STROOM is er!

Boekvoorstelling

 

Elke schrijver kent het moment.

Het spannendste ogenblik van de lange, lange weg naar publicatie (behalve misschien dat waarop een uitgever zegt dat hij je werk wil uitgeven): het moment dat je je boek voor het eerst in handen hebt.

 

 

 

STROOM is geen droom meer, maar een echt boek. En het is prachtig. Een kleinood, een juweeltje, een hebbeding. Jurgen Walschot en ik hebben er onze liefde, onze toewijding en ons zotte vertrouwen in gestopt. En kijk, dromen worden werkelijkheid. Met dank aan de uitgeverij van VOS (de Vlaamse Onafhankelijke Stripgilde) en een handvol mensen die als steunpilaar nauwelijks onderschat kunnen worden.

Een geboorte vraagt om een doop, toch?
Dus houden we STROOM boven de doopvont op een boekvoorstelling in Aalst op 13 september.

 

 

(Klik op de uitnodiging om te vergroten)

 

Vanaf begin september is onze droom in papiervorm verkrijgbaar in de boekhandel, of bij ons persoonlijk. Op vraag sturen we je het boek op. (Klik hier voor mijn contactgegevens of die van Jurgen.)

Nu rest ons alleen maar te vertrouwen op de stroom die ons zo ver gebracht heeft, en met of zonder nat pak te genieten van elke golf en het immer verrassende landschap achter elke bocht.

 

20180819_151832 klein

 

stempel_negatief

 

 

Advertenties

Een bewijs van moed

 

Pauw_007 ed klein
(c) KV

hier zijn we dan
met onze handen vol
hoop, ons hart
afgelijnd met licht

we reiken ernaar, zonder de zekerheid
ze ooit aan te raken, de vonk
die ons trof, die onze breekbare botten
moed influisterde

misschien blijven we eeuwig
ronddobberen en dromen
van vaste grond

als het erop aankomt
is liefde altijd een bewijs van moed

 

Pauw_001 ed klein
(c) KV

 

Twee keer kijken

Soms is schoonheid verblindend.
Soms niet.

 

Als we gevraagd worden naar wat we mooi vinden, dan gaan we snel voor het heftige en dramatische: de enorme waterval, de adembenemende zonsondergang, de multigefacetteerde waaier van pauwenpracht.

 

Terugreis_065 (2) klein
(c) KV

 

Soms is schoonheid zo krachtig dat ze bijna verblindend is. Maar lang niet altijd.

Ik merk dat ik vaak de zachtere nuances apprecieer, die we nogal eens schouderophalend terzijde schuiven. Hoe de smaragdgroene kraag van de vrouwtjespauw afsteekt tegen de rest van haar bescheidener verenkleed, bijvoorbeeld. Hoe subtiel ze schrijdt, hoe gereserveerd en elegant ze is.

 

Terugreis_044 ed cut klein
(c) KV

 

Soms vragen de mooiste dingen dat je twee keer kijkt, en stil wordt vanbinnen.

 

Terugreis_033 ed cut klein
(c) KV

La Falaise des Vautours

Voorspelbaar, nietwaar?

Als je mijn blog een beetje volgt, dan weet je dat ik een voorliefde heb voor gieren, vale gieren in het bijzonder. Dus toen ik ontdekte dat er in de lagere Pyreneeën een plek was die la Falaise des Vautours heet, twee uur westwaarts van Gavarnie, werd dat meteen een volgende stop op onze trip door de bergen.

Het schitterende weer van onze bergwandeling bleef niet duren – de dag van onze overweldigende ontmoeting met de Cirque de Gavarnie bleek in feite de enige zonnige. Tegen de tijd dat we de dorpjes van Aste-Béon bereikten en parkeerden aan het gierenmuseum aan de voet van de kliffen, waren de wanden maar half zichtbaar doorheen de laaghangende laag wolken. Het zorgde voor wat mooie foto’s in Japanse sfeer.

 

IMG_1559 (2) klein
(c) KV

 

In dit weer wist ik wel beter dan hoge verwachtingen te koesteren, maar toen…

 

IMG_1571 (3) klein
(c) KV

 

Daar waren ze.

 

IMG_1576 (2) kleinIMG_1612 (2) klein

 

We zagen er op een gegeven moment wel vijftien of twintig tegelijk rondcirkelen, in die typische, langzame kringen, met hun enorme vleugels (2,5 meter!) uitgestrekt, koninklijk en moeiteloos gedragen op de thermiek.

