ZAAILING #37 – Echo

De dingen nog eens overdoen maakt ze minder, toch?

Daar waren we weer, het Zaailing-duo.
Precies een jaar verder, zelfde plaats, zelfde tijd. Met onze beide gezinnen op vakantie bij familie in Zuid-Frankrijk. We liepen een beetje minder synchroon dit keer. Vorig jaar waren de overeenkomsten rustig hallucinant te noemen. Lees er het ontstaan van Zaailing #12 maar op na.

Dat leidde toen tot de eerste van drie Zaailingen die we samen in Frankrijk zouden maken. De inspiratie daarvoor kwam van de prachtige boom die we, zonder dat van elkaar te weten, traditiegetrouw allebei op de heenweg groetten. Zo schreef ik het toen, in Wachtpost:

De stam is nauwelijks dikker geworden. Maar de kroon is wat voller, en die ene kwetsbare tak hangt wat lager. Nog altijd groen, dat wel.
Je kent hem goed, deze boom. Je kijkt naar hem uit tegen het einde van de bochtige klim. Hij is de wachtpost afgetekend tegen de hemel boven de vallei, de silhouet die aangeeft dat de bestemming in zicht is.
Je bent bijna thuis.

Jurgen maakte een tekening, en voegde er een fotocollage bij van al zijn beelden van die bewuste den, genomen in de voorafgaande jaren. Het werd een erg mooie Zaailing.

_ _

 

Dit jaar, bij het langsrijden, keken Christophe en ik samen uit naar de boom. Het was bijna aftellen, want de snelheid op départementals is aangepast van 90 naar 80 kilometer per uur, dus alles ging wat langzamer, en de andere weggebruikers leken hun uiterste best te doen om voor slak of hindernis te spelen. Mijn verbeelding ging zelfs even met mij op de loop, en ik stelde me voor dat hij in het voorbije jaar was omgewaaid of – nog erger – omgehakt. Maar we bereikten het punt van waarop we de majestueuze parasolden konden zien, en hij stond er nog.

Veilig aangekomen, zonder autokuren, schreef ik aan Jurgen (het had de er week voor het vertrek even op geleken dat we met ernstige autopech zouden kampen). Heb onze vriend de parasolden gesalueerd: nog altijd even majestueus. Geen foto gemaakt – that’s your job  😉.

En de foto kwam er natuurlijk, een paar dagen later. Doet hij het weer eventjes, dacht ik toen ik de Instagrampost zag. Wat een beeld. Zonde dat ik geen twee keer bij een gelijkaardige foto kan schrijven.

Maar… wie had ooit gezegd dat dat niet kon? Wie bepaalde de spelregels van dit laten kiemen en Zaaien, als niet wij zelf? Jurgen postte één foto, maar stuurde mij er bovendien nog een tweede. En toen ik die zag, in dubbele belichting, hoorde ik in mijn hoofd een woord: echo. En met dat woord wist ik: het kan.

Bijna dag op dag een jaar na Zaailing #12 krijgt onze dierbare oude parasolden andermaal een plekje in het voetlicht.

 

ZAAILING #37 – Echo

De dingen nog eens overdoen maakt ze minder, toch? Als een echo, weerkaatsend tussen bergwanden, die met elke herhaling zwakker klinkt en steeds meer een herinnering wordt.

Nee, niet elke vorm van herhaling is een verbetering. Maar toch tasten we naar vertrouwde paden voor houvast. En het geeft niet om dezelfde weg meer dan één keer af te leggen, want telkens lezen we het landschap anders. De werkelijkheid is een verhaal met vele lagen, en we hebben herkenningspunten nodig om te weten waar we zijn.

 

echo1 klein.jpg

 

Terug op ons vertrekpunt, lijkt het, langs deze vertrouwde bocht in de weg, in dit verstilde hoekje landschap. Maar aangezien het leven een spiraal is, lopen we niet in kringetjes. En elke winding hoger is tegelijk een laag dieper, een echo die een nieuwe frequentie toevoegt aan al datgene wat al samen resoneert.

We kijken reikhalzend uit naar de wachtpost op de heuvel, en hij stelt niet teleur. Dat ons tijdens het langsrijden maar een paar seconden samen vergund is, deert niet. De mooiste dingen zijn vluchtig.
Achterom kijken doen we met een jaarring meer, naar datgene wat ontgroeid werd.

 

echo klein

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

 

Advertenties

La Falaise des Vautours

Voorspelbaar, nietwaar?

Als je mijn blog een beetje volgt, dan weet je dat ik een voorliefde heb voor gieren, vale gieren in het bijzonder. Dus toen ik ontdekte dat er in de lagere Pyreneeën een plek was die la Falaise des Vautours heet, twee uur westwaarts van Gavarnie, werd dat meteen een volgende stop op onze trip door de bergen.

