Een thuis voor de ziel #2

IMG_1428 (2) klein
(c) KV

 

“En wanneer ik die andere plek vind waarnaar ik lijk te zoeken, onbewust, onophoudelijk, dan zal ik weten dat mijn zoektocht voorbij is.
Ik zal mijn boot naar de kust sturen, aan land gaan, en nooit meer weg willen.”

 

Zo schreef ik het een jaar geleden in Een thuis voor de ziel. Nieuwe plaatsen ontdekken confronteert mij telkens weer met hoezeer de overbevolkte, drukke nevelstad die Vlaanderen steeds meer wordt, ingaat tegen wat mijn ziel verlangt en nodig heeft. Er zijn weinig dingen die mij zo gelukkig kunnen maken als het zicht op een beboste heuvel, een riviertje met rotsbedding, een glooiende horizon zonder gebouwen of andere menselijke constructies om het uitzicht te bederven. Telkens weer betrap ik mezelf op de gedachte: als ik hier maar wat meer van kon hebben in mijn dagelijks leven!

Terugkeren naar huis is daarom zelden een heuglijke gebeurtenis. Om eerlijk te zijn weet ik wel niet echt zeker of het het einde van de vakantie is dat ik betreur, of alleen de onvermijdelijke terugkeer naar Vlaanderen. En zodra ik mijn dagelijkse routine van werk, familie en vrienden weer opgenomen heb, raak ik ook weer snel gewoon aan mijn omgeving. Zo slecht is die tenslotte ook weer niet. En hoezeer ik mijn hart ook voel zwellen bij het zicht van een bergtop in de ochtendzon, ik weet wel beter dan te denken dat ik geschikt ben voor het leven in een hooggebergte. Wat zou ik daar moeten gaan doen, geiten hoeden? Kaas maken? Een B&B openen? Ik heb al een grondige hekel aan de huishoudelijke klussen in ons gezinnetje van drie! Schrijven kan ik natuurlijk overal, maar ik verdien op dit moment nog geen fractie van wat ik zou nodig hebben om er drie mensen van te onderhouden. Kortom: een mens moet verstandig zijn, nietwaar?

Op onze reis door Italië ontmoetten we vorig jaar een Belgisch koppel dat mijn tegenzin voor huishoudelijkheid niet deelt, en effectief een B&B opende in een charmant Middeleeuws dorpje. Onze gastvrouw vertelde me toen hoe ze had gehuild toen ze na haar eerste bezoek aan de plek opnieuw moest vertrekken. “Ik wilde niet weg”, zei ze. “Alles in mij wilde hier blijven. Het voelde alsof ik weggerukt werd van de plek waar ik thuishoorde, waar mijn ziel thuis was.”
Haar woorden vormden de inspiratie voor de blog van vorig jaar, want ik was best jaloers op haar. Ik was nog nooit een plek tegengekomen die me zo’n gevoel gegeven had. Ik voelde me zelfs verlorener door haar verhaal, ook thuis. Maar het maakte mij wel bewuster.

Nu heb ik, voor het eerst, een gelijkaardige ervaring gehad.

 

IMG_1394 (2) klein
(c) KV

_ _

We wilden deze zomer weer een korte trip naar de bergen maken. Van mijn Franse schoonbroer, die ons twee jaar geleden al eens meenam naar de Pyreneeën, hoorden we dat de Cirque de Gavarnie beslist een bezoek waard was.
Wij hadden er nog nooit van gehoord, maar de plek bleek Unesco Werelderfgoed te zijn, en te oordelen naar de foto’s online was het inderdaad erg mooi: een keteldal aan de voet van de eeuwig besneeuwde toppen van de Pic du Marboré en le Taillon, met een tapijt van alpenweide naan hun voeten, onophoudelijk bevloeid door watervallen van smeltsneeuw.
Omwille van haar schoonheid en faam is de Cirque een populaire bestemming, zowel voor dagjestoeristen die de wandeling van een viertal kilometer naar de bodem van het keteldal willen maken, als voor meer ervaren bergwandelaars op doorreis of die naar een van de nog hoger gelegen meren willen klimmen.

Het dorpje Gavarnie, toegangspoort tot het keteldal, ligt aan het einde van een doodlopende weg. Iedereen die er heen rijdt, moet uiteindelijk terug langs herzelfde smalle kronkelweggetje met de rotswand aan een kant en het tumultueuze bergriviertje Gave aan de andere. Het is bij momenten nogal veel verkeer voor één smal baantje. Wij kwamen aan op het einde van een regenachtige dag, en we leken de enigen die nog naar boven wilden. Een onophoudelijke stroom van auto’s, bestelwagens en bussen kwam ons tegemoet, op hun weg naar beneden. Het weer was omgeslagen, dus de massa maakte zich uit de voeten. Het had iets van oproeien tegen de stroom.
Maar tegen dat we ons avondeten op hadden in wat nu weer een zeer rustig klein bergdorpje was, verdampten de wolken en kregen we een eerste blik op de majestueuze wanden van de Cirque in de verte, beschenen door de avondzon.

De volgende dag hadden we stralend weer. Helderblauwe lucht, aangename temperaturen om te wandelen. Dankzij de tip van een ander koppel in dezelfde Bed & Breakfast besloten we om niet de stroom van wandelaars te volgen langs de hoofdweg naar de Cirque, maar om een langere tocht te maken. Daardoor klommen we eerst een paar uur (400 meter niveauverschil, wat ons tot op ongeveer 1800 meter hoogte bracht), en de rest van de wandeling konden we op dezelfde hoogte blijven, en vervolgens geleidelijk wat afdalen, door bossen en langs kliffen. Het werd de mooiste wandeling die ik ooit maakte.

Het Parc National des Pyrenées heeft een ongelooflijk rijke fauna en flora, die voortdurend verandert al naar gelang de hoogte. Hellingen vol blauwe irissen, paarse campanulaklokjes, helleborussen die amper uitgebloeid waren, elegante witte schermbloemen, verschillende soorten varens en volop bloeiende vetplanten, een taai soort beuken, gigantische pijnbomen en grillige dwergdennen, allerlei planten die ik kenden en nog veel meer die ik niet kende, uitbundig bloeiend in de weiden of halstarrig omhoogschietend uit rotsspleten.

 

 

We picknickten op een lommerrijk plekje langs het pad, met onze rug naar de rots en voor ons een uitzicht waarmee niet te concurreren valt (tweede foto van deze blog). Kort na de middag kwamen we ten slotte aan bij de Cirque.

Het was er druk. Aan de mond van het keteldal, waar het makkelijke pad eindige dat door de meesten gevolgd werd, stond een heus hotel met bar en restaurant. De rust van het eenzame bergpad maakte meteen plaats voor iets wat veel toeristischer aanvoelde. We dronken een glas in de schaduw, en keken toe hoe de wandelaars de laatste meters van het pad aflegden, sommigen zelfs te paard of met een ezel aan de hand, met daarop een kind. Het contrast met onze tocht kon niet groter zijn. (We vragen ons trouwens nog steeds af hoe dat hotel er ooit in slaagt bevoorraad te worden, want zelfs het ‘makkelijke’ pad is ongeschikt voor zowat elke vorm van gemotoriseerd vervoer.)

Ik ben gewoonlijk de eerste om te vluchten voor dit soort drukte. De energie van te veel mensen samen op één plek overstemt al te vaak het natuurlijk gevoel van een locatie, en het landschap wordt gedegradeerd tot decor. Meestal vertrek ik van zo’n plek met iets van teleurstelling dat wij mensen niet beter weten en er niet in slagen zoiets moois met rust te laten.
Het verraste me dus wel dat de troep kleurrijke wandelaars me in het geheel niet stoorde. Ik was me wel bewust van hun aanwezigheid, maar alle dingen die drukte een uitdaging maken voor mij (lawaai, nabijheid, teveel mentale en emotionele stoorzenders op te veel verschillende frequenties) leken hier niet van toepassing. Hoeveel volk er ook rondliep, de omvang van het landschap overklaste alles moeiteloos.

 

IMG_1459 (2) klein
(c) KV

 

Dat gevoel bleef aanhouden toen we het keteldal zelf in gingen. Daar liepen ook heel veel mensen, op het pad of ergens ernaast, onder meer omdat de route die naar de voet van de grootste waterval leidde niet bepaald helder aangeduid stond. Blijkbaar moesten we daarvoor zelfs een stuk gletsjer over, en omdat dat niet duidelijk was en ik er niet gerust op was om zo’n breed stuk ijs over te steken, kwamen we terecht langs de verkeerde kant van de Gave (op dat punt weinig meer dan een woeste, brede bergbeek, maar niettemin niet veilig over te steken) en hadden we de keuze: een heel eind terugkeren en toch over die gletsjer heen, aansluiten in het rijtje mieren van wandelaars in de verte, of blijven waar we waren en van het uitzicht genieten. We kozen voor het laatste.

 

IMG_1492 (2) klein
(c) KV

 

Ik zat op een groot rotsblok een eindje boven het riviertje, en keek naar de immense rotswanden en het water dat zich van alle kanten over hun randen naar beneden stortte. Ik kreeg het gevoel dat er niets was wat dit dal van zijn stuk kon brengen. De rotsen, oprijzend vanuit de wortels van de aarde, leken in staat om de wereld zelf te torsen. De watervallen zorgden voor een stromend element, en de wijsheid van loslaten. Het voelde als een perfect yin-yang evenwicht, een immens krachtige plek, onophoudelijk veranderend, tijdloos.
Zwarte kraaiachtigen met gele bekken vlogen als acrobaten op de wind die ook de namiddagwolken meebracht. Bloemen groeiden onverstoorbaar in rotsspleten. De rivier zong zijn luidruchtige lied, ongehinderd door wat voor zwerfkeien of steenbrokken dan ook. En de grote waterval waar we naar keken, aan het andere eind van het dal, veranderde van gezicht met elk wolkje dat passeerde.

Soms kan een plek zo groot en zo juist zijn dat al wat je wil, is om er op een of andere manier deel van te mogen uitmaken.

 

IMG_1504 (2) klein
(c) KV

 

_ _

 

Vanmorgen hadden de wolken het hele dal van Gavarnie gevuld met dikke, grijze mist. We konden amper de auto op de oprit onderscheiden. De Cirque, ver weg hogerop, was totaal onzichtbaar. Ik voelde het aan me trekken terwijl ik bij de voorbereiding van ons vertrek de tassen in de koffer van de wagen stak: het gevoel dat ik niet weg wilde.
Ook dit verraste mij. Rationeel gezien was er niets voor mij op deze plek, in dit kleine bergdorpje dat alleen leek te bestaan bij de gratie van eindeloze stromen wandelaars in de zomer en skiërs in de winter.
Op elke andere plaats zou ik mijn schouders opgehaald hebben en gedacht: mooie wandeling, prachtige berg, misschien komen we hier nog wel eens terug, maar nu: wegwezen! Of zelfs iets van teleurstelling: nee, hier is het ook niet, de plek die ik zoek.
Dit keer was het anders.

Terwijl ik de auto langzaam langs het smalle baantje stuurde, stroomafwaarts mee met de Gave op weg naar lagere heuvels, voelde ik hoe mijn aarzeling groeide tot droefheid. Ik wilde niet weg. Iets in deze rotsen, in deze rivier, sprak tegen mij op een manier die ik nog nergens anders had ervaren. Vertrekken voelde als een navelstreng doorknippen, met dat verschil dat menselijke navelstrengen bedoeld zijn om door te knippen als het kind wil kunnen leven, en dat deze verbinding verbreken helemaal niet juist voelde.

Het was duidelijk: dit was wat mij betrof geen plek als de andere. Dit was, om een of andere ondefinieerbare reden, thuis.

Ik weet nog niet hoe ik aan de slag zal gaan met deze ervaring, en wat de invloed ervan op mijn leven zal zijn. Wat ik heb gevoeld, is bijzonder genoeg om een belangrijk verschil te maken.
Op dit moment koester ik gewoon het feit dat ik me triest en een beetje verloren voel, op een heel andere manier dan vroeger. Want er bestaat ten minste één plek op aarde, weet ik nu, waar ik mij niét verloren voel.

Nu mijn ziel weet wat het is om thuis te zijn, wordt door de wereld dwalen op een of andere manier iets makkelijker te verdragen.

En wie weet waar het volgende pad heen leidt.

 

IMG_1482 (2) klein
(c) KV

x

Advertenties

Verbranden en herrijzen

De overvloed van de Zomerkring

 

Zomerkring_019 ed cut klein
Zomerkring-maan, in het gezelschap van Jupiter (c) KV

 

De heel bijzondere ervaring van mijn Zielskring afgelopen najaar bleef nog lang doorzinderen. De hartverwarmende verbondenheid en het vertrouwen dat in minder dan een paar uur groeide tussen een aantal mensen – vaak volslagen vreemden voor elkaar – die kennismaakten tijdens de rituele bijeenkomst om mijn veertigste verjaardag te vieren, gaven mij het gevoel dat ik dit soort ontmoetingen vaker moest organiseren.
Dus toen 2018 zijn intrede deed, besloot ik om niet één maar vier Kringen te houden dit jaar. Seizoenskringen.

Ik polste eerst even bij mijn man of hij dat wel oké vond. Hij had helemaal achter de Soul Circle gestaan, en dit idee bleek hem ook aan te spreken. Ik ben overduidelijk de spirituele in dit huishouden, maar die kant van mij heeft hem altijd aangetrokken, ook als dat wat ‘stretchen’ betekent, en hij ondersteunt een initiatief als dit graag op een praktische manier. Het is een bijzonder fijn soort teamwork dat ons samen gastheer en gastvrouw maakt, op een manier waar we ons allebei goed bij voelen.

Ik ben het principe van ‘de juiste dingen op het juiste moment’ redelijk radicaal gaan omarmen. Elk mailtje met een bevestiging van komst werd even warm ontvangen als de berichten die zeiden ‘heerlijk idee, bedankt voor de uitnodiging, maar ik kan er dit keer niet bij zijn’. Mijn lijst van verwante zielen is ruim, mijn armen zijn lang en open, en ik ben niet van plan die op wat voor manier dan ook in te perken.

Het basisconcept was gelijkaardig aan dat van de Zielskring: een samenkomst die begint met een rituele kring waar we een symbolisch onderwerp aansnijden, gevolgd door een informele maaltijd en gezellig samenzijn. De gasten zorgen voor eten (altijd een verrassing), wij als gastheer en -vrouw zorgen voor drank en logistiek. Het is een fantastische formule, en ze werkt elke keer. Minimale kosten, maximaal plezier voor iedereen. Het grote verschil met de Soul Circle was natuurlijk dat deze kring in het teken van de deelnemers zou staan, en dat het niet om mij draaide. Ik zou begeleider zijn, gids misschien, maar beslist niet het centrum van alle aandacht.

Begin maart hield ik dus de eerste bijeenkomst, de Lentekring. De winter had Europa op dat moment nog stevig in zijn greep, en de dag zelf lag het buiten letterlijk vol sneeuw. Maar tegen de middag had een helder zonnetje alles helemaal laten wegsmelten…

De seizoenen zijn zeer rijk aan symboliek, dus ik moest een focus kiezen die gepast voelde voor dat moment. Voor de Lentekring koos ik voor het beeld van het zaad of de knop, die wachtte in het duister tot het tijd was om te ontkiemen: een afscheid van wat voorbij was, van duisternis en lange, langzame groeiprocessen, en een uitnodiging om open te bloeien, aangeraakt te worden door het licht, en te ontluiken.

 

Prille lente_028 ed cut klein
Eerste aarzelende tekenen van de lente, maart 2018 (c) KV

 

We waren met een bescheiden groep in onze woonkamer, maar ik stond er toch versteld van hoe het vertrouwen en de rauwe eerlijkheid er zowat onmiddellijk weer waren tussen mensen die elkaar niet of nauwelijks kenden. De meditatie die ik geschreven had om te werken met het beeld van het zaad bleek bijzonder krachtig, en elke deelnemer ging naar huis met een ervaring die werkelijk iets voor hem betekende, en met wat meer licht en bewustzijn in een stukje van hun persoonlijke proces.

Ik voelde me vereerd, maar ook bijzonder onzeker. Dit was zulk onbekend terrein. Welke keuzes waren de juiste om de processen van de aanwezigen een beetje te ondersteunen? Waarop moest ik focussen, wat moest ik laten voor wat het was, of beter in de hand houden? Zelfs al was de Lentekring echt wel een succes te noemen, ik voelde me naderhand toch niet in feeststemming. Ik had naar mijn gevoel nog zoveel te leren… Het zou wat tijd vragen om alles te laten zakken, en dan met een schone lei opnieuw te beginnen.

 

Intussen is het hoogzomer. En een week geleden, juist na de zomerzonnewende, hield ik mijn Zomerkring.

Ik beken: ik had een hele tijd koudwatervrees om erin te duiken. Ik was nog altijd niet overtuigd dat ik dit wil kon. Maar na de lange, lange, grijze winter leken we de lente zowat over te slaan en plots was de natuur overal zo overvloedig aanwezig dat het onmogelijk was om er niet door geraakt te worden. Ik zat op ons terras, onder de eikentakken, en keek naar de jonge meesjes die af en aan vlogen en gulzig rond de pindasilo zwermden, en het werd me duidelijk dat waar ik het over wilde hebben dit keer overvloed was.

Jonge zomer_007 ed klein
Enthousiaste klimop die goed op weg is om niet alleen het raam maar de hele woonkamer in te palmen… (c) KV

Onze tuin is niet zo heel groot, maar hij is weelderig. Naar Belgische maatstaven is het een halve wildernis. We wieden wel, en we zorgen voor de planten die ons lief zijn, maar op ons kleine perceel laten we bijzonder veel ruimte voor wilde hoekjes en volwassen bomen en struiken die hun goesting mogen doen. Dat betekent dat we meestal het gevoel hebben in een bos of een boomhut te wonen: we zien takken en groen uit elk raam. We houden daar heel erg van, ook al moeten we soms toch een beetje snoeien…

Dus het werd de tuin en het gevoel van overvloed, voor deze Zomerkring. Zodra ik die insteek had, kwam de rest vanzelf. Ik hoefde maar het minimum voor te bereiden. En na een grijze, koude week was het weer plots opnieuw zalig: zonnig maar niet te heet. We konden de hele kring buiten houden, net zoals ik gehoopt had.

We zaten in het meest beschutte deel van de tuin, en ik introduceerde het idee van overvloed, vuur en groei. In de uitnodiging had ik een citaat uit Walter de la Mares gedicht ‘Under the Rose – the Song of the Wanderer’ gezet, vertaald door Tonke Dragt:

En ik, ik heb het Woud betreden
Waar, in vlammen roze en goud
Verbrandend, en herrijzend steeds
De Feniks zich ophoudt

 

Tuin juni_041 ed cut klein
(c) KV

 

Branden, zonder te angst om op te branden – want uit de as herrijzen we. Groeien, en bloeien, en vrucht dragen, in volle overvloed… Alles wat binnen in onszelf groeit en rijpt durven vertrouwen. Vlam te zijn, en vuur, en zo helder te schijnen als we kunnen. Omdat we dat verdienen. Omdat we de wereld zo een plek met meer licht maken…

Ik las een mooie zonnewende-meditatie voor van Cait Johnson en Maura D. Shaw uit Celebrating the Great Mother, een tekst die ik pas een week voor de bijeenkomst voor het eerst las, en die op wonderlijke wijze alle beelden in zich droeg waarmee ik me eerder had voorgenomen te werken.
Ik had een grote, lege, houten kom voorzien, en allerlei tuingereedschap klaargelegd waarmee kon geknipt en gesnoeid worden. Er werd gegrapt dat ik mijn gasten hierheen gelokt had voor een middag tuinonderhoud.
De echte bedoeling was om hen allemaal onze uitbundige tuin in te sturen om te plukken, te verzamelen of af te knippen wat hen persoonlijk riep als een symbool van hun eigen innerlijke overvloed, en het punt waarop ze zich in hun eigen evoluties bevonden.

(Grappig #1: toen ik deze nogal ongewone oefening bedacht, betrapte ik mezelf erop dat ik dacht: zou ik niet beter zeggen dat ze een beetje voorzichtig moeten zijn met de rozen, of dat ze die of die struik misschien beter niet helemaal kaalplukken? Ik kon alleen maar grinniken om mijn behoefte aan controle. Als je iemand overvloed wil laten ervaren, dan moet je niet beginnen met waarschuwingen, maar er juist op durven vertrouwen dat wat hij mee terugbrengt naar de ceremonieschaal ook echt juist is. – Ervaring leerde me trouwens dat als je zo’n opdracht geeft mensen zelden voor de mooiste bloem gaan. Ze worden aangetrokken tot iets wat hen roept, om een heel persoonlijke reden, en dat kan net zo goed onkruid zijn… Ik zette dus geen beperkende grenzen, en zei mijn gasten dat ze zelfs dingen met wortel en al uit de grond mochten trekken, als dat juist voelde – behalve de bomen misschien. (Meer gelach.) Ze hoefden niet te aarzelen of te twijfelen, de tuin had meer dan genoeg te bieden.
Grappig #2: toen ik mijn man vertelde over mijn plannen, verwoordde hij precies dezelfde schrik als ik had gehad! Van gelijkgestemde zielen (of controlefreaks) gesproken… Toen ik mijn inzichten met hem deelde, lieten we het allebei gewoon voor wat het was, vertrouwden en lieten het gebeuren. En natuurlijk werd onze tuin niet gemolesteerd… 😉 Integendeel, ik was echt blij om te zien dat een van de gasten het had aangedurfd om een takje van de appelboom te knippen, met één groen, onrijp appeltje eraan. Bravo!)

We verzamelden de symbolische ‘oogst’ in mijn grote schaal, en beschreven ieder wat die voor ons betekende.

 

35927136_1103642173122832_369300336290037760_n

 

Er waren verhalen over durven bloeien, over aarzelend groen fruit dat langzaam rijpte, over kleuren en wilde scheuten die kracht en houvast boden in tijden van twijfel. We deelde ervaringen, leerden van elkaar, vertrouwden en steunden elkaar. We lieten ons licht schijnen en durfden opvlammen, zonder bang te zijn om op te branden. Want uit de as verrijst de Feniks…

Achteraf deelden we een heerlijke maaltijd, en het was hartverwarmend om te zien hoe een aantal mensen, die elkaar misschien een of twee keer ontmoet hadden, opnieuw connecteerden, en hoe nieuwkomers zonder moeite een plekje vonden in het geheel.

Mijn bedoeling met het houden van deze Kringen was om vertrouwen en verbondenheid tussen mensen een voedingsbodem te geven, en tegelijk een opening te creëren voor persoonlijke groei. Na deze Zomerkring begin ik het zowaar te geloven dat het mij lukt.

Ik kijk nu al uit naar de Herfst.

 

Zomerkring_112 ed klein
Zomerkring-maan, in het gezelschap van Jupiter (c) KV

 

Brieven om nog te schrijven

Denken aan de dood

 

Het was tijd om nog eens een goeie ouwe techniek boven te halen. Het was te lang geleden, of zo voelde het toch.

Ik heb al eerder verteld over deze specifieke oefening. Je stelt je voor, zo levendig als je maar kunt, dat je geconfronteerd wordt met de ijskoude zekerheid dat je nog maar een jaar te leven hebt. Het is niet even doen alsof, je moet het echt geloven, en het einde in de ogen durven kijken.
Vervolgens neem je je leven onder de loep.

Een jaar is lang genoeg om nog een aantal zinvolle dingen te kunnen doen. Maar je hebt geen reservetijd meer, geen “och ja, dat doe ik ooit wel eens, na mijn pensioen, of als alle andere excuses op zijn”-tijd. Plotseling worden de dingen haarscherp.

 

Zomerparels_025 ed cut klein
(c) KV

 

Is er iets wat je anders zou gaan doen als je alleen nog maar dit jaar had?
Zijn er zaken die je nu blijft doen omdat je je daar om een of andere reden toe verplicht voelt, maar die je met de dood in het vooruitzicht meteen zou droppen? Zijn er andere dingen die zich nu heel sterk naar voren dringen, omdat ze echt nog gedaan, gevoeld, ervaren, beleefd… willen worden, nu er toch nog – een heel klein beetje – tijd is?

Dat is de grote beloning van deze indringende oefening: keuzes maken wordt plots bijzonder makkelijk.

Nu is de tijd om al die dingen te doen. Dat was het altijd al.
Verspil er dus geen meer. Als je ze echt meent, leert deze oefening je waar je hart voor klopt.

_ _

Het was al een tijdje geleden dat ik ze nog gedaan had.
In het verleden heeft ze me behoorlijk veel geleerd. De confrontatie met sterfelijkheid is altijd taai, en ik begreep al snel dat ik, als ik oprecht wilde leven, mijn innerlijk kompas zou moeten bijstellen. Want ik had de neiging om (zoals bijna iedereen) de dingen die écht telden voor me uit te schuiven, tot ze zich aan me opdrongen op een moment dat het al bijna te laat was.

Ik begon meer te luisteren naar die innerlijke stem, nam haar noden serieus en probeerde dat heel bewust te doen. En pakweg de afgelopen tien jaar was ik precies aan het doen wat ik wilde doen. Als ik dacht aan doodgaan, kon ik alleen maar zeggen: ‘Ja, heel graag nog een heel jaar van precies dit, dankjewel’.

Niet dat mijn leven perfect verliep. Dat doet het nooit. Maar telkens weer diezelfde conclusie kunnen trekken,  betekende toch dat ik alles van waarde uit mijn tijd hier en nu haalde. Ik liet geen oude diepe verlangens of dromen weggestopt ‘voor later’. En ik kan bevestigen: hoeveel haken en ogen er ook aan zitten, dit is een heel fijne manier van leven.

Dus ik weet zelfs niet waarom ik nu precies besliste om die goeie ouwe techniek nog eens boven te halen. Maar ik voelde hem aan mijn mouw trekken. Misschien had de astma-aanval van een week geleden er iets mee te maken. En ik realiseerde me dat het best alweer even geleden was. Dus ik dook erin.

Ik was toch wel een beetje nerveus. Ik beschouwde mijzelf op dit punt in mijn leven als een bijzonder gelukkig mens. Al was ik wilde, was doorgaan met wat ik aan het doen was. En de top van een golf is misschien niet de allerhandigste plek om in vraag te beginnen stellen waar je mee bezig bent. Maar misschien lagen er toch onvoorziene inzichten op me te wachten?

De resultaten waren bijna net zo verrassend als de allereerste keer dat ik de oefening deed.

 

Zomerparels_042 ed cut klein
(c) KV

 

Ik stond voor het raam van de woonkamer en keek naar de kruinen van de eiken die ons huis afschermen en waar eksters, merels, kraaien, kauwen, vinken en mezen een thuis hebben, en ik stelde me voor dat mijn leven weldra voorbij was. Mijn zicht werd wazig, en ik kon de tranen voelen.

(Nu ben ik nooit echt zo’n huilerig persoon geweest. Tot ik moeder werd dan toch. Waanzin wat die hormonen met je innerlijke huishouding uitrichten… En een paar jaar later brak mijn reis naar het Plateau en de Ziel open wat er nog overbleef om opengebroken te worden. Sindsdien weet ik onmiddellijk of iets van groot belang is voor mij of niet, want er horen tranen bij die ik niet kan verklaren. Ik ben zelfs beginnen verstaan wat middeleeuwse monniken en mystici bedoelden als ze het hadden over tranen als teken dat het hart vervuld is van God. Hoe het zit met God weet ik niet zo, maar hoe het zit met tranen wel…)

Maar in elk geval, nee, er waren effectief geen belangrijke projecten of verlangens die ik onbeantwoord had gelaten. En natuurlijk zou ik liefst nog wat meer tijd willen om te doen wat ik de laatste tijd aan het doen ben. Maar het kan mij niet meer schelen of sommige van mijn dierbare oude manuscripten nu eens eindelijk uitgegeven zouden worden of niet. De stroom van liefde en gezin en creativiteit waar ik op dreef was, meer dan ooit, echt, precies, waar ik wilde zijn.

Ik zag echter wel een rij mensen voor me. Mensen die ik graag zag. Mensen die ik wilde bedanken. Mensen die ik wilde vertellen hoe veel ze voor mij betekenden, of hoe hard ze mijn leven veranderd hadden. Mensen die ik graag een eindje in de toekomst wilde begeleiden, zoals mijn zoon, en mensen van wie het mijn hart brak om ze te moeten achterlaten. Niet omdat ik bang was om mijn eigen leven te verlaten, maar omdat ik niet wilde dat mijn afwezigheid een rokende krater zou slaan in dat van hen.
Als ik nog maar een jaar te leven had, zou het een prioriteit zijn om hen stuk voor stuk een diep doorvoelde brief te schrijven.

Ik was toch wel verrast hierdoor.

Niet alleen omdat ik dat eigenlijk allemaal al een keer gedaan had, toen ik aflopen herfst mijn Zielskring hield, waarop ik de Zeer Belangrijke Personen in mijn leven die er die dag bij konden zijn bedankte voor de rol die ze gespeeld hadden of nog speelden in mijn leven tot op dat moment. Het was ook de eerste keer dat ik bij het uitvoeren van deze vertrouwde oefening tot deze bepaalde conclusie kwam. Ik leerde eruit dat mijn focus in de loop van de laatste jaren behoorlijk veranderd is.

Hij is verschoven van de dingen die ik doe en de projecten die ik waardevol vind naar de relaties en verbindingen die ik heb gevormd, de manieren waarop mijn hart en ziel zich hebben geopend voor het leven en voor andere mensen. Verbondenheid heeft het terrein geclaimd dat persoonlijke ambitie ooit bewoonde.

Dus als ik nu denk aan de dood ben ik niet meer in het gezelschap van een of andere onvervulde droom die zich voor mijn voeten gooit, maar van de mensen die ik graag zie en van mijn leven niet wil verlaten.

 

Spiegelportret_002 ed cut klein
(c) KV

 

Misschien vind je me nu egoïstisch. En misschien ben ik dat ook.

We zouden gerust tot de conclusie kunnen komen dat het nogal een hap uit mijn leven geduurd heeft voor mijn liefde voor anderen eindelijk mijn persoonlijke belangen oversteeg. Maar ik wil mezelf niet veroordelen. Ik heb altijd geprobeerd om oprecht te zijn. En zoveel heb ik  intussen begrepen: ik ben een heel gezegend persoon. Omdat ik kan doen wat ik doe. Omdat ik zo omringd ben. Omdat ik zo diep kan liefhebben, en op mijn beurt graag gezien word.

En als ik die oefening werkelijk ernstig neem, zou ik misschien al een paar van die liefdesbrieven moeten schrijven die ik voor me zag, toen ik daar aan het raam stond en in tranen opkeek naar de bomen.

Waarom wachten tot er geen tijd meer is?

 

Zomerparels_031 ed cut klein
(c) KV

Dromen weven

 

Robur_007 kleinRobur 32293498_10212179102380153_115010896245293056_n

 

Sommige dagen zijn net iets magischer dan andere.

We bezochten Marieke Van Coppenolle, een lieve vriendin, die een opendeurweekend hield als Crowdfundingsactie voor Robur.

Robur-op-den-Eik is een project waartoe Marieke geroepen werd, een missie waarvan ze voelde dat ze ze moest volbrengen: een huisje bouwen dat nog het meeste wegheeft van een yurt (nomandentent), waar mensen kunnen komen herstellen van burn-out of ziekte, waar kleine groepen activiteiten kunnen houden of waar kunstenaars zelfs in residentie kunnen komen. Zelf leidt ze een nomadisch bestaan, dit is geen woonst voor haar. Wat het wel is, is een levenswerk, en wat ze intussen voor elkaar gekregen heeft, is fenomenaal.

 

Robur_009 klein
Roburs magische bos (c) KV

 

Marieke en ik ontmoetten elkaar per toeval op de jaarlijkse VAV-conferentie, en zoals dat gaat tussen verwante zielen, klikte het. Intussen is ze al twee keer komen logeren bij ons gezin, en we kunnen het prima samen vinden. Ze was ook een welkome gast om de eerste Seizoenscirkel (Lente) dit jaar.
Dus toen ik hoorde dat er bezoekdagen waren op Robur, waren we daar heel graag bij.

Samen met een bevriende familie brachten we een heerlijke zonnige zaterdagmiddag door op de bouwplek. Vrijwilligers serveerden pannenkoeken en drank, er waren spelletjes voor de kinderen, een beroemde violiste gaf een benefietconcert… Alle bijdragen waren ten voordele van het bouwproject. Marieke zelf leeft al jaren zo sober dat je haar gerust een hedendaagse kluizenaar kunt noemen – behalve dan dat ze het liefst rondtrekt in haar bus/bestelwagen/kleine vrachtwagen, als een moderne nomade…

Robur 32367236_10212179019218074_8300416649077456896_n

Er stond nog een activiteit op het programma die zaterdagmiddag, en daar wilde ik heel graag heen: dreamcatchers maken.

Ik hou al heel lang van dreamcatchers, en ik heb er thuis een aantal, waaronder enkele gemaakt door native Americans, of vrienden. Ik wilde altijd al leren hoe dat moest. Dus dit was een schitterend moment.

Ik genoot er met volle teugen van. Het was best ook wel wat prutsen en proberen, maar dit is een ambacht waar ik spontaan mijn plek vond. Ik werkte door toen alle anderen al klaar waren, en na twee uur had ik een kleine en delicaat geweven dreamcatcher waar ik bijzonder blij mee was. Voor een eerste poging, zalig!

Ik wil hier in de toekomst mee doorgaan. Zoveel dingen waarvan ik hou (meditatief werk, stenen en kralen, veren, oude kunst, gebed) komen samen in dit ambacht. Ik ga binnenkort op zoek naar meer materiaal (en in plaats van die koude ijzeren ringen kan ik binnenkort takken gebruiken van onze eigen treurwilg, hoe leuk is dat?). Ik hoop in de toekomst gauw wat meer werk te kunnen tonen.

Een dikke dankjewel, Marieke, om zo’n inspirerende en hartverwarmende persoon te zijn!

Robur 20180512_172502 klein
Ik, Marieke en vriendin Tessa met dochter Happiness

Meer weten over Robur of eventueel vrijwilligerswerk? Neem hier een kijkje:

Een nieuw begin

De toekomst voorspellen zonder het te willen

 

Lente divers_013 ed cut klein
Dagboek 2016-heden en nu-? . De kleuren in deze foto willen maar niet kloppen, zie lager voor betere weergave (c) KV

 

Ik hou al jaren een dagboek bij. Wat rond 1997 begon als flarden poëtische bespiegelingen groeide uit tot een soort vraag-en-antwoordschrijven waarin ik inzicht probeerde te krijgen in diepere levensvragen. Geleidelijk aan werd het echt dagboek. De laatste vijf jaar heb ik het zowat constant bijgehouden. Deze schriften zijn de neerslag geworden van mijn innerlijke evoluties, mijn groeiprocessen, mijn twijfels, uitdaging en onverwachte successen.

Intussen voelt schrijven in mijn dagboek een beetje als eten of me wassen: als ik het wat langer niet gedaan heb, begin ik me bijzonder ongemakkelijk te voelen. Ik wil het hebben over de ontwikkelingen die ik heb beleefd, over wat ik heb gevoeld en begrepen, over de manier waarop mijn leven zich ontvouwt. Ik doe dat om dingen te onthouden, maar ook om ze beter te begrijpen en op een of andere manier te ruste te leggen.

Geen lijstjes van taken, maaltijden of hobby’s in mijn dagboeken. Geen inventaris van mensen die ik ontmoette of klussen die ik moest klaren. Ik vertel alleen over gebeurtenissen die op een of andere manier van belang waren voor mij, die een verrijkende of confronterende imprint achterlieten op mijn ziel. Als iemand ooit, in een of andere verre toekomst, die schriften van mij zou gaan lezen, dan worden ze waarschijnlijk geklasseerd als een relaas van psychologische ontwikkeling.
Maar de laatste twee jaar is mijn dagboek ook steeds meer een schrijversdagboek geworden. Nooit eerder kreeg mijn werk zo’n prominente plaats in mijn dagelijkse bezigheden en ontwikkelingen als het nu al een tijdje doet.

Ik blijf er niet te lang bij stilstaan. Ik weet alleen dat ik het moet opschrijven.

Mijn dagboeken hebben nog een bijzondere eigenschap. Ze hebben er een handje van weg om de toekomst te voorspellen. Telkens als ik er eentje vol had, en terugblikte op wat er in die periode allemaal gebeurd was, kon ik alleen maar tot de conclusie komen dat de inhoud strookte met de cover. Een jaar van diepe en belangrijke persoonlijke ontwikkelingen, waarin ik in contact kwam met een aantal mogelijkheden die nieuwe werelden voor mij openden, werd opgetekend in een schrift dat een fragment handgeschreven manuscript van Antoine de Saint-Exupéry’s De Kleine Prins op de cover had, inclusief een ster die hij er had bijgetekend. Een kortere, maar extreem belangrijke periode van spiritueel ontwaken en oude huid afleggen (het meest fundamentele gedeelte van mijn Plateau-fase) werd vastgelegd in een slank schrift met een detail van de blauwe glasramen van de Sagrada Familia (ik kocht het schrift in de souvenirwinkel van de kathedraal toen we in Barcelona waren).

In november 2016 was het Gaudí-dagboek vol, en ik had geen snipper tijd om naar een van de boekenwinkels te trekken waar ze dat soort schriften waar ik zo van hield verkochten (ja, ik doe dat nog in boekhandels en echte winkels). Het enige wat ik nog op mijn plank had staan, was een zwarte Moleskine.

Ik ben dol op Moleskine. Ik schreef de volledige eerste versie van een van mijn romans in zo’n schrift. Alleen had ik het niet meteen in gedachten als dagboek. Ik wilde iets kleurrijkers, vrolijkers, iets met een motief of een beeld erop.
Maar ik had weinig andere keuze dan te aanvaarden dat dit het enige was wat voorhanden was, en dus omarmde ik, met wat terughoudendheid, de zwarte Moleskine. Ik kwam al snel op het idee om er zelf een beeld op te plakken. En terwijl ik tussen mijn papieren rommelde naar een deftige afbeelding, kwam ik deze tegen:

 

JW Iris bos Sally Mann 1
(c) Jurgen Walschot

 

Van Jurgen, natuurlijk. Een Sally Mann-achtige variatie op het allereerste Seth-beeld dat hij maakte, dat mij in zijn kleurrijke versie zo wezenlijk geraakt had en duidelijk maakte dat er iets heel bijzonders aan het gebeuren was.
Maar ik beken: ik was niet overtuigd. Niet meteen. Een zwart schrift. Een donkere, sombere afbeelding. Ik was de onbewuste toekomstvoorspellende kwaliteiten van mijn dagboeken gaan appreciëren. Dus wat betekende deze keuze dan?

Ik besloot het proces gewoon te vertrouwen. Ik begon in dit schrift te schrijven juist na mijn verjaardag in November 2016 — de 8e had nog nooit zo’n bittere bijklank gehad als dat jaar — en ik was er krap een week geleden mee klaar. Jongens, wat een trip! En eens te meer bleek de coverafbeelding profetisch.

De rijkdom, diepte en bijzonderheid van wat er in dit beeld allemaal resoneert met wat er zich in mijn leven heeft afgespeeld in het afgelopen anderhalf jaar vallen niet in woorden te vatten. Het creatief bloedbroederschap dat langzaam ontlook en vervolgens tot volle bloei kwam. De almaar sterker wordende verbinding die ik voelde met de mysteries van het universum, en de manier waarop die zich kenbaar maakten. De steeds uitgespokener aanwezigheid van vogels, van verschillende soorten, als boodschappers en dragers van betekenis. Kunst. Intuïtiviteit. Kennis. Gevoeligheid. Ziel. Het is er allemaal. In een schrift dat ik aanvankelijk wantrouwde en een beeld waaraan ik twijfelde. Nu durf ik stellen dat de gelukkigste jaren van mijn leven (tot nu toe) in dit bewuste schrift staan opgetekend.

Een tijdje geleden realiseerde ik me dat het stilaan vol raakte.
Wat zou de opvolger worden? Ik besloot dat ik de formule zou herhalen: ik schreef heel graag in de Moleskine, en ik kon er elk mogelijk beeld op kleven dat juist voelde.
Andermaal liet het universum me niet helemaal mijn goesting doen. Toen ik op zoek ging naar een nieuw schrift, kon ik met de beste wil van de wereld geen zwart exemplaar vinden in het formaat dat ik wilde. Ik moest me dus tevreden stellen met een rood, en erop vertrouwen dat het – andermaal – het juiste zou zijn.

Niet zo lang daarna kreeg Jurgen de vraag om een extra prent te maken voor De serres van Mendel, het 10+  verhaal dat we vorig jaar samen maakten. Bij Van In wilden ze graag een afbeelding waar het hoofdpersonage Reya en haar onverwacht beste vriend Robin samen opstonden. Toen Jurgen mij erover vertelde, suggereerde ik de scène in de donkere serre die nog het meest weghad van een grot met lichtgevende planten waar Reya zich graag terugtrok.

Dit was het resultaat.

 

extra prent grot klein
(c) Jurgen Walschot

 

Bijna onmiddellijk wist ik: dit was het beeld voor het nieuwe dagboek.

Het was een combinatie van buikgevoel en de symboliek van de prent. Meer ga ik er niet over schrijven. Ik zal de betovering niet verbreken, en het universum mag zijn gang gaan, zoals gewoonlijk.

Maar dat er een nieuwe fase aangebroken is, in meer dan een opzicht, zoveel is wel duidelijk.

Oude angst op de rand van een nieuw avontuur

Stroomversnellingen, deel #2

(Deel #1 lees je hier.)

Ik sta op de rand van een avontuur. Of juister: Jurgen en ik staan op de rand van een avontuur.
Want de kogel is door de kerk: dit najaar verschijnt Stroom.

Deze graphic novel groeide spontaan uit een van onze vroege Zaailingen met dezelfde titel. Of misschien is de term graphic novelle beter op zijn plaats: het kleinood telt amper vijftig pagina’s. Zoals altijd verkennen we de schemerzone tussen genres. In een wereld van duidelijk gecategoriseerde boekenplanken en uitgevers die koortsachtig mikken op het snelle succes van platgetreden paden, zijn kruispunten de plekken waar wij ons steevast het meest thuis voelen.

 

Page18 klein
Alle beelden in deze blog komen uit Stroom (c) Kirstin Vanlierde & Jurgen Walschot

 

Waar zouden we terechtkomen met Stroom, vroeg ik me maanden geleden af, toen we het manuscript een rondje uitgevers lieten doen: in de A-klasse van de literaire wereld, of bij de B-ploeg van de verbeten idealisten die hun werk zelf uitbrengen op een handvol exemplaren omdat ze het uit commerciële redenen telkens weer afgewimpeld zagen? Blijkt dat er ook tussen die twee parcours snijvlakken bestaan, en dus: kruispunten.

De kleine uitgeverij van de Stripgilde, waar Stroom met open armen ontvangen is, kan strikt gesproken niet volledig tot de A-klasse gerekend worden, maar de B-ploeg zijn we bij deze mijlenver voorbij. Kwalitatieve druk, professionele verdeling naar winkels en bibliotheken in Vlaanderen en Nederland, aanwezigheid op beurzen en evenementen, deftige promotie en administratieve omkadering. Alles wat een professionele uitgeverij moet bieden. Alleen: de auteur staat zelf in voor de drukkosten.

Ik weet dankzij mijn jaren aan de bestuurstafel van de Vlaamse Auteursvereniging genoeg over de ‘cowboys’ van het uitgeefvak die in dezelfde schemerzone opereren en goedgelovige schrijvers nogal eens opzadelen met contracten waar ze op termijn veel nadeel bij hebben. Maar de werkwijze van de Stripgilde pleit voor hun ethiek en correctheid in het voordeel van de auteur, en op een aantal vlakken is deze manier van uitgeven voor ons een soort combinatie van het beste van twee werelden. We hebben de vrijheid om helemaal onze zin te doen, op voorwaarde dat we geen dwaze risico’s nemen (maar projecten waarmee een auteur zichzelf zo goed als zeker een financiële kater bezorgt, weigert de Stripgilde sowieso pertinent), we krijgen professionele omkadering en het boek wordt verdeeld op veel meer verkoopplekken dan we met een uitgave in eigen beheer zelf ooit zouden kunnen bereiken.

Stroom is een project waar ik met hart en ziel in geloof. Ik heb het zien rijpen, en nu is het klaar om de wereld in te gaan en uit te vliegen. Dus dit voelt echt wel als een tweede rondje stroomversnellingen… !

Tot een paar dagen geleden, toen de offerte van de drukker kwam. Die was ongeveer wat ons op voorhand voorspeld was. Het bedrag was billijk, en goed betaalbaar. En toch blokkeerde ik.

Het was een oude, moeilijk te benoemen angst, met diepe wortels in de geschiedenis van mijn familie.
Maar er was ook de ongerustheid om Jurgen mee te slepen in dit onzekere avontuur (zelfs al was dit van bij het prille begin een 50/50-onderneming, en hadden de bedragen hem geen seconde laten steigeren).

Er was gewoon geen reden om nu plots zo bang te zijn. Maar toch zat ik vast, en ik voelde de oude echo’s van eerdere, eindeloze vormen van investeren (manuscripten rondsturen, herschrijven, proberen te behagen, hopen op een wonder) en er niets voor terugkrijgen. Of, beter: er een karrenvracht teleurstelling en weigering voor terugkrijgen.

Heel het afgelopen jaar, en bij uitstek de laatste maanden, had ik gesurft op een flow van vertrouwen en positieve vooruitzichten. Ik was gevoed door de diepe creatieve verbondenheid. Ik stond meer in mijn kracht dan ik ooit van mijn leven gedaan had. Maar nu had de angst mij plots ingehaald.

Wat als?

Wat als het boek via de officiële distributiekanalen niet verkocht zoals het hoorde? Wat als het te buitenissig was? Kruispunten zijn interessante plekken, maar niemand wil er echt wonen, of wel?
Wat als wij, van onze kant, het aantal exemplaren dat we aan vrienden en familie konden verkopen overschatten?
Kortom: wat als we hier onze broek aan scheurden?
Wat als we binnen twee jaar nog opgescheept zaten met een stapel dozen vol boekjes die niemand wilde kopen?

Het waren niet allemaal mijn angsten, hierboven. Zo gauw ik Jurgen er iets van zei, gooide hij de zijne erbij. Ik heb het al vaker gezegd: we zijn een sterk team… 😉

Gelukkig zijn we niet ongerust over dezelfde dingen. In die zin compenseren we elkaar en helpen we elkaar helderder te zien. Want eigenlijk zijn deze oprispingen van oude angsten heel interessant. Het was een waardevolle ervaring om herinnerd te worden aan een paar van die oude pijnpunten, toen ze hun lelijke kopjes vertoonden. Maar we mogen ons in geen geval door ze laten tegenhouden.

 

Page3 cut1 N klein

 

Het gevoel dat nu bij mij overheerst, is: ik wil niet meer bang zijn.

Ik heb de afgelopen twee jaar zóveel bijgeleerd . Over scheppend bezig zijn. Over verbondenheid. Over wat ervoor zorgt dat ik me goed voel en dat dingen vooruit gaan, en wat niet.

Door zo nauw samen te werken met iemand die mij creatief telkens weer aanvult en voortstuwt, heb ik geleerd wat het is om op de ‘juiste plaats’ te zijn: de plek waar je echt wil zijn, omdat het er zo goed voelt. Door die samenwerking, die connectie en de kracht die daaruit voortkomt, merk ik zelfs dat ik een betere versie van mijzelf word. Ik durf meer. Ik kom op voor onze belangen en ons gezamenlijk werk op een manier waar ik nooit in slaagde voor mijn eigen projecten. Ik begin te geloven dat het effectief voldoende is om mezelf te zijn, en dat ik er mag zijn, gewoon zoals ik ben – ongeacht reacties.

Stroom is prachtig. Het is zo mooi dat het bijna onwerelds is. Of de wereld er klaar voor is, daar hebben we het raden naar. Maar dat doet er in feite niet toe. We gaan het laten geboren worden. Om wat het is, om zichzelf.

Dat gevoel is sterk, en het is juist.

 

Stroom cover 1 voor klein

 

Wat precies aan die offerte een oud angstpatroon wakker riep bij mij, weet ik niet. Misschien heeft het iets te maken met het feit dat de dingen nu wel heel concreet worden, en dat betekent ook: met concrete financiële impact.

Ik mag mij gelukkig prijzen dat geld geen kwestie is waar ik ’s nachts van wakker lig, en in praktische zin was die offerte van de drukker dan ook geen enkel probleem. Maar geld is wel een fantastische metafoor.

Het staat voor mij zowel voor veilig zijn, het comfortabel hebben en het waard zijn om daarvan te mogen genieten. Dat zijn geen lukrake gevoelens. In mijn familie zijn financiën al generaties lang een stresserende kwestie. Er is veel geld verdiend, maar ook veel (onrechtvaardig) verloren, er was verspilzucht, zuinigheid en angst voor tekort. Een stuk daarvan echoot voort in mij. Ik tel zeker niet elke cent, maar ik ga ook niet zo relaxed om met geld als ik zou willen. Het voelt bijna alsof ik vind dat ik het niet verdien om het te hebben. Dat zegt, de metafoor indachtig, wel wat over mijn eigenwaarde…

En daar was mama, met haar Oude Wijsheid.
Laat die angst geen greep op je krijgen, zei ze. Zet de nodige stappen om ze onder ogen te zien en weg te werken. En vooral: zoek houvast bij een ander gevoel. Focus op het gevoel van overvloed dat je hebt in deze samenwerking. Die flow is zo krachtig en voedend, daar is geen sprake van tekort of iets niet waard zijn. Daar is alleen verbondenheid en creativiteit. En kracht.
Ze heeft overschot van gelijk. En dat gevoel is binnen handbereik, een gloeiend baken vanbinnen. Vanuit dát gevoel moet ik mijn beslissingen nemen. Met dát gevoel als brandstof moet ik mensen benaderen als ik het over ons werk wil hebben. En dat heb ik tot nu toe eigenlijk altijd gedaan. Vanuit precies dat gevoel heb ik de sollicitatiebrief voor Zweden geschreven…

 

Page19 cut 1 N klein

 

Ik wil niet meer bang zijn, schreef ik Jurgen in een mail waarop een groot deel van deze blog gebaseerd is. Ik wil dit avontuur voortzetten zoals we het begonnen zijn: vanuit vertrouwen, in onszelf, in elkaar, en in de thermiek die ons draagt.

Ik kan ons zien staan, samen, bovenop een of andere klif, zoals op een cover die hij ooit ontwierp. Ik kan ons naar elkaar zien glimlachen met een blik vol verstandhouding en vertrouwen. En ik zie ons springen.

Dan is er alleen nog het gevoel van brede vleugels, die opengaan…

De bron die mij voedt

Als het idee zichzelf aandient
verhuld in een waas, bijna als een goocheltruc
maar het wil toch
dat je er aandacht aan besteedt.

 

Uit het raam_026 klein
(c) KV

 

Een hardnekkig melodietje in je hoofd,
woorden die blijven terugkomen voor meer

tot jij en het idee verzadigd zijn
van elkaar en heel erg
verliefd maar al het andere is
nog steeds onduidelijk.

 

Uit het raam_028 ed cut klein
(c) KV

 

In lang vervlogen tijden noemden ze het
een muze, een demon,
ik noem het mijn brede stroom
die mij langzaam naar zee draagt.

Ik ken de bron niet
die mij voedt.

Ik weet wel dat ik haar moet vertrouwen
– en dat doe ik.

 

Uit het raam_027 klein.JPG
(c) KV

Het kreupelhout

Wat een ingewikkeld kluwen lijkt dit leven van mij soms. Hoe geraakt een mens daar wijs uit?

 

Prelente_125 ed klein.jpg
(c) KV

 

Werk — vroeg opstaan, tien kilometer op de fiets, de trein halen, naar kantoor, het blad maken, collega’s spreken, ideeën uitwisselen, overeenkomen, van mening verschillen, het artikel schrijven, de trein terug nemen, nog tien kilometer op de trappers; thuis.

Thuis — helpen met het ontbijt, de zoon naar school brengen (op sommige dagen), geliefden omhelzen, luisteren naar verhalen, boodschappen doen, eindeloze bergen was en strijk, koken, organiseren, opruimen, rozen snoeien, hilarische acts voor het slapengaan met de kleine (aan mij is een stand-up comedian verloren gegaan).

Schrijven — Zaailingen en romans en verhalen op de trein van en naar het werk en in andere vrije momenten; mails en blogs veel te laat op de avond voor mijn computerscherm; dagboek waar en wanneer het kan en overal tussenin.

Lezen — veel minder dan vroeger, maar ik heb dan ook het gevoel dat ik zo boordevol zit met alles wat ik in de voorbije vier decennia heb gelezen en dat het nu tijd is om nu voor een tijdje vooral mijn eigen werk te maken, eerder dan nog wat meer van andermans werk te gaan lezen. Natuurlijk lees ik nog altijd. Maar minder, en alleen als iets me écht aanspreekt.

Foto’s maken  — waar en wanneer het maar mogelijk is.

Afspraken en engagementen — repetitie met de band, werk aan een optreden met een enthousiaste gelijkgestemde ziel rond het belang van kinder- en jeugdliteratuur onder de titel BoekJe Bestemming; een sofagesprek/interview en een key note lezing voor een studiedag voor bibliotheekmedewerkers voorbereiden; een tentoonstelling in de pijplijn rond werk van vluchtelingen waar Jurgen en ik een handvol Zaailingen rond het thema mogen gaan tonen, waaronder Dageraad.

Publicaties en Residenties — praktische dingen allerhande. Het officiële nieuws over de residentie in Zweden is intussen de wereld in, maar er is nog nieuws op komst. Ik kijk er al naar uit om het daarover te hebben. Maar nu nog niet. Nog even.

 

Prelente_126 ed klein
(c) KV

 

Ja, het is druk. Maar ik wil niet klinken alsof ik klaag. Want ik weet mijzelf ongelooflijk bevoorrecht.
Geen grote tegenslagen, geen ziektes, geen geliefden die stervend zijn of in hoge nood, geen financiële kopzorgen, geen oorlogen of dictaturen (voorlopig). Dit is leven van overvloed.

En als het allemaal toch een beetje te veel wordt, voor een ogenblik of twee, dan blijven de beste dingen altijd duidelijk zichtbaar doorheen de wirwar van kreupelhout en complicaties. Getekend met de scherpste pen, gesneden uit het diepste hout.

Eén enkele heldere noot, die klinkt als thuis.

Lid voor het leven

Als ik je blogs lees, zei een vriendin me, dan merk ik dat je wel erg vaak schrijft over loslaten. Zo vaak zelfs, dat ik wel eens denk: lieve Kirstin, je doet het nog niet echt, hé, dat loslaten? Niet helemaal.

Het trof me als een zeer interessante bemerking.

Het klopt dat ‘loslaten’ een van mijn terugkerende motieven is. En het klopt ook wel dat ik erover schrijf omdat het zo belangrijk voor mij is.

 

Roeken_002 zw klein
(c) KV

 

Jaren geleden, toen coaching en persoonlijke ontwikkeling hun intrede deden in onze familie en we onze persoonlijke en gemeenschappelijke patronen begonnen te ontdekken, stichtten we bij ons thuis met een knipoog een organisatie: CFA. Voluit staat dat voor Control Freaks Anonymous.

Mijn mama, daar bestond geen enkele discussie over, is de gedoodverfde voorzitter. Mijn zusje, altijd de spaarzame van ons gezin, neemt de rol van penningmeester waar. Ik ben steunend lid, en mijn echtgenoot heeft zich daar vlotjes bij aangesloten. Nu en dan nodigen we vrienden of kennissen uit om lid te worden.
(Nee, we houden geen bijeenkomsten of zo. Het hele ding is één grote grap. Maar het is een schitterende manier om elkaar – en onszelf – te confronteren als we weer eens uit de bocht gaan.)

Dus heb ik misschien nog wat werk met loslaten?
Hmm…

Controle gaat over angst.
De angst om niet goed genoeg te zijn (en de liefde van mensen te verliezen), om niet sterk genoeg te zijn (en verpletterd te worden door tegenslag als die je overvalt), om het niet waard te zijn om gewoon te leven als de kleine, onvolmaakte mens die je bent (en op een of andere manier proberen dat toch te verdienen).

Net als de meeste controlefreaks ken ik deze drie vormen van angst heel goed. En heel waarschijnlijk zijn er nog andere, maar daar kom ik nu even niet op.

Ik ben er niet obsessief mee bezig om de dingen tot het laatste detail perfect te krijgen. Maar soms merk ik wel dat ik beslist nog niet vrij ben van angst. En mijn manier om daarmee om te gaan is proberen mijn angst te begrijpen, en vervolgens op te lossen. Misschien is dat een zoveelste vorm van controle, kan best.

Mijn blog over de wachttijd op de luchthaven van Zaventem kan je bijvoorbeeld inderdaad heel goed lezen als een poging om de controlefreak in mijzelf gerust te stellen (alles komt in orde, je haalt je vlucht, het plafond staat niet op het punt naar beneden te komen…)

Anderzijds heb ik wel degelijk al een en ander over loslaten geleerd. Ik ben veel relaxter dan vroeger. En telkens als ik merk dat ik met iets nogal krampachtig omga, herinner ik mezelf eraan dat het helemaal oké is om… los te laten. Ik koester beelden als de rivier die me meeneemt stroomafwaarts en de thermiek die me optilt voor een stuk omdat ze het geloof weergeven dat ik intussen heb over waar deze reis heen gaat (met het Leven, of de Ziel, of het Unuiversum, of hoe je het ook graag wil noemen, aan het stuur).
Dus denk ik dat ik zo vaak over loslaten schrijf omdat het iets is wat ik aan het leren ben, en zoals alle leerprocessen maakt het je van dat ene ding bijzonder bewust. Het is een niet-aflatende oefening, een vaardigheid die je een leven lang blijft verwerven.
Roeken_003 zw ed cut klein
(c) KV

 

Ik heb wel het gevoel dat ik er stilaan beter in word. Minder bang. Minder in de greep van angst wanneer die zich toch weer eens aandient.

Heb ik het perfect onder de knie? Nauwelijks. Maar perfectionisme zou mij toch gewoon andermaal naar voren schuiven als gedoodverfd lid van het CFA? Of niets soms?

Sommige dagen zijn magisch van bij het ontwaken

Hoeveel vreugde en met licht overgoten magie past er in één enkele ochtend?

 

Prille lente_002 ed klein.jpg
Maan gaat onder in de ochtendschemering (c) KV

 

Prille lente_038 ed cut klein
Staartmees aan het ontbijt; foto gemaakt met telelens zittend aan de ontbijttafel binnen (c) KV

 

Prille lente_028 ed cut klein
De belofte van een betoverende dag (c) KV

 

De drie bovenstaande foto’s werden gemaakt op een goed half uur.

En op wonderlijke wijze werd de rest van de dag inderdaad net zo krachtig en mooi. Hij was tot de rand gevuld met vertrouwen, verbondenheid, begrip en liefde, gedeeld met verwante zielen die mij ongelooflijk dierbaar zijn. Ik mocht mijn kracht en mijn liefde de vrije loop laten, en ik kreeg er schoonheid, diepe erkenning en kwetsbare gelijkgestemdheid voor terug.

Dit is hoe het voelt om echt, echt gezegend te zijn.