De relativiteit van gewicht

Voor lezers die hier per Google heen surften en een blog verwachtten over ‘je lichaam is mooi zoals het is’, sorry! Dát soort gewicht bedoel ik niet. Volgers van deze blog weten sowieso dat ze dat soort stukjes hier niet zullen aantreffen.
(Hoewel ik wél vind dat elk lichaam mooi is zoals het is, op voorwaarde dat de eigenaar ervan het liefdevol verzorgt en het met goesting bewoont – maar dat terzijde.)

Soit, gewicht dus.

(c) Inaya photography

‘Zal dat niet te zwaar wegen, die pendel?’ vroegen ze mij zeven jaar geleden, toen ik solliciteerde voor een job bij de organisatie waar ik tot op vandaag werk maar die ik medio april verlaat. De pendel waarvan sprake bedroeg een kleine twee uur, enkele reis: van een dorp met weinig openbaar vervoer tot in het hart van Brussel. De kantoren lagen niet slecht gesitueerd, maar toch ook weer niet zó schitterend, met het dichtstbijzijnde van de drie hoofdstations op twintig minuten lopen, of even lang sporen met overstap – als de treinen tenminste reden.

Ik schudde toen resoluut mijn hoofd – zwaar, welnee! Ik wilde de job.

Het wás ook te doen, bleek toen ik het twee tot drie keer per week deed, heen en terug. Het had wat voeten in de aarde, maar ik had het ervoor over. Lange dagen waren het wel, makkelijk twaalf uur van huis, en mede daardoor vond ik halftijds werken ruim voldoende.

Tegen het einde van het eerste jaar, toen mijn tijdelijk contract afliep en ik uitgekeken was op de job in kwestie, was die pendel wel beginnen wegen. Als een werkelijk gewicht: ik voelde het aan als een last. Het was gedoe, die drie verkeersmiddelen, en het duurde lang.

Maar toen kwam er een vacature vrij, één verdieping hoger in hetzelfde gebouw. Redacteur. Dat was wat ik wilde. Ik had ervan geproefd en ik voelde me er thuis. Ik werd blij van dat soort werk. Ik solliciteerde en kreeg de job.

Toen gebeurde er iets vreemds.

(c) Inaya photography

Ik was misschien twee of drie dagen zeker van mijn nieuwe functie, toen ik merkte dat er iets fundamenteel begon te veranderen. Een week eerder kroop ik nog met een diepe zucht van wilskracht op mijn fiets om naar de bushalte te rijden, daar bibberend te staan wachten op een veel te volle en ongemakkelijke bus, vervolgens de trein te nemen, mét overstap en nog meer bibberen tijdens het wachten daarop, om twee uur later eindelijk mijn kantoor binnen te lopen.

Nu, luttele dagen later, woog die pendel niks meer. Letterlijk: niks. Er was in objectieve of fysieke zin niets veranderd, maar plots kroop ik fluitend op mijn fiets en zat ik met een brede glimlach op de bus.
Het werd me meteen duidelijk: als de beloning die wacht aan het einde van de rit (in dit geval: een job waar ik zielsgelukkig van werd) het waard was, kon ik er veel bijnemen om daar te geraken. Met de glimlach. Gewicht is absoluut relatief. Het hangt er maar van af wat er op de andere helft van de weegschaal ligt.

Ik maakte ook meteen een mentale notitie – eens getraind in coaching, altijd alert: het moment dat die pendel, om wat voor reden dan ook, plots weer zou gaan wegen, moest er een alarmpje afgaan, en dat moest ik kunnen herkennen als een signaal dat er iets aan de hand was. Ik hoopte vurig dat dat nooit zou gebeuren.