Het schitterende weer van onze bergwandeling bleef niet duren – de dag van onze overweldigende ontmoeting met de Cirque de Gavarnie bleek in feite de enige zonnige. Tegen de tijd dat we de dorpjes van Aste-Béon bereikten en parkeerden aan het gierenmuseum aan de voet van de kliffen, waren de wanden maar half zichtbaar doorheen de laaghangende laag wolken. Het zorgde voor wat mooie foto’s in Japanse sfeer.

 

IMG_1559 (2) klein
(c) KV

 

In dit weer wist ik wel beter dan hoge verwachtingen te koesteren, maar toen…

 

IMG_1571 (3) klein
(c) KV

 

Daar waren ze.

 

IMG_1576 (2) kleinIMG_1612 (2) klein

 

We zagen er op een gegeven moment wel vijftien of twintig tegelijk rondcirkelen, in die typische, langzame kringen, met hun enorme vleugels (2,5 meter!) uitgestrekt, koninklijk en moeiteloos gedragen op de thermiek.

Toen het lokale milieubeschermingsprogramma in de jaren zeventig uitgerold werd, broedden er veertien koppels op de kliffen, en hun aantallen slonken zienderogen. Vandaag biedt de Falaise des Vautours een thuis aan honderd broedparen van de vale gier, en zowel de kleinere Egyptische gier als de nog grotere rode gypaète (lammergier) zijn er met vaste regelmaat te gast.

Hoeveel zegeningen kan een mens krijgen op één bergtrip, vraag ik me af.

 

IMG_1568 (2) klein
(c) KV

 


 

Voor een beter zicht op de foto’s, klik hier.

Een thuis voor de ziel #2

IMG_1428 (2) klein
(c) KV

 

“En wanneer ik die andere plek vind waarnaar ik lijk te zoeken, onbewust, onophoudelijk, dan zal ik weten dat mijn zoektocht voorbij is.
Ik zal mijn boot naar de kust sturen, aan land gaan, en nooit meer weg willen.”

 

Zo schreef ik het een jaar geleden in Een thuis voor de ziel. Nieuwe plaatsen ontdekken confronteert mij telkens weer met hoezeer de overbevolkte, drukke nevelstad die Vlaanderen steeds meer wordt, ingaat tegen wat mijn ziel verlangt en nodig heeft. Er zijn weinig dingen die mij zo gelukkig kunnen maken als het zicht op een beboste heuvel, een riviertje met rotsbedding, een glooiende horizon zonder gebouwen of andere menselijke constructies om het uitzicht te bederven. Telkens weer betrap ik mezelf op de gedachte: als ik hier maar wat meer van kon hebben in mijn dagelijks leven!

Terugkeren naar huis is daarom zelden een heuglijke gebeurtenis. Om eerlijk te zijn weet ik wel niet echt zeker of het het einde van de vakantie is dat ik betreur, of alleen de onvermijdelijke terugkeer naar Vlaanderen. En zodra ik mijn dagelijkse routine van werk, familie en vrienden weer opgenomen heb, raak ik ook weer snel gewoon aan mijn omgeving. Zo slecht is die tenslotte ook weer niet. En hoezeer ik mijn hart ook voel zwellen bij het zicht van een bergtop in de ochtendzon, ik weet wel beter dan te denken dat ik geschikt ben voor het leven in een hooggebergte. Wat zou ik daar moeten gaan doen, geiten hoeden? Kaas maken? Een B&B openen? Ik heb al een grondige hekel aan de huishoudelijke klussen in ons gezinnetje van drie! Schrijven kan ik natuurlijk overal, maar ik verdien op dit moment nog geen fractie van wat ik zou nodig hebben om er drie mensen van te onderhouden. Kortom: een mens moet verstandig zijn, nietwaar?

Op onze reis door Italië ontmoetten we vorig jaar een Belgisch koppel dat mijn tegenzin voor huishoudelijkheid niet deelt, en effectief een B&B opende in een charmant Middeleeuws dorpje. Onze gastvrouw vertelde me toen hoe ze had gehuild toen ze na haar eerste bezoek aan de plek opnieuw moest vertrekken. “Ik wilde niet weg”, zei ze. “Alles in mij wilde hier blijven. Het voelde alsof ik weggerukt werd van de plek waar ik thuishoorde, waar mijn ziel thuis was.”
Haar woorden vormden de inspiratie voor de blog van vorig jaar, want ik was best jaloers op haar. Ik was nog nooit een plek tegengekomen die me zo’n gevoel gegeven had. Ik voelde me zelfs verlorener door haar verhaal, ook thuis. Maar het maakte mij wel bewuster.

Nu heb ik, voor het eerst, een gelijkaardige ervaring gehad.

 

IMG_1394 (2) klein
(c) KV

_ _

We wilden deze zomer weer een korte trip naar de bergen maken. Van mijn Franse schoonbroer, die ons twee jaar geleden al eens meenam naar de Pyreneeën, hoorden we dat de Cirque de Gavarnie beslist een bezoek waard was.
Wij hadden er nog nooit van gehoord, maar de plek bleek Unesco Werelderfgoed te zijn, en te oordelen naar de foto’s online was het inderdaad erg mooi: een keteldal aan de voet van de eeuwig besneeuwde toppen van de Pic du Marboré en le Taillon, met een tapijt van alpenweide naan hun voeten, onophoudelijk bevloeid door watervallen van smeltsneeuw.
Omwille van haar schoonheid en faam is de Cirque een populaire bestemming, zowel voor dagjestoeristen die de wandeling van een viertal kilometer naar de bodem van het keteldal willen maken, als voor meer ervaren bergwandelaars op doorreis of die naar een van de nog hoger gelegen meren willen klimmen.

