ZAAILING #69 – Uitgestrooid

(c) Jurgen Walschot


Hier sta je dan.
Ik zal je niet zeggen dat het geen pijn doet. En ik zal, hoe graag ik dat ook zou willen, je niet toewensen dat het snel overgaat. Leren leven met verdriet vraagt tijd.

Tijd – was er niet ergens een sprookje dat vertelde over wonden die geheeld worden, of op zijn minst verzacht?
Dichter bij de waarheid is dat we de tijd scheppen met beide handen tegelijk, ongeveer zoals je zand schept om een kuil te graven, waarin je vervolgens oude dromen bergt.
Je kunt ze ook uitstrooien, als dat je een goed idee lijkt, over water liefst. Dat weet waar het heen moet vloeien.

Wat ook mooi zou zijn, is dat het zand daar zachtjes bezinkt. En dat het water stilaan helderder wordt, terwijl het stroomt zoals het altijd doet, in lange, brede banen, naar zee.






ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Normale mensen

“Volgens mij gebruik jij nog niet de helft van je fysieke krachten”, zegt mijn man.
Het is niet de eerste keer dat hij dit zegt.

Hout of steen? (c) Inaya photography


Vroeger maakte die uitspraak me kwaad. Probeer het maar eens, dacht ik, om je lichamelijke uithoudingsvermogen op te bouwen als je de helft van je kindertijd in bed doorbrengt, koortsig en ziek van onnozelheden waar andere kinderen niks van weten, tussen de eindeloze verkoudheden en bronchitissen (een paar keer op het randje van longontsteking, vermoed ik zelfs) door ook nog eens snakkend naar adem door astmaopstoten.
Mijn symptomen waren nooit mild, mijn lichaam overreageerde altijd. Ziek zijn betekende voor mij altijd platgeslagen worden, niets meer of minder. Het maakte mij erg bewust van en voorzichtig met hoe ik mijn energie doseerde. Waar anderen – normale mensen, naar mijn gevoel – fluitend bergen gingen beklimmen, was ik al blij als ik eens niet ziek werd.

Zoiets was erg moeilijk duidelijk te maken aan iemand die qua fysieke robuustheid in mijn ogen zo’n beetje in de buurt kwam van Iron Man: gewend 24-shifts te draaien in het ziekenhuis, in staat tot stevige sportprestaties, zelden ziek (en als dat al eens voorkomt met zulke milde symptomen dat je er amper iets aan zag en hij in elk geval gewoon dóór kon blijven gaan met wat er moest gebeuren). Voor hem was dát normaal, voor mij voelde dat als een bijna bovenmenselijke en in elk geval ongekende luxe.

Mijn man was wel de eerste om grif toe te geven dat ik de atleet van ons twee was op een ander gebied dat ik (misschien zelfs wel dankzij die eindeloze weken ziek in bed liggen) heel sterk had ontwikkeld: mentaal en emotioneel ben ik een langeafstandsloper. Mijn hoofd is het laatste wat ermee stopt. Ik kan moeiteloos lange, glasheldere filosofische discussies hebben terwijl mijn lichaam zo ziek is dat het nauwelijks uit de zetel kan komen.

Hout of steen? (c) Inaya photography


Naarmate ik ouder werd, had ik betere periodes, maar net zo goed slechte. Klierkoorts, om maar iets te zeggen, ironisch genoeg juist nadat wij een stel werden. Ik was elk schooljaar minstens drie weken out omdat een banale verkoudheid bij mij altijd gepaard ging met de complicaties.
Later ook, toen ik door een diep dal ging in een combinatie van burn-out, depressie en totale post-partumuitputting met een kind dat het eerste jaar constant ziek was en ons makkelijk tien keer per nacht uit bed haalde. Elk onnozel virus raapte ik op, en het kluisterde mij telkens een week in bed of aan huis. Ik kreeg een échte longontsteking. Keer op keer moest mijn man zowat het hele huishouden overnemen omdat ik al mijn energie nodig had om te genezen en aan te sterken. Ik werd er moedeloos van. Kon ik dan niks?

Hij stelde een behandeling voor zoals hij ze met zijn robuust lijf zou willen: stevige medicatie om een aantal symptomen onder controle te krijgen en sportieve duurtraining, om mijn fysiek energieniveau op te krikken. Hij bedoelde het goed en voor hem zou dat vast werken, maar mij streek het heel erg tegen mijn haren in, een beetje alsof je een Monet wilde restaureren met fauvistische technieken. Het moet zachter voor mij, wist ik, geleidelijker.
Ik deed het omgekeerde van wat hij in gedachten had: ik schroefde terug tot ik het gevoel had dat ik werkelijk op alles nee zei – mijn jaar van de schildpad, zoals ik dat later noemde. Traag, trager, net geen stilstand. Maar ik kreeg wel de tijd om te bekomen, en ik voelde hoe, heel geleidelijk, mijn grenzen weer wat breder werden, mijn immuunsysteem wat sterker.

