Zoals het hoort

Hoe klein zijn we.
Hoezeer verbonden met anderen.

Dit is zoals het hoort.

Wazig_019 ed klein
(c) KV

Maar hoe navigeren we langs hun stiltes?
Hoe verstaan we wat niet wordt gezegd,
horen de nooit uitgesproken woorden,
beroeren de gevoelens die zachtjes wegglippen onder de oppervlakte

alsof ze er nooit waren?

We hebben geen andere keuze dan te vertrouwen
op de verbondenheid
van onze verweven voelsprieten
de diepere stromen
die, stil als fluisteringen, beweren

dat in de kern
alle dingen licht zijn
dat in het licht
alle stemmen zingen
uit dezelfde bron.

Dit
is
zoals het hoort.

Wazig_050 ed klein
(c) KV
Advertenties

Natuurlijke schizofrenie

Een aparte vorm van sneeuwblindheid

 

Winterprik_366 ed cut2 klein
(c) KV

De eerste sneeuw, en sociale media overstromen met foto’s van winterse maagdelijkheid, en hoe blij we daar mee zijn. We klinken alsof we niet kunnen wachten om onze slee tevoorschijn te halen en de dichtstbijzijnde heuvel af te roetsjen (niet dat er in een groot stuk van Vlaanderen nu zoveel zijn, maar kom, je begrijpt wat ik bedoel).

Het minste wat je kunt zeggen is dat we er een schizofrene houding op na houden tegenover de natuur en onze omgeving. We sproeien onze velden vol vergif en pompen toxische stoffen in de lucht die we zelf moeten inademen. We kappen hele bossen kaal en overbevissen. Zoveel van onze daden demonstreren onze overtuiging dat wij in feite geen deel meer uitmaken van de natuur. Zorgwekkend veel kinderen  beseffen nog nauwelijks dat voedsel op het land geteeld wordt of aan de bomen groeit, ze wijzen gewoon naar de supermarkt. Onze huizen en onze wagens zitten zo vol met verwarming en airconditioning dat we nog nauwelijks weten welk seizoen het is, laat staan welke temperatuur er buiten heerst.

Tot het sneeuwt.

Waarom haasten we ons om onze foto’s van die eerste sneeuw op Facebook te zwieren?
Omdat het ons op een of andere manier toch raakt, dat zicht. Het herinnert ons eraan dat de natuur mooi kan zijn, en dat er wel degelijk redenen zijn waarom we ons ermee verbonden willen voelen.

Ik wil niet naïef klinken. Sneeuw ziet er vooral goed uit op postkaarten die passen bij cadeautjes, glühwein en kaarsen. Het is romantisch om uit het raam te kijken naar een ongerept sneeuwlandschap. Maar om werkelijk met de natuur te leven, zoals sommige mensen in hardere klimaten of armere landen uit noodzaak doen, is ze kennen en respecteren.

Wij houden ervan om ons verbonden te voelen met de natuur zonder te erkennen dat we er in feite diep afhankelijk van zijn. Maar iedereen die ooit in een sneeuwstorm zat, een overstroming of een bosbrand zag, of gewoon door een hevige storm moest, zal je vertellen dat onze hoogmoed ons geen enkele bescherming biedt. De simpele waarheid is dat we, als het er echt op aankomt, overgeleverd zijn aan de willekeur van de elementen.

Jammer genoeg smelt dit besef, als het er om te beginnen al was, vaak even snel weg als ijs in een dooiende regenbui.

