Hoe de goden ons zien

 

Antwerpen
(c) Jurgen Walschot

 

is dat hoe de goden ons zien
balancerend op de smeltende rand
van de afgrond, geworteld in illusies
reikhalzend verlangend
naar een hemel die er niet is
gracieus in onze pogingen
dat wel

 

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

 

Advertenties

De donkerste maanden

Lucky walk_018 ed cut klein
(c) KV

 

We beleven voor het moment de donkerste december- en januarimaanden die velen van ons zich kunnen herinneren. Met de totale hoeveelheid daglicht heeft dat weinig te maken, met het weer des te meer. De zonnige dagen waren de afgelopen maanden op één hand te tellen, en de somberte begint te wegen.

Voor een keertje stoort het mij zelf niet al te zeer. Misschien omdat dit uiteindelijk nog altijd het donkere seizoen is. Gewoonlijk krijg ik nood aan licht en warmte tegen het einde van februari. Dan zijn mijn innerlijke batterijtjes uitgeput.

Ik ging wandelen met een vriendin, langs de afgesloten rivierarm op vijf minuutjes van mijn deur. Met ons gezin komen we daar vaak. We hebben er foto’s van in elk seizoen, door alle jaren heen. Het was de eerste plek waar we met onze zoon, toen nog een baby in de draagdoek of de fietskar, gingen wandelen. Het was ook zijn eerste ‘lange’ wandeling op eigen benen.

Op dagen als deze, wanneer er nauwelijks wind staat, is het een fantastische plek voor foto’s. Zelfs in dit grauwe licht.

 

Lucky walk_036 ed klein.jpg
(c) KV
Lucky walk_041 ed cut klein.jpg
(c) KV
Lucky walk_009 (2) ed cut2 klein.jpg
(c) KV

Een wereld in laagjes

Soms vraag ik me af hoe ik mensen kan uitleggen hoe ik de wereld waarneem.

Een van de beste metaforen die ik tot nu toe kon bedenken was: een transparant blad met een tekening erop waarop je nog zo’n transparant blad legt, en nog een, en nog een. Elk vel heeft eeneigen tekening, die apart gelezen en bestudeerd kan worden. Maar de diverse lagen gaan ook met elkaar in interactie. Sommige zijn duidelijker leesbaar, andere zijn vager of verzinken in de achtergrond. Als je de volgorde van de vellen verwisselt, ontstaat een ander perspectief, waarbij andere elementen op de voorgrond treden.
En het volledige verhaal kan in feite nooit helemaal gevat of begrepen worden. Het is te complex, een levende 3D-matrix.

Soms struikel ik over een beeld, een gelukkig fotografisch toeval of een compositie waarbij de omgeving mij te hulp schiet, om een stukje van dit gevoel weer te geven. Soms heb ik heel veel geluk.

Onderstaande foto komt behoorlijk dicht bij hoe het voelt als ik naar de wereld kijk.

 

deSingel_020 ed klein
(c) KV

Goede voornemens

Een domme nieuwjaarsmop, oude pijn, en een les in zwemmen – of was het verzuipen?

 

Lascheid_077 klein
(c) KV – Verdampende sneeuw

 

Mijn kleine familie (ik, echtgenoot, zoon, zus, schoonbroer) trokken ons terug in een  huisje in de Oostkantons voor de oudejaarsperiode. De woning lag ingegraven tegen een helling, met een inkom die tegelijk traphal, keuken en voorraadkast was, een kleine eetkamer waar twee tegen de zijmuren geparkeerde sofa’s aangaven dat het meteen ook de woonkamer was, een badkamer die naar diesel rook en slaapkamers met papieren muren die elke kuch glashelder doorlieten. Maar dat gaf niet, we wisten op voorhand dat we geen driesterren-spa hadden geboekt. We waren er om te wandelen, uit te rusten, samen te eten en te drinken, en de verjaardag van mijn zusje te vieren eens het oude jaar het nieuwe werd.

Ik had beloofd dat ik zou schrijven over waarom mensen patronen herhaalden die hen pijn hebben gedaan, en daarbij soms zelf de nieuwe generatie daders werden. Ik begon aan deze blog in de laatste dagen van het oude jaar maar vroeg me af of dat wel een goed moment was. Zou ik het niet beter hebben over feestvieren en lange boswandelingen, in plaats van andermaal door de innerlijke modderpoel van mensen te gaan waden?

Maar misschien was dit wel het perfecte moment. Want bij het nieuwe jaar horen onvermijdelijk de goede voornemens, de beloftes van verbetering. En hoeveel daarvan slagen we er welbeschouwd in te houden?

Er is een domme feestdagenmop die als volgt gaat: ‘Je komt geen gewicht bij van al wat je eet tussen Kerstmis en Nieuwjaar. Je komt alleen gewicht bij van wat je eet tussen Nieuwjaar en Kerstmis.’

Haha. Maar dat is wel precies hoe het ook zit met goede voornemens. We zijn ervan overtuigd dat we ons lesje geleerd hebben en dat we het in de toekomst beter zullen doen. Maar voor we het weten, is er weer een jaar voorbij en wat hebben we daar nu eigenlijk van gemaakt? Er was zoveel dat we graag (niet meer) wilden doen, maar op een of andere manier hadden we toch maar weer eens niet genoeg karakter.

