“Ik voelde mij eenzaam, maar vooral bevrijd”

“Niemand wordt als extremist geboren. Je wordt als mens geboren. Maar je moet je ook willen ontwikkelen.” Aan het woord is Montasser AlDe’emeh. De Palestijnse Belg is stilaan niet meer uit de media weg te branden. Weken voor de aanslagen in Parijs en Beiroet de wereld schokten, hadden wij al een lang gesprek met de bijna-jihadi die transformeerde tot bruggenbouwer.

Je zou het levensverhaal van Montasser AlDe’emeh kunnen samenvatten in één surrealistische frase: van jonge geradicaliseerde moslim tot gerespecteerd jihad-expert. Amper zevenentwintig is hij, maar de man heeft al een indrukwekkend parcours achter de rug.
AlDe’emeh werd geboren in een Jordaans vluchtelingenkamp, als jongste kind van een uit Palestina verdreven gezin. Hij groeide op in Vlaanderen en had jarenlang het gevoel tussen twee culturen te vallen, gesteund in zijn haat- en wraakgevoelens door zijn verbitterde vader, niet begrepen door een samenleving die moslims na 9/11 dwong om kant te kiezen maar hen tegelijk bleef uitspuwen. Als adolescent dweepte hij met Bin Laden, luisterde naar toespraken van haatpredikers en stond op zeker moment letterlijk klaar om te vertrekken naar Palestina en de wapens op te nemen. Maar hij slaagde erin een bocht te maken. Een begripvolle schooldirectie en een reis naar Auschwitz zetten de deur naar empathie en inzicht op een kier. Universitaire studies brachten hem kennis over de geschiedenis en de achtergronden van de islam en Israël. Hij trok zichzelf aan de haren uit het moeras van de haat, vastbesloten om open te staan voor nieuwe vormen van kennis, en om anderen niet langer als vijanden te verwerpen maar als medemensen tegemoet te treden.

AlDe’emehs verhaal van wat hij zijn spirituele transformatie noemt, staat opgetekend in De Jihadkaravaan, het boek dat hij samen met journalist Pieter Stockmans schreef. Het is een absolute must-read voor wie de innerlijke beweegredenen van jonge geradicaliseerde moslims wil begrijpen en tegelijk een degelijk inzicht wil krijgen in de lappendeken van strijdende facties in het Midden-Oosten. Sommige passages zijn confronterend, zoals die over zijn verblijf bij Belgische strijders in Syrië (in het kader van zijn onderzoek naar radicaliserende jongeren). AlDe’emeh houdt tot op de dag van vandaag contact met jihadi’s aan het front en met anderen die terugkeerden naar België en probeert hen een pad naar meer kennis en kritisch inzicht te tonen.

Primaire bronnen
“Er is niet één reden waarom jongeren terugkeren uit Syrië”, weet AlDe’emeh. “Sommigen dachten daar hun idealen en hun identiteit te vinden en dat bleek niet zo te zijn. Sommigen wilden vechten tegen Assad en belandden in conflicten tussen soennitische groepen onderling. Voor anderen is het moeilijk om te overleven in oorlogsgebied op een blikje tonijn en een stuk brood per dag. Sommigen missen hun families, of zijn te gehecht aan de Belgische samenleving, iets wat ze eigenlijk nooit beseften.
Je kan oordelen over hun daden en zeggen: wij vinden het niet correct als je gaat vechten bij een militie die de mensenrechten schendt. Maar het komt er volgens mij wel op aan om te willen begrijpen wat hen tot hun beslissing gedreven heeft, en samen tot een oplossing trachten te komen. Voor alle duidelijkheid: de jongeren die ik begeleid, zijn geen jongeren die vastzitten of met niemand contact mogen hebben. Als ik hen begeleid, doe ik dat omdat ik denk dat ze met frustraties zitten, daar verschrikkelijke dingen hebben gezien en iemand nodig hebben die naar hen luistert zonder te oordelen. Ik probeer hen kennis aan te reiken, zodat ze wat genuanceerder naar het leven kijken. Ik zeg niet: ‘Je bent fout’. Ik zeg: ‘Lees dit. Deze bronnen zijn primair en geloofwaardig. In de boeken waarop jij je beroept staat wat anders.’ Wie religieuze argumenten gebruikt om zijn vertrek naar Syrië te verantwoorden, moet met andere religieuze kennis worden bereikt. Nu gebeurt dat vaak niet. We behandelen hen als psychopaten.”
(nvdr: ondertussen heeft AlDe’emeh wel besloten om jongeren die na de aanslagen in Parijs nog naar Syrië vertrekken, niet meer te begeleiden. “Wie nu nog vertrekt, weet heel goed bij wat voor soort organisatie hij zich aansluit en mag niet meer binnengelaten worden. Het gevaar voor aanslagen is te groot.”)

