Ze komen

Zaailing #20

verbonden met de Soul Circle

 

zekomen2 klein
(c) Jurgen Walschot

 

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Eerst aarzelend, een enkeling, nog onduidelijk van vorm. Vervolgens meer, helder en goed zichtbaar, met stemmen als lange, diepe echo’s. Ze zijn jong en stralend, ze hebben lachende ogen. Ze zijn oud en statig, met mantels die doen denken aan vleugels, of de rimpelingen van schaduwen op water. Hun woorden zijn webben van betekenis.

In mijn hand heb ik de trom, blank en maanrond, en mijn slagen zijn vastberaden. Ik roep mijn vrienden en ze komen.
Ze groeten mij als een oude geliefde, als een jonge novice. Ze weten dat ik klaar ben, want de sluiers tussen de werelden gaan opzij voor wie er doorheen durft waden. En er is nood aan zwervers die willen oversteken, om mee te terug te brengen wat er wacht aan de andere kant.

Ik roep mijn vrienden en ze komen. Ze zijn met velen want ze weten hoeveel moed de tocht vraagt.
Ze reizen mee op de wind, op het stilte van het zinderende licht.
Ik ben dankbaar dat ze er zijn. In hun aanwezigheid zie ik zoveel scherper. Ik mag de kracht tonen die ik heb. Ik mag de maskers afleggen die ik draag. Ik mag mijn stem laten horen, hoe onzeker die ook klinkt. Ik mag uitglijden en kopje onder gaan, maar ik zal niet verdrinken.

Ik roep mijn vrienden en ze komen.
De trom gromt en gonst. Trillend weeft hij het web van de wereld.
Wat gezaaid is, zal groeien.
Wat gevangen is, zal uitbreken.
Wat leeft, zal sterven.

Ik sta op de rand, met één voet aan elke kant, en de trom als een kloppend hart in mijn handen. Ik laat de stroom door mij heen gaan. Ik ben de stroom.

Ik roep mijn vrienden bij me in de kring.
En ze komen.

 

 


 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

Advertenties

Voor minder ga ik niet

Stralend herfst_015 ed cut klein
(c) KV

De angst om het bij het verkeerde eind te hebben.
De angst om iets slechts te doen.
De angst om te eindigen aan de foute kant van de geschiedenis, van het leven, van Hemel of Hel.
De angst dat sommige dingen nooit meer ongedaan kunnen worden gemaakt en je zullen achtervolgen tot het einde der tijden, leven na leven, tot een of andere persoonlijkheid die toevallig de jouwe is ze in de ogen kijkt en vergeeft.

Kracht is gevaarlijk. Je hanteert ze zo goed als je kan, maar struikelen is zo gebeurd.

Middeleeuwse boeken hebben het over de Ars Moriendi, de Kunst van het Sterven. Ze schetsen de stervende mens in zijn laatste weken, wanneer hij bezocht wordt door de duivel in zijn vele gedaanten. Alle menselijke angsten en verlangens komen aan bod (onze voorouders waren geen onnozelaars!): tijd willen kopen, onze geliefden en aardse bezittingen niet willen loslaten, de angst voor het oordeel – wat voor mens zijn we geweest? Maar de laatste verzoeking is de meest verraderlijke.

Als diepe, wijze zielen konden weerstaan aan alle eerdere verlokkingen, fluisterde de duivel hen in het oor: jij bent speciaal. Je hebt jezelf verheven boven elk van mijn listen, zo krachtig en uitzonderlijk ben jij!
Dat is de ultieme verleiding, en de gevaarlijkste: de illusie van macht. Op een of andere manier bijzonder zijn, uitverkoren of verheven boven de massa.
Van ego gesproken.

Ik schouder nogal wat bagage die te maken heeft met die laatste verzoeking. Ik herken ze. Ik kijk ze in de ogen, nodig ze uit om op het mooie kussentje te komen zitten dat ik heb klaargelegd, en ik wil ze begrijpen. Wat er in grote lijnen op neerkomt dat ik mijn pantsers afleg, en mezelf zo kwetsbaar toon als ik diep vanbinnen weet dat ik ben.

Ik voel dat er een kracht in mij leeft die zich niet meer laat ontkennen. Tegelijk weet ik dat ik voorzichtig moet zijn. Ik heb vroeger dingen kapotgemaakt. Die weg wil ik niet meer inslaan, niet dit keer.

Stralend herfst_025 ed cut klein.jpg
(c) KV

Het enige wat je op het juiste spoor houdt, is de bescheidenheid die komt in het kielzog van de liefde. Die van jezelf, en die van anderen. En ik ben gezegend, in het verleden maar net zo goed heel recent, met mensen die zowat onaangekondigd in mijn leven verschenen zijn en recht door me heen blijken te kunnen kijken. Ik zie ze graag, en dat het gevoel is zo sterk dat er soms tranen bij horen. Ik voel, tot in mijn botten, hoe hun liefde mijn kant op stroomt. Het is diep verrijkend, en zorgt er tegelijk voor dat ik me heel nederig voel.

Terwijl ik stilaan een nieuw terrein betreed – ik voel het, maar ik snap er nog niet de helft van, laat staan dat ik weet waar ik heen ga – stappen ze naar voren uit de schaduwen om aan mijn zijde te staan. En ik loop mijn stuk van de weg, om mijn plaats in te nemen aan die van hen – dit is op elk vlak een wederzijds proces. Oude zielen zijn het, met zuivere harten en een verbijsterende capaciteit om te zien.

