Zweverig

De waarde van leven in ijlere lucht

(c) KV

Ik ben vaak bezig met dingen die onder de noemer ‘zweverig’ vallen. Of die mensen zweverig vinden.
Zelden bedoelen ze dat als een compliment.

Als je management, wetenschap, economie of informatica wil gaan studeren, vindt de publieke opinie dat vandaag fantastisch. Dat zijn opleidingen die bezig zijn met de echte wereld. Geneeskunde, liefst van de soort die peperdure onderzoeken en spitstechnologie met zich meebrengt, is ook oké.
Voor ecologie en groene technologie willen we best wat begrip opbrengen, dezer dagen. Met de hele warmtehuishouding van de planeet die dreigt te ontsporen en ons misschien als gevolg daarvan wel uitroeit, en zo. Dat kan nog net.
Zorg, opvoeding, kunst en alles wat tot de zachte sector behoort, wordt vooral bekeken als iets wat geld kost, en niets opbrengt (lees: niets financieels). Wie daarin goed gedijt, heeft op te boksen tegen het gefrons van de marketingjongens en de informaticabonzen.

Maar begin niet over spiritualiteit, zingeving, de diepe verbondenheid met al wat leeft of de meer-dan-menselijke wereld. Zwijg over intuïtie, resonantie, energievelden, meditatie en dieper weten. Dan word je stante pede weggezet als een dromer, een fantast met het hoofd in de wolken… Zweverig, dus.

(c) KV

Voor een stuk begrijp ik het wel. Een groot deel van mijn core-business bevindt zich helemaal bovenaan de behoeftepiramide van Maslow. Daar kom je pas aan toe als al de rest vervuld is.
Eerst moeten we de zogenaamde deficiëntiebehoeften vervuld hebben (anders hebben we een tekort aan levensnoodzakelijke basiselementen). Dan pas komen we toe aan aandacht voor de groeibehoeften. En het klopt natuurlijk: wie keihard moet knokken voor een dak boven zijn hoofd of eten op zijn bord, wie op de vlucht is voor oorlog of probeert te overleven in een gezin waar geweld en onveiligheid de norm zijn, die heeft weinig energie over om zich bezig te houden met diepere zelfverwezenlijking.

Behoeftepiramide van Maslow – bron

Maar een enorme meerderheid van ons in het welvarende Westen is de stippellijn op het diagram hierboven ruimschoots voorbij. En het moet gezegd: velen van ons vinden de twee eerste balkjes van de groeibehoeften ook absoluut de moeite waard. Wetenschap en kunst, intellectuele ontwikkeling en schoonheid, psychologie, pedagogiek en hartelijke gezelligheid zijn daar te vinden.

Maar wat met die laatste, hoogste twee balkjes, de top van de piramide? Daar is lucht veel ijler. Dat is waar zich het zweverige deel van het bestaan afspeelt. En dat is een fantastische plek.

(c) KV

Ik weet dat het woord ‘hoogste’ meteen een waarde-oordeel lijkt in te houden, maar het is een puur geografische vaststelling. Het zou trouwens dwaas zijn om te beweren dat de hogere niveaus op een of andere manier ‘beter’ zouden zijn dan de lagere. Zonder die lagere wáren ze er gewoon niet. Geen enkele piramide kan een top hebben zonder stevige basis. Anders heb je niet meer dan een gammele constructie met een bordje ‘instortingsgevaar’ ervoor.

Wat wél zo is, is dat de lucht hogerop dunner is. Wat je van daaruit ziet, geeft je een enorm overzicht over de dingen, en neigt naar het abstracte en het universele. Je hebt er niets aan in termen van huizen bouwen, kinderen opvoeden of een plaats in de wereld veroveren. Het toont je daarentegen hoe nietig je wel bent, en hoe groot en machtig de kosmos is waarvan je deel uitmaakt. Je voelt je dichter bij ‘God’ (het universum, het transcendente) en verder van de menselijke wereld dan ooit. Tegelijk ben je sterker verbonden met alles en iedereen. Precies zoals op de hoogste bergtop.

De top van de piramide is smal, om meer dan één reden. Je moet niet alleen verlangen naar de hoogte, maar ook een getrainde klimmer zijn, én bestand tegen hoogteziekte, om daar te gedijen. Er zijn er niet zoveel die dat lukt.
Maar de top is nooit exclusief terrein. Iedereen met genoeg wilskracht en doorzettingsvermogen kan er geraken. Het betaamt de klimmer dus niet om misprijzend neer te kijken op al datgene wat hem, lager gelegen, ondersteunt.
Omgekeerd getuigt het van bijzonder veel onwetendheid als wie zich met de basis bezighoudt, beweert dat de inzichten die van de top komen niet bestaan, wegens ‘te zweverig’.

(c) KV

Er zijn heel veel terreinen van het dagelijks leven waarop het woord ‘zweverig’ wordt losgelaten. Deze blog is niet de plek om het debat te openen over welke vormen van spirituele of alternatieve praktijken al dan niet écht werken of waardevol zijn. Ik ben de eerste om te waarschuwen tegen charlatans of machtswellustelingen (je moet er een paar tegenkomen om te beseffen hoe gevaarlijk ze zijn), maar dat wil niet zeggen dat de bergtop en alles wat erbij hoort niet bestaan.

Trouwens, op elk niveau van het leven blijft het mensenwerk, en dat wil zeggen dat er fouten gemaakt worden. We kennen allemaal wel een gediplomeerde arts, marketeer of boekhouder die er op zeker moment een potje van maakte. Met je twee voeten op de grond staan, staat niet gelijk aan altijd goed bezig zijn.

Wat een foute uitdrukking, trouwens: met je twee voeten op de grond staan. Alsof je moet kiezen: met de ‘lagere’ niveaus dan wel de ‘hogere’ bezig zijn. Het is een valse keuze. Ik hou van de piramide van Maslow omdat ze duidelijk maakt dat je, in een evenwichtige en diepe ontwikkeling tot volwaardig mens, juist niet zonder die grondbasis kunt. Hoge bomen die slecht geworteld zijn, leven niet lang: ze waaien om. Een solide vorm van verankering is absoluut noodzakelijk. Maar het hoeft daar – het mág daar, wat mij betreft – niet bij blijven.

