De stem van de boer

In jou leeft een stukje van alle generaties die voor jou kwamen, stelt de Amerikaanse manueel therapeute Tami Lynn Kent. Je genetische en emotionele erfenis – van vaders- en moederkant – komt op onverwachte momenten in jou tot uiting. Leer je voorouders en hun geschiedenis kennen, en je leert ook iets over jezelf.

Kent heeft het haar levensmissie gemaakt om vrouwen te helpen beter thuis te komen in hun bekkenbodem, en zichzelf. Daarvoor gebruikt ze een medische geschoolde benadering, maar ook haar vermogen om ‘energiestromen’ in het menselijk lichaam te observeren en te beïnvloeden. Haar boek Wild Feminine leest als een bizarre maar bijzonder krachtige mix van hands-on fysieke therapie (vaginale massage, iemand?) en diep psychologisch en spiritueel inzicht, en is zonder twijfelen een van interessantste boeken die ik dit jaar onder ogen kreeg.

Watermolen_007.JPG

Ik heb mij altijd meer verbonden gevoeld met de familie van mijn moeder. Dat klinkt mooi, maar eigenlijk bedoel ik daar alleen mijn grootouders langs moederskant mee, de mensen bij wie ik opgroeide, en die als een koppel schaduwouders achter mijn eigen ouders stonden, met alle voor- en nadelen van dien voor een kind dat vier opvoeders heeft. Maar het is dus niet gek dat ik een veel hechtere band had met hen dan met de ouders van mijn vader, een weinig hartelijk koppel zelfstandigen die zich hadden laten bedriegen door een familielid en straatarm eindigden op een piepklein appartement, bitter en uitgeblust vóór hun tijd, en op latere leeftijd allebei dement.

Vaderskant was evenwel rijk aan neven en nichten, oudooms, -tantes en aangetrouwden die na het bijleggen van een jarenlange familievete (de protagonisten van de vorige generatie eenmaal overleden) van elke begrafenis een bonte en hartelijke gelegenheid maakten. Ik vond al die mensen aardig, maar ik stond er doorgaans bij als een krampachtig glimlachende buitenstaander. Thuiskomen? Dat gebeurde pas als ik van zo’n feestje weer naar huis kon.

Mijn vader en ik delen een liefde voor fotografie en het geschreven, raak gekozen woord. Maar zijn sympathie voor stambomen heb ik niet geërfd. Van op de zijlijn liet ik dus de nieuwtjes over me heen gaan van hoever een of andere neef ondertussen gevorderd was in het familiale stamboomonderzoek. Tot een eind in de zeventiende eeuw of zo – niet slecht. Maar al bij al weinig opwindend: generatie na generatie cultivateur in de streek rond Geraardsbergen. Een stamboom vol boeren, tja. Kun je in Vlaanderen iets anders verwachten? Van vader op zoon zwoegen op het land, en met kromgetrokken rug en kapotte gewrichten sterven in bescheidenheid, zo niet armoede, in de schaduw van alsmaar dezelfde kerktoren. Was dit een embleem om trots op te zijn?

Van de kant van mijn fijnbesnaarde grootmoeder langs moederskant kreeg ik mijn liefde voor muziek en kunst mee. Haar man, mijn grootvader, leverde het onderwijzersbloed en het beruchte temperament van de Bruylanden, dat in mij afgezwakt is tot geen blad voor de mond nemen en rechttoe-rechtaan zeggen waar het op staat. Ik heb lang gedacht dat dat de enige familie-erfenis was die ik nodig had. Het was ook de enige waar ik voeling mee had.

Nu denk ik daar anders over.

Hemel_060 ed.jpg

Ik heb mezelf er al vaker op betrapt. Bij het luisteren naar commentaren van economen over ‘marktwaarde’ van producten, bij het lezen over de digitale ratrace, het volgen van debatten over de voordelen van mondialisering. Ik voel hoe een diepe argwaan de kop opsteekt. Er zit een oude landbouwer in mij, die zijn hoofd schudt en zegt: kom van die wolk en kijk naar de grond onder je voeten. Hij zegt: iets is in essentie precies zoveel waard als het werk dat je erin hebt gestoken om het te maken, of de tijd die het nodig heeft gehad om te groeien, en niet wat de mensen ervan vinden. Luister naar je lichaam, luister naar de seizoenen. Dát zijn de ritmes die ertoe doen, de hartslag van de wereld. Al het andere is een zeepbel van hoogmoed.

