Vochtige dromen

Cadzand+vogels_064 ed cut klein
(c) KV)

 

Ik ben klaar om op te stijgen
en het keurslijf af te leggen van een seizoen dat zichzelf veel te vol zoog
met hitte en droge koppigheid

Ik verlang naar lege luchten
en winden die waaien uit alle richtingen tegelijk
met regen op hun rug
en vochtige dromen

 

Cadzand+vogels_102 ed cut klein
Twee kapmeeuwen (c) KV

 

Advertenties

Herkenningspunt

hier ben ik weer, langs deze vertrouwde bocht
in de weg, in dit verstilde hoekje landschap
ik ben terug, lijkt het, op mijn vertrekpunt
maar aangezien het leven een spiraal is
loop ik niet in kringetjes
en terugkijken blijkt
neerwaarts te moeten
naar wat ontgroeid werd

 

Windportret_029 (2) ed klein
(c) KV

 

Zonder angst bestaan

 

Rookkwarts_024 ed cut klein
(c) KV

 

Je kunt het vreemd noemen, dat ik bang opgroeide. Want ik was slim en getalenteerd, en ik woonde in een liefdevol gezin dat mij koesterde en ondersteunde, in een land dat meisjes zoveel rechten en vrijheden geeft als er deze dagen op de planeet maar te krijgen zijn. Maar zelfs slimme, getalenteerde meisjes hebben angsten, en zelfs liefdevolle gezinnen hebben scherpe kantjes. In ons geval was een daarvan perfectionisme en alle oordelen die daarbij kwamen kijken. Ik schreef al eerder over die uitdaging.

Terwijl we opgroeien, interioriseren we bepaalde waarden op basis waarvan we onszelf ten slotte gaan beoordelen. We vrezen dingen die mogelijk nooit echt zullen plaatsvinden omdat ze intussen zo diep in ons geloofssysteem verankerd zijn als werkelijke doemscenario’s.

Een van mijn oude angsten, die behoorlijk stevig verankerd ligt, is dat ik de mensen die ik graag zie zal verliezen als ik mijn ware kleuren blootleg, mezelf toon aan de wereld zoals ik werkelijk ben.
Nu is dat niet bepaald iets uitzonderlijks. Dit is een angst die ‘maar’ gedeeld wordt door pakweg de halve planeet, schat ik… (als het niet de hele is). Maar zoals iedereen die ze kent en er op zijn of haar eigen manier mee kampt je kan vertellen: het is een uitdaging van formaat.

Ik heb de afgelopen weken een paar gelegenheden gekregen om ze te overstijgen.

Een daarvan gaat over een kwestie binnen de familie. Misschien schrijf ik daar later nog over, maar nu is het daarvoor niet het moment. En andere had te maken met de hele heisa rond de werkbeurzen van het Vlaams Fonds voor de Letteren.

In beide gevallen voelde het als een uitdaging om mijn plaats in te nemen. Niet om een of ander gevecht aan te gaan, wat mij betreft was er geen sprake van Juist of Fout. Maar beide voorvallen waren persoonlijk belangrijk voor mij, omdat ze de uitdaging inhielden om mezelf te tonen en mijn mening onder woorden te brengen. Zonder anderen aan te vallen, maar ook zonder verontschuldigingen of mezelf dubbel te plooien.

Wat betreft de storm in Letterenland kwam het wat mij betreft hierop neer: ik kon de frustraties en teleurstelling van een aantal schrijvers die zich ten onrechte aan de kant gezet voelden begrijpen, maar ik wilde ook het systeem verdedigen. Elke procedure kan doorgelicht en verbeterd worden, elke organisatie moet de fairness hebben om zaken te verbeteren als blijkt dat er fouten gemaakt worden, en de stemmen van sommigen mogen in dit debat beslist luider klinken. Maar ik wilde vooral pleiten voor nuance, wederzijds begrip, en bruggen proberen te bouwen.

Een lang antwoord op een Facebookbericht vormde de basis voor wat een nog veel langere blog werd. In beide gevallen had ik het gevoel dat op de ‘publiceer’-knop duwen ongeveer hetzelfde was als mijn hoofd op het hakblok leggen. Maar dankzij die strubbelingen in de familie was er wel iets veranderd in mij. Ik voelde me sterker verbonden met mijn innerlijke kern dan ik ooit gedaan had, met een nieuw soort kracht die door mij heen stroomde, en ik besloot gewoon mijn ogen dicht te doen en te springen. Ik postte het antwoord op Facebook, ik schreef de blog.

 

Rookkwarts_008 ed cut klein
(c) KV

 

In de loop van de dagen die volgden, bekeek ik de antwoorden en lezersaantallen met iets van ongeloof, en daagde het besef dat ik hiervoor níet afgeschoten zou worden. Integendeel: de online conversaties bleven grotendeels beschaafd, en ik kreeg berichten van collega-schrijvers die me prezen voor mijn genuanceerde benadering van een stekelige discussie.

Van de andere kant kon ik een aardig logboek bijhouden van hoe onzeker ik nog altijd was om op deze manier in het openbaar mijn mond open te trekken, en bij momenten snakte ik naar een of andere Externe Autoriteit die een oordeel zou vellen over juist of fout. Ik kan het aantal keren niet meer tellen dat ik dacht: ‘Ging ik nu niet te ver? Zou die-en-die nu niet kwaad worden op mij? Gaat die-en-die nu niet denken dat ik gewoon een grote amateur ben, of op zijn best een dwaze idealist? Wat voor recht van spreken heb ik eigenlijk?’

Maar op een of andere manier was die kern van kracht vanbinnen wel sterker dan al het innerlijk geklets – dat feitelijk gewoon mijn goeie ouwe Rechter was die nog eens een triomfdagje had en zich daarvoor bewapende met de meningen en commentaren van anderen.
Maar ik besefte, beter dan ooit, dat het hier gewoon een kwestie was van mijzelf en mijn geweten, en dat ik oprecht probeerde om eerlijk te zijn. Ik had het recht om mijn mening te verwoorden, in mijn eigen naam, en daarvoor te staan, of ze nu perfect was of niet, en wat de gevolgen ook waren.

Niet elk verhaal heeft een happy end. Het mag niet verbazen dat een aantal mensen niet zo blij waren met wat ik te vertellen had, hoewel er ook behoorlijk wat (onverwachte) blijken van steun en appreciatie kwamen. Maar mijn gevoel van overwinning was van heel persoonlijke aard.
Ben je ooit al eens zo lang onder water gebleven dat naar boven komen en door het wateroppervlak breken, snakkend naar adem, aanvoelt als een levensreddende bevrijding? Dit komt in de buurt.

Er is een lied van Bram Vermeulen waar ik van hou, een nummer dat ik pas leerde kennen op de anthologie die kort na zijn dood werd uitgebracht. Het heet Boven op de berg. Daarin beschrijft hij hoe hij, zelf een diep verlegen en aarzelend man, hoog op een bergflank de wolken boven zijn hoofd voorbij ziet drijven, de vallei onder zijn voeten ziet liggen, de wind voelt en de onverzettelijkheid van de rotsen waarop hij rust, en bewust tot een inzicht komt dat hij, naar eigen zeggen ‘al lang weet’: “Ik kan ook zonder angst bestaan.”

Dat is het punt dat ik stilaan bereik. Zo voelt het.

 

Rookkwarts_010 ed cut klein
(c) KV

 

 


Bovenstaande beelden zijn foto’s van een bol rookkwarts van ongeveer twee centimeter diameter, beschenen door de ochtendzon.

 

 

Het lied van Bram Vermeulen:

BXL DORADO – Vervlogen paradijs

Een eerbetoon, een virtuele rondleiding en een beklijvende film

 

De schedels, opgehangen aan de laagste tak van de majestueuze iep, begroeten de bezoeker bij het betreden van de tuin.
Wij zijn dood, grijnzen ze zwijgend, en op een dag ben jij dat ook.

 

Zomerlijnen BXL_124 klein
Werk van Beg-Tsé (c) KV

 

Er is geen betere start denkbaar voor een toertje door het Pacheco Instituut, waar het gros van de BXL Dorado-tentoonstelling staat opgesteld. De tuin, jaren onaangeroerd, is een wild toevluchtsoord, een goed bewaard geheim pal in het Brusselse stadscentrum. De gebouwen die het omsluiten (in lang – en minder lang – vervlogen tijden een godshuis en OCMW-ouderlingentehuis) staan op het punt om ten prooi te vallen aan projectontwikkelaars. Maar hier en nu, op dit gestolen moment, is het een voorrecht om de tentoonstelling hier te houden.

 

Zomerlijnen BXL_126 klein
Pacheco (c) KV

 

Er wordt zowel werk getoond van gevluchte kunstenaars als van geëngageerde kunstenaars van eigen bodem. Terwijl de wereld elke dag donkerder en kouder lijkt te worden, en de vooruitzichten van de mensheid verbleken op vlak van fatsoen en respect voor de mensenrechten, is deze tentoonstelling een statement. Want wij zijn, hoe graag sommigen ons dat ook zouden willen laten vergeten, allemaal gelijk, als het er echt op aankomt.

 

BXL D IMG_1318 klein.jpg
Werk van Nora Theys (c) Jurgen Walschot

 

BXL D IMG_1296 klein.jpg
Werk van Absa Sissoko (c) Jurgen Walschot

 

Er zijn zoveel verhalen om ter harte te nemen en vanaf nu mee te dragen…

… het monumentale beeldhouwwerk van mensen die reikhalzend tasten naar de belofte van een betere toekomst, elk met een spiegel in de mond, zodat de bezoeker die hun gezichten wat beter wil bekijken telkens weer zichzelf ziet.

 

BXL D 33869815_254474498453298_6213349915188264960_n
Werk van Al Balis & Mehdi Khammal (c) BXL Dorado

 

… de harten opengereten door idealen als Broederlijkheid en Gelijkwaardigheid, mogelijk dodelijk gewond.

 

BXL D 34021509_255532078347540_8836199169120010240_n
Werk van Raymon Minnen (c) BXL Dorado

 

… de Arabische kalligrafie, subtiel en breekbaar als vlindervleugels.

 

BXL D IMG_1268 klein.jpg
Werk van Omar Ibrahim (c) Jurgen Walschot

 

… de portretten geschilderd in een opvangcentrum voor vluchtelingen, die de mensen die model stonden in hun eigen handschrift mochten ondertekenen eens de schilderes klaar was, een verzameling gezichten van over heel de wereld die de bezoeker aankijken met hoop, warmte, wanhoop en verdriet geëtst in de lijnen van hun gelaat.

 

BXL D IMG_1283 klein
Werk van Nora Theys (c) Jurgen Walschot

 

… de foto’s van de spookachtig lege overzetboot van Lampedusa naar Sicilië, waar een honderdtal vluchtelingen opeen gepakt zaten in een afgesloten compartiment dat ze niet mochten verlaten, terwijl de fotograaf de lange uren die de reis duurde op zijn eentje door een verder verlaten schip dwaalde.

 

Zomerlijnen BXL_031 (3) ed

Zomerlijnen BXL_091 (2) ed klein
Werk van Jo Struyven (c) KV

 

… de penseelstreken van pijn en hoop, geschilderd op de gefotografeerde gezichten.

 

BXL D 33727728_253798765187538_3535533236010614784_o
Werk van Thomas Israël, in samenwerking met gerenommeerde fotografen (c) BXL Dorado

 

 

… het meedogenloos verglijden van de tijd.

 

BXL IMG_1341 klein.jpg
Zaailing-installatie, tegen het einde van de tentoonstelling (c) Jurgen Walschot

 

__

 

Deelnemen aan dit project was tegelijk een uitdaging en een voorrecht.

Ik had nooit gedacht om politiek of zelfs sociaal geëngageerde Zaailingen te gaan schrijven (en het is niet alsof ik nooit sociaal geëngageerde blogs schrijf, maar hoe giet je politiek bewustzijn in een artistieke vorm zonder dat je gaat preken of ronduit slechte kunst maakt?).

BXL D IMG_1257 klein
Zaailingen (c) Jurgen Walschot

Uiteindelijk creëerden we, speciaal voor de gelegenheid, drie Zaailingen. We lieten ze drukken en kaderden ze in – twee daarvan zijn intussen officieel ‘geZAAId’, als #31 – Aan land en #34 – Pasmunt.
Die werken konden profiteren van de fantastische locatie waar ze opgehangen werden: een schitterende gerenoveerd torentje (uit welke eeuw het dateert, weet ik niet eens zeker: de 18e? de 17de?), compleet met jardin clos, weggestopt achter de façades van de Dansaertstraat, pal naast Passa Porta.

Ik ben er een paar middagen gaan doorbrengen met ‘permanentie’ – tentoonstellingen hebben toezicht nodig – en zelfs op de kalmste momenten was het een ronduit bijzondere plek.

En intussen kennen jullie mij wel een beetje: ik hield er een paar fijne spiegelfoto’s aan over (zie hoger). En ik was niet eens verbaasd dat Jurgen, op de dag dat hij en ik er samen waren, precies dezelfde weerspiegelingen in het oog had. Great minds… 😉

 

BXL D IMG_1270 klein
Ik geef uitleg bij het werk van Jo Struyven (c) Jurgen Walschot

 

We hadden echter nog een ander experiment in onze pijplijn voor deze tentoonstelling: een installatie en een film. Ik lichtte al een tipje van de sluier in de vorige BXL Dorado-blog.

Dit was een heel nieuwe speeltuin, een heel ander medium. Maar eigenlijk deden we gewoon wat we altijd al doen: onze sterktes met elkaar in dialoog laten gaan. Ik wilde meer met mijn stem doen, Jurgen bleek een krak in het monteren van beeld- en geluidsmateriaal.

Kritisch als altijd vroeg hij zich af hoe we het maximum konden halen uit de zeer basale middelen waarmee hij had besloten aan de slag te gaan: papieren bootjes die dreven, kapseisden, zonken. Het leek bedrieglijk simpel: een piepklein papieren bootje, een spiegel, een muur, een klets water. Maar de resultaten waren overdonderend.

 

 

BXL D B I-012.jpg
(c) Jurgen Walschot

 

Ik zag de filmpjes en trok aan zijn mouw dat hij me beelden zou sturen om bij te schrijven. (Er is iets bijzonders aan deze samenwerkinng, waarbij ons betere werk boven komt drijven als we dat van de ander hebben om het op te enten. En het werkt in beide richtingen.)
Zo gauw als hij me een reeks foto’s stuurde, begon ik te schrijven.

__

 

 

BXL D Bootje schoonheid klein
(c) Jurgen Walschot & Kirstin Vanlierde

 

Eens de Zaailingen – volgens de normale werkwijze: tekst en beeld – afgewerkt en naar onze goesting waren, begon ik de teksten in te lezen, in het Nederlands en het Engels. Het vroeg zowat een hele zondag om alles op te nemen, maar ik was er best trots op dat elke Zaailing – na een paar testversies – telkens kon worden vastgelegd in één lange take, van begin tot einde. Geen valse start, niet even pauzeren halverwege, nauwelijks geknip en geplak achteraf (behalve wat Jurgen er qua lagen en effecten nog aan toevoegde).

Toen ik hem het materiaal opstuurde, verwachtte ik niet snel antwoord. Maar geen uur later kreeg ik de boodschap:

shit zeg
ik heb hier net een montage gemaakt
ik krijg het er warm en koud van
dit is zo hard

 

Wat ben ik blij dat we dit hebben kunnen doen.

 

 

__

 

BXL D IMG_1333 klein.jpg
Bezoekers bekijken de Zaailing-film in het Pacheco Instituut (c) Jurgen Walschot

 

De BXL Dorado-tentoonstelling liep vorige week ten einde. Nu is ze niet meer dan een herinnering, een Facebookpagina en een verzameling foto’s.

Het vluchtelingenverhaal is echter nog verre van ten einde. En we kijken, met bezorgd hart, toe hoe de gebeurtenissen van dit tijdperk zich ontvouwen. We hopen dat, als dit allemaal voorbij is, we nog altijd – zoals ik schreef in God ziet alles (zie video) – in staat zijn om onszelf in de ogen te kijken.

 

BXL D IMG_1305 klein.jpg
Werk van Al Balis (c) Jurgen Walschot

 

BXL D IMG_1289 klein.jpg
Werk van Beg-Tsé (c) Jurgen Walschot

 

Zomerlijnen BXL_115 2 klein.jpg
(c) KV

 

 

BXL D IMG_1351 klein.jpg
Werk van Beg-Tsé (c) Jurgen Walschot

 

Sommige werkwoorden zijn niet onschuldig

Mijn vorige blog liet een beetje stof opwaaien. Want lang niet iedereen was het eens met wat ik poneerde in “Wat ben je lelijk, nu”.

De meest gehoorde reacties waren:

*Die grootouder bedoelt het vast goed.
*Die uitdrukking wil alleen zeggen dat het kind moet stoppen met zich aan te stellen.
*Dit wordt niet alleen tegen meisjes gezegd, maar ook tegen jongens.

Even voor de duidelijkheid:

*Ik ben er zeker van dat de grootouders waarover het ging hun kleinkinderen graag zien en het goed bedoelen. Ik heb ook nooit anders beweerd.
*Ik weet ook hoe die bewuste uitspraak bedoeld is.
*En dat laatste punt had ik zelf ook al aangegeven in het originele stuk, of beter: dat het me niet kon schelen tegen wie het gezegd werd – hoewel het voor meisjes op dit moment in onze samenleving nog altijd een hardere noot is om te kraken als ze ‘lelijk’ genoemd worden.

Het was niet mijn bedoeling om iemand aan de schandpaal te nagelen. Mijn man wees me er wel fijntjes op dat ik misschien een ietsiepietsie te veroordelend klonk… 😉 Oké, schuldig. Ik heb alleen nogal de natuurlijke neiging van op grote hoogte (lees: systeem- en samenlevingsniveau) te kijken naar patronen die zich voordoen. En ik ontwaar een onbewust patroon. Onbewuste patronen zijn altijd de gevaarlijkste, want we weten niet dat we ze hebben en hoe ze ons leven beheersen.

 

Zomerlijnen BXL_057 ed klein
(c) KV

 

Behalve een aantal protesten heb ik ook reacties gekregen van mensen die me met een vermoeide of bedroefde zucht zeiden: ‘Als je eens wist hoe vaak mijn ouders dat tegen mij gezegd hebben, vroeger…’ Voor hen was het beslist geen neutrale herinnering, zoveel was duidelijk.

Want hoe we het ook draaien of keren, ‘lelijk’ is en blijft een waardeoordeel. Niemand wil lelijk zijn (of genoemd worden), want het zegt sowieso iets negatiefs over je, en in deze op uiterlijk gefocuste samenleving staat het zo ongeveer gelijk met paria zijn.

Een dergelijke uitspraak, uit de mond van een zorgfiguur die het vertrouwt, kan wel impact hebben op het kind, zeker als het een terugkerend argument is. Hoe moet het kind het verschil maken tussen andere terugkerende mantra’s als ‘Eerlijk duurt het langst’ of ‘Met twee woorden spreken’ en ‘Je bent lelijk als je huilt’? Onbewuste conclusies over hoe relaties werken, worden ingeslepen op heel jonge leeftijd.

Natuurlijk is hier nood aan nuance. Niet elke straffe of ongepaste uitspraak leidt tot een trauma. We hoeven ouders geen angst aan te praten voor die ene, fataal foute opmerking die het hele verdere leven van een kind zal gaan bepalen. Kinderen beschikken doorgaans ook over een behoorlijke portie veerkracht, goddank.

 

Zomerlijnen BXL_007 ed cut klein
(c) KV

 

Ik ben zeker geen voorstander van anti-autoritaire opvoeding. Ik geloof in grenzen, verantwoordelijkheidszin en omkadering van kinderen. Gedrag moet ten allen tijde bijgestuurd kunnen worden. Een huilbui kan oprecht zijn, maar net zo goed aanstellerij. Het is aan de opvoeder met kennis van zaken om dat verschil te maken. In het ene geval is troost aan de orde, in het andere kordaatheid. Maar in geen van beide gevallen is het kind erbij gebaat dat zijn gedrag wordt gelijkgesteld met een waardeoordeel over hem/haar als persoon.

Want over patronen gesproken: we staan nog veel te weinig bij stil dat ons gebruik van het werkwoord ‘zijn’ niet zo onschuldig is. Het lijkt van geen tel, maar er is eigenlijk een bijzonder groot verschil tussen een kind terechtwijzen met ‘Je bent stout’ of ‘Wat je doet, is stout.’

Hebben ouders de bedoeling om de diepste essentie van hun kind te veroordelen als ze zeggen: ‘Je bent stout’? Natuurlijk niet. Ze willen gewoon dat het gedrag stopt. Maar in wat ze zeggen, klinkt een andere boodschap door, die al dan niet door het kind zal worden opgepikt. En ik maak me sterk dat het toch anders aankomt als een kind te horen krijgen dat zijn gedrag niet aanvaardbaar is, dan wel hijzelf.

 

Zomerlijnen BXL_062 ed klein.jpg
(c) KV

 

Woorden zijn bijzonder krachtig.
Uitspraken van ouders, leraars, gezagsfiguren of zelfs toevallige voorbijgangers kunnen iets in gang zetten diep vanbinnen in ons en soms herinneren we ze ons jaren later nog altijd. Iedereen heeft vast wel een kinderherinnering aan iets wat iemand ooit tegen ons zei wat een enorme verschil maakte in hoe we naar de wereld (of onszelf) keken.

Laat het onnodige schuldgevoel maar varen, we hoeven niet perfect te zijn – dat lukt ons toch niet. Maar we kunnen wel bewust en bedachtzaam proberen te zijn. En nu en dan eens stilstaan bij en nadenken over onbewuste patronen kan nooit kwaad, me dunkt.

 

 

 

 

“Wat ben je lelijk, nu”

 

Zomerlijnen BXL_052 klein
(c) KV

 

Kun je je voorstellen dat iemand die woorden in je gezicht zegt?
Zou jij ze ooit durven uitspreken?

Tenzij ze horen bij een hartelijke giechel- en proestbui tussen beste vriendinnen, kunen ze moeilijk als onschadelijk beschouwd worden. Wat mij betreft, beledig je mensen gewoon niet op die manier, wie je ook denkt te zijn en wat je ook denkt te weten.

Maar onlangs vertelde een vriendin me dat haar schoonvader exact dit had gezegd tegen haar vierjarig dochtertje, zijn kleinkind, toen ze een huilbui had.
En gisteren hoorde ik iemand in een van de naburige tuinen precies hetzelfde nog een keer zeggen, alweer tegen een jengelende peuter, die een lastig moment had en huilend lucht gaf aan haar frustratie.

Mijn haren gingen ervan overeind staan. Ik kon gewoon niet geloven wat ik hoorde.

Wat voor boodschap geven we in hemelsnaam aan kinderen (van welk geslacht dan ook, maar zeker aan meisjes) als we ze zeggen dat ze lelijk zijn wanneer ze hun gevoelens uiten?

 

Zomerlijnen BXL_042 ed klein
(c) KV

 

Natuurlijk kunnen kinderen overreageren, en niet elke huilbui is verantwoord. Vermoeide peuters huilen om alles en niks, elke ouder kan je dat vertellen. Maar er zijn andere manieren om dat huilen te laten ophouden. Dit was niets meer of minder dan een rondje goeie ouwe misogynie die meisjes inprent dat mooi zijn belangrijker is dan oprecht zijn, en dat je je diepere zelf maar beter verbergt om de goedkeuring van anderen te krijgen.

Het feit dat de stem uit de buurtuin niet eens boos klonk, maakte het nog erger. Dit was geen uitval van een uitgeputte zorgfiguur die even de controle over de eigen emoties verloor. Het werd gesteld als een valabel argument.
(Ik kan me trouwens niet meer herinneren of het de opa dan wel de oma van de peuter was die ik hoorde spreken. Ze waren samen bezig met het kind. De andere partij sprak de partner alvast niet tegen.)

Het wenende meisje werd in bed gestopt (prima beslissing), maar toen de stilte neerdaalde over de tuinen kon ik me alleen maar droef en boos voelen. Staan we werkelijk nog altijd niet verder dan dít?

 

Zomerlijnen BXL_054 ed cut klein
(c) KV

 

Toch wel, gelukkig. Maar dit kleine incident toont wel aan dat het een voortdurende, dagelijkse strijd is tegen onwetendheid en ongezonde, oubollige maar zeer diep ingesleten denkbeelden.
Mijn vriendin, een taaie voorvechtster van vrouwenrechten, vertelde dat ze er achteraf een hartig woordje over had gesproken met haar schoonvader (waarbij haar man, zijn zoon, vierkant achter haar stond). Ik kan me voorstellen dat die grootvader zijn schoondochter best een moeilijke vrouw vindt. Maar hij zal waarschijnlijk ook wel twee keer nadenken voor hij weer zoiets tegen zijn kleinkind zegt.

Ik hoop dat het kleine meisje bij de buren, en zoveel anderen net als zij, hier in dit land waar we zo graag luidkeels verkondigen met hoe ernstig wij de gelijkwaardigheid tussen de seksen wel niet vinden, ook mensen in haar leven heeft die haar vertellen dat ze wél mag huilen, en dat ze niet de hele tijd haar sterkste, mooiste, best opgeblonken zelf moet zijn. Ik hoop dat ze te horen krijgt dat eerlijk zijn over wat ze voelt belangrijker is, en dat ze er niet minder graag om zal worden gezien.

Ik hoop het echt.

 

Zomerlijnen BXL_044 ed klein
(c) KV

Brieven om nog te schrijven

Denken aan de dood

 

Het was tijd om nog eens een goeie ouwe techniek boven te halen. Het was te lang geleden, of zo voelde het toch.

Ik heb al eerder verteld over deze specifieke oefening. Je stelt je voor, zo levendig als je maar kunt, dat je geconfronteerd wordt met de ijskoude zekerheid dat je nog maar een jaar te leven hebt. Het is niet even doen alsof, je moet het echt geloven, en het einde in de ogen durven kijken.
Vervolgens neem je je leven onder de loep.

Een jaar is lang genoeg om nog een aantal zinvolle dingen te kunnen doen. Maar je hebt geen reservetijd meer, geen “och ja, dat doe ik ooit wel eens, na mijn pensioen, of als alle andere excuses op zijn”-tijd. Plotseling worden de dingen haarscherp.

 

Zomerparels_025 ed cut klein
(c) KV

 

Is er iets wat je anders zou gaan doen als je alleen nog maar dit jaar had?
Zijn er zaken die je nu blijft doen omdat je je daar om een of andere reden toe verplicht voelt, maar die je met de dood in het vooruitzicht meteen zou droppen? Zijn er andere dingen die zich nu heel sterk naar voren dringen, omdat ze echt nog gedaan, gevoeld, ervaren, beleefd… willen worden, nu er toch nog – een heel klein beetje – tijd is?

Dat is de grote beloning van deze indringende oefening: keuzes maken wordt plots bijzonder makkelijk.

Nu is de tijd om al die dingen te doen. Dat was het altijd al.
Verspil er dus geen meer. Als je ze echt meent, leert deze oefening je waar je hart voor klopt.

_ _

Het was al een tijdje geleden dat ik ze nog gedaan had.
In het verleden heeft ze me behoorlijk veel geleerd. De confrontatie met sterfelijkheid is altijd taai, en ik begreep al snel dat ik, als ik oprecht wilde leven, mijn innerlijk kompas zou moeten bijstellen. Want ik had de neiging om (zoals bijna iedereen) de dingen die écht telden voor me uit te schuiven, tot ze zich aan me opdrongen op een moment dat het al bijna te laat was.

Ik begon meer te luisteren naar die innerlijke stem, nam haar noden serieus en probeerde dat heel bewust te doen. En pakweg de afgelopen tien jaar was ik precies aan het doen wat ik wilde doen. Als ik dacht aan doodgaan, kon ik alleen maar zeggen: ‘Ja, heel graag nog een heel jaar van precies dit, dankjewel’.

Niet dat mijn leven perfect verliep. Dat doet het nooit. Maar telkens weer diezelfde conclusie kunnen trekken,  betekende toch dat ik alles van waarde uit mijn tijd hier en nu haalde. Ik liet geen oude diepe verlangens of dromen weggestopt ‘voor later’. En ik kan bevestigen: hoeveel haken en ogen er ook aan zitten, dit is een heel fijne manier van leven.

Dus ik weet zelfs niet waarom ik nu precies besliste om die goeie ouwe techniek nog eens boven te halen. Maar ik voelde hem aan mijn mouw trekken. Misschien had de astma-aanval van een week geleden er iets mee te maken. En ik realiseerde me dat het best alweer even geleden was. Dus ik dook erin.

Ik was toch wel een beetje nerveus. Ik beschouwde mijzelf op dit punt in mijn leven als een bijzonder gelukkig mens. Al was ik wilde, was doorgaan met wat ik aan het doen was. En de top van een golf is misschien niet de allerhandigste plek om in vraag te beginnen stellen waar je mee bezig bent. Maar misschien lagen er toch onvoorziene inzichten op me te wachten?

De resultaten waren bijna net zo verrassend als de allereerste keer dat ik de oefening deed.

 

Zomerparels_042 ed cut klein
(c) KV

 

Ik stond voor het raam van de woonkamer en keek naar de kruinen van de eiken die ons huis afschermen en waar eksters, merels, kraaien, kauwen, vinken en mezen een thuis hebben, en ik stelde me voor dat mijn leven weldra voorbij was. Mijn zicht werd wazig, en ik kon de tranen voelen.

(Nu ben ik nooit echt zo’n huilerig persoon geweest. Tot ik moeder werd dan toch. Waanzin wat die hormonen met je innerlijke huishouding uitrichten… En een paar jaar later brak mijn reis naar het Plateau en de Ziel open wat er nog overbleef om opengebroken te worden. Sindsdien weet ik onmiddellijk of iets van groot belang is voor mij of niet, want er horen tranen bij die ik niet kan verklaren. Ik ben zelfs beginnen verstaan wat middeleeuwse monniken en mystici bedoelden als ze het hadden over tranen als teken dat het hart vervuld is van God. Hoe het zit met God weet ik niet zo, maar hoe het zit met tranen wel…)

Maar in elk geval, nee, er waren effectief geen belangrijke projecten of verlangens die ik onbeantwoord had gelaten. En natuurlijk zou ik liefst nog wat meer tijd willen om te doen wat ik de laatste tijd aan het doen ben. Maar het kan mij niet meer schelen of sommige van mijn dierbare oude manuscripten nu eens eindelijk uitgegeven zouden worden of niet. De stroom van liefde en gezin en creativiteit waar ik op dreef was, meer dan ooit, echt, precies, waar ik wilde zijn.

Ik zag echter wel een rij mensen voor me. Mensen die ik graag zag. Mensen die ik wilde bedanken. Mensen die ik wilde vertellen hoe veel ze voor mij betekenden, of hoe hard ze mijn leven veranderd hadden. Mensen die ik graag een eindje in de toekomst wilde begeleiden, zoals mijn zoon, en mensen van wie het mijn hart brak om ze te moeten achterlaten. Niet omdat ik bang was om mijn eigen leven te verlaten, maar omdat ik niet wilde dat mijn afwezigheid een rokende krater zou slaan in dat van hen.
Als ik nog maar een jaar te leven had, zou het een prioriteit zijn om hen stuk voor stuk een diep doorvoelde brief te schrijven.

Ik was toch wel verrast hierdoor.

Niet alleen omdat ik dat eigenlijk allemaal al een keer gedaan had, toen ik aflopen herfst mijn Zielskring hield, waarop ik de Zeer Belangrijke Personen in mijn leven die er die dag bij konden zijn bedankte voor de rol die ze gespeeld hadden of nog speelden in mijn leven tot op dat moment. Het was ook de eerste keer dat ik bij het uitvoeren van deze vertrouwde oefening tot deze bepaalde conclusie kwam. Ik leerde eruit dat mijn focus in de loop van de laatste jaren behoorlijk veranderd is.

Hij is verschoven van de dingen die ik doe en de projecten die ik waardevol vind naar de relaties en verbindingen die ik heb gevormd, de manieren waarop mijn hart en ziel zich hebben geopend voor het leven en voor andere mensen. Verbondenheid heeft het terrein geclaimd dat persoonlijke ambitie ooit bewoonde.

Dus als ik nu denk aan de dood ben ik niet meer in het gezelschap van een of andere onvervulde droom die zich voor mijn voeten gooit, maar van de mensen die ik graag zie en van mijn leven niet wil verlaten.

 

Spiegelportret_002 ed cut klein
(c) KV

 

Misschien vind je me nu egoïstisch. En misschien ben ik dat ook.

We zouden gerust tot de conclusie kunnen komen dat het nogal een hap uit mijn leven geduurd heeft voor mijn liefde voor anderen eindelijk mijn persoonlijke belangen oversteeg. Maar ik wil mezelf niet veroordelen. Ik heb altijd geprobeerd om oprecht te zijn. En zoveel heb ik  intussen begrepen: ik ben een heel gezegend persoon. Omdat ik kan doen wat ik doe. Omdat ik zo omringd ben. Omdat ik zo diep kan liefhebben, en op mijn beurt graag gezien word.

En als ik die oefening werkelijk ernstig neem, zou ik misschien al een paar van die liefdesbrieven moeten schrijven die ik voor me zag, toen ik daar aan het raam stond en in tranen opkeek naar de bomen.

Waarom wachten tot er geen tijd meer is?

 

Zomerparels_031 ed cut klein
(c) KV

Op bezoek in het verleden

Een trip naar vervlogen tijden, gekoesterd en gevreesd

 

Quondam 2018_458 klein
(c) KV

 

We waren er vorig jaar, en dit jaar was het opnieuw erg fijn: Quondam, het middeleeuwse festival op een uurtje rijden van huis. Dit keer mocht ik als fotograaf zelfs gratis binnen. Een van mijn oude beelden was prominent promo-materiaal van deze editie. Leuk!

Een dagje doorbrengen in de Middeleeuwen is grappig bevredigend. De re-enactors laten ons beter dan wat ook zien hoe menselijk die ridders en ambachtslieden eeuwen geleden eigenlijk wel waren. Ik ben niet zo’n festivaltype, maar hier ben ik wel graag.

Ik had er alleen niet op gerekend om ook een bezoekje te brengen aan mijn persoonlijke verleden.

Dit jaar waren we er op zondag, en dat bleek een stuk drukker dan de zaterdagen van de vorige keren. Het was ook erg warm, en een droge wind blies strak over het festivalterrein. Ik voelde me minder goed in mijn vel dan ik wilde.

Ik kreeg wel de kans om de wedstrijden en veldslagen van op de eerste rij te schieten.

 

Quondam 2018_133 ed cut klein
(c) KV

 

Ik had uitgegeken naar de roofvogelshow op het einde van de dag, omdat daar gewoonlijk spectaculaire foto’s te maken zijn, maar ik kreeg hem jammer genoeg niet te zien. Toen ik ondanks lastige omstandigheden een paar deftige foto’s probeerde te maken van het slottornooi in de late namiddag, blies de wind alle kleine strodeeltjes en paardenlucht mijn kant op en voor ik het wist, had ik te maken met een goeie ouwe astma-aanval.

(Ik ben mega-allergisch aan paarden. In de open lucht valt het doorgaans heel goed mee. Maar nu viel het zwaar tegen.)

Mijn gezondheid is de laatste tijd (lees: een jaar of twee) zo goed dat ik minder zorgvuldig was geworden met noodmedicatie voor precies een gelegenheid als deze. Zodra het duidelijk werd dat ik in de problemen zat en dat het er niet naar uitzag dat dit snel weer zou overwaaien, hadden we geen andere keuze dan het terrein voortijdig te verlaten, plaats te nemen in de (lange) rij voor de pendelbus die ons terugbracht naar de parking, en naar huis te rijden.

Het was zo lang geleden sinds mijn laatste kwaaie astma-aanval dat ik bijna vergeten was hoe eng en stresserend het kan zijn om naar adem te snakken. Het is waarschijnlijk moeilijk voor te stellen voor wie het nog nooit heeft meegemaakt, maar ik kan het het best als volgt omschrijven: stel je voor dat je op je rug ligt, en iemand komt bovenop je liggen. Het gewicht drukt zwaarder en zwaarder. Het voelt zelfs alsof iemand actief je borst indrukt. Elke inademing is een massieve inspanning tegen deze neerwaartse druk. Het is zwaar, en moeilijk, en hoe harder je weerwerk biedt, hoe erger het wordt.

