De ZijLijn ~ 2

Radiocolumns in coronatijden

~2~ Buiten de lijntjes

Wat doen we, als de lijntjes van ons bestaan plots heel erg strak getrokken worden?

We kunnen het een keurslijf dopen, het bevechten, het te lijf gaan als een hinderlijke beperking. Of we kunnen het voor lief nemen en kijken welke onverwachte mogelijkheden het met zich meebrengt.

Soms leveren beperkende omstandigheden fantastische innerlijke vergezichten op. Want als de buitenwereld plots erg klein wordt, is er altijd nog de binnenwereld. En die is zowat eindeloos.

Maar net zo goed vreten de dagen van eentonigheid aan ons gemoed, als een nijdig knaagdier dat hapje per hapje knabbelt aan onze weerstand, ons goed humeur, ons geloof in waar dit allemaal heen gaat.

Je kunt de wanden van je kooi – al dan niet met tralies, kies maar – voor lief nemen. Want de verhalen in ons hoofd, die kennen geen grenzen. Toch niet als wij dat niet willen. Soms is dat mooi. Soms is het triest.

Op een middag loopt er plots een vrouw in onze tuin. Als ik de schuifdeur open en haar vraag wat ze zoekt, reageert ze verbaasd en excuseert ze zich. Ze dacht dat het huis leeg stond, zegt ze, dat het misschien te koop was. Ze wilde eens kijken…

Nu is onze voorgevel inderdaad niet moeders mooiste, en onze oprit is een door onkruid overwoekerde bedoening. Per toeval is hij ook nog eens leeg. We hebben de auto namelijk een eind verderop geparkeerd omdat we met de ladder in de dakgoot aan de slag moesten. Hij stond daar niet meteen in de weg en we gaan deze dagen toch nergens heen.

Kortom: met wat goede wil kan ik het mens nog enigszins begrijpen. Maar wie helder van geest is, zou de gesnoeide struiken zien, de potplanten, de trampoline, het speelgoed en de strijkplank in de tuinkamer, het gemaaide gras, alle andere grote en kleine sporen van actieve bewoning. Om nog maar te zwijgen van het feit dat er overduidelijk geen ‘TE KOOP’-plakkaat voor onze deur staat.

De vrouw reageert oprecht verrast. Ze komt op me toe om te praten, lijkt van plan om gewoon bij ons naar binnen te stappen. Ze schrikt van mijn afwerend gebaar maar blijft dan gedwee staan. Ze schijnt mijn afwijzing niet helemaal te begrijpen. Ik voel me een hardvochtig mens.

Ze woont een eindje verderop in onze straat, zegt ze. Nadat ik haar vriendelijk verzeker dat wij hier al vijftien jaar wonen (‘Oh, echt waar? Dat wist ik niet!’), wijs ik haar hoe ze de tuin weer uit komt. Ze weet plots niet meer hoe ze die eigenlijk is binnengekomen. Ze loopt twee keer na elkaar het doodlopende boogje in, waar struiken haar van alle kanten de weg versperren.

Ten slotte vindt ze op mijn aanwijzingen het pad dat naar het tuinhek leidt. Het tuinhek geeft uit op de oprit, en dan ziet ze de straat. Van daar redt ze het wel. Hoop ik.

In betere tijden zou ik haar naar huis begeleid hebben. Nu sta ik haar na te kijken en mij zorgen te maken. Ik vrees dat er deze dagen nog meer verwarde, vereenzaamde mensen door de straten dolen, vruchteloos zoekend naar houvast.


De ZijLijn is een reeks columns geschreven voor The Saturday Night Shuffle, een radioprogramma van Jan Huib Nas. Te herbeluisteren op Radio Lede.

De zaag bovenhalen

Loop je de laatste tijd soms wel eens tegen je grenzen aan? Lijkt de kamer te krap, de wereld te vreemd, het leven een film waarin je niets meer herkent?

Er komt veel op ons af. Ook op plekken en in landen die – laten we eerlijk zijn – op het eerste zicht niet bijzonder zwaar getroffen zijn door de hele coronastorm. Het is nutteloos en onwenselijk om onzekerheid en menselijk leed in honderd-en-één vormen tegen elkaar te gaan afwegen. Er zijn persoonlijke drama’s, en er is een grote, collectieve golf. Beide raken ons in meerdere of mindere mate. Op welk punt van het driedimensionaal spectrum je je ook bevindt, het is ingrijpend.

Dat is altijd het geval, als oude werelden aan het wankelen gaan.

Boomverzorger aan het werk (c) Inaya photography



Ik zit in een luxepositie. Ik hoef niet veel meer te doen dan de bordjes van gezin-werk-school-huishouden-persoonlijke behoeften in de lucht te houden, zonder dreigend faillissement, zonder zware ziektes of verliezen (voorlopig).
En toch ben ik ook al een paar keer tegen mezelf aan gelopen.

