Goede voornemens

Een domme nieuwjaarsmop, oude pijn, en een les in zwemmen – of was het verzuipen?

 

Lascheid_077 klein
(c) KV – Verdampende sneeuw

 

Mijn kleine familie (ik, echtgenoot, zoon, zus, schoonbroer) trokken ons terug in een  huisje in de Oostkantons voor de oudejaarsperiode. De woning lag ingegraven tegen een helling, met een inkom die tegelijk traphal, keuken en voorraadkast was, een kleine eetkamer waar twee tegen de zijmuren geparkeerde sofa’s aangaven dat het meteen ook de woonkamer was, een badkamer die naar diesel rook en slaapkamers met papieren muren die elke kuch glashelder doorlieten. Maar dat gaf niet, we wisten op voorhand dat we geen driesterren-spa hadden geboekt. We waren er om te wandelen, uit te rusten, samen te eten en te drinken, en de verjaardag van mijn zusje te vieren eens het oude jaar het nieuwe werd.

Ik had beloofd dat ik zou schrijven over waarom mensen patronen herhaalden die hen pijn hebben gedaan, en daarbij soms zelf de nieuwe generatie daders werden. Ik begon aan deze blog in de laatste dagen van het oude jaar maar vroeg me af of dat wel een goed moment was. Zou ik het niet beter hebben over feestvieren en lange boswandelingen, in plaats van andermaal door de innerlijke modderpoel van mensen te gaan waden?

Maar misschien was dit wel het perfecte moment. Want bij het nieuwe jaar horen onvermijdelijk de goede voornemens, de beloftes van verbetering. En hoeveel daarvan slagen we er welbeschouwd in te houden?

Er is een domme feestdagenmop die als volgt gaat: ‘Je komt geen gewicht bij van al wat je eet tussen Kerstmis en Nieuwjaar. Je komt alleen gewicht bij van wat je eet tussen Nieuwjaar en Kerstmis.’

Haha. Maar dat is wel precies hoe het ook zit met goede voornemens. We zijn ervan overtuigd dat we ons lesje geleerd hebben en dat we het in de toekomst beter zullen doen. Maar voor we het weten, is er weer een jaar voorbij en wat hebben we daar nu eigenlijk van gemaakt? Er was zoveel dat we graag (niet meer) wilden doen, maar op een of andere manier hadden we toch maar weer eens niet genoeg karakter.

In tegenstelling tot wat we graag geloven, volstaan goede voornemens, wilskracht en zelfs intellectueel inzicht niet om ons werkelijk te laten veranderen. Er is iets anders wat op één lijn moet staan met de veranderingen die we zouden willen, een diepere vorm van eerlijkheid over wat we proberen te bereiken. Want als dat diepere stuk van ons niet mee in het bad zit, ondermijnen we onbewust alles wat we proberen te verwezenlijken.

Lascheid_076 klein
(c) KV

 

In een eerdere blog heb ik uitgelegd hoe ons innerlijk geloofssysteem werkt. De overtuigingen die we hebben, stammen uit onze vroegste ervaringen met het leven en de mensen daarin, alles wat een blijvende indruk naliet op ons jonge, onbewuste en volkomen absorberende geest en hart. Want kinderen zijn sponsen. Ze pikken de subtielste signalen uit hun omgeving op, zonder te begrijpen wat die betekenen, en reageren erop. (Is het je ooit al opgevallen dat je kinderen twee keer zo hard jengelen en ruziemaken als jij zelf moe en gespannen bent? Er is een verband tussen de beide, en vaak kan je de sfeer in huis totaal veranderen door je eigen ‘frequentie’ te veranderen.)

Jonge kinderen zijn volkomen afhankelijk van de volwassenen en de sterke figuren in hun leven om te overleven. Dus zullen ze zich aanpassen aan hun omgeving, de mensen die daarin aanwezig zijn proberen te behagen, en hun eigen veiligheid zoveel mogelijk proberen te garanderen, voor zover ze daartoe in staat zijn met de beperkte middelen die ze tot hun beschikking hebben.
In een situatie van werkelijk gevaar of dreiging (zoals misbruik, geweld, een ouder die hen verlaat of sterft) zal het kind doen wat het moet om te overleven. Dit kan betekenen: de misbruiker gehoorzamen, zich niet verweren, meer verantwoordelijkheid opnemen dan het in feite aankan, maar ook: zich emotioneel afsluiten, omdat het trauma te zwaar is om op dat moment volledig doorvoeld te worden. Zo garandeert het kind zijn eigen veiligheid – het is niet ongehavend, verre van, maar het leeft tenminste nog.

Een aantal innerlijke overtuigingen over het leven ontstaan op dergelijke momenten (en in mindere mate op momenten waarbij er sprake is van minder zwaar trauma, maar van een volgehouden negatieve bekrachtiging).

Ik moet doen wat anderen zeggen als ik me veilig wil voelen

mijn diepste innerlijk mag ik niet tonen, en als ik dat wel doe, word ik gestraft/is het levensgevaarlijk…

ik ben niets waard, want mama/papa heeft het gezegd

ik ben niets waard, want waarom zou ik anders zo hard gestraft worden?

het is niet veilig om mijn gevoelens te tonen

ik moet mij in alle omstandigheden en tegen elke prijs sterk houden

ik ben er verantwoordelijk voor om mama/papa zich goed te laten voelen (bv. in het geval van kinderen die opgroeien bij een gewelddadige of niet-functionele ouder)

ik moet voor mezelf zorgen, want niemand anders zal dat doen

ik kan nooit echt rekenen op andere mensen

je kunt niemand vertrouwen

Er zijn ontelbare conclusies die kinderen trekken door op te groeien in omstandigheden die emotioneel onveilig of fysiek bedreigend zijn. En zelfs in liefdevolle en ‘veilige’ families rapen we nog wel wat van die negatieve overtuigingen op. Van denken dat het egoïstisch is om voor je eigen noden op te komen tot bang zijn voor het oordeel van de ander als je je ware kleuren toont, of vinden dat de noden van de ander altijd voorgaan op de jouwe… We hebben er allemaal wel ervaring mee, en niet zelden zijn we het gaan beschouwen als de Hele Waarheid Over Het Leven. Natuurlijk zal elke overtuiging die maar vaak genoeg bevestigd wordt zich diep in onze psyche verankeren. Een kind dat keer op keer te horen krijgt wat een mislukking het wel niet is, zal dat negatieve zelfbeeld veel sneller overnemen dan een kind van wie een ouder één keer zijn geduld verliest over een slecht gemaakt huiswerk.

We trekken méér aan van datgene wat we al geloven, schreef ik eerder. Dat is een van de redenen waarom sommige mensen een punt zetten achter een dysfunctionele relatie, om vervolgens verliefd te worden op een partner die eigenlijk heel hard lijkt op de vorige. Als we er diep vanbinnen van overtuigd zijn dat we geen liefde waard zijn, dan zullen we onbewust de signalen van mensen die ons echt graag zien niet vertrouwen, en eerder afgaan op wie het beeld dat we al hadden over onszelf nog eens bevestigt.

Er zijn honderden manieren waarop we onbewust onze eigen successen boycotten of ondermijnen. We vergeten ons boek van algebra tijdens de examens, zodat we dat examen van wiskunde al zeker niet halen. We staan op de uitkijk voor de kleinste hint van afkeuring, om onze overtuiging dat we nooit écht geapprecieerd worden te kunnen bevestigen. We reageren ons slechte humeur af op onze geliefde omdat we niet werkelijk geloven dat ze bij ons zal blijven als ze erachter komt hoe we echt in elkaar zitten.

Niets hiervan gebeurt bewust. De dissociaties en onderbewuste verdedigingsmechanismen die al eerder hun nut bewezen door ons te beschermen in vroegere fases van ons leven, zijn immer op hun hoede om hun ‘nuttige’ werk verder te zetten. Het maakt niet uit dat de situatie intussen veranderd is, dat we niet langer in een fysiek onveilige thuis of een emotionele hel leven, dat we niet langer dat jonge kind zijn dat niet voor zichzelf kon zorgen of kon opkomen voor haar eigen rechten en meningen. Ons onderbewuste gaat ermee door ons te beschermen, zoals het altijd heeft gedaan.

En soms drijft dit ons tot daden die anderen verwonden.

 

Lascheid_167 klein
(c) KV – Leisteenmijn

 

Ongetwijfeld vinden velen van ons het makkelijker om te begrijpen waarom mensen er niet in slagen zich te ontdoen van gewoontes die ongezond of schadelijk zijn voor henzelf (in die zin kan er heel weinig verschil zijn tussen zweren dat je zult stoppen met roken of zweren dat je volgende keer een betere partner wil), dan waarom mensen die zwaar gekwetst zijn op een of andere manier de volgende generatie worden die anderen beschadigen.

Als je weet hoeveel pijn je zelf gehad hebt, dan wil je dat toch zeker niet aandoen aan anderen?

Er is meer dan één probleem met die vraag.

Ten eerste beseffen mensen die als kind getraumatiseerd werden vaak niet hoe diep ze verwond zijn. De werkelijke ernst van hun pijn zit ergens heel diep weggeborgen, en daarbij in de buurt komen, laat staan ze vrij laten stromen, voelt oprecht levensbedreigend. Het is te vergelijken met de levenslang opgebouwde watermassa van een stuwmeer. We willen niet dat die in één klap over ons heen komt gespoeld, dus we blijven die dam ten allen prijze verder verstevigen. (Dat zachtjes en voorzichtig ventileren, op een gecontroleerde manier, ook een mogelijkheid is, weten we vaak niet, of willen we niet weten.)

Het volgende probleem zit hem in de dynamiek die ontstaat uit de pijn die we meemaakten, de overtuigingen die we er rond hebben opgetrokken, en de manier waarop we de ‘oplossingen’ in ons dagelijks leven zijn gaan toepassen.