Een liefdevolle militaire leider
Recent merkte terrorisme-expert en professor internationale politiek Rik Coolsaet (UGent) op dat het begeleiden van teruggekeerde Syriëstrijders sterk individueel zou moeten aangepakt worden, en dat de eenheidsworst van de overheid om die reden faalt. Bovendien is repressie vaak niet het beste antwoord op de vertwijfeling en frustratie die hen tot het extreem gedrag aanzette.
AlDe’emeh: “De grote meerderheid van de Syriëstrijders is tussen de zestien en zesentwintig jaar. Jongeren zijn vatbaar voor radicalisme. Ze zijn in volle ontwikkeling, begeleiding is dus heel belangrijk. Daar loopt het op verschillende fronten fout, zowel thuis, in de moslimgemeenschap als in de bredere samenleving. Bovendien speelt ook het feit mee dat jongeren niet weten wanneer ze geaccepteerd zullen worden. Ze vallen letterlijk in de kloof tussen twee culturen die verschillende dingen van hen eisen en verlangen.”

12080179_1506715322959843_7558119080876752318_o.jpg
Montasser AlDe’emeh (c) Artur Eranosian

“De deradicaliseringsambtenaren zouden moeten inzien dat ‘deradicaliseren’ jongeren eigenlijk bij voorbaat veroordeelt. Er moet dringend op een zorgvuldige manier omgegaan worden met de woordenschat die we gebruiken. Als je zoals sommige burgemeesters zegt: ‘we gaan die radicale zotten opkuisen’, zorg je er alleen maar voor dat die jongeren zich nog meer isoleren.”
Maar ook de moslimwereld laat steken vallen, vindt AlDe’emeh. “Momenteel houden veel imams nog altijd vol dat strijders bij IS, Al-Qaeda of Al-Nusra geen moslims zijn. Ik vind het absurd om zoiets te beweren. Alsof alle moslims heiligen zijn. Zolang geestelijke moslimleiders IS-strijders excommuniceren, geven we niet toe dat er radicale interpretaties zijn van bepaalde religieuze concepten. Die zijn er wel degelijk, en jongeren kunnen daar vatbaar voor zijn. Ze beroepen zich daarvoor op de Koran. In plaats van het kader te schetsen van die verzen, die uit hun context worden gerukt, zwaaien we met absurde argumenten als: ‘De jihad is niet toegestaan in de islam’. Als zo’n jongere tegen mij zegt dat jihad legitiem is volgens de koran, antwoord ik: ‘Dat klopt. Maar in het oorlogsrecht dat we in Europa allemaal erkennen, is het ook legitiem om jezelf te verdedigen. En er zijn voorwaarden voor het voeren van de gewapende jihad.’ Waarna we die gaan opzoeken. In plaats van historisch te duiden wanneer de profeet geweld gebruikte, zeggen onze imams: ‘De profeet was een liefdevolle, vreedzame man.’ Er zijn inderdaad heel mooie verhalen over Mohammeds verdraagzaamheid, maar hij was ook een militaire leider…”

Het soort tunnelvisie dat veel moslims vandaag nog altijd hebben met betrekking tot hun geloof kan erg problematisch zijn, en de onwetendheid zit diep. “Een godsdienstwetenschapper als Karen Armstrong heeft op haar eentje misschien meer onderzoek verricht naar de islam dan alle islamologen in het Midden-Oosten samen. De islamitische cultuur is sinds de late Middeleeuwen vanuit een gevoel van superioriteit gaan stagneren en in verval geraakt. En momenteel is het het Westen dat meent superieur te zijn. Dat kan op lange termijn gevolgen hebben, want dan komen de intellectuele ontwikkeling en het kritisch denken op de helling te staan. Arrogantie is niet goed. Je moet altijd open blijven staan voor verandering.”