De details doen er totaal niet toe – mijn demonen en processen zijn de mijne. Maar wat ik wel leerde, is dat wat vaak het meest uitdagend is, het taaist om op een nieuwe en andere manier mee om te gaan, niet de veranderende leefomstandigheden zijn, maar mijn eigen innerlijke strategieën die een nieuwe situatie willen benaderen op een oude manier.
Ik loop niet tegen de situatie aan, maar tegen mezelf.

Vandaag kwam onze vaste boomverzorger de bomen in onze tuin snoeien. Elk gezond levend wezen moet zich van tijd tot tijd ontdoen van wildgroei. Boomverzorgers zijn geen doorsnee snoeiers. Ze weten precies welke takken op termijn een risico vormen op doorscheuren, insluipend rot, schuurschade. Ze aarzelen niet om de zaag boven te halen. Het huis dreunde van het gewicht van de takken die de grond raakten. Maar ze snoeien nooit zomaar, ze verminken niet. De bomen die zij onder hun hoede hebben, floreren.

Er is iets fundamenteel aan het schuiven in het onderbewustzijn van de mensheid, deze dagen. We voelen het allemaal. Het neemt de mooiste en de lelijkste vormen aan, en het zal blijvende impact hebben.

Maak ik mezelf groter, of juist kleiner? Houd ik mijn adem in tot morgen of neem ik ten volle bezit van vandaag? Bereken ik wat er in de toekomst misschien nog (of weer) zal kunnen, of sta ik toe dat dit proces mij wezenlijk verandert, hier en nu?

Ik geef me over aan het werk van dit tijdsgewricht als een boom onder de handen van een boomverzorger. Ik heb geen persoonlijke controle over welke takken er nu sneuvelen. Ik weet wel dat ik, dankzij wat er nu op mij inwerkt, zal groeien en bloeien op een heel nieuwe manier.

Boomverzorgers aan het werk (c) Inaya photography

De ZijLijn ~ 1

Radiocolumns in coronatijden

~1~ In de burcht

Er bestaat een fijne Engelse zegswijze: my home is my castle.

Onze huizen hebben vandaag wel wat weg van versterkte burchten. We halen de ophaalbruggen op, we zetten manschappen op de kantelen. Een flauwe grapjas die begint over toiletpapier als munitie.

Hoe ga je om met het onbekende, vraag ik me af. Het is een vraag die heel veel mensen nu bezighoudt. Sla je massa’s materiaal in en hoop je dat de storm je bunker passeert? Ga je je vragen stellen bij de wereldorde en de manier waarop je je leven tot nu geleefd hebt? Ben je intussen meer dan klaar om je kinderen achter het behang te plakken, met een zekere voldoening zelfs, en  hoop je dat ze daar liefst een hele week blijven hangen? Ben je overstelpt door digitaal werk? Of zie je de muren van je eenzaamheid op je afkomen?

We zijn met z’n allen in het scenario van een rampenfilm terechtgekomen, maar dan wel eentje van B-niveau. De toestand is hopeloos, maar niet ernstig. Of was het misschien toch omgekeerd?

Ik heb thuis de logeerkamer ingepalmd. Ik heb er wat planten voor het raam gezet en een zitzak gedropt. Als de deur dicht is, wil ik even niks met de rest van de wereld te maken hebben. We hebben allemaal nood aan een plek in ons hoofd waar het stil mag worden. In die kamer denk ik na over moeilijke vragen. Daar schrijf ik, niet om antwoorden te vinden maar om de vragen beter te begrijpen. De moeilijkste vragen zijn trouwens de interessantste. Die leveren goede verhalen op.

En nieuwe tijden hebben nieuwe verhalen nodig. Maar als onzekerheid ons dreigt te verlammen, is het soms ook goed om terug te grijpen naar de oudste, de beste.

In Ronja de roversdochter vertelt de Zweedse auteur Astrid Lindgren hoe elke avond van Ronja’s jonge leven eindigt met hetzelfde ritueel: voor het slapengaan zingt haar moeder Lovis het Wolfslied.

De wolf heeft het koud en de honger scheurt in zijn maag. Maar wolf, o wolf, kom niet naar hier, zingt Lovis. Want mijn kind, dat krijg je niet.

In de koude, tochtige burcht van haar vader de roverhoofdman slaapt Ronja in met een gerust hart. Want de burcht is sterk en de muren zijn dik, en de hongerige wolf kan, als hij toch zijn opwachting zou maken, best nog wel een varkensstaart krijgen om zijn honger te stillen.

Dus niets houdt haar tegen om de dag daarop onbevreesd de wereld te verkennen, met een open hart, een open geest.

