En nu?

Zweden_470 klein
Het meer (c) KV

‘Hoe was het in Zweden?’
De vraag is mij al meer dan eens gesteld sinds ik terug ben van de auteursresidentie in Björköby.

Behalve het feit dat je daar niet op kunt antwoorden zonder ofwel 1) in clichés te vervallen, dan wel 2) de sprookjeszeepbel te doorprikken – en geen van beide is wat je wil – is de vraag die mij zelf harder bezig houdt: en nu?

Kom je veranderd terug van twee weken verblijf in het buitenland?

In het dagelijks leven draait een mens zijn hand niet om voor twee weken. Want hoe lang duurt dat nu eigenlijk? De kleine moet naar de tandarts, er is een oudercontact, een vergadering, een boel gedoe op het werk, en goddank wordt het weekend, zodat we kunnen afspreken met vrienden of familie, een concert of een fietstocht kunnen meepikken of languit in de zetel mogen hangen nadat de boodschappen gedaan zijn. Maal twee.
Zó voorbij.

Maar het punt is: het draait er niet om hoe lang iets precies duurt. Het gaat om de intentie waarmee je vertrokken bent, de intensiteit van de ervaring ter plaatse, en de ruimte die je geeft aan alle indrukken om zich achteraf een weg te zoeken naar je binnenste. Als alchemische reacties gaan ze daar hun werk doen, en wat ze teweeg brengen, kan zo diep gaan dat het je ten gronde verandert. Hoe dan ook draag je ze voor de rest van je leven mee.

Zweden_833 klein
Het meer (c) KV

Wat ik probeer vast te houden en (op een onvermijdelijk andere manier) vorm wil geven in mijn leven hier, is de diepe rust die ik in Zweden ervaren heb. Die had natuurlijk voor een stuk te maken met het feit dat we ons even helemaal niets van het dagelijks leven hoefden aan te trekken. Koken deden Jurgen en ik allebei wel graag, en twee mini-wasjes op anderhalve week zijn geen klus. Zelfs de boodschappen werden voor ons gedaan. Als we de deur niet uit wilden, hoefde dat niet – tenzij voor een wandeling of een toertje fietsen, en ja, dat wilden we dus wel.

Die rust is diep gekropen. Als ik herlees wat ik daar geschreven heb, dan denk ik: dat is krachtige tekst. Maar nog krachtiger is mijn gevoel van de diepe vorm van Zijn, in creatie en samen-zijn, in laten stromen en leven van moment naar moment.

Zweden_823 (2) ed
De mooiste boom – uitzicht (c) KV

En voor wie alleen de taal van materiële en fysieke verschijnselen verstaat… een mooie anekdote ter illustratie.

Al jaren heb ik in vlagen last van de spieren in mijn onderrug. Een cadeautje van de bekkeninstabiliteit rond de geboorte van mijn zoon, die als ze de kans krijgt vrolijk samenwerkt met opgehoopte spanningen die zich van mijn nek en schouders een weg naar beneden werken. De laatste maanden waren niet zo eenvoudig op dat vlak. Positieve adrenaline-rush en negatieve spanningen versterkten elkaar. Ik ben vertrokken naar Zweden met een constante, zeurende pijn in mijn onderrug, en met nachten die rond vijf uur ’s morgens gegarandeerd onderbroken werden omdat me omdraaien in bed niet lukte zonder scheuten, steken en andere pijnlijke alarmsignalen. Gebrek aan doorbloeding, zei de kinesiste en manueel therapeute, die liefdevol maar grondig die pijnlijke spierknopen te lijf ging. Warm houden was de boodschap (hallo, Zweeds kersenpittenkussen!) en veel bewegen.

Op de korte toertjes in de buitenlucht na (wandelingetje naar het meer, appels plukken in de tuin, vogels spotten op een veld), zat ik in Björköby hele dagen in kleermakerszit gebogen over mijn laptop. Niet meteen de droomremedie voor rugproblemen, toch? Maar de laatste dagen in Zweden sliep ik door zonder problemen. En toen ik terugkwam, stond de kinesiste versteld van hoe soepel en ontspannen al die spieren waren die nauwelijks twee weken eerder nog opgespannen stonden als pijnlijke staalkabels.
Geest en lichaam werken samen, we zouden idioten zijn om dat te ontkennen. Dus als ik luister naar mijn lijf, dan leer ik dat op een diepe manier verbonden zijn met iets waar ik van hou, en werken aan iets op een tempo dat rekening houdt met mijn innerlijke noden en natuurlijke ritmes niets minder is dan weldadig.

