Céciles overtocht

Een ontmoeting dertien jaar geleden, een andere ontmoeting een maand geleden, twee bewogen weken, en de culminatie…

Ben je ooit al ergens binnen gewandeld waarbij je het gevoel kreeg dat je omringd werd door de energie van de persoon die daar leefde?
En wilde je toen weg? Of voelde je je net thuis?

 

Moerheidewerken_011
Ik in de woonkamer van onze nieuwe huis, nadat we nieuwe ramen gestoken hadden (2006)

 

Christophe en ik kochten het huis waar we nu wonen bijna dertien jaar geleden. Het was laten we zeggen niet de meest degelijke constructie (zie het eufemismelampje knipperen…).
Het was gezet door een amateur-ingenieur. Het was tochtig, vochtig en viel zowat uit elkaar: er was nood aan een serieuze opknapbeurt. Sinds we erin getrokken zijn, hebben we de muren behandeld tegen opstijgend vocht, alle plaaster van de benedenverdieping weggekapt en vervangen, bijna alle vloeren en vloerbedekkingen veranderd (tevergeefs, op regendagen zijn ze nog steeds klam), zowat alle ramen vervangen, een nieuw dak gelegd, de badkamer heraangelegd, een zolder ingericht, een extra kamer beneden toegevoegd waarop het zomerterras rust, en een stuk van de tuin onder handen genomen.
Bij momenten voelt het alsof we nog maar halfweg zijn. Tegen dat alles gebeurd is, zullen we rijp zijn om op pensioen te gaan en te verhuizen. En intussen brokkelt de façade langzaam af en verwildert de tuin alweer… Daar wil ik even niet aan denken.

We hadden niet bepaald gezocht naar een huis dat zoveel werk zou vragen. Om eerlijk te zijn werden we vooral verliefd op de tuin. Mijn mama zuchtte: ‘Mijn dochter heeft een tuin gekocht waar ook nog een huis in staat.” Al bij al niet zo’n onterecht uitspraak.

 

Ontwaken in de Moerheide_052
De Wachter, onze majestueuze treurwilg (2006)

 

Christophe en ik hebben allebei nood aan groen en bomen zoals andere mensen aan ademhalen. Betonnen muren en steriele straten verstikken ons. En zo zijn er veel in België, met hun beklinkerde opritten en strookjes gazon plat als tennisvelden en hoogstens een paar gemanicuurde struikjes langszij. Een volwassen boom wordt stilaan zo’n beetje uitzonderlijk – en dan mag je maar hopen dat de buren niet klagen. Echt groene tuinen met volgroeide bomen zijn schaars, of je moet gefortuneerd zijn – wat wij dus niet zijn. Dus toen we op dit kleine perceel stootten, van alle kanten omringd door hagen, slanke eiken, volwassen berken en een majestueuze treurwilg die alles in zijn buurt overschaduwde, inclusief het huis, vielen we er als een blok voor.

In huis was de typische volgorde van kamers letterlijk omgegooid. De badkamer en de slaapkamers beneden, de woonruimte en de keuken boven. Vanuit bijna alle woonkamerramen zag je vooral takken die zowat tot aan het raam reikten, wat een boomhutgevoel creëerde. We hielden er erg van (en doen dat nog steeds).

 

Middag in de Moerheide_013
Boomhutgevoel (2006)

 

Iets anders wat geen reden mag zijn om een huis te kopen, maar wat beslist hielp, was de eigenares. De vrouw die het verkocht, was een zeer bijzondere dame. Een kleine, ranke verschijning, onwaarschijnlijk gracieus, in excentrieke lange jurken en met wit krulhaar tot halverwege haar rug. Ze moet een jaar of zeventig geweest zijn toen, maar ze bewoog zich met de moeiteloze gratie van een danseres die half zo oud was. Ze onderwees eutonie, een lichaamsgerichte meditatie- en bewustwordingstechniek, aan de muzikanten van het Lemmensinstituut. Haar naam was Cécile.

Ze was geen makkelijke vrouw, dat was duidelijk van zodra ze de deur opende. Een scherpe blik, een hoge gevoeligheid voor geluiden. Ze mocht je en ze wilde je in haar leven, of ze wilde niets met je te maken hebben. Daar was ze zeer duidelijk in. Het leverde haar dierbare vrienden en een aantal heel kwaaie vijanden op (zoals de buurman).

Christophe en ik lagen al snel in haar bovenste schuif. We hadden een oprechte klik, en ze wilde het huis het liefst aan ons verkopen. Ze voelde dat wij we ervan hielden en ervoor zouden zorgen op een manier zoals zij het apprecieerde. (En dat hebben we hopelijk ook gedaan.)
We deelden ook een spirituele connectie, maar op dat moment hadden we er niet meteen nood aan om daar dieper op in te gaan of vanalles over de ander te ontdekken. Ik gaf haar mijn eerste twee romans cadeau, zijn schonk me een mooi Indisch beeldje van een lezende vrouw. Het houdt nog altijd de wacht op een plank van onze boekenkast.

 

Trouw 3 klein

Trouw 2 cut klein
Trouwfoto’s voor het huis en in de tuin (2005)

 

Toen we op de dag van ons huwelijk foto’s kwamen maken in de tuin van het huis (dat we toen al hadden gekocht maar dat nog notarieel moest verlijden) had ze op een subtiele manier dingen voorbereid: een lelijk putdeksel weggestopt onder een bloemenkrans, en meer van dat soort liefdevolle details.

Veel contact hadden we naderhand niet meer, maar we zijn haar nooit vergeten. Ze was een soort petemoei wiens energie nog een hele tijd in het huis bleef hangen, en dat voelde goed. Dat is uitzonderlijk voor mij, moet je weten. Na ‘intens’ bezoek krijg ik al de neiging om de ramen open te zetten of wierook te branden – nu leefden we in wat er overbleef van haar energie, en dat was helemaal oké

 

Ontwaken in de Moerheide_043
De Wachter (2006)

 

Beetje bij beetje hebben we het huis van Cécile ‘overgenomen’. Er was al het ingrijpende werk binnen, maar vooral door de tuin onder handen te nemen (meer diversiteit in aanplanting, extra bomen, de haag en de knotwilgen aan de straatkant) beïnvloedden we de interactie met het huis (dat wat minder afgesloten werd van de buitenwereld, maar tegelijk steeds meer opging in de kleine groene jungle eromheen) en veranderde ook de energie in huis. De gigantische treurwilg (gekruist met een populier, dus hij is werkelijk enorm en gaat heel hoog) was haar grote liefde. Het is ook die van ons.

We hebben sindsdien mooie en intense jaren beleefd in dit huis. Het heeft twee kinderen volwassen zien worden en een baby weten geboren worden en opgroeien tot een schitterende jongen. Het heeft ons de ritmes van de natuur nog meer leren waarderen dan we al deden. Het heeft bomen en vogels dagelijkse geschenken in ons leven gemaakt. Het heeft ons kopzorgen en slapeloze nachten bezorgd in burenruzies (ja, die erfden we samen met het huis…) en geleerd om bang te zijn voor hevige storm.

 


 

Fast forward, meer dan een decennium, naar december 2017.

Ik woon het vroege kerstfeestje van mijn voetreflexologe bij in een dorp een paar kilometer verderop, en ik ben die avond fotograaf van dienst. In Elsi’s supergezellige huisje, tot de nok gevuld met haar bonte verzameling familie, vrienden en kennissen, ontmoet ik een merkwaardig groepje mensen.

Een van hen is een veerman die al lang op pensioen had moeten zijn maar nog altijd twee dagen per week mensen over de Schelde zet. Die rivier stroomt zowat in Elsi’s achtertuin, en het veer is om de hoek. Hij vertelt me over de vrede die hij voelt als hij op het water is, en ik voel dat hier een Zaailing in zit… Ik vertel hem over mijn samenwerking met Jurgen, en hij nodigt ons uit om een keer met hem te komen meevaren. Diezelfde avond, als ik Jurgen mail om hem over de ontmoeting te vertellen, lanceert hij het idee om samen een nieuwjaarskaart te maken over thema van ‘oversteken’… Moeiteloos en intuïtief komen we een paar dagen later uit bij Dageraad (Zaailing #23), en laten er een beperkt aantal van drukken.