Toen het lokale milieubeschermingsprogramma in de jaren zeventig uitgerold werd, broedden er veertien koppels op de kliffen, en hun aantallen slonken zienderogen. Vandaag biedt de Falaise des Vautours een thuis aan honderd broedparen van de vale gier, en zowel de kleinere Egyptische gier als de nog grotere rode gypaète (lammergier) zijn er met vaste regelmaat te gast.

Hoeveel zegeningen kan een mens krijgen op één bergtrip, vraag ik me af.

 

IMG_1568 (2) klein
(c) KV

 


 

Voor een beter zicht op de foto’s, klik hier.

Een thuis voor de ziel #2

IMG_1428 (2) klein
(c) KV

 

“En wanneer ik die andere plek vind waarnaar ik lijk te zoeken, onbewust, onophoudelijk, dan zal ik weten dat mijn zoektocht voorbij is.
Ik zal mijn boot naar de kust sturen, aan land gaan, en nooit meer weg willen.”

 

Zo schreef ik het een jaar geleden in Een thuis voor de ziel. Nieuwe plaatsen ontdekken confronteert mij telkens weer met hoezeer de overbevolkte, drukke nevelstad die Vlaanderen steeds meer wordt, ingaat tegen wat mijn ziel verlangt en nodig heeft. Er zijn weinig dingen die mij zo gelukkig kunnen maken als het zicht op een beboste heuvel, een riviertje met rotsbedding, een glooiende horizon zonder gebouwen of andere menselijke constructies om het uitzicht te bederven. Telkens weer betrap ik mezelf op de gedachte: als ik hier maar wat meer van kon hebben in mijn dagelijks leven!

Terugkeren naar huis is daarom zelden een heuglijke gebeurtenis. Om eerlijk te zijn weet ik wel niet echt zeker of het het einde van de vakantie is dat ik betreur, of alleen de onvermijdelijke terugkeer naar Vlaanderen. En zodra ik mijn dagelijkse routine van werk, familie en vrienden weer opgenomen heb, raak ik ook weer snel gewoon aan mijn omgeving. Zo slecht is die tenslotte ook weer niet. En hoezeer ik mijn hart ook voel zwellen bij het zicht van een bergtop in de ochtendzon, ik weet wel beter dan te denken dat ik geschikt ben voor het leven in een hooggebergte. Wat zou ik daar moeten gaan doen, geiten hoeden? Kaas maken? Een B&B openen? Ik heb al een grondige hekel aan de huishoudelijke klussen in ons gezinnetje van drie! Schrijven kan ik natuurlijk overal, maar ik verdien op dit moment nog geen fractie van wat ik zou nodig hebben om er drie mensen van te onderhouden. Kortom: een mens moet verstandig zijn, nietwaar?

Op onze reis door Italië ontmoetten we vorig jaar een Belgisch koppel dat mijn tegenzin voor huishoudelijkheid niet deelt, en effectief een B&B opende in een charmant Middeleeuws dorpje. Onze gastvrouw vertelde me toen hoe ze had gehuild toen ze na haar eerste bezoek aan de plek opnieuw moest vertrekken. “Ik wilde niet weg”, zei ze. “Alles in mij wilde hier blijven. Het voelde alsof ik weggerukt werd van de plek waar ik thuishoorde, waar mijn ziel thuis was.”
Haar woorden vormden de inspiratie voor de blog van vorig jaar, want ik was best jaloers op haar. Ik was nog nooit een plek tegengekomen die me zo’n gevoel gegeven had. Ik voelde me zelfs verlorener door haar verhaal, ook thuis. Maar het maakte mij wel bewuster.

Nu heb ik, voor het eerst, een gelijkaardige ervaring gehad.

 

IMG_1394 (2) klein
(c) KV

_ _

We wilden deze zomer weer een korte trip naar de bergen maken. Van mijn Franse schoonbroer, die ons twee jaar geleden al eens meenam naar de Pyreneeën, hoorden we dat de Cirque de Gavarnie beslist een bezoek waard was.
Wij hadden er nog nooit van gehoord, maar de plek bleek Unesco Werelderfgoed te zijn, en te oordelen naar de foto’s online was het inderdaad erg mooi: een keteldal aan de voet van de eeuwig besneeuwde toppen van de Pic du Marboré en le Taillon, met een tapijt van alpenweide naan hun voeten, onophoudelijk bevloeid door watervallen van smeltsneeuw.
Omwille van haar schoonheid en faam is de Cirque een populaire bestemming, zowel voor dagjestoeristen die de wandeling van een viertal kilometer naar de bodem van het keteldal willen maken, als voor meer ervaren bergwandelaars op doorreis of die naar een van de nog hoger gelegen meren willen klimmen.