Het dorpje Gavarnie, toegangspoort tot het keteldal, ligt aan het einde van een doodlopende weg. Iedereen die er heen rijdt, moet uiteindelijk terug langs herzelfde smalle kronkelweggetje met de rotswand aan een kant en het tumultueuze bergriviertje Gave aan de andere. Het is bij momenten nogal veel verkeer voor één smal baantje. Wij kwamen aan op het einde van een regenachtige dag, en we leken de enigen die nog naar boven wilden. Een onophoudelijke stroom van auto’s, bestelwagens en bussen kwam ons tegemoet, op hun weg naar beneden. Het weer was omgeslagen, dus de massa maakte zich uit de voeten. Het had iets van oproeien tegen de stroom.
Maar tegen dat we ons avondeten op hadden in wat nu weer een zeer rustig klein bergdorpje was, verdampten de wolken en kregen we een eerste blik op de majestueuze wanden van de Cirque in de verte, beschenen door de avondzon.

De volgende dag hadden we stralend weer. Helderblauwe lucht, aangename temperaturen om te wandelen. Dankzij de tip van een ander koppel in dezelfde Bed & Breakfast besloten we om niet de stroom van wandelaars te volgen langs de hoofdweg naar de Cirque, maar om een langere tocht te maken. Daardoor klommen we eerst een paar uur (400 meter niveauverschil, wat ons tot op ongeveer 1800 meter hoogte bracht), en de rest van de wandeling konden we op dezelfde hoogte blijven, en vervolgens geleidelijk wat afdalen, door bossen en langs kliffen. Het werd de mooiste wandeling die ik ooit maakte.

Het Parc National des Pyrenées heeft een ongelooflijk rijke fauna en flora, die voortdurend verandert al naar gelang de hoogte. Hellingen vol blauwe irissen, paarse campanulaklokjes, helleborussen die amper uitgebloeid waren, elegante witte schermbloemen, verschillende soorten varens en volop bloeiende vetplanten, een taai soort beuken, gigantische pijnbomen en grillige dwergdennen, allerlei planten die ik kenden en nog veel meer die ik niet kende, uitbundig bloeiend in de weiden of halstarrig omhoogschietend uit rotsspleten.

 

 

We picknickten op een lommerrijk plekje langs het pad, met onze rug naar de rots en voor ons een uitzicht waarmee niet te concurreren valt (tweede foto van deze blog). Kort na de middag kwamen we ten slotte aan bij de Cirque.

Het was er druk. Aan de mond van het keteldal, waar het makkelijke pad eindige dat door de meesten gevolgd werd, stond een heus hotel met bar en restaurant. De rust van het eenzame bergpad maakte meteen plaats voor iets wat veel toeristischer aanvoelde. We dronken een glas in de schaduw, en keken toe hoe de wandelaars de laatste meters van het pad aflegden, sommigen zelfs te paard of met een ezel aan de hand, met daarop een kind. Het contrast met onze tocht kon niet groter zijn. (We vragen ons trouwens nog steeds af hoe dat hotel er ooit in slaagt bevoorraad te worden, want zelfs het ‘makkelijke’ pad is ongeschikt voor zowat elke vorm van gemotoriseerd vervoer.)

Ik ben gewoonlijk de eerste om te vluchten voor dit soort drukte. De energie van te veel mensen samen op één plek overstemt al te vaak het natuurlijk gevoel van een locatie, en het landschap wordt gedegradeerd tot decor. Meestal vertrek ik van zo’n plek met iets van teleurstelling dat wij mensen niet beter weten en er niet in slagen zoiets moois met rust te laten.
Het verraste me dus wel dat de troep kleurrijke wandelaars me in het geheel niet stoorde. Ik was me wel bewust van hun aanwezigheid, maar alle dingen die drukte een uitdaging maken voor mij (lawaai, nabijheid, teveel mentale en emotionele stoorzenders op te veel verschillende frequenties) leken hier niet van toepassing. Hoeveel volk er ook rondliep, de omvang van het landschap overklaste alles moeiteloos.

 

IMG_1459 (2) klein
(c) KV

 

Dat gevoel bleef aanhouden toen we het keteldal zelf in gingen. Daar liepen ook heel veel mensen, op het pad of ergens ernaast, onder meer omdat de route die naar de voet van de grootste waterval leidde niet bepaald helder aangeduid stond. Blijkbaar moesten we daarvoor zelfs een stuk gletsjer over, en omdat dat niet duidelijk was en ik er niet gerust op was om zo’n breed stuk ijs over te steken, kwamen we terecht langs de verkeerde kant van de Gave (op dat punt weinig meer dan een woeste, brede bergbeek, maar niettemin niet veilig over te steken) en hadden we de keuze: een heel eind terugkeren en toch over die gletsjer heen, aansluiten in het rijtje mieren van wandelaars in de verte, of blijven waar we waren en van het uitzicht genieten. We kozen voor het laatste.

 

IMG_1492 (2) klein
(c) KV

 

Ik zat op een groot rotsblok een eindje boven het riviertje, en keek naar de immense rotswanden en het water dat zich van alle kanten over hun randen naar beneden stortte. Ik kreeg het gevoel dat er niets was wat dit dal van zijn stuk kon brengen. De rotsen, oprijzend vanuit de wortels van de aarde, leken in staat om de wereld zelf te torsen. De watervallen zorgden voor een stromend element, en de wijsheid van loslaten. Het voelde als een perfect yin-yang evenwicht, een immens krachtige plek, onophoudelijk veranderend, tijdloos.
Zwarte kraaiachtigen met gele bekken vlogen als acrobaten op de wind die ook de namiddagwolken meebracht. Bloemen groeiden onverstoorbaar in rotsspleten. De rivier zong zijn luidruchtige lied, ongehinderd door wat voor zwerfkeien of steenbrokken dan ook. En de grote waterval waar we naar keken, aan het andere eind van het dal, veranderde van gezicht met elk wolkje dat passeerde.

Soms kan een plek zo groot en zo juist zijn dat al wat je wil, is om er op een of andere manier deel van te mogen uitmaken.

 

IMG_1504 (2) klein
(c) KV

 

_ _

 

Vanmorgen hadden de wolken het hele dal van Gavarnie gevuld met dikke, grijze mist. We konden amper de auto op de oprit onderscheiden. De Cirque, ver weg hogerop, was totaal onzichtbaar. Ik voelde het aan me trekken terwijl ik bij de voorbereiding van ons vertrek de tassen in de koffer van de wagen stak: het gevoel dat ik niet weg wilde.
Ook dit verraste mij. Rationeel gezien was er niets voor mij op deze plek, in dit kleine bergdorpje dat alleen leek te bestaan bij de gratie van eindeloze stromen wandelaars in de zomer en skiërs in de winter.
Op elke andere plaats zou ik mijn schouders opgehaald hebben en gedacht: mooie wandeling, prachtige berg, misschien komen we hier nog wel eens terug, maar nu: wegwezen! Of zelfs iets van teleurstelling: nee, hier is het ook niet, de plek die ik zoek.
Dit keer was het anders.

Terwijl ik de auto langzaam langs het smalle baantje stuurde, stroomafwaarts mee met de Gave op weg naar lagere heuvels, voelde ik hoe mijn aarzeling groeide tot droefheid. Ik wilde niet weg. Iets in deze rotsen, in deze rivier, sprak tegen mij op een manier die ik nog nergens anders had ervaren. Vertrekken voelde als een navelstreng doorknippen, met dat verschil dat menselijke navelstrengen bedoeld zijn om door te knippen als het kind wil kunnen leven, en dat deze verbinding verbreken helemaal niet juist voelde.

Het was duidelijk: dit was wat mij betrof geen plek als de andere. Dit was, om een of andere ondefinieerbare reden, thuis.

Ik weet nog niet hoe ik aan de slag zal gaan met deze ervaring, en wat de invloed ervan op mijn leven zal zijn. Wat ik heb gevoeld, is bijzonder genoeg om een belangrijk verschil te maken.
Op dit moment koester ik gewoon het feit dat ik me triest en een beetje verloren voel, op een heel andere manier dan vroeger. Want er bestaat ten minste één plek op aarde, weet ik nu, waar ik mij niét verloren voel.

Nu mijn ziel weet wat het is om thuis te zijn, wordt door de wereld dwalen op een of andere manier iets makkelijker te verdragen.

En wie weet waar het volgende pad heen leidt.

 

IMG_1482 (2) klein
(c) KV

x

Loskoppelen

IMG_0958 ed cut.jpg
Torenvalk (c) KV

 

Het was even geleden dat ik het nog bewust gedaan had, maar ik heb me een tijdje losgekoppeld. Te moe om op consequente basis te schrijven, tot de rand gevuld met al het werk van het afgelopen jaar, op zoveel vlakken tegelijk, en veel daarvan via digitale kanalen. Een mensenhoofd heeft nu eenmaal grenzen.

Mezelf toestaan om een paar dagen alleen maar te lezen was al deugddoend, om maar iets te zeggen. En aangezien de plaats waar dat kon mijn ouderlijk huis in Fauch (Zuid-Frankrijk) was, met het weergaloos mooie uitzicht en omringd door een stilte zo diep dat elk geluid er drie keer scherper klinkt, was dat best een weldadige ervaring.

 

IMG_1087 (2).JPG
Zonsondergang met stormwolken en regen, van op het terras in Fauch (c) KV

 

Maar mij terugtrekken uit de wereld van werk en routine betekent gewoonlijk ook duidelijker tegen mijzelf aan lopen.

Hoe verloopt mijn leven voor het moment? Waar steek ik mijn energie in, beroepshalve en persoonlijk, creatief en emotioneel, en hoe waardevol zijn die keuzes gebleken? Verschijnen er opties aan de horizon die ik tot nu toe nog niet serieus overwogen had, maar die toch ernstig potentieel lijken in te houden?

Je moet vertragen en wat afstand nemen om de dingen helderder te zien en betere beslissingen te kunnen nemen, met een frisse geest.

Tijd doorbrengen met mijn ouders houdt ook onvermijdelijk de evenwichtsoefening in tussen oude patronen en nieuwe manieren om elkaar te omarmen. We hebben allemaal behoorlijk wat weg afgelegd om de ander te leren begrijpen en respecteren, maar soms betrap ik mezelf toch op de heimelijke wens dat ik mij op een of andere manier ook van deze vertrouwde gezinsdynamiek kon loskoppelen.
Hoe zou het zijn om iemand helemaal anders te zijn, vraag ik mij af, iemand die opgroeide in een totaal andere context en heel andere ervaringen had opgedaan? Hoeveel van mij is van mijzelf, en hoeveel is een antwoord op mijn omgeving – met haar schoonheid en liefde, met haar uitdagingen?

Het is een onmogelijke vraag, omdat we nooit stoppen om de kinderen van onze ouders te zijn, en zij houden er nooit mee op onze ouders te zijn. Als er een web is dat niet ontward kan worden, een draad die nooit echt ontkoppeld kan worden, dat is het deze.
Maar het is geen belachelijke vraag, want ze laat mij dieper in mijzelf graven. Ze zorgt ervoor dat ik mezelf en mijn persoonlijke gedragingen in vraag stel, op een manier die alles behalve zinloos is.

We trekken er een paar dagen op uit naar de Pyreneeën: mijn man, onze zoon van negen en ik. Ik kijk er naar uit om nieuwe horizonten te ontdekken.

Nog een voordeel van jezelf loskoppelen: er zijn geen kabels meer waaraan je voor anker ligt, geen draden meer om je tegen te houden.

Ik ben nieuwsgierig waar deze vrije vlucht me heen zal brengen, en welke nieuwe vergezichten hij voor mij in petto heeft.

 

IMG_0943 ed cut.jpg
Rode wouw, een veel voorkomende roofvogel in de streek van Albi, maar pas dit jaar slaagde ik er in om een deftige foto te maken (c) KV

 

ZAAILING #35 – Handgeschept

Een Zaailing voor de lange, lome dagen waarin we ons hoofd mogen leegmaken, en ons lichaam mogen toevertrouwen aan datgene wat zoveel beter dan wij weet waar alles heen gaat…

 

 

 


 

 

Handgeschept Page1 klein

 

Handgeschept Page2 klein

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.

Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

ZAAILING #34 – Pasmunt

De BXL Dorado-tentoonstelling waaraan Jurgen en ik meewerkten, is afgelopen. Ongeveer op hetzelfde moment weigerde de Italiaanse regering een boot vol vluchtelingen toegang tot de Italiaanse havens.

De geschiedenis heeft de lelijke neiging om zich te herhalen.

We kennen het beschamende verhaal van de MS St. Louis, die de Amerikaanse havens niet binnen mocht en onverrichter zake moest terugvaren naar Europa, waardoor de Joodse families aan boord, die zo dicht bij de veiligheid waren geweest, uiteindelijk toch in de concentratiekampen terechtkwamen. Kritische stemmen waarschuwen al langer voor de parallellen met het pre-Nazitijdperk, maar werden onthaald op onverschilligheid, of kregen als antwoord dat ze niet met hun twee voeten op de grond stonden en beter hun mond zouden houden. Maar als we er al aan twijfelden, dan zijn de overeenkomsten nu niet meer te negeren. De polariserende retoriek, het vergiftigen van de geesten, het voorstellen van steeds verregaandere maatregelen als realpolitik, waarbij bruten in kostuum ons vertellen dat wij het zijn die de slachtoffers zijn, wat ons het recht geeft om een hele bevolkingsgroep te behandelen als ongedierte: aan beide kanten van de Atlantische Oceaan bevinden we ons op dit moment in bijzonder gevaarlijk vaarwater.

Hier staan we dan, aan het einde van de weg, en op een precair kantelpunt.
De poorten zijn gesloten. El Dorado is dicht.

We hadden eerst een andere Zaailing in gedachten om de tentoonstelling een eresaluut te geven. Maar de gebeurtenissen in Italië dwongen ons in een andere richting. Deze Zaailing, Pasmunt, werd ook tentoongesteld, en was speciaal voor de gelegenheid gecreëerd, maanden geleden al.

Ik haat het als kunst profetisch blijkt. Maar hier heb je het dus.

 

ZAAILING #34
Pasmunt

 

Porto di Napoli_2010 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Aan de glanzende tafel waarachter vlaggen halfstok staan opgesteld, voeren mannen en vrouwen die nooit een slok zeewater binnenkregen het woord.
De wereldkaart tussen hen in heeft veel weg van een spelbord. Ze zetten hun pionnen, ze kijken in hun kaarten, houden redevoeringen of zwijgen. Hun onderhandelingen zijn berekeningen, en als ze iets in beweging zetten, hanteren ze strikte maten en gewichten.
Het is een grimmig spel, met hoge inzet en te weinig inkomsten voor alle deelnemers. Ze willen beschermen wat ze hebben, heersen over meer dan ze beheersen.

Maar de grenzen van hun territoria zijn dun, en hun rijkdommen kostbaar en kwetsbaar. Gelukkig is de zee breed genoeg om hen wat uitstel te kopen. Mensenlevens zijn pasmunt aan deze speeltafel voor haaien.

Een voor een zijn ze aan zet, en als iemand een pion verschuift of de grenzen versterkt, kijken alle spelers zwijgend naar hun kaarten. Monden worden harder. Woorden worden grimmiger.

Boten, volgepropt met pionnen die behoren tot geen enkele van de spelers, schuiven gestaag over het speelbord. Of het gaat richting veilige haven dan wel richting storm beslissen de ogen van het lot.

De haaien rondom de tafel hopen in stilte op het laatste.
Wat overboord slaat, is niet meer dan ballast.

 

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.

Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Op bezoek in het verleden

Een trip naar vervlogen tijden, gekoesterd en gevreesd

 

Quondam 2018_458 klein
(c) KV

 

We waren er vorig jaar, en dit jaar was het opnieuw erg fijn: Quondam, het middeleeuwse festival op een uurtje rijden van huis. Dit keer mocht ik als fotograaf zelfs gratis binnen. Een van mijn oude beelden was prominent promo-materiaal van deze editie. Leuk!

Een dagje doorbrengen in de Middeleeuwen is grappig bevredigend. De re-enactors laten ons beter dan wat ook zien hoe menselijk die ridders en ambachtslieden eeuwen geleden eigenlijk wel waren. Ik ben niet zo’n festivaltype, maar hier ben ik wel graag.

Ik had er alleen niet op gerekend om ook een bezoekje te brengen aan mijn persoonlijke verleden.

Dit jaar waren we er op zondag, en dat bleek een stuk drukker dan de zaterdagen van de vorige keren. Het was ook erg warm, en een droge wind blies strak over het festivalterrein. Ik voelde me minder goed in mijn vel dan ik wilde.

Ik kreeg wel de kans om de wedstrijden en veldslagen van op de eerste rij te schieten.

 

Quondam 2018_133 ed cut klein
(c) KV

 

Ik had uitgegeken naar de roofvogelshow op het einde van de dag, omdat daar gewoonlijk spectaculaire foto’s te maken zijn, maar ik kreeg hem jammer genoeg niet te zien. Toen ik ondanks lastige omstandigheden een paar deftige foto’s probeerde te maken van het slottornooi in de late namiddag, blies de wind alle kleine strodeeltjes en paardenlucht mijn kant op en voor ik het wist, had ik te maken met een goeie ouwe astma-aanval.

(Ik ben mega-allergisch aan paarden. In de open lucht valt het doorgaans heel goed mee. Maar nu viel het zwaar tegen.)

Mijn gezondheid is de laatste tijd (lees: een jaar of twee) zo goed dat ik minder zorgvuldig was geworden met noodmedicatie voor precies een gelegenheid als deze. Zodra het duidelijk werd dat ik in de problemen zat en dat het er niet naar uitzag dat dit snel weer zou overwaaien, hadden we geen andere keuze dan het terrein voortijdig te verlaten, plaats te nemen in de (lange) rij voor de pendelbus die ons terugbracht naar de parking, en naar huis te rijden.

Het was zo lang geleden sinds mijn laatste kwaaie astma-aanval dat ik bijna vergeten was hoe eng en stresserend het kan zijn om naar adem te snakken. Het is waarschijnlijk moeilijk voor te stellen voor wie het nog nooit heeft meegemaakt, maar ik kan het het best als volgt omschrijven: stel je voor dat je op je rug ligt, en iemand komt bovenop je liggen. Het gewicht drukt zwaarder en zwaarder. Het voelt zelfs alsof iemand actief je borst indrukt. Elke inademing is een massieve inspanning tegen deze neerwaartse druk. Het is zwaar, en moeilijk, en hoe harder je weerwerk biedt, hoe erger het wordt.

Dat is ongeveer hoe het voelt. Alleen lig je niet neer, en ligt er niemand bovenop je. Je zit gewoon aan tafel, of je staat te wachten, en elke teug zuurstof die je in je longen probeert te krijgen is een gevecht tegen iets wat ze ingedrukt houdt. Als je pech hebt, voelt alles daar vanbinnen ook nog eens geïrriteerd en ga je ervan hoesten. Dat maakt het nóg erger. Slijmvorming hoort er ook bij – en je raadt het natuurlijk: met je longen vol slijm komt er nog minder lucht binnen… Paniek is niet veraf.

 

Quondam 2018_483 ed cut klein
(c) KV

 

Ik had geluk.

Als een astma-aanval escaleert, kun je eindigen op de spoedafdeling. Zo ver is het die middag niet gekomen, want ik had hier intussen genoeg ervaring mee om te weten dat de enige manier om deze beproeving te doorstaan was proberen te ontspannen en proberen om zo normaal mogelijk adem te halen, zelfs als normaal op dat moment nergens te bespeuren was.
Toen we van het terrein af waren en de constante belegering van wind, stro en paardenallergenen enigszins afnam, kon ik voelen dat mijn adem zachtjesaan een beetje wilde beteren. Ik had het zelfs minder moeilijk rechtstaand op de warme, drukke pendelbus dan in de buurt van de paarden.

Mijn man reed naar huis, en thuis was er de verlossende medicatie die de spiraal terstond een halt toeriep.
Ik bedankte mijn lichaam dat het niet al te extreem geoverreageerd had. Maar ik was wél geschrokken.

Het was lang geleden dat ik het nog zo kwaad had gehad, en dat mijn lichaam zo met mij op hol geslagen was.

Ik ben er nog niet achter wat het precies betekent – als het überhaupt iets betekent. Misschien moet ik er gewoon mee leren leven dat mijn lijf niet helemaal werkt zoals het hoort en dat ik bepaalde omstandigheden moet vermijden waarin het zich nog slechter voelt dan anders. En als ik daar toch wil zijn, moet ik mijn voorzorgen nemen…

Maar misschien is er toch wel iets te leren uit een bezoekje aan het verleden. Want we hebben de neiging om wat we kennen te herhalen, fysiek, emotioneel en spiritueel. En dan mag het niet verbazen dat we in precies dezelfde situaties belanden.

Wat is het, vraag ik me af, dat ik mag beginnen loslaten, en waar snakken naar adem een pertinente metafoor voor is? Perfectionisme? Plicht? De nood mijzelf te bewijzen? Een andere wet waarnaar ik om een of andere reden oordeel dat ik moet leven?

Ik hoop er nog achter te komen.
Ik hoop dat ik de volgende keer dat ik een bezoek breng aan het verleden een ander pad kan bewandelen, richting toekomst.

 

Quondam_195 ed cut2 klein
(c) KV

Nigredo*

BXL Dorado #1 – Een verhaal van hoop, dood, en onszelf in de ogen kijken

 

BXL D B I-001
(c) Jurgen Walschot

 

Hoe vertel je een verhaal dat al zoveel keer verteld is? Door de media, door politici, door feiten en cijfers? Een vluchtelingenverhaal?

 

We hapten naar adem en zetten ons schrap. Als je dezelfde woorden lang genoeg herhaalt, luistert niemand nog. Lawaai ligt dichter bij stilte dan op het eerste gezicht lijkt.

 

In Europa zijn we de afgelopen jaren zowat immuun geworden voor de verhalen en het lijden van de eindeloze golven van vluchtelingen die aanspoelen op onze stranden. We hebben stilzwijgend toegestaan dat het bombardement aan beelden en meningen de simpele feiten overschreeuwt: dat niemand zijn leven riskeert, laat staat dat van zijn kinderen, op een levensgevaarlijke reis dwars doorheen een continent en een verraderlijke zee, als hij ook maar enig beter alternatief voorhanden heeft.

Maar feiten zijn zelden zo eenvoudig als ze lijken. Want er is een oorlog aan de gang. Er zijn haat en wantrouwen, diep verankerde ideologieën en internationale bondgenootschappen die beslissen over het lot van onschuldige mensen. Er zijn cultuurschokken, taalbarrières, diepgewortelde angsten en gevoelens van superioriteit. Aan beide kanten.

Te midden van dit alles besloot de New Flemish Primitives Art School, met thuisbasis in Brussel, dat het hoog tijd was om in het vluchtelingenverhaal opnieuw de menselijke beleving centraal te stellen. De organisatie nodigde zowel gevluchte kunstenaars uit als sociaal geëngageerde artiesten van eigen bodem om deel te nemen aan de tentoonstelling BXL Dorado (met een fijne woordspeling in de titel om het El Dorado zichtbaar te maken dat de Europese hoofdstad voor zoveel vluchtelingen symboliseert). De expo vindt plaats op vier dicht bij elkaar gelegen locaties in de hoofdstad, waaronder de Begijnhofkerk (Église Saint-Jean-Baptiste-au-Béguinage). Dit is de plek waar groepen van vluchtelingen meer dan eens asiel vroegen en kregen, en waar ze voor langere tijd kampeerden in de kerk. Het is een plek van grote symbolische betekenis.

Jurgen en ik kregen de vraag of we wilden deelnemen aan de tentoonstelling. Uiteraard, en met plezier.

#23 Dageraad Ndl klein
Zaailing #23

We maakten een aantal Zaailingen die specifiek geënt waren op het vluchtelingenthema. Dat was niet eens zo moeilijk, een heleboel van ons werk steunt op het idee van de buitenstaander die verlangt om tot de groep te behoren, maar die uiteindelijk toch een andere weg inslaat, uit pure koppigheid of meedogenloze nood. Ik schreef een aantal nieuwe teksten (waarvan we er intussen eentje loslieten als Zaailing #31, een dikke twee weken geleden), maar we besloten ook om door te gaan op het motief van onze nieuwjaarskaart deze winter (Dageraad, Zaailing #23), omdat die onwaarschijnlijk goed aansloot bij het thema.

 

Jurgen besloot om te gaan experimenteren met de enscenering van echte papieren bootjes. Hij stelde ze bloot aan het weer, de elementen, water in het bijzonder. Hij schoot filmpjes en maakte foto’s. Zijn beelden bleken bijzonder krachtig.

 

God ziet U, zo zeiden ze dat vroeger. God zag alles, als we de hoeders van orde en rechtschapenheid mochten geloven.
Dan is er nu dus ook iemand die toekijkt hoe scharen van ongelovigen overboord slaan. Hoe ze met opengesperde ogen en geruisloos schreeuwende monden verzwolgen worden door golven die nooit hun naam zullen fluisteren.
 
 
BXL D I-007
(c) Jurgen Walschot

 

De film was een uitdaging. Jurgen wierp me een van zijn halve glimlachjes en zei: ‘Jij wilde toch meer met je stem gaan doen? Leef je uit, zou ik zeggen.’

Dus dat deed ik.

(We zullen de montage van zijn beelden en mijn stemwerk online zetten eens de tentoonstelling achter de rug is. Voorlopig wil ik er alleen over kwijt dat we met dit experimentje nóg een vorm van samenwerken hebben ontdekt die ons bijzonder goed ligt.)

 

__

 

De opbouw, dan.

BXL D IMG_20180513_190214 klein
Aan de slag in het Pacheco Instituut (c) KV

Drie Zaailingprints, waaronder #31, hangen tentoongesteld in de ‘toren’ naast Passa Porta, een prachtig gerestaureerde site.
De film en de installatie die erbij hoort, zijn te zien, net als het gros van het werk van de andere deelnemende kunstenaars, in het Pacheco Instituut, voormalig godshuis, eertijds rusthuis, nu ruïne in verval, op een steenworp van de Begijnhofkerk.

Het opzet is om de film eindeloos te laten afspelen, waarbij de woorden gereciteerd en gezongen worden als mantra’s met daarbij de beelden van zeilende, of zinkende, boten, terwijl tezelfdertijd buiten op een uitvergrote poster met het centrale beeld van de installatie een echt papieren bootje over de donkere wateren zeilt, overgeleverd aan de elementen.

 

Het duister komt opzetten. Nu is het snel voorbij. Luister niet naar hun kreten. Of denk dat het watervogels zijn.
Alles keert terug naar waar het hoort.
 

 

BXL Dorado I-1 klein

BXL Dorado I-2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Het Pacheco Instituut is een ongewoon gebouw, de verzinnebeelding van oude statigheid die zowel fysiek als spiritueel verkruimelt. Wat er nog rondhangt van devotie vermengt zich met de echo’s van vermoeide ouderlingen wachtend op de dood. En nu brokkelt ook het gebouw zelf langzaam af, een brok pleister per keer. Een architecurale studie in sterfelijkheid bij uitstek.

Hier zijn we dus te vinden, de komende maand. We zullen door de gangen dwalen, en in de hoofden naar binnen glippen.

 

BXL D IMG_20180517_153622 klein
Installatie na één week (c) KV

 

We nodigen u uit om de reis te maken. Er zullen geen bezoekers verdrinken, zoveel kunnen we alvast beloven.

Zoveel moed zou u dus toch wel mogen hebben.

 

Als het ons van pas komt, geloven we maar al te graag in het noodlot. We vragen aan de spiegel om ons het mooiste te tonen wat het koninkrijk te bieden heeft. Maar we hebben alleen onszelf om in de ogen te kijken.

 

BXL Dorado I-3 klein
(c) Jurgen Walschot

__

 

*NIGREDO : In de alchemie betekent nigredo (of: zwartheid) verrotting en decompositie. Veel alchemisten geloofden dat alle alchemistische ingrediënten, als eerste stap voor de vervaardiging van de steen der wijzen, heel grondig moesten schoongemaakt en gekookt worden tot een uniforme zwarte substantie.

In analytische psychologie is de term een metafoor geworden voor de ‘donkere nacht van de ziel’, als de persoon zijn innerlijke schaduwen confronteert.

 

 

De BXL Dorado-tentoonstelling is te bezoeken op weekenddagen van 11u tot 18u, tijdens de periode van 19 mei tot en met 10 juni 2018, op de volgende locaties in de Brusselse Begijnhofwijk:

Begijnhofkerk/Église Saint-Jean-Baptiste-au-Béguinage)
Institut Pacheco (Grootgodshuisstraat)
Passa Porta (Dansaertstraat 46)
De Markten (Oude Graanmarkt 5)