Maar dat was niet het enige geschenk die avond.

Naarmate we wat langer praten, word ik de vierde persoon van een kwartet buren van Elsi. Tussen hen zindert een mooie golflengte, waar ik me al snel in opgenomen voel. Er is Alin de veerman, Geert die voor Bos+ werkt, en Toni, een kinesiste met een warme uitstraling. De sfeer heeft die bijzondere kwaliteit van mensen die elkaar niet kennen het om een of andere reden toch meteen kunnen vinden, omdat er iets op een dieper niveau resoneert.

Gevraagd waar ik woon, zegt Geert: “Ah, de Moerheide, die straat ken ik, een vriendin van mij woonde daar vroeger.”
Als hij me wat later vraagt wat ik professioneel doe, en ik zeg dat ik schrijfster ben, aarzelt hij geen seconde. “Dan woon jij in het huis van Cécile! En je man is arts en rijdt met een ligfiets!”

Inderdaad… ‘onze’ Cécile was dezelfde vriendin over wie Geert het over had. Hij bleek zelfs nog jaren haar (nu onze) tuin te hebben onderhouden. De anderen van het groepje blijken Cécile óók allemaal te kennen. Het voelt echt als een cirkel die zich sluit, een ontmoeting die niet zomaar plaatsvindt. Het is alsof Cécile er die avond op een of andere manier zelf ook bij is.

Hoe het met haar gaat, vraag ik. “Goed”, glimlacht Geert. “Ze sukkelt met wat kwaaltjes, maar ze houdt zich kranig.” Ze hebben haar twee weken geleden nog gezien.

 


 

Aan het feestje van Elsi hield ik de contactgegevens van Geert over, een warme belofte om contact op te nemen met dat groepje mensen bij wie ik me zo op mijn gemak had gevoeld, het voornemen om Alin op te zoeken op zijn veerboot, en de inspiratie voor een van onze mooiste Zaailingen.
Twee weken later, vlak na nieuwjaar, de dag van Zaailing #23, contacteerde Geert mij per mail om me te vertellen dat Cécile overleden was.

 

Winterlucht_007 klein
(c) KV

 

Op het moment dat we elkaar allemaal ontmoetten bij Elsi was ze in feite al een paar dagen dood, alleen wist niemand van ons dat toen. Het gaf de Zaailing over oversteken, het beeld van de veerman, het gevoel dat ze er die avond bij was en ons in zekere zin bij elkaar had gebracht, een bijzondere resonantie. Er zat schoonheid in, droefheid, warmte en een vreemd en krachtig gevoel: dit is geen toeval.

Ik stuurde Geert de Zaailing, en ik schreef hem ongeveer hetzelfde. Nee, antwoordde hij, ik geloof ook niet dat dit toeval was.

Cécile werd in alle discretie begraven door haar familie, met wie ze eigenlijk geen goede verstandhouding meer had. Haar vrienden en de mensen die haar na stonden, waren niet uitgenodigd. Ze wilden evenwel op een passende manier afscheid van haar nemen, en hielden samen met andere vrienden en kennissen een ritueel afscheid voor haar in het Boeddhistisch centrum waarvoor ze zich engageerden. Ik was van harte uitgenodigd, schreef Geert.

Ik voelde onmiddellijk dat ik daar wilde zijn, bij die mensen. Dat was waar ik thuishoorde. Een ander woord was er niet.

 

Winterlucht_015 klein
(c) KV

Maar ik had die dag al een repetitie die ik onmogelijk kon afzeggen, en dat aanvaardde ik. Het maakte mijn gevoel van verbondenheid er niet minder om. En als de repetitie op tijd eindigde, kon ik misschien toch nog even binnenspringen…

De repetitie was afgelopen om vier uur, dus ik belde Geert. Het samenzijn daar liep op zijn einde maar: ja, zei hij, kom zeker nog af, het zou goed zijn je te zien. Ik kon horen dat hij het meende.

Toen ik er aankwam, was de ‘koffietafel’ zo goed als achter de rug, maar dat gaf niet. Er was een oprechte flow die met geen woorden te beschrijven valt. Ik zag de prachtige foto van Cecile op het altaar, waar de kaarsen nog brandden. Ik kreeg een kop thee, en ik werd voorgesteld aan wie er op dat moment nog was als ‘de vrouw die in het huis van Cecile woont’. Er waren verbazend veel spontane ‘oh, wat leuk, we hebben over jou gehoord!’.

Ik dronk mijn thee, ontmoette mensen, praatte een tijdje met Alin, die Amma, de Indische moederfiguur rond wie het centrum draait, nu en dan op haar reizen door Europa en India begeleidt en een tijdje doorbracht in haar klooster.

De avond kreeg de gloed van thuiskomen, op een heel vanzelfsprekende manier. Toen Christophe me kwam oppikken, voelde hij het ook meteen. Het zou fijn zijn die mensen vaker te zien, zei hij op weg naar huis.

 

26853874_10211316043964232_1799696296_o
Céciles overtocht (c) KV

 

Ik heb de foto van Cécile op onze Indische spiegel gezet, met de Dageraad-Zaailing als achtergrond. Het voelt juist.

Ik weet niet welke draden van dit enorme wandtapijt elkaar in de toekomst nog allemaal zullen kruisen, maar ik weet dat er iets belangrijks is gebeurd en ik voel dat ik en degenen die ik liefheb deel uitmaken van iets veel groters.

Ik heb pas de uitnodiging verstuurd voor de eerste van vier SeizoensCirkels die ik dit jaar wil organiseren. Wie weet wat voor ontmoetingen hier nog zullen plaatsvinden. Ik ben nu al benieuwd.

En Cécile zal glimlachend toekijken. Dat weet ik nu al.

 

Winterlucht_020 klein
(c) KV
Advertenties

Hoe de goden ons zien

 

Antwerpen
(c) Jurgen Walschot

 

is dat hoe de goden ons zien
balancerend op de smeltende rand
van de afgrond, geworteld in illusies
reikhalzend verlangend
naar een hemel die er niet is
gracieus in onze pogingen
dat wel

 

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

 

De weg delen

We zien het leven nogal eens als een pad dat we lopen. Of, als we terugkijken, als een weg die we afgelegd hebben. We stellen onszelf voor in een landschap, met een bestemming – al dan niet duidelijk – ergens in de verte.

 

Lascheid_036 klein.JPG
(c) KV

 

We vergeten maar al te vaak dat er eigenlijk maar één finale bestemming bestaat, en daar zouden we beter niet te snel willen aankomen. Toch niet als we hopen op een lang leven.

Soms hebben we een kaart bij de hand. Als dat zo is, staan daar vaak een aantal belangrijke aanwijzingen op aangeduid , uitzichtpunten en onderkomens waar we (zouden) moeten langskomen. Een diploma, een relatie, een carrière en kinderen staan op nogal wat kaarten aangekruist.

Maar als het erop aankomt, zijn zelfs de meeste gedetailleerde stafkaarten, die ons werden toevertrouwd door overtuigde reisgenoten (meestal ouderfiguren), eigenlijk vaag en onduidelijk. Dat komt omdat we ons eigen pad pas echt ontdekken door het te lopen. Elke stap ervan is een onderhandeling met het landschap.

Als we achterom kijken, is het (of lijkt het) makkelijker om te zien waar we een beslissende bocht namen op een kruispunt, waar we verloren liepen en op een dood spoor terechtkwamen, waar we de juiste gok waagden. Maar op het moment zelf, terwijl we het pad lopen (nu dus, elk moment opnieuw, want we lopen het nog altijd), weten we niets. Elke bocht verbergt mogelijk een obstakel, elk kruispunt kan een gevaar of een hartverscheurend dilemma inhouden. Al wat we kunnen doen, is ons hart en ons geweten vertrouwen, en op ons buikgevoel afgaan.

Is er dan niets wat ons een beetje kan helpen? Geen enkele richtingaanwijzer op de kruispunten, geen waarschuwingsborden?

