Ze komen

Zaailing #20

verbonden met de Soul Circle

 

zekomen2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Eerst aarzelend, een enkeling, nog onduidelijk van vorm. Vervolgens meer, helder en goed zichtbaar, met stemmen als lange, diepe echo’s. Ze zijn jong en stralend, ze hebben lachende ogen. Ze zijn oud en statig, met mantels die doen denken aan vleugels, of de rimpelingen van schaduwen op water. Hun woorden zijn webben van betekenis.

In mijn hand heb ik de trom, blank en maanrond, en mijn slagen zijn vastberaden. Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Ze groeten mij als een oude geliefde, als een jonge novice. Ze weten dat ik klaar ben, want de sluiers tussen de werelden gaan opzij voor wie er doorheen durft waden. En er is nood aan zwervers die willen oversteken, om mee te terug te brengen wat er wacht aan de andere kant.

Ik roep mijn vrienden en ze komen. Ze zijn met velen want ze weten hoeveel moed de tocht vraagt.
Ze reizen mee op de wind, op het stilte van het zinderende licht.
Ik ben dankbaar dat ze er zijn. In hun aanwezigheid zie ik zoveel scherper. Ik mag de kracht tonen die ik heb. Ik mag de maskers afleggen die ik draag. Ik mag mijn stem laten horen, hoe onzeker die ook klinkt. Ik mag uitglijden en kopje onder gaan, maar ik zal niet verdrinken.

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
De trom gromt en gonst. Trillend weeft hij het web van de wereld.
Wat gezaaid is, zal groeien.
Wat gevangen is, zal uitbreken.
Wat leeft, zal sterven.

Ik sta op de rand, met één voet aan elke kant, en de trom als een kloppend hart in mijn handen. Ik laat de stroom door mij heen gaan. Ik ben de stroom.

Ik roep mijn vrienden bij me in de kring.
En ze komen.

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Advertenties

De stroomversnellingen bedwingen – of mee drijven met de rivier

Twee manieren van reizen langs de onverwachte wateren van het leven

Ik zit in een kajak op een bergrivier en het gaat aan een halsbrekende snelheid. De rivier weet waar hij heen stroomt, en ik vaar mee, min of meer meester van mijn boot.
Ik kreeg al wat golven over me heen, waarvan een paar recht in mijn gezicht, en één keer dacht ik dat ik om zou slaan. Maar ik ben niet verdronken – nog niet.

Ik ben niet echt bang. Ik heb genoeg ervaring om de boot te kunnen laten omrollen terwijl ik er nog in zit en zowat meteen weer boven te komen. Natuurlijk kijk ik niet uit naar zo’n moment, laat staan dat ik erop aanstuur, en ik kan alleen maar hopen dat ik met mijn hoofd niet tegen een rots sla.

Maar ik voel dat er stroomversnellingen aankomen, en aan de snelheid waarmee we gaan, zullen die er zeer snel zijn. Ik hoop dat ik mijn bootje er veilig doorheen krijg, zonder al te veel averij.

 

Dat was het gevoel dat ik onlangs had. En het voelde zeer echt aan.
De laatste maanden is mijn reis een evenwichtsoefening geweest van de meer precaire soort: schitterend zolang het goed gaat, maar van een intensiteit die vroeg of laat bijna onvermijdelijk leidt tot een valpartij.

Dat is geen verrassing. De laatste weken is mij de ene stapsteen na de andere aangereikt. Professioneel, muzikaal, emotioneel, spiritueel. Ik heb er geen flauw idee van waar dit pad mij heen brengt, maar ik weet dat ik het loop en dat ik het alleen maar kan volgen.

Maar dat voorgevoel van naderende stroomversnellingen, en de intensiteit van deze dolle rit, die bevallen mij veel minder. Niet omdat ik niet van de opwinding houd, maar omdat ik heel goed weet dat ik dit aan een dergelijk tempo niet allemaal in goede banen kan blijven leiden.

 

Kingley Vale_109 klein
(c) KV

 

En toen was er een beeld dat mijn redding was.

Om van het redactiekantoor in Brussel terug naar huis te keren, spoor ik naar het dichtstbijzijnde treinstation. Dan volgt er nog een fietstochtje van een half uur. In dit jaargetijde betekent dat doorgaans fietsen in het donker. Dat vind ik niet erg, mijn fiets is goed verlicht en ik draag de nodige reflecterende kleding. In het donker een pad volgen waarvan je telkens maar een paar meter ziet, heeft iets van meditatie.