Ik gun iedereen deze dagen een wiegelied dat de wolf op afstand houdt, en een onbevreesde blik om de wereld tegemoet te treden.

Want zoals Lovis zingt: mijn kind, wolf, dat krijg je niet. Nee, dat krijg je nooit.



De ZijLijn is een reeks columns geschreven voor The Saturday Night Shuffle, een radioprogramma van Jan Huib Nas. Te herbeluisteren op Radio Lede.

ZAAILING #79 – De geheime tuin

(c) Jurgen Walschot


Zie mij graag, zegt ze.
Dat doe ik, zeg je. Van zo dichtbij als ik mag.
Je mag wel wat dichter komen, hoor, zegt ze.
Je knikt. Maar je doet het niet. Soms moet je iemand de ruimte geven, ook als ze zelf niet weet dat ze die nodig heeft.

Je lijkt een beetje op een madonna, zeg je.
Hoezo, vraagt ze. Heb ik geen kleren aan of zo?
Madonna’s hebben juist wel kleren aan, grijns je. In statige gewaden staan ze onder stolpen te staren naar wie hoopt hun zegen te krijgen.
Ik sta niet, zegt ze. Ik zit. Ik lees. Laat me met rust.

De wereld komt bij momenten zo hard binnen dat afstand het grootste geschenk is dat je iemand kunt geven. Dichtbij willen zijn maar toch niet binnendringen. Het gebaar van de ander laten komen, ook als dat wil zeggen dat je er misschien heel lang op moet wachten.

Hoe breek je uit een stolp van eigen makelij? Hoe leren we leven met de begrenzingen die het leven ons oplegt? Onze wanden zijn zo dun dat ze maar al te vaak vragen om bescherming. De ene maakt er een klein koninkrijk van, een geheime tuin, de ander een terrarium waaruit langzaam alle lucht weg sijpelt.

Ze kijkt op van haar boek. Ze glimlacht. Je ziet mij graag, zegt ze.
Ik voel het tot hier.



ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

Groeien – naar binnen toe

(c) Inaya Photography



De afgelopen weken zat ik met een vreemd gevoel.
Ik wilde niet naar buiten. De lente kwam te vroeg, daar had ik het al over, maar er was meer aan de hand. Het voelde een beetje alsof ik kluizenaar wilden worden. Liefst zo weinig mogelijk mensen wilde ik zien, zo weinig mogelijk gedoe aan mijn hoofd hebben.

Dat was een ongewone ontwikkeling op het moment dat de lente op uitbreken stond en traditioneel overal in het land kinderboeken en hun makers naar buiten komen om zoveel mogelijk (jong) publiek te bereiken. Ik beken: ik stelde me plots vragen, bij alles inclusief mezelf.

Intussen is de wereld helemaal in overeenstemming gekomen met mijn bizarre gevoel van naar binnen keren. Veel mensen hebben het er moeilijk mee en het vraagt van bijna iedereen een enorme aanpassing. Juist voor het duidelijk werd dat de crisis rond Covid-19 ernst was en dat er maatregelen zouden komen, had ik vrede gevonden met mijn situatie.
Daarom wil ik hier nu delen wat ik een paar weken terug aangereikt kreeg.

Ik heb geleerd om te luisteren naar wat zich innerlijk aandient, ook als dat een bevreemdend gevoel is. Daarom ging ik er niet tegen in verzet, ik onderzocht het. En ik liet de antwoorden spontaan opkomen, van een diepe (of hoge) plek in mezelf.

Dit is wat ik leerde.

We zijn gewend om groei en ontplooiing, van welke soort dan ook, te associëren met een dynamiek naar buiten toe, een expansie. We willen meer doen, meer zijn, meer mensen bereiken, meer begrijpen, meer inzichten delen, meer verwezenlijken. We associëren groei met het innemen van meer terrein. Maar dat is in feite een misvatting.

Groei kan net zo goed naar binnen toe. Dan wordt het een vorm van verdieping, een brede resonantie die, als ze de kans krijgt, in alle subtiliteit zelfs veel verder reikt dan de luidruchtige en ogenschijnlijk actievere uitwaartse beweging.

(c) Inaya Photography


Net zoals bij eb het water zich terugtrekt en precies daardoor het strand veel groter en uitgestrekter wordt, is een beweging naar binnen toe een uitnodiging om een aspect van onszelf aan het licht te laten komen dat gewoonlijk schuilgaat onder de deining van de dagelijkse drukte en hectiek.

Als we onszelf niet meer (kunnen) afleiden, verdoven of bezighouden met de dynamiek van het water, worden we bijna gedwongen om te kijken naar het strand. Op het eerste zicht lijkt dat misschien leeg, een verlaten vlakte met eindeloze verveling als horizon. Dat kan beangstigen, maar het kan ook een enorm bevrijdend zijn. Veel mensen gaan niet per toeval uitwaaien aan zee en maken dan hun standwandelingen het liefst bij eb. De wind, de ruimte, het gevoel dat de vereisten van de wereld even losgelaten kunnen worden, het is er allemaal.

