ZAAILING #32 – Il était une fois… Mokafé!

Een Zaailing-sprookje om te gaan bezoeken en bezichtigen, met een kop koffie er bovenop…

 

Il était une fois, dans la Galerie du Roi à Bruxelles, un bistro où on servait du café délicieux et les meilleurs gauffres du monde… Même son nom avait un goût de délicatesse: “Mokafé”.

Mokafé Page1 cut3 klein

Op een dag streek er een ekster neer aan de ingang van de bistro. Dat was een zeldzaam zicht. Eksters houden normaal niet zo van overdekte galerijen. Maar dit was een heel vrijpostige ekster, en de eigenares van de bistro was blij met wat gezelschap. Ze gaf hem een bakje water en een eigen stoel tussen de vaste klanten en de toeristen van alle kleuren en nationaliteiten op het terras voor haar zaak. Dat vond de ekster best. Hij balanceerde op de leuning, dronk een beetje van het water, keek naar de klanten, en fladderde wat in het rond. Hij lette erop het terras niet vuil te maken.

The magpie started coming around more often. Every time he visited, he would get a treat: there were always waffle crumbs lying around in the kitchen to please a hungry bird. The lady liked the magpie, and the magpie thought she was a really sweet person.

Mokafé Page1 cut4 klein

Pour la remercier, un jour il lui offrit l’idée qui lui était venue à l’esprit quand il vit un artiste de rue faire des dessins dans un coin de la galerie.

It so happened that he knew of a creative couple of artists, a writer and an illustrator who both loved birds, too. They had been working together for a good while now on a project they called SAPLINGS, and they might have some work to show and put up on the walls of Mokafé.

Mokafé Page1 cut1

De lieve eigenares vond dat een schitterend idee. De ekster knikte een keer parmantig, pikte nog een wafelkruimel mee, en vloog toen de galerij uit, naar Sint-Genesius-Rode. Want dat, wist hij, was waar de tekenaar woonde…

 

En dit sprookje is nog niet uit, integendeel: de tentoonstelling van een selectie ZAAILINGEN in Mokafé (Koningsgalerij, Brussel) is pas begonnen.
We nodigen alle nieuwsgierigen met veel plezier uit om de ekster en het spoor van wafelkruimels te volgen en er een kijkje te gaan nemen!

Mokafé Page1 cut8

Wie dat doet tijdens het weekend in de periode van 19 mei tot en met 10 juni kan bovendien ook de expo BXL Dorado in de Begijnhofwijk meepikken, waar eveneens werk van ons tentoongesteld wordt.

 

Dit sprookje was in feite niet meer dan de inleiding…
Nieuwsgierig naar deze Zaailing, integraal en op ware grootte? Klik hier

Mokafé Page1 klein

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.

Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

Zaailing stempel klein

 

 

 

Advertenties

Een oordeel vellen

Mijmeringen over goed en slecht, en over een vogel met een kwalijke reputatie

 

Vroeger dacht ik dat het leven binair was.
Je was ofwel goed, ofwel slecht. Gebeurtenissen waren ofwel goed, ofwel slecht. Goede dingen moest je herhalen, slechte dingen vermijden. Jezelf proberen te verbeteren was iets goeds. Niet werken aan verbetering was iets slechts.

Ik ben moe van het oordelen.
Het is uitputtend, en bovendien: het is niet eens juist.

Gebeurtenissen, gedrag, mensen… zijn gewoon wat ze zijn. Al de rest is ons eigen oordeel daarover: wat wij ervan maken, hoe wij ze tegen het licht van ons persoonlijke waardeschaal houden, hoe wij kiezen om naar ze te kijken en een oordeel over ze uit te spreken.

Ik zou graag een breder en steviger strook land vinden waar een tussenweg loopt. Een nieuw gebied ontdekken dat Neutraal heet. Of: het is wat het is.

 

Lentevleugels_035 ed cut klein
(c) KV

 

Dat is nogal een uitdaging. Een van de sterkste en meest welbespraakte vormen die onze Innerlijke Criticus graag aanneemt, is die van de Rechter. Schat situaties heel snel in en trekt even snel conclusies, oordeelt meteen en schiet met scherp. De Rechter is die stem vanbinnen waarvan we vaak niet eens beseffen dat ze aan het woord is, maar ze regeert een groot stuk van ons leven. Van het mijne toch.

Ik ben nochtans al een hele tijd bedreven om die goeie oude Rechter te herkennen als hij weer eens zijn opwachting maakt. En ik heb stevige vooruitgang geboekt in hem vriendelijk toeknikken maar verder niet te luisteren naar wat hij zegt, of anders zijn woorden niet al te ernstig te nemen. Maar soms kom je toch in situaties terecht waarin een diep stuk van datzelfde oude patroon zich nog eens wil afspelen, en je het hele rondje duiveluitdrijving voor de zoveelste keer nog eens opnieuw mag doen.
(Dat is niets om beschaamd over te zijn. Ik schreef eerder: mensen zijn ajuinen. Afrekenen met onze patronen en pijnen is een werk van laagjes pellen, een voor een.)

