Stenen verleggen in de hoop op een pad

In het midden van een verlaten plein staat een fontein, een vreemde, elegante constructie. Verlangend kijkt Reya naar de carrousel van waterstralen, ze tuurt in het diepe, donkere bassin. De bodem is maar met moeite zichtbaar.

Ze aarzelt even, maakt dan een kommetje van haar handen en zet het aan haar lippen. Het water is ijskoud en lekker. Haar vingertoppen tintelen. Druppels ontsnappen tussen haar vingers.

Er verandert iets in de lucht. Het water dat langs de stenen spoelt, vertraagt. De fontein is een magneet die de tijd naar zich toe trekt.

De tegels onder haar voeten worden nachtblauwe poelen vol sterren, een wereld vol met werelden als luchtbelletjes in donker water, langzaam opstijgend om haar heen. Ze kan het plein niet meer zien. De wind brengt klanken die meteen weer weggeblazen worden. Traag wentelt de fontein, als een gracieus dansende vrouw. De druppels spatten in spiralen om elkaar heen. Reya tolt om haar as en de sterren wervelen mee.

Langzaam, als het ruisen van de zee, trekt de donkere sterrenhemel zich terug.



Het was een van de eerste scènes die ik ooit schreef in het schrift waarin ik uiteindelijk zou vastlopen. Ik had de serres in gedachten, een sprookjesachtige plek tjokvol planten, een plek onder de sterren waar de werelden bewaard werden en waar de wetten van de fysica niet werkten zoals we dat gewoon zijn, en ik zag een meisje, op weg naar een plek die ze niet kende. Ze was haveloos, moe en verdwaald. Een fontein wees haar de weg.

Wat dat allemaal met de serres te maken had, was mij zelf ook een raadsel, maar ik hield van die scène. Ze voelde aan als essentieel, zoals zoveel puzzelstukjes die ik later pas in elkaar zou kunnen passen als essentieel voelden.

De manier waarop tijd en ruimte samensmolten in het wentelen van de fontein was krachtig genoeg om de scène te willen bijhouden, ook toen ik De serres van Mendel op een heel andere manier ging benaderen en alles wat ik eerder had geschreven onbruikbaar bleek.

Nog later had ik het gelukkige toeval om het filmpje hierboven te kunnen maken, dat heel dicht benaderde wat ik toen voor me had gezien.



De zomer dat we Mendel afwerkten en lijnen uitzetten voor het vervolg, ging Jurgen met zijn gezin naar goede gewoonte weer naar de streek van Albi. Daar in de buurt is een meer dat we allebei al jaren kennen, en waar het fijn wandelen is. De foto’s van cairns die hij op de oever maakte, inspireerden me tot een Zaailing-drieluik opgedragen aan zijn dochter, dat we uiteindelijk toch niet publiceerden.

Maar we vergaten het niet. En de cairns ook niet. Want toen de scène met de fontein die ik al die jaren geleden bedacht wél bruikbaar bleek voor De wortels van de wereld, gingen we op zoek naar een betere vorm voor die fontein dan het bombastische rococogeval dat ik oorspronkelijk in mijn hoofd had. Een fontein als wegwijzer, een wegwijzer als fontein… Als er genoeg laagjes over elkaar heen gaan liggen, dan ontstaat het beeld vanzelf.

De fonteinscène uit ‘De wortels van de wereld’ (c) Jurgen Walschot



Jurgen en ik zijn intussen halfweg ons vierde jaar Zaailingen maken. Het is een gemeenschappelijk proces dat we koesteren, een dialoog die ons dierbaar is.
Alles wat zo lang leeft, gaat op zeker moment vanzelf evolueren. Dus hebben we besloten om de komende tijd wat te experimenteren. Met de frequentie, met de vorm, met het experiment zelf.

Dit composietverhaal mag als de eerste daarvan gelden. Jurgen en zijn gezin zitten op dit moment weer in Frankrijk, dus ik ben het drieluik van vorig jaar gaan opzoeken. Thema’s en motieven die heel sterk hun opwachting zouden maken in De wortels van de wereld zaten ook hier al in, zo blijkt. Ik heb het drieluik gecondenseerd tot één nieuwe tekst. Jurgens oorspronkelijke foto kan niet ontbreken naast het beeld van Reya en de fontein. Alle drie gaan ze op verschillende manieren in dialoog met elkaar.

