De schemering verlaten

IMG_2815 (2) klein
(c) KV

Er is iets verschoven. Alsof de lucht gekeerd is, alsof er een deur is opengegaan die van het voorportaal leidt naar een veel ruimere kamer daarachter. Ik aarzel op de drempel maar ik blijf nauwelijks dralen, want ik weet dat ik geen andere keuze heb dan binnen te gaan. Ik ben dat in feite nu al aan het doen.

Ik ben bang. Niet verlamd door een of andere levensbedreigende angst, want deze reis is niet gevaarlijk. Integendeel, alle tekenen vertellen me dat ik me mag opmaken voor de tocht van mijn leven, en de pret begint hier en nu. Maar toch ben ik bang.

De auteursresidentie in Zweden, waar ik al maanden naar uitkijk, is eindelijk aangebroken. Voorlopig heeft het allemaal nog iets surreëels. Een beetje alsof je eindelijk voor een wereldberoemd monument staat en probeert de ware omvang ervan te verzoenen met zowel de postzegelgrote plaatjes uit de brochure als de torenhoge verwachtingen in je eigen hoofd.

De grens naar Zweden oversteken (via de befaamde ‘Bron’ brug die Kopenhagen verbindt met Malmö), lijkt ook symbool te staan voor onbekend terrein betreden. Mijn reizen in de buitenwereld lopen nogal eens parallel met de wegen van innerlijke evolutie die ik bewandel, en gaan die doorgaans vergemakkelijken of versterken. Maar in dit geval voelt de fysieke reis als een miniatuurversie van een veel bredere, diepere, innerlijke verschuiving.

IMG_2786 (2) klein
(c) KV

In de aanloop naar de residentie in Björköby kreeg ik het gevoel dat er een niet te negeren stroming mij aanzoog. De lancering van STROOM zat er voor iets tussen natuurlijk, omdat we toen naar buiten kwamen met zowel het boek als de Zaailing-samenwerking, stralend en ongegeneerd. En het feit dat er voor najaar 2019 een jeugdboek (11+) van ons tweeën in de maak is (het contract met de uitgeverij wordt op dit eigenste moment opgemaakt), zorgt voor nog meer beweging. Een groot deel van de residentie zal trouwens in het teken van dat boek staan. Dit alles zorgt voor duidelijke toekomstperspectieven, en het bijhorende momentum. Dat is een welkome verandering na jaren van steeds maar werken aan hetzelfde manuscript, dat na maanden van nagelbijtend afwachten dan weer eens geweigerd werd door een uitgeverij, en andermaal op mijn bureau belandde voor een nieuw rondje herschrijven. Maar hoe welkom en motiverend deze projecten en de daarbij horende veranderingen ook zijn, ze zijn niet de bron van de stroming die ik aan me voel trekken. Integendeel, ze lijken weinig meer dan kleine manifestaties ervan, voorbeeldjes van iets veel, veel groters en krachtigers dat een heel eind dieper stroomt, en dat zich nu en dan even kenbaar maakt aan de oppervlakte.

Het zijn de omvang en de kracht van de stroming die me beangstigen. Een beetje toch. Want zowel het temp als de reikwijdte van hoe ik tot nu toe gewerkt en geleefd heb, staan op het punt te veranderen. Ten goede, zoveel is wel duidelijk. Maar ook definitief. En hoe dat echt zal voelen, is nog een vraagteken.

Ik heb heel lang uitgekeken naar dit kantelpunt. In zekere zin werk ik er al heel mijn leven naartoe. Op zeker moment had ik me neergelegd bij het feit dat het nooit zou komen. Nu het toch aangebroken is, heb ik echter het gevoel dat ik veel moet achterlaten van wat ik kende en waarmee ik vertrouwd was. Dat klinkt nogal als mijn vorige ervaring op het plateau, maar het voelt helemaal anders. Ik krijg de duidelijke vraag om een oud verhaal af te sluiten en me te begeven in iets groters, gedurfders, en totaal onbekend.

Dit soort vraag leg je niet naast je neer. Ik stap over de drempel, en verlaat het schemerige voorportaal, dat ik zo vaak benauwend maar bij momenten ook veilig en vertrouwd vond. Achterom kijken heeft geen zin. Waar ik nu sta, is de enige weg die vooruit.

IMG_2858 (2) klein
(c) KV
Advertenties

Aftellen naar het feestje

Boekvoorstelling STROOM

 

Nog een weekje en het is zover: de officiële doop van STROOM, op 13 september in Qarfa (Aalst).
Wie er graag bij wil zijn maar nog geen seintje gaf: wacht niet te lang! Op de contactpagina vind je mijn mailadres.

Wat wij intussen aan het doen zijn? Ons creatief voorbereiden, natuurlijk. Op allerlei, euh… creatieve manieren.