In tegenstelling tot wat we graag geloven, volstaan goede voornemens, wilskracht en zelfs intellectueel inzicht niet om ons werkelijk te laten veranderen. Er is iets anders wat op één lijn moet staan met de veranderingen die we zouden willen, een diepere vorm van eerlijkheid over wat we proberen te bereiken. Want als dat diepere stuk van ons niet mee in het bad zit, ondermijnen we onbewust alles wat we proberen te verwezenlijken.

Lascheid_076 klein
(c) KV

 

In een eerdere blog heb ik uitgelegd hoe ons innerlijk geloofssysteem werkt. De overtuigingen die we hebben, stammen uit onze vroegste ervaringen met het leven en de mensen daarin, alles wat een blijvende indruk naliet op ons jonge, onbewuste en volkomen absorberende geest en hart. Want kinderen zijn sponsen. Ze pikken de subtielste signalen uit hun omgeving op, zonder te begrijpen wat die betekenen, en reageren erop. (Is het je ooit al opgevallen dat je kinderen twee keer zo hard jengelen en ruziemaken als jij zelf moe en gespannen bent? Er is een verband tussen de beide, en vaak kan je de sfeer in huis totaal veranderen door je eigen ‘frequentie’ te veranderen.)

Jonge kinderen zijn volkomen afhankelijk van de volwassenen en de sterke figuren in hun leven om te overleven. Dus zullen ze zich aanpassen aan hun omgeving, de mensen die daarin aanwezig zijn proberen te behagen, en hun eigen veiligheid zoveel mogelijk proberen te garanderen, voor zover ze daartoe in staat zijn met de beperkte middelen die ze tot hun beschikking hebben.
In een situatie van werkelijk gevaar of dreiging (zoals misbruik, geweld, een ouder die hen verlaat of sterft) zal het kind doen wat het moet om te overleven. Dit kan betekenen: de misbruiker gehoorzamen, zich niet verweren, meer verantwoordelijkheid opnemen dan het in feite aankan, maar ook: zich emotioneel afsluiten, omdat het trauma te zwaar is om op dat moment volledig doorvoeld te worden. Zo garandeert het kind zijn eigen veiligheid – het is niet ongehavend, verre van, maar het leeft tenminste nog.

Een aantal innerlijke overtuigingen over het leven ontstaan op dergelijke momenten (en in mindere mate op momenten waarbij er sprake is van minder zwaar trauma, maar van een volgehouden negatieve bekrachtiging).

Ik moet doen wat anderen zeggen als ik me veilig wil voelen

mijn diepste innerlijk mag ik niet tonen, en als ik dat wel doe, word ik gestraft/is het levensgevaarlijk…

ik ben niets waard, want mama/papa heeft het gezegd

ik ben niets waard, want waarom zou ik anders zo hard gestraft worden?

het is niet veilig om mijn gevoelens te tonen

ik moet mij in alle omstandigheden en tegen elke prijs sterk houden

ik ben er verantwoordelijk voor om mama/papa zich goed te laten voelen (bv. in het geval van kinderen die opgroeien bij een gewelddadige of niet-functionele ouder)

ik moet voor mezelf zorgen, want niemand anders zal dat doen

ik kan nooit echt rekenen op andere mensen

je kunt niemand vertrouwen

Er zijn ontelbare conclusies die kinderen trekken door op te groeien in omstandigheden die emotioneel onveilig of fysiek bedreigend zijn. En zelfs in liefdevolle en ‘veilige’ families rapen we nog wel wat van die negatieve overtuigingen op. Van denken dat het egoïstisch is om voor je eigen noden op te komen tot bang zijn voor het oordeel van de ander als je je ware kleuren toont, of vinden dat de noden van de ander altijd voorgaan op de jouwe… We hebben er allemaal wel ervaring mee, en niet zelden zijn we het gaan beschouwen als de Hele Waarheid Over Het Leven. Natuurlijk zal elke overtuiging die maar vaak genoeg bevestigd wordt zich diep in onze psyche verankeren. Een kind dat keer op keer te horen krijgt wat een mislukking het wel niet is, zal dat negatieve zelfbeeld veel sneller overnemen dan een kind van wie een ouder één keer zijn geduld verliest over een slecht gemaakt huiswerk.

We trekken méér aan van datgene wat we al geloven, schreef ik eerder. Dat is een van de redenen waarom sommige mensen een punt zetten achter een dysfunctionele relatie, om vervolgens verliefd te worden op een partner die eigenlijk heel hard lijkt op de vorige. Als we er diep vanbinnen van overtuigd zijn dat we geen liefde waard zijn, dan zullen we onbewust de signalen van mensen die ons echt graag zien niet vertrouwen, en eerder afgaan op wie het beeld dat we al hadden over onszelf nog eens bevestigt.

Er zijn honderden manieren waarop we onbewust onze eigen successen boycotten of ondermijnen. We vergeten ons boek van algebra tijdens de examens, zodat we dat examen van wiskunde al zeker niet halen. We staan op de uitkijk voor de kleinste hint van afkeuring, om onze overtuiging dat we nooit écht geapprecieerd worden te kunnen bevestigen. We reageren ons slechte humeur af op onze geliefde omdat we niet werkelijk geloven dat ze bij ons zal blijven als ze erachter komt hoe we echt in elkaar zitten.