Het werden een paar fijne jaren. Het werk was vervullend, mijn leven bloeide open op allerlei vlakken. De reistijd nam eerder toe dan af, maar ik zorgde ervoor dat ik goeie boeken bij had en eigen materiaal om aan voort te schrijven. Er zagen nogal wat Zaailingen het levenslicht in treincoupés. Ik begon uit te kijken naar de pendel als een vorm van quality time. Oké, toegegeven: quality time met vertragingen, nu en dan hinder en ook nog altijd veel te veel volk in de buurt van mijn hoogsensitief persoontje, maar toch. Als mensen ontwikkelen we graag rituelen. Met een kop koffie van bedenkelijke kwaliteit op de trein stappen om daar een klein uur te schrijven en te mijmeren, het werd een van mijn geliefde rituelen.

Na verloop van tijd en dankzij een elektrische fiets trapte ik zelfs fluitend de tien kilometer naar het station en kon ik drie vierden van het bibberend en verveeld wachten en vooral de gehate bus vaarwel zeggen. Goed voor mijn moreel én mijn conditie. Een dikke win-win, op alle vlakken.

En toen veranderde de invulling van de job zelf. Nogal drastisch.

Daar waren geen slechte bedoelingen mee gemoeid, en er waren allerlei beweegredenen die vanuit een bepaalde logica vast hout sneden. Maar van de ene dag op de andere was ik het werk kwijt dat ik jarenlang met zoveel plezier had gedaan. Alle compromissen die ik sloot, voelden aan als een verlies.

(c) Inaya photography

Ik gaf het tijd. Om de zoveel maanden maakte ik de balans op. Hoe ging het met me? Wat stoorde me, waarin vond ik vervulling? Het bleef, om het in KMI-termen te zeggen, kwakkelweer. Maar ik ben trouw, dus ik was bereid om de bui nog wel even uit te zitten, hopend op betere tijden.

Het hield naar mijn gevoel echter niet op met regenen. Het werd integendeel stelselmatig duidelijker dat wat eens een hartverwarmende boulevard was geweest nu een doodlopend straatje was geworden. Beetje bij beetje kalfde mijn werkplezier af. Het gebeurde sluipend, want ik wilde de zeurderige negatieve stemmetjes zeker niet bewust voeding geven. Maar toen ik begin dit jaar merkte dat het me zwaar begon te vallen om de tien kilometer te fietsen en een uur op de trein te zitten, wist ik hoe laat het was.

Ik ben geen dwaze dromer. Ik maak keuzes waarvan ik weet dat ze realistisch verantwoord of op zijn minst haalbaar zijn. Maar één wijsheid staat al jaren boven mijn spreekwoordelijke haard gebeiteld: het leven is te kort om gebukt te gaan onder zinloos gewicht.

Over vier weken loopt mijn pendeltraject naar Brussel definitief ten einde. Dat is veel sneller dan ik indertijd had gedacht of gehoopt dat het geval zou zijn. Maar ik aanvaard het voor wat het is. Dankbaar om de mooie jaren, dankbaar om wat er nog komt, al is het pad dat ik gekozen heb op dit moment nog verre van duidelijk.

Ik voel me wel lichter. Nu al.


Advertenties

Het ogenblik dat ik ben

(c) Inaya photography


waar ik heenga – geen idee
zelfs van een pad geen spoor
ik vlieg blind

de enige frequentie die telt
is die waarop ik hier en nu
teken van leven ontvang

vertrouw ik op de schemering
en haar regenboogsluier
van stervend licht

omhels de oneffenheid
even innig
als de schoonheid

kijk zwijgend
hoe het blad eerst
zwelt dan verwelkt

en laat het opgaan
in het ogenblik
dat ik ben

(c) Inaya photography


De naam van de oude wijze vrouw

(c) Inaya photography

Bij je geboorte krijg je een naam van je ouders. Met wat geluk is het een naam die je zelf ook mooi vindt en graag gebruikt. Maar soms heb je nood aan nóg een naam.

