“Mama, ik wil weer een baby’tje zijn”

Zomer_169 ed cut

Onze zesjarige zoon staat op het punt de kleuterschool achter zich te laten. Zijn testen waren schitterend, zegt de juf, hij is er helemaal klaar voor. Ik twijfel er niet aan dat ze gelijk heeft. Met plezier en bewondering hebben we hem zien groeien, en het laatste half jaar was er plots onmiskenbaar de metamorfose van kleuter naar jongen. Hij bouwt ingenieuze constructies in Lego, waarbij er van alles kan draaien, dichtklappen en in een oogwenk transformen naar iets anders. Hij heeft een paar goeie vrienden met wie hij kan ravotten, bouwen en muziekles volgen. Hij voert hilarische discussies met ons en onderhandelt als een diplomaat met geldingsdrang. Hij bedenkt luidop verhaaldialogen terwijl hij bouwt en speelt – soms in aandoenlijk krom cartoon-Engels (“Oh man! He is trapped! He fell off the road!” ). Too smart for his breaches. Heerlijk.

En dan kruipt hij op de zetel, rolt zich op mijn schoot tot een bolletje en, helemaal verpakt in de cocon van moederlijke warmte, zegt hij het.

Vrouwen onder elkaar lachen wel eens dat mannen altijd een beetje kinderen blijven. Het is een van de dingen die hen bij tijden aantrekkelijk maakt. Of op zijn minst vertederend. Maar dan hebben we het over volwassenen. Wat moet ik met dit snel uitschietend bolletje zoon, dat terugverlangt naar de moederschoot?

Natuurlijk weet ik dat hij nog een kleine jongen is. Dat bewijzen Tijger, Hert en Beer, die meegaan op elke belangrijke trip (waarbij Tijger al vijf en een half jaar de betrekking van vaste Lievelingsknuffel houdt, ooit ontvreemd vanop mama’s kast en nooit meer teruggegeven; de rest van het entourage verschilt van jaar tot jaar en komt in gradaties van aaibaarheid – soms zit er zelfs een gier bij).
Van zijn tut nam hij pas laat en heel moeizaam afscheid, waarna de gewoonte om ’s avonds te tutteren prompt werd vervangen door op elk moment van de dag op speelgoed bijten – ja, ook op zijn zo geliefde Lego. Hij kan ook nog altijd wegkruipen achter mijn rokken als iemand hem bij een kennismaking rechtstreeks aanspreekt.
Maar ook hij voelt dat de dingen gaan veranderen. Dat ze al aan het veranderen zijn, en hij erbij. Hij heeft er zin in, maar iets in hem kijkt geregeld achterom. Hij lijkt te beseffen dat hij op het punt staat het meest onschuldige en onbewuste stuk van zijn leven los te laten. Wat kan de wereld dan bij momenten groot en onherbergzaam lijken.
Ik moet denken aan een hond die achter zijn stok aan wil. De open zee lonkt maar de golven zijn best hoog en de wind is nogal guur. Je zou voor minder terugkrabbelen naar het strand.

Ik sla mijn armen om hem heen en geef hem de warmste moederknuffel die ik in mijn lijf heb. Ik druk een kus op zijn haren, en nog een op zijn wang. En ik zeg:
“Jij zal altijd mijn baby’tje zijn, lieverd. En tegelijk word je ook een fantastische grote jongen.”
Hij kreunt iets. Ik aai zijn arm.
“Tijd voor het vieruurtje. Wordt het een flesje melk? Of toch maar liever een appel en een wafel?”
Hij lacht en springt op van de zetel. Mijn stralende, uitgelaten jonge hond, weer eventjes helemaal verzoend met de golven.