Niet iedereen hoeft zich geroepen te voelen om de berg tot op het hoogste punt te beklimmen. Ieder van ons heeft zijn talenten en zijn sterktes. Hoogtewerker zit niet in ieders takenpakket. Maar dat mag geen excuus zijn om laag te mikken en al te snel tevreden te zijn.
Mijn ervaring leert me dat de invloed van de hogere lagen zich, eens verworven, wel laat voelen op de diepere niveaus. Hoe hoger je gaat, hoe meer de inzichten en ervaringen die je daar verwerft je invulling van de niveaus eronder bijkleuren en verrijken.
En dat is waar het ‘zweverige’ dus een voor velen onverwachte bijdrage kan leveren.

(c) KV

Voor de duidelijkheid, ik bedoel niet: traditionele godsdienst.

Als ik verhalen lees die een sterk Vlaanderen-onder-de-kerktorengehalte hebben, word ik altijd lichtjes ongemakkelijk. Omdat er zoveel ontwikkeling gesmoord werd in die wereld, en zoveel mensen diep ongelukkig geleefd hebben, vaak onder het juk van de katholieke moraalridders of op zijn minst stevig door hen bezwaard. Een terugkeer naar ‘vreest God en weest vroom, o zondaar’ is dus het laatste wat ik hier nastreef. Dat is ook niet waar de top van de Maslow-piramide om draait; de toegang tot het transcendente komt pas in zicht ná de fase van zelfverwezenlijking. En als er nu iets was waar de katholieke kerk een funeste rol in heeft gespeeld in de afgelopen eeuwen, dan was het wel dat laatste. Zwijgen en luisteren naar meneer pastoor, levend onder het juk van een constant gevoel van schuld en zonde, kunnen nauwelijks zelfverwezenlijking genoemd worden.

Wat wél zo is: wie toegang heeft tot de hogere, ijlere lagen, beleeft de wereld als een rijker canvas. In de wetenschap passen we die kennis al eeuwen toe. Eén banaal voorbeeld: ons gehoor is niet in staat om ultrasone of infrasone geluidsgolven op te pikken. Maar ze bestaan, dat hebben we intussen kunnen vaststellen met technieken die niets te maken hebben met onze eigen basale zintuigen. En we gebruiken ze in allerhande toepassingen, van medische technologie tot weersvoorspellingen.

Wie de geschiedenis van de fysica leest (zoals beschreven door de meesterlijke Carlo Rovelli, bijvoorbeeld), leert al snel dat de mens met zijn zintuigen in de verste verte niet in staat is om de werkelijkheid te kennen zoals ze echt is. Het universum zit oneindig veel complexer, subtieler, grilliger en mooier in elkaar dan wij vanuit onze beperkte waarneming ook maar kunnen vermoeden.
Wetenschap en spiritualiteit liggen volgens mij dan ook veel dichter bij elkaar dan we nu doorgaans aannemen. Het is een van de redenen waarom ik gefascineerd ben door dingen als quantumfysica en fractale geometrie. Iets wat ik ten diepste aanvoel als spiritueel raakt daar aan wat we met de huidige wetenschappelijke en wiskundige technieken kunnen meten, vaststellen en creëren. Er is een snijvlak tussen wat voelt als het transcendente, en wat kan worden gemeten en berekend door de masterminds van de quantumfysica. Dat wil niet zeggen dat alle spiritualiteit wiskunde is. Het betekent gewoon dat ons buikgevoel van verbondenheid het wel eens verbazend goed eens zou kunnen zijn met de meest ingewikkelde wiskundige berekeningen in de toplaboratoria van de wetenschappelijke wereld.

Voor de rest is het wachten op een nog beter model, een nog beter verhaal, om de wereld te beschrijven.

“We moeten af van dat woord ‘zweverig’,” zei ik onlangs tegen een dierbare vriendin. “Het is te veel een scheldwoord.”

Haar antwoord verraste me.
“Nee. Het is een lief woord. Iedereen wil wel eens zweven, toch? Ik in ieder geval wel.”

Dat was het moment waarop ik het zag: de boom, met zijn wortels diep in de grond en zijn pluizigste zaad hoog in de lucht, meegevoerd door de wind. De piramide van Maslow, met zijn krachtige basislagen en zijn steeds ijlere hogere niveaus.

We zijn het allemaal. Diep verankerd én ijl en zweverig. Krachtig materieel en diep spiritueel. We moeten alleen de mogelijkheid krijgen, van de wereld of van onszelf, om het ene na het andere niveau te ontplooien, en de piramide in onszelf te laten ontluiken.

Ik kan alvast verzekeren: het uitzicht hoger op de berghelling is adembenemend.

(c) KV


Advertenties

Het keren van de getijden

Zweden_757 ed klein
(c) KV

De herfst slaagt er altijd in mij uit mijn evenwicht te brengen.

Het ene jaar geniet ik intens van zijn adembenemende schoonheid, het volgende heb ik gevoel getuige te zijn van een langzame, pijnlijke aftakeling. En onvermijdelijk zie ik op tegen wat er volgt: de winter is mijn minst favoriete seizoen, en duurt altijd langer dan mij lief is.

Mijn lente, zomer en nazomer waren gevuld met een enorme dynamiek en positieve energie. In mijn gezin loopt alles mooi naar wens en zonder complicaties. Er zijn veel kleine en grote geluksmomenten. Creatief en professioneel heb ik het beste jaar van mijn leven achter de rug.

Vorig jaar schreef ik iets gelijkaardigs, en toen zag ik er behoorlijk tegenop om de herfst te zien arriveren. Ik wilde dat de zomer nog wat langer duurde, het was zo’n goeie geweest.
Dit keer, na een jaar dat het vorige op elk vlak overklast, ben ik niet bang om de bladeren te zien vallen. Ik ben tot de rand gevuld met zonlicht en yang-kracht. En ik ben moe, zoals een fruitboom waarvan de takken tot op de grond hangen onder het gewicht van oogstrijp fruit.
Ik ben méér dan klaar om los te laten.

Zweden_712 ed cut klein
(c) KV

Sinds ik ‘het plateau’ verliet en voelde hoe datgene wat ik de Ziel noem mij naar zich toe trok, voelt mijn leven nogal als een boottocht. De stroming is niet te ontkennen en niet te weerstaan.

