ZAAILING #36 – Onleesbaar

 

IMG_0666 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Je etaleert schaamteloos wat anderen zouden bedekken.
Maar hoe diep je de wereld ook laat binnenkijken, een stuk van jou blijft ongezien. Wat huist tussen de vouwen van het blad, tussen de kreukels in de lakens, daar heeft niemand zaken mee.

Wat zich open en bloot in de wereld smijt, is zelden het mooist en nooit het meest intrigerend. Ik ben een open boek, zeg je. Jij speelt met je zichtbaarheid als was het clair-obscur. En wat buiten beeld blijft, mag ik zelf invullen.

Ik volg de contouren van je lichaam, het sleepspoor van de middagzon over de muren naast het bed. In de lijnen van het licht laat ik jou onleesbaar zijn.

 

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.

Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Advertenties

Herkenningspunt

hier ben ik weer, langs deze vertrouwde bocht
in de weg, in dit verstilde hoekje landschap
ik ben terug, lijkt het, op mijn vertrekpunt
maar aangezien het leven een spiraal is
loop ik niet in kringetjes
en terugkijken blijkt
neerwaarts te moeten
naar wat ontgroeid werd

 

Windportret_029 (2) ed klein
(c) KV

 

ZAAILING #35 – Handgeschept

Een Zaailing voor de lange, lome dagen waarin we ons hoofd mogen leegmaken, en ons lichaam mogen toevertrouwen aan datgene wat zoveel beter dan wij weet waar alles heen gaat…

 

 

 


 

 

Handgeschept Page1 klein

 

Handgeschept Page2 klein

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.

Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Verbranden en herrijzen

De overvloed van de Zomerkring

 

Zomerkring_019 ed cut klein
Zomerkring-maan, in het gezelschap van Jupiter (c) KV

 

De heel bijzondere ervaring van mijn Zielskring afgelopen najaar bleef nog lang doorzinderen. De hartverwarmende verbondenheid en het vertrouwen dat in minder dan een paar uur groeide tussen een aantal mensen – vaak volslagen vreemden voor elkaar – die kennismaakten tijdens de rituele bijeenkomst om mijn veertigste verjaardag te vieren, gaven mij het gevoel dat ik dit soort ontmoetingen vaker moest organiseren.
Dus toen 2018 zijn intrede deed, besloot ik om niet één maar vier Kringen te houden dit jaar. Seizoenskringen.

Ik polste eerst even bij mijn man of hij dat wel oké vond. Hij had helemaal achter de Soul Circle gestaan, en dit idee bleek hem ook aan te spreken. Ik ben overduidelijk de spirituele in dit huishouden, maar die kant van mij heeft hem altijd aangetrokken, ook als dat wat ‘stretchen’ betekent, en hij ondersteunt een initiatief als dit graag op een praktische manier. Het is een bijzonder fijn soort teamwork dat ons samen gastheer en gastvrouw maakt, op een manier waar we ons allebei goed bij voelen.

Ik ben het principe van ‘de juiste dingen op het juiste moment’ redelijk radicaal gaan omarmen. Elk mailtje met een bevestiging van komst werd even warm ontvangen als de berichten die zeiden ‘heerlijk idee, bedankt voor de uitnodiging, maar ik kan er dit keer niet bij zijn’. Mijn lijst van verwante zielen is ruim, mijn armen zijn lang en open, en ik ben niet van plan die op wat voor manier dan ook in te perken.

Het basisconcept was gelijkaardig aan dat van de Zielskring: een samenkomst die begint met een rituele kring waar we een symbolisch onderwerp aansnijden, gevolgd door een informele maaltijd en gezellig samenzijn. De gasten zorgen voor eten (altijd een verrassing), wij als gastheer en -vrouw zorgen voor drank en logistiek. Het is een fantastische formule, en ze werkt elke keer. Minimale kosten, maximaal plezier voor iedereen. Het grote verschil met de Soul Circle was natuurlijk dat deze kring in het teken van de deelnemers zou staan, en dat het niet om mij draaide. Ik zou begeleider zijn, gids misschien, maar beslist niet het centrum van alle aandacht.

Begin maart hield ik dus de eerste bijeenkomst, de Lentekring. De winter had Europa op dat moment nog stevig in zijn greep, en de dag zelf lag het buiten letterlijk vol sneeuw. Maar tegen de middag had een helder zonnetje alles helemaal laten wegsmelten…

De seizoenen zijn zeer rijk aan symboliek, dus ik moest een focus kiezen die gepast voelde voor dat moment. Voor de Lentekring koos ik voor het beeld van het zaad of de knop, die wachtte in het duister tot het tijd was om te ontkiemen: een afscheid van wat voorbij was, van duisternis en lange, langzame groeiprocessen, en een uitnodiging om open te bloeien, aangeraakt te worden door het licht, en te ontluiken.

 

Prille lente_028 ed cut klein
Eerste aarzelende tekenen van de lente, maart 2018 (c) KV

 

We waren met een bescheiden groep in onze woonkamer, maar ik stond er toch versteld van hoe het vertrouwen en de rauwe eerlijkheid er zowat onmiddellijk weer waren tussen mensen die elkaar niet of nauwelijks kenden. De meditatie die ik geschreven had om te werken met het beeld van het zaad bleek bijzonder krachtig, en elke deelnemer ging naar huis met een ervaring die werkelijk iets voor hem betekende, en met wat meer licht en bewustzijn in een stukje van hun persoonlijke proces.

Ik voelde me vereerd, maar ook bijzonder onzeker. Dit was zulk onbekend terrein. Welke keuzes waren de juiste om de processen van de aanwezigen een beetje te ondersteunen? Waarop moest ik focussen, wat moest ik laten voor wat het was, of beter in de hand houden? Zelfs al was de Lentekring echt wel een succes te noemen, ik voelde me naderhand toch niet in feeststemming. Ik had naar mijn gevoel nog zoveel te leren… Het zou wat tijd vragen om alles te laten zakken, en dan met een schone lei opnieuw te beginnen.

 

Intussen is het hoogzomer. En een week geleden, juist na de zomerzonnewende, hield ik mijn Zomerkring.

Ik beken: ik had een hele tijd koudwatervrees om erin te duiken. Ik was nog altijd niet overtuigd dat ik dit wil kon. Maar na de lange, lange, grijze winter leken we de lente zowat over te slaan en plots was de natuur overal zo overvloedig aanwezig dat het onmogelijk was om er niet door geraakt te worden. Ik zat op ons terras, onder de eikentakken, en keek naar de jonge meesjes die af en aan vlogen en gulzig rond de pindasilo zwermden, en het werd me duidelijk dat waar ik het over wilde hebben dit keer overvloed was.

Jonge zomer_007 ed klein
Enthousiaste klimop die goed op weg is om niet alleen het raam maar de hele woonkamer in te palmen… (c) KV

Onze tuin is niet zo heel groot, maar hij is weelderig. Naar Belgische maatstaven is het een halve wildernis. We wieden wel, en we zorgen voor de planten die ons lief zijn, maar op ons kleine perceel laten we bijzonder veel ruimte voor wilde hoekjes en volwassen bomen en struiken die hun goesting mogen doen. Dat betekent dat we meestal het gevoel hebben in een bos of een boomhut te wonen: we zien takken en groen uit elk raam. We houden daar heel erg van, ook al moeten we soms toch een beetje snoeien…

Dus het werd de tuin en het gevoel van overvloed, voor deze Zomerkring. Zodra ik die insteek had, kwam de rest vanzelf. Ik hoefde maar het minimum voor te bereiden. En na een grijze, koude week was het weer plots opnieuw zalig: zonnig maar niet te heet. We konden de hele kring buiten houden, net zoals ik gehoopt had.

We zaten in het meest beschutte deel van de tuin, en ik introduceerde het idee van overvloed, vuur en groei. In de uitnodiging had ik een citaat uit Walter de la Mares gedicht ‘Under the Rose – the Song of the Wanderer’ gezet, vertaald door Tonke Dragt:

En ik, ik heb het Woud betreden
Waar, in vlammen roze en goud
Verbrandend, en herrijzend steeds
De Feniks zich ophoudt

 

Tuin juni_041 ed cut klein
(c) KV

 

Branden, zonder te angst om op te branden – want uit de as herrijzen we. Groeien, en bloeien, en vrucht dragen, in volle overvloed… Alles wat binnen in onszelf groeit en rijpt durven vertrouwen. Vlam te zijn, en vuur, en zo helder te schijnen als we kunnen. Omdat we dat verdienen. Omdat we de wereld zo een plek met meer licht maken…

Ik las een mooie zonnewende-meditatie voor van Cait Johnson en Maura D. Shaw uit Celebrating the Great Mother, een tekst die ik pas een week voor de bijeenkomst voor het eerst las, en die op wonderlijke wijze alle beelden in zich droeg waarmee ik me eerder had voorgenomen te werken.
Ik had een grote, lege, houten kom voorzien, en allerlei tuingereedschap klaargelegd waarmee kon geknipt en gesnoeid worden. Er werd gegrapt dat ik mijn gasten hierheen gelokt had voor een middag tuinonderhoud.
De echte bedoeling was om hen allemaal onze uitbundige tuin in te sturen om te plukken, te verzamelen of af te knippen wat hen persoonlijk riep als een symbool van hun eigen innerlijke overvloed, en het punt waarop ze zich in hun eigen evoluties bevonden.

(Grappig #1: toen ik deze nogal ongewone oefening bedacht, betrapte ik mezelf erop dat ik dacht: zou ik niet beter zeggen dat ze een beetje voorzichtig moeten zijn met de rozen, of dat ze die of die struik misschien beter niet helemaal kaalplukken? Ik kon alleen maar grinniken om mijn behoefte aan controle. Als je iemand overvloed wil laten ervaren, dan moet je niet beginnen met waarschuwingen, maar er juist op durven vertrouwen dat wat hij mee terugbrengt naar de ceremonieschaal ook echt juist is. – Ervaring leerde me trouwens dat als je zo’n opdracht geeft mensen zelden voor de mooiste bloem gaan. Ze worden aangetrokken tot iets wat hen roept, om een heel persoonlijke reden, en dat kan net zo goed onkruid zijn… Ik zette dus geen beperkende grenzen, en zei mijn gasten dat ze zelfs dingen met wortel en al uit de grond mochten trekken, als dat juist voelde – behalve de bomen misschien. (Meer gelach.) Ze hoefden niet te aarzelen of te twijfelen, de tuin had meer dan genoeg te bieden.
Grappig #2: toen ik mijn man vertelde over mijn plannen, verwoordde hij precies dezelfde schrik als ik had gehad! Van gelijkgestemde zielen (of controlefreaks) gesproken… Toen ik mijn inzichten met hem deelde, lieten we het allebei gewoon voor wat het was, vertrouwden en lieten het gebeuren. En natuurlijk werd onze tuin niet gemolesteerd… 😉 Integendeel, ik was echt blij om te zien dat een van de gasten het had aangedurfd om een takje van de appelboom te knippen, met één groen, onrijp appeltje eraan. Bravo!)

We verzamelden de symbolische ‘oogst’ in mijn grote schaal, en beschreven ieder wat die voor ons betekende.

 

35927136_1103642173122832_369300336290037760_n

 

Er waren verhalen over durven bloeien, over aarzelend groen fruit dat langzaam rijpte, over kleuren en wilde scheuten die kracht en houvast boden in tijden van twijfel. We deelde ervaringen, leerden van elkaar, vertrouwden en steunden elkaar. We lieten ons licht schijnen en durfden opvlammen, zonder bang te zijn om op te branden. Want uit de as verrijst de Feniks…

Achteraf deelden we een heerlijke maaltijd, en het was hartverwarmend om te zien hoe een aantal mensen, die elkaar misschien een of twee keer ontmoet hadden, opnieuw connecteerden, en hoe nieuwkomers zonder moeite een plekje vonden in het geheel.

Mijn bedoeling met het houden van deze Kringen was om vertrouwen en verbondenheid tussen mensen een voedingsbodem te geven, en tegelijk een opening te creëren voor persoonlijke groei. Na deze Zomerkring begin ik het zowaar te geloven dat het mij lukt.

Ik kijk nu al uit naar de Herfst.

 

Zomerkring_112 ed klein
Zomerkring-maan, in het gezelschap van Jupiter (c) KV

 

Zonder angst bestaan

 

Rookkwarts_024 ed cut klein
(c) KV

 

Je kunt het vreemd noemen, dat ik bang opgroeide. Want ik was slim en getalenteerd, en ik woonde in een liefdevol gezin dat mij koesterde en ondersteunde, in een land dat meisjes zoveel rechten en vrijheden geeft als er deze dagen op de planeet maar te krijgen zijn. Maar zelfs slimme, getalenteerde meisjes hebben angsten, en zelfs liefdevolle gezinnen hebben scherpe kantjes. In ons geval was een daarvan perfectionisme en alle oordelen die daarbij kwamen kijken. Ik schreef al eerder over die uitdaging.

Terwijl we opgroeien, interioriseren we bepaalde waarden op basis waarvan we onszelf ten slotte gaan beoordelen. We vrezen dingen die mogelijk nooit echt zullen plaatsvinden omdat ze intussen zo diep in ons geloofssysteem verankerd zijn als werkelijke doemscenario’s.

Een van mijn oude angsten, die behoorlijk stevig verankerd ligt, is dat ik de mensen die ik graag zie zal verliezen als ik mijn ware kleuren blootleg, mezelf toon aan de wereld zoals ik werkelijk ben.
Nu is dat niet bepaald iets uitzonderlijks. Dit is een angst die ‘maar’ gedeeld wordt door pakweg de halve planeet, schat ik… (als het niet de hele is). Maar zoals iedereen die ze kent en er op zijn of haar eigen manier mee kampt je kan vertellen: het is een uitdaging van formaat.

Ik heb de afgelopen weken een paar gelegenheden gekregen om ze te overstijgen.

Een daarvan gaat over een kwestie binnen de familie. Misschien schrijf ik daar later nog over, maar nu is het daarvoor niet het moment. En andere had te maken met de hele heisa rond de werkbeurzen van het Vlaams Fonds voor de Letteren.

In beide gevallen voelde het als een uitdaging om mijn plaats in te nemen. Niet om een of ander gevecht aan te gaan, wat mij betreft was er geen sprake van Juist of Fout. Maar beide voorvallen waren persoonlijk belangrijk voor mij, omdat ze de uitdaging inhielden om mezelf te tonen en mijn mening onder woorden te brengen. Zonder anderen aan te vallen, maar ook zonder verontschuldigingen of mezelf dubbel te plooien.

Wat betreft de storm in Letterenland kwam het wat mij betreft hierop neer: ik kon de frustraties en teleurstelling van een aantal schrijvers die zich ten onrechte aan de kant gezet voelden begrijpen, maar ik wilde ook het systeem verdedigen. Elke procedure kan doorgelicht en verbeterd worden, elke organisatie moet de fairness hebben om zaken te verbeteren als blijkt dat er fouten gemaakt worden, en de stemmen van sommigen mogen in dit debat beslist luider klinken. Maar ik wilde vooral pleiten voor nuance, wederzijds begrip, en bruggen proberen te bouwen.

Een lang antwoord op een Facebookbericht vormde de basis voor wat een nog veel langere blog werd. In beide gevallen had ik het gevoel dat op de ‘publiceer’-knop duwen ongeveer hetzelfde was als mijn hoofd op het hakblok leggen. Maar dankzij die strubbelingen in de familie was er wel iets veranderd in mij. Ik voelde me sterker verbonden met mijn innerlijke kern dan ik ooit gedaan had, met een nieuw soort kracht die door mij heen stroomde, en ik besloot gewoon mijn ogen dicht te doen en te springen. Ik postte het antwoord op Facebook, ik schreef de blog.

 

Rookkwarts_008 ed cut klein
(c) KV

 

In de loop van de dagen die volgden, bekeek ik de antwoorden en lezersaantallen met iets van ongeloof, en daagde het besef dat ik hiervoor níet afgeschoten zou worden. Integendeel: de online conversaties bleven grotendeels beschaafd, en ik kreeg berichten van collega-schrijvers die me prezen voor mijn genuanceerde benadering van een stekelige discussie.

Van de andere kant kon ik een aardig logboek bijhouden van hoe onzeker ik nog altijd was om op deze manier in het openbaar mijn mond open te trekken, en bij momenten snakte ik naar een of andere Externe Autoriteit die een oordeel zou vellen over juist of fout. Ik kan het aantal keren niet meer tellen dat ik dacht: ‘Ging ik nu niet te ver? Zou die-en-die nu niet kwaad worden op mij? Gaat die-en-die nu niet denken dat ik gewoon een grote amateur ben, of op zijn best een dwaze idealist? Wat voor recht van spreken heb ik eigenlijk?’

Maar op een of andere manier was die kern van kracht vanbinnen wel sterker dan al het innerlijk geklets – dat feitelijk gewoon mijn goeie ouwe Rechter was die nog eens een triomfdagje had en zich daarvoor bewapende met de meningen en commentaren van anderen.
Maar ik besefte, beter dan ooit, dat het hier gewoon een kwestie was van mijzelf en mijn geweten, en dat ik oprecht probeerde om eerlijk te zijn. Ik had het recht om mijn mening te verwoorden, in mijn eigen naam, en daarvoor te staan, of ze nu perfect was of niet, en wat de gevolgen ook waren.

Niet elk verhaal heeft een happy end. Het mag niet verbazen dat een aantal mensen niet zo blij waren met wat ik te vertellen had, hoewel er ook behoorlijk wat (onverwachte) blijken van steun en appreciatie kwamen. Maar mijn gevoel van overwinning was van heel persoonlijke aard.
Ben je ooit al eens zo lang onder water gebleven dat naar boven komen en door het wateroppervlak breken, snakkend naar adem, aanvoelt als een levensreddende bevrijding? Dit komt in de buurt.

Er is een lied van Bram Vermeulen waar ik van hou, een nummer dat ik pas leerde kennen op de anthologie die kort na zijn dood werd uitgebracht. Het heet Boven op de berg. Daarin beschrijft hij hoe hij, zelf een diep verlegen en aarzelend man, hoog op een bergflank de wolken boven zijn hoofd voorbij ziet drijven, de vallei onder zijn voeten ziet liggen, de wind voelt en de onverzettelijkheid van de rotsen waarop hij rust, en bewust tot een inzicht komt dat hij, naar eigen zeggen ‘al lang weet’: “Ik kan ook zonder angst bestaan.”

Dat is het punt dat ik stilaan bereik. Zo voelt het.

 

Rookkwarts_010 ed cut klein
(c) KV

 

 


Bovenstaande beelden zijn foto’s van een bol rookkwarts van ongeveer twee centimeter diameter, beschenen door de ochtendzon.

 

 

Het lied van Bram Vermeulen:

ZAAILING #34 – Pasmunt

De BXL Dorado-tentoonstelling waaraan Jurgen en ik meewerkten, is afgelopen. Ongeveer op hetzelfde moment weigerde de Italiaanse regering een boot vol vluchtelingen toegang tot de Italiaanse havens.

De geschiedenis heeft de lelijke neiging om zich te herhalen.

We kennen het beschamende verhaal van de MS St. Louis, die de Amerikaanse havens niet binnen mocht en onverrichter zake moest terugvaren naar Europa, waardoor de Joodse families aan boord, die zo dicht bij de veiligheid waren geweest, uiteindelijk toch in de concentratiekampen terechtkwamen. Kritische stemmen waarschuwen al langer voor de parallellen met het pre-Nazitijdperk, maar werden onthaald op onverschilligheid, of kregen als antwoord dat ze niet met hun twee voeten op de grond stonden en beter hun mond zouden houden. Maar als we er al aan twijfelden, dan zijn de overeenkomsten nu niet meer te negeren. De polariserende retoriek, het vergiftigen van de geesten, het voorstellen van steeds verregaandere maatregelen als realpolitik, waarbij bruten in kostuum ons vertellen dat wij het zijn die de slachtoffers zijn, wat ons het recht geeft om een hele bevolkingsgroep te behandelen als ongedierte: aan beide kanten van de Atlantische Oceaan bevinden we ons op dit moment in bijzonder gevaarlijk vaarwater.

Hier staan we dan, aan het einde van de weg, en op een precair kantelpunt.
De poorten zijn gesloten. El Dorado is dicht.

We hadden eerst een andere Zaailing in gedachten om de tentoonstelling een eresaluut te geven. Maar de gebeurtenissen in Italië dwongen ons in een andere richting. Deze Zaailing, Pasmunt, werd ook tentoongesteld, en was speciaal voor de gelegenheid gecreëerd, maanden geleden al.

Ik haat het als kunst profetisch blijkt. Maar hier heb je het dus.

 

ZAAILING #34
Pasmunt

 

Porto di Napoli_2010 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Aan de glanzende tafel waarachter vlaggen halfstok staan opgesteld, voeren mannen en vrouwen die nooit een slok zeewater binnenkregen het woord.
De wereldkaart tussen hen in heeft veel weg van een spelbord. Ze zetten hun pionnen, ze kijken in hun kaarten, houden redevoeringen of zwijgen. Hun onderhandelingen zijn berekeningen, en als ze iets in beweging zetten, hanteren ze strikte maten en gewichten.
Het is een grimmig spel, met hoge inzet en te weinig inkomsten voor alle deelnemers. Ze willen beschermen wat ze hebben, heersen over meer dan ze beheersen.

Maar de grenzen van hun territoria zijn dun, en hun rijkdommen kostbaar en kwetsbaar. Gelukkig is de zee breed genoeg om hen wat uitstel te kopen. Mensenlevens zijn pasmunt aan deze speeltafel voor haaien.

Een voor een zijn ze aan zet, en als iemand een pion verschuift of de grenzen versterkt, kijken alle spelers zwijgend naar hun kaarten. Monden worden harder. Woorden worden grimmiger.

Boten, volgepropt met pionnen die behoren tot geen enkele van de spelers, schuiven gestaag over het speelbord. Of het gaat richting veilige haven dan wel richting storm beslissen de ogen van het lot.

De haaien rondom de tafel hopen in stilte op het laatste.
Wat overboord slaat, is niet meer dan ballast.

 

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.

Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Sommige werkwoorden zijn niet onschuldig

Mijn vorige blog liet een beetje stof opwaaien. Want lang niet iedereen was het eens met wat ik poneerde in “Wat ben je lelijk, nu”.

De meest gehoorde reacties waren:

*Die grootouder bedoelt het vast goed.
*Die uitdrukking wil alleen zeggen dat het kind moet stoppen met zich aan te stellen.
*Dit wordt niet alleen tegen meisjes gezegd, maar ook tegen jongens.

Even voor de duidelijkheid:

*Ik ben er zeker van dat de grootouders waarover het ging hun kleinkinderen graag zien en het goed bedoelen. Ik heb ook nooit anders beweerd.
*Ik weet ook hoe die bewuste uitspraak bedoeld is.
*En dat laatste punt had ik zelf ook al aangegeven in het originele stuk, of beter: dat het me niet kon schelen tegen wie het gezegd werd – hoewel het voor meisjes op dit moment in onze samenleving nog altijd een hardere noot is om te kraken als ze ‘lelijk’ genoemd worden.

Het was niet mijn bedoeling om iemand aan de schandpaal te nagelen. Mijn man wees me er wel fijntjes op dat ik misschien een ietsiepietsie te veroordelend klonk… 😉 Oké, schuldig. Ik heb alleen nogal de natuurlijke neiging van op grote hoogte (lees: systeem- en samenlevingsniveau) te kijken naar patronen die zich voordoen. En ik ontwaar een onbewust patroon. Onbewuste patronen zijn altijd de gevaarlijkste, want we weten niet dat we ze hebben en hoe ze ons leven beheersen.

 

Zomerlijnen BXL_057 ed klein
(c) KV

 

Behalve een aantal protesten heb ik ook reacties gekregen van mensen die me met een vermoeide of bedroefde zucht zeiden: ‘Als je eens wist hoe vaak mijn ouders dat tegen mij gezegd hebben, vroeger…’ Voor hen was het beslist geen neutrale herinnering, zoveel was duidelijk.

Want hoe we het ook draaien of keren, ‘lelijk’ is en blijft een waardeoordeel. Niemand wil lelijk zijn (of genoemd worden), want het zegt sowieso iets negatiefs over je, en in deze op uiterlijk gefocuste samenleving staat het zo ongeveer gelijk met paria zijn.

Een dergelijke uitspraak, uit de mond van een zorgfiguur die het vertrouwt, kan wel impact hebben op het kind, zeker als het een terugkerend argument is. Hoe moet het kind het verschil maken tussen andere terugkerende mantra’s als ‘Eerlijk duurt het langst’ of ‘Met twee woorden spreken’ en ‘Je bent lelijk als je huilt’? Onbewuste conclusies over hoe relaties werken, worden ingeslepen op heel jonge leeftijd.

Natuurlijk is hier nood aan nuance. Niet elke straffe of ongepaste uitspraak leidt tot een trauma. We hoeven ouders geen angst aan te praten voor die ene, fataal foute opmerking die het hele verdere leven van een kind zal gaan bepalen. Kinderen beschikken doorgaans ook over een behoorlijke portie veerkracht, goddank.

 

Zomerlijnen BXL_007 ed cut klein
(c) KV

 

Ik ben zeker geen voorstander van anti-autoritaire opvoeding. Ik geloof in grenzen, verantwoordelijkheidszin en omkadering van kinderen. Gedrag moet ten allen tijde bijgestuurd kunnen worden. Een huilbui kan oprecht zijn, maar net zo goed aanstellerij. Het is aan de opvoeder met kennis van zaken om dat verschil te maken. In het ene geval is troost aan de orde, in het andere kordaatheid. Maar in geen van beide gevallen is het kind erbij gebaat dat zijn gedrag wordt gelijkgesteld met een waardeoordeel over hem/haar als persoon.

Want over patronen gesproken: we staan nog veel te weinig bij stil dat ons gebruik van het werkwoord ‘zijn’ niet zo onschuldig is. Het lijkt van geen tel, maar er is eigenlijk een bijzonder groot verschil tussen een kind terechtwijzen met ‘Je bent stout’ of ‘Wat je doet, is stout.’

Hebben ouders de bedoeling om de diepste essentie van hun kind te veroordelen als ze zeggen: ‘Je bent stout’? Natuurlijk niet. Ze willen gewoon dat het gedrag stopt. Maar in wat ze zeggen, klinkt een andere boodschap door, die al dan niet door het kind zal worden opgepikt. En ik maak me sterk dat het toch anders aankomt als een kind te horen krijgen dat zijn gedrag niet aanvaardbaar is, dan wel hijzelf.

 

Zomerlijnen BXL_062 ed klein.jpg
(c) KV

 

Woorden zijn bijzonder krachtig.
Uitspraken van ouders, leraars, gezagsfiguren of zelfs toevallige voorbijgangers kunnen iets in gang zetten diep vanbinnen in ons en soms herinneren we ze ons jaren later nog altijd. Iedereen heeft vast wel een kinderherinnering aan iets wat iemand ooit tegen ons zei wat een enorme verschil maakte in hoe we naar de wereld (of onszelf) keken.

Laat het onnodige schuldgevoel maar varen, we hoeven niet perfect te zijn – dat lukt ons toch niet. Maar we kunnen wel bewust en bedachtzaam proberen te zijn. En nu en dan eens stilstaan bij en nadenken over onbewuste patronen kan nooit kwaad, me dunkt.

 

 

 

 

“Wat ben je lelijk, nu”

 

Zomerlijnen BXL_052 klein
(c) KV

 

Kun je je voorstellen dat iemand die woorden in je gezicht zegt?
Zou jij ze ooit durven uitspreken?

Tenzij ze horen bij een hartelijke giechel- en proestbui tussen beste vriendinnen, kunen ze moeilijk als onschadelijk beschouwd worden. Wat mij betreft, beledig je mensen gewoon niet op die manier, wie je ook denkt te zijn en wat je ook denkt te weten.

Maar onlangs vertelde een vriendin me dat haar schoonvader exact dit had gezegd tegen haar vierjarig dochtertje, zijn kleinkind, toen ze een huilbui had.
En gisteren hoorde ik iemand in een van de naburige tuinen precies hetzelfde nog een keer zeggen, alweer tegen een jengelende peuter, die een lastig moment had en huilend lucht gaf aan haar frustratie.

Mijn haren gingen ervan overeind staan. Ik kon gewoon niet geloven wat ik hoorde.

Wat voor boodschap geven we in hemelsnaam aan kinderen (van welk geslacht dan ook, maar zeker aan meisjes) als we ze zeggen dat ze lelijk zijn wanneer ze hun gevoelens uiten?

 

Zomerlijnen BXL_042 ed klein
(c) KV

 

Natuurlijk kunnen kinderen overreageren, en niet elke huilbui is verantwoord. Vermoeide peuters huilen om alles en niks, elke ouder kan je dat vertellen. Maar er zijn andere manieren om dat huilen te laten ophouden. Dit was niets meer of minder dan een rondje goeie ouwe misogynie die meisjes inprent dat mooi zijn belangrijker is dan oprecht zijn, en dat je je diepere zelf maar beter verbergt om de goedkeuring van anderen te krijgen.

Het feit dat de stem uit de buurtuin niet eens boos klonk, maakte het nog erger. Dit was geen uitval van een uitgeputte zorgfiguur die even de controle over de eigen emoties verloor. Het werd gesteld als een valabel argument.
(Ik kan me trouwens niet meer herinneren of het de opa dan wel de oma van de peuter was die ik hoorde spreken. Ze waren samen bezig met het kind. De andere partij sprak de partner alvast niet tegen.)

Het wenende meisje werd in bed gestopt (prima beslissing), maar toen de stilte neerdaalde over de tuinen kon ik me alleen maar droef en boos voelen. Staan we werkelijk nog altijd niet verder dan dít?

 

Zomerlijnen BXL_054 ed cut klein
(c) KV

 

Toch wel, gelukkig. Maar dit kleine incident toont wel aan dat het een voortdurende, dagelijkse strijd is tegen onwetendheid en ongezonde, oubollige maar zeer diep ingesleten denkbeelden.
Mijn vriendin, een taaie voorvechtster van vrouwenrechten, vertelde dat ze er achteraf een hartig woordje over had gesproken met haar schoonvader (waarbij haar man, zijn zoon, vierkant achter haar stond). Ik kan me voorstellen dat die grootvader zijn schoondochter best een moeilijke vrouw vindt. Maar hij zal waarschijnlijk ook wel twee keer nadenken voor hij weer zoiets tegen zijn kleinkind zegt.

Ik hoop dat het kleine meisje bij de buren, en zoveel anderen net als zij, hier in dit land waar we zo graag luidkeels verkondigen met hoe ernstig wij de gelijkwaardigheid tussen de seksen wel niet vinden, ook mensen in haar leven heeft die haar vertellen dat ze wél mag huilen, en dat ze niet de hele tijd haar sterkste, mooiste, best opgeblonken zelf moet zijn. Ik hoop dat ze te horen krijgt dat eerlijk zijn over wat ze voelt belangrijker is, en dat ze er niet minder graag om zal worden gezien.

Ik hoop het echt.

 

Zomerlijnen BXL_044 ed klein
(c) KV

Brieven om nog te schrijven

Denken aan de dood

 

Het was tijd om nog eens een goeie ouwe techniek boven te halen. Het was te lang geleden, of zo voelde het toch.

Ik heb al eerder verteld over deze specifieke oefening. Je stelt je voor, zo levendig als je maar kunt, dat je geconfronteerd wordt met de ijskoude zekerheid dat je nog maar een jaar te leven hebt. Het is niet even doen alsof, je moet het echt geloven, en het einde in de ogen durven kijken.
Vervolgens neem je je leven onder de loep.

Een jaar is lang genoeg om nog een aantal zinvolle dingen te kunnen doen. Maar je hebt geen reservetijd meer, geen “och ja, dat doe ik ooit wel eens, na mijn pensioen, of als alle andere excuses op zijn”-tijd. Plotseling worden de dingen haarscherp.

 

Zomerparels_025 ed cut klein
(c) KV

 

Is er iets wat je anders zou gaan doen als je alleen nog maar dit jaar had?
Zijn er zaken die je nu blijft doen omdat je je daar om een of andere reden toe verplicht voelt, maar die je met de dood in het vooruitzicht meteen zou droppen? Zijn er andere dingen die zich nu heel sterk naar voren dringen, omdat ze echt nog gedaan, gevoeld, ervaren, beleefd… willen worden, nu er toch nog – een heel klein beetje – tijd is?

Dat is de grote beloning van deze indringende oefening: keuzes maken wordt plots bijzonder makkelijk.

Nu is de tijd om al die dingen te doen. Dat was het altijd al.
Verspil er dus geen meer. Als je ze echt meent, leert deze oefening je waar je hart voor klopt.

_ _

Het was al een tijdje geleden dat ik ze nog gedaan had.
In het verleden heeft ze me behoorlijk veel geleerd. De confrontatie met sterfelijkheid is altijd taai, en ik begreep al snel dat ik, als ik oprecht wilde leven, mijn innerlijk kompas zou moeten bijstellen. Want ik had de neiging om (zoals bijna iedereen) de dingen die écht telden voor me uit te schuiven, tot ze zich aan me opdrongen op een moment dat het al bijna te laat was.

Ik begon meer te luisteren naar die innerlijke stem, nam haar noden serieus en probeerde dat heel bewust te doen. En pakweg de afgelopen tien jaar was ik precies aan het doen wat ik wilde doen. Als ik dacht aan doodgaan, kon ik alleen maar zeggen: ‘Ja, heel graag nog een heel jaar van precies dit, dankjewel’.

Niet dat mijn leven perfect verliep. Dat doet het nooit. Maar telkens weer diezelfde conclusie kunnen trekken,  betekende toch dat ik alles van waarde uit mijn tijd hier en nu haalde. Ik liet geen oude diepe verlangens of dromen weggestopt ‘voor later’. En ik kan bevestigen: hoeveel haken en ogen er ook aan zitten, dit is een heel fijne manier van leven.

Dus ik weet zelfs niet waarom ik nu precies besliste om die goeie ouwe techniek nog eens boven te halen. Maar ik voelde hem aan mijn mouw trekken. Misschien had de astma-aanval van een week geleden er iets mee te maken. En ik realiseerde me dat het best alweer even geleden was. Dus ik dook erin.

Ik was toch wel een beetje nerveus. Ik beschouwde mijzelf op dit punt in mijn leven als een bijzonder gelukkig mens. Al was ik wilde, was doorgaan met wat ik aan het doen was. En de top van een golf is misschien niet de allerhandigste plek om in vraag te beginnen stellen waar je mee bezig bent. Maar misschien lagen er toch onvoorziene inzichten op me te wachten?

De resultaten waren bijna net zo verrassend als de allereerste keer dat ik de oefening deed.

 

Zomerparels_042 ed cut klein
(c) KV

 

Ik stond voor het raam van de woonkamer en keek naar de kruinen van de eiken die ons huis afschermen en waar eksters, merels, kraaien, kauwen, vinken en mezen een thuis hebben, en ik stelde me voor dat mijn leven weldra voorbij was. Mijn zicht werd wazig, en ik kon de tranen voelen.

(Nu ben ik nooit echt zo’n huilerig persoon geweest. Tot ik moeder werd dan toch. Waanzin wat die hormonen met je innerlijke huishouding uitrichten… En een paar jaar later brak mijn reis naar het Plateau en de Ziel open wat er nog overbleef om opengebroken te worden. Sindsdien weet ik onmiddellijk of iets van groot belang is voor mij of niet, want er horen tranen bij die ik niet kan verklaren. Ik ben zelfs beginnen verstaan wat middeleeuwse monniken en mystici bedoelden als ze het hadden over tranen als teken dat het hart vervuld is van God. Hoe het zit met God weet ik niet zo, maar hoe het zit met tranen wel…)

Maar in elk geval, nee, er waren effectief geen belangrijke projecten of verlangens die ik onbeantwoord had gelaten. En natuurlijk zou ik liefst nog wat meer tijd willen om te doen wat ik de laatste tijd aan het doen ben. Maar het kan mij niet meer schelen of sommige van mijn dierbare oude manuscripten nu eens eindelijk uitgegeven zouden worden of niet. De stroom van liefde en gezin en creativiteit waar ik op dreef was, meer dan ooit, echt, precies, waar ik wilde zijn.

Ik zag echter wel een rij mensen voor me. Mensen die ik graag zag. Mensen die ik wilde bedanken. Mensen die ik wilde vertellen hoe veel ze voor mij betekenden, of hoe hard ze mijn leven veranderd hadden. Mensen die ik graag een eindje in de toekomst wilde begeleiden, zoals mijn zoon, en mensen van wie het mijn hart brak om ze te moeten achterlaten. Niet omdat ik bang was om mijn eigen leven te verlaten, maar omdat ik niet wilde dat mijn afwezigheid een rokende krater zou slaan in dat van hen.
Als ik nog maar een jaar te leven had, zou het een prioriteit zijn om hen stuk voor stuk een diep doorvoelde brief te schrijven.

Ik was toch wel verrast hierdoor.

Niet alleen omdat ik dat eigenlijk allemaal al een keer gedaan had, toen ik aflopen herfst mijn Zielskring hield, waarop ik de Zeer Belangrijke Personen in mijn leven die er die dag bij konden zijn bedankte voor de rol die ze gespeeld hadden of nog speelden in mijn leven tot op dat moment. Het was ook de eerste keer dat ik bij het uitvoeren van deze vertrouwde oefening tot deze bepaalde conclusie kwam. Ik leerde eruit dat mijn focus in de loop van de laatste jaren behoorlijk veranderd is.

Hij is verschoven van de dingen die ik doe en de projecten die ik waardevol vind naar de relaties en verbindingen die ik heb gevormd, de manieren waarop mijn hart en ziel zich hebben geopend voor het leven en voor andere mensen. Verbondenheid heeft het terrein geclaimd dat persoonlijke ambitie ooit bewoonde.

Dus als ik nu denk aan de dood ben ik niet meer in het gezelschap van een of andere onvervulde droom die zich voor mijn voeten gooit, maar van de mensen die ik graag zie en van mijn leven niet wil verlaten.

 

Spiegelportret_002 ed cut klein
(c) KV

 

Misschien vind je me nu egoïstisch. En misschien ben ik dat ook.

We zouden gerust tot de conclusie kunnen komen dat het nogal een hap uit mijn leven geduurd heeft voor mijn liefde voor anderen eindelijk mijn persoonlijke belangen oversteeg. Maar ik wil mezelf niet veroordelen. Ik heb altijd geprobeerd om oprecht te zijn. En zoveel heb ik  intussen begrepen: ik ben een heel gezegend persoon. Omdat ik kan doen wat ik doe. Omdat ik zo omringd ben. Omdat ik zo diep kan liefhebben, en op mijn beurt graag gezien word.

En als ik die oefening werkelijk ernstig neem, zou ik misschien al een paar van die liefdesbrieven moeten schrijven die ik voor me zag, toen ik daar aan het raam stond en in tranen opkeek naar de bomen.

Waarom wachten tot er geen tijd meer is?

 

Zomerparels_031 ed cut klein
(c) KV

Op bezoek in het verleden

Een trip naar vervlogen tijden, gekoesterd en gevreesd

 

Quondam 2018_458 klein
(c) KV

 

We waren er vorig jaar, en dit jaar was het opnieuw erg fijn: Quondam, het middeleeuwse festival op een uurtje rijden van huis. Dit keer mocht ik als fotograaf zelfs gratis binnen. Een van mijn oude beelden was prominent promo-materiaal van deze editie. Leuk!

Een dagje doorbrengen in de Middeleeuwen is grappig bevredigend. De re-enactors laten ons beter dan wat ook zien hoe menselijk die ridders en ambachtslieden eeuwen geleden eigenlijk wel waren. Ik ben niet zo’n festivaltype, maar hier ben ik wel graag.

Ik had er alleen niet op gerekend om ook een bezoekje te brengen aan mijn persoonlijke verleden.

Dit jaar waren we er op zondag, en dat bleek een stuk drukker dan de zaterdagen van de vorige keren. Het was ook erg warm, en een droge wind blies strak over het festivalterrein. Ik voelde me minder goed in mijn vel dan ik wilde.

Ik kreeg wel de kans om de wedstrijden en veldslagen van op de eerste rij te schieten.

 

Quondam 2018_133 ed cut klein
(c) KV

 

Ik had uitgegeken naar de roofvogelshow op het einde van de dag, omdat daar gewoonlijk spectaculaire foto’s te maken zijn, maar ik kreeg hem jammer genoeg niet te zien. Toen ik ondanks lastige omstandigheden een paar deftige foto’s probeerde te maken van het slottornooi in de late namiddag, blies de wind alle kleine strodeeltjes en paardenlucht mijn kant op en voor ik het wist, had ik te maken met een goeie ouwe astma-aanval.

(Ik ben mega-allergisch aan paarden. In de open lucht valt het doorgaans heel goed mee. Maar nu viel het zwaar tegen.)

Mijn gezondheid is de laatste tijd (lees: een jaar of twee) zo goed dat ik minder zorgvuldig was geworden met noodmedicatie voor precies een gelegenheid als deze. Zodra het duidelijk werd dat ik in de problemen zat en dat het er niet naar uitzag dat dit snel weer zou overwaaien, hadden we geen andere keuze dan het terrein voortijdig te verlaten, plaats te nemen in de (lange) rij voor de pendelbus die ons terugbracht naar de parking, en naar huis te rijden.

Het was zo lang geleden sinds mijn laatste kwaaie astma-aanval dat ik bijna vergeten was hoe eng en stresserend het kan zijn om naar adem te snakken. Het is waarschijnlijk moeilijk voor te stellen voor wie het nog nooit heeft meegemaakt, maar ik kan het het best als volgt omschrijven: stel je voor dat je op je rug ligt, en iemand komt bovenop je liggen. Het gewicht drukt zwaarder en zwaarder. Het voelt zelfs alsof iemand actief je borst indrukt. Elke inademing is een massieve inspanning tegen deze neerwaartse druk. Het is zwaar, en moeilijk, en hoe harder je weerwerk biedt, hoe erger het wordt.

Dat is ongeveer hoe het voelt. Alleen lig je niet neer, en ligt er niemand bovenop je. Je zit gewoon aan tafel, of je staat te wachten, en elke teug zuurstof die je in je longen probeert te krijgen is een gevecht tegen iets wat ze ingedrukt houdt. Als je pech hebt, voelt alles daar vanbinnen ook nog eens geïrriteerd en ga je ervan hoesten. Dat maakt het nóg erger. Slijmvorming hoort er ook bij – en je raadt het natuurlijk: met je longen vol slijm komt er nog minder lucht binnen… Paniek is niet veraf.

 

Quondam 2018_483 ed cut klein
(c) KV

 

Ik had geluk.

Als een astma-aanval escaleert, kun je eindigen op de spoedafdeling. Zo ver is het die middag niet gekomen, want ik had hier intussen genoeg ervaring mee om te weten dat de enige manier om deze beproeving te doorstaan was proberen te ontspannen en proberen om zo normaal mogelijk adem te halen, zelfs als normaal op dat moment nergens te bespeuren was.
Toen we van het terrein af waren en de constante belegering van wind, stro en paardenallergenen enigszins afnam, kon ik voelen dat mijn adem zachtjesaan een beetje wilde beteren. Ik had het zelfs minder moeilijk rechtstaand op de warme, drukke pendelbus dan in de buurt van de paarden.

Mijn man reed naar huis, en thuis was er de verlossende medicatie die de spiraal terstond een halt toeriep.
Ik bedankte mijn lichaam dat het niet al te extreem geoverreageerd had. Maar ik was wél geschrokken.

Het was lang geleden dat ik het nog zo kwaad had gehad, en dat mijn lichaam zo met mij op hol geslagen was.

Ik ben er nog niet achter wat het precies betekent – als het überhaupt iets betekent. Misschien moet ik er gewoon mee leren leven dat mijn lijf niet helemaal werkt zoals het hoort en dat ik bepaalde omstandigheden moet vermijden waarin het zich nog slechter voelt dan anders. En als ik daar toch wil zijn, moet ik mijn voorzorgen nemen…

Maar misschien is er toch wel iets te leren uit een bezoekje aan het verleden. Want we hebben de neiging om wat we kennen te herhalen, fysiek, emotioneel en spiritueel. En dan mag het niet verbazen dat we in precies dezelfde situaties belanden.

Wat is het, vraag ik me af, dat ik mag beginnen loslaten, en waar snakken naar adem een pertinente metafoor voor is? Perfectionisme? Plicht? De nood mijzelf te bewijzen? Een andere wet waarnaar ik om een of andere reden oordeel dat ik moet leven?

Ik hoop er nog achter te komen.
Ik hoop dat ik de volgende keer dat ik een bezoek breng aan het verleden een ander pad kan bewandelen, richting toekomst.

 

Quondam_195 ed cut2 klein
(c) KV