“Moslims moeten zichzelf bevrijden
van wat er binnen hun eigen
gemeenschap fout loopt. Niet om het
Westen te plezieren of acceptabel
over te komen, maar omdat ze er zelf
beter van worden”

“Het is mijns inziens dus ook niet de taak van het Westen om moslims op andere gedachten te brengen. Het is aan moslims die in het westen in aanraking zijn gekomen met waardevolle kennis om hun verantwoordelijkheid op te nemen binnen hun eigen gemeenschappen. Dat is ook een spirituele gedachte. In de Koran staat: ‘God verandert niets in een volk tot ze gaan veranderen wat zich in henzelf bevindt.’ Dat wil zeggen dat moslims zichzelf moeten bevrijden van wat er binnen hun eigen gemeenschap fout loopt. Niet om het Westen te plezieren of acceptabel over te komen, maar omdat ze er zelf beter van worden.”

Pijnlijke bagage
We zoemen in op de gezinnen van jonge jihadi’s.
“Ouders spelen een belangrijke rol in het leven van hun kinderen”, geeft AlDe’emeh toe. “Het lijkt me heel belangrijk dat als je als ouder probeert om niet te veel pijnlijke bagage uit je eigen verleden door te geven aan je kinderen. Ik heb zelf de haat meegemaakt die mijn vader met zich meedroeg en die hij met mij deelde. Hij trok mij daar onbewust in mee omdat hij ook zichzelf er niet van kon redden. Het heeft niets opgelost, alleen maar gemaakt dat hij zich steeds meer is gaan isoleren in zijn denkwereld. Veel ouders van Syriëstrijders zijn zelf helemaal niet gewelddadig of radicaal religieus. Ik denk dat je hen dus niet rechtstreeks verantwoordelijk kunt houden voor de keuzes van hun kinderen. Maar ze hebben geen voeling met de identiteitscrisis die jongeren doormaken en te weinig intellectuele bagage om hen op andere gedachten te brengen. In plaats van hun kinderen te veroordelen voor hun radicale gedachtegoed – soms worden ze er zelfs het huis voor uit gegooid – zouden ouders met hen in gesprek moeten gaan.”

Ook in ons onderwijs loopt er volgens AlDe’emeh een en ander verkeerd, zodat jongeren te snel afzakken naar ‘zwakke’ richtingen of helemaal door de mazen van het net vallen. Maar stenen blijven gooien naar elkaar heeft weinig zin. “Ik vind het goed dat we kritisch kijken, maar we moeten mensen ook niet opzadelen met een nodeloos schuldgevoel. Want je ziet ook jongeren vertrekken die wél opgeleid zijn, kansen hebben gekregen en gegrepen. We moeten net zo goed ons buitenlands beleid onder de loep durven nemen, en toegeven dat er op dat vlak fouten zijn gemaakt.”

Twee keer geboren
In De Jihadkaravaan pleiten AlDe’emeh en Stockmans voor ‘radicale verzoening’ op grote schaal. Bruggen kunnen maar gebouwd worden als mensen (maar net zo goed wereldmachten of politieke structuren) zichzelf door middel van kennis echt leren kennen, hun fouten toegeven en proberen om met respect voor ieders visie een dialoog te bereiken.
“Waarom doden we of veroordelen we de ander? Omdat we vergeten dat hij ook een mens is, met een eigen verhaal, een slachtoffer van zijn eigen omstandigheden. Op een bepaald moment heb ik beslist mijn identiteit niet meer te bouwen op wraakgevoelens, haat, afgunst en rancune ten aanzien van joden. Ik wilde niet meer blind de religieuze regels volgen zonder te weten wat hun achterliggende betekenis was. Ik ontdeed me van mijn vooroordelen en de bronnen die ik gebruikte om die te bevestigen. Toen bleef gewoon de naakte mens over. Ik voelde mij eenzaam, maar vooral bevrijd.

Ik had niemand die mij daarin steunde. Sommige Belgische activisten die van de Palestijnse zaak hun ideaal hadden gemaakt, zeiden zelfs dat ik eigenlijk geen ‘echte’ Palestijn was. Vooraanstaande stemmen binnen de moslimgemeenschap verketterden mij in het openbaar, omdat ik stelde dat de joden die vandaag worden geboren in Tel-Aviv daar niet voor hebben gekozen. De moslimjongeren die worstelen met onze westerse samenleving zeggen: ‘Ik ben derde generatie allochtoon, het was niet mijn keuze om hier geboren te worden, accepteer mij als gelijke!’ Maar ten aanzien van de joden hebben wij het lef niet om te zeggen dat het niet hun keuze was om daar te zijn, maar die van hun grootouders generaties geleden. Door de omstandigheden in Europa gingen zij ooit geloven in een eigen thuisland. Vandaag geloven de moslims in een eigen thuisland in het Midden-Oosten. Waarom trekken we de lijn die we voor onszelf hanteren niet door naar onze medemensen? Als ik dat zeg, word ik verweten een collaborateur te zijn. Maar ik sta nog altijd achter de vrijheid van alle mensen in de wereld, of het nu Koerden, Palestijnen of Belgen zijn.”

