Wat dacht je daarvan?

Angst, pathologisch puberen en blanke suprematie

So you found a girl who thinks really deep thoughts
What’s so amazing about really deep thoughts?
Boy, you best pray that I bleed real soon
How’s that thought for you?

(Je valt dus op een meisje dat heel diep nadenkt
Wat is er zo bijzonder aan heel diep nadenken?
Gast, je hoopt maar beter dat mijn maandstonden snel beginnen
Wat dacht je daarvan?)

 

Ze zingt het al meer dan een week in mijn hoofd, Tori Amos. Ik hou al jaren van haar werk, en Silent All These Years is natuurlijk een klassieker. Maar als een fragment van een liedje onverwacht opduikt in mijn gedachten, zonder dat ik het nummer hoorde, dan wil dat meestal zeggen dat ik eens goed naar de tekst moet kijken omdat er een onbewuste boodschap aan mezelf achter zit.

Behalve mijn bewondering voor Amos’ meesterschap dat ze erin slaagt een compleet plot mét uitgewerkte personages te schetsen in amper vier regels, is wat mij het meeste treft aan dit stukje de gefrustreerde maturiteit van de vrouwelijke stem.

Wat is er zo bijzonder aan heel diep nadenken? Als je een hart in je borstkas hebt en hersens in je kop, waarom zou je dan niet heel diep nadenken?
Ja, waarom niet? Als puber had ik nooit zo’n grote mond, maar ik herken wel dit gevoel.

Dagje Gent_023 zw ed
(c) KV

Ik oordeel niet, het is eerder een soort eenzaamheid, zoals die van een woudloper die een hoge bergpas oversteekt, en met iets van verlangen omkijkt naar de lichtjes in het dorp, veilig beschut in het dal. Zij die daar wonen, hebben geen idee van hoe het er hierboven uitziet, en ze kunnen of willen de tocht niet maken, en hij weet dat zijn thuis niet daar beneden ligt.

Er zijn maar weinig reizigers op dit bewuste pad, dus ja, het wordt wel eens eenzaam. Pas veel later leer je dat je alvast niet de enige bent, en dat er mensen zijn met wie je je verwant voelt, die de lucht op grote hoogte misschien niet op precies dezelfde manier inademen als jij, maar die weten hoe ze de hoge passen veilig kunnen oversteken, en die je binnenhalen als familie.

Dus nee, er is niets bijzonders aan heel diep nadenken. Het vraagt wel een specifiek soort inspanning (of moet ik zeggen: groeiproces?) om dat punt te bereiken, en sinds zoveel mensen het gevoel hebben dat die weg niets voor hen is (of ontmoedigd worden om eraan te beginnen) worden zij die er wel voor kiezen nogal eens bekeken met – in het gunstigste geval – verbazing en – in het slechtste – vijandigheid.

Waarom heb ik het hierover?
Ah, daar is die goeie ouwe Bill Plotkin weer.

Een confronterende uitspraak van deze dieptepsycholoog en wildernisgids is dat de westerse beschaving in zijn geheel de grootste moeite heeft om op te groeien voorbij het stadium van de adolescent. Adolescent in de betekenis van: de neiging hebben om te streven naar aanvaarding binnen de eigen kring, om helden en veroveringen te vereren, en om een onverzadigbare honger voor materieel comfort, erkenning en succes te stimuleren voorbij enige redelijk grens. Ik ben eerlijk gezegd geneigd hem gelijk te geven.

 

Net als zoveel anderen over de hele wereld was ik geschokt door wat er gebeurde in Charlottesville. Maar terwijl ik zat te kijken naar de Vice-reportage over de alt-right leidersfiguur Chris Cantwell had ik het gevoel dat ik Bill Plotkins stelling voor mijn ogen geïllustreerd zag.

1503067513518-Screen-Shot-2017-08-18-at-105506-AM.pngChris-Cantwell17-christopher-cantwell.nocrop.w710.h2147483647

Ik val niet voor clichés, zoveel moge ondertussen duidelijk zijn. En ik weet maar al te goed hoe kwaadheid in feite altijd een vermomming is voor iets wat veel dieper zit, en doorgaans kwetsbaar, bang en triest is. Maar toch dacht ik dat extreem gewelddadig of fascistisch denken een gezicht zou dragen dat leek op een kruising van Rocky en Darth Vader: macho, donker, sterk en totaal overtuigd van het geweld waarvan het doordrenkt was.

Maar de man die getoond werd in de documentaire was niets meer dan een puber. Niet qua leeftijd, uiteraard, en ik wil ook geen seconde suggereren dat hij onschuldig of ongevaarlijk is. Maar luister even niet naar alle vreselijks wat hij zegt, en zoom in op zijn non-verbale taal: de grimmige blikken, de grote mond, de triomfantelijke pose, het vermijden van oogcontact als hij een werkelijk confronterende vraag moet beantwoorden, het gezwaai met wapens… Ik heb precies dit soort gedrag (behalve de wapendracht, goddank!) gezien bij mijn stiefzonen, en bij de honderden leerlingen die ik in mijn jaren als leerkracht in de klas had. Dit is geen volwassen maar wel adolescent gedrag. Alles aan deze man roept: ik ben doodsbang, ik moet mezelf bewijzen en laten respecteren, en ik ga dat op zo’n luide manier doen dat ik er ook mijn eigen angst mee overschreeuw.
Zijn stoere façade verbrokkelde maar al te snel toen hij, als gevolg van de Vice-reportage, doodsbedreigingen ontving. Er zijn beelden waar je hem in tranen ziet, terwijl hij snottert hoe onschuldig hij wel niet is. Alweer: iedereen die een puber in huis heeft, zal dit tafereel al te herkenbaar vinden.

Maar goed, zelfs als veel haat eigenlijk puberale of kinderlijke angst in een agressief jasje is, wat dan nog?
Het houdt hier niet op, jammer genoeg.

In 2008 schreef Bill Plotkin in Nature and the Human Soul, in een passage waarbij hij het heeft over de ‘mannelijke’ (yang) kernkwaliteiten van sommige adolescenten, of dat nu jongens of meisjes zijn (hij heeft het later ook over hun ‘vrouwelijke’ (yin) tegenhangers, maar dat terzijde):

‘Tienerjongens en -meisjes met mannelijke kernen moeten slagen als puberheld. Tijdens het proces waarbij ze een authentieke manier proberen te ontwikkelen om sociaal aanvaard te worden, moeten ze zichzelf bewijzen door de wereld in te stormen, draken te doden en de verdrukten te redden. Of ze nu winnen of verliezen, hun oprechtheid of karakter worden gevormd in het heetst van de ‘strijd’. In posities van leiderschap of onderhandelingen zullen ze eerder de neiging hebben om met grote stelligheid posities in te nemen dan vragen te stellen.
Dat alles is normaal voor jongens en meisjes met mannelijke kernen, maar in een zielsgeoriënteerde omgeving is dit soort puberale heroïek uitgewerkt tegen de tijd dat de jongere een jaar of vijftien is. En zo hoort het ook. Als een man (of vrouw) van dertig jaar of ouder nog altijd bezig is zichzelf te bewijzen door zich te manifesteren als drakendoder, kan hij een ernstig gevaar betekenen voor zichzelf en anderen. Als hij aan het hoofd van een serieus leger of een groot bedrijf staat, kan hij enorm veel schade berokkenen. Als hij de opperbevelhebber is van een nucleaire supermacht kan hij de wereld zoals wij die kennen vernietigen.’

