Op bezoek bij de gieren

Soms ben ik zo content om te mogen werken als journalist…

Gisteren bezochten we het dierenpark GaiaZOO.
Leden van de Gezinsbond krijgen daar korting, en ons blad vond het goed idee om er wat redactionele aandacht aan te besteden (morgen in sneltempo een artikel schrijven). Het park is gelegen in Nederlands Limburg, net over de grens, op ongeveer twee uur rijden van ons thuis. Maar óf het die afstand waard was.

Ik kwam er als journalist maar ik had wel mijn gezin mee. Daardoor mochten we niet alleen gratis binnen, mijn zoon kreeg ook nog een verrassingsgeschenkje: een knuffelaapje waar hij op slag verliefd op was en dat hij die dag overal mee naartoe sleepte.

GaiaZOO_216
(c) KV

Het is beslist een mooi park. En er ligt een ecologische filosofie aan ten grondslag die serieus genomen wordt. De dieren hebben heel veel ruimte, en op een aantal plaatsen delen verschillende soorten die in hun natuurlijke omgeving ook vreemdzaam naast elkaar leven een verblijf. Zo wonen de zebra’s in hun enclave samen met twee indrukwekkende neushoorns en een groepje parelhoenen.

Het landschap is verweven in het park: er staan oude bomen, en overal groeien spontaan uitgezaaide struiken, planten en kruiden. Een parkgids vertelde me dat invasief onkruid wel zo veel mogelijk gewied wordt, vaak zelfs met de hand. Behalve op het gorilla-eiland: die dieren vinden brandnetels en distels namelijk zo  lekker dat ze ze verorberen tot de laatste stengel. Ook een manier van wieden, natuurlijk…

GaiaZOO_304
(c) KV

Bezoekers kunnen heel dicht bij de dieren komen zonder ze te storen – glazen wanden, uitkijkposten, tunnels voor de kinderen. En op sommige plekken kan je werkelijk oog in oog staan met een dier. Zo kan je een paar grote volières en zelfs een heel bos in waar een troep doodskopaapjes woont, op voorwaarde dat je op de paden blijft. Bezoekers wordt wel aangeraden hun tassen goed dicht te doen.

Ik deed mijn job, stelde vragen, nam foto’s. En op het einde van de dag deed ik waar ik de hele tijd naar uitgekeken had: ik bezocht mijn vrienden de vale gieren.

Ze leven in een enorme volière (twaalf meter hoog en ik weet niet hoeveel oppervlakte, maar het is veel – ze kunnen er doorheen vliegen), en dit was er ook een waar bezoekers doorheen mogen wandelen. Met wat geluk kom je op minder dan twee meter afstand van een de twintig (!) vogelsoorten die er samen wonen.

GaiaZOO_537 ed cutGaiaZOO_512

GaiaZOO_107 ed cut2
(c) KV

 

Terwijl ik daar stond, de laatste bezoeker in de nagenoeg verlaten volière, en toekeek hoe de vale gieren geduldig zaten, met het late herfstlicht op hun veren, voelde ik een diepe rust over mij heen komen.
Ik was er met plezier de hele avond en de volgende dag blijven zitten, om naar hen te kijken, zoals ze daar op hun gemak waren, nu en dan eens een vleugel strekten, bij momenten opvlogen.

Het was een goede dag.

GaiaZOO_258
(c) KV – Mijn zoon slaagt erin de minst voor de hand liggende dieren te laten overeen komen…

 

 

Advertenties

Wat de gier ziet

Het werk dat ik kom doen – met een ongewone bondgenoot

Als ik mijn ogen sluit, voel ik hem achter mij op een rots. Hij strekt zijn slanke nek een beetje, alsof hij me zachtjes iets wil toevertrouwen, en hij heeft zijn gigantische vleugels gestrekt, twee en een halve meter spanwijdte die oprijzen achter mijn rug en mijn schouders, als een kroon en een beschermend schild tegelijk.

De kracht van zijn aanwezigheid leg je niet zomaar naast je neer. Hij ziet er niet lieflijk uit, eerder beangstigend. Maar hij is mijn meest onverschrokken beschermer, en met hem als rugdekking weet ik dat mij niets kan overkomen.

Zijn naam is Gier, en hij is mijn vriend.

vautour_3@Lennart Hessel
© http://www.lensman.se/

De afgelopen twintig jaar heb ik mezelf ondergedompeld in psychologische coaching, intuïtietraining en diverse manieren om de mens holistisch te benaderen. Ik ben daarmee bezig zoals anderen bezig zijn met sport, tuinieren, vogels spotten of koken: omdat ik het zo fijn vind. En als je er het maar lang genoeg doet, word je uiteindelijk een behoorlijke goede kok, of herken je vanuit je ooghoeken een ver, gevleugeld silhouet, ook als je geen droom najaagt van een carrière als ornitholoog of sterrenchef. Je liefde voor de smaak en kleur van de ervaring zelf is wat je drijft.

Zo werkt het ook voor mij in de immense wereld van de menselijke ontwikkeling. Ik beweer beslist niet dat ik een therapeut ben, maar ik ken er mijn weg vrij goed – en ik ben altijd gulzig om nog meer te leren en mijn blikveld te verruimen.

Maar wat, hoor ik je denken, heeft dat te maken met die grote, enge aaseter die oprijst achter je rug?

Gieren zweven hoog in de lucht op thermiek, vorstelijk als arenden. Maar ze vangen geen kleinere vogels in volle vlucht of plukken geen zalm uit een snelstromende rivier met een spectaculaire duikvlucht. Als ze daarentegen een kadaver zien, dalen ze af naar de grond om te eten.
Veel mensen gaan rillen van weerzin of minachting bij de gedachte. Maar gieren zijn beslist niet de enige wezens op deze planeet die dood materiaal eten. Dat doen we in feite zowat allemaal, ook wij mensen. Het verschil zit hem erin dat wij eerst een levend wezen doden, om het vervolgens op te eten. Heel weinig mensen staan te trappelen om een hap te nemen uit een levende koe, of om een appel op te peuzelen die nog aan de boom hangt. Het belangrijkste onderscheid tussen ons en gieren is gewoon dat wij roofdieren zijn (en dan nog van een specifieke soort die onze prooi eerst nog verwerkt – kookt, bijvoorbeeld – voor we ze opeten) en dat zij opruimen wat er overblijft.

