Terugtrekken?

(c) Inaya photography


Er is een opmerkelijke evolutie aan de gang, diep in mij.

Zoveel in mijn leven heeft de laatste jaren in het teken gestaan van naar buiten treden. Mijn kin een beetje hoger heffen en durven zeggen: dit is wat ik doe en dit is waar ik voor sta en hier word ik gelukkig van. En daarmee gezien worden. Daar appreciatie voor krijgen, ook (soms).
Maar vooral: voelen wat en wie ik ben, en wat mijn plek in de wereld is. Eindelijk.

Een van mijn favoriete motieven is: alles is een ademhaling, een onbewust maar krachtig ritme van expansie en contractie. De natuur met haar seizoenen, ons uitdijend universum, de manier waarop wij – individuen, groepen, culturen, continenten, planeten – leren en groeien en vervolgens uiteenvallen en sterven: sommige patronen gaan op voor elk aspect van dit universum. En dat is prachtig.

(c) Inaya photography


Het verbaast mij dus niet dat ik nu, na een aantal jaren van sterke expansie, de drang voel om mij terug te trekken. Niet per se uit de publieke sfeer, niet uit schrijven of blogs publiceren of werken of mijn gezin of wat dan ook. Dit is een psychologisch proces, een ondergrondse stroming. Misschien word ik de komende jaren juist nog zichtbaarder en trek ik verder de wereld in. Maar binnen in mij is de richting onmiskenbaar de omgekeerde.

Die roep tot terugtrekken heeft gedeeltelijk te maken met het feit dat onze mondiale cultuur op zoveel vlakken de grenzen van haar draagkracht aan het overschrijden is.
De planeet en de natuur, waar wij allen deel van uitmaken, is waar mijn loyaliteit ligt. In vergelijking daarmee zijn de besognes van individuele mensen zo onbeduidend als die van mieren in een mierenhoop ergens in een groot regenwoud op een nog veel groter continent. We wanen ons de meesters van de schepping, dat wel. En we jagen de illusie van almachtigheid na, net als Icarus die dacht dat hij kon vliegen. Maar hoeveel technologie we er ook tegenaan gooien, we zullen neerstorten. En de val zal zeer pijnlijk zijn.

(c) Inaya photography


Ik voel de trekkracht van iets dieps, iets fundamenteels, dat als een soort sourdine bromt en ruist onder onze voeten, de stem van de aarde zelf. We hoeven de sterren niet te koloniseren om te begrijpen hoe het leven in dit universum in elkaar zit. We zouden gewoon beter een paar uur onder een boom gaan zitten en alles wat er om ons heen gebeurt op ons laten inwerken.

De grondstoffen die we opsouperen om die Icarusvleugels te maken, doden al het leven om ons heen. En onze droom om aan ‘de natuur’ te ontsnappen, zoals zovelen in dit digitale tijdperk maar al te graag geloven – maar eigenlijk is die droom veel ouder – is ronduit een waanbeeld. We kunnen niet aan de natuur ontsnappen, we zijn de natuur. We zijn gekoloniseerd door bacteriën, we staan in intieme verbinding met elk levend organisme om ons heen. Als we in het leven landschap om ons heen snijden, hakken we in onszelf.

We zijn ons daarvan misschien nauwelijks nog bewust, omdat ons hoofd vol zit met abstracte ideeën, religieuze of zogenaamd ‘rationele’ theorieën over hoe uitzonderlijk de mens wel niet is en ander fraais, maar er hoeft maar een vloedgolf, een aardbeving of een ander natuurfenomeen ons leven door elkaar te gooien, en we weten tot in onze kern weer heel goed wat we zijn: mensdieren die klauwen om te overleven. Probeer het eens zonder huis, zonder verwarming, zonder veiligheid. Er blijft niet veel meer over, en bedrading alleen zal ons niet helpen.

(c) Inaya photography

Oké, misschien is dit allemaal onkarakteristiek scherp van mij. Een beetje te veel Paul Kingsnorth gelezen, de laatste tijd. Zelden een boek gehad dat zo glashelder en pijnlijk de vinger legde op al mijn persoonlijke wonden als Bekentenissen van een afvallig milieuactivist.

In The Lord of the Rings noemen de elfen hun trage maar onontkoombare evacuatie uit uit Middle Earth the slow defeat. En dat is het precies: de trage, tragische nederlaag van wie deze levende planeet in ere wil houden. De overmacht voelt bij momenten gigantisch, en hoop is een luxe die steeds schaarser wordt.

Ben ik één haar beter dan degenen op wie ik mij soms machteloos woedend maak? Ik ben een kind van mijn tijd, opgevoed in een cultuur die mij gekneed heeft tot een door en door energie-afhankelijk wezen. Ik zou geen drie weken overleven in de wilde natuur, op mezelf aangewezen. Met mijn fragiele gezondheid zou ik honderd jaar terug waarschijnlijk niet eens de twintig gehaald hebben. Het is een ontnuchterende gedachte. Maar het is geen excuus om door te gaan zoals we bezig zijn.

(c) Inaya photography


Dus luister ik naar die diepe roep in mij. Ze heeft iets van de klank van wortels, van het wijd vertakte mycelium dat oerbossen met elkaar verbindt tot één groot, levend organisme. Ze fluistert over gesteentelagen, geologische tijd, stof van sterren en de (on)eindigheid. Ze is alle behalve het kleine menselijke verhaal van jezelf vleugels aanmeten en denken dat je de zwaartekracht kunt uitlachen.

Diep en oprecht luisteren naar dit soort stem vraagt een vorm van stilte. Terugtrekking, dus.

Dat ga ik doen. Dat ben ik al aan het doen. Je ziet het misschien niet aan mij, je hoort het niet in de toon van mijn stem. Maar het is een levend en actief proces, het ontplooit zich stilzwijgend onder alles wat mijn dagelijks leven van mij vraagt. Ik eindig in de praktijk misschien niet als een kluizenaar op een bergtop, maar in gedachten en symbolisch ben ik dat al lang, en dat gevoel wordt alleen maar sterker.

En wat zou ik dan nog willen doen, vraag je je misschien af (en ik mezelf soms ook), vanop die bergtop, tussen de smeltende gletsjers, met het geraas van kettingzagen op de achtergrond, die de laatste moederbomen van het oerbos vellen?

Schoonheid zaaien. Betoverend en fragiel als zeepbellen. Verbondenheid een stem geven. Want wat ons bijeen houdt, is sterker dan verhaal, of verval.

De ademhaling gaat door.

(c) Inaya photography

Jonge oogjes

“Pardon, mevrouw… We zagen dat u het woord ‘hooggevoelig’ ook gebruikte. En we wilden u vragen… Hoe dat was voor u? Want wij zijn zelf ook hooggevoelig, ziet u.”

Ze staan me aan te kijken met open gezichten en glanzende ogen. Twee jongens van een jaar of dertien, die samen hun moed bij elkaar geraapt hebben en na mijn lezing op mij af zijn gestapt.

Dit is de dia waarnaar ze verwezen.

Als schrijver heb je soms de neiging om een aantal motieven en thema’s te herhalen doorheen je werk. Ik heb genoeg literatuur bestudeerd om dat te weten. Toen ik mijn eigen boeken naar aanleiding van deze overzichtslezing tegen dat licht hield, merkte ik niet alleen dat ik daar (uiteraard) niet vrij van was, maar ook dat mijn verhalen tot op zekere hoogte mij geschreven hadden.

Ideeën die ik bijna twee decennia geleden aan het papier toevertrouwde, als fantasieën of wensdromen, zijn nu heel concreet aanwezig in mijn fysieke leven. Even slikken is dat, toch wel. Van ongeloof en dankbaarheid. Of hoe wat je schrijft profetisch kan zijn, zeg maar. (Ik had dat al eerder ondervonden in mijn dagboeken, maar dit was toch nog wel een straffer staaltje toekomstvoorspelling.)

Ik liet mijn verhaal beginnen bij de telepathische zielsverbondenheid tussen twee muzikanten in Als een spiegel. Ik toonde hoe plaatsen én mensen je kunnen raken en je leven overhoop kunnen gooien zoals gebeurt met de personages in Geheugen van Steen. Ik keek terug op de woede en wanhoop die aan de basis hadden gelegen van Sequoia en Yuma. Ik vertelde over het ontstaansverhaal van de Zaailingen en de zielsverbondenheid die daar bijhoort. Ik liet het achterste van mijn tong zien, zoals gewoonlijk. Wie zich helemaal blootgeeft, heeft doorgaans het minst te vrezen, dat bleek ook nu weer.

Want daar staan ze dus, na de lezing. Helemaal open, en stralend in hun enthousiasme en hun kwetsbaarheid. Of ik het ook was, hooggevoelig. En hoe dat dan voor mij was geweest. Plots besef ik: ik ben misschien wel hun eerste levende rolmodel. Die gedachte komt stevig binnen. Het maakt me bescheiden. Maar ook trots.

Dus vertel ik hen eerlijk over de bubbel waarin ik mijn kindertijd overleefd heb, en hoe vreselijk ik bepaalde dingen als jongere vond. Waar ik het moeilijk mee had, en wat ik heb geleerd. En dat het betert met ouder worden, dat je het met de jaren beter kunt hanteren, en dat de echte troeven dan pas naar voren komen.

(c) KV

Ze staan te knikken en te glunderen, allebei. Met een glimlach van oor tot oor en glinsterende, jonge ogen. Wat een vertrouwen, en een openheid. Ik word er heel erg dankbaar van.

Het waren drie intense maar geslaagde uren, daar op die dubbellezing in het Cultuurcentrum van een West-Vlaams stadje. Maar die laatste vijf minuten, dat is waar het die dag voor mij écht om heeft gedraaid.

Waarom (geen) uitleg?

Ingaan op een uitdaging

We kennen ze wel: de ‘challenges’ op sociale media die je uitdagen om een reeks boekcovers te posten, of zwart-witfoto’s uit je dagelijks leven, of wat voor reeks beelden dan ook. De typische omschrijving gaat als volgt: geen titels, geen commentaren, geen verhalen. Alleen het beeld.

Ik kreeg zo’n uitnodiging van een illustrator die ik ken en waardeer: tien dagen elke dag een beeld van de meesterwerken uit de beeldende kunsten (schilderijen, tekeningen, beeldhouwwerk, fotografie…) die voor jou iets betekenen. En ja hoor: alleen het beeld, graag, geen commentaar of achtergrondverhaal.

Ik aarzelde. Kon ik genoeg voorbeelden van beeldende kunst bij elkaar schrapen die mij werkelijk – en diep – geraakt hadden?
En waarom mocht ik andere mensen dan niet vertellen waaróm precies?

Ik heb nogal de neiging om dingen uit te leggen. (Nu beginnen er vast een aantal mensen te lachen.) Tja, het is gewoon zo. Zo schrijf ik, praat ik en leef ik. Ik durf er wellicht soms in overdrijven. (Nu zitten ze te knikken, wedden?) Maar wat had je gedacht, met de genen van een leerkracht, derde generatie in rechte lijn? Het is gewoon hoe ik in elkaar zit.
Als ik de posts van kennissen die aan gelijkaardige ‘challenges’ deelnamen, zie verschijnen op mijn tijdlijn, heb ik altijd weer dezelfde reflex: ‘Dit betekent vast iets voor jou. Maar ik heb geen idee wat, dus hoe kan dit nu een verrijkende ervaring worden voor mij?’

De verhalen van anderen kunnen je afleiden van je persoonlijke ervaring, wierp een vriendin op. Ik geef toe dat dat kan kloppen, en zeker in het geval van beeldende kunst wilde ik het argument wel volgen. Tot op zekere hoogte.

Daarom heb ik besloten om deze blog te schrijven – een lange, sorry – die de beide benaderingen combineert.

Hieronder plak ik de tien beelden die ik in de Facebook challenge deelde, zonder commentaar. Als de visuele stimulans alles is wat je wil, zonder mijn persoonlijke mijmeringen erbij: alsjeblieft. Geniet ervan! En stop dan met lezen.
Want dááronder plak ik ze nog eens, een voor een, met een tipje van de sluier waarom ik ze uitkoos.



Beeldende kunst: een persoonlijke reis in tien stappen

Mijn diepste wortels

Ik koester een diepe liefde voor onze prehistorische voorouders, al van sinds ik als kind de grotten van Furfooz (bij Dinant, België) bezocht. Op de wanden van de spelonken daar staan weliswaar geen kunstwerken geschilderd, maar de geesten van de bewoners zijn er nog bijzonder aanwezig. En ze hebben mij nooit meer verlaten.
Van de adembenemende kunst in Chauvet of Peche-Merle, gekoesterd in boeken of bezocht in het echte leven, tot het zinderende lied dat ik mocht zingen in Niaux, onder dezelfde gewelven waar ooit werd gedanst met de trance van trommels en het flakkerende licht van de vuren, terwijl de geesten toekeken vanaf de wanden: prehistorische kunst is een van mijn diepste wortels, mijn oudste liefdes. We kunnen nooit dichter komen bij het kloppende hart van wie we als mens ooit waren, dan daar.

Muurschilderingen uit de grot van Chauvet


Een verhaal kiezen

Ik hou van het duister. Misschien precies omdat zoveel andere mensen van het licht houden. Ik ben ervan overtuigd dat het duister schatten bevat, beangstigend misschien, maar van levensbelang. Ik was een aanhanger van Jung voor ik wist dat hij bestond.

Een heel bijzondere figuur in het dynamische en zeer fragiele evenwicht tussen licht en donker, gekoesterd en bespuwd, geliefd en gevreesd, is de figuur van de Egyptische god Seth/Set.
Hij is een figuur die de woestheid van de woestijn, de (on)vruchtbaarheid en de chaos symboliseerde. Waar Horus (de Oudere) de dag was, was hij de nacht. Samen voerden ze een dans uit die geen van beide kon of moest winnen, en die de wereld in evenwicht hield. Tot de verhalen herschreven werden en er een Goed en Kwaad moesten zijn.

Verhalen zijn relatief.
En in dit verhaal kies ik de kant van het Duister.

Seth en Horus zalven Ramses II (Tempel van Abbu Simbel)


Ademruimte

Nog een diepe aantrekkingskracht: alles wat Keltisch, Scandinavisch, Viking of oud Anglo-Saksisch is. Mocht reïncarnatie echt bestaan, dan kom ik waarschijnlijk daar vandaan. Iets in mij krijgt meer ruimte om te ademen als ik me verdiep in die oude noor(d)se culturen.
De complexe schoonheid van hun kunst blijft mij fascineren. En ruim tien jaar geleden kocht ik voor de eerste keer een gebonden schrift uit de Paper Blanks-reeks, omdat ik het zo ongelooflijk mooi vond. Ik wist nog niet waar ik het voor wilde gebruiken. Al snel bleek het dienst te gaan doen als een soort spiritueel dagboek, dat in de loop van de tijd evolueerde tot een volwaardig, persoonlijk dagboek.
Intussen schrijf ik niet meer per se in schriften van de Paper-Blanks reeks, maar mijn dagboek is een essentieel onderdeel van mijn dagelijks leven geworden. En deze beelden vormden de start.

The book of Kells


Van dichten comt mi cleine bate…

Een prachtig geïllustreerde versie van het middeleeuwse Beatrijs-manuscipt, dat het verhaal vertelt van een vrouw die het klooster verlaat om bij haar geliefde te zijn, maar er vele jaren later toch berouwvol naar terugkeert. Haar afwezigheid is evenwel nooit opgemerkt, want de Maagd Maria, tot wie ze trouw is blijven bidden, heeft al die tijd haar plaats ingenomen.

De anonieme dichter van de tekst begint dit bijzonder mooie verhaal met een vers dat een klassieker geworden is in de Nederlandse literatuur:

Van dichten comt mi cleine bate.
Die liede raden mi dat ict late
Ende minen sin niet en vertare.
Maer om die doghet van hare
Die moeder ende maghetes bleven,
Hebbic een scone mieracle op heven,
Die god sonder twivel toghede
Mariën teren, diene soghede.

(Van dichten heb ik weinig profijt
en de mensen raden mij aan dat ik het laat voor wat het is
en er mijn energie niet aan verspil.
Maar om de deugdzaamheid van zij
die moeder is én maagd bleef
heb ik een mirakelstuk geschreven,
dat God zonder twijfel goedkeurt
om Maria te eren, die hem als kind voedde.)

In deze middeleeuwse klassieker reiken buitengewone beeldende kunst en grote literatuur elkaar de hand.

Aanhef Beatrijs manuscript


Overgave

De schoonheid van pijn, liefde, verlies, verdriet, wanhoop en menselijke intimiteit, dat alles ligt naar mijn gevoel te lezen in het statige en waardige gezicht van de pieta zoals Michelangelo ze sculpteerde. Daarmee wil ik niet zeggen dat verdriet er altijd zo uitziet, een vrede die geen tranen meer nodig heeft. Een geliefde verliezen kan een helse trip zijn naar de bodem van de donkerste put en je hart uit je lijf rukken tijdens de afdaling.
Maar het hoeft niet de enige weg te zijn. Er schuilt een onaardse schoonheid in totale overgave. Na het diepste verdriet is er ruimte voor diepe rust.
Als adolescent heb ik mijn amateuristische tekenkunsten nog gescherpt aan het portret van deze Maria. Mijn model was een zwart-wit foto die wel iets weg had van die hieronder.

Pieta by Michelangelo


Frédéric Chopin

Als adolescent was ik een beetje verliefd op dit brute, getormenteerde gezicht. Mijn verbondenheid met muziek en mijn fascinatie voor de diepere lagen van de menselijke persoonlijkheid kwamen samen in dit schilderij. Weinig of geen portretten hebben op mij een vergelijkbaar diepe en blijvende indruk gemaakt als dit. Het is de enige beeltenis van Chopin die hem lijkt te portretteren als een echt mens, eerder dan als een beheerste wassen beeltenis. De psychologische diepte van dit schilderij en de nauwelijks verholen innerlijke strijd die op het gezicht van de pianist-componist te lezen liggen, laten dit beeld ver uitstijgen boven al zijn tijdgenoten.
Dit is het gezicht dat zich ophield in mijn achterhoofd toen ik mijn debuutroman Als een spiegel schreef, waarin ik twee muzikanten opvoerde als hoofdpersonages. Toen ik Tureck creëerde, de blinde pianist achtervolgd door de spoken uit zijn verleden, was dit de man die ik in gedachten voor me zag.

Portrait of Frédéric Chopin by Eugène Delacroix


Verdrinken in kleuren

Misschien zijn de impressionisten makkelijke kunst. In elk geval: makkelijk om van te houden, behaaglijk om naar te kijken. Ze staan op iets te veel wandkalenders en goedkope reproducties.
Ik laat het niet aan mijn hart komen. Dit is kleurenpracht in lagen, om je helemaal in vol te zuigen en in te verdrinken. Ook dit beeld diende ooit als inspiratie voor creatieve experimenten met pastelkrijt.

Venice © Claude Monet


Opgeslokt worden

Ik ben niet zo vertrouwd met hedendaagse kunst. Maar ik ben zeer blij dat ik deze tentoonstelling ooit zelf kon gaan zien. Mijn vrienden en ik gingen er speciaal voor naar Parijs, bijna twintig jaar geleden.
Rothko’s kunst eer bewijzen, is jezelf toestaan om opgeslokt te worden door wat hij op doek heeft gezet. Toeschouwers doen dat soms op eigen risico. En dat kun je niet uitleggen. De ervaring is zintuiglijk, en totaal, en sommigen zullen zeggen: religieus.

Number 14 © Mark Rothko


Lees haar ook

Ze is een van Amerika’s meest sublieme fotografen. Sally Mann verstaat de kunst om tegelijk te verbergen, te tonen en te suggereren. Elk van haar beelden is een verhaal waarvan ik voel dat ik het begrijp, maar net niet helemaal. Haar kunst vertelt over verborgen waarheden, met nog donkerder schaduwen daaronder, en de meedogenloze zoektocht naar het perfecte beeld.
Ik viel voor haar zowel als fotografe als als schrijfster tijdens het lezen van haar autobiografische boek en tevens familiekroniek Hold still. Haar pen is even scherp als haar oog, en dat is geen overdrijving uit bewondering. Ze is een onwaarschijnlijk goeie schrijfster.
Kijk dus niet alleen naar haar beelden. Lees haar ook.

© Sally Mann


Asse en sneeuw

Gregory Colbert is een fotograaf die alle menselijke parameters uitdaagt bij het portretteren van de relatie tussen mens en dier. Zijn fotografie is poëzie en meditatie tegelijk. Met een sjamanistische gratie en diepgang schiet hij adembenemende beelden van wilde dieren en mensen in onwaarschijnlijke interactie.
Als ik zijn werk zie, wil ik niet op de plek zijn waar het plaatsvindt. Ik wil het moment zijn, het beeld zelf.

© Gregory Colbert
© Gregory Colbert
© Gregory Colbert


P.S. Werk dat je leven verandert

Bedankt om helemaal tot hier door te lezen. Als een extraatje en een persoonlijk eerbetoon, heb ik besloten om nog twee beelden toe te voegen hieronder. Ze maakten geen deel uit van de Facebook challenge. Dat was ook niet nodig.

De mooiste en meest inspirerende werken uit de kunstgeschiedenis… Dat is zo’n breed canvas, die kunstgeschiedenis, dat het gewoon niet mogelijk is om alles te kennen of alle kunstenaars die je op een of andere manier ooit geraakt hebben eer aan te doen. Ik zou een hele challenge kunnen vullen met illustratoren van kinderboeken, of met schilders, of fotografen, of wat voor kunstvorm dan ook.

In plaats daarvan wil ik teruggrijpen naar waar deze uitdaging in de eerste plaats voor mij voor stond: kunst die mijn leven veranderde. En hoe hard ik ook probeer om alle mogelijke kunst te waarderen en begrijpen, een aantal kunstwerken die mijn leven veranderden, zijn – niet verrassend – gemaakt door mensen die mij het meest dierbaar zijn.

Of hun werk de tand des tijd doorstaat en op een dag bij het beste van de kunstgeschiedenis zal worden gerekend, weten we pas over een eeuw. Maar ik leef vandaag, en voor mij is het totaal irrelevant. Wat wél telt, is dat ze mijn leven veranderd hebben, op de best mogelijke manier. En dat ze dat blijven doen, tot op vandaag.

(c) Maja Jantar
(c) Jurgen Walschot

ZAAILING #44 – Slaaf

Ze weten je te vinden als ze je nodig hebben. Alsof je een grondstof bent, klaar om te ontginnen.

Je zet de beitel in jezelf. Omdat dat het enige is wat je kunt, en een kunde die je hebt verfijnd. Je oog is goed en je hand vast. Jouw slagen missen zelden hun doel.

Houw na houw leer je jezelf beter kennen. Want het vraagt moed om telkens weer de beitel te plaatsen, de hamer te heffen en al je kracht te leggen in een slag die dreunt tot in de diepte.

Soms kan je het onderscheid niet meer maken tussen wat je maakt en wie je bent.

Slaven van Michelangelo door het oog van (c) Jurgen Walschot

Geef ons nog maar wat meer, knikken ze. En nog wat. Hak jezelf helemaal weg, tot wij vinden dat we genoeg hebben om te beoordelen of we het eigenlijk wel willen.

Soms heb je het gevoel dat er telkens minder van je overblijft.Ze vragen maar en nemen maar en geven misschien – als ze er tijd voor hebben,als ze in een goede bui zijn, als het echt niet anders kan omdat je anders dreigt het werk te staken – wel een aalmoes terug.

Het maakt niet uit. Je blijft het doen. Want met elke houw in het graniet, elke uithaal naar het blok waaruit je voortkomt en waaraan je vastzit, bevrijd je jezelf wat verder.

Je verdraagt de pijn van het langzaam losbreken, het stukje bij beetje afpellen van wat je gevangen houdt. Pas als het weggehakt is, merk je dat je het helemaal niet nodig had.

En hen ook niet.





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Vriendschap is geen zwaktebod

Björköby residentie – Blog #5

 

IMG_3369 (2) klein
(c) KV

Wat is het dat twee mensen samenbrengt en een vonk laat overslaan? Over die vraag zijn hele boeken vol geschreven. Vaak komen de personages van heel andere kanten, en onverwacht komt er tussen hen iets bloot te liggen wat hen allebei verrast, iets verfrissends en vertrouwds tegelijk, iets wat smaakt naar meer. Maar er zijn ook verschillen, en onvermijdelijk ontstaat er conflict (en dat hoort ook zo, want een goed verhaal is niets zonder conflict). Op het einde van het boek is de band tussen de twee figuren ofwel sterker, ofwel kapot.

Ligt het aan mij, dat ik daarbij bijna automatisch denk aan een liefdesverhaal? Ja, dat ligt vast aan mij. (Al maakt zowat elk liefdesverhaal in de literaire geschiedenis natuurlijk ook wel gebruik van bovenstaand scenario.) Minder vooraan in mijn gedachten zaten lange tijd de boeken over vriendschap. Maar alles wat in de eerste alinea beschreven staat, geldt net zo goed daarvoor.

De westerse literatuur zet al eeuwen een felle spot op de romantische liefde, in de gelukkige dan wel noodlottige variant, en ik beken dat ik vriendschap in verhalen lange tijd weinig meer vond dan een zwakke afspiegeling van de betere liefdesgeschiedenissen, een soort willen-maar-niet-kunnen, een slap aftreksel waar ik de meerwaarde niet van vatte of een noodgedwongen kunstgreep in het geval van veel kinderboeken, wegens heel jonge personages. Vriendschap, dacht ik tot voor kort, is en blijft toch altijd een beetje een generale repetitie voor die échte, ultieme vorm van menselijke verbondenheid, de liefdesrelatie.

Man, had ik het fout.

IMG_3145 (2) klein
(c) KV

__

In al mijn boeken komen vriendschappen voor. Maar in elk daarvan draaide het tot nu toe toch minstens evenveel, zo niet méér, om de ontwikkeling van een liefdesgeschiedenis. Eén keer groeide uit een onwaarschijnlijke vriendschap zelfs een nog onwaarschijnlijker liefdesrelatie. Het boek in kwestie is me nog altijd genegen, die personageontwikkeling ook (hoewel ze begrijpelijkerwijs niet door alle critici werd gesmaakt).
Maar mijn volgende boek breekt met dat stramien. Want dit verhaal gaat over vriendschap. En dat komt niet omdat de personages kinderen zijn, of omdat het een boek is voor lezers vanaf pakweg tien of elf jaar. Niet omdat ik niks beters kon verzinnen, of voor een keer geen goesting had om een adolescentenroman te schrijven.
Integendeel, ik heb het eindelijk door. Vriendschap is géén zwaktebod.

 

“De kans om anderhalve week in alle rust te kunnen werken op een dergelijke plek is voor elke scheppende kunstenaar met een gezin en een drukke agenda een zegen, maar als je zoals wij een diepgaande en verrijkende samenwerking deelt, is het helemaal een droom om een langere periode samen door te kunnen stomen, ongehinderd door het gewone gedoe van elke dag. Jurgen en ik zijn goede vrienden, allebei natuurmensen bovendien, dus de gedachte aan deze residentie voelt een beetje als thuiskomen.”

Zo schreef ik het, in de motivatiebrief bij onze portfolio voor deAuteurs, toen we het erop waagden om een aanvraag in te dienen voor de auteursresidentie in Björköby. De residentie waarvan we zeker waren er nooit voor gekozen te zullen worden. De residentie waar we nu middenin zitten… En ja, we zijn thuisgekomen.

 

__

Op het surrealistische moment dat we te horen kregen dat wij tegen al onze verwachtingen in de gelukkigen waren, hadden we nog geen duidelijk idee waar we precies aan zouden gaan werken. De verschijning van STROOM stond intussen vast, maar verder was het koffiedik kijken. Liefst focusten we op een boek of een groter project, maar in het slechtste geval zou er vast meer dan genoeg inspiratie voor Zaailingen te rapen vallen in de omgeving.

Wat óók klaar was, was het kortverhaal De serres van Mendel, dat zich afspeelt in een gigantisch serrecomplex, tot de nok gevuld met planten, bloemen, bomen, vijvers en nog veel meer, een woekering van koepels waarin de hele Wereld wordt bewaard. Ook hier waren tekst en beeld al nauwer gaan samenwerken dan de gewoonte is in kinderboekenland. Jurgen en ik overliepen samen het verhaal, de filosofische ideeën die eraan ten grondslag lagen en de visuele en inhoudelijke gelaagdheid nog voor hij de prenten begon te maken. En eens hij in de serres dook, wilde hij er niet meer uitkomen. Wat hij opriep in zijn beelden, was wat ik voor me had gezien, en méér.

Mendel werd een pareltje, maar wel een heel kort pareltje, met nog veel meer potentieel. In dat beknopte verhaal zat de kern van een veel groter, beter uitgewerkt boek. Een echt jeugdboek, maar mét bijzondere illustraties, met tekst en beeld in evenwaardige dialoog, en een resultaat dat meer is dan de som van de delen.
We contacteerden een aantal uitgevers, en hadden het geluk er een te treffen die helemaal op onze golflengte zat over wat voor boek dit kon worden. Dus de Björköby-residentie is er niet alleen effectief gekomen en we zijn niet zomaar twee weken aan het genieten van een bijzondere locatie en de rust van onze Zuid-Zweedse werkplek, we zijn ook nog eens, zoals we hoopten, voluit aan het werk aan een concreet project, een verhaal waarin we allebei geloven en dat volgend najaar als boek in de rekken zal liggen.

IMG_3377 (2) klein
(c) KV

__

In al mijn boeken speelt de locatie een belangrijke rol. Het klooster van Sant Pere de Rodes in Geheugen van Steen, de rode rotswoestijn van Arizona in Sequoia, de verhalen die er zich in afspelen, zitten er diep in verankerd. Maar De serres van Mendel (zoals ik dit boek nog altijd noem, het is nog niet duidelijk wat de definitieve titel wordt) is een verhaal waarin ik éérst de wereld zag, en pas in een volgend stadium ging nadenken over personages.

Natuurlijk moet een goed verhaal uiteindelijk wel draaien om de personages. En ze dienden zichzelf gelukkig aan met groot gemak, het meisje en de jongen die de lezer in de serres ontmoet, en die we in de loop van het verhaal steeds beter leren kennen. Maar in het kortverhaal bleef hun karaktertekening noodgedwongen heel schetsmatig. Nu, tijdens het werk in Björköby, was het moment gekomen om daar verandering in te brengen. Nu moest ik gaan schrijven over hun bijzondere vriendschap. Ik heb me een tijdlang afgevraagd hoe ik dat moest aanpakken. Tot ik besefte: ik weet intussen precies hoe dat voelt.

IMG_3474 (2) klein
(c) KV

__

‘Zijn jullie samen? Ook, euhm… behalve op vlak van creatieve samenwerking?’
We hebben de vraag al een paar keer gekregen het afgelopen jaar, bij het praten over ons werk, het samen opbouwen van een tentoonstelling, of laatst nog, tijdens de hartelijke gesprekken met collega-schrijvers en -illustratoren op het SmåBUS-festival. Ik vind het altijd apart als ik daarop kan antwoorden: ‘Nee, hoor. Maar Jurgen en ik hebben wel iets heel bijzonders’, en dat de gesprekspartner dan knikt: ‘Ja, dat zie je wel.’

Het blijft moeilijk om de juiste woorden te plakken op wat ‘dat’ dan wel is. Maar het is er, en het is tijdens deze residentie nog dieper in onze samenwerking gaan kruipen. We koken om beurten of samen, verdelen de koekjes, de gehaktballetjes en de ruimte op de sofa keurig in twee – ‘elk de helft’ is de knipoog van dit verblijf. De een klimt in de appelboom om verse vruchten, de ander fietst bij stormweer over steigertjes.

We brainstormen over wat er al dan niet zou kunnen in dit verhaal, soms al van bij het ontbijt – wat een betere remedie is tegen ochtendhumeur dan de slappe of veel te straffe koffie die we telkens zetten. Grappige ideeën van Jurgen of terechte vragen die hij stelt over de personages vlechten zichzelf heel spontaan in mijn tekst tijdens het schrijven. We hangen broederlijk en zusterlijk de was op en onderzoeken intussen de wereld(en) die we samen aan het bouwen zijn – waar lopen hun grenzen, wat zijn hun wetmatigheden of hun filosofische gronden, waar treden ze buiten hun oevers? Hoe giet je dat in beelden? Wat toon je, wat verberg je? Jurgen helpt me door een acute opstoot van innerlijke twijfel, ik mag meekijken naar zijn prachtige prenten terwijl ze ontstaan, en feedback geven terwijl ze groeien onder zijn handen. Een aparte verbondenheid is ‘wat wij hebben’, een vriendschap met creatieve vleugels.

IMG_3379 (2) klein
(c) KV

__

Daarom, begrijp ik nu, eindelijk, worden er dus niet alleen boeken over liefde, maar ook zoveel boeken over vriendschap geschreven. Want vriendschap is bijzonder. En wie boeken over vriendschap leest zoals ze bedoeld zijn, merkt al snel, net zoals je dat in het echte leven ook ondervindt, dat de beste, diepste vriendschappen óók een vorm van liefde zijn, een betere misschien zelfs, zuiverder op de graat, puur om het innerlijk van de andere persoon en niet verguld (of vertroebeld) door het hele spel van romantische en fysieke aantrekkingskracht.

Nee, vriendschap is geen zwaktebod. Ik had alleen een tijdje nodig om daar achter te komen.

Dus gaan we nu samen dat bijzondere boek van ons afwerken.
Een boek over een jongen en een meisje, over een vriendschap, en over werelden die buiten hun oevers treden.

IMG_3001 klein
(c) JW

ZAAILING #40 – Vleugelverhaaltjes

Björköby residentie — Blog #4

image.php
(c) Vetlanda Posten

 

Toen de illustratoren die deelnamen aan het SmåBUS-festival de vraag kregen om een beeld te maken bij Astrid Lindgrens boek De kinderen van Bolderburen, ging ook Jurgen nadenken over een tekening. Maar al snel groeide het idee om Zaailinggewijs weer eens lekker buiten de lijntjes te kleuren, en méér in te leveren dan alleen maar een beeld. Dus het werd een Zaailing, tekening én tekst, een eerbetoon aan de verbeelding en aan Astrid Lindgren.

Jurgens prent hangt tentoon in Astrid Lindgrens Näs, geflankeerd door de beelden van zijn collega-illustratoren. De Zaailingtekst hangt er niet bij, maar dat geeft niet. De Zweedse pers heeft niet alleen ruim aandacht geschonken aan het SmåBUS-festival, maar ook sterk ingezoomd op het duo schrijver-illustrator in residentie… Het werd een leuk gesprek met de journaliste, met een toch wel bijzondere primeur er bovenop: de integrale Zaailing staat in de krant.

Een betere manier om onze veertigste eigenwijze creatieve scheut te vieren, op de herfstequinox nog wel, is er niet.

 

 

__

 

ZAAILING #40
Vleugelverhaaltjes

bolderburen klein.jpg
(c) Jurgen Walschot

Als ik je nu een verhaaltje vertel, gaan we dan naar buiten?

Een verhaaltje over hoe drie huizen de hele wereld leken en zes kinderen die wereld bewoonden alsof er geen andere was. Een verhaaltje over klimmen in bomen, slapen in schuren, hutten bouwen en de watergeest bespieden.
Want soms moet je doen alsof eventjes alles alleen maar goed is, alsof er geen oorlogen of gevangenissen of volwassenen met monden vol leugens bestaan. Soms moet je kijken naar de kleine dingen, alleen maar naar de kleine dingen, van zo dichtbij dat je niets anders meer ziet. En blij zijn, heel blij zijn, zolang dat lukt.

Soms mag je ook verdwaald zijn. Een beetje als een vogel die geboren wordt in het verkeerde nest, en niet helemaal snapt wat ze daar doet. Ook daar dient een goed verhaal voor. Maak je geen zorgen: als je het te eng of te vreemd vindt, vist de vertelster je wel weer op uit de boom waar ze je stak, en zet je veilig met je beide pootjes terug op de grond. Oef!

Maar vergis je niet. Nadien blijf je stiekem toch ook een beetje verlangen naar die hoge takken van het verhaal, het nest van waaruit je de wereld plots zo anders zag, omdat van op een hoogte alles nu eenmaal duidelijker lijkt. Je zal vanaf dat moment een beetje zweven, soms zelfs een heel klein stukje vliegen. Omdat je nu weet hoe dat moet.
Want daar dienen verhalen voor: ze geven je vleugels, ook al gebeurde dat zonder dat je er iets van merkte.

Als ik je nu een verhaaltje vertel, gaan we dan naar buiten?
In bomen klimmen, op zoek naar een nest?

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Het Stroomt

Wat een heerlijke avond werd de voorstelling van STROOM!

Vrienden, geliefden en collega’s omringden ons op de boekenzolder van Qarfa (Aalst).

Jurgen en ik deden het relaas van onze onwaarschijnlijke ontmoeting(en) en de creatieve vonk die oversloeg, en demonstreerden hoe uit een piepklein zaadje voor een Zaailing een heel boek kon groeien.

Peter Moerenhout van de VOS (Stripgilde Uitgeverij) placeerde een woordje, waarin hij bekende eigenlijk helemaal niet van poëzie te houden – en daar stonden wij begin dit jaar aan zijn deur met een graphic poem – maar toegaf na vier pagina’s STROOM al overstag te gaan, en schoffeerde in een moeite door alle aanwezige dichters in de zaal op de meest ontwapenende en hilarische manier.

We dronken een glas en signeerden zoveel boeken als ons hartverwarmende publiek maar wenste.

 

**

Hier zijn we dan, ruim twee jaar na onze sprong van de klif, dat moment waarop we besloten om elkaar en de creatieve kracht die ons bij elkaar bracht echt te vertrouwen en samen iets te doen wat nog niet eerder gedaan was.

Het stroomt. En hóe. Iedereen die er gisteravond bij was, heeft het gevoeld.
En wij stromen mee – voeten niet helemaal op de grond, ogen op de toekomst.

 

stempel_negatief

(Met dank aan Christophe, Sarah en Wally voor de foto’s)

ZAAILING #39 – Odin

 

2017 03 26 Raaf boom 3 klein

 

Mijn raaf die ooit hoger kon vliegen, kijkt verlangend naar de hemel waar de wolken zich opstapelen.
Odin wacht tevergeefs op nieuws.

Mijn raaf houdt de wacht.
Als ik haar roep, kijkt ze me stil aan, houdt haar kopje schuin. Ze durft niet dichterbij te komen.
Wanneer ze haar veren schikt, waait oud stof op, en het licht binnenin haar gaat iets feller stralen.
Soms lacht ze.

Wanneer ik wakker word, zie ik haar naar me zitten kijken. Zodra ik beweeg, vliegt ze op.
Ik heb haar nog nooit gezien als ze slaapt; ik kan niet in bomen klimmen.

 

2017 03 26 Raaf boom 2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

STROOM is er!

Boekvoorstelling

 

Elke schrijver kent het moment.

Het spannendste ogenblik van de lange, lange weg naar publicatie (behalve misschien dat waarop een uitgever zegt dat hij je werk wil uitgeven): het moment dat je je boek voor het eerst in handen hebt.

 

Graphic Poem STROOM /// ISBN 9789082856910

 

STROOM is geen droom meer, maar een echt boek. En het is prachtig. Een kleinood, een juweeltje, een hebbeding. Jurgen Walschot en ik hebben er onze liefde, onze toewijding en ons zotte vertrouwen in gestopt. En kijk, dromen worden werkelijkheid. Met dank aan de uitgeverij van VOS (de Vlaamse Onafhankelijke Stripgilde) en een handvol mensen die als steunpilaar nauwelijks onderschat kunnen worden.

Een geboorte vraagt om een doop, toch?
Dus houden we STROOM boven de doopvont op een boekvoorstelling in Aalst op 13 september.

 

(Klik op de uitnodiging om te vergroten)

 

Vanaf begin september is onze droom in papiervorm verkrijgbaar in de boekhandel, of bij ons persoonlijk. Op vraag sturen we je het boek op. (Klik hier voor mijn contactgegevens of die van Jurgen.)

Nu rest ons alleen maar te vertrouwen op de stroom die ons zo ver gebracht heeft, en met of zonder nat pak te genieten van elke golf en het immer verrassende landschap achter elke bocht.

 

20180819_151832 klein

 

stempel_negatief

 

 

STROOM: de laatste fase

Stroom cover 1 voor klein

 

De vakantie is aangebroken, de zomer is zalig warm en de Belgen doen het onverwacht goed op het WK Voetbal. Wat wil een mens nog meer?
(Niet dat dat laatste mij veel kan schelen, maar heel wat andere mensen wel, weet ik, dus kijk: ik doe mijn best… 😉 )

Want wat wil een mens nog meer? In mijn geval: ik wil dat de zomer snel voorbij is. Echt waar. Want STROOM is naar de drukker vertrokken, en eind augustus, begin september hebben we het boek in handen. En twee weken later is het dan tijd om naar Zweden te vertrekken…
Vlieg, weken, vlieg als de wind! Maak dat je wegkomt!

Nee, dat is een grapje. Het fruit is groen tot het rijp is, en dat proces valt niet te forceren, was een van de zeer betekenisvolle ideeën tijdens de Zomerkring twee weken geleden. En zo is het helemaal. Zo gaan die dingen, en zo hoort het ook.

Dus strekken we ons uit als een hagedis in de zon, nemen misschien ergens een frisse duik in een zwembad, zee of meer, en laten onze dromen en plannen rijpen tijdens de lange, lome zomer. Dan smaken ze bij het oogsten eens zo zoet.

Intussen stroomt het water naar zee. Helemaal vanzelf.
Zo gaan die dingen. En zo hoort het ook.

 

STROOM_schutblad klein
(c) Jurgen Walschot