Boeket vriendschap

L & G zomer_091 ed cut

Als de Nornen zaten we, met lange rokken en losse haren, in de tuin.
Een jonge vrouw met een jong kind. Een rijpe vrouw met volwassen kinderen. Een oude vrouw zonder kinderen. De ziel van vriendschap kent geen leeftijd.
We bewerkten stof, speelden met water, aten kersen.

Dit samenzijn was al een hele tijd op voorhand gepland, en we hadden er met tederheid naar uitgekeken. Nu bleek het ook nog de warmste dag van de zomer.

We aten samen onder de wuivende takken op het balkon: rijst, linzen, groenten uit de tuin van de oudste.
We bewonderden het handwerk van de tweede.
We speelden met het kind van de jongste.

We spraken over leven, plannen, innerlijke zoektochten.
Er was hitte en een zuchtje wind in de boomtoppen. Er was een draad die ons verbond, door de eeuwen heen.

Ik zette het stralende boeket, ook uit de tuin van de oudste, in een vaas fris water. Distelblauw, rozenpurper, maagdengroen. De kleuren van vriendschap.

Advertenties

“Raadpleegt u de kaart maar…”

De gps maakt steeds meer deel uit van het dagelijks leven. Maar hoe handig en gebruiksvriendelijk deze technologie ook is, er zitten mogelijk ook nadelen aan waar we maar beter waakzaam voor blijven.

De mens heeft altijd gestreefd naar meer comfort en lichter werk. Dat begon al bij het ontwerpen van de eerste werktuigen, en de digitale en geautomatiseerde technologie is daar de meest recente vorm van. We hebben onszelf het leven heel wat makkelijker gemaakt door alles wat we de afgelopen duizenden jaren hebben uitgevonden. En wat is die gps makkelijk! We mogen ons laten leiden door de vriendelijke stem en de kleurige pijlen. Geen geknoei meer met kaarten, geen gespeur naar een of ander verborgen herkenningspunt, geen zenuwachtige bijrijder die zich opwindt als je zijn aanwijzingen niet opvolgt…
Maar er zijn kanttekeningen te maken. Zo’n gps is niet onfeilbaar. Dat werd al snel duidelijk toen bestuurders manoeuvres gingen uithalen die niet toegelaten waren door de wegcode omdat hun gps niet op de hoogte was van een recent gewijzigde verkeerssituatie. Schadeclaims van verzekeringsmaatschappijen stimuleerden gps-fabrikanten tot de clausule dat de bestuurder de eindverantwoordelijke blijft, en dat de instructies van de gps alleen opgevolgd mogen worden als dat geen veiligheidsrisico’s of overtredingen inhoudt.
In elk programma sluipt ook wel eens een storing. Mijn zus bracht ooit haar pas aangeschafte gps terug naar de winkel nadat die stelselmatig foute informatie gaf, meermaals had geprobeerd om haar straten in te sturen waar ze niet in mocht en tenslotte in het hartje van Gent de instructie gaf: ‘Neem nu de ferry’. Een probleempje met de instellingen, zo bleek…

Cruciale fouten en noodmanoeuvres

In zijn boek De glazen kooi neemt auteur Nicholas Carr de toenemende automatisering van onze samenleving kritisch onder de loep. Veel geautomatiseerde technologie neemt routineuze taken van mensen over, en bevrijdt zo hun geest voor interessantere of nuttiger dingen, is de algemene opvatting van technologievoorvechters. Dat klopt maar tot op zekere hoogte. Carr fileert genadeloos het blinde geloof dat meer automatisering altijd beter is.

Zowat elke mens kent het plezier om een lastige vaardigheid zo goed onder de knie te hebben dat hij ze met het grootste gemak geslaagd kan uitvoeren. Dit soort meesterschap wordt maar bereikt door oefening en herhaling, waarbij het patroon zich stilaan uitslijt in onze hersenen. Maar geautomatiseerde systemen zijn nu juist ontworpen om ons minder inspanningen te laten leveren, en dat zou wel eens kunnen leiden tot ‘slimmere programma’s, maar dommere gebruikers’. In plaats van onze geest verder uit te dagen, duwt het huidige ontwerp van de technologie de mens steeds vaker in de passieve rol van toezichter op een zichzelf regulerend systeem. En dat is iets waar ons brein bijzonder slecht voor toegerust is. Onze aandacht verslapt immers als die niet gestimuleerd wordt, zodat we vervolgens cruciale fouten durven missen als die onverwacht opduiken.
De griezelige illustraties daarvan vormen de vliegtuigongevallen waarbij de boordcomputers het laten afweten en de piloten niet meer de juiste reflexen hebben of de correcte inschattingen maken om het toestel veilig aan de grond te zetten. Het is ironisch dat sommigen dan wijzen op de mens als zwakste schakel. Carr vindt dat we ons beter vragen zouden stellen bij de manier waarop het systeem functioneert, als blijkt dat het de echte talenten van de mens – creativiteit, kritische zin, nood aan uitdaging – steeds meer in de weg zit.

