ZAAILING #70 – Hoe ver we gekomen zijn

(c) Jurgen Walschot



Een pad laat zich maar één stap per keer lopen. En met elke pas verschuift alles subtiel van perspectief.

Bomen die als wachtposten toekijken hoe wij langslopen, wijken geleidelijk terug uit ons blikveld. Contouren die we niet vermoedden, komen steeds scherper in beeld. De diepte waar we doorheen wandelen wordt rijker, het woud zelf een omhelzing.

De nevel die zich tussen de stammen weeft, kleeft aan onze jassen en onze haren. Het dikke bed van bladeren dempt onze passen op de weg omhoog. Dit is terrein waar maar weinigen zich wagen, maar wij zijn er thuis.

Je wijst mij op de vlammende contrasten, op de penseellijnen die stromen tussen bodem en kruin. Ik vlecht ze tussen mijn taal en ga steeds helderder zien.
Een lied ontsnapt aan mijn lippen. Het leert jou de woorden voor wat zich pas blootgeeft als je dicht genoeg genaderd bent. Je ogen worden zachter.

Hoe langer we lopen, hoe minder houvast we nodig hebben.
Hoeveel stappen hebben we al gezet sinds deze tocht begon?

Misschien slaan we bovenaan de heuvel even kamp op. Voor een adempauze, een knik, een enkel zacht woord.
Als we het willen, kunnen we dan achterom kijken – en vaststellen hoe onwaarschijnlijk ver we samen al gekomen zijn.






ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Een bronervaring

FILE1187 ed klein
(c) KV

“I remember one morning getting up at dawn. There was such a sense of possibility. You know, that feeling. And I… I remember thinking to myself: So this is the beginning of happiness, this is where it starts. And of course there will always be more… never occurred to me it wasn’t the beginning. It was happiness. It was the moment, right then.”

Aan het woord is Clarissa Dalloway, in Michael Cunninghams boek The hours (De uren). Het boek maakte een grote indruk op mij toen ik het las, de fraaie verfilming een paar jaar later deed wat mij betreft het werk eer aan. En bij deze bewuste passage, toen ik ze uitgesproken zag door Meryl Streep, dacht ik: die fout ga ik niet maken.

Geluk is een moment, kortstondig, sprankelend en diep. We hebben vaak meer van die momenten dan we beseffen. Het enige wat we moeten doen, is er ons bewust van zijn. Dan kun je het ogenblik opzuigen als nectar, je erin onderdompelen als zonlicht, jezelf er helemaal mee verbinden. Te vaak jagen we geluk na dat er nooit zal zijn, omdat we het ons voorstellen als een droom die nooit ophoudt, een eeuwige zaligheid.
Maar zo werkt het helemaal niet. Sinds ik dat begreep, heb ik geprobeerd om op elk moment van oprecht geluk te herkennen wat ik beleefde, en er dankbaar voor te zijn.

FILE1209 ed klein
(c) KV

Natuurlijk ken ik uitdagingen, en slechte dagen. Maar ik zie mijn leven toch vooral als een aaneenschakeling van kleine geluksmomenten, oplichtende stippen op een soms somber pad, die mij de weg wijzen, en die mij, als ik terugkijk, heel duidelijk tonen waar ik vandaan kom en welke weg ik heb gevolgd om hier te geraken. En elke nieuwe oplichtende stip herken ik als een moment van diep geluk.

Zonlicht dat door bladerdek breekt.
Hartelijk lachen met mijn man, om een grapje dat alleen wij twee begrijpen.
Een Zaailing schrijven waarbij alles moeiteloos op zijn plaats valt.
Een kop koffie met een dierbare vriendin.
De zonsopgang op de trein naar Brussel.

Geluksmomenten. Bronervaringen.

Dat tweede concept, de bronervaring, is bijzonder. Het woord komt uit de psychodynamica, en het betekent zoveel als: een ervaring die zo weldadig en voedend is en zo diep aansluit bij je diepste wezen dat je er voor altijd uit kunt blijven putten. Je eigen persoonlijke oplaadbatterijtje, je meest oprechte geluksmoment en een bron van diepe, authentieke kracht.

Geluksmomenten zijn redelijk frequent, als je ze leert herkennen. Echte bronervaringen zijn zeldzaam.