Op mijn route ligt een brug over Schelde. Die is op dat punt, bij Dendermonde, ongeveer honderd meter breed, wijd genoeg om van een stroom te spreken, en niet meer van een rivier.
Toen ik de brug een paar dagen geleden overstak, wierp ik een blik op de Schelde in het donker. De lucht was bijna nachtzwart, en de rivier, van op mijn hoogte gezien vol zachte rimpels, was nauwelijks te onderscheiden tussen twee oevers die nog net iets donkerder waren.

Maar precies op dat moment kon ik de immense aanwezigheid voelen. De wijdsheid, en de kalmte. En iets diep vanbinnen in mij werd wakker en zei: houd dat beeld vast.

De Schelde is geen rivier die je zonder boot kunt oversteken, tenzij je je leven moe bent. De stromingen zijn sterk en verraderlijk. Het is een kracht waar je rekening mee moet houden, die dag en nacht enorme watermassa’s naar de Noordzee stuwt.
Maar er zijn geen stroomversnellingen.

Dit, besefte ik, kon mij redden van de verdrinkingsdood in de tumultueuze bergrivier waar ik naar mijn gevoel op had gezeten: het beeld van deze brede stroom, met een diepe en onweerstaanbare stroming, maar op een of andere manier toch zachter.

 

Ik buig mijn hoofd.
Ik pak mijn roeispanen weer beet.
En ik ben klaar om te gaan waar de stoom me heen zal voeren.

 

Kingley Vale_158 klein
(c) KV

 

Licht dat schijnt

Light & drops_044 ed cut
(c) KV

 

It’s only dark because you’ve invested your light in the old, schrijft Jonas Ellison in een recente blog waarin hij het heeft over zijn persoonlijke ervaring met de Donkere Nacht van de Ziel. Hij beschrijft die als de overgangsperiode tussen een oude fase en een nieuwe, waarbij het oude al afgeworpen maar het nieuwe nog niet gearriveerd is en alles dus onzeker aanvoelt. Klinkt behoorlijk hard als Bill Plotkins cocon, als je het mij vraagt.

Hoe dan ook, ik voel wel wat voor Ellisons benadering, en die ene zin vond ik bijzonder treffend. Het is duidelijk: als je je licht blijft gebruiken om de dingen te belichten die je ontgroeid bent, je verleden en je oude zelf, dan gaat er niets de andere kant op, en blijven de uitdagingen en zegeningen van het nieuwe pad, de nieuwe fase, volledig in het duister.
Daarom is het onbekende vaak ook zo beangstigend. We zijn er niet erg goed in om gewoon in het nu te zijn, in het vagevuur (zelfs al is dat maar tijdelijk) en ons licht vooruit te schijnen – en niet veel verder te raken dan onze voeten, want de dikke mist van onzekerheid blokkeert elk uitzicht.

Of we zouden kunnen stoppen met wat dan ook te willen belichten, en het licht toestaan om ons te vinden, terwijl we dapper voort lopen doorheen de mist waarachter een nieuwe dageraad ons wacht.

En wanneer het ons dan vindt, zal het recht door ons heen stralen, prachtig en helder. Dat zal het moment zijn waarop we weten dat een heel nieuwe dag aangebroken is.

 

Light & drops_043 cut klein
(c) KV

Mama kronen

Een reis naar de wortels van Oude Wijsheid

Kingley Vale_359
(c) KV – De toegang tot Kingley Vale

Na de diepe, vervullende fases van een leven in dienst van de ziel, zegt ecopsycholoog Bill Plotkin, bereikt de persoon die de roep van de ziel hoorde als Zwerver, die haar leven er als Leerling ten van dienste stelde en die de wereld het beste van haar talenten schonk in de hoedanigheid van Meester, het punt waarop ze overgaat naar het stadium van Oude Wijsheid.

Op dat moment begint het leven minder te draaien om Doen en maken, en meer om Zijn, voeden en inspireren.
Wanneer de jongvolwassene zich, geraakt door de roep van haar ziel, terugtrekt in een metaforische cocon en oversteekt naar de spirituele helft van het leven, dan gaat ze in Plotkins woorden door een proces van Zielsinitiatie. Ze voelt een verhaal, een krachtig beeld, de aantrekkingskracht van iets wat sterker is en dieper gaat dan haar ego of persoonlijkheid alleen, en ze voelt zich geroepen om zich ten dienste te stellen daarvan. Zielsinitiatie markeert het begin van de magische helft van het leven.