Winterprik_412 ed cut klein
(c) KV

Het verleden en de toekomst

 

Mijn erfgoed eren – en overstijgen

 

Light & drops_110 klein
(c) KV

 

Zoals de meeste mensen leefde ik een jong leven toen ik jong was – hoewel er in het mijne waarschijnlijk minder sociale vaardigheden, minder verstand-op-nul fuiven en meer doorploeteren van zielenroerselen zat dan in veel andere. Ik leefde in boeken en schreef mijn eerste verhalen. Ik had vaak het gevoel dat niemand mij begreep, of ze moesten minstens tien jaar ouder zijn dan ik. Pas toen mijn mama thuiskwam van een cursus numerologie (ik was pakweg zestien) met de mededeling dat het cijfer dat op mijn profiel mijn innerlijk weergaf symbool stond voor de diepe en soms wereldvreemde bagage van de oude, wijze leraar, had ik het gevoel dat er iets plotseling wat duidelijker werd.
Het voelde juist om een oude ziel te zijn.

In alles waar ik me mee bezig hield, van school over universiteit tot werk zoeken of een gezin stichten, was die oude wijsheid (of beter: het gevoel daar op een of andere manier een link naar te hebben) een constante aanwezigheid in mijn achterhoofd. Intuïtief zocht ik onderwerpen op die nogal eens saai of ingewikkeld gevonden worden, vaak in de sfeer van psychologie of zelfontwikkeling. De cursussen die ik volgde, en de inzichten die ze mij opleverden, kwamen mij bijzonder goed van pas tijdens mijn jaren voor de klas, en ik wende eraan ‘te wijs voor mijn leeftijd’ te zijn, niet alleen in hoe ik mij voelde maar ook ik wat ik effectief in de wereld bracht.

In de afgelopen jaren ben ik naar mijn gevoel tot volle wasdom gekomen. Ik heb mijn plek in de wereld gevonden, de reis naar mijn plateau gemaakt en de roep van de Ziel aanvaard, en nu heb ik het gevoel dat ik toegang krijg tot mijn erfenis. De oude kennis en vaardigheden die altijd een stuk van mij waren worden nu beschikbaar om ze werkelijk te gaan gebruiken.

Dat was het moment dat ik voor het eerst het woord sjamaan gebruikte. Schrijver — Journalist — Echtgenote/Moeder — Sjamaan-in-wording schreef ik als biografische puntjes toen ik deze website in juni een ingrijpende facelift gaf, en dat was zowel doodeng als heerlijk spannend. Ik had het gevoel dat ik naakt ging voor de wereld, en tegelijk onderstreepte dat een spiritueel pad lopen mij diepe ernst was.

Ik beken dat ik aarzelde bij het woord sjamaan. Maar het was het enige wat min of meer juist klonk. Het had echo’s van magie en wijsheid, een gevoel van een dieper weten, in verbinding met de natuurkrachten, genezing en andere lagen van de werkelijkheid dan het materiële of dagdagelijkse. Dit specifieke woord gebruiken betekende mijzelf op een of andere manier steviger verankeren op het spirituele pad dat ik was ingeslagen. En een van de dingen die ik aan het verkennen was, was sjamanisme. Of juister: ik word aangetrokken tot bepaalde aspecten en praktijken, waarvan ik er sommige al jaren beoefen, en waarvan andere pas recent hun opwachting hebben gemaakt, die allemaal tot die traditie lijken te behoren of er op zijn minst mee verwant zijn.

 

Winterprik_034 zw ed cut klein
(c) KV

 

Een van de geschenken die ik op mijn Soul Circle ontving, was een boek over sjamanisme, geschreven door een ingewijde. Ik vond het – behalve slecht geschreven – tot op zekere hoogte verrijkend én confronterend. De helft van de tijd dacht ik: oh nee, dit heeft niets met mij te maken. Totaal niet. Van geen kanten. (De andere helft van de tijd zei mijn professionele zelf: een beetje redacteur zou hier een veel beter boek van hebben kunnen maken.)
Ik besloot me alleen te concentreren op de inhoud. Sommige stukken waren interessant, al gingen ze niet altijd voldoende in detail, andere maakten me een beetje ongemakkelijk. Zoals dit citaat van de hedendaagse Lakota medicijnman Steve McCullough:

