Een dagje verwondering

Hoe de ekster je luid klepperend begroet bij het uitstappen en de kauwen een welkomstballet dansen boven de treinsporen.

(c) KV – Kauwenballet

Hoe je bij koffie en een croissant niet weet waar je het eerst naar moet kijken.

(c) KV – Antwerpen Centraal Station

Hoe wereldberoemde kunstwerken héél klein blijken te zijn.

(c) KV – Jan Van Eyck – Heilige Barbara

Hoe engelen blijkbaar kunnen lezen.

(c) KV – Carolus Boromeus kerk

Hoe de stilte neerdaalt het moment dat je door de poort stapt en gewijd terrein betreedt.

(c) KV – Begijnhof Antwerpen, een oase van vrede in het midden van de stad

Hoe je bedankt wordt met bloemen, warmere woorden, en meer waardering dan je dacht dat je verdiende voor iets waarvan je niet eens wist dat het een impact had gehad.

(c) KV – Bedankboeket

Antwerpen, je blijft me verbazen.

Advertenties

De roep beantwoorden

Zelfportret_045 zw ed
(c) KV

Als ze je onverwacht aankijkt, van op een plek die je niet helemaal kunt vatten — als een oudere zus of een geest uit een vorig leven.

Ze lijkt meer over jou te weten dan jijzelf, en hoewel je haar niet begrijpt, vind je haar aardig, vreemd genoeg.

Je weet dat je zal luisteren als ze tegen je praat — zachtjes, buiten het bereik van vreemde oren. Haar woorden hebben de weerklank van bergen die geboren worden.

Haar kompas staat op oprechtheid, en ze zal jou uitdagen tevoorschijn te komen.

En jij — dat weet je — zal haar roep beantwoorden.

Waar de wind doorheen mag

ZAAILING #8

 

Buizerd def
(c) Jurgen Walschot

Het verhaal wacht. Ik hoor het zinderen, diep tussen de stammen. Het is oud en krachtig en het roept mijn naam.
Ik ga het bos is, maar het verschuilt zich in de boomkruinen, als een wantrouwige vogel.

Ik hou van de donkere, vochtige lucht, de kruidige geur van dode bladeren. Maar hier, tussen de kniehoge varens, de rotsachtige hellingen vol kreupelhout, omringd door coulissen van groen die nergens vrij zicht geven, besef ik plots dat ik blind ben op een plek als deze. Ik wel.

Word leeg, ruisen de boomkruinen. Word de wind die ritselt door de struiken. Je kunt geen verhaal ontvangen als je nog vol zit met jezelf.

De buizerd breekt door het bladerdek en scheert rakelings langs me heen.

Zijn geruisloze glijvlucht trekt een spoor door de wereld. De lucht rimpelt waar hij passeert met zijn brede, lome vleugelslag.

Hij landt in een nabijgelegen boom, en wacht.

Ik word stil als de glans op zijn veren, scherp als het zwart van zijn blik. Het maakt me bang. Kun je verlangen naar iets wat je niet kunt vatten? Iets wat jou doorziet?

Ik weet dat ik het verhaal niet zal kunnen vasthouden, zelfs niet begrijpen. Al wat ik moet doen, is het toestaan mij te bezitten.
Stap voor stap nader ik de boom.

De buizerd schudt zijn veren op, strekt zijn vlerken en vliegt op. Ik volg de gracieuze klim van zijn donkere silhouet tot de groene vingers van het bladerdek hem opslokken.

Ik voel me opengaan als een deur waar de wind doorheen mag.

Als ik het bos verlaat, strekken de velden vol zomergraan zich voor mij uit.
Ik sla mijn hoofd achterover voor de zon en spreid mijn armen. Ik voel hoe de wind speelt met mijn veren.

Leeg ben ik, en gewichtloos als een vogel. Als ik mijn mond open, klinkt een lied dat ik niet herken.

 

Buizerd met Eng tekst def

Deze Zaailing is in beperkte oplage verkrijgbaar als poster.
Bezoek Het Eksternest.

 

 


 

ZAAILINGEN is een samenwerking met tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tek
st.

Als de meester roept

Quondam_346 ed cut
(c) KV – Quondam 2017

Afgelopen weekend waren we voor de tweede keer een dagje op Quondam, een charmant middeleeuws festival. Re-enactors, een slagveld, tornooien, roofvogels, ambachten en kunsten…
Er was genoeg volk om het gezellig te maken, maar niets van de eindeloze massa’s die mij in pretparken of muziekfestivals steevast de adem benemen.

