Ze komen

Zaailing #20

verbonden met de Soul Circle

 

zekomen2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Eerst aarzelend, een enkeling, nog onduidelijk van vorm. Vervolgens meer, helder en goed zichtbaar, met stemmen als lange, diepe echo’s. Ze zijn jong en stralend, ze hebben lachende ogen. Ze zijn oud en statig, met mantels die doen denken aan vleugels, of de rimpelingen van schaduwen op water. Hun woorden zijn webben van betekenis.

In mijn hand heb ik de trom, blank en maanrond, en mijn slagen zijn vastberaden. Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Ze groeten mij als een oude geliefde, als een jonge novice. Ze weten dat ik klaar ben, want de sluiers tussen de werelden gaan opzij voor wie er doorheen durft waden. En er is nood aan zwervers die willen oversteken, om mee te terug te brengen wat er wacht aan de andere kant.

Ik roep mijn vrienden en ze komen. Ze zijn met velen want ze weten hoeveel moed de tocht vraagt.
Ze reizen mee op de wind, op het stilte van het zinderende licht.
Ik ben dankbaar dat ze er zijn. In hun aanwezigheid zie ik zoveel scherper. Ik mag de kracht tonen die ik heb. Ik mag de maskers afleggen die ik draag. Ik mag mijn stem laten horen, hoe onzeker die ook klinkt. Ik mag uitglijden en kopje onder gaan, maar ik zal niet verdrinken.

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
De trom gromt en gonst. Trillend weeft hij het web van de wereld.
Wat gezaaid is, zal groeien.
Wat gevangen is, zal uitbreken.
Wat leeft, zal sterven.

Ik sta op de rand, met één voet aan elke kant, en de trom als een kloppend hart in mijn handen. Ik laat de stroom door mij heen gaan. Ik ben de stroom.

Ik roep mijn vrienden bij me in de kring.
En ze komen.

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Advertenties

De stroomversnellingen bedwingen – of mee drijven met de rivier

Twee manieren van reizen langs de onverwachte wateren van het leven

Ik zit in een kajak op een bergrivier en het gaat aan een halsbrekende snelheid. De rivier weet waar hij heen stroomt, en ik vaar mee, min of meer meester van mijn boot.
Ik kreeg al wat golven over me heen, waarvan een paar recht in mijn gezicht, en één keer dacht ik dat ik om zou slaan. Maar ik ben niet verdronken – nog niet.

Ik ben niet echt bang. Ik heb genoeg ervaring om de boot te kunnen laten omrollen terwijl ik er nog in zit en zowat meteen weer boven te komen. Natuurlijk kijk ik niet uit naar zo’n moment, laat staan dat ik erop aanstuur, en ik kan alleen maar hopen dat ik met mijn hoofd niet tegen een rots sla.

Maar ik voel dat er stroomversnellingen aankomen, en aan de snelheid waarmee we gaan, zullen die er zeer snel zijn. Ik hoop dat ik mijn bootje er veilig doorheen krijg, zonder al te veel averij.

 

Dat was het gevoel dat ik onlangs had. En het voelde zeer echt aan.
De laatste maanden is mijn reis een evenwichtsoefening geweest van de meer precaire soort: schitterend zolang het goed gaat, maar van een intensiteit die vroeg of laat bijna onvermijdelijk leidt tot een valpartij.

Dat is geen verrassing. De laatste weken is mij de ene stapsteen na de andere aangereikt. Professioneel, muzikaal, emotioneel, spiritueel. Ik heb er geen flauw idee van waar dit pad mij heen brengt, maar ik weet dat ik het loop en dat ik het alleen maar kan volgen.

Maar dat voorgevoel van naderende stroomversnellingen, en de intensiteit van deze dolle rit, die bevallen mij veel minder. Niet omdat ik niet van de opwinding houd, maar omdat ik heel goed weet dat ik dit aan een dergelijk tempo niet allemaal in goede banen kan blijven leiden.

 

Kingley Vale_109 klein
(c) KV

 

En toen was er een beeld dat mijn redding was.

Om van het redactiekantoor in Brussel terug naar huis te keren, spoor ik naar het dichtstbijzijnde treinstation. Dan volgt er nog een fietstochtje van een half uur. In dit jaargetijde betekent dat doorgaans fietsen in het donker. Dat vind ik niet erg, mijn fiets is goed verlicht en ik draag de nodige reflecterende kleding. In het donker een pad volgen waarvan je telkens maar een paar meter ziet, heeft iets van meditatie.

Op mijn route ligt een brug over Schelde. Die is op dat punt, bij Dendermonde, ongeveer honderd meter breed, wijd genoeg om van een stroom te spreken, en niet meer van een rivier.
Toen ik de brug een paar dagen geleden overstak, wierp ik een blik op de Schelde in het donker. De lucht was bijna nachtzwart, en de rivier, van op mijn hoogte gezien vol zachte rimpels, was nauwelijks te onderscheiden tussen twee oevers die nog net iets donkerder waren.

Maar precies op dat moment kon ik de immense aanwezigheid voelen. De wijdsheid, en de kalmte. En iets diep vanbinnen in mij werd wakker en zei: houd dat beeld vast.

De Schelde is geen rivier die je zonder boot kunt oversteken, tenzij je je leven moe bent. De stromingen zijn sterk en verraderlijk. Het is een kracht waar je rekening mee moet houden, die dag en nacht enorme watermassa’s naar de Noordzee stuwt.
Maar er zijn geen stroomversnellingen.

Dit, besefte ik, kon mij redden van de verdrinkingsdood in de tumultueuze bergrivier waar ik naar mijn gevoel op had gezeten: het beeld van deze brede stroom, met een diepe en onweerstaanbare stroming, maar op een of andere manier toch zachter.

 

Ik buig mijn hoofd.
Ik pak mijn roeispanen weer beet.
En ik ben klaar om te gaan waar de stoom me heen zal voeren.

 

Kingley Vale_158 klein
(c) KV

 

Voor minder ga ik niet

Stralend herfst_015 ed cut klein
(c) KV

De angst om het bij het verkeerde eind te hebben.
De angst om iets slechts te doen.
De angst om te eindigen aan de foute kant van de geschiedenis, van het leven, van Hemel of Hel.
De angst dat sommige dingen nooit meer ongedaan kunnen worden gemaakt en je zullen achtervolgen tot het einde der tijden, leven na leven, tot een of andere persoonlijkheid die toevallig de jouwe is ze in de ogen kijkt en vergeeft.

Kracht is gevaarlijk. Je hanteert ze zo goed als je kan, maar struikelen is zo gebeurd.

Middeleeuwse boeken hebben het over de Ars Moriendi, de Kunst van het Sterven. Ze schetsen de stervende mens in zijn laatste weken, wanneer hij bezocht wordt door de duivel in zijn vele gedaanten. Alle menselijke angsten en verlangens komen aan bod (onze voorouders waren geen onnozelaars!): tijd willen kopen, onze geliefden en aardse bezittingen niet willen loslaten, de angst voor het oordeel – wat voor mens zijn we geweest? Maar de laatste verzoeking is de meest verraderlijke.

Als diepe, wijze zielen konden weerstaan aan alle eerdere verlokkingen, fluisterde de duivel hen in het oor: jij bent speciaal. Je hebt jezelf verheven boven elk van mijn listen, zo krachtig en uitzonderlijk ben jij!
Dat is de ultieme verleiding, en de gevaarlijkste: de illusie van macht. Op een of andere manier bijzonder zijn, uitverkoren of verheven boven de massa.
Van ego gesproken.

Ik schouder nogal wat bagage die te maken heeft met die laatste verzoeking. Ik herken ze. Ik kijk ze in de ogen, nodig ze uit om op het mooie kussentje te komen zitten dat ik heb klaargelegd, en ik wil ze begrijpen. Wat er in grote lijnen op neerkomt dat ik mijn pantsers afleg, en mezelf zo kwetsbaar toon als ik diep vanbinnen weet dat ik ben.

Ik voel dat er een kracht in mij leeft die zich niet meer laat ontkennen. Tegelijk weet ik dat ik voorzichtig moet zijn. Ik heb vroeger dingen kapotgemaakt. Die weg wil ik niet meer inslaan, niet dit keer.

Stralend herfst_025 ed cut klein.jpg
(c) KV

Het enige wat je op het juiste spoor houdt, is de bescheidenheid die komt in het kielzog van de liefde. Die van jezelf, en die van anderen. En ik ben gezegend, in het verleden maar net zo goed heel recent, met mensen die zowat onaangekondigd in mijn leven verschenen zijn en recht door me heen blijken te kunnen kijken. Ik zie ze graag, en dat het gevoel is zo sterk dat er soms tranen bij horen. Ik voel, tot in mijn botten, hoe hun liefde mijn kant op stroomt. Het is diep verrijkend, en zorgt er tegelijk voor dat ik me heel nederig voel.

Terwijl ik stilaan een nieuw terrein betreed – ik voel het, maar ik snap er nog niet de helft van, laat staan dat ik weet waar ik heen ga – stappen ze naar voren uit de schaduwen om aan mijn zijde te staan. En ik loop mijn stuk van de weg, om mijn plaats in te nemen aan die van hen – dit is op elk vlak een wederzijds proces. Oude zielen zijn het, met zuivere harten en een verbijsterende capaciteit om te zien.

Ik voel me gezegend. Zou ik ooit een kompas nodig hebben, dan krijg ik bij deze de geruststelling, en niet één keer maar telkens opnieuw, dat ze er zijn, hier en nu, aan mijn zijde. Ze verschenen op precies het juiste moment.

Ik zal hen eer aandoen. Dat ben ik niet alleen mezelf verschuldigd, maar ook hen.
Voor minder ga ik niet.

Stralend herfst_022 klein
(c) KV

 

Licht dat schijnt

Light & drops_044 ed cut
(c) KV

 

It’s only dark because you’ve invested your light in the old, schrijft Jonas Ellison in een recente blog waarin hij het heeft over zijn persoonlijke ervaring met de Donkere Nacht van de Ziel. Hij beschrijft die als de overgangsperiode tussen een oude fase en een nieuwe, waarbij het oude al afgeworpen maar het nieuwe nog niet gearriveerd is en alles dus onzeker aanvoelt. Klinkt behoorlijk hard als Bill Plotkins cocon, als je het mij vraagt.

Hoe dan ook, ik voel wel wat voor Ellisons benadering, en die ene zin vond ik bijzonder treffend. Het is duidelijk: als je je licht blijft gebruiken om de dingen te belichten die je ontgroeid bent, je verleden en je oude zelf, dan gaat er niets de andere kant op, en blijven de uitdagingen en zegeningen van het nieuwe pad, de nieuwe fase, volledig in het duister.
Daarom is het onbekende vaak ook zo beangstigend. We zijn er niet erg goed in om gewoon in het nu te zijn, in het vagevuur (zelfs al is dat maar tijdelijk) en ons licht vooruit te schijnen – en niet veel verder te raken dan onze voeten, want de dikke mist van onzekerheid blokkeert elk uitzicht.

Of we zouden kunnen stoppen met wat dan ook te willen belichten, en het licht toestaan om ons te vinden, terwijl we dapper voort lopen doorheen de mist waarachter een nieuwe dageraad ons wacht.

En wanneer het ons dan vindt, zal het recht door ons heen stralen, prachtig en helder. Dat zal het moment zijn waarop we weten dat een heel nieuwe dag aangebroken is.

 

Light & drops_043 cut klein
(c) KV

Praten met de duivel

Waarom onze demonen doodmaken ons geen beter mens maakt – integendeel

Yamie Fort_091 ed klein
(c) KV

 

Goed en kwaad zijn concepten waar ik al heel lang mee worstel. Mijn hele leven, denk ik.

Als jongere voelde ik me aangetrokken tot sommige van de meer duistere personages in verhalen. Tegelijk probeerde ik degenen die me afstootten aardig te vinden, of op zijn minst toch te begrijpen. Niemand, vond ik, werd met een slechte inborst geboren. Iedereen, in het echte leven en in boeken, kwam met een eigen verhaal, en hun beslissingen of gedrag moesten hun oorsprong vinden in eerdere ervaringen.

Zoals zovelen van ons hier in het Westen werden mijn opvattingen lange tijd beïnvloed door het christendom. In deze traditie zit het idee dat het goede uiteindelijk het kwade overwint er diep ingebakken. Hoewel ik in de regel streef naar meer harmonie en heelheid in mijzelf, sta ik intussen huiverig tegenover deze archetypische tweespalt waarbij de helft van het spectrum een vijand zou zijn die niet zozeer gerespecteerd of weerstaan moet worden, maar wel totaal vernietigd.

Ik vrees dat hier een van onze grootste misverstanden speelt.

Begrijp me niet verkeerd. Dit is geen pleidooi voor geweld of haat, voor liefdeloze ouders, sadistische leraren, genadeloze dictators of zieke geesten van wat voor allure dan ook. Ik geloof oprecht dat we allemaal beter af zijn als we ons gelukkig en gezond voelen, en onszelf en elkaar respecteren en graag zien.
Alleen denken we dat we een aantal dingen moeten vernietigen om dat punt te bereiken.

Jaren geleden volgde mijn moeder een opleiding rond persoonlijke ontwikkeling waar ze heel veel van opstak. Hoewel ik die bewuste cursus zelf niet ging volgen, plukte ik wel de vruchten van de ideeën die ze mee naar huis bracht. Een daarvan was het concept van ‘the Judge’.

We kennen hem allemaal. Sommigen noemen hem misschien de Innerlijke Criticus, anderen zien hem (of haar) als een ouder, een vroegere leerkracht, een bang of boos stuk van henzelf. Het is dat kleine, zeurende stemmetje in ons achterhoofd dat overal kritiek op heeft en ons er mentaal van langs geeft omdat we niet goed genoeg, dapper genoeg, sterk genoeg, mooi genoeg zijn, vergeleken met een of andere onhaalbare maatstaf.

Mama’s leraar in de opleiding zei haar: ‘Kill the f*cking Judge’. Hoewel hij helemaal gelijk had dat naar die innerlijke litanie luisteren en geloven wat ze zegt niets waardevols bijdraagt en ons alleen maar diep ongelukkig maakt, verlieten we in onze familie algauw zijn concrete aanpak. In plaats daarvan benaderde mijn moeder haar Judge op een andere manier. Ze kocht een snoezig kussentje, en stelde dat tentoon in de woonkamer als een decoratief element op een bijzettafeltje, een plek waar je het absoluut niet kon verwarren met iets om op te gaan zitten. Dit was de plek waar haar Judge zich mocht ontspannen en uitrusten, telkens als hij zijn opwachting maakte. In plaats van uit alle macht te proberen hem te doden, stond ze hem een adempauze toe en zei dat hij zich daar lekker mocht nestelen.

Ik hou van die tweede aanpak. Hoe makkelijk (of moeilijk) het ook is om onze angsten, fouten en innerlijke demonen onder ogen te zien, ik kan getuigen dat ze met mildheid benaderen een veel dieper en lonender traject is dan ze proberen uit te roeien. Ze zijn een deel van ons, en vaak hebben ze ons ook op een of andere manier geholpen, door ons te beschermen, te waarschuwen of ervoor te zorgen dat we twee keer nadachten. Vaak hadden ze helemaal niet de bedoeling de hinderlijke klieren te worden die ze nu zijn. Soms duwden we ze diep weg omdat we niet naar ze wilden kijken, en in het donker voedden ze zich met al wat ze konden vinden en groeiden uit tot iets kwaadaardigs en angstaanjagends, terwijl ze eigenlijk nog altijd hunkerden naar onze liefde en begrip.

Je heelt jezelf niet door de stukken van jezelf dood te maken die je niet aanstaan. Je vindt heelheid door goed naar ze te kijken en mild voor ze te zijn.

Hetzelfde geldt voor elk gevecht tussen het zogenaamde Goed en Kwaad.

 

Yamie Fort_069 ed klein
(c) KV

 

Het behoeft geen discussie dat sommige gedachten en daden ethisch mooier of gezonder zijn dan andere. We kunnen evenmin ontkennen dat sommige daden moreel verwerpelijk zijn en zorgen voor veel lijden. Maar door ze te behandelen als iets wat uitgeroeid moet worden, voeden we alleen hun verdedigingsmechanismen. En als we vasthouden aan onze missie om ze te vernietigen, worden we geen beter mens maar de koude, harteloze, onverzoenlijke versie van onszelf. In plaats daarvan zouden we beter op zoek gaan naar een mooi kussen.

En wanneer onze angsten en fouten, onze verborgen of minder fraaie aspecten en alles wat we verafschuwen aan onszelf of de wereld daar dan plaatsnemen, omdat we ze hebben uitgenodigd en ze voelen aan dat we te vertrouwen zijn, dan moeten we ook de moed hebben om ze in de ogen te kijken en een gesprek te beginnen.

Sporen

Zaailing #19

 

Het leven, weet hij, trekt sporen voor wie ze kan volgen.
En dat is hoe hij leeft: zonder halt te houden.

De monotonie van onderweg zijn went. Maar telkens als hij achterom kijkt, vreest hij aanstormende lichten. Zijn reflexen zijn getraind om inderhaast uit de weg te springen. Voor je het weet, heeft het verleden je ingehaald en dendert het als een trein over je heen. Wie zich laat verleiden om stil te staan, strandt in het beste geval in een tussenstation.

Zoals zij.

 

Londen 2017 1
(c) Jurgen Walschot

 

Natuurlijk is hij niet op haar toe gestapt. Wie een schim is in zijn eigen leven weet dat er niet zoiets als houvast bestaat. Hij stelt zich tevreden met toekijken van op een afstandje. Een gestolen moment.

Zou het fijn zijn om naast haar te zitten, daar op die bank, en oprecht te geloven dat er straks een trein stopt, met deuren die vanzelf opengaan om hen binnen te laten?
Hij ziet het zichzelf bijna doen. Hij ziet haar zelfs opkijken en glimlachen, met donkere, glanzende ogen.

Ze laat hem twijfelen. Iets aan haar klopt niet met zijn verhaal. Is ze echt gestrand? Haar pad lijkt meer berusting te kennen dan het zijne, wie weet zelfs een gelukkig einde. Hij gunt het haar.
Hij wil er niet komen spoken.

Hij leest de grijnzende letters op het scherm. Hij heeft geen bestemming maar het is tijd om te gaan.
Een laatste blik over zijn schouder, voor hij zich laat meevoeren langs de gesyncopeerde lijn van licht, verder de nacht in.

Zo wil hij het zich herinneren, de volgende keer als hij achterom kijkt.
Een tussenstation dat heel even voelde als een thuis.
Haar schoonheid, in een tafereel dat seconden lang stilstond terwijl de tijd, voorbij razend als een verduisterde trein, hen ongemoeid liet.

 

 


ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

 

Komen en gaan met de golven

Kingley Vale_150
(c) KV

 

De seizoenen komen en gaan als de golven. Ze brengen nieuwe getijden en wassen alles weg wat daarvoor kwam.

Ik heb geworsteld met de herfst dit jaar, omdat ik de zomer op een of andere manier gaande wilde houden, de zoete, niet aflatende stroom van creativiteit, de pulserende kracht van al wat wilde bloeien.

Maar de herfst is, net als eb of de onderhuidse invloed van de maan, niet te weerstaan. Ik heb de kracht van de zomer uit mijn lijf voelen vloeien, als zand dat tussen mijn vingers vandaan glipte, pluimpjes die weggeblazen werden van mijn handpalm.
Ik kan niets anders dan ze laten gaan.

Terwijl ik me voorbereid op de Soul Circle later deze maand, doorloop ik cycli van loslaten en vernieuwen.
Oude angst, ballast van levens geleden – echt of niet, maakt het uit? zo voelt het alvast – werkt zich naar de oppervlakte om erkend te worden, begrepen en eindelijk afgelegd. Sommige stukken ervan zijn moeilijk onder ogen te zien – maar zijn niet alle angsten en mislukkingen dat? Andere delen zijn rijp en voldragen, en ik verwelkom andermaal het afwerpen van oud lagen huid.

Tezelfdertijd maken nieuwe dingen hun opwachting. Ik heb het gevoel dat ik mijn eerste stappen zet op een pad dat ik wil lopen, al heb ik geen idee waar het heen gaat.

 

Trom_003 ed klein
(c) KV

 

 

Ja, de trom heeft er wat mee te maken. Ik koos hem uit een aardig aanbod van frame drums in een winkel die goed aangeschreven stond en niet teleurstelde. Er was veel keus in formaat en uitzicht, maar ik heb ondertussen genoeg ervaring om te weten dat je zoiets alleen beslist op klank. Hoe mooi een instrument er ook uitziet, je moet vooral telkens weer omhuld willen zijn door de resonantie ervan, want anders heeft wat je doet totaal geen zin. Ik had nooit verwacht dat ik zou gaan voor eentje met de pels nog op het slagvlak, maar toch wel dus. Het leven is blijkbaar nog niet klaar met verrassingen uitdelen. En ik merk dat ik die haren eigenlijk heel prettig vind. Ze zorgen ervoor dat de trom levender aanvoelt, en brengen tegelijk een zachtheid mee die ik ben gaan appreciëren. De klank is er niet minder krachtig om. Zachte dingen reiken soms juist nog dieper.

In de afgelopen weken hebben mijn handen deze nieuwe vriend verkend (ik gebruik de stokken nauwelijks). Hij roept geesten en schaduwen op, en de diepe, woordeloze aantrekkingskracht van winters boven de poolcirkel. Maar hij zou me op een dag net zo goed kunnen meenemen naar de dampende regenwouden. Ook prima.

Ik kan niet te ver vooruitkijken, nu. In de duistere dagen eigen aan de herfst en de winter is er vooral ruimte voor introspectie, en de warmte van huis, haard en hartsgezellen.

En de ene golf na de andere die komt aanrollen, mij met zich meeneemt, en me weer aan land brengt.

 

Kingley Vale_166