“Waarom bent u maar leerkracht geworden, meneer?”

We hanteren dubbele standaarden over mannen en vrouwen in werk en gezin, stelt feministe Anne-Marie Slaughter. We beschouwen zorg nog altijd als iets ‘vrouwelijks’ en werk als ‘mannelijk’. Bovendien parkeren we zorg aan de zijlijn als minderwaardig aan werk. Onterecht.

De Amerikaanse decaan internationaal recht Anne-Marie Slaughter had een topfunctie onder toenmalig Secretary of State Hillary Clinton. Maar voor die job was ze telkens een hele week van huis. Haar echtgenoot was een toegewijde vader maar hun zoons zaten in een woelige puberteit, en Slaughter voelde dat er twee ouders nodig waren. Bovendien wilde ze de laatste jaren van haar jongens thuis niet zomaar missen. Dus sloeg ze het promotieaanbod voor nog twee jaar Washington af en keerde terug naar haar full-time baan als professor. Ze schreef columns over buitenlandpolitiek, gaf bijna wekelijks lezingen en werkte aan een nieuw boek. “Het enige wat ik gedaan had, was een heel drukke baan met onflexibele uren ruilen voor een heel drukke baan waarin ik zelf mijn uren beter kon bepalen, zodat ik wat meer tijd met mijn gezin kon doorbrengen”, schrijft ze in haar boek Unfinished business. “Maar plotseling werd er over mij gepraat met termen die we gewoonlijk gebruiken voor studenten die niet slagen voor hun examens.” In de wandelgangen en op publieke fora vielen frases als ‘het niet aankunnen’ en ‘jammer dat je die job moest opgeven voor je kinderen’.

IMG_0353

Slaughter, een feministe die altijd aan haar studenten had verkondigd dat vrouwen net als mannen ‘alles konden hebben’ als ze maar hard genoeg werkten, kwam rijker uit de confronterende ervaring en ging nadenken over de dubbele standaarden die we hanteren over mannen en vrouwen, werk en gezin. Ze is een begoede en ambitieuze carrièrevrouw en dus niet meteen de doorsnee werkende moeder. Ook de Amerikaanse waardenschaal is (goddank) de Europese niet. Ondanks dat alles biedt Unfinished business veel stof tot nadenken.

Tweederangswerk

Honderd jaar feminisme ten spijt bepaalt het diep ingesleten denkbeeld dat zorg een vrouwenzaak is onbewust nog vaak onze opvattingen en beslissingen. Aan jonge mannen vragen we zelden hoe het staat met hun kinderwens. Vrouwen worden stelselmatig benadeeld bij promoties of sollicitaties. Als een van beide partners in een gezin halftijds gaat werken, is dat bijna in regel de vrouw. Vrouwen die wel voltijds werken, staan daarnaast in veel gevallen ook nog in voor het leeuwendeel van het huishouden en de opvoeding. Er is genoeg onderzoek naar gebeurd, we kennen de feiten. De vraag is waarom het zo moeilijk blijft om daar verandering in te brengen.

Een van de mogelijke verklaringen heeft te maken met de misvatting dat zorg op een of andere manier minder waard is dan betaald werk. Vrouwen waren eeuwenlang tweederangsburgers. Hun arbeid was per definitie tweederangswerk of werd niet eens als werk beschouwd. De 18e-eeuwse econoom Adam Smith vond het zelfs het vernoemen niet waard in zijn Wealth of Nations, het boek dat de grondslag zou vormen voor de moderne opvattingen over economie. Zorg was er gewoon, binnenskamers en van geen tel. Buitenshuis stampten mannen de échte economie wel uit de grond.