Dit jaar heb ik wel stevig geroeid. Niet omdat er sprake was van stroomopwaarts varen of van onverwachte tegenvallers, maar eerder omdat positieve energie meer energie genereert, omdat investeren in de stroom meer stroom voortbrengt, en omdat werk steken in de Ziel spontaan meer, en beter, resultaat oplevert. Het is nogal een trip geweest.

Maar nu zijn mijn armen moe. In plaats van door te roeien wil ik graag opnieuw op de stroming vertrouwen en mijn bootje mee laten nemen. Het heeft niet meer die constante, gefocuste investering nodig – voor een tijdje, tenminste. Het afgelopen jaar heeft de rivier die ik bevaar ook alleen maar aan kracht gewonnen. Ik heb hem leren kennen op alle mogelijke manieren en momenten, ik ben hem gaan vertrouwen en liefhebben.

Nu zou ik graag het donker in dobberen met een lamp vóór op mijn boeg. Ik wil me ontspannen uitstrekken en, ingeduffeld onder een warm deken, naar de sterren kijken en me verbinden met de mij verwante zielen, dichtbij en veraf.
We maken allemaal, meer dan ooit, deel uit van dezelfde stroom.

Zweden_706 ed klein
(c) KV

Een bronervaring

FILE1187 ed klein
(c) KV

“I remember one morning getting up at dawn. There was such a sense of possibility. You know, that feeling. And I… I remember thinking to myself: So this is the beginning of happiness, this is where it starts. And of course there will always be more… never occurred to me it wasn’t the beginning. It was happiness. It was the moment, right then.”

Aan het woord is Clarissa Dalloway, in Michael Cunninghams boek The hours (De uren). Het boek maakte een grote indruk op mij toen ik het las, de fraaie verfilming een paar jaar later deed wat mij betreft het werk eer aan. En bij deze bewuste passage, toen ik ze uitgesproken zag door Meryl Streep, dacht ik: die fout ga ik niet maken.

Geluk is een moment, kortstondig, sprankelend en diep. We hebben vaak meer van die momenten dan we beseffen. Het enige wat we moeten doen, is er ons bewust van zijn. Dan kun je het ogenblik opzuigen als nectar, je erin onderdompelen als zonlicht, jezelf er helemaal mee verbinden. Te vaak jagen we geluk na dat er nooit zal zijn, omdat we het ons voorstellen als een droom die nooit ophoudt, een eeuwige zaligheid.
Maar zo werkt het helemaal niet. Sinds ik dat begreep, heb ik geprobeerd om op elk moment van oprecht geluk te herkennen wat ik beleefde, en er dankbaar voor te zijn.

FILE1209 ed klein
(c) KV

Natuurlijk ken ik uitdagingen, en slechte dagen. Maar ik zie mijn leven toch vooral als een aaneenschakeling van kleine geluksmomenten, oplichtende stippen op een soms somber pad, die mij de weg wijzen, en die mij, als ik terugkijk, heel duidelijk tonen waar ik vandaan kom en welke weg ik heb gevolgd om hier te geraken. En elke nieuwe oplichtende stip herken ik als een moment van diep geluk.

Zonlicht dat door bladerdek breekt.
Hartelijk lachen met mijn man, om een grapje dat alleen wij twee begrijpen.
Een Zaailing schrijven waarbij alles moeiteloos op zijn plaats valt.
Een kop koffie met een dierbare vriendin.
De zonsopgang op de trein naar Brussel.

Geluksmomenten. Bronervaringen.

Dat tweede concept, de bronervaring, is bijzonder. Het woord komt uit de psychodynamica, en het betekent zoveel als: een ervaring die zo weldadig en voedend is en zo diep aansluit bij je diepste wezen dat je er voor altijd uit kunt blijven putten. Je eigen persoonlijke oplaadbatterijtje, je meest oprechte geluksmoment en een bron van diepe, authentieke kracht.

Geluksmomenten zijn redelijk frequent, als je ze leert herkennen. Echte bronervaringen zijn zeldzaam.

FILE1223 ed klein
(c) KV

Ik beschouw mezelf als bijzonder bevoorrecht dat ik in mijn leven een paar zulke bronervaringen kan benoemen. Ik aarzel om ze hier te beschrijven, ze zijn té persoonlijk, en ik kan ze met woorden eigenlijk geen recht aandoen. Ze zouden dan alleen maar gaan klinken als zweverige prietpraat, of als mooie toevalstreffers waarvan de diepere betekenis niet zomaar te vatten is. Wel is het zo, dat ze mij diep voeden. En dat ik, net als bij de geluksmomenten die ik pluk wanneer ze zich voordoen, of dat nu op mijn pendeltrein is of aan mijn keukentafel, besef wat ik meemaak op het moment dat het gebeurt.

Eén poging waag ik hier toch.
Hoe mijn zoon zich op mijn schoot nestelt – na het eten, bij het voorlezen, tijdens een mooie film. Niet dát hij zich, negen jaar oud, nog altijd op mijn schoot nestelt, maar hóe.
Opgekruld, als een klein beestje, als een bolletje kind dat volledig in mijn lichaam of mijn energieveld wil opgaan. Hij komt helemaal in mijn persoonlijke ruimte zitten en versmelt ermee. Ik ben eventjes, met lijf en ledematen en emoties en energetische ruimte, het bad waarin hij zich komt onderdompelen, zoals hij ooit negen maanden lang heel diep in mij was ondergedompeld.

Misschien hebben we op dat moment een gesprek. Misschien maken we een grapje. Misschien leg ik hem uit waarom iets wat hij deed niet zo fijn was, of waarom ik kwaad werd en me wil verontschuldigen. Wat er aan de oppervlakte gebeurt, maakt niet zoveel uit. Maar wat er daaronder stroomt, is van een kracht die mij nog altijd verrast.

Ik houd hem niet krampachtig vast. Ik doe geen enkele poging om hem bij me te houden, langer dan goed voelt voor een van ons beiden. Ik voel alleen een diepe rust en immense liefde, en ik weet: ik ben op dit moment de fysieke plek op aarde waarbinnen hij zich veilig voelt en gekoesterd weet. Ik ben zijn bronervaring. En precies daarom is hij ook de mijne, want zo’n innige verbondenheid, voorbij woorden of rationeel verstand, kruipt dieper dan wat dan ook.

FILE1224 ed klein
(c) KV

 

Ik hou van Clarissa Dalloway omdat ze zo’n mooi en tragisch literair personage is. Maar ik ben haar niet, ik zal haar nooit zijn. Ik zal niet terugkijken op mijn leven en denken: dat, daar, toen, was geluk – alleen zag ik het niet.

Met open armen en wijdopen hart omarm ik elk geluksmoment dat zich aandient op mijn pad. En ik ken mijn bronnen. Ik bemin ze en laaf mij eraan, en ik weet mij gezegend.

Het enige wat ik kan doen om hen te bedanken zoals ze verdienen, is de kracht en de schoonheid die ik dankzij hen ervaar naar buiten te brengen en in de wereld te zetten. En op een onverwacht moment iemand anders’ bron te zijn, misschien.

Thuis is waar je je veilig voelt, toch?*

*maar Kopenhagen vond ik best oké

Als HSP door de wereld navigeren

Zweden_880 klein
Nyhavn, 17e-eeuwse wijk in Kopenhagen (c) KV

Ik heb al eerder geschreven over hoogsensitief zijn (meer bepaald hier). Ik hoorde een paar jaar geleden pas voor het eerst over dit type mensen, en het duurde even voor ik begreep dat dit ook op mij sloeg. Ik ben mezelf sindsdien op allerlei vlakken een heel stuk beter gaan begrijpen.

En toch zijn er nog momenten waarop het besef mij overvalt, als een waarheid die ik helemaal opnieuw ontdek: ik ben echt hoogsensitief.
Ik zou het intussen toch wel moeten weten, nietwaar? Maar die dunne wandjes van mij blijven heel glibberig en moeilijk te vatten. Ik kan een overdosis prikkels binnen hebben voor ik het zelf door heb. Dat komt omdat het proces vaak nogal ongrijpbaar is. Het zijn niet zozeer geuren of geluiden of andere zintuiglijke ervaringen die al te hard binnen komen, het is iets anders. Drukte. Het humeur of de uitstraling van mensen. De sfeer van een plek. Vage, onvatbare dingen die niettemin een grote impact op mij hebben.

Heel lang had ik geen woorden om dit gevoel in te vatten, en ook geen werkelijk inzicht in wat er gebeurde. En ik was het zo gewend om ‘anders’ te zijn (waarmee gewoonlijk ook ‘lastig’, ‘zwak’ of ‘vreemd’ werd bedoeld) dat ik mezelf tot op vandaag betrap op de neiging om mijn gedrag of mijn voorkeuren te bekijken door een lens die lichtjes (ver)oordeelt, waardoor ik mezelf in feite subtiel ondermijn.

Ik heb een zeer actief hoofd, en daarin zetelt een zeer actieve Rechter voor het leven. Alles wat op mij afkomt, elke fysieke, emotionele of psychologische prikkel, houdt hij tegen het licht om uit te maken of die goedaardig is, dan wel een bedreiging, of misschien gewoon hinderlijk. Gezien mijn membranen en grenzen voor prikkels zo dun zijn, betekent dit dat ik niet alleen onophoudelijk belaagd word door de wereld om mij heen, maar ook nog eens non-stop in gesprek ben met de stem in mijn hoofd die op alles commentaar heeft, in een poging te bepalen of het wel ‘veilig’ is.

Dat is behoorlijk uitputtend.

Zweden_868 klein
Fontein in Kopenhagen (c) KV

Dat is ook waarom – begin ik nu eindelijk te begrijpen – bepaalde situaties waarin ik te maken krijg met veel nieuwe, onvoorspelbare factoren, zoals ergens naartoe gaan waar ik nog nooit eerder geweest ben, zo taxerend voor mij kunnen zijn. Ik heb geen pleinvrees of zo, zo erg is het echt niet. Maar ik ben nooit op mijn gemak. Zal ik de weg wel vinden? Zal ik op tijd zijn? Zal ik de ingang/uitgang/juiste metrolijn/straat/conferentiezaal… wel vinden? Wat als ik de weg kwijtraak? Wat als er iets anders fout loopt?
Dit zijn allemaal praktische onnozelheden (en dat probeert mijn verstand mij ook echt wel duidelijk te maken), en ze zijn onschuldig en ongevaarlijk. Maar ze betekenen ook een bombardement aan onvoorspelbare prikkels – en daarom dus evenzoveel onzekerheden – waarmee ik op een of andere manier moet omgaan als ik me begeef op onbekend terrein.

Op zulke momenten is elk nieuw element een subtiele bedreiging, en ik functioneer in een continue vecht-of-vluchtmodus. Ik ben constant angstig. Niet zó bang dat ik niet meer functioneer, ik kan door die angst heen gaan, en dat doe ik ook voortdurend. Ik ben alleen juist angstig genoeg om me constant ongemakkelijk te voelen.

Zeker, het zou makkelijker zijn als ik me kon ontspannen en mee surfte op het idee dat het onbekende een avontuur is dat je aanpakt als een vorm van improvisatie. En misschien is het ook wel een beetje een mindset – zoals mij bij gelegenheid al gesuggereerd werd. Maar ik weet niet of het echt wel een keuze is, een knop die je kunt omdraaien gewoon door het te willen.
Wat ik wel weet, is dat het iets is wat heel diep gaat.

‘Ik zag dat je veel minder in je element was toen we aankwamen in Kopenhagen’, zei Jurgen. We hadden besloten om na onze residentie in Zweden nog 36 uur in de hoofdstad van Denemarken door te brengen voor we naar huis zouden vliegen. ‘Steden zijn echt niet jouw natuurlijk habitat, niet?’

Steden zijn een fantastisch voorbeeld van alles wat mij droef en bang maakt. Te veel geluid, te veel verkeer, te veel mensen (en alles wat ze uitstralen, van euforie tot duistere wanhoop, door elkaar), belabberde lucht (als astmalijder ondervind ik altijd meteen een effect van verminderde luchtkwaliteit). Ik doe oprecht mijn best om steden te appreciëren als ik daar rondloop, maar ik kan er doorgaans pas echt van genieten als ik er de weg een beetje ken, of als ik me comfortabel genoeg voel om me te ontspannen.

