Leren kijken

“Hoe komt dat toch”, zucht mijn man aan de ontbijttafel, “dat zoveel mensen niet gewoon zien hoe mooi dit is? Ik zou niet zonder kunnen leven.”

(c) Inaya photography

Met ‘dit’ bedoelt hij de wirwar van eikentakken die zich uitstrekt tot bijna tegen ons eetkamerraam op de eerste verdieping. In de zomer heeft ons huis iets weg van een boomhut, omsloten door groen aan alle kanten. En ik deel zijn gevoel: ik zou ook niet zonder kunnen leven. Deze rijke groene wildernis die doorgaat voor tuin is precies wat ons verleidde om het (donkere, vochtige, slecht gebouwde) huis waarin we tot op vandaag wonen vijftien jaar geleden te kopen.

Wat mij intrigeert aan de vraag van mijn man is zijn met droefheid gekruide verbazing. Want ik vind die vraag eigenlijk helemaal niet zo moeilijk te beantwoorden.
We houden niet alleen van wat we geleerd hebben (‘een strak gazon met alleen maar gras is mooi’), maar ook van wat we geleerd hebben om te zien.

Kunnen we dan niet allemaal zien? Hebben we dan niet allemaal ogen? Tuurlijk wel, maar daar gaat het niet om. Van alles wat via ons netvlies onze hersenen binnenkomt, filteren we immers een groot stuk weg. Bepaalde dingen vallen ons pas op, of merken we zelfs pas op, als we geléérd hebben ze te zien. En dat komt niet vanzelf.

(c) Inaya photography

Een groot deel van mijn liefde voor de natuur heb ik te danken aan mijn vader, die ons als kinderen ontelbare keren wees op zaken waar we anders onnadenkend aan voorbij gelopen waren: het spinnenweb, het zonlicht op de sneeuw, de zonsondergang, een wolk met een bizarre vorm, het silhouet van een indrukwekkende boom of een kasteelruïne op een heuveltop.

Want kijken, van in de prille kindertijd, gaat in de eerste plaats om aandacht. Pas als we onze aandacht ergens op richten, zien we het echt. Als we niet aangeleerd krijgen om ergens aandacht aan te besteden, dan zijn we er blind voor, ook al staat het bij wijze van spreken voor onze neus.

Beter leren kijken is soms een heuse openbaring.

(c) Inaya photography

Zo hield ik altijd al van de natuur, maar het was één groot groen decor van in elkaar lopende vormen en lijnen waar ik verder niet bij stilstond. Toen ik mezelf, geprikkeld door nieuwsgierigheid bij de aankoop van ons huis, leerde om boomsoorten te identificeren, kwam de natuur niet alleen veel gedetailleerder tot leven, het was alsof ik ze voor het eerst zag. En eigenlijk was dat ook zo, op het komische af. Want telkens wanneer ik weer een nieuwe boomsoort had leren herkennen, ontdekte ik die plots overal. Ineens sprongen exemplaren ervan me overal in het oog. Die hadden er natuurlijk altijd gestaan, ik had ze alleen niet gezien.

Hetzelfde gebeurde een paar jaar later toen ik me voor vogels ging interesseren. Ik ben verre van een ornitholoog, en vraag me niet om verschillende roofvogels uit elkaar te houden (ik noem alles ‘buizerd’ 😉 of ook wel ‘rapace’, dat mooie woord voor roofvogel in het Frans). Maar vroeger kon ik hooguit een merel of een roodborstje herkennen. Intussen ken ik het gezang van alle soorten die in onze tuin zitten, en kan ik van de meest voorkomende soorten aan de vleugelvorm of het vliegpatroon van een stipje in volle vlucht zeggen wat het is.

En kijken gaat verder dan het puur visuele. Er zit ook een sterke psychologische component in. Wat vind je mooi of lelijk? Wat vind je harmonieus of problematisch? Het hangt er maar van af hoe je er naar hebt leren kijken.
Soms verkoopt het leven je een uppercut en kijk je sindsdien heel anders aan tegen iets wat je daarvoor dik oké vond (probeer maar eens langs de plek te rijden waar je ooit een ongeval had of waar je het uitmaakte met een lief; en wie één keer doodziek is van mosselen kan ze nadien doorgaans niet meer ‘zien’).