“Aristoteles zegt: ‘De ware overwinning is de overwinning op jezelf’. En Jezus zegt: ‘Niemand zal het koninkrijk Gods zien die niet voor de tweede keer geboren wordt’. De islam spreekt over fitra, de zuivere aard van de mens, de terugkeer naar de bron. Ik denk dat iedereen voor de tweede keer geboren moet worden. Op een spirituele manier. Met kennis.”

 

• De Jihadkaravaan, Pieter Stockmans & Montasser AlDe’emeh, Lannoo, 24,99 euro
• Meer journalistiek werk van Pieter Stockmans over het Midden-Oosten en de vluchtelingencrisis vind je op www.facebook.com/tussenvrijheidengeluk

Dit artikel verscheen in De Bond van 18 december

Advertenties

Vlees op een stokje

Een reclame zoals een andere, zou je misschien denken.
Niet echt.

Ik las er een paar maanden geleden over in een Knack-artikel en ze bleef me bij. Deze prent werd een aantal jaren geleden in Egypte gebruikt tijdens een internetcampagne om vrouwen aan te sporen tot zediger kledingdracht. De lolly met de wikkel er omheen wordt ongemoeid gelaten door ongedierte, die zonder wikkel is een trekpleister voor vliegen. Bijschrift : ‘Je kunt ze niet tegenhouden. Maar je kunt jezelf wel beschermen. Je schepper weet wat goed voor je is’.

tumblr_inline_n77rikIs001sqex6a
bron: jihadwatch.org

De eerste reactie van veel vrouwen hierbij is waarschijnlijk afschuw. Hoeveel decennia van protest en sensibilisering hebben we er nu al op zitten om duidelijk te maken dat vrouwenlichamen misschien wel aantrekkelijk zijn (dank je wel, Moeder Natuur), maar daarom nog geen openbaar snoepkraam, en dat mannen die daar niet van kunnen afblijven eerst eens goed naar zichzelf moeten kijken in plaats van de verantwoordelijkheid te leggen bij de aan- of afwezigheid van hoofddoeken, de lengte van rokken of de diepte van decolletés?

De tweede reactie is waarschijnlijk een etnisch-cultureel getinte, iets over de discriminatie van vrouwen in de moslimwereld. Dat is misschien niet helemaal onjuist, maar veel te kort door de bocht en ook veel te gemakkelijk. De campagne met de lolly was niet overheidsgestuurd, en riep ook in Egypte zelf fel protest op. Het Egyptian Center for Women’s Rights toonde in 2008 aan de hand van onderzoek aan dat ook en soms zelfs vooral gesluierde vrouwen in Egypte nageroepen en aangerand worden – iets wat we in het westen maar moeilijk kunnen geloven. De argumentatie van mannen die gevraagd werden naar hun beweegredenen gingen van ‘ik verveelde me’ tot ‘als ze zich helemaal bedekt, moet ze wel iets heel moois te verbergen hebben’. Het rekensommetje bedekt=gerespecteerd en veilig gaat niet op, net zo min als Arabisch/moslim=vrouwenonderdrukkend. We mogen ons niet laten verleiden tot foute stereotypen.

De bredere waarheid is gewoon nog triester. Vrouwen worden elke dag en over de hele aardbol door mannen van hun eigen cultuur en nationaliteit behandeld als bezit, koopwaar en seksueel vee, ook nog onverkwikkelijk vaak in het ‘verlichte’ Westen, waar de vrouwenemancipatie nochtans al behoorlijk veel successen op haar conto kan schrijven.
Dat het hier in Europa vaak om ‘mildere’ vormen gaat en dat er in totale aantallen minder verkrachtingen en aanrandingen zijn dan in pakweg India, wil niet zeggen dat er geen vuiltje meer aan de lucht is. Dat kan elke vrouw die al betast, aangerand of verkracht is beamen. Het zal haar worst wezen dat het hier minder gebeurt dan aan de andere kant van de wereld. Het is zojuist gebeurd. Met haar. De oude onderstromen van misogynie en machisme zijn allesbehalve verdwenen maar de Westerse seksistische praktijken tegenover vrouwen – van loonkloof tot fysiek aanklampen of erger – blijven doorgaans weggelachen als ‘overdreven’ of ‘onschuldig’.