Ik ben boeken aan het herlezen waaraan ik ooit veel plezier gehad heb, werk dat te maken heeft met persoonlijke en spirituele ontwikkeling. Ik merk: ze zijn nog altijd goed. Ik merk ook: ik ben op een paar jaar tijd een heel eind opgeschoten. Wat ooit baanbrekend was en diep voedend, is nu vooral thuiskomen in iets wat ik beheers.

Soms vraagt een bijzonder interessante oefening erom om te worden herdaan. Je maakt immers nooit twee keer precies dezelfde reis.
Ik ben dus een oude vrouw gaan opzoeken. De vorige keer toen ik haar bezocht, was ze nog een stuk jonger. Ze zag er heel anders uit. Ze woonde op een andere plaats. Maar in wezen is ze nog steeds dezelfde.
Ze vertelde mij wat ik moest horen, en ik zal in de toekomst nog heel vaak bij haar op bezoek gaan. Ze zei mij ook haar naam.

(c) Inaya photography

De onverwacht vroege komst van de lente dit jaar houdt gelijke tred met mijn ontluikende gevoel van mogelijkheden. Ik heb een grote knoop doorgehakt, er liggen nieuwe horizonten open. Er zijn nog wat dingen af te ronden, in schoonheid. Er zijn nieuwe draden om op te pikken.
Alles is welkom, want vanaf nu is alles een avontuur.

Ik proef de naam van de oude, wijze vrouw op mijn tong. De klanken zingen, zachtjes.

(c) Inaya photography

De weg die voor ons ligt

(c) KV


Er is iets aan het veranderen.
Of het een subtiele kalibratie is dan wel een aardverschuiving valt nog niet te zeggen. Persoonlijk mik ik op een kruising tussen de beide.

Het is een beetje zoals wat ik deze dagen aan het doen ben: een nieuw programma gebruiken om foto’s te bewerken.
Je kende de basiskneepjes al, maar met dit nieuwe speelgoed komen er opeens een heleboel extra mogelijkheden in beeld. Kleuren worden meer uitgesproken, contrasten worden scherper. Je voelt de lokroep van iets wat belofte inhoudt. Je wil je erin verdiepen, er voluit voor gaan. Het voelt als water waarin je van nature thuishoort.

(c) KV – Eerste probeersel in slechte lichtomstandigheden… Met dank aan de gevleugelde gast die een paar seconden wilde blijven zitten…


Vinnen kweken, zo schreef ik het in Zaailing #48. Daar lijkt het wel op. En wie weet: misschien van de eerste keer ook kieuwen… In ieder geval: ik begin me voor te bereiden op leven in een andere habitat. Het is niet eens een volledig bewuste keuze. Een stuk van mij heeft al lang haar schoenen uitgetrokken en is het water in gelopen. Ik hoef alleen nog écht te duiken.

Ik ben vast niet de enige die de lokroep van nieuwe horizonten en nieuwe mogelijkheden hoort. Want de wereld staat op een kantelpunt. Van oud naar nieuw, van cynisch naar geëngagneerd, van business-as-usual naar hoop voor de toekomst.

Geen idee of hoop genoeg is. Maar het is zoveel beter dan wanhoop.

Confucius zei het al, eeuwen terug: ‘Het is beter om één kaars aan te steken dan te vloeken om het duister.’
Waar ik ook sta, ik zal ze blijven aansteken, die kaars.

En nu: op naar de toekomst.
Het is de weg die voor ons ligt. Er is geen andere.

ZAAILING #50 – Passages



We treffen elkaar op de trein in elk seizoen.
Als je lang genoeg reist, weet je wie op welk moment zal opstappen. Er schuilt een bijzondere poëzie in hoe vreemden langzaam ontdooien tot gezichten die je eerst herkent, vervolgens ook toeknikt. Soms ontstaat er een gesprek, tussen onbekenden die verheugd zijn elkaar terug te vinden.

Onze band wordt bepaald en beperkt door de tijdelijkheid van waar we ons bevinden. Wat eindig is, is altijd intenser. En wij zijn hier, gloeiende spatjes licht in het duister van een reis met onbekende bestemming, een menselijk schakelbord van knipperende verbindingen, kort en ongrijpbaar.

