Ze komen

Zaailing #20

verbonden met de Soul Circle

 

zekomen2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Eerst aarzelend, een enkeling, nog onduidelijk van vorm. Vervolgens meer, helder en goed zichtbaar, met stemmen als lange, diepe echo’s. Ze zijn jong en stralend, ze hebben lachende ogen. Ze zijn oud en statig, met mantels die doen denken aan vleugels, of de rimpelingen van schaduwen op water. Hun woorden zijn webben van betekenis.

In mijn hand heb ik de trom, blank en maanrond, en mijn slagen zijn vastberaden. Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Ze groeten mij als een oude geliefde, als een jonge novice. Ze weten dat ik klaar ben, want de sluiers tussen de werelden gaan opzij voor wie er doorheen durft waden. En er is nood aan zwervers die willen oversteken, om mee te terug te brengen wat er wacht aan de andere kant.

Ik roep mijn vrienden en ze komen. Ze zijn met velen want ze weten hoeveel moed de tocht vraagt.
Ze reizen mee op de wind, op het stilte van het zinderende licht.
Ik ben dankbaar dat ze er zijn. In hun aanwezigheid zie ik zoveel scherper. Ik mag de kracht tonen die ik heb. Ik mag de maskers afleggen die ik draag. Ik mag mijn stem laten horen, hoe onzeker die ook klinkt. Ik mag uitglijden en kopje onder gaan, maar ik zal niet verdrinken.

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
De trom gromt en gonst. Trillend weeft hij het web van de wereld.
Wat gezaaid is, zal groeien.
Wat gevangen is, zal uitbreken.
Wat leeft, zal sterven.

Ik sta op de rand, met één voet aan elke kant, en de trom als een kloppend hart in mijn handen. Ik laat de stroom door mij heen gaan. Ik ben de stroom.

Ik roep mijn vrienden bij me in de kring.
En ze komen.

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Advertenties

Voor minder ga ik niet

Stralend herfst_015 ed cut klein
(c) KV

De angst om het bij het verkeerde eind te hebben.
De angst om iets slechts te doen.
De angst om te eindigen aan de foute kant van de geschiedenis, van het leven, van Hemel of Hel.
De angst dat sommige dingen nooit meer ongedaan kunnen worden gemaakt en je zullen achtervolgen tot het einde der tijden, leven na leven, tot een of andere persoonlijkheid die toevallig de jouwe is ze in de ogen kijkt en vergeeft.

Kracht is gevaarlijk. Je hanteert ze zo goed als je kan, maar struikelen is zo gebeurd.

Middeleeuwse boeken hebben het over de Ars Moriendi, de Kunst van het Sterven. Ze schetsen de stervende mens in zijn laatste weken, wanneer hij bezocht wordt door de duivel in zijn vele gedaanten. Alle menselijke angsten en verlangens komen aan bod (onze voorouders waren geen onnozelaars!): tijd willen kopen, onze geliefden en aardse bezittingen niet willen loslaten, de angst voor het oordeel – wat voor mens zijn we geweest? Maar de laatste verzoeking is de meest verraderlijke.

Als diepe, wijze zielen konden weerstaan aan alle eerdere verlokkingen, fluisterde de duivel hen in het oor: jij bent speciaal. Je hebt jezelf verheven boven elk van mijn listen, zo krachtig en uitzonderlijk ben jij!
Dat is de ultieme verleiding, en de gevaarlijkste: de illusie van macht. Op een of andere manier bijzonder zijn, uitverkoren of verheven boven de massa.
Van ego gesproken.

Ik schouder nogal wat bagage die te maken heeft met die laatste verzoeking. Ik herken ze. Ik kijk ze in de ogen, nodig ze uit om op het mooie kussentje te komen zitten dat ik heb klaargelegd, en ik wil ze begrijpen. Wat er in grote lijnen op neerkomt dat ik mijn pantsers afleg, en mezelf zo kwetsbaar toon als ik diep vanbinnen weet dat ik ben.

Ik voel dat er een kracht in mij leeft die zich niet meer laat ontkennen. Tegelijk weet ik dat ik voorzichtig moet zijn. Ik heb vroeger dingen kapotgemaakt. Die weg wil ik niet meer inslaan, niet dit keer.

Stralend herfst_025 ed cut klein.jpg
(c) KV

Het enige wat je op het juiste spoor houdt, is de bescheidenheid die komt in het kielzog van de liefde. Die van jezelf, en die van anderen. En ik ben gezegend, in het verleden maar net zo goed heel recent, met mensen die zowat onaangekondigd in mijn leven verschenen zijn en recht door me heen blijken te kunnen kijken. Ik zie ze graag, en dat het gevoel is zo sterk dat er soms tranen bij horen. Ik voel, tot in mijn botten, hoe hun liefde mijn kant op stroomt. Het is diep verrijkend, en zorgt er tegelijk voor dat ik me heel nederig voel.

