ZAAILING #53 – Huidhonger

(c) Jurgen Walschot


Het vraagt geen meesterschap om aan te raken, alleen handen
met open palmen, vingers die geen vragen stellen. En huid, aanwezig,
onbedekt.

Honger hebben we. Naar de ander.
Naar onszelf, daar tegenaan.

Wie kwamen en weer gingen, dragen we mee.
Met gesloten ogen staan we de spiegel toe om bij ons in te breken.
We scheppen onszelf naar de blik van wie ons liefheeft
en willen daarop ook gaan lijken.

Verlangens zijn altijd nietig in de knop. Verwaarloos ze
en de meeste verwelken vanzelf.
Maar sommige, gedijend op schraalheid, zullen woekeren
met bladeren in monsterachtige proporties en wortels
die ontsnappen aan de pot.

Honger is een vreemde metgezel, een vleesetende bloem
die ons bezit. Ze slaat ons overboord, ook bij kalme zee. Zo zullen we
op een dag misschien de kust bereiken en aan land gaan,
zoals liefde zich laat aanspoelen – schelploos.



Hommage aan Paul Verhaeghe, Ilja Leonard Pfeijffer en Hans Faverey

Sommige Zaalingen ontstaan uit een interessant samenstromen van ideeën, dat een heel klein beetje meer uitleg vereist. Een visueel detail overgenomen uit een hommageprent over een Brusselse meester, een treffende schets die meteen het woord ‘huidhonger’ opriep, en de beslissing om de tekst óók een soort hommage te maken: aan een academicus en twee dichters voor wie ik grote bewondering heb. Wie vertrouwd is met hun werk, zal een en ander herkennen.
Advertenties

Een decennium

Dat de wereld verandert.
En hoe.

Ze zeggen dat je liefde voelt voor je kinderen. Dat is ook zo.
Maar de emotie is maar het topje van de ijsberg.

We noemen het liefde omdat het ons hart meesleurt, en omdat we het niet gewend zijn over onszelf te denken in termen van dierlijk instinct. Nochtans is dat wat ik het eerste voelde, kort na de geboorte al.
Mijn emoties zaten nog achter slot en grendel, op het achterplan gedrongen door het trauma van een bevalling die niet bepaald in de top tien van mijn levensgebeurtenissen prijkt. Ik had in de weken die volgden niet echt baby blues, maar van een roze wolk was totaal geen sprake.

Wat er wel was, was dat instinct. Ik herkende het, en ik moest denken aan onze kater. Ik herinnerde me hoe die vechtersbaas, die geen enkele andere kat in zijn buurt toeliet, zijn eigen jongen voor het eerst besnuffelde en vervolgens minzaam aanvaardde. Hij voelde dat ze van hem waren.

Nu begrijp ik hoe dat werkt, dacht ik. Want ik voelde het ook. Een oerstroom, een verbondenheid die ging tot in het bloed. Een energetische verbondenheid ook, waar dat kleine wezentje zich in nestelde, zijn aura binnen de mijne, veilig, omhuld.

Hij doet het nog altijd: bij mij op schoot komen zitten en zich warmen binnen mijn energieveld. Op momenten dat hij nood heeft aan bevestiging, of een knuffel, of nabijheid. Ik geniet ervan tot in de diepste vezel van mijn lichaam.

En dan springt hij op en is hij weer weg, in zijn eigen ruimte, blij met zijn plek in de wereld, klaar om die te veroveren. Met enthousiasme. Met bedachtzaamheid. Met humor.

Tien jaar.
Ja, de wereld is veranderd. En hoe.

Middeleeuws riddergevecht aanmoedigen (c) KV 2012


Het ogenblik dat ik ben

(c) Inaya photography


waar ik heenga – geen idee
zelfs van een pad geen spoor
ik vlieg blind

de enige frequentie die telt
is die waarop ik hier en nu
teken van leven ontvang

vertrouw ik op de schemering
en haar regenboogsluier
van stervend licht

omhels de oneffenheid
even innig
als de schoonheid

kijk zwijgend
hoe het blad eerst
zwelt dan verwelkt

en laat het opgaan
in het ogenblik
dat ik ben

(c) Inaya photography


Tussen donker en licht: Marit Törnqvist

Voor de literaire podcast Boeken Toe mocht ik als gastredacteur op pad voor een bijzondere opdracht: een diepte-interview met een boekenmaker van mijn keuze.

Die keuze was snel gemaakt.
Op een gure februaridag spoorde ik naar Amsterdam voor een gesprek met Marit Törnqvist. Over dertig jaar kinderboeken maken, over Astrid Lindgren, Nederland en Zweden. En over de bijzondere betrokkenheid bij kinderen hier én van de andere kant van de planeet, over het lot van uitgeprocedeerde vluchtelingen en over je plek vinden in de wereld.