 

Wéris_211 zw ed klein
(c) KV

Een bewijs van moed

 

Pauw_007 ed klein
(c) KV

hier zijn we dan
met onze handen vol
hoop, ons hart
afgelijnd met licht

we reiken ernaar, zonder de zekerheid
ze ooit aan te raken, de vonk
die ons trof, die onze breekbare botten
moed influisterde

misschien blijven we eeuwig
ronddobberen en dromen
van vaste grond

als het erop aankomt
is liefde altijd een bewijs van moed

 

Pauw_001 ed klein
(c) KV

 

La Falaise des Vautours

Voorspelbaar, nietwaar?

Als je mijn blog een beetje volgt, dan weet je dat ik een voorliefde heb voor gieren, vale gieren in het bijzonder. Dus toen ik ontdekte dat er in de lagere Pyreneeën een plek was die la Falaise des Vautours heet, twee uur westwaarts van Gavarnie, werd dat meteen een volgende stop op onze trip door de bergen.

Het schitterende weer van onze bergwandeling bleef niet duren – de dag van onze overweldigende ontmoeting met de Cirque de Gavarnie bleek in feite de enige zonnige. Tegen de tijd dat we de dorpjes van Aste-Béon bereikten en parkeerden aan het gierenmuseum aan de voet van de kliffen, waren de wanden maar half zichtbaar doorheen de laaghangende laag wolken. Het zorgde voor wat mooie foto’s in Japanse sfeer.

 

IMG_1559 (2) klein
(c) KV

 

In dit weer wist ik wel beter dan hoge verwachtingen te koesteren, maar toen…

 

IMG_1571 (3) klein
(c) KV

 

Daar waren ze.

 

IMG_1576 (2) kleinIMG_1612 (2) klein

 

We zagen er op een gegeven moment wel vijftien of twintig tegelijk rondcirkelen, in die typische, langzame kringen, met hun enorme vleugels (2,5 meter!) uitgestrekt, koninklijk en moeiteloos gedragen op de thermiek.

Toen het lokale milieubeschermingsprogramma in de jaren zeventig uitgerold werd, broedden er veertien koppels op de kliffen, en hun aantallen slonken zienderogen. Vandaag biedt de Falaise des Vautours een thuis aan honderd broedparen van de vale gier, en zowel de kleinere Egyptische gier als de nog grotere rode gypaète (lammergier) zijn er met vaste regelmaat te gast.

Hoeveel zegeningen kan een mens krijgen op één bergtrip, vraag ik me af.

 

IMG_1568 (2) klein
(c) KV

 


 

Voor een beter zicht op de foto’s, klik hier.

Een thuis voor de ziel #2

IMG_1428 (2) klein
(c) KV

 

“En wanneer ik die andere plek vind waarnaar ik lijk te zoeken, onbewust, onophoudelijk, dan zal ik weten dat mijn zoektocht voorbij is.
Ik zal mijn boot naar de kust sturen, aan land gaan, en nooit meer weg willen.”

 

Zo schreef ik het een jaar geleden in Een thuis voor de ziel. Nieuwe plaatsen ontdekken confronteert mij telkens weer met hoezeer de overbevolkte, drukke nevelstad die Vlaanderen steeds meer wordt, ingaat tegen wat mijn ziel verlangt en nodig heeft. Er zijn weinig dingen die mij zo gelukkig kunnen maken als het zicht op een beboste heuvel, een riviertje met rotsbedding, een glooiende horizon zonder gebouwen of andere menselijke constructies om het uitzicht te bederven. Telkens weer betrap ik mezelf op de gedachte: als ik hier maar wat meer van kon hebben in mijn dagelijks leven!

Terugkeren naar huis is daarom zelden een heuglijke gebeurtenis. Om eerlijk te zijn weet ik wel niet echt zeker of het het einde van de vakantie is dat ik betreur, of alleen de onvermijdelijke terugkeer naar Vlaanderen. En zodra ik mijn dagelijkse routine van werk, familie en vrienden weer opgenomen heb, raak ik ook weer snel gewoon aan mijn omgeving. Zo slecht is die tenslotte ook weer niet. En hoezeer ik mijn hart ook voel zwellen bij het zicht van een bergtop in de ochtendzon, ik weet wel beter dan te denken dat ik geschikt ben voor het leven in een hooggebergte. Wat zou ik daar moeten gaan doen, geiten hoeden? Kaas maken? Een B&B openen? Ik heb al een grondige hekel aan de huishoudelijke klussen in ons gezinnetje van drie! Schrijven kan ik natuurlijk overal, maar ik verdien op dit moment nog geen fractie van wat ik zou nodig hebben om er drie mensen van te onderhouden. Kortom: een mens moet verstandig zijn, nietwaar?