Niets hiervan gebeurt bewust. De dissociaties en onderbewuste verdedigingsmechanismen die al eerder hun nut bewezen door ons te beschermen in vroegere fases van ons leven, zijn immer op hun hoede om hun ‘nuttige’ werk verder te zetten. Het maakt niet uit dat de situatie intussen veranderd is, dat we niet langer in een fysiek onveilige thuis of een emotionele hel leven, dat we niet langer dat jonge kind zijn dat niet voor zichzelf kon zorgen of kon opkomen voor haar eigen rechten en meningen. Ons onderbewuste gaat ermee door ons te beschermen, zoals het altijd heeft gedaan.

En soms drijft dit ons tot daden die anderen verwonden.

 

Lascheid_167 klein
(c) KV – Leisteenmijn

 

Ongetwijfeld vinden velen van ons het makkelijker om te begrijpen waarom mensen er niet in slagen zich te ontdoen van gewoontes die ongezond of schadelijk zijn voor henzelf (in die zin kan er heel weinig verschil zijn tussen zweren dat je zult stoppen met roken of zweren dat je volgende keer een betere partner wil), dan waarom mensen die zwaar gekwetst zijn op een of andere manier de volgende generatie worden die anderen beschadigen.

Als je weet hoeveel pijn je zelf gehad hebt, dan wil je dat toch zeker niet aandoen aan anderen?

Er is meer dan één probleem met die vraag.

Ten eerste beseffen mensen die als kind getraumatiseerd werden vaak niet hoe diep ze verwond zijn. De werkelijke ernst van hun pijn zit ergens heel diep weggeborgen, en daarbij in de buurt komen, laat staan ze vrij laten stromen, voelt oprecht levensbedreigend. Het is te vergelijken met de levenslang opgebouwde watermassa van een stuwmeer. We willen niet dat die in één klap over ons heen komt gespoeld, dus we blijven die dam ten allen prijze verder verstevigen. (Dat zachtjes en voorzichtig ventileren, op een gecontroleerde manier, ook een mogelijkheid is, weten we vaak niet, of willen we niet weten.)

Het volgende probleem zit hem in de dynamiek die ontstaat uit de pijn die we meemaakten, de overtuigingen die we er rond hebben opgetrokken, en de manier waarop we de ‘oplossingen’ in ons dagelijks leven zijn gaan toepassen.

Laten we het fictieve voorbeeld nemen van een jongen die van heel jonge leeftijd moet zorgen voor een aantal kleinere broertjes en zusjes, omdat zijn vader vertrokken is en zijn moeder lange werkdagen klopt om haar gezin te onderhouden. Ze komt laat thuis en is vaak te moe om echt voor hen te zorgen. De verantwoordelijkheid dat zijn broertjes en zusjes eten, zich aankleden, naar school of naar bed gaan, is veel te zwaar voor zo’n jong kind. Maar hij neemt ze toch op, omdat er gewoon niemand anders is die ze van hem kan overnemen. Het enorme gewicht van deze opdracht vermengt zich met wat hij voelt tegenover zijn ouders. Hij haat zijn vader omdat die vertrok, maar hij benijdt hem ook, want hij lijkt de beste keuze te hebben gemaakt. Hij houdt van zijn moeder en bewondert haar, maar als ze doodmoe thuiskomt, schreeuwt ze tegen hem en eist dat hij nog meer op zich neemt dan hij al doet. Ze is in geen enkel opzicht de fysieke of emotionele steun waarnaar hij hunkert. Er zijn momenten waarop hij haar haat, omdat ze er niet in geslaagd is zijn vader te laten blijven, om de toestand waarin ze hem verplicht te leven, om haar onredelijke eisen. Op een gelijkaardige manier houdt hij van zijn broers en zussen en haat hij hen ook. Zij zijn het dichtste wat hij heeft bij lotgenoten, maar voor hen moeten zorgen, voelt als een straf. Soms, als het hem allemaal te veel wordt, schreeuwt hij tegen ze (of erger), al was het maar dat ze zich dan eventjes gedroegen. Zijn gevoel van overspoeld te worden door de omstandigheden loopt over en uit zich in een moment van emotioneel of fysiek geweld tegenover diegenen die van hem afhankelijk zijn.

Hij uit dat niet tegen zijn moeder – die in alle opzichten nog altijd sterker is dan hij. Dat zou zijn situatie alleen maar verslechteren. De enige weg die de overstromende gevoelens hebben, net als water, is stroomafwaarts, naar lager gelegen gebieden – wezens die zwakker zijn dan hij.

Het bovenstaande is natuurlijk maar een mogelijk scenario. Er zijn ontelbare variaties op telkens hetzelfde basisprincipe: we trekken meer aan van datgene waaraan we gewend zijn (omdat het alles is wat we kennen, en het vertrouwde voelt veiliger dan het onbekende), en als we te maken kregen met misbruik, verwaarlozing of diepe emotionele pijn, dan bouwen de spanningen rond dit trauma zich onvermijdelijk op tot het punt waarop ze geventileerd moeten worden, op wat voor manier dan ook.