En stilaan begon er iets te veranderen.
De afgelopen drie jaren waren zeer intens. Ik schreef meer dan ooit, lange tijd naast een job en een gezin, ik hield er allerlei nevenactiviteiten op na en flirtte regelmatig met slaaptekort.
En ik hield stand.

Hout of steen? (c) Inaya photography


Als ik het vanop een afstandje bekijk, merk ik dat mijn toenemende energieniveau en mijn robuustere immuunsysteem gelijke tred houden met mijn geluksgevoel. Ik ben de laatste jaren gewoon veel gelukkiger – persoonlijk, professioneel, artistiek, spiritueel – dan vroeger. Ik heb op al die vlakken mijn plek gevonden en ik ervaar diepe zingeving.
Het fysieke effect daarvan lijkt nog het meest op dat van een stevige, makkelijk herlaadbare batterij. Ik respecteer nog altijd mijn grenzen, en dat doe ik heel bewust. Maar die grenzen zijn veel rekbaarder dan vroeger, en de laatste jaren presteer ik fysiek dingen die ik eerder niet voor mogelijk had gehouden.

Misschien had mijn man al die jaren geleden dus ook wel een beetje gelijk. En intussen gebruik ik echt wel meer dan de helft van mijn krachten, en ik voel dat ik, mocht het nodig zijn, nog dieper in mijn reserves kan gaan. Dat is een ongekende luxe voor het ziekelijke vogeltje dat ik ooit was.
Hij van zijn kant mag dan wel van uitstekende genetische stock zijn en een broer hebben die effectief Iron Man-triatleet is, zelf voelt hij zijn onuitputtelijke energie met de leeftijd wel wat afnemen. “Je wordt nog een normaal mens”, grap ik. Hij moet de laatste jaren ook al eens uitzieken en het rustiger aandoen. Zijn grenzen, ooit zowat onbestaande, tekenen zich wat scherper af.

Ik weet precies hoe dat voelt. En nu ben ik sterk genoeg om het werk even van hem over te nemen, als dat nodig is.
Ook dat is een luxe.

Hout of steen? (c) Inaya photography

ZAAILING #68 – Praten in sporen

(c) Jurgen Walschot


Een Zaailing met wat uitleg erbij – omdat het zo’n leuk concept is!
En het hoeft niet altijd de schrijver te zijn die de dingen uitlegt… Zo schrijft Jurgen het op zijn blog:

“Al jaren is oktober gelinkt aan tekenen. Acties zoals #inktober trokken wel mijn aandacht maar stootten me ergens ook af. Dit jaar voegde Kunstwerkt er nog een online tekenchallenge aan toe: A Paper / A Day en daagde iedereen uit om een maand lang te tekenen. ‘Af en toe of elke dag’.
Als tekenleraar op Sint-Lukas vraag ik de leerlingen om dit een schooljaar lang te doen. Elke dag een schets, krabbel, tekening, studie… betere training om te leren tekenen bestaat er volgens mij niet. Dit jaar nodigde ik hen ook uit om deel te nemen aan #apaperaday19 en hun werk te delen. En met mijn voorbeeldfunctie in het achterhoofd flapte ik eruit dat ik ook zou meedoen. (Er verder geen rekening mee gehouden dat ik een drukke maand tegemoet ging, met twee boekvoorstellingen, workshops, lezingen, verjaren…) Ik riep op om uit onze comfortzone te komen en een maand lang eens iets anders uit te proberen en dit te delen met ‘de wereld’. Als onderwerp koos ik de planten waarmee ik me thuis omring: A PLANT / A DAY. Ondertussen zitten we al aan dag 13 en mits wat stunt- en vliegwerk ben ik erin geslaagd om elke dag een pagina te posten via mijn Instagrampagina.”



Als Jurgen origineel en uitdagend materiaal produceert, over een thema dat mij heel dierbaar is nog wel, dan gaat mijn pen natuurlijk jeuken. Dus…

“Vanaf dag 1 van de tekenchallenge volgde Kirstin de tekeningen en liet haar schrijfpen op de tekeningen los. Uit al deze fragmenten heeft ze de 68e zaailingtekst gedistilleerd.”

Ik ben van plan om het vol te houden tot en met de laatste dag. Het is fijn schrijven in brokjes, fragmenten en motieven. Het is een leuke uitdaging thema’s en beelden te laten terugkeren op andere manieren, net zoals Jurgen dat in zijn beelden doet.



