Dromen weven

 

Robur_007 kleinRobur 32293498_10212179102380153_115010896245293056_n

 

Sommige dagen zijn net iets magischer dan andere.

We bezochten Marieke Van Coppenolle, een lieve vriendin, die een opendeurweekend hield als Crowdfundingsactie voor Robur.

Robur-op-den-Eik is een project waartoe Marieke geroepen werd, een missie waarvan ze voelde dat ze ze moest volbrengen: een huisje bouwen dat nog het meeste wegheeft van een yurt (nomandentent), waar mensen kunnen komen herstellen van burn-out of ziekte, waar kleine groepen activiteiten kunnen houden of waar kunstenaars zelfs in residentie kunnen komen. Zelf leidt ze een nomadisch bestaan, dit is geen woonst voor haar. Wat het wel is, is een levenswerk, en wat ze intussen voor elkaar gekregen heeft, is fenomenaal.

 

Robur_009 klein
Roburs magische bos (c) KV

 

Marieke en ik ontmoetten elkaar per toeval op de jaarlijkse VAV-conferentie, en zoals dat gaat tussen verwante zielen, klikte het. Intussen is ze al twee keer komen logeren bij ons gezin, en we kunnen het prima samen vinden. Ze was ook een welkome gast om de eerste Seizoenscirkel (Lente) dit jaar.
Dus toen ik hoorde dat er bezoekdagen waren op Robur, waren we daar heel graag bij.

Samen met een bevriende familie brachten we een heerlijke zonnige zaterdagmiddag door op de bouwplek. Vrijwilligers serveerden pannenkoeken en drank, er waren spelletjes voor de kinderen, een beroemde violiste gaf een benefietconcert… Alle bijdragen waren ten voordele van het bouwproject. Marieke zelf leeft al jaren zo sober dat je haar gerust een hedendaagse kluizenaar kunt noemen – behalve dan dat ze het liefst rondtrekt in haar bus/bestelwagen/kleine vrachtwagen, als een moderne nomade…

Robur 32367236_10212179019218074_8300416649077456896_n

Er stond nog een activiteit op het programma die zaterdagmiddag, en daar wilde ik heel graag heen: dreamcatchers maken.

Ik hou al heel lang van dreamcatchers, en ik heb er thuis een aantal, waaronder enkele gemaakt door native Americans, of vrienden. Ik wilde altijd al leren hoe dat moest. Dus dit was een schitterend moment.

Ik genoot er met volle teugen van. Het was best ook wel wat prutsen en proberen, maar dit is een ambacht waar ik spontaan mijn plek vond. Ik werkte door toen alle anderen al klaar waren, en na twee uur had ik een kleine en delicaat geweven dreamcatcher waar ik bijzonder blij mee was. Voor een eerste poging, zalig!

Ik wil hier in de toekomst mee doorgaan. Zoveel dingen waarvan ik hou (meditatief werk, stenen en kralen, veren, oude kunst, gebed) komen samen in dit ambacht. Ik ga binnenkort op zoek naar meer materiaal (en in plaats van die koude ijzeren ringen kan ik binnenkort takken gebruiken van onze eigen treurwilg, hoe leuk is dat?). Ik hoop in de toekomst gauw wat meer werk te kunnen tonen.

Een dikke dankjewel, Marieke, om zo’n inspirerende en hartverwarmende persoon te zijn!

Robur 20180512_172502 klein
Ik, Marieke en vriendin Tessa met dochter Happiness

Meer weten over Robur of eventueel vrijwilligerswerk? Neem hier een kijkje:

Advertenties

De schoonheid van wat niet blijft

(en van een wilde tuin)

 

Lente divers_062 ed klein
(c) KV

 

er is niets wat blijft

tijd
bloesems
lente
dromen
wij

maar echt droevig is dat niet

 

Lente divers_099 ed klein
(c) KV

 

want alles wordt alleen maar weggeblazen
om deel te worden
van een grotere droom

 

Lente divers_104 ed klein
(c) KV

Een nieuw begin

De toekomst voorspellen zonder het te willen

 

Lente divers_013 ed cut klein
Dagboek 2016-heden en nu-? . De kleuren in deze foto willen maar niet kloppen, zie lager voor betere weergave (c) KV

 

Ik hou al jaren een dagboek bij. Wat rond 1997 begon als flarden poëtische bespiegelingen groeide uit tot een soort vraag-en-antwoordschrijven waarin ik inzicht probeerde te krijgen in diepere levensvragen. Geleidelijk aan werd het echt dagboek. De laatste vijf jaar heb ik het zowat constant bijgehouden. Deze schriften zijn de neerslag geworden van mijn innerlijke evoluties, mijn groeiprocessen, mijn twijfels, uitdaging en onverwachte successen.

Intussen voelt schrijven in mijn dagboek een beetje als eten of me wassen: als ik het wat langer niet gedaan heb, begin ik me bijzonder ongemakkelijk te voelen. Ik wil het hebben over de ontwikkelingen die ik heb beleefd, over wat ik heb gevoeld en begrepen, over de manier waarop mijn leven zich ontvouwt. Ik doe dat om dingen te onthouden, maar ook om ze beter te begrijpen en op een of andere manier te ruste te leggen.

