Aan het hof – of op het slagveld

Ik heb ze wel gelezen: de hoofse ridderromans waarin twee houwdegens strijden om de gunsten van één jonkvrouw. Vandaag kon ik het eens in het echt zien gebeuren.

Het Zwin staat bekend  (ik vertel u niets nieuws) om zijn bestand aan watervogels. We brachten er dit weekend een kort bezoekje aan. Het was verschrikkelijk lang geleden sinds ik er was, en het was er behoorlijk veranderd, met een indrukwekkend museum waar je op een interactieve manier alles te weten komt over trekvogels, met mooie afgebakende paden tussen de bosjes en de duinen, en over de slikke en schorre.

De ooievaars zijn vaste seizoensgasten. De lente heeft zijn eerste aarzelende maar onmiskenbare stapjes gezet, en deze indrukwekkende schoonheden zijn geland om te nestelen en te broeden op de hoge uitkijkposten die overal in het domein zijn neergezet.

 

Zwin_150 ed cut kleinZwin_030 ed cut kleinZwin_046

 

Bij de ooievaars waren de dingen al helemaal in kannen en kruiken. Een heleboel nesten waren al bezet door  koppels. En die waren heel ijverig aan het werk.

 

Zwin_059 ed cut klein
(c) KV

 

Bij de meeuwen was de verleiding – of moet ik zeggen: de bestorming – nog in volle gang.

Alle onderstaande foto’s werden gemaakt op een tijdspanne van krap een paar minuten.
Twee mannetjes, vermoed ik, die vechten om hetzelfde vrouwtje… Ik weet niet precies wie er als winnaar uit de bus is gekomen (mijn gezin was intussen bijna uit het zich verdwenen, op moeder-fotograaf wordt niet eindeloos gewacht), maar ze maakten met z’n drieën alvast een boel kabaal. Merk op hoe het wijfje nu en dan lijkt te vluchten, dan weer doodgemoedereerd blijft zitten terwijl de schermutseling pal boven haar hoofd in volle gang is.

Ik heb ook geleerd dat alles is toegestaan in de liefde. Inclusief je rivaal proberen te verzuipen.

 

Zwin_136 ed cut kleinZwin_144 ed cut kleinZwin_146 ed cut kleinZwin_137 ed cut klein

 

Geef mij maar het zachtzinniger ballet van de ooievaars…

 

Zwin_042 ed klein.jpg
(c) KV

Advertenties

Sommige dagen zijn magisch van bij het ontwaken

Hoeveel vreugde en met licht overgoten magie past er in één enkele ochtend?

 

Prille lente_002 ed klein.jpg
Maan gaat onder in de ochtendschemering (c) KV

 

Prille lente_038 ed cut klein
Staartmees aan het ontbijt; foto gemaakt met telelens zittend aan de ontbijttafel binnen (c) KV

 

Prille lente_028 ed cut klein
De belofte van een betoverende dag (c) KV

 

De drie bovenstaande foto’s werden gemaakt op een goed half uur.

En op wonderlijke wijze werd de rest van de dag inderdaad net zo krachtig en mooi. Hij was tot de rand gevuld met vertrouwen, verbondenheid, begrip en liefde, gedeeld met verwante zielen die mij ongelooflijk dierbaar zijn. Ik mocht mijn kracht en mijn liefde de vrije loop laten, en ik kreeg er schoonheid, diepe erkenning en kwetsbare gelijkgestemdheid voor terug.

Dit is hoe het voelt om echt, echt gezegend te zijn.

In een oogwenk

Het ene ogenblik viel er regen. Het volgende plakte er een film van ijswater tegen het raam. Bevroren in een oogwenk.

Gestolde dromen, met minuscule luchtbelletjes erin opgesloten.

 

IJswater_012 ed cut klein
(c) KV

 

Ondertussen is de dooi ook alweer achter de rug. Op een paar uur tijd was alles weggesmolten.
Het leven stroomt naar eigen goeddunken. Al wat we kunnen, is zijn loop volgen. Het toestaan om ons uit te kristalliseren en vast te zetten. Of durven zacht worden en leegstromen, als het ons aangeeft dat het tijd is om los te laten.