Hoe bewuster we zijn van onze emotionele bagage, hoe beter we beseffen wat er speelt, hoe we het kunnen neutraliseren en anderen niet nodeloos kwetsen. Maar hoe dieper de wonden, hoe sterker de beschermingsmechanismen, en hoe minder we doorgaans beseffen wat er nu eigenlijk aan de hand is en hoe we dit proces fundamenteel kunnen veranderen.

 

Lascheid_158 klein
(c) KV – Leisteenmijn

 

De plek waar zo’n eventuele ontploffing of evacuatie van spanning plaatsvindt, is vaker wel dan niet onze thuisbasis. De mensen met wie we samenleven – partner, kinderen, anderen – zijn de schietschijf van een leven aan gevoelens en innerlijke conflicten die vaak niet eens een naam of een gezicht hebben. En zolang als we de wortel van de pijn niet kunnen vatten, zal ze ons blijven beheersen. Natuurlijk willen we de mensen die we graag zien niet kwetsen, maar de situatie waarin we ons bevinden, raakt al onze oude pijnpunten, en wat zich heeft opgebouwd moet eruit, of het maakt ons vanbinnen uit kapot.

Ik ben niet bepaald fier om het toe te geven, maar ik had op de laatste dag van het jaar zelf zo’n oprisping van oude pijn. En ik haalde uit naar mijn geliefden.

Het stond niet gepland toen ik aan deze blog begon, maar we bezochten een leisteenmijn op ons tripje. Is er een betere plaats te bedenken wanneer je schrijft over oude, begraven lagen van trauma en emotie dan een mijn? Bedankt, universum.

In de piepkleine souvenirwinkel waar we ook de toegangstickets kochten, zag ik een steen, een sneeuwvlokobsidiaan, die tegen mij ‘sprak’. Stenen hebben een bijzondere betekenis voor mij, en deze trok aan me met een zeker soort dwingendheid. Ik vond echter dat ik die niet kon kopen voor we de mijn bezocht hadden, en zeker omdat mijn zoon al aan mijn mouw trok voor een souvenirtje. Dus zei ik dat het iets was voor wanneer we weer boven waren.

Maar toen ons mijnbezoek afgelopen was, bleek de kleine ontvangstkamer plots vol met mensen. Er was een groep toeristen aangekomen die allemaal hun toegangsticket wilden betalen. We waren even van slag: te veel geluiden en prikkels ineens. Het was overdonderderd. Al wat mijn man wilde, was zo snel mogelijk naar buiten. Hij was er zich niet bewust van dat ik graag een steen had gekocht, en ik kreeg het gevoel dat als ik mijn verlangen zou doorzetten het een hele discussie zou betekenen in een ruimte waar geen van ons tweeën eigenlijk helder kon denken omwille van de drukte en het lawaai.

Geconfronteerd met dit dilemma, schakelde een van mijn eigen oude beschermingsmechanismen in: ik trok me terug. Ik slikte zowel mijn voorkeur als mijn behoefte in, ik liet ook iemand anders (in dit geval mijn man) de leiding nemen en ons terug naar de wagen dirigeren. Ik probeerde wel uit te leggen wat ik eigenlijk had gewild, maar ik deed het slecht, en dus begreep hij niet hoe belangrijk het op dat moment voor mij was, en deed er nogal schamper over.

In mij borrelde een immense woede naar de oppervlakte. Ik had niet alleen iets wat in mijn aanvoelen belangrijk was opzij gezet, ik stond bovendien oog in oog met een partner (of een tegenstander) die dat blijkbaar niet serieus wilde nemen. Of zo voelde het in ieder geval. Op een rationeel niveau weet ik (en wist ik toen ook wel) dat we het hier niet hadden over het einde van de wereld. Maar toch raakte dit een heleboel oude pijn, een diepe wonde die terug te voeren was op mijn eigen vroege kindertijd, toen ik mij uit angst voor veroordeling al snel op de achtergrond hield en mijn stem en mijn mening inslikte, of zelfs nog verder terug dan dat, naar de gedeelde pijn van ontelbare vrouwenlevens doorgebracht in ondergeschiktheid en onderdrukking, een diepe, collectieve bron van onrechtvaardigheid…

 

Lascheid_126 klein.JPG
(c) KV – Leisteenmijn

 

Het was weinig meer dan een onbeduidende anekdote over iets wat nauwelijks belang had, als daar niet die oude, diepe pijn was wakker geworden. En voor een keer – redelijk ongewoon voor mij – had ik geen middelen om ze constructief te uiten. Toen startte meteen het ‘waarom kan hij niet…’-scenario. Waarom kon mijn man niet voelen wat er met me aan de hand was? Waarom kon hij niet attenter zijn? Waarom moest ik ‘vechten’ voor wat ik wilde?

Het voelde alsof mij iets ontnomen was zonder dat ik voor mezelf had kunnen opkomen. Ik was kwaad op mijn man omdat hij alleen maar op zijn eigen golflengte leek te zitten en zich geen vragen stelde over de mijne, kwaad op mezelf omdat ik mijn punt niet harder verdedigd had, kwaad dat ik het om te beginnen al moest verdedigen in plaats van het gewoon gerespecteerd te zien, enzovoort, enzoverder.