Geen lijstjes van taken, maaltijden of hobby’s in mijn dagboeken. Geen inventaris van mensen die ik ontmoette of klussen die ik moest klaren. Ik vertel alleen over gebeurtenissen die op een of andere manier van belang waren voor mij, die een verrijkende of confronterende imprint achterlieten op mijn ziel. Als iemand ooit, in een of andere verre toekomst, die schriften van mij zou gaan lezen, dan worden ze waarschijnlijk geklasseerd als een relaas van psychologische ontwikkeling.
Maar de laatste twee jaar is mijn dagboek ook steeds meer een schrijversdagboek geworden. Nooit eerder kreeg mijn werk zo’n prominente plaats in mijn dagelijkse bezigheden en ontwikkelingen als het nu al een tijdje doet.

Ik blijf er niet te lang bij stilstaan. Ik weet alleen dat ik het moet opschrijven.

Mijn dagboeken hebben nog een bijzondere eigenschap. Ze hebben er een handje van weg om de toekomst te voorspellen. Telkens als ik er eentje vol had, en terugblikte op wat er in die periode allemaal gebeurd was, kon ik alleen maar tot de conclusie komen dat de inhoud strookte met de cover. Een jaar van diepe en belangrijke persoonlijke ontwikkelingen, waarin ik in contact kwam met een aantal mogelijkheden die nieuwe werelden voor mij openden, werd opgetekend in een schrift dat een fragment handgeschreven manuscript van Antoine de Saint-Exupéry’s De Kleine Prins op de cover had, inclusief een ster die hij er had bijgetekend. Een kortere, maar extreem belangrijke periode van spiritueel ontwaken en oude huid afleggen (het meest fundamentele gedeelte van mijn Plateau-fase) werd vastgelegd in een slank schrift met een detail van de blauwe glasramen van de Sagrada Familia (ik kocht het schrift in de souvenirwinkel van de kathedraal toen we in Barcelona waren).

In november 2016 was het Gaudí-dagboek vol, en ik had geen snipper tijd om naar een van de boekenwinkels te trekken waar ze dat soort schriften waar ik zo van hield verkochten (ja, ik doe dat nog in boekhandels en echte winkels). Het enige wat ik nog op mijn plank had staan, was een zwarte Moleskine.

Ik ben dol op Moleskine. Ik schreef de volledige eerste versie van een van mijn romans in zo’n schrift. Alleen had ik het niet meteen in gedachten als dagboek. Ik wilde iets kleurrijkers, vrolijkers, iets met een motief of een beeld erop.
Maar ik had weinig andere keuze dan te aanvaarden dat dit het enige was wat voorhanden was, en dus omarmde ik, met wat terughoudendheid, de zwarte Moleskine. Ik kwam al snel op het idee om er zelf een beeld op te plakken. En terwijl ik tussen mijn papieren rommelde naar een deftige afbeelding, kwam ik deze tegen:

 

JW Iris bos Sally Mann 1
(c) Jurgen Walschot

 

Van Jurgen, natuurlijk. Een Sally Mann-achtige variatie op het allereerste Seth-beeld dat hij maakte, dat mij in zijn kleurrijke versie zo wezenlijk geraakt had en duidelijk maakte dat er iets heel bijzonders aan het gebeuren was.
Maar ik beken: ik was niet overtuigd. Niet meteen. Een zwart schrift. Een donkere, sombere afbeelding. Ik was de onbewuste toekomstvoorspellende kwaliteiten van mijn dagboeken gaan appreciëren. Dus wat betekende deze keuze dan?

Ik besloot het proces gewoon te vertrouwen. Ik begon in dit schrift te schrijven juist na mijn verjaardag in November 2016 — de 8e had nog nooit zo’n bittere bijklank gehad als dat jaar — en ik was er krap een week geleden mee klaar. Jongens, wat een trip! En eens te meer bleek de coverafbeelding profetisch.

De rijkdom, diepte en bijzonderheid van wat er in dit beeld allemaal resoneert met wat er zich in mijn leven heeft afgespeeld in het afgelopen anderhalf jaar vallen niet in woorden te vatten. Het creatief bloedbroederschap dat langzaam ontlook en vervolgens tot volle bloei kwam. De almaar sterker wordende verbinding die ik voelde met de mysteries van het universum, en de manier waarop die zich kenbaar maakten. De steeds uitgespokener aanwezigheid van vogels, van verschillende soorten, als boodschappers en dragers van betekenis. Kunst. Intuïtiviteit. Kennis. Gevoeligheid. Ziel. Het is er allemaal. In een schrift dat ik aanvankelijk wantrouwde en een beeld waaraan ik twijfelde. Nu durf ik stellen dat de gelukkigste jaren van mijn leven (tot nu toe) in dit bewuste schrift staan opgetekend.