Zweden_877 ed klein
Haven van Kopenhagen (c) KV

Ik ben geboren in november. Zelfs als zuigeling had ik moeite om binnen te slapen. Mijn mama zette de kinderwagen in de tuin, onder onze populieren, met mij erin, ingeduffeld onder een driedubbele laag dekens, als het nodig was zelfs met een warmwaterkruik erbij. In het midden van de winter, drie maanden oud, lag ik buiten onder die bomen te slapen als een roos.

Ik heb intussen begrepen dat mijn verbondenheid met de natuur – waar ik nu op een veel bewustere manier contact mee maak, zowel fysiek als spiritueel – een van mijn belangrijkste voedingsbronnen is. In wat voor omgeving dan ook, stedelijk of landelijk, zal ik zoeken naar iets van groen, soms zoals een drenkeling klauwt naar een boei of een reddingsvest. Als ik me kan verbinden met iets levends, iets groens en gewortelds, dan heb ik het gevoel dat alles wel in orde komt. Bomen, struiken en mossen zijn mijn levenslijn naar die laag van de planeet die aanvoelt als mijn natuurlijke habitat. Het is de sjamaan in mij die thuiskomt, vermoed ik. Of het dier in mij.

Maar als er niets organisch in de nabije omgeving te bespeuren is, of het beetje groen dat er staat wordt gewurgd, gekortwiekt of in veel te beperkte hoekjes gedwongen, dan voel ik mijn luchtkraan dichtgedraaid worden.

Onnodig om uit te leggen waarom zoveel steden zo’n uitdaging vormen.
Of waarom de vernietiging van ons ecosysteem een constante aanval op mijn zenuwstelsel is.

Zweden_932 ed klein
Meta-sequoia, botanisch tuin, Kopenhagen (c) KV

Maar Kopenhagen vond ik best oké. Echt waar.

Het is een aangename stad, met veel groen en water, en ruime voetgangerszones. Er zijn overal fietsen, en niet té veel verkeer. De luchtkwaliteit valt mee. Er zijn prachtige parken en een sublieme botanische tuin. Er is mooie kunst, en lekker eten. Het lijkt me er fijn leven voor de mensen daar. Ik vond het zelfs leuk om de stad te bezoeken, en ik ben blij dat ik er geweest ben.

Maar mijn thuis, en mijn roeping, is de natuur. Zo diep en wild als ze maar kan komen. Zelfs als ik er niet voor gemaakt ben om op een of andere eenzame bergtop te gaan wonen – en tot die conclusie kwam ik deze zomer na mijn bezoek aan Gavarnie – ik heb er wel een vorm van verbinding mee nodig, op een permanente basis. Het ecosysteem is het enige niveau in dit veelgelaagde universum dat zuiver en authentiek genoeg is om mij werkelijk te voeden. Zonder dat contact kwijn ik langzaam weg. De menselijke samenleving komt voor mij in de verste verte niet in de buurt.

Het werk van David Abram leerde me dat een sjamaan niet in het dorp woont, want zijn loyauteit ligt niet bij de mensheid, of bij een volk, maar bij het grotere geheel, het evenwicht tussen alles van menselijke, dierlijke, natuurlijke en spirituele aard.
Zo werkt het ook voor mij, geloof ik. Ik zal er altijd van genieten om bij mensen te zijn, maar ik ga dood als ik verplicht word daar permanent te blijven.

Letterlijk of figuurlijk zal ik altijd de paden tussen de werelden bewandelen, en mijn loyauteit ligt bij iets onnoemelijk veel groters en levenders.

Thuis is waar je je veilig voelt, toch?
Al mijn hooggevoelige tentakeltjes ontspannen zich wanneer ik verbinding kan maken met die diepe bodem die tegelijk onze moeder is, onze levensbron en de kern van ons bestaan.

Voor mij is er geen andere plek die ik thuis kan noemen.

Zweden_936 ed klein
Meta-sequoia, botanische tuin, Kopenhagen (c) KV

En nu?

Zweden_470 klein
Het meer (c) KV

‘Hoe was het in Zweden?’
De vraag is mij al meer dan eens gesteld sinds ik terug ben van de auteursresidentie in Björköby.

Behalve het feit dat je daar niet op kunt antwoorden zonder ofwel 1) in clichés te vervallen, dan wel 2) de sprookjeszeepbel te doorprikken – en geen van beide is wat je wil – is de vraag die mij zelf harder bezig houdt: en nu?

Kom je veranderd terug van twee weken verblijf in het buitenland?

In het dagelijks leven draait een mens zijn hand niet om voor twee weken. Want hoe lang duurt dat nu eigenlijk? De kleine moet naar de tandarts, er is een oudercontact, een vergadering, een boel gedoe op het werk, en goddank wordt het weekend, zodat we kunnen afspreken met vrienden of familie, een concert of een fietstocht kunnen meepikken of languit in de zetel mogen hangen nadat de boodschappen gedaan zijn. Maal twee.
Zó voorbij.

Maar het punt is: het draait er niet om hoe lang iets precies duurt. Het gaat om de intentie waarmee je vertrokken bent, de intensiteit van de ervaring ter plaatse, en de ruimte die je geeft aan alle indrukken om zich achteraf een weg te zoeken naar je binnenste. Als alchemische reacties gaan ze daar hun werk doen, en wat ze teweeg brengen, kan zo diep gaan dat het je ten gronde verandert. Hoe dan ook draag je ze voor de rest van je leven mee.

Zweden_833 klein
Het meer (c) KV

Wat ik probeer vast te houden en (op een onvermijdelijk andere manier) vorm wil geven in mijn leven hier, is de diepe rust die ik in Zweden ervaren heb. Die had natuurlijk voor een stuk te maken met het feit dat we ons even helemaal niets van het dagelijks leven hoefden aan te trekken. Koken deden Jurgen en ik allebei wel graag, en twee mini-wasjes op anderhalve week zijn geen klus. Zelfs de boodschappen werden voor ons gedaan. Als we de deur niet uit wilden, hoefde dat niet – tenzij voor een wandeling of een toertje fietsen, en ja, dat wilden we dus wel.

Die rust is diep gekropen. Als ik herlees wat ik daar geschreven heb, dan denk ik: dat is krachtige tekst. Maar nog krachtiger is mijn gevoel van de diepe vorm van Zijn, in creatie en samen-zijn, in laten stromen en leven van moment naar moment.

Zweden_823 (2) ed
De mooiste boom – uitzicht (c) KV

En voor wie alleen de taal van materiële en fysieke verschijnselen verstaat… een mooie anekdote ter illustratie.

Al jaren heb ik in vlagen last van de spieren in mijn onderrug. Een cadeautje van de bekkeninstabiliteit rond de geboorte van mijn zoon, die als ze de kans krijgt vrolijk samenwerkt met opgehoopte spanningen die zich van mijn nek en schouders een weg naar beneden werken. De laatste maanden waren niet zo eenvoudig op dat vlak. Positieve adrenaline-rush en negatieve spanningen versterkten elkaar. Ik ben vertrokken naar Zweden met een constante, zeurende pijn in mijn onderrug, en met nachten die rond vijf uur ’s morgens gegarandeerd onderbroken werden omdat me omdraaien in bed niet lukte zonder scheuten, steken en andere pijnlijke alarmsignalen. Gebrek aan doorbloeding, zei de kinesiste en manueel therapeute, die liefdevol maar grondig die pijnlijke spierknopen te lijf ging. Warm houden was de boodschap (hallo, Zweeds kersenpittenkussen!) en veel bewegen.

Op de korte toertjes in de buitenlucht na (wandelingetje naar het meer, appels plukken in de tuin, vogels spotten op een veld), zat ik in Björköby hele dagen in kleermakerszit gebogen over mijn laptop. Niet meteen de droomremedie voor rugproblemen, toch? Maar de laatste dagen in Zweden sliep ik door zonder problemen. En toen ik terugkwam, stond de kinesiste versteld van hoe soepel en ontspannen al die spieren waren die nauwelijks twee weken eerder nog opgespannen stonden als pijnlijke staalkabels.
Geest en lichaam werken samen, we zouden idioten zijn om dat te ontkennen. Dus als ik luister naar mijn lijf, dan leer ik dat op een diepe manier verbonden zijn met iets waar ik van hou, en werken aan iets op een tempo dat rekening houdt met mijn innerlijke noden en natuurlijke ritmes niets minder is dan weldadig.

Zweden_474 klein
Het meer (c) KV

Zal de samenleving zich nu opeens gaan plooien naar wat ik wil? Natuurlijk niet. Net zo min als mijn gezin stopt mijn aandacht nodig te hebben, op alle handige (en vooral onhandige) momenten, of dat er plots geen brood op de plank zou moeten komen, of geen afspraken meer zouden zijn om na te komen.
Dat trek ik me niet aan. Want wat je gevonden en herkend hebt, dat kun je meedragen. Daar kun je, beetje bij beetje, in je dagelijks leven ruimte voor maken.

Ik breng een diepe resonantie mee uit Zweden. Een broer-en-zus-gevoel met iemand met wie ik mij op een heel bijzondere manier verbonden voel. Maar ook een andere, heel eigen resonantie. Ze voelt een beetje als de deining van golven op het meer, als de wolken op de grillige wind, als de dikke lagen mos tussen de stammen van de naaldbomen in de bossen. Ze fluistert over diep wortelen, langzaam zinken en precies daardoor allerlei waardevolle dingen bovenhalen, eerst nog woordeloos misschien, maar al snel niet meer.

De wereld verandert elke keer als wij hem toestaan ons te veranderen.
Ik ben maar wat graag gewillig deeg in die grote, knedende handen.

Zweden_821 ed klein
De mooiste boom – wortels (c) KV

ZAAILING #41 – In gesprek

Zaailing uit Zweden

Geschreven en getekend op locatie, geïnspireerd door het landschap van de residentie in Björköby en het boek waar we momenteel aan werken

 

De kruinen langs de waterkant ruisen zoals ze wiegen. Met lange, lome uithalen zijn ze in gesprek met zichzelf en met elkaar. Als het bos zich iets wil herinneren, hoeft het alleen maar te wachten tot de wind van over het meer naar hem toe waait en zich mengt in het gesprek.

Zweden 1 klein
(c) Jurgen Walschot

Hier is het makkelijk om je voor te stellen dat het meer op een goede dag vanzelf uit de diepte naar boven borrelde, dat de dieren kwamen aangelopen om toe te kijken hoe het zich vulde, dat de oevers vol bomen zich erom heen schaarden om dichter in de buurt te zijn van iets wat zichzelf zo moeiteloos diep kon maken.

Wij zitten zwijgend op de oever. We raken elkaar niet aan, we zeggen niets. Maar net als de golven en de boomkruinen zijn wij in gesprek. Klanken op papier, lijnen in de lucht, betekenissen die landen tussen de mossen op de bodem en daar wortel schieten.

Want onder de oppervlakte zijn alle dingen verbonden, en elke reis houdt de belofte in van thuiskomen.

 

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Nasmaakje in beelden #2

Beheersvennootschap deAuteurs zette het duo Zweedse residenten tijdens het festival in de kijker door middel van een interview.

De eekhoorn die ons afleidde door in de boom naast ons te komen paraderen en zorgde voor een komisch intermezzo in het gesprek, heeft de montage niet gehaald.
Maar dat werd goedgemaakt door het exemplaar dat in Kopenhagen op een meter bij ons vandaan rustig aan een nootje ging zitten knabbelen…

Zweden_920 ed klein

Een land dat klinkt als een droom

Björköby residentie — Blog #6

 

Zweden_801 ed kleinZweden_541 klein

Zweden is een land dat klinkt als een droom.
Niet in het minst omdat het de geboortegrond is van Astrid Lindgren, maar ook omdat het de sfeer uitademt van fjorden, donkere bossen en rotsblokken van waarachter elk moment kobolden tevoorschijn kunnen komen.

Dankzij deAuteurs waren Jurgen Walschot en ik anderhalve week lang te gast in Källäng, het huis in Björköby, waar literaire duizendpoot en organisator van het SmåBUS-festival Joke Guns onze gastvrouw was.

Na het kinder- en jeugdboekenfestival kwamen we daar tot rust, en tot werken. We hebben immers een boek te maken, en niet zomaar één: een 11+ jeugdboek, mét bijzonder mooie illustraties, een boek dat buiten de lijntjes kleurt. En dat doen wij graag, buiten de lijntjes kleuren…

 

Een residentie als deze gebeurt in nauwe samenhang met de sfeer van het huis, en de omgeving. We fietsten naar het nabijgelegen meer, we struinden door de bossen. We verpoosden op steigertjes, blij met de zon, de wind en ook de storm wanneer die zich aandiende. We vergaapten ons aan de bonte kraaien, aan de rijkdom van kleuren en vormen. De natuur heeft in Zweden meer ruimte dan in ons volgebouwd Vlaanderen – dat doet deugd. De verhoudingen van mens en ecosysteem voelen er juister.