Het onderwerp is door een jaar te rijpen alleen maar relevanter geworden: hoe kunnen we onze kinderen op weg zetten naar de toekomst, als we die weg zelf niet kennen?



ZAAILING #86
Wegwijzer

Voor Eline

(c) Jurgen Walschot



Hoe ooit de eerste tweebenige aan land kwam, vraag jij, en vervolgens ga je giechelend stenen rapen. Ik blijf het antwoord schuldig.

We markeren de plekken die ons troosten in onze tijdelijkheid. We hunkeren naar wortels maar het leven spoelt aan ons voorbij. We begraven de doden tot voorouders, laten hun botten rusten vervlochten met de rots.

Ik wil een andere wereld voor jou, kind, dus verleg ik stenen in de hoop op een pad. Ik ga jou voor naar een plek waar ik niet thuiskom maar jij dat hopelijk wel ooit zal doen. Want jij overstijgt ons.

Zie ons, groet ons, en laat ons dan achter. Kreupele wegwijzers zijn wij, vol goede bedoelingen, wankel als wensdromen.

Raak ons niet aan.
Daarvoor zijn wij niet bedoeld. Daartegen zijn wij niet bestand.





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.
Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg


‘De wortels van de wereld’ is het vervolg op ‘De serres van Mendel’ maar kan los gelezen worden. Het boek verschijnt bij Van Halewyck/Pelckmans in augustus 2020.

ZAAILING #85 – Werelden die wachten op genezing

Giant redwood @ Houtlab, Plantentuin Meise (c) Inaya photography



Een jaar geleden liepen Jurgen en ik langs de prachtige paden van Plantentuin Meise. We hadden juist een bezoek van de serres achter de rug met de mensen die hun schouders wilden zetten onder de boekvoorstelling van De serres van Mendel. Het was een zonnige zomerdag. We zaten vol goesting en inspiratie en we wilden het samen hebben over hoe een tweede verhaal er kon uitzien.

We hadden het idee voor een tweede boek al eerder uitgesproken, tegen de uitgever en onder elkaar. Zelf had ik niet meer dan een paar vage aanzetten in mijn hoofd, maar Jurgen had er echt al over nagedacht, zo bleek nu. Hij werd in zijn naast omgeving geconfronteerd met een zwaar ziek familielid en gooide een uitdagend idee op tafel: een plaag in de serres. En niet zomaar één: een ziekte die binnengebracht werd door een mens, maar die ook de planten aantastte. Hij had ook al een paar straffe ideeën over hoe dat er voor de personages en het verhaalverloop zou kunnen gaan uitzien.

We dwaalden door het park, we bezochten het Houtlab en we eindigden voor een koffie in de Tuinwinkel. Er ging een spervuur aan ideeën over en weer. Ik ken werkelijk niets wat mij diepere voldoening schenkt dan samen met iemand die ik graag zie een verhaal bedenken, brainstormen, een wereld creëren. Dat is alchemie van de allerbeste soort.

(c) Inaya photography



En nu staan we hier, een jaar verder. De wortels van de wereld verschijnt over twee maanden, eind augustus. En het is een beetje eng hoe relevant alles wat er in dit boek geslopen is, onbewust en spontaan en soms al maanden voor corona uitbrak, nu is voor de wereld zoals ze er vandaag uitziet.

Want dit is het portaal, het kantelpunt. We bevinden ons op een moment in de tijd waarop werelden veranderen.

De afgelopen maanden waren een hogedrukpan. Corona zette de samenleving stil en zette een aantal dingen op scherp. We kunnen niet meer negeren hoe de manier waarop wij leven de planeet verwoest en onszelf dus ook, hoe diep de ongelijkheden zijn, hoe immens de angst en haat. Maar ook de verbondenheid neemt toe, op soms onverwachte manieren, het bewustzijn groeit. Wie altijd al dunne wanden en fijne voelsprieten had, merkt dat ze nu niet alleen nog fijner maar ook veel verder en dieper registreren.

(c) Inaya photography



De kwesties waar we voor staan en doorheen gaan, zijn immens. Dat is bij momenten het ideale recept voor machteloosheid, want wie zijn wij, in ons kleine eentje, nu helemaal om iets te helpen veranderen of verschuiven, op wat voor manier dan ook?

