons te helpen herinneren dat we – op het diepste punt – in wezen één en dezelfde zijn?

 

Bunt Dijk_077 ed klein
(c) KV