Laten we het fictieve voorbeeld nemen van een jongen die van heel jonge leeftijd moet zorgen voor een aantal kleinere broertjes en zusjes, omdat zijn vader vertrokken is en zijn moeder lange werkdagen klopt om haar gezin te onderhouden. Ze komt laat thuis en is vaak te moe om echt voor hen te zorgen. De verantwoordelijkheid dat zijn broertjes en zusjes eten, zich aankleden, naar school of naar bed gaan, is veel te zwaar voor zo’n jong kind. Maar hij neemt ze toch op, omdat er gewoon niemand anders is die ze van hem kan overnemen. Het enorme gewicht van deze opdracht vermengt zich met wat hij voelt tegenover zijn ouders. Hij haat zijn vader omdat die vertrok, maar hij benijdt hem ook, want hij lijkt de beste keuze te hebben gemaakt. Hij houdt van zijn moeder en bewondert haar, maar als ze doodmoe thuiskomt, schreeuwt ze tegen hem en eist dat hij nog meer op zich neemt dan hij al doet. Ze is in geen enkel opzicht de fysieke of emotionele steun waarnaar hij hunkert. Er zijn momenten waarop hij haar haat, omdat ze er niet in geslaagd is zijn vader te laten blijven, om de toestand waarin ze hem verplicht te leven, om haar onredelijke eisen. Op een gelijkaardige manier houdt hij van zijn broers en zussen en haat hij hen ook. Zij zijn het dichtste wat hij heeft bij lotgenoten, maar voor hen moeten zorgen, voelt als een straf. Soms, als het hem allemaal te veel wordt, schreeuwt hij tegen ze (of erger), al was het maar dat ze zich dan eventjes gedroegen. Zijn gevoel van overspoeld te worden door de omstandigheden loopt over en uit zich in een moment van emotioneel of fysiek geweld tegenover diegenen die van hem afhankelijk zijn.

Hij uit dat niet tegen zijn moeder – die in alle opzichten nog altijd sterker is dan hij. Dat zou zijn situatie alleen maar verslechteren. De enige weg die de overstromende gevoelens hebben, net als water, is stroomafwaarts, naar lager gelegen gebieden – wezens die zwakker zijn dan hij.

Het bovenstaande is natuurlijk maar een mogelijk scenario. Er zijn ontelbare variaties op telkens hetzelfde basisprincipe: we trekken meer aan van datgene waaraan we gewend zijn (omdat het alles is wat we kennen, en het vertrouwde voelt veiliger dan het onbekende), en als we te maken kregen met misbruik, verwaarlozing of diepe emotionele pijn, dan bouwen de spanningen rond dit trauma zich onvermijdelijk op tot het punt waarop ze geventileerd moeten worden, op wat voor manier dan ook.

Hoe bewuster we zijn van onze emotionele bagage, hoe beter we beseffen wat er speelt, hoe we het kunnen neutraliseren en anderen niet nodeloos kwetsen. Maar hoe dieper de wonden, hoe sterker de beschermingsmechanismen, en hoe minder we doorgaans beseffen wat er nu eigenlijk aan de hand is en hoe we dit proces fundamenteel kunnen veranderen.

 

Lascheid_158 klein
(c) KV – Leisteenmijn

 

De plek waar zo’n eventuele ontploffing of evacuatie van spanning plaatsvindt, is vaker wel dan niet onze thuisbasis. De mensen met wie we samenleven – partner, kinderen, anderen – zijn de schietschijf van een leven aan gevoelens en innerlijke conflicten die vaak niet eens een naam of een gezicht hebben. En zolang als we de wortel van de pijn niet kunnen vatten, zal ze ons blijven beheersen. Natuurlijk willen we de mensen die we graag zien niet kwetsen, maar de situatie waarin we ons bevinden, raakt al onze oude pijnpunten, en wat zich heeft opgebouwd moet eruit, of het maakt ons vanbinnen uit kapot.

Ik ben niet bepaald fier om het toe te geven, maar ik had op de laatste dag van het jaar zelf zo’n oprisping van oude pijn. En ik haalde uit naar mijn geliefden.

Het stond niet gepland toen ik aan deze blog begon, maar we bezochten een leisteenmijn op ons tripje. Is er een betere plaats te bedenken wanneer je schrijft over oude, begraven lagen van trauma en emotie dan een mijn? Bedankt, universum.

In de piepkleine souvenirwinkel waar we ook de toegangstickets kochten, zag ik een steen, een sneeuwvlokobsidiaan, die tegen mij ‘sprak’. Stenen hebben een bijzondere betekenis voor mij, en deze trok aan me met een zeker soort dwingendheid. Ik vond echter dat ik die niet kon kopen voor we de mijn bezocht hadden, en zeker omdat mijn zoon al aan mijn mouw trok voor een souvenirtje. Dus zei ik dat het iets was voor wanneer we weer boven waren.

Maar toen ons mijnbezoek afgelopen was, bleek de kleine ontvangstkamer plots vol met mensen. Er was een groep toeristen aangekomen die allemaal hun toegangsticket wilden betalen. We waren even van slag: te veel geluiden en prikkels ineens. Het was overdonderderd. Al wat mijn man wilde, was zo snel mogelijk naar buiten. Hij was er zich niet bewust van dat ik graag een steen had gekocht, en ik kreeg het gevoel dat als ik mijn verlangen zou doorzetten het een hele discussie zou betekenen in een ruimte waar geen van ons tweeën eigenlijk helder kon denken omwille van de drukte en het lawaai.

Geconfronteerd met dit dilemma, schakelde een van mijn eigen oude beschermingsmechanismen in: ik trok me terug. Ik slikte zowel mijn voorkeur als mijn behoefte in, ik liet ook iemand anders (in dit geval mijn man) de leiding nemen en ons terug naar de wagen dirigeren. Ik probeerde wel uit te leggen wat ik eigenlijk had gewild, maar ik deed het slecht, en dus begreep hij niet hoe belangrijk het op dat moment voor mij was, en deed er nogal schamper over.

In mij borrelde een immense woede naar de oppervlakte. Ik had niet alleen iets wat in mijn aanvoelen belangrijk was opzij gezet, ik stond bovendien oog in oog met een partner (of een tegenstander) die dat blijkbaar niet serieus wilde nemen. Of zo voelde het in ieder geval. Op een rationeel niveau weet ik (en wist ik toen ook wel) dat we het hier niet hadden over het einde van de wereld. Maar toch raakte dit een heleboel oude pijn, een diepe wonde die terug te voeren was op mijn eigen vroege kindertijd, toen ik mij uit angst voor veroordeling al snel op de achtergrond hield en mijn stem en mijn mening inslikte, of zelfs nog verder terug dan dat, naar de gedeelde pijn van ontelbare vrouwenlevens doorgebracht in ondergeschiktheid en onderdrukking, een diepe, collectieve bron van onrechtvaardigheid…

 

Lascheid_126 klein.JPG
(c) KV – Leisteenmijn

 

Het was weinig meer dan een onbeduidende anekdote over iets wat nauwelijks belang had, als daar niet die oude, diepe pijn was wakker geworden. En voor een keer – redelijk ongewoon voor mij – had ik geen middelen om ze constructief te uiten. Toen startte meteen het ‘waarom kan hij niet…’-scenario. Waarom kon mijn man niet voelen wat er met me aan de hand was? Waarom kon hij niet attenter zijn? Waarom moest ik ‘vechten’ voor wat ik wilde?

Het voelde alsof mij iets ontnomen was zonder dat ik voor mezelf had kunnen opkomen. Ik was kwaad op mijn man omdat hij alleen maar op zijn eigen golflengte leek te zitten en zich geen vragen stelde over de mijne, kwaad op mezelf omdat ik mijn punt niet harder verdedigd had, kwaad dat ik het om te beginnen al moest verdedigen in plaats van het gewoon gerespecteerd te zien, enzovoort, enzoverder.

Dus haalde ik uit. Ik toonde mijn man overduidelijk dat de gang van zaken me niet aanstond, ik had geen greintje geduld met zijn suggesties op de terugweg, en ik was behoorlijk onaangenaam gezelschap voor het grootste stuk van de middag die volgde.

Er waren vast betere manieren om het oude jaar te beëindigen. Net als er betere manieren moeten zijn om met oude pijn om te gaan. Maar als je vastzit in het oog van de storm, dan zie je niet zo makkelijk een uitweg. De emotie is te intens, de verdedigingsmechanismes zijn te goed geolied, en je verstand heeft nauwelijks iets te zeggen.

Goddank zijn er liefhebbende gezinsleden, die je kennen, en je onmogelijke gedrag verdragen tot je wat tot rust komt, verstaat wat er nu eigenlijk precies gebeurd is en je verontschuldigt voor je al te heftige reactie – maar niet voor wat je wilde.

Ik had een andere manier moeten vinden om mijn nood op dat ene specifieke moment te respecteren, zelfs als dat had betekend dat de rest van ons gezelschap een wandelingetje door het dorp was gaan maken terwijl ik in de rij stond en wachtte tot die luidruchtige troep hun tickets hadden gekocht en verdwenen waren vooraleer ik mijn steen kon kopen. De nood zelf was niet het probleem, dat is die zelden. Wat de dingen bemoeilijkt, is het feit dat we geleerd hebben om onze behoeften te negeren, ze dwingen te buigen of te zwijgen, en in hun wanhoop halen ze uit en kwetsen anderen, in een laatste, gefrustreerde, hulpeloze, poging om gehoord te worden.

Als ik beter naar mijzelf had kunnen luisteren, daar op dat moment, en te respecteren wat ik wilde en voelde, dan had ik misschien wat organisatorische chaos gecreëerd. Maar dat was niets geweest vergeleken met de emotionele storm waar ik mezelf en mijn geliefden nu op had getrakteerd, omdat ik ervan uit ging dat mijn behoeften niet belangrijk genoeg waren en probeerde te onderdrukken wat ik voelde.

Het water achter de dam houden tot die uiteindelijk barst, of het toestaan om beetje bij beetje te stromen… – hoe het ook zij, op een gegeven ogenblik moeten we allemaal leren zwemmen.

Misschien kunnen we proberen om alleen zelf een nat pak te krijgen, en de mensen die we graag zien niet mee kopje onder te laten gaan.

 

Lascheid_174 klein
(c) KV

Advertenties

De patronen die we kennen

Kersttijd, familie-en-pakjestijd… Maar de meest betekenisvolle geschenken liggen zelden ingepakt onder de boom.

 

Kerstsfeer_088 ed klein.jpg
(c) KV

 

Waarom, vraagt mijn tweeëntwintigjarige stiefzoon mij, klagen we vaak over andere mensen – niet zelden omdat ze ons kwetsen – maar doen we vervolgens precies hetzelfde met anderen? Zoals mensen die klagen dat hun ouders hen nooit begrepen hebben, maar die niet luisteren als hun eigen kinderen proberen uit te leggen hoe ze zich bij iets voelen?
En waarom, ging hij door, herhalen we zo vaak iets waarvan we weten dat het slecht voor ons is, zoals geslagen vrouwen die een ongezonde relatie verlaten maar dan vallen voor de volgende kerel die hen in elkaar slaat?