Een gelijkaardige monumentale overgang vindt plaats wanneer de bezielde volwassene de fase van Oude Wijze bereikt. Plotkin noemt dit de ‘Crowning’, een prachtige samentrekking van de Engelse woorden ‘crone’ (oude vrouw) and ‘crown’ (kroon), en verbindt zo meteen de charmes van hoge leeftijd en het waardige, bijna koninklijke van vergevorderde geestelijke evolutie.

Mijn moeder vierde afgelopen december haar zeventigste verjaardag. Mijn zus en ik wilden iets speciaals en symbolisch doen met haar, dus we besloten haar mee te nemen op een verrassingsreisje naar Engeland. We wilden niet alleen haar verjaardag vieren, maar ook haar overgang naar de status van Oude Wijze.

Onze moeder is een mooie, wijze en grappige vrouw met een hart groot genoeg om de hele planeet en iedereen erop te omarmen. En op sommige momenten in haar leven is dat ook precies wat ze gedaan heeft. Ons huis was altijd een haven voor mensen om te landen: voor het avondeten, voor een nacht, voor een paar jaar. Haar regenboogkinderen, noemden we ze. Sommigen waren zo oud als wij, een paar waren ouder, de meesten jonger. Ze hield van ze en vertroetelde ze en hielp ze hun leven weer op de rails krijgen als dat was wat ze nodig hadden.

Haar dagen van oeverloze zorg zijn nu enigszins voorbij. Te veel artrose en andere (godzijdank goedaardige) ouderdomskwaaltjes hebben een halt toegeroepen aan haar onafgebroken rondrennen en verzorgen – hoewel ze er soms nog wel eens in vervalt en de fysieke gevolgen achteraf voor lief neemt.

Maar tegelijkertijd is ze wijzer geworden. We hebben dezelfde opleidingen gevolgd en veel ervaringen gedeeld in de loop van de jaren, en zij is de eerste om aan iedereen te vertellen wat voor sterke vrouwen haar dochters geworden zijn, maar wij weten dat dat maar de helft van het verhaal is. Mama kan je aankijken, peilen tot diep in je ziel en naar boven komen met informatie waar je heel stil van wordt omdat ze zo ontzettend juist is. Ik heb er niets mee te maken, zegt ze, ik geef maar door wat ze mij ‘daarboven’ vertellen. Dat is geen valse bescheidenheid. Maar bescheiden zijn betekent soms ook dat je jezelf onterecht niet voldoende waardeert. Dus wilden we mama’s wijsheid vieren, haar diepe ervaring, en natuurlijk ook gewoon het feit dat ze onze moeder is.

Mama is een makkelijke persoon om te verrassen. Ze laat zich meevoeren op de stroom en vraagt zich niet te veel af. Ze is opgetogen als blijkt dat ze iets niet zag aankomen, en verwelkomt alles wat haar kant op komt – behalve misschien de tegenliggers in een land waar mensen links rijden. Omdat we reisden met onze eigen wagen, was de passagier vooraan degene die al het aankomend verkeer op zich zag afkomen. Na twee uur op de Engelse wegen ruilde mams haar plek met plezier voor eentje op de achterbank.

Kingley Vale_081
(c) KV – Storm bij The Seven Sisters

Onze eerste stop was Beachy Head, waar we uitkeken over The Seven Sisters, de adembenemende krijtkliffen van de Engelse zuidkust. Het weer was stormachtig en subliem.

Het was de perfect plek om je verbonden te weten met de elementen. We zaten met ons drieën ongestoord op een bank, en stemden ons af op wat de wind en de zee ons wilden vertellen. We luisterden naar wat gezegd werd: over onszelf, voor de ander. We deelden de boodschappen. Toen lieten we al het oude dat mocht losgelaten worden gaan, in de wind, of met de golven.

We reden door tot in West-Sussex naar the Hamblin Trust, het domein waar we twee nachten zouden verblijven in een van hun knusse chalets. Ik dwaalde door de tuin in het schemerlicht van de vallende avond, en de volgende ochtend.

Na het ontbijt hadden we maar tien minuutjes nodig tot aan de plek die de eigenlijke bestemming van deze hele trip was: Kingley Vale, waar in een bosje-in-een-bos The Watchers staan, de oudste taxusbomen ter wereld. Een aantal van deze knoestige reuzen zijn tweeduizend jaar oud. Waar konden we mama’s Crowning beter vieren?

