Zonder angst bestaan

 

Rookkwarts_024 ed cut klein
(c) KV

 

Je kunt het vreemd noemen, dat ik bang opgroeide. Want ik was slim en getalenteerd, en ik woonde in een liefdevol gezin dat mij koesterde en ondersteunde, in een land dat meisjes zoveel rechten en vrijheden geeft als er deze dagen op de planeet maar te krijgen zijn. Maar zelfs slimme, getalenteerde meisjes hebben angsten, en zelfs liefdevolle gezinnen hebben scherpe kantjes. In ons geval was een daarvan perfectionisme en alle oordelen die daarbij kwamen kijken. Ik schreef al eerder over die uitdaging.

Terwijl we opgroeien, interioriseren we bepaalde waarden op basis waarvan we onszelf ten slotte gaan beoordelen. We vrezen dingen die mogelijk nooit echt zullen plaatsvinden omdat ze intussen zo diep in ons geloofssysteem verankerd zijn als werkelijke doemscenario’s.

Een van mijn oude angsten, die behoorlijk stevig verankerd ligt, is dat ik de mensen die ik graag zie zal verliezen als ik mijn ware kleuren blootleg, mezelf toon aan de wereld zoals ik werkelijk ben.
Nu is dat niet bepaald iets uitzonderlijks. Dit is een angst die ‘maar’ gedeeld wordt door pakweg de halve planeet, schat ik… (als het niet de hele is). Maar zoals iedereen die ze kent en er op zijn of haar eigen manier mee kampt je kan vertellen: het is een uitdaging van formaat.

Ik heb de afgelopen weken een paar gelegenheden gekregen om ze te overstijgen.

Een daarvan gaat over een kwestie binnen de familie. Misschien schrijf ik daar later nog over, maar nu is het daarvoor niet het moment. En andere had te maken met de hele heisa rond de werkbeurzen van het Vlaams Fonds voor de Letteren.

In beide gevallen voelde het als een uitdaging om mijn plaats in te nemen. Niet om een of ander gevecht aan te gaan, wat mij betreft was er geen sprake van Juist of Fout. Maar beide voorvallen waren persoonlijk belangrijk voor mij, omdat ze de uitdaging inhielden om mezelf te tonen en mijn mening onder woorden te brengen. Zonder anderen aan te vallen, maar ook zonder verontschuldigingen of mezelf dubbel te plooien.

Wat betreft de storm in Letterenland kwam het wat mij betreft hierop neer: ik kon de frustraties en teleurstelling van een aantal schrijvers die zich ten onrechte aan de kant gezet voelden begrijpen, maar ik wilde ook het systeem verdedigen. Elke procedure kan doorgelicht en verbeterd worden, elke organisatie moet de fairness hebben om zaken te verbeteren als blijkt dat er fouten gemaakt worden, en de stemmen van sommigen mogen in dit debat beslist luider klinken. Maar ik wilde vooral pleiten voor nuance, wederzijds begrip, en bruggen proberen te bouwen.

Een lang antwoord op een Facebookbericht vormde de basis voor wat een nog veel langere blog werd. In beide gevallen had ik het gevoel dat op de ‘publiceer’-knop duwen ongeveer hetzelfde was als mijn hoofd op het hakblok leggen. Maar dankzij die strubbelingen in de familie was er wel iets veranderd in mij. Ik voelde me sterker verbonden met mijn innerlijke kern dan ik ooit gedaan had, met een nieuw soort kracht die door mij heen stroomde, en ik besloot gewoon mijn ogen dicht te doen en te springen. Ik postte het antwoord op Facebook, ik schreef de blog.

 

Rookkwarts_008 ed cut klein
(c) KV

 

In de loop van de dagen die volgden, bekeek ik de antwoorden en lezersaantallen met iets van ongeloof, en daagde het besef dat ik hiervoor níet afgeschoten zou worden. Integendeel: de online conversaties bleven grotendeels beschaafd, en ik kreeg berichten van collega-schrijvers die me prezen voor mijn genuanceerde benadering van een stekelige discussie.

Van de andere kant kon ik een aardig logboek bijhouden van hoe onzeker ik nog altijd was om op deze manier in het openbaar mijn mond open te trekken, en bij momenten snakte ik naar een of andere Externe Autoriteit die een oordeel zou vellen over juist of fout. Ik kan het aantal keren niet meer tellen dat ik dacht: ‘Ging ik nu niet te ver? Zou die-en-die nu niet kwaad worden op mij? Gaat die-en-die nu niet denken dat ik gewoon een grote amateur ben, of op zijn best een dwaze idealist? Wat voor recht van spreken heb ik eigenlijk?’

Maar op een of andere manier was die kern van kracht vanbinnen wel sterker dan al het innerlijk geklets – dat feitelijk gewoon mijn goeie ouwe Rechter was die nog eens een triomfdagje had en zich daarvoor bewapende met de meningen en commentaren van anderen.
Maar ik besefte, beter dan ooit, dat het hier gewoon een kwestie was van mijzelf en mijn geweten, en dat ik oprecht probeerde om eerlijk te zijn. Ik had het recht om mijn mening te verwoorden, in mijn eigen naam, en daarvoor te staan, of ze nu perfect was of niet, en wat de gevolgen ook waren.

Niet elk verhaal heeft een happy end. Het mag niet verbazen dat een aantal mensen niet zo blij waren met wat ik te vertellen had, hoewel er ook behoorlijk wat (onverwachte) blijken van steun en appreciatie kwamen. Maar mijn gevoel van overwinning was van heel persoonlijke aard.
Ben je ooit al eens zo lang onder water gebleven dat naar boven komen en door het wateroppervlak breken, snakkend naar adem, aanvoelt als een levensreddende bevrijding? Dit komt in de buurt.

Er is een lied van Bram Vermeulen waar ik van hou, een nummer dat ik pas leerde kennen op de anthologie die kort na zijn dood werd uitgebracht. Het heet Boven op de berg. Daarin beschrijft hij hoe hij, zelf een diep verlegen en aarzelend man, hoog op een bergflank de wolken boven zijn hoofd voorbij ziet drijven, de vallei onder zijn voeten ziet liggen, de wind voelt en de onverzettelijkheid van de rotsen waarop hij rust, en bewust tot een inzicht komt dat hij, naar eigen zeggen ‘al lang weet’: “Ik kan ook zonder angst bestaan.”

Dat is het punt dat ik stilaan bereik. Zo voelt het.

 

Rookkwarts_010 ed cut klein
(c) KV

 

 


Bovenstaande beelden zijn foto’s van een bol rookkwarts van ongeveer twee centimeter diameter, beschenen door de ochtendzon.

 

 

Het lied van Bram Vermeulen:

Advertenties

Het schisma van Boekenland

Zelfs als journalist dacht ik: wat een lelijke titel. Als schrijver gingen mijn tenen er helemaal van krullen.

De Win For Life Boekenclub, kopte Het Nieuwsblad boven een stuk over de subsidies die het Vlaams Fonds voor de Letteren – volgens sommigen – onterecht aan een reeks telkens terugkerende namen in het boekenvak uitkeert. De schrijvers die volgens de commissies op basis van hoogstaand kwalitatief werk in aanmerking komen voor een duwtje in de rug worden in dit ‘dossier’ te kijk gezet als zakkenvullers en profiteurs. Niet met zoveel woorden, maar de ondertoon van het stuk is duidelijk.

 

Roularta_359 klein
(c) KV

 

Ik durf met mijn achtergrond van tien jaar VAV-bestuur zeggen: het Vlaams Fonds voor de Letteren levert goed en transparant werk. Het is hun job om het soort literatuur dat het op de commerciële markt zeer moeilijk heeft maar wel kwalitatief bijzonder waardevol is, een duwtje in de rug te geven, omdat er anders veel kans is dat het er gewoon niet zou zijn. De commissies werken transparant, wie daarin zetelt wordt regelmatig vervangen, alle verslagen zijn in te kijken, een beroepsprocedure is mogelijk.

Het moet wel gezegd: op dat vlak is er ook wel een en ander veranderd in vergelijking met de beginjaren van het Fonds, toen die commissies en hun beoordelingen vaak minder transparant waren. In die periode zijn auteurs soms op behoorlijk botte wijze wandelen gestuurd, en niet altijd om duidelijke redenen. Die tijden zijn gelukkig voorbij. Het was een van de speerpunten tijdens de beginjaren van VAV om die Fonds-commissies evenwichtiger samengesteld te krijgen, met ook telkens een auteur erin (niet in het genre dat hij jureert), en de verslagen transparanter. Het Fonds heeft zich daarin zeer bereidwillig getoond, en een aantal dingen zijn ten goede veranderd.

Het klopt dat de Pieter Aspes van deze wereld niet hoeven te proberen subsidies aan te vragen, nog los van de vraag naar literaire kwaliteit boert hun werk zo al meer dan goed genoeg. Want een subsidie is een financieel duwtje in de rug voor wie anders gewoon kopje onder gaat. En schrijvers die meer verdienden dan het vooraf vastgelegde plafond van een goeie 40.000 euro per jaar, komen simpelweg niet in aanmerking.
40.000 euro mag dan klinken als veel in één hap, en het worden nog veel grotere bedragen als je een aantal jaren bij elkaar optelt. Lekker veel stemmingmakerij, zoiets. Maar een werkbeurs is geen maandloon, laat staan een riant inkomen. Wie alleen daarvan moet rondkomen, en geen andere opdrachten aanneemt, flirt met de armoedegrens. En in die 40.000 euro inkomsten per jaar zijn zowel beurs, als boekverkoop, als opbrengsten van lezingen gerekend.

Er zijn stemmen in het debat die zeggen dat subsidies een curieus systeem zijn en dat schrijvers naast hun schrijven gewoon ander werk moeten nemen om genoeg geld te verdienen. Sommige schrijvers lukt dat wellicht, maar velen veroordeel je op die manier tot eeuwig zwijgen. Want vaak vraagt schrijven een zekere vorm van rust en ruimte. Om je research grondig te doen. Om je gedachten helder te kunnen ordenen. Om die vervolgens in een secure opbouw te kunnen gieten. Dat lukt veel schrijvers niet als ze daarnaast te pas en te onpas dat proces op pauze moeten zetten om hun energie te gaan steken in ander werk, op tijdstippen waarover niet te onderhandelen valt, voor werkgevers of klanten die óók van hen verlangen dat ze maximaal presteren. En dan hebben we het nog niet over een gezin, kinderen, familiale zorgen, maatschappelijke verplichtingen. Een mens heeft maar zoveel fysieke en mentale bandbreedte op een dag. Er zullen uitzonderingen zijn, akkoord, maar moet dit werkelijk een survival of the fittest worden waarin alleen de mentaal en fysiek ijzersterke kunstenaars werk mogen produceren (en dat overleven)?

(Ja, natuurlijk hebben ook niet-schrijvers met een reguliere job te kampen met dat laatste rijtje besognes en energievreters, maar mijn punt was, om het met een metafoor te zeggen: als een pottenbakker die om den brode ander werk moet doen nooit genoeg tijd heeft om met de klei te werken terwijl die vochtig is, of de uren krijgt die nodig zijn om hem af te bakken, dan komt er géén kunstwerk. Je kunt die oven niet even halverwege uitzetten en na je andere job weer aan. Creatie vraagt ruimte. Subsidie kan die in een aantal gevallen creëren.)

 

Roularta_344 klein
(c) KV

 

De stemmingmakerij van het stuk, dat schrijvers die subsidies krijgen zonder veel woorden omhult met een sfeer van profitariaat, is minstens even kwalijk. Alsof we met die subsidies op vakantie zouden gaan, zoals Tom Naegels op Facebook riposteerde… In zijn eigen woorden hier:

“Ik krijg momenteel zelf een subsidie, voor dat migratieboek, dus het steekt ook persoonlijk. Ik was tijdens het lezen aan het denken: gvd Pieter, heb jij ooit al eens een boek geschreven? Heb je enig fucking idee hoe hard ik aan het werken ben, veel harder dan ik als journalist ooit gedaan heb, en dan moet ik nog voortdurend op zoek naar extra opdrachten omdat de subsidie – wat ik perfect normaal vind – geen voltijds loon is. Ik krijg dat geld omdat mijn overheid democratisch heeft beslist dat ik dat mag aanvragen en een procedure heeft opgezet om ervoor te zorgen dat die toekenning fair verloopt. Ik krijg dat geld omdat ik een goed dossier heb ingediend. Ik verdien veel minder dan leeftijdsgenoten met een gelijkaardige opleiding. Mijn pensioen suckt, mijn ziekteverzekering moet ik zelf betalen, als ik een ongeval heb dat me maanden buiten strijd zou stellen dan zit ik dik in de shit. Dat is niet erg, want daar heb ik allemaal zelf voor gekozen. Maar kom me niet vertellen dat ik een Win for Life heb gewonnen. Alsof ik die duizend euro in de maand gewoon krijg, om mee op vakantie te gaan. Ik lever er iets voor in de plaats. Iets dat jij misschien niet apprecieert, maar de samenleving in zijn geheel blijkbaar wel.”

Maar met dat laatste woordje, samenleving, raakt hij een ander punt waar een heleboel mensen op hun achterste poten gaan staan. Want wat is dat, ‘de samenleving’? Wie bepaalt wat waardevol is? En waarom?

Als we terugkijken doorheen de geschiedenis, zien we de Grote Klassieken die de tand des tijds overleefd hebben. Shakespeare, Milton, Proust, Dostojevski, Homerus. Sommige van hen waren populair in hun tijd, andere niet. Net als vandaag. Maar dat is wel waar het schoentje voor veel schrijvers wringt, en dat begrijp ik heel goed: de definitie van ‘literaire kwaliteit’. Want het is op basis van die literaire kwaliteit, vastgesteld door een beoordelingscommissie, dat een schrijver van het Fonds al dan niet subsidies ontvangt. Kort door de bocht gesteld: wie die tegemoetkoming krijgt, schrijft volgens de commissie ‘goed genoeg’, de anderen niet.

Dat is pijnlijk. Iedere schrijver vindt van zichzelf dat hij goed werk levert. Als zijn boeken goed verkopen, ziet hij dat graag als een bevestiging. Maar het is natuurlijk niet omdat een boek populair is, dat het literair een meerwaarde biedt. Dat kan natuurlijk wel, sommige grote schrijvers of winnaars van literaire prijzen zijn bijna verzekerd van een goede verkoop. Anderen zijn dat echter veel minder. Mensen stellen zich enorme bedragen voor bij wat schrijvers verdienen, maar als je boek op 1.000 exemplaren wordt gedrukt, mag je al blij zijn. En als het 15 euro kost in de winkel, verdien jij daar als schrijver 1,5 euro aan. Je kunt zelf uitrekenen hoe rijk we daar van worden…

Het budget van het Vlaams Fonds voor de Letteren is een schijntje in vergelijking met het totale cultuurbudget (dat op zijn beurt ook weer peanuts is in vergelijking met de subsidies voor bijvoorbeeld de autosector of kernenergie). Met die beperkte middelen moet het Fonds keuzes maken. En de keuze die ze maakt, is om de commercieel meest kwetsbare en artistiek interessantste werken te steunen. Marktcorrigerend dus. En dat soort werk wordt door niet zo heel veel auteurs geschreven.

Voor iemand het vraagt: nee, ik krijg zelf geen werkbeurzen. En ik heb er ook nog nooit een aangevraagd, wegens altijd vast werk, waarvan lange tijd met een inkomen dat mij in het geval van zo’n beurs boven dat financieel plafond had laten uitkomen, en bovendien omdat ik vrij zeker ben dat mijn aanvraag ook om andere redenen geweigerd zou worden. Ik geloof niet dat wat ik schrijf de lat van de Hoge Literatuur zou passeren zoals de commissies van het Fonds die leggen. Ik heb daar jarenlang mee geworsteld. Soms doe ik dat nog. Maar ik maak werk waar ik blij van word, en dat volstaat.

Daarom begrijp ik dus wel de frustratie van collega’s die nooit in aanmerking kwamen voor een beurs. Want wie zijn die mensen wel, die zetelen in die commissies, en die zomaar mogen beslissen over hun lot en de kwaliteit van hun werk? Op basis waarvan?

Ook al zetelen er professionals in die commissies, en is er geen sprake van wat voor vriendjespolitiek dan ook, elke selectieprocedure is en blijft een selectieprocedure. En ook schrijvers die geen Hoge Literatuur produceren, willen op hun eigen manier naar waarde geschat worden. Voor hun engagement, hun liefde voor hun vak, hun verhalen, hun vaak financieel óók niet zo gemakkelijke situatie. Alleen horen zij keer op keer: jouw werk is niet voor de Canon, dus jij krijgt geen geld. Dat handvol ‘echte’ auteurs wel.

 

Roularta_341 klein
(c) KV

 

Dit is veel meer een emotionele kwestie dan een financiële, en bovendien een schisma dat het boekenland in tweeën splijt. En dat is bijzonder jammer, want we hebben elkaar allemaal nodig.

Want literaire auteurs, die moeten krabben om rond te komen en nauwelijks werk verkopen, kijken vaak met iets van afgunst naar collega’s die het wel goed doen op de commerciële markt. Als hun werk maar eens door zoveel mensen gelezen werd… Auteurs die het veel beter doen in de verkoopcijfers (hoewel ‘veel beter’ in het boekenvak nog altijd zeer relatief is, zie de cijfers hierboven), voelen dan weer het onrecht van weggezet te worden als schrijvers van tweederangsboeken.

Aan het gebrek aan budget kan het Vlaamse Fonds niet veel veranderen. De keuzes die het maakt met dat budget, vind ik persoonlijk ook de juiste. Maar aan het emotionele luik van de discussie kan het Fonds wél nog een belangrijke bijdrage leveren.

In een antwoord aan een misnoegde collega-schrijver, die het artikel uit het Nieuwsblad deelde op sociale media (en voor wiens frustraties ik ook echt begrip heb), schreef ik onder meer: “Het Fonds zou schrijvers die ze niet subsidiëren misschien op andere manieren de hand kunnen reiken. Dat zou een mooi gebaar zijn, een teken van erkenning (dat nodig is!) en iets wat ik heel hard zou toejuichen. Want je hebt álles nodig in een gezond ecosysteem: van onkruid tot beukenbomen. Het is niet omdat je alleen de beukenbomen kunt en wilt subsidiëren dat je moet doen alsof de rest van het bos niet bestaat.”

Dat van dat ecosysteem, dat is een geliefde metafoor van mij, en ik vind die ook zeer correct. Maar een tijdje later bedacht ik plots: eigenlijk is er wél al een facet van het boekenvak waar het Fonds precies doet wat ik hier aanhaalde (alle auteurs democratisch ondersteunen en vooruit helpen), namelijk de gesubsidieerde auteurslezingen. Bij de toekenning daarvan wordt op geen enkele manier de literaire waarde van een werk gewogen. Daar gaat het om leesbevordering, om zoveel mogelijk schrijvers, van álle pluimage, het wat makkelijker te maken een publiek te bereiken door de financiële drempel van een lezing voor scholen, bibliotheken, organisaties en leesclubs wat te verlagen.

Ook dat is ooit anders geweest. In de tijd van Stichting Lezen was het hemeltergend ontransparant wie er op die lezingenlijst mocht staan en wie niet. Ook daar was literaire kwaliteit het argument, en niet leesbevordering (wat voor auteurslezingen een bijzonder vreemde redenering was). Het Fonds heeft daar kordaat het stuur omgegooid toen het het lezingensysteem overnam van SL, en we zijn er allemaal beter van geworden.
Ik geloof ook niet dat er één schrijver is die wil dat er aan dat lezingenbudget zou geknabbeld worden om zo meer werkbeurzen uit te keren…

Het Fonds kan wat mij betreft wel meer proberen te doen dan alleen het subsidiëren van lezingen om ook de schrijvers die ze geen werkbeurs willen of kunnen toekennen het gevoel te geven dat ze voor vol worden aanzien en naar waarde worden geschat. Niet onder de vorm van geld, want dat is er niet. Maar een aantal ontmoetingsmomenten of netwerkgelegenheden zouden bijvoorbeeld niet slecht zijn. Want die zijn er voor schrijvers vaak veel te weinig.
Precies daarom ontstaat voor de buitenwereld ook het beeld van een ‘clubje’ dat altijd voorgetrokken wordt. Die ‘Fonds-schrijvers’ kennen elkaar ook allemaal beter, precies omdat ze elkaar vaak tegen het lijf lopen op evenementen die het Fonds organiseert waarvoor zij wel en alle anderen niet uitgenodigd worden. Dat verstevigt alleen maar de percepties, verdiept de kloof, en verhardt het debat.

 

Roularta_386 klein
(c) KV

 

Ik hoop oprecht dat het Vlaams Fonds voor de Letteren en de Vlaamse Auteursvereniging hier bruggen kunnen helpen bouwen tussen alle actoren van het literaire landschap, ook onder auteurs zelf. Ook schrijvers kunnen daar elk voor zich een steentje aan bijdragen, door uit onze bolwerken van misnoegdheid en ons grote gelijk te komen. We moeten samen de diversiteit van ons literair ecosysteem koesteren, versterken en waarderen. Want het is prachtig, en het ligt in deze weinig evidente tijden almaar harder onder vuur.

Who cares wie er uiteindelijk de geschiedenis ingaat? We hebben elkaar gewoon allemaal nodig. Want zonder de kruid- en struiklaag zouden er ook geen beukenbomen zijn.

 

 

BXL DORADO – Vervlogen paradijs

Een eerbetoon, een virtuele rondleiding en een beklijvende film

 

De schedels, opgehangen aan de laagste tak van de majestueuze iep, begroeten de bezoeker bij het betreden van de tuin.
Wij zijn dood, grijnzen ze zwijgend, en op een dag ben jij dat ook.

 

Zomerlijnen BXL_124 klein
Werk van Beg-Tsé (c) KV

 

Er is geen betere start denkbaar voor een toertje door het Pacheco Instituut, waar het gros van de BXL Dorado-tentoonstelling staat opgesteld. De tuin, jaren onaangeroerd, is een wild toevluchtsoord, een goed bewaard geheim pal in het Brusselse stadscentrum. De gebouwen die het omsluiten (in lang – en minder lang – vervlogen tijden een godshuis en OCMW-ouderlingentehuis) staan op het punt om ten prooi te vallen aan projectontwikkelaars. Maar hier en nu, op dit gestolen moment, is het een voorrecht om de tentoonstelling hier te houden.

 

Zomerlijnen BXL_126 klein
Pacheco (c) KV

 

Er wordt zowel werk getoond van gevluchte kunstenaars als van geëngageerde kunstenaars van eigen bodem. Terwijl de wereld elke dag donkerder en kouder lijkt te worden, en de vooruitzichten van de mensheid verbleken op vlak van fatsoen en respect voor de mensenrechten, is deze tentoonstelling een statement. Want wij zijn, hoe graag sommigen ons dat ook zouden willen laten vergeten, allemaal gelijk, als het er echt op aankomt.

 

BXL D IMG_1318 klein.jpg
Werk van Nora Theys (c) Jurgen Walschot

 

BXL D IMG_1296 klein.jpg
Werk van Absa Sissoko (c) Jurgen Walschot

 

Er zijn zoveel verhalen om ter harte te nemen en vanaf nu mee te dragen…

… het monumentale beeldhouwwerk van mensen die reikhalzend tasten naar de belofte van een betere toekomst, elk met een spiegel in de mond, zodat de bezoeker die hun gezichten wat beter wil bekijken telkens weer zichzelf ziet.

 

BXL D 33869815_254474498453298_6213349915188264960_n
Werk van Al Balis & Mehdi Khammal (c) BXL Dorado

 

… de harten opengereten door idealen als Broederlijkheid en Gelijkwaardigheid, mogelijk dodelijk gewond.

 

BXL D 34021509_255532078347540_8836199169120010240_n
Werk van Raymon Minnen (c) BXL Dorado

 

… de Arabische kalligrafie, subtiel en breekbaar als vlindervleugels.

 

BXL D IMG_1268 klein.jpg
Werk van Omar Ibrahim (c) Jurgen Walschot

 

… de portretten geschilderd in een opvangcentrum voor vluchtelingen, die de mensen die model stonden in hun eigen handschrift mochten ondertekenen eens de schilderes klaar was, een verzameling gezichten van over heel de wereld die de bezoeker aankijken met hoop, warmte, wanhoop en verdriet geëtst in de lijnen van hun gelaat.

 

BXL D IMG_1283 klein
Werk van Nora Theys (c) Jurgen Walschot

 

… de foto’s van de spookachtig lege overzetboot van Lampedusa naar Sicilië, waar een honderdtal vluchtelingen opeen gepakt zaten in een afgesloten compartiment dat ze niet mochten verlaten, terwijl de fotograaf de lange uren die de reis duurde op zijn eentje door een verder verlaten schip dwaalde.

 

Zomerlijnen BXL_031 (3) ed

Zomerlijnen BXL_091 (2) ed klein
Werk van Jo Struyven (c) KV

 

… de penseelstreken van pijn en hoop, geschilderd op de gefotografeerde gezichten.

 

BXL D 33727728_253798765187538_3535533236010614784_o
Werk van Thomas Israël, in samenwerking met gerenommeerde fotografen (c) BXL Dorado

 

 

… het meedogenloos verglijden van de tijd.

 

BXL IMG_1341 klein.jpg
Zaailing-installatie, tegen het einde van de tentoonstelling (c) Jurgen Walschot

 

__

 

Deelnemen aan dit project was tegelijk een uitdaging en een voorrecht.

Ik had nooit gedacht om politiek of zelfs sociaal geëngageerde Zaailingen te gaan schrijven (en het is niet alsof ik nooit sociaal geëngageerde blogs schrijf, maar hoe giet je politiek bewustzijn in een artistieke vorm zonder dat je gaat preken of ronduit slechte kunst maakt?).

BXL D IMG_1257 klein
Zaailingen (c) Jurgen Walschot

Uiteindelijk creëerden we, speciaal voor de gelegenheid, drie Zaailingen. We lieten ze drukken en kaderden ze in – twee daarvan zijn intussen officieel ‘geZAAId’, als #31 – Aan land en #34 – Pasmunt.
Die werken konden profiteren van de fantastische locatie waar ze opgehangen werden: een schitterende gerenoveerd torentje (uit welke eeuw het dateert, weet ik niet eens zeker: de 18e? de 17de?), compleet met jardin clos, weggestopt achter de façades van de Dansaertstraat, pal naast Passa Porta.

Ik ben er een paar middagen gaan doorbrengen met ‘permanentie’ – tentoonstellingen hebben toezicht nodig – en zelfs op de kalmste momenten was het een ronduit bijzondere plek.

En intussen kennen jullie mij wel een beetje: ik hield er een paar fijne spiegelfoto’s aan over (zie hoger). En ik was niet eens verbaasd dat Jurgen, op de dag dat hij en ik er samen waren, precies dezelfde weerspiegelingen in het oog had. Great minds… 😉

 

BXL D IMG_1270 klein
Ik geef uitleg bij het werk van Jo Struyven (c) Jurgen Walschot

 

We hadden echter nog een ander experiment in onze pijplijn voor deze tentoonstelling: een installatie en een film. Ik lichtte al een tipje van de sluier in de vorige BXL Dorado-blog.

Dit was een heel nieuwe speeltuin, een heel ander medium. Maar eigenlijk deden we gewoon wat we altijd al doen: onze sterktes met elkaar in dialoog laten gaan. Ik wilde meer met mijn stem doen, Jurgen bleek een krak in het monteren van beeld- en geluidsmateriaal.

Kritisch als altijd vroeg hij zich af hoe we het maximum konden halen uit de zeer basale middelen waarmee hij had besloten aan de slag te gaan: papieren bootjes die dreven, kapseisden, zonken. Het leek bedrieglijk simpel: een piepklein papieren bootje, een spiegel, een muur, een klets water. Maar de resultaten waren overdonderend.

 

 

BXL D B I-012.jpg
(c) Jurgen Walschot

 

Ik zag de filmpjes en trok aan zijn mouw dat hij me beelden zou sturen om bij te schrijven. (Er is iets bijzonders aan deze samenwerkinng, waarbij ons betere werk boven komt drijven als we dat van de ander hebben om het op te enten. En het werkt in beide richtingen.)
Zo gauw als hij me een reeks foto’s stuurde, begon ik te schrijven.

__

 

 

BXL D Bootje schoonheid klein
(c) Jurgen Walschot & Kirstin Vanlierde

 

Eens de Zaailingen – volgens de normale werkwijze: tekst en beeld – afgewerkt en naar onze goesting waren, begon ik de teksten in te lezen, in het Nederlands en het Engels. Het vroeg zowat een hele zondag om alles op te nemen, maar ik was er best trots op dat elke Zaailing – na een paar testversies – telkens kon worden vastgelegd in één lange take, van begin tot einde. Geen valse start, niet even pauzeren halverwege, nauwelijks geknip en geplak achteraf (behalve wat Jurgen er qua lagen en effecten nog aan toevoegde).

Toen ik hem het materiaal opstuurde, verwachtte ik niet snel antwoord. Maar geen uur later kreeg ik de boodschap:

shit zeg
ik heb hier net een montage gemaakt
ik krijg het er warm en koud van
dit is zo hard

 

Wat ben ik blij dat we dit hebben kunnen doen.

 

 

__

 

BXL D IMG_1333 klein.jpg
Bezoekers bekijken de Zaailing-film in het Pacheco Instituut (c) Jurgen Walschot

 

De BXL Dorado-tentoonstelling liep vorige week ten einde. Nu is ze niet meer dan een herinnering, een Facebookpagina en een verzameling foto’s.

Het vluchtelingenverhaal is echter nog verre van ten einde. En we kijken, met bezorgd hart, toe hoe de gebeurtenissen van dit tijdperk zich ontvouwen. We hopen dat, als dit allemaal voorbij is, we nog altijd – zoals ik schreef in God ziet alles (zie video) – in staat zijn om onszelf in de ogen te kijken.

 

BXL D IMG_1305 klein.jpg
Werk van Al Balis (c) Jurgen Walschot

 

BXL D IMG_1289 klein.jpg
Werk van Beg-Tsé (c) Jurgen Walschot

 

Zomerlijnen BXL_115 2 klein.jpg
(c) KV

 

 

BXL D IMG_1351 klein.jpg
Werk van Beg-Tsé (c) Jurgen Walschot

 

ZAAILING #34 – Pasmunt

De BXL Dorado-tentoonstelling waaraan Jurgen en ik meewerkten, is afgelopen. Ongeveer op hetzelfde moment weigerde de Italiaanse regering een boot vol vluchtelingen toegang tot de Italiaanse havens.

De geschiedenis heeft de lelijke neiging om zich te herhalen.

We kennen het beschamende verhaal van de MS St. Louis, die de Amerikaanse havens niet binnen mocht en onverrichter zake moest terugvaren naar Europa, waardoor de Joodse families aan boord, die zo dicht bij de veiligheid waren geweest, uiteindelijk toch in de concentratiekampen terechtkwamen. Kritische stemmen waarschuwen al langer voor de parallellen met het pre-Nazitijdperk, maar werden onthaald op onverschilligheid, of kregen als antwoord dat ze niet met hun twee voeten op de grond stonden en beter hun mond zouden houden. Maar als we er al aan twijfelden, dan zijn de overeenkomsten nu niet meer te negeren. De polariserende retoriek, het vergiftigen van de geesten, het voorstellen van steeds verregaandere maatregelen als realpolitik, waarbij bruten in kostuum ons vertellen dat wij het zijn die de slachtoffers zijn, wat ons het recht geeft om een hele bevolkingsgroep te behandelen als ongedierte: aan beide kanten van de Atlantische Oceaan bevinden we ons op dit moment in bijzonder gevaarlijk vaarwater.

Hier staan we dan, aan het einde van de weg, en op een precair kantelpunt.
De poorten zijn gesloten. El Dorado is dicht.

We hadden eerst een andere Zaailing in gedachten om de tentoonstelling een eresaluut te geven. Maar de gebeurtenissen in Italië dwongen ons in een andere richting. Deze Zaailing, Pasmunt, werd ook tentoongesteld, en was speciaal voor de gelegenheid gecreëerd, maanden geleden al.

Ik haat het als kunst profetisch blijkt. Maar hier heb je het dus.

 

ZAAILING #34
Pasmunt

 

Porto di Napoli_2010 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Aan de glanzende tafel waarachter vlaggen halfstok staan opgesteld, voeren mannen en vrouwen die nooit een slok zeewater binnenkregen het woord.
De wereldkaart tussen hen in heeft veel weg van een spelbord. Ze zetten hun pionnen, ze kijken in hun kaarten, houden redevoeringen of zwijgen. Hun onderhandelingen zijn berekeningen, en als ze iets in beweging zetten, hanteren ze strikte maten en gewichten.
Het is een grimmig spel, met hoge inzet en te weinig inkomsten voor alle deelnemers. Ze willen beschermen wat ze hebben, heersen over meer dan ze beheersen.

Maar de grenzen van hun territoria zijn dun, en hun rijkdommen kostbaar en kwetsbaar. Gelukkig is de zee breed genoeg om hen wat uitstel te kopen. Mensenlevens zijn pasmunt aan deze speeltafel voor haaien.

Een voor een zijn ze aan zet, en als iemand een pion verschuift of de grenzen versterkt, kijken alle spelers zwijgend naar hun kaarten. Monden worden harder. Woorden worden grimmiger.

Boten, volgepropt met pionnen die behoren tot geen enkele van de spelers, schuiven gestaag over het speelbord. Of het gaat richting veilige haven dan wel richting storm beslissen de ogen van het lot.

De haaien rondom de tafel hopen in stilte op het laatste.
Wat overboord slaat, is niet meer dan ballast.

 

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.

Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Nigredo*

BXL Dorado #1 – Een verhaal van hoop, dood, en onszelf in de ogen kijken

 

BXL D B I-001
(c) Jurgen Walschot

 

Hoe vertel je een verhaal dat al zoveel keer verteld is? Door de media, door politici, door feiten en cijfers? Een vluchtelingenverhaal?

 

We hapten naar adem en zetten ons schrap. Als je dezelfde woorden lang genoeg herhaalt, luistert niemand nog. Lawaai ligt dichter bij stilte dan op het eerste gezicht lijkt.

 

In Europa zijn we de afgelopen jaren zowat immuun geworden voor de verhalen en het lijden van de eindeloze golven van vluchtelingen die aanspoelen op onze stranden. We hebben stilzwijgend toegestaan dat het bombardement aan beelden en meningen de simpele feiten overschreeuwt: dat niemand zijn leven riskeert, laat staat dat van zijn kinderen, op een levensgevaarlijke reis dwars doorheen een continent en een verraderlijke zee, als hij ook maar enig beter alternatief voorhanden heeft.

Maar feiten zijn zelden zo eenvoudig als ze lijken. Want er is een oorlog aan de gang. Er zijn haat en wantrouwen, diep verankerde ideologieën en internationale bondgenootschappen die beslissen over het lot van onschuldige mensen. Er zijn cultuurschokken, taalbarrières, diepgewortelde angsten en gevoelens van superioriteit. Aan beide kanten.

Te midden van dit alles besloot de New Flemish Primitives Art School, met thuisbasis in Brussel, dat het hoog tijd was om in het vluchtelingenverhaal opnieuw de menselijke beleving centraal te stellen. De organisatie nodigde zowel gevluchte kunstenaars uit als sociaal geëngageerde artiesten van eigen bodem om deel te nemen aan de tentoonstelling BXL Dorado (met een fijne woordspeling in de titel om het El Dorado zichtbaar te maken dat de Europese hoofdstad voor zoveel vluchtelingen symboliseert). De expo vindt plaats op vier dicht bij elkaar gelegen locaties in de hoofdstad, waaronder de Begijnhofkerk (Église Saint-Jean-Baptiste-au-Béguinage). Dit is de plek waar groepen van vluchtelingen meer dan eens asiel vroegen en kregen, en waar ze voor langere tijd kampeerden in de kerk. Het is een plek van grote symbolische betekenis.

Jurgen en ik kregen de vraag of we wilden deelnemen aan de tentoonstelling. Uiteraard, en met plezier.

#23 Dageraad Ndl klein
Zaailing #23

We maakten een aantal Zaailingen die specifiek geënt waren op het vluchtelingenthema. Dat was niet eens zo moeilijk, een heleboel van ons werk steunt op het idee van de buitenstaander die verlangt om tot de groep te behoren, maar die uiteindelijk toch een andere weg inslaat, uit pure koppigheid of meedogenloze nood. Ik schreef een aantal nieuwe teksten (waarvan we er intussen eentje loslieten als Zaailing #31, een dikke twee weken geleden), maar we besloten ook om door te gaan op het motief van onze nieuwjaarskaart deze winter (Dageraad, Zaailing #23), omdat die onwaarschijnlijk goed aansloot bij het thema.

 

Jurgen besloot om te gaan experimenteren met de enscenering van echte papieren bootjes. Hij stelde ze bloot aan het weer, de elementen, water in het bijzonder. Hij schoot filmpjes en maakte foto’s. Zijn beelden bleken bijzonder krachtig.

 

God ziet U, zo zeiden ze dat vroeger. God zag alles, als we de hoeders van orde en rechtschapenheid mochten geloven.
Dan is er nu dus ook iemand die toekijkt hoe scharen van ongelovigen overboord slaan. Hoe ze met opengesperde ogen en geruisloos schreeuwende monden verzwolgen worden door golven die nooit hun naam zullen fluisteren.
 
 
BXL D I-007
(c) Jurgen Walschot

 

De film was een uitdaging. Jurgen wierp me een van zijn halve glimlachjes en zei: ‘Jij wilde toch meer met je stem gaan doen? Leef je uit, zou ik zeggen.’

Dus dat deed ik.

(We zullen de montage van zijn beelden en mijn stemwerk online zetten eens de tentoonstelling achter de rug is. Voorlopig wil ik er alleen over kwijt dat we met dit experimentje nóg een vorm van samenwerken hebben ontdekt die ons bijzonder goed ligt.)

 

__

 

De opbouw, dan.

BXL D IMG_20180513_190214 klein
Aan de slag in het Pacheco Instituut (c) KV

Drie Zaailingprints, waaronder #31, hangen tentoongesteld in de ‘toren’ naast Passa Porta, een prachtig gerestaureerde site.
De film en de installatie die erbij hoort, zijn te zien, net als het gros van het werk van de andere deelnemende kunstenaars, in het Pacheco Instituut, voormalig godshuis, eertijds rusthuis, nu ruïne in verval, op een steenworp van de Begijnhofkerk.

Het opzet is om de film eindeloos te laten afspelen, waarbij de woorden gereciteerd en gezongen worden als mantra’s met daarbij de beelden van zeilende, of zinkende, boten, terwijl tezelfdertijd buiten op een uitvergrote poster met het centrale beeld van de installatie een echt papieren bootje over de donkere wateren zeilt, overgeleverd aan de elementen.

 

Het duister komt opzetten. Nu is het snel voorbij. Luister niet naar hun kreten. Of denk dat het watervogels zijn.
Alles keert terug naar waar het hoort.
 

 

BXL Dorado I-1 klein

BXL Dorado I-2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Het Pacheco Instituut is een ongewoon gebouw, de verzinnebeelding van oude statigheid die zowel fysiek als spiritueel verkruimelt. Wat er nog rondhangt van devotie vermengt zich met de echo’s van vermoeide ouderlingen wachtend op de dood. En nu brokkelt ook het gebouw zelf langzaam af, een brok pleister per keer. Een architecurale studie in sterfelijkheid bij uitstek.

Hier zijn we dus te vinden, de komende maand. We zullen door de gangen dwalen, en in de hoofden naar binnen glippen.

 

BXL D IMG_20180517_153622 klein
Installatie na één week (c) KV

 

We nodigen u uit om de reis te maken. Er zullen geen bezoekers verdrinken, zoveel kunnen we alvast beloven.

Zoveel moed zou u dus toch wel mogen hebben.

 

Als het ons van pas komt, geloven we maar al te graag in het noodlot. We vragen aan de spiegel om ons het mooiste te tonen wat het koninkrijk te bieden heeft. Maar we hebben alleen onszelf om in de ogen te kijken.

 

BXL Dorado I-3 klein
(c) Jurgen Walschot

__

 

*NIGREDO : In de alchemie betekent nigredo (of: zwartheid) verrotting en decompositie. Veel alchemisten geloofden dat alle alchemistische ingrediënten, als eerste stap voor de vervaardiging van de steen der wijzen, heel grondig moesten schoongemaakt en gekookt worden tot een uniforme zwarte substantie.

In analytische psychologie is de term een metafoor geworden voor de ‘donkere nacht van de ziel’, als de persoon zijn innerlijke schaduwen confronteert.

 

 

De BXL Dorado-tentoonstelling is te bezoeken op weekenddagen van 11u tot 18u, tijdens de periode van 19 mei tot en met 10 juni 2018, op de volgende locaties in de Brusselse Begijnhofwijk:

Begijnhofkerk/Église Saint-Jean-Baptiste-au-Béguinage)
Institut Pacheco (Grootgodshuisstraat)
Passa Porta (Dansaertstraat 46)
De Markten (Oude Graanmarkt 5)

ZAAILING #31 – Aan land

 

BXL DORADO affiche 1 klein

 

Het is bijna onmogelijk om in deze tijden niet op een of andere manier beroerd te worden door de complexe problematiek van het vluchtelingenthema. Daarom organiseert de vzw New Flemish Primitive Art School in mei en juni 2018 de tentoonstelling BXL DORADO, vanuit het perspectief van mensen onderweg, die zwerven tussen land en buitenland, tussen cultuur en vervreemding, tussen oorlog en onderdrukking. New Flemish Primitive Art School werkt hiervoor samen met zowel vluchtelingen-kunstenaars als plastische kunstenaars van Brussels-Europese bodem.

In BXL DORADO staat Brussel centraal, als het Eldorado dat het voor ontelbaar veel zoekenden dezer dagen is: de droom van een beter bestaan, de melancholie van verre einders, de drang naar het onbekende.

Wie zijn deze mensen die de benen nemen, die moeizaam hun vleugels uitslaan, hun leven op het spel zetten, verbonden in weinig meer dan doodsangst alles achterlaten om over de wereld te gaan zwerven op zoek naar een lichtpunt, een plek waar ze zich veilig kunnen voelen?

Jurgen en ik nemen deel aan de expo, met een selectie Zaailingen die voor het merendeel speciaal gemaakt werden voor deze gelegenheid en rond dit thema.

Locaties:
Instituut Pacheco > Grootgodhuisstraat 1000 Brussel
Begijnhofkerk > Begijnhofplein 1000 Brussel
Passa Porta > A.Dansaertstraat 46 1000 Brussel
Gemeenschapscentrum De Markten > Oude Graanmarkt 5

Vrij toegankelijk van 11 tot 18u op volgende weekends:
19-20 mei
26-27 mei
2-3 juni
9-10 juni

Neem voor meer info en een blik achter de schermen zeker een kijkje op de Facebookpagina van BXL DORADO.

 

Bij deze laten we alvast een van de tentoongestelde Zaailingen op u los.

 

Aan land
Zaailing #31

 

Zee_2013
(c) Jurgen Walschot

 

De golf brengt je aan land, slap als aangespoeld wier.
Je handen voelen zand, kiezels, schelpen. Het gruis van een oud continent, de verkruimelde dromen van wie hier al veel te lang woont.

Een tweede golf spoelt over je heen, legt zich als een deken om je schouders voor ze zich terugtrekt.
Je hijst jezelf rechtop.

Hier sta je dan, met de zon en het water als getuigen van je tocht.

Je kijkt om je heen en ruikt de geur van wat misschien de toekomst is. Hoop werpt zijn schaduw vooruit als een spoor om te volgen, dwars door de branding heen.

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.

Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

Zaailing stempel klein

 

 

Wat dacht je daarvan?

Angst, pathologisch puberen en blanke suprematie

So you found a girl who thinks really deep thoughts
What’s so amazing about really deep thoughts?
Boy, you best pray that I bleed real soon
How’s that thought for you?

(Je valt dus op een meisje dat heel diep nadenkt
Wat is er zo bijzonder aan heel diep nadenken?
Gast, je hoopt maar beter dat mijn maandstonden snel beginnen
Wat dacht je daarvan?)

 

Ze zingt het al meer dan een week in mijn hoofd, Tori Amos. Ik hou al jaren van haar werk, en Silent All These Years is natuurlijk een klassieker. Maar als een fragment van een liedje onverwacht opduikt in mijn gedachten, zonder dat ik het nummer hoorde, dan wil dat meestal zeggen dat ik eens goed naar de tekst moet kijken omdat er een onbewuste boodschap aan mezelf achter zit.

Behalve mijn bewondering voor Amos’ meesterschap dat ze erin slaagt een compleet plot mét uitgewerkte personages te schetsen in amper vier regels, is wat mij het meeste treft aan dit stukje de gefrustreerde maturiteit van de vrouwelijke stem.

Wat is er zo bijzonder aan heel diep nadenken? Als je een hart in je borstkas hebt en hersens in je kop, waarom zou je dan niet heel diep nadenken?
Ja, waarom niet? Als puber had ik nooit zo’n grote mond, maar ik herken wel dit gevoel.

Dagje Gent_023 zw ed
(c) KV

Ik oordeel niet, het is eerder een soort eenzaamheid, zoals die van een woudloper die een hoge bergpas oversteekt, en met iets van verlangen omkijkt naar de lichtjes in het dorp, veilig beschut in het dal. Zij die daar wonen, hebben geen idee van hoe het er hierboven uitziet, en ze kunnen of willen de tocht niet maken, en hij weet dat zijn thuis niet daar beneden ligt.

Er zijn maar weinig reizigers op dit bewuste pad, dus ja, het wordt wel eens eenzaam. Pas veel later leer je dat je alvast niet de enige bent, en dat er mensen zijn met wie je je verwant voelt, die de lucht op grote hoogte misschien niet op precies dezelfde manier inademen als jij, maar die weten hoe ze de hoge passen veilig kunnen oversteken, en die je binnenhalen als familie.

Dus nee, er is niets bijzonders aan heel diep nadenken. Het vraagt wel een specifiek soort inspanning (of moet ik zeggen: groeiproces?) om dat punt te bereiken, en sinds zoveel mensen het gevoel hebben dat die weg niets voor hen is (of ontmoedigd worden om eraan te beginnen) worden zij die er wel voor kiezen nogal eens bekeken met – in het gunstigste geval – verbazing en – in het slechtste – vijandigheid.

Waarom heb ik het hierover?
Ah, daar is die goeie ouwe Bill Plotkin weer.

Een confronterende uitspraak van deze dieptepsycholoog en wildernisgids is dat de westerse beschaving in zijn geheel de grootste moeite heeft om op te groeien voorbij het stadium van de adolescent. Adolescent in de betekenis van: de neiging hebben om te streven naar aanvaarding binnen de eigen kring, om helden en veroveringen te vereren, en om een onverzadigbare honger voor materieel comfort, erkenning en succes te stimuleren voorbij enige redelijk grens. Ik ben eerlijk gezegd geneigd hem gelijk te geven.

 

Net als zoveel anderen over de hele wereld was ik geschokt door wat er gebeurde in Charlottesville. Maar terwijl ik zat te kijken naar de Vice-reportage over de alt-right leidersfiguur Chris Cantwell had ik het gevoel dat ik Bill Plotkins stelling voor mijn ogen geïllustreerd zag.

1503067513518-Screen-Shot-2017-08-18-at-105506-AM.pngChris-Cantwell17-christopher-cantwell.nocrop.w710.h2147483647

Ik val niet voor clichés, zoveel moge ondertussen duidelijk zijn. En ik weet maar al te goed hoe kwaadheid in feite altijd een vermomming is voor iets wat veel dieper zit, en doorgaans kwetsbaar, bang en triest is. Maar toch dacht ik dat extreem gewelddadig of fascistisch denken een gezicht zou dragen dat leek op een kruising van Rocky en Darth Vader: macho, donker, sterk en totaal overtuigd van het geweld waarvan het doordrenkt was.

Maar de man die getoond werd in de documentaire was niets meer dan een puber. Niet qua leeftijd, uiteraard, en ik wil ook geen seconde suggereren dat hij onschuldig of ongevaarlijk is. Maar luister even niet naar alle vreselijks wat hij zegt, en zoom in op zijn non-verbale taal: de grimmige blikken, de grote mond, de triomfantelijke pose, het vermijden van oogcontact als hij een werkelijk confronterende vraag moet beantwoorden, het gezwaai met wapens… Ik heb precies dit soort gedrag (behalve de wapendracht, goddank!) gezien bij mijn stiefzonen, en bij de honderden leerlingen die ik in mijn jaren als leerkracht in de klas had. Dit is geen volwassen maar wel adolescent gedrag. Alles aan deze man roept: ik ben doodsbang, ik moet mezelf bewijzen en laten respecteren, en ik ga dat op zo’n luide manier doen dat ik er ook mijn eigen angst mee overschreeuw.
Zijn stoere façade verbrokkelde maar al te snel toen hij, als gevolg van de Vice-reportage, doodsbedreigingen ontving. Er zijn beelden waar je hem in tranen ziet, terwijl hij snottert hoe onschuldig hij wel niet is. Alweer: iedereen die een puber in huis heeft, zal dit tafereel al te herkenbaar vinden.

Maar goed, zelfs als veel haat eigenlijk puberale of kinderlijke angst in een agressief jasje is, wat dan nog?
Het houdt hier niet op, jammer genoeg.

In 2008 schreef Bill Plotkin in Nature and the Human Soul, in een passage waarbij hij het heeft over de ‘mannelijke’ (yang) kernkwaliteiten van sommige adolescenten, of dat nu jongens of meisjes zijn (hij heeft het later ook over hun ‘vrouwelijke’ (yin) tegenhangers, maar dat terzijde):

‘Tienerjongens en -meisjes met mannelijke kernen moeten slagen als puberheld. Tijdens het proces waarbij ze een authentieke manier proberen te ontwikkelen om sociaal aanvaard te worden, moeten ze zichzelf bewijzen door de wereld in te stormen, draken te doden en de verdrukten te redden. Of ze nu winnen of verliezen, hun oprechtheid of karakter worden gevormd in het heetst van de ‘strijd’. In posities van leiderschap of onderhandelingen zullen ze eerder de neiging hebben om met grote stelligheid posities in te nemen dan vragen te stellen.
Dat alles is normaal voor jongens en meisjes met mannelijke kernen, maar in een zielsgeoriënteerde omgeving is dit soort puberale heroïek uitgewerkt tegen de tijd dat de jongere een jaar of vijftien is. En zo hoort het ook. Als een man (of vrouw) van dertig jaar of ouder nog altijd bezig is zichzelf te bewijzen door zich te manifesteren als drakendoder, kan hij een ernstig gevaar betekenen voor zichzelf en anderen. Als hij aan het hoofd van een serieus leger of een groot bedrijf staat, kan hij enorm veel schade berokkenen. Als hij de opperbevelhebber is van een nucleaire supermacht kan hij de wereld zoals wij die kennen vernietigen.’

Van vooruitziendheid gesproken.

Ik ben beslist niet de eerste die schrijft dat er op dit eigenste moment een groot verwend kind het Witte Huis op stelten zet met zijn zoveelste woede-uitbarsting. De man die vandaag de controle heeft over de Amerikaanse kernkoppen is het levende bewijs van zowel Plotkins diagnose als zijn ergste nachtmerries.

Wat kunnen we hier in godsnaam tegenover stellen?

Maturiteit.
Diep nadenken.

Dagje Gent_012 cut
(c) KV

Het is een uitdaging die we moeten aangaan als samenleving, als wereldburgers. Dit gaat over onderdrukte groepen hun rechtmatige plaats laten innemen en voorheen gepriviligeerde groepen in contact brengen met hun gevoelens.
Dit gaat over opgroeien tot volwassenen, door onze angsten onder ogen te zien, ze te leren verwoorden en de verantwoordelijkheid te nemen voor alle ballast die we meesleuren van vorige generaties, omdat die ons inzicht nogal eens vervormt.

Dit gaat over volwassen worden en anderen helpen dat ook te doen.

Plotkin, nog een laatste keer:

‘Hoewel vrouwen minstens vijfduizend jaar lang ernstig onderdrukt zijn, en het vrouwelijke aspect voor minstens even lang onderdrukt is (in het bijzonder in mannen), is het probleem niet mannelijkheid maar veeleer immaturiteit. De oplossing is niet om het vrouwelijke belangrijker te maken dan het mannelijke, maar om een zielsgeoriënteerde samenleving te bouwen met meer volwassen mannen en vrouwen dan levenslange adolescenten.

Wat dacht je daarvan?

Je wandelt Mordor niet zomaar binnen

Ik heb een Frodo-en-Sammomentje.

Terwijl ze uitkijken over Mordor, doodmoe en overweldigd door de verwoestende kracht die ze op hun pad zien opdoemen.

qjd5b

In eerdere blogs heb ik mezelf wel eens beschreven als een gier: majestueus zwevend op hoge thermiekstromen, maar afdalend naar grondniveau om daar het nederig werk te doen, dat een apart soort kracht vraagt: donker en rottend materiaal opkuisen.

Veel van dat donker en rottend spul kom ik tegen in het leven van elke dag, en heeft te maken met de pijn die ik zien in de mensen om mij heen. Ik ben geen genezer, in de zin dat het niet mijn roeping is om met hen een therapeutische relatie aan te gaan en hen zo te helpen openbloeien tot sterkere, gelukkiger en gezondere versies van zichzelf. Maar ik neem wél dingen waar die onder het oppervlak stromen, gedragspatronen die ontstonden uit puur overlevingsinstinct tijdens de kindertijd, die onbewust het zaakje hebben overgenomen en nu aan de touwtjes trekken zonder dat we het door hebben. En ik voel de nood om die aan het licht te brengen en daar op een of andere manier iets mee te doen, ten goede.

Vreemd of arrogant als het misschien klinkt, maar het lijkt een beetje op röntgenzicht: ik kijk onder de oppervlaktelaag van de alledaagse redeneringen naar de psycho-emotionele bedrading daaronder. Terwijl het computerprogramma draait, zie ik de energiestromen in de hardware en de software, en hoe alles met elkaar communiceert. Ik kan redelijk goed duiden wat er voor iemand aan de hand is in een bepaald facet van zijn leven, of in meer dan één facet, en als ik dichter mag komen, kan ik vaak nog veel dieper graven.

Groen & jonkies_020.JPG
(c) KV

Ik wil ook echt dat de mensen die ik graag zie (of iedereen, eigenlijk) mogen openbloeien tot sterkere, gelukkiger en gezondere versies van zichzelf, en ik hoop daar een beetje aan bij te dragen door iets te delen van wat ik voel en zie, als ze ervoor openstaan. Ik doe dat heel graag, en min of meer spontaan, want dat röntgengedoe is er altijd, of ik dat nu wil of niet.
Het voelt als een bescheiden manier om iets bij te dragen aan de wereld.

En gelukkig is het niet dat wat voor mijn Frodo-and-Sammoment zorgde.
Hoewel het wel verband houdt met al het bovenstaande, heeft mijn moment van wanhoop eerder te maken met de toestand van de wereld.

Het zal ondertussen wel duidelijk zijn: ik ben een nogal gevoelig mens, en die gevoeligheid is in de loop van de jaren nog aangescherpt door bewust te leren omgaan met al wat ik oppikte én het verfijnen van mijn ambacht (een deur waar een verhaal doorheen mag waaien, zie Zaailing #8).
Voeg daar nog mijn recent verworven bewustzijn over onze constante communicatie met de meer-dan-menselijke wereld aan toe (bedankt, Bill Plotkin and David Abram), en een sjamanistisch aandoende loyauteit ten opzichte van het levende, ademende web van al wat leeft en wat dat ons kan vertellen, en ik weet zeker dat het plaatje duidelijk is: daar sta ik, met al mijn sluizen open, en de wereld stroomt van alle kanten naar binnen.

Een heleboel dingen die op dit moment gaande zijn in de wereld hebben veel weg een giftig, destructief moeras waar de agressieve neoliberale, egocentristische drang om te veroveren, controleren en vernietigen het bewind voert.
Mordor dus, als je het mij vraagt.

Dat is meer duister en verrotting dan ik op dit moment aan kan.

Van Trump tot IS, van het Europese neoliberalisme tot de wereldwijde vernietiging van onze natuurlijke leefomgeving, van de tekenen van enggeestig racisme in de dorpsstraat tot politiek haat zaaien op grote schaal: soms heb ik het gevoel dat ik giftige dampen inadem. En ik raak buiten adem.

Ik heb steeds de hoogten opgezocht — kunst, schoonheid, natuur, het ontastbare of spirituele — om mijn batterijen op te laden. Dat is nog altijd zo. Mijn creatieve werk (Zaailingen, blogs, het boekje dat aan het voortvloeien is uit Stroom) en de tijd die ik neem om mij te verbinden met de natuur worden steeds belangrijker om mij in evenwicht te houden.

Voor mijn werk als journalist heb ik in de loop der jaren stapels boeken gelezen over allerlei sociale en milieugerelateerde kwesties. Ik heb geschreven — ook op deze blog — over de rechten van mannen en vrouwen, over racisme en homofobie.
Ik trek het mij allemaal aan.

Maar als ik blader door de brochures van de uitgeverijen voor het komende seizoen, merk ik dat aarzel om nóg een boek aan te kruisen over vrouwenrechten, sociale ongelijkheid, de staat van het ecosysteem, het politieke landschap, de wereld.
Ik weet niet of ik ze wel wil lezen en in me opnemen. Ik weet niet of ik ze nog kan verteren.

Ik ben moe.
De tegenstand is zo overweldigend.

Ja, ik besef dat ik al zes maand lang geen deftige week vakantie meer heb genomen. Natuurlijk ben ik moe.
Ja, ik besef dat er méér is dan slecht nieuws. Sommige verhalen die ik hoor over hoe gemeenschappen zich engageren en hoe mensen transformeren zijn bijzonder hoopgevend.
Ja, ik besef dat het beter is om één kaars aan te steken dan te vloeken op het duister (Confusius voor president!).

(c) KV

Maar toch: ik ben moe. Ik merk dat ik wil vluchten.
Ik heb er geen zin meer in om nog een petitie te tekenen, nog een smeekbede te delen, nog een argumentatie op te bouwen. Ik heb het gevoel dat ik het moet opnemen tegen Mordor.

Maar net als Frodo weet ik dat doorgaan de enige optie is.

Dus laat ik maar wat bijslapen. Wat kracht opdoen. Laat ik die vakantie maar nemen en ten volle genieten van al mijn creatieve ondernemingen. Ik zal het allemaal nodig hebben als ik mijn einddoel wil bereiken.

Wat dat ook is. Wat de uitkomst ook moge zijn.
De tocht moet gemaakt worden.

(c) KV

Het verhaal, opnieuw en opnieuw

What can I tell you about the choices we make?
I chose this story above all others because it’s a story I’m struggling to end. Here we are, with all the pieces in place and the final moment waiting. I reach this moment, not once, many times, have been reaching it all my life, it seems, and I find there is no resolution.

I want to tell the story again.

That’s why I write fiction – so that I can keep telling the story. I return to problems I can’t solve, not because I’m an idiot, but because the real problems can’t be solved. The universe is expanding. The more we see, the more we discover there is to see.
Always a new beginning, a different end.

(Jeanette Winterson, Weight, 2005)

article-1211764-0651646e000005dc-22
(c) Thomas David / Royal Observatory Greenwich

In verhalen leggen we elkaar de wereld uit, schreef ik ooit in een manuscript dat nog wacht op een uitgever. Wij, mensen, kunnen niet functioneren in deze wereld als we geen verhaal hebben om ons aan vast te houden. De vraag wat we hier op aarde komen doen, of ons leven betekenis heeft en of er een doel is aan ons bestaan, houdt iedereen op zijn eigen manier bezig. Alleen de grootste nihilisten zeggen dat het ze niks kan schelen.

Met religie heeft het niet per se iets te maken; ook seculiere stromingen of atheïsten willen doorgaans een antwoord op die vraag. Vaak komt dat er voor hen op neer dat er geen bedoeling is, maar dat ze ondertussen wel het beste van het leven willen maken, voor zichzelf én anderen.
Het is een eerbaar standpunt, net zo eerbaar als meer spirituele of religieuze antwoorden dat kunnen zijn.

Er zijn talloze verhalen: over dood en wedergeboorte, over Messiassen die kwamen en misschien nog terugkomen, over ethisch en ecologisch leven, over mannen die superieur zijn aan vrouwen, over gelijkwaardigheid, over quantumfysica en snaartheorieën, over klassieke genderrollen en de mens aan het hoofd van de schepping, over diversiteit als enige constante.

Het maakt niet uit welk verhaal je aanhangt.
Verrast? Ik herhaal: het maakt niet uit welk verhaal je kiest om te volgen en om naar te leven.

De cruciale voorwaarde is wel om te beseffen dat het een verhaal is.

original.jpg
 (c) Brad Goldpaint

Trust me, I’m telling you stories.

Het is misschien wel de briljantste oneliner van diezelfde Jeanette Winterson. De grootste kracht van een verhaal is zijn magie om een wereld te scheppen uit niets dan gedachten en keelklanken. We mogen ons erin koesteren, het mag ons troosten, het mag ons een baken verschaffen om richting te geven aan ons leven, onze morele codes te bepalen en ons gedrag te sturen. Dat is ook waar verhalen voor dienen.

Maar het moment dat we vergeten dat het een verhaal is en we het verheffen tot waarheid, gaat het goed fout.

Dan worden wij ‘de goeden’ en de anderen, die niet leven volgens de krijtlijnen van ons verhaal, ‘de slechten’. (Bedankt, Joe Crookston, om dat nog eens zo mooi in herinnering te brengen!). Dan dichten we onszelf als logisch gevolg het recht toe die ander te mogen bekeren, verbeteren, veranderen, vermoorden.
Ook daarover kan Jeanette Winterson meespreken. Als adoptieve dochter van extreem gelovige aanhangers van de Pinkstergemeenschap werd ze grootgebracht met het Woord, en omwille van haar seksuele geaardheid werd ze er uiteindelijk ook verstoten. De boeken die ze erover schreef grijpen je bij je nekvel en kerven in je huid.

Het vraagt een bijzonder soort moed om de spreidstand te aanvaarden om enerzijds het verhaal (welk dan ook) te omarmen als zingevend baken voor ons persoonlijk bestaan, en anderzijds te blijven beseffen dat het maar één van de vele is, een mogelijkheid, een lied, een tijdelijk idee dat ons nu misschien vooruit helpt, maar daarom nog geen universeel bestaansrecht heeft.
Alle misdaden tegen de menselijkheid ooit begaan, ontstonden uit het onvermogen om die spreidstand te bewaren, en het waanidee dat één verhaal de enige waarheid was.

Maar wat zouden we graag een happy end aan het verhaal breien. Is dat niet wat iedereen heimelijk wil, een slotakkoord dat onze versie van de feiten uiteindelijk gelijk geeft?
En dus wachten de ultra-orthodoxen op het Laatste Oordeel, de linker- en rechterflank op de ineenstorting van het politieke, sociale of economische systeem en de atheïsten op het grote niets. En iedereen die hen op andere gedachten probeert te brengen, zullen ze ondertussen wel eens even de vier hoeken van de kamer laten zien.

We blijven het verhaal telkens opnieuw vertellen, en opnieuw, tegen onszelf en tegen iedereen die het (niet) wil horen.

Misschien gaan we ooit begrijpen dat er nooit een happy end komt. Want the real problems can’t be solved. The universe is expanding.

We kunnen alleen proberen het verhaal elke keer beter te vertellen.

NGC7293_(2004).jpg
(c) Hubble Telescope

Indiaan worden

Ik word indiaan.
Als het ooit het moment was, dan wel nu.

Al van toen ik een kind was, genoot ik van de verhalen over het Wilde Westen, vol schermutselingen tussen cowboys en indianen. Ik koos gewoonlijk de kant van de roodhuiden, wat voor aandeel ze ook hadden in het verhaal. Er was iets met hun wilde natuur, hun diepe verbondenheid met het land, hun levenswijze, dat iets wakker riep wat ik alleen maar kan omschrijven als een roep om thuis te komen.

Ik herinner me dat mijn moeder als klein meisje ook dol was op de indianen. Misschien heeft haar vereenzelviging de mijne beïnvloed, maar er was altijd meer aan de hand dan dat.

usa-2006_447

Tien jaar geleden bezocht ik de indianenreservaten in Utah en Arizona en huilde. Reizend door de eindeloze rode woestijn voelde ik steeds weer dezelfde droeve mantra. We can never again go home. Ik had heimwee naar een volk waar ik niet toe behoorde in een tijdperk toen ik niet op aarde leefde. Niet in dit leven, tenminste. Maar de doffe dreun van de pijn gaf het ritme van mijn reis aan, en ik respecteerde dat. Ze leverde de brandstof  voor twee adolescentenromans toen ik thuiskwam. De eerste regels van dat verhaal schreef ik in hotels en op het vliegtuig, in een schrift dat ik in een of ander grootwarenhuis langs een Amerikaanse snelweg had gekocht.

Vandaag lees ik David Abrams monumentale boek The spell of the sensuous, en ervaar ik de levende, ademende wereld om me heen niet alleen scherper dan ooit tevoren, dankzij zijn evocerende stijl  die mij herwortelt in de pulserende bodem van het bestaan als de dierlijke levensvorm die ik uiteindelijk ben; de inzichten die ik krijg door zijn omzwervingen en zijn diepe contemplatie brengen me ook dichter bij het mysterie van de schoonheid van het bestaan, de magie van creatie, en voor de eerste keer in mijn leven kijk ik door de lens van het leven met iets wat lijkt op indianenogen.

Het voelt als thuiskomen. In de wilde natuur. In de magie van het bestaan. In de oude, inheemse culturen die ik al mijn hele leven liefheb zonder echt te begrijpen hoe of waarom.

Vandaag lees ik het nieuws dat de Waterbeschermers van Standing Rock een grote overwinning hebben geboekt door hun vreedzaam verzet, hun gebed en hun onverzettelijkheid om datgene te beschermen wat heilig is.

Ik ben zo lang bezorgd om ze geweest. Ik brandde kaarsen, telkens als het duister al te dichtbij leek te komen. Ik werd geraakt door hun groeiende aantallen, hun verbondenheid, recent nog de aankondiging dat een grote groep oorlogsveteranen naar het kampement afzakten met de bedoeling om te dienen als menselijke schild. Toen ik vanmorgen het nieuws las dat het leger geen toestemming gaf om de pijpleiding door hun gebied (en dat van de Sioux) te trekken, kreeg ik het bijna kwaad.
Voor een keer lijkt het alsof gebed en gemeenschap wonderen kunnen verrichten.
Ik heb nog nooit zo hard een indiaan willen zijn als vandaag.

Ik ben niet naïef.
Ik weet dat er rechtszaken zullen komen, en meer confrontaties. Er is een Trol die op het punt staat de trappen van het Witte Huis te bestijgen, met een leger Orcs in zijn kielzog. De donderwolken zouden nog wel eens een heel stuk donkerder kunnen worden. Maar de hoop die vandaag het licht zag, vanuit het hart en het verzet van een vredelievende en spirituele gemeenschap van inheemse volkeren, zal niet zo gemakkelijk gedoofd worden.

Ik word nu indiaan. Het is de hoogste tijd.