Niet echt. Maar er zijn wel mensen.

 

Lascheid_035 klein.JPG
(c) KV

 

Ze lopen voor ons uit, of achter ons. Ze lopen de weg, samen met ons. Ze wachten op ons als we achterop hinken, ze helpen ons rechtop als we struikelen. Soms gaan ze hun eigen weg, dan weer verschijnen ze, als uit het niets, op cruciale momenten.

Ze wandelen hun eigen pad, maar op een of andere manier zijn we verbonden, want we gaan dezelfde richting uit. We wijzen elkaar herkenningspunten aan in het landschap. We delen ervaringen. We leren van elkaars perspectief.

Van reisgenoten veranderen we stilaan in metgezellen.

Ik ben gezegend met een aardig aantal dierbare en trouwe hartsvrienden en gezellen op mijn pad. Sommige van hen zie ik maar één keer per jaar, of minder. Andere zijn een stabiele aanwezigheid, betrouwbaar als bakens, gloeiend als vuur op een winternacht, liefdevolle spiegels, ook als de weg lastig begaanbaar wordt.

 

Lascheid_072 zw klein.JPG
(c) KV

 

 

Sommigen van hen verloor ik in de loop van de jaren uit het oog , maar nog niet zo lang geleden maakten ze opnieuw hun opwachting aan mijn zijde, als vallende sterren, dragers van onverwachte geschenken.

Stuk voor stuk ben ik ze dankbaar. Deze levensweg is geen eenzaam pad, zoveel is duidelijk.

 

J&A SGR_009 klein.JPG
(c) KV

 

En het lijkt erop dat ik zelf ook voor anderen iets kan betekenen. Ik weet intussen wel dat ik over een portie ervaring beschik, maar ik klungel en struikel evenveel als iedereen, en het verrast me telkens weer als iemand me zegt dat wat ik hem of haar vertelde een belangrijk verschil in hun leven heeft gemaakt, omdat het van mij kwam.

Mijn eerste reactie is altijd: waarom zou dat in godsnaam een verschil maken? Maar stilaan heb ik geleerd om te aanvaarden, niet alleen met mijn hoofd maar ook met mijn hart, dat ik dat inderdaad voor anderen kan zijn, net zoals sommige van mijn dierbaren dat zijn voor mij: een belangrijke verschijning langs de weg, op een cruciaal moment. Een reisgezel, een vriend, een spiegel, bij momenten zelfs een gids, wie weet.

We worden allemaal geboren in een familie waarmee we verbonden zijn door bloed en genetica. Maar in de loop van ons leven, terwijl we onze persoonlijke reis tot een goed einde proberen te brengen, met paden die zich afsplitsen van het onze of zich er juist mee willen samenvoegen, ontmoeten we andere mensen. Soms herkennen we hen als een ander – misschien zelfs échter – soort familie. Soms zijn wij het die herkend worden, en omarmd.

Welke ontmoetingen we ook hebben, wat er zich ook voordoet, het is een onvoorstelbaar voorrecht om de weg te mogen lopen. En hem te delen.

 

J&A SGR_049 klein.JPG
(c) KV

Rug aan rug

De kleur van de Janusdagen

 

J&A SGR_062 klein
(c) KV

 

De feestdagen zijn al even voorbij, en vanavond is de schoolvakantie dat ook. Terug naar het dagelijks leven, back to normal, met een heel jaar dat zich lang en breed voor ons uitstrekt.

Ik heb wel het gevoel dat ik het oude jaar nog niet helemaal heb afgelegd. Het beeld dat ik heb van de afgelopen weken (de laatste twee voor Nieuwjaar, de eerste twee erna) is dat van Janus, de god met de twee gezichten die waakt over bruggen en doorgangen. Een van zijn gezichten kijkt vooruit, het andere kijkt achterom.

De jaren staan rug aan rug, en wij bevinden ons pal in het midden, op de spil tussen de twee.

Er is een excentrieke astroloog die zich Kaypacha noemt, een gekke oude hippie-vogel naar wiens praatje ik graag luister omdat hij vaak wijze dingen te vertellen heeft. 2017 noemde hij ‘het jaar van het Einde van Illusies’. Oude patronen, zowel op persoonlijk vlak als in de samenleving, kwamen duidelijker dan ooit aan de oppervlakte. Oude wonden en gewoonten vielen niet meer te verbergen… Sommige daarvan hebben we aan den lijve ervaren, andere speelden zich verder van ons eigen bed af. Maar de verschuivingen op geopolitiek en ecologisch vlak zorgden alvast voor een heleboel opwaaiend stof, en sommige stemmen die er al veel te lang het zwijgen toe hadden gedaan (#Metoo, iemand?), lieten luid en duidelijk van zich horen, en zijn niet van plan om zich nog te laten muilkorven.
Tezelfdertijd werden onze innerlijke kracht en onze persoonlijke waarheden ook naar de openbaarheid gedreven, zodat wij zelf noch de wereld ze nog langer konden negeren, of we daar nu echt klaar voor waren of niet. We kregen een aantal onzachte confrontaties en schokken te verwerken, met onszelf en met onze omgeving. Maar we ontdekten ook, soms heel onverwacht, kracht en schoonheid die klaar waren om uit volle borst te zingen of het luchtruim te kiezen.

 

J&A SGR_045 ed klein
(c) KV

 

En wat heeft mijn astologische vogel te zeggen over 2018? Hou je vast: hij noemt het ‘het jaar van Alchemische Transformatie’, waarin alles wat we het voorgaande jaar in de steigers hebben gezet een concreter, duidelijker vorm aanneemt en op tastbare manieren in de materie wil worden gebracht. Zoals alle transformaties kan dat intens en soms zelfs beangstigend zijn, omdat een en ander werkelijkheid wordt. Misschien is het zelfs wat explosief nu en dan (ik krijg zo’n beeld van een stripfiguur die uit zijn laboratorium komt gezwalkt met een zwartgeblakerde tronie en zijn haar rechtop), maar het kan net zo goed enorm veel voldoening geven.

In mijn eigen leven zie ik daar behoorlijk veel van aan het werk. 2017 was inderdaad een jaar waarin ik een aantal diepgewortelde, oude angsten en patronen onder ogen moest zien, maar het was ook het jaar waarin ik op allerlei vlakken stopte mij te verbergen.
En voor 2018 zijn er al een aantal zeer concrete stappen gezet, of ze staan in de steigers.

Op de redactie waar ik werk, is het publicatieritme verlegd van tweewekelijks naar maandelijks, en de stukken die we schrijven, vragen een andere insteek (meer schermgericht en lezersgericht, minder diepgravend journalistiek). Dat is een omschakeling van formaat, en het is geen eenvoudige. Ik ben nog altijd bezig de concrete gevolgen ervan te verteren. Daarnaast is mijn werktijd, die tijdelijk was uitgebreid tot 3/5, opnieuw teruggebracht tot halftijds sinds begin dit jaar. Maar met de werkdagen op een slimme manier gegroepeerd levert dit mij een werkschema op dat me zowel duidelijke focus op het werk toestaat als goed omlijnde creatieve tijd thuis.

 

J&A SGR_046 ed klein.jpg
(c) KV

 

Ook op spiritueel, creatief en mijn-stem-laten-horen vlak zijn de dingen aan het bewegen. Later deze maand mag ik een heel fijne lezing geven over een van mijn boeken (in Nederland nog wel), we spelen een concert met de MooiE ManneN in februari, en ik plan vier SeizoensKringen in de loop van het jaar.

Jurgen en ik hebben het over concrete projecten, en we plannen zowel een reeks postkaarten als een eerste jaargang van Zaailingen in boekvorm. We werken ook al een tijdje parallel aan Zaailingen gebaseerd op foto’s in plaats van prenten of tekeningen, en we verkennen manieren om die in een uitgegeven vorm te gieten. We naderen een Nederlandstalige publicatie van de kleine graphic novel Stroom (voor een voorproefje, zie de beelden in deze blog). Er zit een samenwerking rond de installatie van een bevriende kunstenares in de pijplijn, er is een taverne die interesse heeft om ons werk aan de muur te hangen, er wordt luidop nagedacht over een webshop…

Ja, 2018 kondigt zichzelf aan als een jaar van praktisch werk, en in de meeste gevallen voelt dat beslist prima!