 

Stroomversnellingen, deel #1

Sommige dromen zijn je op het lijf geschreven

 

boeken
(c) Jurgen Walschot

 

We smeten onze boeken op een hoop.

Mijn vier adolescentenromans, en een mooie greep uit Jurgens veel ruimere oeuvre: kinderboeken, boeken waar hij de cover voor had gemaakt, het binnenwerk en de lay-out voor had verzorgd, illustraties voor had getekend, of al die dingen samen. We legden er zijn twee mooie uitgaves in eigen beheer bij, Wie de handschoen past en De ster, de god, de vleugels & de ster, en we gooiden er nog twee willekeurige boeken bij waarvan we de covers met Photoshop zouden veranderen zodat Jurgens jongste worp (Relmuis) en ons 10+ kortverhaal (De serres van Mendel) er ook zouden bij liggen, want die zijn op moment van schrijven nog niet verschenen, maar zullen dat wel zijn in de loop van het komende jaar.

Jurgen nam de foto, wijdbeens over de waaier van anderhalf decennium literair werk heen hangend (ik noem hem niet voor niets Longshanks – letterlijk: Langpoot), laadde het beeld vervolgens op op zijn computer, en prutste met Photoshop aan de covers tot ook het laatste detail op zijn grote scherm goed zat.
Zodra de twee perfectionisten samen achter de computer tevreden waren, stuurden we de foto naar de mensen van beheersvennootschap deAuteurs.

Waarom?

Omdat dat beeld in het persbericht moest dat aankondigde dat Jurgen en ik de laureaten waren van de derde auteursresidentie bekostigd door de deAuteurs, dit najaar in Zweden.

 

20170712_133945 ed klein
Zaailing-duo aan het werk op locatie in Frankrijk, foto gemaakt door mijn man

 

Sommige dromen zijn je op het lijf geschreven.

Afgelopen najaar stuurde Jurgen me de link: voor het derde jaar op rij bood deAuteurs twee weken schrijversresidentie in Zweden aan. Ik had de aankondiging niet eens gezien, ik ben het spreekwoordelijk equivalent van iemand die bij het lopen naar haar voeten kijkt. Hij daarentegen heeft zowat alles gezien wat er te zien valt. Onwaarschijnlijk. (We zijn een goed team.)

De residentie in Zweden omvat deelname aan het SmåBUS Kinderboekenfestival, waar ook een bezoek aan het Astrid Lindgren-museum in zit, gevolgd door tien dagen verblijf in een huisje midden in de Zweedse natuur van bossen en meren om er in alle rust te werken. Zowel festival als residentie worden in goede banen geleid door Joke Guns, Vlaamse boekenduizendpoot die een paar jaar geleden met haar gezin naar Zweden emigreerde maar onverminderd actief blijft in het literaire landschap.

En het mooiste van alles? DeAuteurs was — expliciet — op zoek naar een dynamisch duo schrijver-illustrator, om er samen aan een project te werken.

Dit voelde als te mooi om waar te zijn.

‘Méén je dit, serieus?’ vroeg ik Jurgen, toen hij me zonder veel commentaar de link forwardde. Tijdens de vooropgestelde periode (eind september, begin oktober) zou hij normaal gezien alweer les moeten geven, om maar iets te zeggen.
‘Tuurlijk, waarom niet? Daarbij, piepklein kansje dat wij dat halen. Maar aanvragen kan geen kwaad, toch? En dan weten ze op zijn minst dat wij bestaan.’

Knipsel
(c) KV & JW, lay-out: deAuteurs

Zo’n uitspraak kan gek klinken, gezien het feit dat Jurgen en ik allebei wel wat naam hebben in het literaire wereldje (hij meer dan ik, en terecht, onder meer gezien zijn veel grotere productiviteit). Maar artistiek is wat wij samen doen waarschijnlijk het belangrijkste van al wat we tot nu toe ooit maakten, en het is vooral en zonder enige twijfel het werk waar we het meest en het diepst van genieten. We zijn complementair op de best mogelijke manier, en onze artistieke verbondenheid gaat veel verder dan een losse samenwerking in functie van een handvol projecten of boeken.
Maar ondanks een heel jaar verspreiden van Zaailingen had onze samenwerking nog altijd iets weg van een goed bewaard geheim. Dat ‘wij’ bestaan, als artistiek duo, was dus iets wat we op een of andere manier echt in de wereld wilden kunnen zetten.

