Ze komen

Zaailing #20

verbonden met de Soul Circle

 

zekomen2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Eerst aarzelend, een enkeling, nog onduidelijk van vorm. Vervolgens meer, helder en goed zichtbaar, met stemmen als lange, diepe echo’s. Ze zijn jong en stralend, ze hebben lachende ogen. Ze zijn oud en statig, met mantels die doen denken aan vleugels, of de rimpelingen van schaduwen op water. Hun woorden zijn webben van betekenis.

In mijn hand heb ik de trom, blank en maanrond, en mijn slagen zijn vastberaden. Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Ze groeten mij als een oude geliefde, als een jonge novice. Ze weten dat ik klaar ben, want de sluiers tussen de werelden gaan opzij voor wie er doorheen durft waden. En er is nood aan zwervers die willen oversteken, om mee te terug te brengen wat er wacht aan de andere kant.

Ik roep mijn vrienden en ze komen. Ze zijn met velen want ze weten hoeveel moed de tocht vraagt.
Ze reizen mee op de wind, op het stilte van het zinderende licht.
Ik ben dankbaar dat ze er zijn. In hun aanwezigheid zie ik zoveel scherper. Ik mag de kracht tonen die ik heb. Ik mag de maskers afleggen die ik draag. Ik mag mijn stem laten horen, hoe onzeker die ook klinkt. Ik mag uitglijden en kopje onder gaan, maar ik zal niet verdrinken.

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
De trom gromt en gonst. Trillend weeft hij het web van de wereld.
Wat gezaaid is, zal groeien.
Wat gevangen is, zal uitbreken.
Wat leeft, zal sterven.

Ik sta op de rand, met één voet aan elke kant, en de trom als een kloppend hart in mijn handen. Ik laat de stroom door mij heen gaan. Ik ben de stroom.

Ik roep mijn vrienden bij me in de kring.
En ze komen.

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Advertenties

Mama kronen

Een reis naar de wortels van Oude Wijsheid

Kingley Vale_359
(c) KV – De toegang tot Kingley Vale

Na de diepe, vervullende fases van een leven in dienst van de ziel, zegt ecopsycholoog Bill Plotkin, bereikt de persoon die de roep van de ziel hoorde als Zwerver, die haar leven er als Leerling ten van dienste stelde en die de wereld het beste van haar talenten schonk in de hoedanigheid van Meester, het punt waarop ze overgaat naar het stadium van Oude Wijsheid.

Op dat moment begint het leven minder te draaien om Doen en maken, en meer om Zijn, voeden en inspireren.
Wanneer de jongvolwassene zich, geraakt door de roep van haar ziel, terugtrekt in een metaforische cocon en oversteekt naar de spirituele helft van het leven, dan gaat ze in Plotkins woorden door een proces van Zielsinitiatie. Ze voelt een verhaal, een krachtig beeld, de aantrekkingskracht van iets wat sterker is en dieper gaat dan haar ego of persoonlijkheid alleen, en ze voelt zich geroepen om zich ten dienste te stellen daarvan. Zielsinitiatie markeert het begin van de magische helft van het leven.

Een gelijkaardige monumentale overgang vindt plaats wanneer de bezielde volwassene de fase van Oude Wijze bereikt. Plotkin noemt dit de ‘Crowning’, een prachtige samentrekking van de Engelse woorden ‘crone’ (oude vrouw) and ‘crown’ (kroon), en verbindt zo meteen de charmes van hoge leeftijd en het waardige, bijna koninklijke van vergevorderde geestelijke evolutie.

Mijn moeder vierde afgelopen december haar zeventigste verjaardag. Mijn zus en ik wilden iets speciaals en symbolisch doen met haar, dus we besloten haar mee te nemen op een verrassingsreisje naar Engeland. We wilden niet alleen haar verjaardag vieren, maar ook haar overgang naar de status van Oude Wijze.

Onze moeder is een mooie, wijze en grappige vrouw met een hart groot genoeg om de hele planeet en iedereen erop te omarmen. En op sommige momenten in haar leven is dat ook precies wat ze gedaan heeft. Ons huis was altijd een haven voor mensen om te landen: voor het avondeten, voor een nacht, voor een paar jaar. Haar regenboogkinderen, noemden we ze. Sommigen waren zo oud als wij, een paar waren ouder, de meesten jonger. Ze hield van ze en vertroetelde ze en hielp ze hun leven weer op de rails krijgen als dat was wat ze nodig hadden.

Haar dagen van oeverloze zorg zijn nu enigszins voorbij. Te veel artrose en andere (godzijdank goedaardige) ouderdomskwaaltjes hebben een halt toegeroepen aan haar onafgebroken rondrennen en verzorgen – hoewel ze er soms nog wel eens in vervalt en de fysieke gevolgen achteraf voor lief neemt.

Maar tegelijkertijd is ze wijzer geworden. We hebben dezelfde opleidingen gevolgd en veel ervaringen gedeeld in de loop van de jaren, en zij is de eerste om aan iedereen te vertellen wat voor sterke vrouwen haar dochters geworden zijn, maar wij weten dat dat maar de helft van het verhaal is. Mama kan je aankijken, peilen tot diep in je ziel en naar boven komen met informatie waar je heel stil van wordt omdat ze zo ontzettend juist is. Ik heb er niets mee te maken, zegt ze, ik geef maar door wat ze mij ‘daarboven’ vertellen. Dat is geen valse bescheidenheid. Maar bescheiden zijn betekent soms ook dat je jezelf onterecht niet voldoende waardeert. Dus wilden we mama’s wijsheid vieren, haar diepe ervaring, en natuurlijk ook gewoon het feit dat ze onze moeder is.

Mama is een makkelijke persoon om te verrassen. Ze laat zich meevoeren op de stroom en vraagt zich niet te veel af. Ze is opgetogen als blijkt dat ze iets niet zag aankomen, en verwelkomt alles wat haar kant op komt – behalve misschien de tegenliggers in een land waar mensen links rijden. Omdat we reisden met onze eigen wagen, was de passagier vooraan degene die al het aankomend verkeer op zich zag afkomen. Na twee uur op de Engelse wegen ruilde mams haar plek met plezier voor eentje op de achterbank.

Kingley Vale_081
(c) KV – Storm bij The Seven Sisters

Onze eerste stop was Beachy Head, waar we uitkeken over The Seven Sisters, de adembenemende krijtkliffen van de Engelse zuidkust. Het weer was stormachtig en subliem.