Advertenties

“Nee, dit is niét alleen een zaak onder moslims”

Durre Ahmed is moslima en feministe. Ze doceerde ruim dertig jaar psychologie aan het Pakistaanse National College of Arts en ze is een internationaal erkend expert op het gebied van gender en islam. Haar doorleefde visie op religie en vrouwelijkheid biedt zowel moslims als westerlingen waardevolle en confronterende inzichten.
Durre Ahmed kent België goed, ze komt hier al jaren lezingen geven. Naar aanleiding van haar recentste bezoek konden we een lang gesprek met haar hebben.

“Mijn ouders hebben ons altijd gestimuleerd om te leren. Niet alleen door diploma’s te behalen, maar ook door oprecht nieuwsgierig naar de wereld te kijken. Mijn moeder had een bachelordiploma in een tijd toen vrouwen ook in het westen niet werden aangemoedigd om te studeren. Ze kreeg vijf kinderen, ging terug naar de universiteit, behaalde drie masterdiploma’s en gaf er les tot haar pensioen. Mijn vader had haar twee voorwaarden gesteld: hij onderhield het gezin en wij als kinderen mochten aan zorg of aandacht niets tekort komen. Maar toen ze een beurs kreeg om een jaar naar Amerika te gaan, heeft hij wel voor ons gezorgd.
Wat ik ook heb meegekregen, is geloof in God. Wij werden daar niet toe verplicht, we zagen gewoon hoe onze ouders hun verbondenheid met het onzichtbare beleefden. Godsdienst is als een moedertaal: je kent de regels niet, maar toch spreek je ze. Je kunt niet bewust uitleggen waarom je doet wat je doet.
Mijn ouders waren sterke persoonlijkheden, elk met een heel andere stijl en andere ideeën over spiritualiteit. Mijn vader was oogarts, een erg rationele man. Voor hem moest godsdienst een logische betekenis hebben. Mijn moeder was veel emotioneler, haar spiritualiteit was mystieker. Godsdienst gaat niet over man of vrouw maar over wie we zijn als mens, en dat beseften zij allebei heel goed.”

“Ik leefde jarenlang in New York, en het had nooit uitgemaakt dat ik moslima was. Ik droeg altijd de traditionele klederdracht die alle vrouwen in Zuid-Azië dragen. Maar toen de Balkanoorlog uitbrak, begon er iets te veranderen en na de aanslagen op de Twin Towers werd er plots anders over mij gepraat. ’Vrouwen in de islam worden onderdrukt’, kopten de media. Hoe moest ik hiermee omgaan? Ik was feministe, én moslima, én er werd vreemd naar ons gekeken. Dus ik beet me erin vast.”

Verlies van evenwicht

“Door mijn studie kende ik de westerse psychologie. Ik apprecieer Carl Gustav Jung, die godsdienst belangrijk vond. Een van de grote tragedies van het westen was volgens hem het verlies van spiritueel bewustzijn, en in het bijzonder het vrouwelijke element. Let wel: we hebben het over psychologische kwaliteiten. Het zachtere, meer empathische deel van de persoonlijkheid heet ‘vrouwelijk’, vergeleken met de hardere, ‘mannelijke’ kant. Beide zijn even belangrijk voor een evenwichtig leven.
Het verlies van dat evenwicht zie je in de geschiedenis van de westerse godsdiensten. In de eerste christelijke gemeenschappen heerste gelijkwaardigheid. Vrouwen mochten voorgaan in de eredienst, ze mochten dopen. De officiële institutionalisering van de kerk zette daar een punt achter. En belichaamde de figuur van Maria in het katholieke geloof nog de vrouwelijke kant van spiritualiteit, het protestantisme schoof ook haar opzij.
Dit soort ontwikkeling heeft gevolgen. Geen enkele andere godsdienst ter wereld kent het equivalent van de Inquisitie. De heksenvervolgingen waren vooral gericht tegen vrouwen en waar zij voor stonden: een andere verbondenheid met het goddelijke dan hoe een ‘mannelijke’ instelling het wilde hebben.’