Het dorpje Gavarnie, toegangspoort tot het keteldal, ligt aan het einde van een doodlopende weg. Iedereen die er heen rijdt, moet uiteindelijk terug langs herzelfde smalle kronkelweggetje met de rotswand aan een kant en het tumultueuze bergriviertje Gave aan de andere. Het is bij momenten nogal veel verkeer voor één smal baantje. Wij kwamen aan op het einde van een regenachtige dag, en we leken de enigen die nog naar boven wilden. Een onophoudelijke stroom van auto’s, bestelwagens en bussen kwam ons tegemoet, op hun weg naar beneden. Het weer was omgeslagen, dus de massa maakte zich uit de voeten. Het had iets van oproeien tegen de stroom.
Maar tegen dat we ons avondeten op hadden in wat nu weer een zeer rustig klein bergdorpje was, verdampten de wolken en kregen we een eerste blik op de majestueuze wanden van de Cirque in de verte, beschenen door de avondzon.

De volgende dag hadden we stralend weer. Helderblauwe lucht, aangename temperaturen om te wandelen. Dankzij de tip van een ander koppel in dezelfde Bed & Breakfast besloten we om niet de stroom van wandelaars te volgen langs de hoofdweg naar de Cirque, maar om een langere tocht te maken. Daardoor klommen we eerst een paar uur (400 meter niveauverschil, wat ons tot op ongeveer 1800 meter hoogte bracht), en de rest van de wandeling konden we op dezelfde hoogte blijven, en vervolgens geleidelijk wat afdalen, door bossen en langs kliffen. Het werd de mooiste wandeling die ik ooit maakte.

Het Parc National des Pyrenées heeft een ongelooflijk rijke fauna en flora, die voortdurend verandert al naar gelang de hoogte. Hellingen vol blauwe irissen, paarse campanulaklokjes, helleborussen die amper uitgebloeid waren, elegante witte schermbloemen, verschillende soorten varens en volop bloeiende vetplanten, een taai soort beuken, gigantische pijnbomen en grillige dwergdennen, allerlei planten die ik kenden en nog veel meer die ik niet kende, uitbundig bloeiend in de weiden of halstarrig omhoogschietend uit rotsspleten.

 

 

We picknickten op een lommerrijk plekje langs het pad, met onze rug naar de rots en voor ons een uitzicht waarmee niet te concurreren valt (tweede foto van deze blog). Kort na de middag kwamen we ten slotte aan bij de Cirque.

Het was er druk. Aan de mond van het keteldal, waar het makkelijke pad eindige dat door de meesten gevolgd werd, stond een heus hotel met bar en restaurant. De rust van het eenzame bergpad maakte meteen plaats voor iets wat veel toeristischer aanvoelde. We dronken een glas in de schaduw, en keken toe hoe de wandelaars de laatste meters van het pad aflegden, sommigen zelfs te paard of met een ezel aan de hand, met daarop een kind. Het contrast met onze tocht kon niet groter zijn. (We vragen ons trouwens nog steeds af hoe dat hotel er ooit in slaagt bevoorraad te worden, want zelfs het ‘makkelijke’ pad is ongeschikt voor zowat elke vorm van gemotoriseerd vervoer.)

Ik ben gewoonlijk de eerste om te vluchten voor dit soort drukte. De energie van te veel mensen samen op één plek overstemt al te vaak het natuurlijk gevoel van een locatie, en het landschap wordt gedegradeerd tot decor. Meestal vertrek ik van zo’n plek met iets van teleurstelling dat wij mensen niet beter weten en er niet in slagen zoiets moois met rust te laten.
Het verraste me dus wel dat de troep kleurrijke wandelaars me in het geheel niet stoorde. Ik was me wel bewust van hun aanwezigheid, maar alle dingen die drukte een uitdaging maken voor mij (lawaai, nabijheid, teveel mentale en emotionele stoorzenders op te veel verschillende frequenties) leken hier niet van toepassing. Hoeveel volk er ook rondliep, de omvang van het landschap overklaste alles moeiteloos.