Goede vragen, allebei. En volgens mij hebben ze een en hetzelfde antwoord.

We hebben de neiging om de patronen die we kennen te herhalen.

De theelichthouder op de foto hierboven is er eentje die mijn mama op tafel zette met Kerstmis. Voor de gelegenheid heb ik hem op het huisaltaar gezet. Als ik terugkijk op hoe de thuis van mijn kindertijd functioneerde, en de vele blije herinneringen en nuttige levenslessen die ik er leerde, ben ik oprecht dankbaar. Al vier ik Kerst dit jaar niet met een van mijn naaste familieleden (die zitten allemaal in het buitenland), ik voel me toch heel dicht bij hen. Ik weet dat ze mij een betere start hebben gegeven dan vele anderen. Ik kreeg veel geschenken van het gezin waarin ik opgroeide, en dan heb ik het niet over pakjes onder de boom.

Als jong kind doen we onvermijdelijk onze eerste levenservaringen op met de mensen door wie we in een familiecontext omringd worden, en uit die ervaringen trekken we conclusies die zich in de diepste zin verankeren in ons onderbewuste. Aangezien we als zuigelingen of jonge kinderen nog niet de intellectuele vaardigheden ontwikkeld hebben om wat afstand te nemen van wat er met ons gebeurt, of om in te zien dat één goede (of slechte) reeks ervaringen niet het hele verhaal vertelt, worden die eerste scenario’s goedschiks of kwaadschiks de basis voor onze innerlijke Handleiding Van Hoe Het Leven In Elkaar Zit.

We leren er dat mensen ons onvoorwaardelijk graag zien voor wie we zijn (of niet). We leren dat bepaald gedrag aanvaard wordt (en ander niet). We leren dat we mensen mogen vertrouwen (of niet). We leren openbloeien in de meest liefdevolle omstandigheden, of overleven in levensbedreigende, helse omstandigheden. We ontwikkelen verdedigingsmechanismen die ons – in het beste geval – behoeden voor te veel teleurstelling, of – in het slechtste geval – helpen overleven.

En dan trekken we de wereld in, en passen daar toe wat we geleerd hebben.

 

Kerstsfeer_003 klein
(c) KV

De Universele Wet van Aantrekking (zoals sommigen ze graag noemen) stelt dat je méér aantrekt van wat resoneert op de frequentie waarop jij je zelf bevindt. Met andere woorden: als jij gelooft dat je het niet waard bent om liefgehad te worden, hoe oneerlijk of pijnlijk dat je misschien ook vindt, als je het echt gelooft, dan trek je onbewust meer omstandigheden aan die dat idee zullen bevestigen en het dieper verankeren als een van je onbewuste innerlijke waarheden. Al je diep vanbinnen oprecht vertrouwt op het idee dat er van je gehouden zal worden, ook als je kwetsbaar bent, of dat de juiste dingen wel op het juiste moment in je leven zullen komen, dan zie je die een stuk makkelijker vorm krijgen dan als je het tegengestelde gelooft.

Ik denk dat dit klopt. Ik heb het zich keer op keer weten voordoen, in mijn eigen leven en in dat van talloze mensen om mij heen. Hier is geen persoonlijke verdienste of schuld mee gemoeid, het is een principe zo onpersoonlijk als een wet van de fysica. Het zou er voor mijn part een kunnen zijn.

Zelfs het eerste dilemma dat mijn stiefzoon naar voren bracht – waarom herhalen mensen die zichzelf, vaak met goede reden, een slachtoffer voelen zo vaak een patroon dat hen gekwetst heeft, en worden zo op hun beurt de volgende generatie van daders of agressors? – kan begrepen worden vanuit dit principe. (Het zou wat te ver leiden om dat hier uit te leggen, maar ik beloof dat ik er gauw een andere blog over schrijf.)

In zekere zin leven we dus allemaal in een bubbel van onze eigen makelij. We versterken de waarheden waarin we zijn gaan geloven, of die nu gezond en harmonieus zijn of niet. We beseffen niet eens dat we ze hebben. Ze zitten diep vanbinnen, sturen ons denkpatroon en ons gedrag, en beheersen ons leven.

Je zou kunnen denken dat er dus geen ontsnappen is aan deze bubbel, en dat deze onbewuste gedachten ons voor de rest van ons leven gevangen zullen houden, terwijl we onze kleine (of grote) drama’s telkens opnieuw opvoeren, zonder zelfs maar te beseffen dat we dat doen. En tot op zekere hoogte is dat inderdaad hoe velen van ons leven. Alleen is het niet nodig om dat te blijven doen. De onbewuste overtuigingen die we hebben, kunnen veranderd worden.

 

Kerstsfeer_103 ed klein
(c) KV

 

Dat vraagt eerst en vooral zelfbewustzijn, vertel ik mijn stiefzoon. Het besef dat we de realiteit zien doorheen een sluier van innerlijke overtuigingen. We zien dat waarvan we zelfs niet weten dat het bestaat compleet over het hoofd, terwijl we onbewust zoeken naar onze goeie ouwe vertrouwde patronen, hoe onprettig die ook zijn, om ze vervolgens te herhalen. Want het vertrouwde voelt veilig. Het is bekend terrein, en dat verlaten is doodeng.

Maar eens we beseffen wat we geloven, en dat het een overtuiging is en niet noodzakelijk een waarheid, dan kunnen we dat veranderen als het iets is wat ons ongelukkig maakt. We hoeven niet te blijven geloven dat mensen alleen maar van ons zullen houden als we ons op een bepaalde manier gedragen, of dat we ongeschikt zijn voor intieme relaties, of dat uitkomen voor onze mening gevaarlijk is, of dat er nooit sprake kan zijn van gelijkwaardigheid en elk conflict een winnaar en een verliezer moet hebben…

We zouden deze overtuigingen kunnen respecteren als cadeautjes die we van onder de kerstboom hebben gekregen. Wat ons goed van pas komt en helpt openbloeien, kunnen we houden. Maar wat ons (hopelijk met goede bedoelingen) aangesmeerd werd, kunnen we besluiten opzij te leggen, net zoals die vervelende kriebeltrui waar we ondertussen uit gegroeid zijn. We kunnen op zoek gaan naar andere ervaringen. We kunnen iets anders, iets nieuws, proberen te geloven over onszelf.

Maar waarom doen zo weinig mensen dat? wil mijn stiefzoon weten. Dat is toch logisch. Ik probeer echt mijn inzichten te veranderen als ik voel dat ik ergens vastloop.
Ik: Daar heb je wel voldoende zelfbewustzijn voor nodig, om zo naar jezelf en je leven te kijken.
Hij: Is niet iedereen zelfbewust, dan?

De schat. Hij is wijs voor zijn leeftijd. Maar hij is ook zeer intelligent en hij heeft altijd open gestaan om bij te leren over dit soort dingen. Dat wil wel eens helpen.

Een ander mogelijk gevolg van het opzij leggen van oude kriebelkleren is dat sommige mensen die ons daar beeldig in vonden staan, of op zijn minst verwachten dat we ze dragen, nogal schrikken. Misschien zijn ze er helemaal niet blij mee (vooral als zij het waren die ze ons kochten). Ze zijn het er misschien niet mee eens, en willen deze nieuwe versie van ons niet steunen.
Dat is een moeilijke. We willen niet teleurstellen. We willen geen liefde verliezen. We willen anderen niet krenken door te veranderen.

Anderzijds, als de mensen die beweren van ons te houden dat alleen maar doen in die oude kriebeltrui, wat zegt dat dan wel over hen, en hoe ongemakkelijk of ongelukkig willen we zijn om hen in ons leven te houden?
Dus misschien is het toch maar gewoon tijd om te veranderen, ongeacht de gevolgen. Ja, misschien raken we een paar mensen kwijt. En dat zouden zelfs sleutelfiguren uit ons oude leven kunnen zijn. Maar de mensen die ons echt graag ziet, die geven geen krimp. En anderen, die echt bij ons horen maar nog niet gearriveerd zijn, herkennen ons pas als we onze ware kleuren durven tonen.

Dus laten we die kerstcadeautjes maar uitpakken, en in een moeite door ook maar eens goed kijken naar de hele stapel oude geschenken. Laten we dankbaar zijn voor al wat we kregen. En alleen dat bijhouden waarvan we voelen dat het gezond en deugddoend voor ons is.

Want niets is uiteindelijk in steen gebeiteld.
En waar zouden geschenken anders voor mogen dienen dan om ons te helpen groeien, en ons pad te verlichten, op welke manier dan ook?

Kerstsfeer_105 ed cut klein
(c) KV

Oversteken – mijn Soul Circle lopen

Een rituele middag om de overgang te markeren naar de tweede – magische – helft van mijn leven

 

Ik hield dus een Zielskring.

 

Om mijn veertigste verjaardag te vieren en de grote overgang te markeren die ik zich had voelen voltrekken in de loop van het afgelopen jaar, had ik een aantal vrienden uitgenodigd, van alle hoeken van het land én daarbuiten. Sommigen kende ik al mijn hele leven, anderen waren er pas recent deel van gaan uitmaken. Dierbare, vertrouwde zielen die me op beslissende manieren hadden geholpen om uit te groeien tot de persoon die ik vandaag ben, maar ook nieuwe ontmoetingen die me omver hadden geblazen en aanvoelden alsof ze op het perfect moment gearriveerd waren om mee op de wagen te springen voor het volgende stuk van mijn reis.

We waren met een twintigtal, en een handvol anderen waren er in gedachten bij. De meesten kenden (behalve mijn man en ik) misschien maar twee mensen in de kamer, soms zelfs minder. Maar tegen het einde van de middag hadden we een web van vertrouwen en eerlijkheid geweven, een plek van kwetsbaarheid en verbinding.

Ik had de woonkamer zo herschikt dat er een kring van stoelen, banken en kussens in paste. In het midden had ik het houtblok van teakwortel geplaatst dat ik doordeweeks gebruik als een soort huisaltaar, en er de voorwerpen omheen gelegd die de vier windstreken symboliseerden.

Ik wilde samen met de groep door de vier facetten van het wiel gaan: door het te verkennen, hen te bedanken, het uit te nodigen om buiten hun veilige lijntjes te kleuren, en geschenken te ontvangen.

Dit was de eerste keer dat ik een dergelijke bijeenkomst zou leiden, en ik was iedereen die er was ongelooflijk dankbaar. Zonder hun liefdevolle medewerking, was er gewoon geen Kring.

In de weken die voorafgingen aan dit gebeuren was ik bij momenten heel angstig geweest. Het voelde als in het onbekende stappen, en een paar diepe angsten confronteren (mijn diepste gevoelens uitspreken tegen de mensen die het allermeest voor me betekenen, naar buiten treden als een spiritueel gedreven persoon, en iemand die daar bovendien een actieve rol in wilde spelen).

Maar bijna zo gauw als we eraan begonnen, voelde ik me heel erg op mijn gemak, een beetje zoals ik me al die jaren geleden had gevoeld toen ik, recht van de universiteitsbanken en zonder diploma van een lerarenopleiding, voor een klas vol pubers terechtkwam. Hoewel ik nog nooit had lesgegeven, wist ik toen gewoon: ik kan dit. En dat was ook zo.
Nu voelde dit, hier, eerder als een terugkeer naar een oude vaardigheid dan het ontdekken van een nieuwe. Alleen de setting verschilde, net als mijn intentie. Ik wilde deze mensen niets leren – ik wilde hen raken, en geraakt worden.

 

20171118_161902 ed klein.jpg

 

Het Oosten staat symbool voor een begin, onschuld en verwondering, en op ontdekking gaan. Dus na een verwelkoming deden we een rondje van de kring waarin iedereen zichzelf voorstelde, en ik gaf wat uitleg bij mijn interpretatie van de windstreken en de specifieke symbolen die ik had gekozen voor elk kwadrant. Vervolgens nodigde ik iedereen uit om bewust een zitplaats te kiezen, afhankelijk van de windstreek die hen het meest aansprak, of die het best leek te passen bij de levensfase waarin ze zich op dat moment naar hun gevoel bevonden. Sommigen bleven zitten waar ze zaten, anderen namen precies plaats waar ik het verwacht had, en een paar verrasten me.

Er was ook ruimte voor humor. Bij het voorstellingsrondje zei een van de aanwezigen dat hij alleen maar gekomen was omdat ik had beloofd dat ik een tafel zou laten zweven – niet dus! Ik had hem integendeel, omdat het hele spirituele gedoe nogal nieuw was voor hem, bij wijze van geruststelling juist het omgekeerde verzekerd. Het werd de grap van de middag, die op gezette tijden weer opdook.

Ook een zitplaats kiezen was voor sommigen een uitdaging.

 

20171118_160758 ed cut klein
Te veel gegadigden voor de sofa in het Zuiden (de lege stoel was mijn uitvalsbasis als ik niet rondliep). Mijn schoonbroer loste het op door mijn man bij zich op schoot te trekken.

 

Hiermee was het Oostelijke deel van de Kring voltooid.

Het Zuiden, symbolisch voor uitbundige groei, naar buiten treden in de wereld om te leven, te genieten, banden te smeden en je plaats in de samenleving en het leven in te nemen, bestond volledig uit bedanken. Ik liep mijn kring van het Oosten naar het Noorden, en begon bij diegenen die ik in mijn beleving in het Oosten zag staan, ging vervolgens naar de mensen waarvan ik voelde dat ze voor mij in het Zuiden stonden, enzovoort. Dat betekende dat ik zowat de hele tijd over en weer liep, dwars door de cirkel, want mensen hadden hun zitplaats gekozen op basis van hun eigen gevoel van waar ze thuishoorden, en dat was niet noodzakelijk waar ze zich vanuit mijn perspectief bevonden, gebaseerd op de rol die ze speelden in mijn evolutie. Op die manier weefde ik een bijna tastbaar web van verbindingen tussen hen onderling.

Ik dacht niet na. Ik liep gewoon telkens naar de volgende op mijn lijstje, keek hem of haar in de ogen en sprak vanuit mijn hart. De woorden kwamen.

Ik had een doos zakdoeken binnen handbereik gezet, omdat ik had verwacht dat ik het niet droog zou kunnen houden, maar ik had ze niet nodig. Ik voelde een diepe kalmte vanbinnen, en dankbaarheid naar iedereen afzonderlijk. Sommigen huilden wel, bij anderen was er vrede, of verrassing, of een diepe, gedeelde vreugde.

Sommige mensen waren diep geraakt. Anderen wisselden wensen met mij uit, of bedankten mij op hun beurt. Sommigen wilden weten waarom ik hen in een bepaald kwadrant van mijn cirkel had ingedeeld – zag ik hen zo in hun eigen leven, of lag het aan wat ze voor mij betekenden? Nu eens waren ze verrast, dan weer weerspiegelden hun gevoelens perfect de mijne.

 

 

Mijn man zei me later dat hij het Zuiden het krachtigste luik van mijn ritueel vond. Ik kan het zelf moeilijk beoordelen, zelfs niet als ik erop terugblik. Ik weet alleen dat er heel veel liefde en verbondenheid was, met elk van de aanwezigen op hun eigen manier.

Na het uitspreken van mijn dankbaarheid, betraden we het Westen. Dat is de plek waar we de roep van de Ziel en het Mysterie voelen. Ik vertelde over het plateau waar ik een tijdje had rondgedoold, en hoe ik er vervolgens in geslaagd was een totaal nieuwe reis te beginnen vanaf dat vertrekpunt, gedragen door het gevoel dat ik overgestoken was naar een doel dat op een of andere manier groter was dan ikzelf, en dat deze Kring lopen daar deel van uitmaakte.

Het Westelijk gedeelte werd afgesloten door iets waar ik een hele tijd naar uitgekeken had en zenuwen voor had: het zingen van Eivørs Trøllabundin, een lied in het Faeroers, dat ik niet zo lang geleden ontdekte dankzij de tip van een collega-schrijfster met een muzieksmaak verwant aan de mijne. Het is een uitdagend lied, uitgevoerd met niets dan stem en trom, en het gaat over de betovering van een magiër die je hart in vuur en vlam zet. Van Mysterie gesproken…
Een onwaarschijnlijk sterke uitvoering ervan door Eivør kan je hier bekijken. En voor iemand het vraagt: nee, mijn stem is niet zo spectaculair als de hare, verre van, en aan het werkelijk ongelooflijke deel, dat onaardse zuchten en grommen, waag ik me gewoon niet. Ik kan de melodie deftig brengen, maar daar houdt het op. Mijn versie was dus een stuk zachter dan deze. Maar ze ging toch diep genoeg.

Het Noorden, waar wijsheid en inzicht naar boven komen in het holst van de nacht, was het moment van geschenken. We gaven een stapel kaarten door met daarop spirituele uitspraken of gedachten, en zo ontving iedereen een persoonlijke boodschap. Naderhand deelden de meesten wat ze op hun kaart hadden met de rest van de Kring, want de geschenken die we krijgen zijn vaak ook datgene wat wij aan anderen kunnen bieden. Er was wat aarzeling, maar ook verwondering, vreugde, en bij momenten grote kwetsbaarheid. Voor sommigen ging dit moment heel diep.

 

zekomen2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Daarna kreeg iedere aanwezige een postkaart met Zaailing #20, de Zaailing die ik aan de  Soul Circle had gekoppeld en die online ging terwijl we de Kring hielden. De kaart had Jurgens ongelooflijk krachtige beeld op de voorkant, en achteraan stond een citaat uit mijn tekst.

Als slotritueel liep ik de kring tegen wijzerzin terwijl ik de hele tekst luidop voorlas. Mensen raakten met hun hand spontaan de mijne aan waar ik passeerde. Het was mooi.

Toen ik klaar was met lezen, was ik overgestoken.
Ik keek de Soul Circle rond.
Ik had mijn vrienden geroepen. En ze waren gekomen.

 

 

Het gedachtegoed en de beeldtaal van de oude natuurvolkeren was erg aanwezig tijdens de hele duur van de Zielskring. Boven het centrum had ik de oude dromenvanger gehangen die ik een half leven geleden had meegebracht uit Seattle, door een Amerikaanse Indiaan gemaakt van gedroogd zeewier en drijfhout.

Helemaal op het einde verraste mijn zusje mij met een geschenk. Zij en haar man waren pas terug van hun huwelijksreis in Canada, en daar hadden ze een adelaarsveer gevonden in het bos. Een vriend met indianenbloed had hen verteld dat het een voorwerp was van grote kracht, dat als geschenk kon worden weggegeven tijdens een ceremonie. Nu schonk ze hem aan mij als symbool van mijn oversteek, en van mijn schoonbroer kreeg ik een houten totemsymbool met een vogel die Harmony vertegenwoordigde. Er was geen beter geschenk te bedenken.

Een andere deelnemer, vriendin en coach had, zonder dat ze iets wist van al het voorgaande, óók een dromenvanger mee als geschenk. Deze had ze zelf gemaakt, en ze had ook kleine houtschijfjes bij die eraan bevestigd konden worden. Iedereen tekende er eentje, en zo kreeg ik een concreet en tastbaar aandenken aan het web dat we die dag samen geweven hadden.

Het wiel blijft gestaag draaien.
De weg loopt door. Een nieuwe reis begint.

Ik ben op weg.
En ik ben niet alleen.

Ze komen

Zaailing #20

verbonden met de Soul Circle

 

zekomen2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Eerst aarzelend, een enkeling, nog onduidelijk van vorm. Vervolgens meer, helder en goed zichtbaar, met stemmen als lange, diepe echo’s. Ze zijn jong en stralend, ze hebben lachende ogen. Ze zijn oud en statig, met mantels die doen denken aan vleugels, of de rimpelingen van schaduwen op water. Hun woorden zijn webben van betekenis.

In mijn hand heb ik de trom, blank en maanrond, en mijn slagen zijn vastberaden. Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Ze groeten mij als een oude geliefde, als een jonge novice. Ze weten dat ik klaar ben, want de sluiers tussen de werelden gaan opzij voor wie er doorheen durft waden. En er is nood aan zwervers die willen oversteken, om mee te terug te brengen wat er wacht aan de andere kant.

Ik roep mijn vrienden en ze komen. Ze zijn met velen want ze weten hoeveel moed de tocht vraagt.
Ze reizen mee op de wind, op het stilte van het zinderende licht.
Ik ben dankbaar dat ze er zijn. In hun aanwezigheid zie ik zoveel scherper. Ik mag de kracht tonen die ik heb. Ik mag de maskers afleggen die ik draag. Ik mag mijn stem laten horen, hoe onzeker die ook klinkt. Ik mag uitglijden en kopje onder gaan, maar ik zal niet verdrinken.

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
De trom gromt en gonst. Trillend weeft hij het web van de wereld.
Wat gezaaid is, zal groeien.
Wat gevangen is, zal uitbreken.
Wat leeft, zal sterven.

Ik sta op de rand, met één voet aan elke kant, en de trom als een kloppend hart in mijn handen. Ik laat de stroom door mij heen gaan. Ik ben de stroom.

Ik roep mijn vrienden bij me in de kring.
En ze komen.

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Mama kronen

Een reis naar de wortels van Oude Wijsheid

Kingley Vale_359
(c) KV – De toegang tot Kingley Vale

Na de diepe, vervullende fases van een leven in dienst van de ziel, zegt ecopsycholoog Bill Plotkin, bereikt de persoon die de roep van de ziel hoorde als Zwerver, die haar leven er als Leerling ten van dienste stelde en die de wereld het beste van haar talenten schonk in de hoedanigheid van Meester, het punt waarop ze overgaat naar het stadium van Oude Wijsheid.

Op dat moment begint het leven minder te draaien om Doen en maken, en meer om Zijn, voeden en inspireren.
Wanneer de jongvolwassene zich, geraakt door de roep van haar ziel, terugtrekt in een metaforische cocon en oversteekt naar de spirituele helft van het leven, dan gaat ze in Plotkins woorden door een proces van Zielsinitiatie. Ze voelt een verhaal, een krachtig beeld, de aantrekkingskracht van iets wat sterker is en dieper gaat dan haar ego of persoonlijkheid alleen, en ze voelt zich geroepen om zich ten dienste te stellen daarvan. Zielsinitiatie markeert het begin van de magische helft van het leven.

Een gelijkaardige monumentale overgang vindt plaats wanneer de bezielde volwassene de fase van Oude Wijze bereikt. Plotkin noemt dit de ‘Crowning’, een prachtige samentrekking van de Engelse woorden ‘crone’ (oude vrouw) and ‘crown’ (kroon), en verbindt zo meteen de charmes van hoge leeftijd en het waardige, bijna koninklijke van vergevorderde geestelijke evolutie.

Mijn moeder vierde afgelopen december haar zeventigste verjaardag. Mijn zus en ik wilden iets speciaals en symbolisch doen met haar, dus we besloten haar mee te nemen op een verrassingsreisje naar Engeland. We wilden niet alleen haar verjaardag vieren, maar ook haar overgang naar de status van Oude Wijze.

Onze moeder is een mooie, wijze en grappige vrouw met een hart groot genoeg om de hele planeet en iedereen erop te omarmen. En op sommige momenten in haar leven is dat ook precies wat ze gedaan heeft. Ons huis was altijd een haven voor mensen om te landen: voor het avondeten, voor een nacht, voor een paar jaar. Haar regenboogkinderen, noemden we ze. Sommigen waren zo oud als wij, een paar waren ouder, de meesten jonger. Ze hield van ze en vertroetelde ze en hielp ze hun leven weer op de rails krijgen als dat was wat ze nodig hadden.

Haar dagen van oeverloze zorg zijn nu enigszins voorbij. Te veel artrose en andere (godzijdank goedaardige) ouderdomskwaaltjes hebben een halt toegeroepen aan haar onafgebroken rondrennen en verzorgen – hoewel ze er soms nog wel eens in vervalt en de fysieke gevolgen achteraf voor lief neemt.

Maar tegelijkertijd is ze wijzer geworden. We hebben dezelfde opleidingen gevolgd en veel ervaringen gedeeld in de loop van de jaren, en zij is de eerste om aan iedereen te vertellen wat voor sterke vrouwen haar dochters geworden zijn, maar wij weten dat dat maar de helft van het verhaal is. Mama kan je aankijken, peilen tot diep in je ziel en naar boven komen met informatie waar je heel stil van wordt omdat ze zo ontzettend juist is. Ik heb er niets mee te maken, zegt ze, ik geef maar door wat ze mij ‘daarboven’ vertellen. Dat is geen valse bescheidenheid. Maar bescheiden zijn betekent soms ook dat je jezelf onterecht niet voldoende waardeert. Dus wilden we mama’s wijsheid vieren, haar diepe ervaring, en natuurlijk ook gewoon het feit dat ze onze moeder is.

Mama is een makkelijke persoon om te verrassen. Ze laat zich meevoeren op de stroom en vraagt zich niet te veel af. Ze is opgetogen als blijkt dat ze iets niet zag aankomen, en verwelkomt alles wat haar kant op komt – behalve misschien de tegenliggers in een land waar mensen links rijden. Omdat we reisden met onze eigen wagen, was de passagier vooraan degene die al het aankomend verkeer op zich zag afkomen. Na twee uur op de Engelse wegen ruilde mams haar plek met plezier voor eentje op de achterbank.

Kingley Vale_081
(c) KV – Storm bij The Seven Sisters

Onze eerste stop was Beachy Head, waar we uitkeken over The Seven Sisters, de adembenemende krijtkliffen van de Engelse zuidkust. Het weer was stormachtig en subliem.

Het was de perfect plek om je verbonden te weten met de elementen. We zaten met ons drieën ongestoord op een bank, en stemden ons af op wat de wind en de zee ons wilden vertellen. We luisterden naar wat gezegd werd: over onszelf, voor de ander. We deelden de boodschappen. Toen lieten we al het oude dat mocht losgelaten worden gaan, in de wind, of met de golven.

We reden door tot in West-Sussex naar the Hamblin Trust, het domein waar we twee nachten zouden verblijven in een van hun knusse chalets. Ik dwaalde door de tuin in het schemerlicht van de vallende avond, en de volgende ochtend.

Na het ontbijt hadden we maar tien minuutjes nodig tot aan de plek die de eigenlijke bestemming van deze hele trip was: Kingley Vale, waar in een bosje-in-een-bos The Watchers staan, de oudste taxusbomen ter wereld. Een aantal van deze knoestige reuzen zijn tweeduizend jaar oud. Waar konden we mama’s Crowning beter vieren?

Maar het bleek toch een beetje een uitdaging. Bij de eerste oude taxus die mama zag toen we wat dieper het bos in gingen, maakte ze bijna rechtsomkeert. Hij zag er dreigend uit, vond ze, en er hing iets donkers en gevaarlijks omheen.

Grappig genoeg was dit een boom die mij heel erg aansprak. Ik liep er naartoe om hem aan te raken, en voelde onmiddellijk hoe een diepe warmte door mijn buik ging. Mams keek huiverend toe van op een afstandje.

Toegegeven, taxussen zien er op het eerste gezicht niet erg knuffelbaar uit. In hun jeugd zijn ze op hun best elegant, maar met hun donkere stammen en naalden van een donkergroen dat soms meer wegheeft van zwart, zijn ze nogal sombere verschijningen. Hun felrode bessen fleuren het geheel misschien wat op, maar gezien het feit dat zowat elk onderdeel van de taxus dodelijk giftig is voor de mens, is dat toch maar een karig soelaas. Zoals elke zeer oude boom wordt een oude taxus knoestig, bobbelig en verwrongen, met takken die alle kanten op gaan en dode stompen die nog uitsteken. We stonden dus niet meteen oog in oog met een grote lieve omaboom, maar eerder met iets wat leek op een kruising tussen een norse oude olifant en een tentakelig monster uit een of andere horrorfilm.

Tot je ze aanraakt.

Kingley Vale_399.JPG
(c) KV

Taxussen voelen zacht onder je handen, en als je een beetje gevoelig bent voor bomen, dan is een ontmoeting met oude reuzen als deze echt wel bijzonder.

Het vroeg wat overredingskracht, maar uiteindelijk wilde mama er wel een aanraken.

Vanaf dan begon het makkelijker te gaan, hoewel het nog even duurde vooraleer mama een boom gevonden had waar ze echt een band mee voelde. Pas toen lukte het beter om de diepe, krachtige schoonheid van de ouderdom te voelen doorheen de donkere, sombere verschijning. De zon maakte nu en dan haar opwachting – dat hielp ook. (Het Engelse weer deed al wat het kon om zijn wispelturigheid te bewijzen: we schakelden op twee uur tijd drie keer van dreigende wolken naar stortbuien naar stralende blauwe hemel. Het gezegde ‘if you don’t like the weather, wait five minutes’ bleek een stevig feit.)

Na een uur van wandelen, zitten, aanraken en voelen, keerden we terug naar de ingang van het bos. Daar vonden we ‘mijn’ boom terug.
Mama was verbaasd dat ze hem eerder zo eng had gevonden. Ik van mijn kant begreep precies waarom hij voor mij zo goed werkte: oud genoeg om indrukwekkend te zijn, met een massieve stam en kroon, maar nog niet zo verweerd als zijn stokoude verwanten. En zijn plek: aan de rand, als een wachtpost op de grens tussen werelden.

Dat past bij mij.

In de namiddag na die wandeling hadden we voor mama een aromatherapie-massage geboekt bij een lieve dame waarnaar ze later verwees als haar ‘petemoei’.
We aten heerlijke Indische curry in een nabijgelegen restaurant, en namen de volgende ochtend afscheid van the Hamblin Trust.

We stopten nog bij het haventje van Bosham voor een paar cadeautjes en souvenirs uit het Arts and Crafts center (ik kocht een heerlijke cape voor alledaags gebruik, en ik kreeg een andere die ik voor het eerst zal aantrekken op de Soul Circle als geschenk van mijn zus). We lunchten in het Breeze Cafe, met een mooi zicht op de zee-inham waar het opkomend tij niet alleen naar goede gewoonte de promenade onder water zette, maar ook het busje van een nietsvermoedende kayakker, die bij zijn terugkeer duidelijk niet gerekend had op zo’n maritiem enthousiasme.

Kingley Vale_618.JPG
(c) KV – Bosham bij hoog water

Je onderschat de kracht van het vrouwelijke element maar beter niet, denk ik zo…

Onze drie moeder-en-dochter dagen hebben ons zacht gezegd een hap magie gegeven om op terug te kijken.

Diamanten, druppels en gradaties van transparantie

Waarom schrijven over mezelf mij tegelijk bloot en onzichtbaar laat voelen

Drup_011 ed cut

(c) KV

Als kind verborg ik de verhalen die ik schreef zodat mijn ouders ze niet konden lezen. Of liever: ik verborg ze voor iedereen. Ze waren mijn geheime tuin, de wilde boomgaard waarin ik alles wat in mij leefde de vrije loop kon laten. Ik had het gevoel dat als mensen die verhalen zouden lezen, ze mij konden zien tot op mijn bloot vel en – nog erger – ik totaal zonder bescherming zou zijn.

Toen ik in ernst begon te schrijven – met de ambitie om mijn werk uitgegeven te krijgen – deed ik ongeveer hetzelfde: ik verzon verhalen en personages die mij in staat stelden dat wat in mij leefde een stem te geven, zonder dat ik naar voren hoefde te stappen en werkelijk gezien hoefde te worden. Of misschien hoopte ik dat mijn echte ik te onderscheiden zou zijn als een verre silhouet, zachtjes glinsterend, doorheen de sluiers van de personages die ik voor de gelegenheid had gecreëerd.

Ik deed dat niet bewust, maar zo werkte het in ieder geval voor mij. Alleen werkte het bij nader inzien níet. Want ik was altijd te zeer vervlochten met mijn boeken om ze te kunnen beschouwen als iets wat buiten mij lag, en als ik erover moest praten, kreeg ik onvermijdelijk de vraag hoe en waarom ik gekomen was tot wat ik geschreven had.

Je kunt niet over je werk praten zonder bloedeerlijk te zijn over jezelf, tenzij je heel goed bent in maskers opzetten en rookgordijnen spuien, en bereid bent dat een leven lang vol te houden.

Dat was ik niet. Dus werd ik hier al van bij mijn eerste adolescentenroman dertien jaar geleden voluit mee geconfronteerd. Het verhaal in kwestie ging over twee muzikanten met telepathische gaven die een diepe band kregen, ver voorbij wat rationeel verklaarbaar was, omdat ze op een of andere manier verbonden waren en elkaars angsten en twijfels konden lezen.

(Doet dat een belletje rinkelen, op vlak van terugkerende patronen? Ik moet bekennen dat ik het redelijk grappig vind, achteraf bekeken.)

Drup_029 ed
(c) KV

‘En jij, Kirstin, kan jij gedachten lezen?’ vroeg een gevatte medewerker van de uitgeverij me vlakaf, toen we het hadden over mijn boek dat tussen ons op tafel lag.
‘Nee, dat kan ze niet’, zei de oude literatuurrecensent die bij ons zat, voor ik goed en wel een antwoord had kunnen formuleren waarmee ik me niet volslagen belachelijk maakte. ‘Anders had ze me ondertussen al een klap verkocht.’

Een waargebeurd verhaal.

Ik vergaf het hem, omdat hij zonder uitzondering positieve recensies schreef over mijn werk – en die waren gemeend, dat wist ik, want hij was perfect in staat om iemand af te maken met zijn pen – en hij bleek ook nog eens als redacteur in dienst van een andere uitgeverij waar ik een paar jaar later onderdak vond met mijn werk. Toen bracht ik een hele dag bij hem thuis door, waar we regel per regel door mijn manuscript gingen, om het tot perfectie te slijpen. ‘Dit is een ruwe diamant’, zei hij. ‘We gaan hem wat polijsten.’
Ik wierp een blik op de opmerkingen die hij in en naast mijn tekst had geschreven, en vroeg me af waar hij in godsnaam, onder al dat gruis en al die schilfers, woorden en zinnen aangeduid, hele alinea’s geschrapt met een enkele streek van zijn rode balpen (altijd nog een beetje de leraar, hij kreeg het niet afgeleerd), iets zag wat kon doorgaan voor een diamant.
Maar hij ging voor niet minder dan een masterclass. Er was een hele dag lang niets dan de tekst, en zijn genadeloze analyse ervan, waarbij hij elke zins- en plotwending in vraag stelde. En hij had gelijk over bijna alles. Hij hielp me om naar mijn tekst te kijken, niet als een diepe evocatie van wie ik was maar als een voorwerp dat ik met liefde had gemaakt, en als voorwerp, leerde ik, kon het verbeterd worden. Tot op vandaag denk ik met dankbaarheid en respect terug aan die sessie, want dat was de dag waarop hij me hielp ontpoppen van leerling tot schrijver.

En ondertussen weet ik dat er voor mij, zowel als schrijver als als mens, geen verbergen meer inzit.

Drup_032 ed
(c) KV

Vroeger dacht ik dat je ofwel kon schrijven over iets wat je niet persoonlijk raakte maar wel een intellectuele uitdaging inhield, een topic dat je professioneel wou verkennen met alle ambachtelijke vaardigheid die je had, ofwel over iets dat je ingewanden aan rafels scheurde en je bloedend achterliet terwijl je de woorden neerschreef. En oké, toegegeven, misschien zat daar ook wel een zone tussenin, een gebied waar vaardigheid en persoonlijke interesse elkaar vonden.

Maar er blijkt voor mij nu ook nog een derde weg te bestaan, en die vind ik tegelijk fantastisch en verrassend.

Dienen als een deur waar de wind doorheen mag, schreef ik eerder dit jaar. Mijn persoonlijke agenda loslaten en een voertuig worden voor wat de Ziel wil manifesteren.

De tegenstrijdigheid hier ligt in het feit dat mijn voornaamste manier om de wind toe te staan die zielsboodschap de wereld in te brengen, eruit bestaat om ze in mijn eigen jasje te wikkelen terwijl ze door me heen passeert. Of op zijn minst: toestaan dat ze gebruik maakt van mijn persoonlijke verhaal, mijn interesses, mijn zorgen en mijn evolutie, als een manier om haar eigen boodschap te brengen.

Zelfs al zijn veel van mijn blogs (en zelfs sommige Zaailingen, tot op zekere hoogte) zeer, zeer persoonlijk, ik heb in alle eerlijkheid het gevoel dat wat ik het afgelopen jaar heb geschreven minder over mij gaat dan mijn eerdere fictieverhalen dat deden. Of misschien is het juister om te zeggen: ik onthul meer van mezelf, maar niet met de bedoeling om zichtbaarder te worden. Dat ik in de praktijk wel degelijk zichtbaarder word, is een neveneffect, maar een waarnaar ik niet langer zo hard verlang als ik er vroeger bang van was.

Ongetwijfeld zal ik in de toekomst nog fictie schrijven. Maar ik heb geen behoefte meer aan personages om uit te drukken wat binnen in mij leeft. In plaats daarvan heb ik leren aanvaarden – en leren appreciëren, hoewel nooit zonder een rilling van spanning – dat transparanter worden in de eerste plaats wil zeggen dat je meer licht doorlaat.

Drup_019 ed cut2
(c) KV

Als het neerdaalt

Tony & Seba_110 ed
(c) KV

De herfst is gearriveerd. In mijn tuin, langs de rivieren en de kreken, in de bermen van de autosnelwegen.

Ik hou van mijn geboorteseizoen en zijn onafscheidelijke weelde aan kleuren, misschien wel om goed te maken dat de warmte vervliegt.
In de loop van de jaren heeft de herfst me leren genieten van de kilte van vochtigheid, de overvloed van oogst en de stille berusting van loslaten.

Maar dit jaar merk ik dat ik met heel gemengde gevoelens kijk naar het verkleuren van de eerste bladeren, de volheid die zich voorbereidt om te verliezen en te vallen.
De omslag komt bijna als een verrassing, een klein schok. Het ligt totaal niet in de lijn van waar ik me bevind.

Ik voel me in de diepe rijping van wat misschien mijn gelukkigste jaar op deze planeet is, mijn volste mand verse oogst, en mijn meest gulle vorm van het delen ervan. Geen enkel ander jaar heb ik een dergelijke verbredende groei gekend als nu. En de stroom waarop ik mee vaar is niet van plan snel van koers te veranderen. Dus waarom de natuur nu plots wel?

Tony & Seba_082
(c) KV

Ik zal er wel aan wennen, natuurlijk. Ik zal het afwerpen verwelkomen, zoals ik nu al de ochtendnevel en de schitterende spinnenwebben welkom heet.

Ik zal me herinneren dat mijn dierbare gevleugelde vrienden zoveel makkelijker te observeren zijn in kruinen zonder bladeren.
Ik zal me herinneren dat het donker de dierbaarste geheimen herbergt, de subtielste geluiden.

Ik zal het seizoen omhelzen als het neerdaalt.
Ik zal mezelf hullen in sjaals en kaarslicht, mijn nachtvleugels spreiden en vuurliederen zingen over het warme duister, en de terugkeer van het licht.

Tony & Seba_103
(c) KV

Een draad per keer

Waarom ik een Zielskring bijeen roep

Daarom noemen ze het dus een roeping, schreef ik een paar maanden geleden, toen ik voelde hoe de Ziel mij aan de mouw trok om haar werk te gaan doen, en zo mezelf ten dienste te stellen van iets wat groter was dan mijn eigen persoontje.

Nu lees ik precies dezelfde woorden in de latere hoofdstukken van Bill Plotkins Nature and the human soul. In de passages over de Leerling en de Ambachtsman schetst hij precies wat ik in die eerdere blog beschreef.

Ik zit ergens tussen die twee fasen in, geloof ik. Aan de ene kant ben ik nog altijd aan het ontdekken wat de Ziel precies van mij wil, en leer ik omgaan met diverse manieren om dat ‘in de wereld te brengen’. Van de andere kant zet ik mijn ambacht wel degelijk al in met een zekere vorm van meesterschap. Zo is mijn geschreven stem ondertussen wel genoeg gerijpt om daarvoor te dienen. De Zaailingen zijn maar het topje van de ijsberg van wat ik voel dat er mogelijk is, en dat vervult mij met een diepe vreugde.

Maar in de leer gaan doe je met stapjes en in laagjes, zoveel is duidelijk. En sommige puzzelstukjes werden in de loop van de laatste weken heel erg duidelijk naar voren geschoven.

Dit najaar word ik veertig, en ik ben voorbereidingen aan het treffen voor het weven van een web.

Web_050 ed
(c) KV

De Fransen kennen het spreekwoord la vie commence à quarante ans. Ik geloof dat dat klopt, op meer dan één manier. Zo heb je op die leeftijd genoeg ervaring om ontspannener in het leven te staan dan jongere mensen zich kunnen permitteren omdat ze nog zo hard bezig zijn met diploma’s halen, werk vinden en een thuis voor zichzelf (en hopelijk ook een paar geliefden) uit de grond stampen.
Maar belangrijker (voor mij, althans) is dat ik, sinds ik het plateau bereikte en voelde hoe mijn bestaan bewoond wilde worden op een andere manier, waarbij Ziel en Geest de richting van de reis aangeven, over mijn leven denk in termen van ‘ervoor’ en ‘erna’. Het voelt echt als een soort ‘En nu voor serieus!’, alsof al wat hiervoor kwam niets was dan voorbereiding – en in feite klopt dat ook.

Veertig is een symbolische leeftijd, en aangezien ik de laatste tijd door nogal wat symbolische evoluties ga, voelde het gepast om dat moment – bijna als een excuus – aan te grijpen om het kantelpunt te vieren dat ik heb bereikt.

Ik wil geen feestje bouwen in de dagelijkse zin van het woord. Dat zou neerkomen op veel te veel geluid en veel te veel gedoe en veel te veel aardige mensen in één ruimte om wat voor zinnig gesprek dan ook te hebben. In plaats daarvan wil ik de gebeurtenis markeren met iets van betekenis.

Ik wil een klein aantal voor mij zeer belangrijke personen om me heen verzamelen en een web weven.

Toen ik beschreef wat ik in gedachten had, kwam mijn zus Elin voor de dag met een naam die onmiddellijk juist voelde: een Soul Circle, een Zielskring.

De mensen die ik daarvoor uitgenodigd heb, zijn stuk voor stuk personen met wie ik een zielscontact heb, mensen die me in de loop van de jaren hebben zien groeien en daar niet zelden toe bijgedragen hebben, mensen in wiens gezelschap ik me mijn beste zelf voel, sterker en in staat tot méér.
Sommige van hen lopen al met me mee vanaf mijn geboorte. Anderen hebben pas recent hun opwachting gemaakt in mijn leven. Sommigen hebben me een paar van mijn grootste uitdagingen voorgeschoteld. Anderen hebben me geholpen om de scherven weer aaneen te lijmen toen het leven me een ferme tik bezorgde. Stuk voor stuk wil ik hen bedanken.

Dat is waar die kring om zou draaien, wist ik toen ik het idee vormgaf en uitnodigingen begon te versturen. Veel antwoorden kwamen snel en ze waren bijna allemaal positief. Het ziet er naar uit dat we met een twintigtal volwassenen en een handvol kinderen zullen zijn. Wauw. Ik voel me nu al gezegend.

Web_056 ed cut
(c) KV

Ik voelde er wel iets voor om kleine, gepersonaliseerde cadeautjes te schenken aan iedereen die plaats zou nemen in de kring, maar er ontbrak duidelijk nog iets. Je wil toch niet dat het alleen maar om de geschenkjes draait, zei Elin me. Zoek naar een setting die het spirituele element meer ruimte geeft. Ze had weer eens gelijk. Alleen had ik het gevoel door dichte mist te waden, en niet duidelijk te kunnen articuleren wat ik dan wel moest doen.

Ik contacteerde iemand die Elin intuïtief vernoemde om raad aan te vragen, een dame die er die dag ook zou bij zijn. En ik bleek maar twee kleine tips van haar nodig te hebben – een symbolisch wiel met de vier seizoenen/windrichtingen en de naam van een auteur van wie ze een boek aan het lezen was – om in het midden van mijn web terecht te komen.

Ik werk al jaren met de windrichten in ontelbare kaartleggingen. Ze staan symbool voor de vier hoofdaspecten van elk proces of probleem. Daarnaast ben ik grote fan van Bill Plotkins wiel van zielsgeörienteerde ontwikkeling, het veelgelaagde en subtiele schema van een mensenleven dat voor een stuk dezelfde symboliek aanwendt.

Ik begreep meteen dat ik hiermee zou moeten werken. Ik kon mezelf een cirkel zien aanleggen in het midden van onze woonruimte met vier uitgesproken segementen, voor de seizoenen en levensfasen. Ik kon de gasten in gedachten een plekje zien kiezen langs de rand. Prima, voorlopig.

Die schrijver, dan.
Zijn naam – Daan Van Kampenhout – doet heel waarschijnlijk geen belletje rinkelen. Ik had zelf ook nog nooit van hem gehoord. Hij blijkt een moderne sjamaan (thuisbasis Nederland), die in de leer was bij een traditionele Noord-Amerikaanse meester en het ambacht ondertussen al bijna dertig jaar beoefent. Ik bestelde een boek van hem over sjamanistische rituelen, las het op drie dagen uit en voelde me beter thuis dan ik in lange tijd had gedaan.

Niet elk facet van traditioneel sjamanisme is mijn ding, en ik voel ook geen behoefte om voluit in de beoefening ervan te duiken. Nog niet, in elk geval. Maar er zitten elementen in die mij niet alleen raken omdat ze juist aanvoelen, maar omdat ik ze herken. Ik pas ze in feite al toe, tot op zekere hoogte.

Dus ja, er zou duidelijk ook iets sjamanistisch in die Zielskring gaan zitten.

En terwijl dat alles me duidelijk werd, realiseerde ik me dat ik niet gewoon deel uit zou maken van de cirkel van aanwezigen, maar dat ik degene zou zijn die dat ritueel moest gaan leiden, vanuit het centrum ervan.
Dit was mijn verantwoordelijkheid, de taak die ik op mij genomen had door deze Kring bijeen te roepen. Was ik eerst teruggeschrokken voor al te veel zichtbaarheid, nu zag ik mezelf dat effectief doen.

Web_070 ed cut
(c) KV

Dit hele proces werd interessanter met elke week die verstreek.

En alsof de dingen nog niet snel genoeg evolueerden, kwam er de episode waarbij mijn tong me de schrik van mijn leven bezorgde.

Dit was de Ziel die me op de schouder tikte, zoveel was duidelijk. Ik begreep dat ik aangemaand werd om meer mijn mond open te doen. Dat was geen kleine uitdaging, en terwijl ik zag dat er verschillende facetten aan zaten, realiseerde ik me ook dat de Soul Circle de plaats zou zijn om een aantal ervan in de praktijk te brengen. Ik wist al dat ik het ritueel zou moeten gaan leiden. En ik wilde mensen bedanken om draden te zijn in mijn web. Nu begreep ik ook dat dat wilde zeggen dat ik mijn dankbaarheid jegens hen een voor een zou moeten uitspreken.

Van een uitdaging gesproken.

Dit web is verre van geweven. Ik heb nog twee maanden voor de Zielskring plaatsvindt. Zorgvuldig trek ik de ene na de andere centrale draad. Voorbereiding, besef ik, is cruciaal als je wil dat iets slaagt (of beter: als je het niet wil verknoeien door een gebrek aan logistieke planning). In dat opzicht verschilt een ritueel weinig van een feestje.

Maar behalve dat het mij laat nadenken over in welke hoek van de kamer ik de eettafel parkeer, welke kleuren en symbolen ik ga verbinden aan de seizoenen en welke geschenkjes ik aan wie ga geven, is dit hele proces mij natuurlijk ook weer aan het veranderen.

Deze Zielskring leert mij veel over mijzelf, over degenen die mij dierbaar zijn en over een stukje van iets groters waarin ik binnen geleid word – een draad per keer.

Web_074 ed cut
(c) KV

Grand cru

De smaak van vriendschap

Prelude voor Zaailing #13 en #14

 

“De ontmoeting van twee persoonlijkheden is als het contact tussen twee chemische stoffen: als er een enige reactie is, veranderen ze allebei.” – C.G. Jung

 

20170712_131327 ed.jpg
Zaailing #13, the making of

 

Ik ken niets van wijn. Dat wil zeggen: ik drink het graag, en als ik mij erop concentreer, proef ik dat er verschillen zijn en dat de ene mij beter ‘ligt’ dan de andere. Maar vraag mij niet wat het verschil is tussen verschillende druiven, of waarom die bepaalde wijn beter bij dat ene gerecht past; ik maak me gegarandeerd glansrijk belachelijk.

Maar soms is er een wijn die je verrast. Er is op het eerste zicht niets opvallends aan de fles, de naam of de druif. Maar de geur is rijk, de smaak blijkt vol en subtiel, de afdronk rond. En het geheel verbetert per slok. Op dat moment weet je dat je iets bijzonders in je glas hebt.

Zo gaat het ook met vriendschap.

Ik ben gezegend met een aantal fijne vrienden. Maar heel soms heb je een echt bijzonder contact, waarvan je weet: wat wij hebben, gaat zo diep dat de wortel niet te peilen valt.
Dat gaat niet altijd gepaard met tromgeroffel en bliksemschichten. Het is niet eens altijd iemand die je onmiddellijk aardig vindt. Net als bij goede wijn begint het vaak met niet meer dan een eerste, verrassende slok. Maar algauw weet je: dit is van een andere orde.

 

IMG_6247 ed
(c) KV – Zaailing #13, the making of

 

De samenwerking tussen Jurgen en mij kwam op gang als een oude trein: langzaam en aarzelend. Maar om een of andere reden was er een klik, één die ik zelfs in het begin niet echt doorhad, en een onmiddellijk vertrouwen. Op de achtergrond weerklonk de roep van iets waarvan ik voelde dat ik ernaar moest luisteren, zelfs al begreep ik niet waarom. Tot er een échte creatieve klik kwam. En, met wat tussenstappen, nog één.
Intussen hebben we een vaart opgebouwd om dankbaar voor te zijn, en wat we samen creëren, is méér dan de optelsom van de delen. We komen er allebei in thuis.

Je kunt niet zo intensief samenwerken met iemand zonder dat je elkaar goed leert kennen. We hebben de afgelopen maanden bovendien allebei ook een paar ruige momenten gehad, op persoonlijk of professioneel vlak. En de ander stond er onmiddellijk, vanzelfsprekend, onvoorwaardelijk. Dat is het moment waarop vertrouwen vriendschap wordt, een bijzondere mix getrokken uit verwante druivenrassen, elk gegroeid op heel andere bodem.

De overeenkomsten bleven zich op sympathiek buitenissige manieren opstapelen. Met de telefoon in de hand staan op het moment dat de ander het antwoord stuurt op een vraag die je had. Los van elkaar op dezelfde dag op verlof vertrekken naar een gelijkaardige verblijfplaats in knal dezelfde regio op een kwartier rijden van elkaar. Op hetzelfde uur ’s nachts opstaan omdat in beide gevallen er een zoon fungeerde als (vroegtijdige) wekker, gelijkaardig ervaringen hebben in de wegstations langs de route, zowat tegelijk aankomen. En onderweg allebei dezelfde boom salueren – die dan, hoe kan het ook anders, de volgende Zaailing wordt. Hoe konden we nu niet afspreken om samen iets te gaan doen, daar in Zuid-Frankrijk?

 

parasolbomen cut1.jpg
(c) Jurgen Walschot – Zaailing #12 (detail)

 

En daar waren de demonen.

Iedereen heeft rode draden in zijn leven, van pijn, van succes, van leerprocessen. Eentje die ik regelmatig aantref in mijn weefwerk, is het vermengen van werelden. Of beter: dat dat voor mij niet vanzelf gaat.

Ik compartimenteer mijn leven onbewust nogal. Ik trek hogere schotten op tussen de verschillende facetten (gezin, job, familiekring, vriendschap, zielsverwantschap, diverse creatieve en professionele cirkels en contacten), en de mensen die daarin meedraaien, dan op het eerste zicht merkbaar is.

Vroeger had ik dat veel feller, maar ik heb geleerd dat je niet telkens een lichtjes andere versie van jezelf kunt presenteren zonder jezelf uiteindelijk compleet te verliezen. Het is ook nergens voor nodig – als je niet helemaal jezelf durft zijn bij iemand, schort er ofwel iets aan je zelfvertrouwen, of je bent niet in het juiste gezelschap.

Toch blijft het vermengen van werelden ook nu soms nog spannend voor mij. Omdat ze behoorlijk van elkaar kunnen verschillen, en de mensen die er (vanuit mijn perspectief) toe behoren ook. Mijn spreidstand in vrienden en voorkeuren is breed. En ik mag dan zelf wel een zuiverder signaal geven, dat wil nog niet zeggen dat de chemische reacties onderling niet voor splijtstof kunnen zorgen. Van sommige vrienden, familieleden of collega’s weet ik heel goed dat ik ze beter niet bij elkaar zet. Andere kan ik met een gerust hart aan elkaar voorstellen en kijken hoe er zich spontaan iets moois ontvouwt.

Tot deze zomer hield ik mijn creatieve bloedbroederschap en mijn gezinsleven ver van elkaar weg. Tegelijk groeide het verlangen om die twee werelden te vermengen. Omdat ze allebei voor mij zo belangrijk zijn. Omdat mij thuis voelen op meer dan één niveau tegelijk zoveel deugddoender en vervullender is. Ook hier kan het resultaat meer zijn dan de som van de delen. Tenminste, als de alchemie werkt.

 

IMG_6233 ed cut
(c) KV – Vermengen

 

Ik trok Jurgen dus al een tijdje aan de mouw om af te spreken met onze gezinnen erbij, als we dan toch weer eens op hetzelfde moment in Frankrijk waren. Tegelijk wist ik: hij en ik mogen dan wel een flow van formaat hebben, dat garandeert nog niet dat partners of kinderen daarin mee kunnen. Voor hetzelfde geld valt zoiets grandioos tegen.

Het was de perfecte trigger voor een hele stapel van mijn oude angsten. Wat als de mensen die twee van mijn meest dierbare werelden bewoonden het nu eens totaal niet met elkaar konden vinden? Wat als ik eindigde als een soort ongelukkige sandwich, met als enige conclusie dat het gezonder was voor iedereen om deze chemische reactie níet plaats te laten vinden? En hoe zat het aan Jurgens kant? Er waren vier elementen (zeven als je de kinderen meerekende) in deze distilleerkolf, en ik kon geen enkele reactie voorspellen.

Het was dus met een klein hartje dat ik op de eerste dag van ons weekje Fauch, als ontsnapping voor het slechte weer, voorstelde: hebben jullie zin om mee te gaan wijn proeven?

Ja, dat hadden ze.
We reden erheen om hen op te pikken.

 

20170712_133945 ed klein
Zaailing #14, the making of ; en Seth, beschermer van al wat wild, onconventioneel en ontembaar is, kijkt mee over onze schouder…

 

Een warme verwelkoming. Spontane flow. Hartsvertrouwen, kameraadschappelijk gegrinnik. Een reactie zoals in de betere alchemie, waarbij de bij elkaar gevoegde elementen zich moeiteloos vermengen, en de stroom zachtjes, goudkleurig gaat glinsteren.

Ik waagde een slok van dit met verbazing aangelengde gevoel van bevrijding. En tegen dat we een uurtje later uitstapten bij het eerste chateau proefde ik hem al, nog voor ik een glas aan mijn lippen had gezet: de smaak van vriendschap, grand cru.

 

Hem thuis hebben

Fauch_567

(c) KV

Waarom is de maatstaf van liefde verlies?
(Why is the measure of love loss?)

Ik kan gerust de hele dag Jeanette Winterson-citaten debiteren, gewoon omdat ik zo van haar werk en haar poëtisch genie houd, maar ik geloof niet dat iemand daarop zit te wachten. In plaats daarvan herkauw ik de bovenstaande regel, een van haar veelzeggende citaten (hoewel ik persoonlijk ‘Vertrouw me. Ik vertel je verhaaltjes.’ nog net iets beter vind, en er een heleboel andere zijn, veel minder bekend, die ik nog liever heb. Ik heb er ooit al eentje gebruikt in deze blog, bijvoorbeeld).

Maar om terug te komen op de frase die me nu bezighoudt – waarom is de maatstaf van liefde verlies?

Mijn man en ik lieten onze achtjarige zoon half juli achter bij mijn ouders in Frankrijk en vertrokken op onze Italiëtrip. Ondertussen zijn we al twee weken terug in eigen land, en hij is nog altijd daar. Komende dinsdag pik ik hem op van het vliegveld.

Ik ken moeders die je bij elkaar kunt vegen als hun kinderen voor een week op kamp vertrekken. Ik heb mijn zoon al een maand niet meer gezien, en dat is… helemaal oké.

Daar zijn ze:
twijfel — ben ik wel een goede moeder?
schuldgevoel — hoor ik me nu niet ellendig te voelen omdat hij niet bij me is?
angst — hou ik wel genoeg van mijn zoon, als ik hem niet echt mis?

Oké, dit liedje mag ophouden.

Er zijn twee reeksen antwoorden op de bovenstaande vragen.
Eentje gaat als volgt: ja — nee — ja.
De ander zegt: je hebt je zoon niet verloren.

 

Misschien toch even uitleggen.
Dat eerste reeksje spreekt voor zichzelf. Ik meen het ook echt, en ik geloof dat het oprechte, juiste en gezonde antwoorden zijn. Maar ze hebben allemaal wel hun wortel in het tweede antwoord. Ik ben mijn zoon niet verloren.

Hij is ergens waar hij het heerlijk vindt en waar er goed voor hem gezorgd wordt door mensen die hij heel graag ziet. Dat vind ik prima, en ik maak me dus ook geen seconde ongerust (tenzij misschien over auto-ongevallen of meteorietinslagen, maar die kunnen net zo goed voorvallen als hij hier bij mij is, dus die tellen niet – het leven moet je nu eenmaal leven).

Fauch_673 cut
(c) KV

Over minder dan een week is hij weer thuis. En ondertussen heeft hij de tijd van zijn leven, en heb ik wat kostbare rust gehad (en een romantische vakantie met zijn vader).

Ik ben een liefdevolle moeder, maar niet van de typische verzorgende soort. Mijn zoon is het liefste wat ik heb, maar koken, schoonmaken en andere zorgtaken zijn niet het liefste wat ik doe, zelfs niet voor hem.
Bad #579 laten vollopen, lunchpakket #346 smeren, veters strikken poging #1007…
Diepe, diepe zucht.

In tegenstelling tot sommige andere vrouwen die intens genieten van zuigelingen en openbloeien tijdens de eerste levensjaren van hun kind, werd ik gelukkiger naarmate mijn zoon ouder werd. Mijn sterktes zijn emotionele intelligentie en conversatie, niet luiers, badjes en maaltijden.

Mis ik mijn zoon, nu hij een hele maand is weggeweest? Absoluut. Ik mis zijn vreugde, zijn liefde, zijn creatieve geest, zijn intelligentie, alles aan deze heerlijke kleine persoon die zich zo op zijn gemak voelt in de wereld. Ja, ik mis zelfs zijn ochtendhumeur en zijn koppige buien.
Mis ik hem bemoederen? Geen seconde. Ook voor mij is dit vakantie.

Maar hoe anders zou het zijn als er hem iets overkwam. Als hij weggerukt werd uit dit leven en ik hem nooit meer zou zien. Als zijn gelach, zijn knuffels en zijn blije, luidruchtige aanwezigheid nooit meer door dit huis wervelden.
Hem verliezen zou mij vernielen, mij in tweeën breken en verminkt achterlaten.

Kortom: de maatstaf van liefde is verlies. Je weet pas hoeveel iets of iemand echt voor je betekent op het moment dat je ze kwijt bent.
Ik ben mijn zoon niet kwijt op enige serieuze manier. Ik hoef me zelfs niet af te vragen of hij gelukkig is. En ik weet dat hij binnenkort weer thuis is. Er zit geen gapend gat in mijn ziel dat alleen kan opgevuld worden door zijn moeder te zijn en dat nu voor altijd leeg zal blijven.

Fauch_572

Bedankt, Jeanette Winterson. Je hebt me iets heel kostbaars laten begrijpen, toen ik voor het eerst Written on the body las. Je leerde me niet te wachten om mijn liefde te voelen of er voor uit te komen tot ik ze kwijt was.

En hoewel het waarschijnlijk te veel gevraagd is van het leven, hoop ik stiekem toch dat ik nooit echt door die ervaring zal moeten. Ik hoop dat ik mijn geliefden op elke mogelijke manier zal gekoesterd hebben, en dat ik zal beseft hebben hoe graag ik hen eigenlijk wel zie voor ze op een of andere manier buiten mijn bereik glippen.

En wat mijn zoon betreft, kijk ik er gewoon naar uit hem weer thuis te hebben. Heel gauw.