Op onze reis door Italië ontmoetten we vorig jaar een Belgisch koppel dat mijn tegenzin voor huishoudelijkheid niet deelt, en effectief een B&B opende in een charmant Middeleeuws dorpje. Onze gastvrouw vertelde me toen hoe ze had gehuild toen ze na haar eerste bezoek aan de plek opnieuw moest vertrekken. “Ik wilde niet weg”, zei ze. “Alles in mij wilde hier blijven. Het voelde alsof ik weggerukt werd van de plek waar ik thuishoorde, waar mijn ziel thuis was.”
Haar woorden vormden de inspiratie voor de blog van vorig jaar, want ik was best jaloers op haar. Ik was nog nooit een plek tegengekomen die me zo’n gevoel gegeven had. Ik voelde me zelfs verlorener door haar verhaal, ook thuis. Maar het maakte mij wel bewuster.

Nu heb ik, voor het eerst, een gelijkaardige ervaring gehad.

 

IMG_1394 (2) klein
(c) KV

_ _

We wilden deze zomer weer een korte trip naar de bergen maken. Van mijn Franse schoonbroer, die ons twee jaar geleden al eens meenam naar de Pyreneeën, hoorden we dat de Cirque de Gavarnie beslist een bezoek waard was.
Wij hadden er nog nooit van gehoord, maar de plek bleek Unesco Werelderfgoed te zijn, en te oordelen naar de foto’s online was het inderdaad erg mooi: een keteldal aan de voet van de eeuwig besneeuwde toppen van de Pic du Marboré en le Taillon, met een tapijt van alpenweide naan hun voeten, onophoudelijk bevloeid door watervallen van smeltsneeuw.
Omwille van haar schoonheid en faam is de Cirque een populaire bestemming, zowel voor dagjestoeristen die de wandeling van een viertal kilometer naar de bodem van het keteldal willen maken, als voor meer ervaren bergwandelaars op doorreis of die naar een van de nog hoger gelegen meren willen klimmen.

Het dorpje Gavarnie, toegangspoort tot het keteldal, ligt aan het einde van een doodlopende weg. Iedereen die er heen rijdt, moet uiteindelijk terug langs herzelfde smalle kronkelweggetje met de rotswand aan een kant en het tumultueuze bergriviertje Gave aan de andere. Het is bij momenten nogal veel verkeer voor één smal baantje. Wij kwamen aan op het einde van een regenachtige dag, en we leken de enigen die nog naar boven wilden. Een onophoudelijke stroom van auto’s, bestelwagens en bussen kwam ons tegemoet, op hun weg naar beneden. Het weer was omgeslagen, dus de massa maakte zich uit de voeten. Het had iets van oproeien tegen de stroom.
Maar tegen dat we ons avondeten op hadden in wat nu weer een zeer rustig klein bergdorpje was, verdampten de wolken en kregen we een eerste blik op de majestueuze wanden van de Cirque in de verte, beschenen door de avondzon.

De volgende dag hadden we stralend weer. Helderblauwe lucht, aangename temperaturen om te wandelen. Dankzij de tip van een ander koppel in dezelfde Bed & Breakfast besloten we om niet de stroom van wandelaars te volgen langs de hoofdweg naar de Cirque, maar om een langere tocht te maken. Daardoor klommen we eerst een paar uur (400 meter niveauverschil, wat ons tot op ongeveer 1800 meter hoogte bracht), en de rest van de wandeling konden we op dezelfde hoogte blijven, en vervolgens geleidelijk wat afdalen, door bossen en langs kliffen. Het werd de mooiste wandeling die ik ooit maakte.

Het Parc National des Pyrenées heeft een ongelooflijk rijke fauna en flora, die voortdurend verandert al naar gelang de hoogte. Hellingen vol blauwe irissen, paarse campanulaklokjes, helleborussen die amper uitgebloeid waren, elegante witte schermbloemen, verschillende soorten varens en volop bloeiende vetplanten, een taai soort beuken, gigantische pijnbomen en grillige dwergdennen, allerlei planten die ik kenden en nog veel meer die ik niet kende, uitbundig bloeiend in de weiden of halstarrig omhoogschietend uit rotsspleten.

 

 

We picknickten op een lommerrijk plekje langs het pad, met onze rug naar de rots en voor ons een uitzicht waarmee niet te concurreren valt (tweede foto van deze blog). Kort na de middag kwamen we ten slotte aan bij de Cirque.

Het was er druk. Aan de mond van het keteldal, waar het makkelijke pad eindige dat door de meesten gevolgd werd, stond een heus hotel met bar en restaurant. De rust van het eenzame bergpad maakte meteen plaats voor iets wat veel toeristischer aanvoelde. We dronken een glas in de schaduw, en keken toe hoe de wandelaars de laatste meters van het pad aflegden, sommigen zelfs te paard of met een ezel aan de hand, met daarop een kind. Het contrast met onze tocht kon niet groter zijn. (We vragen ons trouwens nog steeds af hoe dat hotel er ooit in slaagt bevoorraad te worden, want zelfs het ‘makkelijke’ pad is ongeschikt voor zowat elke vorm van gemotoriseerd vervoer.)