We duwden ons werk niet zomaar te pas of te onpas onder ieders neus, maar we probeerden wel op een of andere manier aanwezig te zijn. Zo voelt het om op het pad van je ziel (of je eigen diepe innerlijke zingeving) te zitten, ontdekte ik vorig jaar. Je blijft gewoon doorgaan. Doorgaan met doen waar je zo van houdt, doorgaan met het nu en dan te vermelden, als de gelegenheid zich voordoet, zonder er te veel van te verwachten. Maar je blijft het niettemin doen, omdat het zo verdomd belangrijk voor je is, en omdat je voelt dat je op verschillende vlakken je beste werk aan het maken bent. Zelfs als niemand het ooit leest of er ooit naar kijkt, is dit wat je wil doen en wat je zo lang mogelijk wil blijven doen, want het is niet meer of niet minder dan thuiskomen.

Dus werkten we door. En nu was er een gelegenheid die zich voordeed, dus dienden we ons dossier in.

Niets verwachten wil niet zeggen dat je je best niet doet. Ik schreef in naam van ons beiden de meest doorvoelde sollicitatiebrief die ik ooit uit mijn pen kreeg, en we stelden een portfolio samen om een beeld te geven van de kwaliteit en de diversiteit van ons werk (want er is nog veel meer dan wat ik Zaailinggewijs op deze blog zet, zie alvast het laatste beeld onderaan als teaser van één van de dingen die er zitten aan te komen).

Eerder deze maand ontvingen we, zoals aangekondigd, een mail met de uitslag van de aanvragen. Ik moet bekennen dat het lang geleden is dat ik wat voor correspondentie dan ook opende met klamme handen en een bonzend hart, maar dit keer dus wel.

En daar was het verlossende antwoord: deze droom was effectief voor ons. In het echt. Deze residentiebeurs was zo’n beetje de erkenning van ons werk als een hartverwarmende voorzet om de horizon tegemoet te vliegen tegelijk.

Toen ik mijn gsm pakte om Jurgen een bericht te sturen dat hij zijn mails moest nakijken, las ik: ‘We gaan naar Zweden!!’

En óf we er klaar voor zijn. Stroomversnellingen, we komen eraan!

 

overzicht-page-002
De serres zijn gigantisch.
Niemand weet wie ze ooit heeft gebouwd. Soms denkt Reya dat ze vanzelf zijn gegroeid op de plaats waar ze staan.
Ze zijn tot de nok gevuld met bomen, struiken, bloemen, varens en mossen. Het is er vaak warm en altijd vochtig. Water parelt van de bladeren, drupt zachtjes naar beneden en glijdt langs de stengels naar de grond. De serres hebben hoge koepels en gangen die naar kleine, geheime hoekjes leiden, en ze strekken zich verder uit dan je kunt kijken.
Reya woont al elf jaar in de serres, heel haar leven dus. Ze weet niet hoe ze er ooit terechtgekomen is. Mendel zegt dat hij haar op een ochtend vond, opgekruld als een slakje onder een reuzenvaren. Alsof ze daar op één nacht gegroeid was. Reya weet niet of ze dat verhaal gelooft, maar ze gelooft Mendel wel als hij zegt dat ze hier thuis is, en dat hij blij is dat zij er is. (c) Kirstin Vanlierde & Jurgen Walschot, uit ‘De serres van Mendel’

Hout vasthouden

Melancholisch gemijmer bij het vertrek uit Frankrijk

 

Kiki 5 145 klein
La Place Des Retraités (bordje aan de muur staat helaas niet op de foto) – aka La Douce France En Hiver (c) KV

 

‘We hebben het werk dat dit huis en het terrein er omheen vraagt misschien wel wat onderschat,’ zegt mijn moeder me tijdens de autorit naar Albi, waar er een heerlijke lunch op het programma staat in een van hun vaste restaurantjes, waar ze door de eigenaars én de kelners begroet worden als familie. ‘Als ik de hele oefening nu over moest doen, dan zou ik misschien heel andere beslissingen nemen.’