(Anderzijds is er natuurlijk ook de hal die dringend geschilderd moet, tuinwerk dat heel erg nodig wordt, het herinrichten van de kinderkamers, de strijk die zich in bergketens blijft opstapelen en nog veel meer van dat door en door praktisch werk waar ik niet bepaald dol op ben. Maar een mens kan niet alles hebben…)

Dus geniet ik van de kleur van deze laatste Janusdagen, ingeklemd tussen het oude jaar en het nieuwe. Ik blik terug op alles wat ik heb geleerd en ontdekt. En ik kijk uit naar alles wat op het punt staat uit te botten, open te bloeien en alchemisch te transformeren tot iets tastbaars en echts.

En als er iets is wat riskeert om spontaan te gaan ontbranden, zal ik ook wel even waarschuwen. 😉

 

J&A SGR_063 klein.JPG
(c) KV

Een wereld in laagjes

Soms vraag ik me af hoe ik mensen kan uitleggen hoe ik de wereld waarneem.

Een van de beste metaforen die ik tot nu toe kon bedenken was: een transparant blad met een tekening erop waarop je nog zo’n transparant blad legt, en nog een, en nog een. Elk vel heeft eeneigen tekening, die apart gelezen en bestudeerd kan worden. Maar de diverse lagen gaan ook met elkaar in interactie. Sommige zijn duidelijker leesbaar, andere zijn vager of verzinken in de achtergrond. Als je de volgorde van de vellen verwisselt, ontstaat een ander perspectief, waarbij andere elementen op de voorgrond treden.
En het volledige verhaal kan in feite nooit helemaal gevat of begrepen worden. Het is te complex, een levende 3D-matrix.

Soms struikel ik over een beeld, een gelukkig fotografisch toeval of een compositie waarbij de omgeving mij te hulp schiet, om een stukje van dit gevoel weer te geven. Soms heb ik heel veel geluk.

Onderstaande foto komt behoorlijk dicht bij hoe het voelt als ik naar de wereld kijk.

 

deSingel_020 ed klein
(c) KV

Goede voornemens

Een domme nieuwjaarsmop, oude pijn, en een les in zwemmen – of was het verzuipen?

 

Lascheid_077 klein
(c) KV – Verdampende sneeuw

 

Mijn kleine familie (ik, echtgenoot, zoon, zus, schoonbroer) trokken ons terug in een  huisje in de Oostkantons voor de oudejaarsperiode. De woning lag ingegraven tegen een helling, met een inkom die tegelijk traphal, keuken en voorraadkast was, een kleine eetkamer waar twee tegen de zijmuren geparkeerde sofa’s aangaven dat het meteen ook de woonkamer was, een badkamer die naar diesel rook en slaapkamers met papieren muren die elke kuch glashelder doorlieten. Maar dat gaf niet, we wisten op voorhand dat we geen driesterren-spa hadden geboekt. We waren er om te wandelen, uit te rusten, samen te eten en te drinken, en de verjaardag van mijn zusje te vieren eens het oude jaar het nieuwe werd.

Ik had beloofd dat ik zou schrijven over waarom mensen patronen herhaalden die hen pijn hebben gedaan, en daarbij soms zelf de nieuwe generatie daders werden. Ik begon aan deze blog in de laatste dagen van het oude jaar maar vroeg me af of dat wel een goed moment was. Zou ik het niet beter hebben over feestvieren en lange boswandelingen, in plaats van andermaal door de innerlijke modderpoel van mensen te gaan waden?

Maar misschien was dit wel het perfecte moment. Want bij het nieuwe jaar horen onvermijdelijk de goede voornemens, de beloftes van verbetering. En hoeveel daarvan slagen we er welbeschouwd in te houden?

Er is een domme feestdagenmop die als volgt gaat: ‘Je komt geen gewicht bij van al wat je eet tussen Kerstmis en Nieuwjaar. Je komt alleen gewicht bij van wat je eet tussen Nieuwjaar en Kerstmis.’

Haha. Maar dat is wel precies hoe het ook zit met goede voornemens. We zijn ervan overtuigd dat we ons lesje geleerd hebben en dat we het in de toekomst beter zullen doen. Maar voor we het weten, is er weer een jaar voorbij en wat hebben we daar nu eigenlijk van gemaakt? Er was zoveel dat we graag (niet meer) wilden doen, maar op een of andere manier hadden we toch maar weer eens niet genoeg karakter.

In tegenstelling tot wat we graag geloven, volstaan goede voornemens, wilskracht en zelfs intellectueel inzicht niet om ons werkelijk te laten veranderen. Er is iets anders wat op één lijn moet staan met de veranderingen die we zouden willen, een diepere vorm van eerlijkheid over wat we proberen te bereiken. Want als dat diepere stuk van ons niet mee in het bad zit, ondermijnen we onbewust alles wat we proberen te verwezenlijken.

Lascheid_076 klein
(c) KV

 

In een eerdere blog heb ik uitgelegd hoe ons innerlijk geloofssysteem werkt. De overtuigingen die we hebben, stammen uit onze vroegste ervaringen met het leven en de mensen daarin, alles wat een blijvende indruk naliet op ons jonge, onbewuste en volkomen absorberende geest en hart. Want kinderen zijn sponsen. Ze pikken de subtielste signalen uit hun omgeving op, zonder te begrijpen wat die betekenen, en reageren erop. (Is het je ooit al opgevallen dat je kinderen twee keer zo hard jengelen en ruziemaken als jij zelf moe en gespannen bent? Er is een verband tussen de beide, en vaak kan je de sfeer in huis totaal veranderen door je eigen ‘frequentie’ te veranderen.)

Jonge kinderen zijn volkomen afhankelijk van de volwassenen en de sterke figuren in hun leven om te overleven. Dus zullen ze zich aanpassen aan hun omgeving, de mensen die daarin aanwezig zijn proberen te behagen, en hun eigen veiligheid zoveel mogelijk proberen te garanderen, voor zover ze daartoe in staat zijn met de beperkte middelen die ze tot hun beschikking hebben.
In een situatie van werkelijk gevaar of dreiging (zoals misbruik, geweld, een ouder die hen verlaat of sterft) zal het kind doen wat het moet om te overleven. Dit kan betekenen: de misbruiker gehoorzamen, zich niet verweren, meer verantwoordelijkheid opnemen dan het in feite aankan, maar ook: zich emotioneel afsluiten, omdat het trauma te zwaar is om op dat moment volledig doorvoeld te worden. Zo garandeert het kind zijn eigen veiligheid – het is niet ongehavend, verre van, maar het leeft tenminste nog.

Een aantal innerlijke overtuigingen over het leven ontstaan op dergelijke momenten (en in mindere mate op momenten waarbij er sprake is van minder zwaar trauma, maar van een volgehouden negatieve bekrachtiging).

Ik moet doen wat anderen zeggen als ik me veilig wil voelen

mijn diepste innerlijk mag ik niet tonen, en als ik dat wel doe, word ik gestraft/is het levensgevaarlijk…

ik ben niets waard, want mama/papa heeft het gezegd

ik ben niets waard, want waarom zou ik anders zo hard gestraft worden?

het is niet veilig om mijn gevoelens te tonen

ik moet mij in alle omstandigheden en tegen elke prijs sterk houden

ik ben er verantwoordelijk voor om mama/papa zich goed te laten voelen (bv. in het geval van kinderen die opgroeien bij een gewelddadige of niet-functionele ouder)

ik moet voor mezelf zorgen, want niemand anders zal dat doen

ik kan nooit echt rekenen op andere mensen

je kunt niemand vertrouwen

Er zijn ontelbare conclusies die kinderen trekken door op te groeien in omstandigheden die emotioneel onveilig of fysiek bedreigend zijn. En zelfs in liefdevolle en ‘veilige’ families rapen we nog wel wat van die negatieve overtuigingen op. Van denken dat het egoïstisch is om voor je eigen noden op te komen tot bang zijn voor het oordeel van de ander als je je ware kleuren toont, of vinden dat de noden van de ander altijd voorgaan op de jouwe… We hebben er allemaal wel ervaring mee, en niet zelden zijn we het gaan beschouwen als de Hele Waarheid Over Het Leven. Natuurlijk zal elke overtuiging die maar vaak genoeg bevestigd wordt zich diep in onze psyche verankeren. Een kind dat keer op keer te horen krijgt wat een mislukking het wel niet is, zal dat negatieve zelfbeeld veel sneller overnemen dan een kind van wie een ouder één keer zijn geduld verliest over een slecht gemaakt huiswerk.

We trekken méér aan van datgene wat we al geloven, schreef ik eerder. Dat is een van de redenen waarom sommige mensen een punt zetten achter een dysfunctionele relatie, om vervolgens verliefd te worden op een partner die eigenlijk heel hard lijkt op de vorige. Als we er diep vanbinnen van overtuigd zijn dat we geen liefde waard zijn, dan zullen we onbewust de signalen van mensen die ons echt graag zien niet vertrouwen, en eerder afgaan op wie het beeld dat we al hadden over onszelf nog eens bevestigt.

Er zijn honderden manieren waarop we onbewust onze eigen successen boycotten of ondermijnen. We vergeten ons boek van algebra tijdens de examens, zodat we dat examen van wiskunde al zeker niet halen. We staan op de uitkijk voor de kleinste hint van afkeuring, om onze overtuiging dat we nooit écht geapprecieerd worden te kunnen bevestigen. We reageren ons slechte humeur af op onze geliefde omdat we niet werkelijk geloven dat ze bij ons zal blijven als ze erachter komt hoe we echt in elkaar zitten.

Niets hiervan gebeurt bewust. De dissociaties en onderbewuste verdedigingsmechanismen die al eerder hun nut bewezen door ons te beschermen in vroegere fases van ons leven, zijn immer op hun hoede om hun ‘nuttige’ werk verder te zetten. Het maakt niet uit dat de situatie intussen veranderd is, dat we niet langer in een fysiek onveilige thuis of een emotionele hel leven, dat we niet langer dat jonge kind zijn dat niet voor zichzelf kon zorgen of kon opkomen voor haar eigen rechten en meningen. Ons onderbewuste gaat ermee door ons te beschermen, zoals het altijd heeft gedaan.

En soms drijft dit ons tot daden die anderen verwonden.

 

Lascheid_167 klein
(c) KV – Leisteenmijn

 

Ongetwijfeld vinden velen van ons het makkelijker om te begrijpen waarom mensen er niet in slagen zich te ontdoen van gewoontes die ongezond of schadelijk zijn voor henzelf (in die zin kan er heel weinig verschil zijn tussen zweren dat je zult stoppen met roken of zweren dat je volgende keer een betere partner wil), dan waarom mensen die zwaar gekwetst zijn op een of andere manier de volgende generatie worden die anderen beschadigen.

Als je weet hoeveel pijn je zelf gehad hebt, dan wil je dat toch zeker niet aandoen aan anderen?

Er is meer dan één probleem met die vraag.

Ten eerste beseffen mensen die als kind getraumatiseerd werden vaak niet hoe diep ze verwond zijn. De werkelijke ernst van hun pijn zit ergens heel diep weggeborgen, en daarbij in de buurt komen, laat staan ze vrij laten stromen, voelt oprecht levensbedreigend. Het is te vergelijken met de levenslang opgebouwde watermassa van een stuwmeer. We willen niet dat die in één klap over ons heen komt gespoeld, dus we blijven die dam ten allen prijze verder verstevigen. (Dat zachtjes en voorzichtig ventileren, op een gecontroleerde manier, ook een mogelijkheid is, weten we vaak niet, of willen we niet weten.)

Het volgende probleem zit hem in de dynamiek die ontstaat uit de pijn die we meemaakten, de overtuigingen die we er rond hebben opgetrokken, en de manier waarop we de ‘oplossingen’ in ons dagelijks leven zijn gaan toepassen.

Laten we het fictieve voorbeeld nemen van een jongen die van heel jonge leeftijd moet zorgen voor een aantal kleinere broertjes en zusjes, omdat zijn vader vertrokken is en zijn moeder lange werkdagen klopt om haar gezin te onderhouden. Ze komt laat thuis en is vaak te moe om echt voor hen te zorgen. De verantwoordelijkheid dat zijn broertjes en zusjes eten, zich aankleden, naar school of naar bed gaan, is veel te zwaar voor zo’n jong kind. Maar hij neemt ze toch op, omdat er gewoon niemand anders is die ze van hem kan overnemen. Het enorme gewicht van deze opdracht vermengt zich met wat hij voelt tegenover zijn ouders. Hij haat zijn vader omdat die vertrok, maar hij benijdt hem ook, want hij lijkt de beste keuze te hebben gemaakt. Hij houdt van zijn moeder en bewondert haar, maar als ze doodmoe thuiskomt, schreeuwt ze tegen hem en eist dat hij nog meer op zich neemt dan hij al doet. Ze is in geen enkel opzicht de fysieke of emotionele steun waarnaar hij hunkert. Er zijn momenten waarop hij haar haat, omdat ze er niet in geslaagd is zijn vader te laten blijven, om de toestand waarin ze hem verplicht te leven, om haar onredelijke eisen. Op een gelijkaardige manier houdt hij van zijn broers en zussen en haat hij hen ook. Zij zijn het dichtste wat hij heeft bij lotgenoten, maar voor hen moeten zorgen, voelt als een straf. Soms, als het hem allemaal te veel wordt, schreeuwt hij tegen ze (of erger), al was het maar dat ze zich dan eventjes gedroegen. Zijn gevoel van overspoeld te worden door de omstandigheden loopt over en uit zich in een moment van emotioneel of fysiek geweld tegenover diegenen die van hem afhankelijk zijn.

Hij uit dat niet tegen zijn moeder – die in alle opzichten nog altijd sterker is dan hij. Dat zou zijn situatie alleen maar verslechteren. De enige weg die de overstromende gevoelens hebben, net als water, is stroomafwaarts, naar lager gelegen gebieden – wezens die zwakker zijn dan hij.

Het bovenstaande is natuurlijk maar een mogelijk scenario. Er zijn ontelbare variaties op telkens hetzelfde basisprincipe: we trekken meer aan van datgene waaraan we gewend zijn (omdat het alles is wat we kennen, en het vertrouwde voelt veiliger dan het onbekende), en als we te maken kregen met misbruik, verwaarlozing of diepe emotionele pijn, dan bouwen de spanningen rond dit trauma zich onvermijdelijk op tot het punt waarop ze geventileerd moeten worden, op wat voor manier dan ook.

Hoe bewuster we zijn van onze emotionele bagage, hoe beter we beseffen wat er speelt, hoe we het kunnen neutraliseren en anderen niet nodeloos kwetsen. Maar hoe dieper de wonden, hoe sterker de beschermingsmechanismen, en hoe minder we doorgaans beseffen wat er nu eigenlijk aan de hand is en hoe we dit proces fundamenteel kunnen veranderen.

 

Lascheid_158 klein
(c) KV – Leisteenmijn

 

De plek waar zo’n eventuele ontploffing of evacuatie van spanning plaatsvindt, is vaker wel dan niet onze thuisbasis. De mensen met wie we samenleven – partner, kinderen, anderen – zijn de schietschijf van een leven aan gevoelens en innerlijke conflicten die vaak niet eens een naam of een gezicht hebben. En zolang als we de wortel van de pijn niet kunnen vatten, zal ze ons blijven beheersen. Natuurlijk willen we de mensen die we graag zien niet kwetsen, maar de situatie waarin we ons bevinden, raakt al onze oude pijnpunten, en wat zich heeft opgebouwd moet eruit, of het maakt ons vanbinnen uit kapot.

Ik ben niet bepaald fier om het toe te geven, maar ik had op de laatste dag van het jaar zelf zo’n oprisping van oude pijn. En ik haalde uit naar mijn geliefden.