Dus haalde ik uit. Ik toonde mijn man overduidelijk dat de gang van zaken me niet aanstond, ik had geen greintje geduld met zijn suggesties op de terugweg, en ik was behoorlijk onaangenaam gezelschap voor het grootste stuk van de middag die volgde.

Er waren vast betere manieren om het oude jaar te beëindigen. Net als er betere manieren moeten zijn om met oude pijn om te gaan. Maar als je vastzit in het oog van de storm, dan zie je niet zo makkelijk een uitweg. De emotie is te intens, de verdedigingsmechanismes zijn te goed geolied, en je verstand heeft nauwelijks iets te zeggen.

Goddank zijn er liefhebbende gezinsleden, die je kennen, en je onmogelijke gedrag verdragen tot je wat tot rust komt, verstaat wat er nu eigenlijk precies gebeurd is en je verontschuldigt voor je al te heftige reactie – maar niet voor wat je wilde.

Ik had een andere manier moeten vinden om mijn nood op dat ene specifieke moment te respecteren, zelfs als dat had betekend dat de rest van ons gezelschap een wandelingetje door het dorp was gaan maken terwijl ik in de rij stond en wachtte tot die luidruchtige troep hun tickets hadden gekocht en verdwenen waren vooraleer ik mijn steen kon kopen. De nood zelf was niet het probleem, dat is die zelden. Wat de dingen bemoeilijkt, is het feit dat we geleerd hebben om onze behoeften te negeren, ze dwingen te buigen of te zwijgen, en in hun wanhoop halen ze uit en kwetsen anderen, in een laatste, gefrustreerde, hulpeloze, poging om gehoord te worden.

Als ik beter naar mijzelf had kunnen luisteren, daar op dat moment, en te respecteren wat ik wilde en voelde, dan had ik misschien wat organisatorische chaos gecreëerd. Maar dat was niets geweest vergeleken met de emotionele storm waar ik mezelf en mijn geliefden nu op had getrakteerd, omdat ik ervan uit ging dat mijn behoeften niet belangrijk genoeg waren en probeerde te onderdrukken wat ik voelde.

Het water achter de dam houden tot die uiteindelijk barst, of het toestaan om beetje bij beetje te stromen… – hoe het ook zij, op een gegeven ogenblik moeten we allemaal leren zwemmen.

Misschien kunnen we proberen om alleen zelf een nat pak te krijgen, en de mensen die we graag zien niet mee kopje onder te laten gaan.

 

Lascheid_174 klein
(c) KV

Natuurlijke schizofrenie

Een aparte vorm van sneeuwblindheid

 

Winterprik_366 ed cut2 klein
(c) KV

De eerste sneeuw, en sociale media overstromen met foto’s van winterse maagdelijkheid, en hoe blij we daar mee zijn. We klinken alsof we niet kunnen wachten om onze slee tevoorschijn te halen en de dichtstbijzijnde heuvel af te roetsjen (niet dat er in een groot stuk van Vlaanderen nu zoveel zijn, maar kom, je begrijpt wat ik bedoel).

Het minste wat je kunt zeggen is dat we er een schizofrene houding op na houden tegenover de natuur en onze omgeving. We sproeien onze velden vol vergif en pompen toxische stoffen in de lucht die we zelf moeten inademen. We kappen hele bossen kaal en overbevissen. Zoveel van onze daden demonstreren onze overtuiging dat wij in feite geen deel meer uitmaken van de natuur. Zorgwekkend veel kinderen  beseffen nog nauwelijks dat voedsel op het land geteeld wordt of aan de bomen groeit, ze wijzen gewoon naar de supermarkt. Onze huizen en onze wagens zitten zo vol met verwarming en airconditioning dat we nog nauwelijks weten welk seizoen het is, laat staan welke temperatuur er buiten heerst.

Tot het sneeuwt.

Waarom haasten we ons om onze foto’s van die eerste sneeuw op Facebook te zwieren?
Omdat het ons op een of andere manier toch raakt, dat zicht. Het herinnert ons eraan dat de natuur mooi kan zijn, en dat er wel degelijk redenen zijn waarom we ons ermee verbonden willen voelen.

Ik wil niet naïef klinken. Sneeuw ziet er vooral goed uit op postkaarten die passen bij cadeautjes, glühwein en kaarsen. Het is romantisch om uit het raam te kijken naar een ongerept sneeuwlandschap. Maar om werkelijk met de natuur te leven, zoals sommige mensen in hardere klimaten of armere landen uit noodzaak doen, is ze kennen en respecteren.

Wij houden ervan om ons verbonden te voelen met de natuur zonder te erkennen dat we er in feite diep afhankelijk van zijn. Maar iedereen die ooit in een sneeuwstorm zat, een overstroming of een bosbrand zag, of gewoon door een hevige storm moest, zal je vertellen dat onze hoogmoed ons geen enkele bescherming biedt. De simpele waarheid is dat we, als het er echt op aankomt, overgeleverd zijn aan de willekeur van de elementen.

Jammer genoeg smelt dit besef, als het er om te beginnen al was, vaak even snel weg als ijs in een dooiende regenbui.