“Er bestaat blijkbaar een enorm verlangen de weg van het sjamanisme op te gaan. Sommige mensen nemen dan blijkbaar het besluit om sjamaan te ‘worden’, en denken dat ze dat zijn als ze ergens een paar cursussen of een opleiding hebben gevolgd op het gebied van medicijnwerk. Sommige opleidingen pretenderen zelfs mensen op te leiden tot sjamaan.
Deze zogenaamde sjamanen, de ‘wannabees’, die hun eigen manier van werken ontwikkelen, drijven in feite de spot het met werkelijke gedachtengoed. Ik denk dat er veel mensen zijn die spelen dat ze sjamaan zijn met de daarbij horende rituelen. Dat is des te ergers als het gebeurt vanuit commerciële motieven. Je kunt geen sjamaan worden omdat je dat wilt. Je wordt daarvoor uitgekozen.”

Dit raakte me, in die zin dat ik voelde dat ik moest toegeven aan mezelf dat er, tot nu toe tenminste, geen voorouderlijke krachten of geesten of wat voor andere entiteiten ook waar sjamanen gewoonlijk mee werken mij een bezoek brachten om me te vertellen dat ik spreekwoordelijk aangenomen ben. Er is evenmin een spirituele leraar die mij benaderd heeft met de melding dat ik bij hem of haar in de leer moet gaan (wat een veel voorkomende praktijk is in traditioneel sjamanisme). Misschien gebeurt dat ooit nog – ik sluit niks bij voorbaat uit, en het is nu ook niet alsof ik er al hele drommen heb ontmoet – maar in de tussentijd vond ik wel dat ik eerlijk moest zijn met mezelf en de wereld.

Natuurlijk mag je jezelf noemen wat je maar wil, maar tezelfdertijd zijn woorden nooit geheel zonder waarde of gewicht. Ik ben sterk aangetrokken tot spiritueel werk, zozeer zelfs dat ik het eerder al een roeping noemde. Ik ben op een aantal vlakken al lang geen beginneling meer, en ik weet wat ik kan (en wat niet) met mijn vaardigheden om anderen op een veilige, respectvolle manier te helpen groeien. Maar als niet sjamaan (of op weg om het te worden), wat ben ik dan wel?

 

Winterprik_046 zw ed cut klein
(c) KV

 

Ik had er een fantastisch gesprek over met mijn lieve mama. Zij was erbij op mijn Zielskring, waar ze getuige was, zoals ze dat later zelf beschreef, van mijn ‘overgang’. Ze was in het bijzonder geraakt door het lied dat ik zong, met niets dan de trom om me te begeleiden.
De framedrum is het instrument van de sjamaan. Het is ook een van de oudste instrumenten in de geschiedenis van de mensheid, en heeft wortels in de oudste mysteriecultussen van zowel de indianen, de Egyptenaren, de Kelten en de prehistorische volkeren. Ik heb altijd heel erg gehouden van krachtige percussie, en de trillingen van de trom gaan zeer diep voor mij. Dat instrument tot het mijne maken was een van die kleine maar zeer belangrijke stappen die ik de afgelopen maanden heb gezet. Het is ook, andermaal, een link naar deze oude spirituele tradities.

Nu zei mijn mama, met die wijze helderheid die haar zo eigen is:
“Het is zeker passend om die tradities te respecteren, en hun erfenis – jouw erfenis – te eren. Maar onthoud dat jij het was die mij van in het begin vertelde dat je het gevoel had dat je oude wijsheid in nieuwe vormen in de wereld moest brengen. Je kunt je dan wel verwant voelen aan de Amerikaanse indianen of de prehistorische mens, maar in dit leven ben je geen Lakota en ook geen holbewoner. Dus natuurlijk lijkt het traditionele sjamanisme in zijn oude vorm jou niet te ‘passen’. Dat zijn je wortels, je verleden. Het is niet je toekomst. Je hebt je vrienden geroepen om de overgang naar een nieuwe fase te markeren, waarin je nieuwe inzichten in de wereld zal helpen brengen op manieren zoals dat tot nu toe nog niet gedaan is. Je vrienden zijn gekomen, en ze waren met velen. En ze zijn met nog veel meer, van veraf bij jou in gedachten, of op het punt te verschijnen. Je staat er niet alleen voor met dit werk, en het is een krachtig proces. Zo voelt het. Dus naar mijn mening is het niet meer dan logisch dat je niet ‘geroepen’ wordt door het traditionele sjamanisme. Het is nu voor jou de tijd om je over te geven en los te laten, op verschillende manieren. Misschien moet je ook dit specifieke idee maar loslaten…”