Een tijdje geleden realiseerde ik me dat het stilaan vol raakte.
Wat zou de opvolger worden? Ik besloot dat ik de formule zou herhalen: ik schreef heel graag in de Moleskine, en ik kon er elk mogelijk beeld op kleven dat juist voelde.
Andermaal liet het universum me niet helemaal mijn goesting doen. Toen ik op zoek ging naar een nieuw schrift, kon ik met de beste wil van de wereld geen zwart exemplaar vinden in het formaat dat ik wilde. Ik moest me dus tevreden stellen met een rood, en erop vertrouwen dat het – andermaal – het juiste zou zijn.

Niet zo lang daarna kreeg Jurgen de vraag om een extra prent te maken voor De serres van Mendel, het 10+  verhaal dat we vorig jaar samen maakten. Bij Van In wilden ze graag een afbeelding waar het hoofdpersonage Reya en haar onverwacht beste vriend Robin samen opstonden. Toen Jurgen mij erover vertelde, suggereerde ik de scène in de donkere serre die nog het meest weghad van een grot met lichtgevende planten waar Reya zich graag terugtrok.

Dit was het resultaat.

 

extra prent grot klein
(c) Jurgen Walschot

 

Bijna onmiddellijk wist ik: dit was het beeld voor het nieuwe dagboek.

Het was een combinatie van buikgevoel en de symboliek van de prent. Meer ga ik er niet over schrijven. Ik zal de betovering niet verbreken, en het universum mag zijn gang gaan, zoals gewoonlijk.

Maar dat er een nieuwe fase aangebroken is, in meer dan een opzicht, zoveel is wel duidelijk.

Bij mezelf waar ik ben

 

Twee weken geleden viel ik van de trap.

 

Lente serieus_072 zw ed 2 cut sepia gloei klein
(c) KV

 

Het was niet alsof ik erop had zitten wachten. Maar dat soort dingen gebeuren niet zomaar.

Ja, natuurlijk weet ik hoe dat klinkt en nee, ik maak geen grapje. Dit soort verschijnselen kunnen heel bizarre en grappige proporties aannemen. Als mijn man emotioneel ergens mee in de knoop zit (stress op het werk, zorgen om zijn kinderen…), dan krijgt hij transportproblemen: auto-ongelukken, fietspanne, technische schade… Eerst zagen we het verband niet, maar stilaan begonnen we te merken dat als hij een accident of een probleem had, zich dat telkens voordeed op momenten dat hij ergens mee aan het worstelen was. Dus na een tijdje lachten we, als hij weer eens in panne stond met zijn velomobiel: oké, wat is er echt aan de hand? Bleek er altijd weer een of ander interessant innerlijk proces aan de gang dat het verdiende om er met wat meer aandacht naar te kijken.

Ik gebruik de signalen van mijn lichaam al jaren als metafoor. Dus mijn bekken en mijn staartbeen kneuzen, die sinds mijn bevalling negen jaar geleden sowieso fragiel zijn, was iets om serieus te nemen. Hier liggen verbindingen met geworteld zijn, met de oorsprong van het leven, en met een diep gevoel van veiligheid. Het bekken is bij een vrouw tegelijk het centrum van kracht, haar fundering en de schoot van haar creativiteit.

Een val zoals die van mij (de voorlaatste trede van de trap missen en landen op mijn stuit) kun je moeilijk levensbedreigend noemen. Maar ik beken dat ik de impact ervan onderschatte. Ik heb nog nooit iets gebroken in de veertig jaar dat ik leef, en mijn ernstigste fysieke aandoening (behalve de woedende storm die bevallen bleek te zijn) was een longontsteking – een heel ander type kwaal.

Dus sloeg ik de evoluties van mijn lichaam heel bewust, en met lichte verbijstering, gade, de afgelopen twee weken. Ik verbaasde me erover hoe snel een lichaam geneest, terwijl sommige diepere kneuzingen tegelijkertijd langer blijven hangen dan je verwacht. Ik vroeg me af of er al dan niet iets echt mis was (er was één zijde waarop ik ’s nachts eigenlijk niet kon liggen – niet omdat dat pijn deed, maar omdat sommige bewegingen die ik maakte als ik op die kant lag een pijnscheut langs mijn ruggegraat deden schieten waar ik zonder mankeren van wakker werd, en die er voor zorgde dat ik de eerste twee uur na het opstaan letterlijk kreupel liep.

Ook op innerlijk vlak ben ik gaan graven en gaan gadeslaan. En dat was net zo interessant. Samen met de kneuzingen leek er een soort bron aangeboord vanbinnen om oude, opgebouwde spanningen er eindelijk uit te laten komen. Een pijnlijke vorm van zuivering, als je wil.

Wat ik heb geleerd:

Pijn put uit. En dat geldt voor zowel fysieke als emotionele pijn. Ik heb me zelden zo moe gevoeld als nu, na een dag van functioneren op halve kracht, waarbij ik voortdurend bezig was het knagende pijngevoel in mijn spieren op de achtergrond te houden. Het is ook geen toeval dat ik precies in deze periode schreef over de harde en diepe innerlijke oordelen die we over onszelf vellen.