Er is een goede reden waarom we onze kinderen leren om het stoffelijk overschot van aangereden dieren niet aan te raken, of hun handen te wassen als ze in aanraking kwamen met rottend materiaal. Stel je voor dat kadavers niet werden opgegeten. Het zou weken duren eer de rottende lijken ontbonden als de wormen, maden en vogels hen niet zoveel sneller hielpen verdwijnen. Zij zelf doden niet. Ze ruimen alleen op wat anderen doodden, of wat stierf van ziekte of ouderdom.

Maar waarom hou ik nu zo van gieren?

Een eerste reden – dat heb ik eerder verteld – is dat ik er ooit door een bezocht werd. Uitverkoren, zo voelde het wel. Vereerd door de aanwezigheid van een bijzonder krachtig wezen dat afdaalde tot bij het plateau waar ik stond met de camera van mijn vader in mijn handen.

Ja, dit was gierengebied. Maar voor wie denkt dat dit een alledaags fenomeen was: vergeet het maar. Mijn vader bezocht de streek later opnieuw, en wachtte er lang en vruchteloos op precies dezelfde plek. Mijn ontmoeting liet zich niet zomaar herhalen. Een extra reden om ze diep te koesteren.

Dit is de volledige reeks, alle foto’s van die ene, gracieuze afdaling. Ze zijn niet bijster goed, en ik vermoed dat ik nu veel betere foto’s zou maken. Maar dit was meer dan drie jaar geleden, voor ik een eigen camera had om mee te werken – mijn papa en ik deelden de zijne op deze trip – en de vogel leek uit het niets te komen. Het ene ogenblik was hij een stipje hoog aan de hemel, en het volgende was hij zo dichtbij. Het is een half mirakel dat ik er überhaupt in slaagde om hem vast te leggen.

Gorges & Causses 217 ed crop985cc-1p6pnygpkzxvzac82r8rz7g59761-1mr_x-9tnfsfonbzhymcwuaGorges & Causses 22553abb-1vdifzq-8ejrw6abmy7il7aGorges & Causses 231 ed

Gorges & Causses 233 ed
(c) KV

Een andere reden waarom ik van gieren hou, is de metafoor die ze vertegenwoordigen. Dat beeld werkt misschien niet voor iedereen, maar voor mij werkt het prima, en ik voel mij er sterk mee verbonden.

Net als een gier op de thermische luchtstromen hou ik ervan om de dingen te bekijken van op grote hoogte. Dat geeft je een veel breder overzicht van connecties en betekenissen. Voor mij geldt dat in het bijzonder op vlak van menselijke psychologie, gevoelens, ziekte en trauma, en alle manieren die we hebben om daar (niet) mee om te gaan. Van zo hoog herken je bepaalde gebeurtenissen makkelijker als snijpunten in een veel groter web van onderling verbonden feiten en onderstromen.

En net als de gier zie ik waar er rottende plekken zijn die opgeruimd moeten worden.

 

 

Iemand leren kennen op een holistische manier lijkt een beetje op het grondplan leren van een flatgebouw in 3D. Er zijn diverse verdiepingen (fysiek, emotioneel, rationeel, gedrag, spiritueel, onbewust en nog wel een paar andere), en allemaal hebben die op hun beurt verschillende subniveaus die in eender welke richting met elkaar in interactie kunnen gaan. Je zou het kunnen vergelijken met een zeer complex buizenstelstel dat alles in het gebouw met alles verbindt, én met de buitenwereld.

Uiteraard is elke mens uniek. Maar sommige tendenzen zijn makkelijk te herkennen omdat ze nogal vaak voorkomen. Ik ben vertrouwd met een aantal regelmatig betreden paden die – voor mij althans – makkelijk te herkennen innerlijke patronen uittekenen. Dat kan nogal opschepperig klinken, en ik durf ook niet te beweren dat ik alles kan oplossen waar iemand doorheen gaat, verre van, maar ik heb wel een talent om de verwevenheid van een aantal innerlijke processen in kaart te brengen. Ik weet, om het zo te zeggen, waar veel van de innerlijke loodgieterij op elkaar aansluit en – laten we maar volharden in de smakelijke metaforen nu we er in deze blog mee begonnen zijn – waar het vuile afwaswater en de str*nt het meest waarschijnlijk zal ophopen als een afvoerbuis verstopt geraakt.
En als dat het geval is, dan gaat het zaakje uiteindelijk altijd lekken. De leiding scheurt misschien zelfs. Niemand die ervan opkijkt als het over loodgieterij gaat. Maar als we het over emoties en gedrag hebben, dan hoor je plots van alle kanten: ‘Ik snap het niet, waar kwam dat nu opeens vandaan?’ Ik kan alleen maar stil mijn schouders ophalen. Ik had de eerste gorgelende signalen van een defect al lang gehoord, ik wist dat de spanning zich aan het opbouwen was, en ik wist ook waar de buis in kwestie uitmondde. Of als dat niet het geval was, leerde de aard van de uitbarsting me heel veel over wat vooraf ging, en waar we zouden moeten graven naar de oorzaak.

Natuurlijk praat ik met mensen over wat ik zie en voel, als ze er interesse voor hebben en openstaan om te luisteren. Maar sommige gesprekken heb je niet zo makkelijk op een werkvloer, aan een keukentafel of op een feestje, zeker niet als je de andere persoon eigenlijk niet zo heel goed kent.

Misschien vraag je je nu af: waarom is het zo belangrijk om de oorzaak te vinden van een of ander onbewust proces, of een innerlijke kwetsuur? Als we even bij de metafoor van het verstopte toilet of de lekkende waterleiding blijven, lijkt me dat nogal evident. Hoe vervelend we de hele zaak ook vinden, ze verdwijnt niet vanzelf. Als je niet telkens opnieuw de rotzooi wil opruimen nadat je de afwas gedaan hebt of het toilet hebt doorgespoeld, kun je maar beter proberen te achterhalen waar het probleem zit en er iets aan doen.