Door ons eigen steentje bij te dragen, zo eenvoudig is het. En in ons geval, van Jurgen en mijzelf, komt dat zonder twijfel onder de vorm van een boek.




ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.
Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

Wat er gebeurt als je verhalen weeft

‘De wortels van de wereld’ (detail)



Sommige verhalen die ik schrijf, komen er in één grote geut uit. Of toch bijna. Aan andere zit ik eindeloos te prutsen, te schaven, te slijpen. Ik zet lijnen uit en knoop draadjes aan elkaar. Ik weef patronen, langzaam, geduldig.

Soms moet er een draad weer los. En anders. Of helemaal weg. Dat verandert het patroon onherroepelijk en dan moeten er allerlei kleine dingen die daarmee in verband staan ook veranderen.

Want net als bij een ingewikkeld breiwerk, of een weefsel met heel veel verschillende patronen, moet het allemaal op elk moment kloppen. Er mogen geen gaten gapen in een weefwerk, je mag geen steken laten vallen. De naden moeten onzichtbaar zijn.

Al doe je nog zo goed je best als schrijver, in elk manuscript sluipen nog kleine onzuiverheden. Zaken die je over het hoofd zag – je hebt immers zoveel dingen tegelijk die je in het oog moet houden dat er altijd wel iets is wat er aan je aandacht ontsnapt. Details ook waarvan je dacht: oh help, ik wéét dit gewoon niet, foert, ze zullen er wel overheen lezen.

Gelukkig gebeurt dat niet. Veel van die onzuiverheden worden opgepikt door het kundige oog van uitgevers en redacteurs.

‘De wortels van de wereld’ – detail (c) Jurgen Walschot



De wortels van de wereld is waarschijnlijk het boek waaraan ik, van al mijn boeken, in elk opzicht het meest intens heb gewerkt.
Zelf, in de eerste plaats, omdat het schrijven op geen enkel moment zomaar vanzelf kwam, ook al wist ik wel wát ik wilde vertellen en waar het heen moest. En ook met de hulp van anderen, die mij al een paar keer met een liefdevol duwtje en met loepzuivere feedback terug naar de schrijftafel stuurden.

Het immense werk nadert nu zijn voltooiing. Ik werk deze dagen de laatste oneffenheden in mijn weefwerk weg, verplaats de laatste knoopjes, stop nog een paar verdwaalde losse eindjes in.

Immens? Ja, toch wel. Al zal je dat niet kunnen aflezen aan het uiteindelijke aantal pagina’s en wordt het verhaalverloop voor wie niet beter weet waarschijnlijk vlot en rechtlijnig. Maar dat is precies hoe het hoort te zijn.

En zoals de personages in De wortels van de wereld het zelf zeggen: Sommige afstanden kun je niet meten in lengte, alleen in diepte.

‘De wortels van de wereld’ – detail (c) Jurgen Walschot

‘De wortels van de wereld’ is het vervolg op ‘De serres van Mendel’ maar kan los gelezen worden. Het boek verschijnt bij Pelckmans in augustus 2020.

De bubbel

De ZijLijn ~ Radiocolumns in coronatijden

~11~
(c) André Vanlierde



Een van de woorden die voorgoed een andere betekenis gekregen hebben in de afgelopen drie maanden, is het woord ‘bubbel’.

De meesten van ons hebben zich er – min of meer – keurig aan gehouden, aan die bubbel. Maar het was moeilijk. Soms was het onmogelijk. Elke bubbel is een zeepbel, vroeg of laat spat die uiteen.

Met de corona-lockdown kwam er Netflix hier bij ons in huis. Gisteren bekeken mijn man en ik de laatste aflevering van Unorthodox, het verhaal over Esther Shapiro, die op negentienjarige leeftijd ontsnapt aan de knellende greep van de joods-orthodoxe gemeenschap in New York. Met een mengeling van medelijden en verbijstering volgden we de starre gebruiken van de Satmar-gemeenschap zoals ze in beeld gebracht worden in de serie. Hoe is het mogelijk, vroegen we ons af, dat je je hele leven kunt doorbrengen met zulke oude gebruiken, zulke knellende en totaal onevenwichtige man-vrouwverhoudingen? Daarmee wil ik beslist de joodse gemeenschap niet viseren, dit is in wezen een universele vraag. En eigenlijk ken ik het antwoord ook wel. Want tot welke gemeenschap we ook behoren, we leven allemaal in een bubbel.