Het festival is erg goed georganiseerd, en ecologisch verantwoord. Ik hou vooral van de manier waarop drank er geserveerd wordt: in aardenwerken bekers. Je betaalt een waarborg, maar evengoed neem je na afloop de beker mee naar huis — wat wij dan ook met plezier doen.
Nergens een streep afval te zien — alleen de geur van gras en van stoofpot, brood of vlees dat boven een van de middeleeuwse kookvuurtjes hangt te sudderen.

(c) KV – Quondam 2017

Ambachtslui van over heel Europa maken van de gelegenheid gebruik om hun vakmanschap te komen demonstreren en hun producten te verkopen. Sommige zijn voornamelijk gericht op re-enactors (hoe mooi ik ze ook vind, ik zie mezelf niet snel 200 euro neertellen voor een handgemaakte jurk in middeleeuwse stijl, en ik hou van leer, maar ik heb geen armbeschermer nodig die me boogschuttersgewijs van pols tot elleboog inriemt  — in kyudo word je trouwens geacht met blote arm te schieten). Sommige handelaars verkopen jammer genoeg ook toeristische brol, maar tussen die twee extremen ligt nog een wereld van nuance, en lekker eten. Er was zelfs een badtobbe warm gestookt op kolen!

(c) KV – Quondam 2016

Aan sommige standen kunnen kinderen workshops volgen of een demonstratie krijgen: tin gieten, boogschieten, kalligrafie… het kan allemaal.

Wij zijn een goeie match, dit festival en ik. En mijn familie amuseert zich ook.

Quondam_261
(c) KV – Een huurling op doortocht biedt mijn zoon Sobran zijn zwaard en zijn diensten aan – Quondam 2016

Vorig jaar slaagde ik erin om wat fijne foto’s te maken, maar bij de tornooien en de roofvogelshow waren de resultaten zonder een deftige telelens op zijn best middelmatig.

Dit jaar, met de zoemlens in de aanslag, heb ik me geweldig geamuseerd.

Quondam_101 cut 3.jpg
(c) KV – Tornooi: boogschieten Quondam 2017

Quondam_227 ed cut
(c) KV – Chili arend alias blauwe buizerd – Quondam 2017

Er was de opwinding om te proberen de ridders en vogels in volle vlucht te vangen – iets tussen een adrenalinerush en kalme concentratie, en de vreugde om te beseffen dat het me dit keer effectief aan het lukken was…

Maar er was ook, zeker achteraf bekeken, de droefheid om zulke magnifieke dieren te zien vliegen met de touwtjes aan hun poten waarmee ze onmiddellijk na de show weer vastgemaakt zouden worden aan hun stok.

Quondam_344 ed cut.jpg
(c) KV – Zeearend – Quondam 2017

En die schitterende ridders verdienden beslist respect voor hun kunde en hun uithoudingsvermogen — de temperaturen liepen die eerste zonnige zomermiddag makkelijk op tot 27° C, en die kerels (en meiden!) droegen driedubbele lagen beschermkleding van het soort dat iemand ook ’s winters makkelijk warm houdt.

Maar ik kon het niet helpen om me af te vragen: wat deden zij eigenlijk, behalve iets wat al lang voorbij was proberen te herbeleven, zonder een dwingende vonk van status of noodzaak? Want hoe hard ze ook van hun hobby genoten, op geen enkele manier hingen hun leven of levensonderhoud er vanaf.

(c) KV – Quondam 2017

 

Begrijp me niet verkeerd, ik bedoel dit niet als kritiek. Een lieve vriendin van mij is re-enactor, en ik weet hoe ze ervan houdt om met stoffen te werken, gebruikmakend van middeleeuwse ontwerpen en ambachtelijke technieken. Ze is niet op de vlucht voor de werkelijkheid, ze geniet gewoon van haar aandeel is een groot toneelstuk dat een paar dagen lang doorgaat. En ik begrijp de aantrekkingskracht ervan, vanuit meer dan één perspectief.

En toch.

Een middeleeuws festival bezoeken is als een middag lang een droom bewonen. We stellen ons voor hoe de ridders na afloop van het tornooi hun gebroken lansen herstellen — niet hoe ze hun smartphones checken.

Quondam_420 ed cut.jpg
(c) KV – Quondam 2017

En in ons hart vliegt elke vogel vrij het luchtruim tegemoet, om nooit meer terug te keren als een meester hem roept.