Had ik al gezegd dat ze wijs is?

Het resultaat van dit gesprek was dat ik besloot mijn buikgevoel te volgen en die bewuste frase op mijn website aan te passen. Schrijver — Journalist — Echtgenote/Moeder — Wandelaar tussen de Werelden staat er nu. Dat, voel ik, is zowel waar als juist op dit moment in mijn leven.

En alsof dat allemaal nog niet genoeg was, kreeg ik wat later die week de bevestiging van identiek hetzelfde proces op een totaal ander vlak in mijn leven.

Inspiratie voor Zaailingen komt aanwaaien op allerlei manieren. Toen ik Jurgen iets stuurde over een uitgeverij die we misschien eens moesten contacteren, linkte ik naar een mooi, door hen uitgegeven schrift met daarop de gestileerde afbeelding van een vos en een raaf. Dat katapulteerde hem meteen midden in La Fontaines Le renard et le corbeau. En terwijl ik nog aan het nadenken was over een originele manier om dat overbekende thema te benaderen, had hij al een schitterende prent gemaakt.

 

vos & raaf1 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Het was een ‘klassiek’ beeld, niks voluptueus of buitenissigs zoals ik dat in mijn hoofd aan het bekokstoven was. Het toonde gewoon de vos die opkeek naar de raaf in de boom. Maar het grote verschil met het origineel zat hem erin dat de raaf geen stuk kaas in zijn bek heeft, maar in plaats daarvan de maan – of zo lijkt het toch. Subtiel maar briljant. En alle vrijheid van de wereld om voor de dag te komen met een totaal nieuwe versie van het verhaaltje.

Alleen stapte mijn hoofd niet zo snel aan boord van de trein met bestemming Anders-en-Vernieuwend. In plaats daarvan draaide het keurig in kringetjes, terwijl ik besloot dat ik zou proberen om een nieuwe versie van de fabel te schrijven als fabel, compleet met rijmschema’s erop en eraan. De – op het eerste zicht – onschuldige stijl van Jurgens beeld, gecombineerd met mijn eigen vooroordelen over fabels en hoe dat soort teksten geacht wordt ineen te steken (met een nogal kinderlijk verhaal en een uitgesproken les) zette mij stevig vast in – ja, daar gaan we weer – een ‘traditie’.

En daar knalde ik mooi tegen een muur die ik zelf gebouwd had.

Het schrijven liep allebehalve vlot, en al kreeg ik na veel hard werk wel een paar versjes uit mijn pen gewrongen die ik niet onaardig vond, het resultaat stond me niet aan. Ik herinnerde me hoe de klassieke fabels me nooit, zelfs niet als kind, hadden kunnen bekoren. Het rijm trok me niet aan, en de moraliserende boodschap vond ik bot en overduidelijk. Personages raakten gekwetst op manieren die de lezer een lesje moesten leren maar die mij alleen maar nodeloos pijnlijk en wreed in de oren klonken.
Natuurlijk dateren fabels uit een ander tijdperk, en ik wil ze niet beoordelen met de standaarden van vandaag. Ze zijn een erfstuk, en als zulks dus beslist waardevol. Maar waarom zou ik in godsnaam proberen mijn creativiteit in hun verkrampte structuren de proppen? Dit, andermaal, was het verleden. Ik moest de dingen anders doen, om de toekomst tegemoet te gaan, wat voor vorm mijn werk dan ook zou blijken aan te nemen.