Zweden_474 klein
Het meer (c) KV

Zal de samenleving zich nu opeens gaan plooien naar wat ik wil? Natuurlijk niet. Net zo min als mijn gezin stopt mijn aandacht nodig te hebben, op alle handige (en vooral onhandige) momenten, of dat er plots geen brood op de plank zou moeten komen, of geen afspraken meer zouden zijn om na te komen.
Dat trek ik me niet aan. Want wat je gevonden en herkend hebt, dat kun je meedragen. Daar kun je, beetje bij beetje, in je dagelijks leven ruimte voor maken.

Ik breng een diepe resonantie mee uit Zweden. Een broer-en-zus-gevoel met iemand met wie ik mij op een heel bijzondere manier verbonden voel. Maar ook een andere, heel eigen resonantie. Ze voelt een beetje als de deining van golven op het meer, als de wolken op de grillige wind, als de dikke lagen mos tussen de stammen van de naaldbomen in de bossen. Ze fluistert over diep wortelen, langzaam zinken en precies daardoor allerlei waardevolle dingen bovenhalen, eerst nog woordeloos misschien, maar al snel niet meer.

De wereld verandert elke keer als wij hem toestaan ons te veranderen.
Ik ben maar wat graag gewillig deeg in die grote, knedende handen.

Zweden_821 ed klein
De mooiste boom – wortels (c) KV
Advertenties

ZAAILING #41 – In gesprek

Zaailing uit Zweden

Geschreven en getekend op locatie, geïnspireerd door het landschap van de residentie in Björköby en het boek waar we momenteel aan werken

 

De kruinen langs de waterkant ruisen zoals ze wiegen. Met lange, lome uithalen zijn ze in gesprek met zichzelf en met elkaar. Als het bos zich iets wil herinneren, hoeft het alleen maar te wachten tot de wind van over het meer naar hem toe waait en zich mengt in het gesprek.

Zweden 1 klein
(c) Jurgen Walschot

Hier is het makkelijk om je voor te stellen dat het meer op een goede dag vanzelf uit de diepte naar boven borrelde, dat de dieren kwamen aangelopen om toe te kijken hoe het zich vulde, dat de oevers vol bomen zich erom heen schaarden om dichter in de buurt te zijn van iets wat zichzelf zo moeiteloos diep kon maken.

Wij zitten zwijgend op de oever. We raken elkaar niet aan, we zeggen niets. Maar net als de golven en de boomkruinen zijn wij in gesprek. Klanken op papier, lijnen in de lucht, betekenissen die landen tussen de mossen op de bodem en daar wortel schieten.

Want onder de oppervlakte zijn alle dingen verbonden, en elke reis houdt de belofte in van thuiskomen.

 

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Nasmaakje in beelden #2

Beheersvennootschap deAuteurs zette het duo Zweedse residenten tijdens het festival in de kijker door middel van een interview.

De eekhoorn die ons afleidde door in de boom naast ons te komen paraderen en zorgde voor een komisch intermezzo in het gesprek, heeft de montage niet gehaald.
Maar dat werd goedgemaakt door het exemplaar dat in Kopenhagen op een meter bij ons vandaan rustig aan een nootje ging zitten knabbelen…

Zweden_920 ed klein

Een land dat klinkt als een droom

Björköby residentie — Blog #6

 

Zweden_801 ed kleinZweden_541 klein

Zweden is een land dat klinkt als een droom.
Niet in het minst omdat het de geboortegrond is van Astrid Lindgren, maar ook omdat het de sfeer uitademt van fjorden, donkere bossen en rotsblokken van waarachter elk moment kobolden tevoorschijn kunnen komen.

Dankzij deAuteurs waren Jurgen Walschot en ik anderhalve week lang te gast in Källäng, het huis in Björköby, waar literaire duizendpoot en organisator van het SmåBUS-festival Joke Guns onze gastvrouw was.

Na het kinder- en jeugdboekenfestival kwamen we daar tot rust, en tot werken. We hebben immers een boek te maken, en niet zomaar één: een 11+ jeugdboek, mét bijzonder mooie illustraties, een boek dat buiten de lijntjes kleurt. En dat doen wij graag, buiten de lijntjes kleuren…

 

Een residentie als deze gebeurt in nauwe samenhang met de sfeer van het huis, en de omgeving. We fietsten naar het nabijgelegen meer, we struinden door de bossen. We verpoosden op steigertjes, blij met de zon, de wind en ook de storm wanneer die zich aandiende. We vergaapten ons aan de bonte kraaien, aan de rijkdom van kleuren en vormen. De natuur heeft in Zweden meer ruimte dan in ons volgebouwd Vlaanderen – dat doet deugd. De verhoudingen van mens en ecosysteem voelen er juister.

Zweden is een land met wortels, diep in de bodem. Het is ook een land met lekkere keuken, fika (het sociale tienuurtje, een aanrader om te adopteren waar je ook woont), en veel gezelligheid die te maken heeft met een van de belangrijkste grondstoffen: hout. Hele dorpen zijn er uit opgetrokken, en vermengd met de geur van kaneel en traditionele stoofpot, zoals we hem eten op onze laatste avond te gast bij het gezin van Joke en Han, is dat een gegarandeerd recept voor warmte en knusheid.

