Het einde van de autoriteit

Ik trof een rumoerige troep leerlingen uit het lager middelbaar op het station. Als duiven zwermden ze uit over het perron en omsingelden pendelaars die rustig zaten te wachten op hun trein. Een plek die juist daarvoor nog vredevol was geweest, had plots iets weg van een belegering.

Het ging spontaan, zoals dat alleen kan met een vertrouwd patroon: de leerkracht in mij werd wakker. Ik richtte me net iets meer op, mijn stem werd iets lager, en ik sprak met het vriendelijk soort gezag dat respect verwachtte. En… er gebeurde niets. Ze haalden hun schouders op en gingen gewoon door.

Ik had een leuke babbel met hun leerkrachten terwijl we stonden te wachten op onze trein – gelukkig niet dezelfde – en ik betrapte mezelf op de gedachte: ik zou dit echt niet meer kunnen. Zelfs niet als ze me dubbel betaalden. Later, op weg naar Brussel, probeerde ik met mezelf in het reine te komen.

krummi-tuin_028-ed

Het was me opgevallen hoe uitgesproken mannelijk de energie wel was die ik even daarvoor had opgeroepen. Als leerkracht was ik altijd gegaan voor een meer mannelijke aanpak, maar ondertussen was ik geƫvolueerd. Zwanger worden was het beslissende kantelpunt geweest, en vanuit de bewuste evenwichtige samenwerking die ik ondertussen had tussen mijn mannelijke en vrouwelijke aspecten, trof het me hoe diep ik jarenlang geput had uit het mannelijk om mijn job te kunnen uitvoeren.

Mijn tweede vaststelling was: dit stuk van mijn leven is echt wel voorbij, zowel wat betreft de job als de mannelijke aanpak. Die oude kracht opnieuw proberen op te roepen, lukte alleen op pure wilskracht. Zoveel had mijn aanvaring van tien seconden op het perron me geleerd, en elke vezel in mijn lijf kwam in opstand.

Ten slotte kon ik ook niet naast me neerleggen hoezeer de reactie van de jongeren me gestoord had. Het schouderophalen, de grote mond, het totale gebrek aan respect.

Oh help, ik weet het. Ik klink als een zuur oud mens.

Ik heb mijn leerlingen altijd serieus genomen. Ik heb ten andere elk kind dat ik ooit ontmoette serieus genomen, als een individu dat respect en erkenning verdient omwille van zichzelf, wat zijn leeftijd ook is.
Maar ik herinner me wel dat ik de frustratie deelde van een bevriende auteur die literatuurlessen gaf aan volwassenen, en in zijn klas geconfronteerd werd met cursisten die in twijfel trokken wat hij vertelde. Zijn benadering (“Ik ben de expert in deze kamer. Als je iets wil leren over literatuur, hou je je amateuristische ideeĆ«n maar voor jezelf en luister je naar wat ik te vertellen heb.”) is me misschien iets te autoritair, maar voor een deel ben ik het wel met hem eens.
Leerkrachten zijn experten in hun vak. Leerlingen hoeven niet te knielen in het stof omwille van een of ander abstract soort ‘respect’, maar ze zouden wel mogen inzien dat ze nog heel veel te leren hebben, en dat de persoon vooraan in de klas kan bogen op levenslange ervaring in zijn vakgebied.

Het zou wellicht makkelijker zijn als we karate-senseis waren. In de dojo komt een pupil die een grote mond opzet of de richtlijnen van de meester negeert snel onzacht in aanraking met de tatami. Jammer genoeg kunnen gewone leerkrachten ‘alleen maar’ meesterschap voorleggen in wiskunde of lezen en schrijven. Het zorgt voor een zekere machteloosheid tegenover een troep bavianen die besloten hebben dat wat jij te vertellen hebt niet op hen van toepassing is.

Maar – zoals altijd kies ik partij voor de leerling, nog steeds – kunnen we hen dat kwalijk nemen? In tegenstelling tot de ambitieuze karateka’s of de volwassenen in de literatuurlessen van mijn bevriende schrijver hebben deze jongeren er niet zelf voor gekozen om deze lessen te volgen. Meestal willen ze zelfs helemaal niet naar school. Maar ze zijn wettelijk verplicht en dus moeten ze wel opdagen. Vaak hebben ze weinig of geen interesse (en hebben ze dus even weinig motivatie) voor wat hen daar wordt aangeboden, en dan wordt het natuurlijk ook heel moeilijk om leerkrachten te zien als gezagsfiguren die respect verdienen.
En zo wordt wat een wederzijds verrijkende ervaring had kunnen zijn maar al te vaak een knokpartij om het overwicht.

Ik ben jaren geleden gestopt met lesgeven, mijn beste beslissing ooit. Ik kreeg vaak te horen dat ik een heel goede leerkracht was. En ik denk nog altijd dat dat klopt, maar het vroeg alle wilskracht – en alle mannelijke kracht – die ik in me had. Dertien jaar lesgeven keerden mij binnenstebuiten en lieten me opgebrand achter.

Ik wenste mezelf iets beters toe. Dus ik stopte met school en ging op zoek naar evenwichtiger en gezondere bezigheden.
De rumoerige adolescenten op het perron kunnen niet stoppen met school, tenzij ze ervoor betalen met hun toekomst.
Ik wens hen ook iets beter toe.

 

Advertenties