FILE1223 ed klein
(c) KV

Ik beschouw mezelf als bijzonder bevoorrecht dat ik in mijn leven een paar zulke bronervaringen kan benoemen. Ik aarzel om ze hier te beschrijven, ze zijn té persoonlijk, en ik kan ze met woorden eigenlijk geen recht aandoen. Ze zouden dan alleen maar gaan klinken als zweverige prietpraat, of als mooie toevalstreffers waarvan de diepere betekenis niet zomaar te vatten is. Wel is het zo, dat ze mij diep voeden. En dat ik, net als bij de geluksmomenten die ik pluk wanneer ze zich voordoen, of dat nu op mijn pendeltrein is of aan mijn keukentafel, besef wat ik meemaak op het moment dat het gebeurt.

Eén poging waag ik hier toch.
Hoe mijn zoon zich op mijn schoot nestelt – na het eten, bij het voorlezen, tijdens een mooie film. Niet dát hij zich, negen jaar oud, nog altijd op mijn schoot nestelt, maar hóe.
Opgekruld, als een klein beestje, als een bolletje kind dat volledig in mijn lichaam of mijn energieveld wil opgaan. Hij komt helemaal in mijn persoonlijke ruimte zitten en versmelt ermee. Ik ben eventjes, met lijf en ledematen en emoties en energetische ruimte, het bad waarin hij zich komt onderdompelen, zoals hij ooit negen maanden lang heel diep in mij was ondergedompeld.

Misschien hebben we op dat moment een gesprek. Misschien maken we een grapje. Misschien leg ik hem uit waarom iets wat hij deed niet zo fijn was, of waarom ik kwaad werd en me wil verontschuldigen. Wat er aan de oppervlakte gebeurt, maakt niet zoveel uit. Maar wat er daaronder stroomt, is van een kracht die mij nog altijd verrast.

Ik houd hem niet krampachtig vast. Ik doe geen enkele poging om hem bij me te houden, langer dan goed voelt voor een van ons beiden. Ik voel alleen een diepe rust en immense liefde, en ik weet: ik ben op dit moment de fysieke plek op aarde waarbinnen hij zich veilig voelt en gekoesterd weet. Ik ben zijn bronervaring. En precies daarom is hij ook de mijne, want zo’n innige verbondenheid, voorbij woorden of rationeel verstand, kruipt dieper dan wat dan ook.

FILE1224 ed klein
(c) KV

 

Ik hou van Clarissa Dalloway omdat ze zo’n mooi en tragisch literair personage is. Maar ik ben haar niet, ik zal haar nooit zijn. Ik zal niet terugkijken op mijn leven en denken: dat, daar, toen, was geluk – alleen zag ik het niet.

Met open armen en wijdopen hart omarm ik elk geluksmoment dat zich aandient op mijn pad. En ik ken mijn bronnen. Ik bemin ze en laaf mij eraan, en ik weet mij gezegend.

Het enige wat ik kan doen om hen te bedanken zoals ze verdienen, is de kracht en de schoonheid die ik dankzij hen ervaar naar buiten te brengen en in de wereld te zetten. En op een onverwacht moment iemand anders’ bron te zijn, misschien.

ZAAILING #42 – Een beeld dat bewaart

IMG_3727 klein

Wanneer onze lijnen kruisen, verandert een van ons beiden dan van koers?
Of blijven we gaan, rechttoe rechtaan naar de horizon, of naar iets wat die op zijn minst lijkt te beloven?

Het ontwaken is bruusk: wie verder gaat dan het vertrouwde, valt over de rand. Zekerheden lopen dood, elke kaart heeft randen.

Wie buiten beeld stapt, wacht de afgrond. Een raamwerk is immers bedoeld om binnen te houden wat het kent. De muren zijn solide, de steunberen torsen de geschiedenis van ons verhaal. Binnen het referentiekader ligt dat wat we kennen, en zo weten we ons veilig. Ontsnappen is verdwijnen uit het beeld.

Maar wie de uiterwaarden niet durft opzoeken, kan zich wel naar binnen wenden.
Zeg me op welke hoek we elkaar treffen, welk punt van het kruis het onze wordt. Ik kan je niet beloven dat ik van koers verander, maar dat ben jij, rechtlijnig als je bent, evenmin van plan.

Wel kunnen we een paar kringen draaien daar, op het snijvlak van wegen en werelden, en een extra laag leggen die alleen wij kennen: een weerspiegeling, een herinnering, een beeld dat bewaart, buiten de wetten van de zwaartekracht, wie wij daar heel even samen waren.

