De herinneringen van een vlinder

Eeuwen van vleugels

 

Ik heb lang het gevoel gehad dat ik niet echt thuishoorde in de wereld. En toen ik eindelijk zover was dat ik kon wortelen, voelde ik me nog steeds veel ouder dan mijn jaren.

Nu pas heb ik de indruk dat mijn fysieke leeftijd en mijn innerlijke erfenis enigszins op een lijn beginnen te komen.

 

Prelente_182 ed klein
(c) KV

 

Het heeft lang geduurd. Ik ben een trage ontluiker, een laatbloeier. Maar eindelijk heb ik het gevoel dat ik begrijp wat ik meedraag, en dat ik kan beginnen gebruiken wat ik weet.
Het is een beetje alsof iemand – wie, dat kan ik me niet herinneren – me toen ik klein was een algebraformule aanleerde. Ik leerde ze uit het hoofd, kon ze opzeggen en zelfs de berekeningen maken. Maar nu pas begrijp ik waar ze echt voor dient, en als ik ze toepas, voelt het als magie bedrijven.

Jeugd heeft haar schoonheid. Maar oudere levensfases hebben een heel ander soort elegantie, verkregen door ervaring en overgave. Ze dragen de herinnering aan zoete zomers, zonder de dwingende verlangens of de onstilbare honger die er eerder mee gepaard gingen.

Als we ouder zijn, weten we waarnaar we verlangen. We worden niet langer blind voortgedreven door een kracht die ons aanstuurt zonder dat we begrijpen wat ze is of wat ze wil. En we hebben de kracht om te beslissen of we dat spoor al dan niet willen volgen. Soms is het gewoon wijzer om iets niet te doen. En als we ervoor kiezen om de uitdaging toch aan te gaan, zijn we bedachtzamer. We willen de dingen niet meer onmiddellijk, we willen het proces niet meer per se forceren. We weten dat echte ontwikkeling tijd nodig heeft. Zijn eigen tijd.

Ik ben blij om aangeland te zijn op dit punt, waarop ik zowel mijn erfenis als mijn kracht kan voelen. Ouder dan mijn jaren, maar nog altijd in de fleur van mijn leven en klaar om te geven wat ik heb. Verbonden, vanuit de kern, met wat oeroud is, gefluisterd doorgegeven maar nooit vergeten.

De herinneringen van een vlinder – eeuwen en eeuwen van vleugels.

 

Prelente_173 ed cut klein
(c) KV
Advertenties

Ruis

Zaailing #26

 

Wenen klein
(c) Jurgen Walschot

 

De lijn tussen ons is troebel, het signaal onderbroken door een ondoorlaatbare wand, een luchtdicht scherm. Wat binnen handbereik lag, voelt nu ver weg en onbereikbaar.

Ik tast naar je tussen de mazen, maar ik krijg je niet te pakken. Je dwaalt door je eigen wereld, en daar vind ik geen houvast. Ik stel me tevreden met ruis.

Op zeker ogenblik, dat weet ik, glijd je gewoon weer mijn blikveld binnen. Onopvallend, als een vogel aan de horizon, nonchalant als een slungel op een skateboard. Je zal geen uitleg geven. Dat hoeft ook niet. Ik zal je van ver herkennen, omdat de lucht in de kamer plots verandert.

Ik leg mijn vingers tegen het raam, en zie langzaam dampkringen ontluiken. Aan de andere kant van het glas verzekeren de tot stof gestolde druppels mij dat het beste nooit zomaar helemaal wegspoelt.

Want wat ons beroerd heeft, blijft aan ons kleven. En vanaf dan lezen we de wereld voorgoed doorheen een dierbaar waas van herinnering.

 

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

 

Een kleine ode aan de verbinding

“Als je mij vraagt naar mijn droom”, zei een vriendin me onlangs, “dan zou dat zijn om ergens heel afgelegen te gaan wonen, en daar heel sober en zelfbedruipend te leven. Mijn eigen groentetuin aanplanten, en zo. Meer hoeft niet. Zot, hé?”

Ik vind dat helemaal niet zot.

 

Yamie Fort_100 ed cut klein
(c) KV

 

In dit overbevolkte Verkavelegem die we West-Europa noemen gaat iedereen met een minimum aan verbondenheid met de natuur er vroeg of laat van dromen om weg te trekken en van het land te gaan leven. We verlangen naar de zuiverheid en de vrede die ons dat breng. We hebben het gehad met winkelcentra, buitenwijken, de kinderen naar school voeren in de auto en dag in dag uit werken in een of ander kantoor terwijl de planeet langzaam stikt onder het gewicht van onze walmen en opgravingen.

Ik herken het gevoel, het gaat heel diep. Zelfs al ben ik niet het sportieve buitentype dat met plezier drie uur aan een stuk een lapje grond zal staan bewerken. Want – laat ik maar eerlijk zijn – dat ben ik echt niet. Mijn rug zou het niet overleven, en de voldoening mijn eigen voedsel te verbouwen zou niet voldoende zijn om me te blijven motiveren. Ik word daar niet trotser van op mezelf, maar ik geef het wel toe. De passie van de vriendin waarover ik schrijf is het wel, en ik bewonder haar ervoor. Mijn roeping ligt in de kunsten, en ik hoop dat ik daar een klein, betekenisvol verschil kan maken, op mijn manier.

Maar of het nu een oprechte fysieke nood is dan wel een metafysische of metaforische hunker, het is belangrijk dat we er aandacht aan schenken. Niemand van ons kan zonder een vorm van verbondenheid met de natuurlijke wereld, dat geloof ik rotsvast. Of het nu is door haar van achter onze schrijftafels te zitten bewonderen, door haar het hof te maken doorheen onze fotolenzen of door naar buiten te trekken om in weer en wind te sporten en de ruwe aarde te bewerken, ieder van ons is verbonden met de grote stroom der dingen.

Dat ontkennen is dwaas, en ongezond.

 

Yamie Fort_093 ed klein
(c) KV

 

En onze samenleving kan er wat van, op vlak van waanzin en ziekte. De parallellen die Dirk De Wachter trekt in Borderline Times, over de gelijkenissen tussen de collectieve symptomen van onze westerse samenleving en die van mensen met borderline, raken ons niet per toeval. Ze zijn eng omdat ze waar zijn.

Laten we ophouden.

Laten we er hier en nu mee ophouden. Te midden van alle tumult, pal in onze overdrukke agenda. Laten we eens diep ademhalen en om ons heen kijken. De levende bodem onder onze zolen voelen. De lucht onze longen in en uit voelen stromen. Laten we proberen om ons een heel klein deeltje te weten van dat enorme levende organisme dat we de aarde noemen, verbonden met alles en iedereen die er leeft.

De kleinste stap naar verandering op deze machtige, moederlijke Aarde bevindt zich in ons hoofd, in onze ledematen, en in ons hart.

We zijn nooit van haar gescheiden geweest. Dat dachten we alleen maar.

Dit is een kleine ode aan de verbinding. In elke mogelijke zin.