Terwijl ik stilaan een nieuw terrein betreed – ik voel het, maar ik snap er nog niet de helft van, laat staan dat ik weet waar ik heen ga – stappen ze naar voren uit de schaduwen om aan mijn zijde te staan. En ik loop mijn stuk van de weg, om mijn plaats in te nemen aan die van hen – dit is op elk vlak een wederzijds proces. Oude zielen zijn het, met zuivere harten en een verbijsterende capaciteit om te zien.

Ik voel me gezegend. Zou ik ooit een kompas nodig hebben, dan krijg ik bij deze de geruststelling, en niet één keer maar telkens opnieuw, dat ze er zijn, hier en nu, aan mijn zijde. Ze verschenen op precies het juiste moment.

Ik zal hen eer aandoen. Dat ben ik niet alleen mezelf verschuldigd, maar ook hen.
Voor minder ga ik niet.

Stralend herfst_022 klein
(c) KV

 

Sant in eigen land

BW17-banner-web

Ik ben opgegroeid in een dorp dat ik nooit heb leren kennen.

Dat had verschillende oorzaken. Een provinciale viervaksbaan sneed een handvol straten – waaronder die van ons – af van de rest van het dorp. Die oversteken was als kind geen sinecure. Daarbij kwam dat we bij mijn grootouders woonden, en zij om diverse redenen al jaren zowat alle contact met hun dorpsgenoten schuwden. Omdat mijn moeder bovendien lesgaf op een school in de stad een beetje verderop, gingen mijn zus en ik daar dus ook naar school, en niet in het dorp.

Ik heb een fijne kindertijd en een warme thuis gehad, maar nooit een sociaal weefsel op de plek waar ik woonde. Dat vond ik niet erg. Want wat je niet kent, mis je niet. Mijn vriendinnetjes woonden in de stad of in andere deelgemeenten. In het dorp zelf kende ik vrijwel niemand.

Toen mijn man en ik naar Hamme verhuisden, deden we dat omwille van de locatie en omdat we verliefd geworden waren op een tuin waarin toevallig ook nog een huis stond – zoals mijn moeder dat indertijd niet onterecht uitdrukte. Ook hier kenden we niemand, maar dat maakte voor mij niets uit. Dat was ik gewend.

Ik was erg verrast en gecharmeerd om een paar jaar later gecontacteerd te worden met de vraag of ik als ‘Hamse auteur’ aanwezig wilde zijn op het Boekenweekend. Die allereerste editie moest ik om gezondheidsredenen passen, maar het jaar nadien was ik van de partij. Wat een fijn concept was dit! En wat een aardige mensen leerde ik er kennen.
Alles ademde de boodschap: jij hoort erbij, jij bent hier thuis. Dat was een nieuwe ervaring voor mij.

Toen ik het jaar daarop gevraagd werd om mee in de organisatie van het Boekenweekend Hamme te komen, leerde ik de ploeg gemotiveerde vrijwilligers achter het mooie concept kennen. De vergaderingen waren interessant, en ik vond het fijn om mijn steentje bij te dragen en dit evenement mee uit de grond te stampen. De après-vergaderingen waren steevast momenten van hartelijk samenzijn. Ook hier hoorde ik erbij. Ik hoorde verhalen over kinderen, ouders, achternonkels, vergeten anekdotes en hoe sommige mensen in dit dorp soms al sinds generaties aan elkaar gelinkt waren. Ik hoorde over de geschiedenis van het dorp dat nu het mijne was, en waar ik voorzichtig mijn wortels wat dieper stak.

Boekenweekend_077

De mensen die ik dankzij het Boekenweekend in mijn hart sloot, kruiste ik op straat, of ontmoette ik waar ze werkten: winkel, school, gemeentehuis, Cultuurcentrum. Stilaan werd Hamme niet alleen maar de plaats waar ik woonde, doorsneden trouwens door diezelfde provinciale hoofdweg als mijn vorige dorp, alleen met twee rijvakken minder, maar een dorp waar ik wél mensen kende, waar er steeds meer draadjes van mij naar anderen liepen en waar ik een plekje vond in een veel groter, verwelkomend web.

Het Boekenweekend is ondertussen aan zijn tiende editie toe – een jubileum. Het is in dat decennium uitgegroeid van een charmant, amateuristisch initiatief tot een semiprofessioneel evenement dat naam en faam heeft in het Vlaamse boekenlandschap. Dat is iets om zonder meer trots op te zijn, als Hammenaar.

Ik heb fijne herinneringen aan zowat elke editie. Ik heb zelf twee keer op het podium gezeten als auteur, en ik heb er bij de opening ooit de toespraak van mijn leven mogen houden. Maar ik ben het Boekenweekend vooral dankbaar omdat het voor mij de poort was naar thuiskomen in deze gemeente, bij mensen en een gemeenschap. Voor het eerst.

Wat je niet kent, mis je niet.
Maar ik weet nu: het is fijn om ‘sant in eigen land’ te zijn.

Een draad per keer

Waarom ik een Zielskring bijeen roep

Daarom noemen ze het dus een roeping, schreef ik een paar maanden geleden, toen ik voelde hoe de Ziel mij aan de mouw trok om haar werk te gaan doen, en zo mezelf ten dienste te stellen van iets wat groter was dan mijn eigen persoontje.

Nu lees ik precies dezelfde woorden in de latere hoofdstukken van Bill Plotkins Nature and the human soul. In de passages over de Leerling en de Ambachtsman schetst hij precies wat ik in die eerdere blog beschreef.

Ik zit ergens tussen die twee fasen in, geloof ik. Aan de ene kant ben ik nog altijd aan het ontdekken wat de Ziel precies van mij wil, en leer ik omgaan met diverse manieren om dat ‘in de wereld te brengen’. Van de andere kant zet ik mijn ambacht wel degelijk al in met een zekere vorm van meesterschap. Zo is mijn geschreven stem ondertussen wel genoeg gerijpt om daarvoor te dienen. De Zaailingen zijn maar het topje van de ijsberg van wat ik voel dat er mogelijk is, en dat vervult mij met een diepe vreugde.

Maar in de leer gaan doe je met stapjes en in laagjes, zoveel is duidelijk. En sommige puzzelstukjes werden in de loop van de laatste weken heel erg duidelijk naar voren geschoven.

Dit najaar word ik veertig, en ik ben voorbereidingen aan het treffen voor het weven van een web.

Web_050 ed
(c) KV

De Fransen kennen het spreekwoord la vie commence à quarante ans. Ik geloof dat dat klopt, op meer dan één manier. Zo heb je op die leeftijd genoeg ervaring om ontspannener in het leven te staan dan jongere mensen zich kunnen permitteren omdat ze nog zo hard bezig zijn met diploma’s halen, werk vinden en een thuis voor zichzelf (en hopelijk ook een paar geliefden) uit de grond stampen.
Maar belangrijker (voor mij, althans) is dat ik, sinds ik het plateau bereikte en voelde hoe mijn bestaan bewoond wilde worden op een andere manier, waarbij Ziel en Geest de richting van de reis aangeven, over mijn leven denk in termen van ‘ervoor’ en ‘erna’. Het voelt echt als een soort ‘En nu voor serieus!’, alsof al wat hiervoor kwam niets was dan voorbereiding – en in feite klopt dat ook.

Veertig is een symbolische leeftijd, en aangezien ik de laatste tijd door nogal wat symbolische evoluties ga, voelde het gepast om dat moment – bijna als een excuus – aan te grijpen om het kantelpunt te vieren dat ik heb bereikt.

Ik wil geen feestje bouwen in de dagelijkse zin van het woord. Dat zou neerkomen op veel te veel geluid en veel te veel gedoe en veel te veel aardige mensen in één ruimte om wat voor zinnig gesprek dan ook te hebben. In plaats daarvan wil ik de gebeurtenis markeren met iets van betekenis.

Ik wil een klein aantal voor mij zeer belangrijke personen om me heen verzamelen en een web weven.

Toen ik beschreef wat ik in gedachten had, kwam mijn zus Elin voor de dag met een naam die onmiddellijk juist voelde: een Soul Circle, een Zielskring.

De mensen die ik daarvoor uitgenodigd heb, zijn stuk voor stuk personen met wie ik een zielscontact heb, mensen die me in de loop van de jaren hebben zien groeien en daar niet zelden toe bijgedragen hebben, mensen in wiens gezelschap ik me mijn beste zelf voel, sterker en in staat tot méér.
Sommige van hen lopen al met me mee vanaf mijn geboorte. Anderen hebben pas recent hun opwachting gemaakt in mijn leven. Sommigen hebben me een paar van mijn grootste uitdagingen voorgeschoteld. Anderen hebben me geholpen om de scherven weer aaneen te lijmen toen het leven me een ferme tik bezorgde. Stuk voor stuk wil ik hen bedanken.

Dat is waar die kring om zou draaien, wist ik toen ik het idee vormgaf en uitnodigingen begon te versturen. Veel antwoorden kwamen snel en ze waren bijna allemaal positief. Het ziet er naar uit dat we met een twintigtal volwassenen en een handvol kinderen zullen zijn. Wauw. Ik voel me nu al gezegend.

Web_056 ed cut
(c) KV

Ik voelde er wel iets voor om kleine, gepersonaliseerde cadeautjes te schenken aan iedereen die plaats zou nemen in de kring, maar er ontbrak duidelijk nog iets. Je wil toch niet dat het alleen maar om de geschenkjes draait, zei Elin me. Zoek naar een setting die het spirituele element meer ruimte geeft. Ze had weer eens gelijk. Alleen had ik het gevoel door dichte mist te waden, en niet duidelijk te kunnen articuleren wat ik dan wel moest doen.

Ik contacteerde iemand die Elin intuïtief vernoemde om raad aan te vragen, een dame die er die dag ook zou bij zijn. En ik bleek maar twee kleine tips van haar nodig te hebben – een symbolisch wiel met de vier seizoenen/windrichtingen en de naam van een auteur van wie ze een boek aan het lezen was – om in het midden van mijn web terecht te komen.