Quondam_295 ed.jpg
(c) KV – Quondam

Als dat eens kon.

De tweede cocon

De tweede cocon betreed je wanneer je je verloren voelt in het leven dat je voor jezelf hebt opgebouwd. Je staat voor een diepe ontmoeting met jezelf, voor het allereerst misschien. De tweede cocon is het duister waarin je je terugtrekt om helemaal uiteen te vallen, en getransformeerd weer te verrijzen.

Ik heb de term niet uitgevonden, hoe sterk ik hem ook vind. Hij komt uit Bill Plotkins boek Soulcraft. Dat gaat over de roep van de ziel horen, de wildernis in trekken (de wilde natuur of je eigen innerlijke duisternis) en omhelzen wat je daar in de onderwereld vindt.

Ik ben zelf niet letterlijk op een vision quest van het soort dat Plotkin begeleidt de wildernis in getrokken (in het dichtbevolkte gebied waar ik leef is er dan ook niets over dat ook maar in de buurt komt bij echt wilde natuur), maar ik heb de roep van de ziel duidelijk gehoord. Nu ik het boek met nieuwe ogen herlees, besef ik dat dat al een hele tijd geleden begon, en dat ik die roep in de loop van het afgelopen jaar beantwoord heb. Mijn cocon was het plateau. Sinds dat moment heb ik illusies losgelaten, oude ballast afgeworpen en me overgegeven aan wat ik voelde dat me uitdaagde om tevoorschijn te komen.

(c) KV – Vale gier

Een van de projecten die ik recent op mij genomen heb, is de vertaling van het eerste hoofdstuk van David Abrams The spell of the sensuous naar het Nederlands. Ik heb naarstig geschaafd aan de proefvertaling, en een paar dagen geleden stuurde ik ze naar een uitgever die ik hoop ervoor te interesseren.

Abrams klassieker over hoe we het contact met de meer-dan-menselijke wereld kunnen herstellen heeft mijn aanvoelen van het leven en de natuur tot op het bot veranderd. Door nu diep in te gaan op dit specifieke fragment, dat het heeft over zijn ervaringen tijdens zijn verblijf bij de traditionele magiërs en sjamanen in Bali and Nepal, ben ik scherper dan ooit gaan beseffen hoeveel ik eigenlijk herken.

Bijvoorbeeld: de loyauteit van de sjamaan, schrijft Abram, ligt niet in de eerste plaats bij de menselijke gemeenschap, maar wel bij de vervlochten realiteiten van de meer-dan-menselijke wereld, het web van bestaan dat het leven schenkt aan alle soorten op aarde. En in alle eerlijkheid: ik herken dat soort loyauteit. Ik voel ze al heel lang. Ik voel me veel meer verbonden met de natuur en haar ritmes en behoeften dan met het dagelijks gekwaak en gekwek van de menselijke besognes.
Ik sta bij voorkeur aan de rand van de samenleving, op de uitkijk voor wat de natuur mij vertelt. Sluit mij op in het dorp en ik ga dood.

Hoe moet ik dit talent, deze roeping, op een nuttige manier aanwenden?

Alweer: ik besef dat ik daar al mee begonnen ben.

(c) KV – Ekster

Nog niet zo lang geleden, toen de Zaailing-samenwerking met Jurgen Walschot goed van de grond gekomen was, besefte ik: wat wij samen in alle spontaniteit creëren heeft iets animistisch, zelfs iets sjamanistisch. We worden beiden aangetrokken tot de natuur, tot metamorfoses en het verliezen van het zelf in een natuurkracht die wilder en dieper gaat dan ons eigen kleine bewustzijn, en we trekken lezers mee in een ervaring die de mentale constructies waarin we gewoonlijk leven overstijgt.

De gedachte is betoverend en ontnuchterend tegelijk. Ik voel dat ik nog zo veel te leren heb. Maar ik weet ook dat ik nu, op een of andere manier, klaar ben om dit soort werk te maken. Het vervreemdt me misschien van sommige mensen  —  maar dat geeft niet. Dit is waar ik een verschil kan maken. En het is waar mijn hart me vertelt dat ik thuis ben. Tussen de werelden.