Ik ben gewoonlijk de eerste om te vluchten voor dit soort drukte. De energie van te veel mensen samen op één plek overstemt al te vaak het natuurlijk gevoel van een locatie, en het landschap wordt gedegradeerd tot decor. Meestal vertrek ik van zo’n plek met iets van teleurstelling dat wij mensen niet beter weten en er niet in slagen zoiets moois met rust te laten.
Het verraste me dus wel dat de troep kleurrijke wandelaars me in het geheel niet stoorde. Ik was me wel bewust van hun aanwezigheid, maar alle dingen die drukte een uitdaging maken voor mij (lawaai, nabijheid, teveel mentale en emotionele stoorzenders op te veel verschillende frequenties) leken hier niet van toepassing. Hoeveel volk er ook rondliep, de omvang van het landschap overklaste alles moeiteloos.

 

IMG_1459 (2) klein
(c) KV

 

Dat gevoel bleef aanhouden toen we het keteldal zelf in gingen. Daar liepen ook heel veel mensen, op het pad of ergens ernaast, onder meer omdat de route die naar de voet van de grootste waterval leidde niet bepaald helder aangeduid stond. Blijkbaar moesten we daarvoor zelfs een stuk gletsjer over, en omdat dat niet duidelijk was en ik er niet gerust op was om zo’n breed stuk ijs over te steken, kwamen we terecht langs de verkeerde kant van de Gave (op dat punt weinig meer dan een woeste, brede bergbeek, maar niettemin niet veilig over te steken) en hadden we de keuze: een heel eind terugkeren en toch over die gletsjer heen, aansluiten in het rijtje mieren van wandelaars in de verte, of blijven waar we waren en van het uitzicht genieten. We kozen voor het laatste.

 

IMG_1492 (2) klein
(c) KV

 

Ik zat op een groot rotsblok een eindje boven het riviertje, en keek naar de immense rotswanden en het water dat zich van alle kanten over hun randen naar beneden stortte. Ik kreeg het gevoel dat er niets was wat dit dal van zijn stuk kon brengen. De rotsen, oprijzend vanuit de wortels van de aarde, leken in staat om de wereld zelf te torsen. De watervallen zorgden voor een stromend element, en de wijsheid van loslaten. Het voelde als een perfect yin-yang evenwicht, een immens krachtige plek, onophoudelijk veranderend, tijdloos.
Zwarte kraaiachtigen met gele bekken vlogen als acrobaten op de wind die ook de namiddagwolken meebracht. Bloemen groeiden onverstoorbaar in rotsspleten. De rivier zong zijn luidruchtige lied, ongehinderd door wat voor zwerfkeien of steenbrokken dan ook. En de grote waterval waar we naar keken, aan het andere eind van het dal, veranderde van gezicht met elk wolkje dat passeerde.

Soms kan een plek zo groot en zo juist zijn dat al wat je wil, is om er op een of andere manier deel van te mogen uitmaken.

 

IMG_1504 (2) klein
(c) KV

 

_ _

 

Vanmorgen hadden de wolken het hele dal van Gavarnie gevuld met dikke, grijze mist. We konden amper de auto op de oprit onderscheiden. De Cirque, ver weg hogerop, was totaal onzichtbaar. Ik voelde het aan me trekken terwijl ik bij de voorbereiding van ons vertrek de tassen in de koffer van de wagen stak: het gevoel dat ik niet weg wilde.
Ook dit verraste mij. Rationeel gezien was er niets voor mij op deze plek, in dit kleine bergdorpje dat alleen leek te bestaan bij de gratie van eindeloze stromen wandelaars in de zomer en skiërs in de winter.
Op elke andere plaats zou ik mijn schouders opgehaald hebben en gedacht: mooie wandeling, prachtige berg, misschien komen we hier nog wel eens terug, maar nu: wegwezen! Of zelfs iets van teleurstelling: nee, hier is het ook niet, de plek die ik zoek.
Dit keer was het anders.

Terwijl ik de auto langzaam langs het smalle baantje stuurde, stroomafwaarts mee met de Gave op weg naar lagere heuvels, voelde ik hoe mijn aarzeling groeide tot droefheid. Ik wilde niet weg. Iets in deze rotsen, in deze rivier, sprak tegen mij op een manier die ik nog nergens anders had ervaren. Vertrekken voelde als een navelstreng doorknippen, met dat verschil dat menselijke navelstrengen bedoeld zijn om door te knippen als het kind wil kunnen leven, en dat deze verbinding verbreken helemaal niet juist voelde.

Het was duidelijk: dit was wat mij betrof geen plek als de andere. Dit was, om een of andere ondefinieerbare reden, thuis.

Ik weet nog niet hoe ik aan de slag zal gaan met deze ervaring, en wat de invloed ervan op mijn leven zal zijn. Wat ik heb gevoeld, is bijzonder genoeg om een belangrijk verschil te maken.
Op dit moment koester ik gewoon het feit dat ik me triest en een beetje verloren voel, op een heel andere manier dan vroeger. Want er bestaat ten minste één plek op aarde, weet ik nu, waar ik mij niét verloren voel.