Ik werk al jaren met de windrichten in ontelbare kaartleggingen. Ze staan symbool voor de vier hoofdaspecten van elk proces of probleem. Daarnaast ben ik grote fan van Bill Plotkins wiel van zielsgeörienteerde ontwikkeling, het veelgelaagde en subtiele schema van een mensenleven dat voor een stuk dezelfde symboliek aanwendt.

Ik begreep meteen dat ik hiermee zou moeten werken. Ik kon mezelf een cirkel zien aanleggen in het midden van onze woonruimte met vier uitgesproken segementen, voor de seizoenen en levensfasen. Ik kon de gasten in gedachten een plekje zien kiezen langs de rand. Prima, voorlopig.

Die schrijver, dan.
Zijn naam – Daan Van Kampenhout – doet heel waarschijnlijk geen belletje rinkelen. Ik had zelf ook nog nooit van hem gehoord. Hij blijkt een moderne sjamaan (thuisbasis Nederland), die in de leer was bij een traditionele Noord-Amerikaanse meester en het ambacht ondertussen al bijna dertig jaar beoefent. Ik bestelde een boek van hem over sjamanistische rituelen, las het op drie dagen uit en voelde me beter thuis dan ik in lange tijd had gedaan.

Niet elk facet van traditioneel sjamanisme is mijn ding, en ik voel ook geen behoefte om voluit in de beoefening ervan te duiken. Nog niet, in elk geval. Maar er zitten elementen in die mij niet alleen raken omdat ze juist aanvoelen, maar omdat ik ze herken. Ik pas ze in feite al toe, tot op zekere hoogte.

Dus ja, er zou duidelijk ook iets sjamanistisch in die Zielskring gaan zitten.

En terwijl dat alles me duidelijk werd, realiseerde ik me dat ik niet gewoon deel uit zou maken van de cirkel van aanwezigen, maar dat ik degene zou zijn die dat ritueel moest gaan leiden, vanuit het centrum ervan.
Dit was mijn verantwoordelijkheid, de taak die ik op mij genomen had door deze Kring bijeen te roepen. Was ik eerst teruggeschrokken voor al te veel zichtbaarheid, nu zag ik mezelf dat effectief doen.

Web_070 ed cut
(c) KV

Dit hele proces werd interessanter met elke week die verstreek.

En alsof de dingen nog niet snel genoeg evolueerden, kwam er de episode waarbij mijn tong me de schrik van mijn leven bezorgde.

Dit was de Ziel die me op de schouder tikte, zoveel was duidelijk. Ik begreep dat ik aangemaand werd om meer mijn mond open te doen. Dat was geen kleine uitdaging, en terwijl ik zag dat er verschillende facetten aan zaten, realiseerde ik me ook dat de Soul Circle de plaats zou zijn om een aantal ervan in de praktijk te brengen. Ik wist al dat ik het ritueel zou moeten gaan leiden. En ik wilde mensen bedanken om draden te zijn in mijn web. Nu begreep ik ook dat dat wilde zeggen dat ik mijn dankbaarheid jegens hen een voor een zou moeten uitspreken.

Van een uitdaging gesproken.

Dit web is verre van geweven. Ik heb nog twee maanden voor de Zielskring plaatsvindt. Zorgvuldig trek ik de ene na de andere centrale draad. Voorbereiding, besef ik, is cruciaal als je wil dat iets slaagt (of beter: als je het niet wil verknoeien door een gebrek aan logistieke planning). In dat opzicht verschilt een ritueel weinig van een feestje.

Maar behalve dat het mij laat nadenken over in welke hoek van de kamer ik de eettafel parkeer, welke kleuren en symbolen ik ga verbinden aan de seizoenen en welke geschenkjes ik aan wie ga geven, is dit hele proces mij natuurlijk ook weer aan het veranderen.

Deze Zielskring leert mij veel over mijzelf, over degenen die mij dierbaar zijn en over een stukje van iets groters waarin ik binnen geleid word – een draad per keer.

Web_074 ed cut
(c) KV

Deel van dezelfde stroom

Zaailing #13 & #14

 

IMG_6252 ed

Samen op locatie een Zaailing maken, dat was een idee dat dit voorjaar al groeide.
Toen ik Jurgen een foto van de waterval van Arifat stuurde, leek het hem wel een leuk idee om in Frankrijk samen de wandeling ernaartoe te maken.
Dus namen we onze twee gezinnen niet lang na onze geslaagde middag van wijn-en-vriendschap-alchemie mee op sleeptouw voor een tochtje langs de rivier, in het groenige licht dat wolkendek en bladerdak samen leggen onder de bomen.
We bouwden dammen, en we stroomden mee met het water. Nu en dan gingen we zitten om te schetsen en te schrijven.

Dit is het resultaat.

 

Zaailing #13     Vrije val

voor Aurore
arifat1
(c) Jurgen Walschot

 

harten in vrije val
zijn plots gewichtloos
niets om de veelheid van vallende
waterdruppels te verbinden
behalve de zekerheid
dat ze behoren tot dezelfde stroom

 

 

 

Zaailing #14     Als vanouds

 

arifat2_2
(c) Jurgen Walschot

 

De pen is je bondgenoot in een poging om vast te houden wat niet tegengehouden wil worden. Het glipt ongrijpbaar van je weg, al leg je de lijnen nog zo liefkozend neer op het papier.
Word je zwijgend deel van de rots waarop je zit, en wordt het landschap op je blad een deel van jou?

Terwijl het vlak onder je handen zich vult, stroom jij langzaam leeg.

Het maakt niet uit hoe vaak je verdwijnt. Ooit komen we, als vanouds, hier weer terug.

 

 


 

20170712_134033 ed klein

ZAAILINGEN is een samenwerking met tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Samen op weg

Er is iets uitzonderlijks aan deze huwelijksreis-die-er-geen-is. Of zo voelt deze Italiëtrip van ons althans voor mij. Misschien heeft elke goede reis die je onderneemt met een open geest en goesting in avontuur wel deze bijzondere, lichtjes bedwelmende smaak – ik zou het niet weten.

Ik weet alleen dat geen twee dagen dezelfde waren, en elke dag bracht zowel onverwachte schoonheid als teleurstelling. Soms waren de extremen adembenemend, dan vloeide het ene weer gracieus over in het andere.

Italië 5_173
(c) KV – Avondzon in Labro

We hadden lange, vermoeiende ritten en luie namiddagen. We zwommen in luxezwembaden en verdronken in ons eigen zweet. We keken ademloos naar de prachtigste uitzichten en vluchtten uit de lelijkste buitenwijken. We hebben meer vlees op ons bord gekregen dan we doorgaans eten op een maand, maar we aten ook heerlijk, huisbereid, biologisch én vegetarisch.

We sliepen op een bergtop waar de stilte overweldigend was, en in een luidruchtig dorp waar de kerkklok elk kwartier van de dag en de nacht sloeg. We dineerden als koningen, en lunchten op een plek waar het eten verdachte gelijkenissen vertoonde met de plastic tafelversiering.

We nipten van heerlijke, belachelijk goedkope likeur en zochten vergeefs naar betaalbare diesel.

Eén gastvrouw had een griezelige voorliefde voor oranje (muren, bedsprei, elk ornament in elke kamer, tot de keuken toe!), anderen leefde in een authentiek, gerestaureerd middeleeuws dorp.

We hadden nachten dat ventilators en open ramen de hitte niet konden temperen, en nachten dat we tegen elkaar aan kropen omwille van de kou.

We gingen naar de toppen van de bergen en de diepten van grotten. We zagen antieke ruïnes die beter bewaard waren dan moderne aardbevingsgebieden.

We lunchten met een ijsje in een duur ski-resort, en picknickten met vers brood, groenten, kaas van de streek en een fles wijn op het overwoekerde terras naast onze slaapkamer.

We vonden een snoezig dood vleermuisje in de tuin en een zeer levende schorpioen in onze wasbak.

Italië 4_041
(c) KV – Ruïnes van Alba Fucens

Voor Christophe en mij als koppel was het ook een ervaring.

We verdeelden de urenlange autoritten en maakten samen de onvermijdelijke keuzes die je onderweg moet maken. We waren het eens over logement en kibbelden over routes en het gebruik van wegenkaarten. We maakten flauwe grappen en hadden diepe, intieme en kwetsbare gesprekken. We werden boos over misverstanden en waren heel gelukkig om samen te zijn.

We hebben nog drie dagen te gaan en trekken vanaf morgen noordwaarts, met stops in Ravenna, Oostenrijk en Duitsland. Mentaal bereiden we ons voor op het einde van deze fantastische trip.

Maar die andere reis van ons is nog niet bepaald ten einde. We hebben weer eens vastgesteld dat we, zowel op de weg als in het leven, fantastische reisgezellen zijn.

Ik kijk uit naar nog veel langer samen op weg.

Italië 1_017
(c) KV

De ruimte liefkozen die ons scheidt

(c) KV

Mensen zijn misschien wel de eenzaamste wezens op de planeet.

Opgesloten in ons eigen perspectief kijken we naar de wereld vanuit onze kooi van mentale misverstanden, met tralies die ons telkens weer het zicht belemmeren, al is het maar een beetje.

Hoe reik je naar iemand door die smalle repen ruimte om hem aan te raken — écht aan te raken?

Hoe verbind je en verenig je, dwars door de kwetsbaarheid, de obstakelrace van struikelende goede bedoelingen, heen?

Misschien als we de ruimte liefkozen die ons van elkaar scheidt dat onze zielen elkaar vinden, en hun lied weerklinkt in resonerende stemmen.

(c) KV

 

De draad die ons verbindt

Mijn zusje Elin stapt over anderhalve week in het huwelijksbootje. Man van haar keuze en haar leven is een (waai)boom van een Franse vent met een grote mond en een peperkoeken hartje, die door elektronenmicroscopen tuurt en aan elke mogelijke rots hangt, met of zonder klimtouw.

K&C Klimmen_0111

Nico heeft avondeten in de late uurtjes, kaas als dessert en drietaligheid de standaard gemaakt bij ons aan tafel. We spreken behalve Frans namelijk ook vaak Engels onder elkaar, een taal die mijn zus verkiest en die hij uitstekend beheerst – alleen aan het inspector Clouseau-accent is nog wat werk…

Nico heeft zelfs mij – Miss Onsportief – en mijn echtgenoot Mister Hoogtevrees al in een klimharnas gekregen en naar de top van een rots geholpen (lees: gehesen, in mijn geval toch).

Hij ziet mijn zusje graag en wil alles voor haar doen, zelfs al trapt hij op haar tenen en kneust hij een paar van haar ribben bij het inoefenen van een openingsdans – ik zeg maar wat – of begint hij met plezier de auto te wassen in zijn zwembroek een kwartier voor iedereen opgekleed in diezelfde auto moet zitten om naar een chique restaurant te rijden.

Het huwelijksaanzoek gebeurde op de top van de Vesuvius (zegt dat iets over zijn temperament?) met een… cactus.

Een handleiding, hoor ik u denken. Toch wel, ja. Maar bij die handleiding horen ook bakken liefde en goede wil, en een zusje dat zielsgelukkig is.

Een paar dagen geleden hielden we haar vrijgezellenweekend. Een enterrement de vie de jeune fille, zoals dat zo subtiel heet in het Frans.

Het was een hartelijk en ongedwongen verblijf onder vrienden, waarvan sommigen elkaar nog niet eerder hadden ontmoet, met lekker eten, gezelschapsspelletjes, een fijne wandeling en een paar diep doorvoelde rituele momenten.

Er werden wensen uitgesproken, herinneringen gedeeld, eindeloze knuffels gegeven. Het verleden werd afgesloten en uitgewuifd, er werden kaarsen aangestoken en vriendschapsbanden gesmeed.

Als afsluiter op zondagmorgen droeg de hele kring van aanwezigen mijn zusje op nauwelijks meer dan hun handpalmen, om haar zo in liefde en verbondenheid naar de volgende fase van haar leven te tillen. Het was zo mooi als het klinkt terwijl ik het schrijf.

Brisy_217

Toen we nadien spontaan in een kring zaten, met de handen in elkaar geslagen, riep mijn zus haar ‘stam’ bijeen: iedereen die was uitgenodigd maar er niet bij had kunnen zijn dat weekend. En iedereen die, van veraf of dichtbij, van haar hield.

Ze kwamen in drommen. De kamer vulde zich met hun aanwezigheid. Ze waren van alle tijden en van alle plaatsen en er waren er veel van wie geen naam of gezicht te onderscheiden viel. En haar stam, merkte ik, was ook een beetje die van mij. Ik voelde mijn man in de buurt, een hartsvriend, mijn zoon die in gedachten om de hals van ‘tante Elin’ vloog. Er kwamen tranen toen mijn zus zei dat ze haar grootouders in de kamer voelde, de mensen bij wie wij zijn opgegroeid.

Er is een draad die ons verbindt – haar en mij, onze vrienden en familie, iedereen in de kamer én daarbuiten.  Hij loopt als een navelstreng tot het begin van de wereld, en hij draagt het gezicht van de mensheid.

Als de twee geliefden elkaar binnenkort hun ja-woord geven, zullen mijn zus en haar man ongetwijfeld overladen worden met geschenken van iedereen die uit heel Europa én daarbuiten voor de plechtigheid naar Gent is afgezakt.

Maar het meest bijzondere cadeau heeft zij ons gegeven.

Brisy_211.JPG

Grote zus

Een overlijdensbericht bij de post. Ik denk aan de lieve kennis van wie ik weet dat ze zwaar ziek is.
Ik plooi de brief open, een zielloos, koud ontwerp. Ik zie een Engelse naam en mijn eerste vrees is: familie van mijn man uit de VS. AFS-ouders zo oud als onze eigen ouders, en dus nog te jong om nu al te verliezen.

Het blijft een paar seconden troebel, omdat de woorden niet accorderen met wat ik kan begrijpen of accepteren. Maar de betekenis dringt uiteindelijk toch tot mij door.

Het is niet de lieve kennis. Het is geen familie uit Amerika.
Ik lees mijn eigen naam.

Soms verlies je mensen uit het oog. Eerst zijn ze een tijd erg belangrijk in je leven, maar op zeker moment drijven ze stilletjes bij je vandaan. Je verstaat elkaar niet meer zo goed als vroeger. Je laat elkaar los. Je vraagt je nu en dan af hoe het met de ander gaat, maar je contacteert haar dan toch maar niet. De laatste ontmoeting was immers niet zo’n succes.

Wat een rotte manier om nu toch afscheid te moeten nemen.
Haar familie heeft mijn adres gevonden. Of heeft zij het hen bezorgd?

My dear… why didn’t you reach out?

david-newbatt
David Newbatt – Bathing in the pool. Kocht ik deze kaart voor jou? Kreeg ik ze van jou? Ze is het eerste waar ik aan denk .

Soms herken je iemand, en omarm je een vreemde als een verwant, omdat het op een of andere manier gewoon zo is.

Sherry.
Je kruiste mijn pad tijdens een opleiding die ik volgde op een heel diep en fragiel moment in mijn leven. Je ademde wijsheid. Je was een cancer survivor, puur op je eigen kracht en met een batterij aan research en alternatieve middelen, tegen alle adviezen van artsen in. Je was een sterke vrouw met een scherpe geest en een heerlijk Brits gevoel voor humor.

Sherry, wij kwamen thuis bij elkaar. Niet zo gek, want we deelden veel. Verstand, gevoeligheid, een liefde voor energiewerk, een liefde voor dagboeken en voor graven in onszelf en onze evolutie. Kwetsbaar en oersterk tegelijk. Onze paden liepen een hele tijd parallel. Bovendien hadden we – lichtjes ongelooflijk – dezelfde voornaam, én dezelfde geboortedatum. Mijn oudere tweelingzus leek je wel. We stuurden elkaar jaren wederzijdse verjaardagskaartjes. Onze dag.

Mijn naam was jouw échte voornaam. De naam waarmee iedereen je nu aansprak, legde je uit, was er gekomen omdat je Zweedse moeder in je kindertijd hertrouwde met een Brit en je toen ongevraagd met zich meenam om daar te gaan leven. Tsjisjtin (zoals onze naam in het Zweeds eigenlijk wordt uitgesproken) zou geen Engelsman over de lippen krijgen en vroeg dus om een verengelsing. Naturally.

We gingen door een heleboel interessante kronkels in onze persoonlijke ontwikkeling, en gebruikten elkaar voor een stuk als herkenningspunt. Je was bijna dertig jaar ouder dan ik, maar dat leek niet te deren.
Jij was mijn wijze klankbord, degene die me de juiste kritische vragen stelde op het juiste moment. Je geest was zo scherp, ik kon weinig of niets voor je verbergen.
Die geest was ook je vloek. Je kruisigde jezelf ermee. Je worstelde, harder en bewuster dan ik ooit enig mens heb zien worstelen, om in je emoties te kunnen afdalen, de gevoelens die daar om uitdrukking smeekten gewoon te kunnen laten zijn, je eraan over te geven zonder de angst om erdoor te worden vernietigd. Je werkte hard om tot dat punt te komen. Elke stap van dat proces leek zo zwaar voor jou. Er was zoveel weerstand te slopen.

Tegelijk kon ik zien, steeds duidelijker met het verglijden van de jaren, dat jij bleef worstelen met dezelfde oude demonen. Ik betrapte mezelf op de gedachte dat ik naar je opgekeken had, en dat ik nu op gelijke hoogte gekomen was maar jij blijkbaar niet meer evolueerde. Zo voelde jij het niet. Je had het gevoel dat je juist een aantal waardevolle inzichten aan het formuleren was, en je wilde er voor het eerst in je leven mee naar buiten komen – een heel gewaagde stap voor jou; ik herinner me dat het ooit maanden van deliberatie vroeg of je al dan niet een LinkedIn-profiel zou durven aanmaken…

Misschien heb ik je evolutie toen niet genoeg gewaardeerd. Indertijd – onze laatste e-mails dateren van 2013 – dacht ik alleen maar: Jesus, Sherry, after all this time, are you still trying to get over that part of your childhood? Een aantal van de dingen die je me presenteerde om na te lezen klonken voor mij zó evident. Ik kon me niet voorstellen dat iemand als jij, die ik altijd op een hoger niveau dan mezelf had gezien, nog altijd bezig zou zijn om dingen te ontrafelen die ik ondertussen al jaren achter me had gelaten.

Ik zal nooit weten of ik het bij het rechte eind had, of dat jij gewoon een heel fundamenteel aspect van ons mens-zijn – de conceptie van de ziel, de relatie van kinderen met hun ouders en de manier waarop hen dat vormt en in zekere zin bepaalt voor de rest van hun leven – wilde uitdiepen tot op een niveau waar het voor mij zijn relevantie verloor, omdat mijn weg nu eenmaal gewoon een andere was dan de jouwe.

Hoe het ook zij, de conversatie verstomde. De voorgestelde nieuwe afspraak kwam er niet. En de stilte trad in. Drie jaar. In diepe vriendschappen niet eens zó veel. Maar genoeg om blijkbaar opnieuw ziek te worden, af te takelen, en in stilte te sterven.

Vorige week nog vroeg ik me af of ik toch niet nog eens contact moest opnemen, kijken hoe het met je ging. Het is te lang geleden, dacht ik. Het moet ongeveer het moment geweest zijn dat jouw familie mijn adres vond in je archieven en besloot mij een bericht van je overlijden te sturen.

Je laatste verblijfplaats was een palliatief centrum, leer ik als ik de naam opzoek van de instelling die bedankt wordt in je overlijdensbericht. Is de kanker uiteindelijk toch teruggekomen? Heeft iets anders het leven uit je weggevreten?

Ik kan me alleen maar afvragen: waarom heb je me niets laten weten? Ik zou gekomen zijn. Ik zou mijn tweelingzus begeleid hebben tot waar ze moest gaan.

K's Choice_103.JPG

Sherry, ik kom je overal tegen hier in huis. De amethyst die je me gaf, straalt op het kastje op de overloop. De hopeloos onpraktische toiletrolhouder in de vorm van een engel (geen rol die daarin past, tenzij hij al half opgebruikt is) houden we koppig in dienst.

Ik weet niet eens of ik een foto van je heb. Misschien sta je ergens, in een lade vol analoge prints, op de achtergrond. Een huwelijk, een feestje? Ik zal je gezicht waarschijnlijk tegenkomen op een moment dat ik het het minst verwacht. Of misschien ook niet. Maar ik heb geen foto nodig, ik herinner me nog perfect hoe je eruit zag. Je magere, bijna uitgeteerde lijf, de pezige holte aan je keel, het blauw van je ogen en het blond van je haren. Ik herinner me je stem, hoog en een beetje gebroken. Ik herinner me de twinkeling in je ogen toen je binnenviel op de house warming van het huis in Aalst dat Christophe en ik als eerste stap in ons leven samen hadden gehuurd, en hoe je daar iedereen charmeerde, je grote rieten mand naast je stoel zette, je wollen mantel die dienst deed als jas opzij sloeg en om een glas water vroeg. Je geraakte aan de praat met deze en gene, en ik holde van hier naar daar in de drukte. Na een half uur herinnerde je me luid en duidelijk ten aanzien van de hele kamer aan wat ik je bij het binnenkomen al beloofde: ‘Kirstin, could I please have my drink?’
Hilariteit.

Dat is hoe ik me jou zal herinneren.

Farewell, big sister.
Till we meet again.

Het is genoeg

We koesteren een diepe misvatting over licht en duister.

10155495_10206238524829427_8418597656286969234_n

We mogen niet toegeven aan de angst, wordt er gezegd.
Dat klopt.
We moeten niet zo overdadig staan zwaaien met woorden als ‘samenhorigheid’, ‘verbondenheid’ en ‘liefde’, wordt er gezegd.
Dat klopt een beetje wel en ook weer heel veel niet.

Waar het om gaat, is dat angst gevoeld en benoemd moet kunnen worden. Hij is er, en hij heeft een naam en een gezicht nodig. We moeten hem herkennen en erkennen. Erkenning is belangrijk. Maar eens erkend mogen we hem niet achter het stuur laten. Hij is een slechte raadsman en een barslechte chauffeur. Met angst aan het stuur rijden we recht ons ongeluk in.

Woorden als ‘samenhorigheid’, ‘verbondenheid’ en ‘liefde’ zijn hol als we ze gebruiken als slogans om te doen alsof we niet bang zijn. Daarin hebben de critici dus wel een beetje gelijk. Bovendien maakt doen alsof de dingen vaak juist erger.

 

Maar daden van echte verbondenheid, van contact met de ander over al ons anders-zijn heen, zijn het enige wat we kunnen doen om werkelijk iets te veranderen. Noem dat maar liefde, hoe klef dat ook klinkt.

Hand in hand staan met de Turkse mama op het schoolplein tijdens de minuut stilte en oprecht naar elkaar lachen, bijvoorbeeld. Weten dat de dingen die ons scheiden zoiets belachelijk oppervlakkigs zijn als taal, eetgewoonten en een aantal sociale ideeën. Er is zoveel meer wat ons verbindt. Onze liefde voor onze kinderen. Onze hoop en onze angst. Ons verlangen om in vrede te leven. Ons mens-zijn.

Zo eenvoudig kan het zijn. Dan groeien hoop en verbondenheid als een realiteit tussen mensen. Als een licht.

 

Wij mensen koesteren een diepe misvatting over licht en duister. We denken dat het licht het duister moet overwinnen zodat het voor altijd verdwijnt, en dat alles dan voorgoed opgelost is. Dat is een sprookje, een hemelse fantasie.
In het dagelijks leven van mensen bestaat de overwinning van het licht er helemaal niet in dat het er ooit in slaagt het duister te verslaan. Dat is een illusie. Het duister zal er altijd zijn.

De overwinning van het licht bestaat erin dat het op een gegeven moment in staat is om er te zijn.
Er hoeven geen gevechten gevoerd te worden. Er zijn is genoeg. Want waar licht is, kan het niet donker blijven.

Een uur. Een minuut. Een oogopslag.
Het is genoeg.