(c) André Vanlierde



De verhalen die we onszelf vertellen, over onze cultuur, ons gezin, onze waarden, onze gewoontes, onze geschiedenis, wat is dat anders dan een bubbel? Of die nu beperkt blijft tot een familie, een godsdienst, een taal, een land of continent… We onderschrijven allemaal stukken van een verhaal dat groter is dan wij. We geloven erin en leven ernaar.

Ik vind dat geen probleem, ik vermoed dat we als mens gewoon niet zonder kunnen. Maar ik heb al vaak gedacht: laten we alsjeblieft niet vergeten dat het verhalen zijn. Want we verwarren de manieren waarop we ze hebben vormgegeven in ons hoofd en in onze samenleving, met iets als de waarheid. We worden kwaad als iemand de legitimiteit ervan in vraag stelt, onze interpretatie in twijfel trekt. Wat er op dat moment eigenlijk gebeurt, is dat onze bubbel ontmaskerd wordt voor wat hij is, en dat is erg confronterend. We zouden onze persoonlijke waarheden liever in steen gebeiteld zien, niet in zeepsop.

Het is mogelijk om je hele leven in een bubbel te spenderen en je daar verder geen vragen bij te stellen. Het is ook mogelijk om je bubbel te verlaten en grenzen te verleggen, zelfs als je niet weet of dat eigenlijk wel een goed idee is. Dat is wat er met Esty gebeurde, toen ze besloot om zich los te scheuren van haar gemeenschap en onder te duiken in Berlijn.

Daarvoor hoef je helemaal niet uit een ultra-orthodox religieus milieu te komen. Daar heeft ieder van ons die tijdens dit coronaseizoen verlangd heeft naar familie en vrienden, naar menselijke aanraking en gezelligheid, intussen persoonlijke ervaring mee.

(c) André Vanlierde



En de uitnodiging om hier bewust mee om te gaan, houdt niet op na de coronaperiode. We bewegen ons elke dag van ons leven in bubbels, daar is geen ontkomen aan.

Corona heeft ons geleerd dat we allemaal verbonden zijn, dieper dan we ooit dachten. Maar we zijn ook verschillend. De rest van de mensheid proberen te overtuigen, of te dwingen, om deel uit te maken van de Ene Ware Bubbel is wat alle enggeestige en totalitaire stromingen in de wereld beogen. Daar zaaien ze onnoemelijk veel leed mee en het werkt nooit, of hoogstens voor beperkte tijd, op beperkte schaal. Laten we niet in die val trappen. Laten we aanvaarden dat er verbondenheid is én diversiteit, dat er evenveel waarheden bestaan als er bubbels zijn, en dat dat vooral een rijkdom is.

Waarmee kan ik deze reeks columns in coronatijden beter afsluiten dan met het onsterfelijke nummer van Paul Simon, Boy in the bubble? Ik kan het niet helpen, ik word elke keer blij van de kracht en de opzwepende muzikale vrolijkheid van dat nummer. Maar de tekst is keihard, en elk woord ervan is nog even relevant als toen het Simon het lied uitbracht op Graceland, bijna 35 jaar geleden. The bomb in the baby carriage was wired to the radio… Terroristische aanslagen, armoede, droogte. De camera die ons volgt en wij die paraderen in hoop op populariteit. Sterrenstelsels die sterven, de machtigen der aarde die ongestoord hun gang gaan en kunst die een ogenblik lang verademing biedt.

Wat is dit leven van ons toch een prachtige, pijnlijke, absurde bedoening.

(c) André Vanlierde



Bedankt voor het luisteren, de afgelopen weken. Ik wens u een fijn verhaal, en mooie dromen, in uw bubbel.

De ZijLijn is een reeks columns geschreven voor The Saturday Night Shuffle, een radioprogramma van Jan Huib Nas. Te herbeluisteren op Radio Lede.

ZAAILING #84 – Alles wat ooit was


Als een gordijn dat langzaam het toneel
prijsgeeft, walsen de wolken
met de eerste aarzelende stralen licht.

