ZAAILING #40 – Vleugelverhaaltjes

Björköby residentie — Blog #4

image.php
(c) Vetlanda Posten

 

Toen de illustratoren die deelnamen aan het SmåBUS-festival de vraag kregen om een beeld te maken bij Astrid Lindgrens boek De kinderen van Bolderburen, ging ook Jurgen nadenken over een tekening. Maar al snel groeide het idee om Zaailinggewijs weer eens lekker buiten de lijntjes te kleuren, en méér in te leveren dan alleen maar een beeld. Dus het werd een Zaailing, tekening én tekst, een eerbetoon aan de verbeelding en aan Astrid Lindgren.

Jurgens prent hangt tentoon in Astrid Lindgrens Näs, geflankeerd door de beelden van zijn collega-illustratoren. De Zaailingtekst hangt er niet bij, maar dat geeft niet. De Zweedse pers heeft niet alleen ruim aandacht geschonken aan het SmåBUS-festival, maar ook sterk ingezoomd op het duo schrijver-illustrator in residentie… Het werd een leuk gesprek met de journaliste, met een toch wel bijzondere primeur er bovenop: de integrale Zaailing staat in de krant.

Een betere manier om onze veertigste eigenwijze creatieve scheut te vieren, op de herfstequinox nog wel, is er niet.

 

 

__

 

ZAAILING #40
Vleugelverhaaltjes

bolderburen klein.jpg
(c) Jurgen Walschot

Als ik je nu een verhaaltje vertel, gaan we dan naar buiten?

Een verhaaltje over hoe drie huizen de hele wereld leken en zes kinderen die wereld bewoonden alsof er geen andere was. Een verhaaltje over klimmen in bomen, slapen in schuren, hutten bouwen en de watergeest bespieden.
Want soms moet je doen alsof eventjes alles alleen maar goed is, alsof er geen oorlogen of gevangenissen of volwassenen met monden vol leugens bestaan. Soms moet je kijken naar de kleine dingen, alleen maar naar de kleine dingen, van zo dichtbij dat je niets anders meer ziet. En blij zijn, heel blij zijn, zolang dat lukt.

Soms mag je ook verdwaald zijn. Een beetje als een vogel die geboren wordt in het verkeerde nest, en niet helemaal snapt wat ze daar doet. Ook daar dient een goed verhaal voor. Maak je geen zorgen: als je het te eng of te vreemd vindt, vist de vertelster je wel weer op uit de boom waar ze je stak, en zet je veilig met je beide pootjes terug op de grond. Oef!

Maar vergis je niet. Nadien blijf je stiekem toch ook een beetje verlangen naar die hoge takken van het verhaal, het nest van waaruit je de wereld plots zo anders zag, omdat van op een hoogte alles nu eenmaal duidelijker lijkt. Je zal vanaf dat moment een beetje zweven, soms zelfs een heel klein stukje vliegen. Omdat je nu weet hoe dat moet.
Want daar dienen verhalen voor: ze geven je vleugels, ook al gebeurde dat zonder dat je er iets van merkte.

Als ik je nu een verhaaltje vertel, gaan we dan naar buiten?
In bomen klimmen, op zoek naar een nest?

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Advertenties

Je moet het maar kunnen

Björköby residentie — Blog #3

Onbekenden bij elkaar op een plek die ze niet kennen, smeden verbindingen en ontwikkelen patronen die ze in hun vertrouwde omgeving niet zo snel zouden doen. Dat weet iedere wetenschapper die een experiment over menselijk gedrag in de steigers zet. Mensen uit hun vertrouwde context halen, zorgt voor ongewone ervaringen.

Het SmåBUS-festival is geen wetenschappelijk experiment, maar het is onwaarschijnlijk hoe snel er oprechte contacten ontstaan tussen de aanwezige schrijvers en illustratoren – vaak van zichzelf toch niet de meest hypersociale wezens op de planeet, en dan nog eens afkomstig uit diverse culturen en taalgebieden. Gebroken Engels is de voertaal van deze driedaagse, maar er is ook volop Zweeds en Nederlands te horen in allerlei varianten en accenten.

 

De workshops en lezingen zijn even divers als de deelnemers, maar één ding hebben ze gemeenschappelijk: de focus ligt op kinder- en jeugdliteratuur, een segment van het boekenvak dat al heel lang moet optornen tegen de vooroordelen van al wie bezig is met ‘serieuze’ literatuur, en een genre dat soms zelfs een beetje begint aan te voelen als een bedreigde diersoort. Maar dat laat de bonte bende deelnemers niet aan hun hart komen. De liefde voor kinderboeken en jeugdliteratuur spat van de muren. En tussen het goedgevulde festivalprogramma door gebeurt wat voor velen aanvoelt als het échte werk. Portfolio’s worden bekeken, contacten gelegd, nieuwe vrienden gemaakt. Er worden oeuvres ontdekt, maar vooral mensen. Er zijn personen die je plots van je stuk brengen met een uitspraak of een opmerking, er zijn verrassende momenten van verbondenheid en vertrouwen.

 

Het schoolreisjesgevoel blijft aanhouden, en ik ben niet de enige die er grapjes over maakt. Toppunt op dat vlak is de ochtend van dag twee. Ontbijt om zeven uur, de bus op tegen acht uur stipt (had ik al gezegd dat dit SmåBUS-festival ook wel iets weg had van een strafkamp?), en Joke roept de namen van de deelnemers alfabetisch af voor ze, een voor een en in die volgorde, mogen opstappen, om zeker te zijn dat ze haar hele troep kuikens wel mee heeft. Hilariteit.

 

Bestemming van de busrit: Astrid Lindgrens Näs, de museumterreinen en -tuin die opgetrokken zijn rond het geboortehuis van de beroemde Zweedse schrijfster. Met een knipoog zou je het een bedevaartsoord voor kinderboekenmakers kunnen noemen. Weinig auteurs hebben ons beeld op kinderen en kinderboeken zo beïnvloed als deze kranige Zweedse dame.

 

We openen feestelijk de tentoonstelling met werk van alle aanwezige illustratoren rond Lindgrens boek De kinderen van Bolderburen. We pikken een lezing mee, snuisteren in de fijne maar oh zo gevaarlijke giftshop, dwalen door de bijzonder mooie tuin. In kleine gegidste groepen bezoeken we het geboortehuis van de schrijfster, nog altijd bewoond door familie maar permanent open voor het publiek, waarin Lindgren met liefdevolle maar bijna pijnlijke precisie heeft geprobeerd haar kindertijd te laten voortleven in alle aanwezige meubels en voorwerpen.

 

 

Voor we de bus weer op mogen voor de terugweg worden we niet een maar twéé keer geteld, en eenmaal opgestapt is er nóg een roll call. Joke is onvermurwbaar consequent. Je moet het maar kunnen.

Maar wat ze óók kan, Joke Guns, is mensen bij elkaar brengen. Het is een apart talent, dit soort organisatievermogen. Ze pakt het aan zoals alleen zij dat kan, op een heel ongedwongen manier, warm en verwelkomend, en zo enthousiast dat deelnemers er twaalf uur traject voor over hebben om een bijdrage te leveren aan iets wat zij al twee jaar met liefde, bloed, zweet en tranen uit de grond heeft gestampt. Ze kent haar schrijvers en illustratoren, ze voelt mensen aan, weet wat ze nodig hebben of nu even niet aan hun hoofd kunnen gebruiken, draait driedubbele shiften op nachtjes met veel te weinig slaap. Het symbolische cadeautje dat ze op de laatste avond ontvangt van alle schrijvers, overhandigd in een linnen SmåBUS-tas die alle illustratoren samen langs beide zijden hebben vol getekend, is meer dan verdiend.

IMG_2848 klein 2

 

Iedereen die erbij was, hoopt dat dit festival over twee jaar een tweede editie kent. Intussen zijn er al diverse internationale duo’s schrijvers-illustratoren gevormd die van plan zijn een aanvraag te doen voor een gezamenlijke residentie. Terecht.

IMG_3014 (2) klein
(c) KV

De schemering verlaten

IMG_2815 (2) klein
(c) KV

Er is iets verschoven. Alsof de lucht gekeerd is, alsof er een deur is opengegaan die van het voorportaal leidt naar een veel ruimere kamer daarachter. Ik aarzel op de drempel maar ik blijf nauwelijks dralen, want ik weet dat ik geen andere keuze heb dan binnen te gaan. Ik ben dat in feite nu al aan het doen.

Ik ben bang. Niet verlamd door een of andere levensbedreigende angst, want deze reis is niet gevaarlijk. Integendeel, alle tekenen vertellen me dat ik me mag opmaken voor de tocht van mijn leven, en de pret begint hier en nu. Maar toch ben ik bang.

De auteursresidentie in Zweden, waar ik al maanden naar uitkijk, is eindelijk aangebroken. Voorlopig heeft het allemaal nog iets surreëels. Een beetje alsof je eindelijk voor een wereldberoemd monument staat en probeert de ware omvang ervan te verzoenen met zowel de postzegelgrote plaatjes uit de brochure als de torenhoge verwachtingen in je eigen hoofd.

De grens naar Zweden oversteken (via de befaamde ‘Bron’ brug die Kopenhagen verbindt met Malmö), lijkt ook symbool te staan voor onbekend terrein betreden. Mijn reizen in de buitenwereld lopen nogal eens parallel met de wegen van innerlijke evolutie die ik bewandel, en gaan die doorgaans vergemakkelijken of versterken. Maar in dit geval voelt de fysieke reis als een miniatuurversie van een veel bredere, diepere, innerlijke verschuiving.