Nu mijn ziel weet wat het is om thuis te zijn, wordt door de wereld dwalen op een of andere manier iets makkelijker te verdragen.

En wie weet waar het volgende pad heen leidt.

 

IMG_1482 (2) klein
(c) KV

x

Loskoppelen

IMG_0958 ed cut.jpg
Torenvalk (c) KV

 

Het was even geleden dat ik het nog bewust gedaan had, maar ik heb me een tijdje losgekoppeld. Te moe om op consequente basis te schrijven, tot de rand gevuld met al het werk van het afgelopen jaar, op zoveel vlakken tegelijk, en veel daarvan via digitale kanalen. Een mensenhoofd heeft nu eenmaal grenzen.

Mezelf toestaan om een paar dagen alleen maar te lezen was al deugddoend, om maar iets te zeggen. En aangezien de plaats waar dat kon mijn ouderlijk huis in Fauch (Zuid-Frankrijk) was, met het weergaloos mooie uitzicht en omringd door een stilte zo diep dat elk geluid er drie keer scherper klinkt, was dat best een weldadige ervaring.

 

IMG_1087 (2).JPG
Zonsondergang met stormwolken en regen, van op het terras in Fauch (c) KV

 

Maar mij terugtrekken uit de wereld van werk en routine betekent gewoonlijk ook duidelijker tegen mijzelf aan lopen.

Hoe verloopt mijn leven voor het moment? Waar steek ik mijn energie in, beroepshalve en persoonlijk, creatief en emotioneel, en hoe waardevol zijn die keuzes gebleken? Verschijnen er opties aan de horizon die ik tot nu toe nog niet serieus overwogen had, maar die toch ernstig potentieel lijken in te houden?

Je moet vertragen en wat afstand nemen om de dingen helderder te zien en betere beslissingen te kunnen nemen, met een frisse geest.

Tijd doorbrengen met mijn ouders houdt ook onvermijdelijk de evenwichtsoefening in tussen oude patronen en nieuwe manieren om elkaar te omarmen. We hebben allemaal behoorlijk wat weg afgelegd om de ander te leren begrijpen en respecteren, maar soms betrap ik mezelf toch op de heimelijke wens dat ik mij op een of andere manier ook van deze vertrouwde gezinsdynamiek kon loskoppelen.
Hoe zou het zijn om iemand helemaal anders te zijn, vraag ik mij af, iemand die opgroeide in een totaal andere context en heel andere ervaringen had opgedaan? Hoeveel van mij is van mijzelf, en hoeveel is een antwoord op mijn omgeving – met haar schoonheid en liefde, met haar uitdagingen?

Het is een onmogelijke vraag, omdat we nooit stoppen om de kinderen van onze ouders te zijn, en zij houden er nooit mee op onze ouders te zijn. Als er een web is dat niet ontward kan worden, een draad die nooit echt ontkoppeld kan worden, dat is het deze.
Maar het is geen belachelijke vraag, want ze laat mij dieper in mijzelf graven. Ze zorgt ervoor dat ik mezelf en mijn persoonlijke gedragingen in vraag stel, op een manier die alles behalve zinloos is.

We trekken er een paar dagen op uit naar de Pyreneeën: mijn man, onze zoon van negen en ik. Ik kijk er naar uit om nieuwe horizonten te ontdekken.

Nog een voordeel van jezelf loskoppelen: er zijn geen kabels meer waaraan je voor anker ligt, geen draden meer om je tegen te houden.

Ik ben nieuwsgierig waar deze vrije vlucht me heen zal brengen, en welke nieuwe vergezichten hij voor mij in petto heeft.

 

IMG_0943 ed cut.jpg
Rode wouw, een veel voorkomende roofvogel in de streek van Albi, maar pas dit jaar slaagde ik er in om een deftige foto te maken (c) KV

 

Zonder angst bestaan

 

Rookkwarts_024 ed cut klein
(c) KV

 

Je kunt het vreemd noemen, dat ik bang opgroeide. Want ik was slim en getalenteerd, en ik woonde in een liefdevol gezin dat mij koesterde en ondersteunde, in een land dat meisjes zoveel rechten en vrijheden geeft als er deze dagen op de planeet maar te krijgen zijn. Maar zelfs slimme, getalenteerde meisjes hebben angsten, en zelfs liefdevolle gezinnen hebben scherpe kantjes. In ons geval was een daarvan perfectionisme en alle oordelen die daarbij kwamen kijken. Ik schreef al eerder over die uitdaging.

Terwijl we opgroeien, interioriseren we bepaalde waarden op basis waarvan we onszelf ten slotte gaan beoordelen. We vrezen dingen die mogelijk nooit echt zullen plaatsvinden omdat ze intussen zo diep in ons geloofssysteem verankerd zijn als werkelijke doemscenario’s.