Het lijkt er dus op dat ik weer eens in een afpelfase zit.
Ik probeer mijzelf te observeren, de dingen die ik doe, voel en nodig heb, en geen oordeel te vellen. Ik probeer in Neutraal te blijven. Ik sta de dingen toe te zijn wat ze zijn zonder te proberen ze te veranderen.

Wat in de loop van dat proces naar boven komt, is een duet tussen angst en behoefte. De angst om niet goed genoeg te zijn, de behoefte om geprezen of zelfs maar gewoon aanvaard te worden. De angst om gekwetst te worden (of anderen te kwetsen), de behoefte aan veiligheid, en om ergens bij te horen.
Dit zijn gevoelens zo oud als de mensheid zelf, en daarmee bezig zijn, voelt wel eens als waden door diepe, taaie modder.

Maar ik geraak er wel. En als dat niet zo is, is dat ook oké. Kijk, ik leer bij!

 

Lentevleugels_041 ed cut klein
(c) KV

 

De dingen al te veel relativeren is meestal niet zo constructief – je durft nogal eens eindigen met een amoreel soort ‘laat maar waaien’-mentaliteit, en ik geloof echt wel in het belang van waarden als liefde, respect en eerlijkheid, bijvoorbeeld. Maar voor iemand als ik is nu en dan een beetje relativeren, en níet oordelen, een heel goede zaak.

Als ik mensen vertel dat ik een boontje heb voor eksters, krijg ik als reactie vaak een opsomming van het minder fraaie gedrag van deze vogels: ze zoeken ruzie, ze roven nesten van andere vogels leeg, het zijn afvalschuimers, ze stelen (glanzende voorwerpen)…
Maar in een artikeltje over het karakter van ekster dag ik onlangs las, trof deze zin mij het meest: Zijn naam als nestrover heeft hij vooral te danken aan het feit dat hij overdag nesten leeg haalt. Vogels die dit ’s nachts doen, worden niet opgemerkt.

Zit hier geen kink in de rechterlijke kabel? Of hoe de context onbewust soms meer doorweegt dan de feiten…

Een andere eigenschap die eksters minder aardig en knuffelbaar maakt voor veel mensen, is het feit dat ze dode dieren of afval eten. Ze zijn niet kieskeurig als het aankomt op hun dieet, het zijn schoonmakers. Eigenlijk zijn een soort gieren in het klein! (Dat ik van gieren hou, is bekend. En voor wie dat nog niet wist, wel: hierom…)

Ik ga dus geen oordeel vellen over de ekster en zijn bezigheden, noch over mijn voorliefde voor de soort. Ik ga gewoon genieten van hun aanwezigheid, en glimlachen elke keer als ik ze voorbij het raam zie vliegen, in onze boomkruinen naar boven zie huppelen (dat doet zo’n ekster in een combinatie van sprongetjes en een heel klein beetje vliegen, telkens een paar takken hoger) en ze zie landen in het nest dat ze de afgelopen maand hoog in een van onze eiken hebben gebouwd.

Over een paar weken zullen we een hele familie van ze hebben. En ik zal nog blijer zijn.

Ik vraag nu, beleefd en met alle respect, dat de Rechter zich onthoudt van enige commentaar.

 

Lentevleugels_037 ed cut klein
(c) KV

Lid voor het leven

Als ik je blogs lees, zei een vriendin me, dan merk ik dat je wel erg vaak schrijft over loslaten. Zo vaak zelfs, dat ik wel eens denk: lieve Kirstin, je doet het nog niet echt, hé, dat loslaten? Niet helemaal.

Het trof me als een zeer interessante bemerking.

Het klopt dat ‘loslaten’ een van mijn terugkerende motieven is. En het klopt ook wel dat ik erover schrijf omdat het zo belangrijk voor mij is.

 

Roeken_002 zw klein
(c) KV

 

Jaren geleden, toen coaching en persoonlijke ontwikkeling hun intrede deden in onze familie en we onze persoonlijke en gemeenschappelijke patronen begonnen te ontdekken, stichtten we bij ons thuis met een knipoog een organisatie: CFA. Voluit staat dat voor Control Freaks Anonymous.

Mijn mama, daar bestond geen enkele discussie over, is de gedoodverfde voorzitter. Mijn zusje, altijd de spaarzame van ons gezin, neemt de rol van penningmeester waar. Ik ben steunend lid, en mijn echtgenoot heeft zich daar vlotjes bij aangesloten. Nu en dan nodigen we vrienden of kennissen uit om lid te worden.
(Nee, we houden geen bijeenkomsten of zo. Het hele ding is één grote grap. Maar het is een schitterende manier om elkaar – en onszelf – te confronteren als we weer eens uit de bocht gaan.)

Dus heb ik misschien nog wat werk met loslaten?
Hmm…

Controle gaat over angst.
De angst om niet goed genoeg te zijn (en de liefde van mensen te verliezen), om niet sterk genoeg te zijn (en verpletterd te worden door tegenslag als die je overvalt), om het niet waard te zijn om gewoon te leven als de kleine, onvolmaakte mens die je bent (en op een of andere manier proberen dat toch te verdienen).

Net als de meeste controlefreaks ken ik deze drie vormen van angst heel goed. En heel waarschijnlijk zijn er nog andere, maar daar kom ik nu even niet op.

Ik ben er niet obsessief mee bezig om de dingen tot het laatste detail perfect te krijgen. Maar soms merk ik wel dat ik beslist nog niet vrij ben van angst. En mijn manier om daarmee om te gaan is proberen mijn angst te begrijpen, en vervolgens op te lossen. Misschien is dat een zoveelste vorm van controle, kan best.

Mijn blog over de wachttijd op de luchthaven van Zaventem kan je bijvoorbeeld inderdaad heel goed lezen als een poging om de controlefreak in mijzelf gerust te stellen (alles komt in orde, je haalt je vlucht, het plafond staat niet op het punt naar beneden te komen…)

Anderzijds heb ik wel degelijk al een en ander over loslaten geleerd. Ik ben veel relaxter dan vroeger. En telkens als ik merk dat ik met iets nogal krampachtig omga, herinner ik mezelf eraan dat het helemaal oké is om… los te laten. Ik koester beelden als de rivier die me meeneemt stroomafwaarts en de thermiek die me optilt voor een stuk omdat ze het geloof weergeven dat ik intussen heb over waar deze reis heen gaat (met het Leven, of de Ziel, of het Unuiversum, of hoe je het ook graag wil noemen, aan het stuur).
Dus denk ik dat ik zo vaak over loslaten schrijf omdat het iets is wat ik aan het leren ben, en zoals alle leerprocessen maakt het je van dat ene ding bijzonder bewust. Het is een niet-aflatende oefening, een vaardigheid die je een leven lang blijft verwerven.
Roeken_003 zw ed cut klein
(c) KV

 

Ik heb wel het gevoel dat ik er stilaan beter in word. Minder bang. Minder in de greep van angst wanneer die zich toch weer eens aandient.

Heb ik het perfect onder de knie? Nauwelijks. Maar perfectionisme zou mij toch gewoon andermaal naar voren schuiven als gedoodverfd lid van het CFA? Of niets soms?

Aan het hof – of op het slagveld

Ik heb ze wel gelezen: de hoofse ridderromans waarin twee houwdegens strijden om de gunsten van één jonkvrouw. Vandaag kon ik het eens in het echt zien gebeuren.

Het Zwin staat bekend  (ik vertel u niets nieuws) om zijn bestand aan watervogels. We brachten er dit weekend een kort bezoekje aan. Het was verschrikkelijk lang geleden sinds ik er was, en het was er behoorlijk veranderd, met een indrukwekkend museum waar je op een interactieve manier alles te weten komt over trekvogels, met mooie afgebakende paden tussen de bosjes en de duinen, en over de slikke en schorre.

De ooievaars zijn vaste seizoensgasten. De lente heeft zijn eerste aarzelende maar onmiskenbare stapjes gezet, en deze indrukwekkende schoonheden zijn geland om te nestelen en te broeden op de hoge uitkijkposten die overal in het domein zijn neergezet.

 

Zwin_150 ed cut kleinZwin_030 ed cut kleinZwin_046

 

Bij de ooievaars waren de dingen al helemaal in kannen en kruiken. Een heleboel nesten waren al bezet door  koppels. En die waren heel ijverig aan het werk.

 

Zwin_059 ed cut klein
(c) KV

 

Bij de meeuwen was de verleiding – of moet ik zeggen: de bestorming – nog in volle gang.

Alle onderstaande foto’s werden gemaakt op een tijdspanne van krap een paar minuten.
Twee mannetjes, vermoed ik, die vechten om hetzelfde vrouwtje… Ik weet niet precies wie er als winnaar uit de bus is gekomen (mijn gezin was intussen bijna uit het zich verdwenen, op moeder-fotograaf wordt niet eindeloos gewacht), maar ze maakten met z’n drieën alvast een boel kabaal. Merk op hoe het wijfje nu en dan lijkt te vluchten, dan weer doodgemoedereerd blijft zitten terwijl de schermutseling pal boven haar hoofd in volle gang is.

Ik heb ook geleerd dat alles is toegestaan in de liefde. Inclusief je rivaal proberen te verzuipen.

 

Zwin_136 ed cut kleinZwin_144 ed cut kleinZwin_146 ed cut kleinZwin_137 ed cut klein

 

Geef mij maar het zachtzinniger ballet van de ooievaars…

 

Zwin_042 ed klein.jpg
(c) KV

Sommige dagen zijn magisch van bij het ontwaken

Hoeveel vreugde en met licht overgoten magie past er in één enkele ochtend?

 

Prille lente_002 ed klein.jpg
Maan gaat onder in de ochtendschemering (c) KV

 

Prille lente_038 ed cut klein
Staartmees aan het ontbijt; foto gemaakt met telelens zittend aan de ontbijttafel binnen (c) KV

 

Prille lente_028 ed cut klein
De belofte van een betoverende dag (c) KV

 

De drie bovenstaande foto’s werden gemaakt op een goed half uur.

En op wonderlijke wijze werd de rest van de dag inderdaad net zo krachtig en mooi. Hij was tot de rand gevuld met vertrouwen, verbondenheid, begrip en liefde, gedeeld met verwante zielen die mij ongelooflijk dierbaar zijn. Ik mocht mijn kracht en mijn liefde de vrije loop laten, en ik kreeg er schoonheid, diepe erkenning en kwetsbare gelijkgestemdheid voor terug.

Dit is hoe het voelt om echt, echt gezegend te zijn.

Hout vasthouden

Melancholisch gemijmer bij het vertrek uit Frankrijk

 

Kiki 5 145 klein
La Place Des Retraités (bordje aan de muur staat helaas niet op de foto) – aka La Douce France En Hiver (c) KV

 

‘We hebben het werk dat dit huis en het terrein er omheen vraagt misschien wel wat onderschat,’ zegt mijn moeder me tijdens de autorit naar Albi, waar er een heerlijke lunch op het programma staat in een van hun vaste restaurantjes, waar ze door de eigenaars én de kelners begroet worden als familie. ‘Als ik de hele oefening nu over moest doen, dan zou ik misschien heel andere beslissingen nemen.’

Niet dat mijn ouders er spijt van hebben dat ze in Frankrijk zijn gaan wonen, maar ’s winters kan het toch wel erg guur worden waar zij zijn neergestreken. En die kleine bungalow naast het grote woonhuis was wel bijzonder praktisch met het oog op de oudste dochter (ik) die zou afkomen met echtgenoot plus twee stiefzonen plus peuterkleinzoon, maar nu gebeurt het maar zelden meer dat we alle vijf samen op het appel zijn, want de oudsten zijn intussen veel zelfstandiger geworden en geven er de voorkeur aan om op andere tijdstippen te landen, met vrienden in plaats van (stief)ouders. En dus hebben mama en papa altijd veel ruimte voor gasten, maar ook niet voortdurend meer zin in veel volk.

‘Ik weet niet waar we zullen zijn binnen tien jaar,’ mijmert mijn moeder. ‘Maar daar wil ik ook niet te veel bij stilstaan, we proberen te leven in het nu.’

 

Kiki 5 020 ed cut2 klein
(c) KV

 

Ik ook. Ik leef in een ‘nu’ waarin mijn beide ouders nog steeds gezond zijn. Waarin ze ouder worden en hun beste vrienden, die troep personages die recht uit de betere Franse komedie ontsnapt lijken, ook een dagje ouder worden, maar alles bij elkaar doen ze het nog behoorlijk goed.

Ze herinneren zich niet alles even vlotjes meer als vroeger. Er zijn operaties geweest en doktersbezoeken, controles en medicatie. Er is het huis dat vervelend veel herstellingen nodig heeft, en het zwembad en de tuin die in de lente in orde moeten gebracht worden. Niet door henzelf, maar door iemand die daarvoor moet langskomen en die altijd vertraging heeft, of niet komt opdagen, of veel te duur is.

Ik vertrek morgen terug naar België, en ik ben dankbaar om mijn ouders achter te laten in goede gezondheid en met een goed humeur. Ik weet dat ik mijn zegeningen moet tellen. Wat ik weet even goed dat er een tijd komt dat ik naar het zuiden zal vliegen – of rijden – om te helpen met kwesties van een veel complexere financiële of medische aard. Over tien jaar? Vijftien? Vijf? Ik kan me de omvang van de onderneming zelfs niet voorstellen mocht er aan een van beiden iets gebeuren en de ander zou verhuizen naar een appartement in Albi, laat staan België. De gedachte alleen al vervult me met vroegtijdig verdriet. Ik weet wel dat ik er niet alleen zal voorstaan. Mijn zus, mijn man, vrienden en kinderen zullen klaarstaan om te helpen, oplossingen te bedenken en ze uit te voeren. Maar toch.

Waarschijnlijk hoort dit gewoon bij de melancholie van vertrekken. Ik aanvaard ze voor wat ze is, en bid in stilte dat mijn ouders hier nog veel gelukkige, gezonde jaren mogen kennen.
Ik zie ze voor me, omringd door iedereen die hen graag ziet. De zon schijnt, en er zijn vrienden van alle hoeken van Europa. In het zwembad spelen kinderen, en de tafel is gedekt met lekker eten. Hoog in de lucht cirkelen de buizerds en de valken waar we zo van houden.

Dat is een goed beeld. Hout vasthouden.
Of zoals de Fransen het zeggen: touchons du bois.

 

Kiki 5 043 ed cut klein
(c) KV

Een goed nest

Ik zit in het bureau van mijn vader en ik schrijf. Nu en dan kijk ik op naar de bomen naast het huis, waar een koppel eksters een nest bouwen. Ik sla hun vorderingen gade met een glimlach.

Ze werken methodisch en gefocust. Soms vliegen ze allebei uit voor geschikte takjes, soms blijft er een in het nest terwijl de ander op zoek gaat naar meer materiaal. Soms komt de ene terug en vindt degene die achterbleef in het nest dat het tijd wordt om van rol te wisselen en vertrekt op zijn beurt zowat meteen.
Op zeker moment kon ik me de ergernis van een van beide bijna voorstellen toen de ander kwam aangevlogen met een tak die zo lang was dat hij ongeveer drie keer om het nest heen kon gewonden worden. Hoe wil je in godsnaam dat ik die erin gepast krijg, leek die in het nest te zeggen.
Soms werken ze samen om alles te schikken en in elkaar te puzzelen, met een van beide op de rand van het nest, of zelfs eronder, om een al te lange tak een stukje lager te trekken.

 

Kiki 4 015 ed klein
(c) KV

 

Ik ben ondertussen al veertig jaar het kind van mijn ouders, en hoewel ons huis altijd een soort tijdelijk toevluchtsoord is geweest voor jonge mensen met nood aan een stabiele thuis, ligt de tijd van nesten bouwen en jonkies opvoeden nu toch wel al een hele tijd achter hen. Ik ben van onder hun vleugels vandaan gegroeid en ben mijn eigen nest gaan bouwen. Nu ben ik zelf ouder. Maar op een of andere manier voelt het toch ook altijd goed om even terug te zijn.

We hebben samen nog een heleboel vakanties doorgebracht, maar echt samengewoond hebben we niet meer, niet als het kerngezin dat we ooit waren, een zeldzame week waarin mijn zus en ik allebei naar Frankrijk afzakten zonder partners niet te na gesproken. En zelfs toen waren er kleinkinderen bij, als ik het me goed herinner. Dat is prima, zo gaan die dingen nu eenmaal.

Sinds wij volwassen zijn, doen mijn ouders bewust moeite om niet te veel parentaal gezag meer te laten gelden. Zelfs al kunnen ze er uitgesproken meningen op nahouden, ze respecteren ook de onze. Geen ‘ik ben hier de ouder en jij bent mij eeuwige trouw en  gehoorzaamheid verschuldigd’-gedoe hier. Onze discussies kunnen ten andere wel levendig zijn.

Recent, zeker sinds ik zelf in mijn kracht ben gekomen als volwassen vrouw en moeder, voelen mijn mama en ik ons op sommige vlakken behoorlijk hecht verbonden. We maken, om het zo te zeggen, deel uit van een universeel ‘vrouwengeslacht’. Het leeftijdsverschil tussen ons is uiteraard hetzelfde als altijd, maar we voelen ons nu veel meer deel van dezelfde traditie, als een volwassene en een oudere, dan we waren als jong meisje en haar moeder. Het is een evolutie die we allebei verwelkomen en appreciëren.

Mijn verblijf hier bij mijn ouders (het is pas de tweede keer dat ik op mijn eentje bij ze in Frankrijk ben) is het niet anders. Wij zijn een stam, een nest, maar zelfs al ben ik hun nageslacht en zal ik dat altijd blijven, we omarmen elkaar wel als gelijken.

 

GP 5 029
Geen maand na haar longoperatie gaat mama al dapper mee de honden uitlaten – met een ingelaste knuffelstop nu en dan (c) KV

 

 

Mijn mama geneest goed. Maar mooier nog om te zien dan de vorderingen die ze maakt, is hoe mijn ouders met elkaar omgaan. Ze hebben in de loop van de jaren hun meningsverschillen en conflicten gehad, maar in zekere zin was mama’s klaplong en het feit dat ze een zware operatie moest ondergaan om meer van hetzelfde in de toekomst te vermijden een cadeau voor hun relatie. Mijn vader verzorgt haar met een hartverwarmende toewijding, en mama is erkentelijk en dankbaar op de best mogelijke manier. Ze plagen elkaar, ze lachen veel en ze zijn heel innig. Bij momenten heb ik het gevoel dat ik twee oude pubers elkaar zie herontdekken, op een mooiere manier dan daarvoor.

Soms moet je naar de hel en terug om dit soort mirakel te krijgen, zoals mijn mama het uitdrukt. De serieuze emotionele confrontatie die ze vorige zomer hadden en mijn mama’s fysieke toestand deze winter kunnen beslist omschreven worden als een kleine hel. Maar óf ze er sterker uitkomen.

Ik ben blij om hier te zijn, blij om te helpen met kleine dingen, blij om in hun gezelschap te zijn en hen gade te slaan in hun dagelijkse bezigheden.

Dit is nog altijd een warm nest. Het is fijn om thuis te zijn.

 

Kiki 4 011 ed cut klein
(c) KV

De Fransen hebben geen kaas gegeten van weersvoorspellingen

De Franse météo beloofde vijf dagen stralende zon en zachte temperaturen.
Nog niet zoveel van gezien, tot nu toe, moet ik zeggen.

 

Kiki 2 003 klein
Foto van mijn papa, gemaakt op de dag dat ik dit schreef

 

De goeie kant van gure wind en sneeuwvlagen, is evenwel dat de vogels dan veel honger hebben.
Terwijl mama aan tafel zit te tekenen, sta ik, gewapend met mijn vaders camera, voor het raam. We amuseren ons allebei.

 

Kiki 1 054 ed cut klein

 

Kiki 2 146 ed cut klein
(c) KV

ZAAILING #22 – Meester van de maan

 

vos & raaf1 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Als de scherpste schaduwen vallen, vind je hem op zijn tak.
De meester van de maan overschouwt de wereld.

Verlangend staren we omhoog naar wat hij heeft. Het is een schat die hij in stilte bewaakt, dat is zo duidelijk als wat. Wat jammer dat hij niet even per ongeluk zijn bek open doet. Met kruimels zouden we al tevreden zijn.

Is het zijn zwijgen dat hem zo bijzonder maakt? Zijn onwaarschijnlijk sterke bek?
Wat is het dat hij weet maar ons niet vertelt?

Hoe we ook smeken, welke listen we ook smeden, de meester van de maan is ons te slim af. Hem zal je niet betrappen op praatjes. Geen snipper licht gunt hij ons, dat omhooggevallen stuk pretentie.

We maken onszelf graag fabeltjes wijs. Dat weet de meester van de maan als geen ander. Zolang hij zwijgt, kunnen we dromen dat zijn schat, in een moment van onoplettendheid, valt.

Of dat wij vleugels krijgen, op een dag.

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Het verleden en de toekomst

 

Mijn erfgoed eren – en overstijgen

 

Light & drops_110 klein
(c) KV

 

Zoals de meeste mensen leefde ik een jong leven toen ik jong was – hoewel er in het mijne waarschijnlijk minder sociale vaardigheden, minder verstand-op-nul fuiven en meer doorploeteren van zielenroerselen zat dan in veel andere. Ik leefde in boeken en schreef mijn eerste verhalen. Ik had vaak het gevoel dat niemand mij begreep, of ze moesten minstens tien jaar ouder zijn dan ik. Pas toen mijn mama thuiskwam van een cursus numerologie (ik was pakweg zestien) met de mededeling dat het cijfer dat op mijn profiel mijn innerlijk weergaf symbool stond voor de diepe en soms wereldvreemde bagage van de oude, wijze leraar, had ik het gevoel dat er iets plotseling wat duidelijker werd.
Het voelde juist om een oude ziel te zijn.

In alles waar ik me mee bezig hield, van school over universiteit tot werk zoeken of een gezin stichten, was die oude wijsheid (of beter: het gevoel daar op een of andere manier een link naar te hebben) een constante aanwezigheid in mijn achterhoofd. Intuïtief zocht ik onderwerpen op die nogal eens saai of ingewikkeld gevonden worden, vaak in de sfeer van psychologie of zelfontwikkeling. De cursussen die ik volgde, en de inzichten die ze mij opleverden, kwamen mij bijzonder goed van pas tijdens mijn jaren voor de klas, en ik wende eraan ‘te wijs voor mijn leeftijd’ te zijn, niet alleen in hoe ik mij voelde maar ook ik wat ik effectief in de wereld bracht.

In de afgelopen jaren ben ik naar mijn gevoel tot volle wasdom gekomen. Ik heb mijn plek in de wereld gevonden, de reis naar mijn plateau gemaakt en de roep van de Ziel aanvaard, en nu heb ik het gevoel dat ik toegang krijg tot mijn erfenis. De oude kennis en vaardigheden die altijd een stuk van mij waren worden nu beschikbaar om ze werkelijk te gaan gebruiken.

Dat was het moment dat ik voor het eerst het woord sjamaan gebruikte. Schrijver — Journalist — Echtgenote/Moeder — Sjamaan-in-wording schreef ik als biografische puntjes toen ik deze website in juni een ingrijpende facelift gaf, en dat was zowel doodeng als heerlijk spannend. Ik had het gevoel dat ik naakt ging voor de wereld, en tegelijk onderstreepte dat een spiritueel pad lopen mij diepe ernst was.

Ik beken dat ik aarzelde bij het woord sjamaan. Maar het was het enige wat min of meer juist klonk. Het had echo’s van magie en wijsheid, een gevoel van een dieper weten, in verbinding met de natuurkrachten, genezing en andere lagen van de werkelijkheid dan het materiële of dagdagelijkse. Dit specifieke woord gebruiken betekende mijzelf op een of andere manier steviger verankeren op het spirituele pad dat ik was ingeslagen. En een van de dingen die ik aan het verkennen was, was sjamanisme. Of juister: ik word aangetrokken tot bepaalde aspecten en praktijken, waarvan ik er sommige al jaren beoefen, en waarvan andere pas recent hun opwachting hebben gemaakt, die allemaal tot die traditie lijken te behoren of er op zijn minst mee verwant zijn.

 

Winterprik_034 zw ed cut klein
(c) KV

 

Een van de geschenken die ik op mijn Soul Circle ontving, was een boek over sjamanisme, geschreven door een ingewijde. Ik vond het – behalve slecht geschreven – tot op zekere hoogte verrijkend én confronterend. De helft van de tijd dacht ik: oh nee, dit heeft niets met mij te maken. Totaal niet. Van geen kanten. (De andere helft van de tijd zei mijn professionele zelf: een beetje redacteur zou hier een veel beter boek van hebben kunnen maken.)
Ik besloot me alleen te concentreren op de inhoud. Sommige stukken waren interessant, al gingen ze niet altijd voldoende in detail, andere maakten me een beetje ongemakkelijk. Zoals dit citaat van de hedendaagse Lakota medicijnman Steve McCullough:

“Er bestaat blijkbaar een enorm verlangen de weg van het sjamanisme op te gaan. Sommige mensen nemen dan blijkbaar het besluit om sjamaan te ‘worden’, en denken dat ze dat zijn als ze ergens een paar cursussen of een opleiding hebben gevolgd op het gebied van medicijnwerk. Sommige opleidingen pretenderen zelfs mensen op te leiden tot sjamaan.
Deze zogenaamde sjamanen, de ‘wannabees’, die hun eigen manier van werken ontwikkelen, drijven in feite de spot het met werkelijke gedachtengoed. Ik denk dat er veel mensen zijn die spelen dat ze sjamaan zijn met de daarbij horende rituelen. Dat is des te ergers als het gebeurt vanuit commerciële motieven. Je kunt geen sjamaan worden omdat je dat wilt. Je wordt daarvoor uitgekozen.”

Dit raakte me, in die zin dat ik voelde dat ik moest toegeven aan mezelf dat er, tot nu toe tenminste, geen voorouderlijke krachten of geesten of wat voor andere entiteiten ook waar sjamanen gewoonlijk mee werken mij een bezoek brachten om me te vertellen dat ik spreekwoordelijk aangenomen ben. Er is evenmin een spirituele leraar die mij benaderd heeft met de melding dat ik bij hem of haar in de leer moet gaan (wat een veel voorkomende praktijk is in traditioneel sjamanisme). Misschien gebeurt dat ooit nog – ik sluit niks bij voorbaat uit, en het is nu ook niet alsof ik er al hele drommen heb ontmoet – maar in de tussentijd vond ik wel dat ik eerlijk moest zijn met mezelf en de wereld.

Natuurlijk mag je jezelf noemen wat je maar wil, maar tezelfdertijd zijn woorden nooit geheel zonder waarde of gewicht. Ik ben sterk aangetrokken tot spiritueel werk, zozeer zelfs dat ik het eerder al een roeping noemde. Ik ben op een aantal vlakken al lang geen beginneling meer, en ik weet wat ik kan (en wat niet) met mijn vaardigheden om anderen op een veilige, respectvolle manier te helpen groeien. Maar als niet sjamaan (of op weg om het te worden), wat ben ik dan wel?

 

Winterprik_046 zw ed cut klein
(c) KV

 

Ik had er een fantastisch gesprek over met mijn lieve mama. Zij was erbij op mijn Zielskring, waar ze getuige was, zoals ze dat later zelf beschreef, van mijn ‘overgang’. Ze was in het bijzonder geraakt door het lied dat ik zong, met niets dan de trom om me te begeleiden.
De framedrum is het instrument van de sjamaan. Het is ook een van de oudste instrumenten in de geschiedenis van de mensheid, en heeft wortels in de oudste mysteriecultussen van zowel de indianen, de Egyptenaren, de Kelten en de prehistorische volkeren. Ik heb altijd heel erg gehouden van krachtige percussie, en de trillingen van de trom gaan zeer diep voor mij. Dat instrument tot het mijne maken was een van die kleine maar zeer belangrijke stappen die ik de afgelopen maanden heb gezet. Het is ook, andermaal, een link naar deze oude spirituele tradities.

Nu zei mijn mama, met die wijze helderheid die haar zo eigen is:
“Het is zeker passend om die tradities te respecteren, en hun erfenis – jouw erfenis – te eren. Maar onthoud dat jij het was die mij van in het begin vertelde dat je het gevoel had dat je oude wijsheid in nieuwe vormen in de wereld moest brengen. Je kunt je dan wel verwant voelen aan de Amerikaanse indianen of de prehistorische mens, maar in dit leven ben je geen Lakota en ook geen holbewoner. Dus natuurlijk lijkt het traditionele sjamanisme in zijn oude vorm jou niet te ‘passen’. Dat zijn je wortels, je verleden. Het is niet je toekomst. Je hebt je vrienden geroepen om de overgang naar een nieuwe fase te markeren, waarin je nieuwe inzichten in de wereld zal helpen brengen op manieren zoals dat tot nu toe nog niet gedaan is. Je vrienden zijn gekomen, en ze waren met velen. En ze zijn met nog veel meer, van veraf bij jou in gedachten, of op het punt te verschijnen. Je staat er niet alleen voor met dit werk, en het is een krachtig proces. Zo voelt het. Dus naar mijn mening is het niet meer dan logisch dat je niet ‘geroepen’ wordt door het traditionele sjamanisme. Het is nu voor jou de tijd om je over te geven en los te laten, op verschillende manieren. Misschien moet je ook dit specifieke idee maar loslaten…”

Had ik al gezegd dat ze wijs is?

Het resultaat van dit gesprek was dat ik besloot mijn buikgevoel te volgen en die bewuste frase op mijn website aan te passen. Schrijver — Journalist — Echtgenote/Moeder — Wandelaar tussen de Werelden staat er nu. Dat, voel ik, is zowel waar als juist op dit moment in mijn leven.

En alsof dat allemaal nog niet genoeg was, kreeg ik wat later die week de bevestiging van identiek hetzelfde proces op een totaal ander vlak in mijn leven.

Inspiratie voor Zaailingen komt aanwaaien op allerlei manieren. Toen ik Jurgen iets stuurde over een uitgeverij die we misschien eens moesten contacteren, linkte ik naar een mooi, door hen uitgegeven schrift met daarop de gestileerde afbeelding van een vos en een raaf. Dat katapulteerde hem meteen midden in La Fontaines Le renard et le corbeau. En terwijl ik nog aan het nadenken was over een originele manier om dat overbekende thema te benaderen, had hij al een schitterende prent gemaakt.

 

vos & raaf1 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Het was een ‘klassiek’ beeld, niks voluptueus of buitenissigs zoals ik dat in mijn hoofd aan het bekokstoven was. Het toonde gewoon de vos die opkeek naar de raaf in de boom. Maar het grote verschil met het origineel zat hem erin dat de raaf geen stuk kaas in zijn bek heeft, maar in plaats daarvan de maan – of zo lijkt het toch. Subtiel maar briljant. En alle vrijheid van de wereld om voor de dag te komen met een totaal nieuwe versie van het verhaaltje.

Alleen stapte mijn hoofd niet zo snel aan boord van de trein met bestemming Anders-en-Vernieuwend. In plaats daarvan draaide het keurig in kringetjes, terwijl ik besloot dat ik zou proberen om een nieuwe versie van de fabel te schrijven als fabel, compleet met rijmschema’s erop en eraan. De – op het eerste zicht – onschuldige stijl van Jurgens beeld, gecombineerd met mijn eigen vooroordelen over fabels en hoe dat soort teksten geacht wordt ineen te steken (met een nogal kinderlijk verhaal en een uitgesproken les) zette mij stevig vast in – ja, daar gaan we weer – een ‘traditie’.

En daar knalde ik mooi tegen een muur die ik zelf gebouwd had.

Het schrijven liep allebehalve vlot, en al kreeg ik na veel hard werk wel een paar versjes uit mijn pen gewrongen die ik niet onaardig vond, het resultaat stond me niet aan. Ik herinnerde me hoe de klassieke fabels me nooit, zelfs niet als kind, hadden kunnen bekoren. Het rijm trok me niet aan, en de moraliserende boodschap vond ik bot en overduidelijk. Personages raakten gekwetst op manieren die de lezer een lesje moesten leren maar die mij alleen maar nodeloos pijnlijk en wreed in de oren klonken.
Natuurlijk dateren fabels uit een ander tijdperk, en ik wil ze niet beoordelen met de standaarden van vandaag. Ze zijn een erfstuk, en als zulks dus beslist waardevol. Maar waarom zou ik in godsnaam proberen mijn creativiteit in hun verkrampte structuren de proppen? Dit, andermaal, was het verleden. Ik moest de dingen anders doen, om de toekomst tegemoet te gaan, wat voor vorm mijn werk dan ook zou blijken aan te nemen.

Ik stuurde Jurgen een bericht dat ik een waardevolle les geleerd had, en bedankte hem voor de spiegel die zijn beeld mij had voorgehouden.
Toen zette ik me aan een nieuwe tekst. Ik eerde het verleden door ernaar te verwijzen, maar ik herhaalde het niet. Ik maakte het van mij.

Ik deel de tekst hier niet, aangezien het een Zaailing is die we op een later moment misschien nog willen vrijgeven. Ik kan wel al verklappen dat in deze nieuwe versie de raaf niet laat vallen wat hij in zijn bek heeft…

Er is geen enkele reden om het verleden nog een keer te herhalen.
In plaats daarvan kijk ik het uit naar het licht van een spiksplinternieuwe dag.

 

Winterprik_036 ed cut2 klein
(c) KV