Ze komen

Zaailing #20

verbonden met de Soul Circle

 

zekomen2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Eerst aarzelend, een enkeling, nog onduidelijk van vorm. Vervolgens meer, helder en goed zichtbaar, met stemmen als lange, diepe echo’s. Ze zijn jong en stralend, ze hebben lachende ogen. Ze zijn oud en statig, met mantels die doen denken aan vleugels, of de rimpelingen van schaduwen op water. Hun woorden zijn webben van betekenis.

In mijn hand heb ik de trom, blank en maanrond, en mijn slagen zijn vastberaden. Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Ze groeten mij als een oude geliefde, als een jonge novice. Ze weten dat ik klaar ben, want de sluiers tussen de werelden gaan opzij voor wie er doorheen durft waden. En er is nood aan zwervers die willen oversteken, om mee te terug te brengen wat er wacht aan de andere kant.

Ik roep mijn vrienden en ze komen. Ze zijn met velen want ze weten hoeveel moed de tocht vraagt.
Ze reizen mee op de wind, op het stilte van het zinderende licht.
Ik ben dankbaar dat ze er zijn. In hun aanwezigheid zie ik zoveel scherper. Ik mag de kracht tonen die ik heb. Ik mag de maskers afleggen die ik draag. Ik mag mijn stem laten horen, hoe onzeker die ook klinkt. Ik mag uitglijden en kopje onder gaan, maar ik zal niet verdrinken.

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
De trom gromt en gonst. Trillend weeft hij het web van de wereld.
Wat gezaaid is, zal groeien.
Wat gevangen is, zal uitbreken.
Wat leeft, zal sterven.

Ik sta op de rand, met één voet aan elke kant, en de trom als een kloppend hart in mijn handen. Ik laat de stroom door mij heen gaan. Ik ben de stroom.

Ik roep mijn vrienden bij me in de kring.
En ze komen.

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Advertenties

De stroomversnellingen bedwingen – of mee drijven met de rivier

Twee manieren van reizen langs de onverwachte wateren van het leven

Ik zit in een kajak op een bergrivier en het gaat aan een halsbrekende snelheid. De rivier weet waar hij heen stroomt, en ik vaar mee, min of meer meester van mijn boot.
Ik kreeg al wat golven over me heen, waarvan een paar recht in mijn gezicht, en één keer dacht ik dat ik om zou slaan. Maar ik ben niet verdronken – nog niet.

Ik ben niet echt bang. Ik heb genoeg ervaring om de boot te kunnen laten omrollen terwijl ik er nog in zit en zowat meteen weer boven te komen. Natuurlijk kijk ik niet uit naar zo’n moment, laat staan dat ik erop aanstuur, en ik kan alleen maar hopen dat ik met mijn hoofd niet tegen een rots sla.

Maar ik voel dat er stroomversnellingen aankomen, en aan de snelheid waarmee we gaan, zullen die er zeer snel zijn. Ik hoop dat ik mijn bootje er veilig doorheen krijg, zonder al te veel averij.

 

Dat was het gevoel dat ik onlangs had. En het voelde zeer echt aan.
De laatste maanden is mijn reis een evenwichtsoefening geweest van de meer precaire soort: schitterend zolang het goed gaat, maar van een intensiteit die vroeg of laat bijna onvermijdelijk leidt tot een valpartij.

Dat is geen verrassing. De laatste weken is mij de ene stapsteen na de andere aangereikt. Professioneel, muzikaal, emotioneel, spiritueel. Ik heb er geen flauw idee van waar dit pad mij heen brengt, maar ik weet dat ik het loop en dat ik het alleen maar kan volgen.

Maar dat voorgevoel van naderende stroomversnellingen, en de intensiteit van deze dolle rit, die bevallen mij veel minder. Niet omdat ik niet van de opwinding houd, maar omdat ik heel goed weet dat ik dit aan een dergelijk tempo niet allemaal in goede banen kan blijven leiden.

 

Kingley Vale_109 klein
(c) KV

 

En toen was er een beeld dat mijn redding was.

Om van het redactiekantoor in Brussel terug naar huis te keren, spoor ik naar het dichtstbijzijnde treinstation. Dan volgt er nog een fietstochtje van een half uur. In dit jaargetijde betekent dat doorgaans fietsen in het donker. Dat vind ik niet erg, mijn fiets is goed verlicht en ik draag de nodige reflecterende kleding. In het donker een pad volgen waarvan je telkens maar een paar meter ziet, heeft iets van meditatie.

Op mijn route ligt een brug over Schelde. Die is op dat punt, bij Dendermonde, ongeveer honderd meter breed, wijd genoeg om van een stroom te spreken, en niet meer van een rivier.
Toen ik de brug een paar dagen geleden overstak, wierp ik een blik op de Schelde in het donker. De lucht was bijna nachtzwart, en de rivier, van op mijn hoogte gezien vol zachte rimpels, was nauwelijks te onderscheiden tussen twee oevers die nog net iets donkerder waren.

Maar precies op dat moment kon ik de immense aanwezigheid voelen. De wijdsheid, en de kalmte. En iets diep vanbinnen in mij werd wakker en zei: houd dat beeld vast.

