Eventjes oefenen

De boekvoorstelling van ‘De serres van Mendel’ in de Plantentuin van Meise nu zondag wordt een overrompelend succes. Het evenement is helemaal volzet, er is zelfs een indrukwekkende wachtlijst!

Wij bereiden ons alvast voor op een marathonsessie boeken signeren… Eventjes oefenen, toch maar. 😉

Advertenties

ZAAILING #68 – Praten in sporen

(c) Jurgen Walschot


Een Zaailing met wat uitleg erbij – omdat het zo’n leuk concept is!
En het hoeft niet altijd de schrijver te zijn die de dingen uitlegt… Zo schrijft Jurgen het op zijn blog:

“Al jaren is oktober gelinkt aan tekenen. Acties zoals #inktober trokken wel mijn aandacht maar stootten me ergens ook af. Dit jaar voegde Kunstwerkt er nog een online tekenchallenge aan toe: A Paper / A Day en daagde iedereen uit om een maand lang te tekenen. ‘Af en toe of elke dag’.
Als tekenleraar op Sint-Lukas vraag ik de leerlingen om dit een schooljaar lang te doen. Elke dag een schets, krabbel, tekening, studie… betere training om te leren tekenen bestaat er volgens mij niet. Dit jaar nodigde ik hen ook uit om deel te nemen aan #apaperaday19 en hun werk te delen. En met mijn voorbeeldfunctie in het achterhoofd flapte ik eruit dat ik ook zou meedoen. (Er verder geen rekening mee gehouden dat ik een drukke maand tegemoet ging, met twee boekvoorstellingen, workshops, lezingen, verjaren…) Ik riep op om uit onze comfortzone te komen en een maand lang eens iets anders uit te proberen en dit te delen met ‘de wereld’. Als onderwerp koos ik de planten waarmee ik me thuis omring: A PLANT / A DAY. Ondertussen zitten we al aan dag 13 en mits wat stunt- en vliegwerk ben ik erin geslaagd om elke dag een pagina te posten via mijn Instagrampagina.”



Als Jurgen origineel en uitdagend materiaal produceert, over een thema dat mij heel dierbaar is nog wel, dan gaat mijn pen natuurlijk jeuken. Dus…

“Vanaf dag 1 van de tekenchallenge volgde Kirstin de tekeningen en liet haar schrijfpen op de tekeningen los. Uit al deze fragmenten heeft ze de 68e zaailingtekst gedistilleerd.”

Ik ben van plan om het vol te houden tot en met de laatste dag. Het is fijn schrijven in brokjes, fragmenten en motieven. Het is een leuke uitdaging thema’s en beelden te laten terugkeren op andere manieren, net zoals Jurgen dat in zijn beelden doet.



En (niet zo) stiekem hoop ik dat we met die hele reeks nog iets leuks kunnen doen eens ze af is. De titel van de cyclus ligt nu al vast, en het is ook de titel van de Zaailing deze week: Praten in sporen. Dat is behalve een leuke woordspeling op Jurgens collagetechniek én de voortplantingswijze van varens, zwammen en schimmels ook een verwijzing naar een passage uit het magistrale Benedenwereld van Robert MacFarlane, over het belang om de natuur en onze plaats daarin met heel andere ogen te gaan zien én beschrijven…

Praten in sporen

toon me je snippers
laat mij je breuklijnen lezen
en de gekartelde randen van je angsten

we snijden vensters uit
op verleden en verlangen
blikken terug naar iets beters
dan de beduimelde bladzijde
van het hier en nu

maar hier en nu is wat we zijn
een veeg, een droom, een vergif

de nacht brengt dromen in vergeten talen
kringen die zich teder herhalen
als een voornemen of een val

op arme grond beperkt
de schade zichzelf

wat kunnen wij anders dan praten
in sporen, een stuntelige afdruk laten
van koffievlek of ongeluk, de echo
van een beeld dat ons achtervolgt

ik laat jou langzaam wortelen
dag na dag de bodem aftasten
met aarzelende aanzetten
doen alsof je alleen uit blad bestaat

De diepere stroming


Er was een tijd, in mijn tienerjaren en late puberteit, dat ik woorden vond tekortschieten om de omvang te vatten van wat ik voelde. Binnen in mij waren er oceanen van stroming die ontsnapten aan elke vorm van beschrijving. Ze waren niet noodzakelijk amoureus getint of zelfs maar stormachtig, ze waren voornamelijk diep. En hoezeer ik ook genoot van schrijven, woorden bleken onmachtig ze te capteren.
In die dagen keerde ik me naar de piano om een stem (of eerder: een klank) te geven aan al wat zich wel liet voelen maar niet liet uitspreken.