Een van mijn oude angsten, die behoorlijk stevig verankerd ligt, is dat ik de mensen die ik graag zie zal verliezen als ik mijn ware kleuren blootleg, mezelf toon aan de wereld zoals ik werkelijk ben.
Nu is dat niet bepaald iets uitzonderlijks. Dit is een angst die ‘maar’ gedeeld wordt door pakweg de halve planeet, schat ik… (als het niet de hele is). Maar zoals iedereen die ze kent en er op zijn of haar eigen manier mee kampt je kan vertellen: het is een uitdaging van formaat.

Ik heb de afgelopen weken een paar gelegenheden gekregen om ze te overstijgen.

Een daarvan gaat over een kwestie binnen de familie. Misschien schrijf ik daar later nog over, maar nu is het daarvoor niet het moment. En andere had te maken met de hele heisa rond de werkbeurzen van het Vlaams Fonds voor de Letteren.

In beide gevallen voelde het als een uitdaging om mijn plaats in te nemen. Niet om een of ander gevecht aan te gaan, wat mij betreft was er geen sprake van Juist of Fout. Maar beide voorvallen waren persoonlijk belangrijk voor mij, omdat ze de uitdaging inhielden om mezelf te tonen en mijn mening onder woorden te brengen. Zonder anderen aan te vallen, maar ook zonder verontschuldigingen of mezelf dubbel te plooien.

Wat betreft de storm in Letterenland kwam het wat mij betreft hierop neer: ik kon de frustraties en teleurstelling van een aantal schrijvers die zich ten onrechte aan de kant gezet voelden begrijpen, maar ik wilde ook het systeem verdedigen. Elke procedure kan doorgelicht en verbeterd worden, elke organisatie moet de fairness hebben om zaken te verbeteren als blijkt dat er fouten gemaakt worden, en de stemmen van sommigen mogen in dit debat beslist luider klinken. Maar ik wilde vooral pleiten voor nuance, wederzijds begrip, en bruggen proberen te bouwen.

Een lang antwoord op een Facebookbericht vormde de basis voor wat een nog veel langere blog werd. In beide gevallen had ik het gevoel dat op de ‘publiceer’-knop duwen ongeveer hetzelfde was als mijn hoofd op het hakblok leggen. Maar dankzij die strubbelingen in de familie was er wel iets veranderd in mij. Ik voelde me sterker verbonden met mijn innerlijke kern dan ik ooit gedaan had, met een nieuw soort kracht die door mij heen stroomde, en ik besloot gewoon mijn ogen dicht te doen en te springen. Ik postte het antwoord op Facebook, ik schreef de blog.

 

Rookkwarts_008 ed cut klein
(c) KV

 

In de loop van de dagen die volgden, bekeek ik de antwoorden en lezersaantallen met iets van ongeloof, en daagde het besef dat ik hiervoor níet afgeschoten zou worden. Integendeel: de online conversaties bleven grotendeels beschaafd, en ik kreeg berichten van collega-schrijvers die me prezen voor mijn genuanceerde benadering van een stekelige discussie.

Van de andere kant kon ik een aardig logboek bijhouden van hoe onzeker ik nog altijd was om op deze manier in het openbaar mijn mond open te trekken, en bij momenten snakte ik naar een of andere Externe Autoriteit die een oordeel zou vellen over juist of fout. Ik kan het aantal keren niet meer tellen dat ik dacht: ‘Ging ik nu niet te ver? Zou die-en-die nu niet kwaad worden op mij? Gaat die-en-die nu niet denken dat ik gewoon een grote amateur ben, of op zijn best een dwaze idealist? Wat voor recht van spreken heb ik eigenlijk?’

Maar op een of andere manier was die kern van kracht vanbinnen wel sterker dan al het innerlijk geklets – dat feitelijk gewoon mijn goeie ouwe Rechter was die nog eens een triomfdagje had en zich daarvoor bewapende met de meningen en commentaren van anderen.
Maar ik besefte, beter dan ooit, dat het hier gewoon een kwestie was van mijzelf en mijn geweten, en dat ik oprecht probeerde om eerlijk te zijn. Ik had het recht om mijn mening te verwoorden, in mijn eigen naam, en daarvoor te staan, of ze nu perfect was of niet, en wat de gevolgen ook waren.

Niet elk verhaal heeft een happy end. Het mag niet verbazen dat een aantal mensen niet zo blij waren met wat ik te vertellen had, hoewel er ook behoorlijk wat (onverwachte) blijken van steun en appreciatie kwamen. Maar mijn gevoel van overwinning was van heel persoonlijke aard.
Ben je ooit al eens zo lang onder water gebleven dat naar boven komen en door het wateroppervlak breken, snakkend naar adem, aanvoelt als een levensreddende bevrijding? Dit komt in de buurt.

Er is een lied van Bram Vermeulen waar ik van hou, een nummer dat ik pas leerde kennen op de anthologie die kort na zijn dood werd uitgebracht. Het heet Boven op de berg. Daarin beschrijft hij hoe hij, zelf een diep verlegen en aarzelend man, hoog op een bergflank de wolken boven zijn hoofd voorbij ziet drijven, de vallei onder zijn voeten ziet liggen, de wind voelt en de onverzettelijkheid van de rotsen waarop hij rust, en bewust tot een inzicht komt dat hij, naar eigen zeggen ‘al lang weet’: “Ik kan ook zonder angst bestaan.”

Dat is het punt dat ik stilaan bereik. Zo voelt het.

 

Rookkwarts_010 ed cut klein
(c) KV

 

 


Bovenstaande beelden zijn foto’s van een bol rookkwarts van ongeveer twee centimeter diameter, beschenen door de ochtendzon.

 

 

Het lied van Bram Vermeulen:

BXL DORADO – Vervlogen paradijs

Een eerbetoon, een virtuele rondleiding en een beklijvende film

 

De schedels, opgehangen aan de laagste tak van de majestueuze iep, begroeten de bezoeker bij het betreden van de tuin.
Wij zijn dood, grijnzen ze zwijgend, en op een dag ben jij dat ook.

 

Zomerlijnen BXL_124 klein
Werk van Beg-Tsé (c) KV

 

Er is geen betere start denkbaar voor een toertje door het Pacheco Instituut, waar het gros van de BXL Dorado-tentoonstelling staat opgesteld. De tuin, jaren onaangeroerd, is een wild toevluchtsoord, een goed bewaard geheim pal in het Brusselse stadscentrum. De gebouwen die het omsluiten (in lang – en minder lang – vervlogen tijden een godshuis en OCMW-ouderlingentehuis) staan op het punt om ten prooi te vallen aan projectontwikkelaars. Maar hier en nu, op dit gestolen moment, is het een voorrecht om de tentoonstelling hier te houden.

 

Zomerlijnen BXL_126 klein
Pacheco (c) KV

 

Er wordt zowel werk getoond van gevluchte kunstenaars als van geëngageerde kunstenaars van eigen bodem. Terwijl de wereld elke dag donkerder en kouder lijkt te worden, en de vooruitzichten van de mensheid verbleken op vlak van fatsoen en respect voor de mensenrechten, is deze tentoonstelling een statement. Want wij zijn, hoe graag sommigen ons dat ook zouden willen laten vergeten, allemaal gelijk, als het er echt op aankomt.

 

BXL D IMG_1318 klein.jpg
Werk van Nora Theys (c) Jurgen Walschot

 

BXL D IMG_1296 klein.jpg
Werk van Absa Sissoko (c) Jurgen Walschot

 

Er zijn zoveel verhalen om ter harte te nemen en vanaf nu mee te dragen…

… het monumentale beeldhouwwerk van mensen die reikhalzend tasten naar de belofte van een betere toekomst, elk met een spiegel in de mond, zodat de bezoeker die hun gezichten wat beter wil bekijken telkens weer zichzelf ziet.

 

BXL D 33869815_254474498453298_6213349915188264960_n
Werk van Al Balis & Mehdi Khammal (c) BXL Dorado

 

… de harten opengereten door idealen als Broederlijkheid en Gelijkwaardigheid, mogelijk dodelijk gewond.

 

BXL D 34021509_255532078347540_8836199169120010240_n
Werk van Raymon Minnen (c) BXL Dorado

 

… de Arabische kalligrafie, subtiel en breekbaar als vlindervleugels.

 

BXL D IMG_1268 klein.jpg
Werk van Omar Ibrahim (c) Jurgen Walschot

 

… de portretten geschilderd in een opvangcentrum voor vluchtelingen, die de mensen die model stonden in hun eigen handschrift mochten ondertekenen eens de schilderes klaar was, een verzameling gezichten van over heel de wereld die de bezoeker aankijken met hoop, warmte, wanhoop en verdriet geëtst in de lijnen van hun gelaat.

 

BXL D IMG_1283 klein
Werk van Nora Theys (c) Jurgen Walschot

 

… de foto’s van de spookachtig lege overzetboot van Lampedusa naar Sicilië, waar een honderdtal vluchtelingen opeen gepakt zaten in een afgesloten compartiment dat ze niet mochten verlaten, terwijl de fotograaf de lange uren die de reis duurde op zijn eentje door een verder verlaten schip dwaalde.

 

Zomerlijnen BXL_031 (3) ed

Zomerlijnen BXL_091 (2) ed klein
Werk van Jo Struyven (c) KV

 

… de penseelstreken van pijn en hoop, geschilderd op de gefotografeerde gezichten.

 

BXL D 33727728_253798765187538_3535533236010614784_o
Werk van Thomas Israël, in samenwerking met gerenommeerde fotografen (c) BXL Dorado

 

 

… het meedogenloos verglijden van de tijd.

 

BXL IMG_1341 klein.jpg
Zaailing-installatie, tegen het einde van de tentoonstelling (c) Jurgen Walschot

 

__

 

Deelnemen aan dit project was tegelijk een uitdaging en een voorrecht.

Ik had nooit gedacht om politiek of zelfs sociaal geëngageerde Zaailingen te gaan schrijven (en het is niet alsof ik nooit sociaal geëngageerde blogs schrijf, maar hoe giet je politiek bewustzijn in een artistieke vorm zonder dat je gaat preken of ronduit slechte kunst maakt?).

BXL D IMG_1257 klein
Zaailingen (c) Jurgen Walschot

Uiteindelijk creëerden we, speciaal voor de gelegenheid, drie Zaailingen. We lieten ze drukken en kaderden ze in – twee daarvan zijn intussen officieel ‘geZAAId’, als #31 – Aan land en #34 – Pasmunt.
Die werken konden profiteren van de fantastische locatie waar ze opgehangen werden: een schitterende gerenoveerd torentje (uit welke eeuw het dateert, weet ik niet eens zeker: de 18e? de 17de?), compleet met jardin clos, weggestopt achter de façades van de Dansaertstraat, pal naast Passa Porta.

Ik ben er een paar middagen gaan doorbrengen met ‘permanentie’ – tentoonstellingen hebben toezicht nodig – en zelfs op de kalmste momenten was het een ronduit bijzondere plek.

En intussen kennen jullie mij wel een beetje: ik hield er een paar fijne spiegelfoto’s aan over (zie hoger). En ik was niet eens verbaasd dat Jurgen, op de dag dat hij en ik er samen waren, precies dezelfde weerspiegelingen in het oog had. Great minds… 😉

 

BXL D IMG_1270 klein
Ik geef uitleg bij het werk van Jo Struyven (c) Jurgen Walschot

 

We hadden echter nog een ander experiment in onze pijplijn voor deze tentoonstelling: een installatie en een film. Ik lichtte al een tipje van de sluier in de vorige BXL Dorado-blog.

Dit was een heel nieuwe speeltuin, een heel ander medium. Maar eigenlijk deden we gewoon wat we altijd al doen: onze sterktes met elkaar in dialoog laten gaan. Ik wilde meer met mijn stem doen, Jurgen bleek een krak in het monteren van beeld- en geluidsmateriaal.

Kritisch als altijd vroeg hij zich af hoe we het maximum konden halen uit de zeer basale middelen waarmee hij had besloten aan de slag te gaan: papieren bootjes die dreven, kapseisden, zonken. Het leek bedrieglijk simpel: een piepklein papieren bootje, een spiegel, een muur, een klets water. Maar de resultaten waren overdonderend.

 

 

BXL D B I-012.jpg
(c) Jurgen Walschot

 

Ik zag de filmpjes en trok aan zijn mouw dat hij me beelden zou sturen om bij te schrijven. (Er is iets bijzonders aan deze samenwerkinng, waarbij ons betere werk boven komt drijven als we dat van de ander hebben om het op te enten. En het werkt in beide richtingen.)
Zo gauw als hij me een reeks foto’s stuurde, begon ik te schrijven.

__

 

 

BXL D Bootje schoonheid klein
(c) Jurgen Walschot & Kirstin Vanlierde

 

Eens de Zaailingen – volgens de normale werkwijze: tekst en beeld – afgewerkt en naar onze goesting waren, begon ik de teksten in te lezen, in het Nederlands en het Engels. Het vroeg zowat een hele zondag om alles op te nemen, maar ik was er best trots op dat elke Zaailing – na een paar testversies – telkens kon worden vastgelegd in één lange take, van begin tot einde. Geen valse start, niet even pauzeren halverwege, nauwelijks geknip en geplak achteraf (behalve wat Jurgen er qua lagen en effecten nog aan toevoegde).

Toen ik hem het materiaal opstuurde, verwachtte ik niet snel antwoord. Maar geen uur later kreeg ik de boodschap:

shit zeg
ik heb hier net een montage gemaakt
ik krijg het er warm en koud van
dit is zo hard

 

Wat ben ik blij dat we dit hebben kunnen doen.

 

 

__

 

BXL D IMG_1333 klein.jpg
Bezoekers bekijken de Zaailing-film in het Pacheco Instituut (c) Jurgen Walschot

 

De BXL Dorado-tentoonstelling liep vorige week ten einde. Nu is ze niet meer dan een herinnering, een Facebookpagina en een verzameling foto’s.

Het vluchtelingenverhaal is echter nog verre van ten einde. En we kijken, met bezorgd hart, toe hoe de gebeurtenissen van dit tijdperk zich ontvouwen. We hopen dat, als dit allemaal voorbij is, we nog altijd – zoals ik schreef in God ziet alles (zie video) – in staat zijn om onszelf in de ogen te kijken.

 

BXL D IMG_1305 klein.jpg
Werk van Al Balis (c) Jurgen Walschot

 

BXL D IMG_1289 klein.jpg
Werk van Beg-Tsé (c) Jurgen Walschot

 

Zomerlijnen BXL_115 2 klein.jpg
(c) KV

 

 

BXL D IMG_1351 klein.jpg
Werk van Beg-Tsé (c) Jurgen Walschot