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

En nu?

Zweden_470 klein
Het meer (c) KV

‘Hoe was het in Zweden?’
De vraag is mij al meer dan eens gesteld sinds ik terug ben van de auteursresidentie in Björköby.

Behalve het feit dat je daar niet op kunt antwoorden zonder ofwel 1) in clichés te vervallen, dan wel 2) de sprookjeszeepbel te doorprikken – en geen van beide is wat je wil – is de vraag die mij zelf harder bezig houdt: en nu?

Kom je veranderd terug van twee weken verblijf in het buitenland?

In het dagelijks leven draait een mens zijn hand niet om voor twee weken. Want hoe lang duurt dat nu eigenlijk? De kleine moet naar de tandarts, er is een oudercontact, een vergadering, een boel gedoe op het werk, en goddank wordt het weekend, zodat we kunnen afspreken met vrienden of familie, een concert of een fietstocht kunnen meepikken of languit in de zetel mogen hangen nadat de boodschappen gedaan zijn. Maal twee.
Zó voorbij.

Maar het punt is: het draait er niet om hoe lang iets precies duurt. Het gaat om de intentie waarmee je vertrokken bent, de intensiteit van de ervaring ter plaatse, en de ruimte die je geeft aan alle indrukken om zich achteraf een weg te zoeken naar je binnenste. Als alchemische reacties gaan ze daar hun werk doen, en wat ze teweeg brengen, kan zo diep gaan dat het je ten gronde verandert. Hoe dan ook draag je ze voor de rest van je leven mee.

Zweden_833 klein
Het meer (c) KV

Wat ik probeer vast te houden en (op een onvermijdelijk andere manier) vorm wil geven in mijn leven hier, is de diepe rust die ik in Zweden ervaren heb. Die had natuurlijk voor een stuk te maken met het feit dat we ons even helemaal niets van het dagelijks leven hoefden aan te trekken. Koken deden Jurgen en ik allebei wel graag, en twee mini-wasjes op anderhalve week zijn geen klus. Zelfs de boodschappen werden voor ons gedaan. Als we de deur niet uit wilden, hoefde dat niet – tenzij voor een wandeling of een toertje fietsen, en ja, dat wilden we dus wel.

Die rust is diep gekropen. Als ik herlees wat ik daar geschreven heb, dan denk ik: dat is krachtige tekst. Maar nog krachtiger is mijn gevoel van de diepe vorm van Zijn, in creatie en samen-zijn, in laten stromen en leven van moment naar moment.

Zweden_823 (2) ed
De mooiste boom – uitzicht (c) KV

En voor wie alleen de taal van materiële en fysieke verschijnselen verstaat… een mooie anekdote ter illustratie.

Al jaren heb ik in vlagen last van de spieren in mijn onderrug. Een cadeautje van de bekkeninstabiliteit rond de geboorte van mijn zoon, die als ze de kans krijgt vrolijk samenwerkt met opgehoopte spanningen die zich van mijn nek en schouders een weg naar beneden werken. De laatste maanden waren niet zo eenvoudig op dat vlak. Positieve adrenaline-rush en negatieve spanningen versterkten elkaar. Ik ben vertrokken naar Zweden met een constante, zeurende pijn in mijn onderrug, en met nachten die rond vijf uur ’s morgens gegarandeerd onderbroken werden omdat me omdraaien in bed niet lukte zonder scheuten, steken en andere pijnlijke alarmsignalen. Gebrek aan doorbloeding, zei de kinesiste en manueel therapeute, die liefdevol maar grondig die pijnlijke spierknopen te lijf ging. Warm houden was de boodschap (hallo, Zweeds kersenpittenkussen!) en veel bewegen.

Op de korte toertjes in de buitenlucht na (wandelingetje naar het meer, appels plukken in de tuin, vogels spotten op een veld), zat ik in Björköby hele dagen in kleermakerszit gebogen over mijn laptop. Niet meteen de droomremedie voor rugproblemen, toch? Maar de laatste dagen in Zweden sliep ik door zonder problemen. En toen ik terugkwam, stond de kinesiste versteld van hoe soepel en ontspannen al die spieren waren die nauwelijks twee weken eerder nog opgespannen stonden als pijnlijke staalkabels.
Geest en lichaam werken samen, we zouden idioten zijn om dat te ontkennen. Dus als ik luister naar mijn lijf, dan leer ik dat op een diepe manier verbonden zijn met iets waar ik van hou, en werken aan iets op een tempo dat rekening houdt met mijn innerlijke noden en natuurlijke ritmes niets minder is dan weldadig.