Jammer genoeg zijn we vandaag in de westerse samenleving zeer goed in symptoombeheersing. We hebben machines en robots uitgevonden die onze vloeren dweilen en onze vuilnisbakken legen. We hebben pillen en remedies voor zowat alles – behalve de diepere oorzaken. En ja, die zijn vaak angstaanjagend en weinig fraai. Het is nooit een pretje om met je arm in een plastic zak te proberen de gezwollen, verzadigde prop toiletpapier achter de kromming van de wc-afvoerbuis vandaan te vissen. Maar volgens mij is het niet alleen totaal onefficiënt om de troep bij elke overstroming maar te blijven opkuisen, ik vind het niet zelden ook een oppervlakkige en bepaald idiote vorm van verwaarlozing.

 

Gorges & Causses 315
(c) Foto: André Vanlierde

 

Oké, sorry, lieverds.
Dit was Gier die eventjes te hard opging in zijn rol.

Ik besef maar al te goed dat al het bovenstaande een zeer directe aanpak is die niet voor iedereen in elke situatie heilzaam is. Soms is het beter om je arm niet in de wc-afvoer te steken, omdat het te moeilijk is, te traumatisch of gewoon onverstandig. Er zijn altijd andere manieren om een dieper liggend probleem te benaderen en op te lossen, en om een harmonieuzere manier van leven te ondersteunen. Maar de directe aanpak spreekt mij van nature aan omdat ik, giersgewijs, er niet voor terugschrik om mijn kop in een berg ingewanden te begraven en er tot mijn nek in te verdwijnen. Daar gebeurt het echte schoonmaakwerk – snel, efficiënt. Toegegeven, het is een vuile klus, maar het resultaat mag er doorgaans zijn.

Ik begrijp heel goed dat dit een tikje te radicaal is voor sommigen. Gieren zijn uitgerust voor deze job met gladde, korte veren op hun hoofd en nek. Dat stelt hen in staat om zo diep te gaan als ze doen, en relatief schoon weer boven te komen, op het bloed na – maar dat droogt op en schilfert er gewoon weer af, niks aan de hand. Ironisch genoeg is het wel precies dit aspect dat ervoor zorgt dat ze er minder aaibaar uitzien dan bijvoorbeeld arenden of haviken, die gespecialiseerd zijn in doden eerder dan opruimen.

 

En natuurlijk heb ik ook mijn duistere hoekjes, de plekken van mijn psyche die ik heel behoedzaam nader, en soms alleen maar als ik geen andere keuze meer heb. Oude pijn, of de herinnering eraan, heeft de neiging om haar angel niet te verliezen, tenzij je weet hoe je haar kan ontwapenen. Ik weet ondertussen hoe dat moet, maar ik weet ook dat het altijd rechtstreeks contact vraagt. Lastige klus, zelfs voor een gier. Dus doe ik soms ook beroep op hulp of goede raad als ik voel dat ik er nood aan heb. En geen betere manier om er weer even aan herinnerd te worden hoe breekbaar en menselijk je bent én blijft dan je ziel blootleggen bij een andere persoon en toegeven dat je in de knoop zit.

Een stuk van wat ik hier kom doen, voel ik – weet ik – is gierwerk, zelfs al is het nog niet echt duidelijk welke vorm dat gaat aannemen in mijn dagelijks leven.
Dus ben ik heel dankbaar voor mijn machtige vriend die zijn indrukwekkende vleugels spreidt op de rots achter me. Bij momenten zullen we zweven op grote hoogte. Op andere momenten zullen we afdalen naar waar er werk gedaan moet worden.

Laat maar komen.

Als het neerdaalt

Tony & Seba_110 ed
(c) KV

De herfst is gearriveerd. In mijn tuin, langs de rivieren en de kreken, in de bermen van de autosnelwegen.

Ik hou van mijn geboorteseizoen en zijn onafscheidelijke weelde aan kleuren, misschien wel om goed te maken dat de warmte vervliegt.
In de loop van de jaren heeft de herfst me leren genieten van de kilte van vochtigheid, de overvloed van oogst en de stille berusting van loslaten.

Maar dit jaar merk ik dat ik met heel gemengde gevoelens kijk naar het verkleuren van de eerste bladeren, de volheid die zich voorbereidt om te verliezen en te vallen.
De omslag komt bijna als een verrassing, een klein schok. Het ligt totaal niet in de lijn van waar ik me bevind.

Ik voel me in de diepe rijping van wat misschien mijn gelukkigste jaar op deze planeet is, mijn volste mand verse oogst, en mijn meest gulle vorm van het delen ervan. Geen enkel ander jaar heb ik een dergelijke verbredende groei gekend als nu. En de stroom waarop ik mee vaar is niet van plan snel van koers te veranderen. Dus waarom de natuur nu plots wel?

Tony & Seba_082
(c) KV

Ik zal er wel aan wennen, natuurlijk. Ik zal het afwerpen verwelkomen, zoals ik nu al de ochtendnevel en de schitterende spinnenwebben welkom heet.

Ik zal me herinneren dat mijn dierbare gevleugelde vrienden zoveel makkelijker te observeren zijn in kruinen zonder bladeren.
Ik zal me herinneren dat het donker de dierbaarste geheimen herbergt, de subtielste geluiden.

Ik zal het seizoen omhelzen als het neerdaalt.
Ik zal mezelf hullen in sjaals en kaarslicht, mijn nachtvleugels spreiden en vuurliederen zingen over het warme duister, en de terugkeer van het licht.

Tony & Seba_103
(c) KV

Het goede leven

De eerste reis met ons twee in zeventien jaar samen

Italië 1_067 ed cut
(c) KV

Hoe leg je uit dat je voor het eerst in twaalf jaar huwelijk en zeventien jaar samenleven met je echtgenoot op vakantie gaat? Want op dat punt sta ik nu.