De trein rijdt een station binnen. We schorten het gesprek op, nemen efficiënt afscheid. De vreemdelingen verlaten ons leven, wij verdwijnen uit dat van hen. We laten geen sporen, we reiken elkaar geen houvast. Wat oplicht tussen passanten, is per definitie van voorbijgaande aard.

Tussen ons niet meer dan een draad die blijft zinderen in de ruimte, een halve zin, een onafgemaakte gedachte. Maar klaar om weer op te pikken. Bij de volgende passage.





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.




ZAAILING #49 – Onze dierbaarste geest

Zaailing voor Gedichtendag 2019

Onze dierbaarste geest

Soms komen we spoken tussen de lagen
van ons eigen leven. Want de tijd reist zelden
in rechte lijn, als een strak spoor dat ons
veilig vervoert van verleden naar toekomst.

Gesteente plooit onder aanhoudende
druk, muren verzakken, pleister vergeelt.
Herinneringen waaien door de kieren
en tochtgaten weer naar binnen. Ergens

klinkt een kinderstem, slaat een deur.
Het licht draagt de geur
van verbleekte beelden en vrieskou.

Ook wanneer we vooruitgaan, keren we
op onze passen terug. We tekenen
de contouren van onze verlangens
op telkens weer andere wanden.

Ter hoogte van ons hart dragen we
een barst – onze dierbaarste geest.
We zetten plamuur aan in dikke lagen,
en hopen dat niemand de littekens leest.




ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Waarom (geen) uitleg?

Ingaan op een uitdaging

We kennen ze wel: de ‘challenges’ op sociale media die je uitdagen om een reeks boekcovers te posten, of zwart-witfoto’s uit je dagelijks leven, of wat voor reeks beelden dan ook. De typische omschrijving gaat als volgt: geen titels, geen commentaren, geen verhalen. Alleen het beeld.

Ik kreeg zo’n uitnodiging van een illustrator die ik ken en waardeer: tien dagen elke dag een beeld van de meesterwerken uit de beeldende kunsten (schilderijen, tekeningen, beeldhouwwerk, fotografie…) die voor jou iets betekenen. En ja hoor: alleen het beeld, graag, geen commentaar of achtergrondverhaal.

Ik aarzelde. Kon ik genoeg voorbeelden van beeldende kunst bij elkaar schrapen die mij werkelijk – en diep – geraakt hadden?
En waarom mocht ik andere mensen dan niet vertellen waaróm precies?

Ik heb nogal de neiging om dingen uit te leggen. (Nu beginnen er vast een aantal mensen te lachen.) Tja, het is gewoon zo. Zo schrijf ik, praat ik en leef ik. Ik durf er wellicht soms in overdrijven. (Nu zitten ze te knikken, wedden?) Maar wat had je gedacht, met de genen van een leerkracht, derde generatie in rechte lijn? Het is gewoon hoe ik in elkaar zit.
Als ik de posts van kennissen die aan gelijkaardige ‘challenges’ deelnamen, zie verschijnen op mijn tijdlijn, heb ik altijd weer dezelfde reflex: ‘Dit betekent vast iets voor jou. Maar ik heb geen idee wat, dus hoe kan dit nu een verrijkende ervaring worden voor mij?’

De verhalen van anderen kunnen je afleiden van je persoonlijke ervaring, wierp een vriendin op. Ik geef toe dat dat kan kloppen, en zeker in het geval van beeldende kunst wilde ik het argument wel volgen. Tot op zekere hoogte.

Daarom heb ik besloten om deze blog te schrijven – een lange, sorry – die de beide benaderingen combineert.

Hieronder plak ik de tien beelden die ik in de Facebook challenge deelde, zonder commentaar. Als de visuele stimulans alles is wat je wil, zonder mijn persoonlijke mijmeringen erbij: alsjeblieft. Geniet ervan! En stop dan met lezen.
Want dááronder plak ik ze nog eens, een voor een, met een tipje van de sluier waarom ik ze uitkoos.



Beeldende kunst: een persoonlijke reis in tien stappen

Mijn diepste wortels

Ik koester een diepe liefde voor onze prehistorische voorouders, al van sinds ik als kind de grotten van Furfooz (bij Dinant, België) bezocht. Op de wanden van de spelonken daar staan weliswaar geen kunstwerken geschilderd, maar de geesten van de bewoners zijn er nog bijzonder aanwezig. En ze hebben mij nooit meer verlaten.
Van de adembenemende kunst in Chauvet of Peche-Merle, gekoesterd in boeken of bezocht in het echte leven, tot het zinderende lied dat ik mocht zingen in Niaux, onder dezelfde gewelven waar ooit werd gedanst met de trance van trommels en het flakkerende licht van de vuren, terwijl de geesten toekeken vanaf de wanden: prehistorische kunst is een van mijn diepste wortels, mijn oudste liefdes. We kunnen nooit dichter komen bij het kloppende hart van wie we als mens ooit waren, dan daar.

Muurschilderingen uit de grot van Chauvet


Een verhaal kiezen

Ik hou van het duister. Misschien precies omdat zoveel andere mensen van het licht houden. Ik ben ervan overtuigd dat het duister schatten bevat, beangstigend misschien, maar van levensbelang. Ik was een aanhanger van Jung voor ik wist dat hij bestond.

Een heel bijzondere figuur in het dynamische en zeer fragiele evenwicht tussen licht en donker, gekoesterd en bespuwd, geliefd en gevreesd, is de figuur van de Egyptische god Seth/Set.
Hij is een figuur die de woestheid van de woestijn, de (on)vruchtbaarheid en de chaos symboliseerde. Waar Horus (de Oudere) de dag was, was hij de nacht. Samen voerden ze een dans uit die geen van beide kon of moest winnen, en die de wereld in evenwicht hield. Tot de verhalen herschreven werden en er een Goed en Kwaad moesten zijn.

Verhalen zijn relatief.
En in dit verhaal kies is de kant van het Duister.

Seth en Horus zalven Ramses II (Tempel van Abbu Simbel)


Ademruimte

Nog een diepe aantrekkingskracht: alles wat Keltisch, Scandinavisch, Viking of oud Anglo-Saksisch is. Mocht reïncarnatie echt bestaan, dan kom ik waarschijnlijk daar vandaan. Iets in mij krijgt meer ruimte om te ademen als ik me verdiep in die oude noor(d)se culturen.
De complexe schoonheid van hun kunst blijft mij fascineren. En ruim tien jaar geleden kocht ik voor de eerste keer een gebonden schrift uit de Paper Blanks-reeks, omdat ik het zo ongelooflijk mooi vond. Ik wist nog niet waar ik het voor wilde gebruiken. Al snel bleek het dienst te gaan doen als een soort spiritueel dagboek, dat in de loop van de tijd evolueerde tot een volwaardig, persoonlijk dagboek.
Intussen schrijf ik niet meer per se in schriften van de Paper-Blanks reeks, maar mijn dagboek is een essentieel onderdeel van mijn dagelijks leven geworden. En deze beelden vormden de start.

The book of Kells


Van dichten comt mi cleine bate…

Een prachtig geïllustreerde versie van het middeleeuwse Beatrijs-manuscipt, dat het verhaal vertelt van een vrouw die het klooster verlaat om bij haar geliefde te zijn, maar er vele jaren later toch berouwvol naar terugkeert. Haar afwezigheid is evenwel nooit opgemerkt, want de Maagd Maria, tot wie ze trouw is blijven bidden, heeft al die tijd haar plaats ingenomen.

De anonieme dichter van de tekst begint dit bijzonder mooie verhaal met een vers dat een klassieker geworden is in de Nederlandse literatuur:

Van dichten comt mi cleine bate.
Die liede raden mi dat ict late
Ende minen sin niet en vertare.
Maer om die doghet van hare
Die moeder ende maghetes bleven,
Hebbic een scone mieracle op heven,
Die god sonder twivel toghede
Mariën teren, diene soghede.

(Van dichten heb ik weinig profijt
en de mensen raden mij aan dat ik het laat voor wat het is
en er mijn energie niet aan verspil.
Maar om de deugdzaamheid van zij
die moeder is én maagd bleef
heb ik een mirakelstuk geschreven,
dat God zonder twijfel goedkeurt
om Maria te eren, die hem als kind voedde.)

In deze middeleeuwse klassieker reiken buitengewone beeldende kunst en grote literatuur elkaar de hand.

Aanhef Beatrijs manuscript


Overgave

De schoonheid van pijn, liefde, verlies, verdriet, wanhoop en menselijke intimiteit, dat alles ligt naar mijn gevoel te lezen in het statige en waardige gezicht van de pieta zoals Michelangelo ze sculpteerde. Daarmee wil ik niet zeggen dat verdriet er altijd zo uitziet, een vrede die geen tranen meer nodig heeft. Een geliefde verliezen kan een helse trip zijn naar de bodem van de donkerste put en je hart uit je lijf rukken tijdens de afdaling.
Maar het hoeft niet de enige weg te zijn. Er schuilt een onaardse schoonheid in totale overgave. Na het diepste verdriet is er ruimte voor diepe rust.
Als adolescent heb ik mijn amateuristische tekenkunsten nog gescherpt aan het portret van deze Maria. Mijn model was een zwart-wit foto die wel iets weg had van die hieronder.

Pieta by Michelangelo


Frédéric Chopin

Als adolescent was ik een beetje verliefd op dit brute, getormenteerde gezicht. Mijn verbondenheid met muziek en mijn fascinatie voor de diepere lagen van de menselijke persoonlijkheid kwamen samen in dit schilderij. Weinig of geen portretten hebben op mij een vergelijkbaar diepe en blijvende indruk gemaakt als dit. Het is de enige beeltenis van Chopin die hem lijkt te portretteren als een echt mens, eerder dan als een beheerste wassen beeltenis. De psychologische diepte van dit schilderij en de nauwelijks verholen innerlijke strijd die op het gezicht van de pianist-componist te lezen liggen, laten dit beeld ver uitstijgen boven al zijn tijdgenoten.
Dit is het gezicht dat zich ophield in mijn achterhoofd toen ik mijn debuutroman Als een spiegel schreef, waarin ik twee muzikanten opvoerde als hoofdpersonages. Toen ik Tureck creëerde, de blinde pianist achtervolgd door de spoken uit zijn verleden, was dit de man die ik in gedachten voor me zag.

Portrait of Frédéric Chopin by Eugène Delacroix


Verdrinken in kleuren

Misschien zijn de impressionisten makkelijke kunst. In elk geval: makkelijk om van te houden, behaaglijk om naar te kijken. Ze staan op iets te veel wandkalenders en goedkope reproducties.
Ik laat het niet aan mijn hart komen. Dit is kleurenpracht in lagen, om je helemaal in vol te zuigen en in te verdrinken. Ook dit beeld diende ooit als inspiratie voor creatieve experimenten met pastelkrijt.

Venice © Claude Monet


Opgeslokt worden

Ik ben niet zo vertrouwd met hedendaagse kunst. Maar ik ben zeer blij dat ik deze tentoonstelling ooit zelf kon gaan zien. Mijn vrienden en ik gingen er speciaal voor naar Parijs, bijna twintig jaar geleden.
Rothko’s kunst eer bewijzen, is jezelf toestaan om opgeslokt te worden door wat hij op doek heeft gezet. Toeschouwers doen dat soms op eigen risico. En dat kun je niet uitleggen. De ervaring is zintuiglijk, en totaal, en sommigen zullen zeggen: religieus.

Number 14 © Mark Rothko


Lees haar ook

Ze is een van Amerika’s meest sublieme fotografen. Sally Mann verstaat de kunst om tegelijk te verbergen, te tonen en te suggereren. Elk van haar beelden is een verhaal waarvan ik voel dat ik het begrijp, maar net niet helemaal. Haar kunst vertelt over verborgen waarheden, met nog donkerder schaduwen daaronder, en de meedogenloze zoektocht naar het perfecte beeld.
Ik viel voor haar zowel als fotografe als als schrijfster tijdens het lezen van haar autobiografische boek en tevens familiekroniek Hold still. Haar pen is even scherp als haar oog, en dat is geen overdrijving uit bewondering. Ze is een onwaarschijnlijk goeie schrijfster.
Kijk dus niet alleen naar haar beelden. Lees haar ook.

© Sally Mann


Asse en sneeuw

Gregory Colbert is een fotograaf die alle menselijke parameters uitdaagt bij het portretteren van de relatie tussen mens en dier. Zijn fotografie is poëzie en meditatie tegelijk. Met een sjamanistische gratie en diepgang schiet hij adembenemende beelden van wilde dieren en mensen in onwaarschijnlijke interactie.
Als ik zijn werk zie, wil ik niet op de plek zijn waar het plaatsvindt. Ik wil het moment zijn, het beeld zelf.

© Gregory Colbert
© Gregory Colbert
© Gregory Colbert


P.S. Werk dat je leven verandert

Bedankt om helemaal tot hier door te lezen. Als een extraatje en een persoonlijk eerbetoon, heb ik besloten om nog twee beelden toe te voegen hieronder. Ze maakten geen deel uit van de Facebook challenge. Dat was ook niet nodig.

De mooiste en meest inspirerende werken uit de kunstgeschiedenis… Dat is zo’n breed canvas, die kunstgeschiedenis, dat het gewoon niet mogelijk is om alles te kennen of alle kunstenaars die je op een of andere manier ooit geraakt hebben eer aan te doen. Ik zou een hele challenge kunnen vullen met illustratoren van kinderboeken, of met schilders, of fotografen, of wat voor kunstvorm dan ook.

In plaats daarvan wil ik teruggrijpen naar waar deze uitdaging in de eerste plaats voor mij voor stond: kunst die mijn leven veranderde. En hoe hard ik ook probeer om alle mogelijke kunst te waarderen en begrijpen, een aantal kunstwerken die mijn leven veranderden, zijn – niet verrassend – gemaakt door mensen die mij het meest dierbaar zijn.

Of hun werk de tand des tijd doorstaat en op een dag bij het beste van de kunstgeschiedenis zal worden gerekend, weten we pas over een eeuw. Maar ik leef vandaag, en voor mij is het totaal irrelevant. Wat wél telt, is dat ze mijn leven veranderd hebben, op de best mogelijke manier. En dat ze dat blijven doen, tot op vandaag.

(c) Maja Jantar
(c) Jurgen Walschot

Mini Nieuwjaarswens

(c) KV

wat mag je wensen
als meest bevoorrechte mens op aarde
als je geluk kunt scheppen
met twee harten en vier handen
als je onder je de draagkracht weet
van een snelstromende rivier
en de thermiek onder je vleugels voelt zwellen

wat mag je wensen
als je de ogen niet wil sluiten
voor de kilte die door de kieren sijpelt
kortzichtigheid wil grijpen bij de wortel
als de wurgplant die ze is
de ijskappen sneller weet smelten dan je dessert
in de zomerzon en de vogels ziet
verdwijnen uit een alsmaar zwijgzamer hemel

verbinding misschien
tussen onze wortels nog meer
dan tussen onze takken
een gezamenlijke bloedbaan
een levensader en een hart
dat leert hoe het moet koesteren

(c) KV