Ik stuurde Jurgen een bericht dat ik een waardevolle les geleerd had, en bedankte hem voor de spiegel die zijn beeld mij had voorgehouden.
Toen zette ik me aan een nieuwe tekst. Ik eerde het verleden door ernaar te verwijzen, maar ik herhaalde het niet. Ik maakte het van mij.

Ik deel de tekst hier niet, aangezien het een Zaailing is die we op een later moment misschien nog willen vrijgeven. Ik kan wel al verklappen dat in deze nieuwe versie de raaf niet laat vallen wat hij in zijn bek heeft…

Er is geen enkele reden om het verleden nog een keer te herhalen.
In plaats daarvan kijk ik het uit naar het licht van een spiksplinternieuwe dag.

 

Winterprik_036 ed cut2 klein
(c) KV

De stroomversnellingen bedwingen – of mee drijven met de rivier

Twee manieren van reizen langs de onverwachte wateren van het leven

Ik zit in een kajak op een bergrivier en het gaat aan een halsbrekende snelheid. De rivier weet waar hij heen stroomt, en ik vaar mee, min of meer meester van mijn boot.
Ik kreeg al wat golven over me heen, waarvan een paar recht in mijn gezicht, en één keer dacht ik dat ik om zou slaan. Maar ik ben niet verdronken – nog niet.

Ik ben niet echt bang. Ik heb genoeg ervaring om de boot te kunnen laten omrollen terwijl ik er nog in zit en zowat meteen weer boven te komen. Natuurlijk kijk ik niet uit naar zo’n moment, laat staan dat ik erop aanstuur, en ik kan alleen maar hopen dat ik met mijn hoofd niet tegen een rots sla.

Maar ik voel dat er stroomversnellingen aankomen, en aan de snelheid waarmee we gaan, zullen die er zeer snel zijn. Ik hoop dat ik mijn bootje er veilig doorheen krijg, zonder al te veel averij.

 

Dat was het gevoel dat ik onlangs had. En het voelde zeer echt aan.
De laatste maanden is mijn reis een evenwichtsoefening geweest van de meer precaire soort: schitterend zolang het goed gaat, maar van een intensiteit die vroeg of laat bijna onvermijdelijk leidt tot een valpartij.

Dat is geen verrassing. De laatste weken is mij de ene stapsteen na de andere aangereikt. Professioneel, muzikaal, emotioneel, spiritueel. Ik heb er geen flauw idee van waar dit pad mij heen brengt, maar ik weet dat ik het loop en dat ik het alleen maar kan volgen.

Maar dat voorgevoel van naderende stroomversnellingen, en de intensiteit van deze dolle rit, die bevallen mij veel minder. Niet omdat ik niet van de opwinding houd, maar omdat ik heel goed weet dat ik dit aan een dergelijk tempo niet allemaal in goede banen kan blijven leiden.

 

Kingley Vale_109 klein
(c) KV

 

En toen was er een beeld dat mijn redding was.

Om van het redactiekantoor in Brussel terug naar huis te keren, spoor ik naar het dichtstbijzijnde treinstation. Dan volgt er nog een fietstochtje van een half uur. In dit jaargetijde betekent dat doorgaans fietsen in het donker. Dat vind ik niet erg, mijn fiets is goed verlicht en ik draag de nodige reflecterende kleding. In het donker een pad volgen waarvan je telkens maar een paar meter ziet, heeft iets van meditatie.

Op mijn route ligt een brug over Schelde. Die is op dat punt, bij Dendermonde, ongeveer honderd meter breed, wijd genoeg om van een stroom te spreken, en niet meer van een rivier.
Toen ik de brug een paar dagen geleden overstak, wierp ik een blik op de Schelde in het donker. De lucht was bijna nachtzwart, en de rivier, van op mijn hoogte gezien vol zachte rimpels, was nauwelijks te onderscheiden tussen twee oevers die nog net iets donkerder waren.