Maar ook alle belangrijke mensen in mijn leven hebben in niet geringe mate mijn kijk op de dingen mee beïnvloed. Mijn ouders legden uiteraard een fundamentele basis in hoe ik tegen het leven aankijk. Maar leerkrachten, vrienden, partners… brachten andere elementen aan, andere manieren om naar de dingen te kijken, letterlijk én figuurlijk. Soms gingen die zelfs regelrecht tegen mijn eerder verworven beeld in.

(c) Inaya photography

Het bijzonder intrigerende, labyrintische huis van mijn beste vriendin, volgestouwd met kunst en planten en bijzondere voorwerpen op de meest onverwachte plaatsen, leerde mij twintig jaar geleden anders kijken naar concepten als schoonheid of gezelligheid.
Onze verschillen in karakter en standpunten rond opvoeding van kinderen leerden zowel mij als mijn man heel anders kijken naar wat kinderen nodig hebben en helpen ons nu enorm vooruit in hoe we samen onze zoon grootbrengen.
Mijn zus staat met stip op één als het aankomt op mij goede ideeën of inzichten aanbieden die ik op het moment zelf maar half omarm, maar die nadien fenomenaal waardevol blijken te zijn en mij voor een stuk op mijn levenspad vooruit helpen (een Soul Circle organiseren, om er maar eentje te noemen).
En hoewel ik op mijn eigen manier daar ook al lang mee bezig was, heeft mijn hechte Zaailing-samenwerking met Jurgen mij op zowat alle mogelijke manieren anders leren kijken naar planten, kunst, dieren en weerspiegelingen.

De voorbeelden zijn ontelbaar. Belangrijk hierin is dat ik weet dat mijn blik nooit ‘af’ is, mijn zicht nooit helemaal scherp. Hoe meer ik leer zien, hoe meer ik besef dat wat ik zie maar een heel klein stukje van de totaliteit is, en dat het in feite ook mijn benadering van de wereld weerspiegelt. Andere mensen zien heel andere werelden dan ik. De realiteit is onwaarschijnlijk rijk.

Leren kijken is een levenslang proces.
Ik zet alvast mijn deel van de traditie voort door mijn zoon op elk geschikt moment te wijzen op planten en dieren, boomsoorten, vogels en schoonheid in al haar vormen, op motieven in verhalen, op de kracht van personages en symbolen, waar we ze ook tegenkomen. Wat hij daar later zelf nog aan toe zal voegen, dankzij de mensen die hij in zijn leven nog ontmoet, daar zal ik wellicht op mijn beurt weer van kunnen leren.

Ik kijk er nu al naar uit.

(c) Inaya photography
Advertenties

Langzaam afscheid

Iedereen die ooit aan een ziekbed heeft gezeten, weet hoe het voelt: langzaam afscheid nemen. Niet willen dat het voorbij is. Bidden dat het eindelijk mag eindigen.
In de tegenstrijdigheid en de intensiteit van beide gevoelens ligt een bijzonder spanningsveld. Pijnlijk. Kostbaar. Levend, zoals alleen leven in het moment dat kan zijn.

Mijn leven is goddank geen ziekbed, het mijne noch dat van iemand die ik graag zie. Maar ik herken het spanningsveld wel. Mijn professionele opzegtermijn is aan het korten. De weken (eigenlijk dagen) om afscheid te nemen van wat eens was en nu stopt, om bewust los te laten en mijn blik te richten op andere horizonten, worden steeds krapper.

Ik heb het ‘aftellen’ lang op afstand kunnen houden. Ik doe het nu eigenlijk nog altijd niet. Maar ik voel de tijd bewuster dan ooit aan het werk.

Als iets op een abrupte wijze uit je leven verdwijnt, noemen ze dat ‘de korte pijn’. Vaak komt die nadien meer dan eens weer opzetten om verwerkt te worden, dus zo kort zou ik hem nu ook niet noemen. Dan liever dit langzaam afscheid, bitterzoet, langgerekt. Met tijd voor weemoed, spijt bijna, en toch weten dat het juist is. Met ruimte om door vertrouwde gangen te lopen en te denken: toeme toch, ik was hier graag. Maar ook: het is tijd dat dit stopt.

Elke omhelzing verstikt als ze te lang duurt, schreef ik in STROOM. En dat is nog altijd even waar.
Dus maak ik mij nu los. Zachtjes. Langzaam.