Zweden_474 klein
Het meer (c) KV

Zal de samenleving zich nu opeens gaan plooien naar wat ik wil? Natuurlijk niet. Net zo min als mijn gezin stopt mijn aandacht nodig te hebben, op alle handige (en vooral onhandige) momenten, of dat er plots geen brood op de plank zou moeten komen, of geen afspraken meer zouden zijn om na te komen.
Dat trek ik me niet aan. Want wat je gevonden en herkend hebt, dat kun je meedragen. Daar kun je, beetje bij beetje, in je dagelijks leven ruimte voor maken.

Ik breng een diepe resonantie mee uit Zweden. Een broer-en-zus-gevoel met iemand met wie ik mij op een heel bijzondere manier verbonden voel. Maar ook een andere, heel eigen resonantie. Ze voelt een beetje als de deining van golven op het meer, als de wolken op de grillige wind, als de dikke lagen mos tussen de stammen van de naaldbomen in de bossen. Ze fluistert over diep wortelen, langzaam zinken en precies daardoor allerlei waardevolle dingen bovenhalen, eerst nog woordeloos misschien, maar al snel niet meer.

De wereld verandert elke keer als wij hem toestaan ons te veranderen.
Ik ben maar wat graag gewillig deeg in die grote, knedende handen.

Zweden_821 ed klein
De mooiste boom – wortels (c) KV

ZAAILING #41 – In gesprek

Zaailing uit Zweden

Geschreven en getekend op locatie, geïnspireerd door het landschap van de residentie in Björköby en het boek waar we momenteel aan werken

 

De kruinen langs de waterkant ruisen zoals ze wiegen. Met lange, lome uithalen zijn ze in gesprek met zichzelf en met elkaar. Als het bos zich iets wil herinneren, hoeft het alleen maar te wachten tot de wind van over het meer naar hem toe waait en zich mengt in het gesprek.

Zweden 1 klein
(c) Jurgen Walschot

Hier is het makkelijk om je voor te stellen dat het meer op een goede dag vanzelf uit de diepte naar boven borrelde, dat de dieren kwamen aangelopen om toe te kijken hoe het zich vulde, dat de oevers vol bomen zich erom heen schaarden om dichter in de buurt te zijn van iets wat zichzelf zo moeiteloos diep kon maken.

Wij zitten zwijgend op de oever. We raken elkaar niet aan, we zeggen niets. Maar net als de golven en de boomkruinen zijn wij in gesprek. Klanken op papier, lijnen in de lucht, betekenissen die landen tussen de mossen op de bodem en daar wortel schieten.

Want onder de oppervlakte zijn alle dingen verbonden, en elke reis houdt de belofte in van thuiskomen.

 

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Vriendschap is geen zwaktebod

Björköby residentie – Blog #5

 

IMG_3369 (2) klein
(c) KV

Wat is het dat twee mensen samenbrengt en een vonk laat overslaan? Over die vraag zijn hele boeken vol geschreven. Vaak komen de personages van heel andere kanten, en onverwacht komt er tussen hen iets bloot te liggen wat hen allebei verrast, iets verfrissends en vertrouwds tegelijk, iets wat smaakt naar meer. Maar er zijn ook verschillen, en onvermijdelijk ontstaat er conflict (en dat hoort ook zo, want een goed verhaal is niets zonder conflict). Op het einde van het boek is de band tussen de twee figuren ofwel sterker, ofwel kapot.

Ligt het aan mij, dat ik daarbij bijna automatisch denk aan een liefdesverhaal? Ja, dat ligt vast aan mij. (Al maakt zowat elk liefdesverhaal in de literaire geschiedenis natuurlijk ook wel gebruik van bovenstaand scenario.) Minder vooraan in mijn gedachten zaten lange tijd de boeken over vriendschap. Maar alles wat in de eerste alinea beschreven staat, geldt net zo goed daarvoor.

