Het geschenk

Ik wil bloot zijn
en beginnen
(Paul Van Ostaijen)


Het begon met een liedje.


We treffen elkaar op het plein – er staat wind, het is helder
Ik kom van overal en jij, jij moet nergens zijn
Reizigers rennen op weg naar hun trein
zelfs de wolken hebben hemelse haast
Ik voel hoe de hoop schuilt onder mijn jas
de wereld is twee mensen klein



Soul studies #1 (c) Inaya photography // art by Anthony Gormley



Nee, het begon natuurlijk al veel vroeger, voor er sprake was van welk liedje dan ook. Het begon met een vonk, een moment van vertrouwen, ogen dicht en springen, het onbekende tegemoet. Zo doet het leven dat soms: we krijgen maar heel even de tijd om te aarzelen. En als we niet springen op het moment dat de uitnodiging komt, is het moment onherroepelijk voorbij.

Soms heeft het te maken met professionele keuzes, soms met familiale beslissingen of heel persoonlijke intuïties. Het maakt niet uit: we horen de roep en we besluiten hem te volgen, of niet.

Ik sprong, die keer.
Ik besloot om te vertrouwen, ook al begreep ik niet waar dat vertrouwen vandaan kwam. Maar zoals altijd wanneer de ziel het voor het zeggen heeft, weet die het echt wel beter dan wij.


Mijn handen zochten een melodie
jouw stem was al jarenlang stil
Nu is er dat deuntje dat drijft op de wind…


Een van de grootste geschenken die we iemand anders kunnen geven, is de gave van ruimte: een plek om datgene wat de nood heeft om gehoord te worden te mogen uiten, een veilige plaats om dat wat diep persoonlijk is, doorvoeld en heel erg kwetsbaar, naar buiten te mogen brengen.

Want hoe sterk we ook geworden zijn, ieder van ons blijft kwetsbaar. We dragen wonden mee, diepe oude pijnen die we soms hebben leren bedekken of maskeren, maar die op gekke momenten de kop opsteken en denken dat ze ons, door ons leven te dirigeren, beschermen tegen erger.

Op een bepaald moment moet je ze durven uitspreken. Durven zeggen: dit is wat mij zeer doet, dit is waar ik moeite mee heb. Niet om de ander daarvan de schuld te geven, niet opdat die plotseling allerlei dingen zou gaan doen om jou daarvan te bevrijden – dat kan ook helemaal niet, het is en blijft jouw pijn, jouw wonde. De ander is dan misschien je spiegel, hij is jou nooit iets verplicht.

Maar zo naakt durven zijn, is een geschenk.

(c) Inaya photography // art by Anthony Gormley



Jezelf durven tonen, gezien worden, tot op de bodem van je kwetsbaarheid, dat is voorbij de angst gaan dat je zult worden afgewezen, voorbij de overtuiging dat je sterk moet zijn om geliefd te zijn.

Een ander de ruimte geven om zó kwetsbaar te zijn, is toegelaten worden tot iemands diepste intimiteit, weten en ervaren dat je hun vertrouwen waard bent. Want op dat moment zijn ze een weekdiertje in je handen – zonder schelp.

Waar je je ook bevindt in dit verhaal, koester die kwetsbaarheid.
Ze is zelden pijnloos, maar ze is het mooiste wat er is.



Ik haal mijn angst van onder mijn jas
Jij zegt: wees gewoon wie je bent
Want wie zich niet blootgeeft, die wordt niet herkend.



Soul studies #3 (c) Inaya photograhy // art by Anthony Gormley

Kaders

(c) Inaya photography


Hoe we onszelf soms vastrijden in hokjes van eigen makelij.
Hoe we ons blindstaren op pijn, op het verhaal,
op alles waaraan we ons zo hardnekkig vastklampen
in een poging onszelf te voorzien van houvast.

Ik geloof niet dat het kan, leven zonder kaders.
Ze hoeven gewoon niet altijd getooid met stekels
of glasscherven, de vertrouwde middelen waarmee
we onszelf telkens weer overtuigen dat leven pijn doet.

We mogen de omkadering dankbaar zijn – hoe zouden we
anders onze blik kunnen richten? Maar laten we vanaf nu
dan toeschouwers worden, liefdevol en open, van alles wat
aan onze lens voorbij komt en vervolgens ook weer wegwaait.

(c) Inaya photography