Ik voel me gezegend. Zou ik ooit een kompas nodig hebben, dan krijg ik bij deze de geruststelling, en niet één keer maar telkens opnieuw, dat ze er zijn, hier en nu, aan mijn zijde. Ze verschenen op precies het juiste moment.

Ik zal hen eer aandoen. Dat ben ik niet alleen mezelf verschuldigd, maar ook hen.
Voor minder ga ik niet.

Stralend herfst_022 klein
(c) KV

 

Praten met de duivel

Waarom onze demonen doodmaken ons geen beter mens maakt – integendeel

Yamie Fort_091 ed klein
(c) KV

 

Goed en kwaad zijn concepten waar ik al heel lang mee worstel. Mijn hele leven, denk ik.

Als jongere voelde ik me aangetrokken tot sommige van de meer duistere personages in verhalen. Tegelijk probeerde ik degenen die me afstootten aardig te vinden, of op zijn minst toch te begrijpen. Niemand, vond ik, werd met een slechte inborst geboren. Iedereen, in het echte leven en in boeken, kwam met een eigen verhaal, en hun beslissingen of gedrag moesten hun oorsprong vinden in eerdere ervaringen.

Zoals zovelen van ons hier in het Westen werden mijn opvattingen lange tijd beïnvloed door het christendom. In deze traditie zit het idee dat het goede uiteindelijk het kwade overwint er diep ingebakken. Hoewel ik in de regel streef naar meer harmonie en heelheid in mijzelf, sta ik intussen huiverig tegenover deze archetypische tweespalt waarbij de helft van het spectrum een vijand zou zijn die niet zozeer gerespecteerd of weerstaan moet worden, maar wel totaal vernietigd.

Ik vrees dat hier een van onze grootste misverstanden speelt.

Begrijp me niet verkeerd. Dit is geen pleidooi voor geweld of haat, voor liefdeloze ouders, sadistische leraren, genadeloze dictators of zieke geesten van wat voor allure dan ook. Ik geloof oprecht dat we allemaal beter af zijn als we ons gelukkig en gezond voelen, en onszelf en elkaar respecteren en graag zien.
Alleen denken we dat we een aantal dingen moeten vernietigen om dat punt te bereiken.

Jaren geleden volgde mijn moeder een opleiding rond persoonlijke ontwikkeling waar ze heel veel van opstak. Hoewel ik die bewuste cursus zelf niet ging volgen, plukte ik wel de vruchten van de ideeën die ze mee naar huis bracht. Een daarvan was het concept van ‘the Judge’.

We kennen hem allemaal. Sommigen noemen hem misschien de Innerlijke Criticus, anderen zien hem (of haar) als een ouder, een vroegere leerkracht, een bang of boos stuk van henzelf. Het is dat kleine, zeurende stemmetje in ons achterhoofd dat overal kritiek op heeft en ons er mentaal van langs geeft omdat we niet goed genoeg, dapper genoeg, sterk genoeg, mooi genoeg zijn, vergeleken met een of andere onhaalbare maatstaf.

Mama’s leraar in de opleiding zei haar: ‘Kill the f*cking Judge’. Hoewel hij helemaal gelijk had dat naar die innerlijke litanie luisteren en geloven wat ze zegt niets waardevols bijdraagt en ons alleen maar diep ongelukkig maakt, verlieten we in onze familie algauw zijn concrete aanpak. In plaats daarvan benaderde mijn moeder haar Judge op een andere manier. Ze kocht een snoezig kussentje, en stelde dat tentoon in de woonkamer als een decoratief element op een bijzettafeltje, een plek waar je het absoluut niet kon verwarren met iets om op te gaan zitten. Dit was de plek waar haar Judge zich mocht ontspannen en uitrusten, telkens als hij zijn opwachting maakte. In plaats van uit alle macht te proberen hem te doden, stond ze hem een adempauze toe en zei dat hij zich daar lekker mocht nestelen.

Ik hou van die tweede aanpak. Hoe makkelijk (of moeilijk) het ook is om onze angsten, fouten en innerlijke demonen onder ogen te zien, ik kan getuigen dat ze met mildheid benaderen een veel dieper en lonender traject is dan ze proberen uit te roeien. Ze zijn een deel van ons, en vaak hebben ze ons ook op een of andere manier geholpen, door ons te beschermen, te waarschuwen of ervoor te zorgen dat we twee keer nadachten. Vaak hadden ze helemaal niet de bedoeling de hinderlijke klieren te worden die ze nu zijn. Soms duwden we ze diep weg omdat we niet naar ze wilden kijken, en in het donker voedden ze zich met al wat ze konden vinden en groeiden uit tot iets kwaadaardigs en angstaanjagends, terwijl ze eigenlijk nog altijd hunkerden naar onze liefde en begrip.

Je heelt jezelf niet door de stukken van jezelf dood te maken die je niet aanstaan. Je vindt heelheid door goed naar ze te kijken en mild voor ze te zijn.

Hetzelfde geldt voor elk gevecht tussen het zogenaamde Goed en Kwaad.