Het was de perfect plek om je verbonden te weten met de elementen. We zaten met ons drieën ongestoord op een bank, en stemden ons af op wat de wind en de zee ons wilden vertellen. We luisterden naar wat gezegd werd: over onszelf, voor de ander. We deelden de boodschappen. Toen lieten we al het oude dat mocht losgelaten worden gaan, in de wind, of met de golven.

We reden door tot in West-Sussex naar the Hamblin Trust, het domein waar we twee nachten zouden verblijven in een van hun knusse chalets. Ik dwaalde door de tuin in het schemerlicht van de vallende avond, en de volgende ochtend.

Na het ontbijt hadden we maar tien minuutjes nodig tot aan de plek die de eigenlijke bestemming van deze hele trip was: Kingley Vale, waar in een bosje-in-een-bos The Watchers staan, de oudste taxusbomen ter wereld. Een aantal van deze knoestige reuzen zijn tweeduizend jaar oud. Waar konden we mama’s Crowning beter vieren?

Maar het bleek toch een beetje een uitdaging. Bij de eerste oude taxus die mama zag toen we wat dieper het bos in gingen, maakte ze bijna rechtsomkeert. Hij zag er dreigend uit, vond ze, en er hing iets donkers en gevaarlijks omheen.

Grappig genoeg was dit een boom die mij heel erg aansprak. Ik liep er naartoe om hem aan te raken, en voelde onmiddellijk hoe een diepe warmte door mijn buik ging. Mams keek huiverend toe van op een afstandje.

Toegegeven, taxussen zien er op het eerste gezicht niet erg knuffelbaar uit. In hun jeugd zijn ze op hun best elegant, maar met hun donkere stammen en naalden van een donkergroen dat soms meer wegheeft van zwart, zijn ze nogal sombere verschijningen. Hun felrode bessen fleuren het geheel misschien wat op, maar gezien het feit dat zowat elk onderdeel van de taxus dodelijk giftig is voor de mens, is dat toch maar een karig soelaas. Zoals elke zeer oude boom wordt een oude taxus knoestig, bobbelig en verwrongen, met takken die alle kanten op gaan en dode stompen die nog uitsteken. We stonden dus niet meteen oog in oog met een grote lieve omaboom, maar eerder met iets wat leek op een kruising tussen een norse oude olifant en een tentakelig monster uit een of andere horrorfilm.

Tot je ze aanraakt.

Kingley Vale_399.JPG
(c) KV

Taxussen voelen zacht onder je handen, en als je een beetje gevoelig bent voor bomen, dan is een ontmoeting met oude reuzen als deze echt wel bijzonder.

Het vroeg wat overredingskracht, maar uiteindelijk wilde mama er wel een aanraken.

Vanaf dan begon het makkelijker te gaan, hoewel het nog even duurde vooraleer mama een boom gevonden had waar ze echt een band mee voelde. Pas toen lukte het beter om de diepe, krachtige schoonheid van de ouderdom te voelen doorheen de donkere, sombere verschijning. De zon maakte nu en dan haar opwachting – dat hielp ook. (Het Engelse weer deed al wat het kon om zijn wispelturigheid te bewijzen: we schakelden op twee uur tijd drie keer van dreigende wolken naar stortbuien naar stralende blauwe hemel. Het gezegde ‘if you don’t like the weather, wait five minutes’ bleek een stevig feit.)

Na een uur van wandelen, zitten, aanraken en voelen, keerden we terug naar de ingang van het bos. Daar vonden we ‘mijn’ boom terug.
Mama was verbaasd dat ze hem eerder zo eng had gevonden. Ik van mijn kant begreep precies waarom hij voor mij zo goed werkte: oud genoeg om indrukwekkend te zijn, met een massieve stam en kroon, maar nog niet zo verweerd als zijn stokoude verwanten. En zijn plek: aan de rand, als een wachtpost op de grens tussen werelden.

Dat past bij mij.

In de namiddag na die wandeling hadden we voor mama een aromatherapie-massage geboekt bij een lieve dame waarnaar ze later verwees als haar ‘petemoei’.
We aten heerlijke Indische curry in een nabijgelegen restaurant, en namen de volgende ochtend afscheid van the Hamblin Trust.

We stopten nog bij het haventje van Bosham voor een paar cadeautjes en souvenirs uit het Arts and Crafts center (ik kocht een heerlijke cape voor alledaags gebruik, en ik kreeg een andere die ik voor het eerst zal aantrekken op de Soul Circle als geschenk van mijn zus). We lunchten in het Breeze Cafe, met een mooi zicht op de zee-inham waar het opkomend tij niet alleen naar goede gewoonte de promenade onder water zette, maar ook het busje van een nietsvermoedende kayakker, die bij zijn terugkeer duidelijk niet gerekend had op zo’n maritiem enthousiasme.

Kingley Vale_618.JPG
(c) KV – Bosham bij hoog water

Je onderschat de kracht van het vrouwelijke element maar beter niet, denk ik zo…

Onze drie moeder-en-dochter dagen hebben ons zacht gezegd een hap magie gegeven om op terug te kijken.

Diamanten, druppels en gradaties van transparantie

Waarom schrijven over mezelf mij tegelijk bloot en onzichtbaar laat voelen

Drup_011 ed cut

(c) KV

Als kind verborg ik de verhalen die ik schreef zodat mijn ouders ze niet konden lezen. Of liever: ik verborg ze voor iedereen. Ze waren mijn geheime tuin, de wilde boomgaard waarin ik alles wat in mij leefde de vrije loop kon laten. Ik had het gevoel dat als mensen die verhalen zouden lezen, ze mij konden zien tot op mijn bloot vel en – nog erger – ik totaal zonder bescherming zou zijn.

Toen ik in ernst begon te schrijven – met de ambitie om mijn werk uitgegeven te krijgen – deed ik ongeveer hetzelfde: ik verzon verhalen en personages die mij in staat stelden dat wat in mij leefde een stem te geven, zonder dat ik naar voren hoefde te stappen en werkelijk gezien hoefde te worden. Of misschien hoopte ik dat mijn echte ik te onderscheiden zou zijn als een verre silhouet, zachtjes glinsterend, doorheen de sluiers van de personages die ik voor de gelegenheid had gecreëerd.