Niet dat we in al die jaren geen verlof namen, of dat we nooit eerder naar het buitenland gingen. Maar elke vakantie die Christophe en ik tot nu toe ooit hadden, werd gepland en gehouden in functie van – aanvankelijk – zijn kinderen, en – later – onze zoon. Dat komt ervan als je valt voor een man die twee jonge kinderen heeft, natuurlijk. Op de leeftijd dat andere koppels Italiaanse wijn nipten met zicht op de wijngaard, of met de rugzak door Australië trokken, bouwden wij zandkastelen aan de Belgische kust, in een poging een band te krijgen met twee geperturbeerde kinderen in die paar weken voor zij weer voor zes maanden naar hun moeder terugkeerden, en wij weer naar ons werk.

Er zijn in het verleden momenten geweest dat ik daar, egoïstisch misschien, spijt van had. Ik had me mijn ‘beste’ jaren beslist anders voorgesteld. Maar je speelt met de kaarten die je krijgt, zoals een dierbare vriendin zou zeggen, en ik was absoluut zeker dat dit de man was die ik wilde, dus dan moest ik alle bagage die hij met zich meebracht er bij nemen.

Fauch_736
(c) Zonsondergang in Fauch

Toen mijn ouders naar het zuiden van Frankrijk verhuisden, ontstond er spontaan een nieuw patroon. We gaan er minstens een keer per jaar naartoe, doorgaans in de zomer, wat wil zeggen dat we in plaats van zandkastelen te bouwen aan zee nu met onze achtjarige zoon in het zwembad spelen, en we een aantal van dezelfde plekken elk jaar opnieuw bezoeken. Soms voelt dat als thuiskomen. Soms wordt het een beetje saai – hoe graag ik voor de rest ook bij mijn familie ben. Soms hangt er iets magisch in de lucht, zoals dat dit jaar een week lang het geval was – daar kom ik op een andere blog op terug. Maar meestal is het een huiselijke en ontspannen vakantie waarin er niet veel voorvalt. Hoewel we ondertussen toch al eens wijn kunnen gaan proeven op het château van een of andere Franse wijnbouwer. We boeken vooruitgang.

Christophes zonen zijn ondertussen bijna volwassen, en gaan steeds minder vaak met ons op vakantie. En vorig jaar gooiden mijn moeder en onze toen zevenjarige zoon het onverwacht op een akkoordje om hem twee weken langer in Frankrijk te houden dan ons verlof duurde. Het werkte perfect, en het hele afgelopen jaar smeedden grootmoeder en kleinzoon plannen voor een volgend, zomerlang, verblijf.

Dus daar zit onze jongen nu. Hij plonst in het zwembad en wordt rotverwend door zijn grootouders. En wij zijn kinderloos en vrij om te gaan waar we maar willen, voor de allereerste keer.

We brachten in een week door in Fauch, samen met iedereen – de week waarover ik het binnenkort zal hebben – en vertrokken toen van daaruit met ons twee. We brachten een nacht door in het appartement van een vriend in Grenoble, en staken de zuidelijke Alpen over naar Italië, waar we de streek van Abruzzo willen verkennen – waarom leg ik uit in een volgende blog.

Italië 1_060 ed cut2
(c) KV – Zwembad met uitzicht

De eerste twee nachten brachten we door in de B&B van vrienden van Christophes ouders, gelegen op de heuvel van het dorp Montefiore dell’Aso. Het uitzicht is er zacht gezegd adembenemend, en het is de ideale plek om het stof en de hitte van de reis van ons af te spoelen – ik koop nooit – nooit! – meer een auto zonder airconditioning, hoe nobel en ecologisch mijn idealen voor de rest ook zijn.
Van hieruit trekken we verder zuidwaarts, naar Abruzzo.

Italië 1_061 ed2
(c) KV

Dit voelt een beetje als een huwelijksreis, glimlachen we naar elkaar. En dat doet het ook, behalve dat dit niet onze huwelijksreis is. Dit is, denk ik, eigenlijk nog leuker.

We zijn ondertussen bijna twaalf jaar getrouwd, en we leven zeventien jaar samen. In een stabiele, liefdevolle realtie wil dat zeggen dat je de andere persoon heel goed kent. Christophe en ik vullen elkaar goed aan, en op de punten waar we elkaar minder vinden hebben we aardig leren navigeren. We voelen ons op ons gemak bij elkaar op een manier die er niet spontaan is in een jonge, romantische relatie.

Dat alles samen zorgt voor een heel ontspannen soort avontuur. Uitvissen welke interessante sites in de regio en bezoekje waard zijn (veel te veel!), beslissen waar we gaan eten, een slaapplek zoeken voor de volgende dagen… Niets van dat alles heeft het gestresseerde randje dat het in de prillere dagen van onze relatie zou hebben gehad, toen Christophe de gewoonte had om het in Latijns-Amerika te stellen met het absolute minimum, en ik het brave meisje was dat nog nooit ergens heen was gegaan zonder haar ouders. Zijn verhalen van derderangs hotelkamers met weggerotte badkamerdeuren en niet werkende toiletten deden zijn verkoopspraatje om samen op reis te gaan niet veel goed. En natuurlijk waren er de kinderen, die zowat alles uitsloten wat iets te buitenissig was.

Italië 1_101
(c) KV – Avond in Montefiori dell’ Aso

Ik word dit jaar veertig, en ik voel me veel meer op mijn gemak dan vroeger. In tegengestelling tot veel mensen, die wat meer comfort appreciëren naarmate ze ouder worden en hoger klimmen op de professionele ladder, heb ik geen nood meer aan de luxe van deze eerste, prachtige B&B om me goed te voelen – hoewel het een schitterende plek is om even te ontspannen. Ik kan om met de onzekerheid om niet te weten wat onze volgende bestemming is, en ik verwelkom de teleurstellingen en de foute inschattingen die onvermijdelijk horen bij een ongeplande reis met de glimlach.
Christophe van zijn kant is minder geneigd om te vervallen in extremen. We kennen elkaars voorkeuren en afknappers, en in tegenstelling tot sommigen lijden we geen van beiden aan de veel voorkomende ziekte van ouders dat ze zich zonder hun kinderen plots nog maar een half mens voelen. We denken natuurlijk wel aan ze, maar we dansen moeiteloos onze pas-de-deux. Dat ondervonden we vorig jaar ook al, toen we totaal onverwacht even zoonloos waren. Dus genieten we van elkaars gezelschap, en van alles wat de weg zal brengen.