 

Yamie Fort_069 ed klein
(c) KV

 

Het behoeft geen discussie dat sommige gedachten en daden ethisch mooier of gezonder zijn dan andere. We kunnen evenmin ontkennen dat sommige daden moreel verwerpelijk zijn en zorgen voor veel lijden. Maar door ze te behandelen als iets wat uitgeroeid moet worden, voeden we alleen hun verdedigingsmechanismen. En als we vasthouden aan onze missie om ze te vernietigen, worden we geen beter mens maar de koude, harteloze, onverzoenlijke versie van onszelf. In plaats daarvan zouden we beter op zoek gaan naar een mooi kussen.

En wanneer onze angsten en fouten, onze verborgen of minder fraaie aspecten en alles wat we verafschuwen aan onszelf of de wereld daar dan plaatsnemen, omdat we ze hebben uitgenodigd en ze voelen aan dat we te vertrouwen zijn, dan moeten we ook de moed hebben om ze in de ogen te kijken en een gesprek te beginnen.

Sporen

Zaailing #19

 

Het leven, weet hij, trekt sporen voor wie ze kan volgen.
En dat is hoe hij leeft: zonder halt te houden.

De monotonie van onderweg zijn went. Maar telkens als hij achterom kijkt, vreest hij aanstormende lichten. Zijn reflexen zijn getraind om inderhaast uit de weg te springen. Voor je het weet, heeft het verleden je ingehaald en dendert het als een trein over je heen. Wie zich laat verleiden om stil te staan, strandt in het beste geval in een tussenstation.

Zoals zij.

 

Londen 2017 1
(c) Jurgen Walschot

 

Natuurlijk is hij niet op haar toe gestapt. Wie een schim is in zijn eigen leven weet dat er niet zoiets als houvast bestaat. Hij stelt zich tevreden met toekijken van op een afstandje. Een gestolen moment.

Zou het fijn zijn om naast haar te zitten, daar op die bank, en oprecht te geloven dat er straks een trein stopt, met deuren die vanzelf opengaan om hen binnen te laten?
Hij ziet het zichzelf bijna doen. Hij ziet haar zelfs opkijken en glimlachen, met donkere, glanzende ogen.

Ze laat hem twijfelen. Iets aan haar klopt niet met zijn verhaal. Is ze echt gestrand? Haar pad lijkt meer berusting te kennen dan het zijne, wie weet zelfs een gelukkig einde. Hij gunt het haar.
Hij wil er niet komen spoken.

Hij leest de grijnzende letters op het scherm. Hij heeft geen bestemming maar het is tijd om te gaan.
Een laatste blik over zijn schouder, voor hij zich laat meevoeren langs de gesyncopeerde lijn van licht, verder de nacht in.

Zo wil hij het zich herinneren, de volgende keer als hij achterom kijkt.
Een tussenstation dat heel even voelde als een thuis.
Haar schoonheid, in een tafereel dat seconden lang stilstond terwijl de tijd, voorbij razend als een verduisterde trein, hen ongemoeid liet.

 

 


ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein

 

Mama kronen

Een reis naar de wortels van Oude Wijsheid

Kingley Vale_359
(c) KV – De toegang tot Kingley Vale

Na de diepe, vervullende fases van een leven in dienst van de ziel, zegt ecopsycholoog Bill Plotkin, bereikt de persoon die de roep van de ziel hoorde als Zwerver, die haar leven er als Leerling ten van dienste stelde en die de wereld het beste van haar talenten schonk in de hoedanigheid van Meester, het punt waarop ze overgaat naar het stadium van Oude Wijsheid.

Op dat moment begint het leven minder te draaien om Doen en maken, en meer om Zijn, voeden en inspireren.
Wanneer de jongvolwassene zich, geraakt door de roep van haar ziel, terugtrekt in een metaforische cocon en oversteekt naar de spirituele helft van het leven, dan gaat ze in Plotkins woorden door een proces van Zielsinitiatie. Ze voelt een verhaal, een krachtig beeld, de aantrekkingskracht van iets wat sterker is en dieper gaat dan haar ego of persoonlijkheid alleen, en ze voelt zich geroepen om zich ten dienste te stellen daarvan. Zielsinitiatie markeert het begin van de magische helft van het leven.

Een gelijkaardige monumentale overgang vindt plaats wanneer de bezielde volwassene de fase van Oude Wijze bereikt. Plotkin noemt dit de ‘Crowning’, een prachtige samentrekking van de Engelse woorden ‘crone’ (oude vrouw) and ‘crown’ (kroon), en verbindt zo meteen de charmes van hoge leeftijd en het waardige, bijna koninklijke van vergevorderde geestelijke evolutie.

Mijn moeder vierde afgelopen december haar zeventigste verjaardag. Mijn zus en ik wilden iets speciaals en symbolisch doen met haar, dus we besloten haar mee te nemen op een verrassingsreisje naar Engeland. We wilden niet alleen haar verjaardag vieren, maar ook haar overgang naar de status van Oude Wijze.

Onze moeder is een mooie, wijze en grappige vrouw met een hart groot genoeg om de hele planeet en iedereen erop te omarmen. En op sommige momenten in haar leven is dat ook precies wat ze gedaan heeft. Ons huis was altijd een haven voor mensen om te landen: voor het avondeten, voor een nacht, voor een paar jaar. Haar regenboogkinderen, noemden we ze. Sommigen waren zo oud als wij, een paar waren ouder, de meesten jonger. Ze hield van ze en vertroetelde ze en hielp ze hun leven weer op de rails krijgen als dat was wat ze nodig hadden.