 

Yamie Fort_098 ed cut klein
(c) KV

De weg delen

We zien het leven nogal eens als een pad dat we lopen. Of, als we terugkijken, als een weg die we afgelegd hebben. We stellen onszelf voor in een landschap, met een bestemming – al dan niet duidelijk – ergens in de verte.

 

Lascheid_036 klein.JPG
(c) KV

 

We vergeten maar al te vaak dat er eigenlijk maar één finale bestemming bestaat, en daar zouden we beter niet te snel willen aankomen. Toch niet als we hopen op een lang leven.

Soms hebben we een kaart bij de hand. Als dat zo is, staan daar vaak een aantal belangrijke aanwijzingen op aangeduid , uitzichtpunten en onderkomens waar we (zouden) moeten langskomen. Een diploma, een relatie, een carrière en kinderen staan op nogal wat kaarten aangekruist.

Maar als het erop aankomt, zijn zelfs de meeste gedetailleerde stafkaarten, die ons werden toevertrouwd door overtuigde reisgenoten (meestal ouderfiguren), eigenlijk vaag en onduidelijk. Dat komt omdat we ons eigen pad pas echt ontdekken door het te lopen. Elke stap ervan is een onderhandeling met het landschap.

Als we achterom kijken, is het (of lijkt het) makkelijker om te zien waar we een beslissende bocht namen op een kruispunt, waar we verloren liepen en op een dood spoor terechtkwamen, waar we de juiste gok waagden. Maar op het moment zelf, terwijl we het pad lopen (nu dus, elk moment opnieuw, want we lopen het nog altijd), weten we niets. Elke bocht verbergt mogelijk een obstakel, elk kruispunt kan een gevaar of een hartverscheurend dilemma inhouden. Al wat we kunnen doen, is ons hart en ons geweten vertrouwen, en op ons buikgevoel afgaan.

Is er dan niets wat ons een beetje kan helpen? Geen enkele richtingaanwijzer op de kruispunten, geen waarschuwingsborden?

Niet echt. Maar er zijn wel mensen.

 

Lascheid_035 klein.JPG
(c) KV

 

Ze lopen voor ons uit, of achter ons. Ze lopen de weg, samen met ons. Ze wachten op ons als we achterop hinken, ze helpen ons rechtop als we struikelen. Soms gaan ze hun eigen weg, dan weer verschijnen ze, als uit het niets, op cruciale momenten.

Ze wandelen hun eigen pad, maar op een of andere manier zijn we verbonden, want we gaan dezelfde richting uit. We wijzen elkaar herkenningspunten aan in het landschap. We delen ervaringen. We leren van elkaars perspectief.

Van reisgenoten veranderen we stilaan in metgezellen.

Ik ben gezegend met een aardig aantal dierbare en trouwe hartsvrienden en gezellen op mijn pad. Sommige van hen zie ik maar één keer per jaar, of minder. Andere zijn een stabiele aanwezigheid, betrouwbaar als bakens, gloeiend als vuur op een winternacht, liefdevolle spiegels, ook als de weg lastig begaanbaar wordt.

 

Lascheid_072 zw klein.JPG
(c) KV

 

 

Sommigen van hen verloor ik in de loop van de jaren uit het oog , maar nog niet zo lang geleden maakten ze opnieuw hun opwachting aan mijn zijde, als vallende sterren, dragers van onverwachte geschenken.

Stuk voor stuk ben ik ze dankbaar. Deze levensweg is geen eenzaam pad, zoveel is duidelijk.

 

J&A SGR_009 klein.JPG
(c) KV

 

En het lijkt erop dat ik zelf ook voor anderen iets kan betekenen. Ik weet intussen wel dat ik over een portie ervaring beschik, maar ik klungel en struikel evenveel als iedereen, en het verrast me telkens weer als iemand me zegt dat wat ik hem of haar vertelde een belangrijk verschil in hun leven heeft gemaakt, omdat het van mij kwam.

Mijn eerste reactie is altijd: waarom zou dat in godsnaam een verschil maken? Maar stilaan heb ik geleerd om te aanvaarden, niet alleen met mijn hoofd maar ook met mijn hart, dat ik dat inderdaad voor anderen kan zijn, net zoals sommige van mijn dierbaren dat zijn voor mij: een belangrijke verschijning langs de weg, op een cruciaal moment. Een reisgezel, een vriend, een spiegel, bij momenten zelfs een gids, wie weet.

We worden allemaal geboren in een familie waarmee we verbonden zijn door bloed en genetica. Maar in de loop van ons leven, terwijl we onze persoonlijke reis tot een goed einde proberen te brengen, met paden die zich afsplitsen van het onze of zich er juist mee willen samenvoegen, ontmoeten we andere mensen. Soms herkennen we hen als een ander – misschien zelfs échter – soort familie. Soms zijn wij het die herkend worden, en omarmd.

Welke ontmoetingen we ook hebben, wat er zich ook voordoet, het is een onvoorstelbaar voorrecht om de weg te mogen lopen. En hem te delen.

 

J&A SGR_049 klein.JPG
(c) KV

Goede voornemens

Een domme nieuwjaarsmop, oude pijn, en een les in zwemmen – of was het verzuipen?

 

Lascheid_077 klein
(c) KV – Verdampende sneeuw

 

Mijn kleine familie (ik, echtgenoot, zoon, zus, schoonbroer) trokken ons terug in een  huisje in de Oostkantons voor de oudejaarsperiode. De woning lag ingegraven tegen een helling, met een inkom die tegelijk traphal, keuken en voorraadkast was, een kleine eetkamer waar twee tegen de zijmuren geparkeerde sofa’s aangaven dat het meteen ook de woonkamer was, een badkamer die naar diesel rook en slaapkamers met papieren muren die elke kuch glashelder doorlieten. Maar dat gaf niet, we wisten op voorhand dat we geen driesterren-spa hadden geboekt. We waren er om te wandelen, uit te rusten, samen te eten en te drinken, en de verjaardag van mijn zusje te vieren eens het oude jaar het nieuwe werd.

Ik had beloofd dat ik zou schrijven over waarom mensen patronen herhaalden die hen pijn hebben gedaan, en daarbij soms zelf de nieuwe generatie daders werden. Ik begon aan deze blog in de laatste dagen van het oude jaar maar vroeg me af of dat wel een goed moment was. Zou ik het niet beter hebben over feestvieren en lange boswandelingen, in plaats van andermaal door de innerlijke modderpoel van mensen te gaan waden?

Maar misschien was dit wel het perfecte moment. Want bij het nieuwe jaar horen onvermijdelijk de goede voornemens, de beloftes van verbetering. En hoeveel daarvan slagen we er welbeschouwd in te houden?

Er is een domme feestdagenmop die als volgt gaat: ‘Je komt geen gewicht bij van al wat je eet tussen Kerstmis en Nieuwjaar. Je komt alleen gewicht bij van wat je eet tussen Nieuwjaar en Kerstmis.’

Haha. Maar dat is wel precies hoe het ook zit met goede voornemens. We zijn ervan overtuigd dat we ons lesje geleerd hebben en dat we het in de toekomst beter zullen doen. Maar voor we het weten, is er weer een jaar voorbij en wat hebben we daar nu eigenlijk van gemaakt? Er was zoveel dat we graag (niet meer) wilden doen, maar op een of andere manier hadden we toch maar weer eens niet genoeg karakter.