Italië 1_180
(c) KV – Fresco’s in de kerk van Santa Maria della Rocca (Offida)

Gisteravond dineerden we in het oude dorp en maakten een nachtwandeling door de smalle straatjes. Vandaag bezochten we een prachtige kerk vol fresco’s in het nabijgelegen stadje Offida, en gaven onszelf in de namiddag vrijaf om te ontspannen en logies te regelen voor de volgende etappe van de reis. Vanavond eten we in een ander oud stadje, met zicht op zee.
En nu zit ik hier dus te typen bij het zwembad, met een oog op de zwaluwen die nu en dan langs scheren voor een teug zwembadwater, en ik voel me heel, heel erg bevoorrecht.

Italië 1_224 ed cut
(c) KV

Het goede leven, noemen ze dit. Ik ga genieten van elke druppel.
Net als van die Italiaanse wijn, die ik nu misschien ook ga proeven.

Hemeluitvaart

Zaailing #11

2017 07 05 #11 hemeluitvaartv2 cut1

2017 07 05 #11 hemeluitvaartv2 cut titel

De lucht is een deken waarop hij rust met gespreide vleugels.

Van op de spiraal van thermiek die hem draagt, kan hij ze zien – de uitstekende rots waar de vreemd geklede, kleurrijke en lawaaierige wezens die hem aanbidden hun geschenken heen brengen.
Ze is verlaten nu, leeg zoals de immense, holle hemel. Maar beneden in de vallei kruipt een rij figuurtjes niet groter dan mieren langzaam de berg op. De wind die door de pas waait, draagt het vage geluid mee van gezang, de echo’s van klokken.

Hij weet hoe het zal zijn.

Op de uitstekende rots zullen ze zich verzamelen. Ze zullen wuiven en bidden en uitpakken wat ze meegebracht hebben. Sommigen zullen neerknielen met water in hun ogen. De heldere weerschijn ervan zal zichtbaar zijn tot waar hij mee zeilt op de wind.

Terwijl de sliert zich als een trage slang de rotswand op slingert, verschijnen zijn verwanten. Zwevende schimmen in de verte, een enkele lome vleugelslag. Ze heersen met velen over de hemel.

Op de helling beneden zal het dode vlees uitgekleed en uitgestald worden. Als een toegift voor hen zal het gevild worden. De ledematen zullen losgesneden worden, de beenderen verbrijzeld. Dat is voor de kleurrijke stoet altijd het moeilijkste moment: de bij leven gekoesterde lijven worden onherkenbaar, een voorbereiding op de overgang.

Walsend op de wind zal de geur van bloed en ingewanden opstijgen, als een uitnodiging.

Ze zullen neerstrijken waar er op hen gewacht wordt en aanschuiven aan het feest. Elke reep vlees, elke peesdraad, elke laatste botschilfer zullen ze op maken, want ze weten dat wat hen gebracht is niet minder is dan het allerdierbaarste.

En wanneer het maal voorbij is, zullen ze één stam zijn. Als deel van zichzelf nemen ze de doden mee, de eindeloze hemel in. Zo wordt de droom van de wereld werkelijk. Want alles wat veroordeeld is tot de grond verlangt ernaar te vliegen.

De klokken en gezangen hebben het platform bereikt. Over de berg daalt de stilte van verwachting.

De gier scheert langs de lijn waar rots en lucht de wereld onder elkaar verdelen, stijgend en dalend in pieken als een rafelige hartslag. Hij buigt zijn hoofd voor de krachten die alles regeren, en begint, omringd door zijn vleugelschare van verwanten, aan de afdaling.

2017 07 05 #11 hemeluitvaartv2 cut 6

 


 

Een ‘hemeluitvaart’ (sky burial) is een traditie in sommige delen van Nepal, Tibet, Mongolië en China waarbij de lichamen van de overledenen niet worden begraven of verbrand, maar op de berghelling aan de gieren worden gegeven. De lege huls van het lichaam gaat terug naar de natuur, de ziel is vrij om te vertrekken naar de volgende incarnatie.
Duiding vind je hier. De fotoreportage van een echte sky burial zie je hier. (Opgelet: confronterend beeldmateriaal.)

 


ZAAILINGEN is een samenwerking met tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

 

Een zachte bevalling

Ik droom nooit over baby’s of bevallen.

Dat heeft misschien te maken met het feit dat geen van beide voor mij de zalige ervaring waren die ze voor veel andere moeders wel zijn. Het waren eerder gebieden waar ik een intense trip maakte van het soort dat je leven verandert, maar waarnaar ik liever niet nog een keer op reis ga als ik het kan helpen.

Behalve dan dat ik vorige nacht droomde dat ik aan het bevallen was.

(c) KV

 

In mijn droom legde een vroedvrouwachtige figuur, een wijze, rustige vrouw, mij een soort van oefenschema uit. En toen ze me liet neerhurken voor een oefening die een makkelijke bevalling moest bevorderen, werd ik me ervan bewust dat ik leven in mijn buik had, en dat dat bovendien op het punt stond ter wereld te komen.

Ik ging mee in het proces. Het was zacht, makkelijk en pijnloos.
Met gemak perste ik een kind de wereld in. Het gleed tussen mijn benen naar beneden, en ik ving het op met mijn eigen handen, en terwijl het neerkwam, dacht ik: opletten met dat hoofdje!

Dan ging ik achterover liggen en de vroedvrouw legde het kleine meisje, een gezonde pasgeborene die nog onder het bloed en slijm zat, precies zoals die kleintjes komen, op mijn buik en borst, zodat ze zich kon verbinden met haar mama — ik.

Ik voelde hoe ze zich tegen mij aan nestelde. Ik verwelkomde haar en voelde een diepe tederheid. Ik wist dat alles goed was. We waren allebei precies waar we moesten zijn.

