Dubbele lens, dubbele pen

Hoe ‘De serres van Mendel’ ontstond – deel #4



Hier lees je:
– Deel #1 – Tête bêche en carte blanche : hoe het allemaal begon
– Deel #2 – Een ‘fijn projectje tussendoor’ : hoe het eerste scheutje kon groeien
-Deel #3 – Zîchtbaar, met of zonder schulp : waarin twee boekenmakers steeds meer uit hun schulp komen


De serres van Mendel (detail) (c) Jurgen Walschot



De intimiteit van de Zweedse residentie zorgde ervoor dat De serres van Mendel tot stand kwam op de best denkbare manier: als teamwork op elk vlak.

Als schrijver was ik het drie decennia lang gewend om alleen te werken. Schrijven is gewoonlijk een diep solitaire bezigheid. De personages die ik gestalte gaf, waren altijd dierbaar gezelschap maar werden nooit het soort vrienden die me konden uitdagen, verrijken of verrassen zoals levende mensen dat doen. Ik stond daar nooit bij stil. Hoe zou het anders kunnen zijn?

Toen Jurgen en ik ging samenwerken, werd ik uitgenodigd om die werkwijze vaarwel te zeggen. Ik had geen eerdere ervaring met het schrijven van geïllustreerde verhalen en ik had nog nooit ernstig met andere kunstenaars samengewerkt aan een gedeeld concept. Ik wist niet hoe het zou zijn om mijn creatieve universum met iemand te delen.
Jurgen op zijn beurt had genoeg van de gedienstige rol die illustratoren vaak toebedeeld krijgen. Als je beelden moet maken bij teksten waarvan de inhoud al helemaal vastligt, kun je misschien nog wel een mooie laag toevoegen, maar de lijntjes waarbinnen je moet kleuren, zijn getrokken.

In deze samenwerking zou het anders zijn, dat voelden en wilden we van in het begin. Ons werk zou gezamenlijk werk zijn, co-creatie, zonder dat de ene een knieval hoefde te maken voor de ander. Voor Jurgen betekende dat dat hij naar hartenlust ideeën kon aanbrengen en met beelden inhoudelijke voorzetten kon geven. Voor mij wilde dat zeggen dat de tekst zijn suprematie als alleenheerser over het verhaal moest lossen.
We rolden er spontaan in, en van bij de eerste Zaailing zat het goed. Het is een werkwijze die ons als gegoten zit en het was ook de mindset waarin we in Zweden aan De serres van Mendel gingen werken. Dat was toch weer een extra uitdaging, zo bleek.

(c) Inaya photography


De eerste, korte versie van het verhaal was nog volledig uit mijn pen gekomen voor Jurgen ze te lezen kreeg, maar hij had zich wel helemaal kunnen uitleven in de prenten, waarvoor ik op voorhand mee een heleboel materiaal verzameld had. Tegen dat we in Zweden zaten, was onze creatieve dialoog dankzij anderhalf jaar Zaailingen uitgegroeid tot een brede, stevige stroom, waarbij we ons al eens op het terrein van de ander durfden te begeven.
Ik ken wel iets van beelden maken en van vormgeving – genoeg in elk geval om er met Jurgen een intelligente dialoog over te hebben, en zijn werk tot in de details te kunnen lezen. Hij van zijn kant is veel beter met taal dan hij soms toegeeft: voor knappe titels en cartooneske woordspelingen moet je bij hem zijn (en voor flauwe humor ook, maar dat is een ander verhaal).

Nu gingen we dit boek bedenken, binnen de krijtlijnen die het korte verhaal al had getrokken en waar ook ik niet meer aan kon tornen. Zelfs het einde lag al vast. Maar binnen die krijtlijnen was er een hele wereld te ontdekken.

Het begon met een kleine writer’s block van mijn kant. We zaten twee weken in Zweden, met de expliciete bedoeling dit verhaal uit te werken. Nu moest het gebeuren. No pressure, right? Ik schrijf gewoonlijk blind, dat vertelde ik al eerder. Maar nu had ik een einde waar ik me aan moest houden, niks blind schrijven. Bovendien moest ik ervoor zorgen dat alle witte plekken die er nog waren in het verhaal op een geloofwaardige en rijke manier werden uitgewerkt – alles bij elkaar meer dan het halve boek. Ik ben perfect in staat om mezelf mentaal in de knoop te draaien, en dat was er precies wat er toen gebeurde, met als resultaat totale verlamming.

“Zit je vast?” Jurgen bekeek me met een mengeling van verbazing en bezorgdheid. “Wacht, we maken een mindmap.” In een oogwenk had hij een paar bladzijden aan elkaar gekleefd en zat met een potlood in de aanslag. “Wat hebben we al? Personages. Mendel, Reya, Robin. Locaties. De serres… Welke zalen zijn er? De spiegelzaal. De kelders. De bewaarkoepels. We kunnen er nog meer bedenken… En wat weten we over die figuren? Wat is hun karakter? Wat kunnen ze? Waar komen ze vandaan?”

Nu moet je weten: ik maak nooit mindmaps. Ik vind ze doorgaans onnodig en op het randje van kinderachtig. Maar Jurgen was oprecht, en we waren al eerder elkaars vangnet geweest in zware momenten. Dit was een uitgestoken hand en een reddingsboei, dus ik greep ze.
Hij praatte me door alle elementen die we al hadden, en al snel gingen we aan het associëren en brainstormen. De writer’s block smolt als sneeuw voor de zon en er kwamen een aantal interessante én grappige ideeën naar boven, waarop we later nog zouden doorgaan.

De mindmap bleef gedurende het hele verblijf op tafel liggen, als een constante aanwezigheid en inspiratie. Ik slaagde er in een vroeg stadium in om er een glas rode wijn over om te kieperen, maar dat maakte ze alleen maar interessanter.

(c) Inaya photography


In de dagen die volgen, brainstormden we verder. We discussieerden, diepten gedachtegangen, (humoristische) verbanden, anekdotes en logische opbouw uit tijdens wandelingen door het bos, langs het meer of gewoon aan tafel tijdens het ontbijt of de lunch. Vervolgens gingen we schrijven en tekenen. In het begin hadden die twee nog niet zoveel met elkaar te maken: ik schrijf chronologisch, en Jurgen begon aan een afbeelding van een locatie die hem aansprak en waarvan we beslist hadden dat de personages er op een bepaald moment zouden terechtkomen (de bibliotheek). Hoe dat precies in zijn werk zou gaan, wisten we nog niet, maar dat gaf niet.

Naarmate we langer in Zweden doorwerkten, geraakten de draden van waar we aan bezig waren steeds meer vervlochten. Visuele voorzetten van mij vonden hun weg naar Jurgens beelden, inhoudelijke ideeën van hem kropen in mijn tekst, een volwaardig tweerichtingsverkeer.
Toen gebeurde er iets onverwachts, dat van onschatbaar belang zou blijken.

Bij een van de workshops op het SmåBUS Kinderboekenfestival hadden de deelnemende illustratoren de uitdaging gekregen om aan de hand van een aantal losse woorden een verhaal te bedenken. Het was een oefening die Jurgen verrast had, en waarbij er een paar leuke ideeën uit zijn (schrijf)pen gekomen waren.
Toen ik als afwisseling tussen het werk aan het boek door even aan iets lay-outmatigs van de Zaailingen wilde werken, moest dat op zijn laptop. Hij palmde prompt de zetel in waarin ik gewoonlijk zat te schrijven, ging met een brede grijns achterover liggen en pakte zijn schetsboek. “Zo ziet dat er dus uit als je schrijver bent.”
“Ga je gang, “lachte ik. “Schrijf gerust een hoofdstuk. Je hebt toch geleerd hoe dat moet?”

Het was half uitdaging, half grap. Maar er volgde een hele tijd niets anders meer dan het zachte gekras van potlood over papier, en geen halfuur later las hij me een hele nieuwe scène voor.
Aan de schrijfstijl zou ik een en ander moeten aanpassen, dat hoorde ik meteen. Maar de inhoud en de opbouw waren knap, en ik wilde ze beslist gebruiken. Er was echter één – niet bepaald klein – probleem met Jurgens scène, ook dat wist ik al terwijl hij ze voorlas: hij had het vertelperspectief totaal omgedraaid.

Astrid Lindgren kijkt toe… (c) Inaya Photography

We hadden het tijdens het brainstormen natuurlijk wel gehad over het tweede hoofdpersonage, Robin, hoe die zich gedroeg en wat hij zoal dacht, wat zijn sterktes en zijn zwaktes waren en op welke manieren hij een tegenpool kon zijn voor Reya, het meisje dat in de serres woonde. Maar de korte versie van het verhaal was geschreven vanuit haar perspectief en ik was gewoon in die lijn doorgegaan. Het was nooit ter sprake gekomen om het verhaal ook vanuit het standpunt van Robin te gaan vertellen. En nu hadden we hier plots een sterke, waardevolle scène die alleen werkte vanuit zijn perspectief.

Schrijftechnisch is zoiets een probleem. Je kunt niet zomaar één hoofdstuk van perspectief wisselen, of toch niet op deze manier, midden in het boek, zonder duidelijke reden. Ik stond ineens voor de keuze. Ik kon Jurgen zeggen: knap gedaan maar dit kan niet, dus sorry en weg ermee. Of ik kon de scène ontvangen als het geschenk dat ze was, en de uitdaging die ze meebracht voor lief nemen. Want als ik ze een plaats wilde geven in de bestaande tekst zou ik Robins perspectief volwaardig moeten integreren in het verhaal. Dat betekende: nieuwe scènes bedenken vanuit zijn standpunt, andere herschrijven of verplaatsen, een volwaardig tweede perspectief invoeren… De oorspronkelijke opbouw van het hele boek omgooien, dus.

Een paar jaar eerder had ik waarschijnlijk mijn hakken in het zand gezet en het hele idee afgeblazen. Nu dacht ik alleen: interessant. Reya was mijn creatie, maar met zijn spontane schrijfspurt had Jurgen Robin plots een gezicht gegeven, en een stem.

De serres van Mendel (detail) (c) Jurgen Walschot

Kon dit werken? Wellicht wel. Het zou bovendien een inhoudelijke meerwaarde betekenen.
Kon ik het schrijven? Ik was er helemaal niet op voorbereid om een stuk van dit verhaal te vertellen vanuit het standpunt van het jongenspersonage. Maar het zou me wel lukken, als ik erin slaagde in zijn hoofd te kruipen. Jurgen had me op dat vlak zojuist een half hoofdstuk voorzet gegeven.

En wat was er eigenlijk mooier, bedacht ik, dan het verhaal van een vriendschap dat door twéé personages verteld werd, net zoals dit boek door twéé mensen gemaakt werd, kijkend door een dubbele lens, schrijvend met een dubbele pen?

Oké, dacht ik. Ze mogen het samen doen. Net als wij.




In september 2019 verschijnt bij Van Halewyck ‘De serres van Mendel’, een jeugdroman (10+) in woord en beeld, een gemeenschappelijk project van Kirstin Vanlierde en Jurgen Walschot.
In aanloop naar de publicatie verschijnt er elke maand een blog over hoe dit boek ontstond.
Advertenties

Zichtbaar – met of zonder schulp

Hoe ‘De serres van Mendel’ ontstond – deel #3



Hier lees je:
– Deel #1 – Tête bêche en carte blanche : hoe het allemaal begon
– Deel #2 – Een ‘fijn projectje tussendoor’ : hoe het eerste scheutje kon groeien


De serres van Mendel (detail) (c) Jurgen Walschot


Het zijn wellicht twee van de meest fundamentele menselijke basisbehoeften: we willen contact ervaren met anderen, maar we willen ons óók veilig voelen. En in de praktijk lijken die twee vaak incompatibel.

Mensen hebben vaak iets weg van dieren in hoe we de wereld benaderen. Dus rollen we ons op als egeltjes, met alle stekels naar buiten toegekeerd, en begrijpen vervolgens niet waarom anderen ons niet durven aanraken. We kruipen weg in diepe schulpen en achter dikke pantsers, en verwonderen er ons oprecht over dat we onzichtbaar zijn.

Over hoe de dynamieken van (on)zichtbaar zijn zich manifesteren in mijn eigen leven, kan ik een boek volschrijven – en ik ken nog iemand anders voor wie dat op andere manieren minstens even hard geldt (maar die kruipt nu waarschijnlijk in zijn schulp 😉 ).
Laat het volstaan om te zeggen dat ik mijn handen vol heb gehad met pogingen om tot een persoonlijk evenwicht te komen, en waar mij dat op menselijk vlak al snel vrij aardig begon te lukken, had ik waar het mijn werk betrof tot voor kort de ervaring dat ik bleef falen. Als schrijver ervoer ik mezelf (en mijn werk) nog altijd als behoorlijk onzichtbaar.

Voor de duidelijkheid: onzichtbaar zijn biedt behalve teleurstelling ook veiligheid. En schoonheid. Er verscheen laatst een fantastisch mooi boek over de subtiele troeven en nuances van níet zichtbaar zijn, van de hand van Akiko Busch. Maar hoezeer ik onzichtbaarheid en camouflage ook waardeer en tot op zekere hoogte zelfs nodig heb, hoeveel innerlijke veiligheid het ook biedt, als het aankomt op je werk de wereld in krijgen is het geen vruchtbare strategie.

Naarmate mijn samenwerking met Jurgen in de loop van 2017 steeds solidere vormen aannam, merkte ik dat er bij mij iets veranderde. Ik werd op een diep en zeer fundamenteel niveau gevoed door onze creatieve dialoog, zowel als kunstenaar als als mens, tot in mijn kern.
En dat had een interessant neveneffect. Ik maakte ons werk daardoor behoorlijk zichtbaar: ik praatte er met veel enthousiasme over tegen vrienden en familie, in conversaties met kennissen of toevallige ontmoetingen, op sociale media. En ik merkte dat ik daar goed in was, veel beter dan ik ooit geweest was in het zichtbaar maken van mijn soloprojecten.

(c) deAuteurs

Toen Jurgen me eind 2017 schijnbaar achteloos de link forwardde van beheersvennootschap deAuteurs, met daarin een oproep voor kandidaten om zich te melden voor een duo-residentie schrijver & illustrator in Björköby (Zweden) in het najaar van 2018, vond ik het vooral een compliment dat hij het zag zitten om twee weken lang samen met mij in the middle of nowhere te gaan werken.
Geen van beiden verwachtten we er veel van, maar we dienden toch een dossier en een aanvraag in. In Jurgens woorden: “Zo weten ze daar ook dat wij bestaan.” Zichtbaarheid, jawel. We werden er stilaan wat beter in. We staken al eens ons kopje voorbij de rand van onze schulp.

Brief en dossier vertrokken richting deAuteurs op mijn verjaardag. Het zou nog maanden duren eer we wisten welk duo naar Zweden mocht, en ik kon dat hele residentiegedoe heel goed loslaten, maar naarmate de datum van beslissing en bekendmaking naderde, werd het toch spannend. Op de dag van de waarheid was het lang geleden dat ik een mail had geopend met hartkloppingen, maar toen dus wel.

Ik greep mijn gsm om Jurgen te laten weten dat hij zijn mail moest checken, en zag aan de binnenlopende sms dat dat niet nodig was: “We gaan naar Zweden!!”
Het leek erop dat we nóg een stuk zichtbaarder gingen worden.

Met het vooruitzicht van de residentie ontstond er een nieuwe dynamiek. Waaraan konden we daar gaan werken? Misschien was dit wel het uitgelezen moment om de ‘volwaardige’ versie van De serres van Mendel weer op tafel te leggen. We zouden er immers ook het eerste SmåBUS Kinderboekenfestival meepikken.

Het voelde aan als een goed idee. Maar mijn jaren van wachten op antwoord van uitgeverijen hadden mij wel wat wijzer gemaakt dan aan een boek te werken tot het helemaal af was en dan pas te gaan aankloppen bij een fonds in de hoop op interesse. Dit boekidee gingen we op voorhand ‘pitchen’, met de tekst van het kortverhaal en een selectie van Jurgens prenten als visitekaartje. We wilden zicht op publicatie vóór we hier maanden van ons leven gingen insteken, niet omgekeerd. En als er geen interesse voor bleek, tant pis. Dan gingen we in Zweden wel twee weken lang Zaailingen maken, of zo.

Ik schreef vier mails naar vier verschillende uitgevers, waarvan er drie behoorlijk snel aangaven geïnteresseerd te zijn, en er één zelfs de telefoon nam en me opbelde voor een afspraak. Dat was me om eerlijk te zijn nog nooit overkomen. Hier hebben we iets, voelde ik, net als toen we met de Zaailingen begonnen. Hier hebben we echt iets krachtigs in de knop.

De uitgever die ik thuis een uur lang aan tafel had, bleek ook degene die het meest op onze creatieve golflengte zat, zowel qua benadering van het verhaal, als qua bereidheid om de beelden en de vormgeving een maximale rol te laten spelen, in volwaardige dialoog met de tekst, van bij het begin.

De beslissing was dus snel genomen. Er volgde nog een gesprek met Jurgen erbij in de kantoren van Van Halewyck in Antwerpen, en we stapten in september 2018 op het vliegtuig naar Zweden met de garantie van publicatie in het najaar van 2019.

(c) Inaya photography


De residentie in Björköby bleek heel belangrijk, zowel voor De serres van Mendel als voor onszelf. Niet per se om de hoeveelheid werk die we er konden verzetten (minder dan ik had verwacht of gehoopt), maar omdat er toen iets gezaaid is in de vruchtbare bodem van onze samenwerking dat nog jarenlang zal groeien en vrucht dragen. Of misschien moet ik zeggen: de bodem zelf is toen subtiel veranderd.

Ik schreef tijdens de residentie al een blog over dit project en over de onwaarschijnlijke rol die erin was weggelegd voor vriendschap (die lees je hier: Vriendschap is geen zwaktebod). Alles wat erin staat, geldt nog steeds en vormt een mooie aanvulling op dit relaas. Maar ik wil er hier graag nog één ding aan toevoegen, dat ik op dat moment nog niet wist. Je vat de reikwijdte van sommige zaken nu eenmaal beter als je er met wat meer afstand op terugkijkt.

De serres van Mendel (c) Jurgen Walschot

De residentie in Zweden maakte Jurgen en mij niet alleen een stuk zichtbaarder voor de wereld, ze maakte ons ook zichtbaarder voor elkaar. We zijn allebei schelpdieren, om het zo te zeggen, en we hadden elkaar in de loop van bijna twee jaar samenwerken al heel diep onder onze pantsers laten kijken. Nu deelden we twee weken lang dezelfde schulp.

Zichtbaarheid en kwetsbaarheid hangen samen. Psychoanalyticus Paul Verhaeghe noemt dat ‘intimiteit’. Dat was het geschenk dat Zweden ons bracht. En dat is de echte voedingsbodem waaruit De serres van Mendel tot volle wasdom is gegroeid. Het is een diepe, rijke bodem, gelaagd en complex, zacht en uitnodigend, oud en tijdloos.
Ongeveer zoals je ze vindt in Zweedse bossen. Zichtbaar. En toch veilig. Zonder schulp.





In september 2019 verschijnt bij Van Halewyck ‘De serres van Mendel’, een jeugdroman (10+) in woord en beeld, een gemeenschappelijk project van Kirstin Vanlierde en Jurgen Walschot.
In aanloop naar de publicatie verschijnt er elke maand een blog over hoe dit boek ontstond.

ZAAILING #60 – Door een dubbele lens

Een kleine ode aan onkruid – – ter gelegenheid van het ontstaan van ZaaiGoed

(c) Jurgen Walschot



We vinden elkaar onverwacht
als contrasten die elkaar verankeren
of tegengestelden die toch niet botsen.

Door een dubbele lens kijken we anders
naar de wereld, die zich laat lezen als verhaal
met onverwachte wendingen.

Een oog dat ontluikt, een woekering.
Een droom die wortel schiet op een plek
waar hij kalm de uitgemeten afspraken tart.

We volgen de lijnen
zoals het spel ze trekt. We lopen
schijnbaar in de pas.

Maar geef ons een kier, een kans
en kijk hoe wij onszelf uitbundig   –   eindeloos

uitzaaien.



Deze Zaailing wordt uitzonderlijk gelanceerd om de start te markeren van ZaaiGoed, een initiatief van schrijvers en illustratoren die Zaailing-gewijs aan kruisbestuiving, wederzijdse creatieve uitdaging en verbondenheid willen werken, over alle hokjes en vakjes heen. Hardnekkig en hartverwarmend, als mooi onkruid.




ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Een ‘fijn projectje tussendoor’

Hoe ‘De serres van Mendel’ ontstond – deel #2


Hier lees je hoe het allemaal begon: Deel #1 – Tête bêche en carte blanche

De serres van Mendel (detail) (c) Jurgen Walschot


Zodra het eerste hoofdstuk op papier stond, was er een blokkade gesloopt. Een kortverhaal voor een leesmethode was misschien niet wat ik eerst in gedachten had gehad, maar dit verhaal over koepels en serres zou er komen, en ik was het aan het schrijven.
Tussen september 2016 en januari 2017 zette ik het in hapjes en stukjes op papier, zonder vooropgezet plan.

Nu heb ik – eerlijk is eerlijk – nooit echt een probleem gehad met blind schrijven. Je hebt auteurs die maanden broeden op een verhaal, tot ze de personages glashelder voor zich zien en de structuur van het plot helemaal in hun hoofd zit. Dan maken ze een schema, en dat schema gaan ze vervolgens uitschrijven in verhaalvorm.
Ik ben niet zo’n schrijver. Mijn schrijfproces is een wandeling door de mist, en ik zie amper een paar meter voor me. Naarmate ik vorder, wordt er telkens een nieuw stukje zichtbaar, en ik heb er maar op te vertrouwen dat het pad dat ik volg niet ineens ophoudt, of over de rand van een ravijn verdwijnt.

Maar dat doet het niet. Dat weet ik intussen. Ik schrijf al dertig jaar zo, en mijn verhalen landen altijd op hun pootjes. Vaak verrassen ze me zelfs, omdat ik óók niet weet wat er gaat komen, en het ontdek tijdens het opschrijven. Het creatieve proces neemt mij op sleeptouw, een beetje zoals een goed boek mij meeneemt als lezer. Ik vind dat heel prettig. Het is altijd nieuw, en altijd spannend.

Datzelfde proces vertrouwen als je bezig bent aan opdrachtwerk van heel beperkte omvang en met een redelijk strakke deadline is nog wat anders, natuurlijk. Maar ook dat werd een fijne ervaring: mijn innerlijk kompas wist precies waar het verhaal heen moest, tot aan een slot dat ook voor mij onverwacht kwam, en me raakte.

De serres van Mendel (detail) (c) Jurgen Walschot


Alle boeken in de Talent-reeks zouden worden geïllustreerd. Als schrijver werden we aangemoedigd om illustratoren voor te stellen van wie we dachten dat ze een goeie match konden zijn met de tekst. Of ik al iemand in gedachten had?

Sommige momenten in je leven zijn achteraf gezien onwaarschijnlijke kruispunten.

Een paar maanden daarvoor had ik op het plein voor Brussel-Noord, waar de wind de wolken langs de blauwe hemel joeg en de zon nu eens wel, dan weer niet, kon doorbreken, afgesproken met een illustrator die ik een paar jaar eerder had leren kennen en die ik sindsdien op allerlei gekke en toevallige manieren tegen het lijf was blijven lopen.
We hadden gemeenschappelijke interesses en deelden nogal wat ervaringen en twijfels over het boekenvak. We hadden een klik die we zelf niet goed konden thuisbrengen, en we waren al twee jaar bezig elkaar te ‘besnuffelen’.

Van de Zaailingen was op dat moment nog geen sprake, maar die middag in Brussel sprongen Jurgen Walschot en ik samen van de klif, zoals ik dat sindsdien ben gaan noemen. Zonder plan of garanties, maar in het volle vertrouwen dat we niet zouden vallen maar vliegen.

De vlucht (detail) (c) Jurgen Walschot

Onze samenwerking was een ontdekkingsreis, prikkelend en uitdagend, en hoe langer we er mee doorgingen, hoe krachtiger ze aanvoelde. Het was vooral bijzonder om samen iets te creëren. Om van gedachten te wisselen, beelden uit te wisselen, ideeën op mail te zetten. We werden sparring partners, klankborden, compagnons de route in woord en beeld.

Dus toen ik de vraag van Van In moest beantwoorden, ruim een half jaar later, was het wat mij betreft overduidelijk wie de illustraties voor De serres van Mendel zou gaan maken. Ik wist ook dat het onderwerp Jurgen zou aanspreken. En we waren intussen ook wel toe aan een fijn projectje ‘tussendoor’, iets om binnen afzienbare tijd af te werken en gepubliceerd te zien.

Dus zo geschiedde.
(Of hoe noemen ze dat plechtig in van die Belangrijke Verhalen?) 😉

Ik ben een woordmens, geen beelddenker. Maar ik heb wel een sterk visuele kant. En tijdens het schrijven van het kortverhaal had ik al een hele wereld in mijn hoofd.
Om Jurgen een idee te geven van wat ik zoal voor me zag, stelde ik een uitgebreide verzameling beelden samen, van bomen tot bacteriën, die wat mij betreft iets met deze overkoepelde wereld te maken hadden. ‘Je hebt mijn werk al half voor mij gedaan’, grapte hij.




Het was fijn om te zien hoe hij er vervolgens zijn gang mee ging. Ik had hem al eerder complexe prenten weten maken, maar waar hij nu mee afkwam overtrof alles. Immense koepels, volgestouwd met groen. Een wereld die overtrof wat ik in gedachten voor me had gezien, een groene wildernis om in te verdwijnen.

Tegen de paasvakantie van 2017 was ons mini-verhaal af. Iedereen was er blij mee, wij niet het minst. Maar het was nog lang wachten tot september 2019 voor de verschijning van de Talent-reeks. En tegelijk voelden we ook dat hier nog zoveel meer inzat dan we er nu hadden kunnen uithalen.

Voor Van In was het geen enkel probleem dat ik met dit verhaal in een andere, langere versie, naar een niet-educatieve uitgeverij trok. Als we dat wilden, konden we dus echt proberen om van dit korte kleinood een volwaardig jeugdboek te maken.

Intussen waren Jurgen en ik samen volop gelanceerd in het Zaailingenproject. We waren er zo tevreden van dat we van twee van onze favorieten zelfs een reeksje posters lieten drukken, in het Nederlands en het Engels. En we volgden ons gevoel over één bewuste Zaailing die STROOM heette, en die de ambitie had om een boek te worden. We hadden de hele zomer van 2017 de handen vol op wat achteraf veel weg had van een creatieve high, met bijna uitsluitend werk voor een volwassen publiek.

Maar we vergaten ons jeugdverhaal niet. En het kriebelde, het jeukte zelfs. Kon Mendel een tweede leven krijgen?

En toen verscheen er een aankondiging over een huisje in Zweden dat wachtte op een schrijver en een illustrator…




In september 2019 verschijnt bij Van Halewyck ‘De serres van Mendel’, een jeugdroman (10+) in woord en beeld, een gemeenschappelijk project van Kirstin Vanlierde en Jurgen Walschot.
In aanloop naar de publicatie verschijnt er elke maand een blog over hoe dit boek ontstond.

Barreras: een bijzonder boek



(c) Pantingo


Ik ben blij en vereerd dat ik een tijdje geleden de kans kreeg om een bijdrage te leveren aan Barreras, een uitgave van Pantingo. Pantingo is een jonge uitgeverij van zines en kunstzinnige projecten. Hart en ziel achter dat alles is kunstenares Tessa De Ceuninck.

Haar boek Barreras benadert het verhaal van de bootvluchtelingen door te spelen met ogenschijnlijk tegenstrijdige beelden in dialoog met elkaar.

Ik schreef er de volgende tekst voor, die opgenomen werd in het hart van het boek:





Tell me

Tell me of the hardships we encountered.
Remind me of the victories
we fought for, the defeats we endured.
Help me recall our high hopes
as we set forth, and how we negotiated
the distances against all odds and opposition.
Remind me of how we held on to our stubborn hopes
to reach the other side with our heads held high.

Reassure me that all we did
was somehow worthwhile.
Help me remember their faces,
pleading, cheering, counting on us to go
where they could not, so we could live
their ambitions, fulfill their dreams.

Tell me the story one more time,
of the heroes who fought and conquered,
so that all who followed in their footsteps
would know a better fate.

For stories are all we know.
And stories are all we have to hold on to.

So speak to me. Whisper, if you need to.
Then I can try to tell the story again,
and we can all try to believe it.

(c) Pantingo


Interesse in meer werk van Tessa De Ceuninck? Neem zeker een kijkje op www.pantingo.com.
Pantingo zal aanwezig zijn op de Ghent Art Book Fair (11-12 mei).