Ik deed dat niet bewust, maar zo werkte het in ieder geval voor mij. Alleen werkte het bij nader inzien níet. Want ik was altijd te zeer vervlochten met mijn boeken om ze te kunnen beschouwen als iets wat buiten mij lag, en als ik erover moest praten, kreeg ik onvermijdelijk de vraag hoe en waarom ik gekomen was tot wat ik geschreven had.

Je kunt niet over je werk praten zonder bloedeerlijk te zijn over jezelf, tenzij je heel goed bent in maskers opzetten en rookgordijnen spuien, en bereid bent dat een leven lang vol te houden.

Dat was ik niet. Dus werd ik hier al van bij mijn eerste adolescentenroman dertien jaar geleden voluit mee geconfronteerd. Het verhaal in kwestie ging over twee muzikanten met telepathische gaven die een diepe band kregen, ver voorbij wat rationeel verklaarbaar was, omdat ze op een of andere manier verbonden waren en elkaars angsten en twijfels konden lezen.

(Doet dat een belletje rinkelen, op vlak van terugkerende patronen? Ik moet bekennen dat ik het redelijk grappig vind, achteraf bekeken.)

Drup_029 ed
(c) KV

‘En jij, Kirstin, kan jij gedachten lezen?’ vroeg een gevatte medewerker van de uitgeverij me vlakaf, toen we het hadden over mijn boek dat tussen ons op tafel lag.
‘Nee, dat kan ze niet’, zei de oude literatuurrecensent die bij ons zat, voor ik goed en wel een antwoord had kunnen formuleren waarmee ik me niet volslagen belachelijk maakte. ‘Anders had ze me ondertussen al een klap verkocht.’

Een waargebeurd verhaal.

Ik vergaf het hem, omdat hij zonder uitzondering positieve recensies schreef over mijn werk – en die waren gemeend, dat wist ik, want hij was perfect in staat om iemand af te maken met zijn pen – en hij bleek ook nog eens als redacteur in dienst van een andere uitgeverij waar ik een paar jaar later onderdak vond met mijn werk. Toen bracht ik een hele dag bij hem thuis door, waar we regel per regel door mijn manuscript gingen, om het tot perfectie te slijpen. ‘Dit is een ruwe diamant’, zei hij. ‘We gaan hem wat polijsten.’
Ik wierp een blik op de opmerkingen die hij in en naast mijn tekst had geschreven, en vroeg me af waar hij in godsnaam, onder al dat gruis en al die schilfers, woorden en zinnen aangeduid, hele alinea’s geschrapt met een enkele streek van zijn rode balpen (altijd nog een beetje de leraar, hij kreeg het niet afgeleerd), iets zag wat kon doorgaan voor een diamant.
Maar hij ging voor niet minder dan een masterclass. Er was een hele dag lang niets dan de tekst, en zijn genadeloze analyse ervan, waarbij hij elke zins- en plotwending in vraag stelde. En hij had gelijk over bijna alles. Hij hielp me om naar mijn tekst te kijken, niet als een diepe evocatie van wie ik was maar als een voorwerp dat ik met liefde had gemaakt, en als voorwerp, leerde ik, kon het verbeterd worden. Tot op vandaag denk ik met dankbaarheid en respect terug aan die sessie, want dat was de dag waarop hij me hielp ontpoppen van leerling tot schrijver.

En ondertussen weet ik dat er voor mij, zowel als schrijver als als mens, geen verbergen meer inzit.

Drup_032 ed
(c) KV

Vroeger dacht ik dat je ofwel kon schrijven over iets wat je niet persoonlijk raakte maar wel een intellectuele uitdaging inhield, een topic dat je professioneel wou verkennen met alle ambachtelijke vaardigheid die je had, ofwel over iets dat je ingewanden aan rafels scheurde en je bloedend achterliet terwijl je de woorden neerschreef. En oké, toegegeven, misschien zat daar ook wel een zone tussenin, een gebied waar vaardigheid en persoonlijke interesse elkaar vonden.

Maar er blijkt voor mij nu ook nog een derde weg te bestaan, en die vind ik tegelijk fantastisch en verrassend.

Dienen als een deur waar de wind doorheen mag, schreef ik eerder dit jaar. Mijn persoonlijke agenda loslaten en een voertuig worden voor wat de Ziel wil manifesteren.

De tegenstrijdigheid hier ligt in het feit dat mijn voornaamste manier om de wind toe te staan die zielsboodschap de wereld in te brengen, eruit bestaat om ze in mijn eigen jasje te wikkelen terwijl ze door me heen passeert. Of op zijn minst: toestaan dat ze gebruik maakt van mijn persoonlijke verhaal, mijn interesses, mijn zorgen en mijn evolutie, als een manier om haar eigen boodschap te brengen.

Zelfs al zijn veel van mijn blogs (en zelfs sommige Zaailingen, tot op zekere hoogte) zeer, zeer persoonlijk, ik heb in alle eerlijkheid het gevoel dat wat ik het afgelopen jaar heb geschreven minder over mij gaat dan mijn eerdere fictieverhalen dat deden. Of misschien is het juister om te zeggen: ik onthul meer van mezelf, maar niet met de bedoeling om zichtbaarder te worden. Dat ik in de praktijk wel degelijk zichtbaarder word, is een neveneffect, maar een waarnaar ik niet langer zo hard verlang als ik er vroeger bang van was.

Ongetwijfeld zal ik in de toekomst nog fictie schrijven. Maar ik heb geen behoefte meer aan personages om uit te drukken wat binnen in mij leeft. In plaats daarvan heb ik leren aanvaarden – en leren appreciëren, hoewel nooit zonder een rilling van spanning – dat transparanter worden in de eerste plaats wil zeggen dat je meer licht doorlaat.

Drup_019 ed cut2
(c) KV

Als het neerdaalt

Tony & Seba_110 ed
(c) KV

De herfst is gearriveerd. In mijn tuin, langs de rivieren en de kreken, in de bermen van de autosnelwegen.

Ik hou van mijn geboorteseizoen en zijn onafscheidelijke weelde aan kleuren, misschien wel om goed te maken dat de warmte vervliegt.
In de loop van de jaren heeft de herfst me leren genieten van de kilte van vochtigheid, de overvloed van oogst en de stille berusting van loslaten.

Maar dit jaar merk ik dat ik met heel gemengde gevoelens kijk naar het verkleuren van de eerste bladeren, de volheid die zich voorbereidt om te verliezen en te vallen.
De omslag komt bijna als een verrassing, een klein schok. Het ligt totaal niet in de lijn van waar ik me bevind.