In Soulcraft beschrijft Plotkin hoe mensen die op een vision quest gaan soms een wild dier tegenkomen. De ontmoeting heeft altijd een diepe impact, en het dier wordt voor hen symbool, metafoor, totem, gids…
Ik besefte dat ik precies zo’n ontmoeting had gehad, een paar jaar geleden, toen ik nog stelselmatig aan het klimmen was naar mijn plateau, met een vale gier. Ik werd diep getroffen door hoe majestueus deze vogel moeiteloos navigeerde op de hoge thermiek. En toen kwam hij plots in een scheervlucht naar beneden, rakelings langs het plateau waar ik stond met mijn camera. Hoewel ze fotografisch niet mijn beste foto’s zijn, ben ik nog altijd heel blij met deze beelden, en ik heb het gevoel dat dit het moment was waar Gier mij riep.

(c) KV – Vale gier

Ik ben bereid om zijn weg te volgen: de hoogste luchtlagen te doorkruisen, om vervolgens af te dalen en dingen op te kuisen die voor sommigen te donker en te beangstigend zijn om naar te kijken. Ik heb altijd een voorliefde, of op zijn minst een begrip, gehad voor het duister. Voorbij onze angsten ervoor ligt wijsheid en droefheid. Naar mijn gevoel is er niets wat niet kan omarmd of genezen worden. Alles staat open voor transformatie, als we het maar in de ogen durven kijken.

Ik werd eerder deze week herinnerd aan mijn ontmoeting met de vale gier, dankzij twee andere krachtige ontmoetingen.

Op de fiets naar huis langs de smalle veldbanen, scheerde een buizerd uit een nabije eik naar beneden, net voor mij uit. Hij was heel dichtbij en adembenemend mooi. Hij zwenkte, en zweefde een tijdje met me mee, waarna hij aan snelheid won en een eind verderop in een volgende boomkruin op me ging zitten wachten.
Toen ik onder die boom passeerde, zette hij weer aan, in de tegenovergestelde richting.

De volgende ochtend, opnieuw op de fiets, dit keer in de richting van het station, zaten er twee grote zwarte kraaien op de weg. Gewoonlijk vliegen ze op voor ik nog maar in hun buurt kom. Maar dit keer stopte ik met trappen toen ik naderde. Ik voelde me stil worden, helemaal tot in mijn kern. Ik voelde me glad en geruisloos als de staalblauwe glans op hun veren.

Ze vlogen niet weg. Ze hopten allebei op de dichtstbij gelegen heipaal, aan weerszijden van het smalle pad, alsof ze een doorgang voor mij bewaakten. Ze vlogen niet op toen ik naderde, en zelfs niet toen ik de doorgang kruiste. Pas toen ik tegen hen sprak om hen te bedanken, klapwiekten ze op, elk in de tegenovergestelde richting, en zetten de poort open.

(c) KV – Kraai

Ik heb het gevoel dat ik onbekend terrein betreden heb, en toegelaten ben. De lucht licht voor me open.

Ik spreid mijn vleugels.

(c) KV – Vale gier

 

Elk jaar lichter

ZAAILING #7

Tuin omhelzing cut9
(c) Jurgen Walschot

 

Dat het te veel is, denkt ze.
Dat ze niet plots zoveel jong blad, zoveel kleuren en vormen ineens, een plaats kan geven.

 

Tuin omhelzing cut15

 

Wat een week geleden nog een takkenbos van kale, donkere strepen was, afgetekend tegen de hemel, is nu een overdadig boeket wuivend, giechelend groen.

Het licht wisselt van gezicht bij elke wolk die langskomt en weer wegwaait. Zelfs de wind speelt een spelletje met de kleuren.

 

Tuin omhelzing cut3

 

Het geeft haar zin om op de grond te gaan liggen en plat op haar rug in het uitschietende gras haar evenwicht te verliezen, met de deining van wolken en bloesems boven haar als een walsend tapijt.

Kun je dronken worden van de lente? Een beetje zoals bijen dronken moeten zijn als ze van de ene naar de andere bloem brommen, en na een teug of twee toch nog een keer naar de vorige terugkeren?

 

Hij loopt langs haar heen.
Aan de trek om zijn mond weet ze dat hij in een andere tuin is dan zij.

 

Tuin omhelzing cut17

 

Om de zoveel tijd komen ze terug, trouw als de seizoenen: oude demonen. Uitgezaaid onkruid. Hij wiedt ze en verwijdert ze, soms hardhandig, soms met zoveel geduld dat het op tederheid begint te lijken.
Maar elk voorjaar maken ze opnieuw hun opwachting, hardnekkig schietend tussen alles wat waardevol is, professionele pretbedervers in wat hij wil koesteren als een plek van rust en schoonheid.