 

IMG_1459 (2) klein
(c) KV

 

Dat gevoel bleef aanhouden toen we het keteldal zelf in gingen. Daar liepen ook heel veel mensen, op het pad of ergens ernaast, onder meer omdat de route die naar de voet van de grootste waterval leidde niet bepaald helder aangeduid stond. Blijkbaar moesten we daarvoor zelfs een stuk gletsjer over, en omdat dat niet duidelijk was en ik er niet gerust op was om zo’n breed stuk ijs over te steken, kwamen we terecht langs de verkeerde kant van de Gave (op dat punt weinig meer dan een woeste, brede bergbeek, maar niettemin niet veilig over te steken) en hadden we de keuze: een heel eind terugkeren en toch over die gletsjer heen, aansluiten in het rijtje mieren van wandelaars in de verte, of blijven waar we waren en van het uitzicht genieten. We kozen voor het laatste.

 

IMG_1492 (2) klein
(c) KV

 

Ik zat op een groot rotsblok een eindje boven het riviertje, en keek naar de immense rotswanden en het water dat zich van alle kanten over hun randen naar beneden stortte. Ik kreeg het gevoel dat er niets was wat dit dal van zijn stuk kon brengen. De rotsen, oprijzend vanuit de wortels van de aarde, leken in staat om de wereld zelf te torsen. De watervallen zorgden voor een stromend element, en de wijsheid van loslaten. Het voelde als een perfect yin-yang evenwicht, een immens krachtige plek, onophoudelijk veranderend, tijdloos.
Zwarte kraaiachtigen met gele bekken vlogen als acrobaten op de wind die ook de namiddagwolken meebracht. Bloemen groeiden onverstoorbaar in rotsspleten. De rivier zong zijn luidruchtige lied, ongehinderd door wat voor zwerfkeien of steenbrokken dan ook. En de grote waterval waar we naar keken, aan het andere eind van het dal, veranderde van gezicht met elk wolkje dat passeerde.

Soms kan een plek zo groot en zo juist zijn dat al wat je wil, is om er op een of andere manier deel van te mogen uitmaken.

 

IMG_1504 (2) klein
(c) KV

 

_ _

 

Vanmorgen hadden de wolken het hele dal van Gavarnie gevuld met dikke, grijze mist. We konden amper de auto op de oprit onderscheiden. De Cirque, ver weg hogerop, was totaal onzichtbaar. Ik voelde het aan me trekken terwijl ik bij de voorbereiding van ons vertrek de tassen in de koffer van de wagen stak: het gevoel dat ik niet weg wilde.
Ook dit verraste mij. Rationeel gezien was er niets voor mij op deze plek, in dit kleine bergdorpje dat alleen leek te bestaan bij de gratie van eindeloze stromen wandelaars in de zomer en skiërs in de winter.
Op elke andere plaats zou ik mijn schouders opgehaald hebben en gedacht: mooie wandeling, prachtige berg, misschien komen we hier nog wel eens terug, maar nu: wegwezen! Of zelfs iets van teleurstelling: nee, hier is het ook niet, de plek die ik zoek.
Dit keer was het anders.

Terwijl ik de auto langzaam langs het smalle baantje stuurde, stroomafwaarts mee met de Gave op weg naar lagere heuvels, voelde ik hoe mijn aarzeling groeide tot droefheid. Ik wilde niet weg. Iets in deze rotsen, in deze rivier, sprak tegen mij op een manier die ik nog nergens anders had ervaren. Vertrekken voelde als een navelstreng doorknippen, met dat verschil dat menselijke navelstrengen bedoeld zijn om door te knippen als het kind wil kunnen leven, en dat deze verbinding verbreken helemaal niet juist voelde.

Het was duidelijk: dit was wat mij betrof geen plek als de andere. Dit was, om een of andere ondefinieerbare reden, thuis.

Ik weet nog niet hoe ik aan de slag zal gaan met deze ervaring, en wat de invloed ervan op mijn leven zal zijn. Wat ik heb gevoeld, is bijzonder genoeg om een belangrijk verschil te maken.
Op dit moment koester ik gewoon het feit dat ik me triest en een beetje verloren voel, op een heel andere manier dan vroeger. Want er bestaat ten minste één plek op aarde, weet ik nu, waar ik mij niét verloren voel.

Nu mijn ziel weet wat het is om thuis te zijn, wordt door de wereld dwalen op een of andere manier iets makkelijker te verdragen.

En wie weet waar het volgende pad heen leidt.

 

IMG_1482 (2) klein
(c) KV

x

ZAAILING #35 – Handgeschept

Een Zaailing voor de lange, lome dagen waarin we ons hoofd mogen leegmaken, en ons lichaam mogen toevertrouwen aan datgene wat zoveel beter dan wij weet waar alles heen gaat…

 

 

 


 

 

Handgeschept Page1 klein

 

Handgeschept Page2 klein

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.

Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Verbranden en herrijzen

De overvloed van de Zomerkring

 

Zomerkring_019 ed cut klein
Zomerkring-maan, in het gezelschap van Jupiter (c) KV

 

De heel bijzondere ervaring van mijn Zielskring afgelopen najaar bleef nog lang doorzinderen. De hartverwarmende verbondenheid en het vertrouwen dat in minder dan een paar uur groeide tussen een aantal mensen – vaak volslagen vreemden voor elkaar – die kennismaakten tijdens de rituele bijeenkomst om mijn veertigste verjaardag te vieren, gaven mij het gevoel dat ik dit soort ontmoetingen vaker moest organiseren.
Dus toen 2018 zijn intrede deed, besloot ik om niet één maar vier Kringen te houden dit jaar. Seizoenskringen.

Ik polste eerst even bij mijn man of hij dat wel oké vond. Hij had helemaal achter de Soul Circle gestaan, en dit idee bleek hem ook aan te spreken. Ik ben overduidelijk de spirituele in dit huishouden, maar die kant van mij heeft hem altijd aangetrokken, ook als dat wat ‘stretchen’ betekent, en hij ondersteunt een initiatief als dit graag op een praktische manier. Het is een bijzonder fijn soort teamwork dat ons samen gastheer en gastvrouw maakt, op een manier waar we ons allebei goed bij voelen.

Ik ben het principe van ‘de juiste dingen op het juiste moment’ redelijk radicaal gaan omarmen. Elk mailtje met een bevestiging van komst werd even warm ontvangen als de berichten die zeiden ‘heerlijk idee, bedankt voor de uitnodiging, maar ik kan er dit keer niet bij zijn’. Mijn lijst van verwante zielen is ruim, mijn armen zijn lang en open, en ik ben niet van plan die op wat voor manier dan ook in te perken.

Het basisconcept was gelijkaardig aan dat van de Zielskring: een samenkomst die begint met een rituele kring waar we een symbolisch onderwerp aansnijden, gevolgd door een informele maaltijd en gezellig samenzijn. De gasten zorgen voor eten (altijd een verrassing), wij als gastheer en -vrouw zorgen voor drank en logistiek. Het is een fantastische formule, en ze werkt elke keer. Minimale kosten, maximaal plezier voor iedereen. Het grote verschil met de Soul Circle was natuurlijk dat deze kring in het teken van de deelnemers zou staan, en dat het niet om mij draaide. Ik zou begeleider zijn, gids misschien, maar beslist niet het centrum van alle aandacht.

Begin maart hield ik dus de eerste bijeenkomst, de Lentekring. De winter had Europa op dat moment nog stevig in zijn greep, en de dag zelf lag het buiten letterlijk vol sneeuw. Maar tegen de middag had een helder zonnetje alles helemaal laten wegsmelten…

De seizoenen zijn zeer rijk aan symboliek, dus ik moest een focus kiezen die gepast voelde voor dat moment. Voor de Lentekring koos ik voor het beeld van het zaad of de knop, die wachtte in het duister tot het tijd was om te ontkiemen: een afscheid van wat voorbij was, van duisternis en lange, langzame groeiprocessen, en een uitnodiging om open te bloeien, aangeraakt te worden door het licht, en te ontluiken.

 

Prille lente_028 ed cut klein
Eerste aarzelende tekenen van de lente, maart 2018 (c) KV

 

We waren met een bescheiden groep in onze woonkamer, maar ik stond er toch versteld van hoe het vertrouwen en de rauwe eerlijkheid er zowat onmiddellijk weer waren tussen mensen die elkaar niet of nauwelijks kenden. De meditatie die ik geschreven had om te werken met het beeld van het zaad bleek bijzonder krachtig, en elke deelnemer ging naar huis met een ervaring die werkelijk iets voor hem betekende, en met wat meer licht en bewustzijn in een stukje van hun persoonlijke proces.

Ik voelde me vereerd, maar ook bijzonder onzeker. Dit was zulk onbekend terrein. Welke keuzes waren de juiste om de processen van de aanwezigen een beetje te ondersteunen? Waarop moest ik focussen, wat moest ik laten voor wat het was, of beter in de hand houden? Zelfs al was de Lentekring echt wel een succes te noemen, ik voelde me naderhand toch niet in feeststemming. Ik had naar mijn gevoel nog zoveel te leren… Het zou wat tijd vragen om alles te laten zakken, en dan met een schone lei opnieuw te beginnen.