 

Onzichtbaar

Dit is een onderwerp dat mij al decennia na aan het hart gaat. Ik ben ze tegengekomen, de jonge hengsten die geen ‘nee’ verstonden, de oudere mannen die vonden dat een mooi achterwerk diende om in te knijpen of met de vlakke hand op te slaan, de vrouwen in mijn omgeving die slachtoffers werden van aanranding en verkrachting. Ik ben niet van plan om dit weg te lachen of te minimaliseren. Ik zou mijzelf en de helft van de wereldbevolking geweld aan doen.

Maar ik ga wel – en dat is misschien ook best gewaagd – een beetje tegendraads schrijven, en wat oude lijken uit de kast halen. Want geweld tegen vrouwen zoals recent in Keulen oogt misschien als een klassiek geval van bronstige macho’s tegen onschuldige vrouwen, of als de prelude van een culturele oorlog tussen het vrije Westen en het barbaarse Oosten, maar het totale plaatje is nooit zo simpel als het lijkt. Dit is één aspect van een veel diepere en bredere malaise. En niet alleen vrouwen worden daar het slachtoffer van.

Ja, ik wil ook een lans breken voor mannen. Terug naar dat vreselijke reclamebeeld van zonet. Als je er wat langer bij stilstaat, is deze campagne zo mogelijk nog beledigender voor mannen dan voor vrouwen. Even nadenken, wat zou jij het liefste zijn? De aantrekkelijke lolly, of het hersenloze ongedierte? Geef toe, da’s een moeilijke.

We kunnen er lollig over doen, maar eigenlijk onthult dat beeld veel. Angst voor seksualiteit, bijvoorbeeld. Freud had het bij het rechte eind dat seksualiteit een oerdrift is, heftig en beangstigend. En hoe harder je iets onderdrukt, hoe meer greep het op je krijgt. De angst voor seksualiteit werd in de loop van de geschiedenis vaak op vrouwen geprojecteerd. Zij werden het symbool van die vaak beangstigende begeerte. Hier vindt ook het verachtelijke blaming the victim zijn oorsprong.

collector-bernard-yslaire-L-1
(c) Yslaire

De Arabische cultuur heeft hier beslist geen monopolie op. Europa is wat dat betreft eeuwenlang in hetzelfde bedje ziek geweest, en we zijn er nog niet van verlost. En ook in Azië vielen er vorig jaar afschuwelijke meningen op te tekenen uit de monden van verkrachters die vonden dat de enige goede soort vrouw zich rein en onzichtbaar hield, en dat elk meisje dat zich daar niet naar schikte een open uitnodiging stuurde om eens met geweld over haar heen te gaan.

Ik vergeet nooit de angst in de ogen van Anna (niet haar echte naam), de buitenlandse non-profit werkster die een jaar in Brussel werkte en een weekend bij ons couchsurfte. Ze vertelde hoe ze na een avondje stappen met vriendinnen in de hoofdstad werd aangeklampt. Ze was zwanger en alleen, en een helder ‘nee’ volstond niet. De mannen in kwestie gedroegen zich als de vliegen op de affiche. In haar woorden: ‘I was meat on a stick.’

 

Doe niet zo flauw

Vrouwen als ik zijn opgegroeid in een regio van de wereld waar we zoveel kansen en rechten hebben als maar denkbaar. We zijn ongelooflijk bevoordeeld. Maar Anna verwoordt de werkelijke grond van ons onbehagen: onze opleiding en onze rechten beschermen ons niet als het er echt op aankomt. Niet tegen Arabische mannen, niet tegen blanke, Aziatische of Afrikaanse mannen. Als we de pech hebben een kerel van welke achtergrond dan ook tegen het lijf lopen die vindt wij er om god weet welke reden om vragen, zijn we fysiek niet bij machte om hem van ons af te slaan.

Je rechten zijn maar zo veel waard als je mogelijkheden om ze af te dwingen. In het geval van met geweld verkrachte vrouwen betekent dat: niets.