 

Tuin omhelzing cut18

 

Worden nachtmerries iets minder erg als je er bij daglicht over vertelt? Wortelen oude angsten net iets minder diep als je elk terugkerend seizoen de moeite neemt om ze te bekijken, ze vast te pakken en ze bedaard maar genadeloos uit te trekken?

De tuin is de reden dat ze dit huis hebben gekocht. Ze hebben hem samen gevoed en verder aangelegd. ’s Zomers zitten ze op het terras te kijken naar de vogels die scharrelen tussen de struiken. Een tafeltje, witte wijn, de honing van de laatste zon in de glazen.
Voor haar is het genoeg. Maar wat weet zij? Zijn angsten gaan dieper dan de hare. Dan staat hij op en loopt spiedend langs de perken, trekt hier en daar iets uit, zucht als hij het op de composthoop helemaal achterin gooit.

 

Tuin omhelzing cut6

 

Je bent nooit klaar, wil ze hem toefluisteren. Maar zie je niet dat het elk jaar lichter wordt? Hij komt terug, en blijft zwijgend uitkijken over zoveel wat zij niet ziet.

 

In het schemerlicht slaan de tuin en de vrouw hun armen om hem heen.

 

Tuin omhelzing klein
(c) Jurgen Walschot

ZAAILINGEN is een samenwerking met tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de teks
t.

 

Het plateau – mijn jaar van huid afwerpen en het luchtruim kiezen

Vorig jaar kwam ik op een keerpunt in mijn leven. Ik kwam erachter dat ik het plateau bereikt had.

K&C Pyreneeën_0180.JPG
Pyreneeën (2016)

Ik heb mijn levenspad heel lang beschouwd als een soort tocht bergop. Er moest school gelopen, een diploma gehaald, een job gevonden, een gezin gesticht, een carrière als schrijver nagejaagd. Als ik dat allemaal in orde had, dacht ik, zou ik een plateau bereiken waar het uitzicht schitterend was, een vruchtbaar groen veld met een hut in de beschutting van een bos, waar ik voorgoed kon gaan wonen, mijn roeping kon beleven en kon uitkijken over de besneeuwde toppen in de verte.
Jarenlang liep ik mijn gestaag stijgende pad. Geregeld raakte ik buiten adem, en de weelderig groene alpenweiden leken immer onbereikbaar. Maar ik ging door, ervan overtuigd dat ik op een dag het plateau zou bereiken dat de gevorderden onderscheidde van de  beginners, de professionals van de amateurs. Ik zou het herkennen het moment dat ik er aankwam, ik zou weten dat ik thuis was zodra ik het bereikte. Daar aangekomen zou alles eindelijk op zijn plaats vallen.

(Is het al duidelijk waar dit naartoe gaat?)

Ik had wat tegenslagen tijdens de klim. Ik kreeg twijfels over het werk dat ik deed. Twee stiefkinderen opvangen was ondankbaar en emotioneel zwaar. Mijn eigen zoon baren en opvoeden was een transformerende maar extreem uitputtende onderneming. Ik slaagde erin op tien jaar tijd vier romans te publiceren, maar ik bereikte nooit het punt waarop publiek en uitgever reikhalzend uitkeken naar een nieuw boek.
In plaats daarvan zwoegde ik voort en ploeterde ik verder. Ik klopte op deuren die telkens weer dicht bleven en ik wachtte – hoopte – op het moment dat de dingen wat makkelijker werden en het plateau eindelijk in zicht kwam.

Het verraste me ergens vorige zomer.

Ik heb altijd heel bewust geleefd, in contact met mijn ambities, angsten, verlangens en oude wonden, waarmee ik zo goed mogelijk om probeer te gaan. Ik was me er dus van bewust dat ik al een jaar of twee bezig was aan een proces van groeiend bewustzijn over wat ik werkelijk wilde doen met mijn leven om een verschil te kunnen maken in de wereld. De voorafgaande maanden had ik een paar dierbare oude doelen en idealen losgelaten waarvan ik merkte dat ik ze ontgroeid was. Het leek een beetje op vervellen. Langzaam maar grondig, laagje na laagje oude huid wierp ik af. En dat voelde goed.