 

Intussen is het hoogzomer. En een week geleden, juist na de zomerzonnewende, hield ik mijn Zomerkring.

Ik beken: ik had een hele tijd koudwatervrees om erin te duiken. Ik was nog altijd niet overtuigd dat ik dit wil kon. Maar na de lange, lange, grijze winter leken we de lente zowat over te slaan en plots was de natuur overal zo overvloedig aanwezig dat het onmogelijk was om er niet door geraakt te worden. Ik zat op ons terras, onder de eikentakken, en keek naar de jonge meesjes die af en aan vlogen en gulzig rond de pindasilo zwermden, en het werd me duidelijk dat waar ik het over wilde hebben dit keer overvloed was.

Jonge zomer_007 ed klein
Enthousiaste klimop die goed op weg is om niet alleen het raam maar de hele woonkamer in te palmen… (c) KV

Onze tuin is niet zo heel groot, maar hij is weelderig. Naar Belgische maatstaven is het een halve wildernis. We wieden wel, en we zorgen voor de planten die ons lief zijn, maar op ons kleine perceel laten we bijzonder veel ruimte voor wilde hoekjes en volwassen bomen en struiken die hun goesting mogen doen. Dat betekent dat we meestal het gevoel hebben in een bos of een boomhut te wonen: we zien takken en groen uit elk raam. We houden daar heel erg van, ook al moeten we soms toch een beetje snoeien…

Dus het werd de tuin en het gevoel van overvloed, voor deze Zomerkring. Zodra ik die insteek had, kwam de rest vanzelf. Ik hoefde maar het minimum voor te bereiden. En na een grijze, koude week was het weer plots opnieuw zalig: zonnig maar niet te heet. We konden de hele kring buiten houden, net zoals ik gehoopt had.

We zaten in het meest beschutte deel van de tuin, en ik introduceerde het idee van overvloed, vuur en groei. In de uitnodiging had ik een citaat uit Walter de la Mares gedicht ‘Under the Rose – the Song of the Wanderer’ gezet, vertaald door Tonke Dragt:

En ik, ik heb het Woud betreden
Waar, in vlammen roze en goud
Verbrandend, en herrijzend steeds
De Feniks zich ophoudt

 

Tuin juni_041 ed cut klein
(c) KV

 

Branden, zonder te angst om op te branden – want uit de as herrijzen we. Groeien, en bloeien, en vrucht dragen, in volle overvloed… Alles wat binnen in onszelf groeit en rijpt durven vertrouwen. Vlam te zijn, en vuur, en zo helder te schijnen als we kunnen. Omdat we dat verdienen. Omdat we de wereld zo een plek met meer licht maken…

Ik las een mooie zonnewende-meditatie voor van Cait Johnson en Maura D. Shaw uit Celebrating the Great Mother, een tekst die ik pas een week voor de bijeenkomst voor het eerst las, en die op wonderlijke wijze alle beelden in zich droeg waarmee ik me eerder had voorgenomen te werken.
Ik had een grote, lege, houten kom voorzien, en allerlei tuingereedschap klaargelegd waarmee kon geknipt en gesnoeid worden. Er werd gegrapt dat ik mijn gasten hierheen gelokt had voor een middag tuinonderhoud.
De echte bedoeling was om hen allemaal onze uitbundige tuin in te sturen om te plukken, te verzamelen of af te knippen wat hen persoonlijk riep als een symbool van hun eigen innerlijke overvloed, en het punt waarop ze zich in hun eigen evoluties bevonden.

(Grappig #1: toen ik deze nogal ongewone oefening bedacht, betrapte ik mezelf erop dat ik dacht: zou ik niet beter zeggen dat ze een beetje voorzichtig moeten zijn met de rozen, of dat ze die of die struik misschien beter niet helemaal kaalplukken? Ik kon alleen maar grinniken om mijn behoefte aan controle. Als je iemand overvloed wil laten ervaren, dan moet je niet beginnen met waarschuwingen, maar er juist op durven vertrouwen dat wat hij mee terugbrengt naar de ceremonieschaal ook echt juist is. – Ervaring leerde me trouwens dat als je zo’n opdracht geeft mensen zelden voor de mooiste bloem gaan. Ze worden aangetrokken tot iets wat hen roept, om een heel persoonlijke reden, en dat kan net zo goed onkruid zijn… Ik zette dus geen beperkende grenzen, en zei mijn gasten dat ze zelfs dingen met wortel en al uit de grond mochten trekken, als dat juist voelde – behalve de bomen misschien. (Meer gelach.) Ze hoefden niet te aarzelen of te twijfelen, de tuin had meer dan genoeg te bieden.
Grappig #2: toen ik mijn man vertelde over mijn plannen, verwoordde hij precies dezelfde schrik als ik had gehad! Van gelijkgestemde zielen (of controlefreaks) gesproken… Toen ik mijn inzichten met hem deelde, lieten we het allebei gewoon voor wat het was, vertrouwden en lieten het gebeuren. En natuurlijk werd onze tuin niet gemolesteerd… 😉 Integendeel, ik was echt blij om te zien dat een van de gasten het had aangedurfd om een takje van de appelboom te knippen, met één groen, onrijp appeltje eraan. Bravo!)

We verzamelden de symbolische ‘oogst’ in mijn grote schaal, en beschreven ieder wat die voor ons betekende.

 

35927136_1103642173122832_369300336290037760_n

 

Er waren verhalen over durven bloeien, over aarzelend groen fruit dat langzaam rijpte, over kleuren en wilde scheuten die kracht en houvast boden in tijden van twijfel. We deelde ervaringen, leerden van elkaar, vertrouwden en steunden elkaar. We lieten ons licht schijnen en durfden opvlammen, zonder bang te zijn om op te branden. Want uit de as verrijst de Feniks…

Achteraf deelden we een heerlijke maaltijd, en het was hartverwarmend om te zien hoe een aantal mensen, die elkaar misschien een of twee keer ontmoet hadden, opnieuw connecteerden, en hoe nieuwkomers zonder moeite een plekje vonden in het geheel.

Mijn bedoeling met het houden van deze Kringen was om vertrouwen en verbondenheid tussen mensen een voedingsbodem te geven, en tegelijk een opening te creëren voor persoonlijke groei. Na deze Zomerkring begin ik het zowaar te geloven dat het mij lukt.

Ik kijk nu al uit naar de Herfst.

 

Zomerkring_112 ed klein
Zomerkring-maan, in het gezelschap van Jupiter (c) KV

 

Zonder angst bestaan

 

Rookkwarts_024 ed cut klein
(c) KV

 

Je kunt het vreemd noemen, dat ik bang opgroeide. Want ik was slim en getalenteerd, en ik woonde in een liefdevol gezin dat mij koesterde en ondersteunde, in een land dat meisjes zoveel rechten en vrijheden geeft als er deze dagen op de planeet maar te krijgen zijn. Maar zelfs slimme, getalenteerde meisjes hebben angsten, en zelfs liefdevolle gezinnen hebben scherpe kantjes. In ons geval was een daarvan perfectionisme en alle oordelen die daarbij kwamen kijken. Ik schreef al eerder over die uitdaging.

Terwijl we opgroeien, interioriseren we bepaalde waarden op basis waarvan we onszelf ten slotte gaan beoordelen. We vrezen dingen die mogelijk nooit echt zullen plaatsvinden omdat ze intussen zo diep in ons geloofssysteem verankerd zijn als werkelijke doemscenario’s.

Een van mijn oude angsten, die behoorlijk stevig verankerd ligt, is dat ik de mensen die ik graag zie zal verliezen als ik mijn ware kleuren blootleg, mezelf toon aan de wereld zoals ik werkelijk ben.
Nu is dat niet bepaald iets uitzonderlijks. Dit is een angst die ‘maar’ gedeeld wordt door pakweg de halve planeet, schat ik… (als het niet de hele is). Maar zoals iedereen die ze kent en er op zijn of haar eigen manier mee kampt je kan vertellen: het is een uitdaging van formaat.

Ik heb de afgelopen weken een paar gelegenheden gekregen om ze te overstijgen.

Een daarvan gaat over een kwestie binnen de familie. Misschien schrijf ik daar later nog over, maar nu is het daarvoor niet het moment. En andere had te maken met de hele heisa rond de werkbeurzen van het Vlaams Fonds voor de Letteren.

In beide gevallen voelde het als een uitdaging om mijn plaats in te nemen. Niet om een of ander gevecht aan te gaan, wat mij betreft was er geen sprake van Juist of Fout. Maar beide voorvallen waren persoonlijk belangrijk voor mij, omdat ze de uitdaging inhielden om mezelf te tonen en mijn mening onder woorden te brengen. Zonder anderen aan te vallen, maar ook zonder verontschuldigingen of mezelf dubbel te plooien.

Wat betreft de storm in Letterenland kwam het wat mij betreft hierop neer: ik kon de frustraties en teleurstelling van een aantal schrijvers die zich ten onrechte aan de kant gezet voelden begrijpen, maar ik wilde ook het systeem verdedigen. Elke procedure kan doorgelicht en verbeterd worden, elke organisatie moet de fairness hebben om zaken te verbeteren als blijkt dat er fouten gemaakt worden, en de stemmen van sommigen mogen in dit debat beslist luider klinken. Maar ik wilde vooral pleiten voor nuance, wederzijds begrip, en bruggen proberen te bouwen.

Een lang antwoord op een Facebookbericht vormde de basis voor wat een nog veel langere blog werd. In beide gevallen had ik het gevoel dat op de ‘publiceer’-knop duwen ongeveer hetzelfde was als mijn hoofd op het hakblok leggen. Maar dankzij die strubbelingen in de familie was er wel iets veranderd in mij. Ik voelde me sterker verbonden met mijn innerlijke kern dan ik ooit gedaan had, met een nieuw soort kracht die door mij heen stroomde, en ik besloot gewoon mijn ogen dicht te doen en te springen. Ik postte het antwoord op Facebook, ik schreef de blog.

 

Rookkwarts_008 ed cut klein
(c) KV

 

In de loop van de dagen die volgden, bekeek ik de antwoorden en lezersaantallen met iets van ongeloof, en daagde het besef dat ik hiervoor níet afgeschoten zou worden. Integendeel: de online conversaties bleven grotendeels beschaafd, en ik kreeg berichten van collega-schrijvers die me prezen voor mijn genuanceerde benadering van een stekelige discussie.

Van de andere kant kon ik een aardig logboek bijhouden van hoe onzeker ik nog altijd was om op deze manier in het openbaar mijn mond open te trekken, en bij momenten snakte ik naar een of andere Externe Autoriteit die een oordeel zou vellen over juist of fout. Ik kan het aantal keren niet meer tellen dat ik dacht: ‘Ging ik nu niet te ver? Zou die-en-die nu niet kwaad worden op mij? Gaat die-en-die nu niet denken dat ik gewoon een grote amateur ben, of op zijn best een dwaze idealist? Wat voor recht van spreken heb ik eigenlijk?’

Maar op een of andere manier was die kern van kracht vanbinnen wel sterker dan al het innerlijk geklets – dat feitelijk gewoon mijn goeie ouwe Rechter was die nog eens een triomfdagje had en zich daarvoor bewapende met de meningen en commentaren van anderen.
Maar ik besefte, beter dan ooit, dat het hier gewoon een kwestie was van mijzelf en mijn geweten, en dat ik oprecht probeerde om eerlijk te zijn. Ik had het recht om mijn mening te verwoorden, in mijn eigen naam, en daarvoor te staan, of ze nu perfect was of niet, en wat de gevolgen ook waren.

Niet elk verhaal heeft een happy end. Het mag niet verbazen dat een aantal mensen niet zo blij waren met wat ik te vertellen had, hoewel er ook behoorlijk wat (onverwachte) blijken van steun en appreciatie kwamen. Maar mijn gevoel van overwinning was van heel persoonlijke aard.
Ben je ooit al eens zo lang onder water gebleven dat naar boven komen en door het wateroppervlak breken, snakkend naar adem, aanvoelt als een levensreddende bevrijding? Dit komt in de buurt.

Er is een lied van Bram Vermeulen waar ik van hou, een nummer dat ik pas leerde kennen op de anthologie die kort na zijn dood werd uitgebracht. Het heet Boven op de berg. Daarin beschrijft hij hoe hij, zelf een diep verlegen en aarzelend man, hoog op een bergflank de wolken boven zijn hoofd voorbij ziet drijven, de vallei onder zijn voeten ziet liggen, de wind voelt en de onverzettelijkheid van de rotsen waarop hij rust, en bewust tot een inzicht komt dat hij, naar eigen zeggen ‘al lang weet’: “Ik kan ook zonder angst bestaan.”

Dat is het punt dat ik stilaan bereik. Zo voelt het.

 

Rookkwarts_010 ed cut klein
(c) KV

 

 


Bovenstaande beelden zijn foto’s van een bol rookkwarts van ongeveer twee centimeter diameter, beschenen door de ochtendzon.

 

 

Het lied van Bram Vermeulen: