Ze komen

Zaailing #20

verbonden met de Soul Circle

 

zekomen2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Eerst aarzelend, een enkeling, nog onduidelijk van vorm. Vervolgens meer, helder en goed zichtbaar, met stemmen als lange, diepe echo’s. Ze zijn jong en stralend, ze hebben lachende ogen. Ze zijn oud en statig, met mantels die doen denken aan vleugels, of de rimpelingen van schaduwen op water. Hun woorden zijn webben van betekenis.

In mijn hand heb ik de trom, blank en maanrond, en mijn slagen zijn vastberaden. Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Ze groeten mij als een oude geliefde, als een jonge novice. Ze weten dat ik klaar ben, want de sluiers tussen de werelden gaan opzij voor wie er doorheen durft waden. En er is nood aan zwervers die willen oversteken, om mee te terug te brengen wat er wacht aan de andere kant.

Ik roep mijn vrienden en ze komen. Ze zijn met velen want ze weten hoeveel moed de tocht vraagt.
Ze reizen mee op de wind, op het stilte van het zinderende licht.
Ik ben dankbaar dat ze er zijn. In hun aanwezigheid zie ik zoveel scherper. Ik mag de kracht tonen die ik heb. Ik mag de maskers afleggen die ik draag. Ik mag mijn stem laten horen, hoe onzeker die ook klinkt. Ik mag uitglijden en kopje onder gaan, maar ik zal niet verdrinken.

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
De trom gromt en gonst. Trillend weeft hij het web van de wereld.
Wat gezaaid is, zal groeien.
Wat gevangen is, zal uitbreken.
Wat leeft, zal sterven.

Ik sta op de rand, met één voet aan elke kant, en de trom als een kloppend hart in mijn handen. Ik laat de stroom door mij heen gaan. Ik ben de stroom.

Ik roep mijn vrienden bij me in de kring.
En ze komen.

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Advertenties

Sporen

Zaailing #19

 

Het leven, weet hij, trekt sporen voor wie ze kan volgen.
En dat is hoe hij leeft: zonder halt te houden.

De monotonie van onderweg zijn went. Maar telkens als hij achterom kijkt, vreest hij aanstormende lichten. Zijn reflexen zijn getraind om inderhaast uit de weg te springen. Voor je het weet, heeft het verleden je ingehaald en dendert het als een trein over je heen. Wie zich laat verleiden om stil te staan, strandt in het beste geval in een tussenstation.

Zoals zij.

 

Londen 2017 1
(c) Jurgen Walschot

 

Natuurlijk is hij niet op haar toe gestapt. Wie een schim is in zijn eigen leven weet dat er niet zoiets als houvast bestaat. Hij stelt zich tevreden met toekijken van op een afstandje. Een gestolen moment.

Zou het fijn zijn om naast haar te zitten, daar op die bank, en oprecht te geloven dat er straks een trein stopt, met deuren die vanzelf opengaan om hen binnen te laten?
Hij ziet het zichzelf bijna doen. Hij ziet haar zelfs opkijken en glimlachen, met donkere, glanzende ogen.

Ze laat hem twijfelen. Iets aan haar klopt niet met zijn verhaal. Is ze echt gestrand? Haar pad lijkt meer berusting te kennen dan het zijne, wie weet zelfs een gelukkig einde. Hij gunt het haar.
Hij wil er niet komen spoken.

Hij leest de grijnzende letters op het scherm. Hij heeft geen bestemming maar het is tijd om te gaan.
Een laatste blik over zijn schouder, voor hij zich laat meevoeren langs de gesyncopeerde lijn van licht, verder de nacht in.

Zo wil hij het zich herinneren, de volgende keer als hij achterom kijkt.
Een tussenstation dat heel even voelde als een thuis.
Haar schoonheid, in een tafereel dat seconden lang stilstond terwijl de tijd, voorbij razend als een verduisterde trein, hen ongemoeid liet.

 

 


ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

 

Ware Kleuren

Koyo
Zaailing #18

 

Koyo NL.jpg

 

Ware kleuren
Koyo

Het moment komt, dat weten we.
Maar tussen weten en leven ligt een wereld.

Want wat zijn we hongerig. We snellen zonder nadenken door de lente en stromen mee met de zomer. We groeien en bloeien, we dragen vrucht. We zuigen ons verlangend vol met licht, zwellen als fruit tot we barsten van het sap.

