De vloedgolf en de grot

De ZijLijn ~ Radiocolumns in coronatijden

~5~
(c) Inaya photogrpahy


Ik onthoud mijn dromen zelden. Of zelden langer dan tot aan het ontwaken. Maar er is één droom die in verschillende vormen al een aantal keer is teruggekomen.

Op een ochtend eind januari 2020 schrijf ik er het volgende over, op de eerste bladzijde van een nieuw dagboek:

Vannacht had ik een droom zoals ik er in de afgelopen jaren vaker heb gehad: vanuit mijn huis zie ik een enorme vloedgolf aankomen, een massieve muur van water. Ik sluit alles af, zoek dekking, krul me op in een hoekje. De golf arriveert. Ik voel het huis daveren maar het houdt stand.

Ik kom er ongeschonden uit, elke keer. De dromen zijn spannend maar niet beangstigend als nachtmerries. Het huis ziet er elke keer anders uit, en ik ben zelden alleen maar de anderen hebben niet altijd een naam of een gezicht. Dit keer is alles herkenbaar: het huis is een kruising van plaatsen waar ik als kind woonde of vaak kwam, en de mensen die bij mij zijn, zijn mijn gezin.

Deze keer gaat de droom uitzonderlijk ook door nadat de vloedgolf gepasseerd is. We lopen om het huis heen. In de tuin naast het huis (je weet hoe landschappen veranderen in dromen, wat eerst een gebouw met zicht op zee was, is nu een huis in een bos) is een volwassen boom geknakt, midden in de stam. Dat van die boom was te verwachten, zegt mijn man. We lopen verder door de tuin die een bos is en vervolgens ontdek ik, half ondergronds, het indrukwekkende wortelstelsel van een andere boom, die daar altijd al moet hebben gestaan maar mij nooit eerder was opgevallen. Onder zijn wortels lijkt het wel een grot, met een gewelf.

De droom met de vloedgolf, wanneer hij zich ook aandient, arriveert altijd aan de vooravond van zeer krachtige en transformerende momenten in mijn leven. Natuurlijk kan ik dat op het moment zelf niet met zekerheid zeggen. Maar omdat ik mijn dagboek al jaren bijhoud, weet ik intussen dat het echt zo is.

Soms overvalt verandering ons. Als een storm, een vloedgolf, een natuurkracht.

(c) Inaya photography


Mijn droom leert mij dat ik dat overleef. De krachten die op mij inwerken, kunnen enorm zijn, maar mijn innerlijk (het huis) houdt stand. Sommige andere dingen, hoe robuust ook, overleven dat niet, worden midden in hun groei geknakt om het nooit meer te boven te komen. Wat overbleef van de boom in de tuin van mijn droom, was een zuil van een stam die met een kroon van gesplinterde punten naar de kruinen van de andere bomen priemde.

Maar het belangrijkste element van de droom was dit keer het gewelf van wortels. De oude, diepgewortelde wijsheid die zich in het onderbewuste van de aarde zelf bevindt en zich openbaart door mij toe te laten.

En er is nog iets.

Eind januari, toen de eerste zachte ritselingen van Covid-19 opdoken in de media, was ik niet alleen begonnen in een nieuw dagboek, ik was ook volop aan het schrijven aan mijn nieuwe boek. Dat verschijnt in augustus en zal De wortels van de wereld heten. Het gaat over de kwetsbaarheid van dingen die we graag zien, en hoe een natuurkracht alles van het ene ogenblik op het andere op de helling kan zetten. Wat vertrouwd was, verandert onherroepelijk in iets wat niet langer herkend wordt. De bakens van veiligheid en zekerheid vallen weg. Maar de diepste, oudste wijsheid, in de wortels van de wereld zelf, komt in het verhaal binnen bereik van wie durft afdalen naar de grot.

Volgende week lees ik er u hier in deze column een stukje uit voor. Want ik heb het gevoel dat het, net als mijn droom, wel eens onwaarschijnlijk toepasselijk zou kunnen zijn voor waar we nu allemaal samen doorheen gaan.

De ZijLijn is een reeks columns geschreven voor The Saturday Night Shuffle, een radioprogramma van Jan Huib Nas. Te herbeluisteren op Radio Lede.

ZAAILING #81 – Over de drempel stappen

Fragment uit ‘De wortels van de wereld’

Hoe laat je het vertrouwde achter je en zet je een stap die je nog nooit eerder gezet hebt? In ‘De wortels van de wereld’ neemt Reya een loodzware beslissing…
Met dit fragment uit ons nieuwe boek als Zaailing stappen ook Jurgen en ik over de drempel naar de buitenwereld.

‘Over de drempel stappen’ (detail) (c) Jurgen Walschot


Ze moet iets doen. Reya voelt de gedachte branden in haar hoofd, alsof ze zelf koorts heeft. En ze weet ook wát ze moet doen, al maakt het haar doodsbang. Ze moet naar Demeter.
Die zal raad weten, dat heeft Mendel zelf gezegd. En hij is niet in staat om te gaan. Maar zij wel.
Demeters huis ligt aan de grens van de stad in het oosten, herinnert ze zich. Een paar dagen stevig doorlopen…
Reya verzamelt al haar moed als een grote klomp in haar buik. Het maakt niet uit hoe ver het is, ze moet gewoon dóórlopen.

Ze propt het laatste restje eetbaar voedsel in haar zakken. Arizona, die zoals zo vaak lag te slapen in één ervan, wordt wakker en steekt zijn kopje naar boven. Reya haalt de slang tevoorschijn en hurkt neer. Haar vingers trillen.
‘Ik wil je niet achterlaten’, fluistert ze. ‘Maar ik durf je ook niet meenemen. Daarbuiten is er niks voor jou. En hier…’ Ze slikt. Zo zacht ze kan, aait ze over het gladde kopje. De slang glipt tussen haar vingers vandaan en glijdt in een gracieuze beweging op de grond. Reya’s blik wordt troebel. ‘Weet je het zeker?’
Arizona glijdt – langzamer dan anders, zo lijkt het wel – van haar weg, de begroeiing in.

Reya richt zich op. Van op een afstand kijkt ze naar Mendel, die ineengekrompen op de bank zit. Met haar ogen vol tranen ziet hij er minder ziek uit. Maar ook nóg minder zichzelf. Ze wil naar hem toe lopen en hem omhelzen maar houdt zichzelf net op tijd tegen.
‘Dag’, fluistert ze zonder geluid. Dan sluipt ze weg, naar de sluisdeuren die toegang geven tot de buitenwereld.

‘Over de drempel stappen’ (detail) (c) Jurgen Walschot

Ze werpt een laatste blik over haar schouder. Het hoge voorportaal met de indrukwekkende zuilen vol klimplanten ligt er schijnbaar vredig bij in het ochtendlicht.
Aarzelend stapt Reya over de drempel van de serres. Haar voeten voelen aarde en kort, stekelig gras. Ze ruikt de kruidige geur van de heuvels. De horizon tilt haar blik omhoog. Haar mond valt open. Ze staat onder een hemel die hoger is dan ze ooit voor mogelijk heeft gehouden. Hij is prachtig. En immens. En doodeng.

Een plots geluid laat haar omkijken. De buitendeuren gaan weer dicht en vergrendelen zichzelf. Trillend draait Reya zich om. De open ruimte gaapt haar tegemoet, als een zee van gras en golvende wolken waarin ze elk moment kan worden verzwolgen.

Ze zet één stap. En dan nog één. Alles in haar schreeuwt dat ze terug moet naar de beschutting van de koepels. Maar ze scheurt zich los en loopt door, zonder nog om te kijken.

‘Over de drempel stappen, een illustratie uit ‘De wortels van de wereld’ (c) Jurgen Walschot







ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg


‘De wortels van de wereld’ is het vervolg op ‘De serres van Mendel’ maar kan los gelezen worden. Het boek verschijnt in augustus 2020.

Fantoompijn

De wereld wordt nooit meer zoals hij was, zeggen ze.

(c) Inaya photography


Vanuit mijn veilig holletje, in een huis met een tuin die elke dag mooier wordt, met voorraadkasten waarin ik niets tekort kom, een gezin dat ik graag zie en familieleden in binnen- en buitenland die het goed stellen, is het moeilijk mij daar een beeld van te vormen. Of nog simpeler: ik kan dat niet.

Dit zijn Schrödingerdagen – dagen waarop alles mogelijk lijkt en niets nog kan.
Dit zijn dagen waarin de toekomst gloort met de hartverwarmende hoop van een bocht richting duurzaamheid, en tegelijk elke ontsnapping uit het neoliberale virus dat de planeet sloopt een illusie lijkt geworden.

Het zijn dagen dat ik mezelf de grootste gelukzak ter wereld vind. Het zijn dagen dat ik de muren oploop.

Het zijn dagen dat ik mezelf betrap op het verlangen naar een terugkeer naar wat ‘normaal’ is. Maar eigenlijk wil ik dat ook niet. Want ‘normaal’ was een ecologische en humanitaire ramp, een droom van blinde economische machtswellust, met de mens als losgeslagen virus op een koortsig belegerde planeet.

Het zijn dagen waarin ik ongerust ben voor wat de Machten die deze wereld besturen zullen beslissen, over onze hoofden heen. Ik ben bang dat alles teruggaat naar het oude. Ik ben bang dat niets nog teruggaat naar het oude.

Mijn hele leven jeukt en schuurt.

Ik lijd aan fantoompijn, geloof ik. Alleen weet ik nog niet zeker of de ledemaat die ik voel jeuken écht geamputeerd werd, of gewoon even buiten gebruik is gesteld.

Ik weet niet welke van beide scenario’s ik verkies.

Ik zie de wereld dezelfde blijven als hij altijd al was.
Ik zie de wereld onherroepelijk veranderen, en al onze levens erbij.

Gelukkig brengt de natuur raad, zoals altijd. In wat voorbij is, schuilen altijd de zaden van een nieuw begin.

En ik koester, bij gebrek aan beter, mijn fantoompijn als een springlevende vorm van herinnering.

(c) Inaya photography

Mensen lijken op vogels

De ZijLijn ~ Radiocolumns in coronatijden

~4~

Ik zit op het terras en ik worstel me door een taai hoofdstuk van het nieuwe boek dat ik aan het schrijven ben. Ik vraag me af wanneer ik het in mijn handen zal houden. Normaal gezien verschijnt het dit najaar, maar er is eventjes niets meer normaal of vanzelfsprekend in mijn wereld. Mijn horizon voor projecten en plannen bedraagt op dit moment welgeteld een week.

Boven mijn hoofd en langs mij heen vliegen de vinken, mezen en mussen over en weer. Van de haag naar het nestkastje, van de takken van de bomen naar het vogelvoer en weer terug. Ze verjagen elkaar, ze tolereren elkaar, ze eten en fladderen weer weg. Ik hoor het getik van scherpe bekjes, het geruis van vleugeltjes.

‘Is het jou ook opgevallen’, vraagt een vriendin uit Limburg mij, per mail uiteraard, ‘dat de vogels zoveel vrijer bewegen? De natuur neemt terug wat van haar is, nu de mensen massaal binnen blijven.’ Ik ben een natuurmens. Maar om eerlijk te zijn: nee. Ik zie het niet.


Wij wonen op een bel-étagewoning en de laagste takken van onze eiken strekken zich uit als een natuurlijke parasol op grijphoogte. De hele
winter en een groot deel van de lente hangen we daar vogelvoer. Het is soms een drukte van jewelste op ons terras. We spotten er merels, vinken, drie soorten meesjes, een winterkoninkje, een roodborstje, een boomkruiper. En sinds de buren een eind verderop in de straat hun haag vervingen door hekwerk met draad, geeft onze tuin met zijn struiken en verstopplekjes ook onderdak aan een zenuwachtige mussenfamilie. De tortels en bosduiven tellen we niet mee, noch het kauwenparlement in de populieren aan de andere kant van het veld, die zitten er altijd.

Nu en dan laat de bonte specht zich zien, die is ook niet vies van wat vogelvoer. Zelfs het koppel eksters dat hier al jaren woont en broedt, komt de laatste tijd naar beneden en kan in één enthousiaste schranspartij een kwart van een vetbol wegwerken als ze niet gestoord worden door beweging achter het raam.


Met het eerste mooie weer ben ik ook op het terras gaan zitten, om te schrijven dan. Aan dat boek, weet u wel. Eerst schrokken de vogels daarvan. Het was aandoenlijk hoe ze tussen de toen nog bijna kale takken over en weer vlogen, piepend naar elkaar dat daar plots een mens zat, een mens! zo dicht bij hun maaltijd. Die mens bewoog zich niet, weliswaar, maar ze keek niet alleen naar dat schrift of dat scherm voor haar, ze hield ook hen in de gaten. Takje na takje hupten ze dichterbij – en soms weer weg – tot de eerste dappere toch durfde te komen eten. Twee hapjes van de vervaarlijk schommelende mezenbol, en weg maar weer!

Mensen lijken op vogels. Want we wennen verbazend snel aan nieuwe omstandigheden. Na amper twee dagen fladderen de vogels vrolijk af en aan en hangen ze op amper een dikke meter van mij aan de overgebleven wintervoorraad.

Voelen die vogels het verschil, vraag ik me af, tussen ons gewoonlijke geraas en de kalmte van de wereld nu? Zelf hoeven ze zich geen vragen te stellen over waar hun toekomst naartoe gaat. Ze vangen insecten, pikken een graantje mee van ons terras, en binnenkort gaan ze zitten broeden. Dan wordt het pas hectisch voor hen. In de vroege zomer zien we hier traditioneel het mezenkoppel uit het nestkastje onafgebroken aanvliegen met mondenvol vers groen rupsenvoer voor de kleintjes, recht van tussen de eikenbladeren geplukt. Boven onze hoofden, jawel.


Want wat mijn lieve vriendin ook zegt, dit is niet het eerste jaar dat de vogels eerst een beetje van ons schrikken en vervolgens voor de rest van de lente en de zomer het terras met ons delen. Ik vermoed dat zij het nu gewoon beter opmerkt. Want dat is zeker wél een effect van deze quarantaine.

De ZijLijn is een reeks columns geschreven voor The Saturday Night Shuffle, een radioprogramma van Jan Huib Nas. Te herbeluisteren op Radio Lede.

ZAAILING #80 – Spiegels en scherven

(c) Jurgen Walschot


In doelloze dagen dwalen we door spiegelpaleizen
van eigen makelij. We perfectioneren de kunst
van het verloren lopen in onszelf. We staren
ons blind vanuit alle richtingen, elke rimpel
uitvergroot, elke angst dubbel en dik aangezet.

Kun je jezelf nog onder ogen komen als alles wat je ziet
je eigen beeld is, een portret dat zich spottend reproduceert
als een echo, eindeloos over en weerkaatsend, een schreeuw
waarin je gevangen zit met jezelf? Maar wie een spiegel
stuk slaat, snijdt zich gegarandeerd aan zijn scherpte.

Wil jij mijn reflectie zijn? Houd ze mij voor, houd je niet in,
het hoeft niet aardig. Want jou kan ik aanzien, wil ik
uitschelden en kwijtschelden en vervolgens vragen
me te verzekeren dat het van waar jij staat nog wel meevalt.
Als jij je niet snijdt aan mijn scherven, durf ik ze oprapen.





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

De kracht van het kleine

De ZijLijn ~ Radiocolumns in coronatijden

~3~

Er is een groepspagina op Facebook die ‘Hoop en fotografie’ heet. Lenslustigen laten er deze dagen naar hartenlust plaatjes op los. Het thema van de afgelopen week, compleet met hashtag, was: ‘hier word ik vrolijk van’, en nogal wat leden gaven gehoor aan die voorzet.

Ik vind die foto’s hartverwarmend. Niet omdat ze altijd van zulke hoge kwaliteit zijn, maar om wat mensen onder die noemer vastleggen en willen delen.

We worden blij van de ontluikende lente, zo blijkt. Van een schitterende bloem, een paard in de wei bij zonsondergang. We worden vrolijk van een eend die ligt te broeden in een bloembak op een verlaten terras, van een plakje cake die onze kinderen zelf bakten, van grappige situaties en een dikke knuffel.

Ik zie geen mens foto’s van zijn elektronica delen (tenzij als er gechat wordt met geliefden), of van tv-programma’s, series, archiefbeelden van voetbalcompetities of wielerwedstrijden. Ik zie – eerlijk is eerlijk – ook geen foto’s van lievelingsboeken of theatervoorstellingen. Maar misschien zijn die minder fotogeniek of zijn daar genoeg andere pagina’s voor.

In elk geval hebben al die gedeelde foto’s één ding gemeenschappelijk. We worden gelukkig van de kleine dingen, die we dan ook nog eens recht onder onze neus hebben: de natuur, onze geliefden, schoonheid en humor.

Kijken we nu scherper naar wat we dicht in onze buurt voor het grijpen hebben omdat we nergens anders heen kunnen? Of beseffen we nu gewoon beter dat dít de dingen zijn die ons werkelijk gelukkig maken, en hebben we daar minder oog voor in tijden waarin de wereld veel sneller draait en veel schreeuweriger op ons afkomt?

Er is een wet in de alchemie die stelt dat je voor de oplossing van een knoop best zoekt naar het kleinste draadje dat je kunt vinden om los te trekken, de subtielste handeling, de ingreep die zo weinig mogelijk impact heeft op de omgeving. Want alles wat je doet, heeft niet alleen een resultaat maar ook een bijwerking tot gevolg. Grote middelen inzetten heeft dus grote gevolgen. En die vragen op hun beurt weer om oplossingen. Dat creëert in sommige gevallen zelfs een heuse dynamiek die de vooruitgangsval heet: we graven een telkens iets diepere put om de vorige die we maakten te dempen.

En eigenlijk weten we dat wel. Niet schieten met een kanon op een mug, zeggen we tegen elkaar. Niet meer dan een paar druppels water bij de whisky. Maar als het aankomt op het dagelijks leven, kunnen we wel een opfrissertje gebruiken. Dank u, corona.

In deze lockdown-tijden vinden er aardschokken plaats, economisch en persoonlijk. En natuurlijk is het balen dat een groot project, een reis of een evenement niet kan doorgaan. Maar het zijn vaak de kleine dingen die ons in het dagelijks leven nog het meest uit ons evenwicht brengen. Je familie en je vrienden niet zomaar kunnen zien of vastpakken. Eens geen dagje naar zee mogen gaan uitwaaien. Geen terrasje kunnen doen. Niet gewoon snel even de supermarkt binnen lopen.

Ook hier zien we de kracht van het kleine aan het werk.

Door ons allemaal thuis vast te zetten, dwingt dit virus ons met ongekende kracht tot een verandering van perspectief. Geen viersterrenresort in Bali kan op tegen een knuffel van je kleinkind. Geen digitale tv met zevenhonderd kanalen kan goedmaken dat we ons niet vrij kunnen bewegen.

Aan die toestand komt uiteindelijk wel weer een einde. De tijd van restaurants, festivals, theaterbezoek en verre reizen komt weer terug. Dat weten we.
Maar intussen gaat de alchemie van het leven wel mooi met ons aan de slag. Eén draadje, één druppeltje per keer. En ze verandert ons.

Ik hoop dat we, wanneer het dagelijks leven een nieuw evenwicht vindt en veel van de grote dingen die we nu missen weer mogelijk worden, toch vooral de kracht van het kleine blijven koesteren.



De ZijLijn is een reeks columns geschreven voor The Saturday Night Shuffle, een radioprogramma van Jan Huib Nas. Te herbeluisteren op Radio Lede.

Buiten de lijntjes

De ZijLijn ~ Radiocolumns in coronatijden

~2~

Wat doen we, als de lijntjes van ons bestaan plots heel erg strak getrokken worden?

We kunnen het een keurslijf dopen, het bevechten, het te lijf gaan als een hinderlijke beperking. Of we kunnen het voor lief nemen en kijken welke onverwachte mogelijkheden het met zich meebrengt.

Soms leveren beperkende omstandigheden fantastische innerlijke vergezichten op. Want als de buitenwereld plots erg klein wordt, is er altijd nog de binnenwereld. En die is zowat eindeloos.

Maar net zo goed vreten de dagen van eentonigheid aan ons gemoed, als een nijdig knaagdier dat hapje per hapje knabbelt aan onze weerstand, ons goed humeur, ons geloof in waar dit allemaal heen gaat.

Je kunt de wanden van je kooi – al dan niet met tralies, kies maar – voor lief nemen. Want de verhalen in ons hoofd, die kennen geen grenzen. Toch niet als wij dat niet willen. Soms is dat mooi. Soms is het triest.

Op een middag loopt er plots een vrouw in onze tuin. Als ik de schuifdeur open en haar vraag wat ze zoekt, reageert ze verbaasd en excuseert ze zich. Ze dacht dat het huis leeg stond, zegt ze, dat het misschien te koop was. Ze wilde eens kijken…

Nu is onze voorgevel inderdaad niet moeders mooiste, en onze oprit is een door onkruid overwoekerde bedoening. Per toeval is hij ook nog eens leeg. We hebben de auto namelijk een eind verderop geparkeerd omdat we met de ladder in de dakgoot aan de slag moesten. Hij stond daar niet meteen in de weg en we gaan deze dagen toch nergens heen.

Kortom: met wat goede wil kan ik het mens nog enigszins begrijpen. Maar wie helder van geest is, zou de gesnoeide struiken zien, de potplanten, de trampoline, het speelgoed en de strijkplank in de tuinkamer, het gemaaide gras, alle andere grote en kleine sporen van actieve bewoning. Om nog maar te zwijgen van het feit dat er overduidelijk geen ‘TE KOOP’-plakkaat voor onze deur staat.

De vrouw reageert oprecht verrast. Ze komt op me toe om te praten, lijkt van plan om gewoon bij ons naar binnen te stappen. Ze schrikt van mijn afwerend gebaar maar blijft dan gedwee staan. Ze schijnt mijn afwijzing niet helemaal te begrijpen. Ik voel me een hardvochtig mens.

Ze woont een eindje verderop in onze straat, zegt ze. Nadat ik haar vriendelijk verzeker dat wij hier al vijftien jaar wonen (‘Oh, echt waar? Dat wist ik niet!’), wijs ik haar hoe ze de tuin weer uit komt. Ze weet plots niet meer hoe ze die eigenlijk is binnengekomen. Ze loopt twee keer na elkaar het doodlopende boogje in, waar struiken haar van alle kanten de weg versperren.

Ten slotte vindt ze op mijn aanwijzingen het pad dat naar het tuinhek leidt. Het tuinhek geeft uit op de oprit, en dan ziet ze de straat. Van daar redt ze het wel. Hoop ik.

In betere tijden zou ik haar naar huis begeleid hebben. Nu sta ik haar na te kijken en mij zorgen te maken. Ik vrees dat er deze dagen nog meer verwarde, vereenzaamde mensen door de straten dolen, vruchteloos zoekend naar houvast.


De ZijLijn is een reeks columns geschreven voor The Saturday Night Shuffle, een radioprogramma van Jan Huib Nas. Te herbeluisteren op Radio Lede.