Winterprik_412 ed cut klein
(c) KV

Loslaatsymptomen

Afdalen van de top

Light & drops_186 ed cut klein
(c) KV

Elke top die je beklimt, is een verovering en een verwezenlijking. Maar nadat je daar hebt gestaan, moet je onvermijdelijk weer naar beneden. Terug naar de uitvalsbasis, of verder met de reis, het maakt niet uit. Het punt is gewoon dat je op dat moment niet meer hoger kunt – tenzij je spontaan vleugels zou groeien.

Ik heb een hele tijd naar een bepaalde top in mijn leven, mijn Soul Circle, toegewerkt, de afgelopen maanden heel bewust. Nu heb ik daar gestaan, het uitzicht bewonderd en de beloning gevoeld, en ben ik op weg naar beneden langs de volgende helling. Niet terug naar een of andere basis, laat dat duidelijk zijn, wel voort op het volgende deel van de reis.

Ik heb geen spijt om te gaan, ik apprecieer een top voor wat hij is: een mooie tussenstap die ons eerst aantrekt en vervolgens verder stuwt. En het voelt goed om nu weer een tijdje bergaf te lopen. Of dat zou toch zo zijn, als er nu even geen loslaatsymptomen waren.

Is het je ook al opgevallen hoe je soms in tranen uitbarst na een stresserend voorval, en niet tijdens het gebeuren zelf? Hoe ze je bijeen kunnen vegen als het laatste examen afgelegd is, of de deadline gehaald? Hoe je altijd ziek wordt precies wanneer de vakantie begint?
Loslaatsymptomen. De spanning valt weg – het maakt zelfs niet uit of dat spanning was voor iets goeds of minder goeds – en je lichaam schakelt automatisch in ontspan-en-laat-los-modus.

Dat is precies wat het mijne gedaan heeft. Ik voel me deze week echt niet zo lekker. Niets ernstigs, deze kwaal, maar net hinderlijk genoeg om me eraan te herinneren dat ik me moet ontspannen en erin mee moet gaan.

Dat probeer ik dus.

Ik heb bedankjes geschreven en een paar prachtige antwoorden gekregen. Ik heb mijn blog geschreven, en ik surf op de golven zoals ze zich aandienen. De krampende golven in mijn buik kalmeren hopelijk snel, maar los daarvan is alles in in orde.

Ik zal zijn zoals de waterdruppels aan de twijgen voor mijn raam. Ze wiegen in de bries, ze glinsteren als zilver. Ze laten los, en de wind mag ze meenemen naar waar ze ook moeten zijn.

Zelfs mijn foto’s zijn een beetje wazig deze dagen. Het geeft niet. Alle diepte en kleur waarin ik thuis ben, zijn nog steeds aanwezig.

Nu gewoon zorgen dat ik rustig naar beneden geraak.

Light & drops_193 klein.jpg
(c) KV

Oversteken – mijn Soul Circle lopen

Een rituele middag om de overgang te markeren naar de tweede – magische – helft van mijn leven

 

Ik hield dus een Zielskring.

 

Om mijn veertigste verjaardag te vieren en de grote overgang te markeren die ik zich had voelen voltrekken in de loop van het afgelopen jaar, had ik een aantal vrienden uitgenodigd, van alle hoeken van het land én daarbuiten. Sommigen kende ik al mijn hele leven, anderen waren er pas recent deel van gaan uitmaken. Dierbare, vertrouwde zielen die me op beslissende manieren hadden geholpen om uit te groeien tot de persoon die ik vandaag ben, maar ook nieuwe ontmoetingen die me omver hadden geblazen en aanvoelden alsof ze op het perfect moment gearriveerd waren om mee op de wagen te springen voor het volgende stuk van mijn reis.

We waren met een twintigtal, en een handvol anderen waren er in gedachten bij. De meesten kenden (behalve mijn man en ik) misschien maar twee mensen in de kamer, soms zelfs minder. Maar tegen het einde van de middag hadden we een web van vertrouwen en eerlijkheid geweven, een plek van kwetsbaarheid en verbinding.

Ik had de woonkamer zo herschikt dat er een kring van stoelen, banken en kussens in paste. In het midden had ik het houtblok van teakwortel geplaatst dat ik doordeweeks gebruik als een soort huisaltaar, en er de voorwerpen omheen gelegd die de vier windstreken symboliseerden.

Ik wilde samen met de groep door de vier facetten van het wiel gaan: door het te verkennen, hen te bedanken, het uit te nodigen om buiten hun veilige lijntjes te kleuren, en geschenken te ontvangen.

Dit was de eerste keer dat ik een dergelijke bijeenkomst zou leiden, en ik was iedereen die er was ongelooflijk dankbaar. Zonder hun liefdevolle medewerking, was er gewoon geen Kring.

In de weken die voorafgingen aan dit gebeuren was ik bij momenten heel angstig geweest. Het voelde als in het onbekende stappen, en een paar diepe angsten confronteren (mijn diepste gevoelens uitspreken tegen de mensen die het allermeest voor me betekenen, naar buiten treden als een spiritueel gedreven persoon, en iemand die daar bovendien een actieve rol in wilde spelen).