De Schelde is geen rivier die je zonder boot kunt oversteken, tenzij je je leven moe bent. De stromingen zijn sterk en verraderlijk. Het is een kracht waar je rekening mee moet houden, die dag en nacht enorme watermassa’s naar de Noordzee stuwt.
Maar er zijn geen stroomversnellingen.

Dit, besefte ik, kon mij redden van de verdrinkingsdood in de tumultueuze bergrivier waar ik naar mijn gevoel op had gezeten: het beeld van deze brede stroom, met een diepe en onweerstaanbare stroming, maar op een of andere manier toch zachter.

 

Ik buig mijn hoofd.
Ik pak mijn roeispanen weer beet.
En ik ben klaar om te gaan waar de stoom me heen zal voeren.

 

Kingley Vale_158 klein
(c) KV

 

Komen en gaan met de golven

Kingley Vale_150
(c) KV

 

De seizoenen komen en gaan als de golven. Ze brengen nieuwe getijden en wassen alles weg wat daarvoor kwam.

Ik heb geworsteld met de herfst dit jaar, omdat ik de zomer op een of andere manier gaande wilde houden, de zoete, niet aflatende stroom van creativiteit, de pulserende kracht van al wat wilde bloeien.

Maar de herfst is, net als eb of de onderhuidse invloed van de maan, niet te weerstaan. Ik heb de kracht van de zomer uit mijn lijf voelen vloeien, als zand dat tussen mijn vingers vandaan glipte, pluimpjes die weggeblazen werden van mijn handpalm.
Ik kan niets anders dan ze laten gaan.

Terwijl ik me voorbereid op de Soul Circle later deze maand, doorloop ik cycli van loslaten en vernieuwen.
Oude angst, ballast van levens geleden – echt of niet, maakt het uit? zo voelt het alvast – werkt zich naar de oppervlakte om erkend te worden, begrepen en eindelijk afgelegd. Sommige stukken ervan zijn moeilijk onder ogen te zien – maar zijn niet alle angsten en mislukkingen dat? Andere delen zijn rijp en voldragen, en ik verwelkom andermaal het afwerpen van oud lagen huid.

Tezelfdertijd maken nieuwe dingen hun opwachting. Ik heb het gevoel dat ik mijn eerste stappen zet op een pad dat ik wil lopen, al heb ik geen idee waar het heen gaat.

 

Trom_003 ed klein
(c) KV

 

 

Ja, de trom heeft er wat mee te maken. Ik koos hem uit een aardig aanbod van frame drums in een winkel die goed aangeschreven stond en niet teleurstelde. Er was veel keus in formaat en uitzicht, maar ik heb ondertussen genoeg ervaring om te weten dat je zoiets alleen beslist op klank. Hoe mooi een instrument er ook uitziet, je moet vooral telkens weer omhuld willen zijn door de resonantie ervan, want anders heeft wat je doet totaal geen zin. Ik had nooit verwacht dat ik zou gaan voor eentje met de pels nog op het slagvlak, maar toch wel dus. Het leven is blijkbaar nog niet klaar met verrassingen uitdelen. En ik merk dat ik die haren eigenlijk heel prettig vind. Ze zorgen ervoor dat de trom levender aanvoelt, en brengen tegelijk een zachtheid mee die ik ben gaan appreciëren. De klank is er niet minder krachtig om. Zachte dingen reiken soms juist nog dieper.

In de afgelopen weken hebben mijn handen deze nieuwe vriend verkend (ik gebruik de stokken nauwelijks). Hij roept geesten en schaduwen op, en de diepe, woordeloze aantrekkingskracht van winters boven de poolcirkel. Maar hij zou me op een dag net zo goed kunnen meenemen naar de dampende regenwouden. Ook prima.

Ik kan niet te ver vooruitkijken, nu. In de duistere dagen eigen aan de herfst en de winter is er vooral ruimte voor introspectie, en de warmte van huis, haard en hartsgezellen.

En de ene golf na de andere die komt aanrollen, mij met zich meeneemt, en me weer aan land brengt.

 

Kingley Vale_166

 

Mama kronen

Een reis naar de wortels van Oude Wijsheid

Kingley Vale_359
(c) KV – De toegang tot Kingley Vale

Na de diepe, vervullende fases van een leven in dienst van de ziel, zegt ecopsycholoog Bill Plotkin, bereikt de persoon die de roep van de ziel hoorde als Zwerver, die haar leven er als Leerling ten van dienste stelde en die de wereld het beste van haar talenten schonk in de hoedanigheid van Meester, het punt waarop ze overgaat naar het stadium van Oude Wijsheid.

Op dat moment begint het leven minder te draaien om Doen en maken, en meer om Zijn, voeden en inspireren.
Wanneer de jongvolwassene zich, geraakt door de roep van haar ziel, terugtrekt in een metaforische cocon en oversteekt naar de spirituele helft van het leven, dan gaat ze in Plotkins woorden door een proces van Zielsinitiatie. Ze voelt een verhaal, een krachtig beeld, de aantrekkingskracht van iets wat sterker is en dieper gaat dan haar ego of persoonlijkheid alleen, en ze voelt zich geroepen om zich ten dienste te stellen daarvan. Zielsinitiatie markeert het begin van de magische helft van het leven.