De westerse literatuur zet al eeuwen een felle spot op de romantische liefde, in de gelukkige dan wel noodlottige variant, en ik beken dat ik vriendschap in verhalen lange tijd weinig meer vond dan een zwakke afspiegeling van de betere liefdesgeschiedenissen, een soort willen-maar-niet-kunnen, een slap aftreksel waar ik de meerwaarde niet van vatte of een noodgedwongen kunstgreep in het geval van veel kinderboeken, wegens heel jonge personages. Vriendschap, dacht ik tot voor kort, is en blijft toch altijd een beetje een generale repetitie voor die échte, ultieme vorm van menselijke verbondenheid, de liefdesrelatie.

Man, had ik het fout.

IMG_3145 (2) klein
(c) KV

__

In al mijn boeken komen vriendschappen voor. Maar in elk daarvan draaide het tot nu toe toch minstens evenveel, zo niet méér, om de ontwikkeling van een liefdesgeschiedenis. Eén keer groeide uit een onwaarschijnlijke vriendschap zelfs een nog onwaarschijnlijker liefdesrelatie. Het boek in kwestie is me nog altijd genegen, die personageontwikkeling ook (hoewel ze begrijpelijkerwijs niet door alle critici werd gesmaakt).
Maar mijn volgende boek breekt met dat stramien. Want dit verhaal gaat over vriendschap. En dat komt niet omdat de personages kinderen zijn, of omdat het een boek is voor lezers vanaf pakweg tien of elf jaar. Niet omdat ik niks beters kon verzinnen, of voor een keer geen goesting had om een adolescentenroman te schrijven.
Integendeel, ik heb het eindelijk door. Vriendschap is géén zwaktebod.

 

“De kans om anderhalve week in alle rust te kunnen werken op een dergelijke plek is voor elke scheppende kunstenaar met een gezin en een drukke agenda een zegen, maar als je zoals wij een diepgaande en verrijkende samenwerking deelt, is het helemaal een droom om een langere periode samen door te kunnen stomen, ongehinderd door het gewone gedoe van elke dag. Jurgen en ik zijn goede vrienden, allebei natuurmensen bovendien, dus de gedachte aan deze residentie voelt een beetje als thuiskomen.”

Zo schreef ik het, in de motivatiebrief bij onze portfolio voor deAuteurs, toen we het erop waagden om een aanvraag in te dienen voor de auteursresidentie in Björköby. De residentie waarvan we zeker waren er nooit voor gekozen te zullen worden. De residentie waar we nu middenin zitten… En ja, we zijn thuisgekomen.

 

__

Op het surrealistische moment dat we te horen kregen dat wij tegen al onze verwachtingen in de gelukkigen waren, hadden we nog geen duidelijk idee waar we precies aan zouden gaan werken. De verschijning van STROOM stond intussen vast, maar verder was het koffiedik kijken. Liefst focusten we op een boek of een groter project, maar in het slechtste geval zou er vast meer dan genoeg inspiratie voor Zaailingen te rapen vallen in de omgeving.

Wat óók klaar was, was het kortverhaal De serres van Mendel, dat zich afspeelt in een gigantisch serrecomplex, tot de nok gevuld met planten, bloemen, bomen, vijvers en nog veel meer, een woekering van koepels waarin de hele Wereld wordt bewaard. Ook hier waren tekst en beeld al nauwer gaan samenwerken dan de gewoonte is in kinderboekenland. Jurgen en ik overliepen samen het verhaal, de filosofische ideeën die eraan ten grondslag lagen en de visuele en inhoudelijke gelaagdheid nog voor hij de prenten begon te maken. En eens hij in de serres dook, wilde hij er niet meer uitkomen. Wat hij opriep in zijn beelden, was wat ik voor me had gezien, en méér.

Mendel werd een pareltje, maar wel een heel kort pareltje, met nog veel meer potentieel. In dat beknopte verhaal zat de kern van een veel groter, beter uitgewerkt boek. Een echt jeugdboek, maar mét bijzondere illustraties, met tekst en beeld in evenwaardige dialoog, en een resultaat dat meer is dan de som van de delen.
We contacteerden een aantal uitgevers, en hadden het geluk er een te treffen die helemaal op onze golflengte zat over wat voor boek dit kon worden. Dus de Björköby-residentie is er niet alleen effectief gekomen en we zijn niet zomaar twee weken aan het genieten van een bijzondere locatie en de rust van onze Zuid-Zweedse werkplek, we zijn ook nog eens, zoals we hoopten, voluit aan het werk aan een concreet project, een verhaal waarin we allebei geloven en dat volgend najaar als boek in de rekken zal liggen.