Maar precies op dat moment kon ik de immense aanwezigheid voelen. De wijdsheid, en de kalmte. En iets diep vanbinnen in mij werd wakker en zei: houd dat beeld vast.

De Schelde is geen rivier die je zonder boot kunt oversteken, tenzij je je leven moe bent. De stromingen zijn sterk en verraderlijk. Het is een kracht waar je rekening mee moet houden, die dag en nacht enorme watermassa’s naar de Noordzee stuwt.
Maar er zijn geen stroomversnellingen.

Dit, besefte ik, kon mij redden van de verdrinkingsdood in de tumultueuze bergrivier waar ik naar mijn gevoel op had gezeten: het beeld van deze brede stroom, met een diepe en onweerstaanbare stroming, maar op een of andere manier toch zachter.

 

Ik buig mijn hoofd.
Ik pak mijn roeispanen weer beet.
En ik ben klaar om te gaan waar de stoom me heen zal voeren.

 

Kingley Vale_158 klein
(c) KV

 

Licht dat schijnt

Light & drops_044 ed cut
(c) KV

 

It’s only dark because you’ve invested your light in the old, schrijft Jonas Ellison in een recente blog waarin hij het heeft over zijn persoonlijke ervaring met de Donkere Nacht van de Ziel. Hij beschrijft die als de overgangsperiode tussen een oude fase en een nieuwe, waarbij het oude al afgeworpen maar het nieuwe nog niet gearriveerd is en alles dus onzeker aanvoelt. Klinkt behoorlijk hard als Bill Plotkins cocon, als je het mij vraagt.

Hoe dan ook, ik voel wel wat voor Ellisons benadering, en die ene zin vond ik bijzonder treffend. Het is duidelijk: als je je licht blijft gebruiken om de dingen te belichten die je ontgroeid bent, je verleden en je oude zelf, dan gaat er niets de andere kant op, en blijven de uitdagingen en zegeningen van het nieuwe pad, de nieuwe fase, volledig in het duister.
Daarom is het onbekende vaak ook zo beangstigend. We zijn er niet erg goed in om gewoon in het nu te zijn, in het vagevuur (zelfs al is dat maar tijdelijk) en ons licht vooruit te schijnen – en niet veel verder te raken dan onze voeten, want de dikke mist van onzekerheid blokkeert elk uitzicht.

Of we zouden kunnen stoppen met wat dan ook te willen belichten, en het licht toestaan om ons te vinden, terwijl we dapper voort lopen doorheen de mist waarachter een nieuwe dageraad ons wacht.

En wanneer het ons dan vindt, zal het recht door ons heen stralen, prachtig en helder. Dat zal het moment zijn waarop we weten dat een heel nieuwe dag aangebroken is.

 

Light & drops_043 cut klein
(c) KV

Praten met de duivel

Waarom onze demonen doodmaken ons geen beter mens maakt – integendeel

Yamie Fort_091 ed klein
(c) KV

 

Goed en kwaad zijn concepten waar ik al heel lang mee worstel. Mijn hele leven, denk ik.

Als jongere voelde ik me aangetrokken tot sommige van de meer duistere personages in verhalen. Tegelijk probeerde ik degenen die me afstootten aardig te vinden, of op zijn minst toch te begrijpen. Niemand, vond ik, werd met een slechte inborst geboren. Iedereen, in het echte leven en in boeken, kwam met een eigen verhaal, en hun beslissingen of gedrag moesten hun oorsprong vinden in eerdere ervaringen.

Zoals zovelen van ons hier in het Westen werden mijn opvattingen lange tijd beïnvloed door het christendom. In deze traditie zit het idee dat het goede uiteindelijk het kwade overwint er diep ingebakken. Hoewel ik in de regel streef naar meer harmonie en heelheid in mijzelf, sta ik intussen huiverig tegenover deze archetypische tweespalt waarbij de helft van het spectrum een vijand zou zijn die niet zozeer gerespecteerd of weerstaan moet worden, maar wel totaal vernietigd.

Ik vrees dat hier een van onze grootste misverstanden speelt.

Begrijp me niet verkeerd. Dit is geen pleidooi voor geweld of haat, voor liefdeloze ouders, sadistische leraren, genadeloze dictators of zieke geesten van wat voor allure dan ook. Ik geloof oprecht dat we allemaal beter af zijn als we ons gelukkig en gezond voelen, en onszelf en elkaar respecteren en graag zien.
Alleen denken we dat we een aantal dingen moeten vernietigen om dat punt te bereiken.

Jaren geleden volgde mijn moeder een opleiding rond persoonlijke ontwikkeling waar ze heel veel van opstak. Hoewel ik die bewuste cursus zelf niet ging volgen, plukte ik wel de vruchten van de ideeën die ze mee naar huis bracht. Een daarvan was het concept van ‘the Judge’.

We kennen hem allemaal. Sommigen noemen hem misschien de Innerlijke Criticus, anderen zien hem (of haar) als een ouder, een vroegere leerkracht, een bang of boos stuk van henzelf. Het is dat kleine, zeurende stemmetje in ons achterhoofd dat overal kritiek op heeft en ons er mentaal van langs geeft omdat we niet goed genoeg, dapper genoeg, sterk genoeg, mooi genoeg zijn, vergeleken met een of andere onhaalbare maatstaf.

Mama’s leraar in de opleiding zei haar: ‘Kill the f*cking Judge’. Hoewel hij helemaal gelijk had dat naar die innerlijke litanie luisteren en geloven wat ze zegt niets waardevols bijdraagt en ons alleen maar diep ongelukkig maakt, verlieten we in onze familie algauw zijn concrete aanpak. In plaats daarvan benaderde mijn moeder haar Judge op een andere manier. Ze kocht een snoezig kussentje, en stelde dat tentoon in de woonkamer als een decoratief element op een bijzettafeltje, een plek waar je het absoluut niet kon verwarren met iets om op te gaan zitten. Dit was de plek waar haar Judge zich mocht ontspannen en uitrusten, telkens als hij zijn opwachting maakte. In plaats van uit alle macht te proberen hem te doden, stond ze hem een adempauze toe en zei dat hij zich daar lekker mocht nestelen.

Ik hou van die tweede aanpak. Hoe makkelijk (of moeilijk) het ook is om onze angsten, fouten en innerlijke demonen onder ogen te zien, ik kan getuigen dat ze met mildheid benaderen een veel dieper en lonender traject is dan ze proberen uit te roeien. Ze zijn een deel van ons, en vaak hebben ze ons ook op een of andere manier geholpen, door ons te beschermen, te waarschuwen of ervoor te zorgen dat we twee keer nadachten. Vaak hadden ze helemaal niet de bedoeling de hinderlijke klieren te worden die ze nu zijn. Soms duwden we ze diep weg omdat we niet naar ze wilden kijken, en in het donker voedden ze zich met al wat ze konden vinden en groeiden uit tot iets kwaadaardigs en angstaanjagends, terwijl ze eigenlijk nog altijd hunkerden naar onze liefde en begrip.

Je heelt jezelf niet door de stukken van jezelf dood te maken die je niet aanstaan. Je vindt heelheid door goed naar ze te kijken en mild voor ze te zijn.

Hetzelfde geldt voor elk gevecht tussen het zogenaamde Goed en Kwaad.

 

Yamie Fort_069 ed klein
(c) KV

 

Het behoeft geen discussie dat sommige gedachten en daden ethisch mooier of gezonder zijn dan andere. We kunnen evenmin ontkennen dat sommige daden moreel verwerpelijk zijn en zorgen voor veel lijden. Maar door ze te behandelen als iets wat uitgeroeid moet worden, voeden we alleen hun verdedigingsmechanismen. En als we vasthouden aan onze missie om ze te vernietigen, worden we geen beter mens maar de koude, harteloze, onverzoenlijke versie van onszelf. In plaats daarvan zouden we beter op zoek gaan naar een mooi kussen.

