Fantoompijn

De wereld wordt nooit meer zoals hij was, zeggen ze.

(c) Inaya photography


Vanuit mijn veilig holletje, in een huis met een tuin die elke dag mooier wordt, met voorraadkasten waarin ik niets tekort kom, een gezin dat ik graag zie en familieleden in binnen- en buitenland die het goed stellen, is het moeilijk mij daar een beeld van te vormen. Of nog simpeler: ik kan dat niet.

Dit zijn Schrödingerdagen – dagen waarop alles mogelijk lijkt en niets nog kan.
Dit zijn dagen waarin de toekomst gloort met de hartverwarmende hoop van een bocht richting duurzaamheid, en tegelijk elke ontsnapping uit het neoliberale virus dat de planeet sloopt een illusie lijkt geworden.

Het zijn dagen dat ik mezelf de grootste gelukzak ter wereld vind. Het zijn dagen dat ik de muren oploop.

Het zijn dagen dat ik mezelf betrap op het verlangen naar een terugkeer naar wat ‘normaal’ is. Maar eigenlijk wil ik dat ook niet. Want ‘normaal’ was een ecologische en humanitaire ramp, een droom van blinde economische machtswellust, met de mens als losgeslagen virus op een koortsig belegerde planeet.

Het zijn dagen waarin ik ongerust ben voor wat de Machten die deze wereld besturen zullen beslissen, over onze hoofden heen. Ik ben bang dat alles teruggaat naar het oude. Ik ben bang dat niets nog teruggaat naar het oude.

Mijn hele leven jeukt en schuurt.

Ik lijd aan fantoompijn, geloof ik. Alleen weet ik nog niet zeker of de ledemaat die ik voel jeuken écht geamputeerd werd, of gewoon even buiten gebruik is gesteld.

Ik weet niet welke van beide scenario’s ik verkies.

Ik zie de wereld dezelfde blijven als hij altijd al was.
Ik zie de wereld onherroepelijk veranderen, en al onze levens erbij.

Gelukkig brengt de natuur raad, zoals altijd. In wat voorbij is, schuilen altijd de zaden van een nieuw begin.

En ik koester, bij gebrek aan beter, mijn fantoompijn als een springlevende vorm van herinnering.

(c) Inaya photography

De zaag bovenhalen

Loop je de laatste tijd soms wel eens tegen je grenzen aan? Lijkt de kamer te krap, de wereld te vreemd, het leven een film waarin je niets meer herkent?

Er komt veel op ons af. Ook op plekken en in landen die – laten we eerlijk zijn – op het eerste zicht niet bijzonder zwaar getroffen zijn door de hele coronastorm. Het is nutteloos en onwenselijk om onzekerheid en menselijk leed in honderd-en-één vormen tegen elkaar te gaan afwegen. Er zijn persoonlijke drama’s, en er is een grote, collectieve golf. Beide raken ons in meerdere of mindere mate. Op welk punt van het driedimensionaal spectrum je je ook bevindt, het is ingrijpend.

Dat is altijd het geval, als oude werelden aan het wankelen gaan.

Boomverzorger aan het werk (c) Inaya photography



Ik zit in een luxepositie. Ik hoef niet veel meer te doen dan de bordjes van gezin-werk-school-huishouden-persoonlijke behoeften in de lucht te houden, zonder dreigend faillissement, zonder zware ziektes of verliezen (voorlopig).
En toch ben ik ook al een paar keer tegen mezelf aan gelopen.

De details doen er totaal niet toe – mijn demonen en processen zijn de mijne. Maar wat ik wel leerde, is dat wat vaak het meest uitdagend is, het taaist om op een nieuwe en andere manier mee om te gaan, niet de veranderende leefomstandigheden zijn, maar mijn eigen innerlijke strategieën die een nieuwe situatie willen benaderen op een oude manier.
Ik loop niet tegen de situatie aan, maar tegen mezelf.

Vandaag kwam onze vaste boomverzorger de bomen in onze tuin snoeien. Elk gezond levend wezen moet zich van tijd tot tijd ontdoen van wildgroei. Boomverzorgers zijn geen doorsnee snoeiers. Ze weten precies welke takken op termijn een risico vormen op doorscheuren, insluipend rot, schuurschade. Ze aarzelen niet om de zaag boven te halen. Het huis dreunde van het gewicht van de takken die de grond raakten. Maar ze snoeien nooit zomaar, ze verminken niet. De bomen die zij onder hun hoede hebben, floreren.

Er is iets fundamenteel aan het schuiven in het onderbewustzijn van de mensheid, deze dagen. We voelen het allemaal. Het neemt de mooiste en de lelijkste vormen aan, en het zal blijvende impact hebben.

Maak ik mezelf groter, of juist kleiner? Houd ik mijn adem in tot morgen of neem ik ten volle bezit van vandaag? Bereken ik wat er in de toekomst misschien nog (of weer) zal kunnen, of sta ik toe dat dit proces mij wezenlijk verandert, hier en nu?

Ik geef me over aan het werk van dit tijdsgewricht als een boom onder de handen van een boomverzorger. Ik heb geen persoonlijke controle over welke takken er nu sneuvelen. Ik weet wel dat ik, dankzij wat er nu op mij inwerkt, zal groeien en bloeien op een heel nieuwe manier.

Boomverzorgers aan het werk (c) Inaya photography