Hoe tegenstrijdig het ook kan klinken in deze tijden, maar precies dat gevoel is ook nu binnen handbereik. Zó groot kan onze innerlijke ruimte zijn, zelfs in een klein appartement in de stad.
Want kijk, het water trekt zich terug. Activiteiten worden geschrapt, onze bewegingsvrijheid wordt drastisch beperkt. We worden zowat verplicht – door deze hele toestand, maar ik noem het liever door het Leven Zelf – om naar binnen te keren.

Ik maak me geen illusies: er zullen nog kwade dagen komen. Medisch, sociaal, emotioneel, voor heel veel mensen persoonlijk en voor ons allen als samenleving. We zullen tegen conflicten met huisgenoten aanlopen, tegen eenzaamheid, tegen allerlei vormen van confrontatie met onszelf. We zullen ziek worden en mensen verliezen of dierbaren kennen die dat doen. We zullen als samenleving daveren op onze sociale en economische grondvesten. Maar als er één ding is wat Covid-19 ons nu al, na een paar luttele weken, scherper duidelijk heeft gemaakt dan wat ooit tevoren, dan is het dat alles met alles verbonden is, en wij allemaal met elkaar. Het is een wake-up call van formaat, en steeds meer mensen hebben ze begrepen.
Laten we vanuit die hervonden kwetsbaarheid en verbondenheid ook de inzichten verwelkomen van de weken die nog zullen volgen.

Want het water trekt zich terug. De golfslag van het gewone dagelijkse leven valt stil.
Nu kunnen we kiezen. Gaan we die ontruiming te lijf met zoveel mogelijk trucs en technieken om onszelf bezig te houden en de stem van ons innerlijk te overschreeuwen terwijl we de muren stilaan op ons zien afkomen?

Of staan we toe dat het strand bloot komt te liggen?

(c) Inaya photography

Ziende blind

1 // Verandering van perspectief

De maatregelen om de verspreiding maar vooral een drastische piek in het Covid-19 virus tegen te gaan, zijn amper een paar dagen actief. Toch merk ik de impact ervan overal. De kracht van een verhaal, denk ik glimlachend bij mezelf. Ziedaar in levende lijve bewezen hoe het werkt.

Niet dat de informatie die we krijgen over het virus of de maatregelen die in het kielzog daarvan worden opgelegd verzinsels zouden zijn. Integendeel, zo bedoel ik het woord ‘verhaal’ niet. Ik observeer gewoon hoe snel een samenleving kan draaien van ‘het is een sprookje’ naar ‘het is bittere ernst’ en navenant zijn gedrag aanpast. Tot nu toe zijn de mensen die rechtstreeks in contact kwamen met Covid-19 in België op de spreekwoordelijke hand te tellen. Maar we nemen de berichtgeving erover serieus, en we passen ons gedrag aan. Ziedaar de kracht van een goed verteld verhaal.


2 // Hoe herorganiseren we ons leven?

En wat moeten we nu aan met die toestand thuis? Aan de reacties te merken zou je denken dat nogal wat volwassenen in dit land bang zijn van hun kinderen.
Dat klopt natuurlijk niet, ze zijn vooral ongerust over de combinatie werkdruk-van-thuis-uit en kinderen-die-intussen-rondlopen-en-beziggehouden-moeten-worden.

Als we er voor openstaan, laat ons dit de ruimte om bijzonder interessante vragen te stellen over de manier waarop we ons leven tot nu toe geleefd hebben. Was het echt allemaal zo noodzakelijk, die drukte, dat heen-en-weer geren?
In een zeer eerlijk opiniestuk legde een leerkracht vandaag hét grote pijnpunt van ons hedendaags onderwijs bloot: wat is de belangrijkste reden waarom we we eigenlijk lesgeven aan kinderen? En waarom schieten we zo in een kramp bij de gedachte dat er drie weken (3!!) verloren zouden gaan?


3 // Hoe herbekijken we onszelf?

Ik herken de echo’s hiervan in de talloze Facebookposts van schrijvers, kunstenaars, theatermakers, zelfstandigen, die oproepen om iets te doen, iets te maken, iets in te lezen, iets te filmen.
Natuurlijk zijn er handenvol mensen in deze samenleving die nu een aantal weken niets zinnigs (of betaalds) meer om handen hebben. Dat kan dramatische proporties aannemen en ik houd mijn hart vast voor wat de gevolgen zullen zijn voor sectoren in de samenleving die het van nature al moeilijk hebben. Dus uiteraard kunnen we nog een boek kopen, een plantje aan huis laten komen, een klein gebaar stellen. We willen graag dat iedereen dit – ook economisch – overleeft.