Zweden_349 klein

 

Zweden is een land dat klinkt als een droom, en een half jaar lang hebben we toegeleefd naar die droom.
Zoals elke droom verschilt de werkelijkheid enigszins van de verwachtingen, maar dat is precies zoals het hoort. De werkelijkheid is concreter, fysieker en zintuiglijker dan wat voor droom dan ook…

Eten smaakt lekkerder als je eerst samen een menu voor de komende dagen hebt samengesteld. Schrijven en tekenen worden doorleefder als je ten volle beseft dat dát is waarvoor je naar hier gekomen bent. Samenwerking en vriendschap worden voller als je twee weken lang helemaal op elkaar aangewezen bent, en merkt dat elke uitdaging je een stap dichter bij elkaar en bij diepgaand creatief partnerschap brengt.

Zweden_329 klein

 

Zweden was voor ons een zegen, en een voedingsbodem waarvan we de vruchten nog ver in de toekomst zullen plukken. Ik vermoed dat ze een beetje zullen smaken als de blonde appels uit de tuin van Källäng: zacht, romig en flexibel in gebruik, ogenschijnlijk onopvallend maar verrassend lekker, gegroeid aan een oude boom, puttend uit de kracht van een heel land en van een geschiedenis die verder terug grijpt dan we misschien beseffen. Elke hap is een geschenk.

Aan het einde van deze residentie rest ons maar één woord, uit de grond van ons hart, zowel aan Joke en haar gezin als aan deAuteurs, de organisatoren van dit verblijf.

Bedankt.
Wat jullie hebben helpen Zaaien, zal vrucht dragen.

 

Vriendschap is geen zwaktebod

Björköby residentie – Blog #5

 

IMG_3369 (2) klein
(c) KV

Wat is het dat twee mensen samenbrengt en een vonk laat overslaan? Over die vraag zijn hele boeken vol geschreven. Vaak komen de personages van heel andere kanten, en onverwacht komt er tussen hen iets bloot te liggen wat hen allebei verrast, iets verfrissends en vertrouwds tegelijk, iets wat smaakt naar meer. Maar er zijn ook verschillen, en onvermijdelijk ontstaat er conflict (en dat hoort ook zo, want een goed verhaal is niets zonder conflict). Op het einde van het boek is de band tussen de twee figuren ofwel sterker, ofwel kapot.

Ligt het aan mij, dat ik daarbij bijna automatisch denk aan een liefdesverhaal? Ja, dat ligt vast aan mij. (Al maakt zowat elk liefdesverhaal in de literaire geschiedenis natuurlijk ook wel gebruik van bovenstaand scenario.) Minder vooraan in mijn gedachten zaten lange tijd de boeken over vriendschap. Maar alles wat in de eerste alinea beschreven staat, geldt net zo goed daarvoor.

De westerse literatuur zet al eeuwen een felle spot op de romantische liefde, in de gelukkige dan wel noodlottige variant, en ik beken dat ik vriendschap in verhalen lange tijd weinig meer vond dan een zwakke afspiegeling van de betere liefdesgeschiedenissen, een soort willen-maar-niet-kunnen, een slap aftreksel waar ik de meerwaarde niet van vatte of een noodgedwongen kunstgreep in het geval van veel kinderboeken, wegens heel jonge personages. Vriendschap, dacht ik tot voor kort, is en blijft toch altijd een beetje een generale repetitie voor die échte, ultieme vorm van menselijke verbondenheid, de liefdesrelatie.

Man, had ik het fout.

IMG_3145 (2) klein
(c) KV

__

In al mijn boeken komen vriendschappen voor. Maar in elk daarvan draaide het tot nu toe toch minstens evenveel, zo niet méér, om de ontwikkeling van een liefdesgeschiedenis. Eén keer groeide uit een onwaarschijnlijke vriendschap zelfs een nog onwaarschijnlijker liefdesrelatie. Het boek in kwestie is me nog altijd genegen, die personageontwikkeling ook (hoewel ze begrijpelijkerwijs niet door alle critici werd gesmaakt).
Maar mijn volgende boek breekt met dat stramien. Want dit verhaal gaat over vriendschap. En dat komt niet omdat de personages kinderen zijn, of omdat het een boek is voor lezers vanaf pakweg tien of elf jaar. Niet omdat ik niks beters kon verzinnen, of voor een keer geen goesting had om een adolescentenroman te schrijven.
Integendeel, ik heb het eindelijk door. Vriendschap is géén zwaktebod.

 

“De kans om anderhalve week in alle rust te kunnen werken op een dergelijke plek is voor elke scheppende kunstenaar met een gezin en een drukke agenda een zegen, maar als je zoals wij een diepgaande en verrijkende samenwerking deelt, is het helemaal een droom om een langere periode samen door te kunnen stomen, ongehinderd door het gewone gedoe van elke dag. Jurgen en ik zijn goede vrienden, allebei natuurmensen bovendien, dus de gedachte aan deze residentie voelt een beetje als thuiskomen.”

Zo schreef ik het, in de motivatiebrief bij onze portfolio voor deAuteurs, toen we het erop waagden om een aanvraag in te dienen voor de auteursresidentie in Björköby. De residentie waarvan we zeker waren er nooit voor gekozen te zullen worden. De residentie waar we nu middenin zitten… En ja, we zijn thuisgekomen.

 

__

Op het surrealistische moment dat we te horen kregen dat wij tegen al onze verwachtingen in de gelukkigen waren, hadden we nog geen duidelijk idee waar we precies aan zouden gaan werken. De verschijning van STROOM stond intussen vast, maar verder was het koffiedik kijken. Liefst focusten we op een boek of een groter project, maar in het slechtste geval zou er vast meer dan genoeg inspiratie voor Zaailingen te rapen vallen in de omgeving.

Wat óók klaar was, was het kortverhaal De serres van Mendel, dat zich afspeelt in een gigantisch serrecomplex, tot de nok gevuld met planten, bloemen, bomen, vijvers en nog veel meer, een woekering van koepels waarin de hele Wereld wordt bewaard. Ook hier waren tekst en beeld al nauwer gaan samenwerken dan de gewoonte is in kinderboekenland. Jurgen en ik overliepen samen het verhaal, de filosofische ideeën die eraan ten grondslag lagen en de visuele en inhoudelijke gelaagdheid nog voor hij de prenten begon te maken. En eens hij in de serres dook, wilde hij er niet meer uitkomen. Wat hij opriep in zijn beelden, was wat ik voor me had gezien, en méér.

Mendel werd een pareltje, maar wel een heel kort pareltje, met nog veel meer potentieel. In dat beknopte verhaal zat de kern van een veel groter, beter uitgewerkt boek. Een echt jeugdboek, maar mét bijzondere illustraties, met tekst en beeld in evenwaardige dialoog, en een resultaat dat meer is dan de som van de delen.
We contacteerden een aantal uitgevers, en hadden het geluk er een te treffen die helemaal op onze golflengte zat over wat voor boek dit kon worden. Dus de Björköby-residentie is er niet alleen effectief gekomen en we zijn niet zomaar twee weken aan het genieten van een bijzondere locatie en de rust van onze Zuid-Zweedse werkplek, we zijn ook nog eens, zoals we hoopten, voluit aan het werk aan een concreet project, een verhaal waarin we allebei geloven en dat volgend najaar als boek in de rekken zal liggen.

IMG_3377 (2) klein
(c) KV

__

In al mijn boeken speelt de locatie een belangrijke rol. Het klooster van Sant Pere de Rodes in Geheugen van Steen, de rode rotswoestijn van Arizona in Sequoia, de verhalen die er zich in afspelen, zitten er diep in verankerd. Maar De serres van Mendel (zoals ik dit boek nog altijd noem, het is nog niet duidelijk wat de definitieve titel wordt) is een verhaal waarin ik éérst de wereld zag, en pas in een volgend stadium ging nadenken over personages.

Natuurlijk moet een goed verhaal uiteindelijk wel draaien om de personages. En ze dienden zichzelf gelukkig aan met groot gemak, het meisje en de jongen die de lezer in de serres ontmoet, en die we in de loop van het verhaal steeds beter leren kennen. Maar in het kortverhaal bleef hun karaktertekening noodgedwongen heel schetsmatig. Nu, tijdens het werk in Björköby, was het moment gekomen om daar verandering in te brengen. Nu moest ik gaan schrijven over hun bijzondere vriendschap. Ik heb me een tijdlang afgevraagd hoe ik dat moest aanpakken. Tot ik besefte: ik weet intussen precies hoe dat voelt.

IMG_3474 (2) klein
(c) KV

__

‘Zijn jullie samen? Ook, euhm… behalve op vlak van creatieve samenwerking?’
We hebben de vraag al een paar keer gekregen het afgelopen jaar, bij het praten over ons werk, het samen opbouwen van een tentoonstelling, of laatst nog, tijdens de hartelijke gesprekken met collega-schrijvers en -illustratoren op het SmåBUS-festival. Ik vind het altijd apart als ik daarop kan antwoorden: ‘Nee, hoor. Maar Jurgen en ik hebben wel iets heel bijzonders’, en dat de gesprekspartner dan knikt: ‘Ja, dat zie je wel.’