Haar dagen van oeverloze zorg zijn nu enigszins voorbij. Te veel artrose en andere (godzijdank goedaardige) ouderdomskwaaltjes hebben een halt toegeroepen aan haar onafgebroken rondrennen en verzorgen – hoewel ze er soms nog wel eens in vervalt en de fysieke gevolgen achteraf voor lief neemt.

Maar tegelijkertijd is ze wijzer geworden. We hebben dezelfde opleidingen gevolgd en veel ervaringen gedeeld in de loop van de jaren, en zij is de eerste om aan iedereen te vertellen wat voor sterke vrouwen haar dochters geworden zijn, maar wij weten dat dat maar de helft van het verhaal is. Mama kan je aankijken, peilen tot diep in je ziel en naar boven komen met informatie waar je heel stil van wordt omdat ze zo ontzettend juist is. Ik heb er niets mee te maken, zegt ze, ik geef maar door wat ze mij ‘daarboven’ vertellen. Dat is geen valse bescheidenheid. Maar bescheiden zijn betekent soms ook dat je jezelf onterecht niet voldoende waardeert. Dus wilden we mama’s wijsheid vieren, haar diepe ervaring, en natuurlijk ook gewoon het feit dat ze onze moeder is.

Mama is een makkelijke persoon om te verrassen. Ze laat zich meevoeren op de stroom en vraagt zich niet te veel af. Ze is opgetogen als blijkt dat ze iets niet zag aankomen, en verwelkomt alles wat haar kant op komt – behalve misschien de tegenliggers in een land waar mensen links rijden. Omdat we reisden met onze eigen wagen, was de passagier vooraan degene die al het aankomend verkeer op zich zag afkomen. Na twee uur op de Engelse wegen ruilde mams haar plek met plezier voor eentje op de achterbank.

Kingley Vale_081
(c) KV – Storm bij The Seven Sisters

Onze eerste stop was Beachy Head, waar we uitkeken over The Seven Sisters, de adembenemende krijtkliffen van de Engelse zuidkust. Het weer was stormachtig en subliem.

Het was de perfect plek om je verbonden te weten met de elementen. We zaten met ons drieën ongestoord op een bank, en stemden ons af op wat de wind en de zee ons wilden vertellen. We luisterden naar wat gezegd werd: over onszelf, voor de ander. We deelden de boodschappen. Toen lieten we al het oude dat mocht losgelaten worden gaan, in de wind, of met de golven.

We reden door tot in West-Sussex naar the Hamblin Trust, het domein waar we twee nachten zouden verblijven in een van hun knusse chalets. Ik dwaalde door de tuin in het schemerlicht van de vallende avond, en de volgende ochtend.

Na het ontbijt hadden we maar tien minuutjes nodig tot aan de plek die de eigenlijke bestemming van deze hele trip was: Kingley Vale, waar in een bosje-in-een-bos The Watchers staan, de oudste taxusbomen ter wereld. Een aantal van deze knoestige reuzen zijn tweeduizend jaar oud. Waar konden we mama’s Crowning beter vieren?

Maar het bleek toch een beetje een uitdaging. Bij de eerste oude taxus die mama zag toen we wat dieper het bos in gingen, maakte ze bijna rechtsomkeert. Hij zag er dreigend uit, vond ze, en er hing iets donkers en gevaarlijks omheen.

Grappig genoeg was dit een boom die mij heel erg aansprak. Ik liep er naartoe om hem aan te raken, en voelde onmiddellijk hoe een diepe warmte door mijn buik ging. Mams keek huiverend toe van op een afstandje.

Toegegeven, taxussen zien er op het eerste gezicht niet erg knuffelbaar uit. In hun jeugd zijn ze op hun best elegant, maar met hun donkere stammen en naalden van een donkergroen dat soms meer wegheeft van zwart, zijn ze nogal sombere verschijningen. Hun felrode bessen fleuren het geheel misschien wat op, maar gezien het feit dat zowat elk onderdeel van de taxus dodelijk giftig is voor de mens, is dat toch maar een karig soelaas. Zoals elke zeer oude boom wordt een oude taxus knoestig, bobbelig en verwrongen, met takken die alle kanten op gaan en dode stompen die nog uitsteken. We stonden dus niet meteen oog in oog met een grote lieve omaboom, maar eerder met iets wat leek op een kruising tussen een norse oude olifant en een tentakelig monster uit een of andere horrorfilm.

Tot je ze aanraakt.

Kingley Vale_399.JPG
(c) KV

Taxussen voelen zacht onder je handen, en als je een beetje gevoelig bent voor bomen, dan is een ontmoeting met oude reuzen als deze echt wel bijzonder.

Het vroeg wat overredingskracht, maar uiteindelijk wilde mama er wel een aanraken.

Vanaf dan begon het makkelijker te gaan, hoewel het nog even duurde vooraleer mama een boom gevonden had waar ze echt een band mee voelde. Pas toen lukte het beter om de diepe, krachtige schoonheid van de ouderdom te voelen doorheen de donkere, sombere verschijning. De zon maakte nu en dan haar opwachting – dat hielp ook. (Het Engelse weer deed al wat het kon om zijn wispelturigheid te bewijzen: we schakelden op twee uur tijd drie keer van dreigende wolken naar stortbuien naar stralende blauwe hemel. Het gezegde ‘if you don’t like the weather, wait five minutes’ bleek een stevig feit.)