Soms is betovering solide als rots.
De ochtend proeven, de belofte
van de tocht die ons pas na pas omhelst.

Haast leert de reis ons af, tot we leren
vallen als regen, voor elke stap
een weerschijn in de wolken

voor elk ogenblik een druppel. Maar die ene,
die zowel het licht vangt als de schaduw,
gestold in het moment als een geschenk

dat de adem inhoudt, die
verandert het verhaal, en ons
en alles wat ooit was.




ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

De aspergelente

De ZijLijn ~ Radiocolumns in coronatijden

~10~

Ik hield als kind niet van asperges. Of misschien moet ik zeggen: ik kende die groente niet, want mijn grootmoeder – de vaste kok bij ons in huis – maakte die nooit klaar. Schorseneren maakte ze wel, en die werkte ik naar binnen om haar een plezier te doen. Maar asperges kreeg ik pas voor het eerst op mijn bord toen ik bijna meerderjarig was, in een of ander chique restaurant, en toen benaderde ik ze met het wantrouwen van iemand die nieuwe smaken niet zonder voorbehoud verwelkomt. Ze vielen tegen, ik vond ze slap en smakeloos. Dat ik na dat bewuste diner geveld werd door een zomergriep hielp de populariteit van de asperges weinig vooruit; een mens legt rare verbanden als ze koorts heeft. Sabayon heb ik sindsdien ook nooit meer aangeraakt.

Asperges heb ik in de twee decennia tussen dat diner en nu wel leren appreciëren, voldoende alvast om ze nu en dan zelf klaar te maken. Gewoonlijk ging ik dan voor de smalle, groene scheutjes die je voorverpakt in de supermarkt vindt.

De afgelopen maanden is dat veranderd. De lente van 2020 zal voor mij niet alleen maar de lente van het coronavirus zijn, maar ook de lente van de asperges.



Een eindje verder bij ons in de straat woont R., een onwaarschijnlijk kranige 91-jarige, die nog dagelijks zijn eigen – gigantische – moestuin onderhoudt. We kunnen het als sinds mijn man en ik hier bijna vijftien jaar geleden kwamen wonen heel goed vinden. Hij heeft, om bij de moestuintermen te blijven, een boontje voor ons. Sporadisch hebben we contact, we wisselen kerstkaartjes uit, en de afgelopen jaren stond hij in de herfst wel eens aan onze deur met een verse pompoen. Als hij begint te vertellen over zijn jeugd, valt je mond open. Ik heb al een paar keer gedacht dat ik zijn verhalen zou moeten opnemen, hij is een wandelend overblijfsel uit een tijd die wij nu, in al onze luxe, alleen nog associëren met namen als Buysse en Streuvels. Hij heeft amper meer onderwijs genoten dan de lagere school en hij lacht smakelijk om die twee ingeweken universitairen zonder verstand van groenten, die ook nog eens de meest normale Hamse woorden voor palen, grachten, greppels, steunmuren en werktuigen niet kennen. Maar hij mag ons. En wij hebben ook een dikke boon voor hem.

Op een dag in april stond hij plots aan de deur, in volle corona-lockdown, met een volle zak asperges. Vers uit de moestuin, zelf gestoken die ochtend. Het had die ochtend gegoten, een van de laatste fantastische lange regenbuien van deze lente. Schitterend voor de bodem, maar hondenweer om in te werken, voor iedereen, laat staan een man van over de negentig. En nu stond hij hier met een voorraad joekels van witte scheuten waar ik meer dan een uur aan stond te schillen. Het werd een feestmaal, die avond.

Een paar dagen later belde hij weer aan, ’s ochtends dit keer. Ze waren aan het opkomen, de nieuwe scheuten. Ze mochten niet te lang aan de zon blootgesteld zijn of ze verkleurden naar groen en waren niet meer lekker. Hij had in totaal een meter of veertig staan, dus hij had veel meer dan hij ooit op kon. Of mijn man even wilde komen helpen om er nog wat uit te steken?

En het bleef niet bij die ene keer. Laat ik de afgelopen maanden maar samenvatten als een aspergefestijn. Ik heb recepten opgezocht, en er zelf uitgevonden. Ik bereidde asperges voor het avondmaal, ik schilde ze voor in de diepvries om later dit jaar in soep of andere gerechten te worden verwerkt.