(c) Inaya photography

Het overgangsteam

Tara Mohr, een van de mooie wijze vrouwen wiens werk ik las en die ik een paar jaar geleden een uur lang kon spreken voor een interview (dat Engelse gesprek lees je trouwens hier), zei ooit: We are the transition team.

Vrouwenrechten gaan niet op een paar decennia in orde zijn, zei Mohr, daarvoor is de erfenis van het patriarchale systeem en het mannelijk geörienteerd denken te diep en te sterk. Maar we hebben al enorme stappen gezet op relatief korte tijd, en er zullen er nog volgen. In plaats van gefrustreerd te raken over waar we ‘nog maar’ staan, kunnen we ons beter vasthouden aan de idee dat wij het overgangsteam vormen, dat we een stukje zijn van een beweging die onszelf overstijgt en die de wereld van één tijd naar een andere leidt. Daar zal langer overheen gaan dan onze generatie alleen. We hoeven ons dus niet uit het lood te laten slaan als het traag gaat. We zullen het einde ervan ook niet meer meemaken. Belangrijk is wel dat we doen wat we kunnen.

(c) Inaya photography

Ik geloof nog altijd dat ze gelijk heeft. Ik had alleen gehoopt dat die overgang waarover ze het heeft een beetje minder op de processie van Echternach leek. Stappen achteruit zetten, is niet fijn. En de Machtige Mannen die met goedkope praatjes verkozen worden (en de onnadenkende scharen volgers die ze in hun kielzog meesleuren) geven aan dat we toch nog wel een beetje worstelen met dat vooruit gaan. Sterker: een heleboel mensen zouden maar al te graag een fors aantal passen achteruit zetten, in ruil voor de illusie van veiligheid en stabiliteit. Ten koste van dezelfde groepen als altijd: vrouwen, kinderen, zachte zielen, denkers, minderheden. Alfa-man regeert, vrouwtje broedt en zorgt. Wat kan er nu beter zijn?

Ik was bezig aan een boze, bange, bezorgde blog hierover. Hij wilde niet zo goed vlotten, mijn emoties zaten mij echt in de weg. En toen verscheen dit stuk. Het zei alles wat ik wilde zeggen, alleen beter, helderder en meer genuanceerd. Lees dit.

https://vrtnws.be/p.8393LJOkp

En ga dan eens hard nadenken over hoe we dit onverkwikkelijke tij kunnen keren. Want zoals Tineke Van Iseghem schrijft: The Handmaid’s Tale komt alweer een stapje dichterbij.

(c) Inaya photography


ZAAILING #53 – Huidhonger

(c) Jurgen Walschot


Het vraagt geen meesterschap om aan te raken, alleen handen
met open palmen, vingers die geen vragen stellen. En huid, aanwezig,
onbedekt.

Honger hebben we. Naar de ander.
Naar onszelf, daar tegenaan.

Wie kwamen en weer gingen, dragen we mee.
Met gesloten ogen staan we de spiegel toe om bij ons in te breken.
We scheppen onszelf naar de blik van wie ons liefheeft
en willen daarop ook gaan lijken.

Verlangens zijn altijd nietig in de knop. Verwaarloos ze
en de meeste verwelken vanzelf.
Maar sommige, gedijend op schraalheid, zullen woekeren
met bladeren in monsterachtige proporties en wortels
die ontsnappen aan de pot.

Honger is een vreemde metgezel, een vleesetende bloem
die ons bezit. Ze slaat ons overboord, ook bij kalme zee. Zo zullen we
op een dag misschien de kust bereiken en aan land gaan,
zoals liefde zich laat aanspoelen – schelploos.



Hommage aan Paul Verhaeghe, Ilja Leonard Pfeijffer en Hans Faverey

Sommige Zaalingen ontstaan uit een interessant samenstromen van ideeën, dat een heel klein beetje meer uitleg vereist. Een visueel detail overgenomen uit een hommageprent over een Brusselse meester, een treffende schets die meteen het woord ‘huidhonger’ opriep, en de beslissing om de tekst óók een soort hommage te maken: aan een academicus en twee dichters voor wie ik grote bewondering heb. Wie vertrouwd is met hun werk, zal een en ander herkennen.



ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.


De naam van de oude wijze vrouw

(c) Inaya photography

Bij je geboorte krijg je een naam van je ouders. Met wat geluk is het een naam die je zelf ook mooi vindt en graag gebruikt. Maar soms heb je nood aan nóg een naam.