 

Toen de ‘Wij overdrijven niet’-storm losbarstte, zag je alle kleuren van het discussiespectrum passeren in onze media, ook de minst fraaie. Er zullen wel wat meisjes met lange tenen tussen hebben gezeten, maar een aantal verhalen waren meer dan schrijnend. Inderdaad, ze overdreven niet. En toch was een veelgehoorde opmerking: ‘Ach, je moet dat zo niet opvatten. Dat is niet kwaad bedoeld. Mannen zijn nu eenmaal zo.’ Het waren meestal mannen die het schreven, en de toon was steevast betuttelend. Arm wicht, vind je elke vent een boze wolf? Tuttut… Een man kijkt nu eenmaal graag naar schoon vlees.
Zo lijkt de Egyptische affiche andermaal gewoon gelijk te krijgen.

We zouden het eens moeten omdraaien, denk ik dan. Als een man zich nu even voorstelt (voor zover dat mogelijk is, maar alsjeblieft, doe je best) dat een persoon die groter en fysiek sterker is dan hij – man of vrouw, maakt in deze niet uit – op hem afstapt, al dan niet dreigend, al dan niet met een glimlach, en hem recht in zijn kruis tast. Omstanders grijpen niet in. Er wordt misschien zelfs gefloten, toegejuicht. Als hij erover vertelt, wordt het weggelachen. Moet hij dan, net als vrouwen, genoegen nemen met ‘het was als compliment bedoeld’ en ‘je moet niet zo flauw doen’? En elke dag opnieuw de straat opgaan voor meer van hetzelfde? Ik dacht het niet. Dergelijke handelingen tasten de fysieke integriteit van een individu aan, en degraderen een persoon tot een object in de handen van een sterkere tegenspeler.

Of het slachtoffer nu een man of een vrouw is, maakt niet uit. De ander is geen vlees op een stokje waarvan je je mag bedienen omdat je daar zin in hebt.

 

Dubbele signalen en geraffineerde machtsspelletjes

Dit is een onderwerp met meer weerhaken dan rechte lijnen. Deze long-read schrijven (ik zit aan de vierde versie in evenveel maanden) voelt als laveren door een sociaal en emotioneel mijnenveld.

Maar we gaan door.

78d7ebda3b4d5335db698c8c2419d0ac
Magnum commercial

Laten we dus eerlijk zijn: de menselijke (dier)soort geeft nogal wat dubbele signalen. Zo hebben we al een hele tijd de gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen (of ‘alle mensen’) en hun rechten omarmd, in een officieel verdrag nog wel, maar weten we ons nog altijd geen blijf met gezonde en openhartige seksualiteit. We stuiteren borderlinegewijs over en weer tussen preutsheid en porno. Op vlak van reclameboodschappen is ethiek vaak ver te zoeken. In het Westen zijn we zijn de grens van het aanvaardbare allang voorbij.
En jammer, maar ook mannen en vrouwen op zich zijn niet zo eenduidig te ‘begrijpen’ als we graag beweren.

Voor de oude feministische kreet dat alle mannen zwijnen en onderdrukkers zijn, ben ik nooit gevallen, om verschillende redenen. Ten eerste: er zijn altijd twee partijen. De historische maar tot op vandaag volgehouden onderdrukking van vrouwen is een collectief proces waarbij mannen beslist een actieve rol spelen maar vrouwen ook eeuwenlang (te) stil zijn gebleven.

Anderzijds onderschatten we schromelijk de onbewuste macht die vrouwen altijd over mannen hadden en nog altijd hebben, van de tempelpriesteres die haar gunsten naar eigen goeddunken uitdeelde aan de mannelijke smekeling met zijn offergaven tot de echtgenote die aanspraak maakt op de bankkaart van meneer.
Van dominatrix tot huisslavin, de rollen van vrouwen beslaan een heel spectrum, en het is niet altijd de man die boven ligt. De Oedipusmythe is niet per toeval zo bekend. De band van jongens met hun moeders is complex en ingrijpend, en die machtsverhouding bepaalt veel sterker hun latere relatie tot vrouwen dan we soms durven toegeven. Electra-scenario’s (meisjes die dwepen met hun vader) zijn veel zeldzamer. Het ziet er naar uit dat vrouwen, alle fysieke en economische discriminatie ten spijt, op een of andere manier soms ook gewoon een overwicht hebben.

dangerous1.png
Glenn Close en John Malkovitch in hun iconische vertolking van ‘Les Liaisons Dangereuses’

Vrouwen hebben hun virtuositeit in het verleidingsspel (dat hen, getransponeerd naar vandaag, misschien grote tactische politieke denkers zou maken) in de loop van de geschiedenis vaak moeten inzetten als pure overlevingstechniek in een door mannen gedomineerde wereld. De Marquise de Merteuil komt voor de geest, het amorele personage uit Choderlos de Laclos’ fantastische Les liaisons dangereuses. Vrouwen als zij degraderen zelfs de meest gehaaide en gesofisticeerde macho tot een kind. Hier is sprake van een geraffineerd machtsspel, maar – eerlijk is eerlijk – wel een geboren uit een context van materiële en politieke ongelijkheid. De Merteuil is zonder twijfel Valmonts tactische meerdere, omdat ze minder hart en meer berekening toont dan hij, maar ook zij wordt uiteindelijk door de samenleving afgerekend en uitgespuwd op basis van haar eer. Het heeft iets van een double bind, de manier waarbij vrouwen eeuwenlang onderhuids aan de touwtjes trokken en mannen hen tegelijk in een financiële en fysieke wurggreep hielden.

Dit is niet het enige scenario, natuurlijk. De Laclos’ brievenroman leest als een zeer mooie archetypenstudie: van het kneusje tot de niets ontziende verkrachter, in alle mogelijke gradaties, en van toepassing op beide geslachten.

 

Boven of onder – of niet

We kunnen er voor kiezen om vrouwen te bedekken onder doeken, onder hele tapijten zelfs, om hen te ‘beschermen’ tegen de woestelingen die we mannen beweren te zijn. Enter de lolly en vliegen.

We kunnen er ook voor kiezen om vrouwen de macht te geven over alle beslissingen omtrent seksualiteit, onder het mom van respect.

In feite zijn dat twee helften van dezelfde medaille, uitgaand van de cynische biologische premisse dat de mens een roofdier is en dat in menselijke relaties de wet van de jungle geldt: eten of gegeten worden. Je ligt boven of onder. Je hebt de macht (om te nemen of te weigeren) of je bent het slachtoffer (dat genomen wordt en niet kan weigeren).

Vanuit deze enge visie ‘beschermen’ we tot op de dag van vandaag vrouwen door hen al hun vrijheden af te nemen, of ‘responsabiliseren’ we mannen door de immense impact die vrouwen op hen kunnen hebben te ontkennen.

Beide redeneringen schieten tekort. Dit is een emancipatieproces dat van twee kanten moet komen.

Geweld van sommige mannen tegenover vrouwen mag nooit geminimaliseerd worden. Maar als we werkelijk willen gaan voor gelijkwaardigheid en wederzijds respect mag de macht van sommige vrouwen over mannen ook niet doodgezwegen worden. Dan ondergraven we onze eigen geloofwaardigheid.

 

yin-yang-5
bron: 4.hobby

Ik ben er oprecht van overtuigd dat we de stemmen nodig hebben van mannen én vrouwen die in wederzijds respect opkomen voor elkaar én zichzelf. Die moeite doen om elkaar uit te leggen wat er voor hen belangrijk is, en waarom. Het recht op integriteit en beslissingsrecht over je eigen lijf is géén luxe-privilege. Maar seksuele drang is ook geen kleinigheid die je zomaar even afleert, vooral niet in een sociale context van broeierige ontkenning en onderdrukking. Dit is geen of/of verhaal, het is een en/en verhaal. Mannen én vrouwen moeten elkaar kunnen ontmoeten in respect, in liefde, en met begrip voor het hele genuanceerde scala aan noden en uitingsvormen die hen kenmerken, als gender en als individu.

De ander onderdrukken om zelf boven te liggen kan nooit het enig mogelijke of wenselijke scenario zijn. Niemand, man noch vrouw, is hersenloos ongedierte of vlees op een stokje.

Nieuw

Ik zit in de wagen, op de achterbank van de Renault 9. Vooraan mijn ouders, naast mij mijn zus. Het is nacht, we zijn op de terugweg van oudejaar bij peter Gigi en tante Lili. Op het cassettedeck spelen Italiaanse liedjes waar we van houden. We rijden terug naar huis, waar mijn grootouders al slapen.

Ik kijk naar de voorbijflitsende silhouetten van bomen en struiken, naar de stipjes van de straatlantaarns als een bewegend lint van morse in de verte, naar de bijna ononderbroken lijn van vangrail op een paar meter naast de wagen, gelig in het licht van de altijd brandende autostradelampen.

Ik fluister verhalen tegen het koude autoraam. In de schaduwen naast de wagen zie ik mijn ingebeelde vrienden met me mee rennen. Ze vergezellen me naar huis. Daar zal ik in de zetel wegkruipen, bij de lichtjes van de kerstboom, fluisteren dat ze bij me moeten komen zitten en verder lezen in het boek waarin ik bezig ben, Ronja de roversdochter, van Astrid Lindgren.

 

Ik zit in de wagen, op de achterbank van de Renault 25. Vooraan mijn ouders, naast mij mijn lief en mijn zus. Het is nacht, we zijn op de terugweg van oudejaar bij peter Gigi en tante Lili. In de cd-speler draait Queen. We rijden terug naar huis. Ik denk aan het duister dat ons daar wacht, aan mijn grootouders, en ik mis hen.

Ik kijk naar de voorbijflitsende silhouetten van bomen en struiken, naar de stipjes van de straatlantaarns als een bewegend lint van morse in de verte, naar de bijna ononderbroken lijn van vangrail op een paar meter naast de wagen, gelig in het licht van de altijd brandende autostradelampen. Ik denk aan hoe er in al die jaren niet zoveel verandert, hoe sommige dingen vertrouwd en geruststellend hetzelfde blijven.

In gedachten verzin ik het volgende hoofdstuk van het verhaal dat ik in mijn hoofd heb. Thuis zal ik wegkruipen in de zetel, bij het licht van de kerstboom, mijn schrift pakken en doorschrijven.

 

Ik zit in de wagen, op de achterbank van de Volvo. Vooraan mijn ouders, naast mij mijn zus. Het is nacht, we zijn op de terugweg van oudejaar bij peter Gigi en tante Lili. In de cd-speler draait mama’s favoriete knuffelrock-cd.

Mijn zus en ik hebben afgesproken dat we volgend jaar met ons tweeën wat anders gaan doen. Ik voel me te oud om aan de hand van mijn ouders op familiebezoek te gaan, en ik voel me sinds het uit is met mijn lief ook verdomd alleen.

Ik kijk naar de voorbijflitsende silhouetten van bomen en struiken, naar de stipjes van de straatlantaarns als een bewegend lint van morse in de verte, naar de bijna ononderbroken lijn van vangrail op een paar meter naast de wagen, gelig in het licht van de altijd brandende autostradelampen, en het is een troost dat sommige dingen, vertrouwd en geruststellend, dezelfde blijven.

In gedachten ben ik bij de roman die mij verteert met de passie van een liefdesaffaire. Mijn personages vergezellen me naar huis. Daar zal ik voor het scherm gaan zitten en nog een stuk doorschrijven.

 

Ik zit in de wagen, op de passagiersstoel van de Volkswagen. Mijn man zit aan het stuur. Achteraan mijn stiefzoon van zestien en onze zoon van zes. Het is nacht, we zijn op de terugweg van oudejaar bij meter Caroline en oom Anton. Mijn ouders wonen duizend kilometer ver weg, maar binnen twee weken gaan we op nieuwjaarsbezoek bij peter Gigi en tante Lili.

In de cd-speler draait het recentste album van Yevgueni, waar mijn man en mijn zoon zo van houden. We rijden terug naar huis, en we zingen zachtjes mee. Straks breng ik je weer naar huis.

Ik kijk naar de voorbijflitsende silhouetten van bomen en struiken, naar de stipjes van de straatlantaarns als een bewegend lint van morse in de verte, naar de vangrail op een paar meter naast de wagen, gelig in het licht van de autostradelampen ter hoogte van de afritten. De rest van de weg is donker, ze zijn in België eindelijk aan energiebesparing gaan doen.

Ik denk aan de roman die ik aan het afwerken ben, en waarvan ik hoop dat die in dit nieuwe jaar het levenslicht ziet. In mijn gedachten praten mijn personages tegen elkaar. Ze bekvechten, schelden en lachen, en ze vergezellen me naar huis. Daar zal ik mijn zoon instoppen, op de rand van zijn bed gaan zitten en verder lezen in het boek waarin we samen op avontuur zijn, Ronja de roversdochter, van Astrid Lindgren.

Dan zal ik me met mijn laptop en een glas wijn in de zetel nestelen, en schrijven.

 

Kerst Deurne_083 ed.jpg