De porties waarmee R. telkens kwam aanzetten, of die mijn man na een uurtje steken, met blaren op zijn veel te delicate kantoorhanden, mee naar huis bracht, waren genoeg om een gaarkeuken voor twee dagen van groenten te voorzien.


De moestuin van R. heeft mij een aantal waardevolle lessen geleerd dit voorjaar. Ik heb deze lente niet alleen deze groente leren appreciëren zoals het hoort, maar ook het meditatieve plezier ontdekt van zonder haast, urenlang, geconcentreerd bezig te zijn met iets ogenschijnlijk eenvoudigs als asperges schillen. Arbeid als deze laat een concrete indruk na van hoe rijk de bodem van dit land is, als we die goed verzorgen en verstand hebben van planten. Het geeft ook een idee van de hoeveelheid werk die er voor nodig is, niet zelden met de hand, om verse groenten te verwerken tot iets smakelijks op een bord. Dat dwingt respect af. Het heeft mijn uren in de keuken fysieker gemaakt, de tijd zichtbaarder, onze band met het land tastbaarder.

Sommige dingen leer je pas als de omstandigheden je ertoe dwingen. Ik had werk te weinig en tijd te veel, de winkels hadden veel te lange rijen en R. had meer asperges dan hij op kon. Ik ben er dankbaar om.


De ZijLijn is een reeks columns geschreven voor The Saturday Night Shuffle, een radioprogramma van Jan Huib Nas. Te herbeluisteren op Radio Lede.

De Toren en De Ster

De ZijLijn ~ Radiocolumns in coronatijden

~9~


Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Als schrijver word ik er duchtig mee geplaagd. Als mijn lieve vriend Jurgen Walschot, de illustrator, het zegt, klinkt het ongeveer als: wie léést die teksten ooit? Waarna hij een spreekwoordelijk kussen naar zijn hoofd krijgt.

Maar het klopt wel: beelden kunnen een gelaagdheid en een diepgang presenteren die in een oogopslag te vatten is en vaak zelfs zintuiglijk binnenkomt. Ik hou van sterke beelden.

Een bijzonder systeem van beelden dat ik heel erg waardeer, is de tarot. In oorsprong Middeleeuwse kaarten met symbolische afbeeldingen, waarvan de wortels mogelijk nog veel verder teruggaan in de tijd.

De tarot is een spiegel van de menselijke persoonlijkheid in al haar facetten. Elke kaart beeldt een stuk van onze ontwikkeling uit, ons karakter, onze behoeften, gewoontes, obstakels, talenten. In weerwil van het populaire geloof heeft tarotkaarten trekken weinig te maken met wat er in de toekomst ligt, maar alles met het heden: wie we nu zijn, waar we vandaan komen, hoe we in deze positie geraakt zijn. Het is een spiegel, in gelaagde tekeningen.

Er zijn twee tarotkaarten waaraan ik de laatste weken voortdurend loop te denken: De Toren en De Ster.

De Toren stelt een bouwsel voor dat getroffen wordt door een blikseminslag. Het is een ramp, een ravage. Er vallen zelfs mensen uit die toren naar beneden, een soort middeleeuwse Twin Towers. Het bouwwerk staat symbool voor onszelf, of iets in ons leven dat we opgebouwd hadden, wat nu met grote kracht verwoest wordt.

Toch is de betekenis van de kaart niet zo negatief als op het eerste zicht lijkt. Want die hele toren was in feite een nogal gammele constructie: een geïmproviseerd bouwsel (wie weet op voorhand écht waar hij heen wil in het leven?), de mankementen die zich voordeden in de loop van de jaren werden al dan niet deftig gerepareerd, sommige delen moesten wat gestut, er werden compromissen gemaakt… Dat rommeltje, hoe graag we er ook woonden, is nu door de bliksem verwoest. En die bliksem staat symbool voor iets wat groter is dan onze persoonlijkheid, iets wat het beter weet dan de hoogmoedige bouwers die we, zelfs met goede bedoelingen, onvermijdelijk zijn.

(c) Inaya photography

Wat wel stevig en solide was aan onze toren, de funderingen, de diepe basis, een steunmuur of twee, misschien, blijven overeind. De uitnodiging is om op de fundamenten een beter bouwwerk op te trekken.