Niet dat mijn ouders er spijt van hebben dat ze in Frankrijk zijn gaan wonen, maar ’s winters kan het toch wel erg guur worden waar zij zijn neergestreken. En die kleine bungalow naast het grote woonhuis was wel bijzonder praktisch met het oog op de oudste dochter (ik) die zou afkomen met echtgenoot plus twee stiefzonen plus peuterkleinzoon, maar nu gebeurt het maar zelden meer dat we alle vijf samen op het appel zijn, want de oudsten zijn intussen veel zelfstandiger geworden en geven er de voorkeur aan om op andere tijdstippen te landen, met vrienden in plaats van (stief)ouders. En dus hebben mama en papa altijd veel ruimte voor gasten, maar ook niet voortdurend meer zin in veel volk.

‘Ik weet niet waar we zullen zijn binnen tien jaar,’ mijmert mijn moeder. ‘Maar daar wil ik ook niet te veel bij stilstaan, we proberen te leven in het nu.’

 

Kiki 5 020 ed cut2 klein
(c) KV

 

Ik ook. Ik leef in een ‘nu’ waarin mijn beide ouders nog steeds gezond zijn. Waarin ze ouder worden en hun beste vrienden, die troep personages die recht uit de betere Franse komedie ontsnapt lijken, ook een dagje ouder worden, maar alles bij elkaar doen ze het nog behoorlijk goed.

Ze herinneren zich niet alles even vlotjes meer als vroeger. Er zijn operaties geweest en doktersbezoeken, controles en medicatie. Er is het huis dat vervelend veel herstellingen nodig heeft, en het zwembad en de tuin die in de lente in orde moeten gebracht worden. Niet door henzelf, maar door iemand die daarvoor moet langskomen en die altijd vertraging heeft, of niet komt opdagen, of veel te duur is.

Ik vertrek morgen terug naar België, en ik ben dankbaar om mijn ouders achter te laten in goede gezondheid en met een goed humeur. Ik weet dat ik mijn zegeningen moet tellen. Wat ik weet even goed dat er een tijd komt dat ik naar het zuiden zal vliegen – of rijden – om te helpen met kwesties van een veel complexere financiële of medische aard. Over tien jaar? Vijftien? Vijf? Ik kan me de omvang van de onderneming zelfs niet voorstellen mocht er aan een van beiden iets gebeuren en de ander zou verhuizen naar een appartement in Albi, laat staan België. De gedachte alleen al vervult me met vroegtijdig verdriet. Ik weet wel dat ik er niet alleen zal voorstaan. Mijn zus, mijn man, vrienden en kinderen zullen klaarstaan om te helpen, oplossingen te bedenken en ze uit te voeren. Maar toch.

Waarschijnlijk hoort dit gewoon bij de melancholie van vertrekken. Ik aanvaard ze voor wat ze is, en bid in stilte dat mijn ouders hier nog veel gelukkige, gezonde jaren mogen kennen.
Ik zie ze voor me, omringd door iedereen die hen graag ziet. De zon schijnt, en er zijn vrienden van alle hoeken van Europa. In het zwembad spelen kinderen, en de tafel is gedekt met lekker eten. Hoog in de lucht cirkelen de buizerds en de valken waar we zo van houden.

Dat is een goed beeld. Hout vasthouden.
Of zoals de Fransen het zeggen: touchons du bois.

 

Kiki 5 043 ed cut klein
(c) KV

Een goed nest

Ik zit in het bureau van mijn vader en ik schrijf. Nu en dan kijk ik op naar de bomen naast het huis, waar een koppel eksters een nest bouwen. Ik sla hun vorderingen gade met een glimlach.

Ze werken methodisch en gefocust. Soms vliegen ze allebei uit voor geschikte takjes, soms blijft er een in het nest terwijl de ander op zoek gaat naar meer materiaal. Soms komt de ene terug en vindt degene die achterbleef in het nest dat het tijd wordt om van rol te wisselen en vertrekt op zijn beurt zowat meteen.
Op zeker moment kon ik me de ergernis van een van beide bijna voorstellen toen de ander kwam aangevlogen met een tak die zo lang was dat hij ongeveer drie keer om het nest heen kon gewonden worden. Hoe wil je in godsnaam dat ik die erin gepast krijg, leek die in het nest te zeggen.
Soms werken ze samen om alles te schikken en in elkaar te puzzelen, met een van beide op de rand van het nest, of zelfs eronder, om een al te lange tak een stukje lager te trekken.

 

Kiki 4 015 ed klein
(c) KV

 

Ik ben ondertussen al veertig jaar het kind van mijn ouders, en hoewel ons huis altijd een soort tijdelijk toevluchtsoord is geweest voor jonge mensen met nood aan een stabiele thuis, ligt de tijd van nesten bouwen en jonkies opvoeden nu toch wel al een hele tijd achter hen. Ik ben van onder hun vleugels vandaan gegroeid en ben mijn eigen nest gaan bouwen. Nu ben ik zelf ouder. Maar op een of andere manier voelt het toch ook altijd goed om even terug te zijn.

We hebben samen nog een heleboel vakanties doorgebracht, maar echt samengewoond hebben we niet meer, niet als het kerngezin dat we ooit waren, een zeldzame week waarin mijn zus en ik allebei naar Frankrijk afzakten zonder partners niet te na gesproken. En zelfs toen waren er kleinkinderen bij, als ik het me goed herinner. Dat is prima, zo gaan die dingen nu eenmaal.

Sinds wij volwassen zijn, doen mijn ouders bewust moeite om niet te veel parentaal gezag meer te laten gelden. Zelfs al kunnen ze er uitgesproken meningen op nahouden, ze respecteren ook de onze. Geen ‘ik ben hier de ouder en jij bent mij eeuwige trouw en  gehoorzaamheid verschuldigd’-gedoe hier. Onze discussies kunnen ten andere wel levendig zijn.

Recent, zeker sinds ik zelf in mijn kracht ben gekomen als volwassen vrouw en moeder, voelen mijn mama en ik ons op sommige vlakken behoorlijk hecht verbonden. We maken, om het zo te zeggen, deel uit van een universeel ‘vrouwengeslacht’. Het leeftijdsverschil tussen ons is uiteraard hetzelfde als altijd, maar we voelen ons nu veel meer deel van dezelfde traditie, als een volwassene en een oudere, dan we waren als jong meisje en haar moeder. Het is een evolutie die we allebei verwelkomen en appreciëren.

Mijn verblijf hier bij mijn ouders (het is pas de tweede keer dat ik op mijn eentje bij ze in Frankrijk ben) is het niet anders. Wij zijn een stam, een nest, maar zelfs al ben ik hun nageslacht en zal ik dat altijd blijven, we omarmen elkaar wel als gelijken.

 

GP 5 029
Geen maand na haar longoperatie gaat mama al dapper mee de honden uitlaten – met een ingelaste knuffelstop nu en dan (c) KV

 

 

Mijn mama geneest goed. Maar mooier nog om te zien dan de vorderingen die ze maakt, is hoe mijn ouders met elkaar omgaan. Ze hebben in de loop van de jaren hun meningsverschillen en conflicten gehad, maar in zekere zin was mama’s klaplong en het feit dat ze een zware operatie moest ondergaan om meer van hetzelfde in de toekomst te vermijden een cadeau voor hun relatie. Mijn vader verzorgt haar met een hartverwarmende toewijding, en mama is erkentelijk en dankbaar op de best mogelijke manier. Ze plagen elkaar, ze lachen veel en ze zijn heel innig. Bij momenten heb ik het gevoel dat ik twee oude pubers elkaar zie herontdekken, op een mooiere manier dan daarvoor.

Soms moet je naar de hel en terug om dit soort mirakel te krijgen, zoals mijn mama het uitdrukt. De serieuze emotionele confrontatie die ze vorige zomer hadden en mijn mama’s fysieke toestand deze winter kunnen beslist omschreven worden als een kleine hel. Maar óf ze er sterker uitkomen.

Ik ben blij om hier te zijn, blij om te helpen met kleine dingen, blij om in hun gezelschap te zijn en hen gade te slaan in hun dagelijkse bezigheden.

Dit is nog altijd een warm nest. Het is fijn om thuis te zijn.

 

Kiki 4 011 ed cut klein
(c) KV

De Fransen hebben geen kaas gegeten van weersvoorspellingen

De Franse météo beloofde vijf dagen stralende zon en zachte temperaturen.
Nog niet zoveel van gezien, tot nu toe, moet ik zeggen.

 

Kiki 2 003 klein
Foto van mijn papa, gemaakt op de dag dat ik dit schreef

 

De goeie kant van gure wind en sneeuwvlagen, is evenwel dat de vogels dan veel honger hebben.
Terwijl mama aan tafel zit te tekenen, sta ik, gewapend met mijn vaders camera, voor het raam. We amuseren ons allebei.

 

Kiki 1 054 ed cut klein

 

Kiki 2 146 ed cut klein
(c) KV

De rivier

Prelente_134 ed klein
(c) KV

 

Ik zit op de rivier. Hij is breed en krachtig, en zijn wijde stroom neemt me mee naar een plek die aanvoelt als de zee, een monding die me roept met de kracht van thuiskomen.

Ik weet dat mijn innerlijk kompas het juist heeft, ook al is er geen echte manier om mijn bootje te sturen. Al wat ik kan doen, is vertrouwen op de stroom, en de redenen die die heeft om me eerst naar hier, dan weer naar daar te voeren. Een buitenbocht. Een zandbank. Een reeks stroomversnellingen. Ik heb ze maar te aanvaarden, en te overleven.
Mijn vertrouwen in de rivier is immens. Dit is hoe het voelt om op je levensweg te zitten. Elke plotse verandering in de stroming brengt een nieuw inzicht, elk moment van vastzitten in de modder onderwijst doorzettingsvermogen – of aanvaarding.

 

Prelente_137 ed klein
(c) KV

 

Ik heb de laatste tijd een aantal stroomversnellingen gekend. Daar schrijf ik heel binnenkort over. Maar op dit moment is er even een aarzeling in de flow, een moment van besluitloosheid, een noodgedwongen pauze. Ik probeer het te ervaren als een kans om op adem te komen. Dat lukt niet altijd. Want mijn kleine bootje heeft de grotere kracht van de moederstroom geproefd en wil voort, voort, voort…

Ik glimlach om mezelf, geef een vriendschappelijk klopje op de rand van mijn bootje, en houd mijn ogen op de horizon.
Hoogwater komt eraan. Voor ik het weet, ben ik weer op weg.

 

 

Prelente_136 ed klein.jpg
(c) KV

De pijn verdoven laat hem groter lijken

Wat ik leerde bij mijn laatste tandartsbezoek

 

Molsbroek_054 ed klein
(c) KV

 

Ik had een tandartsafspraak om een oude vulling te laten vervangen. Het was een kleine ingreep, maar de tand waarover het ging lag op een plek die het soort prik vroeg waar de helft van mijn mond en mijn tong vier uur lang lam van lagen.

Het was me al eerder opgevallen en dat deed het nu weer, terwijl de verdoving begon te werken: het lichaamsdeel dat je verdooft, voelt op een of andere manier groter aan. Vooral in het geval van mijn tong was dat bijzonder duidelijk: ik had het gevoel dat ik iets in mijn mond had wat langs de verdoofde kant twee keer zo groot was als normaal. Mijn lip voelde ook gezwollen. Geen van beide was natuurlijk het geval, maar zo voelde het wel.

Eigenlijk, dacht ik (wat heeft een mens voor beters te doen daar op die tandartsstoel, behalve haar mond zo wijd mogelijk opensperren en hopen dat de beproeving van boren, spoelen, peuteren en borstelen zo snel mogelijk weer voorbij is?), is dit een heel spitse analogie voor hoe we omgaan met problemen en dingen die ons beangstigen.

We verdoven ze. We stillen de pijn, zoveel is zeker, want voor pijn zijn we bang. Die willen we niet voelen. Maar wat we verdoven, gaat op een of andere manier groter aanvoelen, en vanuit praktisch standpunt wordt het moeilijker om ermee om te gaan – zoals iedereen kan getuigen die al eens met een half verdoofde mond heeft proberen te eten.

 

Molsbroek_061 ed klein
(c) KV

 

Daarmee wil ik niet zeggen dat we het vanaf nu dan maar helemaal zonder verdoving moeten stellen (en zeker niet bij de tandarts of in het ziekenhuis!), maar het is het wel waard om er even over na te denken vanuit emotioneel standpunt.

Stel je voor dat je mond nooit meer zou ontwaken uit de verdoving, omdat je telkens een nieuwe dosis neemt als je denkt dat de oude bijna uitgewerkt is, want je bent bang dat de pijn terugkomt en je die niet zult aankunnen. Het zou het leven op sommige vlakken knap lastig maken. Nochtans is dat precies wat we doen met sommige van onze emotionele kwetsuren.
We deinzen terug voor de pijn, en houden dat stuk van onszelf angstvallig verdoofd. Als gevolg daarvan voelen we inderdaad geen pijn, maar we zitten ook opgescheept met een stuk van onszelf dat nauwelijks bruikbaar is, en dat in het alledaagse leven op allerlei manieren in de weg zit.

Er is nog een reden waarom je gevoelens verdoven een slecht idee is. Mijn tong voelde gewoon groter, maar net zoals water dat stolt tot ijs (nog een fijne metafoor voor gevoelens die niet mogen stromen) nemen ze in bevroren vorm méér plaats in. Het volume van een watermassa kan tot bijna 10 percent groter worden als ze bevriest. Dat is ook waarom, als water zich in spleten of barsten bevindt, het hele rotsen kan laten openscheuren.

Laat die maar even bezinken.

Als er ooit een goede reden was om onze bevroren angsten en gevoelens te ontdooien, dan hebben we ze hier wel, geloof ik.

 

Molsbroek_069 ed klein
(c) KV

 

 

Nu moeten we dus alleen zachtjes nog die verdoving durven opzij leggen.

En net zoals in het geval van mijn mond na mijn tandartsafspraak, zullen we merken dat het daar allemaal nog wel een beetje gevoelig is, maar die naweeën van de pijn kunnen we perfect aan.
En onze volgende maaltijd – en elke andere van dan af – zal een veel comfortabeler en smakelijker gebeuren zijn.

Ontketend

Zaailing #25

 

bach stormbos
(c) Jurgen Walschot

 

Bossen zijn gevaarlijk bij storm.
Maar het geweld van de natuurkrachten is niets vergeleken met de orkaan in ons.

Kunnen we iets beginnen tegen dat innerlijk tumult, als het eenmaal losbarst? Vaak hadden we het niet eens zien aankomen, zo gewend zijn we het om te leven onder de dreiging van een immer grijze lucht. Vertwijfeld vragen we ons af wat ons bezielt, en hoe we de kolkende storm waaraan we ten prooi vallen misschien weer gedeeltelijk kunnen indammen.

Maar wat ontketend is, wil uitwoeden. Met wolken die zich uitstorten tot hun massieve lijven leeggeregend zijn, en winden die onze innerlijke vlakten kaalvegen, genadeloos inbeukend op elk obstakel op hun weg.
Er is geen ontsnappen aan. We gaan erdoor. Soms gaan we eraan ten onder.

Te midden van dat alles slaat iets ons zwijgend gade. Het wacht, en het wijkt niet.
Een wilde kern, een diepe kracht. Onverstoord houdt het zijn gekroonde hoofd in de wind. Het snuift de geur op van geknakt hout en blootgewoelde aarde. En het weet dat dit, eens de wind gaat liggen, is hoe nieuwe werelden geboren worden.

 

bach stormbos groot cut2
(c) Jurgen Walschot

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein