De dochter van Demeter

Ze is gearriveerd.
Eindelijk.

Persephone, dochter van Demeter.

Tijdens de maanden dat ze bij Hades in de onderwereld verblijft, kwijnt haar moeder Demeter weg van verdriet. Bomen verliezen hun bladeren, alles is kaal. Pas wanneer Persephone weer naar de bovenwereld komt om de helft van het jaar bij haar moeder te zijn, leeft Demeter weer op en gaat alles in de natuur aan het bloeien en uitbotten.

 

Lente serieus_015 ed cut klein
(c) KV

 

Dit jaar talmde Persephone langer bij Hades dan gewoonlijk. In de onderwereld vallen intense en interessante dingen te leren, zoveel staat vast. Genieten van het fruit heeft niet veel betekenis als je niet weet uit welke bodem het groeide.
Maar nu, eindelijk, is ze er.

Na lange maanden van wachten heeft de kou die aan onze botten knaagde, aan onze krachten vrat en ons humeur uitholde eindelijk zijn banvloek opgeheven.

Voorzichtig, aarzelend zelfs, keren we ons gezicht naar de zon. En we durven weer hopen op langer licht, vreugde, en langzaam ontluikende dromen.

 

Lente serieus_014 ed cut klein
(c) KV

Advertenties

Oude angst op de rand van een nieuw avontuur

Stroomversnellingen, deel #2

(Deel #1 lees je hier.)

Ik sta op de rand van een avontuur. Of juister: Jurgen en ik staan op de rand van een avontuur.
Want de kogel is door de kerk: dit najaar verschijnt Stroom.

Deze graphic novel groeide spontaan uit een van onze vroege Zaailingen met dezelfde titel. Of misschien is de term graphic novelle beter op zijn plaats: het kleinood telt amper vijftig pagina’s. Zoals altijd verkennen we de schemerzone tussen genres. In een wereld van duidelijk gecategoriseerde boekenplanken en uitgevers die koortsachtig mikken op het snelle succes van platgetreden paden, zijn kruispunten de plekken waar wij ons steevast het meest thuis voelen.

 

Page18 klein
Alle beelden in deze blog komen uit Stroom (c) Kirstin Vanlierde & Jurgen Walschot

 

Waar zouden we terechtkomen met Stroom, vroeg ik me maanden geleden af, toen we het manuscript een rondje uitgevers lieten doen: in de A-klasse van de literaire wereld, of bij de B-ploeg van de verbeten idealisten die hun werk zelf uitbrengen op een handvol exemplaren omdat ze het uit commerciële redenen telkens weer afgewimpeld zagen? Blijkt dat er ook tussen die twee parcours snijvlakken bestaan, en dus: kruispunten.

De kleine uitgeverij van de Stripgilde, waar Stroom met open armen ontvangen is, kan strikt gesproken niet volledig tot de A-klasse gerekend worden, maar de B-ploeg zijn we bij deze mijlenver voorbij. Kwalitatieve druk, professionele verdeling naar winkels en bibliotheken in Vlaanderen en Nederland, aanwezigheid op beurzen en evenementen, deftige promotie en administratieve omkadering. Alles wat een professionele uitgeverij moet bieden. Alleen: de auteur staat zelf in voor de drukkosten.

Ik weet dankzij mijn jaren aan de bestuurstafel van de Vlaamse Auteursvereniging genoeg over de ‘cowboys’ van het uitgeefvak die in dezelfde schemerzone opereren en goedgelovige schrijvers nogal eens opzadelen met contracten waar ze op termijn veel nadeel bij hebben. Maar de werkwijze van de Stripgilde pleit voor hun ethiek en correctheid in het voordeel van de auteur, en op een aantal vlakken is deze manier van uitgeven voor ons een soort combinatie van het beste van twee werelden. We hebben de vrijheid om helemaal onze zin te doen, op voorwaarde dat we geen dwaze risico’s nemen (maar projecten waarmee een auteur zichzelf zo goed als zeker een financiële kater bezorgt, weigert de Stripgilde sowieso pertinent), we krijgen professionele omkadering en het boek wordt verdeeld op veel meer verkoopplekken dan we met een uitgave in eigen beheer zelf ooit zouden kunnen bereiken.

Stroom is een project waar ik met hart en ziel in geloof. Ik heb het zien rijpen, en nu is het klaar om de wereld in te gaan en uit te vliegen. Dus dit voelt echt wel als een tweede rondje stroomversnellingen… !

Tot een paar dagen geleden, toen de offerte van de drukker kwam. Die was ongeveer wat ons op voorhand voorspeld was. Het bedrag was billijk, en goed betaalbaar. En toch blokkeerde ik.

Het was een oude, moeilijk te benoemen angst, met diepe wortels in de geschiedenis van mijn familie.
Maar er was ook de ongerustheid om Jurgen mee te slepen in dit onzekere avontuur (zelfs al was dit van bij het prille begin een 50/50-onderneming, en hadden de bedragen hem geen seconde laten steigeren).

Er was gewoon geen reden om nu plots zo bang te zijn. Maar toch zat ik vast, en ik voelde de oude echo’s van eerdere, eindeloze vormen van investeren (manuscripten rondsturen, herschrijven, proberen te behagen, hopen op een wonder) en er niets voor terugkrijgen. Of, beter: er een karrenvracht teleurstelling en weigering voor terugkrijgen.

Heel het afgelopen jaar, en bij uitstek de laatste maanden, had ik gesurft op een flow van vertrouwen en positieve vooruitzichten. Ik was gevoed door de diepe creatieve verbondenheid. Ik stond meer in mijn kracht dan ik ooit van mijn leven gedaan had. Maar nu had de angst mij plots ingehaald.

Wat als?

Wat als het boek via de officiële distributiekanalen niet verkocht zoals het hoorde? Wat als het te buitenissig was? Kruispunten zijn interessante plekken, maar niemand wil er echt wonen, of wel?
Wat als wij, van onze kant, het aantal exemplaren dat we aan vrienden en familie konden verkopen overschatten?
Kortom: wat als we hier onze broek aan scheurden?
Wat als we binnen twee jaar nog opgescheept zaten met een stapel dozen vol boekjes die niemand wilde kopen?

Het waren niet allemaal mijn angsten, hierboven. Zo gauw ik Jurgen er iets van zei, gooide hij de zijne erbij. Ik heb het al vaker gezegd: we zijn een sterk team… 😉

Gelukkig zijn we niet ongerust over dezelfde dingen. In die zin compenseren we elkaar en helpen we elkaar helderder te zien. Want eigenlijk zijn deze oprispingen van oude angsten heel interessant. Het was een waardevolle ervaring om herinnerd te worden aan een paar van die oude pijnpunten, toen ze hun lelijke kopjes vertoonden. Maar we mogen ons in geen geval door ze laten tegenhouden.

 

Page3 cut1 N klein

 

Het gevoel dat nu bij mij overheerst, is: ik wil niet meer bang zijn.

Ik heb de afgelopen twee jaar zóveel bijgeleerd . Over scheppend bezig zijn. Over verbondenheid. Over wat ervoor zorgt dat ik me goed voel en dat dingen vooruit gaan, en wat niet.

Door zo nauw samen te werken met iemand die mij creatief telkens weer aanvult en voortstuwt, heb ik geleerd wat het is om op de ‘juiste plaats’ te zijn: de plek waar je echt wil zijn, omdat het er zo goed voelt. Door die samenwerking, die connectie en de kracht die daaruit voortkomt, merk ik zelfs dat ik een betere versie van mijzelf word. Ik durf meer. Ik kom op voor onze belangen en ons gezamenlijk werk op een manier waar ik nooit in slaagde voor mijn eigen projecten. Ik begin te geloven dat het effectief voldoende is om mezelf te zijn, en dat ik er mag zijn, gewoon zoals ik ben – ongeacht reacties.

Stroom is prachtig. Het is zo mooi dat het bijna onwerelds is. Of de wereld er klaar voor is, daar hebben we het raden naar. Maar dat doet er in feite niet toe. We gaan het laten geboren worden. Om wat het is, om zichzelf.

Dat gevoel is sterk, en het is juist.

 

Stroom cover 1 voor klein

 

Wat precies aan die offerte een oud angstpatroon wakker riep bij mij, weet ik niet. Misschien heeft het iets te maken met het feit dat de dingen nu wel heel concreet worden, en dat betekent ook: met concrete financiële impact.

Ik mag mij gelukkig prijzen dat geld geen kwestie is waar ik ’s nachts van wakker lig, en in praktische zin was die offerte van de drukker dan ook geen enkel probleem. Maar geld is wel een fantastische metafoor.

Het staat voor mij zowel voor veilig zijn, het comfortabel hebben en het waard zijn om daarvan te mogen genieten. Dat zijn geen lukrake gevoelens. In mijn familie zijn financiën al generaties lang een stresserende kwestie. Er is veel geld verdiend, maar ook veel (onrechtvaardig) verloren, er was verspilzucht, zuinigheid en angst voor tekort. Een stuk daarvan echoot voort in mij. Ik tel zeker niet elke cent, maar ik ga ook niet zo relaxed om met geld als ik zou willen. Het voelt bijna alsof ik vind dat ik het niet verdien om het te hebben. Dat zegt, de metafoor indachtig, wel wat over mijn eigenwaarde…

En daar was mama, met haar Oude Wijsheid.
Laat die angst geen greep op je krijgen, zei ze. Zet de nodige stappen om ze onder ogen te zien en weg te werken. En vooral: zoek houvast bij een ander gevoel. Focus op het gevoel van overvloed dat je hebt in deze samenwerking. Die flow is zo krachtig en voedend, daar is geen sprake van tekort of iets niet waard zijn. Daar is alleen verbondenheid en creativiteit. En kracht.
Ze heeft overschot van gelijk. En dat gevoel is binnen handbereik, een gloeiend baken vanbinnen. Vanuit dát gevoel moet ik mijn beslissingen nemen. Met dát gevoel als brandstof moet ik mensen benaderen als ik het over ons werk wil hebben. En dat heb ik tot nu toe eigenlijk altijd gedaan. Vanuit precies dat gevoel heb ik de sollicitatiebrief voor Zweden geschreven…

 

Page19 cut 1 N klein

 

Ik wil niet meer bang zijn, schreef ik Jurgen in een mail waarop een groot deel van deze blog gebaseerd is. Ik wil dit avontuur voortzetten zoals we het begonnen zijn: vanuit vertrouwen, in onszelf, in elkaar, en in de thermiek die ons draagt.

Ik kan ons zien staan, samen, bovenop een of andere klif, zoals op een cover die hij ooit ontwierp. Ik kan ons naar elkaar zien glimlachen met een blik vol verstandhouding en vertrouwen. En ik zie ons springen.

Dan is er alleen nog het gevoel van brede vleugels, die opengaan…

Klatergoud

Zaailing #28

 

De dag heeft er genoeg van en hij ook.

Naar buiten wil hij, weg van het klatergoud in de deftige salons. Bij hun kopjes thee en hun glazen schnaps maken ze zich druk, snaterend als watervogels. Hun rokken ruisen en hun kragen staan omhoog, maar hun bekken zijn leeg.
Ze vragen zich, niet zelden luidop, af wat hem bezielt, waarom hij niet knus binnenblijft onder de schijn van de kroonluchters. Hij trekt zijn schouders wat hoger en zet er de pas in.

De schoonheid van dit landschap is een geheim dat hij niet wil delen. Het laatste licht is gul, je hoeft het alleen maar tegemoet te gaan. Dus dwaalt hij langs wegen die nog drassig zijn van de laatste regenbui en bermen die ruiken naar hoogzomer. Hij gaat zitten met zicht op water dat geen haast heeft om ergens aan te komen.

In de holtes tussen de struiken en onder de kruinen is het duister al begonnen een bed te spreiden. Maar de gloed van de dag blijft nog hangen als een omhelzing, en de hemel dekt de oevers langzaam toe. In de vergulde stilte lijkt alles mogelijk.

 

1 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Er waren dagen dat het leven er anders uitzag. Vroeger.
Toen was elke rivier een plek om in te zwemmen, en elke weide een uitnodiging om te gaan zitten met een picknickmand en een deken.

Hij kan zich middagen herinneren die nooit ophielden, en wijn die minder dronken maakte dan de glans van haar blik.
Hoe ze plots naar de lucht kon kijken, waar vleugels voorbij schoten, of naar de glinstering van zonlicht op het water. Hoe haar aandacht getrokken werd door iets schijnbaar onbelangrijks, iets wat hem gegarandeerd eerst ontging. Tot hij beter leerde kijken.
Zien werd zijn manier om haar te begrijpen, om dichter bij haar te zijn.

Dat is nog altijd zo. Maar zijn dierbaarste herinneringen hebben steeds meer van dromen, en het wordt stilaan moeilijk ze van elkaar te onderscheiden.

Als hij maar lang genoeg blijft zitten, weet hij, maakt de rust van het meer een einde aan zijn opgejaagde twijfel, en zelfs aan de favoriete beelden in zijn hoofd.
Dan is er alleen nog de stervende gloed aan de hemel, in afwachting van sterren, en de geruisloze tred van nachtdieren.

Dan mist hij haar – een paar oeverloze seconden lang – iets minder diep.

 

2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Meester van de maan

Zaailing #22

vos & raaf1 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Als de scherpste schaduwen vallen, vind je hem op zijn tak.
De meester van de maan overschouwt de wereld.

Verlangend staren we omhoog naar wat hij heeft. Het is een schat die hij in stilte bewaakt, dat is zo duidelijk als wat. Wat jammer dat hij niet even per ongeluk zijn bek open doet. Met kruimels zouden we al tevreden zijn.

Is het zijn zwijgen dat hem zo bijzonder maakt? Zijn onwaarschijnlijk sterke bek?
Wat is het dat hij weet maar ons niet vertelt?

Hoe we ook smeken, welke listen we ook smeden, de meester van de maan is ons te slim af. Hem zal je niet betrappen op praatjes. Geen snipper licht gunt hij ons, dat omhooggevallen stuk pretentie.

We maken onszelf graag fabeltjes wijs. Dat weet de meester van de maan als geen ander. Zolang hij zwijgt, kunnen we dromen dat zijn schat, in een moment van onoplettendheid, valt.

Of dat wij vleugels krijgen, op een dag.

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Het verleden en de toekomst

 

Mijn erfgoed eren – en overstijgen

 

Light & drops_110 klein
(c) KV

 

Zoals de meeste mensen leefde ik een jong leven toen ik jong was – hoewel er in het mijne waarschijnlijk minder sociale vaardigheden, minder verstand-op-nul fuiven en meer doorploeteren van zielenroerselen zat dan in veel andere. Ik leefde in boeken en schreef mijn eerste verhalen. Ik had vaak het gevoel dat niemand mij begreep, of ze moesten minstens tien jaar ouder zijn dan ik. Pas toen mijn mama thuiskwam van een cursus numerologie (ik was pakweg zestien) met de mededeling dat het cijfer dat op mijn profiel mijn innerlijk weergaf symbool stond voor de diepe en soms wereldvreemde bagage van de oude, wijze leraar, had ik het gevoel dat er iets plotseling wat duidelijker werd.
Het voelde juist om een oude ziel te zijn.

In alles waar ik me mee bezig hield, van school over universiteit tot werk zoeken of een gezin stichten, was die oude wijsheid (of beter: het gevoel daar op een of andere manier een link naar te hebben) een constante aanwezigheid in mijn achterhoofd. Intuïtief zocht ik onderwerpen op die nogal eens saai of ingewikkeld gevonden worden, vaak in de sfeer van psychologie of zelfontwikkeling. De cursussen die ik volgde, en de inzichten die ze mij opleverden, kwamen mij bijzonder goed van pas tijdens mijn jaren voor de klas, en ik wende eraan ‘te wijs voor mijn leeftijd’ te zijn, niet alleen in hoe ik mij voelde maar ook ik wat ik effectief in de wereld bracht.

In de afgelopen jaren ben ik naar mijn gevoel tot volle wasdom gekomen. Ik heb mijn plek in de wereld gevonden, de reis naar mijn plateau gemaakt en de roep van de Ziel aanvaard, en nu heb ik het gevoel dat ik toegang krijg tot mijn erfenis. De oude kennis en vaardigheden die altijd een stuk van mij waren worden nu beschikbaar om ze werkelijk te gaan gebruiken.

Dat was het moment dat ik voor het eerst het woord sjamaan gebruikte. Schrijver — Journalist — Echtgenote/Moeder — Sjamaan-in-wording schreef ik als biografische puntjes toen ik deze website in juni een ingrijpende facelift gaf, en dat was zowel doodeng als heerlijk spannend. Ik had het gevoel dat ik naakt ging voor de wereld, en tegelijk onderstreepte dat een spiritueel pad lopen mij diepe ernst was.

Ik beken dat ik aarzelde bij het woord sjamaan. Maar het was het enige wat min of meer juist klonk. Het had echo’s van magie en wijsheid, een gevoel van een dieper weten, in verbinding met de natuurkrachten, genezing en andere lagen van de werkelijkheid dan het materiële of dagdagelijkse. Dit specifieke woord gebruiken betekende mijzelf op een of andere manier steviger verankeren op het spirituele pad dat ik was ingeslagen. En een van de dingen die ik aan het verkennen was, was sjamanisme. Of juister: ik word aangetrokken tot bepaalde aspecten en praktijken, waarvan ik er sommige al jaren beoefen, en waarvan andere pas recent hun opwachting hebben gemaakt, die allemaal tot die traditie lijken te behoren of er op zijn minst mee verwant zijn.

 

Winterprik_034 zw ed cut klein
(c) KV

 

Een van de geschenken die ik op mijn Soul Circle ontving, was een boek over sjamanisme, geschreven door een ingewijde. Ik vond het – behalve slecht geschreven – tot op zekere hoogte verrijkend én confronterend. De helft van de tijd dacht ik: oh nee, dit heeft niets met mij te maken. Totaal niet. Van geen kanten. (De andere helft van de tijd zei mijn professionele zelf: een beetje redacteur zou hier een veel beter boek van hebben kunnen maken.)
Ik besloot me alleen te concentreren op de inhoud. Sommige stukken waren interessant, al gingen ze niet altijd voldoende in detail, andere maakten me een beetje ongemakkelijk. Zoals dit citaat van de hedendaagse Lakota medicijnman Steve McCullough:

“Er bestaat blijkbaar een enorm verlangen de weg van het sjamanisme op te gaan. Sommige mensen nemen dan blijkbaar het besluit om sjamaan te ‘worden’, en denken dat ze dat zijn als ze ergens een paar cursussen of een opleiding hebben gevolgd op het gebied van medicijnwerk. Sommige opleidingen pretenderen zelfs mensen op te leiden tot sjamaan.
Deze zogenaamde sjamanen, de ‘wannabees’, die hun eigen manier van werken ontwikkelen, drijven in feite de spot het met werkelijke gedachtengoed. Ik denk dat er veel mensen zijn die spelen dat ze sjamaan zijn met de daarbij horende rituelen. Dat is des te ergers als het gebeurt vanuit commerciële motieven. Je kunt geen sjamaan worden omdat je dat wilt. Je wordt daarvoor uitgekozen.”

Dit raakte me, in die zin dat ik voelde dat ik moest toegeven aan mezelf dat er, tot nu toe tenminste, geen voorouderlijke krachten of geesten of wat voor andere entiteiten ook waar sjamanen gewoonlijk mee werken mij een bezoek brachten om me te vertellen dat ik spreekwoordelijk aangenomen ben. Er is evenmin een spirituele leraar die mij benaderd heeft met de melding dat ik bij hem of haar in de leer moet gaan (wat een veel voorkomende praktijk is in traditioneel sjamanisme). Misschien gebeurt dat ooit nog – ik sluit niks bij voorbaat uit, en het is nu ook niet alsof ik er al hele drommen heb ontmoet – maar in de tussentijd vond ik wel dat ik eerlijk moest zijn met mezelf en de wereld.

Natuurlijk mag je jezelf noemen wat je maar wil, maar tezelfdertijd zijn woorden nooit geheel zonder waarde of gewicht. Ik ben sterk aangetrokken tot spiritueel werk, zozeer zelfs dat ik het eerder al een roeping noemde. Ik ben op een aantal vlakken al lang geen beginneling meer, en ik weet wat ik kan (en wat niet) met mijn vaardigheden om anderen op een veilige, respectvolle manier te helpen groeien. Maar als niet sjamaan (of op weg om het te worden), wat ben ik dan wel?

 

Winterprik_046 zw ed cut klein
(c) KV

 

Ik had er een fantastisch gesprek over met mijn lieve mama. Zij was erbij op mijn Zielskring, waar ze getuige was, zoals ze dat later zelf beschreef, van mijn ‘overgang’. Ze was in het bijzonder geraakt door het lied dat ik zong, met niets dan de trom om me te begeleiden.
De framedrum is het instrument van de sjamaan. Het is ook een van de oudste instrumenten in de geschiedenis van de mensheid, en heeft wortels in de oudste mysteriecultussen van zowel de indianen, de Egyptenaren, de Kelten en de prehistorische volkeren. Ik heb altijd heel erg gehouden van krachtige percussie, en de trillingen van de trom gaan zeer diep voor mij. Dat instrument tot het mijne maken was een van die kleine maar zeer belangrijke stappen die ik de afgelopen maanden heb gezet. Het is ook, andermaal, een link naar deze oude spirituele tradities.

Nu zei mijn mama, met die wijze helderheid die haar zo eigen is:
“Het is zeker passend om die tradities te respecteren, en hun erfenis – jouw erfenis – te eren. Maar onthoud dat jij het was die mij van in het begin vertelde dat je het gevoel had dat je oude wijsheid in nieuwe vormen in de wereld moest brengen. Je kunt je dan wel verwant voelen aan de Amerikaanse indianen of de prehistorische mens, maar in dit leven ben je geen Lakota en ook geen holbewoner. Dus natuurlijk lijkt het traditionele sjamanisme in zijn oude vorm jou niet te ‘passen’. Dat zijn je wortels, je verleden. Het is niet je toekomst. Je hebt je vrienden geroepen om de overgang naar een nieuwe fase te markeren, waarin je nieuwe inzichten in de wereld zal helpen brengen op manieren zoals dat tot nu toe nog niet gedaan is. Je vrienden zijn gekomen, en ze waren met velen. En ze zijn met nog veel meer, van veraf bij jou in gedachten, of op het punt te verschijnen. Je staat er niet alleen voor met dit werk, en het is een krachtig proces. Zo voelt het. Dus naar mijn mening is het niet meer dan logisch dat je niet ‘geroepen’ wordt door het traditionele sjamanisme. Het is nu voor jou de tijd om je over te geven en los te laten, op verschillende manieren. Misschien moet je ook dit specifieke idee maar loslaten…”

Had ik al gezegd dat ze wijs is?

Het resultaat van dit gesprek was dat ik besloot mijn buikgevoel te volgen en die bewuste frase op mijn website aan te passen. Schrijver — Journalist — Echtgenote/Moeder — Wandelaar tussen de Werelden staat er nu. Dat, voel ik, is zowel waar als juist op dit moment in mijn leven.

En alsof dat allemaal nog niet genoeg was, kreeg ik wat later die week de bevestiging van identiek hetzelfde proces op een totaal ander vlak in mijn leven.

Inspiratie voor Zaailingen komt aanwaaien op allerlei manieren. Toen ik Jurgen iets stuurde over een uitgeverij die we misschien eens moesten contacteren, linkte ik naar een mooi, door hen uitgegeven schrift met daarop de gestileerde afbeelding van een vos en een raaf. Dat katapulteerde hem meteen midden in La Fontaines Le renard et le corbeau. En terwijl ik nog aan het nadenken was over een originele manier om dat overbekende thema te benaderen, had hij al een schitterende prent gemaakt.

 

vos & raaf1 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Het was een ‘klassiek’ beeld, niks voluptueus of buitenissigs zoals ik dat in mijn hoofd aan het bekokstoven was. Het toonde gewoon de vos die opkeek naar de raaf in de boom. Maar het grote verschil met het origineel zat hem erin dat de raaf geen stuk kaas in zijn bek heeft, maar in plaats daarvan de maan – of zo lijkt het toch. Subtiel maar briljant. En alle vrijheid van de wereld om voor de dag te komen met een totaal nieuwe versie van het verhaaltje.

Alleen stapte mijn hoofd niet zo snel aan boord van de trein met bestemming Anders-en-Vernieuwend. In plaats daarvan draaide het keurig in kringetjes, terwijl ik besloot dat ik zou proberen om een nieuwe versie van de fabel te schrijven als fabel, compleet met rijmschema’s erop en eraan. De – op het eerste zicht – onschuldige stijl van Jurgens beeld, gecombineerd met mijn eigen vooroordelen over fabels en hoe dat soort teksten geacht wordt ineen te steken (met een nogal kinderlijk verhaal en een uitgesproken les) zette mij stevig vast in – ja, daar gaan we weer – een ‘traditie’.

En daar knalde ik mooi tegen een muur die ik zelf gebouwd had.

Het schrijven liep allebehalve vlot, en al kreeg ik na veel hard werk wel een paar versjes uit mijn pen gewrongen die ik niet onaardig vond, het resultaat stond me niet aan. Ik herinnerde me hoe de klassieke fabels me nooit, zelfs niet als kind, hadden kunnen bekoren. Het rijm trok me niet aan, en de moraliserende boodschap vond ik bot en overduidelijk. Personages raakten gekwetst op manieren die de lezer een lesje moesten leren maar die mij alleen maar nodeloos pijnlijk en wreed in de oren klonken.
Natuurlijk dateren fabels uit een ander tijdperk, en ik wil ze niet beoordelen met de standaarden van vandaag. Ze zijn een erfstuk, en als zulks dus beslist waardevol. Maar waarom zou ik in godsnaam proberen mijn creativiteit in hun verkrampte structuren de proppen? Dit, andermaal, was het verleden. Ik moest de dingen anders doen, om de toekomst tegemoet te gaan, wat voor vorm mijn werk dan ook zou blijken aan te nemen.

Ik stuurde Jurgen een bericht dat ik een waardevolle les geleerd had, en bedankte hem voor de spiegel die zijn beeld mij had voorgehouden.
Toen zette ik me aan een nieuwe tekst. Ik eerde het verleden door ernaar te verwijzen, maar ik herhaalde het niet. Ik maakte het van mij.

Ik deel de tekst hier niet, aangezien het een Zaailing is die we op een later moment misschien nog willen vrijgeven. Ik kan wel al verklappen dat in deze nieuwe versie de raaf niet laat vallen wat hij in zijn bek heeft…

Er is geen enkele reden om het verleden nog een keer te herhalen.
In plaats daarvan kijk ik het uit naar het licht van een spiksplinternieuwe dag.

 

Winterprik_036 ed cut2 klein
(c) KV

Sporen

Zaailing #19

 

Het leven, weet hij, trekt sporen voor wie ze kan volgen.
En dat is hoe hij leeft: zonder halt te houden.

De monotonie van onderweg zijn went. Maar telkens als hij achterom kijkt, vreest hij aanstormende lichten. Zijn reflexen zijn getraind om inderhaast uit de weg te springen. Voor je het weet, heeft het verleden je ingehaald en dendert het als een trein over je heen. Wie zich laat verleiden om stil te staan, strandt in het beste geval in een tussenstation.

Zoals zij.

 

Londen 2017 1
(c) Jurgen Walschot

 

Natuurlijk is hij niet op haar toe gestapt. Wie een schim is in zijn eigen leven weet dat er niet zoiets als houvast bestaat. Hij stelt zich tevreden met toekijken van op een afstandje. Een gestolen moment.

Zou het fijn zijn om naast haar te zitten, daar op die bank, en oprecht te geloven dat er straks een trein stopt, met deuren die vanzelf opengaan om hen binnen te laten?
Hij ziet het zichzelf bijna doen. Hij ziet haar zelfs opkijken en glimlachen, met donkere, glanzende ogen.

Ze laat hem twijfelen. Iets aan haar klopt niet met zijn verhaal. Is ze echt gestrand? Haar pad lijkt meer berusting te kennen dan het zijne, wie weet zelfs een gelukkig einde. Hij gunt het haar.
Hij wil er niet komen spoken.

Hij leest de grijnzende letters op het scherm. Hij heeft geen bestemming maar het is tijd om te gaan.
Een laatste blik over zijn schouder, voor hij zich laat meevoeren langs de gesyncopeerde lijn van licht, verder de nacht in.

Zo wil hij het zich herinneren, de volgende keer als hij achterom kijkt.
Een tussenstation dat heel even voelde als een thuis.
Haar schoonheid, in een tafereel dat seconden lang stilstond terwijl de tijd, voorbij razend als een verduisterde trein, hen ongemoeid liet.

 

 


ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

 

Sant in eigen land

BW17-banner-web

Ik ben opgegroeid in een dorp dat ik nooit heb leren kennen.

Dat had verschillende oorzaken. Een provinciale viervaksbaan sneed een handvol straten – waaronder die van ons – af van de rest van het dorp. Die oversteken was als kind geen sinecure. Daarbij kwam dat we bij mijn grootouders woonden, en zij om diverse redenen al jaren zowat alle contact met hun dorpsgenoten schuwden. Omdat mijn moeder bovendien lesgaf op een school in de stad een beetje verderop, gingen mijn zus en ik daar dus ook naar school, en niet in het dorp.

Ik heb een fijne kindertijd en een warme thuis gehad, maar nooit een sociaal weefsel op de plek waar ik woonde. Dat vond ik niet erg. Want wat je niet kent, mis je niet. Mijn vriendinnetjes woonden in de stad of in andere deelgemeenten. In het dorp zelf kende ik vrijwel niemand.

Toen mijn man en ik naar Hamme verhuisden, deden we dat omwille van de locatie en omdat we verliefd geworden waren op een tuin waarin toevallig ook nog een huis stond – zoals mijn moeder dat indertijd niet onterecht uitdrukte. Ook hier kenden we niemand, maar dat maakte voor mij niets uit. Dat was ik gewend.

Ik was erg verrast en gecharmeerd om een paar jaar later gecontacteerd te worden met de vraag of ik als ‘Hamse auteur’ aanwezig wilde zijn op het Boekenweekend. Die allereerste editie moest ik om gezondheidsredenen passen, maar het jaar nadien was ik van de partij. Wat een fijn concept was dit! En wat een aardige mensen leerde ik er kennen.
Alles ademde de boodschap: jij hoort erbij, jij bent hier thuis. Dat was een nieuwe ervaring voor mij.

Toen ik het jaar daarop gevraagd werd om mee in de organisatie van het Boekenweekend Hamme te komen, leerde ik de ploeg gemotiveerde vrijwilligers achter het mooie concept kennen. De vergaderingen waren interessant, en ik vond het fijn om mijn steentje bij te dragen en dit evenement mee uit de grond te stampen. De après-vergaderingen waren steevast momenten van hartelijk samenzijn. Ook hier hoorde ik erbij. Ik hoorde verhalen over kinderen, ouders, achternonkels, vergeten anekdotes en hoe sommige mensen in dit dorp soms al sinds generaties aan elkaar gelinkt waren. Ik hoorde over de geschiedenis van het dorp dat nu het mijne was, en waar ik voorzichtig mijn wortels wat dieper stak.

Boekenweekend_077

De mensen die ik dankzij het Boekenweekend in mijn hart sloot, kruiste ik op straat, of ontmoette ik waar ze werkten: winkel, school, gemeentehuis, Cultuurcentrum. Stilaan werd Hamme niet alleen maar de plaats waar ik woonde, doorsneden trouwens door diezelfde provinciale hoofdweg als mijn vorige dorp, alleen met twee rijvakken minder, maar een dorp waar ik wél mensen kende, waar er steeds meer draadjes van mij naar anderen liepen en waar ik een plekje vond in een veel groter, verwelkomend web.

Het Boekenweekend is ondertussen aan zijn tiende editie toe – een jubileum. Het is in dat decennium uitgegroeid van een charmant, amateuristisch initiatief tot een semiprofessioneel evenement dat naam en faam heeft in het Vlaamse boekenlandschap. Dat is iets om zonder meer trots op te zijn, als Hammenaar.

Ik heb fijne herinneringen aan zowat elke editie. Ik heb zelf twee keer op het podium gezeten als auteur, en ik heb er bij de opening ooit de toespraak van mijn leven mogen houden. Maar ik ben het Boekenweekend vooral dankbaar omdat het voor mij de poort was naar thuiskomen in deze gemeente, bij mensen en een gemeenschap. Voor het eerst.

Wat je niet kent, mis je niet.
Maar ik weet nu: het is fijn om ‘sant in eigen land’ te zijn.

Diamanten, druppels en gradaties van transparantie

Waarom schrijven over mezelf mij tegelijk bloot en onzichtbaar laat voelen

Drup_011 ed cut

(c) KV

Als kind verborg ik de verhalen die ik schreef zodat mijn ouders ze niet konden lezen. Of liever: ik verborg ze voor iedereen. Ze waren mijn geheime tuin, de wilde boomgaard waarin ik alles wat in mij leefde de vrije loop kon laten. Ik had het gevoel dat als mensen die verhalen zouden lezen, ze mij konden zien tot op mijn bloot vel en – nog erger – ik totaal zonder bescherming zou zijn.

Toen ik in ernst begon te schrijven – met de ambitie om mijn werk uitgegeven te krijgen – deed ik ongeveer hetzelfde: ik verzon verhalen en personages die mij in staat stelden dat wat in mij leefde een stem te geven, zonder dat ik naar voren hoefde te stappen en werkelijk gezien hoefde te worden. Of misschien hoopte ik dat mijn echte ik te onderscheiden zou zijn als een verre silhouet, zachtjes glinsterend, doorheen de sluiers van de personages die ik voor de gelegenheid had gecreëerd.

Ik deed dat niet bewust, maar zo werkte het in ieder geval voor mij. Alleen werkte het bij nader inzien níet. Want ik was altijd te zeer vervlochten met mijn boeken om ze te kunnen beschouwen als iets wat buiten mij lag, en als ik erover moest praten, kreeg ik onvermijdelijk de vraag hoe en waarom ik gekomen was tot wat ik geschreven had.

Je kunt niet over je werk praten zonder bloedeerlijk te zijn over jezelf, tenzij je heel goed bent in maskers opzetten en rookgordijnen spuien, en bereid bent dat een leven lang vol te houden.

Dat was ik niet. Dus werd ik hier al van bij mijn eerste adolescentenroman dertien jaar geleden voluit mee geconfronteerd. Het verhaal in kwestie ging over twee muzikanten met telepathische gaven die een diepe band kregen, ver voorbij wat rationeel verklaarbaar was, omdat ze op een of andere manier verbonden waren en elkaars angsten en twijfels konden lezen.

(Doet dat een belletje rinkelen, op vlak van terugkerende patronen? Ik moet bekennen dat ik het redelijk grappig vind, achteraf bekeken.)

Drup_029 ed
(c) KV

‘En jij, Kirstin, kan jij gedachten lezen?’ vroeg een gevatte medewerker van de uitgeverij me vlakaf, toen we het hadden over mijn boek dat tussen ons op tafel lag.
‘Nee, dat kan ze niet’, zei de oude literatuurrecensent die bij ons zat, voor ik goed en wel een antwoord had kunnen formuleren waarmee ik me niet volslagen belachelijk maakte. ‘Anders had ze me ondertussen al een klap verkocht.’

Een waargebeurd verhaal.

Ik vergaf het hem, omdat hij zonder uitzondering positieve recensies schreef over mijn werk – en die waren gemeend, dat wist ik, want hij was perfect in staat om iemand af te maken met zijn pen – en hij bleek ook nog eens als redacteur in dienst van een andere uitgeverij waar ik een paar jaar later onderdak vond met mijn werk. Toen bracht ik een hele dag bij hem thuis door, waar we regel per regel door mijn manuscript gingen, om het tot perfectie te slijpen. ‘Dit is een ruwe diamant’, zei hij. ‘We gaan hem wat polijsten.’
Ik wierp een blik op de opmerkingen die hij in en naast mijn tekst had geschreven, en vroeg me af waar hij in godsnaam, onder al dat gruis en al die schilfers, woorden en zinnen aangeduid, hele alinea’s geschrapt met een enkele streek van zijn rode balpen (altijd nog een beetje de leraar, hij kreeg het niet afgeleerd), iets zag wat kon doorgaan voor een diamant.
Maar hij ging voor niet minder dan een masterclass. Er was een hele dag lang niets dan de tekst, en zijn genadeloze analyse ervan, waarbij hij elke zins- en plotwending in vraag stelde. En hij had gelijk over bijna alles. Hij hielp me om naar mijn tekst te kijken, niet als een diepe evocatie van wie ik was maar als een voorwerp dat ik met liefde had gemaakt, en als voorwerp, leerde ik, kon het verbeterd worden. Tot op vandaag denk ik met dankbaarheid en respect terug aan die sessie, want dat was de dag waarop hij me hielp ontpoppen van leerling tot schrijver.

En ondertussen weet ik dat er voor mij, zowel als schrijver als als mens, geen verbergen meer inzit.

Drup_032 ed
(c) KV

Vroeger dacht ik dat je ofwel kon schrijven over iets wat je niet persoonlijk raakte maar wel een intellectuele uitdaging inhield, een topic dat je professioneel wou verkennen met alle ambachtelijke vaardigheid die je had, ofwel over iets dat je ingewanden aan rafels scheurde en je bloedend achterliet terwijl je de woorden neerschreef. En oké, toegegeven, misschien zat daar ook wel een zone tussenin, een gebied waar vaardigheid en persoonlijke interesse elkaar vonden.

Maar er blijkt voor mij nu ook nog een derde weg te bestaan, en die vind ik tegelijk fantastisch en verrassend.

Dienen als een deur waar de wind doorheen mag, schreef ik eerder dit jaar. Mijn persoonlijke agenda loslaten en een voertuig worden voor wat de Ziel wil manifesteren.

De tegenstrijdigheid hier ligt in het feit dat mijn voornaamste manier om de wind toe te staan die zielsboodschap de wereld in te brengen, eruit bestaat om ze in mijn eigen jasje te wikkelen terwijl ze door me heen passeert. Of op zijn minst: toestaan dat ze gebruik maakt van mijn persoonlijke verhaal, mijn interesses, mijn zorgen en mijn evolutie, als een manier om haar eigen boodschap te brengen.

Zelfs al zijn veel van mijn blogs (en zelfs sommige Zaailingen, tot op zekere hoogte) zeer, zeer persoonlijk, ik heb in alle eerlijkheid het gevoel dat wat ik het afgelopen jaar heb geschreven minder over mij gaat dan mijn eerdere fictieverhalen dat deden. Of misschien is het juister om te zeggen: ik onthul meer van mezelf, maar niet met de bedoeling om zichtbaarder te worden. Dat ik in de praktijk wel degelijk zichtbaarder word, is een neveneffect, maar een waarnaar ik niet langer zo hard verlang als ik er vroeger bang van was.

Ongetwijfeld zal ik in de toekomst nog fictie schrijven. Maar ik heb geen behoefte meer aan personages om uit te drukken wat binnen in mij leeft. In plaats daarvan heb ik leren aanvaarden – en leren appreciëren, hoewel nooit zonder een rilling van spanning – dat transparanter worden in de eerste plaats wil zeggen dat je meer licht doorlaat.

Drup_019 ed cut2
(c) KV

Ondergronds

Zaailing #16

Herfstzonnewende

Ondergronds Page1

 

Onder haar oppervlakte weeft de aarde zwijgend een web van wegen. De holten in haar schoot staan met elkaar in verbinding via water, steen of lucht.

De bange mens, op zoek naar beschutting, hoeft zich geen weg naar binnen te graven. Welwillend als ze is, opent ze haar onderaardse domein voor hem.

Diep, in de verste grot, bouwt hij een kamp. De vlammen likken langs de wanden en wekken de geesten. Met houtskool en rode oker tekent de mens zijn dromen om de wanden. Zij zullen hem overleven, en hun woordeloze verhaal gaat door.

Een dans met het leven, en de dood.

 

Ondergronds Page 2Nl
(c) Kirstin Vanlierde & Jurgen Walschot

 

 


ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Woorden weven

Poes roos spin_042 ed cut
(c) KV

Woorden zijn botte instrumenten.

Hoe praat je oprecht over iets zonder dat je precies datgene wat je probeert te beschrijven doodmaakt?
Hoe benader je een gevoel op zo’n manier dat anderen erin kunnen delen?

De quantumfysica heeft aangetoond dat je een verschijnsel kunt beïnvloeden alleen maar door het te observeren (zo vreemd is dat niet: stel je voor dat er iemand met een camera op je af komt en een foto van je wil maken). En hoeveel indringender nog zijn woorden. Het is immers hun aard om te beschrijven, te definiëren en te classificeren.
Speld de vlinder op de muur. Hij verroert zich beslist niet meer.

Als je iets te direct benadert, kan je het alleen maar beschadigen, wat je werktuig ook is.

Dus schrijf poëzie. Vertel een verhaal. Maak kunst.
De boodschap zit in het gevoel dat je erin slaagt te wekken, nooit in de woorden zelf.

Want het leven wordt geweven.
En magie is een web.

Poes roos spin_008 ed cut2
(c) KV