En toen haperde er iets. De ontwikkeling kwam knarsend tot stilstand, twijfel sijpelde binnen. Ik verloor elke vorm van richting en doel. Het leek er sterk op dat ik helemaal nergens raakte.

Ik zat achter het stuur van onze auto, ergens op een bochtige Spaanse autostrade, toen het beeld zich met volle kracht presenteerde. Ik zag mijzelf staan op een weide. Het hoge gras had de strokleur van droge zomers. Vanuit kikvorsperspectief zag ik alleen het gras, en mijzelf daarin vanaf kniehoogte. Om mij heen niets dan blauwe lucht.
Op dat moment besefte ik: ik ben er al. Ik heb dat hoge plateau waar ik naar streefde bereikt. Ik sta er. Alleen… hier is niets.

Omdat ik voelde hoe juist dit inzicht was, was ik ontzet en teleurgesteld. Ik was al aangekomen op de plek die twintig jaar lang mijn bestemming was geweest. Ik had alle doelen die ik voor mezelf had gesteld gehaald. Ik had mijn plaats in de wereld veroverd, als moeder, auteur, journalist en professional. Ik had zo lang zo hard gewerkt om dit punt te bereiken, en nu stond ik hier – en ik zat vast. Niets dan gras en lucht. Geen alpenweide, geen blokhut, geen hellingen meer om te beklimmen of paden om te volgen. Geen besneeuwde toppen in de verte.
Is dit een midlife crisis, vroeg ik me af. Het leek er wel op.

KalkenseMeersen_049 ed.jpg
KV – 2017

Het vroeg wat mentaal en emotioneel bochtenwerk om me te verlossen van dat beangstigende gevoel van vast te zitten, en dat lukt me op – hoe toepasselijk – een mooie bergwandeling. Daar leerde ik dat het plateau niet de troosteloze zee verdroogd gras was die het eerst had geleken. Eigenlijk was het een plek van pure luxe.

Ik was misschien niet de bestsellerauteur die ik ooit gehoopt had te zijn, maar ik had niets meer te bewijzen. Ik stond in mijn kracht en ik werd bemind, geapprecieerd en gewaardeerd.

Het echte voorrecht van het plateau bestond erin dat ik nu de vrijheid had om me te beginnen amuseren. Ik hoefde geen steile hellingen meer op, tenzij ik daar zin in had. Ik kon een beetje van alles doen, gewoon voor de pret. Misschien waaide er een warme wind en wilde ik die een eind in mijn rug. Misschien was er een vlinder om te volgen. Misschien wilde ik alleen maar op de grond liggen en een tijdje naar de wolken kijken. Sommige bezigheden konden vluchtig zijn, andere waren misschien de start van een opwindende nieuwe tocht – alles was mogelijk.

Dus verwelkomde ik het plateau. Ik opende mijn armen, gooide mijn hoofd achterover voor de zon en wind, en wachtte op de wolken en de vlinders die zouden komen.

En ze kwamen.
Langzaam en stilletjes in het begin, maar onmiskenbaar. En de boodschappen die ze brachten, werden steeds duidelijker.
Als ik er nu, negen maanden later – een volledige zwangerschapstermijn – op terugkijk, dan heb ik het gevoel dat wat er op die prachtige tocht door de Pyreneeën gezaaid werd het punt heeft bereikt waarop ik het in de wereld kan beginnen zetten.

De kleine zetjes die het leven me toespeelde terwijl ik van het mooie weer op het plateau stond te genieten, waren kleurrijk en divers – ik ontdekte kyudo; ik werd gevraagd om een kortverhaal te schrijven voor tienjarigen dat over twee jaar in heel Vlaanderen door schoolkinderen gelezen zal worden; ik verlegde zachtjes de focus van een aantal artikels die ik op mijn werk schreef; ik nam ontslag uit de raden van bestuur van twee vrijwilligersorganisaties waar ik een aantal fijne jaren had doorgebracht op weg naar het plateau; ik gaf mijn vaste benoeming in het onderwijs definitief op; mijn samenwerking met illustrator Jurgen Walschot kreeg vleugels (of moet ik zeggen: zaailingen?), zodat wat eerst een aarzelend creatief partnerschap was, onverwacht uitgroeide tot zowel een diep vervullend meervoudig project als een vriendschap; ik begon in ernst te schrijven en te vertalen in het Engels; ik stootte op het werk van ecopsycholoog David Abram en ben momenteel bezig aan de proefvertaling van het eerste hoofdstuk van The spell of the sensuous, in de hoop er een uitgever warm voor te maken – maar algauw ontwaarde ik een rode draad.

Bij gebrek aan een beter woord noem ik het spiritualiteit.

IMG_0777.JPG
Katharenburcht van Peyrepertuse (Frankrijk, 2015)

Innerlijke hoogtes waren voor mij altijd vertrouwd terrein: als kind ‘zweefde’ ik en leefde ik in mijn hoofd omdat de wereld aanvoelde als een veel te harde en bedreigende plek. Het vroeg jaren van geduldig werk om te landen in mijn lichaam en in de zintuiglijke wereld, op een manier die veilig genoeg voelde om wortels te steken en me te verbinden met de realiteit. Dat is me uiteindelijk wel gelukt, en ik genoot er zelfs van om mijn wortels diep te laten groeien. Ik was gelukkig met deze nieuwe, solide stabiliteit. Veel van deze ervaring deed ik op tijdens mijn klim op weg naar het plateau. Ik kwam er stevig geworteld aan.

Sinds vorige zomer, toen ik mezelf overgaf aan het leven op het plateau en in verbinding ging met een innerlijke bron van kracht en aanvaarding, voelde ik mezelf stelselmatig weer naar boven getrokken worden, eerst nog zachtjes, maar stilaan steeds duidelijker.

Ik heb altijd spiritueel werk willen doen. Hoewel ik enorm geprofiteerd heb van trainingen en cursussen die ik in die richting volgde, sprak coach of therapeut worden me niet echt aan. Er zat ook altijd een resonantie van het spirituele in wat ik schreef, maar dat was eerder het resultaat van een onbewuste nood dan van doelbewust aangewend vakmanschap.

Nu werkt het spirituele zich op het voorplan in mijn leven. Ik herken de roep, en ik voel dat ik nu het punt bereikt heb waarop ik er mij in ernst aan kan wijden.

Toen ik onlangs twintig jaar oud werk doorbladerde, dacht ik: ja!
Het was er allemaal al, toen al, maar zoals lava die te heet is om aan te raken wist ik niet hoe ik dit vuur naar het dorp kon terugbrengen zodat anderen het konden gebruiken.

Nu wel.

Ik ben op geen enkele manier uitzonderlijk, maar net als een gier of een sequoia voel ik wel dat de plaats waar een deel van mijn leven zich spontaan ontplooit zich in een hogere luchtlaag bevindt dan waar veel andere levende wezens komen. Dat is altijd zo geweest, alleen had ik er niet altijd volledige toegang toe.
Net als een gier, die weliswaar regelmatig op de grond werkt om daar rotzooi op te ruimen en zo ten dienste te staan van het groter geheel, had ik nood aan een klif om me af te zetten, om zo de thermiek op te pikken die me hoger kan voeren. Net als een sequoia, die het in zich heeft om zo hoog te groeien dat hij letterlijk de hemel kan aanraken, moest ik voldoende geworteld zijn om dat op een veilige manier te doen.

En nu ben ik dat. Op het plateau. Het is waar ik mijn nest gemaakt heb en mijn wortels in de grond heb gestoken.

Nu begrijp ik eindelijk de echte reden waarom ik deze hele tocht moest maken, en waarom ik zoveel oude laagjes huid moest afleggen eens ik aangekomen was. Je kunt niet hoog vliegen als je te veel ballast meesleept, hoe nuttig die misschien ook geweest is tijdens de klim naar boven. Ooit al een gier in volle vlucht gezien met een trekkersrugzak en bergschoenen?

Ergens in mijn twintiger jaren werd ik op een ochtend wakker met een zinnetje dat door mijn hoofd speelde: ‘zij die de paden tussen de werelden bewandelt’. Ik hield erg van hoe dat klonk, het raakte een snaar ergens diep vanbinnen. Ik hoopte vurig dat dit over mij ging, maar voor hetzelfde geld was het niets meer dan de dwaze wensdroom van een meisje dat veel te veel Tolkien had gelezen.

Nu weet ik dat dat niet zo was.
Mijn tocht is pas begonnen.

Furfooz_135
In mijn favoriete prehistorische grot (Furfooz, 2007)

Deze blog is gebaseerd op Het Plateau, maar gaat een stuk verder aangezien er sindsdien al heel wat tijd verstreken is en veel dingen zoveel duidelijker geworden zijn, zoals dat gaat als je ze van bovenaf kunt bekijken…