IMG_2786 (2) klein
(c) KV

In de aanloop naar de residentie in Björköby kreeg ik het gevoel dat er een niet te negeren stroming mij aanzoog. De lancering van STROOM zat er voor iets tussen natuurlijk, omdat we toen naar buiten kwamen met zowel het boek als de Zaailing-samenwerking, stralend en ongegeneerd. En het feit dat er voor najaar 2019 een jeugdboek (11+) van ons tweeën in de maak is (het contract met de uitgeverij wordt op dit eigenste moment opgemaakt), zorgt voor nog meer beweging. Een groot deel van de residentie zal trouwens in het teken van dat boek staan. Dit alles zorgt voor duidelijke toekomstperspectieven, en het bijhorende momentum. Dat is een welkome verandering na jaren van steeds maar werken aan hetzelfde manuscript, dat na maanden van nagelbijtend afwachten dan weer eens geweigerd werd door een uitgeverij, en andermaal op mijn bureau belandde voor een nieuw rondje herschrijven. Maar hoe welkom en motiverend deze projecten en de daarbij horende veranderingen ook zijn, ze zijn niet de bron van de stroming die ik aan me voel trekken. Integendeel, ze lijken weinig meer dan kleine manifestaties ervan, voorbeeldjes van iets veel, veel groters en krachtigers dat een heel eind dieper stroomt, en dat zich nu en dan even kenbaar maakt aan de oppervlakte.

Het zijn de omvang en de kracht van de stroming die me beangstigen. Een beetje toch. Want zowel het temp als de reikwijdte van hoe ik tot nu toe gewerkt en geleefd heb, staan op het punt te veranderen. Ten goede, zoveel is wel duidelijk. Maar ook definitief. En hoe dat echt zal voelen, is nog een vraagteken.

Ik heb heel lang uitgekeken naar dit kantelpunt. In zekere zin werk ik er al heel mijn leven naartoe. Op zeker moment had ik me neergelegd bij het feit dat het nooit zou komen. Nu het toch aangebroken is, heb ik echter het gevoel dat ik veel moet achterlaten van wat ik kende en waarmee ik vertrouwd was. Dat klinkt nogal als mijn vorige ervaring op het plateau, maar het voelt helemaal anders. Ik krijg de duidelijke vraag om een oud verhaal af te sluiten en me te begeven in iets groters, gedurfders, en totaal onbekend.

Dit soort vraag leg je niet naast je neer. Ik stap over de drempel, en verlaat het schemerige voorportaal, dat ik zo vaak benauwend maar bij momenten ook veilig en vertrouwd vond. Achterom kijken heeft geen zin. Waar ik nu sta, is de enige weg die vooruit.

IMG_2858 (2) klein
(c) KV

Het nadert…

… met rasse schreden, ons vertrek naar Zweden.

Björköby residentie, blog #1

We tellen al ruim zes maanden af, en nu is het eindelijk bijna zover! En ik ben nog altijd in mijn arm aan het knijpen om mezelf ervan te overtuigen dat dit echt wel waar is.

Toen Jurgen mij bijna een vol jaar geleden zonder veel commentaar de aankondiging van deAuteurs doorspeelde waarin stond dat er dossiers konden ingestuurd worden voor de derde residentiebeurs in Björköby, dacht ik eventjes dat hij gek geworden was.
In het verleden had ik nooit ook maar overwogen om voor mezelf een dergelijke aanvraag in te dienen. Ik betwijfelde ook sterk of ik in aanmerking zou komen voor de eer van zo’n schrijversverblijf. Maar toen las ik dat ene zinnetje, en dat veranderde alles.

Dit was een auteursresidentie die expliciet mikte op een “dynamisch duo schrijver-illustrator”. En ons tweeën zag ik daar wél. Al had ik tot een paar seconden eerder niet eens geweten dat er beurzen voor dergelijke duo’s bestonden.

KnipselIn deze creatieve samenwerking kleurden we toen immers al een jaar lang buiten alle mogelijke lijntjes. De persoonlijke klik, de creatieve goesting, de onwaarschijnlijk productieve flow… Niets aan deze Zaailingsamenwerking volgde de gebaande paden. En wat we maakten, deugde. Zoveel wisten we wel. Dus waarom zouden we dit niet gewoon proberen? Daarbij, zei Jurgen droog, we zouden die beurs toch niet krijgen. Maar het was weer eens een gelegenheid om de wereld te laten weten dat ‘wij’ bestonden.

Dat was buiten de selectiecommissie van deAuteurs gerekend. Of buiten het feit dat we misschien wel een heel straf dossier hadden. Of buiten nog een aantal andere factoren, ons totaal onbekend. In elk geval: in februari kregen we bericht dat wij het uitverkoren duo waren dat dit jaar mocht vertrekken!
Dat was het moment dat mijn in-de-arm-knijpen begon.

In mijn eerdere posts over STROOM en de residentiebeurs gebruikte ik het woord ‘stroomversnellingen’. Ik besef weer eens dat ik moet opletten met mijn taalgebruik, want het blijkt nu en dan profetisch. De laatste weken hadden een tempo dat ons naar adem laat snakken.

Bij wijze van voorbeeld:
Morgen, 13 september, houden we STROOM boven de doopvont op de officiële boekvoorstelling in Qarfa.
Zondag (16 september) kamperen we een hele dag in het Warandepark van het voor de gelegenheid autoloze Brussel om er op het Stripfeest onze boreling te verkopen en te signeren.
En twee dagen later, op 18 september, stappen we op het vliegtuig naar het land van Astrid Lindgren, waar we meteen in de gezellige drukte van het SmåBUS Kinderboekenfestival worden gedropt, compleet met interviews, panelgesprekken en persaandacht voor dat duo dat dit jaar de residentie wegkaapte… Om het met de onsterfelijke woorden van organisator Joke Guns te zeggen: hallo, kroket!