We gaan door zolang het kan. Want elke ochtend komt de zon op, een dag is kort en in onze gedachten wanen we ons stil onsterfelijk.

De eerste tekenen verschijnen schoorvoetend. Maar er komt altijd een punt waarop vol niet voller kan, en groei knarsend tot stilstand komt.
Je kunt niet blijven inademen.

De boom weet  waar hij naartoe moet met zijn kostbare kracht eens de winter nadert. De tijd van groen en groei is voorbij. Voorzichtig trekt zijn sapstroom zich terug uit nerf, steel en tak.
Langzaam toont de boom zijn ware kleuren. En hij weet ook wat hij opgeeft als hij dat doet.

Wij zijn de enigen die verrast worden.
Er was nog zoveel wat we wilden doen, wilden zeggen, wilden voelen, wilden ophouden te verbergen.

We tonen onszelf pas echt als we geen andere kant meer op kunnen. Alsof we niet eerder dan in de confrontatie met een onafwendbaar einde – van een fase, een liefde, een leven – durven onszelf te tooien met dit soort kwetsbaarheid.
Als we onszelf afleggen, tonen ook wij onze ware kleuren.

Welke kleur heeft overgave, vraag je mij.
De mooiste.

 

Koyo (Jap.): het verkleuren van herfstbladeren aan de bomen

 

 


ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

 

Sant in eigen land

BW17-banner-web

Ik ben opgegroeid in een dorp dat ik nooit heb leren kennen.

Dat had verschillende oorzaken. Een provinciale viervaksbaan sneed een handvol straten – waaronder die van ons – af van de rest van het dorp. Die oversteken was als kind geen sinecure. Daarbij kwam dat we bij mijn grootouders woonden, en zij om diverse redenen al jaren zowat alle contact met hun dorpsgenoten schuwden. Omdat mijn moeder bovendien lesgaf op een school in de stad een beetje verderop, gingen mijn zus en ik daar dus ook naar school, en niet in het dorp.

Ik heb een fijne kindertijd en een warme thuis gehad, maar nooit een sociaal weefsel op de plek waar ik woonde. Dat vond ik niet erg. Want wat je niet kent, mis je niet. Mijn vriendinnetjes woonden in de stad of in andere deelgemeenten. In het dorp zelf kende ik vrijwel niemand.

Toen mijn man en ik naar Hamme verhuisden, deden we dat omwille van de locatie en omdat we verliefd geworden waren op een tuin waarin toevallig ook nog een huis stond – zoals mijn moeder dat indertijd niet onterecht uitdrukte. Ook hier kenden we niemand, maar dat maakte voor mij niets uit. Dat was ik gewend.

Ik was erg verrast en gecharmeerd om een paar jaar later gecontacteerd te worden met de vraag of ik als ‘Hamse auteur’ aanwezig wilde zijn op het Boekenweekend. Die allereerste editie moest ik om gezondheidsredenen passen, maar het jaar nadien was ik van de partij. Wat een fijn concept was dit! En wat een aardige mensen leerde ik er kennen.
Alles ademde de boodschap: jij hoort erbij, jij bent hier thuis. Dat was een nieuwe ervaring voor mij.

Toen ik het jaar daarop gevraagd werd om mee in de organisatie van het Boekenweekend Hamme te komen, leerde ik de ploeg gemotiveerde vrijwilligers achter het mooie concept kennen. De vergaderingen waren interessant, en ik vond het fijn om mijn steentje bij te dragen en dit evenement mee uit de grond te stampen. De après-vergaderingen waren steevast momenten van hartelijk samenzijn. Ook hier hoorde ik erbij. Ik hoorde verhalen over kinderen, ouders, achternonkels, vergeten anekdotes en hoe sommige mensen in dit dorp soms al sinds generaties aan elkaar gelinkt waren. Ik hoorde over de geschiedenis van het dorp dat nu het mijne was, en waar ik voorzichtig mijn wortels wat dieper stak.

Boekenweekend_077

De mensen die ik dankzij het Boekenweekend in mijn hart sloot, kruiste ik op straat, of ontmoette ik waar ze werkten: winkel, school, gemeentehuis, Cultuurcentrum. Stilaan werd Hamme niet alleen maar de plaats waar ik woonde, doorsneden trouwens door diezelfde provinciale hoofdweg als mijn vorige dorp, alleen met twee rijvakken minder, maar een dorp waar ik wél mensen kende, waar er steeds meer draadjes van mij naar anderen liepen en waar ik een plekje vond in een veel groter, verwelkomend web.