Ik voel me in de diepe rijping van wat misschien mijn gelukkigste jaar op deze planeet is, mijn volste mand verse oogst, en mijn meest gulle vorm van het delen ervan. Geen enkel ander jaar heb ik een dergelijke verbredende groei gekend als nu. En de stroom waarop ik mee vaar is niet van plan snel van koers te veranderen. Dus waarom de natuur nu plots wel?

Tony & Seba_082
(c) KV

Ik zal er wel aan wennen, natuurlijk. Ik zal het afwerpen verwelkomen, zoals ik nu al de ochtendnevel en de schitterende spinnenwebben welkom heet.

Ik zal me herinneren dat mijn dierbare gevleugelde vrienden zoveel makkelijker te observeren zijn in kruinen zonder bladeren.
Ik zal me herinneren dat het donker de dierbaarste geheimen herbergt, de subtielste geluiden.

Ik zal het seizoen omhelzen als het neerdaalt.
Ik zal mezelf hullen in sjaals en kaarslicht, mijn nachtvleugels spreiden en vuurliederen zingen over het warme duister, en de terugkeer van het licht.

Tony & Seba_103
(c) KV

Een draad per keer

Waarom ik een Zielskring bijeen roep

Daarom noemen ze het dus een roeping, schreef ik een paar maanden geleden, toen ik voelde hoe de Ziel mij aan de mouw trok om haar werk te gaan doen, en zo mezelf ten dienste te stellen van iets wat groter was dan mijn eigen persoontje.

Nu lees ik precies dezelfde woorden in de latere hoofdstukken van Bill Plotkins Nature and the human soul. In de passages over de Leerling en de Ambachtsman schetst hij precies wat ik in die eerdere blog beschreef.

Ik zit ergens tussen die twee fasen in, geloof ik. Aan de ene kant ben ik nog altijd aan het ontdekken wat de Ziel precies van mij wil, en leer ik omgaan met diverse manieren om dat ‘in de wereld te brengen’. Van de andere kant zet ik mijn ambacht wel degelijk al in met een zekere vorm van meesterschap. Zo is mijn geschreven stem ondertussen wel genoeg gerijpt om daarvoor te dienen. De Zaailingen zijn maar het topje van de ijsberg van wat ik voel dat er mogelijk is, en dat vervult mij met een diepe vreugde.

Maar in de leer gaan doe je met stapjes en in laagjes, zoveel is duidelijk. En sommige puzzelstukjes werden in de loop van de laatste weken heel erg duidelijk naar voren geschoven.

Dit najaar word ik veertig, en ik ben voorbereidingen aan het treffen voor het weven van een web.

Web_050 ed
(c) KV

De Fransen kennen het spreekwoord la vie commence à quarante ans. Ik geloof dat dat klopt, op meer dan één manier. Zo heb je op die leeftijd genoeg ervaring om ontspannener in het leven te staan dan jongere mensen zich kunnen permitteren omdat ze nog zo hard bezig zijn met diploma’s halen, werk vinden en een thuis voor zichzelf (en hopelijk ook een paar geliefden) uit de grond stampen.
Maar belangrijker (voor mij, althans) is dat ik, sinds ik het plateau bereikte en voelde hoe mijn bestaan bewoond wilde worden op een andere manier, waarbij Ziel en Geest de richting van de reis aangeven, over mijn leven denk in termen van ‘ervoor’ en ‘erna’. Het voelt echt als een soort ‘En nu voor serieus!’, alsof al wat hiervoor kwam niets was dan voorbereiding – en in feite klopt dat ook.

Veertig is een symbolische leeftijd, en aangezien ik de laatste tijd door nogal wat symbolische evoluties ga, voelde het gepast om dat moment – bijna als een excuus – aan te grijpen om het kantelpunt te vieren dat ik heb bereikt.

Ik wil geen feestje bouwen in de dagelijkse zin van het woord. Dat zou neerkomen op veel te veel geluid en veel te veel gedoe en veel te veel aardige mensen in één ruimte om wat voor zinnig gesprek dan ook te hebben. In plaats daarvan wil ik de gebeurtenis markeren met iets van betekenis.

Ik wil een klein aantal voor mij zeer belangrijke personen om me heen verzamelen en een web weven.

Toen ik beschreef wat ik in gedachten had, kwam mijn zus Elin voor de dag met een naam die onmiddellijk juist voelde: een Soul Circle, een Zielskring.

De mensen die ik daarvoor uitgenodigd heb, zijn stuk voor stuk personen met wie ik een zielscontact heb, mensen die me in de loop van de jaren hebben zien groeien en daar niet zelden toe bijgedragen hebben, mensen in wiens gezelschap ik me mijn beste zelf voel, sterker en in staat tot méér.
Sommige van hen lopen al met me mee vanaf mijn geboorte. Anderen hebben pas recent hun opwachting gemaakt in mijn leven. Sommigen hebben me een paar van mijn grootste uitdagingen voorgeschoteld. Anderen hebben me geholpen om de scherven weer aaneen te lijmen toen het leven me een ferme tik bezorgde. Stuk voor stuk wil ik hen bedanken.

Dat is waar die kring om zou draaien, wist ik toen ik het idee vormgaf en uitnodigingen begon te versturen. Veel antwoorden kwamen snel en ze waren bijna allemaal positief. Het ziet er naar uit dat we met een twintigtal volwassenen en een handvol kinderen zullen zijn. Wauw. Ik voel me nu al gezegend.

Web_056 ed cut
(c) KV

Ik voelde er wel iets voor om kleine, gepersonaliseerde cadeautjes te schenken aan iedereen die plaats zou nemen in de kring, maar er ontbrak duidelijk nog iets. Je wil toch niet dat het alleen maar om de geschenkjes draait, zei Elin me. Zoek naar een setting die het spirituele element meer ruimte geeft. Ze had weer eens gelijk. Alleen had ik het gevoel door dichte mist te waden, en niet duidelijk te kunnen articuleren wat ik dan wel moest doen.

Ik contacteerde iemand die Elin intuïtief vernoemde om raad aan te vragen, een dame die er die dag ook zou bij zijn. En ik bleek maar twee kleine tips van haar nodig te hebben – een symbolisch wiel met de vier seizoenen/windrichtingen en de naam van een auteur van wie ze een boek aan het lezen was – om in het midden van mijn web terecht te komen.