Maar het bleek toch een beetje een uitdaging. Bij de eerste oude taxus die mama zag toen we wat dieper het bos in gingen, maakte ze bijna rechtsomkeert. Hij zag er dreigend uit, vond ze, en er hing iets donkers en gevaarlijks omheen.

Grappig genoeg was dit een boom die mij heel erg aansprak. Ik liep er naartoe om hem aan te raken, en voelde onmiddellijk hoe een diepe warmte door mijn buik ging. Mams keek huiverend toe van op een afstandje.

Toegegeven, taxussen zien er op het eerste gezicht niet erg knuffelbaar uit. In hun jeugd zijn ze op hun best elegant, maar met hun donkere stammen en naalden van een donkergroen dat soms meer wegheeft van zwart, zijn ze nogal sombere verschijningen. Hun felrode bessen fleuren het geheel misschien wat op, maar gezien het feit dat zowat elk onderdeel van de taxus dodelijk giftig is voor de mens, is dat toch maar een karig soelaas. Zoals elke zeer oude boom wordt een oude taxus knoestig, bobbelig en verwrongen, met takken die alle kanten op gaan en dode stompen die nog uitsteken. We stonden dus niet meteen oog in oog met een grote lieve omaboom, maar eerder met iets wat leek op een kruising tussen een norse oude olifant en een tentakelig monster uit een of andere horrorfilm.

Tot je ze aanraakt.

Kingley Vale_399.JPG
(c) KV

Taxussen voelen zacht onder je handen, en als je een beetje gevoelig bent voor bomen, dan is een ontmoeting met oude reuzen als deze echt wel bijzonder.

Het vroeg wat overredingskracht, maar uiteindelijk wilde mama er wel een aanraken.

Vanaf dan begon het makkelijker te gaan, hoewel het nog even duurde vooraleer mama een boom gevonden had waar ze echt een band mee voelde. Pas toen lukte het beter om de diepe, krachtige schoonheid van de ouderdom te voelen doorheen de donkere, sombere verschijning. De zon maakte nu en dan haar opwachting – dat hielp ook. (Het Engelse weer deed al wat het kon om zijn wispelturigheid te bewijzen: we schakelden op twee uur tijd drie keer van dreigende wolken naar stortbuien naar stralende blauwe hemel. Het gezegde ‘if you don’t like the weather, wait five minutes’ bleek een stevig feit.)

Na een uur van wandelen, zitten, aanraken en voelen, keerden we terug naar de ingang van het bos. Daar vonden we ‘mijn’ boom terug.
Mama was verbaasd dat ze hem eerder zo eng had gevonden. Ik van mijn kant begreep precies waarom hij voor mij zo goed werkte: oud genoeg om indrukwekkend te zijn, met een massieve stam en kroon, maar nog niet zo verweerd als zijn stokoude verwanten. En zijn plek: aan de rand, als een wachtpost op de grens tussen werelden.

Dat past bij mij.

In de namiddag na die wandeling hadden we voor mama een aromatherapie-massage geboekt bij een lieve dame waarnaar ze later verwees als haar ‘petemoei’.
We aten heerlijke Indische curry in een nabijgelegen restaurant, en namen de volgende ochtend afscheid van the Hamblin Trust.

We stopten nog bij het haventje van Bosham voor een paar cadeautjes en souvenirs uit het Arts and Crafts center (ik kocht een heerlijke cape voor alledaags gebruik, en ik kreeg een andere die ik voor het eerst zal aantrekken op de Soul Circle als geschenk van mijn zus). We lunchten in het Breeze Cafe, met een mooi zicht op de zee-inham waar het opkomend tij niet alleen naar goede gewoonte de promenade onder water zette, maar ook het busje van een nietsvermoedende kayakker, die bij zijn terugkeer duidelijk niet gerekend had op zo’n maritiem enthousiasme.

Kingley Vale_618.JPG
(c) KV – Bosham bij hoog water

Je onderschat de kracht van het vrouwelijke element maar beter niet, denk ik zo…

Onze drie moeder-en-dochter dagen hebben ons zacht gezegd een hap magie gegeven om op terug te kijken.

Ware Kleuren

Koyo
Zaailing #18

 

Koyo NL.jpg

 

Ware kleuren
Koyo

Het moment komt, dat weten we.
Maar tussen weten en leven ligt een wereld.