We beseffen het misschien nog niet helemaal op dit moment, maar genieten doen we wel. Zoals je van een wildwatervaart geniet, hoeveel adrenaline, angst om om te slaan en onverwachte nattigheid er ook bij komen kijken.

We zitten samen in de boot, en de stroom heeft ons te pakken.

stempel_negatief

ZAAILING #38 – Het hard van de steen

Een Zaailing op locatie

 

20180818_122842 klein
Megalieten bij de dolmen van Oppagne

De vakantie was dit jaar broodnodig, maar het grillige verloop van verlofperiodes maakt het op vlak van Zaailingen soms wel lastig om de maanritmes aan te houden… Niets wat niet ingehaald of goedgemaakt kan worden, natuurlijk. En ook de meest creatieve zaaiers moeten er nu en dan even tussenuit. Maar deze volle maan zijn we toch weer van de partij!

Een voordeel van vakanties is anderzijds wel dat er meer tijd is om eens rustig af te spreken, ook met partners en kinderen erbij, zelfs voor langer dan een middag. We brachten al vaker met z’n allen samen een middag of een avond door, nu trokken we voor een heel weekend naar de Ardennen. En het werd er beslist eentje om te herhalen.

Wie Ardennen zegt, zegt wandelen. Dus dat deden we. We logeerden in Wéris, bekend om zijn megalieten. We bezochten ze allemaal, een wandeling van pakweg twaalf kilometer. De tussenstops waren goed om rustig te genieten van de sfeer van die massieve, oude stenen. En om te schrijven en te tekenen, natuurlijk. Met als resultaat: een Zaailing op locatie.

 

 

ZAAILING #38
Het hard van de steen

De gepantserde wanden wortelen even diep als de eiken die eromheen staan. Zwijgend als wachters registreren ze seizoen na seizoen.

De wereld wentelt voorbij, maar in het hard van de steen staat de tijd stil, onbewogen. Menselijk drama is weinig meer dan amateuristisch decor, een windvlaag die nauwelijks indruk maakt.

Als een slapende olifant strekt de kolos zich uit. In zijn dromen hoort hij de herinnering van gezang en vlammen, van hoop. Hoe futiel is wat wij intussen doen, in gedachteloos vertier op zijn gewillige rug klimmen en onszelf vertellen dat we hem bedwingen.

Hij laat het minzaam toe, zoals de eeuwenoude eiken de mieren toelaten in de diepgegroefde paden van hun huid. Of hun bestaan enig doel heeft, heeft geen belang. In het moment dat stilstaat, hebben megalieten tijd genoeg om gul te zijn.

 

hard van steen schets ingekleurd klein
(c) Jurgen Walschot

 

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

ZAAILING #37 – Echo

De dingen nog eens overdoen maakt ze minder, toch?

Daar waren we weer, het Zaailing-duo.
Precies een jaar verder, zelfde plaats, zelfde tijd. Met onze beide gezinnen op vakantie bij familie in Zuid-Frankrijk. We liepen een beetje minder synchroon dit keer. Vorig jaar waren de overeenkomsten rustig hallucinant te noemen. Lees er het ontstaan van Zaailing #12 maar op na.

Dat leidde toen tot de eerste van drie Zaailingen die we samen in Frankrijk zouden maken. De inspiratie daarvoor kwam van de prachtige boom die we, zonder dat van elkaar te weten, traditiegetrouw allebei op de heenweg groetten. Zo schreef ik het toen, in Wachtpost:

De stam is nauwelijks dikker geworden. Maar de kroon is wat voller, en die ene kwetsbare tak hangt wat lager. Nog altijd groen, dat wel.
Je kent hem goed, deze boom. Je kijkt naar hem uit tegen het einde van de bochtige klim. Hij is de wachtpost afgetekend tegen de hemel boven de vallei, de silhouet die aangeeft dat de bestemming in zicht is.
Je bent bijna thuis.

Jurgen maakte een tekening, en voegde er een fotocollage bij van al zijn beelden van die bewuste den, genomen in de voorafgaande jaren. Het werd een erg mooie Zaailing.

_ _

 

Dit jaar, bij het langsrijden, keken Christophe en ik samen uit naar de boom. Het was bijna aftellen, want de snelheid op départementals is aangepast van 90 naar 80 kilometer per uur, dus alles ging wat langzamer, en de andere weggebruikers leken hun uiterste best te doen om voor slak of hindernis te spelen. Mijn verbeelding ging zelfs even met mij op de loop, en ik stelde me voor dat hij in het voorbije jaar was omgewaaid of – nog erger – omgehakt. Maar we bereikten het punt van waarop we de majestueuze parasolden konden zien, en hij stond er nog.

Veilig aangekomen, zonder autokuren, schreef ik aan Jurgen (het had de er week voor het vertrek even op geleken dat we met ernstige autopech zouden kampen). Heb onze vriend de parasolden gesalueerd: nog altijd even majestueus. Geen foto gemaakt – that’s your job  😉.