Mannen die willen thuisblijven
voor de kinderen worden vaak
bijna even scheef bekeken als de
vrouwen die destijds voor het eerst
‘mannenjobs’ gingen doen

In haar scherpe pamflet Je houdt het niet voor mogelijk ontmaskert Katrine Marçal het ideaalbeeld van de ‘economische mens’ als een fabeltje. Niemand, man noch vrouw, staat immers los van elke context, neemt alleen maar rationele beslissingen en is op elk moment louter uit op eigenbelang. Nochtans is dat wat veel economen beweren en tot op de dag van vandaag proberen we het echte leven tevergeefs in dat model te wringen. En laten de waarden die voor de ‘economische mens’ ballast zijn (liefde, verbondenheid, zorg, altruïsme) nu juist het stempel ‘vrouwelijk’ – en dus tweederangs – gekregen hebben…

We vinden die mentaliteit ook terug in de systematische onderwaardering van zorgende beroepen. Uitspraken als ‘Waarom bent u maar leerkracht geworden, meneer?’ illustreren dat we als samenleving zorg en opleiding minder hoog achten dan een carrière waarin harde economische targets gehaald worden. We onderschatten daarbij niet alleen hoe intensief zorgen voor anderen is en hoeveel competenties het vereist (vraag dat aan elke ouder, leerkracht of verpleegkundige), we miskennen ook het fundamentele belang van menselijke relaties.

Tegeltjeswijsheid

De misvatting dat zorg minder waard is dan werk vergiftigt niet alleen het evenwicht tussen werk en gezin en tussen zorgende en competitieve jobs, het zadelt ons ook op met een fundamenteel fout beeld van mens en samenleving. In tegenstelling tot wat er op menig hoofdkwartier of kabinet gepredikt wordt, zijn zorg voor en verbondenheid met andere mensen minstens zo belangrijk als een succesvolle en goed betaalde job in een ‘harde’ sector, voor onszelf én voor de samenleving.

De misvatting dat zorg minder
waard is dan werk zadelt ons op
met een fout beeld van
mens en samenleving

Een studie die al 75(!) jaar de levensloop van een grote groep Amerikanen opvolgt, kwam tot de heldere conclusie dat wie veilige, hechte relaties kon opbouwen met familie, vrienden en leefgemeenschap, zich gelukkiger voelde en langer fysiek en mentaal gezond bleef. Geen enkele andere factor had diezelfde beslissende invloed.
Zonder mensen die instaan voor liefdevolle en kwalitatieve opvoeding en opleiding, komt er bovendien geen nieuwe generatie beslagen volwassenen die een zinvolle bijdrage kunnen leveren aan arbeidsmarkt en samenleving. Een maatschappij die het belang van zorg en opvoeding ontkent, zaagt dus zo’n beetje de tak af waarop ze zit.

IMG_0347

En eigenlijk wéten we dat allemaal wel. ‘Geld maakt niet gelukkig’ is meer dan tegeltjeswijsheid, en mensen die op het einde van hun leven het gevoel hebben dat ze kansen misten, hebben meestal spijt dat ze te veel werkten en te weinig tijd met hun geliefden doorbrachten, en niet andersom. Maar investeren in levenslange relaties is een langzaam en grillig proces. Opvoeding en zorg werpen soms pas veel later vruchten af, in tegenstelling tot de concrete en meetbare uitkomsten van een afgerond project of een gehaalde deadline.

Papa doet het anders

De conclusie van Slaughter dat we als samenleving zorg en zorgende beroepen beter moeten waarderen, leidde bij haar ook tot het inzicht dat we niet alleen vrouwen op een gelijkwaardige manier toegang moeten geven tot de arbeidsmarkt, maar ook mannen tot de zorg. Dat lukt alleen als het stigma verdwijnt. Mannen die een zorgberoep willen uitoefenen of willen thuisblijven voor de kinderen worden nu immers nog vaak bijna even scheef bekeken als de vrouwen die destijds voor het eerst ‘mannenjobs’ gingen doen.
En vrouwen, vervolgt Slaughter fijntjes, moeten ook hun controle over dat domein wat willen lossen. We moeten er tegen kunnen dat papa’s aanpak van het huishouden verschilt van die van mama. Als vrouwen het ‘expertschap’ van zorg en huishouden naar zich toe blijven trekken, ongeveer zoals mannen eeuwenlang het alleenrecht op een carrière naar zich hebben toegetrokken, verandert er uiteindelijk weinig.

Gelijk oversteken dus, in dialoog en wederzijds respect voor elkaars persoonlijke sterktes en zwaktes. Bouwen aan een warme ‘samen-leving’ is per definitie een werk van iedereen.

 

Dit artikel verscheen in De Bond van 1 april 2016

Advertenties