Het stond niet gepland toen ik aan deze blog begon, maar we bezochten een leisteenmijn op ons tripje. Is er een betere plaats te bedenken wanneer je schrijft over oude, begraven lagen van trauma en emotie dan een mijn? Bedankt, universum.

In de piepkleine souvenirwinkel waar we ook de toegangstickets kochten, zag ik een steen, een sneeuwvlokobsidiaan, die tegen mij ‘sprak’. Stenen hebben een bijzondere betekenis voor mij, en deze trok aan me met een zeker soort dwingendheid. Ik vond echter dat ik die niet kon kopen voor we de mijn bezocht hadden, en zeker omdat mijn zoon al aan mijn mouw trok voor een souvenirtje. Dus zei ik dat het iets was voor wanneer we weer boven waren.

Maar toen ons mijnbezoek afgelopen was, bleek de kleine ontvangstkamer plots vol met mensen. Er was een groep toeristen aangekomen die allemaal hun toegangsticket wilden betalen. We waren even van slag: te veel geluiden en prikkels ineens. Het was overdonderderd. Al wat mijn man wilde, was zo snel mogelijk naar buiten. Hij was er zich niet bewust van dat ik graag een steen had gekocht, en ik kreeg het gevoel dat als ik mijn verlangen zou doorzetten het een hele discussie zou betekenen in een ruimte waar geen van ons tweeën eigenlijk helder kon denken omwille van de drukte en het lawaai.

Geconfronteerd met dit dilemma, schakelde een van mijn eigen oude beschermingsmechanismen in: ik trok me terug. Ik slikte zowel mijn voorkeur als mijn behoefte in, ik liet ook iemand anders (in dit geval mijn man) de leiding nemen en ons terug naar de wagen dirigeren. Ik probeerde wel uit te leggen wat ik eigenlijk had gewild, maar ik deed het slecht, en dus begreep hij niet hoe belangrijk het op dat moment voor mij was, en deed er nogal schamper over.

In mij borrelde een immense woede naar de oppervlakte. Ik had niet alleen iets wat in mijn aanvoelen belangrijk was opzij gezet, ik stond bovendien oog in oog met een partner (of een tegenstander) die dat blijkbaar niet serieus wilde nemen. Of zo voelde het in ieder geval. Op een rationeel niveau weet ik (en wist ik toen ook wel) dat we het hier niet hadden over het einde van de wereld. Maar toch raakte dit een heleboel oude pijn, een diepe wonde die terug te voeren was op mijn eigen vroege kindertijd, toen ik mij uit angst voor veroordeling al snel op de achtergrond hield en mijn stem en mijn mening inslikte, of zelfs nog verder terug dan dat, naar de gedeelde pijn van ontelbare vrouwenlevens doorgebracht in ondergeschiktheid en onderdrukking, een diepe, collectieve bron van onrechtvaardigheid…

 

Lascheid_126 klein.JPG
(c) KV – Leisteenmijn

 

Het was weinig meer dan een onbeduidende anekdote over iets wat nauwelijks belang had, als daar niet die oude, diepe pijn was wakker geworden. En voor een keer – redelijk ongewoon voor mij – had ik geen middelen om ze constructief te uiten. Toen startte meteen het ‘waarom kan hij niet…’-scenario. Waarom kon mijn man niet voelen wat er met me aan de hand was? Waarom kon hij niet attenter zijn? Waarom moest ik ‘vechten’ voor wat ik wilde?

Het voelde alsof mij iets ontnomen was zonder dat ik voor mezelf had kunnen opkomen. Ik was kwaad op mijn man omdat hij alleen maar op zijn eigen golflengte leek te zitten en zich geen vragen stelde over de mijne, kwaad op mezelf omdat ik mijn punt niet harder verdedigd had, kwaad dat ik het om te beginnen al moest verdedigen in plaats van het gewoon gerespecteerd te zien, enzovoort, enzoverder.

Dus haalde ik uit. Ik toonde mijn man overduidelijk dat de gang van zaken me niet aanstond, ik had geen greintje geduld met zijn suggesties op de terugweg, en ik was behoorlijk onaangenaam gezelschap voor het grootste stuk van de middag die volgde.

Er waren vast betere manieren om het oude jaar te beëindigen. Net als er betere manieren moeten zijn om met oude pijn om te gaan. Maar als je vastzit in het oog van de storm, dan zie je niet zo makkelijk een uitweg. De emotie is te intens, de verdedigingsmechanismes zijn te goed geolied, en je verstand heeft nauwelijks iets te zeggen.

Goddank zijn er liefhebbende gezinsleden, die je kennen, en je onmogelijke gedrag verdragen tot je wat tot rust komt, verstaat wat er nu eigenlijk precies gebeurd is en je verontschuldigt voor je al te heftige reactie – maar niet voor wat je wilde.

Ik had een andere manier moeten vinden om mijn nood op dat ene specifieke moment te respecteren, zelfs als dat had betekend dat de rest van ons gezelschap een wandelingetje door het dorp was gaan maken terwijl ik in de rij stond en wachtte tot die luidruchtige troep hun tickets hadden gekocht en verdwenen waren vooraleer ik mijn steen kon kopen. De nood zelf was niet het probleem, dat is die zelden. Wat de dingen bemoeilijkt, is het feit dat we geleerd hebben om onze behoeften te negeren, ze dwingen te buigen of te zwijgen, en in hun wanhoop halen ze uit en kwetsen anderen, in een laatste, gefrustreerde, hulpeloze, poging om gehoord te worden.

Als ik beter naar mijzelf had kunnen luisteren, daar op dat moment, en te respecteren wat ik wilde en voelde, dan had ik misschien wat organisatorische chaos gecreëerd. Maar dat was niets geweest vergeleken met de emotionele storm waar ik mezelf en mijn geliefden nu op had getrakteerd, omdat ik ervan uit ging dat mijn behoeften niet belangrijk genoeg waren en probeerde te onderdrukken wat ik voelde.

Het water achter de dam houden tot die uiteindelijk barst, of het toestaan om beetje bij beetje te stromen… – hoe het ook zij, op een gegeven ogenblik moeten we allemaal leren zwemmen.

Misschien kunnen we proberen om alleen zelf een nat pak te krijgen, en de mensen die we graag zien niet mee kopje onder te laten gaan.

 

Lascheid_174 klein
(c) KV

De patronen die we kennen

Kersttijd, familie-en-pakjestijd… Maar de meest betekenisvolle geschenken liggen zelden ingepakt onder de boom.

 

Kerstsfeer_088 ed klein.jpg
(c) KV

 

Waarom, vraagt mijn tweeëntwintigjarige stiefzoon mij, klagen we vaak over andere mensen – niet zelden omdat ze ons kwetsen – maar doen we vervolgens precies hetzelfde met anderen? Zoals mensen die klagen dat hun ouders hen nooit begrepen hebben, maar die niet luisteren als hun eigen kinderen proberen uit te leggen hoe ze zich bij iets voelen?
En waarom, ging hij door, herhalen we zo vaak iets waarvan we weten dat het slecht voor ons is, zoals geslagen vrouwen die een ongezonde relatie verlaten maar dan vallen voor de volgende kerel die hen in elkaar slaat?

Goede vragen, allebei. En volgens mij hebben ze een en hetzelfde antwoord.

We hebben de neiging om de patronen die we kennen te herhalen.

De theelichthouder op de foto hierboven is er eentje die mijn mama op tafel zette met Kerstmis. Voor de gelegenheid heb ik hem op het huisaltaar gezet. Als ik terugkijk op hoe de thuis van mijn kindertijd functioneerde, en de vele blije herinneringen en nuttige levenslessen die ik er leerde, ben ik oprecht dankbaar. Al vier ik Kerst dit jaar niet met een van mijn naaste familieleden (die zitten allemaal in het buitenland), ik voel me toch heel dicht bij hen. Ik weet dat ze mij een betere start hebben gegeven dan vele anderen. Ik kreeg veel geschenken van het gezin waarin ik opgroeide, en dan heb ik het niet over pakjes onder de boom.