Na een uur van wandelen, zitten, aanraken en voelen, keerden we terug naar de ingang van het bos. Daar vonden we ‘mijn’ boom terug.
Mama was verbaasd dat ze hem eerder zo eng had gevonden. Ik van mijn kant begreep precies waarom hij voor mij zo goed werkte: oud genoeg om indrukwekkend te zijn, met een massieve stam en kroon, maar nog niet zo verweerd als zijn stokoude verwanten. En zijn plek: aan de rand, als een wachtpost op de grens tussen werelden.

Dat past bij mij.

In de namiddag na die wandeling hadden we voor mama een aromatherapie-massage geboekt bij een lieve dame waarnaar ze later verwees als haar ‘petemoei’.
We aten heerlijke Indische curry in een nabijgelegen restaurant, en namen de volgende ochtend afscheid van the Hamblin Trust.

We stopten nog bij het haventje van Bosham voor een paar cadeautjes en souvenirs uit het Arts and Crafts center (ik kocht een heerlijke cape voor alledaags gebruik, en ik kreeg een andere die ik voor het eerst zal aantrekken op de Soul Circle als geschenk van mijn zus). We lunchten in het Breeze Cafe, met een mooi zicht op de zee-inham waar het opkomend tij niet alleen naar goede gewoonte de promenade onder water zette, maar ook het busje van een nietsvermoedende kayakker, die bij zijn terugkeer duidelijk niet gerekend had op zo’n maritiem enthousiasme.

Kingley Vale_618.JPG
(c) KV – Bosham bij hoog water

Je onderschat de kracht van het vrouwelijke element maar beter niet, denk ik zo…

Onze drie moeder-en-dochter dagen hebben ons zacht gezegd een hap magie gegeven om op terug te kijken.

Sant in eigen land

BW17-banner-web

Ik ben opgegroeid in een dorp dat ik nooit heb leren kennen.

Dat had verschillende oorzaken. Een provinciale viervaksbaan sneed een handvol straten – waaronder die van ons – af van de rest van het dorp. Die oversteken was als kind geen sinecure. Daarbij kwam dat we bij mijn grootouders woonden, en zij om diverse redenen al jaren zowat alle contact met hun dorpsgenoten schuwden. Omdat mijn moeder bovendien lesgaf op een school in de stad een beetje verderop, gingen mijn zus en ik daar dus ook naar school, en niet in het dorp.

Ik heb een fijne kindertijd en een warme thuis gehad, maar nooit een sociaal weefsel op de plek waar ik woonde. Dat vond ik niet erg. Want wat je niet kent, mis je niet. Mijn vriendinnetjes woonden in de stad of in andere deelgemeenten. In het dorp zelf kende ik vrijwel niemand.

Toen mijn man en ik naar Hamme verhuisden, deden we dat omwille van de locatie en omdat we verliefd geworden waren op een tuin waarin toevallig ook nog een huis stond – zoals mijn moeder dat indertijd niet onterecht uitdrukte. Ook hier kenden we niemand, maar dat maakte voor mij niets uit. Dat was ik gewend.

Ik was erg verrast en gecharmeerd om een paar jaar later gecontacteerd te worden met de vraag of ik als ‘Hamse auteur’ aanwezig wilde zijn op het Boekenweekend. Die allereerste editie moest ik om gezondheidsredenen passen, maar het jaar nadien was ik van de partij. Wat een fijn concept was dit! En wat een aardige mensen leerde ik er kennen.
Alles ademde de boodschap: jij hoort erbij, jij bent hier thuis. Dat was een nieuwe ervaring voor mij.

Toen ik het jaar daarop gevraagd werd om mee in de organisatie van het Boekenweekend Hamme te komen, leerde ik de ploeg gemotiveerde vrijwilligers achter het mooie concept kennen. De vergaderingen waren interessant, en ik vond het fijn om mijn steentje bij te dragen en dit evenement mee uit de grond te stampen. De après-vergaderingen waren steevast momenten van hartelijk samenzijn. Ook hier hoorde ik erbij. Ik hoorde verhalen over kinderen, ouders, achternonkels, vergeten anekdotes en hoe sommige mensen in dit dorp soms al sinds generaties aan elkaar gelinkt waren. Ik hoorde over de geschiedenis van het dorp dat nu het mijne was, en waar ik voorzichtig mijn wortels wat dieper stak.

Boekenweekend_077

De mensen die ik dankzij het Boekenweekend in mijn hart sloot, kruiste ik op straat, of ontmoette ik waar ze werkten: winkel, school, gemeentehuis, Cultuurcentrum. Stilaan werd Hamme niet alleen maar de plaats waar ik woonde, doorsneden trouwens door diezelfde provinciale hoofdweg als mijn vorige dorp, alleen met twee rijvakken minder, maar een dorp waar ik wél mensen kende, waar er steeds meer draadjes van mij naar anderen liepen en waar ik een plekje vond in een veel groter, verwelkomend web.

