Staande

Blijven staan, het heeft iets van een strijd tegen de elementen. Niet opgeven, je recht houden, wars van invloeden die van alle kanten aan je trekken.

Maar je staande houden hoeft geen gevecht te zijn.

(c) Inaya photography


Ik herinner me de lessen tai chi bij Liu W. S., een Oosterse meester, lang geleden, een man die veel meer in zijn mars had dan ik op dat moment aan kon. Daarmee bedoel ik dat ik toen niet klaar was om een volwaardige leerling te zijn, een novice die de immensiteit van wat hij beheerste werkelijk kon bevatten en klaar was om dat toe te passen. Ik was veel te jong, en veel te onbewust.
Liu was altijd beminnelijk, en vriendelijk. Hij toonde alles wat hij bedoelde door de mannen in de groep aan te raken, nooit de vrouwen. Maar hij was blij met iedereen die naar zijn les kwam. Soms leek hij naïef, grappig zelfs, maar dat was beslist een persoonlijke misvatting van mij, die nog versterkt werd door zijn erbarmelijke Engels.

Ik heb hem ooit met eigen ogen een potige kerel naar de spreekwoordelijke andere kant van de dojo zien katapulteren met niet meer dan een vingerknip, en dat is géén sprookje.

Een stukje van mij heeft nog altijd spijt dat ik niet klaar was om écht van hem te leren. Een ander stuk weet dat de juiste dingen op het juiste moment komen, en dat er niets te betreuren valt. En zelfs mocht ik nooit meer terugkeren naar tai chi, of nooit meer zo’n meester vinden, dat beeld alleen al, van die stevige, goed gegronde jongeman die voorbereid was op een uitval, en die zonder dat hij het zag aankomen opeens meters verder vloog, is genoeg om een leven lang mee te gaan.

(c) Inaya photography


Ik wil het hier eigenlijk niet hebben over waarom die jongeman zich niet staande kon houden. (Of voor wie het toch wil weten, om precies alle redenen waarom ik het toen ook niet zou gekund hebben en de meesten van ons het niet kunnen: niet bewust genoeg, niet genoeg thuis in zijn geest en niet geschoold in hoe die energie eigenlijk werkt in relatie tot zijn lichaam. Het is niet omdat je wil standhouden dat je het ook kúnt. Integendeel, eigenlijk.)
Niks nieuws, niks wat ik daar nu nog aan kan toevoegen.

Weet ik het nu zoveel beter, dan?
Hm.

Waarschijnlijk zou ik, net als die jongeman toen, nog altijd omver gegooid worden door de immense kracht die vrijkomt achter wat er voor buitenstaanders uitziet als niet meer dan een vingerknip. Maar intussen begrijp ik al beter hoe het werkt. Of waarom het werkt. En zo goed als ik kan, probeer ik dat toe te passen in mijn eigen leven.

Neem nu de basispositie van zo’n typische tai chi-oefening, waarbij je stabiel staat met lichtjes gebogen benen, je armen voor je gestrekt. Het is een toestand van zogenaamde rust en balans, maar al heel snel werd duidelijk dat zoiets nooit stilstand betekende. Als je ontspannen wil blijven én geconcentreerd, dan sta je niet stil. Het is integendeel een constant over en weer bewegen, heel zachtjes, een beetje naar voren en dan weer een heel klein beetje terug. Van de hiel naar de tenen, de armen net ietsje hoger of lager om in balans te blijven, zodat je niet voorover leunt of achteruit valt.

Het is moeilijk vol te houden, maar eigenlijk ook heel makkelijk als je er niet tegen vecht. Want dat doen we. We geloven maar al te graag dat we perfect stil zouden moeten kunnen blijven staan. Dat is een tragische grap. Pure stilstand is verstarring. Elke vorm van harmonie daarentegen is dynamisch. Elke vorm van rust is een ademhaling. In en weer uit.

(c) Inaya photography


Het is winter, en ik ben niet op mijn best. Mijn innerlijke wereld is diep, mijn uiterlijke niet zozeer. Ik recupereer van een al te overladen najaar, ik volg de donkere dagen van de winter, ik ben wat ziekjes want mijn fysieke reserves zijn op.

Zo sta ik dus, deze dagen. Nu eens mooi rechtop, dan weer languit met een dekentje in de zetel en de kat en wat microben erbij voor de gezelligheid. Rustig een boek lezen, de mails en deadlines en voorbereidingen en zelfs het huishouden laten voor wat ze zijn.
Nu eens een beetje vooruit, dan weer een beetje achteruit. Niets om je druk over te maken. Je staande houden doe je niet per se door druk bezig te zijn. Soms heeft het meer weg van winterslaap.

De wereld spiegelt die bewegingen. In mijn nabije omgeving staan sommige mensen sterk, diep verankerd in hun kracht. Andere worstelen met veel te zware gewichten, vaak van innerlijke makelij, en worden uitgenodigd door krachten die het veel beter weten dan zij om alles los te laten en nu eindelijk eens languit te gaan liggen.
Beide zijn mooi. Beide zijn nodig. Beide zijn aan de beurt wanneer het hun tijd is.

Ik kijk naar al wat er om mij heen gebeurt, en al wat er in mij gebeurt. Ik verwelkom het inademen, ik aanvaard het uitademen. Samen zorgen ze ervoor dat alles doorgaat.

(c) Inaya photography

Winterslaap

(c) Inaya photography


Daar lijkt het wel op, nietwaar?
Het is al een hele tijd geleden dat ik nog zó weinig schreef. Of toch op deze blog. Maar dat is gewoon hoe de dingen zijn. De oogst het ene jaar is ook de andere niet.

Deze winter trek ik mij bewust terug in mijn hol. Ik krul me op, houd winterslaap. Het is een compensatie voor al wat voorafging. Ik laat me drijven op een stroom die beter dan ik zelf weet waar ik heen moet.

Er zijn weinig woorden op dit moment, en weinig redenen om naar buiten te komen. En dat is prima.

Maar net als in elke andere slaap ben ik niet passief. Ik verwerk dingen van het afgelopen jaar. Ik heb dromen – fijne en andere, die zelfs veel weg hebben van nachtmerries. Ik aanvaard dat er in deze donkere, trage dagen gewoon minder gebeurt, dat ik minder zin heb in actie en dat ik dat ritme ook niet wil bestrijden, eerder bestendigen.

Ik volg de vogels in volle vlucht en ik droom van een luchtruim zonder einde, een plek van oneindige mogelijkheden. Wie weet wat voor blad er binnen een paar maanden uit de botten barst?

Er zijn momenten dat ik me nog eens wil omdraaien in bed en doen alsof de wereld me niet roept. Soms lukt dat, soms wat minder. Als de muizen de waterleiding van de vaatwasser doorknagen en de keuken herscheppen tot een zwembad, bijvoorbeeld.

Maar muizen kun je levend vangen en vervolgens uitzetten in het veld. En de rust keert terug.

Wie weet houd ik dat nog een tijdje vol.

(c) Inaya photography

Het so(m)bere seizoen

(c) Inaya photography


Dit is een seizoen van soberheid. De bomen zijn uitgekleed, de dagen zijn spaarzaam met hun licht. Alleen de belangrijke dingen spreken nog, omdat alleen het belangrijke zich nog toont.

(c) Inaya photography


Dit is ook wel een seizoen van somberheid.
Kerst in Fauch, noem ik de reeks foto’s die ik deze week op Instagram en Facebook zet, omdat we de eerste week van het winterverlof bij mijn ouders doorbrengen. Maar dit jaar zal ik geen kerst vieren. Niet omdat we niet met familie aan tafel zitten, niet omdat we de feestdagen overslaan, maar omdat het niet genoeg wintert om het gevoel op te roepen dat voor mij bij Kerstmis hoort.
Twintig jaar geleden lag de sneeuw natuurlijk ook al niet elke winter metersdik, maar ten laatste midden november waren de bomen bladvrij en het was een lange, koude, kale maand in aanloop naar de feestdagen. Midwinter voelde als – effectief – het midden van de winter. Nu is de herfst pas goed voorbij. Het mag dan wel donker zijn, daar hoort wat mij betreft nog niet al te veel glühwein bij.

(c) Inaya photography

De winkelcentra staan vol nepkerstbomen en overal klinkt belletjesmuziek, maar dat is geen troost. Ik betreur het gebrek aan diepe wintersfeer, zoals ik veel betreur aan de manier waarop de zaken zich de laatste jaren steeds duidelijker aan het ontwikkelen zijn. Alleen de commercie en de stemmingmakerij draaien op volle toeren. We leven in tijden waarin licht en donker nog nooit zo sterk gepolariseerd waren, aan welke kant van het kleurenspectrum je je ook bevindt.

Ook in onze families houden we het, alsof het zo afgesproken is, dit jaar erg sober. Geen uitpuilende stapels cadeautjes onder enorme kerstbomen. Een paar kaarsen en een helpende hand bij het eten zullen ruimschoots volstaan.

(c) Inaya photography


Ik keer mij naar de natuur en laat alles los wat mij niet meer dient. Oude ideeën rijp om te vergaan, hardnekkig krappe patronen die langzaam barsten als bolsters om af te werpen. Kerstmis zelf ook, desnoods, of toch zoals ik daar warme herinneringen aan koester uit mijn kindertijd.

Ik graaf me in tussen het mos en de zwammen, ik word stil als de lucht tussen het web van wachtende takken.
De dagen zijn, hoe onmerkbaar ook, alweer aan het lengen.

(c) Inaya photography

Een droom die je draagt



Ik heb iets met het hoge noorden.

Misschien komt dat door mijn naam, een Scandinavische naam die beter past bij ruige dennenbossen en fjorden en meters sneeuw dan hier, in het Vlaamse polderlandschap waar hij steevast verkeerd uitgesproken wordt.

Mijn mama had ook een zwak voor Scandinavië, daarom heeft ze haar beide kinderen Noorse namen gegeven. Geen van drieën zijn we er ooit echt geweest (tot ik tenslotte vorig jaar twee weken op residentie naar Zweden mocht), maar als kind liet ik mijn vinger glijden langs de boeken van Margit Söderholm en Sigrid Undset op de boekenplank. Mijn mama vond ze prachtig. Ik was vooral gefascineerd door het feit dat de naam van Kristin Lavransdochter maar één letter verschilde van de mijne, het leek telkens bijna alsof ik mezelf op de cover van een boek aantrof. Hoewel ik geen enkele van die boeken ooit las, werd er toen toch iets gezaaid.



Dat ik Ronja de roversdochter in mijn hart draag boven zowat mijn hele boekenkast, had toen ik het boek als kind ontdekte niks te maken met het feit dat Lindgren Zweedse was. Maar dat ik er zoveel van ben blijven houden, heeft daar volgens mij wel mee te maken. Maar op een vreemde manier. Want ik heb eigenlijk heel weinig met Lindgrens andere boeken. Ik ben totaal niet dol op Pippi Langkous, bijvoorbeeld. Kinderen van Bolderburen vind ik oeverloos saai. Maar het bos van Ronja, waar de roversburcht van Mattis uitkijkt over de woeste rivier, de donkere dennen en de rotsspleten, waar de aardmannen en de vogelheksen huizen en je het leven in de natuur bijna kunt proeven en ruiken, dát is waar ik thuiskom. En ja, dat heeft ook met de illustraties te maken, laat ik dat maar gewoon toegeven.

Ik heb geen lijf om in het hoge noorden te gaan wonen, denk ik. Noch de koude, noch de lichte zomers en duistere winters zouden me fysiek goed afgaan. Maar soms droom ik er toch van. Want ik ben er een stukje van mijn hart verloren. Aan wat? Geen idee. Aan de droom die ik erfde van mijn moeder? Aan Ronja? Aan de trollen en moenen? Aan de echo van iets ouds en tijdloos? Soms lijkt het alsof ik voorouders heb daar, alsof er nog iets van die cultuur ruist in mijn bloed. Er is een deeltje van mij dat met onzichtbare draadjes vast hangt aan Scandinavië, aan de taal en het landschap rond de poolcirkel.

Naar Zweden gaan vorig jaar was dan ook bijzonder op een symbolische manier maar heeft mijn honger naar het land niet gestild. Dat is ook helemaal niet erg. Er zijn gewoon meer draadjes bijgekomen.
Eentje daarvan loopt naar Embla Granqvist, een jonge illustrator die ik toen ontmoette en die wondermooie dingen doet met aquarel. Samen zijn we al een aantal maanden bezig een prentenboek voor te bereiden. En toen ik een tijdje geleden polste of ze misschien zin had om samen een Engelstalige winterwenskaart te maken, een kleine internationale samenwerking, was ze meteen heel enthousiast.



Als mijn mama kerstkaarten verstuurt (zoals zij ze noemt en ik ze eigenlijk ook blijf noemen, al hangt er voor mij totaal geen religieuze connotatie meer aan, het is gewoon een mooi woord), dan móét daar sneeuw op staan. Het leidt vaak tot pijnlijk sentimentele clichés in keuze van kaarten (sorry, mams), maar ik begrijp het ergens ook wel.
En Embla ook. Sneeuw is in Scandinavië natuurlijk lang niet zo sterk verbonden met ‘kerst’ (of ruimer gesteld: de feestdagen in het diepst van de winter) als bij ons. Maar Embla woont tegenwoordig in Denemarken, en daar sneeuwt het nauwelijks. Nooit gedacht dat ik sneeuw zou missen, schreef ze mij. Maar dat doet ze dus wel degelijk, en daarom schildert ze hem in de winter vaak.

Het idee voor de kaart ontstond bij een ouder schilderijtje van Embla waarop een kind een wit rendier omhelst. De sfeer die erin zat, sprak de Ronja in mij, dat oude, stille kind met Noorse wortels, heel erg aan. Maar het hoefde geen rendier te zijn, zei Embla, die mijn knipoogjes over clichés en Rudolf-met-de-rode-neus had opgepikt en het schilderij sowieso wilde hermaken.



Tijdens mijn reis naar de VS deze zomer zag ik in een tentoonstelling een opgezette eland. Ik was zwaar onder de indruk van de omvang van het dier, en dat was het eerste wat in mij opkwam dat mogelijk nog beter zou werken dan een rendier. Het idee sprak ons allebei aan. En ook elanden kunnen trouwens wit zijn. Ga eens googelen en val achterover. (Of nee, ga niet googelen, en kijk eerst onderaan deze blog.)

Ik ben dus geen klein beetje blij en trots om dit werkje te mogen voorstellen. Mijn innerlijke Ronja doet een vreugdedansje en weet dat ze thuis is.

Voor wie er even blij van wordt als ik: dit kaartje is te koop (2,5 euro/stuk) en ik laat er een beperkt voorraadje van drukken. Spreek mij aan, vind me op Messenger of stuur een mailtje, en ik zorg dat het tot bij jou raakt.

Een droom die je draagt, door de nacht.

(c) Kirstin Vanlierde & Embla Granqvist

ZAAILING #46 – De perfecte plek

Midwinter Zaailing
wens voor de donkerste nacht van het jaar

dat er rust mag zijn, en zachtheid
zoals van sneeuw die soms de scheuren
in een landschap toedekt, de breuklijnen
verbergt en barsten in oud water
weer helpt dichtgroeien
zodat de bodem onder onze voeten
ons met het komen van de lente weer licht
en zonder aarzelen draagt

dat er helderheid mag zijn
in ons hoofd zoals die er is
in een lucht waar kleuren
moeiteloos wolken worden
op weg naar ergens of misschien
juist niet, want hier en nu
is de perfecte plek
om te blijven

dat er beschutting mag zijn, en warmte
in onze huizen en onze omhelzingen
dat we niet alleen
glimlachen om hoe het landschap
zich loom uitstrekt langs de ramen
maar ook om onszelf
en elkaar, schouder aan schouder
in dubbele weerspiegeling

Alle beelden (c) Jurgen Walschot




ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.