Zweden is een land met wortels, diep in de bodem. Het is ook een land met lekkere keuken, fika (het sociale tienuurtje, een aanrader om te adopteren waar je ook woont), en veel gezelligheid die te maken heeft met een van de belangrijkste grondstoffen: hout. Hele dorpen zijn er uit opgetrokken, en vermengd met de geur van kaneel en traditionele stoofpot, zoals we hem eten op onze laatste avond te gast bij het gezin van Joke en Han, is dat een gegarandeerd recept voor warmte en knusheid.

Zweden_349 klein

 

Zweden is een land dat klinkt als een droom, en een half jaar lang hebben we toegeleefd naar die droom.
Zoals elke droom verschilt de werkelijkheid enigszins van de verwachtingen, maar dat is precies zoals het hoort. De werkelijkheid is concreter, fysieker en zintuiglijker dan wat voor droom dan ook…

Eten smaakt lekkerder als je eerst samen een menu voor de komende dagen hebt samengesteld. Schrijven en tekenen worden doorleefder als je ten volle beseft dat dát is waarvoor je naar hier gekomen bent. Samenwerking en vriendschap worden voller als je twee weken lang helemaal op elkaar aangewezen bent, en merkt dat elke uitdaging je een stap dichter bij elkaar en bij diepgaand creatief partnerschap brengt.

Zweden_329 klein

 

Zweden was voor ons een zegen, en een voedingsbodem waarvan we de vruchten nog ver in de toekomst zullen plukken. Ik vermoed dat ze een beetje zullen smaken als de blonde appels uit de tuin van Källäng: zacht, romig en flexibel in gebruik, ogenschijnlijk onopvallend maar verrassend lekker, gegroeid aan een oude boom, puttend uit de kracht van een heel land en van een geschiedenis die verder terug grijpt dan we misschien beseffen. Elke hap is een geschenk.

Aan het einde van deze residentie rest ons maar één woord, uit de grond van ons hart, zowel aan Joke en haar gezin als aan deAuteurs, de organisatoren van dit verblijf.

Bedankt.
Wat jullie hebben helpen Zaaien, zal vrucht dragen.

 

Vriendschap is geen zwaktebod

Björköby residentie – Blog #5

 

IMG_3369 (2) klein
(c) KV

Wat is het dat twee mensen samenbrengt en een vonk laat overslaan? Over die vraag zijn hele boeken vol geschreven. Vaak komen de personages van heel andere kanten, en onverwacht komt er tussen hen iets bloot te liggen wat hen allebei verrast, iets verfrissends en vertrouwds tegelijk, iets wat smaakt naar meer. Maar er zijn ook verschillen, en onvermijdelijk ontstaat er conflict (en dat hoort ook zo, want een goed verhaal is niets zonder conflict). Op het einde van het boek is de band tussen de twee figuren ofwel sterker, ofwel kapot.

Ligt het aan mij, dat ik daarbij bijna automatisch denk aan een liefdesverhaal? Ja, dat ligt vast aan mij. (Al maakt zowat elk liefdesverhaal in de literaire geschiedenis natuurlijk ook wel gebruik van bovenstaand scenario.) Minder vooraan in mijn gedachten zaten lange tijd de boeken over vriendschap. Maar alles wat in de eerste alinea beschreven staat, geldt net zo goed daarvoor.

De westerse literatuur zet al eeuwen een felle spot op de romantische liefde, in de gelukkige dan wel noodlottige variant, en ik beken dat ik vriendschap in verhalen lange tijd weinig meer vond dan een zwakke afspiegeling van de betere liefdesgeschiedenissen, een soort willen-maar-niet-kunnen, een slap aftreksel waar ik de meerwaarde niet van vatte of een noodgedwongen kunstgreep in het geval van veel kinderboeken, wegens heel jonge personages. Vriendschap, dacht ik tot voor kort, is en blijft toch altijd een beetje een generale repetitie voor die échte, ultieme vorm van menselijke verbondenheid, de liefdesrelatie.

Man, had ik het fout.

IMG_3145 (2) klein
(c) KV

__

In al mijn boeken komen vriendschappen voor. Maar in elk daarvan draaide het tot nu toe toch minstens evenveel, zo niet méér, om de ontwikkeling van een liefdesgeschiedenis. Eén keer groeide uit een onwaarschijnlijke vriendschap zelfs een nog onwaarschijnlijker liefdesrelatie. Het boek in kwestie is me nog altijd genegen, die personageontwikkeling ook (hoewel ze begrijpelijkerwijs niet door alle critici werd gesmaakt).
Maar mijn volgende boek breekt met dat stramien. Want dit verhaal gaat over vriendschap. En dat komt niet omdat de personages kinderen zijn, of omdat het een boek is voor lezers vanaf pakweg tien of elf jaar. Niet omdat ik niks beters kon verzinnen, of voor een keer geen goesting had om een adolescentenroman te schrijven.
Integendeel, ik heb het eindelijk door. Vriendschap is géén zwaktebod.

 

“De kans om anderhalve week in alle rust te kunnen werken op een dergelijke plek is voor elke scheppende kunstenaar met een gezin en een drukke agenda een zegen, maar als je zoals wij een diepgaande en verrijkende samenwerking deelt, is het helemaal een droom om een langere periode samen door te kunnen stomen, ongehinderd door het gewone gedoe van elke dag. Jurgen en ik zijn goede vrienden, allebei natuurmensen bovendien, dus de gedachte aan deze residentie voelt een beetje als thuiskomen.”

Zo schreef ik het, in de motivatiebrief bij onze portfolio voor deAuteurs, toen we het erop waagden om een aanvraag in te dienen voor de auteursresidentie in Björköby. De residentie waarvan we zeker waren er nooit voor gekozen te zullen worden. De residentie waar we nu middenin zitten… En ja, we zijn thuisgekomen.

 

__

Op het surrealistische moment dat we te horen kregen dat wij tegen al onze verwachtingen in de gelukkigen waren, hadden we nog geen duidelijk idee waar we precies aan zouden gaan werken. De verschijning van STROOM stond intussen vast, maar verder was het koffiedik kijken. Liefst focusten we op een boek of een groter project, maar in het slechtste geval zou er vast meer dan genoeg inspiratie voor Zaailingen te rapen vallen in de omgeving.

Wat óók klaar was, was het kortverhaal De serres van Mendel, dat zich afspeelt in een gigantisch serrecomplex, tot de nok gevuld met planten, bloemen, bomen, vijvers en nog veel meer, een woekering van koepels waarin de hele Wereld wordt bewaard. Ook hier waren tekst en beeld al nauwer gaan samenwerken dan de gewoonte is in kinderboekenland. Jurgen en ik overliepen samen het verhaal, de filosofische ideeën die eraan ten grondslag lagen en de visuele en inhoudelijke gelaagdheid nog voor hij de prenten begon te maken. En eens hij in de serres dook, wilde hij er niet meer uitkomen. Wat hij opriep in zijn beelden, was wat ik voor me had gezien, en méér.

Mendel werd een pareltje, maar wel een heel kort pareltje, met nog veel meer potentieel. In dat beknopte verhaal zat de kern van een veel groter, beter uitgewerkt boek. Een echt jeugdboek, maar mét bijzondere illustraties, met tekst en beeld in evenwaardige dialoog, en een resultaat dat meer is dan de som van de delen.
We contacteerden een aantal uitgevers, en hadden het geluk er een te treffen die helemaal op onze golflengte zat over wat voor boek dit kon worden. Dus de Björköby-residentie is er niet alleen effectief gekomen en we zijn niet zomaar twee weken aan het genieten van een bijzondere locatie en de rust van onze Zuid-Zweedse werkplek, we zijn ook nog eens, zoals we hoopten, voluit aan het werk aan een concreet project, een verhaal waarin we allebei geloven en dat volgend najaar als boek in de rekken zal liggen.

IMG_3377 (2) klein
(c) KV

__

In al mijn boeken speelt de locatie een belangrijke rol. Het klooster van Sant Pere de Rodes in Geheugen van Steen, de rode rotswoestijn van Arizona in Sequoia, de verhalen die er zich in afspelen, zitten er diep in verankerd. Maar De serres van Mendel (zoals ik dit boek nog altijd noem, het is nog niet duidelijk wat de definitieve titel wordt) is een verhaal waarin ik éérst de wereld zag, en pas in een volgend stadium ging nadenken over personages.

Natuurlijk moet een goed verhaal uiteindelijk wel draaien om de personages. En ze dienden zichzelf gelukkig aan met groot gemak, het meisje en de jongen die de lezer in de serres ontmoet, en die we in de loop van het verhaal steeds beter leren kennen. Maar in het kortverhaal bleef hun karaktertekening noodgedwongen heel schetsmatig. Nu, tijdens het werk in Björköby, was het moment gekomen om daar verandering in te brengen. Nu moest ik gaan schrijven over hun bijzondere vriendschap. Ik heb me een tijdlang afgevraagd hoe ik dat moest aanpakken. Tot ik besefte: ik weet intussen precies hoe dat voelt.

IMG_3474 (2) klein
(c) KV

__

‘Zijn jullie samen? Ook, euhm… behalve op vlak van creatieve samenwerking?’
We hebben de vraag al een paar keer gekregen het afgelopen jaar, bij het praten over ons werk, het samen opbouwen van een tentoonstelling, of laatst nog, tijdens de hartelijke gesprekken met collega-schrijvers en -illustratoren op het SmåBUS-festival. Ik vind het altijd apart als ik daarop kan antwoorden: ‘Nee, hoor. Maar Jurgen en ik hebben wel iets heel bijzonders’, en dat de gesprekspartner dan knikt: ‘Ja, dat zie je wel.’

Het blijft moeilijk om de juiste woorden te plakken op wat ‘dat’ dan wel is. Maar het is er, en het is tijdens deze residentie nog dieper in onze samenwerking gaan kruipen. We koken om beurten of samen, verdelen de koekjes, de gehaktballetjes en de ruimte op de sofa keurig in twee – ‘elk de helft’ is de knipoog van dit verblijf. De een klimt in de appelboom om verse vruchten, de ander fietst bij stormweer over steigertjes.

We brainstormen over wat er al dan niet zou kunnen in dit verhaal, soms al van bij het ontbijt – wat een betere remedie is tegen ochtendhumeur dan de slappe of veel te straffe koffie die we telkens zetten. Grappige ideeën van Jurgen of terechte vragen die hij stelt over de personages vlechten zichzelf heel spontaan in mijn tekst tijdens het schrijven. We hangen broederlijk en zusterlijk de was op en onderzoeken intussen de wereld(en) die we samen aan het bouwen zijn – waar lopen hun grenzen, wat zijn hun wetmatigheden of hun filosofische gronden, waar treden ze buiten hun oevers? Hoe giet je dat in beelden? Wat toon je, wat verberg je? Jurgen helpt me door een acute opstoot van innerlijke twijfel, ik mag meekijken naar zijn prachtige prenten terwijl ze ontstaan, en feedback geven terwijl ze groeien onder zijn handen. Een aparte verbondenheid is ‘wat wij hebben’, een vriendschap met creatieve vleugels.

IMG_3379 (2) klein
(c) KV

__

Daarom, begrijp ik nu, eindelijk, worden er dus niet alleen boeken over liefde, maar ook zoveel boeken over vriendschap geschreven. Want vriendschap is bijzonder. En wie boeken over vriendschap leest zoals ze bedoeld zijn, merkt al snel, net zoals je dat in het echte leven ook ondervindt, dat de beste, diepste vriendschappen óók een vorm van liefde zijn, een betere misschien zelfs, zuiverder op de graat, puur om het innerlijk van de andere persoon en niet verguld (of vertroebeld) door het hele spel van romantische en fysieke aantrekkingskracht.

Nee, vriendschap is geen zwaktebod. Ik had alleen een tijdje nodig om daar achter te komen.

Dus gaan we nu samen dat bijzondere boek van ons afwerken.
Een boek over een jongen en een meisje, over een vriendschap, en over werelden die buiten hun oevers treden.

IMG_3001 klein
(c) JW