Het Boekenweekend is ondertussen aan zijn tiende editie toe – een jubileum. Het is in dat decennium uitgegroeid van een charmant, amateuristisch initiatief tot een semiprofessioneel evenement dat naam en faam heeft in het Vlaamse boekenlandschap. Dat is iets om zonder meer trots op te zijn, als Hammenaar.

Ik heb fijne herinneringen aan zowat elke editie. Ik heb zelf twee keer op het podium gezeten als auteur, en ik heb er bij de opening ooit de toespraak van mijn leven mogen houden. Maar ik ben het Boekenweekend vooral dankbaar omdat het voor mij de poort was naar thuiskomen in deze gemeente, bij mensen en een gemeenschap. Voor het eerst.

Wat je niet kent, mis je niet.
Maar ik weet nu: het is fijn om ‘sant in eigen land’ te zijn.

Op bezoek bij de gieren

Soms ben ik zo content om te mogen werken als journalist…

Gisteren bezochten we het dierenpark GaiaZOO.
Leden van de Gezinsbond krijgen daar korting, en ons blad vond het goed idee om er wat redactionele aandacht aan te besteden (morgen in sneltempo een artikel schrijven). Het park is gelegen in Nederlands Limburg, net over de grens, op ongeveer twee uur rijden van ons thuis. Maar óf het die afstand waard was.

Ik kwam er als journalist maar ik had wel mijn gezin mee. Daardoor mochten we niet alleen gratis binnen, mijn zoon kreeg ook nog een verrassingsgeschenkje: een knuffelaapje waar hij op slag verliefd op was en dat hij die dag overal mee naartoe sleepte.

GaiaZOO_216
(c) KV

Het is beslist een mooi park. En er ligt een ecologische filosofie aan ten grondslag die serieus genomen wordt. De dieren hebben heel veel ruimte, en op een aantal plaatsen delen verschillende soorten die in hun natuurlijke omgeving ook vreemdzaam naast elkaar leven een verblijf. Zo wonen de zebra’s in hun enclave samen met twee indrukwekkende neushoorns en een groepje parelhoenen.

Het landschap is verweven in het park: er staan oude bomen, en overal groeien spontaan uitgezaaide struiken, planten en kruiden. Een parkgids vertelde me dat invasief onkruid wel zo veel mogelijk gewied wordt, vaak zelfs met de hand. Behalve op het gorilla-eiland: die dieren vinden brandnetels en distels namelijk zo  lekker dat ze ze verorberen tot de laatste stengel. Ook een manier van wieden, natuurlijk…

GaiaZOO_304
(c) KV

Bezoekers kunnen heel dicht bij de dieren komen zonder ze te storen – glazen wanden, uitkijkposten, tunnels voor de kinderen. En op sommige plekken kan je werkelijk oog in oog staan met een dier. Zo kan je een paar grote volières en zelfs een heel bos in waar een troep doodskopaapjes woont, op voorwaarde dat je op de paden blijft. Bezoekers wordt wel aangeraden hun tassen goed dicht te doen.

Ik deed mijn job, stelde vragen, nam foto’s. En op het einde van de dag deed ik waar ik de hele tijd naar uitgekeken had: ik bezocht mijn vrienden de vale gieren.

Ze leven in een enorme volière (twaalf meter hoog en ik weet niet hoeveel oppervlakte, maar het is veel – ze kunnen er doorheen vliegen), en dit was er ook een waar bezoekers doorheen mogen wandelen. Met wat geluk kom je op minder dan twee meter afstand van een de twintig (!) vogelsoorten die er samen wonen.

GaiaZOO_537 ed cutGaiaZOO_512

GaiaZOO_107 ed cut2
(c) KV

 

Terwijl ik daar stond, de laatste bezoeker in de nagenoeg verlaten volière, en toekeek hoe de vale gieren geduldig zaten, met het late herfstlicht op hun veren, voelde ik een diepe rust over mij heen komen.
Ik was er met plezier de hele avond en de volgende dag blijven zitten, om naar hen te kijken, zoals ze daar op hun gemak waren, nu en dan eens een vleugel strekten, bij momenten opvlogen.

Het was een goede dag.

GaiaZOO_258
(c) KV – Mijn zoon slaagt erin de minst voor de hand liggende dieren te laten overeen komen…

 

 

Een draad per keer

Waarom ik een Zielskring bijeen roep

Daarom noemen ze het dus een roeping, schreef ik een paar maanden geleden, toen ik voelde hoe de Ziel mij aan de mouw trok om haar werk te gaan doen, en zo mezelf ten dienste te stellen van iets wat groter was dan mijn eigen persoontje.

Nu lees ik precies dezelfde woorden in de latere hoofdstukken van Bill Plotkins Nature and the human soul. In de passages over de Leerling en de Ambachtsman schetst hij precies wat ik in die eerdere blog beschreef.

Ik zit ergens tussen die twee fasen in, geloof ik. Aan de ene kant ben ik nog altijd aan het ontdekken wat de Ziel precies van mij wil, en leer ik omgaan met diverse manieren om dat ‘in de wereld te brengen’. Van de andere kant zet ik mijn ambacht wel degelijk al in met een zekere vorm van meesterschap. Zo is mijn geschreven stem ondertussen wel genoeg gerijpt om daarvoor te dienen. De Zaailingen zijn maar het topje van de ijsberg van wat ik voel dat er mogelijk is, en dat vervult mij met een diepe vreugde.