“Alle innerlijke diversiteit, religieus of niet, is in het Westen stelselmatig geweerd, en wordt steeds vaker bestempeld als een ziektebeeld. Wereldwijd lijden vandaag meer vrouwen aan depressie dan mannen, en ze krijgen doorgaans dubbel zoveel medicijnen voorgeschreven. De farma-industrie draait jaarlijks vijf miljard dollar omzet om ons ’normaal’ te houden. Dat is de schaduwzijde van hoogtechnologische beschavingen: de torenhoge zelfmoordcijfers, vooral onder jonge mensen. België zit op dat vlak bij de wereldtop, in negatieve zin.”

Beha’s en wasmachines

“Voor mij is en blijft het feminisme een zeer belangrijke evolutie in het westers denken. Zelfs vandaag is het zo bedreigend dat het in de marge wordt geduwd en verdacht gemaakt. Je weet wel: beelden van vrouwen die beha’s verbranden en zo. De feministische kritiek op onze denkbeelden gaat terug op Descartes’ beroemde ‘ik denk, dus ik ben’. Die stelling beschouwt alles behalve de ratio als dood. En in het Westen wordt niet alleen gedacht zoals een man, maar dan nog als een jonge man, een adolescent die bezig is met actie, wedijver en geweld.
De natuur is altijd gezien als vrouwelijk: Moeder Natuur. En de Moeder is een krachtig symbool. We worden uit haar geboren en ze zorgt voor ons, maar ze is meer dan zonneschijn en mooie bloemetjes. Ze is ook tsunami’s en aardbevingen. Dat is nu allemaal herleid tot: koop je moeder voor Moederdag een wasmachine en gebruik voor de rest je verstand. Het is een manier van denken die ook vrouwen hebben overgenomen. Vanuit het standpunt van de ’denker’ zijn vrouwelijke kwaliteiten zwak. Het vrouwelijke deel van onze psyche lijdt, en dat is iets wat óók mannen raakt. De ratio is een goede manier om de materiële wereld te begrijpen, maar niet de ziel.
Het voelt wat vreemd om het hier in het Westen over de ziel te hebben, dat geef ik toe. Maar in de islam heb je de negenennegentig namen van God. Er zijn namen van macht en grootsheid en kracht, maar ook namen van mededogen, schoonheid en tederheid. Die nuances vind je zelfs in de Bijbel, hoewel niet in de officiële versie.
De ecofeministen leggen nu de link dat de manier waarop we vrouwen en hun lichaam behandelen, overeenkomt met hoe we de natuur behandelen. Die is ook ‘dood’, want niet rationeel, en daar mag je dus mee doen wat je wilt: gebruiken, misbruiken.”

Zoals je grootmoeder

Het is gevaarlijk om zomaar te stellen dat niet-westerse vrouwen niet vrij zijn. En de hele discussie ophangen aan één element zoals de hoofddoek, is onzinnig. De hoofddoek is een symbool. De westerse wereld denkt niet alleen mannelijk maar ook seculier. Daaruit volgt dat mensen symbolen niet meer begrijpen. Levende symbolen hebben een grote kracht. Ze kunnen nooit helemaal verklaard worden. Kun je mij drie afbeeldingen tonen van de maagd Maria zonder een hoofddoek? En dat er middeleeuwse schilderijen zijn waarop het niet zo is, is erg interessant, want daar zitten we nog in de periode vóór de Inquisitie.
Ik draag geen hoofddoek, maar als ik een kerk binnenga, bedek ik altijd mijn hoofd uit respect voor een heilige plaats. Ik stelde jarenlang mijn studenten de vraag wat de hoofddoek voor hen betekende. En zoals dat met symbolen gaat, gaven ze allerlei subjectieve antwoorden, nooit alleen maar een religieuze uitleg. Heel waarschijnlijk droeg Maria een hoofddoek omwille van het klimaat. Van de hoofddoek dus het stereotype beeld van vrouwenonderdrukking maken, is absurd.”