Want wat zijn we hongerig. We snellen zonder nadenken door de lente en stromen mee met de zomer. We groeien en bloeien, we dragen vrucht. We zuigen ons verlangend vol met licht, zwellen als fruit tot we barsten van het sap.

We gaan door zolang het kan. Want elke ochtend komt de zon op, een dag is kort en in onze gedachten wanen we ons stil onsterfelijk.

De eerste tekenen verschijnen schoorvoetend. Maar er komt altijd een punt waarop vol niet voller kan, en groei knarsend tot stilstand komt.
Je kunt niet blijven inademen.

De boom weet  waar hij naartoe moet met zijn kostbare kracht eens de winter nadert. De tijd van groen en groei is voorbij. Voorzichtig trekt zijn sapstroom zich terug uit nerf, steel en tak.
Langzaam toont de boom zijn ware kleuren. En hij weet ook wat hij opgeeft als hij dat doet.

Wij zijn de enigen die verrast worden.
Er was nog zoveel wat we wilden doen, wilden zeggen, wilden voelen, wilden ophouden te verbergen.

We tonen onszelf pas echt als we geen andere kant meer op kunnen. Alsof we niet eerder dan in de confrontatie met een onafwendbaar einde – van een fase, een liefde, een leven – durven onszelf te tooien met dit soort kwetsbaarheid.
Als we onszelf afleggen, tonen ook wij onze ware kleuren.

Welke kleur heeft overgave, vraag je mij.
De mooiste.

 

Koyo (Jap.): het verkleuren van herfstbladeren aan de bomen

 

 


ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

 

Op bezoek bij de gieren

Soms ben ik zo content om te mogen werken als journalist…

Gisteren bezochten we het dierenpark GaiaZOO.
Leden van de Gezinsbond krijgen daar korting, en ons blad vond het goed idee om er wat redactionele aandacht aan te besteden (morgen in sneltempo een artikel schrijven). Het park is gelegen in Nederlands Limburg, net over de grens, op ongeveer twee uur rijden van ons thuis. Maar óf het die afstand waard was.

Ik kwam er als journalist maar ik had wel mijn gezin mee. Daardoor mochten we niet alleen gratis binnen, mijn zoon kreeg ook nog een verrassingsgeschenkje: een knuffelaapje waar hij op slag verliefd op was en dat hij die dag overal mee naartoe sleepte.

GaiaZOO_216
(c) KV

Het is beslist een mooi park. En er ligt een ecologische filosofie aan ten grondslag die serieus genomen wordt. De dieren hebben heel veel ruimte, en op een aantal plaatsen delen verschillende soorten die in hun natuurlijke omgeving ook vreemdzaam naast elkaar leven een verblijf. Zo wonen de zebra’s in hun enclave samen met twee indrukwekkende neushoorns en een groepje parelhoenen.

Het landschap is verweven in het park: er staan oude bomen, en overal groeien spontaan uitgezaaide struiken, planten en kruiden. Een parkgids vertelde me dat invasief onkruid wel zo veel mogelijk gewied wordt, vaak zelfs met de hand. Behalve op het gorilla-eiland: die dieren vinden brandnetels en distels namelijk zo  lekker dat ze ze verorberen tot de laatste stengel. Ook een manier van wieden, natuurlijk…

GaiaZOO_304
(c) KV

Bezoekers kunnen heel dicht bij de dieren komen zonder ze te storen – glazen wanden, uitkijkposten, tunnels voor de kinderen. En op sommige plekken kan je werkelijk oog in oog staan met een dier. Zo kan je een paar grote volières en zelfs een heel bos in waar een troep doodskopaapjes woont, op voorwaarde dat je op de paden blijft. Bezoekers wordt wel aangeraden hun tassen goed dicht te doen.

Ik deed mijn job, stelde vragen, nam foto’s. En op het einde van de dag deed ik waar ik de hele tijd naar uitgekeken had: ik bezocht mijn vrienden de vale gieren.

Ze leven in een enorme volière (twaalf meter hoog en ik weet niet hoeveel oppervlakte, maar het is veel – ze kunnen er doorheen vliegen), en dit was er ook een waar bezoekers doorheen mogen wandelen. Met wat geluk kom je op minder dan twee meter afstand van een de twintig (!) vogelsoorten die er samen wonen.