In tegenstelling tot wat we graag geloven, volstaan goede voornemens, wilskracht en zelfs intellectueel inzicht niet om ons werkelijk te laten veranderen. Er is iets anders wat op één lijn moet staan met de veranderingen die we zouden willen, een diepere vorm van eerlijkheid over wat we proberen te bereiken. Want als dat diepere stuk van ons niet mee in het bad zit, ondermijnen we onbewust alles wat we proberen te verwezenlijken.

Lascheid_076 klein
(c) KV

 

In een eerdere blog heb ik uitgelegd hoe ons innerlijk geloofssysteem werkt. De overtuigingen die we hebben, stammen uit onze vroegste ervaringen met het leven en de mensen daarin, alles wat een blijvende indruk naliet op ons jonge, onbewuste en volkomen absorberende geest en hart. Want kinderen zijn sponsen. Ze pikken de subtielste signalen uit hun omgeving op, zonder te begrijpen wat die betekenen, en reageren erop. (Is het je ooit al opgevallen dat je kinderen twee keer zo hard jengelen en ruziemaken als jij zelf moe en gespannen bent? Er is een verband tussen de beide, en vaak kan je de sfeer in huis totaal veranderen door je eigen ‘frequentie’ te veranderen.)

Jonge kinderen zijn volkomen afhankelijk van de volwassenen en de sterke figuren in hun leven om te overleven. Dus zullen ze zich aanpassen aan hun omgeving, de mensen die daarin aanwezig zijn proberen te behagen, en hun eigen veiligheid zoveel mogelijk proberen te garanderen, voor zover ze daartoe in staat zijn met de beperkte middelen die ze tot hun beschikking hebben.
In een situatie van werkelijk gevaar of dreiging (zoals misbruik, geweld, een ouder die hen verlaat of sterft) zal het kind doen wat het moet om te overleven. Dit kan betekenen: de misbruiker gehoorzamen, zich niet verweren, meer verantwoordelijkheid opnemen dan het in feite aankan, maar ook: zich emotioneel afsluiten, omdat het trauma te zwaar is om op dat moment volledig doorvoeld te worden. Zo garandeert het kind zijn eigen veiligheid – het is niet ongehavend, verre van, maar het leeft tenminste nog.

Een aantal innerlijke overtuigingen over het leven ontstaan op dergelijke momenten (en in mindere mate op momenten waarbij er sprake is van minder zwaar trauma, maar van een volgehouden negatieve bekrachtiging).

Ik moet doen wat anderen zeggen als ik me veilig wil voelen

mijn diepste innerlijk mag ik niet tonen, en als ik dat wel doe, word ik gestraft/is het levensgevaarlijk…

ik ben niets waard, want mama/papa heeft het gezegd

ik ben niets waard, want waarom zou ik anders zo hard gestraft worden?

het is niet veilig om mijn gevoelens te tonen

ik moet mij in alle omstandigheden en tegen elke prijs sterk houden

ik ben er verantwoordelijk voor om mama/papa zich goed te laten voelen (bv. in het geval van kinderen die opgroeien bij een gewelddadige of niet-functionele ouder)

ik moet voor mezelf zorgen, want niemand anders zal dat doen

ik kan nooit echt rekenen op andere mensen

je kunt niemand vertrouwen

Er zijn ontelbare conclusies die kinderen trekken door op te groeien in omstandigheden die emotioneel onveilig of fysiek bedreigend zijn. En zelfs in liefdevolle en ‘veilige’ families rapen we nog wel wat van die negatieve overtuigingen op. Van denken dat het egoïstisch is om voor je eigen noden op te komen tot bang zijn voor het oordeel van de ander als je je ware kleuren toont, of vinden dat de noden van de ander altijd voorgaan op de jouwe… We hebben er allemaal wel ervaring mee, en niet zelden zijn we het gaan beschouwen als de Hele Waarheid Over Het Leven. Natuurlijk zal elke overtuiging die maar vaak genoeg bevestigd wordt zich diep in onze psyche verankeren. Een kind dat keer op keer te horen krijgt wat een mislukking het wel niet is, zal dat negatieve zelfbeeld veel sneller overnemen dan een kind van wie een ouder één keer zijn geduld verliest over een slecht gemaakt huiswerk.

We trekken méér aan van datgene wat we al geloven, schreef ik eerder. Dat is een van de redenen waarom sommige mensen een punt zetten achter een dysfunctionele relatie, om vervolgens verliefd te worden op een partner die eigenlijk heel hard lijkt op de vorige. Als we er diep vanbinnen van overtuigd zijn dat we geen liefde waard zijn, dan zullen we onbewust de signalen van mensen die ons echt graag zien niet vertrouwen, en eerder afgaan op wie het beeld dat we al hadden over onszelf nog eens bevestigt.

Er zijn honderden manieren waarop we onbewust onze eigen successen boycotten of ondermijnen. We vergeten ons boek van algebra tijdens de examens, zodat we dat examen van wiskunde al zeker niet halen. We staan op de uitkijk voor de kleinste hint van afkeuring, om onze overtuiging dat we nooit écht geapprecieerd worden te kunnen bevestigen. We reageren ons slechte humeur af op onze geliefde omdat we niet werkelijk geloven dat ze bij ons zal blijven als ze erachter komt hoe we echt in elkaar zitten.

Niets hiervan gebeurt bewust. De dissociaties en onderbewuste verdedigingsmechanismen die al eerder hun nut bewezen door ons te beschermen in vroegere fases van ons leven, zijn immer op hun hoede om hun ‘nuttige’ werk verder te zetten. Het maakt niet uit dat de situatie intussen veranderd is, dat we niet langer in een fysiek onveilige thuis of een emotionele hel leven, dat we niet langer dat jonge kind zijn dat niet voor zichzelf kon zorgen of kon opkomen voor haar eigen rechten en meningen. Ons onderbewuste gaat ermee door ons te beschermen, zoals het altijd heeft gedaan.

En soms drijft dit ons tot daden die anderen verwonden.

 

Lascheid_167 klein
(c) KV – Leisteenmijn

 

Ongetwijfeld vinden velen van ons het makkelijker om te begrijpen waarom mensen er niet in slagen zich te ontdoen van gewoontes die ongezond of schadelijk zijn voor henzelf (in die zin kan er heel weinig verschil zijn tussen zweren dat je zult stoppen met roken of zweren dat je volgende keer een betere partner wil), dan waarom mensen die zwaar gekwetst zijn op een of andere manier de volgende generatie worden die anderen beschadigen.

Als je weet hoeveel pijn je zelf gehad hebt, dan wil je dat toch zeker niet aandoen aan anderen?

Er is meer dan één probleem met die vraag.

Ten eerste beseffen mensen die als kind getraumatiseerd werden vaak niet hoe diep ze verwond zijn. De werkelijke ernst van hun pijn zit ergens heel diep weggeborgen, en daarbij in de buurt komen, laat staan ze vrij laten stromen, voelt oprecht levensbedreigend. Het is te vergelijken met de levenslang opgebouwde watermassa van een stuwmeer. We willen niet dat die in één klap over ons heen komt gespoeld, dus we blijven die dam ten allen prijze verder verstevigen. (Dat zachtjes en voorzichtig ventileren, op een gecontroleerde manier, ook een mogelijkheid is, weten we vaak niet, of willen we niet weten.)

Het volgende probleem zit hem in de dynamiek die ontstaat uit de pijn die we meemaakten, de overtuigingen die we er rond hebben opgetrokken, en de manier waarop we de ‘oplossingen’ in ons dagelijks leven zijn gaan toepassen.

Laten we het fictieve voorbeeld nemen van een jongen die van heel jonge leeftijd moet zorgen voor een aantal kleinere broertjes en zusjes, omdat zijn vader vertrokken is en zijn moeder lange werkdagen klopt om haar gezin te onderhouden. Ze komt laat thuis en is vaak te moe om echt voor hen te zorgen. De verantwoordelijkheid dat zijn broertjes en zusjes eten, zich aankleden, naar school of naar bed gaan, is veel te zwaar voor zo’n jong kind. Maar hij neemt ze toch op, omdat er gewoon niemand anders is die ze van hem kan overnemen. Het enorme gewicht van deze opdracht vermengt zich met wat hij voelt tegenover zijn ouders. Hij haat zijn vader omdat die vertrok, maar hij benijdt hem ook, want hij lijkt de beste keuze te hebben gemaakt. Hij houdt van zijn moeder en bewondert haar, maar als ze doodmoe thuiskomt, schreeuwt ze tegen hem en eist dat hij nog meer op zich neemt dan hij al doet. Ze is in geen enkel opzicht de fysieke of emotionele steun waarnaar hij hunkert. Er zijn momenten waarop hij haar haat, omdat ze er niet in geslaagd is zijn vader te laten blijven, om de toestand waarin ze hem verplicht te leven, om haar onredelijke eisen. Op een gelijkaardige manier houdt hij van zijn broers en zussen en haat hij hen ook. Zij zijn het dichtste wat hij heeft bij lotgenoten, maar voor hen moeten zorgen, voelt als een straf. Soms, als het hem allemaal te veel wordt, schreeuwt hij tegen ze (of erger), al was het maar dat ze zich dan eventjes gedroegen. Zijn gevoel van overspoeld te worden door de omstandigheden loopt over en uit zich in een moment van emotioneel of fysiek geweld tegenover diegenen die van hem afhankelijk zijn.

Hij uit dat niet tegen zijn moeder – die in alle opzichten nog altijd sterker is dan hij. Dat zou zijn situatie alleen maar verslechteren. De enige weg die de overstromende gevoelens hebben, net als water, is stroomafwaarts, naar lager gelegen gebieden – wezens die zwakker zijn dan hij.

Het bovenstaande is natuurlijk maar een mogelijk scenario. Er zijn ontelbare variaties op telkens hetzelfde basisprincipe: we trekken meer aan van datgene waaraan we gewend zijn (omdat het alles is wat we kennen, en het vertrouwde voelt veiliger dan het onbekende), en als we te maken kregen met misbruik, verwaarlozing of diepe emotionele pijn, dan bouwen de spanningen rond dit trauma zich onvermijdelijk op tot het punt waarop ze geventileerd moeten worden, op wat voor manier dan ook.

Hoe bewuster we zijn van onze emotionele bagage, hoe beter we beseffen wat er speelt, hoe we het kunnen neutraliseren en anderen niet nodeloos kwetsen. Maar hoe dieper de wonden, hoe sterker de beschermingsmechanismen, en hoe minder we doorgaans beseffen wat er nu eigenlijk aan de hand is en hoe we dit proces fundamenteel kunnen veranderen.

 

Lascheid_158 klein
(c) KV – Leisteenmijn

 

De plek waar zo’n eventuele ontploffing of evacuatie van spanning plaatsvindt, is vaker wel dan niet onze thuisbasis. De mensen met wie we samenleven – partner, kinderen, anderen – zijn de schietschijf van een leven aan gevoelens en innerlijke conflicten die vaak niet eens een naam of een gezicht hebben. En zolang als we de wortel van de pijn niet kunnen vatten, zal ze ons blijven beheersen. Natuurlijk willen we de mensen die we graag zien niet kwetsen, maar de situatie waarin we ons bevinden, raakt al onze oude pijnpunten, en wat zich heeft opgebouwd moet eruit, of het maakt ons vanbinnen uit kapot.

Ik ben niet bepaald fier om het toe te geven, maar ik had op de laatste dag van het jaar zelf zo’n oprisping van oude pijn. En ik haalde uit naar mijn geliefden.

Het stond niet gepland toen ik aan deze blog begon, maar we bezochten een leisteenmijn op ons tripje. Is er een betere plaats te bedenken wanneer je schrijft over oude, begraven lagen van trauma en emotie dan een mijn? Bedankt, universum.

In de piepkleine souvenirwinkel waar we ook de toegangstickets kochten, zag ik een steen, een sneeuwvlokobsidiaan, die tegen mij ‘sprak’. Stenen hebben een bijzondere betekenis voor mij, en deze trok aan me met een zeker soort dwingendheid. Ik vond echter dat ik die niet kon kopen voor we de mijn bezocht hadden, en zeker omdat mijn zoon al aan mijn mouw trok voor een souvenirtje. Dus zei ik dat het iets was voor wanneer we weer boven waren.

Maar toen ons mijnbezoek afgelopen was, bleek de kleine ontvangstkamer plots vol met mensen. Er was een groep toeristen aangekomen die allemaal hun toegangsticket wilden betalen. We waren even van slag: te veel geluiden en prikkels ineens. Het was overdonderderd. Al wat mijn man wilde, was zo snel mogelijk naar buiten. Hij was er zich niet bewust van dat ik graag een steen had gekocht, en ik kreeg het gevoel dat als ik mijn verlangen zou doorzetten het een hele discussie zou betekenen in een ruimte waar geen van ons tweeën eigenlijk helder kon denken omwille van de drukte en het lawaai.

Geconfronteerd met dit dilemma, schakelde een van mijn eigen oude beschermingsmechanismen in: ik trok me terug. Ik slikte zowel mijn voorkeur als mijn behoefte in, ik liet ook iemand anders (in dit geval mijn man) de leiding nemen en ons terug naar de wagen dirigeren. Ik probeerde wel uit te leggen wat ik eigenlijk had gewild, maar ik deed het slecht, en dus begreep hij niet hoe belangrijk het op dat moment voor mij was, en deed er nogal schamper over.

In mij borrelde een immense woede naar de oppervlakte. Ik had niet alleen iets wat in mijn aanvoelen belangrijk was opzij gezet, ik stond bovendien oog in oog met een partner (of een tegenstander) die dat blijkbaar niet serieus wilde nemen. Of zo voelde het in ieder geval. Op een rationeel niveau weet ik (en wist ik toen ook wel) dat we het hier niet hadden over het einde van de wereld. Maar toch raakte dit een heleboel oude pijn, een diepe wonde die terug te voeren was op mijn eigen vroege kindertijd, toen ik mij uit angst voor veroordeling al snel op de achtergrond hield en mijn stem en mijn mening inslikte, of zelfs nog verder terug dan dat, naar de gedeelde pijn van ontelbare vrouwenlevens doorgebracht in ondergeschiktheid en onderdrukking, een diepe, collectieve bron van onrechtvaardigheid…

 

Lascheid_126 klein.JPG
(c) KV – Leisteenmijn

 

Het was weinig meer dan een onbeduidende anekdote over iets wat nauwelijks belang had, als daar niet die oude, diepe pijn was wakker geworden. En voor een keer – redelijk ongewoon voor mij – had ik geen middelen om ze constructief te uiten. Toen startte meteen het ‘waarom kan hij niet…’-scenario. Waarom kon mijn man niet voelen wat er met me aan de hand was? Waarom kon hij niet attenter zijn? Waarom moest ik ‘vechten’ voor wat ik wilde?

Het voelde alsof mij iets ontnomen was zonder dat ik voor mezelf had kunnen opkomen. Ik was kwaad op mijn man omdat hij alleen maar op zijn eigen golflengte leek te zitten en zich geen vragen stelde over de mijne, kwaad op mezelf omdat ik mijn punt niet harder verdedigd had, kwaad dat ik het om te beginnen al moest verdedigen in plaats van het gewoon gerespecteerd te zien, enzovoort, enzoverder.

Dus haalde ik uit. Ik toonde mijn man overduidelijk dat de gang van zaken me niet aanstond, ik had geen greintje geduld met zijn suggesties op de terugweg, en ik was behoorlijk onaangenaam gezelschap voor het grootste stuk van de middag die volgde.

Er waren vast betere manieren om het oude jaar te beëindigen. Net als er betere manieren moeten zijn om met oude pijn om te gaan. Maar als je vastzit in het oog van de storm, dan zie je niet zo makkelijk een uitweg. De emotie is te intens, de verdedigingsmechanismes zijn te goed geolied, en je verstand heeft nauwelijks iets te zeggen.

Goddank zijn er liefhebbende gezinsleden, die je kennen, en je onmogelijke gedrag verdragen tot je wat tot rust komt, verstaat wat er nu eigenlijk precies gebeurd is en je verontschuldigt voor je al te heftige reactie – maar niet voor wat je wilde.

Ik had een andere manier moeten vinden om mijn nood op dat ene specifieke moment te respecteren, zelfs als dat had betekend dat de rest van ons gezelschap een wandelingetje door het dorp was gaan maken terwijl ik in de rij stond en wachtte tot die luidruchtige troep hun tickets hadden gekocht en verdwenen waren vooraleer ik mijn steen kon kopen. De nood zelf was niet het probleem, dat is die zelden. Wat de dingen bemoeilijkt, is het feit dat we geleerd hebben om onze behoeften te negeren, ze dwingen te buigen of te zwijgen, en in hun wanhoop halen ze uit en kwetsen anderen, in een laatste, gefrustreerde, hulpeloze, poging om gehoord te worden.

Als ik beter naar mijzelf had kunnen luisteren, daar op dat moment, en te respecteren wat ik wilde en voelde, dan had ik misschien wat organisatorische chaos gecreëerd. Maar dat was niets geweest vergeleken met de emotionele storm waar ik mezelf en mijn geliefden nu op had getrakteerd, omdat ik ervan uit ging dat mijn behoeften niet belangrijk genoeg waren en probeerde te onderdrukken wat ik voelde.

Het water achter de dam houden tot die uiteindelijk barst, of het toestaan om beetje bij beetje te stromen… – hoe het ook zij, op een gegeven ogenblik moeten we allemaal leren zwemmen.

Misschien kunnen we proberen om alleen zelf een nat pak te krijgen, en de mensen die we graag zien niet mee kopje onder te laten gaan.

 

Lascheid_174 klein
(c) KV

Uitverkoren

Als de toekomst komt aanbellen aan je deur

Wintergroen_059 klein
(c) KV

 

1999.
Ik was eenentwintig jaar, vers van de universiteit met een diploma licentiaat (nu Master) Nederlandse en Engelse Taal- en Letterkunde. Ik was blij dat ik het had gehaald. Niet omdat het intellectueel te moeilijk was of omdat de werklast mij te boven ging, maar omdat het laatste academische jaar een hele zware dobber was geweest voor mijn motivatie.
In mijn hart ben ik altijd een schrijver geweest. Tijdens mijn studies werd van mij verwacht dat ik datgene wat ik het diepst van al koesterde – verhalen – op de rationele dissectietafel legde. Achteraf bekeken wil ik gerust toegeven dat ik daar technisch-ambachtelijk heel veel van opgestoken heb. Maar mijn hart en mijn gevoel van zingeving leden er diep onder.

Eenmaal afgestudeerd, intellectueel gehard maar emotioneel uitgeput, had ik dus geen flauw idee wat voor werk ik wilde gaan doen. Ik had niet bepaald professionele interesses of ambities. Ik was taal- en letterkunde gaan studeren omdat ik van boeken hield, maar mijn roeping als schrijver was neergeknuppeld door vier jaar alleen maar de grootste klassiekers te lezen, te bestuderen en te dissecteren. Ik had het gevoel dat ik tekortschoot, en geen klein beetje.

Het was een engel die me weer aan het het lezen – en het schrijven – kreeg. Maar dat is niet het verhaal dat ik hier wil vertellen.

Ik wil liever vertellen over hoe ik uitgekozen – en in zekere zin uitverkoren – werd.

 

Wintergroen_056 klein
(c) KV

 

Nadat ik afgestudeerd was, laste ik een pauze in. Sommigen trekken dan met een rugzak de wereld rond, ik ging gewoon op jaarlijkse vakantie met mijn ouders naar Spanje. Ik genoot van de kruidige Mediterraanse bodem, de bergen en de zee. Ik had heel sterk het gevoel, hoe onwaarschijnlijk, onrealistisch en belachelijk dat ook klonk, voor mijzelf incluis, dat de job die ik nodig had gewoon naar me toe zou komen. Ik had helemaal geen zin in het schrijven van sollicitatiebrieven. Als ik erover onder druk werd gezet, kon ik niet eens zeggen waar ik eigenlijk voor zou willen kandideren.

Augustus liep ten einde en mijn moeder werd nerveus. “Een job komt echt niet aan de deur bellen. Schrijf op zijn minst een paar brieven naar scholen in de buurt”, suggereerde ze. “Lesgeven is altijd een optie.” Het voelde weinig aanlokkelijk, maar aangezien ik niets beters te doen had of kon voorleggen, schreef ik handvol droge brieven. Het was geen verrassing dat er geen antwoord kwam.

Mijn moeder werd steeds ongeruster. Ik bleef herhalen – god weet waar die kalme overtuiging van mij vandaan kwam – dat het wel naar mij toe zou komen. Je had me niet kunnen vragen wat ik daar precies mee bedoelde, maar ik had eerlijk waar het gevoel dat dat zo was.

30 augustus. De deurbel.
Op onze drempel: een kennis die wiskunde gaf op een van de lokale middelbare scholen (niet eentje die ik aangeschreven had).

Had ze het juist dat ik afgestudeerd was met een diploma Engels en Nederlands? En had ik nog geen werk? Nee? Perfect! Kon ik alsjeblieft komen lesgeven? Ze was bezig de lessenroosters op te maken voor het nieuwe jaar op haar school, en ze hadden heel dringen iemand met een universiteitsdiploma nodig die voor vijftien uur per week Engels en Nederlands kon komen geven.

Ik ging er de volgende dag naartoe, kreeg de job en bleef een heel jaar. Mijn moeder bekeek me met een mengeling van ongeloof en bewondering: “Ik zal jou nooit meer tegenspreken.”

Het jaar daarop veranderde ik van school, en daar gaf ik meer dan tien jaar les. In die tijd publiceerde ik vier adolescentenromans, tot het moment kwam om te vertrekken en echt werk te maken van leven van mijn pen.

 

Wintergroen_004 ed klein
(c) KV

 

Op dit moment voel ik me op een gelijkaardig kantelpunt in mijn leven staan.

Heel deze herfst- en winterperiode zijn mijn persoonlijke en professionele omstandigheden aan een razend tempo aan het veranderen, en ik voel me bij momenten overweldigd, onzeker en duizelig. Ik kan geen hand voor ogen zien op dit hobbelige pad. Ik zou net zo goed op de rand van een hoge klif kunnen staan, te voelen aan de hoogtevrees die van alle kanten aan me trekt.

En toch, eens te meer, door dat alles heen, die zekerheid.
Het zal naar me toe komen.

Ik heb het universum de uitnodiging gestuurd, en ik weet dat mijn vraag gehoord is. En nu komt het mijn richting uit, wat het ook is, hoe het er ook uitziet, deze volgende stap, deze nieuwe etappe van de reis, de nieuwe professionele uitdaging, het licht aan het einde van de tunnel… Ik zal geen zware moeite hoeven te doen om er naar op zoek te gaan. Het zal zich aan mij komen presenteren. Het zal aan mijn deur komen bellen, eenvoudig en perfect en precies wat het moet zijn, net zoals het dat al eens eerder heeft gedaan.

Met dit ronduit bijzondere gevoel in mijn achterhoofd, krijgt elke vraag die ik dezer dagen krijg, elke suggestie die mij gedaan wordt, een ander aanschijn.

Ik lees voor op een boekpresentatie en er wordt mij gezegd dat ik zo’n mooie stem heb – misschien kunnen wij iets samen doen? Nou en of!

Ik krijg de vraag, na zeven jaar, om in het kader van een internationale uitwisseling een schoollezing te gaan geven over wat wellicht mijn beste boek tot nu toe is. Ja, graag!

Op een feestje ontmoet ik een veerman, een tedere ziel die met zijn boot vele malen per dag het water oversteekt van de getijdenrivier die de streek domineert waar ik woon. En diezelfde avond stelt mijn creatieve bloedbroeder Jurgen voor om samen een Zaailing te maken over ‘oversteken naar 2018’, waarvan we er een aantal als heuse nieuwjaarskaartjes zullen versturen. Niets liever!

Ik word gevraagd om de verantwoordelijkheid en het eigenaarschap van de Story Hall pagina (waar ik op Medium samen met een hele groep andere mensen al mijn Engelstalige stukken publiceer) over te nemen van de man die ze in het leven riep. Omdat hij zich zorgen maakt dat er mogelijk iets aan hem gebeurt en die hele pagina dan plat valt. Omdat ik jong ben, gemotiveerd en geëngageerd, en dat mijn werk mij ernst is. Wil ik dus alsjeblieft eigenaar en beheerder worden van die pagina waarop zoveel mensen dagelijks het beste van zichzelf geven?

Ik heb ja gezegd.

 

Wintergroen_052 ed klein
(c) KV

 

Ik voel me heel dankbaar en vereerd, en ik vind het, zelfs voor wat in wezen vrijwilligerswerk is, een serieuze verantwoordelijkheid. Maar het voelt ook helemaal juist, nog sterker zelfs dan toen die betrekking in het onderwijs twintig jaar geleden aan mijn deur kwam bellen.

Ik heb geen flauw idee wat er zo nog allemaal op mij af gaat komen. Ik weet alleen dat het eraan komt, onverwacht en in totaal vertrouwen. En ik zal het aannemen.

Toekomst, waar je ook bent, mijn deur staat open. Je hoeft zelfs niet te kloppen of aan te bellen.

Kom maar meteen binnen. Ik kan niet wachten om je te ontmoeten.

 

Wintergroen_048 ed cut klein
(c) KV

Oversteken – mijn Soul Circle lopen

Een rituele middag om de overgang te markeren naar de tweede – magische – helft van mijn leven

 

Ik hield dus een Zielskring.

 

Om mijn veertigste verjaardag te vieren en de grote overgang te markeren die ik zich had voelen voltrekken in de loop van het afgelopen jaar, had ik een aantal vrienden uitgenodigd, van alle hoeken van het land én daarbuiten. Sommigen kende ik al mijn hele leven, anderen waren er pas recent deel van gaan uitmaken. Dierbare, vertrouwde zielen die me op beslissende manieren hadden geholpen om uit te groeien tot de persoon die ik vandaag ben, maar ook nieuwe ontmoetingen die me omver hadden geblazen en aanvoelden alsof ze op het perfect moment gearriveerd waren om mee op de wagen te springen voor het volgende stuk van mijn reis.

We waren met een twintigtal, en een handvol anderen waren er in gedachten bij. De meesten kenden (behalve mijn man en ik) misschien maar twee mensen in de kamer, soms zelfs minder. Maar tegen het einde van de middag hadden we een web van vertrouwen en eerlijkheid geweven, een plek van kwetsbaarheid en verbinding.

Ik had de woonkamer zo herschikt dat er een kring van stoelen, banken en kussens in paste. In het midden had ik het houtblok van teakwortel geplaatst dat ik doordeweeks gebruik als een soort huisaltaar, en er de voorwerpen omheen gelegd die de vier windstreken symboliseerden.

Ik wilde samen met de groep door de vier facetten van het wiel gaan: door het te verkennen, hen te bedanken, het uit te nodigen om buiten hun veilige lijntjes te kleuren, en geschenken te ontvangen.

Dit was de eerste keer dat ik een dergelijke bijeenkomst zou leiden, en ik was iedereen die er was ongelooflijk dankbaar. Zonder hun liefdevolle medewerking, was er gewoon geen Kring.

In de weken die voorafgingen aan dit gebeuren was ik bij momenten heel angstig geweest. Het voelde als in het onbekende stappen, en een paar diepe angsten confronteren (mijn diepste gevoelens uitspreken tegen de mensen die het allermeest voor me betekenen, naar buiten treden als een spiritueel gedreven persoon, en iemand die daar bovendien een actieve rol in wilde spelen).

Maar bijna zo gauw als we eraan begonnen, voelde ik me heel erg op mijn gemak, een beetje zoals ik me al die jaren geleden had gevoeld toen ik, recht van de universiteitsbanken en zonder diploma van een lerarenopleiding, voor een klas vol pubers terechtkwam. Hoewel ik nog nooit had lesgegeven, wist ik toen gewoon: ik kan dit. En dat was ook zo.
Nu voelde dit, hier, eerder als een terugkeer naar een oude vaardigheid dan het ontdekken van een nieuwe. Alleen de setting verschilde, net als mijn intentie. Ik wilde deze mensen niets leren – ik wilde hen raken, en geraakt worden.

 

20171118_161902 ed klein.jpg

 

Het Oosten staat symbool voor een begin, onschuld en verwondering, en op ontdekking gaan. Dus na een verwelkoming deden we een rondje van de kring waarin iedereen zichzelf voorstelde, en ik gaf wat uitleg bij mijn interpretatie van de windstreken en de specifieke symbolen die ik had gekozen voor elk kwadrant. Vervolgens nodigde ik iedereen uit om bewust een zitplaats te kiezen, afhankelijk van de windstreek die hen het meest aansprak, of die het best leek te passen bij de levensfase waarin ze zich op dat moment naar hun gevoel bevonden. Sommigen bleven zitten waar ze zaten, anderen namen precies plaats waar ik het verwacht had, en een paar verrasten me.

Er was ook ruimte voor humor. Bij het voorstellingsrondje zei een van de aanwezigen dat hij alleen maar gekomen was omdat ik had beloofd dat ik een tafel zou laten zweven – niet dus! Ik had hem integendeel, omdat het hele spirituele gedoe nogal nieuw was voor hem, bij wijze van geruststelling juist het omgekeerde verzekerd. Het werd de grap van de middag, die op gezette tijden weer opdook.

Ook een zitplaats kiezen was voor sommigen een uitdaging.

 

20171118_160758 ed cut klein
Te veel gegadigden voor de sofa in het Zuiden (de lege stoel was mijn uitvalsbasis als ik niet rondliep). Mijn schoonbroer loste het op door mijn man bij zich op schoot te trekken.

 

Hiermee was het Oostelijke deel van de Kring voltooid.

Het Zuiden, symbolisch voor uitbundige groei, naar buiten treden in de wereld om te leven, te genieten, banden te smeden en je plaats in de samenleving en het leven in te nemen, bestond volledig uit bedanken. Ik liep mijn kring van het Oosten naar het Noorden, en begon bij diegenen die ik in mijn beleving in het Oosten zag staan, ging vervolgens naar de mensen waarvan ik voelde dat ze voor mij in het Zuiden stonden, enzovoort. Dat betekende dat ik zowat de hele tijd over en weer liep, dwars door de cirkel, want mensen hadden hun zitplaats gekozen op basis van hun eigen gevoel van waar ze thuishoorden, en dat was niet noodzakelijk waar ze zich vanuit mijn perspectief bevonden, gebaseerd op de rol die ze speelden in mijn evolutie. Op die manier weefde ik een bijna tastbaar web van verbindingen tussen hen onderling.

Ik dacht niet na. Ik liep gewoon telkens naar de volgende op mijn lijstje, keek hem of haar in de ogen en sprak vanuit mijn hart. De woorden kwamen.

Ik had een doos zakdoeken binnen handbereik gezet, omdat ik had verwacht dat ik het niet droog zou kunnen houden, maar ik had ze niet nodig. Ik voelde een diepe kalmte vanbinnen, en dankbaarheid naar iedereen afzonderlijk. Sommigen huilden wel, bij anderen was er vrede, of verrassing, of een diepe, gedeelde vreugde.

Sommige mensen waren diep geraakt. Anderen wisselden wensen met mij uit, of bedankten mij op hun beurt. Sommigen wilden weten waarom ik hen in een bepaald kwadrant van mijn cirkel had ingedeeld – zag ik hen zo in hun eigen leven, of lag het aan wat ze voor mij betekenden? Nu eens waren ze verrast, dan weer weerspiegelden hun gevoelens perfect de mijne.

 

 

Mijn man zei me later dat hij het Zuiden het krachtigste luik van mijn ritueel vond. Ik kan het zelf moeilijk beoordelen, zelfs niet als ik erop terugblik. Ik weet alleen dat er heel veel liefde en verbondenheid was, met elk van de aanwezigen op hun eigen manier.

Na het uitspreken van mijn dankbaarheid, betraden we het Westen. Dat is de plek waar we de roep van de Ziel en het Mysterie voelen. Ik vertelde over het plateau waar ik een tijdje had rondgedoold, en hoe ik er vervolgens in geslaagd was een totaal nieuwe reis te beginnen vanaf dat vertrekpunt, gedragen door het gevoel dat ik overgestoken was naar een doel dat op een of andere manier groter was dan ikzelf, en dat deze Kring lopen daar deel van uitmaakte.

Het Westelijk gedeelte werd afgesloten door iets waar ik een hele tijd naar uitgekeken had en zenuwen voor had: het zingen van Eivørs Trøllabundin, een lied in het Faeroers, dat ik niet zo lang geleden ontdekte dankzij de tip van een collega-schrijfster met een muzieksmaak verwant aan de mijne. Het is een uitdagend lied, uitgevoerd met niets dan stem en trom, en het gaat over de betovering van een magiër die je hart in vuur en vlam zet. Van Mysterie gesproken…
Een onwaarschijnlijk sterke uitvoering ervan door Eivør kan je hier bekijken. En voor iemand het vraagt: nee, mijn stem is niet zo spectaculair als de hare, verre van, en aan het werkelijk ongelooflijke deel, dat onaardse zuchten en grommen, waag ik me gewoon niet. Ik kan de melodie deftig brengen, maar daar houdt het op. Mijn versie was dus een stuk zachter dan deze. Maar ze ging toch diep genoeg.

Het Noorden, waar wijsheid en inzicht naar boven komen in het holst van de nacht, was het moment van geschenken. We gaven een stapel kaarten door met daarop spirituele uitspraken of gedachten, en zo ontving iedereen een persoonlijke boodschap. Naderhand deelden de meesten wat ze op hun kaart hadden met de rest van de Kring, want de geschenken die we krijgen zijn vaak ook datgene wat wij aan anderen kunnen bieden. Er was wat aarzeling, maar ook verwondering, vreugde, en bij momenten grote kwetsbaarheid. Voor sommigen ging dit moment heel diep.

 

zekomen2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Daarna kreeg iedere aanwezige een postkaart met Zaailing #20, de Zaailing die ik aan de  Soul Circle had gekoppeld en die online ging terwijl we de Kring hielden. De kaart had Jurgens ongelooflijk krachtige beeld op de voorkant, en achteraan stond een citaat uit mijn tekst.

Als slotritueel liep ik de kring tegen wijzerzin terwijl ik de hele tekst luidop voorlas. Mensen raakten met hun hand spontaan de mijne aan waar ik passeerde. Het was mooi.

Toen ik klaar was met lezen, was ik overgestoken.
Ik keek de Soul Circle rond.
Ik had mijn vrienden geroepen. En ze waren gekomen.

 

 

Het gedachtegoed en de beeldtaal van de oude natuurvolkeren was erg aanwezig tijdens de hele duur van de Zielskring. Boven het centrum had ik de oude dromenvanger gehangen die ik een half leven geleden had meegebracht uit Seattle, door een Amerikaanse Indiaan gemaakt van gedroogd zeewier en drijfhout.

Helemaal op het einde verraste mijn zusje mij met een geschenk. Zij en haar man waren pas terug van hun huwelijksreis in Canada, en daar hadden ze een adelaarsveer gevonden in het bos. Een vriend met indianenbloed had hen verteld dat het een voorwerp was van grote kracht, dat als geschenk kon worden weggegeven tijdens een ceremonie. Nu schonk ze hem aan mij als symbool van mijn oversteek, en van mijn schoonbroer kreeg ik een houten totemsymbool met een vogel die Harmony vertegenwoordigde. Er was geen beter geschenk te bedenken.

Een andere deelnemer, vriendin en coach had, zonder dat ze iets wist van al het voorgaande, óók een dromenvanger mee als geschenk. Deze had ze zelf gemaakt, en ze had ook kleine houtschijfjes bij die eraan bevestigd konden worden. Iedereen tekende er eentje, en zo kreeg ik een concreet en tastbaar aandenken aan het web dat we die dag samen geweven hadden.

Het wiel blijft gestaag draaien.
De weg loopt door. Een nieuwe reis begint.

Ik ben op weg.
En ik ben niet alleen.

Ze komen

Zaailing #20

verbonden met de Soul Circle

 

zekomen2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Eerst aarzelend, een enkeling, nog onduidelijk van vorm. Vervolgens meer, helder en goed zichtbaar, met stemmen als lange, diepe echo’s. Ze zijn jong en stralend, ze hebben lachende ogen. Ze zijn oud en statig, met mantels die doen denken aan vleugels, of de rimpelingen van schaduwen op water. Hun woorden zijn webben van betekenis.

In mijn hand heb ik de trom, blank en maanrond, en mijn slagen zijn vastberaden. Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Ze groeten mij als een oude geliefde, als een jonge novice. Ze weten dat ik klaar ben, want de sluiers tussen de werelden gaan opzij voor wie er doorheen durft waden. En er is nood aan zwervers die willen oversteken, om mee te terug te brengen wat er wacht aan de andere kant.

Ik roep mijn vrienden en ze komen. Ze zijn met velen want ze weten hoeveel moed de tocht vraagt.
Ze reizen mee op de wind, op het stilte van het zinderende licht.
Ik ben dankbaar dat ze er zijn. In hun aanwezigheid zie ik zoveel scherper. Ik mag de kracht tonen die ik heb. Ik mag de maskers afleggen die ik draag. Ik mag mijn stem laten horen, hoe onzeker die ook klinkt. Ik mag uitglijden en kopje onder gaan, maar ik zal niet verdrinken.

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
De trom gromt en gonst. Trillend weeft hij het web van de wereld.
Wat gezaaid is, zal groeien.
Wat gevangen is, zal uitbreken.
Wat leeft, zal sterven.

Ik sta op de rand, met één voet aan elke kant, en de trom als een kloppend hart in mijn handen. Ik laat de stroom door mij heen gaan. Ik ben de stroom.

Ik roep mijn vrienden bij me in de kring.
En ze komen.

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

De stroomversnellingen bedwingen – of mee drijven met de rivier

Twee manieren van reizen langs de onverwachte wateren van het leven

Ik zit in een kajak op een bergrivier en het gaat aan een halsbrekende snelheid. De rivier weet waar hij heen stroomt, en ik vaar mee, min of meer meester van mijn boot.
Ik kreeg al wat golven over me heen, waarvan een paar recht in mijn gezicht, en één keer dacht ik dat ik om zou slaan. Maar ik ben niet verdronken – nog niet.

Ik ben niet echt bang. Ik heb genoeg ervaring om de boot te kunnen laten omrollen terwijl ik er nog in zit en zowat meteen weer boven te komen. Natuurlijk kijk ik niet uit naar zo’n moment, laat staan dat ik erop aanstuur, en ik kan alleen maar hopen dat ik met mijn hoofd niet tegen een rots sla.

Maar ik voel dat er stroomversnellingen aankomen, en aan de snelheid waarmee we gaan, zullen die er zeer snel zijn. Ik hoop dat ik mijn bootje er veilig doorheen krijg, zonder al te veel averij.

 

Dat was het gevoel dat ik onlangs had. En het voelde zeer echt aan.
De laatste maanden is mijn reis een evenwichtsoefening geweest van de meer precaire soort: schitterend zolang het goed gaat, maar van een intensiteit die vroeg of laat bijna onvermijdelijk leidt tot een valpartij.

Dat is geen verrassing. De laatste weken is mij de ene stapsteen na de andere aangereikt. Professioneel, muzikaal, emotioneel, spiritueel. Ik heb er geen flauw idee van waar dit pad mij heen brengt, maar ik weet dat ik het loop en dat ik het alleen maar kan volgen.

Maar dat voorgevoel van naderende stroomversnellingen, en de intensiteit van deze dolle rit, die bevallen mij veel minder. Niet omdat ik niet van de opwinding houd, maar omdat ik heel goed weet dat ik dit aan een dergelijk tempo niet allemaal in goede banen kan blijven leiden.

 

Kingley Vale_109 klein
(c) KV

 

En toen was er een beeld dat mijn redding was.

Om van het redactiekantoor in Brussel terug naar huis te keren, spoor ik naar het dichtstbijzijnde treinstation. Dan volgt er nog een fietstochtje van een half uur. In dit jaargetijde betekent dat doorgaans fietsen in het donker. Dat vind ik niet erg, mijn fiets is goed verlicht en ik draag de nodige reflecterende kleding. In het donker een pad volgen waarvan je telkens maar een paar meter ziet, heeft iets van meditatie.

Op mijn route ligt een brug over Schelde. Die is op dat punt, bij Dendermonde, ongeveer honderd meter breed, wijd genoeg om van een stroom te spreken, en niet meer van een rivier.
Toen ik de brug een paar dagen geleden overstak, wierp ik een blik op de Schelde in het donker. De lucht was bijna nachtzwart, en de rivier, van op mijn hoogte gezien vol zachte rimpels, was nauwelijks te onderscheiden tussen twee oevers die nog net iets donkerder waren.

Maar precies op dat moment kon ik de immense aanwezigheid voelen. De wijdsheid, en de kalmte. En iets diep vanbinnen in mij werd wakker en zei: houd dat beeld vast.

De Schelde is geen rivier die je zonder boot kunt oversteken, tenzij je je leven moe bent. De stromingen zijn sterk en verraderlijk. Het is een kracht waar je rekening mee moet houden, die dag en nacht enorme watermassa’s naar de Noordzee stuwt.
Maar er zijn geen stroomversnellingen.

Dit, besefte ik, kon mij redden van de verdrinkingsdood in de tumultueuze bergrivier waar ik naar mijn gevoel op had gezeten: het beeld van deze brede stroom, met een diepe en onweerstaanbare stroming, maar op een of andere manier toch zachter.

 

Ik buig mijn hoofd.
Ik pak mijn roeispanen weer beet.
En ik ben klaar om te gaan waar de stoom me heen zal voeren.

 

Kingley Vale_158 klein
(c) KV