Voor mij is, bij de aanvang van dit nieuwe seizoen en wie weet wel een heel jaar, als we de natuurlijke kalender volgen, de conclusie van de afgelopen twee weken van pijn en genezing alvast deze:

Ik wil bij mezelf zijn waar ik ben.

Zonder de noodzaak mezelf te verantwoorden tegenover wie of wat dan ook, zonder beter te willen zijn dan ik ben, zonder een oordeel te vellen over mezelf, een situatie, andere mensen of een combinatie van dat alles. Ik wil ’s morgens wakker worden en blij zijn over waar ik me bevind, zonder enige intentie om ergens anders te zijn of te geraken. Want ik ben zelf net zo goed een plek om bij mezelf te zijn, een woonplaats voor mijn ziel, en ik wil daar zijn. Thuis in en bij mezelf, en blij daarmee. Ik wil uitbotten als een boom, op het moment dat hij eraan toe is, en het zonlicht vangen, net zo goed als de regen.
Ik wil Zijn.

Ik probeer, andermaal, naar mijzelf te kijken met nieuwe ogen.

 

Lente serieus_069 zw ed cut sepia gloei klein
(c) KV

Resonantie

Alles
in het universum
is resonantie.

 

Bunt Dijk_068 ed cut klein
(c) KV

 

Elke golf of deeltje, elk atoom of zonnestelsel, elk stukje van onze planeet met haar rijkdom aan ecosystemen, is opgetrokken uit energie, trilling en resonantie.
Quantumfysici zullen je vertellen dat als de trilling geconcentreerd genoeg is, de energie een tastbaar lijkt, vaste stof.

‘Tastbaar’ is daar waar wij gewoonlijk functioneren, de laag waarop ons dagelijks leven zich afspeelt. Maar in werkelijkheid zijn we niets meer dan vibrerend sterrenstof dat heel eventjes een of andere vorm aanneemt, en vervolgens uiteenvalt om weer op te gaan in iets veel groters.

 

Bunt Dijk_060 ed klein
(c) KV

 

De werkelijke omvang van de onderlinge verbindingen is niet te bevatten. We zijn gewoon niet in staat om de enormiteit ervan in ons op te nemen, ongeveer zoals een mier onmogelijk de grootte van de aarde kan kennen. Sommige dingen gaan ons gewoon te boven.

Maar we hoeven ons daarom nog niet verloren te voelen, ook al zijn ons hoofd en ons gevoel te beperkt om de immense reikwijdte te bevatten van wat ons draagt. De mier is geen nutteloos wezen, ze heeft betekenis. Ik hou van de gedachte dat ze een zinvol leven heeft, en haar levenstaak vervult als een minuscuul deeltje van een zoveel groter geheel.

Natuurlijk hebben mensen vrije wil, iets wat de mier (naar alle waarschijnlijkheid) niet heeft. Maar zelfs al helpt die vrije wil ons om meer bewust te worden van onze daden en beslissingen, ze ontslaat ons nog niet van onze verbondenheid met het groter geheel van alle dingen.

Ik geloof dat we beide kunnen – of zouden moeten – combineren: een diepe verbondenheid met de Bron, en een unieke geestelijke kracht om ons bewust te worden van die verbondenheid op een manier die geen enkele andere diersoort tot nu toe kon.

En we moeten verstandig omspringen met die kennis.

 

Bunt Dijk_069 ed klein
(c) KV

 

Geen zorgen. Je hoeft geen quantum-, meta- of wat voor andere soort fysica dan ook te gaan studeren als het voorgaande iets wakker roept.
Voor resonantie hoef je niet verder te zoeken dan de verbondenheid tussen mensen.

Jezelf toestaan vrij te stromen.
De ander herkennen, misschien zelfs zonder goed te begrijpen hoe of waarom.
Elkaar halverwege ontmoeten.
De verbinding aangaan.
De stroom voelen aanzwellen.

Wat zijn wij meer dan sterrenstof dat glinstert in dezelfde stroom, met niets dan ons hart om ons te leiden en ons te helpen herinneren dat we – op het diepste punt – in wezen één en dezelfde zijn?

 

Bunt Dijk_077 ed klein
(c) KV

De bron die mij voedt

Als het idee zichzelf aandient
verhuld in een waas, bijna als een goocheltruc
maar het wil toch
dat je er aandacht aan besteedt.

 

Uit het raam_026 klein
(c) KV

 

Een hardnekkig melodietje in je hoofd,
woorden die blijven terugkomen voor meer

tot jij en het idee verzadigd zijn
van elkaar en heel erg
verliefd maar al het andere is
nog steeds onduidelijk.

 

Uit het raam_028 ed cut klein
(c) KV

 

In lang vervlogen tijden noemden ze het
een muze, een demon,
ik noem het mijn brede stroom
die mij langzaam naar zee draagt.

Ik ken de bron niet
die mij voedt.

Ik weet wel dat ik haar moet vertrouwen
– en dat doe ik.

 

Uit het raam_027 klein.JPG
(c) KV

Lid voor het leven

Als ik je blogs lees, zei een vriendin me, dan merk ik dat je wel erg vaak schrijft over loslaten. Zo vaak zelfs, dat ik wel eens denk: lieve Kirstin, je doet het nog niet echt, hé, dat loslaten? Niet helemaal.

Het trof me als een zeer interessante bemerking.

Het klopt dat ‘loslaten’ een van mijn terugkerende motieven is. En het klopt ook wel dat ik erover schrijf omdat het zo belangrijk voor mij is.

 

Roeken_002 zw klein
(c) KV

 

Jaren geleden, toen coaching en persoonlijke ontwikkeling hun intrede deden in onze familie en we onze persoonlijke en gemeenschappelijke patronen begonnen te ontdekken, stichtten we bij ons thuis met een knipoog een organisatie: CFA. Voluit staat dat voor Control Freaks Anonymous.

Mijn mama, daar bestond geen enkele discussie over, is de gedoodverfde voorzitter. Mijn zusje, altijd de spaarzame van ons gezin, neemt de rol van penningmeester waar. Ik ben steunend lid, en mijn echtgenoot heeft zich daar vlotjes bij aangesloten. Nu en dan nodigen we vrienden of kennissen uit om lid te worden.
(Nee, we houden geen bijeenkomsten of zo. Het hele ding is één grote grap. Maar het is een schitterende manier om elkaar – en onszelf – te confronteren als we weer eens uit de bocht gaan.)

Dus heb ik misschien nog wat werk met loslaten?
Hmm…

Controle gaat over angst.
De angst om niet goed genoeg te zijn (en de liefde van mensen te verliezen), om niet sterk genoeg te zijn (en verpletterd te worden door tegenslag als die je overvalt), om het niet waard te zijn om gewoon te leven als de kleine, onvolmaakte mens die je bent (en op een of andere manier proberen dat toch te verdienen).

Net als de meeste controlefreaks ken ik deze drie vormen van angst heel goed. En heel waarschijnlijk zijn er nog andere, maar daar kom ik nu even niet op.

Ik ben er niet obsessief mee bezig om de dingen tot het laatste detail perfect te krijgen. Maar soms merk ik wel dat ik beslist nog niet vrij ben van angst. En mijn manier om daarmee om te gaan is proberen mijn angst te begrijpen, en vervolgens op te lossen. Misschien is dat een zoveelste vorm van controle, kan best.

Mijn blog over de wachttijd op de luchthaven van Zaventem kan je bijvoorbeeld inderdaad heel goed lezen als een poging om de controlefreak in mijzelf gerust te stellen (alles komt in orde, je haalt je vlucht, het plafond staat niet op het punt naar beneden te komen…)

Anderzijds heb ik wel degelijk al een en ander over loslaten geleerd. Ik ben veel relaxter dan vroeger. En telkens als ik merk dat ik met iets nogal krampachtig omga, herinner ik mezelf eraan dat het helemaal oké is om… los te laten. Ik koester beelden als de rivier die me meeneemt stroomafwaarts en de thermiek die me optilt voor een stuk omdat ze het geloof weergeven dat ik intussen heb over waar deze reis heen gaat (met het Leven, of de Ziel, of het Unuiversum, of hoe je het ook graag wil noemen, aan het stuur).
Dus denk ik dat ik zo vaak over loslaten schrijf omdat het iets is wat ik aan het leren ben, en zoals alle leerprocessen maakt het je van dat ene ding bijzonder bewust. Het is een niet-aflatende oefening, een vaardigheid die je een leven lang blijft verwerven.
Roeken_003 zw ed cut klein
(c) KV

 

Ik heb wel het gevoel dat ik er stilaan beter in word. Minder bang. Minder in de greep van angst wanneer die zich toch weer eens aandient.

Heb ik het perfect onder de knie? Nauwelijks. Maar perfectionisme zou mij toch gewoon andermaal naar voren schuiven als gedoodverfd lid van het CFA? Of niets soms?

Sommige dagen zijn magisch van bij het ontwaken

Hoeveel vreugde en met licht overgoten magie past er in één enkele ochtend?

 

Prille lente_002 ed klein.jpg
Maan gaat onder in de ochtendschemering (c) KV

 

Prille lente_038 ed cut klein
Staartmees aan het ontbijt; foto gemaakt met telelens zittend aan de ontbijttafel binnen (c) KV

 

Prille lente_028 ed cut klein
De belofte van een betoverende dag (c) KV

 

De drie bovenstaande foto’s werden gemaakt op een goed half uur.

En op wonderlijke wijze werd de rest van de dag inderdaad net zo krachtig en mooi. Hij was tot de rand gevuld met vertrouwen, verbondenheid, begrip en liefde, gedeeld met verwante zielen die mij ongelooflijk dierbaar zijn. Ik mocht mijn kracht en mijn liefde de vrije loop laten, en ik kreeg er schoonheid, diepe erkenning en kwetsbare gelijkgestemdheid voor terug.