GaiaZOO_537 ed cutGaiaZOO_512

GaiaZOO_107 ed cut2
(c) KV

 

Terwijl ik daar stond, de laatste bezoeker in de nagenoeg verlaten volière, en toekeek hoe de vale gieren geduldig zaten, met het late herfstlicht op hun veren, voelde ik een diepe rust over mij heen komen.
Ik was er met plezier de hele avond en de volgende dag blijven zitten, om naar hen te kijken, zoals ze daar op hun gemak waren, nu en dan eens een vleugel strekten, bij momenten opvlogen.

Het was een goede dag.

GaiaZOO_258
(c) KV – Mijn zoon slaagt erin de minst voor de hand liggende dieren te laten overeen komen…

 

 

Wat de gier ziet

Het werk dat ik kom doen – met een ongewone bondgenoot

Als ik mijn ogen sluit, voel ik hem achter mij op een rots. Hij strekt zijn slanke nek een beetje, alsof hij me zachtjes iets wil toevertrouwen, en hij heeft zijn gigantische vleugels gestrekt, twee en een halve meter spanwijdte die oprijzen achter mijn rug en mijn schouders, als een kroon en een beschermend schild tegelijk.

De kracht van zijn aanwezigheid leg je niet zomaar naast je neer. Hij ziet er niet lieflijk uit, eerder beangstigend. Maar hij is mijn meest onverschrokken beschermer, en met hem als rugdekking weet ik dat mij niets kan overkomen.

Zijn naam is Gier, en hij is mijn vriend.

vautour_3@Lennart Hessel
© http://www.lensman.se/

De afgelopen twintig jaar heb ik mezelf ondergedompeld in psychologische coaching, intuïtietraining en diverse manieren om de mens holistisch te benaderen. Ik ben daarmee bezig zoals anderen bezig zijn met sport, tuinieren, vogels spotten of koken: omdat ik het zo fijn vind. En als je er het maar lang genoeg doet, word je uiteindelijk een behoorlijke goede kok, of herken je vanuit je ooghoeken een ver, gevleugeld silhouet, ook als je geen droom najaagt van een carrière als ornitholoog of sterrenchef. Je liefde voor de smaak en kleur van de ervaring zelf is wat je drijft.

Zo werkt het ook voor mij in de immense wereld van de menselijke ontwikkeling. Ik beweer beslist niet dat ik een therapeut ben, maar ik ken er mijn weg vrij goed – en ik ben altijd gulzig om nog meer te leren en mijn blikveld te verruimen.

Maar wat, hoor ik je denken, heeft dat te maken met die grote, enge aaseter die oprijst achter je rug?

Gieren zweven hoog in de lucht op thermiek, vorstelijk als arenden. Maar ze vangen geen kleinere vogels in volle vlucht of plukken geen zalm uit een snelstromende rivier met een spectaculaire duikvlucht. Als ze daarentegen een kadaver zien, dalen ze af naar de grond om te eten.
Veel mensen gaan rillen van weerzin of minachting bij de gedachte. Maar gieren zijn beslist niet de enige wezens op deze planeet die dood materiaal eten. Dat doen we in feite zowat allemaal, ook wij mensen. Het verschil zit hem erin dat wij eerst een levend wezen doden, om het vervolgens op te eten. Heel weinig mensen staan te trappelen om een hap te nemen uit een levende koe, of om een appel op te peuzelen die nog aan de boom hangt. Het belangrijkste onderscheid tussen ons en gieren is gewoon dat wij roofdieren zijn (en dan nog van een specifieke soort die onze prooi eerst nog verwerkt – kookt, bijvoorbeeld – voor we ze opeten) en dat zij opruimen wat er overblijft.

Er is een goede reden waarom we onze kinderen leren om het stoffelijk overschot van aangereden dieren niet aan te raken, of hun handen te wassen als ze in aanraking kwamen met rottend materiaal. Stel je voor dat kadavers niet werden opgegeten. Het zou weken duren eer de rottende lijken ontbonden als de wormen, maden en vogels hen niet zoveel sneller hielpen verdwijnen. Zij zelf doden niet. Ze ruimen alleen op wat anderen doodden, of wat stierf van ziekte of ouderdom.

Maar waarom hou ik nu zo van gieren?

Een eerste reden – dat heb ik eerder verteld – is dat ik er ooit door een bezocht werd. Uitverkoren, zo voelde het wel. Vereerd door de aanwezigheid van een bijzonder krachtig wezen dat afdaalde tot bij het plateau waar ik stond met de camera van mijn vader in mijn handen.