“Er zijn vandaag zorgwekkender tendensen. De islam is verstrengeld geraakt met de internationale politiek, en ik zie twee dingen die mij beangstigen. Ten eerste de groeiende eenzijdigheid van de hoofddoek, die je steeds vaker in de moslimwereld ziet opduiken. Mijn moeder verliet nooit het huis zonder dat haar hoofd bedekt was. Maar zij droeg haar zijden sjaals als een mooi en erg vrouwelijk aspect van haar klederdracht. De strikte uniformiteit die nu komt overgewaaid uit Saoedi-Arabië, met hoofddoeken strak als helmen, die is beangstigend. Ik zeg moslima’s vaak: ‘Als je de hoofddoek wilt dragen, doe het dan zoals je grootmoeder het deed. Maar neem geen gewoonten over van een continent aan de andere kant van de wereld.’
Wat velen niet inzien, is dat de Saoedi-Arabische versie van de islam – één versie uit de duizenden die er bestaan, en zeker niet de mooiste of rijkste – alle andere aan het verdringen is. En de druk komt van twee kanten. Want de gemiddelde westerling kijkt door de christelijke bril en vraagt: welke centrale autoriteit spreekt voor de moslims? Er is helemaal geen centrale autoriteit in de islam, net zomin als in het boeddhisme of het hindoeïsme. Er zijn anderhalf miljard moslims in de wereld en 85 procent van hen heeft niets te maken met de Arabische cultuur. Maar geld en macht spelen een rol. En het Westen is zo invloedrijk dat ook moslims in die termen beginnen te denken. De islam is zichzelf aan het vernauwen, ongeveer zoals het christendom ooit. Dat is mijn grootste angst. Ik hoor in het Westen wel eens: de islam heeft nood aan een reformatie. En dan denk ik: de Inquisitie is niet ver meer af.”

“Een paar jaar terug toonde een vriend mij een advertentie in een grote Vlaamse krant voor een gratis exemplaar van de Koran. Ik was heel benieuwd naar die vertaling. Er bestaat namelijk geen officiële versie van de koran, er zijn alleen ontelbare interpretaties. De boeken die uitgedeeld werden, waren gesponsord door Saoedi-Arabië. Ik heb vijftig verschillende koranvertalingen thuis, maar dit was ik nog niet eerder tegengekomen. In een van de verklarende voetnoten staat letterlijk: ‘de mensen die Gods woede opwekken, zijn de joden en de christenen’. Ik heb nog nooit zo’n lelijke, bevooroordeelde interpretatie van de tekst gezien, en het zijn de westerlingen zelf die helpen om ze te verspreiden…”

Het gewicht van kennis

“Er is een heel mooie passage in de Koran, waarin God zegt: ‘We maakten jullie in verschillende stammen en landen, zodat jullie elkaar zouden leren kennen.’ Ik vind dat een heel diepe gedachte. Er zijn fantastische dingen in het Westen die moslims niet altijd beseffen of naar waarde schatten. Vergeleken met bijvoorbeeld Pakistan zijn ze hier veel vrijer om hun godsdienst te beoefenen, in alle diversiteit. Europa is het grote laboratorium, elke vorm van islam is hier aanwezig. De nabije toekomst ziet er lelijk uit, en de clash wordt steeds erger, maar ik denk dat beide partijen erbij kunnen winnen. Mensen hebben het nu al over de Europese islam, en dat is goed. Het moet van hieruit komen. Maar daarvoor moeten moslims ook contact willen aangaan met niet-moslims. We hebben meer kennis nodig over elkaar, van beide kanten.”

“Ik vind het verbieden van alle religieuze symbolen een beetje absurd. In Zwitserland voelt men zich bedreigd door de vorm van een gebouw: hoe zwak is een beschaving die doodsbang is voor een minaret? Hoeveel vrouwen in heel Frankrijk willen er een burka dragen? Dertig misschien? Ik begrijp dat het Westen de radicale islam niet wil steunen, maar zelf zou ik tegen die vrouwen zeggen: ‘Je snapt toch dat je nu een werktuig van Saoedi-Arabië bent, nietwaar? Voor je het weet, mag je het huis niet meer uit.’ Maar het kan moeilijk zijn om mensen te bereiken. Als ik hier met moslimvrouwen praat, merk ik dat ze erg beïnvloed worden door imams op de televisie en in de moskee. Als ik vraag waarom ze zomaar accepteren wat ze te horen krijgen, antwoorden ze: ‘De imams zeggen ons: kijk naar wat er met het christendom is gebeurd. Zij stelden te veel vragen, en daarom zijn hun kerken nu leeg.’ Dat is gewoon niet wáár: het was de hiërarchie van de patriarchale structuur waartegen mensen hier in opstand kwamen. En ik zou mijn ziel moeten toevertrouwen aan een of andere twintigjarige imam? Nonsens.”

“We moeten vrouwen hiervan bewust maken. En nee, dat is niét alleen een zaak onder moslims. De tijd waarin het westen kon aarzelen ‘wie zijn wij om er iets van te zeggen?’ is voorbij. Kennis brengt verantwoordelijkheid met zich mee. De overgrote meerderheid van moslims die naar het Westen komen, zijn arbeiders. En het duurt minstens twee of drie generaties voor geesten veranderen onder invloed van onderwijs en samenleving. In die zin valt de verantwoordelijkheid dus bij mensen die wél een opleiding en hoger onderwijs hebben gehad. Ik heb het gevoel dat dat de enige weg vooruit is: geschoolde westerlingen die moslims het beste van hun eigen geloof leren kennen. Maar daarvoor moet het westen zijn eigen spiritualiteit ook weer omarmen. Dat is de uitdaging die moslims het Westen brengen. Zij vertegenwoordigen de gedachte: dit is zo belangrijk dat we ervoor willen sterven. En dat zeggen ze tegen een cultuur die vindt dat niets het meer waard is om voor te sterven.”

Roekeloos

“Het Westen is bang, en wil dat niet toegeven. Angst zelf wordt ook niet meer geaccepteerd. Roosevelt zei: ‘Het enige waarvoor je bang moet zijn, is de angst zelf.’ Dat is nonsens: angst heeft een waardevolle functie. We zijn terug bij de mannelijke adolescent, die zijn grenzen wil testen. Maar je kunt een kind niet leren dat het zijn vingers niet in het stopcontact mag steken door het dat maar te laten uitproberen. Je ziet dat ook in de roekeloze manier waarop we omgaan met het milieu. De monotheïstische godsdiensten onderwijzen angst. Zeven van de tien geboden gaan over dingen die je niet mag doen. Het is belangrijk om te beseffen dat je grenzen niet kunt blijven overschrijden zonder dat dat gevolgen heeft.
Angst heeft dus een plaats. Mensen erkennen dat niet, met als gevolg dat iedereen nu bang is om de verkeerde redenen. Maar wat je onderdrukt, komt altijd naar je terug. Twintig jaar geleden zei ik hier al: demoniseer de islam niet zo, want je kinderen zullen ze nog veel aantrekkelijker gaan vinden. Dat ligt in immers de aard van kinderen. En nu zie je jongeren naar Syrië trekken… Zoiets is gewoon de menselijke natuur, en dat begon al met ‘van die boom mag je niet eten.” (lacht)

Er verschuift veel in de wereld en niet alles stemt mij hoopvol. Maar ik zie dat meer en meer vrouwen, ook in het Westen, hun spiritualiteit willen ontdekken. Het is mijn droom dat de uiteindelijke verandering van vrouwen zal komen, zowel van binnen de islam als daarbuiten.”

Gepubliceerd in De Bond op 20 december 2013