Maar in de leer gaan doe je met stapjes en in laagjes, zoveel is duidelijk. En sommige puzzelstukjes werden in de loop van de laatste weken heel erg duidelijk naar voren geschoven.

Dit najaar word ik veertig, en ik ben voorbereidingen aan het treffen voor het weven van een web.

Web_050 ed
(c) KV

De Fransen kennen het spreekwoord la vie commence à quarante ans. Ik geloof dat dat klopt, op meer dan één manier. Zo heb je op die leeftijd genoeg ervaring om ontspannener in het leven te staan dan jongere mensen zich kunnen permitteren omdat ze nog zo hard bezig zijn met diploma’s halen, werk vinden en een thuis voor zichzelf (en hopelijk ook een paar geliefden) uit de grond stampen.
Maar belangrijker (voor mij, althans) is dat ik, sinds ik het plateau bereikte en voelde hoe mijn bestaan bewoond wilde worden op een andere manier, waarbij Ziel en Geest de richting van de reis aangeven, over mijn leven denk in termen van ‘ervoor’ en ‘erna’. Het voelt echt als een soort ‘En nu voor serieus!’, alsof al wat hiervoor kwam niets was dan voorbereiding – en in feite klopt dat ook.

Veertig is een symbolische leeftijd, en aangezien ik de laatste tijd door nogal wat symbolische evoluties ga, voelde het gepast om dat moment – bijna als een excuus – aan te grijpen om het kantelpunt te vieren dat ik heb bereikt.

Ik wil geen feestje bouwen in de dagelijkse zin van het woord. Dat zou neerkomen op veel te veel geluid en veel te veel gedoe en veel te veel aardige mensen in één ruimte om wat voor zinnig gesprek dan ook te hebben. In plaats daarvan wil ik de gebeurtenis markeren met iets van betekenis.

Ik wil een klein aantal voor mij zeer belangrijke personen om me heen verzamelen en een web weven.

Toen ik beschreef wat ik in gedachten had, kwam mijn zus Elin voor de dag met een naam die onmiddellijk juist voelde: een Soul Circle, een Zielskring.

De mensen die ik daarvoor uitgenodigd heb, zijn stuk voor stuk personen met wie ik een zielscontact heb, mensen die me in de loop van de jaren hebben zien groeien en daar niet zelden toe bijgedragen hebben, mensen in wiens gezelschap ik me mijn beste zelf voel, sterker en in staat tot méér.
Sommige van hen lopen al met me mee vanaf mijn geboorte. Anderen hebben pas recent hun opwachting gemaakt in mijn leven. Sommigen hebben me een paar van mijn grootste uitdagingen voorgeschoteld. Anderen hebben me geholpen om de scherven weer aaneen te lijmen toen het leven me een ferme tik bezorgde. Stuk voor stuk wil ik hen bedanken.

Dat is waar die kring om zou draaien, wist ik toen ik het idee vormgaf en uitnodigingen begon te versturen. Veel antwoorden kwamen snel en ze waren bijna allemaal positief. Het ziet er naar uit dat we met een twintigtal volwassenen en een handvol kinderen zullen zijn. Wauw. Ik voel me nu al gezegend.

Web_056 ed cut
(c) KV

Ik voelde er wel iets voor om kleine, gepersonaliseerde cadeautjes te schenken aan iedereen die plaats zou nemen in de kring, maar er ontbrak duidelijk nog iets. Je wil toch niet dat het alleen maar om de geschenkjes draait, zei Elin me. Zoek naar een setting die het spirituele element meer ruimte geeft. Ze had weer eens gelijk. Alleen had ik het gevoel door dichte mist te waden, en niet duidelijk te kunnen articuleren wat ik dan wel moest doen.

Ik contacteerde iemand die Elin intuïtief vernoemde om raad aan te vragen, een dame die er die dag ook zou bij zijn. En ik bleek maar twee kleine tips van haar nodig te hebben – een symbolisch wiel met de vier seizoenen/windrichtingen en de naam van een auteur van wie ze een boek aan het lezen was – om in het midden van mijn web terecht te komen.

Ik werk al jaren met de windrichten in ontelbare kaartleggingen. Ze staan symbool voor de vier hoofdaspecten van elk proces of probleem. Daarnaast ben ik grote fan van Bill Plotkins wiel van zielsgeörienteerde ontwikkeling, het veelgelaagde en subtiele schema van een mensenleven dat voor een stuk dezelfde symboliek aanwendt.

Ik begreep meteen dat ik hiermee zou moeten werken. Ik kon mezelf een cirkel zien aanleggen in het midden van onze woonruimte met vier uitgesproken segementen, voor de seizoenen en levensfasen. Ik kon de gasten in gedachten een plekje zien kiezen langs de rand. Prima, voorlopig.

Die schrijver, dan.
Zijn naam – Daan Van Kampenhout – doet heel waarschijnlijk geen belletje rinkelen. Ik had zelf ook nog nooit van hem gehoord. Hij blijkt een moderne sjamaan (thuisbasis Nederland), die in de leer was bij een traditionele Noord-Amerikaanse meester en het ambacht ondertussen al bijna dertig jaar beoefent. Ik bestelde een boek van hem over sjamanistische rituelen, las het op drie dagen uit en voelde me beter thuis dan ik in lange tijd had gedaan.

Niet elk facet van traditioneel sjamanisme is mijn ding, en ik voel ook geen behoefte om voluit in de beoefening ervan te duiken. Nog niet, in elk geval. Maar er zitten elementen in die mij niet alleen raken omdat ze juist aanvoelen, maar omdat ik ze herken. Ik pas ze in feite al toe, tot op zekere hoogte.

Dus ja, er zou duidelijk ook iets sjamanistisch in die Zielskring gaan zitten.

En terwijl dat alles me duidelijk werd, realiseerde ik me dat ik niet gewoon deel uit zou maken van de cirkel van aanwezigen, maar dat ik degene zou zijn die dat ritueel moest gaan leiden, vanuit het centrum ervan.
Dit was mijn verantwoordelijkheid, de taak die ik op mij genomen had door deze Kring bijeen te roepen. Was ik eerst teruggeschrokken voor al te veel zichtbaarheid, nu zag ik mezelf dat effectief doen.

Web_070 ed cut
(c) KV

Dit hele proces werd interessanter met elke week die verstreek.

En alsof de dingen nog niet snel genoeg evolueerden, kwam er de episode waarbij mijn tong me de schrik van mijn leven bezorgde.

Dit was de Ziel die me op de schouder tikte, zoveel was duidelijk. Ik begreep dat ik aangemaand werd om meer mijn mond open te doen. Dat was geen kleine uitdaging, en terwijl ik zag dat er verschillende facetten aan zaten, realiseerde ik me ook dat de Soul Circle de plaats zou zijn om een aantal ervan in de praktijk te brengen. Ik wist al dat ik het ritueel zou moeten gaan leiden. En ik wilde mensen bedanken om draden te zijn in mijn web. Nu begreep ik ook dat dat wilde zeggen dat ik mijn dankbaarheid jegens hen een voor een zou moeten uitspreken.

Van een uitdaging gesproken.

Dit web is verre van geweven. Ik heb nog twee maanden voor de Zielskring plaatsvindt. Zorgvuldig trek ik de ene na de andere centrale draad. Voorbereiding, besef ik, is cruciaal als je wil dat iets slaagt (of beter: als je het niet wil verknoeien door een gebrek aan logistieke planning). In dat opzicht verschilt een ritueel weinig van een feestje.

Maar behalve dat het mij laat nadenken over in welke hoek van de kamer ik de eettafel parkeer, welke kleuren en symbolen ik ga verbinden aan de seizoenen en welke geschenkjes ik aan wie ga geven, is dit hele proces mij natuurlijk ook weer aan het veranderen.

Deze Zielskring leert mij veel over mijzelf, over degenen die mij dierbaar zijn en over een stukje van iets groters waarin ik binnen geleid word – een draad per keer.

Web_074 ed cut
(c) KV

De stem van de trom

Op de open plek

Maja tuin_055 ed
(c) KV

Je loopt in een bos. Je probeert erachter te komen waar je bent, maar dat wil niet bijster goed lukken. Je bent al een paar keer gestruikeld in de schemering onder de boomkruinen. Dus volg je wat enigszins lijkt op een pad, zelfs al moet je daarbij soms over rotsblokken klauteren of nu en dan een beek zien over te steken.

Tot je plots op een open plek stoot.
Helder zonlicht, schitterend groen en een onmiddellijk gevoel van herkenning. Je weet waar je bent. Dit is jouw plek, en dit was van in het begin jouw bos.

Op de achtergrond, resonerend tussen de bomen, hoor je de trommels.

Maja tuin_031 ed

Een tijd geleden was ik rusteloos en voelde ik de nood om in een hogere versnelling te schakelen. Geduldig het spoor van broodkruimels volgen en mijn innerlijke paarden de vrije teugel geven om op hun eigen tempo te draven was al wat ik kon doen.

Nu ben ik op de open plek gestoten. En ik kan de trommels horen resoneren op de achtergrond.

Ik heb altijd iets gehad met trommels. Niet in de zin dat ik deug als percussionist, jammer genoeg. Maar een sterk, pulserend ritme kruipt heel diep bij me binnen, en maakt daar iets wakker wat lag te wachten, als een kundalini draak die verwachtingsvol zijn kop opricht.

Het is nog te vroeg om veel te vertellen over wat er in de loop van de laatste paar dagen allemaal gebeurd is. Ik ben nog volop bezig het te verwerken. Ik schrijf er wel over. Ik zing.

En het zou best kunnen dat ik me een trom aanschaf.

Maja tuin_052 ed cut
(c) KV

Pantser

Zaailing #15

Foto of schets, wat moest het worden voor deze Zaailing?

Er gingen wat ideeën over en weer, en als gevolg van mijn laatste blog over de dunne lijn tussen creatief gebruik van andermans materiaal en diefstal veranderden we nog eens van gedacht…

Uiteindelijk maakte Jurgen een versie die ik fantastisch vond, maar die op deze blogpagina niet blijkt te spelen… Hieronder dus de statische, uitgepuurde variant. De andere versie kan je hier bekijken.

 

IMG_7164

 

Pantser Manders

 

6fe18-1cx_jcwixfms4p1euxatp3w

 

 

 

Alle visuals (c) Jurgen Walschot

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

20170712_134033 ed klein