Velen van ons zagen de afgelopen weken bliksems inslaan en torens instorten. Sommige klappen kwam hard aan: economisch, financieel, persoonlijk. Hele segmenten van de samenleving liggen gevloerd na de uppercut die corona heet, of in de nasleep van de maatregelen om het in te dijken. Het stof van de instortingen is nog lang niet gezakt. In het beste geval kunnen we pas nu beginnen met puin ruimen.

Maar laten we proberen niet te diep te treuren over wat niet meer overeind staat. Laten we dromen van een beter bouwwerk, kleiner misschien maar meer solide, en dichter bij onszelf.

(c) Inaya photography

Want vanuit een breder perspectief bekeken, arriveert De Toren in de tarotcyclus ook op het typische moment dat we in een mensenleven vaak de midlife crisis noemen: de diepe fase van twijfel en zoeken naar zingeving. En de uitkomst van beide processen (de wederopbouw en de zoektocht naar zingeving) is dezelfde: een sterkere, diepere, meer waarachtige versie van onszelf.

Aan die uitkomst wijdt de tarot de kaart die op De Toren volgt: De Ster. Het is waar we uitkomen als we de gevolgen van de blikseminslag durven omarmen.

De Ster stelt een naakte vrouw in de natuur voor, die in het licht van de sterren het water uit haar kruiken over de grond en in een vijver laat stromen. Ze is puur en kwetsbaar. Ze heeft niets te verbergen, niets te beschermen. Ze is in diep contact met zichzelf, met haar omgeving, met de kosmos. Ze schenkt gul het water uit haar kruiken, en ze heeft rechtstreeks toegang tot de bron. Het is een beeld van diepe eenvoud, en enorme overvloed.

Ook ik sta op dit moment even te bekomen tussen het puin van een ingestorte toren. Het stof zakt al een beetje. Ik haal diep adem, en ik weet dat op ontelbaar veel plaatsen in de wereld op dit moment mensen hetzelfde doen.

Elk van onze verhalen is anders, maar laten we samen puin ruimen. Laten we denken aan de zachte eerlijkheid die geen bescherming nodig heeft, de kwetsbaarheid die gul kan schenken aan de wereld, vanuit verbondenheid en vertrouwen, in het licht van de sterren.




De ZijLijn is een reeks columns geschreven voor The Saturday Night Shuffle, een radioprogramma van Jan Huib Nas. Te herbeluisteren op Radio Lede.

ZAAILING #83 – De droom die we werkelijkheid noemden



Sommige verhalen vragen niet naar woorden:
de belofte van de ochtend tegemoet lopen
de taal benaderen van vogels of boomstammen
onszelf kennen als verstrikt, gezaaid, besmet

met schoonheid. Gretig lezen we de lijnen
voor zover we ze kunnen volgen. Wie deze
wereld wil bewonen, moet leren om te spreken
in sporen, reiken naar het licht doorheen de filter

van de kooi. Voor een paar onbetaalbare uren
bloeien we open en geven alles wat we hebben.
We overtuigen onszelf dat binnen de beperkingen

van de tralies onze verstrengelingen
even diep kunnen wortelen als in de droom
die we werkelijkheid noemden, voorheen.




ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

Je bent thuis

De ZijLijn ~ Radiocolumns in coronatijden

~8~

My home is my castle was de uitdrukking waarmee ik deze column begon. We hadden toen niet durven denken dat het gekroonde virus zo lang de plak zou zwaaien over ons leven. We kunnen op dit moment niet eens met zekerheid zeggen wanneer het die koninklijke houdgreep eindelijk lost. En onze huizen hebben twee maanden later nog steeds iets van versterkte burchten. Maar ieder van ons heeft onze woonst intussen een heel stuk beter leren kennen.

We hebben het zonlicht langs haar wanden zien kruipen op elk uur van de dag. We zijn tegen haar muren opgelopen. We konden niet langer doen alsof we het stof niet zagen dat zich ophoopte in de kieren waar we nooit grondig stofzuigden, noch de schaduwen die elke avond groeiden in de stilste hoeken. We zijn ontelbare keren over die ene oneffenheid in de vloer gestruikeld. We hebben de ramen gelapt om beter naar buiten te kunnen kijken naar alles wat nu even niet meer kon. Of we hebben het zo gelaten, omdat het toch geen zin had.