En (niet zo) stiekem hoop ik dat we met die hele reeks nog iets leuks kunnen doen eens ze af is. De titel van de cyclus ligt nu al vast, en het is ook de titel van de Zaailing deze week: Praten in sporen. Dat is behalve een leuke woordspeling op Jurgens collagetechniek én de voortplantingswijze van varens, zwammen en schimmels ook een verwijzing naar een passage uit het magistrale Benedenwereld van Robert MacFarlane, over het belang om de natuur en onze plaats daarin met heel andere ogen te gaan zien én beschrijven…

Praten in sporen

toon me je snippers
laat mij je breuklijnen lezen
en de gekartelde randen van je angsten

we snijden vensters uit
op verleden en verlangen
blikken terug naar iets beters
dan de beduimelde bladzijde
van het hier en nu

maar hier en nu is wat we zijn
een veeg, een droom, een vergif

de nacht brengt dromen in vergeten talen
kringen die zich teder herhalen
als een voornemen of een val

op arme grond beperkt
de schade zichzelf

wat kunnen wij anders dan praten
in sporen, een stuntelige afdruk laten
van koffievlek of ongeluk, de echo
van een beeld dat ons achtervolgt

ik laat jou langzaam wortelen
dag na dag de bodem aftasten
met aarzelende aanzetten
doen alsof je alleen uit blad bestaat





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

De diepere stroming


Er was een tijd, in mijn tienerjaren en late puberteit, dat ik woorden vond tekortschieten om de omvang te vatten van wat ik voelde. Binnen in mij waren er oceanen van stroming die ontsnapten aan elke vorm van beschrijving. Ze waren niet noodzakelijk amoureus getint of zelfs maar stormachtig, ze waren voornamelijk diep. En hoezeer ik ook genoot van schrijven, woorden bleken onmachtig ze te capteren.
In die dagen keerde ik me naar de piano om een stem (of eerder: een klank) te geven aan al wat zich wel liet voelen maar niet liet uitspreken.

Ik heb de muziek nooit vaarwel gezegd, hoewel ik ideeën over een professionele muzikale carrière lang geleden al opborg. Woorden, verhalen, taal, ze zijn mijn roeping en mijn diepste liefde. En intussen ben ik een schrijver en redacteur die weet waar ze staat.

Maar de liefde voor diep waargenomen maar onbenoembare dingen heeft mij ook nooit verlaten. Vandaar mijn fascinatie voor beelden. Van de natuur, meer dan van wat ook.
Mijn relatie tot taal heeft zich in de loop van de jaren versterkt en verfijnd, zowel professioneel als persoonlijk. Maar een gevoel van spreidstand houdt daarmee gelijke tred. Ik begeef mij tegelijk steeds dieper in dat domein dat geen woorden nodig heeft en zelfs geen taal tolereert.


Wat mijn aandacht trekt, zijn wortels, verbindingen, stengels, takken, bladeren, stromen, stroming. Sterrenstelsels, deel van deze wereld of niet, die zich uitrekken en weer inkrimpen, telkens opnieuw. De gelijkenissen tussen alle levende vormen. De stroom die door alles, dood of levend, heen spoelt. De ademhaling van het universum.

Ik snap dat dat voor veel mensen erg ver afstaat van hun dagelijkse bezigheden, die kleine maar zo belangrijke vreugdes en verdrietjes van hun leven. En ik bedoel dat niet kleinerend. We bewonen allemaal een verhaal dat met ons resoneert, en zoals in elk gezond ecosysteem is er ruimte voor allen. Mijn persoonlijke perspectief blijkt gewoon nogal sjamanistisch te zijn, dat is alles. Ik voel mij het meest thuis aan de rand van de menselijke samenleving. Mijn loyaliteit ligt, vrees ik, niet bij de mens.

Het verhaal dat ik bewoon heeft meer te maken met atomen en sterrenstelsels dan met samenlevingen. Ik ben geen kluizenaar en koester een aantal mensen in mijn directe omgeving, maar een ander stuk van mij aanvaardt dat ieder van ons weinig meer is dan sterrenstof in een tijdelijke verschijning, op weg van de ene vorm van fysieke manifestatie naar een volgende. Het enige wat we zeker kunnen weten, is dat alles in de kosmos constant verandert maar dat niks ooit verloren gaat.

Zoiets is dus navigeren in een ingewikkelde matrix van materie en energie waarin de contouren van het menselijk leven weinig meer zijn dan een laagje vernis. Die contouren zijn wel handig om te functioneren binnen de wetten van maatschappij en zwaartekracht, maar vanuit het groter perspectief bekeken zijn ze op geen enkele manier essentieel.


De reis die ik onderneem, is verre van voltooid. Ik hoop dat de woorden mijn bondgenoten zullen blijven op dit pad dat ik aanvoel als het mijne. Om nu en dan iets over mijn avonturen en inzichten te kunnen vertellen, als dat wenselijk is. Maar ik zal ze niet forceren. Ik hoop dat ook beelden en wie weet zelfs muziek eveneens mijn bondgenoten zullen blijven, om een gezicht of een stem te geven aan datgene wat ik niet langer kan beschrijven.

En als er uiteindelijk toch alleen maar stilte wil overblijven, de centrale as van een leven dat resoneert met schoonheid en verbondenheid, wie ben ik dan om te klagen?

De diepere stromingen hebben immers hun eigen manieren om verhalen te weven.

(c) Inaya photography, alle foto’s genomen in Plantentuin Meise en op de tentoonstelling met werk van Antony Gormley in de Royal Academy of Arts, Londen