Maar bijna zo gauw als we eraan begonnen, voelde ik me heel erg op mijn gemak, een beetje zoals ik me al die jaren geleden had gevoeld toen ik, recht van de universiteitsbanken en zonder diploma van een lerarenopleiding, voor een klas vol pubers terechtkwam. Hoewel ik nog nooit had lesgegeven, wist ik toen gewoon: ik kan dit. En dat was ook zo.
Nu voelde dit, hier, eerder als een terugkeer naar een oude vaardigheid dan het ontdekken van een nieuwe. Alleen de setting verschilde, net als mijn intentie. Ik wilde deze mensen niets leren – ik wilde hen raken, en geraakt worden.

 

20171118_161902 ed klein.jpg

 

Het Oosten staat symbool voor een begin, onschuld en verwondering, en op ontdekking gaan. Dus na een verwelkoming deden we een rondje van de kring waarin iedereen zichzelf voorstelde, en ik gaf wat uitleg bij mijn interpretatie van de windstreken en de specifieke symbolen die ik had gekozen voor elk kwadrant. Vervolgens nodigde ik iedereen uit om bewust een zitplaats te kiezen, afhankelijk van de windstreek die hen het meest aansprak, of die het best leek te passen bij de levensfase waarin ze zich op dat moment naar hun gevoel bevonden. Sommigen bleven zitten waar ze zaten, anderen namen precies plaats waar ik het verwacht had, en een paar verrasten me.

Er was ook ruimte voor humor. Bij het voorstellingsrondje zei een van de aanwezigen dat hij alleen maar gekomen was omdat ik had beloofd dat ik een tafel zou laten zweven – niet dus! Ik had hem integendeel, omdat het hele spirituele gedoe nogal nieuw was voor hem, bij wijze van geruststelling juist het omgekeerde verzekerd. Het werd de grap van de middag, die op gezette tijden weer opdook.

Ook een zitplaats kiezen was voor sommigen een uitdaging.

 

20171118_160758 ed cut klein
Te veel gegadigden voor de sofa in het Zuiden (de lege stoel was mijn uitvalsbasis als ik niet rondliep). Mijn schoonbroer loste het op door mijn man bij zich op schoot te trekken.

 

Hiermee was het Oostelijke deel van de Kring voltooid.

Het Zuiden, symbolisch voor uitbundige groei, naar buiten treden in de wereld om te leven, te genieten, banden te smeden en je plaats in de samenleving en het leven in te nemen, bestond volledig uit bedanken. Ik liep mijn kring van het Oosten naar het Noorden, en begon bij diegenen die ik in mijn beleving in het Oosten zag staan, ging vervolgens naar de mensen waarvan ik voelde dat ze voor mij in het Zuiden stonden, enzovoort. Dat betekende dat ik zowat de hele tijd over en weer liep, dwars door de cirkel, want mensen hadden hun zitplaats gekozen op basis van hun eigen gevoel van waar ze thuishoorden, en dat was niet noodzakelijk waar ze zich vanuit mijn perspectief bevonden, gebaseerd op de rol die ze speelden in mijn evolutie. Op die manier weefde ik een bijna tastbaar web van verbindingen tussen hen onderling.

Ik dacht niet na. Ik liep gewoon telkens naar de volgende op mijn lijstje, keek hem of haar in de ogen en sprak vanuit mijn hart. De woorden kwamen.

Ik had een doos zakdoeken binnen handbereik gezet, omdat ik had verwacht dat ik het niet droog zou kunnen houden, maar ik had ze niet nodig. Ik voelde een diepe kalmte vanbinnen, en dankbaarheid naar iedereen afzonderlijk. Sommigen huilden wel, bij anderen was er vrede, of verrassing, of een diepe, gedeelde vreugde.

Sommige mensen waren diep geraakt. Anderen wisselden wensen met mij uit, of bedankten mij op hun beurt. Sommigen wilden weten waarom ik hen in een bepaald kwadrant van mijn cirkel had ingedeeld – zag ik hen zo in hun eigen leven, of lag het aan wat ze voor mij betekenden? Nu eens waren ze verrast, dan weer weerspiegelden hun gevoelens perfect de mijne.

 

 

Mijn man zei me later dat hij het Zuiden het krachtigste luik van mijn ritueel vond. Ik kan het zelf moeilijk beoordelen, zelfs niet als ik erop terugblik. Ik weet alleen dat er heel veel liefde en verbondenheid was, met elk van de aanwezigen op hun eigen manier.

Na het uitspreken van mijn dankbaarheid, betraden we het Westen. Dat is de plek waar we de roep van de Ziel en het Mysterie voelen. Ik vertelde over het plateau waar ik een tijdje had rondgedoold, en hoe ik er vervolgens in geslaagd was een totaal nieuwe reis te beginnen vanaf dat vertrekpunt, gedragen door het gevoel dat ik overgestoken was naar een doel dat op een of andere manier groter was dan ikzelf, en dat deze Kring lopen daar deel van uitmaakte.

