“Ik voelde mij eenzaam, maar vooral bevrijd”

“Niemand wordt als extremist geboren. Je wordt als mens geboren. Maar je moet je ook willen ontwikkelen.” Aan het woord is Montasser AlDe’emeh. De Palestijnse Belg is stilaan niet meer uit de media weg te branden. Weken voor de aanslagen in Parijs en Beiroet de wereld schokten, hadden wij al een lang gesprek met de bijna-jihadi die transformeerde tot bruggenbouwer.

Je zou het levensverhaal van Montasser AlDe’emeh kunnen samenvatten in één surrealistische frase: van jonge geradicaliseerde moslim tot gerespecteerd jihad-expert. Amper zevenentwintig is hij, maar de man heeft al een indrukwekkend parcours achter de rug.
AlDe’emeh werd geboren in een Jordaans vluchtelingenkamp, als jongste kind van een uit Palestina verdreven gezin. Hij groeide op in Vlaanderen en had jarenlang het gevoel tussen twee culturen te vallen, gesteund in zijn haat- en wraakgevoelens door zijn verbitterde vader, niet begrepen door een samenleving die moslims na 9/11 dwong om kant te kiezen maar hen tegelijk bleef uitspuwen. Als adolescent dweepte hij met Bin Laden, luisterde naar toespraken van haatpredikers en stond op zeker moment letterlijk klaar om te vertrekken naar Palestina en de wapens op te nemen. Maar hij slaagde erin een bocht te maken. Een begripvolle schooldirectie en een reis naar Auschwitz zetten de deur naar empathie en inzicht op een kier. Universitaire studies brachten hem kennis over de geschiedenis en de achtergronden van de islam en Israël. Hij trok zichzelf aan de haren uit het moeras van de haat, vastbesloten om open te staan voor nieuwe vormen van kennis, en om anderen niet langer als vijanden te verwerpen maar als medemensen tegemoet te treden.

AlDe’emehs verhaal van wat hij zijn spirituele transformatie noemt, staat opgetekend in De Jihadkaravaan, het boek dat hij samen met journalist Pieter Stockmans schreef. Het is een absolute must-read voor wie de innerlijke beweegredenen van jonge geradicaliseerde moslims wil begrijpen en tegelijk een degelijk inzicht wil krijgen in de lappendeken van strijdende facties in het Midden-Oosten. Sommige passages zijn confronterend, zoals die over zijn verblijf bij Belgische strijders in Syrië (in het kader van zijn onderzoek naar radicaliserende jongeren). AlDe’emeh houdt tot op de dag van vandaag contact met jihadi’s aan het front en met anderen die terugkeerden naar België en probeert hen een pad naar meer kennis en kritisch inzicht te tonen.

Primaire bronnen
“Er is niet één reden waarom jongeren terugkeren uit Syrië”, weet AlDe’emeh. “Sommigen dachten daar hun idealen en hun identiteit te vinden en dat bleek niet zo te zijn. Sommigen wilden vechten tegen Assad en belandden in conflicten tussen soennitische groepen onderling. Voor anderen is het moeilijk om te overleven in oorlogsgebied op een blikje tonijn en een stuk brood per dag. Sommigen missen hun families, of zijn te gehecht aan de Belgische samenleving, iets wat ze eigenlijk nooit beseften.
Je kan oordelen over hun daden en zeggen: wij vinden het niet correct als je gaat vechten bij een militie die de mensenrechten schendt. Maar het komt er volgens mij wel op aan om te willen begrijpen wat hen tot hun beslissing gedreven heeft, en samen tot een oplossing trachten te komen. Voor alle duidelijkheid: de jongeren die ik begeleid, zijn geen jongeren die vastzitten of met niemand contact mogen hebben. Als ik hen begeleid, doe ik dat omdat ik denk dat ze met frustraties zitten, daar verschrikkelijke dingen hebben gezien en iemand nodig hebben die naar hen luistert zonder te oordelen. Ik probeer hen kennis aan te reiken, zodat ze wat genuanceerder naar het leven kijken. Ik zeg niet: ‘Je bent fout’. Ik zeg: ‘Lees dit. Deze bronnen zijn primair en geloofwaardig. In de boeken waarop jij je beroept staat wat anders.’ Wie religieuze argumenten gebruikt om zijn vertrek naar Syrië te verantwoorden, moet met andere religieuze kennis worden bereikt. Nu gebeurt dat vaak niet. We behandelen hen als psychopaten.”
(nvdr: ondertussen heeft AlDe’emeh wel besloten om jongeren die na de aanslagen in Parijs nog naar Syrië vertrekken, niet meer te begeleiden. “Wie nu nog vertrekt, weet heel goed bij wat voor soort organisatie hij zich aansluit en mag niet meer binnengelaten worden. Het gevaar voor aanslagen is te groot.”)