Een gelijkaardige monumentale overgang vindt plaats wanneer de bezielde volwassene de fase van Oude Wijze bereikt. Plotkin noemt dit de ‘Crowning’, een prachtige samentrekking van de Engelse woorden ‘crone’ (oude vrouw) and ‘crown’ (kroon), en verbindt zo meteen de charmes van hoge leeftijd en het waardige, bijna koninklijke van vergevorderde geestelijke evolutie.

Mijn moeder vierde afgelopen december haar zeventigste verjaardag. Mijn zus en ik wilden iets speciaals en symbolisch doen met haar, dus we besloten haar mee te nemen op een verrassingsreisje naar Engeland. We wilden niet alleen haar verjaardag vieren, maar ook haar overgang naar de status van Oude Wijze.

Onze moeder is een mooie, wijze en grappige vrouw met een hart groot genoeg om de hele planeet en iedereen erop te omarmen. En op sommige momenten in haar leven is dat ook precies wat ze gedaan heeft. Ons huis was altijd een haven voor mensen om te landen: voor het avondeten, voor een nacht, voor een paar jaar. Haar regenboogkinderen, noemden we ze. Sommigen waren zo oud als wij, een paar waren ouder, de meesten jonger. Ze hield van ze en vertroetelde ze en hielp ze hun leven weer op de rails krijgen als dat was wat ze nodig hadden.

Haar dagen van oeverloze zorg zijn nu enigszins voorbij. Te veel artrose en andere (godzijdank goedaardige) ouderdomskwaaltjes hebben een halt toegeroepen aan haar onafgebroken rondrennen en verzorgen – hoewel ze er soms nog wel eens in vervalt en de fysieke gevolgen achteraf voor lief neemt.

Maar tegelijkertijd is ze wijzer geworden. We hebben dezelfde opleidingen gevolgd en veel ervaringen gedeeld in de loop van de jaren, en zij is de eerste om aan iedereen te vertellen wat voor sterke vrouwen haar dochters geworden zijn, maar wij weten dat dat maar de helft van het verhaal is. Mama kan je aankijken, peilen tot diep in je ziel en naar boven komen met informatie waar je heel stil van wordt omdat ze zo ontzettend juist is. Ik heb er niets mee te maken, zegt ze, ik geef maar door wat ze mij ‘daarboven’ vertellen. Dat is geen valse bescheidenheid. Maar bescheiden zijn betekent soms ook dat je jezelf onterecht niet voldoende waardeert. Dus wilden we mama’s wijsheid vieren, haar diepe ervaring, en natuurlijk ook gewoon het feit dat ze onze moeder is.

Mama is een makkelijke persoon om te verrassen. Ze laat zich meevoeren op de stroom en vraagt zich niet te veel af. Ze is opgetogen als blijkt dat ze iets niet zag aankomen, en verwelkomt alles wat haar kant op komt – behalve misschien de tegenliggers in een land waar mensen links rijden. Omdat we reisden met onze eigen wagen, was de passagier vooraan degene die al het aankomend verkeer op zich zag afkomen. Na twee uur op de Engelse wegen ruilde mams haar plek met plezier voor eentje op de achterbank.

Kingley Vale_081
(c) KV – Storm bij The Seven Sisters

Onze eerste stop was Beachy Head, waar we uitkeken over The Seven Sisters, de adembenemende krijtkliffen van de Engelse zuidkust. Het weer was stormachtig en subliem.

Het was de perfect plek om je verbonden te weten met de elementen. We zaten met ons drieën ongestoord op een bank, en stemden ons af op wat de wind en de zee ons wilden vertellen. We luisterden naar wat gezegd werd: over onszelf, voor de ander. We deelden de boodschappen. Toen lieten we al het oude dat mocht losgelaten worden gaan, in de wind, of met de golven.

We reden door tot in West-Sussex naar the Hamblin Trust, het domein waar we twee nachten zouden verblijven in een van hun knusse chalets. Ik dwaalde door de tuin in het schemerlicht van de vallende avond, en de volgende ochtend.

Na het ontbijt hadden we maar tien minuutjes nodig tot aan de plek die de eigenlijke bestemming van deze hele trip was: Kingley Vale, waar in een bosje-in-een-bos The Watchers staan, de oudste taxusbomen ter wereld. Een aantal van deze knoestige reuzen zijn tweeduizend jaar oud. Waar konden we mama’s Crowning beter vieren?

Maar het bleek toch een beetje een uitdaging. Bij de eerste oude taxus die mama zag toen we wat dieper het bos in gingen, maakte ze bijna rechtsomkeert. Hij zag er dreigend uit, vond ze, en er hing iets donkers en gevaarlijks omheen.

Grappig genoeg was dit een boom die mij heel erg aansprak. Ik liep er naartoe om hem aan te raken, en voelde onmiddellijk hoe een diepe warmte door mijn buik ging. Mams keek huiverend toe van op een afstandje.

Toegegeven, taxussen zien er op het eerste gezicht niet erg knuffelbaar uit. In hun jeugd zijn ze op hun best elegant, maar met hun donkere stammen en naalden van een donkergroen dat soms meer wegheeft van zwart, zijn ze nogal sombere verschijningen. Hun felrode bessen fleuren het geheel misschien wat op, maar gezien het feit dat zowat elk onderdeel van de taxus dodelijk giftig is voor de mens, is dat toch maar een karig soelaas. Zoals elke zeer oude boom wordt een oude taxus knoestig, bobbelig en verwrongen, met takken die alle kanten op gaan en dode stompen die nog uitsteken. We stonden dus niet meteen oog in oog met een grote lieve omaboom, maar eerder met iets wat leek op een kruising tussen een norse oude olifant en een tentakelig monster uit een of andere horrorfilm.

Tot je ze aanraakt.

Kingley Vale_399.JPG
(c) KV

Taxussen voelen zacht onder je handen, en als je een beetje gevoelig bent voor bomen, dan is een ontmoeting met oude reuzen als deze echt wel bijzonder.

Het vroeg wat overredingskracht, maar uiteindelijk wilde mama er wel een aanraken.

Vanaf dan begon het makkelijker te gaan, hoewel het nog even duurde vooraleer mama een boom gevonden had waar ze echt een band mee voelde. Pas toen lukte het beter om de diepe, krachtige schoonheid van de ouderdom te voelen doorheen de donkere, sombere verschijning. De zon maakte nu en dan haar opwachting – dat hielp ook. (Het Engelse weer deed al wat het kon om zijn wispelturigheid te bewijzen: we schakelden op twee uur tijd drie keer van dreigende wolken naar stortbuien naar stralende blauwe hemel. Het gezegde ‘if you don’t like the weather, wait five minutes’ bleek een stevig feit.)

Na een uur van wandelen, zitten, aanraken en voelen, keerden we terug naar de ingang van het bos. Daar vonden we ‘mijn’ boom terug.
Mama was verbaasd dat ze hem eerder zo eng had gevonden. Ik van mijn kant begreep precies waarom hij voor mij zo goed werkte: oud genoeg om indrukwekkend te zijn, met een massieve stam en kroon, maar nog niet zo verweerd als zijn stokoude verwanten. En zijn plek: aan de rand, als een wachtpost op de grens tussen werelden.

Dat past bij mij.

In de namiddag na die wandeling hadden we voor mama een aromatherapie-massage geboekt bij een lieve dame waarnaar ze later verwees als haar ‘petemoei’.
We aten heerlijke Indische curry in een nabijgelegen restaurant, en namen de volgende ochtend afscheid van the Hamblin Trust.

We stopten nog bij het haventje van Bosham voor een paar cadeautjes en souvenirs uit het Arts and Crafts center (ik kocht een heerlijke cape voor alledaags gebruik, en ik kreeg een andere die ik voor het eerst zal aantrekken op de Soul Circle als geschenk van mijn zus). We lunchten in het Breeze Cafe, met een mooi zicht op de zee-inham waar het opkomend tij niet alleen naar goede gewoonte de promenade onder water zette, maar ook het busje van een nietsvermoedende kayakker, die bij zijn terugkeer duidelijk niet gerekend had op zo’n maritiem enthousiasme.

Kingley Vale_618.JPG
(c) KV – Bosham bij hoog water

Je onderschat de kracht van het vrouwelijke element maar beter niet, denk ik zo…

Onze drie moeder-en-dochter dagen hebben ons zacht gezegd een hap magie gegeven om op terug te kijken.

Schuilplaats

Zaailing #17

 

Stuwmeer
(c) Jurgen Walschot

We leren dat dat wat evenwijdig loopt nooit zal raken.
Zoals hemel en aarde onveranderd langszij liggen. Zoals weerspiegelingen rusten, wang tegen wang, gescheiden door een enkele lijn.

We leggen ons erbij neer hoe de nerven stromen en stollen. Wat is er mooier dan dat ik mijzelf zie in jou, en jij je weerspiegeld weet in mij?

Maar spiegels zijn schuilplaatsen, als oude schriften die je dichtklapt als de herinnering je niet bevalt.
De diepten van het stuwmeer wanen zich veel liever heldere lucht, bezocht door een langsdrijvende wolk nu en dan, of zelfs het sombere grijs onder een laaghangende sluier van regen.

Met geweldige muren houdt het meer zijn massa vast. Zwemmen in stuwmeren doe je op eigen risico. Te veel onverwachte temperatuurswisselingen, te veel kolkende stroming daar waar het licht nooit komt. De vredige weerspiegeling garandeert niets.

Er komt altijd een dag dat de seizoenen keren. Dat de wind over het wateroppervlak raast en de rillingen voelbaar zijn tot in de wortels van de rotsen.

In het aanschijn van zoveel ontketende kracht rest ons niets dan ons verzet te staken en los te laten.

Zoals bladeren uiteindelijk altijd toegeven, en ook de sterkste dam ooit barst.

 

 


ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Diamanten, druppels en gradaties van transparantie

Waarom schrijven over mezelf mij tegelijk bloot en onzichtbaar laat voelen

Drup_011 ed cut

(c) KV

Als kind verborg ik de verhalen die ik schreef zodat mijn ouders ze niet konden lezen. Of liever: ik verborg ze voor iedereen. Ze waren mijn geheime tuin, de wilde boomgaard waarin ik alles wat in mij leefde de vrije loop kon laten. Ik had het gevoel dat als mensen die verhalen zouden lezen, ze mij konden zien tot op mijn bloot vel en – nog erger – ik totaal zonder bescherming zou zijn.

Toen ik in ernst begon te schrijven – met de ambitie om mijn werk uitgegeven te krijgen – deed ik ongeveer hetzelfde: ik verzon verhalen en personages die mij in staat stelden dat wat in mij leefde een stem te geven, zonder dat ik naar voren hoefde te stappen en werkelijk gezien hoefde te worden. Of misschien hoopte ik dat mijn echte ik te onderscheiden zou zijn als een verre silhouet, zachtjes glinsterend, doorheen de sluiers van de personages die ik voor de gelegenheid had gecreëerd.

Ik deed dat niet bewust, maar zo werkte het in ieder geval voor mij. Alleen werkte het bij nader inzien níet. Want ik was altijd te zeer vervlochten met mijn boeken om ze te kunnen beschouwen als iets wat buiten mij lag, en als ik erover moest praten, kreeg ik onvermijdelijk de vraag hoe en waarom ik gekomen was tot wat ik geschreven had.

Je kunt niet over je werk praten zonder bloedeerlijk te zijn over jezelf, tenzij je heel goed bent in maskers opzetten en rookgordijnen spuien, en bereid bent dat een leven lang vol te houden.

Dat was ik niet. Dus werd ik hier al van bij mijn eerste adolescentenroman dertien jaar geleden voluit mee geconfronteerd. Het verhaal in kwestie ging over twee muzikanten met telepathische gaven die een diepe band kregen, ver voorbij wat rationeel verklaarbaar was, omdat ze op een of andere manier verbonden waren en elkaars angsten en twijfels konden lezen.

(Doet dat een belletje rinkelen, op vlak van terugkerende patronen? Ik moet bekennen dat ik het redelijk grappig vind, achteraf bekeken.)

Drup_029 ed
(c) KV

‘En jij, Kirstin, kan jij gedachten lezen?’ vroeg een gevatte medewerker van de uitgeverij me vlakaf, toen we het hadden over mijn boek dat tussen ons op tafel lag.
‘Nee, dat kan ze niet’, zei de oude literatuurrecensent die bij ons zat, voor ik goed en wel een antwoord had kunnen formuleren waarmee ik me niet volslagen belachelijk maakte. ‘Anders had ze me ondertussen al een klap verkocht.’

Een waargebeurd verhaal.

Ik vergaf het hem, omdat hij zonder uitzondering positieve recensies schreef over mijn werk – en die waren gemeend, dat wist ik, want hij was perfect in staat om iemand af te maken met zijn pen – en hij bleek ook nog eens als redacteur in dienst van een andere uitgeverij waar ik een paar jaar later onderdak vond met mijn werk. Toen bracht ik een hele dag bij hem thuis door, waar we regel per regel door mijn manuscript gingen, om het tot perfectie te slijpen. ‘Dit is een ruwe diamant’, zei hij. ‘We gaan hem wat polijsten.’
Ik wierp een blik op de opmerkingen die hij in en naast mijn tekst had geschreven, en vroeg me af waar hij in godsnaam, onder al dat gruis en al die schilfers, woorden en zinnen aangeduid, hele alinea’s geschrapt met een enkele streek van zijn rode balpen (altijd nog een beetje de leraar, hij kreeg het niet afgeleerd), iets zag wat kon doorgaan voor een diamant.
Maar hij ging voor niet minder dan een masterclass. Er was een hele dag lang niets dan de tekst, en zijn genadeloze analyse ervan, waarbij hij elke zins- en plotwending in vraag stelde. En hij had gelijk over bijna alles. Hij hielp me om naar mijn tekst te kijken, niet als een diepe evocatie van wie ik was maar als een voorwerp dat ik met liefde had gemaakt, en als voorwerp, leerde ik, kon het verbeterd worden. Tot op vandaag denk ik met dankbaarheid en respect terug aan die sessie, want dat was de dag waarop hij me hielp ontpoppen van leerling tot schrijver.

En ondertussen weet ik dat er voor mij, zowel als schrijver als als mens, geen verbergen meer inzit.

Drup_032 ed
(c) KV

Vroeger dacht ik dat je ofwel kon schrijven over iets wat je niet persoonlijk raakte maar wel een intellectuele uitdaging inhield, een topic dat je professioneel wou verkennen met alle ambachtelijke vaardigheid die je had, ofwel over iets dat je ingewanden aan rafels scheurde en je bloedend achterliet terwijl je de woorden neerschreef. En oké, toegegeven, misschien zat daar ook wel een zone tussenin, een gebied waar vaardigheid en persoonlijke interesse elkaar vonden.

Maar er blijkt voor mij nu ook nog een derde weg te bestaan, en die vind ik tegelijk fantastisch en verrassend.

Dienen als een deur waar de wind doorheen mag, schreef ik eerder dit jaar. Mijn persoonlijke agenda loslaten en een voertuig worden voor wat de Ziel wil manifesteren.

De tegenstrijdigheid hier ligt in het feit dat mijn voornaamste manier om de wind toe te staan die zielsboodschap de wereld in te brengen, eruit bestaat om ze in mijn eigen jasje te wikkelen terwijl ze door me heen passeert. Of op zijn minst: toestaan dat ze gebruik maakt van mijn persoonlijke verhaal, mijn interesses, mijn zorgen en mijn evolutie, als een manier om haar eigen boodschap te brengen.

Zelfs al zijn veel van mijn blogs (en zelfs sommige Zaailingen, tot op zekere hoogte) zeer, zeer persoonlijk, ik heb in alle eerlijkheid het gevoel dat wat ik het afgelopen jaar heb geschreven minder over mij gaat dan mijn eerdere fictieverhalen dat deden. Of misschien is het juister om te zeggen: ik onthul meer van mezelf, maar niet met de bedoeling om zichtbaarder te worden. Dat ik in de praktijk wel degelijk zichtbaarder word, is een neveneffect, maar een waarnaar ik niet langer zo hard verlang als ik er vroeger bang van was.

Ongetwijfeld zal ik in de toekomst nog fictie schrijven. Maar ik heb geen behoefte meer aan personages om uit te drukken wat binnen in mij leeft. In plaats daarvan heb ik leren aanvaarden – en leren appreciëren, hoewel nooit zonder een rilling van spanning – dat transparanter worden in de eerste plaats wil zeggen dat je meer licht doorlaat.

Drup_019 ed cut2
(c) KV

Een nieuwe constellatie

Web_133 ed
(c) KV

Terwijl het seizoen alles afwerpt wat voorafging, om te gebruiken als voedsel voor de toekomst, voel ik hoe de draden van een eerder leven zich langzaam ontrafelen.

Parel na kostbare parel van ervaring wordt onderzocht door de wind. Wiegend op de bries ben ik niet in staat om te controleren welke van hen zal ingaan op de uitnodiging van de wereld om los te laten, en welke zullen blijven om mij nog een beetje langer van dienst te zijn.

Ik kan alleen maar vertrouwen op de kunst van het leven om van datgene wat bereid is aangeraakt en veranderd te worden te verweven tot een nieuwe constellatie.

Web_129 ed
(c) KV

 

Als het neerdaalt

Tony & Seba_110 ed
(c) KV

De herfst is gearriveerd. In mijn tuin, langs de rivieren en de kreken, in de bermen van de autosnelwegen.

Ik hou van mijn geboorteseizoen en zijn onafscheidelijke weelde aan kleuren, misschien wel om goed te maken dat de warmte vervliegt.
In de loop van de jaren heeft de herfst me leren genieten van de kilte van vochtigheid, de overvloed van oogst en de stille berusting van loslaten.

Maar dit jaar merk ik dat ik met heel gemengde gevoelens kijk naar het verkleuren van de eerste bladeren, de volheid die zich voorbereidt om te verliezen en te vallen.
De omslag komt bijna als een verrassing, een klein schok. Het ligt totaal niet in de lijn van waar ik me bevind.

Ik voel me in de diepe rijping van wat misschien mijn gelukkigste jaar op deze planeet is, mijn volste mand verse oogst, en mijn meest gulle vorm van het delen ervan. Geen enkel ander jaar heb ik een dergelijke verbredende groei gekend als nu. En de stroom waarop ik mee vaar is niet van plan snel van koers te veranderen. Dus waarom de natuur nu plots wel?

Tony & Seba_082
(c) KV

Ik zal er wel aan wennen, natuurlijk. Ik zal het afwerpen verwelkomen, zoals ik nu al de ochtendnevel en de schitterende spinnenwebben welkom heet.

Ik zal me herinneren dat mijn dierbare gevleugelde vrienden zoveel makkelijker te observeren zijn in kruinen zonder bladeren.
Ik zal me herinneren dat het donker de dierbaarste geheimen herbergt, de subtielste geluiden.

Ik zal het seizoen omhelzen als het neerdaalt.
Ik zal mezelf hullen in sjaals en kaarslicht, mijn nachtvleugels spreiden en vuurliederen zingen over het warme duister, en de terugkeer van het licht.

Tony & Seba_103
(c) KV

Spreken in vurige tongen

Het lichaam als metafoor voor het verleggen van focus

L,N&S_032 ed
(c) KV

Als schrijver heb ik een intieme en zeer vervullende relatie met woorden. En als telg van een bloedlijn van leerkrachten en van een familie waar verbale communicatie heel belangrijk werd geacht, is het dan ook geen verrassing dat ik een sterke spreker ben.

Ik geniet van goede gesprekken. Ik zit zelden om woorden verlegen. Als ik verbanden vaststel tussen beslissingen of daden en hun onderliggende emotionele drijfveren, ben ik ook de taal meester om te schetsen wat ik zie, zodat wat onder de oppervlakte ligt zichtbaar en begrijpelijk wordt voor zowel mijzelf als anderen.

Ik dacht eerlijk dat taal en ik geen enkel probleem hadden.
Maar ik had het fout, zo blijkt nu.

Vorige week was er een moment waarop ik dacht dat het leven zoals ik dat kende ten einde was. Bij het tandenpoetsen ontdekte ik een vreemde plek op mijn tong. Het leek op een aft, maar wel twee keer zo groot en pijnloos. Het zag eruit als iets wat daar helemaal niet moest zijn.

Ik haalde mijn echtgenoot erbij. Zijn medische achtergrond komt op momenten als deze goed van pas. In onze zeventien jaar samen heb ik hem nog nooit echt bezorgd gezien om wat voor symptoom dan ook dat ik hem voorlegde, een heel agressieve astma-aanval tien jaar geleden niet te na gesproken. Dat is niet zo vreemd. Medische specialisten zien in de regel dagelijks de ernstigste gevallen; daarom nemen ze meer bescheiden kwalen zelden serieus, hoe lastig die ook mogen zijn voor wie eraan lijdt. Een van de eerste dingen die Christophe me ooit vertelde was de uitdrukking Shoemakers’ wives go barefoot, doctors’ wives die young. Van een romantische start gesproken… Het was een grapje natuurlijk, maar tegelijk was ik wel gewaarschuwd dat ik van hem geen overdreven gepamper moest verwachten.

Dus nu toonde ik hem de plek op mijn tong, nadat ik me verontschuldigd had dat het wel weer twee keer niks zou zijn maar dat ik toch wilde dat hij er even naar keek.

Zijn reactie beangstigde mij. Hij schrok en lachte het niet weg. Integendeel, ik had hem nog nooit zo bezorgd gezien. Hij begon dingen op te zoeken op zijn smartphone, en na tien minuten keek hij me aan met een mengeling van ernst en emotionele hulpeloosheid waar mijn hart even van oversloeg, en zei: “Ik weet niet wat het is. Maar je moet volgens mij zo snel mogelijk naar een specialist.”

Ik heb me jarenlang voorbereid op een moment als dit. Mijn bucket list-huiswerk is al heel lang gemaakt. Dus zelfs al waren Christophe en ik op dat moment allebei lamgeslagen door angst, ik kreeg geen plotselinge openbaring over hoe ik een deel van mijn leven in wacht had gezet en het nu wel eens te laat kon zijn om het nog te beleven. Integendeel, ik wist dat ik precies was waar ik wilde zijn, bezig met precies datgene wat ik wilde doen. Alleen: ik wilde niet dat het nu al stopte. Ik had juist het gevoel dat ik nog maar goed en wel begonnen was.

De volgende ochtend regelde Christophe een consultatie bij een dermatologe in het ziekenhuis waar hij werkt. De vroegst mogelijke afspraak die ze kon geven, was een week later. Dat was snel, gezien de normale wachtlijsten, maar het betekende nog altijd dat ik mij een hele week lang doorheen mijn onzekerheid moest knagen.

De eerste dag na het ontdekken van de plek probeerde ik de wanhoop op afstand te houden door de enige dingen te doen die ik kon: mijn gevoelens de vrije loop laten, ze vervolgens gebruiken als brandstof om te schrijven bij een van de foto’s die Jurgen me wat eerder had bezorgd, en mijn netwerk contacteren voor ondersteuning. Mijn zusje Elin kwam die avond langs, en zij was de perfecte persoon op dat moment.
Je moet weten dat wij allebei getraind zijn in het lezen van het lichaam als metafoor voor diepere, onderliggende processen van hart en ziel. Maar het is altijd moeilijker om die van jezelf te lezen, zeker als het een emotionele en mogelijk levensbedreigende situatie betreft, dus ik was erg blij dat ze voorstelde om langs te komen, en we hadden een inspirerend gesprek.

Wat bedoel ik met ‘het lichaam als metafoor’?

Vaak kan een fysiek symptoom geïnterpreteerd worden als het zichtbare, tastbare aspect van een groter, onderliggend proces waarmee je op een of andere manier bezig bent. Hoewel er een paar grote lijnen zijn die je op weg zetten, bestaat er geen lijstje van fysieke symptomen die overeenkomen met een of andere emotionele of psychologische kwaliteit. Het symptoom als metafoor benaderen betekent tasten naar alle mogelijke associaties of analogieën (zoals ‘wat kun je op dit moment in je leven maar moeilijk verteren?’).
De metafoor verstaan is geen toverstokje voor genezing. Het ontslaat je op geen enkel moment van de plicht om ongezonde gewoontes te veranderen, naar de dokter te gaan of voorgeschreven medicatie te nemen. Het is geen wetenschappelijk systeem en het is zeer persoonlijk en subjectief, maar op een wijze manier gebruikt biedt het veel kennis, en kan het je een wijder beeld geven van je leven, en manieren aanreiken om om te gaan met onderliggende oorzaken of diepere lagen.

Wat was dus de boodschap die er verstopt zat in die enge plek op mijn tong?
Elin had niet lang nodig om de volgende interessante suggestie te doen: ik zou meer moeten praten.

Als je nu denkt dat dat bijzonder stom klinkt, kan ik je geen ongelijk geven. Maar voor mij is het dat bepaald niet.
Ze heeft gelijk. Ik ben al zo lang als ik me kan herinneren ‘op mijn tong aan het bijten’.

Maar schreef ik daarstraks nu juist niet dat ik een goede spreker ben?
Dat is ook zo. Alleen niet over alles.

L,N&S_058 ed

L,N&S_060 ed
(c) KV – Poel, modder en wolken #1 & #2

Kijk even naar de twee foto’s hierboven. In de eerste zie je de externe setting van de poel, de modder en wat rottend organisch materiaal. In de tweede zie je de wolken zoals die verschijnen in diezelfde poel. Beide foto’s werden gemaakt vanop dezelfde plek, met een paar seconden verschil.

Ik oversimplifieer een beetje, maar je zou kunnen zeggen dat ik altijd een zeer vlotte spreker geweest ben in de zin van foto #1. Scherpe randen, concrete werkelijkheid, ook al ging het daarbij vaak over alle vormen van creativiteit en psychologie waarin ik me thuis voel; maar de diepste lagen van mijn zicht en hart bleven verborgen in het water. Ik had het er niet over, en hoopte dat ze op een of andere manier zichtbaar zouden zijn zonder dat ik er de aandacht op hoefde te trekken.
Natuurlijk was dat niet zo.

Een van de noodzakelijke opdrachten bij het werkelijk volwassen worden tot op het punt dat je in staat bent om het werk van de ziel te doen, is volgens dieptepsycholoog en soulcraft-gids Bill Plotkin precies die situaties opzoeken waar oude beschermingsmechanismen je tot nu toe altijd ver vandaan hebben gehouden. Het gaat erom die mechanismen af te leggen en je te begeven in precies datgene waar je bang voor bent.

Met andere woorden: ik moet in mijn leven beginnen doen wat ik in foto #2 gedaan heb: dat diepere, ondergrondse deel ook zichtbaar maken – zelfs als ik daarmee alles wat voordien scherp was misschien vertroebel.

Maar ben ik dat dan eigenlijk niet al een hele tijd aan het doen? Waarover ben ik sinds februari anders non-stop aan het schrijven?

Je geschreven woorden zijn zuiver en helder, knikte Elin. Dat stuk beheers je ondertussen echt, sommige van je zinnen snijden door hart en ziel. Maar dit gaat over méér dan schrijven. Het gaat over uitgroeien tot wie je werkelijk kunt zijn, op alle vlakken. En dat betekent ook je stem gebruiken. Spreken. Zingen. Dingen uitspreken.

Ik had nooit beseft hoe beangstigend ik dit werkelijk vind tot ik de boodschap liet bezinken en voelde hoe waar ze was.
Parels vormen zich rond steentjes of vuil in de oester. Misschien heb ik mij naar muziek en schrijven gewend omdat ik om een of andere reden dingen uitspreken altijd zo vreselijk eng vond.

Het kan gaan om zoiets eenvoudig als zeggen dat je van iemand houdt. Dat je dankbaar bent, of bang. Het kan gaan om zoiets ingewikkelds als mijn spirituele pad beschrijven of vertellen hoe ik de wereld en onze bedoeling daarin oprecht ervaar. Niet in geschreven woorden. Maar luidop, tegen een ander mens.
In elk van die gevallen draait het om het blootleggen van een zeer zacht en kwetsbaar stukje van mijn innerlijke gevoeligheid, zonder pantser of vermomming. Het betekent spot riskeren, afwijzing en oordeel.

Toen Elin die avond naar huis ging, was ik een wijzer mens.
Dit was een uitdaging om u tegen te zeggen, en een dringende op de koop toe. Ongeacht wat die lelijke plek op mijn tong ook zou blijken te zijn, ik wist dat ik een opdracht voor de boeg had.

Ik aanvaardde ze.

Het duurde geen twee dagen voor ik opmerkte dat de plek op mijn tong in sneltempo veranderde van omvang. Ze zag er zeker niet beter uit, maar tegelijk wist ik dat dit in feite goed nieuws was. Geen enkele tumor zou zo snel zo drastisch veranderen van uitzicht. Kanker was meteen zo goed als uitgesloten.

De evolutie zette zich door in de loop van de dagen die volgden. De plek werd steeds groter maar leek tegelijk ook te vervagen. Tegen de tijd dat we een week later bij de dermatoloog zaten, was ze zo goed als verdwenen.

De dokter bevestigde wat we waren beginnen vermoeden: dit was een auto-immuunprobleem, meer bepaald een opstoot van lingua geographica (beter bekend als ‘landkaarttong’), een fenomeen dat ervoor zorgt dat de tong verkleurt en patronen vertoont zoals ik had. De symptomen komen en gaan en gewoonlijk is er niet veel behandeling nodig of mogelijk. Op het internet vind je genoeg leuke foto’s die je eetlust voor de rest van de dag om zeep helpen, maar zoals je je wel kunt voorstellen waren we allebei zeer opgelucht.
Ik verliet de consultatieruimte van de arts met een diep gevoel van dankbaarheid. Ik bedankte mijn lichaam voor zijn helder maar alles bij elkaar goedaardig signaal. Ik zou de uitdaging serieus nemen en mijn angst in de ogen kijken.

En wie weet wat er gebeurt als ik mijn bescherming helemaal afleg, en mijn woorden toesta om vrij te stromen, naar boven borrelend uit een of andere diepere bron?

Wie weet spreek ik op een dag in vurige tongen.

L,N&S_033 ed
(c) KV