IMG_3377 (2) klein
(c) KV

__

In al mijn boeken speelt de locatie een belangrijke rol. Het klooster van Sant Pere de Rodes in Geheugen van Steen, de rode rotswoestijn van Arizona in Sequoia, de verhalen die er zich in afspelen, zitten er diep in verankerd. Maar De serres van Mendel (zoals ik dit boek nog altijd noem, het is nog niet duidelijk wat de definitieve titel wordt) is een verhaal waarin ik éérst de wereld zag, en pas in een volgend stadium ging nadenken over personages.

Natuurlijk moet een goed verhaal uiteindelijk wel draaien om de personages. En ze dienden zichzelf gelukkig aan met groot gemak, het meisje en de jongen die de lezer in de serres ontmoet, en die we in de loop van het verhaal steeds beter leren kennen. Maar in het kortverhaal bleef hun karaktertekening noodgedwongen heel schetsmatig. Nu, tijdens het werk in Björköby, was het moment gekomen om daar verandering in te brengen. Nu moest ik gaan schrijven over hun bijzondere vriendschap. Ik heb me een tijdlang afgevraagd hoe ik dat moest aanpakken. Tot ik besefte: ik weet intussen precies hoe dat voelt.

IMG_3474 (2) klein
(c) KV

__

‘Zijn jullie samen? Ook, euhm… behalve op vlak van creatieve samenwerking?’
We hebben de vraag al een paar keer gekregen het afgelopen jaar, bij het praten over ons werk, het samen opbouwen van een tentoonstelling, of laatst nog, tijdens de hartelijke gesprekken met collega-schrijvers en -illustratoren op het SmåBUS-festival. Ik vind het altijd apart als ik daarop kan antwoorden: ‘Nee, hoor. Maar Jurgen en ik hebben wel iets heel bijzonders’, en dat de gesprekspartner dan knikt: ‘Ja, dat zie je wel.’

Het blijft moeilijk om de juiste woorden te plakken op wat ‘dat’ dan wel is. Maar het is er, en het is tijdens deze residentie nog dieper in onze samenwerking gaan kruipen. We koken om beurten of samen, verdelen de koekjes, de gehaktballetjes en de ruimte op de sofa keurig in twee – ‘elk de helft’ is de knipoog van dit verblijf. De een klimt in de appelboom om verse vruchten, de ander fietst bij stormweer over steigertjes.

We brainstormen over wat er al dan niet zou kunnen in dit verhaal, soms al van bij het ontbijt – wat een betere remedie is tegen ochtendhumeur dan de slappe of veel te straffe koffie die we telkens zetten. Grappige ideeën van Jurgen of terechte vragen die hij stelt over de personages vlechten zichzelf heel spontaan in mijn tekst tijdens het schrijven. We hangen broederlijk en zusterlijk de was op en onderzoeken intussen de wereld(en) die we samen aan het bouwen zijn – waar lopen hun grenzen, wat zijn hun wetmatigheden of hun filosofische gronden, waar treden ze buiten hun oevers? Hoe giet je dat in beelden? Wat toon je, wat verberg je? Jurgen helpt me door een acute opstoot van innerlijke twijfel, ik mag meekijken naar zijn prachtige prenten terwijl ze ontstaan, en feedback geven terwijl ze groeien onder zijn handen. Een aparte verbondenheid is ‘wat wij hebben’, een vriendschap met creatieve vleugels.

IMG_3379 (2) klein
(c) KV

__

Daarom, begrijp ik nu, eindelijk, worden er dus niet alleen boeken over liefde, maar ook zoveel boeken over vriendschap geschreven. Want vriendschap is bijzonder. En wie boeken over vriendschap leest zoals ze bedoeld zijn, merkt al snel, net zoals je dat in het echte leven ook ondervindt, dat de beste, diepste vriendschappen óók een vorm van liefde zijn, een betere misschien zelfs, zuiverder op de graat, puur om het innerlijk van de andere persoon en niet verguld (of vertroebeld) door het hele spel van romantische en fysieke aantrekkingskracht.

Nee, vriendschap is geen zwaktebod. Ik had alleen een tijdje nodig om daar achter te komen.

Dus gaan we nu samen dat bijzondere boek van ons afwerken.
Een boek over een jongen en een meisje, over een vriendschap, en over werelden die buiten hun oevers treden.

IMG_3001 klein
(c) JW

Het Stroomt

Wat een heerlijke avond werd de voorstelling van STROOM!