Een liefdevolle militaire leider
Recent merkte terrorisme-expert en professor internationale politiek Rik Coolsaet (UGent) op dat het begeleiden van teruggekeerde Syriëstrijders sterk individueel zou moeten aangepakt worden, en dat de eenheidsworst van de overheid om die reden faalt. Bovendien is repressie vaak niet het beste antwoord op de vertwijfeling en frustratie die hen tot het extreem gedrag aanzette.
AlDe’emeh: “De grote meerderheid van de Syriëstrijders is tussen de zestien en zesentwintig jaar. Jongeren zijn vatbaar voor radicalisme. Ze zijn in volle ontwikkeling, begeleiding is dus heel belangrijk. Daar loopt het op verschillende fronten fout, zowel thuis, in de moslimgemeenschap als in de bredere samenleving. Bovendien speelt ook het feit mee dat jongeren niet weten wanneer ze geaccepteerd zullen worden. Ze vallen letterlijk in de kloof tussen twee culturen die verschillende dingen van hen eisen en verlangen.”

12080179_1506715322959843_7558119080876752318_o.jpg
Montasser AlDe’emeh (c) Artur Eranosian

“De deradicaliseringsambtenaren zouden moeten inzien dat ‘deradicaliseren’ jongeren eigenlijk bij voorbaat veroordeelt. Er moet dringend op een zorgvuldige manier omgegaan worden met de woordenschat die we gebruiken. Als je zoals sommige burgemeesters zegt: ‘we gaan die radicale zotten opkuisen’, zorg je er alleen maar voor dat die jongeren zich nog meer isoleren.”
Maar ook de moslimwereld laat steken vallen, vindt AlDe’emeh. “Momenteel houden veel imams nog altijd vol dat strijders bij IS, Al-Qaeda of Al-Nusra geen moslims zijn. Ik vind het absurd om zoiets te beweren. Alsof alle moslims heiligen zijn. Zolang geestelijke moslimleiders IS-strijders excommuniceren, geven we niet toe dat er radicale interpretaties zijn van bepaalde religieuze concepten. Die zijn er wel degelijk, en jongeren kunnen daar vatbaar voor zijn. Ze beroepen zich daarvoor op de Koran. In plaats van het kader te schetsen van die verzen, die uit hun context worden gerukt, zwaaien we met absurde argumenten als: ‘De jihad is niet toegestaan in de islam’. Als zo’n jongere tegen mij zegt dat jihad legitiem is volgens de koran, antwoord ik: ‘Dat klopt. Maar in het oorlogsrecht dat we in Europa allemaal erkennen, is het ook legitiem om jezelf te verdedigen. En er zijn voorwaarden voor het voeren van de gewapende jihad.’ Waarna we die gaan opzoeken. In plaats van historisch te duiden wanneer de profeet geweld gebruikte, zeggen onze imams: ‘De profeet was een liefdevolle, vreedzame man.’ Er zijn inderdaad heel mooie verhalen over Mohammeds verdraagzaamheid, maar hij was ook een militaire leider…”

Het soort tunnelvisie dat veel moslims vandaag nog altijd hebben met betrekking tot hun geloof kan erg problematisch zijn, en de onwetendheid zit diep. “Een godsdienstwetenschapper als Karen Armstrong heeft op haar eentje misschien meer onderzoek verricht naar de islam dan alle islamologen in het Midden-Oosten samen. De islamitische cultuur is sinds de late Middeleeuwen vanuit een gevoel van superioriteit gaan stagneren en in verval geraakt. En momenteel is het het Westen dat meent superieur te zijn. Dat kan op lange termijn gevolgen hebben, want dan komen de intellectuele ontwikkeling en het kritisch denken op de helling te staan. Arrogantie is niet goed. Je moet altijd open blijven staan voor verandering.”

“Moslims moeten zichzelf bevrijden
van wat er binnen hun eigen
gemeenschap fout loopt. Niet om het
Westen te plezieren of acceptabel
over te komen, maar omdat ze er zelf
beter van worden”

“Het is mijns inziens dus ook niet de taak van het Westen om moslims op andere gedachten te brengen. Het is aan moslims die in het westen in aanraking zijn gekomen met waardevolle kennis om hun verantwoordelijkheid op te nemen binnen hun eigen gemeenschappen. Dat is ook een spirituele gedachte. In de Koran staat: ‘God verandert niets in een volk tot ze gaan veranderen wat zich in henzelf bevindt.’ Dat wil zeggen dat moslims zichzelf moeten bevrijden van wat er binnen hun eigen gemeenschap fout loopt. Niet om het Westen te plezieren of acceptabel over te komen, maar omdat ze er zelf beter van worden.”

Pijnlijke bagage
We zoemen in op de gezinnen van jonge jihadi’s.
“Ouders spelen een belangrijke rol in het leven van hun kinderen”, geeft AlDe’emeh toe. “Het lijkt me heel belangrijk dat als je als ouder probeert om niet te veel pijnlijke bagage uit je eigen verleden door te geven aan je kinderen. Ik heb zelf de haat meegemaakt die mijn vader met zich meedroeg en die hij met mij deelde. Hij trok mij daar onbewust in mee omdat hij ook zichzelf er niet van kon redden. Het heeft niets opgelost, alleen maar gemaakt dat hij zich steeds meer is gaan isoleren in zijn denkwereld. Veel ouders van Syriëstrijders zijn zelf helemaal niet gewelddadig of radicaal religieus. Ik denk dat je hen dus niet rechtstreeks verantwoordelijk kunt houden voor de keuzes van hun kinderen. Maar ze hebben geen voeling met de identiteitscrisis die jongeren doormaken en te weinig intellectuele bagage om hen op andere gedachten te brengen. In plaats van hun kinderen te veroordelen voor hun radicale gedachtegoed – soms worden ze er zelfs het huis voor uit gegooid – zouden ouders met hen in gesprek moeten gaan.”

Ook in ons onderwijs loopt er volgens AlDe’emeh een en ander verkeerd, zodat jongeren te snel afzakken naar ‘zwakke’ richtingen of helemaal door de mazen van het net vallen. Maar stenen blijven gooien naar elkaar heeft weinig zin. “Ik vind het goed dat we kritisch kijken, maar we moeten mensen ook niet opzadelen met een nodeloos schuldgevoel. Want je ziet ook jongeren vertrekken die wél opgeleid zijn, kansen hebben gekregen en gegrepen. We moeten net zo goed ons buitenlands beleid onder de loep durven nemen, en toegeven dat er op dat vlak fouten zijn gemaakt.”

Twee keer geboren
In De Jihadkaravaan pleiten AlDe’emeh en Stockmans voor ‘radicale verzoening’ op grote schaal. Bruggen kunnen maar gebouwd worden als mensen (maar net zo goed wereldmachten of politieke structuren) zichzelf door middel van kennis echt leren kennen, hun fouten toegeven en proberen om met respect voor ieders visie een dialoog te bereiken.
“Waarom doden we of veroordelen we de ander? Omdat we vergeten dat hij ook een mens is, met een eigen verhaal, een slachtoffer van zijn eigen omstandigheden. Op een bepaald moment heb ik beslist mijn identiteit niet meer te bouwen op wraakgevoelens, haat, afgunst en rancune ten aanzien van joden. Ik wilde niet meer blind de religieuze regels volgen zonder te weten wat hun achterliggende betekenis was. Ik ontdeed me van mijn vooroordelen en de bronnen die ik gebruikte om die te bevestigen. Toen bleef gewoon de naakte mens over. Ik voelde mij eenzaam, maar vooral bevrijd.

Ik had niemand die mij daarin steunde. Sommige Belgische activisten die van de Palestijnse zaak hun ideaal hadden gemaakt, zeiden zelfs dat ik eigenlijk geen ‘echte’ Palestijn was. Vooraanstaande stemmen binnen de moslimgemeenschap verketterden mij in het openbaar, omdat ik stelde dat de joden die vandaag worden geboren in Tel-Aviv daar niet voor hebben gekozen. De moslimjongeren die worstelen met onze westerse samenleving zeggen: ‘Ik ben derde generatie allochtoon, het was niet mijn keuze om hier geboren te worden, accepteer mij als gelijke!’ Maar ten aanzien van de joden hebben wij het lef niet om te zeggen dat het niet hun keuze was om daar te zijn, maar die van hun grootouders generaties geleden. Door de omstandigheden in Europa gingen zij ooit geloven in een eigen thuisland. Vandaag geloven de moslims in een eigen thuisland in het Midden-Oosten. Waarom trekken we de lijn die we voor onszelf hanteren niet door naar onze medemensen? Als ik dat zeg, word ik verweten een collaborateur te zijn. Maar ik sta nog altijd achter de vrijheid van alle mensen in de wereld, of het nu Koerden, Palestijnen of Belgen zijn.”

“Aristoteles zegt: ‘De ware overwinning is de overwinning op jezelf’. En Jezus zegt: ‘Niemand zal het koninkrijk Gods zien die niet voor de tweede keer geboren wordt’. De islam spreekt over fitra, de zuivere aard van de mens, de terugkeer naar de bron. Ik denk dat iedereen voor de tweede keer geboren moet worden. Op een spirituele manier. Met kennis.”

 

• De Jihadkaravaan, Pieter Stockmans & Montasser AlDe’emeh, Lannoo, 24,99 euro
• Meer journalistiek werk van Pieter Stockmans over het Midden-Oosten en de vluchtelingencrisis vind je op www.facebook.com/tussenvrijheidengeluk

Dit artikel verscheen in De Bond van 18 december

Advertenties

One thought on ““Ik voelde mij eenzaam, maar vooral bevrijd”

  1. In elk geval verhelderend voor wat een heel complex gegeven is. Het past binnen een discours over het botsen van culturen, religies, krampachtige pogingen om één en ander binnen één samenleving te krijgen. Het onbegrip langs beide kanten is ‘taai’. Dat er geweld aan te pas komt (ook langs beide kanten, maar haast onvermijdelijk gezien de extremistische context waarin deze ‘clash’ regelmatig verloopt) maakt het er niet eenvoudiger op. Niemand weet hoe dit gaat aflopen. Aan beide kanten is angst alleszins een slechte raadgever. Hoe dan ook zijn extremisme, geweld en gebrek aan respect voor de ‘andere’ een foute basis om wat dan ook te beginnen. Dit zal nog veel tijd, moeite en overleg vragen. Wat niet betekent dat heel wat mensen hier al mee bezig zijn, al valt dat niet altijd op omdat het niet altijd zij zijn die in de spots staan.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s