Dit is hoe het voelt om echt, echt gezegend te zijn.

Vloeiend

 

mijn hart is een web
van verzonken verbindingen
omzichtig verzorgd
maar al te vaak ook
omzichtig beschermd

 

Magic cup_049 ed klein
(c) KV

 

sommige dagen ben ik een kopje
dat overstroomt met alles wat ik voel

en de behoefte om te reiken voorbij
de veiligheid van het vertrouwde
heeft de kracht om door muren te breken

 

Magic cup_044 ed klein
(c) KV

 

door onze kwetsbaarste stukken
te verbergen vinden
we onszelf niet

door onszelf
te bewaren worden we
niet geboren

 

Magic cup_046 ed klein.jpg
(c) KV

 

alleen door de stroom
vrij te laten
vloeien
door mijzelf uit te storten
in de wereld en zo
aan te raken wie ik
liefheb
weet ik mijzelf
thuis

 

Magic cup_006 ed klein
(c) KV

Céciles overtocht

Een ontmoeting dertien jaar geleden, een andere ontmoeting een maand geleden, twee bewogen weken, en de culminatie…

Ben je ooit al ergens binnen gewandeld waarbij je het gevoel kreeg dat je omringd werd door de energie van de persoon die daar leefde?
En wilde je toen weg? Of voelde je je net thuis?

 

Moerheidewerken_011
Ik in de woonkamer van onze nieuwe huis, nadat we nieuwe ramen gestoken hadden (2006)

 

Christophe en ik kochten het huis waar we nu wonen bijna dertien jaar geleden. Het was laten we zeggen niet de meest degelijke constructie (zie het eufemismelampje knipperen…).
Het was gezet door een amateur-ingenieur. Het was tochtig, vochtig en viel zowat uit elkaar: er was nood aan een serieuze opknapbeurt. Sinds we erin getrokken zijn, hebben we de muren behandeld tegen opstijgend vocht, alle plaaster van de benedenverdieping weggekapt en vervangen, bijna alle vloeren en vloerbedekkingen veranderd (tevergeefs, op regendagen zijn ze nog steeds klam), zowat alle ramen vervangen, een nieuw dak gelegd, de badkamer heraangelegd, een zolder ingericht, een extra kamer beneden toegevoegd waarop het zomerterras rust, en een stuk van de tuin onder handen genomen.
Bij momenten voelt het alsof we nog maar halfweg zijn. Tegen dat alles gebeurd is, zullen we rijp zijn om op pensioen te gaan en te verhuizen. En intussen brokkelt de façade langzaam af en verwildert de tuin alweer… Daar wil ik even niet aan denken.

We hadden niet bepaald gezocht naar een huis dat zoveel werk zou vragen. Om eerlijk te zijn werden we vooral verliefd op de tuin. Mijn mama zuchtte: ‘Mijn dochter heeft een tuin gekocht waar ook nog een huis in staat.” Al bij al niet zo’n onterecht uitspraak.

 

Ontwaken in de Moerheide_052
De Wachter, onze majestueuze treurwilg (2006)

 

Christophe en ik hebben allebei nood aan groen en bomen zoals andere mensen aan ademhalen. Betonnen muren en steriele straten verstikken ons. En zo zijn er veel in België, met hun beklinkerde opritten en strookjes gazon plat als tennisvelden en hoogstens een paar gemanicuurde struikjes langszij. Een volwassen boom wordt stilaan zo’n beetje uitzonderlijk – en dan mag je maar hopen dat de buren niet klagen. Echt groene tuinen met volgroeide bomen zijn schaars, of je moet gefortuneerd zijn – wat wij dus niet zijn. Dus toen we op dit kleine perceel stootten, van alle kanten omringd door hagen, slanke eiken, volwassen berken en een majestueuze treurwilg die alles in zijn buurt overschaduwde, inclusief het huis, vielen we er als een blok voor.

In huis was de typische volgorde van kamers letterlijk omgegooid. De badkamer en de slaapkamers beneden, de woonruimte en de keuken boven. Vanuit bijna alle woonkamerramen zag je vooral takken die zowat tot aan het raam reikten, wat een boomhutgevoel creëerde. We hielden er erg van (en doen dat nog steeds).

 

Middag in de Moerheide_013
Boomhutgevoel (2006)

 

Iets anders wat geen reden mag zijn om een huis te kopen, maar wat beslist hielp, was de eigenares. De vrouw die het verkocht, was een zeer bijzondere dame. Een kleine, ranke verschijning, onwaarschijnlijk gracieus, in excentrieke lange jurken en met wit krulhaar tot halverwege haar rug. Ze moet een jaar of zeventig geweest zijn toen, maar ze bewoog zich met de moeiteloze gratie van een danseres die half zo oud was. Ze onderwees eutonie, een lichaamsgerichte meditatie- en bewustwordingstechniek, aan de muzikanten van het Lemmensinstituut. Haar naam was Cécile.

Ze was geen makkelijke vrouw, dat was duidelijk van zodra ze de deur opende. Een scherpe blik, een hoge gevoeligheid voor geluiden. Ze mocht je en ze wilde je in haar leven, of ze wilde niets met je te maken hebben. Daar was ze zeer duidelijk in. Het leverde haar dierbare vrienden en een aantal heel kwaaie vijanden op (zoals de buurman).

Christophe en ik lagen al snel in haar bovenste schuif. We hadden een oprechte klik, en ze wilde het huis het liefst aan ons verkopen. Ze voelde dat wij we ervan hielden en ervoor zouden zorgen op een manier zoals zij het apprecieerde. (En dat hebben we hopelijk ook gedaan.)
We deelden ook een spirituele connectie, maar op dat moment hadden we er niet meteen nood aan om daar dieper op in te gaan of vanalles over de ander te ontdekken. Ik gaf haar mijn eerste twee romans cadeau, zijn schonk me een mooi Indisch beeldje van een lezende vrouw. Het houdt nog altijd de wacht op een plank van onze boekenkast.

 

Trouw 3 klein

Trouw 2 cut klein
Trouwfoto’s voor het huis en in de tuin (2005)

 

Toen we op de dag van ons huwelijk foto’s kwamen maken in de tuin van het huis (dat we toen al hadden gekocht maar dat nog notarieel moest verlijden) had ze op een subtiele manier dingen voorbereid: een lelijk putdeksel weggestopt onder een bloemenkrans, en meer van dat soort liefdevolle details.

Veel contact hadden we naderhand niet meer, maar we zijn haar nooit vergeten. Ze was een soort petemoei wiens energie nog een hele tijd in het huis bleef hangen, en dat voelde goed. Dat is uitzonderlijk voor mij, moet je weten. Na ‘intens’ bezoek krijg ik al de neiging om de ramen open te zetten of wierook te branden – nu leefden we in wat er overbleef van haar energie, en dat was helemaal oké

 

Ontwaken in de Moerheide_043
De Wachter (2006)

 

Beetje bij beetje hebben we het huis van Cécile ‘overgenomen’. Er was al het ingrijpende werk binnen, maar vooral door de tuin onder handen te nemen (meer diversiteit in aanplanting, extra bomen, de haag en de knotwilgen aan de straatkant) beïnvloedden we de interactie met het huis (dat wat minder afgesloten werd van de buitenwereld, maar tegelijk steeds meer opging in de kleine groene jungle eromheen) en veranderde ook de energie in huis. De gigantische treurwilg (gekruist met een populier, dus hij is werkelijk enorm en gaat heel hoog) was haar grote liefde. Het is ook die van ons.

We hebben sindsdien mooie en intense jaren beleefd in dit huis. Het heeft twee kinderen volwassen zien worden en een baby weten geboren worden en opgroeien tot een schitterende jongen. Het heeft ons de ritmes van de natuur nog meer leren waarderen dan we al deden. Het heeft bomen en vogels dagelijkse geschenken in ons leven gemaakt. Het heeft ons kopzorgen en slapeloze nachten bezorgd in burenruzies (ja, die erfden we samen met het huis…) en geleerd om bang te zijn voor hevige storm.

 


 

Fast forward, meer dan een decennium, naar december 2017.

Ik woon het vroege kerstfeestje van mijn voetreflexologe bij in een dorp een paar kilometer verderop, en ik ben die avond fotograaf van dienst. In Elsi’s supergezellige huisje, tot de nok gevuld met haar bonte verzameling familie, vrienden en kennissen, ontmoet ik een merkwaardig groepje mensen.

Een van hen is een veerman die al lang op pensioen had moeten zijn maar nog altijd twee dagen per week mensen over de Schelde zet. Die rivier stroomt zowat in Elsi’s achtertuin, en het veer is om de hoek. Hij vertelt me over de vrede die hij voelt als hij op het water is, en ik voel dat hier een Zaailing in zit… Ik vertel hem over mijn samenwerking met Jurgen, en hij nodigt ons uit om een keer met hem te komen meevaren. Diezelfde avond, als ik Jurgen mail om hem over de ontmoeting te vertellen, lanceert hij het idee om samen een nieuwjaarskaart te maken over thema van ‘oversteken’… Moeiteloos en intuïtief komen we een paar dagen later uit bij Dageraad (Zaailing #23), en laten er een beperkt aantal van drukken.

Maar dat was niet het enige geschenk die avond.

Naarmate we wat langer praten, word ik de vierde persoon van een kwartet buren van Elsi. Tussen hen zindert een mooie golflengte, waar ik me al snel in opgenomen voel. Er is Alin de veerman, Geert die voor Bos+ werkt, en Toni, een kinesiste met een warme uitstraling. De sfeer heeft die bijzondere kwaliteit van mensen die elkaar niet kennen het om een of andere reden toch meteen kunnen vinden, omdat er iets op een dieper niveau resoneert.

Gevraagd waar ik woon, zegt Geert: “Ah, de Moerheide, die straat ken ik, een vriendin van mij woonde daar vroeger.”
Als hij me wat later vraagt wat ik professioneel doe, en ik zeg dat ik schrijfster ben, aarzelt hij geen seconde. “Dan woon jij in het huis van Cécile! En je man is arts en rijdt met een ligfiets!”

Inderdaad… ‘onze’ Cécile was dezelfde vriendin over wie Geert het over had. Hij bleek zelfs nog jaren haar (nu onze) tuin te hebben onderhouden. De anderen van het groepje blijken Cécile óók allemaal te kennen. Het voelt echt als een cirkel die zich sluit, een ontmoeting die niet zomaar plaatsvindt. Het is alsof Cécile er die avond op een of andere manier zelf ook bij is.

Hoe het met haar gaat, vraag ik. “Goed”, glimlacht Geert. “Ze sukkelt met wat kwaaltjes, maar ze houdt zich kranig.” Ze hebben haar twee weken geleden nog gezien.

 


 

Aan het feestje van Elsi hield ik de contactgegevens van Geert over, een warme belofte om contact op te nemen met dat groepje mensen bij wie ik me zo op mijn gemak had gevoeld, het voornemen om Alin op te zoeken op zijn veerboot, en de inspiratie voor een van onze mooiste Zaailingen.
Twee weken later, vlak na nieuwjaar, de dag van Zaailing #23, contacteerde Geert mij per mail om me te vertellen dat Cécile overleden was.

 

Winterlucht_007 klein
(c) KV

 

Op het moment dat we elkaar allemaal ontmoetten bij Elsi was ze in feite al een paar dagen dood, alleen wist niemand van ons dat toen. Het gaf de Zaailing over oversteken, het beeld van de veerman, het gevoel dat ze er die avond bij was en ons in zekere zin bij elkaar had gebracht, een bijzondere resonantie. Er zat schoonheid in, droefheid, warmte en een vreemd en krachtig gevoel: dit is geen toeval.

Ik stuurde Geert de Zaailing, en ik schreef hem ongeveer hetzelfde. Nee, antwoordde hij, ik geloof ook niet dat dit toeval was.

Cécile werd in alle discretie begraven door haar familie, met wie ze eigenlijk geen goede verstandhouding meer had. Haar vrienden en de mensen die haar na stonden, waren niet uitgenodigd. Ze wilden evenwel op een passende manier afscheid van haar nemen, en hielden samen met andere vrienden en kennissen een ritueel afscheid voor haar in het Boeddhistisch centrum waarvoor ze zich engageerden. Ik was van harte uitgenodigd, schreef Geert.

Ik voelde onmiddellijk dat ik daar wilde zijn, bij die mensen. Dat was waar ik thuishoorde. Een ander woord was er niet.

 

Winterlucht_015 klein
(c) KV

Maar ik had die dag al een repetitie die ik onmogelijk kon afzeggen, en dat aanvaardde ik. Het maakte mijn gevoel van verbondenheid er niet minder om. En als de repetitie op tijd eindigde, kon ik misschien toch nog even binnenspringen…

De repetitie was afgelopen om vier uur, dus ik belde Geert. Het samenzijn daar liep op zijn einde maar: ja, zei hij, kom zeker nog af, het zou goed zijn je te zien. Ik kon horen dat hij het meende.

Toen ik er aankwam, was de ‘koffietafel’ zo goed als achter de rug, maar dat gaf niet. Er was een oprechte flow die met geen woorden te beschrijven valt. Ik zag de prachtige foto van Cecile op het altaar, waar de kaarsen nog brandden. Ik kreeg een kop thee, en ik werd voorgesteld aan wie er op dat moment nog was als ‘de vrouw die in het huis van Cecile woont’. Er waren verbazend veel spontane ‘oh, wat leuk, we hebben over jou gehoord!’.

Ik dronk mijn thee, ontmoette mensen, praatte een tijdje met Alin, die Amma, de Indische moederfiguur rond wie het centrum draait, nu en dan op haar reizen door Europa en India begeleidt en een tijdje doorbracht in haar klooster.

De avond kreeg de gloed van thuiskomen, op een heel vanzelfsprekende manier. Toen Christophe me kwam oppikken, voelde hij het ook meteen. Het zou fijn zijn die mensen vaker te zien, zei hij op weg naar huis.

 

26853874_10211316043964232_1799696296_o
Céciles overtocht (c) KV

 

Ik heb de foto van Cécile op onze Indische spiegel gezet, met de Dageraad-Zaailing als achtergrond. Het voelt juist.

Ik weet niet welke draden van dit enorme wandtapijt elkaar in de toekomst nog allemaal zullen kruisen, maar ik weet dat er iets belangrijks is gebeurd en ik voel dat ik en degenen die ik liefheb deel uitmaken van iets veel groters.

Ik heb pas de uitnodiging verstuurd voor de eerste van vier SeizoensCirkels die ik dit jaar wil organiseren. Wie weet wat voor ontmoetingen hier nog zullen plaatsvinden. Ik ben nu al benieuwd.

En Cécile zal glimlachend toekijken. Dat weet ik nu al.

 

Winterlucht_020 klein
(c) KV