De zaag bovenhalen

Loop je de laatste tijd soms wel eens tegen je grenzen aan? Lijkt de kamer te krap, de wereld te vreemd, het leven een film waarin je niets meer herkent?

Er komt veel op ons af. Ook op plekken en in landen die – laten we eerlijk zijn – op het eerste zicht niet bijzonder zwaar getroffen zijn door de hele coronastorm. Het is nutteloos en onwenselijk om onzekerheid en menselijk leed in honderd-en-één vormen tegen elkaar te gaan afwegen. Er zijn persoonlijke drama’s, en er is een grote, collectieve golf. Beide raken ons in meerdere of mindere mate. Op welk punt van het driedimensionaal spectrum je je ook bevindt, het is ingrijpend.

Dat is altijd het geval, als oude werelden aan het wankelen gaan.

Boomverzorger aan het werk (c) Inaya photography



Ik zit in een luxepositie. Ik hoef niet veel meer te doen dan de bordjes van gezin-werk-school-huishouden-persoonlijke behoeften in de lucht te houden, zonder dreigend faillissement, zonder zware ziektes of verliezen (voorlopig).
En toch ben ik ook al een paar keer tegen mezelf aan gelopen.

De details doen er totaal niet toe – mijn demonen en processen zijn de mijne. Maar wat ik wel leerde, is dat wat vaak het meest uitdagend is, het taaist om op een nieuwe en andere manier mee om te gaan, niet de veranderende leefomstandigheden zijn, maar mijn eigen innerlijke strategieën die een nieuwe situatie willen benaderen op een oude manier.
Ik loop niet tegen de situatie aan, maar tegen mezelf.

Vandaag kwam onze vaste boomverzorger de bomen in onze tuin snoeien. Elk gezond levend wezen moet zich van tijd tot tijd ontdoen van wildgroei. Boomverzorgers zijn geen doorsnee snoeiers. Ze weten precies welke takken op termijn een risico vormen op doorscheuren, insluipend rot, schuurschade. Ze aarzelen niet om de zaag boven te halen. Het huis dreunde van het gewicht van de takken die de grond raakten. Maar ze snoeien nooit zomaar, ze verminken niet. De bomen die zij onder hun hoede hebben, floreren.

Er is iets fundamenteel aan het schuiven in het onderbewustzijn van de mensheid, deze dagen. We voelen het allemaal. Het neemt de mooiste en de lelijkste vormen aan, en het zal blijvende impact hebben.

Maak ik mezelf groter, of juist kleiner? Houd ik mijn adem in tot morgen of neem ik ten volle bezit van vandaag? Bereken ik wat er in de toekomst misschien nog (of weer) zal kunnen, of sta ik toe dat dit proces mij wezenlijk verandert, hier en nu?

Ik geef me over aan het werk van dit tijdsgewricht als een boom onder de handen van een boomverzorger. Ik heb geen persoonlijke controle over welke takken er nu sneuvelen. Ik weet wel dat ik, dankzij wat er nu op mij inwerkt, zal groeien en bloeien op een heel nieuwe manier.

Boomverzorgers aan het werk (c) Inaya photography

A room of one's own

(c) Inaya photography



Virginia Woolf wist het als geen ander: een vrouw moet een kamer voor zichzelf hebben als ze wil schrijven.

Nu ons dagelijks leven er plots anders uitziet, bevind ik mij 24/7 in het gezelschap van twee mannen: een grote en een kleine, die mij allebei op heel innige manieren lief zijn, maar die ook allebei een aantal eigenschappen gemeenschappelijk hebben. Waaronder: flauwe humor, een onleesbaar geschrift en een onuitputtelijke voorraad energie.

Ik ben een stiltemens. Ik was dat misschien niet van bij aanvang, maar in de loop der jaren ben ik dat steeds meer geworden. Ik hou nog altijd van muziek, en ik vind het leuk om naar interessante video’s te ‘luisteren’ terwijl ik strijk. Maar over het algemeen: hoe meer stilte, hoe liever.