In dromen staat een huis doorgaans symbool voor ons innerlijk. Gebeurtenissen die plaatsvinden in een huis, spelen zich op een ander niveau af in het diepste van onszelf. We ontvangen er mensen, ontdekken verborgen kamers, proberen dingen die we liever niet meer onder ogen te komen in de kelder te verbergen.

Hebben we de afgelopen weken een warme, stille vorm van wortelen herontdekt op een plek waar we vroeger te weinig aandacht aan schonken? Of zijn de muren waarbinnen we ons ooit met plezier wilden vestigen, alleen of met geliefden, stilaan steeds meer een gevangenis geworden, een kooi?

Mijn werkruimte, mijn heiligdom – thuis (c) Inaya photography



De muren van mijn huis benauwen mij niet. Integendeel, mijn nood om naar buiten te gaan, wordt zelfs kleiner. Als kind groeide ik op in een huis waar niet alleen mijn ouders maar ook mijn grootouders langs moederskant woonden. Mijn oma kwam nooit buiten. Nooit. Tot op het terras in de tuin, misschien, om erwtjes te doppen in de ochtendzon, en in de late namiddag in een windstil hoekje op de bank te zitten breien en verstellen. Maar ze deed geen boodschappen, ze had geen vrienden. Eén keer per jaar ging ze Oudejaar vieren bij haar zoon, mijn peter. Nochtans stonden de deuren van haar huis open voor iedereen. Het is een houding die mijn moeder overnam: ik groeide op in een huis waar iedereen welkom was. Voor een middag, voor een maal, voor een nacht, voor een jaar.

Mijn oma moet hoogsensitief geweest zijn, dat kan niet anders. Toen ik klein was, zei ze tegen mijn moeder, die zich met mijn angstige, schuchtere benadering van het leven soms geen raad wist: ‘Ik begrijp dat kind.’ Ik heb haar lang niet begrepen, niet echt. Maar nu, na twee maanden huisarrest, wél. Dit bestaan bevalt mij. Mijn lichaam voelt minder verkrampt. Het bombardement aan zintuiglijke prikkels is enorm afgenomen. Er mocht veel minder, maar er moést ook minder.

Knaagt de hunker naar verdere horizonten dan niet? Soms wel een beetje.

Maar als schrijver (en lezer) heb ik een beproefde ontsnappingsroute: mijn hoofd is de plaats bij uitstek om verre reizen te maken. Als ik Paolo Cognetti of Bregje Hofstede lees, dan ben ik in de bergen. Pak ik er Sylvain Tesson bij, dan breng ik de winter door aan het Baikalmeer in Siberië. Met Robert MacFarlane daal ik af in een gletsjer in Groenland en de catacomben van Parijs. In de broekzak van Elizabeth Gilbert dwaal ik via Italië en India tot in Bali, en Helen MacDonald neemt me mee naar de velden en hemelen rond Oxford waar ze met haar havik jaagt. Met Tonke Dragt reis ik naar de vochtige, hete wouden van Venus zoals zij die ooit voor zich zag. En het hoeven niet altijd verre plekken te zijn: Evelien De Vlieger volg ik op haar innerlijke reis naar zichzelf, in de caravan in haar achtertuin.

De wereld is zo rijk en zo groot als we hem in onszelf kunnen maken. Ons innerlijke huis heeft ontelbaar veel kamers. Doe gewoon een andere deur open. Maak het jezelf gemakkelijk. Je bent thuis.



Leeslijstje van de hierboven vermelde boeken:
– Paolo Cognetti ~ De acht bergen
– Bregje Hofstede ~ Bergje
– Sylvain Tesson ~ Zes maanden in de Siberische wouden
– Robert MacFarlane ~ Underland
– Elizabeth Gilbert ~ Eat Pray Love
– Helen Macdonald ~ H is for hawk
– Tonke Dragt ~ Torenhoog en mijlenbreed
– Evelien De Vlieger ~ Caravandagen


De ZijLijn is een reeks columns geschreven voor The Saturday Night Shuffle, een radioprogramma van Jan Huib Nas. Te herbeluisteren op Radio Lede.