Ik ben boeken aan het herlezen waaraan ik ooit veel plezier gehad heb, werk dat te maken heeft met persoonlijke en spirituele ontwikkeling. Ik merk: ze zijn nog altijd goed. Ik merk ook: ik ben op een paar jaar tijd een heel eind opgeschoten. Wat ooit baanbrekend was en diep voedend, is nu vooral thuiskomen in iets wat ik beheers.

Soms vraagt een bijzonder interessante oefening erom om te worden herdaan. Je maakt immers nooit twee keer precies dezelfde reis.
Ik ben dus een oude vrouw gaan opzoeken. De vorige keer toen ik haar bezocht, was ze nog een stuk jonger. Ze zag er heel anders uit. Ze woonde op een andere plaats. Maar in wezen is ze nog steeds dezelfde.
Ze vertelde mij wat ik moest horen, en ik zal in de toekomst nog heel vaak bij haar op bezoek gaan. Ze zei mij ook haar naam.

(c) Inaya photography

De onverwacht vroege komst van de lente dit jaar houdt gelijke tred met mijn ontluikende gevoel van mogelijkheden. Ik heb een grote knoop doorgehakt, er liggen nieuwe horizonten open. Er zijn nog wat dingen af te ronden, in schoonheid. Er zijn nieuwe draden om op te pikken.
Alles is welkom, want vanaf nu is alles een avontuur.

Ik proef de naam van de oude, wijze vrouw op mijn tong. De klanken zingen, zachtjes.

(c) Inaya photography

ZAAILING #51 – Waadvogel



(c) Jurgen Walschot


Ze loopt alsof ze bang is om de wereld pijn te doen, daar waar ze haar voeten zet.
Vergeef me, zeggen haar zolen, dat ik er ben, dat ik nu eenmaal plaats inneem hier, dat ik me niet geheel onzichtbaar kan maken.

Is er iemand die ziet hoe ze, voorzichtig als een waadvogel, met één voet door een onzichtbaar wateroppervlak breekt?
Waarom pakt niemand haar bij de schouders en zegt: kind, wees geen holte in de wereld.

Ademloos kijk ik toe hoe ze langzaam neerkomt, tast tot ze zeker is van haar grip op de bodem, en dan met pijnlijke elegantie wacht
– – tot de rimpelingen stillen.




ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is stempel_negatief-1.jpg

De weg die voor ons ligt

(c) KV


Er is iets aan het veranderen.
Of het een subtiele kalibratie is dan wel een aardverschuiving valt nog niet te zeggen. Persoonlijk mik ik op een kruising tussen de beide.

Het is een beetje zoals wat ik deze dagen aan het doen ben: een nieuw programma gebruiken om foto’s te bewerken.
Je kende de basiskneepjes al, maar met dit nieuwe speelgoed komen er opeens een heleboel extra mogelijkheden in beeld. Kleuren worden meer uitgesproken, contrasten worden scherper. Je voelt de lokroep van iets wat belofte inhoudt. Je wil je erin verdiepen, er voluit voor gaan. Het voelt als water waarin je van nature thuishoort.

(c) KV – Eerste probeersel in slechte lichtomstandigheden… Met dank aan de gevleugelde gast die een paar seconden wilde blijven zitten…


Vinnen kweken, zo schreef ik het in Zaailing #48. Daar lijkt het wel op. En wie weet: misschien van de eerste keer ook kieuwen… In ieder geval: ik begin me voor te bereiden op leven in een andere habitat. Het is niet eens een volledig bewuste keuze. Een stuk van mij heeft al lang haar schoenen uitgetrokken en is het water in gelopen. Ik hoef alleen nog écht te duiken.

Ik ben vast niet de enige die de lokroep van nieuwe horizonten en nieuwe mogelijkheden hoort. Want de wereld staat op een kantelpunt. Van oud naar nieuw, van cynisch naar geëngagneerd, van business-as-usual naar hoop voor de toekomst.

Geen idee of hoop genoeg is. Maar het is zoveel beter dan wanhoop.

Confucius zei het al, eeuwen terug: ‘Het is beter om één kaars aan te steken dan te vloeken om het duister.’
Waar ik ook sta, ik zal ze blijven aansteken, die kaars.

En nu: op naar de toekomst.
Het is de weg die voor ons ligt. Er is geen andere.

ZAAILING #50 – Passages



We treffen elkaar op de trein in elk seizoen.
Als je lang genoeg reist, weet je wie op welk moment zal opstappen. Er schuilt een bijzondere poëzie in hoe vreemden langzaam ontdooien tot gezichten die je eerst herkent, vervolgens ook toeknikt. Soms ontstaat er een gesprek, tussen onbekenden die verheugd zijn elkaar terug te vinden.

Onze band wordt bepaald en beperkt door de tijdelijkheid van waar we ons bevinden. Wat eindig is, is altijd intenser. En wij zijn hier, gloeiende spatjes licht in het duister van een reis met onbekende bestemming, een menselijk schakelbord van knipperende verbindingen, kort en ongrijpbaar.

De trein rijdt een station binnen. We schorten het gesprek op, nemen efficiënt afscheid. De vreemdelingen verlaten ons leven, wij verdwijnen uit dat van hen. We laten geen sporen, we reiken elkaar geen houvast. Wat oplicht tussen passanten, is per definitie van voorbijgaande aard.

Tussen ons niet meer dan een draad die blijft zinderen in de ruimte, een halve zin, een onafgemaakte gedachte. Maar klaar om weer op te pikken. Bij de volgende passage.





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.




ZAAILING #49 – Onze dierbaarste geest

Zaailing voor Gedichtendag 2019

Onze dierbaarste geest

Soms komen we spoken tussen de lagen
van ons eigen leven. Want de tijd reist zelden
in rechte lijn, als een strak spoor dat ons
veilig vervoert van verleden naar toekomst.

Gesteente plooit onder aanhoudende
druk, muren verzakken, pleister vergeelt.
Herinneringen waaien door de kieren
en tochtgaten weer naar binnen. Ergens

klinkt een kinderstem, slaat een deur.
Het licht draagt de geur
van verbleekte beelden en vrieskou.

Ook wanneer we vooruitgaan, keren we
op onze passen terug. We tekenen
de contouren van onze verlangens
op telkens weer andere wanden.

Ter hoogte van ons hart dragen we
een barst – onze dierbaarste geest.
We zetten plamuur aan in dikke lagen,
en hopen dat niemand de littekens leest.




ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

ZAAILING #48 – Vinnen kweken

Een tijdje terug werden Jurgen en ik geïnterviewd door An-Sofie Bessemans van Boeken Toe voor hun podcast Zwemmen Met Schrijvers. Een Podcast over zwemmen, daar mocht onze Graphic Poem STROOM niet in ontbreken!
Het werd een bijzonder gesprek, over zwemmen, onderduiken en je durven overgeven aan de stroom van het leven, wat voor vreemde wendingen die soms ook voor je in petto blijkt te hebben…

Tegelijk met deze volle maan ging het audiogesprek online. Daarom besloten we voor Zaailing #48 een beeld van STROOM vanonder het stof te halen. Het is een prequel en een sequel tegelijk: het moment juist vóór het coverbeeld, maar net zo goed een op zichzelf staand tafereel, helemaal in de sfeer van deze speciale januarimaan: wolfmaan, bloedmaan, supermaan, maansverduistering… Eentje om je aan te verwarmen in deze koude tijden, en een heel nieuw begin, wanneer blijkt dat oude paden ten einde lopen.



Zaailing #48
Vinnen kweken

Als het pad ophoudt, is het tijd om je schoenen uit te trekken.

Want wat is een pad anders dan een afgebakende zekerheid, een garantie dat je ergens heen gaat?

Je rijgt je schoenen stevig dicht en zet er de pas in. Ze zitten wat krap, maar dat geeft niet. Je hebt een verhaal in je hoofd, dat vertelt over een doel.
Je weet niet echt wat het is. Liefst iets keurig aangegeven op de kaarten, een bergtop misschien, of de zin van het leven. Maar een schuilplaats is soms ook al goed. Een herberg onderweg voor een glas.

Verhalen zijn mooi, maar er komt altijd een eind aan. En op zeker moment lopen alle gebaande paden dood.
Diep vanbinnen wist je het wel. Je kunt je voet wel voor even in een te kleine schoen wringen, maar je kunt hem daar niet houden.

In jou ruist iets anders, iets zachts en wilds dat niets moet hebben van keurig omzoomde paden, solide grenzen en aangesnoerde veters. Het voelt eng. Het voelt vrij.

Als het pad ophoudt, is het tijd om je schoenen uit te trekken.
En vinnen te kweken.

(c) Jurgen Walschot





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.