(c) Inaya photography


Dat is niet altijd zo geweest. Vroeger was mijn hoofd vol stemmen. Angstige, goed bedoelende stemmen, die klonken als versies van mijzelf maar het toch niet waren, die me aan alles lieten twijfelen, me over alles deden tobben, me af hielden van dingen die ik eigenlijk wilde. Ik heb ze in de loop der jaren zachtjes aan tot zwijgen kunnen brengen. Ik heb ze gekoesterd, gerespecteerd en gerustgesteld. Ze zijn ingedommeld of verdwenen.
In de diepe ruimte van mijzelf die toen helemaal beschikbaar werd, is het heerlijk toeven in de stilte. Als mijn ziel een subtiel en betoverend melodietje neuriet, heb ik het onmiddellijk gehoord.

Enter corona, en mijn twee actieve – of op zijn minst zeer aanwezige – mannen.

(c) Inaya photography


Wij leven in een belétagewoning. Woonruimte boven, slaapkamers beneden. De eerste dag dat hij thuis werkt, zit Christophe in een marathonsessie vijf uur lang aaneengesloten digitaal les te geven. Sobran houdt zich flink aan de afspraak om zich te verschansen in de speelkamer beneden en niet te storen. Maar omdat ons bureau overloopt in de leefruimte, zit ik zelf geprangd tussen het digitaal klaslokaal boven en de eindeloze schetterende luisterverhalen beneden.
In de keuken, de badkamer of onze piepkleine slaapkamer is het niet zo makkelijk schrijven. Hier moet ik een oplossing voor vinden, dit houd ik geen weken uit. Ik ben gewend het huis hele dagen voor mij alleen te hebben.

Maar ik heb daar helemaal geen heel huis voor nodig. Dankzij een nieuwe plant, die ik voor het raam van de logeerkamer posteerde omdat hij nogal groot was en ik er nergens anders plaats voor had, groeit het plan om die ongebruikte kamer (wie zou er de volgende maanden logeren??) voor de komende tijd een beetje ‘van mij’ te maken.

(c) Inaya photography


Ik ga niet sleuren met meubels, de kast en het bed laat ik staan. Meer dan een hoekje hoeft het eigenlijk niet te worden, met planten en stenen, een poef om op te zitten, zicht op de tuin, groen om mij aan te laven. Een vertrek waarvan de deur dicht kan, een holletje waar anderen mij met rust laten.

Ik breng er mijn dagen niet door, hoogstens een paar uur per dag, en dan zelfs niet altijd om te schrijven. Ik kan er ook gewoon in alle rust telefoons of andere gesprekken voeren waarmee ik de concentratie van mijn huisgenoten niet wil belasten. Maar wat een luxe! Wat een zegen om een deur te hebben die je kunt sluiten, en ruimte waar de wereld even mag stilvallen.

Hulde, waarde mevrouw Woolf. Ik bewonderde u twintig jaar geleden al, als schrijfster en als mens, toen ik voor het eerst in contact kwam met uw werk. Ik doe het nu nog veel meer. En in deze hoogst ongewone tijden apprecieer ik ten volle elke minuut van het voorrecht dat mij gegund is: een kamer voor mezelf.

(c) Inaya photography

ZAAILING #79 – De geheime tuin

(c) Jurgen Walschot


Zie mij graag, zegt ze.
Dat doe ik, zeg je. Van zo dichtbij als ik mag.
Je mag wel wat dichter komen, hoor, zegt ze.
Je knikt. Maar je doet het niet. Soms moet je iemand de ruimte geven, ook als ze zelf niet weet dat ze die nodig heeft.

Je lijkt een beetje op een madonna, zeg je.
Hoezo, vraagt ze. Heb ik geen kleren aan of zo?
Madonna’s hebben juist wel kleren aan, grijns je. In statige gewaden staan ze onder stolpen te staren naar wie hoopt hun zegen te krijgen.
Ik sta niet, zegt ze. Ik zit. Ik lees. Laat me met rust.

