A room of one's own

(c) Inaya photography



Virginia Woolf wist het als geen ander: een vrouw moet een kamer voor zichzelf hebben als ze wil schrijven.

Nu ons dagelijks leven er plots anders uitziet, bevind ik mij 24/7 in het gezelschap van twee mannen: een grote en een kleine, die mij allebei op heel innige manieren lief zijn, maar die ook allebei een aantal eigenschappen gemeenschappelijk hebben. Waaronder: flauwe humor, een onleesbaar geschrift en een onuitputtelijke voorraad energie.

Ik ben een stiltemens. Ik was dat misschien niet van bij aanvang, maar in de loop der jaren ben ik dat steeds meer geworden. Ik hou nog altijd van muziek, en ik vind het leuk om naar interessante video’s te ‘luisteren’ terwijl ik strijk. Maar over het algemeen: hoe meer stilte, hoe liever.

(c) Inaya photography


Dat is niet altijd zo geweest. Vroeger was mijn hoofd vol stemmen. Angstige, goed bedoelende stemmen, die klonken als versies van mijzelf maar het toch niet waren, die me aan alles lieten twijfelen, me over alles deden tobben, me af hielden van dingen die ik eigenlijk wilde. Ik heb ze in de loop der jaren zachtjes aan tot zwijgen kunnen brengen. Ik heb ze gekoesterd, gerespecteerd en gerustgesteld. Ze zijn ingedommeld of verdwenen.
In de diepe ruimte van mijzelf die toen helemaal beschikbaar werd, is het heerlijk toeven in de stilte. Als mijn ziel een subtiel en betoverend melodietje neuriet, heb ik het onmiddellijk gehoord.

Enter corona, en mijn twee actieve – of op zijn minst zeer aanwezige – mannen.

(c) Inaya photography


Wij leven in een belétagewoning. Woonruimte boven, slaapkamers beneden. De eerste dag dat hij thuis werkt, zit Christophe in een marathonsessie vijf uur lang aaneengesloten digitaal les te geven. Sobran houdt zich flink aan de afspraak om zich te verschansen in de speelkamer beneden en niet te storen. Maar omdat ons bureau overloopt in de leefruimte, zit ik zelf geprangd tussen het digitaal klaslokaal boven en de eindeloze schetterende luisterverhalen beneden.
In de keuken, de badkamer of onze piepkleine slaapkamer is het niet zo makkelijk schrijven. Hier moet ik een oplossing voor vinden, dit houd ik geen weken uit. Ik ben gewend het huis hele dagen voor mij alleen te hebben.

Maar ik heb daar helemaal geen heel huis voor nodig. Dankzij een nieuwe plant, die ik voor het raam van de logeerkamer posteerde omdat hij nogal groot was en ik er nergens anders plaats voor had, groeit het plan om die ongebruikte kamer (wie zou er de volgende maanden logeren??) voor de komende tijd een beetje ‘van mij’ te maken.

(c) Inaya photography


Ik ga niet sleuren met meubels, de kast en het bed laat ik staan. Meer dan een hoekje hoeft het eigenlijk niet te worden, met planten en stenen, een poef om op te zitten, zicht op de tuin, groen om mij aan te laven. Een vertrek waarvan de deur dicht kan, een holletje waar anderen mij met rust laten.

Ik breng er mijn dagen niet door, hoogstens een paar uur per dag, en dan zelfs niet altijd om te schrijven. Ik kan er ook gewoon in alle rust telefoons of andere gesprekken voeren waarmee ik de concentratie van mijn huisgenoten niet wil belasten. Maar wat een luxe! Wat een zegen om een deur te hebben die je kunt sluiten, en ruimte waar de wereld even mag stilvallen.

Hulde, waarde mevrouw Woolf. Ik bewonderde u twintig jaar geleden al, als schrijfster en als mens, toen ik voor het eerst in contact kwam met uw werk. Ik doe het nu nog veel meer. En in deze hoogst ongewone tijden apprecieer ik ten volle elke minuut van het voorrecht dat mij gegund is: een kamer voor mezelf.

(c) Inaya photography