Brieven om nog te schrijven

Denken aan de dood

 

Het was tijd om nog eens een goeie ouwe techniek boven te halen. Het was te lang geleden, of zo voelde het toch.

Ik heb al eerder verteld over deze specifieke oefening. Je stelt je voor, zo levendig als je maar kunt, dat je geconfronteerd wordt met de ijskoude zekerheid dat je nog maar een jaar te leven hebt. Het is niet even doen alsof, je moet het echt geloven, en het einde in de ogen durven kijken.
Vervolgens neem je je leven onder de loep.

Een jaar is lang genoeg om nog een aantal zinvolle dingen te kunnen doen. Maar je hebt geen reservetijd meer, geen “och ja, dat doe ik ooit wel eens, na mijn pensioen, of als alle andere excuses op zijn”-tijd. Plotseling worden de dingen haarscherp.

 

Zomerparels_025 ed cut klein
(c) KV

 

Is er iets wat je anders zou gaan doen als je alleen nog maar dit jaar had?
Zijn er zaken die je nu blijft doen omdat je je daar om een of andere reden toe verplicht voelt, maar die je met de dood in het vooruitzicht meteen zou droppen? Zijn er andere dingen die zich nu heel sterk naar voren dringen, omdat ze echt nog gedaan, gevoeld, ervaren, beleefd… willen worden, nu er toch nog – een heel klein beetje – tijd is?

Dat is de grote beloning van deze indringende oefening: keuzes maken wordt plots bijzonder makkelijk.

Nu is de tijd om al die dingen te doen. Dat was het altijd al.
Verspil er dus geen meer. Als je ze echt meent, leert deze oefening je waar je hart voor klopt.

_ _

Het was al een tijdje geleden dat ik ze nog gedaan had.
In het verleden heeft ze me behoorlijk veel geleerd. De confrontatie met sterfelijkheid is altijd taai, en ik begreep al snel dat ik, als ik oprecht wilde leven, mijn innerlijk kompas zou moeten bijstellen. Want ik had de neiging om (zoals bijna iedereen) de dingen die écht telden voor me uit te schuiven, tot ze zich aan me opdrongen op een moment dat het al bijna te laat was.

Ik begon meer te luisteren naar die innerlijke stem, nam haar noden serieus en probeerde dat heel bewust te doen. En pakweg de afgelopen tien jaar was ik precies aan het doen wat ik wilde doen. Als ik dacht aan doodgaan, kon ik alleen maar zeggen: ‘Ja, heel graag nog een heel jaar van precies dit, dankjewel’.

Niet dat mijn leven perfect verliep. Dat doet het nooit. Maar telkens weer diezelfde conclusie kunnen trekken,  betekende toch dat ik alles van waarde uit mijn tijd hier en nu haalde. Ik liet geen oude diepe verlangens of dromen weggestopt ‘voor later’. En ik kan bevestigen: hoeveel haken en ogen er ook aan zitten, dit is een heel fijne manier van leven.

Dus ik weet zelfs niet waarom ik nu precies besliste om die goeie ouwe techniek nog eens boven te halen. Maar ik voelde hem aan mijn mouw trekken. Misschien had de astma-aanval van een week geleden er iets mee te maken. En ik realiseerde me dat het best alweer even geleden was. Dus ik dook erin.

Ik was toch wel een beetje nerveus. Ik beschouwde mijzelf op dit punt in mijn leven als een bijzonder gelukkig mens. Al was ik wilde, was doorgaan met wat ik aan het doen was. En de top van een golf is misschien niet de allerhandigste plek om in vraag te beginnen stellen waar je mee bezig bent. Maar misschien lagen er toch onvoorziene inzichten op me te wachten?

De resultaten waren bijna net zo verrassend als de allereerste keer dat ik de oefening deed.

 

Zomerparels_042 ed cut klein
(c) KV

 

Ik stond voor het raam van de woonkamer en keek naar de kruinen van de eiken die ons huis afschermen en waar eksters, merels, kraaien, kauwen, vinken en mezen een thuis hebben, en ik stelde me voor dat mijn leven weldra voorbij was. Mijn zicht werd wazig, en ik kon de tranen voelen.

(Nu ben ik nooit echt zo’n huilerig persoon geweest. Tot ik moeder werd dan toch. Waanzin wat die hormonen met je innerlijke huishouding uitrichten… En een paar jaar later brak mijn reis naar het Plateau en de Ziel open wat er nog overbleef om opengebroken te worden. Sindsdien weet ik onmiddellijk of iets van groot belang is voor mij of niet, want er horen tranen bij die ik niet kan verklaren. Ik ben zelfs beginnen verstaan wat middeleeuwse monniken en mystici bedoelden als ze het hadden over tranen als teken dat het hart vervuld is van God. Hoe het zit met God weet ik niet zo, maar hoe het zit met tranen wel…)

Maar in elk geval, nee, er waren effectief geen belangrijke projecten of verlangens die ik onbeantwoord had gelaten. En natuurlijk zou ik liefst nog wat meer tijd willen om te doen wat ik de laatste tijd aan het doen ben. Maar het kan mij niet meer schelen of sommige van mijn dierbare oude manuscripten nu eens eindelijk uitgegeven zouden worden of niet. De stroom van liefde en gezin en creativiteit waar ik op dreef was, meer dan ooit, echt, precies, waar ik wilde zijn.

Ik zag echter wel een rij mensen voor me. Mensen die ik graag zag. Mensen die ik wilde bedanken. Mensen die ik wilde vertellen hoe veel ze voor mij betekenden, of hoe hard ze mijn leven veranderd hadden. Mensen die ik graag een eindje in de toekomst wilde begeleiden, zoals mijn zoon, en mensen van wie het mijn hart brak om ze te moeten achterlaten. Niet omdat ik bang was om mijn eigen leven te verlaten, maar omdat ik niet wilde dat mijn afwezigheid een rokende krater zou slaan in dat van hen.
Als ik nog maar een jaar te leven had, zou het een prioriteit zijn om hen stuk voor stuk een diep doorvoelde brief te schrijven.

Ik was toch wel verrast hierdoor.

Niet alleen omdat ik dat eigenlijk allemaal al een keer gedaan had, toen ik aflopen herfst mijn Zielskring hield, waarop ik de Zeer Belangrijke Personen in mijn leven die er die dag bij konden zijn bedankte voor de rol die ze gespeeld hadden of nog speelden in mijn leven tot op dat moment. Het was ook de eerste keer dat ik bij het uitvoeren van deze vertrouwde oefening tot deze bepaalde conclusie kwam. Ik leerde eruit dat mijn focus in de loop van de laatste jaren behoorlijk veranderd is.

Hij is verschoven van de dingen die ik doe en de projecten die ik waardevol vind naar de relaties en verbindingen die ik heb gevormd, de manieren waarop mijn hart en ziel zich hebben geopend voor het leven en voor andere mensen. Verbondenheid heeft het terrein geclaimd dat persoonlijke ambitie ooit bewoonde.

Dus als ik nu denk aan de dood ben ik niet meer in het gezelschap van een of andere onvervulde droom die zich voor mijn voeten gooit, maar van de mensen die ik graag zie en van mijn leven niet wil verlaten.

 

Spiegelportret_002 ed cut klein
(c) KV

 

Misschien vind je me nu egoïstisch. En misschien ben ik dat ook.

We zouden gerust tot de conclusie kunnen komen dat het nogal een hap uit mijn leven geduurd heeft voor mijn liefde voor anderen eindelijk mijn persoonlijke belangen oversteeg. Maar ik wil mezelf niet veroordelen. Ik heb altijd geprobeerd om oprecht te zijn. En zoveel heb ik  intussen begrepen: ik ben een heel gezegend persoon. Omdat ik kan doen wat ik doe. Omdat ik zo omringd ben. Omdat ik zo diep kan liefhebben, en op mijn beurt graag gezien word.

En als ik die oefening werkelijk ernstig neem, zou ik misschien al een paar van die liefdesbrieven moeten schrijven die ik voor me zag, toen ik daar aan het raam stond en in tranen opkeek naar de bomen.

Waarom wachten tot er geen tijd meer is?

 

Zomerparels_031 ed cut klein
(c) KV
Advertenties

Dromen weven

 

Robur_007 kleinRobur 32293498_10212179102380153_115010896245293056_n

 

Sommige dagen zijn net iets magischer dan andere.

We bezochten Marieke Van Coppenolle, een lieve vriendin, die een opendeurweekend hield als Crowdfundingsactie voor Robur.

Robur-op-den-Eik is een project waartoe Marieke geroepen werd, een missie waarvan ze voelde dat ze ze moest volbrengen: een huisje bouwen dat nog het meeste wegheeft van een yurt (nomandentent), waar mensen kunnen komen herstellen van burn-out of ziekte, waar kleine groepen activiteiten kunnen houden of waar kunstenaars zelfs in residentie kunnen komen. Zelf leidt ze een nomadisch bestaan, dit is geen woonst voor haar. Wat het wel is, is een levenswerk, en wat ze intussen voor elkaar gekregen heeft, is fenomenaal.

 

Robur_009 klein
Roburs magische bos (c) KV

 

Marieke en ik ontmoetten elkaar per toeval op de jaarlijkse VAV-conferentie, en zoals dat gaat tussen verwante zielen, klikte het. Intussen is ze al twee keer komen logeren bij ons gezin, en we kunnen het prima samen vinden. Ze was ook een welkome gast om de eerste Seizoenscirkel (Lente) dit jaar.
Dus toen ik hoorde dat er bezoekdagen waren op Robur, waren we daar heel graag bij.

Samen met een bevriende familie brachten we een heerlijke zonnige zaterdagmiddag door op de bouwplek. Vrijwilligers serveerden pannenkoeken en drank, er waren spelletjes voor de kinderen, een beroemde violiste gaf een benefietconcert… Alle bijdragen waren ten voordele van het bouwproject. Marieke zelf leeft al jaren zo sober dat je haar gerust een hedendaagse kluizenaar kunt noemen – behalve dan dat ze het liefst rondtrekt in haar bus/bestelwagen/kleine vrachtwagen, als een moderne nomade…

Robur 32367236_10212179019218074_8300416649077456896_n

Er stond nog een activiteit op het programma die zaterdagmiddag, en daar wilde ik heel graag heen: dreamcatchers maken.

Ik hou al heel lang van dreamcatchers, en ik heb er thuis een aantal, waaronder enkele gemaakt door native Americans, of vrienden. Ik wilde altijd al leren hoe dat moest. Dus dit was een schitterend moment.

Ik genoot er met volle teugen van. Het was best ook wel wat prutsen en proberen, maar dit is een ambacht waar ik spontaan mijn plek vond. Ik werkte door toen alle anderen al klaar waren, en na twee uur had ik een kleine en delicaat geweven dreamcatcher waar ik bijzonder blij mee was. Voor een eerste poging, zalig!

Ik wil hier in de toekomst mee doorgaan. Zoveel dingen waarvan ik hou (meditatief werk, stenen en kralen, veren, oude kunst, gebed) komen samen in dit ambacht. Ik ga binnenkort op zoek naar meer materiaal (en in plaats van die koude ijzeren ringen kan ik binnenkort takken gebruiken van onze eigen treurwilg, hoe leuk is dat?). Ik hoop in de toekomst gauw wat meer werk te kunnen tonen.

Een dikke dankjewel, Marieke, om zo’n inspirerende en hartverwarmende persoon te zijn!

Robur 20180512_172502 klein
Ik, Marieke en vriendin Tessa met dochter Happiness

Meer weten over Robur of eventueel vrijwilligerswerk? Neem hier een kijkje:

Een nieuw begin

De toekomst voorspellen zonder het te willen

 

Lente divers_013 ed cut klein
Dagboek 2016-heden en nu-? . De kleuren in deze foto willen maar niet kloppen, zie lager voor betere weergave (c) KV

 

Ik hou al jaren een dagboek bij. Wat rond 1997 begon als flarden poëtische bespiegelingen groeide uit tot een soort vraag-en-antwoordschrijven waarin ik inzicht probeerde te krijgen in diepere levensvragen. Geleidelijk aan werd het echt dagboek. De laatste vijf jaar heb ik het zowat constant bijgehouden. Deze schriften zijn de neerslag geworden van mijn innerlijke evoluties, mijn groeiprocessen, mijn twijfels, uitdaging en onverwachte successen.

Intussen voelt schrijven in mijn dagboek een beetje als eten of me wassen: als ik het wat langer niet gedaan heb, begin ik me bijzonder ongemakkelijk te voelen. Ik wil het hebben over de ontwikkelingen die ik heb beleefd, over wat ik heb gevoeld en begrepen, over de manier waarop mijn leven zich ontvouwt. Ik doe dat om dingen te onthouden, maar ook om ze beter te begrijpen en op een of andere manier te ruste te leggen.

Geen lijstjes van taken, maaltijden of hobby’s in mijn dagboeken. Geen inventaris van mensen die ik ontmoette of klussen die ik moest klaren. Ik vertel alleen over gebeurtenissen die op een of andere manier van belang waren voor mij, die een verrijkende of confronterende imprint achterlieten op mijn ziel. Als iemand ooit, in een of andere verre toekomst, die schriften van mij zou gaan lezen, dan worden ze waarschijnlijk geklasseerd als een relaas van psychologische ontwikkeling.
Maar de laatste twee jaar is mijn dagboek ook steeds meer een schrijversdagboek geworden. Nooit eerder kreeg mijn werk zo’n prominente plaats in mijn dagelijkse bezigheden en ontwikkelingen als het nu al een tijdje doet.

Ik blijf er niet te lang bij stilstaan. Ik weet alleen dat ik het moet opschrijven.

Mijn dagboeken hebben nog een bijzondere eigenschap. Ze hebben er een handje van weg om de toekomst te voorspellen. Telkens als ik er eentje vol had, en terugblikte op wat er in die periode allemaal gebeurd was, kon ik alleen maar tot de conclusie komen dat de inhoud strookte met de cover. Een jaar van diepe en belangrijke persoonlijke ontwikkelingen, waarin ik in contact kwam met een aantal mogelijkheden die nieuwe werelden voor mij openden, werd opgetekend in een schrift dat een fragment handgeschreven manuscript van Antoine de Saint-Exupéry’s De Kleine Prins op de cover had, inclusief een ster die hij er had bijgetekend. Een kortere, maar extreem belangrijke periode van spiritueel ontwaken en oude huid afleggen (het meest fundamentele gedeelte van mijn Plateau-fase) werd vastgelegd in een slank schrift met een detail van de blauwe glasramen van de Sagrada Familia (ik kocht het schrift in de souvenirwinkel van de kathedraal toen we in Barcelona waren).

In november 2016 was het Gaudí-dagboek vol, en ik had geen snipper tijd om naar een van de boekenwinkels te trekken waar ze dat soort schriften waar ik zo van hield verkochten (ja, ik doe dat nog in boekhandels en echte winkels). Het enige wat ik nog op mijn plank had staan, was een zwarte Moleskine.

Ik ben dol op Moleskine. Ik schreef de volledige eerste versie van een van mijn romans in zo’n schrift. Alleen had ik het niet meteen in gedachten als dagboek. Ik wilde iets kleurrijkers, vrolijkers, iets met een motief of een beeld erop.
Maar ik had weinig andere keuze dan te aanvaarden dat dit het enige was wat voorhanden was, en dus omarmde ik, met wat terughoudendheid, de zwarte Moleskine. Ik kwam al snel op het idee om er zelf een beeld op te plakken. En terwijl ik tussen mijn papieren rommelde naar een deftige afbeelding, kwam ik deze tegen:

 

JW Iris bos Sally Mann 1
(c) Jurgen Walschot

 

Van Jurgen, natuurlijk. Een Sally Mann-achtige variatie op het allereerste Seth-beeld dat hij maakte, dat mij in zijn kleurrijke versie zo wezenlijk geraakt had en duidelijk maakte dat er iets heel bijzonders aan het gebeuren was.
Maar ik beken: ik was niet overtuigd. Niet meteen. Een zwart schrift. Een donkere, sombere afbeelding. Ik was de onbewuste toekomstvoorspellende kwaliteiten van mijn dagboeken gaan appreciëren. Dus wat betekende deze keuze dan?

Ik besloot het proces gewoon te vertrouwen. Ik begon in dit schrift te schrijven juist na mijn verjaardag in November 2016 — de 8e had nog nooit zo’n bittere bijklank gehad als dat jaar — en ik was er krap een week geleden mee klaar. Jongens, wat een trip! En eens te meer bleek de coverafbeelding profetisch.

De rijkdom, diepte en bijzonderheid van wat er in dit beeld allemaal resoneert met wat er zich in mijn leven heeft afgespeeld in het afgelopen anderhalf jaar vallen niet in woorden te vatten. Het creatief bloedbroederschap dat langzaam ontlook en vervolgens tot volle bloei kwam. De almaar sterker wordende verbinding die ik voelde met de mysteries van het universum, en de manier waarop die zich kenbaar maakten. De steeds uitgespokener aanwezigheid van vogels, van verschillende soorten, als boodschappers en dragers van betekenis. Kunst. Intuïtiviteit. Kennis. Gevoeligheid. Ziel. Het is er allemaal. In een schrift dat ik aanvankelijk wantrouwde en een beeld waaraan ik twijfelde. Nu durf ik stellen dat de gelukkigste jaren van mijn leven (tot nu toe) in dit bewuste schrift staan opgetekend.

Een tijdje geleden realiseerde ik me dat het stilaan vol raakte.
Wat zou de opvolger worden? Ik besloot dat ik de formule zou herhalen: ik schreef heel graag in de Moleskine, en ik kon er elk mogelijk beeld op kleven dat juist voelde.
Andermaal liet het universum me niet helemaal mijn goesting doen. Toen ik op zoek ging naar een nieuw schrift, kon ik met de beste wil van de wereld geen zwart exemplaar vinden in het formaat dat ik wilde. Ik moest me dus tevreden stellen met een rood, en erop vertrouwen dat het – andermaal – het juiste zou zijn.

Niet zo lang daarna kreeg Jurgen de vraag om een extra prent te maken voor De serres van Mendel, het 10+  verhaal dat we vorig jaar samen maakten. Bij Van In wilden ze graag een afbeelding waar het hoofdpersonage Reya en haar onverwacht beste vriend Robin samen opstonden. Toen Jurgen mij erover vertelde, suggereerde ik de scène in de donkere serre die nog het meest weghad van een grot met lichtgevende planten waar Reya zich graag terugtrok.

Dit was het resultaat.

 

extra prent grot klein
(c) Jurgen Walschot

 

Bijna onmiddellijk wist ik: dit was het beeld voor het nieuwe dagboek.

Het was een combinatie van buikgevoel en de symboliek van de prent. Meer ga ik er niet over schrijven. Ik zal de betovering niet verbreken, en het universum mag zijn gang gaan, zoals gewoonlijk.

Maar dat er een nieuwe fase aangebroken is, in meer dan een opzicht, zoveel is wel duidelijk.

Een toilet met gevoel voor humor

Ik hou van huizen die mij verrassen. Met gigantische planten, of exotische voorwerpen of muren gesausd in allerlei originele kleuren.
Huizen vertellen je veel over de mensen die er wonen, hun benaderin van het leven, hun creatieve geest en hun gevoel voor humor.

Laatst was ik in precies zo’n huis, een huis met een ziel. Ik kan het bijzonder goed vinden met de eigenaars – en met het huis.

Dit is een foto van de muur boven het toilet. Om maar iets te zeggen.

 

Toilet
(c) KV

Oude angst op de rand van een nieuw avontuur

Stroomversnellingen, deel #2

(Deel #1 lees je hier.)

Ik sta op de rand van een avontuur. Of juister: Jurgen en ik staan op de rand van een avontuur.
Want de kogel is door de kerk: dit najaar verschijnt Stroom.

Deze graphic novel groeide spontaan uit een van onze vroege Zaailingen met dezelfde titel. Of misschien is de term graphic novelle beter op zijn plaats: het kleinood telt amper vijftig pagina’s. Zoals altijd verkennen we de schemerzone tussen genres. In een wereld van duidelijk gecategoriseerde boekenplanken en uitgevers die koortsachtig mikken op het snelle succes van platgetreden paden, zijn kruispunten de plekken waar wij ons steevast het meest thuis voelen.

 

Page18 klein
Alle beelden in deze blog komen uit Stroom (c) Kirstin Vanlierde & Jurgen Walschot

 

Waar zouden we terechtkomen met Stroom, vroeg ik me maanden geleden af, toen we het manuscript een rondje uitgevers lieten doen: in de A-klasse van de literaire wereld, of bij de B-ploeg van de verbeten idealisten die hun werk zelf uitbrengen op een handvol exemplaren omdat ze het uit commerciële redenen telkens weer afgewimpeld zagen? Blijkt dat er ook tussen die twee parcours snijvlakken bestaan, en dus: kruispunten.

De kleine uitgeverij van de Stripgilde, waar Stroom met open armen ontvangen is, kan strikt gesproken niet volledig tot de A-klasse gerekend worden, maar de B-ploeg zijn we bij deze mijlenver voorbij. Kwalitatieve druk, professionele verdeling naar winkels en bibliotheken in Vlaanderen en Nederland, aanwezigheid op beurzen en evenementen, deftige promotie en administratieve omkadering. Alles wat een professionele uitgeverij moet bieden. Alleen: de auteur staat zelf in voor de drukkosten.

Ik weet dankzij mijn jaren aan de bestuurstafel van de Vlaamse Auteursvereniging genoeg over de ‘cowboys’ van het uitgeefvak die in dezelfde schemerzone opereren en goedgelovige schrijvers nogal eens opzadelen met contracten waar ze op termijn veel nadeel bij hebben. Maar de werkwijze van de Stripgilde pleit voor hun ethiek en correctheid in het voordeel van de auteur, en op een aantal vlakken is deze manier van uitgeven voor ons een soort combinatie van het beste van twee werelden. We hebben de vrijheid om helemaal onze zin te doen, op voorwaarde dat we geen dwaze risico’s nemen (maar projecten waarmee een auteur zichzelf zo goed als zeker een financiële kater bezorgt, weigert de Stripgilde sowieso pertinent), we krijgen professionele omkadering en het boek wordt verdeeld op veel meer verkoopplekken dan we met een uitgave in eigen beheer zelf ooit zouden kunnen bereiken.

Stroom is een project waar ik met hart en ziel in geloof. Ik heb het zien rijpen, en nu is het klaar om de wereld in te gaan en uit te vliegen. Dus dit voelt echt wel als een tweede rondje stroomversnellingen… !

Tot een paar dagen geleden, toen de offerte van de drukker kwam. Die was ongeveer wat ons op voorhand voorspeld was. Het bedrag was billijk, en goed betaalbaar. En toch blokkeerde ik.

Het was een oude, moeilijk te benoemen angst, met diepe wortels in de geschiedenis van mijn familie.
Maar er was ook de ongerustheid om Jurgen mee te slepen in dit onzekere avontuur (zelfs al was dit van bij het prille begin een 50/50-onderneming, en hadden de bedragen hem geen seconde laten steigeren).

Er was gewoon geen reden om nu plots zo bang te zijn. Maar toch zat ik vast, en ik voelde de oude echo’s van eerdere, eindeloze vormen van investeren (manuscripten rondsturen, herschrijven, proberen te behagen, hopen op een wonder) en er niets voor terugkrijgen. Of, beter: er een karrenvracht teleurstelling en weigering voor terugkrijgen.

Heel het afgelopen jaar, en bij uitstek de laatste maanden, had ik gesurft op een flow van vertrouwen en positieve vooruitzichten. Ik was gevoed door de diepe creatieve verbondenheid. Ik stond meer in mijn kracht dan ik ooit van mijn leven gedaan had. Maar nu had de angst mij plots ingehaald.

Wat als?

Wat als het boek via de officiële distributiekanalen niet verkocht zoals het hoorde? Wat als het te buitenissig was? Kruispunten zijn interessante plekken, maar niemand wil er echt wonen, of wel?
Wat als wij, van onze kant, het aantal exemplaren dat we aan vrienden en familie konden verkopen overschatten?
Kortom: wat als we hier onze broek aan scheurden?
Wat als we binnen twee jaar nog opgescheept zaten met een stapel dozen vol boekjes die niemand wilde kopen?

Het waren niet allemaal mijn angsten, hierboven. Zo gauw ik Jurgen er iets van zei, gooide hij de zijne erbij. Ik heb het al vaker gezegd: we zijn een sterk team… 😉

Gelukkig zijn we niet ongerust over dezelfde dingen. In die zin compenseren we elkaar en helpen we elkaar helderder te zien. Want eigenlijk zijn deze oprispingen van oude angsten heel interessant. Het was een waardevolle ervaring om herinnerd te worden aan een paar van die oude pijnpunten, toen ze hun lelijke kopjes vertoonden. Maar we mogen ons in geen geval door ze laten tegenhouden.

 

Page3 cut1 N klein

 

Het gevoel dat nu bij mij overheerst, is: ik wil niet meer bang zijn.

Ik heb de afgelopen twee jaar zóveel bijgeleerd . Over scheppend bezig zijn. Over verbondenheid. Over wat ervoor zorgt dat ik me goed voel en dat dingen vooruit gaan, en wat niet.

Door zo nauw samen te werken met iemand die mij creatief telkens weer aanvult en voortstuwt, heb ik geleerd wat het is om op de ‘juiste plaats’ te zijn: de plek waar je echt wil zijn, omdat het er zo goed voelt. Door die samenwerking, die connectie en de kracht die daaruit voortkomt, merk ik zelfs dat ik een betere versie van mijzelf word. Ik durf meer. Ik kom op voor onze belangen en ons gezamenlijk werk op een manier waar ik nooit in slaagde voor mijn eigen projecten. Ik begin te geloven dat het effectief voldoende is om mezelf te zijn, en dat ik er mag zijn, gewoon zoals ik ben – ongeacht reacties.

Stroom is prachtig. Het is zo mooi dat het bijna onwerelds is. Of de wereld er klaar voor is, daar hebben we het raden naar. Maar dat doet er in feite niet toe. We gaan het laten geboren worden. Om wat het is, om zichzelf.

Dat gevoel is sterk, en het is juist.

 

Stroom cover 1 voor klein

 

Wat precies aan die offerte een oud angstpatroon wakker riep bij mij, weet ik niet. Misschien heeft het iets te maken met het feit dat de dingen nu wel heel concreet worden, en dat betekent ook: met concrete financiële impact.

Ik mag mij gelukkig prijzen dat geld geen kwestie is waar ik ’s nachts van wakker lig, en in praktische zin was die offerte van de drukker dan ook geen enkel probleem. Maar geld is wel een fantastische metafoor.

Het staat voor mij zowel voor veilig zijn, het comfortabel hebben en het waard zijn om daarvan te mogen genieten. Dat zijn geen lukrake gevoelens. In mijn familie zijn financiën al generaties lang een stresserende kwestie. Er is veel geld verdiend, maar ook veel (onrechtvaardig) verloren, er was verspilzucht, zuinigheid en angst voor tekort. Een stuk daarvan echoot voort in mij. Ik tel zeker niet elke cent, maar ik ga ook niet zo relaxed om met geld als ik zou willen. Het voelt bijna alsof ik vind dat ik het niet verdien om het te hebben. Dat zegt, de metafoor indachtig, wel wat over mijn eigenwaarde…

En daar was mama, met haar Oude Wijsheid.
Laat die angst geen greep op je krijgen, zei ze. Zet de nodige stappen om ze onder ogen te zien en weg te werken. En vooral: zoek houvast bij een ander gevoel. Focus op het gevoel van overvloed dat je hebt in deze samenwerking. Die flow is zo krachtig en voedend, daar is geen sprake van tekort of iets niet waard zijn. Daar is alleen verbondenheid en creativiteit. En kracht.
Ze heeft overschot van gelijk. En dat gevoel is binnen handbereik, een gloeiend baken vanbinnen. Vanuit dát gevoel moet ik mijn beslissingen nemen. Met dát gevoel als brandstof moet ik mensen benaderen als ik het over ons werk wil hebben. En dat heb ik tot nu toe eigenlijk altijd gedaan. Vanuit precies dat gevoel heb ik de sollicitatiebrief voor Zweden geschreven…

 

Page19 cut 1 N klein

 

Ik wil niet meer bang zijn, schreef ik Jurgen in een mail waarop een groot deel van deze blog gebaseerd is. Ik wil dit avontuur voortzetten zoals we het begonnen zijn: vanuit vertrouwen, in onszelf, in elkaar, en in de thermiek die ons draagt.

Ik kan ons zien staan, samen, bovenop een of andere klif, zoals op een cover die hij ooit ontwierp. Ik kan ons naar elkaar zien glimlachen met een blik vol verstandhouding en vertrouwen. En ik zie ons springen.

Dan is er alleen nog het gevoel van brede vleugels, die opengaan…

Sommige dagen zijn magisch van bij het ontwaken

Hoeveel vreugde en met licht overgoten magie past er in één enkele ochtend?

 

Prille lente_002 ed klein.jpg
Maan gaat onder in de ochtendschemering (c) KV

 

Prille lente_038 ed cut klein
Staartmees aan het ontbijt; foto gemaakt met telelens zittend aan de ontbijttafel binnen (c) KV

 

Prille lente_028 ed cut klein
De belofte van een betoverende dag (c) KV

 

De drie bovenstaande foto’s werden gemaakt op een goed half uur.

En op wonderlijke wijze werd de rest van de dag inderdaad net zo krachtig en mooi. Hij was tot de rand gevuld met vertrouwen, verbondenheid, begrip en liefde, gedeeld met verwante zielen die mij ongelooflijk dierbaar zijn. Ik mocht mijn kracht en mijn liefde de vrije loop laten, en ik kreeg er schoonheid, diepe erkenning en kwetsbare gelijkgestemdheid voor terug.

Dit is hoe het voelt om echt, echt gezegend te zijn.

Stroomversnellingen, deel #1

Sommige dromen zijn je op het lijf geschreven

 

boeken
(c) Jurgen Walschot

 

We smeten onze boeken op een hoop.

Mijn vier adolescentenromans, en een mooie greep uit Jurgens veel ruimere oeuvre: kinderboeken, boeken waar hij de cover voor had gemaakt, het binnenwerk en de lay-out voor had verzorgd, illustraties voor had getekend, of al die dingen samen. We legden er zijn twee mooie uitgaves in eigen beheer bij, Wie de handschoen past en De ster, de god, de vleugels & de ster, en we gooiden er nog twee willekeurige boeken bij waarvan we de covers met Photoshop zouden veranderen zodat Jurgens jongste worp (Relmuis) en ons 10+ kortverhaal (De serres van Mendel) er ook zouden bij liggen, want die zijn op moment van schrijven nog niet verschenen, maar zullen dat wel zijn in de loop van het komende jaar.

Jurgen nam de foto, wijdbeens over de waaier van anderhalf decennium literair werk heen hangend (ik noem hem niet voor niets Longshanks – letterlijk: Langpoot), laadde het beeld vervolgens op op zijn computer, en prutste met Photoshop aan de covers tot ook het laatste detail op zijn grote scherm goed zat.
Zodra de twee perfectionisten samen achter de computer tevreden waren, stuurden we de foto naar de mensen van beheersvennootschap deAuteurs.

Waarom?

Omdat dat beeld in het persbericht moest dat aankondigde dat Jurgen en ik de laureaten waren van de derde auteursresidentie bekostigd door de deAuteurs, dit najaar in Zweden.

 

20170712_133945 ed klein
Zaailing-duo aan het werk op locatie in Frankrijk, foto gemaakt door mijn man

 

Sommige dromen zijn je op het lijf geschreven.

Afgelopen najaar stuurde Jurgen me de link: voor het derde jaar op rij bood deAuteurs twee weken schrijversresidentie in Zweden aan. Ik had de aankondiging niet eens gezien, ik ben het spreekwoordelijk equivalent van iemand die bij het lopen naar haar voeten kijkt. Hij daarentegen heeft zowat alles gezien wat er te zien valt. Onwaarschijnlijk. (We zijn een goed team.)

De residentie in Zweden omvat deelname aan het SmåBUS Kinderboekenfestival, waar ook een bezoek aan het Astrid Lindgren-museum in zit, gevolgd door tien dagen verblijf in een huisje midden in de Zweedse natuur van bossen en meren om er in alle rust te werken. Zowel festival als residentie worden in goede banen geleid door Joke Guns, Vlaamse boekenduizendpoot die een paar jaar geleden met haar gezin naar Zweden emigreerde maar onverminderd actief blijft in het literaire landschap.

En het mooiste van alles? DeAuteurs was — expliciet — op zoek naar een dynamisch duo schrijver-illustrator, om er samen aan een project te werken.

Dit voelde als te mooi om waar te zijn.

‘Méén je dit, serieus?’ vroeg ik Jurgen, toen hij me zonder veel commentaar de link forwardde. Tijdens de vooropgestelde periode (eind september, begin oktober) zou hij normaal gezien alweer les moeten geven, om maar iets te zeggen.
‘Tuurlijk, waarom niet? Daarbij, piepklein kansje dat wij dat halen. Maar aanvragen kan geen kwaad, toch? En dan weten ze op zijn minst dat wij bestaan.’

Knipsel
(c) KV & JW, lay-out: deAuteurs

Zo’n uitspraak kan gek klinken, gezien het feit dat Jurgen en ik allebei wel wat naam hebben in het literaire wereldje (hij meer dan ik, en terecht, onder meer gezien zijn veel grotere productiviteit). Maar artistiek is wat wij samen doen waarschijnlijk het belangrijkste van al wat we tot nu toe ooit maakten, en het is vooral en zonder enige twijfel het werk waar we het meest en het diepst van genieten. We zijn complementair op de best mogelijke manier, en onze artistieke verbondenheid gaat veel verder dan een losse samenwerking in functie van een handvol projecten of boeken.
Maar ondanks een heel jaar verspreiden van Zaailingen had onze samenwerking nog altijd iets weg van een goed bewaard geheim. Dat ‘wij’ bestaan, als artistiek duo, was dus iets wat we op een of andere manier echt in de wereld wilden kunnen zetten.

We duwden ons werk niet zomaar te pas of te onpas onder ieders neus, maar we probeerden wel op een of andere manier aanwezig te zijn. Zo voelt het om op het pad van je ziel (of je eigen diepe innerlijke zingeving) te zitten, ontdekte ik vorig jaar. Je blijft gewoon doorgaan. Doorgaan met doen waar je zo van houdt, doorgaan met het nu en dan te vermelden, als de gelegenheid zich voordoet, zonder er te veel van te verwachten. Maar je blijft het niettemin doen, omdat het zo verdomd belangrijk voor je is, en omdat je voelt dat je op verschillende vlakken je beste werk aan het maken bent. Zelfs als niemand het ooit leest of er ooit naar kijkt, is dit wat je wil doen en wat je zo lang mogelijk wil blijven doen, want het is niet meer of niet minder dan thuiskomen.

Dus werkten we door. En nu was er een gelegenheid die zich voordeed, dus dienden we ons dossier in.

Niets verwachten wil niet zeggen dat je je best niet doet. Ik schreef in naam van ons beiden de meest doorvoelde sollicitatiebrief die ik ooit uit mijn pen kreeg, en we stelden een portfolio samen om een beeld te geven van de kwaliteit en de diversiteit van ons werk (want er is nog veel meer dan wat ik Zaailinggewijs op deze blog zet, zie alvast het laatste beeld onderaan als teaser van één van de dingen die er zitten aan te komen).

Eerder deze maand ontvingen we, zoals aangekondigd, een mail met de uitslag van de aanvragen. Ik moet bekennen dat het lang geleden is dat ik wat voor correspondentie dan ook opende met klamme handen en een bonzend hart, maar dit keer dus wel.

En daar was het verlossende antwoord: deze droom was effectief voor ons. In het echt. Deze residentiebeurs was zo’n beetje de erkenning van ons werk als een hartverwarmende voorzet om de horizon tegemoet te vliegen tegelijk.

Toen ik mijn gsm pakte om Jurgen een bericht te sturen dat hij zijn mails moest nakijken, las ik: ‘We gaan naar Zweden!!’

En óf we er klaar voor zijn. Stroomversnellingen, we komen eraan!

 

overzicht-page-002
De serres zijn gigantisch.
Niemand weet wie ze ooit heeft gebouwd. Soms denkt Reya dat ze vanzelf zijn gegroeid op de plaats waar ze staan.
Ze zijn tot de nok gevuld met bomen, struiken, bloemen, varens en mossen. Het is er vaak warm en altijd vochtig. Water parelt van de bladeren, drupt zachtjes naar beneden en glijdt langs de stengels naar de grond. De serres hebben hoge koepels en gangen die naar kleine, geheime hoekjes leiden, en ze strekken zich verder uit dan je kunt kijken.
Reya woont al elf jaar in de serres, heel haar leven dus. Ze weet niet hoe ze er ooit terechtgekomen is. Mendel zegt dat hij haar op een ochtend vond, opgekruld als een slakje onder een reuzenvaren. Alsof ze daar op één nacht gegroeid was. Reya weet niet of ze dat verhaal gelooft, maar ze gelooft Mendel wel als hij zegt dat ze hier thuis is, en dat hij blij is dat zij er is. (c) Kirstin Vanlierde & Jurgen Walschot, uit ‘De serres van Mendel’

Hout vasthouden

Melancholisch gemijmer bij het vertrek uit Frankrijk

 

Kiki 5 145 klein
La Place Des Retraités (bordje aan de muur staat helaas niet op de foto) – aka La Douce France En Hiver (c) KV

 

‘We hebben het werk dat dit huis en het terrein er omheen vraagt misschien wel wat onderschat,’ zegt mijn moeder me tijdens de autorit naar Albi, waar er een heerlijke lunch op het programma staat in een van hun vaste restaurantjes, waar ze door de eigenaars én de kelners begroet worden als familie. ‘Als ik de hele oefening nu over moest doen, dan zou ik misschien heel andere beslissingen nemen.’

Niet dat mijn ouders er spijt van hebben dat ze in Frankrijk zijn gaan wonen, maar ’s winters kan het toch wel erg guur worden waar zij zijn neergestreken. En die kleine bungalow naast het grote woonhuis was wel bijzonder praktisch met het oog op de oudste dochter (ik) die zou afkomen met echtgenoot plus twee stiefzonen plus peuterkleinzoon, maar nu gebeurt het maar zelden meer dat we alle vijf samen op het appel zijn, want de oudsten zijn intussen veel zelfstandiger geworden en geven er de voorkeur aan om op andere tijdstippen te landen, met vrienden in plaats van (stief)ouders. En dus hebben mama en papa altijd veel ruimte voor gasten, maar ook niet voortdurend meer zin in veel volk.

‘Ik weet niet waar we zullen zijn binnen tien jaar,’ mijmert mijn moeder. ‘Maar daar wil ik ook niet te veel bij stilstaan, we proberen te leven in het nu.’

 

Kiki 5 020 ed cut2 klein
(c) KV

 

Ik ook. Ik leef in een ‘nu’ waarin mijn beide ouders nog steeds gezond zijn. Waarin ze ouder worden en hun beste vrienden, die troep personages die recht uit de betere Franse komedie ontsnapt lijken, ook een dagje ouder worden, maar alles bij elkaar doen ze het nog behoorlijk goed.

Ze herinneren zich niet alles even vlotjes meer als vroeger. Er zijn operaties geweest en doktersbezoeken, controles en medicatie. Er is het huis dat vervelend veel herstellingen nodig heeft, en het zwembad en de tuin die in de lente in orde moeten gebracht worden. Niet door henzelf, maar door iemand die daarvoor moet langskomen en die altijd vertraging heeft, of niet komt opdagen, of veel te duur is.

Ik vertrek morgen terug naar België, en ik ben dankbaar om mijn ouders achter te laten in goede gezondheid en met een goed humeur. Ik weet dat ik mijn zegeningen moet tellen. Wat ik weet even goed dat er een tijd komt dat ik naar het zuiden zal vliegen – of rijden – om te helpen met kwesties van een veel complexere financiële of medische aard. Over tien jaar? Vijftien? Vijf? Ik kan me de omvang van de onderneming zelfs niet voorstellen mocht er aan een van beiden iets gebeuren en de ander zou verhuizen naar een appartement in Albi, laat staan België. De gedachte alleen al vervult me met vroegtijdig verdriet. Ik weet wel dat ik er niet alleen zal voorstaan. Mijn zus, mijn man, vrienden en kinderen zullen klaarstaan om te helpen, oplossingen te bedenken en ze uit te voeren. Maar toch.

Waarschijnlijk hoort dit gewoon bij de melancholie van vertrekken. Ik aanvaard ze voor wat ze is, en bid in stilte dat mijn ouders hier nog veel gelukkige, gezonde jaren mogen kennen.
Ik zie ze voor me, omringd door iedereen die hen graag ziet. De zon schijnt, en er zijn vrienden van alle hoeken van Europa. In het zwembad spelen kinderen, en de tafel is gedekt met lekker eten. Hoog in de lucht cirkelen de buizerds en de valken waar we zo van houden.

Dat is een goed beeld. Hout vasthouden.
Of zoals de Fransen het zeggen: touchons du bois.

 

Kiki 5 043 ed cut klein
(c) KV

Vloeiend

 

mijn hart is een web
van verzonken verbindingen
omzichtig verzorgd
maar al te vaak ook
omzichtig beschermd

 

Magic cup_049 ed klein
(c) KV

 

sommige dagen ben ik een kopje
dat overstroomt met alles wat ik voel

en de behoefte om te reiken voorbij
de veiligheid van het vertrouwde
heeft de kracht om door muren te breken

 

Magic cup_044 ed klein
(c) KV

 

door onze kwetsbaarste stukken
te verbergen vinden
we onszelf niet

door onszelf
te bewaren worden we
niet geboren

 

Magic cup_046 ed klein.jpg
(c) KV

 

alleen door de stroom
vrij te laten
vloeien
door mijzelf uit te storten
in de wereld en zo
aan te raken wie ik
liefheb
weet ik mijzelf
thuis

 

Magic cup_006 ed klein
(c) KV

Céciles overtocht

Een ontmoeting dertien jaar geleden, een andere ontmoeting een maand geleden, twee bewogen weken, en de culminatie…

Ben je ooit al ergens binnen gewandeld waarbij je het gevoel kreeg dat je omringd werd door de energie van de persoon die daar leefde?
En wilde je toen weg? Of voelde je je net thuis?

 

Moerheidewerken_011
Ik in de woonkamer van onze nieuwe huis, nadat we nieuwe ramen gestoken hadden (2006)

 

Christophe en ik kochten het huis waar we nu wonen bijna dertien jaar geleden. Het was laten we zeggen niet de meest degelijke constructie (zie het eufemismelampje knipperen…).
Het was gezet door een amateur-ingenieur. Het was tochtig, vochtig en viel zowat uit elkaar: er was nood aan een serieuze opknapbeurt. Sinds we erin getrokken zijn, hebben we de muren behandeld tegen opstijgend vocht, alle plaaster van de benedenverdieping weggekapt en vervangen, bijna alle vloeren en vloerbedekkingen veranderd (tevergeefs, op regendagen zijn ze nog steeds klam), zowat alle ramen vervangen, een nieuw dak gelegd, de badkamer heraangelegd, een zolder ingericht, een extra kamer beneden toegevoegd waarop het zomerterras rust, en een stuk van de tuin onder handen genomen.
Bij momenten voelt het alsof we nog maar halfweg zijn. Tegen dat alles gebeurd is, zullen we rijp zijn om op pensioen te gaan en te verhuizen. En intussen brokkelt de façade langzaam af en verwildert de tuin alweer… Daar wil ik even niet aan denken.

We hadden niet bepaald gezocht naar een huis dat zoveel werk zou vragen. Om eerlijk te zijn werden we vooral verliefd op de tuin. Mijn mama zuchtte: ‘Mijn dochter heeft een tuin gekocht waar ook nog een huis in staat.” Al bij al niet zo’n onterecht uitspraak.

 

Ontwaken in de Moerheide_052
De Wachter, onze majestueuze treurwilg (2006)

 

Christophe en ik hebben allebei nood aan groen en bomen zoals andere mensen aan ademhalen. Betonnen muren en steriele straten verstikken ons. En zo zijn er veel in België, met hun beklinkerde opritten en strookjes gazon plat als tennisvelden en hoogstens een paar gemanicuurde struikjes langszij. Een volwassen boom wordt stilaan zo’n beetje uitzonderlijk – en dan mag je maar hopen dat de buren niet klagen. Echt groene tuinen met volgroeide bomen zijn schaars, of je moet gefortuneerd zijn – wat wij dus niet zijn. Dus toen we op dit kleine perceel stootten, van alle kanten omringd door hagen, slanke eiken, volwassen berken en een majestueuze treurwilg die alles in zijn buurt overschaduwde, inclusief het huis, vielen we er als een blok voor.

In huis was de typische volgorde van kamers letterlijk omgegooid. De badkamer en de slaapkamers beneden, de woonruimte en de keuken boven. Vanuit bijna alle woonkamerramen zag je vooral takken die zowat tot aan het raam reikten, wat een boomhutgevoel creëerde. We hielden er erg van (en doen dat nog steeds).

 

Middag in de Moerheide_013
Boomhutgevoel (2006)

 

Iets anders wat geen reden mag zijn om een huis te kopen, maar wat beslist hielp, was de eigenares. De vrouw die het verkocht, was een zeer bijzondere dame. Een kleine, ranke verschijning, onwaarschijnlijk gracieus, in excentrieke lange jurken en met wit krulhaar tot halverwege haar rug. Ze moet een jaar of zeventig geweest zijn toen, maar ze bewoog zich met de moeiteloze gratie van een danseres die half zo oud was. Ze onderwees eutonie, een lichaamsgerichte meditatie- en bewustwordingstechniek, aan de muzikanten van het Lemmensinstituut. Haar naam was Cécile.

Ze was geen makkelijke vrouw, dat was duidelijk van zodra ze de deur opende. Een scherpe blik, een hoge gevoeligheid voor geluiden. Ze mocht je en ze wilde je in haar leven, of ze wilde niets met je te maken hebben. Daar was ze zeer duidelijk in. Het leverde haar dierbare vrienden en een aantal heel kwaaie vijanden op (zoals de buurman).

Christophe en ik lagen al snel in haar bovenste schuif. We hadden een oprechte klik, en ze wilde het huis het liefst aan ons verkopen. Ze voelde dat wij we ervan hielden en ervoor zouden zorgen op een manier zoals zij het apprecieerde. (En dat hebben we hopelijk ook gedaan.)
We deelden ook een spirituele connectie, maar op dat moment hadden we er niet meteen nood aan om daar dieper op in te gaan of vanalles over de ander te ontdekken. Ik gaf haar mijn eerste twee romans cadeau, zijn schonk me een mooi Indisch beeldje van een lezende vrouw. Het houdt nog altijd de wacht op een plank van onze boekenkast.

 

Trouw 3 klein

Trouw 2 cut klein
Trouwfoto’s voor het huis en in de tuin (2005)

 

Toen we op de dag van ons huwelijk foto’s kwamen maken in de tuin van het huis (dat we toen al hadden gekocht maar dat nog notarieel moest verlijden) had ze op een subtiele manier dingen voorbereid: een lelijk putdeksel weggestopt onder een bloemenkrans, en meer van dat soort liefdevolle details.

Veel contact hadden we naderhand niet meer, maar we zijn haar nooit vergeten. Ze was een soort petemoei wiens energie nog een hele tijd in het huis bleef hangen, en dat voelde goed. Dat is uitzonderlijk voor mij, moet je weten. Na ‘intens’ bezoek krijg ik al de neiging om de ramen open te zetten of wierook te branden – nu leefden we in wat er overbleef van haar energie, en dat was helemaal oké

 

Ontwaken in de Moerheide_043
De Wachter (2006)

 

Beetje bij beetje hebben we het huis van Cécile ‘overgenomen’. Er was al het ingrijpende werk binnen, maar vooral door de tuin onder handen te nemen (meer diversiteit in aanplanting, extra bomen, de haag en de knotwilgen aan de straatkant) beïnvloedden we de interactie met het huis (dat wat minder afgesloten werd van de buitenwereld, maar tegelijk steeds meer opging in de kleine groene jungle eromheen) en veranderde ook de energie in huis. De gigantische treurwilg (gekruist met een populier, dus hij is werkelijk enorm en gaat heel hoog) was haar grote liefde. Het is ook die van ons.

We hebben sindsdien mooie en intense jaren beleefd in dit huis. Het heeft twee kinderen volwassen zien worden en een baby weten geboren worden en opgroeien tot een schitterende jongen. Het heeft ons de ritmes van de natuur nog meer leren waarderen dan we al deden. Het heeft bomen en vogels dagelijkse geschenken in ons leven gemaakt. Het heeft ons kopzorgen en slapeloze nachten bezorgd in burenruzies (ja, die erfden we samen met het huis…) en geleerd om bang te zijn voor hevige storm.

 


 

Fast forward, meer dan een decennium, naar december 2017.

Ik woon het vroege kerstfeestje van mijn voetreflexologe bij in een dorp een paar kilometer verderop, en ik ben die avond fotograaf van dienst. In Elsi’s supergezellige huisje, tot de nok gevuld met haar bonte verzameling familie, vrienden en kennissen, ontmoet ik een merkwaardig groepje mensen.

Een van hen is een veerman die al lang op pensioen had moeten zijn maar nog altijd twee dagen per week mensen over de Schelde zet. Die rivier stroomt zowat in Elsi’s achtertuin, en het veer is om de hoek. Hij vertelt me over de vrede die hij voelt als hij op het water is, en ik voel dat hier een Zaailing in zit… Ik vertel hem over mijn samenwerking met Jurgen, en hij nodigt ons uit om een keer met hem te komen meevaren. Diezelfde avond, als ik Jurgen mail om hem over de ontmoeting te vertellen, lanceert hij het idee om samen een nieuwjaarskaart te maken over thema van ‘oversteken’… Moeiteloos en intuïtief komen we een paar dagen later uit bij Dageraad (Zaailing #23), en laten er een beperkt aantal van drukken.

Maar dat was niet het enige geschenk die avond.

Naarmate we wat langer praten, word ik de vierde persoon van een kwartet buren van Elsi. Tussen hen zindert een mooie golflengte, waar ik me al snel in opgenomen voel. Er is Alin de veerman, Geert die voor Bos+ werkt, en Toni, een kinesiste met een warme uitstraling. De sfeer heeft die bijzondere kwaliteit van mensen die elkaar niet kennen het om een of andere reden toch meteen kunnen vinden, omdat er iets op een dieper niveau resoneert.

Gevraagd waar ik woon, zegt Geert: “Ah, de Moerheide, die straat ken ik, een vriendin van mij woonde daar vroeger.”
Als hij me wat later vraagt wat ik professioneel doe, en ik zeg dat ik schrijfster ben, aarzelt hij geen seconde. “Dan woon jij in het huis van Cécile! En je man is arts en rijdt met een ligfiets!”

Inderdaad… ‘onze’ Cécile was dezelfde vriendin over wie Geert het over had. Hij bleek zelfs nog jaren haar (nu onze) tuin te hebben onderhouden. De anderen van het groepje blijken Cécile óók allemaal te kennen. Het voelt echt als een cirkel die zich sluit, een ontmoeting die niet zomaar plaatsvindt. Het is alsof Cécile er die avond op een of andere manier zelf ook bij is.

Hoe het met haar gaat, vraag ik. “Goed”, glimlacht Geert. “Ze sukkelt met wat kwaaltjes, maar ze houdt zich kranig.” Ze hebben haar twee weken geleden nog gezien.

 


 

Aan het feestje van Elsi hield ik de contactgegevens van Geert over, een warme belofte om contact op te nemen met dat groepje mensen bij wie ik me zo op mijn gemak had gevoeld, het voornemen om Alin op te zoeken op zijn veerboot, en de inspiratie voor een van onze mooiste Zaailingen.
Twee weken later, vlak na nieuwjaar, de dag van Zaailing #23, contacteerde Geert mij per mail om me te vertellen dat Cécile overleden was.

 

Winterlucht_007 klein
(c) KV

 

Op het moment dat we elkaar allemaal ontmoetten bij Elsi was ze in feite al een paar dagen dood, alleen wist niemand van ons dat toen. Het gaf de Zaailing over oversteken, het beeld van de veerman, het gevoel dat ze er die avond bij was en ons in zekere zin bij elkaar had gebracht, een bijzondere resonantie. Er zat schoonheid in, droefheid, warmte en een vreemd en krachtig gevoel: dit is geen toeval.

Ik stuurde Geert de Zaailing, en ik schreef hem ongeveer hetzelfde. Nee, antwoordde hij, ik geloof ook niet dat dit toeval was.

Cécile werd in alle discretie begraven door haar familie, met wie ze eigenlijk geen goede verstandhouding meer had. Haar vrienden en de mensen die haar na stonden, waren niet uitgenodigd. Ze wilden evenwel op een passende manier afscheid van haar nemen, en hielden samen met andere vrienden en kennissen een ritueel afscheid voor haar in het Boeddhistisch centrum waarvoor ze zich engageerden. Ik was van harte uitgenodigd, schreef Geert.

Ik voelde onmiddellijk dat ik daar wilde zijn, bij die mensen. Dat was waar ik thuishoorde. Een ander woord was er niet.

 

Winterlucht_015 klein
(c) KV

Maar ik had die dag al een repetitie die ik onmogelijk kon afzeggen, en dat aanvaardde ik. Het maakte mijn gevoel van verbondenheid er niet minder om. En als de repetitie op tijd eindigde, kon ik misschien toch nog even binnenspringen…

De repetitie was afgelopen om vier uur, dus ik belde Geert. Het samenzijn daar liep op zijn einde maar: ja, zei hij, kom zeker nog af, het zou goed zijn je te zien. Ik kon horen dat hij het meende.

Toen ik er aankwam, was de ‘koffietafel’ zo goed als achter de rug, maar dat gaf niet. Er was een oprechte flow die met geen woorden te beschrijven valt. Ik zag de prachtige foto van Cecile op het altaar, waar de kaarsen nog brandden. Ik kreeg een kop thee, en ik werd voorgesteld aan wie er op dat moment nog was als ‘de vrouw die in het huis van Cecile woont’. Er waren verbazend veel spontane ‘oh, wat leuk, we hebben over jou gehoord!’.

Ik dronk mijn thee, ontmoette mensen, praatte een tijdje met Alin, die Amma, de Indische moederfiguur rond wie het centrum draait, nu en dan op haar reizen door Europa en India begeleidt en een tijdje doorbracht in haar klooster.

De avond kreeg de gloed van thuiskomen, op een heel vanzelfsprekende manier. Toen Christophe me kwam oppikken, voelde hij het ook meteen. Het zou fijn zijn die mensen vaker te zien, zei hij op weg naar huis.

 

26853874_10211316043964232_1799696296_o
Céciles overtocht (c) KV

 

Ik heb de foto van Cécile op onze Indische spiegel gezet, met de Dageraad-Zaailing als achtergrond. Het voelt juist.

Ik weet niet welke draden van dit enorme wandtapijt elkaar in de toekomst nog allemaal zullen kruisen, maar ik weet dat er iets belangrijks is gebeurd en ik voel dat ik en degenen die ik liefheb deel uitmaken van iets veel groters.

Ik heb pas de uitnodiging verstuurd voor de eerste van vier SeizoensCirkels die ik dit jaar wil organiseren. Wie weet wat voor ontmoetingen hier nog zullen plaatsvinden. Ik ben nu al benieuwd.

En Cécile zal glimlachend toekijken. Dat weet ik nu al.

 

Winterlucht_020 klein
(c) KV