Maar de manier waarop deze berichten de wereld in worden gestuurd, zeker als het over kinderen gaat, heeft me toch iets te veel van het krampachtige. Houd ze bezig! lijkt de tendens te zijn. Ocharme het kind dat zich een uur zou vervelen. Wee de ouder die intussen moet proberen even productief te zijn als anders. Sleep aan, de voorleessessies, de raadseltjes, de filmpjes om te posten, de Bingels, de Netflix-abonnementen.

Als we nu nog niet door hebben dat er iets fundamenteels schort aan dit systeem zijn we ziende blind.

“The future’s so bright, he’s gotta wear shades” – Als de ochtendzon te fel is om bij te ontbijten
(c) Inayaphotography

De dood wint altijd – net als het leven

Er is een bekende acteur overleden, een grote meneer, die ooit in een iconische scène als ridder een potje schaakte met de dood. ‘De dood heeft gewonnen’, zei iemand op Facebook. ‘De dood wint altijd’, antwoordde iemand anders.

Het trof me als een opmerking met oogkleppen, want de laatste tijd zie ik dat niet meer zo.

Marigold Tarot – VIII Strength


Ik weet het, we houden er niet van om te denken aan ons lichaam als iets wat vervalt en zal vergaan, om verbrand of verteerd te worden. Het confronteert ons te hard met het feit dat we geen antwoord hebben op de vraag waar onze persoonlijkheid (of onze ziel, kies wat voor jou past) dan heen gaat. Een hiernamaals, een wedergeboorte, het grote niets? We weten het niet en we zijn er bijgevolg bang voor.

Het enige wat we met zekerheid kunnen zeggen, is dat energie in dit universum (en alle materie, dus ook wij, ons lichaam en onze gedachtenvormen, zijn een vorm van energie) nooit verloren gaat, en dat alles op een of andere manier hergebruikt zal worden.
Dat is niet eens ‘zweverig’, dat is fysica. Of biologie.

Zeggen dat de dood altijd overwint, is dus een typisch menselijke uitspraak, gebaseerd op angst, zonder kennis van zaken. Het is zoiets als zeggen dat de maan het altijd wint van de zon. Of eb van vloed. Of de uitademing van de inademing. Beide zijn fases in een veel groter en complexer proces, momentopnames die elk hun recht en hun tijd hebben. Ja, natuurlijk trekt eb het water altijd terug naar zee. Net zoals vloed het altijd weer terug aan land spoelt. Het is geen gevecht, het is een dans, een evenwicht.

Marigold Tarot – XVII The Star


Alles in de kosmos bouwt zichzelf op een of andere manier op, dient een doel, kent een bepaalde tijd in die vorm, en vervalt vervolgens weer. De bouwstenen worden tot de allerlaatste en allerkleinste gebruikt voor iets anders.

Groei om de groei is de filosofie van de kankercel. Levensvormen moéten vervallen en verdwijnen om het grotere geheel, waarvan we allemaal deel uitmaken, gezond te houden. Het klinkt als moderne ketterij in deze hypergemediatiseerde tijden van antibacteriële zeep, steriele hospitalen en paniek om een nijdig virus, maar de dood is geen vijand waartegen we altijd en overal, uit principe, moeten vechten.

Het leven kan zichzelf pas in stand houden als het ook mag sterven. Dat de mens daar op een of andere manier buiten of boven zou staan, is de gevaarlijkste en schadelijkste illusie die onze prefrontale cortex ons ooit heeft voorgespiegeld (en de rechtstreekse oorzaak van het ecologische drama waar we recht op afstevenen, want waar zijn wij anders mee bezig dan groei om de groei?).

Marigold Tarot – Four of Wands


Al het bovenstaande wil niet zeggen dat ik onderschat wat de dood in ons persoonlijk leven met ons doet. We zijn sociale, voelende wezens, we zien elkaar graag en hebben nood aan verbondenheid.

Als iemand sterft, missen we zijn aanwezigheid, haar stem, de knuffel, de grapjes, de ruzies zelfs, het gevoel dat we hadden met hem of haar in de buurt. Daar valt niets tegenin te brengen. En dat gemis kan heel diep gaan. Dat mag, dat is zelfs mooi. Want vaak groeien we ook, precies als we zo diep durven voelen. Pijn legt onze diepste, kwetsbaarste stukjes bloot, voor onszelf en voor de buitenwereld. Als iemand die we graag zien sterft, sterft een stukje van ons mee.
Maar in beide gevallen komt er precies daardoor ook ruimte voor iets anders om geboren te worden.

Marigold Tarot – I The Magician


Dus ja, geef mij dan de Magiër maar, de sjamaan met een ster in de ene hand en een granaatappel in de andere, verbonden met alles wat groeit en sterft in de kosmos, alles één grote belofte van leven en verval, van duisternis en licht. Want wat zijn de zaden van een dode vrucht anders dan kleine sterrenstelsels, klaar om geboren te worden in de donkere grond van een nieuw universum?

De dood wint altijd. Gelukkig maar. Zo hoort het ook. Net als het leven.



Noot over de afbeeldingen:

Ik ben al ruim twintig jaar bezig met de tarot. De laatste paar maanden verdiep ik me in de Marigold Tarot. Veel mensen schrikken er intuïtief van terug. Ze vinden de tekeningen luguber, vooral omwille van het consistent gebruik van beenderen in plaats van herkenbare figuren. Maar beenderen, leerde ik, zijn gewoon een diepere laag van het lichaam dan huid. Ze hebben niets met de dood te maken, wel alles met de kern, de onderliggende kracht, de structuren die ons dragen. De combinatie met de sterrenhemel, de botanische rijkdom en een aantal goed gekozen symbolen, maken deze kaarten van het beste en het sterkste waar ik al mee gewerkt heb. Wie oude clichés opzij durft zetten en open staat voor de zeer zintuiglijke manier waarop ze werken, wordt beloond met boodschappen van een grote subtiliteit en een diepe zachtheid. Laat dit een uitnodiging zijn, van dezelfde omvang als de sterrenhemel.

ZAAILING #78 – Naar waar het hoort

Nigredo


De dood kan zacht zijn.
Als een zijden laken dat langzaam opgetrokken wordt en alle geluiden smoort.

Wat naar de bodem zinkt, waar zelfs de dapperste zonnestralen niet komen, verrot en vergaat en wordt weer een met waar het vandaan kwam.
Want van duisternis zijn wij gemaakt, en tot duisternis zullen wij wederkeren.

Waarom zo hardnekkig willen leven, afgescheiden van de bron?
Waarom zo wanhopig willen ademen, in een wereld die vloeibaar is?

Het duister komt opzetten. Nu is het snel voorbij.
Luister niet naar hun kreten. Of denk dat het watervogels zijn.

Alles keert terug naar waar het hoort.



Predikers


de duikers van de Stichting
in de Noordzee krijgen
naar een geschikte plek om uit te zetten
net voor ze land vonden

Spiegelglad werd elk woord in dit debat. Vaste waarden scheurden af en lieten los, dobberend als wrakhout. We wisten niet meer wat we hoorden, of wat we mochten geloven.

net voor ze land vonden
naar een geschikte plek om uit te zetten

De predikers werden ferventer, de argumenten radicaler. De dunne lijn tussen feit en fictie bleek niet meer dan dat: een lijn.

in de Noordzee krijgen
wel degelijk onderbouwd


Sommige lijnen veeg je uit. Andere herteken je. Iedereen die vaart, weet dat een rechte lijn nooit aan te houden valt. Zelfs de horizon haalt trucjes uit met wat hij begrenst. En wat zijn bootjes meer dan kinderspeelgoed?

We werden goed in lijnen verleggen.
We werden heel goed in lijnen verleggen.

wel degelijk onderbouwd
het wijdt er een hele webpagina aan met de veelzeggende inleiding
de wetenschappers blijken predikers te zijn

We hapten naar adem en zetten ons schrap. Als je dezelfde woorden lang genoeg herhaalt, luistert niemand nog. Lawaai ligt dichter bij stilte dan op het eerste gezicht lijkt.

de wetenschappers blijken predikers te zijn
de wetenschappers blijken predikers te zijn
de wetenschappers blijken predikers te zijn

We gaven het tenslotte op.
In dit verhaal was elk houvast al lang geleden gezonken.

de duikers van de Stichting
in de Noordzee krijgen
naar een geschikte plek om uit te zetten
net voor ze land vonden



God ziet alles


God ziet U, zo zeiden ze dat vroeger. God zag alles, als we de hoeders van orde en rechtschapenheid mochten geloven.

Dan is er nu dus ook iemand die toekijkt hoe scharen van ongelovigen overboord slaan. Hoe ze met opengesperde ogen en geruisloos schreeuwende monden verzwolgen worden door golven die nooit hun naam zullen fluisteren.

Elke boot bergt een droom, gepreveld in een taal die wij niet spreken. Elk aangespoeld lichaam is een doordrenkt vod van mensenhuid op een godverlaten strand.

Als het ons van pas komt, geloven we maar al te graag in het noodlot. We vragen aan de spiegel om ons het mooiste te tonen wat het koninkrijk te bieden heeft. Maar we hebben alleen onszelf om in de ogen te kijken.






ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

De uitnodiging

(c) Inaya photography


‘Dat is iets wat je moet leren’, zeiden we vroeger tegen elkaar, mijn moeder en ik, als een van ons beiden weer eens tegen een vervelende (of soms juist heel positieve) situatie was aangebotst die ons een aantal inzichten had gegeven in een aspect van onszelf dat we nog niet goed beheersten.
Geduld hebben. Jezelf graag zien. Plaats durven innemen. Kwetsbaar kunnen zijn. Durven loslaten. Het maakte niet uit wat het was, het was iets wat we nog ‘moesten leren’. En als we het geleerd hadden, werd het leven weer een stukje makkelijker.

We leren nog altijd bij, volop. En we zijn daarin nog altijd elkaars klankbord. Maar we zijn er al een tijd geleden mee opgehouden het woord ‘moeten’ te gebruiken. Ik weet niet meer exact waarom of wanneer, ik weet wel dat zij het was die de klik maakte. ‘Je wordt uitgenodigd om dit te leren,’ zei ze. ‘Er is geen moeten aan, het is een kans, een geschikte gelegenheid, een… ja, een uitnodiging. Je mag erop ingaan, of niet.’

Het leven kan er echt een stukje leuker en positiever gaan uitzien als je andere woorden gaat gebruiken. Je hoeft me niet te geloven, maar wat mij betreft, werkt het.

Ik denk er vanavond aan om een andere reden. Het is zondag, het einde van het weekend, het einde van een schoolvakantie.
Ik kan me nog precies herinneren hoe dat voelde toen ik op school zat, of toen ik zelf nog lesgaf, ja, zelfs toen ik als redacteur werkte voor een blad, een job waar ik immens veel plezier aan beleefde.
Het gevoel was altijd hetzelfde: morgen moet ik weer aan de slag. De zondagavond was een soort laatste klif, een psychologische kaap, en van daaruit ging het steil naar beneden naar het begin van de school- of werkweek.

Nu ontdooi ik een voorraad veggie bolognesesaus, gooi een pak pasta in de kookpot en betrap mezelf op de gedachte: wat heerlijk dat ik dat nu niet voel. Ik weet niet hoe het zit met mijn man of mijn zoon, en of zij dat gevoel wel hebben, maar ik in ieder geval niet.
Natuurlijk ga ik morgen aan het werk, zoals iedereen. Ik ga schrijven, administratie regelen, lezingen voor de jeugdboekenmaand voorbereiden, honderd-en-één vervelende klussen achterna lopen. Maar het is een ander soort werken, meer vanuit het hart en vanuit een diepe, persoonlijke drive. En dat voelt niet als moeten. Dat voelt als mogen.

Als een uitnodiging.

Late winter/eerste lente-snoei: alnus en viburnum in aardewerk van Maja Jantar (c) Inaya photography

Het (zwaar onderschatte) belang van het verhaal

In het begin was het Woord.
Zo begint een heel bekend verhaal dat de wereld veroverd en veranderd heeft.

Je hoeft geen andere regel in de Bijbel te lezen. Als je deze onderschrijft, is je lot bezegeld.
We geloven maar wat graag dat het woord ons helpt om de wereld te begrijpen. Dat het woord ook nog eens van God kwam, is een handige bevestiging van onze eigen overtuiging, een vrijgeleide om in die trant verder te denken. Het raamwerk ligt vast.

Red Star Line (c) Inaya photography


Maar in het begin was er helemaal geen woord. Er waren zintuiglijke ervaringen, emotionele inzichten, diepe fysieke verbondenheid. Er was de dierlijke natuur (mensen zijn dieren, zij het met een bijzonder ontwikkeld hersengestel, zo eenvoudig is het) en de enorme symbiotische rijkdom die leven in een organische wereld met zich meebrengt.
Het moment dat de mens begon te denken, in abstracte termen, in taal, in woorden en ideeën, en vooral het moment dat hij die klankenbrij belangrijker begon te vinden dan zijn dialoog met de levende wereld die hem omringde, is het moment waarop we het contact verloren. Niet alleen met wie we echt waren maar ook met het grotere geheel waarvan we deel uitmaakten. We koppelden onszelf los. We geloofden liever onze eigen gedachten dan de woordeloze verbondenheid met het ecosysteem dat ons droeg, voedde, vormde.

Misschien klinkt het nu alsof ik elke vorm van mystiek of spiritualiteit afwijs. Dat is niet zo. Integendeel zelfs. Maar ik ben wel genadeloos kritisch geworden voor de filter die zich geïnstalleerd heeft tussen ons helder weten en ons ervaren van de werkelijkheid: onze ratio, onze verbale, analytische, categoriserende geest.

Want het zit zo: we vertellen onszelf verhalen. Heel de dag door, in elke situatie. Wie we kruisen op straat, wat we doen op ons werk, hoe onze samenleving in elkaar zit, wat goed is dan wel slecht, wat het waard is om voor te vechten en wat niet, het zijn allemaal mentale constructen die iets weg hebben van een toneel, verhalen die we gehoord hebben van iemand anders en vervolgens onderschreven hebben, waarin we ons soms gevangen voelen ook, misschien tegen onze zin. Maar we geloven ze wel.

Het zijn gedachten, verhalen die we voor waar aannemen. We verwarren de bühne met de werkelijkheid.

Red Star Line (c) Inaya photography


Rijd door Vlaanderen en je ziet in elk dorp, in elke woonwijk, het verhaal dat de Vlaming onderschrijft over wat ‘netjes en mooi’ is: gazons als biljartbanen, tegels, klinkers, buxushaagjes. Wie dat verhaal niet onderschrijft en zijn tuin laat verwilderen, is ‘slordig’. Nochtans vertellen wetenschappers ons dat verwilderde tuinen broodnodig zijn om een tegengewicht te bieden voor klimaatverandering en uitsterven van biodiversiteit, alleen: hun verhaal wordt zo goed als niet gehoord, laat staan graag onderschreven.

Het maakt niet eens uit wie hier ‘gelijk’ heeft.
Wat werkelijk interessant is, is dat een verhaal in staat is een mens, een gemeenschap, een hele cultuur, tot een bepaalde richting van handelen te drijven.

Red Star Line (c) Inaya photography


Kort door de bocht: alles wat we afgesproken hebben om waardevol te vinden, elke morele code, iedere maatschappelijke afspraak of wet: het is een verhaal waar genoeg mensen het over eens zijn. Met de werkelijke orde der dingen heeft het hoegenaamd niets te maken. Als de zon over een aantal miljarden jaren een supernova wordt en de aarde verslindt, zal het het universum worst wezen hoe jouw voortuin erbij ligt. Dat wij dat nu belangrijk vinden, is alleen een illustratie van welk verhaal wij op dit moment voor onszelf genoeg belang toedichten.

Er zijn talloze verhalen in omloop in de hoofden van mensen op deze planeet. Verhalen over goden die straffen en belonen. Verhalen over goed en kwaad, juist of fout. Verhalen over waarom wij gelijk hebben en zij niet. Verhalen over technologie als redding, het menselijk vernuft als toppunt van de schepping.

Hoe dieper ik duik in dialoog met de wereld, hoe zieliger ik al die verhalen vind. Straf, hé, voor een schrijver? Zou ik niet bij uitstek degene moeten zijn die uitblinkt in verhalen vertellen?

Precies omdat dat mijn vak is, weet ik dat je een verhaal nooit mag verwarren met de waarheid.

Hedendaags of historisch? Vluchteling of reiziger? Bezoeker of passant? Echt of niet? Vraag het maar aan het verhaal in je hoofd. (c) Inaya photography


Een van de dingen die ik mijn leerlingen in de schrijfklas van de academie probeer duidelijk te maken, is dat een verhaal geschreven wordt voor een lezer. Hoe creëer je verbondenheid met een lezer, hoe maak je dat je verhaal diep resoneert bij iemand anders?
Daar komt techniek bij kijken. Techniek is vaardigheid die een effect beoogt. Het is nooit de waarheid. We zetten sommige details dikker aan, andere laten we weg, we wringen en vervormen een klein beetje zodat het gevoel (waar het ons in de eerste plaats om te doen is) tot bij de lezer geraakt. De feiten die we in het verhaal opdissen, zijn niet meer dan een middel om tot die vorm van verbondenheid te komen.

Hoe naïef is de lezer die denkt dat hij een verhaal woord voor woord mag geloven, als was het de handleiding voor het leven zelf? Dat is zoiets als de wegenkaart verwarren met het fysieke landschap.
Ons hoofd speelt spelletjes met ons. En we hebben het niet door.

Red Star Line (c) Inaya photography


Het boeddhisme predikt al eeuwen om afstand te nemen van gedachten en gevoelens. Ze hebben gelijk. Het zijn stofwolken in ons hoofd, die ons een verhaal voorhouden. Vandaag dit verhaal, morgen een ander. Met de diepere werkelijkheid hebben al die stofwolken niets te maken.

Ocharme de mens, die zijn verhalen in steen beitelt, er gebedshuizen voor opricht en oprecht gelooft dat hij de ultieme waarheid gevonden heeft.

Mocht het zo triest niet zijn, ik zou uitkijken naar het moment dat we de supernova proberen te bedwingen met een heggenschaar, een portie oprechte verontwaardiging en een gemillimitreerd gazon.

Eens zien wie er dan het laatste woord heeft.


Red Star Line (c) Inaya photography