Vrienden, geliefden en collega’s omringden ons op de boekenzolder van Qarfa (Aalst).

Jurgen en ik deden het relaas van onze onwaarschijnlijke ontmoeting(en) en de creatieve vonk die oversloeg, en demonstreerden hoe uit een piepklein zaadje voor een Zaailing een heel boek kon groeien.

Peter Moerenhout van de VOS (Stripgilde Uitgeverij) placeerde een woordje, waarin hij bekende eigenlijk helemaal niet van poëzie te houden – en daar stonden wij begin dit jaar aan zijn deur met een graphic poem – maar toegaf na vier pagina’s STROOM al overstag te gaan, en schoffeerde in een moeite door alle aanwezige dichters in de zaal op de meest ontwapenende en hilarische manier.

We dronken een glas en signeerden zoveel boeken als ons hartverwarmende publiek maar wenste.

 

**

Hier zijn we dan, ruim twee jaar na onze sprong van de klif, dat moment waarop we besloten om elkaar en de creatieve kracht die ons bij elkaar bracht echt te vertrouwen en samen iets te doen wat nog niet eerder gedaan was.

Het stroomt. En hóe. Iedereen die er gisteravond bij was, heeft het gevoeld.
En wij stromen mee – voeten niet helemaal op de grond, ogen op de toekomst.

 

stempel_negatief

(Met dank aan Christophe, Sarah en Wally voor de foto’s)

Het nadert…

… met rasse schreden, ons vertrek naar Zweden.

Björköby residentie, blog #1

We tellen al ruim zes maanden af, en nu is het eindelijk bijna zover! En ik ben nog altijd in mijn arm aan het knijpen om mezelf ervan te overtuigen dat dit echt wel waar is.

Toen Jurgen mij bijna een vol jaar geleden zonder veel commentaar de aankondiging van deAuteurs doorspeelde waarin stond dat er dossiers konden ingestuurd worden voor de derde residentiebeurs in Björköby, dacht ik eventjes dat hij gek geworden was.
In het verleden had ik nooit ook maar overwogen om voor mezelf een dergelijke aanvraag in te dienen. Ik betwijfelde ook sterk of ik in aanmerking zou komen voor de eer van zo’n schrijversverblijf. Maar toen las ik dat ene zinnetje, en dat veranderde alles.

Dit was een auteursresidentie die expliciet mikte op een “dynamisch duo schrijver-illustrator”. En ons tweeën zag ik daar wél. Al had ik tot een paar seconden eerder niet eens geweten dat er beurzen voor dergelijke duo’s bestonden.

KnipselIn deze creatieve samenwerking kleurden we toen immers al een jaar lang buiten alle mogelijke lijntjes. De persoonlijke klik, de creatieve goesting, de onwaarschijnlijk productieve flow… Niets aan deze Zaailingsamenwerking volgde de gebaande paden. En wat we maakten, deugde. Zoveel wisten we wel. Dus waarom zouden we dit niet gewoon proberen? Daarbij, zei Jurgen droog, we zouden die beurs toch niet krijgen. Maar het was weer eens een gelegenheid om de wereld te laten weten dat ‘wij’ bestonden.

Dat was buiten de selectiecommissie van deAuteurs gerekend. Of buiten het feit dat we misschien wel een heel straf dossier hadden. Of buiten nog een aantal andere factoren, ons totaal onbekend. In elk geval: in februari kregen we bericht dat wij het uitverkoren duo waren dat dit jaar mocht vertrekken!
Dat was het moment dat mijn in-de-arm-knijpen begon.

In mijn eerdere posts over STROOM en de residentiebeurs gebruikte ik het woord ‘stroomversnellingen’. Ik besef weer eens dat ik moet opletten met mijn taalgebruik, want het blijkt nu en dan profetisch. De laatste weken hadden een tempo dat ons naar adem laat snakken.

Bij wijze van voorbeeld:
Morgen, 13 september, houden we STROOM boven de doopvont op de officiële boekvoorstelling in Qarfa.
Zondag (16 september) kamperen we een hele dag in het Warandepark van het voor de gelegenheid autoloze Brussel om er op het Stripfeest onze boreling te verkopen en te signeren.
En twee dagen later, op 18 september, stappen we op het vliegtuig naar het land van Astrid Lindgren, waar we meteen in de gezellige drukte van het SmåBUS Kinderboekenfestival worden gedropt, compleet met interviews, panelgesprekken en persaandacht voor dat duo dat dit jaar de residentie wegkaapte… Om het met de onsterfelijke woorden van organisator Joke Guns te zeggen: hallo, kroket!