Van vooruitziendheid gesproken.

Ik ben beslist niet de eerste die schrijft dat er op dit eigenste moment een groot verwend kind het Witte Huis op stelten zet met zijn zoveelste woede-uitbarsting. De man die vandaag de controle heeft over de Amerikaanse kernkoppen is het levende bewijs van zowel Plotkins diagnose als zijn ergste nachtmerries.

Wat kunnen we hier in godsnaam tegenover stellen?

Maturiteit.
Diep nadenken.

Dagje Gent_012 cut
(c) KV

Het is een uitdaging die we moeten aangaan als samenleving, als wereldburgers. Dit gaat over onderdrukte groepen hun rechtmatige plaats laten innemen en voorheen gepriviligeerde groepen in contact brengen met hun gevoelens.
Dit gaat over opgroeien tot volwassenen, door onze angsten onder ogen te zien, ze te leren verwoorden en de verantwoordelijkheid te nemen voor alle ballast die we meesleuren van vorige generaties, omdat die ons inzicht nogal eens vervormt.

Dit gaat over volwassen worden en anderen helpen dat ook te doen.

Plotkin, nog een laatste keer:

‘Hoewel vrouwen minstens vijfduizend jaar lang ernstig onderdrukt zijn, en het vrouwelijke aspect voor minstens even lang onderdrukt is (in het bijzonder in mannen), is het probleem niet mannelijkheid maar veeleer immaturiteit. De oplossing is niet om het vrouwelijke belangrijker te maken dan het mannelijke, maar om een zielsgeoriënteerde samenleving te bouwen met meer volwassen mannen en vrouwen dan levenslange adolescenten.

Wat dacht je daarvan?

Advertenties

Je wandelt Mordor niet zomaar binnen

Ik heb een Frodo-en-Sammomentje.

Terwijl ze uitkijken over Mordor, doodmoe en overweldigd door de verwoestende kracht die ze op hun pad zien opdoemen.

qjd5b

In eerdere blogs heb ik mezelf wel eens beschreven als een gier: majestueus zwevend op hoge thermiekstromen, maar afdalend naar grondniveau om daar het nederig werk te doen, dat een apart soort kracht vraagt: donker en rottend materiaal opkuisen.

Veel van dat donker en rottend spul kom ik tegen in het leven van elke dag, en heeft te maken met de pijn die ik zien in de mensen om mij heen. Ik ben geen genezer, in de zin dat het niet mijn roeping is om met hen een therapeutische relatie aan te gaan en hen zo te helpen openbloeien tot sterkere, gelukkiger en gezondere versies van zichzelf. Maar ik neem wél dingen waar die onder het oppervlak stromen, gedragspatronen die ontstonden uit puur overlevingsinstinct tijdens de kindertijd, die onbewust het zaakje hebben overgenomen en nu aan de touwtjes trekken zonder dat we het door hebben. En ik voel de nood om die aan het licht te brengen en daar op een of andere manier iets mee te doen, ten goede.

Vreemd of arrogant als het misschien klinkt, maar het lijkt een beetje op röntgenzicht: ik kijk onder de oppervlaktelaag van de alledaagse redeneringen naar de psycho-emotionele bedrading daaronder. Terwijl het computerprogramma draait, zie ik de energiestromen in de hardware en de software, en hoe alles met elkaar communiceert. Ik kan redelijk goed duiden wat er voor iemand aan de hand is in een bepaald facet van zijn leven, of in meer dan één facet, en als ik dichter mag komen, kan ik vaak nog veel dieper graven.

Groen & jonkies_020.JPG
(c) KV

Ik wil ook echt dat de mensen die ik graag zie (of iedereen, eigenlijk) mogen openbloeien tot sterkere, gelukkiger en gezondere versies van zichzelf, en ik hoop daar een beetje aan bij te dragen door iets te delen van wat ik voel en zie, als ze ervoor openstaan. Ik doe dat heel graag, en min of meer spontaan, want dat röntgengedoe is er altijd, of ik dat nu wil of niet.
Het voelt als een bescheiden manier om iets bij te dragen aan de wereld.

En gelukkig is het niet dat wat voor mijn Frodo-and-Sammoment zorgde.
Hoewel het wel verband houdt met al het bovenstaande, heeft mijn moment van wanhoop eerder te maken met de toestand van de wereld.

Het zal ondertussen wel duidelijk zijn: ik ben een nogal gevoelig mens, en die gevoeligheid is in de loop van de jaren nog aangescherpt door bewust te leren omgaan met al wat ik oppikte én het verfijnen van mijn ambacht (een deur waar een verhaal doorheen mag waaien, zie Zaailing #8).
Voeg daar nog mijn recent verworven bewustzijn over onze constante communicatie met de meer-dan-menselijke wereld aan toe (bedankt, Bill Plotkin and David Abram), en een sjamanistisch aandoende loyauteit ten opzichte van het levende, ademende web van al wat leeft en wat dat ons kan vertellen, en ik weet zeker dat het plaatje duidelijk is: daar sta ik, met al mijn sluizen open, en de wereld stroomt van alle kanten naar binnen.

Een heleboel dingen die op dit moment gaande zijn in de wereld hebben veel weg een giftig, destructief moeras waar de agressieve neoliberale, egocentristische drang om te veroveren, controleren en vernietigen het bewind voert.
Mordor dus, als je het mij vraagt.

Dat is meer duister en verrotting dan ik op dit moment aan kan.

Van Trump tot IS, van het Europese neoliberalisme tot de wereldwijde vernietiging van onze natuurlijke leefomgeving, van de tekenen van enggeestig racisme in de dorpsstraat tot politiek haat zaaien op grote schaal: soms heb ik het gevoel dat ik giftige dampen inadem. En ik raak buiten adem.

Ik heb steeds de hoogten opgezocht — kunst, schoonheid, natuur, het ontastbare of spirituele — om mijn batterijen op te laden. Dat is nog altijd zo. Mijn creatieve werk (Zaailingen, blogs, het boekje dat aan het voortvloeien is uit Stroom) en de tijd die ik neem om mij te verbinden met de natuur worden steeds belangrijker om mij in evenwicht te houden.

Voor mijn werk als journalist heb ik in de loop der jaren stapels boeken gelezen over allerlei sociale en milieugerelateerde kwesties. Ik heb geschreven — ook op deze blog — over de rechten van mannen en vrouwen, over racisme en homofobie.
Ik trek het mij allemaal aan.