Het Westelijk gedeelte werd afgesloten door iets waar ik een hele tijd naar uitgekeken had en zenuwen voor had: het zingen van Eivørs Trøllabundin, een lied in het Faeroers, dat ik niet zo lang geleden ontdekte dankzij de tip van een collega-schrijfster met een muzieksmaak verwant aan de mijne. Het is een uitdagend lied, uitgevoerd met niets dan stem en trom, en het gaat over de betovering van een magiër die je hart in vuur en vlam zet. Van Mysterie gesproken…
Een onwaarschijnlijk sterke uitvoering ervan door Eivør kan je hier bekijken. En voor iemand het vraagt: nee, mijn stem is niet zo spectaculair als de hare, verre van, en aan het werkelijk ongelooflijke deel, dat onaardse zuchten en grommen, waag ik me gewoon niet. Ik kan de melodie deftig brengen, maar daar houdt het op. Mijn versie was dus een stuk zachter dan deze. Maar ze ging toch diep genoeg.

Het Noorden, waar wijsheid en inzicht naar boven komen in het holst van de nacht, was het moment van geschenken. We gaven een stapel kaarten door met daarop spirituele uitspraken of gedachten, en zo ontving iedereen een persoonlijke boodschap. Naderhand deelden de meesten wat ze op hun kaart hadden met de rest van de Kring, want de geschenken die we krijgen zijn vaak ook datgene wat wij aan anderen kunnen bieden. Er was wat aarzeling, maar ook verwondering, vreugde, en bij momenten grote kwetsbaarheid. Voor sommigen ging dit moment heel diep.

 

zekomen2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Daarna kreeg iedere aanwezige een postkaart met Zaailing #20, de Zaailing die ik aan de  Soul Circle had gekoppeld en die online ging terwijl we de Kring hielden. De kaart had Jurgens ongelooflijk krachtige beeld op de voorkant, en achteraan stond een citaat uit mijn tekst.

Als slotritueel liep ik de kring tegen wijzerzin terwijl ik de hele tekst luidop voorlas. Mensen raakten met hun hand spontaan de mijne aan waar ik passeerde. Het was mooi.

Toen ik klaar was met lezen, was ik overgestoken.
Ik keek de Soul Circle rond.
Ik had mijn vrienden geroepen. En ze waren gekomen.

 

 

Het gedachtegoed en de beeldtaal van de oude natuurvolkeren was erg aanwezig tijdens de hele duur van de Zielskring. Boven het centrum had ik de oude dromenvanger gehangen die ik een half leven geleden had meegebracht uit Seattle, door een Amerikaanse Indiaan gemaakt van gedroogd zeewier en drijfhout.

Helemaal op het einde verraste mijn zusje mij met een geschenk. Zij en haar man waren pas terug van hun huwelijksreis in Canada, en daar hadden ze een adelaarsveer gevonden in het bos. Een vriend met indianenbloed had hen verteld dat het een voorwerp was van grote kracht, dat als geschenk kon worden weggegeven tijdens een ceremonie. Nu schonk ze hem aan mij als symbool van mijn oversteek, en van mijn schoonbroer kreeg ik een houten totemsymbool met een vogel die Harmony vertegenwoordigde. Er was geen beter geschenk te bedenken.

Een andere deelnemer, vriendin en coach had, zonder dat ze iets wist van al het voorgaande, óók een dromenvanger mee als geschenk. Deze had ze zelf gemaakt, en ze had ook kleine houtschijfjes bij die eraan bevestigd konden worden. Iedereen tekende er eentje, en zo kreeg ik een concreet en tastbaar aandenken aan het web dat we die dag samen geweven hadden.

Het wiel blijft gestaag draaien.
De weg loopt door. Een nieuwe reis begint.

Ik ben op weg.
En ik ben niet alleen.

Ze komen

Zaailing #20

verbonden met de Soul Circle

 

zekomen2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Eerst aarzelend, een enkeling, nog onduidelijk van vorm. Vervolgens meer, helder en goed zichtbaar, met stemmen als lange, diepe echo’s. Ze zijn jong en stralend, ze hebben lachende ogen. Ze zijn oud en statig, met mantels die doen denken aan vleugels, of de rimpelingen van schaduwen op water. Hun woorden zijn webben van betekenis.

In mijn hand heb ik de trom, blank en maanrond, en mijn slagen zijn vastberaden. Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Ze groeten mij als een oude geliefde, als een jonge novice. Ze weten dat ik klaar ben, want de sluiers tussen de werelden gaan opzij voor wie er doorheen durft waden. En er is nood aan zwervers die willen oversteken, om mee te terug te brengen wat er wacht aan de andere kant.

Ik roep mijn vrienden en ze komen. Ze zijn met velen want ze weten hoeveel moed de tocht vraagt.
Ze reizen mee op de wind, op het stilte van het zinderende licht.
Ik ben dankbaar dat ze er zijn. In hun aanwezigheid zie ik zoveel scherper. Ik mag de kracht tonen die ik heb. Ik mag de maskers afleggen die ik draag. Ik mag mijn stem laten horen, hoe onzeker die ook klinkt. Ik mag uitglijden en kopje onder gaan, maar ik zal niet verdrinken.

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
De trom gromt en gonst. Trillend weeft hij het web van de wereld.
Wat gezaaid is, zal groeien.
Wat gevangen is, zal uitbreken.
Wat leeft, zal sterven.

Ik sta op de rand, met één voet aan elke kant, en de trom als een kloppend hart in mijn handen. Ik laat de stroom door mij heen gaan. Ik ben de stroom.

Ik roep mijn vrienden bij me in de kring.
En ze komen.

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein