Het grote afscheid

Breuklijnen, een verlopen visum en een cadeautje

Ik sta al aan de auto met het pannetje als ik me bedenk. Ik keer op mijn stappen terug.

(c) Inaya photography



Ik kan het niet helpen, maar dit voelt als de zomer van het Grote Afscheid.

Het verleden is een land waar we plots niet meer naar terug kunnen. Ons visum ervoor is definitief verlopen en de enige manier waarop we het nog kunnen bezoeken, is in herinnering.

Natuurlijk staat het leven nooit echt stil. Er zijn onophoudelijk verschuivingen, er komen dingen bij en er verdwijnen andere. Maar wat ik nu voel, is dieper, breder, definitiever.

Covid-19 is een aardverschuiving die een barst in het landschap heeft laten ontstaan, zoveel is zeker. Maar er is meer aan de hand. Onderhuids voelt het alsof er een veel grotere verschuiving bezig is, waarvan het virus en al wat het meebracht slechts een zeer zichtbaar en goed herkenbaar symptoom aan de oppervlakte is.

Ik zie het overal, in grote en kleine dingen.



Ik neem afscheid van de jonge kindertijd van mijn zoon die onherroepelijk voorbij is.
Mijn relatie met (schoon) ouders bevindt zich op het kantelpunt van wie precies voor wie moet beginnen zorgen. De omslag is nog niet gemaakt, maar de robuustheid en kracht om alles te torsen die we vroeger bij hen vonden, ligt nu bij ons.
Het is duidelijk dat we voor het laatst naar de vakantieplek van mijn jeugd zijn geweest, die mij al sinds mijn kindertijd dierbaar is en waar we met onze zoon als zuigeling nog heengingen omdat het er zo weldadig rustig was. Ze is in naam van zogenaamde ‘ontwikkeling’ onder de voet gelopen door geld en vastgoed, en ik werd verscheurd door diepe heimwee naar de vroegere oase van kalmte en soberheid.

Ik mis de manier waarop we vorig jaar de boekvoorstelling van De serres van Mendel voorbereidden, en ik mis de dierbare mensen die ons begeleidden doorheen de eindredactie van dat boek. Ik mis het gevoel dat alles mogelijk was, en hoe vanzelfsprekend het toen was om een evenement te organiseren voor een kleine honderd man in een gesloten locatie.

Detail uit de live tekening van (c) Jurgen Walschot op de Boekenbeurs van 2019, een event dat dit jaar niet doorgaat en vorig jaar misschien voor het laatst in die vorm heeft plaatsgevonden.



Ik mis de samenleving zoals ik ze kende. Niet omdat ze perfect was, maar omdat ze vertrouwd was en het vertrouwde is altijd makkelijker dan iets nieuws, zeker als dat nieuwe gehavend aanvoelt.

En ik kan me niet van het idee ontdoen dat er heel veel mensen aan gelijkaardige processen bezig zijn. Mensen die onverwacht geliefden verloren en nu met uitstel moeten rouwen. Die plots hun werk kwijt zijn of van wie de jobsector op apegapen ligt en die een gedwongen nieuw begin moeten maken. Die van hoge tronen vallen en heel diep landen. Die plots zieke of behoeftige familieleden moeten verzorgen. Die omwille van de veiligheidsmaatregelen essentiële stukjes van hun leven nog altijd niet kunnen opnemen. Die de trauma’s van hun kindertijd onder ogen zien en de wereld en zichzelf met andere ogen bekijken.

Ik zie bewustzijn groeien, als een vlam in het duister. Ik zie een krachtige massa in opstand komen tegen de structurele onrechtvaardigheid die diepe, oude, etterende wonden heeft geslagen en verandering eisen. Ik zie hoe even diepe en oude angst en onwetendheid en onverdraagzaamheid zich steeds dieper uitzaaien als een ziekte.

Dit zijn geen kleine verschuivingen, dit zijn breuklijnen.

Detail uit de live tekening van (c) Jurgen Walschot



Soms hebben boeken, net als films, een tagline: een zin die een diep motief uit het verhaal blootlegt. Tijdens het schrijven van De wortels van de wereld werd het me geleidelijk duidelijk dat dit boek er niet één heeft, maar drie. En ze zijn alle drie even relevant voor ons leven vandaag.

  • Alles is met alles verbonden.
  • Sommige dingen kun je niet meten in lengte, maar in diepte.
  • Doodgaan is niet altijd slecht. Zo komt er ruimte voor iets nieuws.

De eerste is een echo van een idee dat geplant werd in De serres van Mendel en nu alleen maar pertinenter geworden is. De tweede raakte ik eerder al even aan in een eerdere blog. De derde is waarover het hier gaat.

Er komt ruimte voor iets nieuws. Of dat iets moois wordt of niet, dat weten we nog niet. We zullen het ermee moeten doen. Ik voel geen angst, en als ik al ongemak ervaar, dan is dat het gevolg van een niet-weten in verband met de toekomst.
Op dit moment voel ik alleen afscheid. Ik bezoek het land van mijn herinneringen, ik kijk naar de onverwacht afgesneden paden om mij heen. Ik zie het stof neerdalen en maak een inventaris op van wat er nog kan, of niet meer. Ik voel heimwee of verdriet of gemis, en ik laat dat toe. Dat volstaat voorlopig.

En soms komt het in de vorm van een cadeautje.

Het pannetje (c) Inaya photography



Mijn zus en haar man verhuizen van een mooi huurhuis naar een eigen woonst. Nog een fase die ten einde loopt, realiseer ik me terwijl ik ze help inpakken. Ze geven allerlei dingen weg. Potten en pannen onder andere, niet geschikt voor de inductieplaten van de keuken waar ze heen gaan.
In hun uitzet bevinden zich nog twee kleine steelpannetjes van gietijzer en twee kookpotten uit mijn moeders servies. Die wil ik graag. Ze vervolledigen het gedeelte van mama’s keukengerief dat ik zelf ooit kreeg.

Bij de pannetjes aarzel ik. Ik ben geen sausmens, ik zal ze nooit gebruiken, zeker niet in tweevoud. Maar ik wil er toch eentje. Een is wat blanker van bodem. Ik herken het donkerder patroon op de bodem van het andere, en ik sta weer als adolescent melk te warmen in dat pannetje, dat altijd op het randje van aanbrandde, en dat zwaar en heet was in mijn onervaren handen als ik de melk zonder morsen probeerde over te hevelen in een kop.

Het pannetje van mijn jeugd is een beetje gehavend, er is hier en daar wat verf weg, misschien iets wat lijkt op een roestplek. Ik kies het blankere pannetje. Als ik toch nog eens saus zou gaan maken, dan is dat misschien beter bruikbaar.

Ik sta al aan de auto als ik voel dat het niet klopt. Ik gá geen saus maken. Ik wil gewoon dat donkere bodempatroon kunnen blijven zien, omdat ik het herken, omdat het een tastbaar aandenken is van het land waarvoor ik geen visum meer heb. Ik keer op mijn passen terug en ga recht naar de keuken. Mijn zus knikt en glimlacht als ze ziet wat ik doe. ‘Ik herken het ook’, zegt ze.

Er mag ruimte komen voor iets nieuws. Dat is onvermijdelijk, en vaak ook wenselijk. Maar zelfs in een landschap van breuklijnen en versperde wegen, van ingestorte muren en neerdalend stof, wil dat niet zeggen dat er geen kleine aandenkens blijven om te koesteren.

Op de weg naar huis heb ik het pannetje op schoot. Mijn duim glijdt over een van de bekjes waarlangs je de vloeistof kunt uitgieten. De verflaag is glad. Ik aai erover, heel de weg naar huis. Ik neem afscheid.

Detail uit de live tekening van (c) Jurgen Walschot

Het enige spoor dat ik kan lezen

(c) DriftHangingGardens


Soms vrees ik dat ik verveel.

Toen ik een jaar of vijf geleden in ernst begon met deze blog, wilde ik er mijzelf als schrijver een beetje meer mee in de kijker zetten. Ik wilde er vooral artikels op publiceren die ik schreef voor het magazine waarbij ik toen in dienst was. Professioneel degelijke stukken. Bespiegelingen over de toestand van de samenleving, mijn onderbouwde opinie over sociale, politieke, ethische en ecologische toestand van de wereld. Nu en dan iets persoonlijks.

Het draaide anders uit.

Dit digitaal platform vervelde tot iets veel persoonlijkers. Dat ging vanzelf en toch ook weer niet.

Je moet een zekere afstand kunnen bewaren van onderwerpen als je er journalistiek over wil schrijven. Dat is niet mijn sterkste punt. Ik ben een veel emotioneler en meer intuïtief gedreven mens dan ik ooit objectief of journalistiek zal zijn. Het ene is niet beter dan het andere, dit is geen oordeel. Maar je moet wel weten wát je schrijft om te weten hoe je het op een integere manier kunt doen.

(c) Inaya photography



Schrijven is altijd een manier om mijn eigen processen helderder te krijgen. Maar ze ook op mijn blog zetten, was meer dan één brug oversteken. Ik kon mijn persoonlijke traject en mijn bekommernissen even goed kwijt in mijn dagboek, of in een intiem gesprek met mijn beste vriend(inn)en. Waarom deed ik dan wat ik doe op deze blog? Was het een verkapte roep om aandacht?

Jezelf online blootgeven is een combinatie van opperste kwetsbaarheid en exhibitionisme. Ik was me van beide bijzonder bewust. Het eerste vond ik doodeng, het tweede zonder meer kwalijk. Wie had er iets aan dat ik in woorden in mijn blootje ging? Ik had geen antwoorden, er was alleen de zachte innerlijke stem die zei: doe het nu maar. En dan drukte ik op ‘Publiceer’.

De respons die kwam, verbaasde mij niet alleen, er zat ook een onwaarschijnlijke logica in. Hoe meer schroom ik had om iets online te gooien, hoe vaker ik reacties kreeg die op verschillende manieren allemaal hetzelfde zegden: ‘Dank je om dit te schrijven, want ik herken mezelf hierin. Dit is mijn verhaal maar ik had er geen woorden voor. Tot nu.’

Van zulke reacties kun je alleen maar heel bescheiden en heel dankbaar worden.
Ik heb ze een voor een gekoesterd en ik voelde ook hoe ze iets in gang zetten. De bevestiging die ze mij brachten, heeft me meer vertrouwen gegeven om online te zetten waar ik mee bezig ben. Ik vraag me niet elke keer meer af: is dit wel een goed idee? Nu overheerst het idee: iemand, ergens, zal er misschien iets aan hebben. En ik laat het dan maar los.

(c) Inaya photography



Toch voel ik de laatste tijd de twijfel weer groeien.
Ik ben bezig aan een proces van substantiële verdieping. Ik graaf letterlijk en figuurlijk naar de wortels. Ik ben heel intensief bezig met planten, structuren, diverse vormen van levend en dood materiaal. Hoeveel boodschap hebben mensen daar nog aan? Heeft het zin dat ik de zoveelste foto van een plant online zet? Willen ze niet liever weten hoe mijn kind door zijn vijfde leerjaar geraakt is en wat ik klaargemaakt heb voor het avondeten?
Anderzijds: is wat mensen willen weten ooit een goeie motivatie om wat dan ook te doen?

Mijn fascinatie met planten gaat veel verder dan het feit dat ze groen en natuurlijk zijn – wat je nog zou kunnen verwachten van iemand die duidelijk te kennen heeft gegeven hoe dierbaar het groene gedachtegoed haar is.
Planten boren naar de bron, ze verrijzen uit iets zo onbeduidends als een zaadje of een knol, ze groeien, dragen vrucht en sterven af. Ze bewegen zo langzaam dat ze naar ons aanvoelen helemaal in het ‘nu’ zijn. Maar eigenlijk evolueren ze gewoon op hun eigen tempo, volgens de cycli van groei, bloei en dood.

Hoe verder de mens afdrijft van de natuurlijke ritmes, de gezonde grenzen en de verbondenheid met wat geworteld is, hoe sterker ik er mij naartoe getrokken voel. Bijna alsof het ene het andere compenseert. Ik schreef ooit over mezelf dat ik een sjamaan in wording was. Ik betwijfel of de echte sjamanen van deze wereld het daarmee eens zouden zijn. Ik hou me niet aan hokjes, vakjes, gebruiken en vormen, dus ook niet aan deze. Maar mijn voelen gaat alsmaar dieper. Ik heb er zelf niet altijd woorden voor. Dat is wanneer beelden het overnemen, en dat zijn bijna altijd beelden van planten.

(c) Inaya photography


Dus bij deze: sorry als ik u verveel. Ik ben bezig mijn wortels te spreiden, zo diep als ik kan, en ik hoop de uitbundigheid van het leven die van daaruit naar het licht reikt recht te doen in al haar diversiteit.

Het klinkt mooi, maar kom me binnen een paar jaar nog maar eens vragen wat ik daar precies mee bedoelde. Op dit moment kan ik het niet zeggen. Ik weet alleen dat het juist voelt. Net zo juist als al die keren dat ik aarzelde om op ‘Publiceer’ te drukken en die zachte stem zei: ‘Doe het nu maar.’

Vleugels als vlammen, wortels als omgekeerde kruinen, vertakt in het duister. Wie niet weet waar hij geworteld is, kan groeien noch gedijen.
Ik volg het enige spoor dat ik kan lezen. Voor wie het ook voelt: ik zal wat broodkruimels strooien onderweg.

(c) Inaya photography

De Diepe Stroom

(c) Inaya photography



Een adempauze. Dat is hoe dit nu voelt.

Corona heeft een loep gezet op allerlei dingen die al lang bezig waren, in de samenleving, in onszelf, in de wereld. Het beeld dat uitvergroot tevoorschijn kwam, was lang niet altijd fraai. Maar het was een spiegel waar we in moesten kijken en of we er nu iets mee doen, is aan ons.

Zelf ging ik in een soort van winterslaap, een traag kluizenaarschap. Leven in de lockdown had iets van een cocon, waarin de rups zichzelf spint om uiteen te vallen en vervolgens te herrijzen als vlinder. Ik ben vertrouwd met dat soort diepe afbraakproces, ik ging er jaren geleden al een keer doorheen, maar nu was ik blijkbaar toe aan een nieuw rondje. Minder heftig, minder verbijsterend, zachter dan de eerste keer, maar zeer, zeer diep.

Nachtelijk zelfportret (c) Inaya photography



Ik had er na het vinden van mijn vleugels en het luchtruim een paar bijzonder intense en rijke jaren op zitten. Ik ben thuisgekomen bij mezelf, bij anderen en bij mijn werk in de wereld. Ik heb mijn stem leren gebruiken en ik ben sinds ik de roep hoorde waarover ik schreef in mijn blog over het Plateau (zie link hierboven) non-stop in de weer geweest met datgene wat aan mij trekt en door mij heen stroomt.

Het is moeilijk te omschrijven wat dat precies is. Ik vind het in de immense verbondenheid met de natuur en de planeet. Ik vind het in alles wat ik schrijf en maak, in de samenwerkingen die ik aanga en hoe die altijd dieper gaan dan een puur professionele afspraak. Ik vind het in de bijzondere sfeer die ontstaat als ik voorlees aan kinderen uit Mendel en dan voel hoe er om ons heen iets begint te tintelen, te leven, te gloeien – veel meer en veel krachtiger dan ik zelf ooit voor ogen had toen ik het verhaal aan het schrijven was. Ik vind het in de intieme en kwetsbare Seizoenskringen die ik organiseer, in mijn vriendschappen, in de betekenisvolle gesprekken die ik mag hebben, in de lessen die ik geef. Maar het zit net zo goed in alle grote of kleine bezigheden van elke dag.

(c) Inaya photography



Ik kan er allerlei new-age begrippen op plakken die niet verkeerd zijn maar toch de lading niet dekken en ik heb lang gezocht naar een beter woord dan het containerbegrip ‘spiritualiteit’. Hoe vat je de ultrasone (en bij momenten infrasone) kracht die zich bevindt onder de oppervlakte van het dagelijkse in woorden, de onwaarschijnlijke zielsverbondenheden die zoveel verder en dieper reiken dan oppervlakkige sympathie en gedeelde interesses? Hoe vat je de onmetelijk complexe en subtiele synchroniciteiten die samen het web van het leven weven, en de scherpe rilling van vreugde als je merkt dat je daar even heel bewust door wordt aangeraakt?

Vandaag noem ik het de Diepe Stroom. Het is een soort ondergrondse rivier, ongezien maar aanwezig, een kracht die schijnbaar solide rotsen in vorm boetseert, die een massa aan gewicht en wijsheid bergt, die stille gronden heeft maar kan bruisen als een vrolijk bergbeekje, die wat onstabiel zit los wrikt en aan hoge snelheid kan verplaatsen, die wat dorstig is laaft vanuit de wortel.

(c) Inaya photography



Tijdens de lockdown werd de Diepe Stroom voor mij steeds prominenter aanwezig. Hij legde al mijn plannen stil, doorkruiste al mijn ambities en al mijn verwachtingen. Het begon met het gevoel van niet meer naar buiten te willen, twee weken voor de hele wereld stilviel. En vanaf dat punt ging het stelselmatig dieper. Hij nam me mee naar een meer van stilte, een cocon van duister en zacht niet-weten. Daar was alleen nog plaats voor vragen, niet voor antwoorden.

Wie wil ik zijn? Wat kom ik doen in dit leven? Wil ik iets betekenen? Wil ik de dingen waarvan ik dacht dat ik ze wilde eigenlijk wel? Of is dat niet echt zo en doe ik mezelf subtiel geweld aan door er telkens weer energie in te steken? Kan het voldoende zijn om hier te zijn, in dit huis, in deze tuin, bij deze mensen, om eten te maken, op te ruimen, te zorgen voor schoonheid en groeiende dingen en nooit meer naar buiten te gaan? Kan ik gelukkig zijn zonder de drang om gezien en goedgekeurd te worden? Waar lopen de lijnen van mijn hart, mijn engagementen, mijn zingeving? Waar is de kracht en de betekenis van dingen die mij aantrekken met een roep die steeds luider klinkt maar die ik niet altijd begrijp, zoals planten en andere wortelende dingen, wolken, dieren, versteend hout, botten, de fascinerende dynamiek tussen leven en dood, groei en verval?



Er waren veel vragen. Er waren geen antwoorden. Die zijn er op het moment dat ik dit schrijf nog altijd niet, maar dat is prima.
Ergens in de afgelopen maanden las iemand mij dit citaat van Rainer Maria Rilke voor (in het Engels, maar ik vind Rilke om eerlijk te zijn fantastisch in het Engels):

“Be patient toward all that is unsolved in your heart and try to love the questions themselves, like locked rooms and like books that are now written in a very foreign tongue. Do not now seek the answers, which cannot be given you because you would not be able to live them. And the point is, to live everything. Live the questions now. Perhaps you will then gradually, without noticing it, live along some distant day into the answer.”

(c) Inaya photography



Stilstaan bij de vragen en ze doorvoelen tot op de bodem, dat was het geschenk dat de Diepe Stroom mij bracht, gedurende heel deze lockdown. Ik heb ondervonden dat er op dat lange, vormeloze moment innerlijk veel meer gebeurt dan je zou denken, ook al doe je niets concreets. De krachten die je naar boven laat komen, gaan vanzelf met jou aan het werk, je moet ze alleen toelaten.

Intussen beginnen de dingen in de wereld stilaan weer wat te bewegen, en dat voelt als een adempauze en actieve teug frisse lucht tegelijk. Ik kom boven uit het diepe water, uit de stilte en de duisternis, en ik haal adem in lichtere tijden. Er zijn concrete projecten die weer wat aandacht en energie vragen, er waren tot heel recent lessen te geven, er fietsten een paar onverwachte en heel fijne engagementen tussen dat alles door. Het mocht allemaal. Ik heb het omarmd en dan weer losgelaten, als het ochtendlicht dat alles in de kamer in vuur en vlam zet voor een paar tijdloze ogenblikken en vervolgens weer opschuift en verdwijnt.

(c) Inaya photography



Ik heb geen idee wat de toekomst brengt. Ik heb nog altijd geen antwoord op mijn vragen. Maar ik heb ze ook niet nodig. Ik zet gewoon een stap, en dan nog een, en ik voel de Diepe Stroom die mij draagt en die door mij heen trekt. Hij weet waar ik heen ga, ik hoef niets te sturen.
En op een dag merk ik vanzelf wel dat de vragen opgelost zijn en ik hun antwoorden leef.

ZAAILING #85 – Werelden die wachten op genezing

Giant redwood @ Houtlab, Plantentuin Meise (c) Inaya photography



Een jaar geleden liepen Jurgen en ik langs de prachtige paden van Plantentuin Meise. We hadden juist een bezoek van de serres achter de rug met de mensen die hun schouders wilden zetten onder de boekvoorstelling van De serres van Mendel. Het was een zonnige zomerdag. We zaten vol goesting en inspiratie en we wilden het samen hebben over hoe een tweede verhaal er kon uitzien.

We hadden het idee voor een tweede boek al eerder uitgesproken, tegen de uitgever en onder elkaar. Zelf had ik niet meer dan een paar vage aanzetten in mijn hoofd, maar Jurgen had er echt al over nagedacht, zo bleek nu. Hij werd in zijn naast omgeving geconfronteerd met een zwaar ziek familielid en gooide een uitdagend idee op tafel: een plaag in de serres. En niet zomaar één: een ziekte die binnengebracht werd door een mens, maar die ook de planten aantastte. Hij had ook al een paar straffe ideeën over hoe dat er voor de personages en het verhaalverloop zou kunnen gaan uitzien.

We dwaalden door het park, we bezochten het Houtlab en we eindigden voor een koffie in de Tuinwinkel. Er ging een spervuur aan ideeën over en weer. Ik ken werkelijk niets wat mij diepere voldoening schenkt dan samen met iemand die ik graag zie een verhaal bedenken, brainstormen, een wereld creëren. Dat is alchemie van de allerbeste soort.

(c) Inaya photography



En nu staan we hier, een jaar verder. De wortels van de wereld verschijnt over twee maanden, eind augustus. En het is een beetje eng hoe relevant alles wat er in dit boek geslopen is, onbewust en spontaan en soms al maanden voor corona uitbrak, nu is voor de wereld zoals ze er vandaag uitziet.

Want dit is het portaal, het kantelpunt. We bevinden ons op een moment in de tijd waarop werelden veranderen.

De afgelopen maanden waren een hogedrukpan. Corona zette de samenleving stil en zette een aantal dingen op scherp. We kunnen niet meer negeren hoe de manier waarop wij leven de planeet verwoest en onszelf dus ook, hoe diep de ongelijkheden zijn, hoe immens de angst en haat. Maar ook de verbondenheid neemt toe, op soms onverwachte manieren, het bewustzijn groeit. Wie altijd al dunne wanden en fijne voelsprieten had, merkt dat ze nu niet alleen nog fijner maar ook veel verder en dieper registreren.

(c) Inaya photography



De kwesties waar we voor staan en doorheen gaan, zijn immens. Dat is bij momenten het ideale recept voor machteloosheid, want wie zijn wij, in ons kleine eentje, nu helemaal om iets te helpen veranderen of verschuiven, op wat voor manier dan ook?

Door ons eigen steentje bij te dragen, zo eenvoudig is het. En in ons geval, van Jurgen en mijzelf, komt dat zonder twijfel onder de vorm van een boek.




ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.
Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

Op wankele benen

Een been breken is pijnlijk en gedwongen rust is vaak lastig. Maar wanneer de revalidatie aanbreekt, laten de eerste stappen op dat stramme, zwakke, onzekere ledemaat ons soms terugverlangen naar de tijd wanneer alles in zijn onbeweeglijkheid helder en duidelijk was.

We zijn als samenleving aan het revalideren van de (eerste?) Covidgolf. En al heeft de dokter ons zojuist verteld dat we werk gaan maken van een heropstart, net als bij een beenbreuk vertrouwen we de draagkracht van het onderliggende systeem nog niet.

Niets aan de wereld voelt zoals het was. Dingen die ooit robuust en solide waren, zijn nu onzeker. Er is ballast opgedoken waar we die niet verwachtten, we ondervinden een innerlijke stramheid en aarzeling die ons niet vertrouwd zijn. We moeten onszelf heruitvinden op wankele benen.


Bekend en vervreemd lopen op verwarrende manieren door elkaar, deze weken. We beleven de droogste, warmste lente in 150 jaar en klimaatverandering wordt reëel – maar ze prijkt nog steeds helemaal onderaan het prioriteitenlijstje van de burgerij in dit land. Tegenstellingen, ongelijkheid en politieke retoriek die op scherp gesteld worden.

We herontdekken de geneugten van lokaal wonen, werken en inkopen, en we tellen de zegeningen van de eigen woonst, tuin en familie. Maar we verlangen net zo goed naar dingen die ooit normaal waren maar zich nu onbereikbaar ver buiten de bubbel blijken te bevinden.
Toekomstplannen staan ‘on hold’ voor onbepaalde tijd, jobzekerheid in sommige gevallen ook. Gezelligheid lijkt een herinnering.

Maar de grote bananenplant krijgt het ene nieuwe blad na het andere en moet worden verpot.
De zomerbloeiers prijken in volle goesting tegen de muur. Niet alle vakjes hoeven gevuld om een gevoel van verzadiging te geven.

De processierupsen komen en gaan en de rozelaar barst uit zijn knoppen. Sommige vriendschappen voelen dichterbij, ook al zien we elkaar niet. Andere banden worden uitgerekt tot het maximum van hun draagkracht en riskeren te breken.

Droogte of niet, de tuin is een groene oase waarin ik mijn druipend wasgoed droog als de wasmachine het begeven blijkt te hebben en ik met de hand de loodzware, met zeep doordrenkte lappen textiel voldoende heb gespoeld en uitgewrongen.



We zwalken door de dagen, we zoeken een route over het gebarsten oppervlak van drijvende ijsschotsen en peilen, tevergeefs, naar vaste grond. We richten onze blik op de horizon en zien daar dan weer vanaf, want de horizon is een streep zonder betekenis, en het deinende oppervlak onder onze voeten heeft, nu alvast, meer relevantie.

Blijven we overeind, op onze zwakke, gespalkte benen?

Intimiteit

Nu krijgen de introverten het zwaar.

(c) Inaya photography


De corona-maatregelen versoepelen. We mogen de deur weer uit voor iets anders dan een ommetje wandelen of fietsen, we kunnen – voorzichtig – naar de winkel en we mogen zelfs wat meer volk zien dan wie onder hetzelfde dak woont. Het zou moeten klinken als een beloning, maar het wringt mij op alle mogelijke manieren tegen.

Het is de afstand waar ik niet mee om kan.

In tegenstelling tot veel andere mensen had ik er weinig probleem mee om van de ene dag op de andere alleen nog maar thuis te zijn. Dat was namelijk al hoe een groot stuk van mijn dagen er altijd al uitzagen.
Het was wel een zoektocht naar evenwicht met de andere huisgenoten, die er nu plots óók de hele tijd waren. We leerden jongleren met tijd, aandacht, ruimte, klussen, stilte. Het had wat voeten in de aarde, maar het lukte.

Ik merk dat mijn lichaam nu zelfs ontspannener aanvoelt. Minder prikkels, minder stress, een ander tempo van leven. Er mocht minder, maar er moést ook minder.

Wie extravert en zeer sociaal is, heeft het de afgelopen weken bij momenten erg moeilijk gehad. Voor velen van hen is deze versoepeling vast een opluchting. Maar ik vermoed dat de introverten, zoals ik, het nu pas zwaar gaan krijgen.

Ik ben nooit iemand van de drukte geweest. Liever een goed gesprek met één persoon dan een massamanifestatie. Maar ook een handvol dierbaren (familie, vrienden) kun je hard missen. En naarmate de quarantaine-light langer duurde, groeide dat gevoel.

(c) Inaya photography

Dit weekend zag ik vooral blije gezichten passeren op sociale media, maar ik voelde mij om eerlijk te zijn miserabel. Ik put géén troost uit mensen mogen zien op anderhalve meter. Ik snak naar intimiteit. Een knuffel. Een aanraking. Gewoon naast elkaar kunnen zitten, bij elkaar in de buurt zijn zonder een krampachtig dansje van ‘kom zeker niet te dicht in mijn buurt!’.

Met een passant in een winkel lukt zoiets mij wel. Ik vind het niet prettig maar ik noem het een choreografie van respect en als je er iets vriendelijks bij zegt, kan het zelfs plezant worden. Volslagen onbekenden zijn nu misschien zelfs attenter voor elkaar dan vroeger, heb ik al gemerkt. Zoiets van hetzelfde schuitje en allemaal ons best doen en dat van elkaar appreciëren.

Maar wat ik in een winkel voor elkaar krijg, lukt mij voor geen meter bij mensen die ik graag zie. Op afstand moeten blijven is dan een subtiele vorm van marteling.

Ik kan mijzelf inhouden, natuurlijk kan ik dat, maar ik ben bang van die zelfbeheersing. Ze sluipt in mijn lijf, als een stil gif. Ze legt verbanden in mijn hersenen die ik niet wil. Ze haalt mijn emoties overhoop. Want ik verplicht mezelf tot iets wat mij pijn doet, iets waarvan ik tot in het diepste van mijn lijf en wezen voel dat het ongezond is.

Ik hoor sommigen op sociale media schimpen over het woord ‘huidhonger’, maar de behoefte aan intimiteit is een basisbehoefte. Ook al is niet iedereen van nature de grootste knuffelaar, we snakken als mens wel naar aanraking. Baby’s die nooit liefdevol aangeraakt worden, groeien uit tot diep gehavende kinderen.

Ik ben bang van de gevolgen op lange termijn. Want dit soort patronen raakt sneller ingeslepen in ons onderbewuste dan we beseffen, en ik kan de sluipende werking ervan aan het werk voelen in mijzelf.

Ik heb een stille hekel aan hoe webcams en telefoons de gezichten van dierbaren vervormen tot een spiegelpaleiskarikatuur van zichzelf omdat zo’n toestel het beeld nooit vanuit de juiste hoek vastlegt. Maar op dit moment verkies ik de karikatuur. Ze is eerlijker in haar weergave van afstand, en minder schadelijk voor mij dan een levensecht perspectief van diezelfde persoon, dichtbij maar onbereikbaar, terwijl ik daar sta met mijn hart vol verlangen en mijn lijf vol heimwee.

Laat mij nog maar even in mijn quarantaine. Ik kom er wel uit als intimiteit weer toegestaan is.

(c) Inaya photography

ZAAILING #82 – Wilde geest

Deze Zaailing kwam tot stand naar aanleiding van een hartverscheurende gebeurtenis. Je leest het relaas van Jurgen hier.

Maar wilde geesten laten zich niet tegenhouden. Hun schaduw blijft onverstoord en ongehinderd door de schemering glippen.
In onze herinnering. Op papier. In werkelijkheid.



Wilde geest

Ik wil je weer vrijbuiter zien, vluchtig
als wind, scherp als een bijtende streek
die je telkens weer vergeven wordt.

Want wilde geesten zijn niet gemaakt
voor duisternis, zelfs niet in herinnering.
Ik ken jou tot je laatste strakgespannen spier.

Vaste voet aan de grond gun ik je
hier waar schaduwen met de kleur van koper
en zonsopgang alles verlichten op hun pad.






ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

Kostbare kwetsuren

(c) Inaya photography

Soms vallen we aan gruzelementen. Het leven heeft zo zijn eigen manieren om ons te dwingen tot inzicht. Verandering. Groei.
Ze zijn niet zelden pijnlijk.

Meestal zetten we onszelf vervolgens met spuug en plaktouw weer in elkaar. We proberen onze oude vorm weer aan te nemen. Die was immers vertrouwd. Te krap, misschien, niet meer gepast bij wie wij intussen geworden zijn. Maar toch: vertrouwd.

Laten we het maar van de eerste keer toegeven: dat lukt dus niet. In het slechtste geval steken er scherpe punten uit, gapen er gaten, worden we gedwongen tot een constant verdedigen van zwakke plekken, hozen waar het lekt, stutten waar het zaakje weer uiteen dreigt te vallen.

In het beste scenario is het hele geval min of meer waterdicht. Maar het voelt niet veilig. En je blijft altijd de breuklijnen zien.

In de eerste weken van de Covid-19 lockdown brak ik een fragiel aardewerken kommetje dat voor mijn verjaardag gemaakt was door mijn vriendin Maja Jantar. Ik liet het ironisch genoeg niet eens uit mijn handen vallen. Ik stootte iets anders om dat er bovenop viel en het op de grond deed belanden, in stukjes.

Ik hield de scherven bij. Nogal veel van wat ik de afgelopen weken schreef of maakte had – het is u misschien opgevallen – te maken met, juist ja, scherven.



Met niet één maar twee beste vrienden die een band hebben met de Japanse cultuur, kon het niet anders of ik zou in de nasleep van de breuk horen over wabi sabi (de schoonheid van wat niet perfect is) en kintsugi, de techniek waarbij gebroken aardewerk gerepareerd wordt met lijm waaraan goudpoeder is toegevoegd.

De symbolische schoonheid ervan was mij onmiddellijk duidelijk. De bedoeling van kintsugi is immers niet om de scherven zo te lijmen dat de schijn van eerdere perfectie hooggehouden wordt. De breuklijnen worden integendeel extra zichtbaar gemaakt door de goudkleurige lijm.
De kwetsuren en littekens maken in de benadering van kintsugi niet alleen deel uit van de unieke eigenheid van het voorwerp. Indien ze met liefde en zorg behandeld worden, maken ze het geheel juist mooier.

Onze kwetsuren zijn kostbaar.

Eigenlijk weten we dat allemaal wel, diep vanbinnen. Maar in een wereld die draait om schijnbare perfectie, ijskoude concurrentie en de mythos van onsterfelijkheid zouden we dat al eens durven vergeten.

Ik ben geen knutselaar, verre van. Maar deze uitdaging droeg mijn naam. Na een paar uur snuisteren op het internet bestelde ik bij een Belgische website een startsetje met materiaal.
Het arriveerde keurig met de post. Ik bekeek nog een paar YouTube-filmpjes, las de handleiding en… stelde uit.



Tot er een nieuwe gelegenheid kwam waarop ik me plots bijzonder breekbaar voelde, mezelf als het ware in stukjes weer van de grond moest rapen.
Ik voelde dat dit het moment was om mijn twijfels over mijn (on)handigheid en mijn gebrek aan ervaring opzij te zetten en mij er, geknoei of niet, mogelijke mislukking of niet, gewoon aan te zetten.

De meditatieve concentratie en het langzame tempo waartoe de kintsugi-techniek dwingt (een kleine hoeveelheid van de twee componenten van de lijm mengen met elkaar en met het goudpoeder, lijm aanbrengen, scherven aandrukken, vasthouden, lang genoeg wachten, voorzichtig loslaten – herbeginnen, zo vaak als er scherven zijn) bleek mij heel erg goed te bevallen.

Dit is het soort werk dat je niet kunt doen als je zenuwachtig of gestresseerd bent. Je wordt er vanzelf kalm van. De tijd wordt stroperig als de lijm waarmee je werkt, stroomt snel en traag tegelijk. En scherf per scherf groeit er onder je vingers iets aaneen.
Vertrouwd. Geliefd. Maar toch nieuw.




Ik ben zeer dankbaar om deze ervaring. En ik neem ze mee, op meer dan één niveau van mijn wezen.

Dat je kwetsbaarheid durven tonen geen schande is, wist ik al. Dat het goed is om je barsten en breuken te koesteren, was evenmin een verrassing.
Maar wat ik wel wilde aannemen in theorie maar tot op dat moment niet echt kon voelen, werd duidelijk en tastbaar toen ik het zelf mocht ervaren: de barsten zijn nu het mooiste stuk.


(c) Inaya photography



Breken doet altijd pijn, daar is niets aan te doen.
Maar ik wens het iedereen toe: kwetsuren te koesteren als de kostbaarheden die ze zijn, en ze weer in elkaar te passen met een gouden randje.

Fantoompijn

De wereld wordt nooit meer zoals hij was, zeggen ze.

(c) Inaya photography


Vanuit mijn veilig holletje, in een huis met een tuin die elke dag mooier wordt, met voorraadkasten waarin ik niets tekort kom, een gezin dat ik graag zie en familieleden in binnen- en buitenland die het goed stellen, is het moeilijk mij daar een beeld van te vormen. Of nog simpeler: ik kan dat niet.

Dit zijn Schrödingerdagen – dagen waarop alles mogelijk lijkt en niets nog kan.
Dit zijn dagen waarin de toekomst gloort met de hartverwarmende hoop van een bocht richting duurzaamheid, en tegelijk elke ontsnapping uit het neoliberale virus dat de planeet sloopt een illusie lijkt geworden.

Het zijn dagen dat ik mezelf de grootste gelukzak ter wereld vind. Het zijn dagen dat ik de muren oploop.

Het zijn dagen dat ik mezelf betrap op het verlangen naar een terugkeer naar wat ‘normaal’ is. Maar eigenlijk wil ik dat ook niet. Want ‘normaal’ was een ecologische en humanitaire ramp, een droom van blinde economische machtswellust, met de mens als losgeslagen virus op een koortsig belegerde planeet.

Het zijn dagen waarin ik ongerust ben voor wat de Machten die deze wereld besturen zullen beslissen, over onze hoofden heen. Ik ben bang dat alles teruggaat naar het oude. Ik ben bang dat niets nog teruggaat naar het oude.

Mijn hele leven jeukt en schuurt.

Ik lijd aan fantoompijn, geloof ik. Alleen weet ik nog niet zeker of de ledemaat die ik voel jeuken écht geamputeerd werd, of gewoon even buiten gebruik is gesteld.

Ik weet niet welke van beide scenario’s ik verkies.

Ik zie de wereld dezelfde blijven als hij altijd al was.
Ik zie de wereld onherroepelijk veranderen, en al onze levens erbij.

Gelukkig brengt de natuur raad, zoals altijd. In wat voorbij is, schuilen altijd de zaden van een nieuw begin.

En ik koester, bij gebrek aan beter, mijn fantoompijn als een springlevende vorm van herinnering.

(c) Inaya photography

De zaag bovenhalen

Loop je de laatste tijd soms wel eens tegen je grenzen aan? Lijkt de kamer te krap, de wereld te vreemd, het leven een film waarin je niets meer herkent?

Er komt veel op ons af. Ook op plekken en in landen die – laten we eerlijk zijn – op het eerste zicht niet bijzonder zwaar getroffen zijn door de hele coronastorm. Het is nutteloos en onwenselijk om onzekerheid en menselijk leed in honderd-en-één vormen tegen elkaar te gaan afwegen. Er zijn persoonlijke drama’s, en er is een grote, collectieve golf. Beide raken ons in meerdere of mindere mate. Op welk punt van het driedimensionaal spectrum je je ook bevindt, het is ingrijpend.

Dat is altijd het geval, als oude werelden aan het wankelen gaan.

Boomverzorger aan het werk (c) Inaya photography



Ik zit in een luxepositie. Ik hoef niet veel meer te doen dan de bordjes van gezin-werk-school-huishouden-persoonlijke behoeften in de lucht te houden, zonder dreigend faillissement, zonder zware ziektes of verliezen (voorlopig).
En toch ben ik ook al een paar keer tegen mezelf aan gelopen.

De details doen er totaal niet toe – mijn demonen en processen zijn de mijne. Maar wat ik wel leerde, is dat wat vaak het meest uitdagend is, het taaist om op een nieuwe en andere manier mee om te gaan, niet de veranderende leefomstandigheden zijn, maar mijn eigen innerlijke strategieën die een nieuwe situatie willen benaderen op een oude manier.
Ik loop niet tegen de situatie aan, maar tegen mezelf.

Vandaag kwam onze vaste boomverzorger de bomen in onze tuin snoeien. Elk gezond levend wezen moet zich van tijd tot tijd ontdoen van wildgroei. Boomverzorgers zijn geen doorsnee snoeiers. Ze weten precies welke takken op termijn een risico vormen op doorscheuren, insluipend rot, schuurschade. Ze aarzelen niet om de zaag boven te halen. Het huis dreunde van het gewicht van de takken die de grond raakten. Maar ze snoeien nooit zomaar, ze verminken niet. De bomen die zij onder hun hoede hebben, floreren.

Er is iets fundamenteel aan het schuiven in het onderbewustzijn van de mensheid, deze dagen. We voelen het allemaal. Het neemt de mooiste en de lelijkste vormen aan, en het zal blijvende impact hebben.

Maak ik mezelf groter, of juist kleiner? Houd ik mijn adem in tot morgen of neem ik ten volle bezit van vandaag? Bereken ik wat er in de toekomst misschien nog (of weer) zal kunnen, of sta ik toe dat dit proces mij wezenlijk verandert, hier en nu?

Ik geef me over aan het werk van dit tijdsgewricht als een boom onder de handen van een boomverzorger. Ik heb geen persoonlijke controle over welke takken er nu sneuvelen. Ik weet wel dat ik, dankzij wat er nu op mij inwerkt, zal groeien en bloeien op een heel nieuwe manier.

Boomverzorgers aan het werk (c) Inaya photography