We beseffen het misschien nog niet helemaal op dit moment, maar genieten doen we wel. Zoals je van een wildwatervaart geniet, hoeveel adrenaline, angst om om te slaan en onverwachte nattigheid er ook bij komen kijken.

We zitten samen in de boot, en de stroom heeft ons te pakken.

stempel_negatief

ZAAILING #38 – Het hard van de steen

Een Zaailing op locatie

 

20180818_122842 klein
Megalieten bij de dolmen van Oppagne

De vakantie was dit jaar broodnodig, maar het grillige verloop van verlofperiodes maakt het op vlak van Zaailingen soms wel lastig om de maanritmes aan te houden… Niets wat niet ingehaald of goedgemaakt kan worden, natuurlijk. En ook de meest creatieve zaaiers moeten er nu en dan even tussenuit. Maar deze volle maan zijn we toch weer van de partij!

Een voordeel van vakanties is anderzijds wel dat er meer tijd is om eens rustig af te spreken, ook met partners en kinderen erbij, zelfs voor langer dan een middag. We brachten al vaker met z’n allen samen een middag of een avond door, nu trokken we voor een heel weekend naar de Ardennen. En het werd er beslist eentje om te herhalen.

Wie Ardennen zegt, zegt wandelen. Dus dat deden we. We logeerden in Wéris, bekend om zijn megalieten. We bezochten ze allemaal, een wandeling van pakweg twaalf kilometer. De tussenstops waren goed om rustig te genieten van de sfeer van die massieve, oude stenen. En om te schrijven en te tekenen, natuurlijk. Met als resultaat: een Zaailing op locatie.

 

 

ZAAILING #38
Het hard van de steen

De gepantserde wanden wortelen even diep als de eiken die eromheen staan. Zwijgend als wachters registreren ze seizoen na seizoen.

De wereld wentelt voorbij, maar in het hard van de steen staat de tijd stil, onbewogen. Menselijk drama is weinig meer dan amateuristisch decor, een windvlaag die nauwelijks indruk maakt.

Als een slapende olifant strekt de kolos zich uit. In zijn dromen hoort hij de herinnering van gezang en vlammen, van hoop. Hoe futiel is wat wij intussen doen, in gedachteloos vertier op zijn gewillige rug klimmen en onszelf vertellen dat we hem bedwingen.

Hij laat het minzaam toe, zoals de eeuwenoude eiken de mieren toelaten in de diepgegroefde paden van hun huid. Of hun bestaan enig doel heeft, heeft geen belang. In het moment dat stilstaat, hebben megalieten tijd genoeg om gul te zijn.

 

hard van steen schets ingekleurd klein
(c) Jurgen Walschot

 

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

STROOM is er!

Boekvoorstelling

 

Elke schrijver kent het moment.

Het spannendste ogenblik van de lange, lange weg naar publicatie (behalve misschien dat waarop een uitgever zegt dat hij je werk wil uitgeven): het moment dat je je boek voor het eerst in handen hebt.

 

Graphic Poem STROOM /// ISBN 9789082856910

 

STROOM is geen droom meer, maar een echt boek. En het is prachtig. Een kleinood, een juweeltje, een hebbeding. Jurgen Walschot en ik hebben er onze liefde, onze toewijding en ons zotte vertrouwen in gestopt. En kijk, dromen worden werkelijkheid. Met dank aan de uitgeverij van VOS (de Vlaamse Onafhankelijke Stripgilde) en een handvol mensen die als steunpilaar nauwelijks onderschat kunnen worden.

Een geboorte vraagt om een doop, toch?
Dus houden we STROOM boven de doopvont op een boekvoorstelling in Aalst op 13 september.

 

(Klik op de uitnodiging om te vergroten)

 

Vanaf begin september is onze droom in papiervorm verkrijgbaar in de boekhandel, of bij ons persoonlijk. Op vraag sturen we je het boek op. (Klik hier voor mijn contactgegevens of die van Jurgen.)

Nu rest ons alleen maar te vertrouwen op de stroom die ons zo ver gebracht heeft, en met of zonder nat pak te genieten van elke golf en het immer verrassende landschap achter elke bocht.

 

20180819_151832 klein

 

stempel_negatief