En wanneer onze angsten en fouten, onze verborgen of minder fraaie aspecten en alles wat we verafschuwen aan onszelf of de wereld daar dan plaatsnemen, omdat we ze hebben uitgenodigd en ze voelen aan dat we te vertrouwen zijn, dan moeten we ook de moed hebben om ze in de ogen te kijken en een gesprek te beginnen.

Komen en gaan met de golven

Kingley Vale_150
(c) KV

 

De seizoenen komen en gaan als de golven. Ze brengen nieuwe getijden en wassen alles weg wat daarvoor kwam.

Ik heb geworsteld met de herfst dit jaar, omdat ik de zomer op een of andere manier gaande wilde houden, de zoete, niet aflatende stroom van creativiteit, de pulserende kracht van al wat wilde bloeien.

Maar de herfst is, net als eb of de onderhuidse invloed van de maan, niet te weerstaan. Ik heb de kracht van de zomer uit mijn lijf voelen vloeien, als zand dat tussen mijn vingers vandaan glipte, pluimpjes die weggeblazen werden van mijn handpalm.
Ik kan niets anders dan ze laten gaan.

Terwijl ik me voorbereid op de Soul Circle later deze maand, doorloop ik cycli van loslaten en vernieuwen.
Oude angst, ballast van levens geleden – echt of niet, maakt het uit? zo voelt het alvast – werkt zich naar de oppervlakte om erkend te worden, begrepen en eindelijk afgelegd. Sommige stukken ervan zijn moeilijk onder ogen te zien – maar zijn niet alle angsten en mislukkingen dat? Andere delen zijn rijp en voldragen, en ik verwelkom andermaal het afwerpen van oud lagen huid.

Tezelfdertijd maken nieuwe dingen hun opwachting. Ik heb het gevoel dat ik mijn eerste stappen zet op een pad dat ik wil lopen, al heb ik geen idee waar het heen gaat.

 

Trom_003 ed klein
(c) KV

 

 

Ja, de trom heeft er wat mee te maken. Ik koos hem uit een aardig aanbod van frame drums in een winkel die goed aangeschreven stond en niet teleurstelde. Er was veel keus in formaat en uitzicht, maar ik heb ondertussen genoeg ervaring om te weten dat je zoiets alleen beslist op klank. Hoe mooi een instrument er ook uitziet, je moet vooral telkens weer omhuld willen zijn door de resonantie ervan, want anders heeft wat je doet totaal geen zin. Ik had nooit verwacht dat ik zou gaan voor eentje met de pels nog op het slagvlak, maar toch wel dus. Het leven is blijkbaar nog niet klaar met verrassingen uitdelen. En ik merk dat ik die haren eigenlijk heel prettig vind. Ze zorgen ervoor dat de trom levender aanvoelt, en brengen tegelijk een zachtheid mee die ik ben gaan appreciëren. De klank is er niet minder krachtig om. Zachte dingen reiken soms juist nog dieper.

In de afgelopen weken hebben mijn handen deze nieuwe vriend verkend (ik gebruik de stokken nauwelijks). Hij roept geesten en schaduwen op, en de diepe, woordeloze aantrekkingskracht van winters boven de poolcirkel. Maar hij zou me op een dag net zo goed kunnen meenemen naar de dampende regenwouden. Ook prima.

Ik kan niet te ver vooruitkijken, nu. In de duistere dagen eigen aan de herfst en de winter is er vooral ruimte voor introspectie, en de warmte van huis, haard en hartsgezellen.

En de ene golf na de andere die komt aanrollen, mij met zich meeneemt, en me weer aan land brengt.

 

Kingley Vale_166