Als jong kind doen we onvermijdelijk onze eerste levenservaringen op met de mensen door wie we in een familiecontext omringd worden, en uit die ervaringen trekken we conclusies die zich in de diepste zin verankeren in ons onderbewuste. Aangezien we als zuigelingen of jonge kinderen nog niet de intellectuele vaardigheden ontwikkeld hebben om wat afstand te nemen van wat er met ons gebeurt, of om in te zien dat één goede (of slechte) reeks ervaringen niet het hele verhaal vertelt, worden die eerste scenario’s goedschiks of kwaadschiks de basis voor onze innerlijke Handleiding Van Hoe Het Leven In Elkaar Zit.

We leren er dat mensen ons onvoorwaardelijk graag zien voor wie we zijn (of niet). We leren dat bepaald gedrag aanvaard wordt (en ander niet). We leren dat we mensen mogen vertrouwen (of niet). We leren openbloeien in de meest liefdevolle omstandigheden, of overleven in levensbedreigende, helse omstandigheden. We ontwikkelen verdedigingsmechanismen die ons – in het beste geval – behoeden voor te veel teleurstelling, of – in het slechtste geval – helpen overleven.

En dan trekken we de wereld in, en passen daar toe wat we geleerd hebben.

 

Kerstsfeer_003 klein
(c) KV

De Universele Wet van Aantrekking (zoals sommigen ze graag noemen) stelt dat je méér aantrekt van wat resoneert op de frequentie waarop jij je zelf bevindt. Met andere woorden: als jij gelooft dat je het niet waard bent om liefgehad te worden, hoe oneerlijk of pijnlijk dat je misschien ook vindt, als je het echt gelooft, dan trek je onbewust meer omstandigheden aan die dat idee zullen bevestigen en het dieper verankeren als een van je onbewuste innerlijke waarheden. Al je diep vanbinnen oprecht vertrouwt op het idee dat er van je gehouden zal worden, ook als je kwetsbaar bent, of dat de juiste dingen wel op het juiste moment in je leven zullen komen, dan zie je die een stuk makkelijker vorm krijgen dan als je het tegengestelde gelooft.

Ik denk dat dit klopt. Ik heb het zich keer op keer weten voordoen, in mijn eigen leven en in dat van talloze mensen om mij heen. Hier is geen persoonlijke verdienste of schuld mee gemoeid, het is een principe zo onpersoonlijk als een wet van de fysica. Het zou er voor mijn part een kunnen zijn.

Zelfs het eerste dilemma dat mijn stiefzoon naar voren bracht – waarom herhalen mensen die zichzelf, vaak met goede reden, een slachtoffer voelen zo vaak een patroon dat hen gekwetst heeft, en worden zo op hun beurt de volgende generatie van daders of agressors? – kan begrepen worden vanuit dit principe. (Het zou wat te ver leiden om dat hier uit te leggen, maar ik beloof dat ik er gauw een andere blog over schrijf.)

In zekere zin leven we dus allemaal in een bubbel van onze eigen makelij. We versterken de waarheden waarin we zijn gaan geloven, of die nu gezond en harmonieus zijn of niet. We beseffen niet eens dat we ze hebben. Ze zitten diep vanbinnen, sturen ons denkpatroon en ons gedrag, en beheersen ons leven.

Je zou kunnen denken dat er dus geen ontsnappen is aan deze bubbel, en dat deze onbewuste gedachten ons voor de rest van ons leven gevangen zullen houden, terwijl we onze kleine (of grote) drama’s telkens opnieuw opvoeren, zonder zelfs maar te beseffen dat we dat doen. En tot op zekere hoogte is dat inderdaad hoe velen van ons leven. Alleen is het niet nodig om dat te blijven doen. De onbewuste overtuigingen die we hebben, kunnen veranderd worden.

 

Kerstsfeer_103 ed klein
(c) KV

 

Dat vraagt eerst en vooral zelfbewustzijn, vertel ik mijn stiefzoon. Het besef dat we de realiteit zien doorheen een sluier van innerlijke overtuigingen. We zien dat waarvan we zelfs niet weten dat het bestaat compleet over het hoofd, terwijl we onbewust zoeken naar onze goeie ouwe vertrouwde patronen, hoe onprettig die ook zijn, om ze vervolgens te herhalen. Want het vertrouwde voelt veilig. Het is bekend terrein, en dat verlaten is doodeng.

Maar eens we beseffen wat we geloven, en dat het een overtuiging is en niet noodzakelijk een waarheid, dan kunnen we dat veranderen als het iets is wat ons ongelukkig maakt. We hoeven niet te blijven geloven dat mensen alleen maar van ons zullen houden als we ons op een bepaalde manier gedragen, of dat we ongeschikt zijn voor intieme relaties, of dat uitkomen voor onze mening gevaarlijk is, of dat er nooit sprake kan zijn van gelijkwaardigheid en elk conflict een winnaar en een verliezer moet hebben…

We zouden deze overtuigingen kunnen respecteren als cadeautjes die we van onder de kerstboom hebben gekregen. Wat ons goed van pas komt en helpt openbloeien, kunnen we houden. Maar wat ons (hopelijk met goede bedoelingen) aangesmeerd werd, kunnen we besluiten opzij te leggen, net zoals die vervelende kriebeltrui waar we ondertussen uit gegroeid zijn. We kunnen op zoek gaan naar andere ervaringen. We kunnen iets anders, iets nieuws, proberen te geloven over onszelf.

Maar waarom doen zo weinig mensen dat? wil mijn stiefzoon weten. Dat is toch logisch. Ik probeer echt mijn inzichten te veranderen als ik voel dat ik ergens vastloop.
Ik: Daar heb je wel voldoende zelfbewustzijn voor nodig, om zo naar jezelf en je leven te kijken.
Hij: Is niet iedereen zelfbewust, dan?

De schat. Hij is wijs voor zijn leeftijd. Maar hij is ook zeer intelligent en hij heeft altijd open gestaan om bij te leren over dit soort dingen. Dat wil wel eens helpen.

Een ander mogelijk gevolg van het opzij leggen van oude kriebelkleren is dat sommige mensen die ons daar beeldig in vonden staan, of op zijn minst verwachten dat we ze dragen, nogal schrikken. Misschien zijn ze er helemaal niet blij mee (vooral als zij het waren die ze ons kochten). Ze zijn het er misschien niet mee eens, en willen deze nieuwe versie van ons niet steunen.
Dat is een moeilijke. We willen niet teleurstellen. We willen geen liefde verliezen. We willen anderen niet krenken door te veranderen.

Anderzijds, als de mensen die beweren van ons te houden dat alleen maar doen in die oude kriebeltrui, wat zegt dat dan wel over hen, en hoe ongemakkelijk of ongelukkig willen we zijn om hen in ons leven te houden?
Dus misschien is het toch maar gewoon tijd om te veranderen, ongeacht de gevolgen. Ja, misschien raken we een paar mensen kwijt. En dat zouden zelfs sleutelfiguren uit ons oude leven kunnen zijn. Maar de mensen die ons echt graag ziet, die geven geen krimp. En anderen, die echt bij ons horen maar nog niet gearriveerd zijn, herkennen ons pas als we onze ware kleuren durven tonen.

Dus laten we die kerstcadeautjes maar uitpakken, en in een moeite door ook maar eens goed kijken naar de hele stapel oude geschenken. Laten we dankbaar zijn voor al wat we kregen. En alleen dat bijhouden waarvan we voelen dat het gezond en deugddoend voor ons is.

Want niets is uiteindelijk in steen gebeiteld.
En waar zouden geschenken anders voor mogen dienen dan om ons te helpen groeien, en ons pad te verlichten, op welke manier dan ook?

Kerstsfeer_105 ed cut klein
(c) KV

Uitverkoren

Als de toekomst komt aanbellen aan je deur

Wintergroen_059 klein
(c) KV

 

1999.
Ik was eenentwintig jaar, vers van de universiteit met een diploma licentiaat (nu Master) Nederlandse en Engelse Taal- en Letterkunde. Ik was blij dat ik het had gehaald. Niet omdat het intellectueel te moeilijk was of omdat de werklast mij te boven ging, maar omdat het laatste academische jaar een hele zware dobber was geweest voor mijn motivatie.
In mijn hart ben ik altijd een schrijver geweest. Tijdens mijn studies werd van mij verwacht dat ik datgene wat ik het diepst van al koesterde – verhalen – op de rationele dissectietafel legde. Achteraf bekeken wil ik gerust toegeven dat ik daar technisch-ambachtelijk heel veel van opgestoken heb. Maar mijn hart en mijn gevoel van zingeving leden er diep onder.