Ik heb de muziek nooit vaarwel gezegd, hoewel ik ideeën over een professionele muzikale carrière lang geleden al opborg. Woorden, verhalen, taal, ze zijn mijn roeping en mijn diepste liefde. En intussen ben ik een schrijver en redacteur die weet waar ze staat.

Maar de liefde voor diep waargenomen maar onbenoembare dingen heeft mij ook nooit verlaten. Vandaar mijn fascinatie voor beelden. Van de natuur, meer dan van wat ook.
Mijn relatie tot taal heeft zich in de loop van de jaren versterkt en verfijnd, zowel professioneel als persoonlijk. Maar een gevoel van spreidstand houdt daarmee gelijke tred. Ik begeef mij tegelijk steeds dieper in dat domein dat geen woorden nodig heeft en zelfs geen taal tolereert.


Wat mijn aandacht trekt, zijn wortels, verbindingen, stengels, takken, bladeren, stromen, stroming. Sterrenstelsels, deel van deze wereld of niet, die zich uitrekken en weer inkrimpen, telkens opnieuw. De gelijkenissen tussen alle levende vormen. De stroom die door alles, dood of levend, heen spoelt. De ademhaling van het universum.

Ik snap dat dat voor veel mensen erg ver afstaat van hun dagelijkse bezigheden, die kleine maar zo belangrijke vreugdes en verdrietjes van hun leven. En ik bedoel dat niet kleinerend. We bewonen allemaal een verhaal dat met ons resoneert, en zoals in elk gezond ecosysteem is er ruimte voor allen. Mijn persoonlijke perspectief blijkt gewoon nogal sjamanistisch te zijn, dat is alles. Ik voel mij het meest thuis aan de rand van de menselijke samenleving. Mijn loyaliteit ligt, vrees ik, niet bij de mens.

Het verhaal dat ik bewoon heeft meer te maken met atomen en sterrenstelsels dan met samenlevingen. Ik ben geen kluizenaar en koester een aantal mensen in mijn directe omgeving, maar een ander stuk van mij aanvaardt dat ieder van ons weinig meer is dan sterrenstof in een tijdelijke verschijning, op weg van de ene vorm van fysieke manifestatie naar een volgende. Het enige wat we zeker kunnen weten, is dat alles in de kosmos constant verandert maar dat niks ooit verloren gaat.

Zoiets is dus navigeren in een ingewikkelde matrix van materie en energie waarin de contouren van het menselijk leven weinig meer zijn dan een laagje vernis. Die contouren zijn wel handig om te functioneren binnen de wetten van maatschappij en zwaartekracht, maar vanuit het groter perspectief bekeken zijn ze op geen enkele manier essentieel.


De reis die ik onderneem, is verre van voltooid. Ik hoop dat de woorden mijn bondgenoten zullen blijven op dit pad dat ik aanvoel als het mijne. Om nu en dan iets over mijn avonturen en inzichten te kunnen vertellen, als dat wenselijk is. Maar ik zal ze niet forceren. Ik hoop dat ook beelden en wie weet zelfs muziek eveneens mijn bondgenoten zullen blijven, om een gezicht of een stem te geven aan datgene wat ik niet langer kan beschrijven.

En als er uiteindelijk toch alleen maar stilte wil overblijven, de centrale as van een leven dat resoneert met schoonheid en verbondenheid, wie ben ik dan om te klagen?

De diepere stromingen hebben immers hun eigen manieren om verhalen te weven.

(c) Inaya photography, alle foto’s genomen in Plantentuin Meise en op de tentoonstelling met werk van Antony Gormley in de Royal Academy of Arts, Londen