(c) KV

Je moet weten: ik ben niet de meest zorgzame moeder.

Ik ben thuisgekomen van mijn werk, te moe om me aan kyudo te wijden vanavond, en de lasagna uit de supermart staat in de oven. Ik zit dit blogje te schrijven, maar het is mijn man die onze zoon ondertussen in bed steekt. Van boterhammendozen tot verhaaltjes voor het slapengaan — hij is veel beter in die zorgende taken dan ik.

Ja, soms voel ik me daar best schuldig over.

Tot er een bult in het parcours is die te maken heeft met gevoelens, met sociale of innerlijke strubbelingen, en mijn zoon zich als een bolletje komt opkrullen op mijn schoot — een nogal volumineus achtjarig bolletje ondertussen, met lange ledematen en een snelle geest — en ik wikkel mezelf om hem heen als een schelp die hem beschut.

Ik voel zijn onrust wegzakken, gewoon door lichamelijk dicht bij mij te zijn, veilig en gekoesterd zoals hij in mijn schoot ook was. Zachtjes brengen we naar boven wat hem dwars zit, benoemen we zijn angsten en gevoelens. Ik leg hem uit wat er aan de hand is en help hem om te gaan met wat er zich van binnen in hem afspeelt, terwijl ik zo weinig mogelijk probeer te oordelen.

(Het is makkelijker om begrip te tonen voor een gekwetst kind dan voor een dat gemene dingen heeft gedaan — maar naar mijn aanvoelen is het steeds even belangrijk, als je als ouder tenminste wil dat hij leert omgaan met die gevoelens, en ze niet voor je begint te verbergen uit angst voor veroordeling.)

Alles bij elkaar denk ik dat ik het er dus nog niet zo slecht vanaf breng. En binnen de combinatie van mijn mans zorgende vaardigheden en mijn emotionele fine-tuning voeden we een gezond, gelukkig kind op. So far, so good.

(c) KV – Pimpelmeesjong, te klein nog voor het typische blauw-en-zwarte verenkleed (maar piept de hele tuin bij elkaar!)

Ik denk niet dat het toeval is dat ik in de droom beviel van een meisje. Er komt op dit moment veel vrouwelijke kracht en kwetsbaarheid in de wereld  — onder meer via mij.

Het kan een zacht, pijnloos proces zijn, is wat ik afgelopen nacht leerde. Er zal liefde zijn, en een diep, teder gevoel van thuiskomen.

Wat het ook is waarvan ik het voorrecht mag hebben om het op de wereld te brengen en het op mijn huid te koesteren — kind, droom, visioen, kunstwerk — ik weet dat het iets van schoonheid en gevoeligheid zal zijn.

Ik ben klaar om het te ontvangen en ervoor te zorgen.

Engel_004
(c) KV

Daarom noemen ze het dus een roeping

Over ten dienste staan – niet te verwarren met martelaarschap

V & V_019 ed cut2
(c) KV – Kauwen

Er zijn scharnierpunten in het leven van elke kunstenaar, momenten die bepalen hoe je in de jaren die volgen naar je eigen werk kijkt.

Ik heb al geschreven over een paar van mijn persoonlijk hoogte- en dieptepunten (Het plateau en Stepping off the cliff). Dit is er nog zo eentje, waaraan ik herinnerd werd toen ik foto’s aan het trekken was van de kauwen die af en aan vlogen naar een schoorsteen aan de overkant van de straat, met een of ander zacht en pluizig spul in hun bek.

(Het lijkt een beetje aan de late kant om nu nog nesten te bouwen, dus ik snap niet echt wat ze aan het doen zijn, maar het levert wel mooi en soms grappige foto’s op.)

V & V_025 ed cut
(c) KV

Ik was geïntrigeerd door hoe ze telkens iets gingen halen en de moeite namen om het ‘thuis’ te brengen — naar een nest dat ze bevochten hadden op een schoorsteen die overspannen met kippengaas dat overduidelijk — zij het tevergeefs — de bedoeling had hen buiten te houden.

Als kind bedacht ik non-stop verhalen. Urenlange conversaties en dialogen borrelden naar boven tijdens de fietstochten die ik maakte op vakantie of als ik ging tennissen tegen de blanke muur om de hoek van ons huis. Mijn personages kletsten, maakten ruzie, legden het bij en beleefden avonturen, met mij als doorgeefluik, bedenker en beoordelaar op de achtergrond.

Toen ik echt begon te schrijven, stopte ik stukjes van mezelf waarvan ik niet wist hoe ik ze moest uitdrukken in die verhalen, en gebruikte de dwingende nood die samenhing met creatieve flow als een manier om aan zelfexpressie te doen.

Toen die verhalen uiteindelijk gepubliceerd en gelezen werden, werden die aspecten ook zichtbaar. Het was wat ik het meest van al had gewild en gevreesd.

Toen ik aan de slag ging als vaste redacteur en journalist voor het blad waarvoor ik nog steeds werk, kreeg ik de kans om fascinerende mensen te interviewen van wie de verhalen in de verste verte niets met mijzelf te maken hadden. Tot mijn verrassing vond ik dat ongelooflijk vervullend werk.

Ik begon te begrijpen dat ik me het gelukkigst voel als ik mijn ambacht kan aanwenden ten dienste van iets wat groter is dan ikzelf.

Dit inzicht draagt sterke referenties naar Elizabeth Gilberts beroemde TED-talk over creativiteit. Getipt worden over die toespraak van twintig minuten door mijn wijze zusje jaren geleden was een van die kantelpunten in mijn leven. (Vervolgens Gilberts werk ontdekken, was een mooie plus.)

Elizabeth Gilbert (c) TED

Gilberts praatje over creativiteit brengt een aantal doorvoelde argumenten over de kwetsbaarheid van de menselijke geest en de grilligheid van het creatieproces. Er zitten ook een paar memorabele scènes in, zoals wanneer ze voordoet hoe Tom Waits naar de lucht kijkt en een betoverend flardje melodie terechtwijst: “Kijk eens, zie je niet dat ik aan het autorijden ben? Kom terug op een moment dat wél ik voor je kan zorgen. En ga anders maar iemand anders lastigvallen, Leonard Cohen of zo!”

Nog zo’n moment gaat over de dichteres Ruth Stone, die beschreef hoe een gedicht over het landschap naar haar toe kwam stromen. Als ze snel genoeg pen en papier bij de hand had, kon ze het opschrijven terwijl het ‘door haar heen ging’. Als dat niet lukte, voelde ze het gedicht verdwijnen aan de horizon, ‘op zoek naar een andere dichter’.

Toen het me duidelijk werd dat ik ervan genoot om mezelf ten dienste te stellen van de verhalen van anderen, en ongeveer op hetzelfde moment voelde hoe ik geroepen werd om iets te doen rond ziel en spiritualiteit, kon ik onmogelijk niet aan Gilberts verhaal over Ruth Stone denken.

Helemaal open te staan voor wat mij kwam zoeken.
Een liefdevol voertuig zijn, een membraan en een doorgang voor ideeën en verhalen op hun weg naar de wereld.
Dit voelt zo juist dat het me vult met een diepe vrede en een grote kracht tegelijk.

Daarom noemen ze het dus een roeping, vermoed ik.

V & V_018 ed cut
(c) KV

Voor het eerst begrijp ik echt waarom mensen die ‘geroepen’ worden om iets te doen niet alleen bereid zijn hun leven daaraan te wijden, maar het ook belangrijker vinden dan hun ego, status, gemak en soms zelfs hun leven.

Pauze.

Dit is geen pleidooi voor een of ander fanatiek soort martelaarschap. Om ten dienste te kunnen staan van een hoger doel, moet je jezelf eerst ontwikkelen tot een volwassen en verantwoordelijk persoon.

Als je de roes en de klappen van je diepste sterktes en je grootste zwaktes niet gevoeld hebt, of geen kennis gemaakt hebt met de vernederende dwaasheid van je verlangens en trots en daar sterker bent uitgekomen, dan heb je niets te bieden en ben je niet klaar voor het werk van de ziel; dan ben je een adolescent die wijsgemaakt wordt dat hij een superheld uit een stripverhaal is.

Hoe weet je of je de maturiteit hebt bereikt waarop je klaar bent om jezelf ten dienste te stellen van de ziel (behalve, zoals die frustrerend lege uitdrukking het stelt, ‘dat je voelt dat het moment gekomen is’)?

Echte zelfkennis brengt een rijpe vorm van mildheid met zich mee, geduld en respect voor al wat leeft. Zoals de liefde van een ouder voor een kind voel je een toewijding aan iets wat je eigen onmiddellijke belang overstijgt, en je moet sterk genoeg zijn om het recht te doen en ervoor te zorgen zoals het dat nodig heeft.

Dat is niet het soort roeping dat je zal vragen om jezelf op te blazen.

V & V_042 ed cut
(c) KV

Eén intrigerende paradox blijft evenwel bestaan.

Nu ik de jacht op goedkeuring en status opgeef — of die op zijn minst niet meer laat beïnvloeden wat ik schrijf en hoe ik mezelf toon aan de wereld — voel ik me minder aanwezig. Dit draait allemaal niet meer om mij.
Ongeveer zoals de kauwen zoek ik wat mij nuttig lijkt, en breng ik het mee naar de wereld van alledag, in de hoop dat het op een of andere manier een verschil ten goede zal maken.

Ik mag het mijn signatuur geven, maar we weten allebei dat het niet van mij is, maar alleen van zichzelf. Sterker nog, het schrijft mij, verandert mij vanbinnen uit op zijn compromisloze tocht naar de horizon.

Maar terwijl ik het vormgeef, en het mijn woorden schenk om de wereld in te vliegen, wordt mijn stem helderder. Mensen beginnen te luisteren.

Plots word ik zichtbaarder dan ik ooit was.

Ik kan alleen maar glimlachen. Je krijgt altijd wat je wilt als je het niet meer nodig hebt.

V & V_031 ed cut2
(c) KV

Een dagje verwondering

Hoe de ekster je luid klepperend begroet bij het uitstappen en de kauwen een welkomstballet dansen boven de treinsporen.

(c) KV – Kauwenballet

Hoe je bij koffie en een croissant niet weet waar je het eerst naar moet kijken.

(c) KV – Antwerpen Centraal Station

Hoe wereldberoemde kunstwerken héél klein blijken te zijn.

(c) KV – Jan Van Eyck – Heilige Barbara

Hoe engelen blijkbaar kunnen lezen.

(c) KV – Carolus Boromeus kerk

Hoe de stilte neerdaalt het moment dat je door de poort stapt en gewijd terrein betreedt.

(c) KV – Begijnhof Antwerpen, een oase van vrede in het midden van de stad

Hoe je bedankt wordt met bloemen, warmere woorden, en meer waardering dan je dacht dat je verdiende voor iets waarvan je niet eens wist dat het een impact had gehad.

(c) KV – Bedankboeket

Antwerpen, je blijft me verbazen.

Waar de wind doorheen mag

ZAAILING #8

 

Buizerd def
(c) Jurgen Walschot

Het verhaal wacht. Ik hoor het zinderen, diep tussen de stammen. Het is oud en krachtig en het roept mijn naam.
Ik ga het bos is, maar het verschuilt zich in de boomkruinen, als een wantrouwige vogel.

Ik hou van de donkere, vochtige lucht, de kruidige geur van dode bladeren. Maar hier, tussen de kniehoge varens, de rotsachtige hellingen vol kreupelhout, omringd door coulissen van groen die nergens vrij zicht geven, besef ik plots dat ik blind ben op een plek als deze. Ik wel.

Word leeg, ruisen de boomkruinen. Word de wind die ritselt door de struiken. Je kunt geen verhaal ontvangen als je nog vol zit met jezelf.

De buizerd breekt door het bladerdek en scheert rakelings langs me heen.

Zijn geruisloze glijvlucht trekt een spoor door de wereld. De lucht rimpelt waar hij passeert met zijn brede, lome vleugelslag.

Hij landt in een nabijgelegen boom, en wacht.

Ik word stil als de glans op zijn veren, scherp als het zwart van zijn blik. Het maakt me bang. Kun je verlangen naar iets wat je niet kunt vatten? Iets wat jou doorziet?

Ik weet dat ik het verhaal niet zal kunnen vasthouden, zelfs niet begrijpen. Al wat ik moet doen, is het toestaan mij te bezitten.
Stap voor stap nader ik de boom.

De buizerd schudt zijn veren op, strekt zijn vlerken en vliegt op. Ik volg de gracieuze klim van zijn donkere silhouet tot de groene vingers van het bladerdek hem opslokken.

Ik voel me opengaan als een deur waar de wind doorheen mag.

Als ik het bos verlaat, strekken de velden vol zomergraan zich voor mij uit.
Ik sla mijn hoofd achterover voor de zon en spreid mijn armen. Ik voel hoe de wind speelt met mijn veren.

Leeg ben ik, en gewichtloos als een vogel. Als ik mijn mond open, klinkt een lied dat ik niet herken.

 

Buizerd met Eng tekst def

Deze Zaailing is in beperkte oplage verkrijgbaar als poster.
Bezoek Het Eksternest.

 

 


 

ZAAILINGEN is een samenwerking met tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tek
st.

Als de meester roept

Quondam_346 ed cut
(c) KV – Quondam 2017

Afgelopen weekend waren we voor de tweede keer een dagje op Quondam, een charmant middeleeuws festival. Re-enactors, een slagveld, tornooien, roofvogels, ambachten en kunsten…
Er was genoeg volk om het gezellig te maken, maar niets van de eindeloze massa’s die mij in pretparken of muziekfestivals steevast de adem benemen.

Het festival is erg goed georganiseerd, en ecologisch verantwoord. Ik hou vooral van de manier waarop drank er geserveerd wordt: in aardenwerken bekers. Je betaalt een waarborg, maar evengoed neem je na afloop de beker mee naar huis — wat wij dan ook met plezier doen.
Nergens een streep afval te zien — alleen de geur van gras en van stoofpot, brood of vlees dat boven een van de middeleeuwse kookvuurtjes hangt te sudderen.

(c) KV – Quondam 2017

Ambachtslui van over heel Europa maken van de gelegenheid gebruik om hun vakmanschap te komen demonstreren en hun producten te verkopen. Sommige zijn voornamelijk gericht op re-enactors (hoe mooi ik ze ook vind, ik zie mezelf niet snel 200 euro neertellen voor een handgemaakte jurk in middeleeuwse stijl, en ik hou van leer, maar ik heb geen armbeschermer nodig die me boogschuttersgewijs van pols tot elleboog inriemt  — in kyudo word je trouwens geacht met blote arm te schieten). Sommige handelaars verkopen jammer genoeg ook toeristische brol, maar tussen die twee extremen ligt nog een wereld van nuance, en lekker eten. Er was zelfs een badtobbe warm gestookt op kolen!

(c) KV – Quondam 2016

Aan sommige standen kunnen kinderen workshops volgen of een demonstratie krijgen: tin gieten, boogschieten, kalligrafie… het kan allemaal.

Wij zijn een goeie match, dit festival en ik. En mijn familie amuseert zich ook.

Quondam_261
(c) KV – Een huurling op doortocht biedt mijn zoon Sobran zijn zwaard en zijn diensten aan – Quondam 2016

Vorig jaar slaagde ik erin om wat fijne foto’s te maken, maar bij de tornooien en de roofvogelshow waren de resultaten zonder een deftige telelens op zijn best middelmatig.

Dit jaar, met de zoemlens in de aanslag, heb ik me geweldig geamuseerd.

Quondam_101 cut 3.jpg
(c) KV – Tornooi: boogschieten Quondam 2017

Quondam_227 ed cut
(c) KV – Chili arend alias blauwe buizerd – Quondam 2017

Er was de opwinding om te proberen de ridders en vogels in volle vlucht te vangen – iets tussen een adrenalinerush en kalme concentratie, en de vreugde om te beseffen dat het me dit keer effectief aan het lukken was…

Maar er was ook, zeker achteraf bekeken, de droefheid om zulke magnifieke dieren te zien vliegen met de touwtjes aan hun poten waarmee ze onmiddellijk na de show weer vastgemaakt zouden worden aan hun stok.

Quondam_344 ed cut.jpg
(c) KV – Zeearend – Quondam 2017

En die schitterende ridders verdienden beslist respect voor hun kunde en hun uithoudingsvermogen — de temperaturen liepen die eerste zonnige zomermiddag makkelijk op tot 27° C, en die kerels (en meiden!) droegen driedubbele lagen beschermkleding van het soort dat iemand ook ’s winters makkelijk warm houdt.

Maar ik kon het niet helpen om me af te vragen: wat deden zij eigenlijk, behalve iets wat al lang voorbij was proberen te herbeleven, zonder een dwingende vonk van status of noodzaak? Want hoe hard ze ook van hun hobby genoten, op geen enkele manier hingen hun leven of levensonderhoud er vanaf.

(c) KV – Quondam 2017

 

Begrijp me niet verkeerd, ik bedoel dit niet als kritiek. Een lieve vriendin van mij is re-enactor, en ik weet hoe ze ervan houdt om met stoffen te werken, gebruikmakend van middeleeuwse ontwerpen en ambachtelijke technieken. Ze is niet op de vlucht voor de werkelijkheid, ze geniet gewoon van haar aandeel is een groot toneelstuk dat een paar dagen lang doorgaat. En ik begrijp de aantrekkingskracht ervan, vanuit meer dan één perspectief.

En toch.

Een middeleeuws festival bezoeken is als een middag lang een droom bewonen. We stellen ons voor hoe de ridders na afloop van het tornooi hun gebroken lansen herstellen — niet hoe ze hun smartphones checken.

Quondam_420 ed cut.jpg
(c) KV – Quondam 2017

En in ons hart vliegt elke vogel vrij het luchtruim tegemoet, om nooit meer terug te keren als een meester hem roept.

Quondam_295 ed.jpg
(c) KV – Quondam

Als dat eens kon.