Dat is ongeveer hoe het voelt. Alleen lig je niet neer, en ligt er niemand bovenop je. Je zit gewoon aan tafel, of je staat te wachten, en elke teug zuurstof die je in je longen probeert te krijgen is een gevecht tegen iets wat ze ingedrukt houdt. Als je pech hebt, voelt alles daar vanbinnen ook nog eens geïrriteerd en ga je ervan hoesten. Dat maakt het nóg erger. Slijmvorming hoort er ook bij – en je raadt het natuurlijk: met je longen vol slijm komt er nog minder lucht binnen… Paniek is niet veraf.

 

Quondam 2018_483 ed cut klein
(c) KV

 

Ik had geluk.

Als een astma-aanval escaleert, kun je eindigen op de spoedafdeling. Zo ver is het die middag niet gekomen, want ik had hier intussen genoeg ervaring mee om te weten dat de enige manier om deze beproeving te doorstaan was proberen te ontspannen en proberen om zo normaal mogelijk adem te halen, zelfs als normaal op dat moment nergens te bespeuren was.
Toen we van het terrein af waren en de constante belegering van wind, stro en paardenallergenen enigszins afnam, kon ik voelen dat mijn adem zachtjesaan een beetje wilde beteren. Ik had het zelfs minder moeilijk rechtstaand op de warme, drukke pendelbus dan in de buurt van de paarden.

Mijn man reed naar huis, en thuis was er de verlossende medicatie die de spiraal terstond een halt toeriep.
Ik bedankte mijn lichaam dat het niet al te extreem geoverreageerd had. Maar ik was wél geschrokken.

Het was lang geleden dat ik het nog zo kwaad had gehad, en dat mijn lichaam zo met mij op hol geslagen was.

Ik ben er nog niet achter wat het precies betekent – als het überhaupt iets betekent. Misschien moet ik er gewoon mee leren leven dat mijn lijf niet helemaal werkt zoals het hoort en dat ik bepaalde omstandigheden moet vermijden waarin het zich nog slechter voelt dan anders. En als ik daar toch wil zijn, moet ik mijn voorzorgen nemen…

Maar misschien is er toch wel iets te leren uit een bezoekje aan het verleden. Want we hebben de neiging om wat we kennen te herhalen, fysiek, emotioneel en spiritueel. En dan mag het niet verbazen dat we in precies dezelfde situaties belanden.

Wat is het, vraag ik me af, dat ik mag beginnen loslaten, en waar snakken naar adem een pertinente metafoor voor is? Perfectionisme? Plicht? De nood mijzelf te bewijzen? Een andere wet waarnaar ik om een of andere reden oordeel dat ik moet leven?

Ik hoop er nog achter te komen.
Ik hoop dat ik de volgende keer dat ik een bezoek breng aan het verleden een ander pad kan bewandelen, richting toekomst.

 

Quondam_195 ed cut2 klein
(c) KV

De coulissen, of het voetlicht?

Over zichtbaar zijn

 

Lichtbreken_053 (2) ed klein
(c) KV

 

‘Dat klinkt fantastisch. En ben je ook nog bezig met eigen werk?’

De vraag werd me, in nagenoeg identieke bewoordingen, de afgelopen maand diverse keren gesteld, in gesprekken waarin ik het had over mijn Zaailing-samenwerking met creatieve bloedbroeder en zielsverwant Jurgen Walschot. Telkens verraste ze me. Telkens wist ik niet goed wat ik kon zeggen of hoe ik erop moest antwoorden zonder dat wat ik zei klonk als een verontschuldiging. Telkens dacht ik: is alles wat ik juist vertelde niet genoeg, misschien? Wat zou ik nog méér moeten doen?

En laat het duidelijk zijn, er gebeurt de laatste tijd heel veel in mijn leven.

Stroom, onze graphic poem, verschijnt dit najaar, en het boek is (op een paar petietepeuterige details na) af en klaar voor druk. De verdeler maakt zich op voor een promorondje in winkels en bibliotheken.
Daarnaast openen volgende week zowel de BXL Dorado tentoonstelling waaraan we meewerken als de tentoonstelling van ons werk in de Brusselse bistro Mokafé.
Samen hebben Jurgen en ik een selectie van Zaailingen in postervorm gegoten, laten drukken en ingekaderd. We hebben een logo ontworpen en daar een stempel van laten maken, zodat we elke print handmatig kunnen ‘tekenen’.
We brengen een reeks postkaarten uit, én een mini-zine. We hebben twintig minuten film gemaakt waar mijn teksten en stem in dialoog gaan met Jurgens beelden en montage. Het is een samenspel van heel andere talenten en werkvormen dan waar we tot nu toe gebruik van maakten, en het is een krachtig werk geworden. De film is te zien in het kader van BXL Dorado.
Deze week gaan we alles opstellen op locatie. Werk. En leuk!

stempel_negatief

Ik zei het al eerder en ik zal het nog vaker herhalen: deze samenwerking is het beste wat mij in jaren overkomen is. Ze heeft een creatieve bron aangeboord die om een of andere reden heel lang heeft liggen wachten en nu in ernst aangewend kan en mag worden. Dit werk maakt mij diep gelukkig en geeft mij op een bijzondere manier kracht, en het ligt helemaal in lijn met wat ik aanvoel als de weg van mijn ziel.

Betekent dat dat ik er afhankelijk van word? Nee.

Ik maak ‘mijn eigen werk’, op een aantal uiteenlopende manieren. De Zaailing-samenwerking is één specifieke (en heel krachtige) manier om in de wereld te brengen wat ik voel dat ik er wil zijn. Het is vervullend om zo’n sterke flow te ervaren, zoveel is zeker. Maar ik sta hier wel degelijk op mijn eigen benen!

Dus waarom stellen mensen mij, als ik hen enthousiast vertel over dit stuk van mijn leven, dan telkens weer dezelfde vervelende vraag? ‘Ben je ook nog bezig aan je eigen werk?’ Wat denk je dat dit is, wil ik vragen, werk van iemand anders?!

Maar hier was wel degelijk iets interessants aan de hand, en ja, ik heb de boodschap uiteindelijk begrepen. (Het duurde alleen eventjes.)

 

Lichtbreken_044 (2) ed cut - kopie klein
(c) KV

 

Er gebeurde iets wat heel belangrijk was tijdens mijn jaar op Het Plateau: ik gaf de controle over mijn pad in de handen van iets wat ik Ziel ben gaan noemen. Een hogere roeping, een stem diep vanbinnen die oneindig veel wijzer, milder en meer gefocust was dan mijn eigen emotionele, ego-gestuurde persoonlijkheid. Het was niet alsof ik plots geen leven meer had en geen dromen of doelen meer nastreefde, maar ik voelde wel dat dit een betere gids was dan degene waarnaar ik tot nu toe geluisterd had. Ik begreep het proces niet altijd, maar ik vertrouwde het wel onvoorwaardelijk (en dat doe ik nog steeds) – zo sterk is dat gevoel. Het draait ook helemaal niet om mij, heb ik begrepen. Het gaat om iets veel groters waar ik deel van mag uitmaken, door mijzelf te zijn, en door mijn talenten ten dienste te stellen van dat grotere verhaal.

Ja, ik weet precies hoe zoiets misschien in de oren klinkt, zeker voor wie er juist een Netflix-marathon Wild Wild Country heeft op zitten. Maar zo is het dus helemaal niet. Hier is geen sprake van goeroes of goddelijke geboden. Er is alleen een diepe verbondenheid met iets wat oneindig veel krachtiger voelt, en het gevoel dat ik mij er op deze levensreis aan mag toevertrouwen. Als je niet voortdurend moet controleren en sturen waar je heen gaat, ben je onderweg trouwens veel vrijer om te ontdekken, te spelen en te genieten.

Dat is waarom ik, meer nog dan vroeger, geen grote nood voelde om gezien te worden. Want dit ging helemaal niet over mij. Het ging over mijn werk, in al zijn vormen, en over dat grotere geheel waarbinnen het past. De Zaailing-samenwerking maakt daar beslist deel van uit, dus natuurlijk vertel ik daarover met alle liefde en gedrevenheid die ik voel dat ze verdient. En dat is waarom die terugkerende vraag mij telkens zo verraste en mij eerlijk gezegd op de zenuwen begon te werken.

Wat bedoel je, dacht ik, ‘eigen werk’? Ik ben mijn eigen werk aan het maken. Naast mijn job en mijn gezinsengagementen heb ik de afgelopen twee jaar intensief blogs geschreven in zowel het Nederlands als het Engels (alles wat ik doe, gebeurt in twee talen), en daarin vertel ik over mijn innerlijke processen als schrijver, als groeiend mens, en als Wandelaar Tussen de Werelden, omdat dat om een of andere reden aanvoelt als gepast. Sinds februari 2017 maak ik samen met Jurgen ongeveer vier Zaailingen per maand (we werken er quasi non-stop aan, en amper de helft van wat we produceren gaat op een of andere manier online of de wereld in).

Voeg daar nog Stroom aan toe, de postkaarten, het zine en twee tentoonstellingen. En laten we vooral de auteursresidentie in Zweden dit najaar niet vergeten… Dus waarom zou ik bovenop dat alles een roman moeten zitten schrijven om te bewijzen dat ik voor mijzelf aan het werk ben? Er is op dit moment geen groot verhaal dat mij aan de mouw trekt omdat het heel graag verteld wil worden. Ik heb ook de mentale energie en de creatieve bandbreedte niet voor dat soort marathononderneming. In plaats daarvan voel ik dat ik op dit moment mijn beste werk maak in diverse samenwerkingen, als schrijver, muzikant, partner, zielsverwant, muze. Het voelt bovendien verdomd goed om te werken vanuit verbondenheid eerder dan vanuit eenzaamheid. Dus waarom heb ik telkens weer de indruk dat ik me aan het verontschuldigen ben als ik dat moet uitleggen?

Het is niet meer dan een kwestie van perceptie. Die van mij, in de eerste plaats.

 

Lichtbreken_012 ed cut - kopie klein
(c) KV

 

Het is niet omdat mijn ego niet langer aan de knoppen zit dat ik totaal onzichtbaar moet worden. De boodschap die mij gegeven werd door de (lieve en betrokken) mensen met wie ik de afgelopen maand sprak, is dat het oké is als ik mijzelf óók toon. Het is helemaal niet nodig dat ik totaal verdwijn, zelfs niet in een zielsgedreven proces waarvan ik hou en wat ik als absoluut juist beschouw. Maar blijkbaar is dat wat ik doe als ik erover praat. Ik verdwijn. Erg confronterend. Erg, erg interessant.

Er zijn momenten geweest in mijn leven waarop ik het gevoel had dat andere mij de plaats niet gaven of gunden die mij toekwam, en ik was niet assertief genoeg om ze op te eisen. Dezer dagen wordt mij absoluut mijn deel van het podium gegund, door familie, collega’s en vrienden, door Jurgen zeker, alleen aarzel ik om naar voren te treden en die helemaal in te nemen. Dus als ik praat over mijn werk, stuur ik onbewust en onbedoeld een subtiel verkeerde boodschap uit. En mensen die om mij geven zijn daar gevoelig voor en vragen me vervolgens waar ik dan wel sta, in dit alles.

Ik sta hier. En ik ben daar verdomd blij om. Het is precies waar ik moet zijn.

Ik moet alleen nog een manier vinden om dat gevoel helemaal te bewonen. Zonder verlegen terug te deinzen, mij in de schaduwen terug te trekken, of in de coulissen te verdwijnen. Dit is een waardevolle les in naar voren durven stappen in het voetlicht, voor mijzelf.

Zoals alle lessen die je moet leren, is dit een taaie. Maar ik voel mij gesteund door al die mensen die mij graag zien en naar waarde schatten. Hier is geen sprake van weerstand of tegenwerking van buitenaf, het is gewoon ik en mijn goeie ouwe angsten.

Nu is het aan mij. De coulissen, of het voetlicht?

Ik geloof dat het moment aangebroken is om mijn ogen dicht te doen en eens goed diep adem te halen.

 

Lichtbreken_017 ed cut2 klein
(c) KV

Waarvoor we gekomen zijn

 

Lente divers_120 ed cut klein
(c) KV

 

We hebben geen andere keuze dan overvloedig te zijn.

Alles te geven wat we zijn
telkens opnieuw.

We zijn ervoor gemaakt om onszelf te vullen tot de rand
en over te stromen in de wereld
zo rijkelijk als we kunnen.

 

Lente divers_134 ed klein.jpg
(c) KV

 

Misschien wordt het niets.
Misschien wordt het alles.

Wat er ook van komt
we doen waarvoor we gekomen zijn.

 

Lente divers_138 ed klein.jpg
(c) KV