De wereld komt bij momenten zo hard binnen dat afstand het grootste geschenk is dat je iemand kunt geven. Dichtbij willen zijn maar toch niet binnendringen. Het gebaar van de ander laten komen, ook als dat wil zeggen dat je er misschien heel lang op moet wachten.

Hoe breek je uit een stolp van eigen makelij? Hoe leren we leven met de begrenzingen die het leven ons oplegt? Onze wanden zijn zo dun dat ze maar al te vaak vragen om bescherming. De ene maakt er een klein koninkrijk van, een geheime tuin, de ander een terrarium waaruit langzaam alle lucht weg sijpelt.

Ze kijkt op van haar boek. Ze glimlacht. Je ziet mij graag, zegt ze.
Ik voel het tot hier.



ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

Groeien – naar binnen toe

(c) Inaya Photography



De afgelopen weken zat ik met een vreemd gevoel.
Ik wilde niet naar buiten. De lente kwam te vroeg, daar had ik het al over, maar er was meer aan de hand. Het voelde een beetje alsof ik kluizenaar wilden worden. Liefst zo weinig mogelijk mensen wilde ik zien, zo weinig mogelijk gedoe aan mijn hoofd hebben.

Dat was een ongewone ontwikkeling op het moment dat de lente op uitbreken stond en traditioneel overal in het land kinderboeken en hun makers naar buiten komen om zoveel mogelijk (jong) publiek te bereiken. Ik beken: ik stelde me plots vragen, bij alles inclusief mezelf.

Intussen is de wereld helemaal in overeenstemming gekomen met mijn bizarre gevoel van naar binnen keren. Veel mensen hebben het er moeilijk mee en het vraagt van bijna iedereen een enorme aanpassing. Juist voor het duidelijk werd dat de crisis rond Covid-19 ernst was en dat er maatregelen zouden komen, had ik vrede gevonden met mijn situatie.
Daarom wil ik hier nu delen wat ik een paar weken terug aangereikt kreeg.

Ik heb geleerd om te luisteren naar wat zich innerlijk aandient, ook als dat een bevreemdend gevoel is. Daarom ging ik er niet tegen in verzet, ik onderzocht het. En ik liet de antwoorden spontaan opkomen, van een diepe (of hoge) plek in mezelf.

Dit is wat ik leerde.

We zijn gewend om groei en ontplooiing, van welke soort dan ook, te associëren met een dynamiek naar buiten toe, een expansie. We willen meer doen, meer zijn, meer mensen bereiken, meer begrijpen, meer inzichten delen, meer verwezenlijken. We associëren groei met het innemen van meer terrein. Maar dat is in feite een misvatting.

Groei kan net zo goed naar binnen toe. Dan wordt het een vorm van verdieping, een brede resonantie die, als ze de kans krijgt, in alle subtiliteit zelfs veel verder reikt dan de luidruchtige en ogenschijnlijk actievere uitwaartse beweging.

(c) Inaya Photography


Net zoals bij eb het water zich terugtrekt en precies daardoor het strand veel groter en uitgestrekter wordt, is een beweging naar binnen toe een uitnodiging om een aspect van onszelf aan het licht te laten komen dat gewoonlijk schuilgaat onder de deining van de dagelijkse drukte en hectiek.

Als we onszelf niet meer (kunnen) afleiden, verdoven of bezighouden met de dynamiek van het water, worden we bijna gedwongen om te kijken naar het strand. Op het eerste zicht lijkt dat misschien leeg, een verlaten vlakte met eindeloze verveling als horizon. Dat kan beangstigen, maar het kan ook een enorm bevrijdend zijn. Veel mensen gaan niet per toeval uitwaaien aan zee en maken dan hun standwandelingen het liefst bij eb. De wind, de ruimte, het gevoel dat de vereisten van de wereld even losgelaten kunnen worden, het is er allemaal.

Hoe tegenstrijdig het ook kan klinken in deze tijden, maar precies dat gevoel is ook nu binnen handbereik. Zó groot kan onze innerlijke ruimte zijn, zelfs in een klein appartement in de stad.
Want kijk, het water trekt zich terug. Activiteiten worden geschrapt, onze bewegingsvrijheid wordt drastisch beperkt. We worden zowat verplicht – door deze hele toestand, maar ik noem het liever door het Leven Zelf – om naar binnen te keren.

Ik maak me geen illusies: er zullen nog kwade dagen komen. Medisch, sociaal, emotioneel, voor heel veel mensen persoonlijk en voor ons allen als samenleving. We zullen tegen conflicten met huisgenoten aanlopen, tegen eenzaamheid, tegen allerlei vormen van confrontatie met onszelf. We zullen ziek worden en mensen verliezen of dierbaren kennen die dat doen. We zullen als samenleving daveren op onze sociale en economische grondvesten. Maar als er één ding is wat Covid-19 ons nu al, na een paar luttele weken, scherper duidelijk heeft gemaakt dan wat ooit tevoren, dan is het dat alles met alles verbonden is, en wij allemaal met elkaar. Het is een wake-up call van formaat, en steeds meer mensen hebben ze begrepen.
Laten we vanuit die hervonden kwetsbaarheid en verbondenheid ook de inzichten verwelkomen van de weken die nog zullen volgen.

Want het water trekt zich terug. De golfslag van het gewone dagelijkse leven valt stil.
Nu kunnen we kiezen. Gaan we die ontruiming te lijf met zoveel mogelijk trucs en technieken om onszelf bezig te houden en de stem van ons innerlijk te overschreeuwen terwijl we de muren stilaan op ons zien afkomen?

Of staan we toe dat het strand bloot komt te liggen?

(c) Inaya photography

De dood wint altijd – net als het leven

Er is een bekende acteur overleden, een grote meneer, die ooit in een iconische scène als ridder een potje schaakte met de dood. ‘De dood heeft gewonnen’, zei iemand op Facebook. ‘De dood wint altijd’, antwoordde iemand anders.

Het trof me als een opmerking met oogkleppen, want de laatste tijd zie ik dat niet meer zo.

Marigold Tarot – VIII Strength


Ik weet het, we houden er niet van om te denken aan ons lichaam als iets wat vervalt en zal vergaan, om verbrand of verteerd te worden. Het confronteert ons te hard met het feit dat we geen antwoord hebben op de vraag waar onze persoonlijkheid (of onze ziel, kies wat voor jou past) dan heen gaat. Een hiernamaals, een wedergeboorte, het grote niets? We weten het niet en we zijn er bijgevolg bang voor.

Het enige wat we met zekerheid kunnen zeggen, is dat energie in dit universum (en alle materie, dus ook wij, ons lichaam en onze gedachtenvormen, zijn een vorm van energie) nooit verloren gaat, en dat alles op een of andere manier hergebruikt zal worden.
Dat is niet eens ‘zweverig’, dat is fysica. Of biologie.

Zeggen dat de dood altijd overwint, is dus een typisch menselijke uitspraak, gebaseerd op angst, zonder kennis van zaken. Het is zoiets als zeggen dat de maan het altijd wint van de zon. Of eb van vloed. Of de uitademing van de inademing. Beide zijn fases in een veel groter en complexer proces, momentopnames die elk hun recht en hun tijd hebben. Ja, natuurlijk trekt eb het water altijd terug naar zee. Net zoals vloed het altijd weer terug aan land spoelt. Het is geen gevecht, het is een dans, een evenwicht.

Marigold Tarot – XVII The Star


Alles in de kosmos bouwt zichzelf op een of andere manier op, dient een doel, kent een bepaalde tijd in die vorm, en vervalt vervolgens weer. De bouwstenen worden tot de allerlaatste en allerkleinste gebruikt voor iets anders.

Groei om de groei is de filosofie van de kankercel. Levensvormen moéten vervallen en verdwijnen om het grotere geheel, waarvan we allemaal deel uitmaken, gezond te houden. Het klinkt als moderne ketterij in deze hypergemediatiseerde tijden van antibacteriële zeep, steriele hospitalen en paniek om een nijdig virus, maar de dood is geen vijand waartegen we altijd en overal, uit principe, moeten vechten.

Het leven kan zichzelf pas in stand houden als het ook mag sterven. Dat de mens daar op een of andere manier buiten of boven zou staan, is de gevaarlijkste en schadelijkste illusie die onze prefrontale cortex ons ooit heeft voorgespiegeld (en de rechtstreekse oorzaak van het ecologische drama waar we recht op afstevenen, want waar zijn wij anders mee bezig dan groei om de groei?).

Marigold Tarot – Four of Wands


Al het bovenstaande wil niet zeggen dat ik onderschat wat de dood in ons persoonlijk leven met ons doet. We zijn sociale, voelende wezens, we zien elkaar graag en hebben nood aan verbondenheid.

Als iemand sterft, missen we zijn aanwezigheid, haar stem, de knuffel, de grapjes, de ruzies zelfs, het gevoel dat we hadden met hem of haar in de buurt. Daar valt niets tegenin te brengen. En dat gemis kan heel diep gaan. Dat mag, dat is zelfs mooi. Want vaak groeien we ook, precies als we zo diep durven voelen. Pijn legt onze diepste, kwetsbaarste stukjes bloot, voor onszelf en voor de buitenwereld. Als iemand die we graag zien sterft, sterft een stukje van ons mee.
Maar in beide gevallen komt er precies daardoor ook ruimte voor iets anders om geboren te worden.

Marigold Tarot – I The Magician


Dus ja, geef mij dan de Magiër maar, de sjamaan met een ster in de ene hand en een granaatappel in de andere, verbonden met alles wat groeit en sterft in de kosmos, alles één grote belofte van leven en verval, van duisternis en licht. Want wat zijn de zaden van een dode vrucht anders dan kleine sterrenstelsels, klaar om geboren te worden in de donkere grond van een nieuw universum?

De dood wint altijd. Gelukkig maar. Zo hoort het ook. Net als het leven.



Noot over de afbeeldingen:

Ik ben al ruim twintig jaar bezig met de tarot. De laatste paar maanden verdiep ik me in de Marigold Tarot. Veel mensen schrikken er intuïtief van terug. Ze vinden de tekeningen luguber, vooral omwille van het consistent gebruik van beenderen in plaats van herkenbare figuren. Maar beenderen, leerde ik, zijn gewoon een diepere laag van het lichaam dan huid. Ze hebben niets met de dood te maken, wel alles met de kern, de onderliggende kracht, de structuren die ons dragen. De combinatie met de sterrenhemel, de botanische rijkdom en een aantal goed gekozen symbolen, maken deze kaarten van het beste en het sterkste waar ik al mee gewerkt heb. Wie oude clichés opzij durft zetten en open staat voor de zeer zintuiglijke manier waarop ze werken, wordt beloond met boodschappen van een grote subtiliteit en een diepe zachtheid. Laat dit een uitnodiging zijn, van dezelfde omvang als de sterrenhemel.

Thuis

(c) Inaya photography


Parallel groeien, maar nooit gelijk.
Dezelfde oever delen, zon en schaduw
en een storm nu en dan. Vogels zien
komen en gaan, een thuis bieden
tussen wortel en tak, onder kreupelhout,
aan nesten en holen en alles wat liever
ongezegd blijft. Geen enkele stam groeit
ongeschonden. Maar dat geeft niet
zolang de wortels elkaar vinden.

De uitnodiging

(c) Inaya photography


‘Dat is iets wat je moet leren’, zeiden we vroeger tegen elkaar, mijn moeder en ik, als een van ons beiden weer eens tegen een vervelende (of soms juist heel positieve) situatie was aangebotst die ons een aantal inzichten had gegeven in een aspect van onszelf dat we nog niet goed beheersten.
Geduld hebben. Jezelf graag zien. Plaats durven innemen. Kwetsbaar kunnen zijn. Durven loslaten. Het maakte niet uit wat het was, het was iets wat we nog ‘moesten leren’. En als we het geleerd hadden, werd het leven weer een stukje makkelijker.

We leren nog altijd bij, volop. En we zijn daarin nog altijd elkaars klankbord. Maar we zijn er al een tijd geleden mee opgehouden het woord ‘moeten’ te gebruiken. Ik weet niet meer exact waarom of wanneer, ik weet wel dat zij het was die de klik maakte. ‘Je wordt uitgenodigd om dit te leren,’ zei ze. ‘Er is geen moeten aan, het is een kans, een geschikte gelegenheid, een… ja, een uitnodiging. Je mag erop ingaan, of niet.’

Het leven kan er echt een stukje leuker en positiever gaan uitzien als je andere woorden gaat gebruiken. Je hoeft me niet te geloven, maar wat mij betreft, werkt het.

Ik denk er vanavond aan om een andere reden. Het is zondag, het einde van het weekend, het einde van een schoolvakantie.
Ik kan me nog precies herinneren hoe dat voelde toen ik op school zat, of toen ik zelf nog lesgaf, ja, zelfs toen ik als redacteur werkte voor een blad, een job waar ik immens veel plezier aan beleefde.
Het gevoel was altijd hetzelfde: morgen moet ik weer aan de slag. De zondagavond was een soort laatste klif, een psychologische kaap, en van daaruit ging het steil naar beneden naar het begin van de school- of werkweek.

Nu ontdooi ik een voorraad veggie bolognesesaus, gooi een pak pasta in de kookpot en betrap mezelf op de gedachte: wat heerlijk dat ik dat nu niet voel. Ik weet niet hoe het zit met mijn man of mijn zoon, en of zij dat gevoel wel hebben, maar ik in ieder geval niet.
Natuurlijk ga ik morgen aan het werk, zoals iedereen. Ik ga schrijven, administratie regelen, lezingen voor de jeugdboekenmaand voorbereiden, honderd-en-één vervelende klussen achterna lopen. Maar het is een ander soort werken, meer vanuit het hart en vanuit een diepe, persoonlijke drive. En dat voelt niet als moeten. Dat voelt als mogen.

Als een uitnodiging.

Late winter/eerste lente-snoei: alnus en viburnum in aardewerk van Maja Jantar (c) Inaya photography

ZAAILING #77 – De plaatsen waar we blijven

(c) Jurgen Walschot
Klik op het beeld voor een grotere versie (en de Engelse tekst)


We kennen ze wel, de verhalen
van troost, van licht in tunnels en gezang
van gevleugelden. Maar verhalen zijn lucht,
ze waaien weg met de wind en wie
achterblijft, staat met lege handen.

Laat de woorden maar gaan. Want
het zijn de plaatsen waar we blijven
omdat elk blad aan de bomen
er onze naam kent. Het zijn de plekken
waar we wortelen, diep in de bodem
die ons toebehoort, en waar de dingen
doorgaan, loom en vanzelf, vertrouwd
als een kat opgekruld op een schoot.

Verbondenheid is een levend landschap,
waar stamstroom en schaduw op elk uur
van de dag de grens hertekenen
tussen wat geweten is, gekoesterd
en vanuit een ooghoek nog gezien.





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

Naar de wortel graven

(c) Inaya photography


Soms moeten we graven naar de wortel
van onszelf: wonden blootleggen, lagen
doorkruisen, almaar dieper boren tot de kern.

Soms moeten we de storm vertrouwen
ons te kraken, los te rukken wat eens
veilig vast verankerd lag in gevangenschap.

Soms mogen we vallen, want wat bloot
komt te liggen aan de wind laat ruimte
voor het ongeziene om te groeien naar het licht.

(c) Inaya photography