Het scherp van de snee

(c) Inaya photography

Wat een kantelpunt.
Het scherp van de snee, de top van de bergpas waar de wind van alle kanten giert. Gewoon rechtop staan, in evenwicht blijven, is al een uitdaging.

Ik heb net een paar dagen verlof genomen en hoefde daardoor voor een iets langere periode niet naar Brussel, naar de redactie van het blad waarvoor ik nog een paar maanden werk.
Ook al zit ik nog niet eens halverwege mijn opzegtermijn, wat een rust is er al gekomen in mijn hoofd. Ik leef te midden van horizonten die zich verruimen; ademruimte voor lichaam, ziel en geest.

Morgen ga ik terug, voor een paar dagen. En volgende week weer. Enzovoort, nog een aantal weken, tot ik helemaal niet meer terug hoef. Die dagen van pendel zijn een soort blokken graniet, obstakels waar de rest van mijn leven zich noodgedwongen omheen organiseert. Ik neem ze voor lief. Het is een langzame, waardige manier van afscheid nemen.

Ondertussen kijk ik naar het nieuws en warm ik mijn hart aan de beweging van klimaatbetogers. De rust en waardigheid van jonge vrouwen als Greta Thunberg en Anuna De Wever is prachtig om te zien. Oude, wijze zielen in jonge lichamen. Wat een schoonheid en een kracht.

Maar ik maak mij ook dodelijk ongerust als ik snippers opvang van de commentaren die gedrenkt lijken in vitriool van de zogenaamde ‘realisten’. Doorgaans probeer ik mij kalm te houden – het zoveelste blok graniet om omheen te laveren, zeg maar. Maar bij momenten maak ik mij bijzonder kwaad. Het enige realisme dat hier op zijn plaats is, is dit: als we de aarde kapotmaken, gaan we zelf dood. We gedragen ons als een virus dat denkt dat zijn gastheer niet kan sterven (The Matrix, anyone?). Daar valt niet over te onderhandelen! Dat kost méér dan centen. Al wie het nu nog heeft over ‘niet betaalbaar’, heeft die goeie ouwe Cree-uitspraak niet gelezen die een kwart eeuw geleden al op een Greenpeace t-shirt stond:

Only when the last tree has been cut down
when the last river has been poisoned
when the last fish has been caught
will you find
that money cannot be eaten

Toegegeven, het klinkt als een bumpersticker. Maar het komt nog altijd binnen. En vooral omdat het bij momenten gewoon een koud feit is: de mensheid is in staat om door te gaan tot we zelfs de lucht die we moeten inademen onherstelbaar hebben vergiftigd en onszelf uitroeien.

Om eerlijk te zijn: om de planeet zelf maak ik mij geen zorgen. Gaia vindt wel een nieuw florerend ecosysteem uit. De film die daar ooit over verscheen, met de weergaloze stem van Julia Roberts als Moeder Aarde, laat niets aan de verbeelding over.


Maar de diepgewortelde natuurmens/sjamaan in mij maakt zich grote zorgen om de mens. Mijn loyauteit ligt bij de planeet, niet bij de mens an sich. Maar ik heb verdriet om alles wat we onnodig kapot maken, inclusief onszelf.




In mijn eigen kleine, persoonlijke leventje heb ik op het kantelpunt gekozen voor een weg die minder evident is, die velen verrast of angst aanjaagt, maar die voor mij het verschil betekent tussen stikken of openbloeien. Dat wil niet zeggen dat ik geen angsten of twijfels heb, geen ‘realistische’ scenario’s over risico’s, tekorten of tegenslagen. Ik heb alleen gekozen om mij daar niet door te laten leiden.

Wat zal de mensheid, op haar eigen kantelpunt gekomen, beslissen?
Waardoor zullen wij ons laten leiden?

Ik vraag mij af of het al iemand is opgevallen dat Greta Thunberg er op een zwart-witfoto en met andere kleren heel erg zou uitzien als een Indiaanse medicijnvrouw, wijs en oud voor haar jaren.

Ik kruis mijn duimen en ik hoop, ik hoop, ik hoop met heel mijn hart.

(c) Inaya photography

De naam van de oude wijze vrouw

(c) Inaya photography

Bij je geboorte krijg je een naam van je ouders. Met wat geluk is het een naam die je zelf ook mooi vindt en graag gebruikt. Maar soms heb je nood aan nóg een naam.

Ik ben boeken aan het herlezen waaraan ik ooit veel plezier gehad heb, werk dat te maken heeft met persoonlijke en spirituele ontwikkeling. Ik merk: ze zijn nog altijd goed. Ik merk ook: ik ben op een paar jaar tijd een heel eind opgeschoten. Wat ooit baanbrekend was en diep voedend, is nu vooral thuiskomen in iets wat ik beheers.

Soms vraagt een bijzonder interessante oefening erom om te worden herdaan. Je maakt immers nooit twee keer precies dezelfde reis.
Ik ben dus een oude vrouw gaan opzoeken. De vorige keer toen ik haar bezocht, was ze nog een stuk jonger. Ze zag er heel anders uit. Ze woonde op een andere plaats. Maar in wezen is ze nog steeds dezelfde.
Ze vertelde mij wat ik moest horen, en ik zal in de toekomst nog heel vaak bij haar op bezoek gaan. Ze zei mij ook haar naam.

(c) Inaya photography

De onverwacht vroege komst van de lente dit jaar houdt gelijke tred met mijn ontluikende gevoel van mogelijkheden. Ik heb een grote knoop doorgehakt, er liggen nieuwe horizonten open. Er zijn nog wat dingen af te ronden, in schoonheid. Er zijn nieuwe draden om op te pikken.
Alles is welkom, want vanaf nu is alles een avontuur.

Ik proef de naam van de oude, wijze vrouw op mijn tong. De klanken zingen, zachtjes.

(c) Inaya photography

Openbarsten

Net zoals de gezwollen knop uiteindelijk barst onder de almaar toenemende druk van wat hij de hele winter heeft beschermd, zo splijt mijn leven zichzelf open.

Ik heb mijn job opgezegd op de redactie waar ik al meer dan vijf jaar werk. De structuur die mij lange tijd als gegoten had gezeten, voelde steeds beknelder aan. Was hij gekrompen? Was ik gegroeid?
Beide.

(c) KV

Het zal de eerste keer in mijn leven zijn dat ik helemaal ‘voor mezelf’ ga rijden. Dat ik met open armen de deur uit stap en het leven zeg: ‘laat maar komen, ik ben er klaar voor’.

Of nee, eigenlijk is dat niet de eerste keer. Ik heb best al wat ervaring met vertrouwen en springen, blind zelfs. Mijn allereerste job is zelfs zonder solliciteren letterlijk aan de deur komen aanbellen – een smakelijk verhaal dat ik nog altijd met plezier vertel.
Het is wél zo dat ik altijd nog een vorm van vangnet achter de hand had, als niet materieel dan toch psychologisch. Of dat ik zo snel mogelijk van één vorm van vangnet naar een andere toe wilde. Dit keer niet. Het zou goed kunnen dat ik nooit meer in vaste loondienst treed, denk ik nu.

(Behalve dan wat mijn lessen op de academie betreft, die uiteraard doorlopen en waar ik heel goed op mijn plek ben. Om een of andere reden voelen die helemaal niet beknellend aan, juist vrij en creatief. Bij deze is ook mijn directeur, die zich bij het lezen van bovenstaande misschien even in zijn koffie verslikte, hopelijk gerustgesteld.)

Maar wat een groeiproces, voor iemand die zich nog maar een jaar of drie geleden niet kon voorstellen dat er mensen waren die de onzekerheid van een zelfstandig bestaan verkozen boven de veiligheid van een vaste baan. Ik sta zelf een beetje verbaasd te bekijken.

Het voelt nog wat rillerig, zoals naar buiten gaan zonder jas. Er staat een frisse bries. Maar de zon breekt door de wolken, en ik heb er goesting in.

(c) KV

P.S. Mijn leven is niet het enige wat openbarst. Terwijl ik dit schrijf, is mijn zusje aan het bevallen: haar buik opent zich om twee rijpe vruchtjes op de wereld te zetten. Voor ons allebei is vandaag het begin van een nieuw hoofdstuk. En wat voor één.

Jonge oogjes

“Pardon, mevrouw… We zagen dat u het woord ‘hooggevoelig’ ook gebruikte. En we wilden u vragen… Hoe dat was voor u? Want wij zijn zelf ook hooggevoelig, ziet u.”

Ze staan me aan te kijken met open gezichten en glanzende ogen. Twee jongens van een jaar of dertien, die samen hun moed bij elkaar geraapt hebben en na mijn lezing op mij af zijn gestapt.

Dit is de dia waarnaar ze verwezen.

Als schrijver heb je soms de neiging om een aantal motieven en thema’s te herhalen doorheen je werk. Ik heb genoeg literatuur bestudeerd om dat te weten. Toen ik mijn eigen boeken naar aanleiding van deze overzichtslezing tegen dat licht hield, merkte ik niet alleen dat ik daar (uiteraard) niet vrij van was, maar ook dat mijn verhalen tot op zekere hoogte mij geschreven hadden.

Ideeën die ik bijna twee decennia geleden aan het papier toevertrouwde, als fantasieën of wensdromen, zijn nu heel concreet aanwezig in mijn fysieke leven. Even slikken is dat, toch wel. Van ongeloof en dankbaarheid. Of hoe wat je schrijft profetisch kan zijn, zeg maar. (Ik had dat al eerder ondervonden in mijn dagboeken, maar dit was toch nog wel een straffer staaltje toekomstvoorspelling.)

Ik liet mijn verhaal beginnen bij de telepathische zielsverbondenheid tussen twee muzikanten in Als een spiegel. Ik toonde hoe plaatsen én mensen je kunnen raken en je leven overhoop kunnen gooien zoals gebeurt met de personages in Geheugen van Steen. Ik keek terug op de woede en wanhoop die aan de basis hadden gelegen van Sequoia en Yuma. Ik vertelde over het ontstaansverhaal van de Zaailingen en de zielsverbondenheid die daar bijhoort. Ik liet het achterste van mijn tong zien, zoals gewoonlijk. Wie zich helemaal blootgeeft, heeft doorgaans het minst te vrezen, dat bleek ook nu weer.

Want daar staan ze dus, na de lezing. Helemaal open, en stralend in hun enthousiasme en hun kwetsbaarheid. Of ik het ook was, hooggevoelig. En hoe dat dan voor mij was geweest. Plots besef ik: ik ben misschien wel hun eerste levende rolmodel. Die gedachte komt stevig binnen. Het maakt me bescheiden. Maar ook trots.

Dus vertel ik hen eerlijk over de bubbel waarin ik mijn kindertijd overleefd heb, en hoe vreselijk ik bepaalde dingen als jongere vond. Waar ik het moeilijk mee had, en wat ik heb geleerd. En dat het betert met ouder worden, dat je het met de jaren beter kunt hanteren, en dat de echte troeven dan pas naar voren komen.

(c) KV

Ze staan te knikken en te glunderen, allebei. Met een glimlach van oor tot oor en glinsterende, jonge ogen. Wat een vertrouwen, en een openheid. Ik word er heel erg dankbaar van.

Het waren drie intense maar geslaagde uren, daar op die dubbellezing in het Cultuurcentrum van een West-Vlaams stadje. Maar die laatste vijf minuten, dat is waar het die dag voor mij écht om heeft gedraaid.

De weg die voor ons ligt

(c) KV


Er is iets aan het veranderen.
Of het een subtiele kalibratie is dan wel een aardverschuiving valt nog niet te zeggen. Persoonlijk mik ik op een kruising tussen de beide.

Het is een beetje zoals wat ik deze dagen aan het doen ben: een nieuw programma gebruiken om foto’s te bewerken.
Je kende de basiskneepjes al, maar met dit nieuwe speelgoed komen er opeens een heleboel extra mogelijkheden in beeld. Kleuren worden meer uitgesproken, contrasten worden scherper. Je voelt de lokroep van iets wat belofte inhoudt. Je wil je erin verdiepen, er voluit voor gaan. Het voelt als water waarin je van nature thuishoort.

(c) KV – Eerste probeersel in slechte lichtomstandigheden… Met dank aan de gevleugelde gast die een paar seconden wilde blijven zitten…


Vinnen kweken, zo schreef ik het in Zaailing #48. Daar lijkt het wel op. En wie weet: misschien van de eerste keer ook kieuwen… In ieder geval: ik begin me voor te bereiden op leven in een andere habitat. Het is niet eens een volledig bewuste keuze. Een stuk van mij heeft al lang haar schoenen uitgetrokken en is het water in gelopen. Ik hoef alleen nog écht te duiken.

Ik ben vast niet de enige die de lokroep van nieuwe horizonten en nieuwe mogelijkheden hoort. Want de wereld staat op een kantelpunt. Van oud naar nieuw, van cynisch naar geëngagneerd, van business-as-usual naar hoop voor de toekomst.

Geen idee of hoop genoeg is. Maar het is zoveel beter dan wanhoop.

Confucius zei het al, eeuwen terug: ‘Het is beter om één kaars aan te steken dan te vloeken om het duister.’
Waar ik ook sta, ik zal ze blijven aansteken, die kaars.

En nu: op naar de toekomst.
Het is de weg die voor ons ligt. Er is geen andere.