Eenmaal afgestudeerd, intellectueel gehard maar emotioneel uitgeput, had ik dus geen flauw idee wat voor werk ik wilde gaan doen. Ik had niet bepaald professionele interesses of ambities. Ik was taal- en letterkunde gaan studeren omdat ik van boeken hield, maar mijn roeping als schrijver was neergeknuppeld door vier jaar alleen maar de grootste klassiekers te lezen, te bestuderen en te dissecteren. Ik had het gevoel dat ik tekortschoot, en geen klein beetje.

Het was een engel die me weer aan het het lezen – en het schrijven – kreeg. Maar dat is niet het verhaal dat ik hier wil vertellen.

Ik wil liever vertellen over hoe ik uitgekozen – en in zekere zin uitverkoren – werd.

 

Wintergroen_056 klein
(c) KV

 

Nadat ik afgestudeerd was, laste ik een pauze in. Sommigen trekken dan met een rugzak de wereld rond, ik ging gewoon op jaarlijkse vakantie met mijn ouders naar Spanje. Ik genoot van de kruidige Mediterraanse bodem, de bergen en de zee. Ik had heel sterk het gevoel, hoe onwaarschijnlijk, onrealistisch en belachelijk dat ook klonk, voor mijzelf incluis, dat de job die ik nodig had gewoon naar me toe zou komen. Ik had helemaal geen zin in het schrijven van sollicitatiebrieven. Als ik erover onder druk werd gezet, kon ik niet eens zeggen waar ik eigenlijk voor zou willen kandideren.

Augustus liep ten einde en mijn moeder werd nerveus. “Een job komt echt niet aan de deur bellen. Schrijf op zijn minst een paar brieven naar scholen in de buurt”, suggereerde ze. “Lesgeven is altijd een optie.” Het voelde weinig aanlokkelijk, maar aangezien ik niets beters te doen had of kon voorleggen, schreef ik handvol droge brieven. Het was geen verrassing dat er geen antwoord kwam.

Mijn moeder werd steeds ongeruster. Ik bleef herhalen – god weet waar die kalme overtuiging van mij vandaan kwam – dat het wel naar mij toe zou komen. Je had me niet kunnen vragen wat ik daar precies mee bedoelde, maar ik had eerlijk waar het gevoel dat dat zo was.

30 augustus. De deurbel.
Op onze drempel: een kennis die wiskunde gaf op een van de lokale middelbare scholen (niet eentje die ik aangeschreven had).

Had ze het juist dat ik afgestudeerd was met een diploma Engels en Nederlands? En had ik nog geen werk? Nee? Perfect! Kon ik alsjeblieft komen lesgeven? Ze was bezig de lessenroosters op te maken voor het nieuwe jaar op haar school, en ze hadden heel dringen iemand met een universiteitsdiploma nodig die voor vijftien uur per week Engels en Nederlands kon komen geven.

Ik ging er de volgende dag naartoe, kreeg de job en bleef een heel jaar. Mijn moeder bekeek me met een mengeling van ongeloof en bewondering: “Ik zal jou nooit meer tegenspreken.”

Het jaar daarop veranderde ik van school, en daar gaf ik meer dan tien jaar les. In die tijd publiceerde ik vier adolescentenromans, tot het moment kwam om te vertrekken en echt werk te maken van leven van mijn pen.

 

Wintergroen_004 ed klein
(c) KV

 

Op dit moment voel ik me op een gelijkaardig kantelpunt in mijn leven staan.

Heel deze herfst- en winterperiode zijn mijn persoonlijke en professionele omstandigheden aan een razend tempo aan het veranderen, en ik voel me bij momenten overweldigd, onzeker en duizelig. Ik kan geen hand voor ogen zien op dit hobbelige pad. Ik zou net zo goed op de rand van een hoge klif kunnen staan, te voelen aan de hoogtevrees die van alle kanten aan me trekt.

En toch, eens te meer, door dat alles heen, die zekerheid.
Het zal naar me toe komen.

Ik heb het universum de uitnodiging gestuurd, en ik weet dat mijn vraag gehoord is. En nu komt het mijn richting uit, wat het ook is, hoe het er ook uitziet, deze volgende stap, deze nieuwe etappe van de reis, de nieuwe professionele uitdaging, het licht aan het einde van de tunnel… Ik zal geen zware moeite hoeven te doen om er naar op zoek te gaan. Het zal zich aan mij komen presenteren. Het zal aan mijn deur komen bellen, eenvoudig en perfect en precies wat het moet zijn, net zoals het dat al eens eerder heeft gedaan.

Met dit ronduit bijzondere gevoel in mijn achterhoofd, krijgt elke vraag die ik dezer dagen krijg, elke suggestie die mij gedaan wordt, een ander aanschijn.

Ik lees voor op een boekpresentatie en er wordt mij gezegd dat ik zo’n mooie stem heb – misschien kunnen wij iets samen doen? Nou en of!

Ik krijg de vraag, na zeven jaar, om in het kader van een internationale uitwisseling een schoollezing te gaan geven over wat wellicht mijn beste boek tot nu toe is. Ja, graag!

Op een feestje ontmoet ik een veerman, een tedere ziel die met zijn boot vele malen per dag het water oversteekt van de getijdenrivier die de streek domineert waar ik woon. En diezelfde avond stelt mijn creatieve bloedbroeder Jurgen voor om samen een Zaailing te maken over ‘oversteken naar 2018’, waarvan we er een aantal als heuse nieuwjaarskaartjes zullen versturen. Niets liever!

Ik word gevraagd om de verantwoordelijkheid en het eigenaarschap van de Story Hall pagina (waar ik op Medium samen met een hele groep andere mensen al mijn Engelstalige stukken publiceer) over te nemen van de man die ze in het leven riep. Omdat hij zich zorgen maakt dat er mogelijk iets aan hem gebeurt en die hele pagina dan plat valt. Omdat ik jong ben, gemotiveerd en geëngageerd, en dat mijn werk mij ernst is. Wil ik dus alsjeblieft eigenaar en beheerder worden van die pagina waarop zoveel mensen dagelijks het beste van zichzelf geven?

Ik heb ja gezegd.

 

Wintergroen_052 ed klein
(c) KV

 

Ik voel me heel dankbaar en vereerd, en ik vind het, zelfs voor wat in wezen vrijwilligerswerk is, een serieuze verantwoordelijkheid. Maar het voelt ook helemaal juist, nog sterker zelfs dan toen die betrekking in het onderwijs twintig jaar geleden aan mijn deur kwam bellen.

Ik heb geen flauw idee wat er zo nog allemaal op mij af gaat komen. Ik weet alleen dat het eraan komt, onverwacht en in totaal vertrouwen. En ik zal het aannemen.

Toekomst, waar je ook bent, mijn deur staat open. Je hoeft zelfs niet te kloppen of aan te bellen.

Kom maar meteen binnen. Ik kan niet wachten om je te ontmoeten.

 

Wintergroen_048 ed cut klein
(c) KV

Zoals het hoort

Hoe klein zijn we.
Hoezeer verbonden met anderen.

Dit is zoals het hoort.

Wazig_019 ed klein
(c) KV

Maar hoe navigeren we langs hun stiltes?
Hoe verstaan we wat niet wordt gezegd,
horen de nooit uitgesproken woorden,
beroeren de gevoelens die zachtjes wegglippen onder de oppervlakte

alsof ze er nooit waren?

We hebben geen andere keuze dan te vertrouwen
op de verbondenheid
van onze verweven voelsprieten
de diepere stromen
die, stil als fluisteringen, beweren

dat in de kern
alle dingen licht zijn
dat in het licht
alle stemmen zingen
uit dezelfde bron.

Dit
is
zoals het hoort.

Wazig_050 ed klein
(c) KV