Ja, dit was gierengebied. Maar voor wie denkt dat dit een alledaags fenomeen was: vergeet het maar. Mijn vader bezocht de streek later opnieuw, en wachtte er lang en vruchteloos op precies dezelfde plek. Mijn ontmoeting liet zich niet zomaar herhalen. Een extra reden om ze diep te koesteren.

Dit is de volledige reeks, alle foto’s van die ene, gracieuze afdaling. Ze zijn niet bijster goed, en ik vermoed dat ik nu veel betere foto’s zou maken. Maar dit was meer dan drie jaar geleden, voor ik een eigen camera had om mee te werken – mijn papa en ik deelden de zijne op deze trip – en de vogel leek uit het niets te komen. Het ene ogenblik was hij een stipje hoog aan de hemel, en het volgende was hij zo dichtbij. Het is een half mirakel dat ik er überhaupt in slaagde om hem vast te leggen.

Gorges & Causses 217 ed crop985cc-1p6pnygpkzxvzac82r8rz7g59761-1mr_x-9tnfsfonbzhymcwuaGorges & Causses 22553abb-1vdifzq-8ejrw6abmy7il7aGorges & Causses 231 ed

Gorges & Causses 233 ed
(c) KV

Een andere reden waarom ik van gieren hou, is de metafoor die ze vertegenwoordigen. Dat beeld werkt misschien niet voor iedereen, maar voor mij werkt het prima, en ik voel mij er sterk mee verbonden.

Net als een gier op de thermische luchtstromen hou ik ervan om de dingen te bekijken van op grote hoogte. Dat geeft je een veel breder overzicht van connecties en betekenissen. Voor mij geldt dat in het bijzonder op vlak van menselijke psychologie, gevoelens, ziekte en trauma, en alle manieren die we hebben om daar (niet) mee om te gaan. Van zo hoog herken je bepaalde gebeurtenissen makkelijker als snijpunten in een veel groter web van onderling verbonden feiten en onderstromen.

En net als de gier zie ik waar er rottende plekken zijn die opgeruimd moeten worden.

 

 

Iemand leren kennen op een holistische manier lijkt een beetje op het grondplan leren van een flatgebouw in 3D. Er zijn diverse verdiepingen (fysiek, emotioneel, rationeel, gedrag, spiritueel, onbewust en nog wel een paar andere), en allemaal hebben die op hun beurt verschillende subniveaus die in eender welke richting met elkaar in interactie kunnen gaan. Je zou het kunnen vergelijken met een zeer complex buizenstelstel dat alles in het gebouw met alles verbindt, én met de buitenwereld.

Uiteraard is elke mens uniek. Maar sommige tendenzen zijn makkelijk te herkennen omdat ze nogal vaak voorkomen. Ik ben vertrouwd met een aantal regelmatig betreden paden die – voor mij althans – makkelijk te herkennen innerlijke patronen uittekenen. Dat kan nogal opschepperig klinken, en ik durf ook niet te beweren dat ik alles kan oplossen waar iemand doorheen gaat, verre van, maar ik heb wel een talent om de verwevenheid van een aantal innerlijke processen in kaart te brengen. Ik weet, om het zo te zeggen, waar veel van de innerlijke loodgieterij op elkaar aansluit en – laten we maar volharden in de smakelijke metaforen nu we er in deze blog mee begonnen zijn – waar het vuile afwaswater en de str*nt het meest waarschijnlijk zal ophopen als een afvoerbuis verstopt geraakt.
En als dat het geval is, dan gaat het zaakje uiteindelijk altijd lekken. De leiding scheurt misschien zelfs. Niemand die ervan opkijkt als het over loodgieterij gaat. Maar als we het over emoties en gedrag hebben, dan hoor je plots van alle kanten: ‘Ik snap het niet, waar kwam dat nu opeens vandaan?’ Ik kan alleen maar stil mijn schouders ophalen. Ik had de eerste gorgelende signalen van een defect al lang gehoord, ik wist dat de spanning zich aan het opbouwen was, en ik wist ook waar de buis in kwestie uitmondde. Of als dat niet het geval was, leerde de aard van de uitbarsting me heel veel over wat vooraf ging, en waar we zouden moeten graven naar de oorzaak.