Het blijft moeilijk om de juiste woorden te plakken op wat ‘dat’ dan wel is. Maar het is er, en het is tijdens deze residentie nog dieper in onze samenwerking gaan kruipen. We koken om beurten of samen, verdelen de koekjes, de gehaktballetjes en de ruimte op de sofa keurig in twee – ‘elk de helft’ is de knipoog van dit verblijf. De een klimt in de appelboom om verse vruchten, de ander fietst bij stormweer over steigertjes.

We brainstormen over wat er al dan niet zou kunnen in dit verhaal, soms al van bij het ontbijt – wat een betere remedie is tegen ochtendhumeur dan de slappe of veel te straffe koffie die we telkens zetten. Grappige ideeën van Jurgen of terechte vragen die hij stelt over de personages vlechten zichzelf heel spontaan in mijn tekst tijdens het schrijven. We hangen broederlijk en zusterlijk de was op en onderzoeken intussen de wereld(en) die we samen aan het bouwen zijn – waar lopen hun grenzen, wat zijn hun wetmatigheden of hun filosofische gronden, waar treden ze buiten hun oevers? Hoe giet je dat in beelden? Wat toon je, wat verberg je? Jurgen helpt me door een acute opstoot van innerlijke twijfel, ik mag meekijken naar zijn prachtige prenten terwijl ze ontstaan, en feedback geven terwijl ze groeien onder zijn handen. Een aparte verbondenheid is ‘wat wij hebben’, een vriendschap met creatieve vleugels.

IMG_3379 (2) klein
(c) KV

__

Daarom, begrijp ik nu, eindelijk, worden er dus niet alleen boeken over liefde, maar ook zoveel boeken over vriendschap geschreven. Want vriendschap is bijzonder. En wie boeken over vriendschap leest zoals ze bedoeld zijn, merkt al snel, net zoals je dat in het echte leven ook ondervindt, dat de beste, diepste vriendschappen óók een vorm van liefde zijn, een betere misschien zelfs, zuiverder op de graat, puur om het innerlijk van de andere persoon en niet verguld (of vertroebeld) door het hele spel van romantische en fysieke aantrekkingskracht.

Nee, vriendschap is geen zwaktebod. Ik had alleen een tijdje nodig om daar achter te komen.

Dus gaan we nu samen dat bijzondere boek van ons afwerken.
Een boek over een jongen en een meisje, over een vriendschap, en over werelden die buiten hun oevers treden.

IMG_3001 klein
(c) JW

ZAAILING #40 – Vleugelverhaaltjes

Björköby residentie — Blog #4

image.php
(c) Vetlanda Posten

 

Toen de illustratoren die deelnamen aan het SmåBUS-festival de vraag kregen om een beeld te maken bij Astrid Lindgrens boek De kinderen van Bolderburen, ging ook Jurgen nadenken over een tekening. Maar al snel groeide het idee om Zaailinggewijs weer eens lekker buiten de lijntjes te kleuren, en méér in te leveren dan alleen maar een beeld. Dus het werd een Zaailing, tekening én tekst, een eerbetoon aan de verbeelding en aan Astrid Lindgren.

Jurgens prent hangt tentoon in Astrid Lindgrens Näs, geflankeerd door de beelden van zijn collega-illustratoren. De Zaailingtekst hangt er niet bij, maar dat geeft niet. De Zweedse pers heeft niet alleen ruim aandacht geschonken aan het SmåBUS-festival, maar ook sterk ingezoomd op het duo schrijver-illustrator in residentie… Het werd een leuk gesprek met de journaliste, met een toch wel bijzondere primeur er bovenop: de integrale Zaailing staat in de krant.

Een betere manier om onze veertigste eigenwijze creatieve scheut te vieren, op de herfstequinox nog wel, is er niet.

 

 

__

 

ZAAILING #40
Vleugelverhaaltjes

bolderburen klein.jpg
(c) Jurgen Walschot

Als ik je nu een verhaaltje vertel, gaan we dan naar buiten?

Een verhaaltje over hoe drie huizen de hele wereld leken en zes kinderen die wereld bewoonden alsof er geen andere was. Een verhaaltje over klimmen in bomen, slapen in schuren, hutten bouwen en de watergeest bespieden.
Want soms moet je doen alsof eventjes alles alleen maar goed is, alsof er geen oorlogen of gevangenissen of volwassenen met monden vol leugens bestaan. Soms moet je kijken naar de kleine dingen, alleen maar naar de kleine dingen, van zo dichtbij dat je niets anders meer ziet. En blij zijn, heel blij zijn, zolang dat lukt.

Soms mag je ook verdwaald zijn. Een beetje als een vogel die geboren wordt in het verkeerde nest, en niet helemaal snapt wat ze daar doet. Ook daar dient een goed verhaal voor. Maak je geen zorgen: als je het te eng of te vreemd vindt, vist de vertelster je wel weer op uit de boom waar ze je stak, en zet je veilig met je beide pootjes terug op de grond. Oef!

Maar vergis je niet. Nadien blijf je stiekem toch ook een beetje verlangen naar die hoge takken van het verhaal, het nest van waaruit je de wereld plots zo anders zag, omdat van op een hoogte alles nu eenmaal duidelijker lijkt. Je zal vanaf dat moment een beetje zweven, soms zelfs een heel klein stukje vliegen. Omdat je nu weet hoe dat moet.
Want daar dienen verhalen voor: ze geven je vleugels, ook al gebeurde dat zonder dat je er iets van merkte.

Als ik je nu een verhaaltje vertel, gaan we dan naar buiten?
In bomen klimmen, op zoek naar een nest?

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Je moet het maar kunnen

Björköby residentie — Blog #3

Onbekenden bij elkaar op een plek die ze niet kennen, smeden verbindingen en ontwikkelen patronen die ze in hun vertrouwde omgeving niet zo snel zouden doen. Dat weet iedere wetenschapper die een experiment over menselijk gedrag in de steigers zet. Mensen uit hun vertrouwde context halen, zorgt voor ongewone ervaringen.

Het SmåBUS-festival is geen wetenschappelijk experiment, maar het is onwaarschijnlijk hoe snel er oprechte contacten ontstaan tussen de aanwezige schrijvers en illustratoren – vaak van zichzelf toch niet de meest hypersociale wezens op de planeet, en dan nog eens afkomstig uit diverse culturen en taalgebieden. Gebroken Engels is de voertaal van deze driedaagse, maar er is ook volop Zweeds en Nederlands te horen in allerlei varianten en accenten.

 

 

De workshops en lezingen zijn even divers als de deelnemers, maar één ding hebben ze gemeenschappelijk: de focus ligt op kinder- en jeugdliteratuur, een segment van het boekenvak dat al heel lang moet optornen tegen de vooroordelen van al wie bezig is met ‘serieuze’ literatuur, en een genre dat soms zelfs een beetje begint aan te voelen als een bedreigde diersoort. Maar dat laat de bonte bende deelnemers niet aan hun hart komen. De liefde voor kinderboeken en jeugdliteratuur spat van de muren. En tussen het goedgevulde festivalprogramma door gebeurt wat voor velen aanvoelt als het échte werk. Portfolio’s worden bekeken, contacten gelegd, nieuwe vrienden gemaakt. Er worden oeuvres ontdekt, maar vooral mensen. Er zijn personen die je plots van je stuk brengen met een uitspraak of een opmerking, er zijn verrassende momenten van verbondenheid en vertrouwen.

 

 

Het schoolreisjesgevoel blijft aanhouden, en ik ben niet de enige die er grapjes over maakt. Toppunt op dat vlak is de ochtend van dag twee. Ontbijt om zeven uur, de bus op tegen acht uur stipt (had ik al gezegd dat dit SmåBUS-festival ook wel iets weg had van een strafkamp?), en Joke roept de namen van de deelnemers alfabetisch af voor ze, een voor een en in die volgorde, mogen opstappen, om zeker te zijn dat ze haar hele troep kuikens wel mee heeft. Hilariteit.

 

 

Bestemming van de busrit: Astrid Lindgrens Näs, de museumterreinen en -tuin die opgetrokken zijn rond het geboortehuis van de beroemde Zweedse schrijfster. Met een knipoog zou je het een bedevaartsoord voor kinderboekenmakers kunnen noemen. Weinig auteurs hebben ons beeld op kinderen en kinderboeken zo beïnvloed als deze kranige Zweedse dame.

 

 

We openen feestelijk de tentoonstelling met werk van alle aanwezige illustratoren rond Lindgrens boek De kinderen van Bolderburen. We pikken een lezing mee, snuisteren in de fijne maar oh zo gevaarlijke giftshop, dwalen door de bijzonder mooie tuin. In kleine gegidste groepen bezoeken we het geboortehuis van de schrijfster, nog altijd bewoond door familie maar permanent open voor het publiek, waarin Lindgren met liefdevolle maar bijna pijnlijke precisie heeft geprobeerd haar kindertijd te laten voortleven in alle aanwezige meubels en voorwerpen.

 

 

 

 

Voor we de bus weer op mogen voor de terugweg worden we niet een maar twéé keer geteld, en eenmaal opgestapt is er nóg een roll call. Joke is onvermurwbaar consequent. Je moet het maar kunnen.

Maar wat ze óók kan, Joke Guns, is mensen bij elkaar brengen. Het is een apart talent, dit soort organisatievermogen. Ze pakt het aan zoals alleen zij dat kan, op een heel ongedwongen manier, warm en verwelkomend, en zo enthousiast dat deelnemers er twaalf uur traject voor over hebben om een bijdrage te leveren aan iets wat zij al twee jaar met liefde, bloed, zweet en tranen uit de grond heeft gestampt. Ze kent haar schrijvers en illustratoren, ze voelt mensen aan, weet wat ze nodig hebben of nu even niet aan hun hoofd kunnen gebruiken, draait driedubbele shiften op nachtjes met veel te weinig slaap. Het symbolische cadeautje dat ze op de laatste avond ontvangt van alle schrijvers, overhandigd in een linnen SmåBUS-tas die alle illustratoren samen langs beide zijden hebben vol getekend, is meer dan verdiend.

IMG_2848 klein 2

 

 

Iedereen die erbij was, hoopt dat dit festival over twee jaar een tweede editie kent. Intussen zijn er al diverse internationale duo’s schrijvers-illustratoren gevormd die van plan zijn een aanvraag te doen voor een gezamenlijke residentie. Terecht.

Het is weer eens bewezen: de beste zaadjes ontkiemen in onverwachte grond.

IMG_3014 (2) klein
(c) KV

Goed gedaan, dunhuidje

Björköby residentie — blog#2

Het heeft iets van aankomen voor een week bosklassen. Of een vakantiekamp.
De Ädelfors Volkshogeschool beslaat een ruim terrein met daarop een centraal gebouw met receptie, keuken, gemeenschappelijke refter en lokalen voor allerlei activiteiten. Daarnaast staan over de hele oppervlakte een aantal vrij liggende bungalows verspreid met elk een tiental kamers. De vermoeide reizigers die binnendruppelen in de loop van de avond (opgehaald aan een station door een van de vele SmåBUS-vrijwilligers, of gekomen op eigen kracht) worden verwelkomd door organisator Joke Guns als een eersteklas kampverantwoordelijke. We mogen inchecken aan de balie, krijgen een badge, en kunnen met pak en zak naar onze kamers. “Hebben jullie honger?” vraagt Joke, die meeloopt om ons onze kamers te wijzen. “Goed. Want zo meteen is er avondeten, in de eetzaal.” Hup hup, kinders.

Het hotel heeft de kamerverdeling geregeld; ik heb een kamer in huis drie, met zicht op het centrale gebouw. Ik badge mezelf naar binnen terwijl Joke met Jurgen doorloopt naar huis zes, een heel eind verderop. Ik laat mezelf in mijn kamer, drop mijn tassen op de vloer, en kijk rond. Twee keurig opgemaakte bedden, een nachtkastje, een gerieflijke badkamer achter een schuifdeur.
Ik vis mijn telefoon uit mijn tas en pruts er even mee. Geen dringende berichten of wereldschokkend nieuws. Ik laat de tassen staan waar ze staan en loop weer naar buiten zonder iets uit te pakken of zelfs maar te gaan zitten op een bed. Het is lang geleden dat ik me zo verloren heb gevoeld.

image1 cut klein
Veel te vroeg op de luchthaven (c) JW

Ik ben niet de enige die het schoolreisjesgevoel heeft, zo blijkt. We doen er allemaal wat lacherig over, maar ik moet echt wennen. Dat heeft niets met de locatie of het festival op zich te maken, mijn verstand weet dat dit een heel fijne ervaring gaat worden. Maar nu, op dit vermoeide einde-van-de reismoment, roept de hele setting iets te veel persoonlijke herinneringen op.

Afgeknipt, als een plant die uit haar pot gehaald werd zonder wortels. Zo voelde dat toen ik een jaar of tien was. Klasuitstappen waren een beproeving, bosklassen of andere reisjes met overnachting waren een hel. De hele dag liep ik rond met een zwaar gevoel in mijn borst dat nog het meeste weg had van paniek. Terwijl mijn klasgenoten lachten, zongen, rond renden en smakelijk hun boterhammetjes opaten, zat ik als een zwijgend hoopje ellende af te tellen tot het moment waarop we eindelijk de bus weer op konden naar huis, naar die plek waar ik niet voortdurend op mijn hoede moest zijn voor onverwachte en dus bedreigende nieuwe prikkels, voor opdrachten die mij benauwden en waarvan ik het gevoel had ze niet aan te zullen kunnen, naar de plek waar alles vertrouwd was en waar ik de dingen in hun context kon plaatsen.
Nu begrijp ik dat dit de verdedigingsreactie was van een hoogsensitief kind dat nog niet genoeg verankerd was in haar eigen persoonlijke centrum om op een relaxte manier in interactie te gaan met de wereld.

Ik ben die paniek intussen al decennia ontgroeid. Dacht ik toch. Daarom overvalt dit gevoel van ontheemding en ontworteling mij zo – juist wanneer ik dacht dat het mij nooit meer zou overkomen, grijnst het mij toe met zijn akelige, holle mond.

En net als vroeger ben ik niet in staat het te verstoppen. Tijdens het avondmaal polst Jurgen waarom ik ongewoon stil ben. Dit komt wel in orde, verzeker ik hem, laat me maar, al heb ik er minder vertrouwen in dan ik voorgeef.
Maar de omslag blijkt inderdaad toch snel gemaakt, dezelfde avond zelfs al, eens ik een paar mensen leer kennen – of terugvind – met wie het klikt en er vanzelf een fijn gesprek ontstaat. Als Jurgen en ik rond een tafeltje met een paar andere Vlaamse illustratoren twee exemplaren van STROOM op tafel kunnen leggen en ons werk onthaald wordt op oprechte complimenten en warm collegiaal respect, voel ik hoe ik ‘land’ en mijn centrum terugvind.

Dun velletje toch, dat stille boekenkind, zelfs na al die jaren, denk ik bij mezelf als ik een paar uur later terugkeer naar een kamer die nog steeds kaal en leeg en eenzaam aanvoelt, maar waarin ik me gelukkig al een pak minder verloren voel.

Maar misschien was deze kortstondige terugval ook niet zo heel gek, na een hele dag reizen. Om zes uur die ochtend zat ik al op de trein in Dendermonde uit het nog pikdonkere raam te staren. Er waren geen onverwachte complicaties tijdens de reis, maar alles bij elkaar waren we toch twaalf uur onderweg voor we gepakt en gezakt op dat schoolterrein aankwamen.

 

Reisdag in steno:
Jurgen treffen op de luchthaven; door de controles trechteren; wachten in transit; erachter komen dat onze gate veranderd is en we er op het laatste moment toch nog even stevig de pas moeten inzetten; niet naast elkaar blijken te zitten op het vliegtuig omdat we pas de dag zelf hebben ingecheckt en ons moeten tevreden stellen met de stoelen die overblijven, wat Jurgen wel een interessant gesprek met een documentairemaakster oplevert en mij een reeks straffe foto’s van de zon op waterpartijen onderweg; meer dan twee uur wachten in de piepkleine luchthaven van Kopenhagen (tijd genoeg om iets te eten, maar er was weinig kwalitatiefs of verantwoords – nood breekt wet dus dan toch maar de fastfoodketen); een half uur balanceren op de meest ongemakkelijke reizigersbankjes ooit terwijl we op het treinperron een verdieping lager al wat probeerden te tekenen en te schrijven; meer dan twee uur op de trein, waarbij het landschap stelselmatig mooier wordt en ik mijn eerste blog afwerk; opgepikt worden op het treinstation van Nässjö; een goed uur in de wagen, op de acherbank tussen Edward van de Vendel en een mij onbekende Zweedse illustratrice, waarbij we een eerste gesprek-tussen-dicht-tegen-elkaar-aanzittende-vreemden-in-de-auto proberen te voeren terwijl Jurgen vooraan zijn lange benen uitstrekt en nu en dan een paar woorden wisselt met Han, de chauffeur en echtgenoot van Joke; en tot slot de aankomst in Ädelfors. Fluitje van een cent, toch?

Maar het komt in orde, dat voel ik nu al. Het fijne gesprek met de collega’s heeft me deugd gedaan en ik heb veel meer vertrouwen in de komende dagen. Morgen sta ik er, echt. En het wordt plezant. Ik kijk er naar uit.

Goed gedaan, dunhuidje, denk ik bij mezelf als ik het licht uit knip.

IMG_2783 klein
(c) JW

Het Stroomt

Wat een heerlijke avond werd de voorstelling van STROOM!

Vrienden, geliefden en collega’s omringden ons op de boekenzolder van Qarfa (Aalst).

Jurgen en ik deden het relaas van onze onwaarschijnlijke ontmoeting(en) en de creatieve vonk die oversloeg, en demonstreerden hoe uit een piepklein zaadje voor een Zaailing een heel boek kon groeien.

Peter Moerenhout van de VOS (Stripgilde Uitgeverij) placeerde een woordje, waarin hij bekende eigenlijk helemaal niet van poëzie te houden – en daar stonden wij begin dit jaar aan zijn deur met een graphic poem – maar toegaf na vier pagina’s STROOM al overstag te gaan, en schoffeerde in een moeite door alle aanwezige dichters in de zaal op de meest ontwapenende en hilarische manier.

We dronken een glas en signeerden zoveel boeken als ons hartverwarmende publiek maar wenste.

 

**

Hier zijn we dan, ruim twee jaar na onze sprong van de klif, dat moment waarop we besloten om elkaar en de creatieve kracht die ons bij elkaar bracht echt te vertrouwen en samen iets te doen wat nog niet eerder gedaan was.

Het stroomt. En hóe. Iedereen die er gisteravond bij was, heeft het gevoeld.
En wij stromen mee – voeten niet helemaal op de grond, ogen op de toekomst.

 

stempel_negatief

(Met dank aan Christophe, Sarah en Wally voor de foto’s)