Het Boekenweekend is ondertussen aan zijn tiende editie toe – een jubileum. Het is in dat decennium uitgegroeid van een charmant, amateuristisch initiatief tot een semiprofessioneel evenement dat naam en faam heeft in het Vlaamse boekenlandschap. Dat is iets om zonder meer trots op te zijn, als Hammenaar.

Ik heb fijne herinneringen aan zowat elke editie. Ik heb zelf twee keer op het podium gezeten als auteur, en ik heb er bij de opening ooit de toespraak van mijn leven mogen houden. Maar ik ben het Boekenweekend vooral dankbaar omdat het voor mij de poort was naar thuiskomen in deze gemeente, bij mensen en een gemeenschap. Voor het eerst.

Wat je niet kent, mis je niet.
Maar ik weet nu: het is fijn om ‘sant in eigen land’ te zijn.

Schuilplaats

Zaailing #17

 

Stuwmeer
(c) Jurgen Walschot

We leren dat dat wat evenwijdig loopt nooit zal raken.
Zoals hemel en aarde onveranderd langszij liggen. Zoals weerspiegelingen rusten, wang tegen wang, gescheiden door een enkele lijn.

We leggen ons erbij neer hoe de nerven stromen en stollen. Wat is er mooier dan dat ik mijzelf zie in jou, en jij je weerspiegeld weet in mij?

Maar spiegels zijn schuilplaatsen, als oude schriften die je dichtklapt als de herinnering je niet bevalt.
De diepten van het stuwmeer wanen zich veel liever heldere lucht, bezocht door een langsdrijvende wolk nu en dan, of zelfs het sombere grijs onder een laaghangende sluier van regen.

Met geweldige muren houdt het meer zijn massa vast. Zwemmen in stuwmeren doe je op eigen risico. Te veel onverwachte temperatuurswisselingen, te veel kolkende stroming daar waar het licht nooit komt. De vredige weerspiegeling garandeert niets.

Er komt altijd een dag dat de seizoenen keren. Dat de wind over het wateroppervlak raast en de rillingen voelbaar zijn tot in de wortels van de rotsen.

In het aanschijn van zoveel ontketende kracht rest ons niets dan ons verzet te staken en los te laten.

Zoals bladeren uiteindelijk altijd toegeven, en ook de sterkste dam ooit barst.

 

 


ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Diamanten, druppels en gradaties van transparantie

Waarom schrijven over mezelf mij tegelijk bloot en onzichtbaar laat voelen

Drup_011 ed cut

(c) KV

Als kind verborg ik de verhalen die ik schreef zodat mijn ouders ze niet konden lezen. Of liever: ik verborg ze voor iedereen. Ze waren mijn geheime tuin, de wilde boomgaard waarin ik alles wat in mij leefde de vrije loop kon laten. Ik had het gevoel dat als mensen die verhalen zouden lezen, ze mij konden zien tot op mijn bloot vel en – nog erger – ik totaal zonder bescherming zou zijn.

Toen ik in ernst begon te schrijven – met de ambitie om mijn werk uitgegeven te krijgen – deed ik ongeveer hetzelfde: ik verzon verhalen en personages die mij in staat stelden dat wat in mij leefde een stem te geven, zonder dat ik naar voren hoefde te stappen en werkelijk gezien hoefde te worden. Of misschien hoopte ik dat mijn echte ik te onderscheiden zou zijn als een verre silhouet, zachtjes glinsterend, doorheen de sluiers van de personages die ik voor de gelegenheid had gecreëerd.

Ik deed dat niet bewust, maar zo werkte het in ieder geval voor mij. Alleen werkte het bij nader inzien níet. Want ik was altijd te zeer vervlochten met mijn boeken om ze te kunnen beschouwen als iets wat buiten mij lag, en als ik erover moest praten, kreeg ik onvermijdelijk de vraag hoe en waarom ik gekomen was tot wat ik geschreven had.

Je kunt niet over je werk praten zonder bloedeerlijk te zijn over jezelf, tenzij je heel goed bent in maskers opzetten en rookgordijnen spuien, en bereid bent dat een leven lang vol te houden.

Dat was ik niet. Dus werd ik hier al van bij mijn eerste adolescentenroman dertien jaar geleden voluit mee geconfronteerd. Het verhaal in kwestie ging over twee muzikanten met telepathische gaven die een diepe band kregen, ver voorbij wat rationeel verklaarbaar was, omdat ze op een of andere manier verbonden waren en elkaars angsten en twijfels konden lezen.

(Doet dat een belletje rinkelen, op vlak van terugkerende patronen? Ik moet bekennen dat ik het redelijk grappig vind, achteraf bekeken.)

Drup_029 ed
(c) KV

‘En jij, Kirstin, kan jij gedachten lezen?’ vroeg een gevatte medewerker van de uitgeverij me vlakaf, toen we het hadden over mijn boek dat tussen ons op tafel lag.
‘Nee, dat kan ze niet’, zei de oude literatuurrecensent die bij ons zat, voor ik goed en wel een antwoord had kunnen formuleren waarmee ik me niet volslagen belachelijk maakte. ‘Anders had ze me ondertussen al een klap verkocht.’

Een waargebeurd verhaal.

Ik vergaf het hem, omdat hij zonder uitzondering positieve recensies schreef over mijn werk – en die waren gemeend, dat wist ik, want hij was perfect in staat om iemand af te maken met zijn pen – en hij bleek ook nog eens als redacteur in dienst van een andere uitgeverij waar ik een paar jaar later onderdak vond met mijn werk. Toen bracht ik een hele dag bij hem thuis door, waar we regel per regel door mijn manuscript gingen, om het tot perfectie te slijpen. ‘Dit is een ruwe diamant’, zei hij. ‘We gaan hem wat polijsten.’
Ik wierp een blik op de opmerkingen die hij in en naast mijn tekst had geschreven, en vroeg me af waar hij in godsnaam, onder al dat gruis en al die schilfers, woorden en zinnen aangeduid, hele alinea’s geschrapt met een enkele streek van zijn rode balpen (altijd nog een beetje de leraar, hij kreeg het niet afgeleerd), iets zag wat kon doorgaan voor een diamant.
Maar hij ging voor niet minder dan een masterclass. Er was een hele dag lang niets dan de tekst, en zijn genadeloze analyse ervan, waarbij hij elke zins- en plotwending in vraag stelde. En hij had gelijk over bijna alles. Hij hielp me om naar mijn tekst te kijken, niet als een diepe evocatie van wie ik was maar als een voorwerp dat ik met liefde had gemaakt, en als voorwerp, leerde ik, kon het verbeterd worden. Tot op vandaag denk ik met dankbaarheid en respect terug aan die sessie, want dat was de dag waarop hij me hielp ontpoppen van leerling tot schrijver.

En ondertussen weet ik dat er voor mij, zowel als schrijver als als mens, geen verbergen meer inzit.

Drup_032 ed
(c) KV

Vroeger dacht ik dat je ofwel kon schrijven over iets wat je niet persoonlijk raakte maar wel een intellectuele uitdaging inhield, een topic dat je professioneel wou verkennen met alle ambachtelijke vaardigheid die je had, ofwel over iets dat je ingewanden aan rafels scheurde en je bloedend achterliet terwijl je de woorden neerschreef. En oké, toegegeven, misschien zat daar ook wel een zone tussenin, een gebied waar vaardigheid en persoonlijke interesse elkaar vonden.

Maar er blijkt voor mij nu ook nog een derde weg te bestaan, en die vind ik tegelijk fantastisch en verrassend.

Dienen als een deur waar de wind doorheen mag, schreef ik eerder dit jaar. Mijn persoonlijke agenda loslaten en een voertuig worden voor wat de Ziel wil manifesteren.

De tegenstrijdigheid hier ligt in het feit dat mijn voornaamste manier om de wind toe te staan die zielsboodschap de wereld in te brengen, eruit bestaat om ze in mijn eigen jasje te wikkelen terwijl ze door me heen passeert. Of op zijn minst: toestaan dat ze gebruik maakt van mijn persoonlijke verhaal, mijn interesses, mijn zorgen en mijn evolutie, als een manier om haar eigen boodschap te brengen.

Zelfs al zijn veel van mijn blogs (en zelfs sommige Zaailingen, tot op zekere hoogte) zeer, zeer persoonlijk, ik heb in alle eerlijkheid het gevoel dat wat ik het afgelopen jaar heb geschreven minder over mij gaat dan mijn eerdere fictieverhalen dat deden. Of misschien is het juister om te zeggen: ik onthul meer van mezelf, maar niet met de bedoeling om zichtbaarder te worden. Dat ik in de praktijk wel degelijk zichtbaarder word, is een neveneffect, maar een waarnaar ik niet langer zo hard verlang als ik er vroeger bang van was.

Ongetwijfeld zal ik in de toekomst nog fictie schrijven. Maar ik heb geen behoefte meer aan personages om uit te drukken wat binnen in mij leeft. In plaats daarvan heb ik leren aanvaarden – en leren appreciëren, hoewel nooit zonder een rilling van spanning – dat transparanter worden in de eerste plaats wil zeggen dat je meer licht doorlaat.

Drup_019 ed cut2
(c) KV

Ondergronds

Zaailing #16

Herfstzonnewende

Ondergronds Page1

 

Onder haar oppervlakte weeft de aarde zwijgend een web van wegen. De holten in haar schoot staan met elkaar in verbinding via water, steen of lucht.

De bange mens, op zoek naar beschutting, hoeft zich geen weg naar binnen te graven. Welwillend als ze is, opent ze haar onderaardse domein voor hem.

Diep, in de verste grot, bouwt hij een kamp. De vlammen likken langs de wanden en wekken de geesten. Met houtskool en rode oker tekent de mens zijn dromen om de wanden. Zij zullen hem overleven, en hun woordeloze verhaal gaat door.

Een dans met het leven, en de dood.

 

Ondergronds Page 2Nl
(c) Kirstin Vanlierde & Jurgen Walschot

 

 


ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Pantser

Zaailing #15

Foto of schets, wat moest het worden voor deze Zaailing?

Er gingen wat ideeën over en weer, en als gevolg van mijn laatste blog over de dunne lijn tussen creatief gebruik van andermans materiaal en diefstal veranderden we nog eens van gedacht…

Uiteindelijk maakte Jurgen een versie die ik fantastisch vond, maar die op deze blogpagina niet blijkt te spelen… Hieronder dus de statische, uitgepuurde variant. De andere versie kan je hier bekijken.

 

IMG_7164

 

Pantser Manders

 

6fe18-1cx_jcwixfms4p1euxatp3w

 

 

 

Alle visuals (c) Jurgen Walschot

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

De kunst van creatief hergebruik – of toch maar diefstal?

Hoeveel van andermans kunst mag je gebruiken in die van jezelf?

In deze tijden van digitale kunst en goedkope kopieën van zowat alles, vind ik dat toch nog altijd een netelige vraag, die wortelt op het verraderlijke hellend vlak tussen origineel meesterschap en plagiaat. Ik werd er laatst mee geconfronteerd, toen ik een van Jurgens foto’s wilde gebruiken om de aanzet tot Zaailing te schrijven.

Het was meer bepaald deze foto:

Ik word aangetrokken door de zen-achtige kalmte op deze gebroken gezichten. Ik hou van de breekbaarheid van hun façades, en hoe ze bij elkaar lijken te horen, zelfs al staan ze in feite op een aardige afstand van elkaar in de ruimte. Ik word geraakt door hoe degene die naar ons toe gericht is tegen de ander lijkt aan te leunen, een innigheid die eigenlijk niets meer is dan een optische illusie.

Dit alles wordt versterkt door de hoek van waaruit de foto genomen is, en de manier waarop de kijker binnengezogen wordt in de intimiteit. Hij kan niet ontsnappen aan dit schouwspel van menselijke fragiliteit. Het beetje ademruimte dat hij krijgt, zit in het decor – maar dat versterkt in feite alleen maar het desolate gevoel.

Ik wist meteen dat dit een beeld was waarbij ik wilde schrijven.
Dus dat deed ik.

De tekst werd best goed. Ik was er blij mee, en Jurgen was het er onmiddellijk mee eens dat dit Zaailingmateriaal was.

Super! Alleen… hoe zat het met het feit dat het hier ging om een foto die hij maakte van het werk van een andere kunstenaar? Mark Manders is een Nederlandse kunstenaar die al jaren intrigerend werk maakt. Zijn installatie was deze zomer te zien in Wiels, het zogenaamde ‘absent museum’ in Brussel, en dat is ook waar Jurgen de foto maakte.

Hoeveel van de kracht van dit specifieke beeld komt van Manders’ werk? Hoeveel is anderzijds het resultaat van Jurgens ambacht, zijn fotografisch oog, de onverwachte hoek waaruit de foto gemaakt werd?

(Ter vergelijking: hieronder twee foto’s van dezelfde beelden, gemaakt door Steve Vanhoyweghen.)

WIELS, The absent museum :: Mark Manders, Silent Studio 4/4

WIELS, The absent museum :: Mark Manders, Silent Studio 2/4

Voor alle duidelijkheid: Manders’ installaties spreken mij nog altijd aan als ik deze zie. Maar in schrijven bij deze foto’s heb ik weinig zin.

Eigenlijk is dit niet de eerste Zaailing die we maken waarin andermans kunst figureert. Maar in sommige gevallen werkt een schets of een schilderij directer. Het is duidelijk dat je kijkt naar een originele prent, die eer bewijst aan het werk van Michaelangelo, bijvoorbeeld.

Foto’s zorgen voor een probleem dat we tot nu toe nog niet hadden.

Toen we in februari van start gingen met de Zaailingen, hadden we geen echt systeem. Het kwam er in feite gewoon op neer dan Jurgen mij de digitale versie stuurde van een tekening of schilderij dat hij had gemaakt, en dat ik erbij schreef.

Daar zat een rebels kantje aan: de beelden moesten niet langer ten dienste staan van de tekst. We mikten op een echte wederzijdse samenwerking, waarbij geen van beide ambachten ondergeschikt was aan de andere.

© Jurgen Walschot — beeld voor Zaailing #1 Komorebi

We voelden vanaf de allereerste poging dat het werkte. En naarmate we beter vertrouwd raakten met elkaars stijl, werden sommige van mijn teksten langer of gelaagder, wat Jurgen dan weer aanzette om zijn originele prent bij te werken tot de twee perfect pasten.
Sommige Zaailingen waren een optelsom die even eenvoudig was als 1 + 1 = 3 (altijd 3, nooit 2).
Andere waren langzaam ontluikende, meerlagige projecten die wekenlang over en weer gingen tot we voelden dat ze goed zaten.

En na een tijdje maakte het niet meer uit wie de eerste aanzet stuurde: tekst of prent, we stemden af op de resonantie van de ander en voegden die van onszelf toe.

Er was echter één stap die ik niet wilde zetten, en dat was zelf de beelden kiezen. Jurgen zit al jaren op Instragram en bij sommige van de foto’s die hij daar deelt, valt mijn mond open van ongeloof en bewondering.
Deze lente was het heel aanlokkelijk om een paar van die prenten te kopiëren en daarbij te beginnen schrijven. Ik had ineens zoveel creatieve adem dat ik er niet altijd voldoende uitlaatklep voor had. Maar ik hield mezelf toch tegen. Om een of andere reden was het belangrijk dat de beelden waarmee we aan de slag gingen prenten waren die hij bewust had uitgekozen, met de bedoeling om er samen rond te werken.

Ik begreep niet helemaal zeker waarom ik dat zo aanvoelde, maar ik wist wel dat het geen onnozel detail was. Het had iets te maken met mijn enthousiasme, en het gevaar om me te vergalopperen en op te branden. Als ik de beelden begon te kiezen, riskeerde ik ook dat ik me niet langer afstemde op onze gemeenschappelijke resonantie, maar louter op de mijne.

Dus bleef ik op veilige afstand van zijn verleidelijke Instagramaccount, schreef in plaats daarvan teksten die voor hem konden dienen als springplank, en vroeg hem om meer tekeningen. Aan geen van beide was er gebrek. Mijn voorstel om een Zaailing te planten op elke volle en nieuwe maan leek de lat aanvankelijk ambitieus hoog te leggen, maar we hebben onszelf – of de flow die ons draagt – duidelijk onderschat. In de loop van de afgelopen zeven maanden hebben we er niet alleen zonder mankeren veertien gezaaid (#15 is voor volgende week), we hebben er ook ongeveer nog eens evenveel op reserve. Van een stroom gesproken die niet meer ingedamd wil worden.