En de foto kwam er natuurlijk, een paar dagen later. Doet hij het weer eventjes, dacht ik toen ik de Instagrampost zag. Wat een beeld. Zonde dat ik geen twee keer bij een gelijkaardige foto kan schrijven.

Maar… wie had ooit gezegd dat dat niet kon? Wie bepaalde de spelregels van dit laten kiemen en Zaaien, als niet wij zelf? Jurgen postte één foto, maar stuurde mij er bovendien nog een tweede. En toen ik die zag, in dubbele belichting, hoorde ik in mijn hoofd een woord: echo. En met dat woord wist ik: het kan.

Bijna dag op dag een jaar na Zaailing #12 krijgt onze dierbare oude parasolden andermaal een plekje in het voetlicht.

 

ZAAILING #37 – Echo

De dingen nog eens overdoen maakt ze minder, toch? Als een echo, weerkaatsend tussen bergwanden, die met elke herhaling zwakker klinkt en steeds meer een herinnering wordt.

Nee, niet elke vorm van herhaling is een verbetering. Maar toch tasten we naar vertrouwde paden voor houvast. En het geeft niet om dezelfde weg meer dan één keer af te leggen, want telkens lezen we het landschap anders. De werkelijkheid is een verhaal met vele lagen, en we hebben herkenningspunten nodig om te weten waar we zijn.

 

echo1 klein.jpg

 

Terug op ons vertrekpunt, lijkt het, langs deze vertrouwde bocht in de weg, in dit verstilde hoekje landschap. Maar aangezien het leven een spiraal is, lopen we niet in kringetjes. En elke winding hoger is tegelijk een laag dieper, een echo die een nieuwe frequentie toevoegt aan al datgene wat al samen resoneert.

We kijken reikhalzend uit naar de wachtpost op de heuvel, en hij stelt niet teleur. Dat ons tijdens het langsrijden maar een paar seconden samen vergund is, deert niet. De mooiste dingen zijn vluchtig.
Achterom kijken doen we met een jaarring meer, naar datgene wat ontgroeid werd.

 

echo klein

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

 

La Falaise des Vautours

Voorspelbaar, nietwaar?

Als je mijn blog een beetje volgt, dan weet je dat ik een voorliefde heb voor gieren, vale gieren in het bijzonder. Dus toen ik ontdekte dat er in de lagere Pyreneeën een plek was die la Falaise des Vautours heet, twee uur westwaarts van Gavarnie, werd dat meteen een volgende stop op onze trip door de bergen.

Het schitterende weer van onze bergwandeling bleef niet duren – de dag van onze overweldigende ontmoeting met de Cirque de Gavarnie bleek in feite de enige zonnige. Tegen de tijd dat we de dorpjes van Aste-Béon bereikten en parkeerden aan het gierenmuseum aan de voet van de kliffen, waren de wanden maar half zichtbaar doorheen de laaghangende laag wolken. Het zorgde voor wat mooie foto’s in Japanse sfeer.

 

IMG_1559 (2) klein
(c) KV

 

In dit weer wist ik wel beter dan hoge verwachtingen te koesteren, maar toen…

 

IMG_1571 (3) klein
(c) KV

 

Daar waren ze.

 

IMG_1576 (2) kleinIMG_1612 (2) klein

 

We zagen er op een gegeven moment wel vijftien of twintig tegelijk rondcirkelen, in die typische, langzame kringen, met hun enorme vleugels (2,5 meter!) uitgestrekt, koninklijk en moeiteloos gedragen op de thermiek.

Toen het lokale milieubeschermingsprogramma in de jaren zeventig uitgerold werd, broedden er veertien koppels op de kliffen, en hun aantallen slonken zienderogen. Vandaag biedt de Falaise des Vautours een thuis aan honderd broedparen van de vale gier, en zowel de kleinere Egyptische gier als de nog grotere rode gypaète (lammergier) zijn er met vaste regelmaat te gast.

Hoeveel zegeningen kan een mens krijgen op één bergtrip, vraag ik me af.

 

IMG_1568 (2) klein
(c) KV

 


 

Voor een beter zicht op de foto’s, klik hier.

Een thuis voor de ziel #2

IMG_1428 (2) klein
(c) KV

 

“En wanneer ik die andere plek vind waarnaar ik lijk te zoeken, onbewust, onophoudelijk, dan zal ik weten dat mijn zoektocht voorbij is.
Ik zal mijn boot naar de kust sturen, aan land gaan, en nooit meer weg willen.”

 

Zo schreef ik het een jaar geleden in Een thuis voor de ziel. Nieuwe plaatsen ontdekken confronteert mij telkens weer met hoezeer de overbevolkte, drukke nevelstad die Vlaanderen steeds meer wordt, ingaat tegen wat mijn ziel verlangt en nodig heeft. Er zijn weinig dingen die mij zo gelukkig kunnen maken als het zicht op een beboste heuvel, een riviertje met rotsbedding, een glooiende horizon zonder gebouwen of andere menselijke constructies om het uitzicht te bederven. Telkens weer betrap ik mezelf op de gedachte: als ik hier maar wat meer van kon hebben in mijn dagelijks leven!

Terugkeren naar huis is daarom zelden een heuglijke gebeurtenis. Om eerlijk te zijn weet ik wel niet echt zeker of het het einde van de vakantie is dat ik betreur, of alleen de onvermijdelijke terugkeer naar Vlaanderen. En zodra ik mijn dagelijkse routine van werk, familie en vrienden weer opgenomen heb, raak ik ook weer snel gewoon aan mijn omgeving. Zo slecht is die tenslotte ook weer niet. En hoezeer ik mijn hart ook voel zwellen bij het zicht van een bergtop in de ochtendzon, ik weet wel beter dan te denken dat ik geschikt ben voor het leven in een hooggebergte. Wat zou ik daar moeten gaan doen, geiten hoeden? Kaas maken? Een B&B openen? Ik heb al een grondige hekel aan de huishoudelijke klussen in ons gezinnetje van drie! Schrijven kan ik natuurlijk overal, maar ik verdien op dit moment nog geen fractie van wat ik zou nodig hebben om er drie mensen van te onderhouden. Kortom: een mens moet verstandig zijn, nietwaar?

Op onze reis door Italië ontmoetten we vorig jaar een Belgisch koppel dat mijn tegenzin voor huishoudelijkheid niet deelt, en effectief een B&B opende in een charmant Middeleeuws dorpje. Onze gastvrouw vertelde me toen hoe ze had gehuild toen ze na haar eerste bezoek aan de plek opnieuw moest vertrekken. “Ik wilde niet weg”, zei ze. “Alles in mij wilde hier blijven. Het voelde alsof ik weggerukt werd van de plek waar ik thuishoorde, waar mijn ziel thuis was.”
Haar woorden vormden de inspiratie voor de blog van vorig jaar, want ik was best jaloers op haar. Ik was nog nooit een plek tegengekomen die me zo’n gevoel gegeven had. Ik voelde me zelfs verlorener door haar verhaal, ook thuis. Maar het maakte mij wel bewuster.

Nu heb ik, voor het eerst, een gelijkaardige ervaring gehad.

 

IMG_1394 (2) klein
(c) KV

_ _

We wilden deze zomer weer een korte trip naar de bergen maken. Van mijn Franse schoonbroer, die ons twee jaar geleden al eens meenam naar de Pyreneeën, hoorden we dat de Cirque de Gavarnie beslist een bezoek waard was.
Wij hadden er nog nooit van gehoord, maar de plek bleek Unesco Werelderfgoed te zijn, en te oordelen naar de foto’s online was het inderdaad erg mooi: een keteldal aan de voet van de eeuwig besneeuwde toppen van de Pic du Marboré en le Taillon, met een tapijt van alpenweide naan hun voeten, onophoudelijk bevloeid door watervallen van smeltsneeuw.
Omwille van haar schoonheid en faam is de Cirque een populaire bestemming, zowel voor dagjestoeristen die de wandeling van een viertal kilometer naar de bodem van het keteldal willen maken, als voor meer ervaren bergwandelaars op doorreis of die naar een van de nog hoger gelegen meren willen klimmen.

Het dorpje Gavarnie, toegangspoort tot het keteldal, ligt aan het einde van een doodlopende weg. Iedereen die er heen rijdt, moet uiteindelijk terug langs herzelfde smalle kronkelweggetje met de rotswand aan een kant en het tumultueuze bergriviertje Gave aan de andere. Het is bij momenten nogal veel verkeer voor één smal baantje. Wij kwamen aan op het einde van een regenachtige dag, en we leken de enigen die nog naar boven wilden. Een onophoudelijke stroom van auto’s, bestelwagens en bussen kwam ons tegemoet, op hun weg naar beneden. Het weer was omgeslagen, dus de massa maakte zich uit de voeten. Het had iets van oproeien tegen de stroom.
Maar tegen dat we ons avondeten op hadden in wat nu weer een zeer rustig klein bergdorpje was, verdampten de wolken en kregen we een eerste blik op de majestueuze wanden van de Cirque in de verte, beschenen door de avondzon.

De volgende dag hadden we stralend weer. Helderblauwe lucht, aangename temperaturen om te wandelen. Dankzij de tip van een ander koppel in dezelfde Bed & Breakfast besloten we om niet de stroom van wandelaars te volgen langs de hoofdweg naar de Cirque, maar om een langere tocht te maken. Daardoor klommen we eerst een paar uur (400 meter niveauverschil, wat ons tot op ongeveer 1800 meter hoogte bracht), en de rest van de wandeling konden we op dezelfde hoogte blijven, en vervolgens geleidelijk wat afdalen, door bossen en langs kliffen. Het werd de mooiste wandeling die ik ooit maakte.

Het Parc National des Pyrenées heeft een ongelooflijk rijke fauna en flora, die voortdurend verandert al naar gelang de hoogte. Hellingen vol blauwe irissen, paarse campanulaklokjes, helleborussen die amper uitgebloeid waren, elegante witte schermbloemen, verschillende soorten varens en volop bloeiende vetplanten, een taai soort beuken, gigantische pijnbomen en grillige dwergdennen, allerlei planten die ik kenden en nog veel meer die ik niet kende, uitbundig bloeiend in de weiden of halstarrig omhoogschietend uit rotsspleten.

 

 

We picknickten op een lommerrijk plekje langs het pad, met onze rug naar de rots en voor ons een uitzicht waarmee niet te concurreren valt (tweede foto van deze blog). Kort na de middag kwamen we ten slotte aan bij de Cirque.

Het was er druk. Aan de mond van het keteldal, waar het makkelijke pad eindige dat door de meesten gevolgd werd, stond een heus hotel met bar en restaurant. De rust van het eenzame bergpad maakte meteen plaats voor iets wat veel toeristischer aanvoelde. We dronken een glas in de schaduw, en keken toe hoe de wandelaars de laatste meters van het pad aflegden, sommigen zelfs te paard of met een ezel aan de hand, met daarop een kind. Het contrast met onze tocht kon niet groter zijn. (We vragen ons trouwens nog steeds af hoe dat hotel er ooit in slaagt bevoorraad te worden, want zelfs het ‘makkelijke’ pad is ongeschikt voor zowat elke vorm van gemotoriseerd vervoer.)

Ik ben gewoonlijk de eerste om te vluchten voor dit soort drukte. De energie van te veel mensen samen op één plek overstemt al te vaak het natuurlijk gevoel van een locatie, en het landschap wordt gedegradeerd tot decor. Meestal vertrek ik van zo’n plek met iets van teleurstelling dat wij mensen niet beter weten en er niet in slagen zoiets moois met rust te laten.
Het verraste me dus wel dat de troep kleurrijke wandelaars me in het geheel niet stoorde. Ik was me wel bewust van hun aanwezigheid, maar alle dingen die drukte een uitdaging maken voor mij (lawaai, nabijheid, teveel mentale en emotionele stoorzenders op te veel verschillende frequenties) leken hier niet van toepassing. Hoeveel volk er ook rondliep, de omvang van het landschap overklaste alles moeiteloos.

 

IMG_1459 (2) klein
(c) KV

 

Dat gevoel bleef aanhouden toen we het keteldal zelf in gingen. Daar liepen ook heel veel mensen, op het pad of ergens ernaast, onder meer omdat de route die naar de voet van de grootste waterval leidde niet bepaald helder aangeduid stond. Blijkbaar moesten we daarvoor zelfs een stuk gletsjer over, en omdat dat niet duidelijk was en ik er niet gerust op was om zo’n breed stuk ijs over te steken, kwamen we terecht langs de verkeerde kant van de Gave (op dat punt weinig meer dan een woeste, brede bergbeek, maar niettemin niet veilig over te steken) en hadden we de keuze: een heel eind terugkeren en toch over die gletsjer heen, aansluiten in het rijtje mieren van wandelaars in de verte, of blijven waar we waren en van het uitzicht genieten. We kozen voor het laatste.

 

IMG_1492 (2) klein
(c) KV

 

Ik zat op een groot rotsblok een eindje boven het riviertje, en keek naar de immense rotswanden en het water dat zich van alle kanten over hun randen naar beneden stortte. Ik kreeg het gevoel dat er niets was wat dit dal van zijn stuk kon brengen. De rotsen, oprijzend vanuit de wortels van de aarde, leken in staat om de wereld zelf te torsen. De watervallen zorgden voor een stromend element, en de wijsheid van loslaten. Het voelde als een perfect yin-yang evenwicht, een immens krachtige plek, onophoudelijk veranderend, tijdloos.
Zwarte kraaiachtigen met gele bekken vlogen als acrobaten op de wind die ook de namiddagwolken meebracht. Bloemen groeiden onverstoorbaar in rotsspleten. De rivier zong zijn luidruchtige lied, ongehinderd door wat voor zwerfkeien of steenbrokken dan ook. En de grote waterval waar we naar keken, aan het andere eind van het dal, veranderde van gezicht met elk wolkje dat passeerde.

Soms kan een plek zo groot en zo juist zijn dat al wat je wil, is om er op een of andere manier deel van te mogen uitmaken.

 

IMG_1504 (2) klein
(c) KV

 

_ _

 

Vanmorgen hadden de wolken het hele dal van Gavarnie gevuld met dikke, grijze mist. We konden amper de auto op de oprit onderscheiden. De Cirque, ver weg hogerop, was totaal onzichtbaar. Ik voelde het aan me trekken terwijl ik bij de voorbereiding van ons vertrek de tassen in de koffer van de wagen stak: het gevoel dat ik niet weg wilde.
Ook dit verraste mij. Rationeel gezien was er niets voor mij op deze plek, in dit kleine bergdorpje dat alleen leek te bestaan bij de gratie van eindeloze stromen wandelaars in de zomer en skiërs in de winter.
Op elke andere plaats zou ik mijn schouders opgehaald hebben en gedacht: mooie wandeling, prachtige berg, misschien komen we hier nog wel eens terug, maar nu: wegwezen! Of zelfs iets van teleurstelling: nee, hier is het ook niet, de plek die ik zoek.
Dit keer was het anders.

Terwijl ik de auto langzaam langs het smalle baantje stuurde, stroomafwaarts mee met de Gave op weg naar lagere heuvels, voelde ik hoe mijn aarzeling groeide tot droefheid. Ik wilde niet weg. Iets in deze rotsen, in deze rivier, sprak tegen mij op een manier die ik nog nergens anders had ervaren. Vertrekken voelde als een navelstreng doorknippen, met dat verschil dat menselijke navelstrengen bedoeld zijn om door te knippen als het kind wil kunnen leven, en dat deze verbinding verbreken helemaal niet juist voelde.

Het was duidelijk: dit was wat mij betrof geen plek als de andere. Dit was, om een of andere ondefinieerbare reden, thuis.

Ik weet nog niet hoe ik aan de slag zal gaan met deze ervaring, en wat de invloed ervan op mijn leven zal zijn. Wat ik heb gevoeld, is bijzonder genoeg om een belangrijk verschil te maken.
Op dit moment koester ik gewoon het feit dat ik me triest en een beetje verloren voel, op een heel andere manier dan vroeger. Want er bestaat ten minste één plek op aarde, weet ik nu, waar ik mij niét verloren voel.

Nu mijn ziel weet wat het is om thuis te zijn, wordt door de wereld dwalen op een of andere manier iets makkelijker te verdragen.

En wie weet waar het volgende pad heen leidt.

 

IMG_1482 (2) klein
(c) KV

x

Loskoppelen

IMG_0958 ed cut.jpg
Torenvalk (c) KV

 

Het was even geleden dat ik het nog bewust gedaan had, maar ik heb me een tijdje losgekoppeld. Te moe om op consequente basis te schrijven, tot de rand gevuld met al het werk van het afgelopen jaar, op zoveel vlakken tegelijk, en veel daarvan via digitale kanalen. Een mensenhoofd heeft nu eenmaal grenzen.

Mezelf toestaan om een paar dagen alleen maar te lezen was al deugddoend, om maar iets te zeggen. En aangezien de plaats waar dat kon mijn ouderlijk huis in Fauch (Zuid-Frankrijk) was, met het weergaloos mooie uitzicht en omringd door een stilte zo diep dat elk geluid er drie keer scherper klinkt, was dat best een weldadige ervaring.

 

IMG_1087 (2).JPG
Zonsondergang met stormwolken en regen, van op het terras in Fauch (c) KV

 

Maar mij terugtrekken uit de wereld van werk en routine betekent gewoonlijk ook duidelijker tegen mijzelf aan lopen.

Hoe verloopt mijn leven voor het moment? Waar steek ik mijn energie in, beroepshalve en persoonlijk, creatief en emotioneel, en hoe waardevol zijn die keuzes gebleken? Verschijnen er opties aan de horizon die ik tot nu toe nog niet serieus overwogen had, maar die toch ernstig potentieel lijken in te houden?

Je moet vertragen en wat afstand nemen om de dingen helderder te zien en betere beslissingen te kunnen nemen, met een frisse geest.

Tijd doorbrengen met mijn ouders houdt ook onvermijdelijk de evenwichtsoefening in tussen oude patronen en nieuwe manieren om elkaar te omarmen. We hebben allemaal behoorlijk wat weg afgelegd om de ander te leren begrijpen en respecteren, maar soms betrap ik mezelf toch op de heimelijke wens dat ik mij op een of andere manier ook van deze vertrouwde gezinsdynamiek kon loskoppelen.
Hoe zou het zijn om iemand helemaal anders te zijn, vraag ik mij af, iemand die opgroeide in een totaal andere context en heel andere ervaringen had opgedaan? Hoeveel van mij is van mijzelf, en hoeveel is een antwoord op mijn omgeving – met haar schoonheid en liefde, met haar uitdagingen?

Het is een onmogelijke vraag, omdat we nooit stoppen om de kinderen van onze ouders te zijn, en zij houden er nooit mee op onze ouders te zijn. Als er een web is dat niet ontward kan worden, een draad die nooit echt ontkoppeld kan worden, dat is het deze.
Maar het is geen belachelijke vraag, want ze laat mij dieper in mijzelf graven. Ze zorgt ervoor dat ik mezelf en mijn persoonlijke gedragingen in vraag stel, op een manier die alles behalve zinloos is.

We trekken er een paar dagen op uit naar de Pyreneeën: mijn man, onze zoon van negen en ik. Ik kijk er naar uit om nieuwe horizonten te ontdekken.

Nog een voordeel van jezelf loskoppelen: er zijn geen kabels meer waaraan je voor anker ligt, geen draden meer om je tegen te houden.

Ik ben nieuwsgierig waar deze vrije vlucht me heen zal brengen, en welke nieuwe vergezichten hij voor mij in petto heeft.

 

IMG_0943 ed cut.jpg
Rode wouw, een veel voorkomende roofvogel in de streek van Albi, maar pas dit jaar slaagde ik er in om een deftige foto te maken (c) KV