Jonge oogjes

“Pardon, mevrouw… We zagen dat u het woord ‘hooggevoelig’ ook gebruikte. En we wilden u vragen… Hoe dat was voor u? Want wij zijn zelf ook hooggevoelig, ziet u.”

Ze staan me aan te kijken met open gezichten en glanzende ogen. Twee jongens van een jaar of dertien, die samen hun moed bij elkaar geraapt hebben en na mijn lezing op mij af zijn gestapt.

Dit is de dia waarnaar ze verwezen.

Als schrijver heb je soms de neiging om een aantal motieven en thema’s te herhalen doorheen je werk. Ik heb genoeg literatuur bestudeerd om dat te weten. Toen ik mijn eigen boeken naar aanleiding van deze overzichtslezing tegen dat licht hield, merkte ik niet alleen dat ik daar (uiteraard) niet vrij van was, maar ook dat mijn verhalen tot op zekere hoogte mij geschreven hadden.

Ideeën die ik bijna twee decennia geleden aan het papier toevertrouwde, als fantasieën of wensdromen, zijn nu heel concreet aanwezig in mijn fysieke leven. Even slikken is dat, toch wel. Van ongeloof en dankbaarheid. Of hoe wat je schrijft profetisch kan zijn, zeg maar. (Ik had dat al eerder ondervonden in mijn dagboeken, maar dit was toch nog wel een straffer staaltje toekomstvoorspelling.)

Ik liet mijn verhaal beginnen bij de telepathische zielsverbondenheid tussen twee muzikanten in Als een spiegel. Ik toonde hoe plaatsen én mensen je kunnen raken en je leven overhoop kunnen gooien zoals gebeurt met de personages in Geheugen van Steen. Ik keek terug op de woede en wanhoop die aan de basis hadden gelegen van Sequoia en Yuma. Ik vertelde over het ontstaansverhaal van de Zaailingen en de zielsverbondenheid die daar bijhoort. Ik liet het achterste van mijn tong zien, zoals gewoonlijk. Wie zich helemaal blootgeeft, heeft doorgaans het minst te vrezen, dat bleek ook nu weer.

Want daar staan ze dus, na de lezing. Helemaal open, en stralend in hun enthousiasme en hun kwetsbaarheid. Of ik het ook was, hooggevoelig. En hoe dat dan voor mij was geweest. Plots besef ik: ik ben misschien wel hun eerste levende rolmodel. Die gedachte komt stevig binnen. Het maakt me bescheiden. Maar ook trots.

Dus vertel ik hen eerlijk over de bubbel waarin ik mijn kindertijd overleefd heb, en hoe vreselijk ik bepaalde dingen als jongere vond. Waar ik het moeilijk mee had, en wat ik heb geleerd. En dat het betert met ouder worden, dat je het met de jaren beter kunt hanteren, en dat de echte troeven dan pas naar voren komen.

(c) KV

Ze staan te knikken en te glunderen, allebei. Met een glimlach van oor tot oor en glinsterende, jonge ogen. Wat een vertrouwen, en een openheid. Ik word er heel erg dankbaar van.

Het waren drie intense maar geslaagde uren, daar op die dubbellezing in het Cultuurcentrum van een West-Vlaams stadje. Maar die laatste vijf minuten, dat is waar het die dag voor mij écht om heeft gedraaid.