Als er iets is wat ik geleerd heb in de loop van dit immer evoluerende creatieve process, dan is het dat wij mee veranderen. Het zit ons als gegoten – past als een handschoen, nietwaar, Jurgen? 🙂 – en terwijl we ons eraan overgeven en meedrijven naar waar het ons ook wil brengen, veranderen we op een spontane, organische manier. En onze werkwijze ook.

parasolbomen cut2
© Jurgen Walschot — Zaailing #12 (detail)

Zaailling #12 (Wachtpost) was een keerpunt, omdat we onze inspiratie haalden bij een en hetzelfde onderwerp (de oude Franse den die we allebei zo mooi vinden), maar ook omdat Jurgen besloot om niet alleen te werken met de schets die hij ervan tekende, maar ook met een collage van alle foto’s die hij er door de jaren heen van had gemaakt. Ik hield erg van het resultaat, en bovendien hadden we plots een Zaailing waarin foto’s een prominente rol speelden.

Toen ik in augustus terug aan het werk ging, trok Jurgen met zijn gezin naar de Zwitserse Alpen, en ik wist dat we een luwe periode tegemoet gingen. Maar we waren ondertussen zo op elkaar ingespeeld dat ik me hier geen moment zorgen over maakte. Bovendien voelde ik dat ik nu klaar was voor de stap waar ik mezelf eerder van had afgehouden: zelf een paar van zijn foto’s uitkiezen, en er bij schrijven. Ik had er vertrouwen in dat onze creatieve resonantie onderhand zo veerkrachtig was dat ik niet langer riskeerde mezelf te hard op te dringen. Bovendien zou het me iets te doen geven in een periode waarvan ik wist dat er geen nieuw materiaal zat aan te komen. Ik polste voor de zekerheid wel even of hij ermee akkoord ging, en dat was zo.

Sommige beelden waren verrassend makkelijk om bij te schrijven. Andere waren zo ongelooflijk straf dat ik vreesde dat mijn woorden ze nooit recht zouden kunnen doen.

© Jurgen Walschot — Seeing Viviane Mayer

Zo heeft deze hierboven me al de nodige kopbrekers gekost. Ik schreef een kladtekst, die ik een week later weer ongeveer helemaal schrapte. De tweede versie komt al dichter in de buurt van wat het moet zijn, maar is nog altijd niet voltooid.

Geen probleem. We hebben alle tijd. Zaailing #15 staat klaar om geplant te worden volgende week, en er zijn er nog meer dan genoeg die met plezier de wereld in willen.

En wat met de foto van Manders’ installatie?
Wacht maar af.

Deel van dezelfde stroom

Zaailing #13 & #14

 

IMG_6252 ed

Samen op locatie een Zaailing maken, dat was een idee dat dit voorjaar al groeide.
Toen ik Jurgen een foto van de waterval van Arifat stuurde, leek het hem wel een leuk idee om in Frankrijk samen de wandeling ernaartoe te maken.
Dus namen we onze twee gezinnen niet lang na onze geslaagde middag van wijn-en-vriendschap-alchemie mee op sleeptouw voor een tochtje langs de rivier, in het groenige licht dat wolkendek en bladerdak samen leggen onder de bomen.
We bouwden dammen, en we stroomden mee met het water. Nu en dan gingen we zitten om te schetsen en te schrijven.

Dit is het resultaat.

 

Zaailing #13     Vrije val

voor Aurore
arifat1
(c) Jurgen Walschot

 

harten in vrije val
zijn plots gewichtloos
niets om de veelheid van vallende
waterdruppels te verbinden
behalve de zekerheid
dat ze behoren tot dezelfde stroom

 

 

 

Zaailing #14     Als vanouds

 

arifat2_2
(c) Jurgen Walschot

 

De pen is je bondgenoot in een poging om vast te houden wat niet tegengehouden wil worden. Het glipt ongrijpbaar van je weg, al leg je de lijnen nog zo liefkozend neer op het papier.
Word je zwijgend deel van de rots waarop je zit, en wordt het landschap op je blad een deel van jou?

Terwijl het vlak onder je handen zich vult, stroom jij langzaam leeg.

Het maakt niet uit hoe vaak je verdwijnt. Ooit komen we, als vanouds, hier weer terug.

 

 


 

20170712_134033 ed klein

ZAAILINGEN is een samenwerking met tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.