Om dezelfde reden maakt hij zich zorgen over de zichzelf besturende auto die Google in de nabije toekomst wil commercialiseren. Het mag dan komisch lijken dat het enige ongeluk met zo’n voertuig tot nu toe plaatsvond met een menselijke chauffeur aan het stuur, maar ‘waar we niets over horen, zijn al die keren dat de chauffeurs die voor de zekerheid in de Google-auto’s en andere geautomatiseerde testwagens zaten het stuur moesten grijpen om manoeuvres uit te voeren die de computer niet aankon. (…) De auto zonder chauffeur kan misschien toch niet zo goed zonder chauffeur als men wel dacht.’ En er zullen nog neteliger vragen opduiken, waarschuwt Carr: of we de beslissing om al dan niet bruusk te remmen als de kleuter van de buren plots de straat over rent, wel aan de algoritmes van de automatische piloot willen overlaten, bijvoorbeeld.

Voeling

Terug naar de gps vandaag. Als de bestuurder de eindverantwoordelijkheid draagt voor zijn rijgedrag en dus wel alert moet blijven, dan is er toch niet veel om ons zorgen over te maken? Of wel?
De invloed van gps-gebruik zou wel eens groter kunnen zijn dan we denken. Zo constateerde antropoloog Claudio Aporta dat de eeuwenoude vaardigheid van de Inuït om feilloos hun weg te vinden zonder kaarten of hulpmiddelen sinds de introductie van de gps bij de jonge generatie al opvallend is afgenomen. En wie de subtiele taal van windrichting, stuifpatronen van sneeuw, gedrag van dieren, stand van de sterren en getijden niet meer beheerst, is verloren in het barre ijslandschap als zijn gps het laat afweten.
Nu hoeven wij in de hedendaagse Westerse samenleving niet onmiddellijk te vrezen dat we zullen omkomen als onze digitale assistent uitvalt op een plek die we niet kennen, maar het is wel zo dat wie zijn gps volgt, vaak eigenlijk niet meer weet waar hij precies is. Ons zintuiglijk contact en dus ook onze rechtstreekse voeling met de omgeving gaan verloren als er een scherm tussen ons en de wereld in komt. En de gevolgen daarvan reiken dieper dan een steeds gebrekkiger oriëntatievermogen. Recent onderzoek brengt neurologen ertoe om te vermoeden dat de gespecialiseerde hersencellen die een rol spelen bij plaatsbepaling en navigatie ook betrokken zijn bij de vorming van herinneringen van gebeurtenissen en ervaringen. Psychiatrisch onderzoeker en geheugenexpert Véronique Bohbot stelt dat je navigatievermogen blijven oefenen wellicht bescherming biedt tegen de achteruitgang van het geheugen. Ze maakt zich zorgen dat als dat bewuste deel van onze hersenen te weinig gestimuleerd wordt, de kans op dementie toeneemt, en op steeds jongere leeftijd.

De slogan ‘geniet maar gebruik met mate’ lijkt dus ook hier van toepassing. Contact met het landschap en de omgeving is heilzaam voor de mens, zelfs al vraagt het meer inspanning. Uiteindelijk voelen we ons trouwens ook gelukkiger als we inspanning leveren, zo heeft onderzoek uitgewezen. In die zin moeten we het stemmetje in ons hoofd dat pleit voor steeds meer gemak echt wat durven tegenspreken.
En kijk, soms wil de gps ons daar zelfs bij helpen. Is het u ooit opgevallen dat uw digitale assistent wat bitsiger lijkt te worden naarmate u zijn aanwijzingen blijft negeren omdat u een andere route in gedachten had? ‘Probeer om te keren indien mogelijk’ wordt na een paar keer: ‘Keer om’. Ondergetekende redacteur wist ooit zelfs aan een werkelijk tot wanhoop gedreven gps de reactie te ontlokken: ‘Gelieve de kaart te raadplegen!’

Zullen we doen. Met plezier zelfs.

Verschenen in De Bond van 16 januari 2015