Het zijn gevoelens die ik al langer hoog houd. Ze vormen mijn kompas in een stormachtige wereld van alsmaar meer, sneller, beter, mooier, en zorgen ervoor dat ik sommige vereisten van me af kan schudden als de illusies die ze in feite zijn.

Ik ben een kind van mijn tijd, en ja, ik vind het fijn dat de wereld een dorp is, en dat steeds meer dingen mogelijk worden. Ik wil de planeet binnenlaten in al haar kleuren en geuren, en opstaan voor zoveel mogelijk nieuwe indrukken.

Maar iets in mij zegt regelmatig: stop. Steek je wortels in de grond. Blijf bij jezelf. Adem diep in en uit, en weet dat jouw lichaam, en jouw leven op deze precieze plaats, uiteindelijk nog altijd de enige concrete ankerpunten zijn die je hebt.

Het is de stem van die oude landbouwer die ik hoor, van die hele afstamming van boeren met gezond verstand, die wisten wat het was om met hun lijf – en met het land – precies die dingen tot stand te brengen die ze nodig hadden om te overleven.

Het is herfst, oogsttijd. En misschien dus ook het moment om een kleine hulde te brengen aan de voorouders die daar het meest van afwisten.

Watermolen_200.JPG

Advertenties

Toch maar niet

‘We hebben erg lang getwijfeld.’
Ja, dat had ik al gemerkt.
‘Nu hebben we beslist.’
Eindelijk.

‘Toch maar niet.’

Nikki's tuin_041 ed cut.jpg

Ach, ik begrijp ze wel. Mijn werk paste al wel vaker niet in een vakje. Ook dit keer dus niet.
Maar er zijn natuurlijk leukere boodschappen om te krijgen. En ja, ik baal.

Niet zozeer omdat dit weer een manuscript is dat er heel waarschijnlijk nooit komt als boek. Ook niet omdat er een jaar van wachten overheen ging voor er blijkbaar eindelijk knopen konden doorgehakt worden. Zelfs niet om de lelijke gedachte die onvermijdelijk de kop op steekt: terug naar af.
Wél omdat ze bij rood zeggen: probeer eens blauw. En bij blauw: zou je dit niet eens aanbieden bij rood?

Het werk dat op dit moment in mijn leven door mijn pen ter wereld wil komen, is blijkbaar paars, dames en heren. Of veelkleurig, zo u wilt. En de wereld waarin het moet proberen te gedijen is nuanceblind. Of zo voelt het bij momenten toch.

Daar kunnen rood en blauw wellicht niets aan doen. Ze zien alleen hun eigen kleur, en ze trekken hun grens erg scherp. Dat is hun recht. Maar tussen die beide grenzen ligt nog een heel landschap. Alleen zijn degenen die dat bewonen blijkbaar de enigen die het kennen. En daar zitten precies ook geen uitgevers.

Is dit de frustratie van een middelmatige auteur die werk aflevert dat niet voldoet? Van een weigering moet je iets leren, vind ik. Maar het enige wat ik weet is dat ik deze boodschap al vaker kreeg, en dat het resultaat telkens hetzelfde is: wie op twee stoelen tegelijk thuishoort, valt er tussenin.

Misschien moesten we de stoelen maar eens afschaffen. Zou dat geen idee zijn? Dan kan ieder werk thuis zijn bij zichzelf, en niet meer in een Vakje.
Mij lijkt het wel wat.

Maar het ziet er niet naar uit dat er snel schot in de Afschaffen-Van-Vakjes-zaak komt. Dus blijft mijn manuscript voorlopig alsnog ongepubliceerd in een lade liggen.
Jammer. Voor mij, en misschien voor nog wel wat meer mensen, die net als ik niet zo hard in lijntjes geloven.

En ik werk door. Natuurlijk werk ik door. Alleen is het nu misschien even tijd om in winterslaap te gaan. Maar de lente komt wel, houd ik mezelf voor. Dat moet wel.
Dat doet ze altijd.