Natuurlijk praat ik met mensen over wat ik zie en voel, als ze er interesse voor hebben en openstaan om te luisteren. Maar sommige gesprekken heb je niet zo makkelijk op een werkvloer, aan een keukentafel of op een feestje, zeker niet als je de andere persoon eigenlijk niet zo heel goed kent.

Misschien vraag je je nu af: waarom is het zo belangrijk om de oorzaak te vinden van een of ander onbewust proces, of een innerlijke kwetsuur? Als we even bij de metafoor van het verstopte toilet of de lekkende waterleiding blijven, lijkt me dat nogal evident. Hoe vervelend we de hele zaak ook vinden, ze verdwijnt niet vanzelf. Als je niet telkens opnieuw de rotzooi wil opruimen nadat je de afwas gedaan hebt of het toilet hebt doorgespoeld, kun je maar beter proberen te achterhalen waar het probleem zit en er iets aan doen.

Jammer genoeg zijn we vandaag in de westerse samenleving zeer goed in symptoombeheersing. We hebben machines en robots uitgevonden die onze vloeren dweilen en onze vuilnisbakken legen. We hebben pillen en remedies voor zowat alles – behalve de diepere oorzaken. En ja, die zijn vaak angstaanjagend en weinig fraai. Het is nooit een pretje om met je arm in een plastic zak te proberen de gezwollen, verzadigde prop toiletpapier achter de kromming van de wc-afvoerbuis vandaan te vissen. Maar volgens mij is het niet alleen totaal onefficiënt om de troep bij elke overstroming maar te blijven opkuisen, ik vind het niet zelden ook een oppervlakkige en bepaald idiote vorm van verwaarlozing.

 

Gorges & Causses 315
(c) Foto: André Vanlierde

 

Oké, sorry, lieverds.
Dit was Gier die eventjes te hard opging in zijn rol.

Ik besef maar al te goed dat al het bovenstaande een zeer directe aanpak is die niet voor iedereen in elke situatie heilzaam is. Soms is het beter om je arm niet in de wc-afvoer te steken, omdat het te moeilijk is, te traumatisch of gewoon onverstandig. Er zijn altijd andere manieren om een dieper liggend probleem te benaderen en op te lossen, en om een harmonieuzere manier van leven te ondersteunen. Maar de directe aanpak spreekt mij van nature aan omdat ik, giersgewijs, er niet voor terugschrik om mijn kop in een berg ingewanden te begraven en er tot mijn nek in te verdwijnen. Daar gebeurt het echte schoonmaakwerk – snel, efficiënt. Toegegeven, het is een vuile klus, maar het resultaat mag er doorgaans zijn.

Ik begrijp heel goed dat dit een tikje te radicaal is voor sommigen. Gieren zijn uitgerust voor deze job met gladde, korte veren op hun hoofd en nek. Dat stelt hen in staat om zo diep te gaan als ze doen, en relatief schoon weer boven te komen, op het bloed na – maar dat droogt op en schilfert er gewoon weer af, niks aan de hand. Ironisch genoeg is het wel precies dit aspect dat ervoor zorgt dat ze er minder aaibaar uitzien dan bijvoorbeeld arenden of haviken, die gespecialiseerd zijn in doden eerder dan opruimen.

 

En natuurlijk heb ik ook mijn duistere hoekjes, de plekken van mijn psyche die ik heel behoedzaam nader, en soms alleen maar als ik geen andere keuze meer heb. Oude pijn, of de herinnering eraan, heeft de neiging om haar angel niet te verliezen, tenzij je weet hoe je haar kan ontwapenen. Ik weet ondertussen hoe dat moet, maar ik weet ook dat het altijd rechtstreeks contact vraagt. Lastige klus, zelfs voor een gier. Dus doe ik soms ook beroep op hulp of goede raad als ik voel dat ik er nood aan heb. En geen betere manier om er weer even aan herinnerd te worden hoe breekbaar en menselijk je bent én blijft dan je ziel blootleggen bij een andere persoon en toegeven dat je in de knoop zit.

Een stuk van wat ik hier kom doen, voel ik – weet ik – is gierwerk, zelfs al is het nog niet echt duidelijk welke vorm dat gaat aannemen in mijn dagelijks leven.
Dus ben ik heel dankbaar voor mijn machtige vriend die zijn indrukwekkende vleugels spreidt op de rots achter me. Bij momenten zullen we zweven op grote hoogte. Op andere momenten zullen we afdalen naar waar er werk gedaan moet worden.

Laat maar komen.