Ik werk al jaren met de windrichten in ontelbare kaartleggingen. Ze staan symbool voor de vier hoofdaspecten van elk proces of probleem. Daarnaast ben ik grote fan van Bill Plotkins wiel van zielsgeörienteerde ontwikkeling, het veelgelaagde en subtiele schema van een mensenleven dat voor een stuk dezelfde symboliek aanwendt.

Ik begreep meteen dat ik hiermee zou moeten werken. Ik kon mezelf een cirkel zien aanleggen in het midden van onze woonruimte met vier uitgesproken segementen, voor de seizoenen en levensfasen. Ik kon de gasten in gedachten een plekje zien kiezen langs de rand. Prima, voorlopig.

Die schrijver, dan.
Zijn naam – Daan Van Kampenhout – doet heel waarschijnlijk geen belletje rinkelen. Ik had zelf ook nog nooit van hem gehoord. Hij blijkt een moderne sjamaan (thuisbasis Nederland), die in de leer was bij een traditionele Noord-Amerikaanse meester en het ambacht ondertussen al bijna dertig jaar beoefent. Ik bestelde een boek van hem over sjamanistische rituelen, las het op drie dagen uit en voelde me beter thuis dan ik in lange tijd had gedaan.

Niet elk facet van traditioneel sjamanisme is mijn ding, en ik voel ook geen behoefte om voluit in de beoefening ervan te duiken. Nog niet, in elk geval. Maar er zitten elementen in die mij niet alleen raken omdat ze juist aanvoelen, maar omdat ik ze herken. Ik pas ze in feite al toe, tot op zekere hoogte.

Dus ja, er zou duidelijk ook iets sjamanistisch in die Zielskring gaan zitten.

En terwijl dat alles me duidelijk werd, realiseerde ik me dat ik niet gewoon deel uit zou maken van de cirkel van aanwezigen, maar dat ik degene zou zijn die dat ritueel moest gaan leiden, vanuit het centrum ervan.
Dit was mijn verantwoordelijkheid, de taak die ik op mij genomen had door deze Kring bijeen te roepen. Was ik eerst teruggeschrokken voor al te veel zichtbaarheid, nu zag ik mezelf dat effectief doen.

Web_070 ed cut
(c) KV

Dit hele proces werd interessanter met elke week die verstreek.

En alsof de dingen nog niet snel genoeg evolueerden, kwam er de episode waarbij mijn tong me de schrik van mijn leven bezorgde.

Dit was de Ziel die me op de schouder tikte, zoveel was duidelijk. Ik begreep dat ik aangemaand werd om meer mijn mond open te doen. Dat was geen kleine uitdaging, en terwijl ik zag dat er verschillende facetten aan zaten, realiseerde ik me ook dat de Soul Circle de plaats zou zijn om een aantal ervan in de praktijk te brengen. Ik wist al dat ik het ritueel zou moeten gaan leiden. En ik wilde mensen bedanken om draden te zijn in mijn web. Nu begreep ik ook dat dat wilde zeggen dat ik mijn dankbaarheid jegens hen een voor een zou moeten uitspreken.

Van een uitdaging gesproken.

Dit web is verre van geweven. Ik heb nog twee maanden voor de Zielskring plaatsvindt. Zorgvuldig trek ik de ene na de andere centrale draad. Voorbereiding, besef ik, is cruciaal als je wil dat iets slaagt (of beter: als je het niet wil verknoeien door een gebrek aan logistieke planning). In dat opzicht verschilt een ritueel weinig van een feestje.

Maar behalve dat het mij laat nadenken over in welke hoek van de kamer ik de eettafel parkeer, welke kleuren en symbolen ik ga verbinden aan de seizoenen en welke geschenkjes ik aan wie ga geven, is dit hele proces mij natuurlijk ook weer aan het veranderen.

Deze Zielskring leert mij veel over mijzelf, over degenen die mij dierbaar zijn en over een stukje van iets groters waarin ik binnen geleid word – een draad per keer.

Web_074 ed cut
(c) KV

Grand cru

De smaak van vriendschap

Prelude voor Zaailing #13 en #14

 

“De ontmoeting van twee persoonlijkheden is als het contact tussen twee chemische stoffen: als er een enige reactie is, veranderen ze allebei.” – C.G. Jung

 

20170712_131327 ed.jpg
Zaailing #13, the making of

 

Ik ken niets van wijn. Dat wil zeggen: ik drink het graag, en als ik mij erop concentreer, proef ik dat er verschillen zijn en dat de ene mij beter ‘ligt’ dan de andere. Maar vraag mij niet wat het verschil is tussen verschillende druiven, of waarom die bepaalde wijn beter bij dat ene gerecht past; ik maak me gegarandeerd glansrijk belachelijk.

Maar soms is er een wijn die je verrast. Er is op het eerste zicht niets opvallends aan de fles, de naam of de druif. Maar de geur is rijk, de smaak blijkt vol en subtiel, de afdronk rond. En het geheel verbetert per slok. Op dat moment weet je dat je iets bijzonders in je glas hebt.

Zo gaat het ook met vriendschap.

Ik ben gezegend met een aantal fijne vrienden. Maar heel soms heb je een echt bijzonder contact, waarvan je weet: wat wij hebben, gaat zo diep dat de wortel niet te peilen valt.
Dat gaat niet altijd gepaard met tromgeroffel en bliksemschichten. Het is niet eens altijd iemand die je onmiddellijk aardig vindt. Net als bij goede wijn begint het vaak met niet meer dan een eerste, verrassende slok. Maar algauw weet je: dit is van een andere orde.

 

IMG_6247 ed
(c) KV – Zaailing #13, the making of

 

De samenwerking tussen Jurgen en mij kwam op gang als een oude trein: langzaam en aarzelend. Maar om een of andere reden was er een klik, één die ik zelfs in het begin niet echt doorhad, en een onmiddellijk vertrouwen. Op de achtergrond weerklonk de roep van iets waarvan ik voelde dat ik ernaar moest luisteren, zelfs al begreep ik niet waarom. Tot er een échte creatieve klik kwam. En, met wat tussenstappen, nog één.
Intussen hebben we een vaart opgebouwd om dankbaar voor te zijn, en wat we samen creëren, is méér dan de optelsom van de delen. We komen er allebei in thuis.

Je kunt niet zo intensief samenwerken met iemand zonder dat je elkaar goed leert kennen. We hebben de afgelopen maanden bovendien allebei ook een paar ruige momenten gehad, op persoonlijk of professioneel vlak. En de ander stond er onmiddellijk, vanzelfsprekend, onvoorwaardelijk. Dat is het moment waarop vertrouwen vriendschap wordt, een bijzondere mix getrokken uit verwante druivenrassen, elk gegroeid op heel andere bodem.

De overeenkomsten bleven zich op sympathiek buitenissige manieren opstapelen. Met de telefoon in de hand staan op het moment dat de ander het antwoord stuurt op een vraag die je had. Los van elkaar op dezelfde dag op verlof vertrekken naar een gelijkaardige verblijfplaats in knal dezelfde regio op een kwartier rijden van elkaar. Op hetzelfde uur ’s nachts opstaan omdat in beide gevallen er een zoon fungeerde als (vroegtijdige) wekker, gelijkaardig ervaringen hebben in de wegstations langs de route, zowat tegelijk aankomen. En onderweg allebei dezelfde boom salueren – die dan, hoe kan het ook anders, de volgende Zaailing wordt. Hoe konden we nu niet afspreken om samen iets te gaan doen, daar in Zuid-Frankrijk?

 

parasolbomen cut1.jpg
(c) Jurgen Walschot – Zaailing #12 (detail)

 

En daar waren de demonen.

Iedereen heeft rode draden in zijn leven, van pijn, van succes, van leerprocessen. Eentje die ik regelmatig aantref in mijn weefwerk, is het vermengen van werelden. Of beter: dat dat voor mij niet vanzelf gaat.

Ik compartimenteer mijn leven onbewust nogal. Ik trek hogere schotten op tussen de verschillende facetten (gezin, job, familiekring, vriendschap, zielsverwantschap, diverse creatieve en professionele cirkels en contacten), en de mensen die daarin meedraaien, dan op het eerste zicht merkbaar is.

Vroeger had ik dat veel feller, maar ik heb geleerd dat je niet telkens een lichtjes andere versie van jezelf kunt presenteren zonder jezelf uiteindelijk compleet te verliezen. Het is ook nergens voor nodig – als je niet helemaal jezelf durft zijn bij iemand, schort er ofwel iets aan je zelfvertrouwen, of je bent niet in het juiste gezelschap.

Toch blijft het vermengen van werelden ook nu soms nog spannend voor mij. Omdat ze behoorlijk van elkaar kunnen verschillen, en de mensen die er (vanuit mijn perspectief) toe behoren ook. Mijn spreidstand in vrienden en voorkeuren is breed. En ik mag dan zelf wel een zuiverder signaal geven, dat wil nog niet zeggen dat de chemische reacties onderling niet voor splijtstof kunnen zorgen. Van sommige vrienden, familieleden of collega’s weet ik heel goed dat ik ze beter niet bij elkaar zet. Andere kan ik met een gerust hart aan elkaar voorstellen en kijken hoe er zich spontaan iets moois ontvouwt.

Tot deze zomer hield ik mijn creatieve bloedbroederschap en mijn gezinsleven ver van elkaar weg. Tegelijk groeide het verlangen om die twee werelden te vermengen. Omdat ze allebei voor mij zo belangrijk zijn. Omdat mij thuis voelen op meer dan één niveau tegelijk zoveel deugddoender en vervullender is. Ook hier kan het resultaat meer zijn dan de som van de delen. Tenminste, als de alchemie werkt.

 

IMG_6233 ed cut
(c) KV – Vermengen

 

Ik trok Jurgen dus al een tijdje aan de mouw om af te spreken met onze gezinnen erbij, als we dan toch weer eens op hetzelfde moment in Frankrijk waren. Tegelijk wist ik: hij en ik mogen dan wel een flow van formaat hebben, dat garandeert nog niet dat partners of kinderen daarin mee kunnen. Voor hetzelfde geld valt zoiets grandioos tegen.

Het was de perfecte trigger voor een hele stapel van mijn oude angsten. Wat als de mensen die twee van mijn meest dierbare werelden bewoonden het nu eens totaal niet met elkaar konden vinden? Wat als ik eindigde als een soort ongelukkige sandwich, met als enige conclusie dat het gezonder was voor iedereen om deze chemische reactie níet plaats te laten vinden? En hoe zat het aan Jurgens kant? Er waren vier elementen (zeven als je de kinderen meerekende) in deze distilleerkolf, en ik kon geen enkele reactie voorspellen.

Het was dus met een klein hartje dat ik op de eerste dag van ons weekje Fauch, als ontsnapping voor het slechte weer, voorstelde: hebben jullie zin om mee te gaan wijn proeven?

Ja, dat hadden ze.
We reden erheen om hen op te pikken.

 

20170712_133945 ed klein
Zaailing #14, the making of ; en Seth, beschermer van al wat wild, onconventioneel en ontembaar is, kijkt mee over onze schouder…

 

Een warme verwelkoming. Spontane flow. Hartsvertrouwen, kameraadschappelijk gegrinnik. Een reactie zoals in de betere alchemie, waarbij de bij elkaar gevoegde elementen zich moeiteloos vermengen, en de stroom zachtjes, goudkleurig gaat glinsteren.

Ik waagde een slok van dit met verbazing aangelengde gevoel van bevrijding. En tegen dat we een uurtje later uitstapten bij het eerste chateau proefde ik hem al, nog voor ik een glas aan mijn lippen had gezet: de smaak van vriendschap, grand cru.

 

Hem thuis hebben

Fauch_567

(c) KV

Waarom is de maatstaf van liefde verlies?
(Why is the measure of love loss?)

Ik kan gerust de hele dag Jeanette Winterson-citaten debiteren, gewoon omdat ik zo van haar werk en haar poëtisch genie houd, maar ik geloof niet dat iemand daarop zit te wachten. In plaats daarvan herkauw ik de bovenstaande regel, een van haar veelzeggende citaten (hoewel ik persoonlijk ‘Vertrouw me. Ik vertel je verhaaltjes.’ nog net iets beter vind, en er een heleboel andere zijn, veel minder bekend, die ik nog liever heb. Ik heb er ooit al eentje gebruikt in deze blog, bijvoorbeeld).

Maar om terug te komen op de frase die me nu bezighoudt – waarom is de maatstaf van liefde verlies?

Mijn man en ik lieten onze achtjarige zoon half juli achter bij mijn ouders in Frankrijk en vertrokken op onze Italiëtrip. Ondertussen zijn we al twee weken terug in eigen land, en hij is nog altijd daar. Komende dinsdag pik ik hem op van het vliegveld.

Ik ken moeders die je bij elkaar kunt vegen als hun kinderen voor een week op kamp vertrekken. Ik heb mijn zoon al een maand niet meer gezien, en dat is… helemaal oké.

Daar zijn ze:
twijfel — ben ik wel een goede moeder?
schuldgevoel — hoor ik me nu niet ellendig te voelen omdat hij niet bij me is?
angst — hou ik wel genoeg van mijn zoon, als ik hem niet echt mis?

Oké, dit liedje mag ophouden.

Er zijn twee reeksen antwoorden op de bovenstaande vragen.
Eentje gaat als volgt: ja — nee — ja.
De ander zegt: je hebt je zoon niet verloren.

 

Misschien toch even uitleggen.
Dat eerste reeksje spreekt voor zichzelf. Ik meen het ook echt, en ik geloof dat het oprechte, juiste en gezonde antwoorden zijn. Maar ze hebben allemaal wel hun wortel in het tweede antwoord. Ik ben mijn zoon niet verloren.

Hij is ergens waar hij het heerlijk vindt en waar er goed voor hem gezorgd wordt door mensen die hij heel graag ziet. Dat vind ik prima, en ik maak me dus ook geen seconde ongerust (tenzij misschien over auto-ongevallen of meteorietinslagen, maar die kunnen net zo goed voorvallen als hij hier bij mij is, dus die tellen niet – het leven moet je nu eenmaal leven).

Fauch_673 cut
(c) KV

Over minder dan een week is hij weer thuis. En ondertussen heeft hij de tijd van zijn leven, en heb ik wat kostbare rust gehad (en een romantische vakantie met zijn vader).

Ik ben een liefdevolle moeder, maar niet van de typische verzorgende soort. Mijn zoon is het liefste wat ik heb, maar koken, schoonmaken en andere zorgtaken zijn niet het liefste wat ik doe, zelfs niet voor hem.
Bad #579 laten vollopen, lunchpakket #346 smeren, veters strikken poging #1007…
Diepe, diepe zucht.

In tegenstelling tot sommige andere vrouwen die intens genieten van zuigelingen en openbloeien tijdens de eerste levensjaren van hun kind, werd ik gelukkiger naarmate mijn zoon ouder werd. Mijn sterktes zijn emotionele intelligentie en conversatie, niet luiers, badjes en maaltijden.

Mis ik mijn zoon, nu hij een hele maand is weggeweest? Absoluut. Ik mis zijn vreugde, zijn liefde, zijn creatieve geest, zijn intelligentie, alles aan deze heerlijke kleine persoon die zich zo op zijn gemak voelt in de wereld. Ja, ik mis zelfs zijn ochtendhumeur en zijn koppige buien.
Mis ik hem bemoederen? Geen seconde. Ook voor mij is dit vakantie.

Maar hoe anders zou het zijn als er hem iets overkwam. Als hij weggerukt werd uit dit leven en ik hem nooit meer zou zien. Als zijn gelach, zijn knuffels en zijn blije, luidruchtige aanwezigheid nooit meer door dit huis wervelden.
Hem verliezen zou mij vernielen, mij in tweeën breken en verminkt achterlaten.

Kortom: de maatstaf van liefde is verlies. Je weet pas hoeveel iets of iemand echt voor je betekent op het moment dat je ze kwijt bent.
Ik ben mijn zoon niet kwijt op enige serieuze manier. Ik hoef me zelfs niet af te vragen of hij gelukkig is. En ik weet dat hij binnenkort weer thuis is. Er zit geen gapend gat in mijn ziel dat alleen kan opgevuld worden door zijn moeder te zijn en dat nu voor altijd leeg zal blijven.

Fauch_572

Bedankt, Jeanette Winterson. Je hebt me iets heel kostbaars laten begrijpen, toen ik voor het eerst Written on the body las. Je leerde me niet te wachten om mijn liefde te voelen of er voor uit te komen tot ik ze kwijt was.

En hoewel het waarschijnlijk te veel gevraagd is van het leven, hoop ik stiekem toch dat ik nooit echt door die ervaring zal moeten. Ik hoop dat ik mijn geliefden op elke mogelijke manier zal gekoesterd hebben, en dat ik zal beseft hebben hoe graag ik hen eigenlijk wel zie voor ze op een of andere manier buiten mijn bereik glippen.

En wat mijn zoon betreft, kijk ik er gewoon naar uit hem weer thuis te hebben. Heel gauw.

Een thuis voor de ziel

Waarom mijn reizen vaak iets hebben van een zoektocht

Ik ga heel graag op vakantie: weg zeilen van de kusten van het vertrouwde leven naar de diepe stromen die een eind verder op zee wachten. Maar meestal kom ik niet zo graag terug naar huis.
Het is niet dat ik ons huis niet leuk vind, of dat mijn leven een triestige sleur is waar ik me met zware tegenzin aan onderwerp. Toch blijft dit gevoel zowat elk jaar terugkomen en sterker worden. Ik ben er ondertussen wel aan gewend dat het de kop opsteekt, en probeer het te gebruiken in mijn voordeel.

Zwervend langs de bochtige Italiaanse wegen in juli, ontmoette ik andermaal mijn vertrouwde vakantiegezel, en ik vroeg me af welk geschenk hij dit keer voor me bij had.

Italië 3_131 ed
(c) KV

Op vakantie gaan en de alledaagse routines even aan de kant zetten, besefte ik, was eigenlijk een prima gelegenheid om van op een afstandje naar mijn leven te kijken en een zielcheck te doen: was ik nog altijd aan het doen wat ik wilde? Was ik tevreden met het leven dat ik had achtergelaten en waarnaar ik heel binnenkort weer terugging?

In grote lijnen is het antwoord zeker ja. De laatste tien jaar heb ik veel werk gestoken in het vinden van mijn roeping en het verfijnen van mijn ambacht. Er zijn op dit moment geen grote werven in mijn leven die schreeuwen om een facelift of een sloophamer. Integendeel, ik heb het gevoel dat ik steeds meer ben waar ik thuishoor, op een pad gevuld met kunst, creativiteit, zielsontmoetingen en dienstbaarheid.

Waarom was er dan toch dat vertrouwde, knagende gevoel dat ik niet wilde dat deze vakantie stopte, dat ik nog niet terug wou naar België, naar ons huis? Het had zelfs niet zo veel te maken met werk, besefte ik, als wel met het gevoel van de plek zelf.

Ja, natuurlijk is de hemel in België dagenlang vaak triestig grijs. Maar mijn ongemakkelijk gevoel had daar in feite niet zoveel mee te maken. Na twee weken aan een stuk zoveel zonlicht en warmte opgezogen te hebben (35° C in de schaduw), was ik eerlijk gezegd best verzadigd, en vond ik het niet erg om weer wat meer wolken en zelfs regen te zien.

Op een van de plekken waar we verbleven, leefde een Belgisch koppel dat van hun vakantieverblijf hun permanente woonst had gemaakt, en gasten ontving in een kleine B&B. Ze zaten in een mooi middeleeuws dorp dat hij bezocht had van kindsbeen af, en zij vertelde dat ze, toen hij haar voor het eerst had meegenomen, huilde toen ze weer moesten vertrekken. Ik wilde niet weg, zei ze. Alles in mij wilde hier blijven. Het voelde alsof ik weggerukt werd van de plek waar ik thuishoorde, waar mijn ziel thuis was.

Dat is het, geloof ik.
Ik ben nog steeds op zoek naar de plek waar mijn ziel thuiskomt.

Italië 3_214 ed
(c) KV

Ik ben er niet actief naar op zoek, maar onbewust hoop ik dat ze opduikt in elk dorp dat ik binnenkom, op elke berg die ik beklim, achter elke bocht van de weg waar we op zitten.
Het is geen bewuste speurtocht, maar ik besef wel dat het de zoektocht is van mijn ziel naar haar thuis. En ik heb die nog niet gevonden, zoveel is wel duidelijk.

Als ik onze (lange) stop bij mijn ouders in Frankrijk er even bij reken, waren we drie weken lang bijna constant in beweging. En tegen het einde van die periode waren Christophe en ik allebei wat reismoe. Niet zo gek, we hadden er op die relatief korte tijd zowat 4.000 kilometer op zitten.
Voor een keer, merkte ik, vond ik naar huis gaan niet zo erg. Of eerder – landen. Het zou goed zijn om ons te nestelen op een geliefde, vertrouwde plek, een nest van waar we niet onmiddellijk weer weg hoefden.

Het maakte de thuiskomst dit jaar een stuk zachter en aangenamer dan vorige keren. En ik hou echt van ons huis, verstopt tussen de bomen op ons kleine, overgroeide perceel. Maar ik heb begrepen dat het voor mijn ziel toch niet écht thuis is, en dat waarschijnlijk nooit zal zijn. Het is een dierbare en lieflijke halte onder de baan.

En het moment dat ik die andere plek vind, waar ik naar op zoek lijk te zijn, onbewust, onophoudelijk, dan zal ik weten dat mijn zoektocht voorbij is.

Ik zal mijn boot naar de kust sturen, aan land gaan, en nooit meer weg willen.

Italië 3_217 ed cut
(c) KV

Samen op weg

Er is iets uitzonderlijks aan deze huwelijksreis-die-er-geen-is. Of zo voelt deze Italiëtrip van ons althans voor mij. Misschien heeft elke goede reis die je onderneemt met een open geest en goesting in avontuur wel deze bijzondere, lichtjes bedwelmende smaak – ik zou het niet weten.

Ik weet alleen dat geen twee dagen dezelfde waren, en elke dag bracht zowel onverwachte schoonheid als teleurstelling. Soms waren de extremen adembenemend, dan vloeide het ene weer gracieus over in het andere.

Italië 5_173
(c) KV – Avondzon in Labro

We hadden lange, vermoeiende ritten en luie namiddagen. We zwommen in luxezwembaden en verdronken in ons eigen zweet. We keken ademloos naar de prachtigste uitzichten en vluchtten uit de lelijkste buitenwijken. We hebben meer vlees op ons bord gekregen dan we doorgaans eten op een maand, maar we aten ook heerlijk, huisbereid, biologisch én vegetarisch.

We sliepen op een bergtop waar de stilte overweldigend was, en in een luidruchtig dorp waar de kerkklok elk kwartier van de dag en de nacht sloeg. We dineerden als koningen, en lunchten op een plek waar het eten verdachte gelijkenissen vertoonde met de plastic tafelversiering.

We nipten van heerlijke, belachelijk goedkope likeur en zochten vergeefs naar betaalbare diesel.

Eén gastvrouw had een griezelige voorliefde voor oranje (muren, bedsprei, elk ornament in elke kamer, tot de keuken toe!), anderen leefde in een authentiek, gerestaureerd middeleeuws dorp.

We hadden nachten dat ventilators en open ramen de hitte niet konden temperen, en nachten dat we tegen elkaar aan kropen omwille van de kou.

We gingen naar de toppen van de bergen en de diepten van grotten. We zagen antieke ruïnes die beter bewaard waren dan moderne aardbevingsgebieden.

We lunchten met een ijsje in een duur ski-resort, en picknickten met vers brood, groenten, kaas van de streek en een fles wijn op het overwoekerde terras naast onze slaapkamer.

We vonden een snoezig dood vleermuisje in de tuin en een zeer levende schorpioen in onze wasbak.

Italië 4_041
(c) KV – Ruïnes van Alba Fucens

Voor Christophe en mij als koppel was het ook een ervaring.

We verdeelden de urenlange autoritten en maakten samen de onvermijdelijke keuzes die je onderweg moet maken. We waren het eens over logement en kibbelden over routes en het gebruik van wegenkaarten. We maakten flauwe grappen en hadden diepe, intieme en kwetsbare gesprekken. We werden boos over misverstanden en waren heel gelukkig om samen te zijn.

We hebben nog drie dagen te gaan en trekken vanaf morgen noordwaarts, met stops in Ravenna, Oostenrijk en Duitsland. Mentaal bereiden we ons voor op het einde van deze fantastische trip.

Maar die andere reis van ons is nog niet bepaald ten einde. We hebben weer eens vastgesteld dat we, zowel op de weg als in het leven, fantastische reisgezellen zijn.

Ik kijk uit naar nog veel langer samen op weg.

Italië 1_017
(c) KV