Groeien – naar binnen toe

(c) Inaya Photography



De afgelopen weken zat ik met een vreemd gevoel.
Ik wilde niet naar buiten. De lente kwam te vroeg, daar had ik het al over, maar er was meer aan de hand. Het voelde een beetje alsof ik kluizenaar wilden worden. Liefst zo weinig mogelijk mensen wilde ik zien, zo weinig mogelijk gedoe aan mijn hoofd hebben.

Dat was een ongewone ontwikkeling op het moment dat de lente op uitbreken stond en traditioneel overal in het land kinderboeken en hun makers naar buiten komen om zoveel mogelijk (jong) publiek te bereiken. Ik beken: ik stelde me plots vragen, bij alles inclusief mezelf.

Intussen is de wereld helemaal in overeenstemming gekomen met mijn bizarre gevoel van naar binnen keren. Veel mensen hebben het er moeilijk mee en het vraagt van bijna iedereen een enorme aanpassing. Juist voor het duidelijk werd dat de crisis rond Covid-19 ernst was en dat er maatregelen zouden komen, had ik vrede gevonden met mijn situatie.
Daarom wil ik hier nu delen wat ik een paar weken terug aangereikt kreeg.

Ik heb geleerd om te luisteren naar wat zich innerlijk aandient, ook als dat een bevreemdend gevoel is. Daarom ging ik er niet tegen in verzet, ik onderzocht het. En ik liet de antwoorden spontaan opkomen, van een diepe (of hoge) plek in mezelf.

Dit is wat ik leerde.

We zijn gewend om groei en ontplooiing, van welke soort dan ook, te associëren met een dynamiek naar buiten toe, een expansie. We willen meer doen, meer zijn, meer mensen bereiken, meer begrijpen, meer inzichten delen, meer verwezenlijken. We associëren groei met het innemen van meer terrein. Maar dat is in feite een misvatting.

Groei kan net zo goed naar binnen toe. Dan wordt het een vorm van verdieping, een brede resonantie die, als ze de kans krijgt, in alle subtiliteit zelfs veel verder reikt dan de luidruchtige en ogenschijnlijk actievere uitwaartse beweging.

(c) Inaya Photography


Net zoals bij eb het water zich terugtrekt en precies daardoor het strand veel groter en uitgestrekter wordt, is een beweging naar binnen toe een uitnodiging om een aspect van onszelf aan het licht te laten komen dat gewoonlijk schuilgaat onder de deining van de dagelijkse drukte en hectiek.

Als we onszelf niet meer (kunnen) afleiden, verdoven of bezighouden met de dynamiek van het water, worden we bijna gedwongen om te kijken naar het strand. Op het eerste zicht lijkt dat misschien leeg, een verlaten vlakte met eindeloze verveling als horizon. Dat kan beangstigen, maar het kan ook een enorm bevrijdend zijn. Veel mensen gaan niet per toeval uitwaaien aan zee en maken dan hun standwandelingen het liefst bij eb. De wind, de ruimte, het gevoel dat de vereisten van de wereld even losgelaten kunnen worden, het is er allemaal.

Hoe tegenstrijdig het ook kan klinken in deze tijden, maar precies dat gevoel is ook nu binnen handbereik. Zó groot kan onze innerlijke ruimte zijn, zelfs in een klein appartement in de stad.
Want kijk, het water trekt zich terug. Activiteiten worden geschrapt, onze bewegingsvrijheid wordt drastisch beperkt. We worden zowat verplicht – door deze hele toestand, maar ik noem het liever door het Leven Zelf – om naar binnen te keren.

Ik maak me geen illusies: er zullen nog kwade dagen komen. Medisch, sociaal, emotioneel, voor heel veel mensen persoonlijk en voor ons allen als samenleving. We zullen tegen conflicten met huisgenoten aanlopen, tegen eenzaamheid, tegen allerlei vormen van confrontatie met onszelf. We zullen ziek worden en mensen verliezen of dierbaren kennen die dat doen. We zullen als samenleving daveren op onze sociale en economische grondvesten. Maar als er één ding is wat Covid-19 ons nu al, na een paar luttele weken, scherper duidelijk heeft gemaakt dan wat ooit tevoren, dan is het dat alles met alles verbonden is, en wij allemaal met elkaar. Het is een wake-up call van formaat, en steeds meer mensen hebben ze begrepen.
Laten we vanuit die hervonden kwetsbaarheid en verbondenheid ook de inzichten verwelkomen van de weken die nog zullen volgen.

Want het water trekt zich terug. De golfslag van het gewone dagelijkse leven valt stil.
Nu kunnen we kiezen. Gaan we die ontruiming te lijf met zoveel mogelijk trucs en technieken om onszelf bezig te houden en de stem van ons innerlijk te overschreeuwen terwijl we de muren stilaan op ons zien afkomen?

Of staan we toe dat het strand bloot komt te liggen?

(c) Inaya photography

ZAAILING #69 – Uitgestrooid

(c) Jurgen Walschot


Hier sta je dan.
Ik zal je niet zeggen dat het geen pijn doet. En ik zal, hoe graag ik dat ook zou willen, je niet toewensen dat het snel overgaat. Leren leven met verdriet vraagt tijd.

Tijd – was er niet ergens een sprookje dat vertelde over wonden die geheeld worden, of op zijn minst verzacht?
Dichter bij de waarheid is dat we de tijd scheppen met beide handen tegelijk, ongeveer zoals je zand schept om een kuil te graven, waarin je vervolgens oude dromen bergt.
Je kunt ze ook uitstrooien, als dat je een goed idee lijkt, over water liefst. Dat weet waar het heen moet vloeien.

Wat ook mooi zou zijn, is dat het zand daar zachtjes bezinkt. En dat het water stilaan helderder wordt, terwijl het stroomt zoals het altijd doet, in lange, brede banen, naar zee.






ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Barreras: een bijzonder boek



(c) Pantingo


Ik ben blij en vereerd dat ik een tijdje geleden de kans kreeg om een bijdrage te leveren aan Barreras, een uitgave van Pantingo. Pantingo is een jonge uitgeverij van zines en kunstzinnige projecten. Hart en ziel achter dat alles is kunstenares Tessa De Ceuninck.

Haar boek Barreras benadert het verhaal van de bootvluchtelingen door te spelen met ogenschijnlijk tegenstrijdige beelden in dialoog met elkaar.

Ik schreef er de volgende tekst voor, die opgenomen werd in het hart van het boek:





Tell me

Tell me of the hardships we encountered.
Remind me of the victories
we fought for, the defeats we endured.
Help me recall our high hopes
as we set forth, and how we negotiated
the distances against all odds and opposition.
Remind me of how we held on to our stubborn hopes
to reach the other side with our heads held high.

Reassure me that all we did
was somehow worthwhile.
Help me remember their faces,
pleading, cheering, counting on us to go
where they could not, so we could live
their ambitions, fulfill their dreams.

Tell me the story one more time,
of the heroes who fought and conquered,
so that all who followed in their footsteps
would know a better fate.

For stories are all we know.
And stories are all we have to hold on to.

So speak to me. Whisper, if you need to.
Then I can try to tell the story again,
and we can all try to believe it.

(c) Pantingo


Interesse in meer werk van Tessa De Ceuninck? Neem zeker een kijkje op www.pantingo.com.
Pantingo zal aanwezig zijn op de Ghent Art Book Fair (11-12 mei).