Maar als ik blader door de brochures van de uitgeverijen voor het komende seizoen, merk ik dat aarzel om nóg een boek aan te kruisen over vrouwenrechten, sociale ongelijkheid, de staat van het ecosysteem, het politieke landschap, de wereld.
Ik weet niet of ik ze wel wil lezen en in me opnemen. Ik weet niet of ik ze nog kan verteren.

Ik ben moe.
De tegenstand is zo overweldigend.

Ja, ik besef dat ik al zes maand lang geen deftige week vakantie meer heb genomen. Natuurlijk ben ik moe.
Ja, ik besef dat er méér is dan slecht nieuws. Sommige verhalen die ik hoor over hoe gemeenschappen zich engageren en hoe mensen transformeren zijn bijzonder hoopgevend.
Ja, ik besef dat het beter is om één kaars aan te steken dan te vloeken op het duister (Confusius voor president!).

(c) KV

Maar toch: ik ben moe. Ik merk dat ik wil vluchten.
Ik heb er geen zin meer in om nog een petitie te tekenen, nog een smeekbede te delen, nog een argumentatie op te bouwen. Ik heb het gevoel dat ik het moet opnemen tegen Mordor.

Maar net als Frodo weet ik dat doorgaan de enige optie is.

Dus laat ik maar wat bijslapen. Wat kracht opdoen. Laat ik die vakantie maar nemen en ten volle genieten van al mijn creatieve ondernemingen. Ik zal het allemaal nodig hebben als ik mijn einddoel wil bereiken.

Wat dat ook is. Wat de uitkomst ook moge zijn.
De tocht moet gemaakt worden.

(c) KV

Het verhaal, opnieuw en opnieuw

What can I tell you about the choices we make?
I chose this story above all others because it’s a story I’m struggling to end. Here we are, with all the pieces in place and the final moment waiting. I reach this moment, not once, many times, have been reaching it all my life, it seems, and I find there is no resolution.

I want to tell the story again.

That’s why I write fiction – so that I can keep telling the story. I return to problems I can’t solve, not because I’m an idiot, but because the real problems can’t be solved. The universe is expanding. The more we see, the more we discover there is to see.
Always a new beginning, a different end.

(Jeanette Winterson, Weight, 2005)

article-1211764-0651646e000005dc-22
(c) Thomas David / Royal Observatory Greenwich

In verhalen leggen we elkaar de wereld uit, schreef ik ooit in een manuscript dat nog wacht op een uitgever. Wij, mensen, kunnen niet functioneren in deze wereld als we geen verhaal hebben om ons aan vast te houden. De vraag wat we hier op aarde komen doen, of ons leven betekenis heeft en of er een doel is aan ons bestaan, houdt iedereen op zijn eigen manier bezig. Alleen de grootste nihilisten zeggen dat het ze niks kan schelen.

Met religie heeft het niet per se iets te maken; ook seculiere stromingen of atheïsten willen doorgaans een antwoord op die vraag. Vaak komt dat er voor hen op neer dat er geen bedoeling is, maar dat ze ondertussen wel het beste van het leven willen maken, voor zichzelf én anderen.
Het is een eerbaar standpunt, net zo eerbaar als meer spirituele of religieuze antwoorden dat kunnen zijn.

Er zijn talloze verhalen: over dood en wedergeboorte, over Messiassen die kwamen en misschien nog terugkomen, over ethisch en ecologisch leven, over mannen die superieur zijn aan vrouwen, over gelijkwaardigheid, over quantumfysica en snaartheorieën, over klassieke genderrollen en de mens aan het hoofd van de schepping, over diversiteit als enige constante.

Het maakt niet uit welk verhaal je aanhangt.
Verrast? Ik herhaal: het maakt niet uit welk verhaal je kiest om te volgen en om naar te leven.

De cruciale voorwaarde is wel om te beseffen dat het een verhaal is.

original.jpg
 (c) Brad Goldpaint

Trust me, I’m telling you stories.

Het is misschien wel de briljantste oneliner van diezelfde Jeanette Winterson. De grootste kracht van een verhaal is zijn magie om een wereld te scheppen uit niets dan gedachten en keelklanken. We mogen ons erin koesteren, het mag ons troosten, het mag ons een baken verschaffen om richting te geven aan ons leven, onze morele codes te bepalen en ons gedrag te sturen. Dat is ook waar verhalen voor dienen.

Maar het moment dat we vergeten dat het een verhaal is en we het verheffen tot waarheid, gaat het goed fout.

Dan worden wij ‘de goeden’ en de anderen, die niet leven volgens de krijtlijnen van ons verhaal, ‘de slechten’. (Bedankt, Joe Crookston, om dat nog eens zo mooi in herinnering te brengen!). Dan dichten we onszelf als logisch gevolg het recht toe die ander te mogen bekeren, verbeteren, veranderen, vermoorden.
Ook daarover kan Jeanette Winterson meespreken. Als adoptieve dochter van extreem gelovige aanhangers van de Pinkstergemeenschap werd ze grootgebracht met het Woord, en omwille van haar seksuele geaardheid werd ze er uiteindelijk ook verstoten. De boeken die ze erover schreef grijpen je bij je nekvel en kerven in je huid.

Het vraagt een bijzonder soort moed om de spreidstand te aanvaarden om enerzijds het verhaal (welk dan ook) te omarmen als zingevend baken voor ons persoonlijk bestaan, en anderzijds te blijven beseffen dat het maar één van de vele is, een mogelijkheid, een lied, een tijdelijk idee dat ons nu misschien vooruit helpt, maar daarom nog geen universeel bestaansrecht heeft.
Alle misdaden tegen de menselijkheid ooit begaan, ontstonden uit het onvermogen om die spreidstand te bewaren, en het waanidee dat één verhaal de enige waarheid was.

Maar wat zouden we graag een happy end aan het verhaal breien. Is dat niet wat iedereen heimelijk wil, een slotakkoord dat onze versie van de feiten uiteindelijk gelijk geeft?
En dus wachten de ultra-orthodoxen op het Laatste Oordeel, de linker- en rechterflank op de ineenstorting van het politieke, sociale of economische systeem en de atheïsten op het grote niets. En iedereen die hen op andere gedachten probeert te brengen, zullen ze ondertussen wel eens even de vier hoeken van de kamer laten zien.

We blijven het verhaal telkens opnieuw vertellen, en opnieuw, tegen onszelf en tegen iedereen die het (niet) wil horen.

Misschien gaan we ooit begrijpen dat er nooit een happy end komt. Want the real problems can’t be solved. The universe is expanding.

We kunnen alleen proberen het verhaal elke keer beter te vertellen.

NGC7293_(2004).jpg
(c) Hubble Telescope

Indiaan worden

Ik word indiaan.
Als het ooit het moment was, dan wel nu.

Al van toen ik een kind was, genoot ik van de verhalen over het Wilde Westen, vol schermutselingen tussen cowboys en indianen. Ik koos gewoonlijk de kant van de roodhuiden, wat voor aandeel ze ook hadden in het verhaal. Er was iets met hun wilde natuur, hun diepe verbondenheid met het land, hun levenswijze, dat iets wakker riep wat ik alleen maar kan omschrijven als een roep om thuis te komen.

Ik herinner me dat mijn moeder als klein meisje ook dol was op de indianen. Misschien heeft haar vereenzelviging de mijne beïnvloed, maar er was altijd meer aan de hand dan dat.

usa-2006_447

Tien jaar geleden bezocht ik de indianenreservaten in Utah en Arizona en huilde. Reizend door de eindeloze rode woestijn voelde ik steeds weer dezelfde droeve mantra. We can never again go home. Ik had heimwee naar een volk waar ik niet toe behoorde in een tijdperk toen ik niet op aarde leefde. Niet in dit leven, tenminste. Maar de doffe dreun van de pijn gaf het ritme van mijn reis aan, en ik respecteerde dat. Ze leverde de brandstof  voor twee adolescentenromans toen ik thuiskwam. De eerste regels van dat verhaal schreef ik in hotels en op het vliegtuig, in een schrift dat ik in een of ander grootwarenhuis langs een Amerikaanse snelweg had gekocht.

Vandaag lees ik David Abrams monumentale boek The spell of the sensuous, en ervaar ik de levende, ademende wereld om me heen niet alleen scherper dan ooit tevoren, dankzij zijn evocerende stijl  die mij herwortelt in de pulserende bodem van het bestaan als de dierlijke levensvorm die ik uiteindelijk ben; de inzichten die ik krijg door zijn omzwervingen en zijn diepe contemplatie brengen me ook dichter bij het mysterie van de schoonheid van het bestaan, de magie van creatie, en voor de eerste keer in mijn leven kijk ik door de lens van het leven met iets wat lijkt op indianenogen.

Het voelt als thuiskomen. In de wilde natuur. In de magie van het bestaan. In de oude, inheemse culturen die ik al mijn hele leven liefheb zonder echt te begrijpen hoe of waarom.

Vandaag lees ik het nieuws dat de Waterbeschermers van Standing Rock een grote overwinning hebben geboekt door hun vreedzaam verzet, hun gebed en hun onverzettelijkheid om datgene te beschermen wat heilig is.

Ik ben zo lang bezorgd om ze geweest. Ik brandde kaarsen, telkens als het duister al te dichtbij leek te komen. Ik werd geraakt door hun groeiende aantallen, hun verbondenheid, recent nog de aankondiging dat een grote groep oorlogsveteranen naar het kampement afzakten met de bedoeling om te dienen als menselijke schild. Toen ik vanmorgen het nieuws las dat het leger geen toestemming gaf om de pijpleiding door hun gebied (en dat van de Sioux) te trekken, kreeg ik het bijna kwaad.
Voor een keer lijkt het alsof gebed en gemeenschap wonderen kunnen verrichten.
Ik heb nog nooit zo hard een indiaan willen zijn als vandaag.

Ik ben niet naïef.
Ik weet dat er rechtszaken zullen komen, en meer confrontaties. Er is een Trol die op het punt staat de trappen van het Witte Huis te bestijgen, met een leger Orcs in zijn kielzog. De donderwolken zouden nog wel eens een heel stuk donkerder kunnen worden. Maar de hoop die vandaag het licht zag, vanuit het hart en het verzet van een vredelievende en spirituele gemeenschap van inheemse volkeren, zal niet zo gemakkelijk gedoofd worden.

Ik word nu indiaan. Het is de hoogste tijd.

Echte mannen huilen wél

Nog lang niet alle glazen plafonds zijn doorbroken, maar vrouwen zijn in de westerse samenleving aan een gestage opmars bezig. Tegelijk zien we dat mannen oververtegenwoordigd zijn in de statistieken van misdaad, zelfmoord, dakloosheid en hartkwalen. Bij het diagnosticeren van depressies blijven ze verontrustend laag onder de radar.

Het lijkt op het eerste zicht misschien wat vreemd om ons zorgen te maken over het welzijn van mannen, nu vrouwen eindelijk goed bezig zijn na eeuwen van tweederangsburgerschap een even­waardige plaats in te nemen. Hebben mannen het gewoon niet wat moeilijk met opschuiven en een stukje prijsgeven van het terrein dat hen van ouds­her toekwam om geen andere reden dan dat ze mannen waren?

Die redenering mag goed klinken, maar ze is te sim­plistisch. Er wordt aan de alarmbel getrokken door sociologen, psychologen én door mannen zelf – als die zichzelf dat toestaan. En het is niet verstandig om deze noodsignalen schouderophalend naast ons neer te leggen.

Schoolfeest Sobran 305.JPG

In de prullenbak

Onze samenleving is in de laatste honderdvijftig jaar ingrijpender veranderd dan in alle eeuwen sinds de uitvinding van de landbouw bij elkaar, schrijft BBC-documentairemaker Tim Samuels in Waar is mijn speer. En een aantal van die verande­ringen zetten de behoeften van steeds meer man­nen zwaar onder druk. Samuels mocht in het kader van zijn werk al een blik werpen op plekken die voor veel gewone stervelingen minder evident zijn. (Wij waren alvast nog niet op een workshop ‘vrou­wen aanspreken’ of achter de schermen van een commerciële pornofilmset geweest.) Op andere momenten spreekt Samuels dan weer uit eigen er­varing, en toont zich daarbij opvallend kwetsbaar. Alles bij elkaar biedt zijn boek een verrijkende in­kijk in het hoofd (en de buik) van ‘de man’ – al is het ten allen tijde opletten geblazen met stereotypen, want niet alles gaat in gelijke mate op voor iedereen.

Hebben mannen het gewoon
niet wat moeilijk
met het prijsgeven van een stukje terrein?

De ‘oude’ mannelijke waarden van superioriteit, dominantie en maatschappelijk succes als belo­ning voor hard werk zijn in de westerse samenle­ving naar de prullenbak verwezen. Mannen weten zich verdreven van hun plek bovenaan de voedsel­piramide, en daar blijft het niet bij. Van alle kanten wordt volgens Samuels aan het mentale en fysieke evenwicht van mannen geknaagd. Een partner vin­den waar je tevreden mee bent en een gezin mee wilt stichten, komt hem met de eindeloze stroom mogelijke keuzes via datingsites op het internet voor als een zoektocht naar een speld in een hooi­berg, met torenhoge en verlammende twijfels er bovenop (is er toch niet nóg iemand beter, als ik nog wat langer wacht?). De geest- en emotiedodende routine van het onpersoonlijke kantoorland­schap en het schrijnend tekort aan gezonde fysieke uitlaatkleppen zet­ten veel mannen verder onder druk. De groeiende werkloosheid knaagt aan de zelfwaarde van wie nog altijd te horen krijgen dat hij moet kunnen instaan voor zijn gezin. De misse­lijkmakende bandeloosheid van de moderne porno-industrie ontwricht het gezonde seksuele evenwicht van een hele generatie.

Voor de duidelijkheid – een punt dat ook Samuels meermaals beklem­toont: de problemen van mannen belichten en bespreekbaar maken, is geen kruistocht tegen vrouwen of hun rechten. De vervrouwelijking van een aantal aspecten van de sa­menleving staat niet ter discussie. Wel is het zo dat de opkomst van steeds meer sterke, mondige vrou­wen, ook in leidinggevende functies, een extra facet is dat sommige man­nen verder uit hun evenwicht brengt. De oplossing hiervoor is uiteraard niet vrouwen terug naar de haard te sturen. Maar het betekent wel dat er ándere antwoorden gegeven moeten worden op hoe mannen vandaag hun ambities en behoeften kunnen bevredigen. En die antwoorden zijn er op dit moment vaak niet. Ge­vangen tussen steeds knellender maatschappelijke maatstaven enerzijds en oneindige keuzes ander­zijds, raken mannen het spoor bijster, stelt Samuels. De desastreuze resultaten daarvan zien we steeds duidelijker.

Schokgolf

‘Onderdrukte masculiniteit kan op individueel ni­veau leiden tot mannelijk zelfdestructief gedrag als overmatig drankgebruik, van school getrapt wor­den en het weigeren van psychologische hulp, maar ik durf te suggereren dat ook de huidige opkomst van IS er deels op terug te voeren is. Op een gruwe­lijk toxisch mengsel van mannelijke vervreemding en een bastaardvorm van religieus extremisme,’ schrijft Samuels. ‘De jongeman in Portsmouth die zijn Primark-uniform verruilt voor een legeruni­form in Syrië, zijn saaie kantoorbestaan (en onge­twijfeld ook zijn seksuele frustraties) in een buiten­wijk achter zich laat om samen met zijn broeders de wapens op te nemen, jaagt zeker ook een illu­sie van mannelijkheid na. In alle Europese landen waar mannen niet de economische middelen heb­ben om zichzelf als man te bewijzen, groeien de extremistische partijen.’

Een vrij gelijklopend profiel – dat uiteraard ver­schilt al naar gelang de precieze context – zien we bij het Britse kiespubliek dat voor de Brexit stemde, en bij de verarmde en verbitterde Amerikaanse aanhangers van de volgende president van de VS, Donald Trump. Die laatste lijkt bij momenten wel een soort uithangbord van het oude, patriarchale wereldbeeld met de blanke man als dominant en superieur centrum van het universum. Hij valt daardoor niet alleen in de smaak bij groeperingen als de Ku Klux Clan; een aantal van zijn uitspraken wekken ook de indruk dat hij het zacht gezegd niet erg nauw neemt met de rechten van vrouwen.

Trumps verkiezing zond een schokgolf van ontzet­ting door de Westerse wereld, en niet alleen om wie hij is en hoe hij zich gedraagt. Het feit dat de helft van de Amerikaanse kiezers geen punt maakt van zijn racistische en misogyne uitlatingen is min­stens even verontrustend.

Waar is mijn speer verscheen ruim voor de Ameri­kaanse verkiezingen, maar Samuels woorden klin­ken profetisch: ‘Mislukking, of het idee dat je mis­lukt ben, leidt niet alleen tot een innerlijke ‘crisis’, er komt ook een naar buiten gerichte energie bij vrij: woede. En deze woede is momenteel bijzonder actueel onder blanke mannen, die er altijd van zijn uitgegaan dat de maatschappij en het succes hen toebehoort. Een woede die de schuld aan anderen geeft, vaak aan hen die als obstakels of rivalen voor het eigen beroepsmatig succes worden beschouwd – immigranten, vrouwen, de scherpslijpers van de politieke correctheid – een woede die zich vaak tot extremistische politiek aangetrokken voelt.’

‘Verman je!’

De patriarchale hiërarchie, waarvan iemand als Trump bij momenten de belichaming lijkt, is niet alleen schadelijk voor de vrouwen en minderhe­den – die het doelwit worden van de ‘boze blanke man’ die zijn dominantie wil laten gelden – maar ook voor mannen zelf.

IMG_9911.JPG

Wetenschappers hebben het daarbij over toxic masculinity. Die ‘giftige mannelijkheid’ houdt niet alleen verband met de clichématige ideaalbeel­den die we tot op vandaag ophangen over mannen (stoer, onafhankelijk, kostwinner, overwinnaar), maar ook met de manier waarop we, meestal zon­der het zelf te beseffen, jongens vaak nog altijd con­sequent anders benaderen dan meisjes. Zo verwijst de Amerikaanse psycholoog en gezinstherapeut Terry Real naar onderzoek dat aantoont hoe ouders de neiging hebben om identiek hetzelfde gedrag anders te interpreteren, al naar gelang het geslacht van het kind. Als ze een huilende baby te zien kre­gen waarvan gezegd werd dat het een meisje was, omschreven proefpersonen het kind als ‘bang’. Als ze te horen kregen dat het een jongen was, beoor­deelden ze het gehuil als ‘boos’. Een bang kind ga je sneller troosten dan een boos kind. Van de aller­prilste leeftijd krijgen jongens dus vaak, onbewust en onbedoeld, minder koesterende en empathische signalen van ouders en opvoeders, wat hun emotionele en sociale ontwikkeling mee bepaalt.

Als daar dan ook nog conditionering bij komt met terechtwijzingen als ‘verman je’ of ‘jongens hui­len niet’, ontstaat een situatie waarin alles wat doorgaat voor ‘vrouwelijke’ kenmerken, zoals in contact staan met je emoties, uiten wat je voelt en erover durven praten (Real noemt dat menselijke kenmerken) voor jongens taboe wordt. Zodra er afgeweken wordt van het stereotiepe beeld, komt de mannelijkheid in het gedrang, en tot op vandaag wordt veel jongens van kleins af aangeleerd dat ze een fundamenteel stuk van zichzelf moeten onder­drukken.

De enige emotie die mannen in een genderstereo­tiepe opvoeding of samenleving wél mogen tonen, is woede of agressie. Het mag dan ook niet verras­sen dat mannen vaak veel agressiever uit de hoek komen dan vrouwen. Real maakt zich sterk dat een deel van de gewelddadigheid van mannen als een sociologische groep in feite een acting-out is van onderliggende depressieve gevoelens waar ze geen andere uitlaatklep voor hebben, gevoelens waar ze door de jarenlange sociale conditionering vaak niet eens meer bewust contact mee kunnen maken.

Veel jongens wordt van kleins af
aangeleerd dat ze een
fundamenteel stuk van zichzelf
moeten onderdrukken

De Amerikaanse auteur en opvoeder Tony Porter, die zich inzet voor de rechten van vrouwen en minderheden, beschreef in een beklemmende TED Talk hoe hij zelf als zwarte jongen ‘gesocialiseerd’ werd door de macho-cultuur van de achterstands­wijk waar hij opgroeide. Hij betrapte zichzelf erop dat hij zijn zoon en zijn dochter anders behandelde, en dat hij bezig was een aantal van dezelfde onge­zonde stereotypen die hem zo getekend hadden aan zijn zoon door te geven, en gooide zijn benade­ring om. Giftige mannelijkheid houdt ons voor, ver­telt Porter, ‘dat mannen het voor het zeggen heb­ben, en vrouwen dus niet; dat mannen de leiding nemen en dat je dus maar gewoon moet gehoorza­men en doen wat ze zeggen; dat mannen superieur zijn en vrouwen minderwaardig.’ Andere kenmer­ken zijn het aanmoedigen van geweld (wat je in zijn extreemste vorm vaak aantreft bij straatben­des), het taboe op zwakte tonen en hulp zoeken, het demoniseren van alles wat beschouwd wordt als ‘vrouwelijke’ kenmerken, en de minachting voor iedereen die die tentoonspreidt. Deze houding ver­klaart voor een belangrijk stuk de diepgewortelde en steeds terugkerende problematiek van zowel homofobie als verkrachting, waar zoveel mensen in onze samenleving nog dagelijks het slachtoffer van worden. Giftige mannelijkheid is dus schade­lijk voor álle partijen: jongens worden er emotio­neel door ontmenselijkt, vrouwen en minderheden komen erdoor in gevaar.

Wat kunnen we daar als samenleving tegenover stellen? Tim Samuels breekt een lans (of moeten we zeggen: een speer?) voor dingen die mannen op een positieve manier in hun waardigheid laten, én hen tot gezonde rolmodellen maken voor hun kinderen. Denken we maar aan: jongens de ruimte laten om in contact te komen met hun gevoelens, vaders sociaal of financieel niet discrimineren in hun kansen om voor hun kinderen te zorgen, jon­gens en mannen de kans geven om ‘onder vrienden’ gezonde broederschapsbanden te ontwikkelen en hun nood aan meer fysieke uitlaatkleppen te kana­liseren in sport, contact met de natuur of nuttige fysieke activiteiten.

Dat zijn dingen waar mannen zich bewust van moeten zijn, maar waar ook vrouwen (als moeders en partners) een belangrijke rol kunnen spelen. Als we het serieus menen met het gevecht voor een sa­menleving van gelijke rechten en gelijke kansen, is meewerken aan het neerhalen van de giftige ste­reotypering rond mannen wellicht een van de be­langrijkste dingen die we kunnen doen.

Schoolfeest Sobran 312.JPG

 

 

Dit stuk verschijnt in De Bond van 2 december 2016

Dromen van de werkelijkheid

De ene na de andere digitale mediatitel grijnst me tegemoet.

K&C Versailles 232.JPG

‘Zes manieren om goede kinderen op te voeden’
‘Een goede relatie met je baas en je collega’s helpt burn-out voorkomen’
‘Trump stelt klimaatontkenner aan als minister van Milieu’
‘Protest tegen oliepijplijn wordt bitsiger’
‘Eén op tien ouders kampt met parentale burn-out’
‘Waarom we minder zouden moeten gaan werken’

Stop.

Kunnen we alsjeblieft de waan van de dag laten voor wat hij is? Van de onnozelste lifestyle-tip tot de ernstigste internationale ontwikkeling: zowat alles wat er te lezen valt in de krant illustreert het ontstellende feit dat we vergeten zijn dat het enige wat we hier op deze planeet moeten doen, niet meer of niet minder is dan leven.

We willen ’s morgens opstaan en een ontbijt nemen. We willen onze kinderen naar school brengen zonder dat we hen moeten afsnauwen dat ze zich moeten haasten.
We willen ons in de loop van de dag bezighouden met werk dat we interessant vinden, aan een haalbaar tempo.
We willen ’s avonds de kinderen opnieuw van school gaan afhalen, liefst niet op een uur dat ze eigenlijk al bijna in bed zouden moeten liggen, en rustig met hen hun huiswerk maken, nog wat spelen, eten, voorlezen, genieten.
We willen graag vrienden ontmoeten, voor een gesprek, een glas, een concert of een film.
We willen schone lucht inademen, en gezond voedsel eten.
We willen op tijd kunnen ontspannen en even tot onszelf komen.
We willen ruimte voor de mensen die we liefhebben, in ons gezin, in onze familie, in onze bredere vriendenkring.
We willen samen gelukkig zijn en iets moois van dit leven maken.
We willen dat onze kinderen zich ontplooien en opgroeien tot evenwichtige volwassenen in een veilige wereld.

We willen, hopelijk, dat andere mensen en hun kinderen dit ook kunnen.

Als we elke politieke of economische beslissing die ingaat tegen die eenvoudige en menselijke noden nu eens naar de prullenbak zouden verwijzen?
Als we nu eens werkelijk met ons hart én ons verstand zouden beginnen beslissen wat goed voor ons is, in plaats van voor de gemakkelijkheid achter de grootste brulaap aan te lopen?

Een paar dagen geleden mocht ik deelnemen aan een rondetafelgesprek naar aanleiding van vijfhonderd jaar Utopia. Dromen van een betere wereld mag, nietwaar?

img_0568-ed-cut

Laten we voor een keer nu eens beginnen dromen van een betere werkelijkheid.

Geen andere manier

Herfstaltaar_085.JPG

Hoe doe je dat, reageren op wat je de meest schokkende en gevaarlijkste politieke verschuiving van de afgelopen eeuw vindt? Maar dan wel: zonder al die mensen die op een gevaarlijke fascistische gek hebben gestemd nog verder in de drek te duwen.

Want ik begrijp ze wel.

Wat een vreselijke tegenstellingen hebben we de laatste week weer over en weer horen vliegen. Over extreem-, populistisch en fascistisch rechts, dat het stemvee naar de mond praat om er zelf beter van te worden (wat volgens mij klopt). Over links, dat geen antwoorden had, problemen toedekte of alles bij het oude wilde houden om de elite waar het ondertussen zelf toe behoorde veilig te stellen (wat volgens mij gedeeltelijk klopt, maar zeker niet voor de hele linkerflank).

Ik begrijp dat mensen boos zijn, zich gepluimd voelen door het systeem, zich – terecht – het slachtoffer weten van een globalisering die hen totaal heeft uitgespuwd. Maar wat een ironie dat hun woede zich keert tegen diegenen die net als zij dreigen door het systeem vermalen te worden, precies omdat ze er tegen in opstand komen – immigranten, vrouwen, kritische stemmen – en dat ze in plaats daarvan hun vertrouwen schenken aan de gewetenloze narcisten die deze hele ellende in de eerste plaats gecreëerd hebben.

De woede en de wanhoop van de massa zijn te manipuleren. Dat weten we al eeuwen. Maar in plaats van er een antwoord op te bieden, hebben we ze laten woekeren. En hebben we vanuit het beleid geen menselijke antwoorden kunnen formuleren op de groeiende ellende. De neoliberale elitepraat van nog meer economie, nog meer flexibiliteit, nog meer vrije markt, nog meer geld boven de mens, maakt mij al woest, en ik ben een begoed en opgeleid intellectueel. Wat moet het dan zijn voor iemand die het gevoel heeft dat hij er alles door kwijtraakt?

herfstaltaar_087

Ja, er zit een stuk gefrustreerde mannelijkheid achter de overwinning van de Trol die nu het Witte Huis mag bevolken met zijn Orks.

Ja, er zit een stuk hunker naar oude, veilige tijden (die misschien nooit bestaan hebben maar waar vanuit nostalgie altijd verlangd wordt).

Ja, er zijn ongetwijfeld nog veel vrouwen die vallen voor een alfamannetje dat hen domineert, hoe afstotelijk veel andere, doorgaans meer vrijgevochten of kritische, vrouwen dat ook vinden.

Ja, Johnny en Marina, slecht geïnformeerd als ze zijn maar hun armoede en de uitzichtloosheid meer dan zat, hebben zich laten verleiden tot geloof in deze volksmenner.

Ja, er zijn zelfs hoogopgeleide mensen die het systeem zo spuugzat zijn dat ze bereid zijn te geloven dat de Trol hen een betere toekomst zal brengen.

 

Het enige antwoord is meer menselijkheid. Economie op mensenmaat. Begrip en empathie. Ontmoeting. Kleine initiatieven. Inclusie.
De wereld opbouwen van bij de wortels, uit de klei waar we allemaal vandaan komen.
Onze stem voor een betere wereld en voor meer begrip laten horen.

Protest.

Herfstaltaar_096.JPG

Hoe donker het ook wordt, het is beter om één kaars aan te steken dan te schelden op het duister, zoals Confucius ooit zei.

Laten we de dingen die we zien benoemen voor wat ze zijn. Maar laten we ook mildheid tonen voor wie tot over zijn nek in de ellende zit. Laten we samen proberen hieruit te komen.

Er is geen andere manier.

 

 

 

Transitie, in alle maten en kleuren

Het is goed dat ze van zich laat horen, denk ik als ik in De Standaard het stuk van Aheda Zanetti lees, de Australische moslima die de boerkini ontwierp. Het is goed dat ze haar stem verheft, en dat ze oprecht is. Ik zal haar, en het recht van moslimvrouwen om boerkini’s te dragen – het recht van elke vrouw om wat dan ook te dragen, punt – altijd blijven verdedigen. En er zijn veel redenen om je als vrouw te bedekken, dat schreef ik al.

Maar als ik lees wat ze zegt, bloedt mijn hart toch.

Ze ontwierp de boerkini omdat haar nichtje zich kapot zweette in de dikke kleren die ze droeg om zich te bedekken tijdens het sporten. Dat is eerbaar, en haar ontwerp bracht vrouwen een vrijheid die ze voordien niet hadden.
Alleen – en dat is waarom ik het er toch nog altijd lastig mee heb – wat voor vrijheid? De vrijheid om je in het openbaar te begeven?
Als je anders helemáál de deur niet uit mag, kan ik me voorstellen dat zo’n pak inderdaad vrijheid belichaamt. Maar het is een vrijheid die de echte ongelijkwaardigheid in een gemeenschap ongemoeid laat. Ze geeft geen kritiek op de diepgewortelde opvatting dat vrouwen zich moeten bedekken, ze omzeilt ze.

Quondam_043.JPG

Aheda Zanetti lijkt geen moeite te hebben met de traditionele denkbeelden uit haar omgeving dat mannen en vrouwen fundamenteel andere rechten en plichten hebben, zoveel kunnen we opmaken uit de rest van haar stuk. Ongelijkheden worden in stand gehouden door beide partijen in een cultuur. Mannen mogen dan veel meer vrijheden hebben dan vrouwen, ze dwingen die niet altijd af met bruut fysiek geweld. Hele gemeenschappen werken daar actief aan mee. Door zich te schikken, door opruiende stemmen het zwijgen op te leggen, door de regels te omzeilen maar niet openlijk aan te vechten.
Vrouwenbesnijdenissen – om het even heel confronterend te zeggen – worden ook niet per toeval uitgevoerd door vrouwen.

En ach, ik besef het maar al te goed, vrouwenemancipatie is van zeer lange adem. Het is een proces dat zich op verschillende plaatsen ter wereld op heel andere snelheden in  diverse fases van ontluiking bevindt. Zoals de Amerikaanse coach Tara Mohr het zo heerlijk zegt: we are the transition team. Vrouwen van onze generatie(s) timmeren aan de overgang van het oude patriarchale systeem naar iets beters en evenwichtigers.
En de weg is veelkleurig en lang. Ook hier in het westen krijgen vrouwen nog altijd geen deftig bestaansrecht in de katholieke kerk. Het glazen plafond wordt ook in de rijkste westerse landen nog steeds gelapt door vrouwen. We mogen ondertussen al naar buiten zonder een chaperone, maar ook ons uiterlijk wordt – op een heel andere manier – onafgebroken onder de loep genomen. Wij protesteren daar wel tegen, velen van ons zelfs heel ostentatief, maar dat wil niet zeggen dat al die zaken in een klap opgelost zijn.

Ik wil deze inventieve, oprechte Australische dan ook niet afvallen of ontmoedigen. Maar ik ben het wel grondig met haar oneens dat de boerkini symbool staat voor vrijheid. Of toch voor het soort vrijheid dat ik in gedachten heb, namelijk de evenwaardigheid tussen man en vrouw. Als een man wil dat zijn vrouw zich bedekt, dat hij dan zelf alsjeblieft ook zo’n surfpak aantrekt, denk ik in een moment van frustratie. En dat hij anders zijn ogen dicht doet.

Er is een hemelsbreed verschil tussen je vrij voelen door de regels te omzeilen en werkelijke emancipatie. Anderzijds: is niet alle emancipatie zo begonnen? Met het omzeilen van regels, tot het voor iedereen duidelijk werd dat die eigenlijk oneerlijk en onwenselijk zijn?
Laten we de boerkini toejuichen omdat hij vrouwen een eerste smaakje van vrijheid geeft. En laten we precies daardoor tonen dat hij eigenlijk helemaal niet nodig is.

Een glibberig symbool

De pro-en-contra discussies over de hoofddoek en – bij uitbreiding – de boerkini, ik krijg het ervan.
Hoe eenzijdig kunnen meningen zijn? Dit is een veelkantige kwestie, een netelig onderwerp waar géén makkelijke en eenduidige antwoorden voor bestaan.

Dat komt omdat de ‘bedekking’ (laten we eens een neutrale term gebruiken die de lading helemaal, euhm, dekt) van moslima’s en vrouwen in de Arabische wereld ook helemaal niet zo eenduidig is als ze lijkt. Die bedekking is met alle vuur te verdedigen én te verwerpen, en alles hangt af van de context. Drie snelle schetsen (maar er zijn nog ettelijke varianten mogelijk).

Quondam_042.JPG

Context 1. Een jonge, moderne, zelfbewuste vrouw zoekt naar een vorm van spiritueel bewust leven. Ze heeft een geloof, en ze wil dat niet alleen tonen door de manier waarop ze leeft maar ook door de kleren of de attributen die ze draagt. Dit zijn nonnen, in India of Vlaanderen. Dit zijn moslima’s in Bangladesh, en Native American grandmothers in Arizona. Dit zijn vrouwen die uit volle overtuiging en in alle waardigheid een uiting geven aan een goed dat in deze neokapitalitische wereld bepaald niet enthousiast onthaald wordt: een bezielde manier van bewust leven, in contact met iets wat dieper gaat dan het tumult van alledag.

Context 2. Een jonge vrouw die opgroeit in een cultuur of een regime dat vrouwen ongeveer op dezelfde hoogte acht als huisdieren, en dat hen alle privileges ontneemt. Bedekking is een plicht, en de straf voor ongehoorzaamheid is uitstoting, of erger. Ze weet niet beter (of ze weet het wel), maar ze aanvaardt de omstandigheden uit noodzaak, want er is geen alternatief.
Ze leeft in door IS bezet gebied, en in landen waar leiders zelfs de vrouwen van andere staatshoofden weigeren de hand te schudden.

Context 3. Een jonge moslima, geboren in het seculiere westen, maar dochter van ouders die nog stammen uit het traditionele patriarchaat dat er maar niet in slaagt een evenwicht te vinden in de moderne Westerse context. Het brengt jonge, gefrustreerde hengsten voort die met hun seksualiteit geen blijf weten, maar eist tegelijk nog altijd van meisjes dat ze kuis en respectabel zijn. Deze jonge vrouwen willen deelnemen aan het alledaagse leven op het continent waar ze zijn opgegroeid zonder van hun familie te vervreemden. Als ze hun hoofddoek afleggen, noemen hun broers ze hoeren. Als ze ze ophouden, zijn ze voor ons niet welkom in het openbaar.

In het westen gruwen we van context 2. Het is ook de meest laakbare van de drie. Alleen: deze praktijken vinden plaats op plekken waar wij vanuit onze fauteuils in Europa nauwelijks vat op hebben. Tenzij we stoppen met zo olieafhankelijk te zijn, klinkt onze morele verontwaardiging goedkoop. Momenteel ligt zelfs eisen dat de echtgenotes van onze politieke leiders met evenveel respect behandeld worden als zijzelf al te gevoelig.

Maar de vrouwen van context 1 en 3 hebben niets te winnen bij een veroordeling van hun klederdracht. Of die bedekking nu een uiting is van een bewuste en doorleefde keuze, dan wel van een ongemakkelijk compromis in een cultuurclash die nog volop gaande is, met een verbod zullen we niemand helpen.

Als de vrouw in kwestie een moslima is, dan zullen we haar – een paar hoopvolle idealisten niet te nagesproken – zelden spontaan in context 1 situeren. Zelfs context 3 is voor velen al te moeilijk. Bij het zien van een hoofddoek springen de conclusies maar al te graag naar context 2. En dat hier in het vrije, Westerse Europa! Dat moeten we verbieden!

We sloegen zelden de  bal zo hard mis. En hij gaat als een boemerang in ons gezicht terugkeren.

 

Voor wie het na het volgen van deze blog nog niet wist: ik ben feministe. Ik houd de waardigheid, gelijkwaardigheid en vrijheid van vrouwen hoog in mijn vaandel. Ik kan woest worden van de verhalen over aangerande vrouwen, over vrouwen die uitgemaakt worden voor ‘hoer!’ omdat ze niet bedekt zijn, over vrouwen van wie vier Olympische medailles vergeten worden maar een man die er twee wint gefeliciteerd wordt.

Maar ik word even woest van een stelletje agenten die een vrouw verplichten zich uit te kleden in het openbaar. In elke andere context noemen we dat aanranding. Maar omdat ze moslima is, en omdat we snel in een wet gegoten hebben dat een hele bevolkingsgroep zich anders moet gaan kleden dan ze voorheen deden, verdient ze het?
Tropische temperaturen of niet, vanmorgen kreeg ik het ijskoud bij zien van de beelden.

De jaren dertig zijn inderdaad terug van weggeweest.

 

De courtisane

Ze is intelligent en ze heeft pretlichtjes in de ogen. Ze is perfect gekapt, smaakvol gemaquilleerd, tot in de puntjes gelikt en gelakt.
De courtisane, noem ik haar in gedachten. Al dertig jaar discreet op de achtergrond, onderhouden door de man die haar meeneemt naar New York en Venetië zonder dat zijn vrouw daarvan weet. Ze betrekt een stijlvol appartement met zicht op zee op een boogscheut van een chique Franse badplaats. Ze etaleert zijn gulheid en zorgt goed voor zichzelf omdat ze daarmee ook hem pleziert.

IMG_3916.JPG
(c) André Vanlierde

Ik heb het niet zo voor haar verhalen over waar je net over de grens met Italië de beste merkhandtassen kunt vinden voor veel minder geld, net zoals ik weinig voeling heb met het soort allure dat van haar af dampt als stralingswarmte. Maar ik mag haar wel. Ze is een sterke vrouw, die niet alleen de rijkdom maar ook de littekens die het leven haar heeft bedeeld met waardigheid draagt. Ze heeft kinderen en kleinkinderen, ze heeft zorgen. Haar humor is aanstekelijk en haar vriendelijkheid niet gespeeld. Ze steekt haar muntsigaret op, bewondert het uitzicht en knuffelt de hond, die haar driftig kwispelend begroet – “Comme tu es gentil, toi!”

Net als alle courtisanes is ze niet te onderschatten. Ze is een vrouw van de wereld die weet hoe ze zich onzichtbaar kan maken, en tegelijk zichtbaar voor wie naar haar op zoek is. Ze ziet veel  en ze denkt er het hare van.

Soms spreekt ze die gedachten ook uit. Dat je die massa’s schooiers die in drommen de grens over komen, daar in Italië waar de handtassen zo goedkoop zijn, zeker geen geld moet geven. Dat ze hier niets te zoeken hebben. Dat het zo niet verder kan, dat ze ons onder de voet lopen. Dat ze voor hun land moeten vechten zoals wij honderd jaar geleden hebben gedaan voor het onze, in plaats van te vluchten en ons te komen lastigvallen. Dat ze ze allemaal moesten afvoeren.

De vriendelijkheid verandert in ijs, de charme in beton.

Elke lawine begint met een steentje.
Zo worden er uiteindelijk misdaden tegen de menselijkheid gepleegd, denk ik. Met medeweten, sterker: met goedkeuring. Zo beginnen ze.