ZAAILING #55 – Door en door



(c) Jurgen Walschot


Jij kent mij door en door.
Dat zeg je. Terwijl ik naar je staar in verstomming en me nog net op tijd herinner dat ik beter mijn mond sluit. Hoezo, ik ken jou door en door?

Als je bedoelt
dat wij geboren werden uit dezelfde ster die zich exploderend in de ruimte verspreidde
dat wij tentakels waren aan één varenblad dat zich reikhalzend ontrolde in het zonlicht
dat wij zij aan zij renden als de wolven
of hoog tussen de takken nesten bouwden en jongen leerden vliegen
dat wij vrienden zijn die elkaar leven na leven weer terugvinden
en elkaars reflecties herkennen zonder daar ooit een spiegel voor nodig te hebben

ja, dan heb je gelijk
en ken ik jou door en door.

Maar hier en nu
terwijl je praat en lacht en verwacht
dat ik door al je muren heen kan zien

vraag ik me vertwijfeld af of ik jouw immense vertrouwen waard zal zijn.

Want op je schouders tors je meer gewicht dan ik mij herinner. En ik heb je niets beters te bieden dan mijn kwetsbaarheid, een vogeljong te fragiel voor deze genadeloze wereld van staal en glazen wanden. Wie zegt dat we niet gewoon dezelfde illusie delen, een kooi voor twee, verbonden en gescheiden door dezelfde tralies?
Ik zoek de einder af naar antwoorden die niet komen.

Muren zijn minder solide dan ze lijken, zeg je. En elke glazen wand kan een venster worden op de horizon.

De kleine vogel tussen mijn vingers slaat opgewonden met zijn vleugels.
Ik zie licht ontsnappen uit zijn kooi, en ik herken de bron.

Zoals jij mij herkende, al die tijd.






ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.

Plots pakte hij mijn hand

(c) Inaya photography

In dezelfde straat als het kantoor waar ik de afgelopen zes jaar heb gewerkt, is een klein sushi-huisje gevestigd. Het is het levenswerk van een Aziatisch koppel, man en vrouw. Ze zijn minzaam, bescheiden en beleefd. Wat ze bereiden, is lekker en toch niet te prijzig, en eens ze je herkennen als vaste klant ontdooit hun strakke beleefdheid en blijken ze warm en gastvrij. Hun leeftijd is moeilijk te schatten, maar volgens mij kunnen ze intussen best grootouders zijn. Hun piepkleine zaak heeft één smalle, hoge eettafel aan het raam, met zicht op de drukke Troonstraat. Er is zitplaats voor drie, naast elkaar. Maar de meeste van hun klanten nemen hun eten mee. Dat deed ik ook, op gezette tijden, in de loop van de jaren.

Al vanaf de eerste keer dat ik er binnenstapte, werd het duidelijk dat betalen of zelfs maar je klantenkaart laten afstempelen er een heus klein ritueel was. Ik ben niet bepaald vertrouwd met de Oosterse gebruiken, maar uit de manier waarop zowel meneer als mevrouw het geld in ontvangst namen of het kleine gevouwen klantenkaartje behandelden en vervolgens teruggaven, maakte ik op dat het een vorm van respect was om ervoor te zorgen dat onze vingers elkaar nooit raakten.

Ik had nooit eerder stilgestaan bij hoe ik geld overhandigde of wisselgeld terugkreeg. Plots oogde mijn eigen manier om zoiets af te handelen in vergelijking wel bijzonder nonchalant. Want eens je erop begint te letten, blijkt het knap lastig om die hele handeling op zo’n manier tot een goed einde te brengen dat je beiden alleen het geld aanraakt, zonder dat het valt of er een minimale vorm van huidcontact is.

Als gevolg hiervan vond er bij elke ontmoeting een delicaat vingerballet plaats, een kort, gracieus moment waarop voorzichtigheid geboden was voor beide partijen. Stilaan ging ik dat ritueel respecteren, en het oprecht waarderen.

Vandaag liep ik er voor het laatst langs tijdens mijn lunchpauze. We voerden het kleine geldritueel uit, zoals gewoonlijk, zachtjes, voorzichtig. We wisselden een glimlach (hun Engels is pover en slecht verstaanbaar), maar toen de man me bedankte en mij een prettig weekend wenste, zoals hij al vaker had gedaan, vertelde ik hem dat ik eigenlijk ook afscheid kwam nemen, want heel binnenkort zou ik niet langer naar Brussel komen om er te werken.

Met één kort woord riep hij zijn vrouw uit de keuken, en voor ik het goed en wel besefte, schudde eerst hij, en daarna zij, mij de hand.
Zijn greep was vol en warm. Hij had een grote, zachte hand. Die van haar was benig en sterk.

Allebei bedankten ze mij voor zoveel fijne jaren. Hun dankbaarheid was oprecht en hartverwarmend. Ze vroegen me naar mijn werk. Ik vertelde dat ik schrijver was, en ze wensten me veel succes. We glimlachten breed naar elkaar, we bogen, en voor het laatste deden ze de deur voor mij open toen ik naar buiten ging.

Eenmaal buiten op het trottoir bleef ik een ogenblik staan, en liet wat er zojuist gebeurd was tot me doordringen.
Terwijl ik terugliep naar mijn kantoor blies de plotse, koude aprilwind me fel in het gezicht. Mijn ogen gingen er een beetje van tranen.

(c) Inaya photography

ZAAILING #50 – Passages



We treffen elkaar op de trein in elk seizoen.
Als je lang genoeg reist, weet je wie op welk moment zal opstappen. Er schuilt een bijzondere poëzie in hoe vreemden langzaam ontdooien tot gezichten die je eerst herkent, vervolgens ook toeknikt. Soms ontstaat er een gesprek, tussen onbekenden die verheugd zijn elkaar terug te vinden.

Onze band wordt bepaald en beperkt door de tijdelijkheid van waar we ons bevinden. Wat eindig is, is altijd intenser. En wij zijn hier, gloeiende spatjes licht in het duister van een reis met onbekende bestemming, een menselijk schakelbord van knipperende verbindingen, kort en ongrijpbaar.

De trein rijdt een station binnen. We schorten het gesprek op, nemen efficiënt afscheid. De vreemdelingen verlaten ons leven, wij verdwijnen uit dat van hen. We laten geen sporen, we reiken elkaar geen houvast. Wat oplicht tussen passanten, is per definitie van voorbijgaande aard.

Tussen ons niet meer dan een draad die blijft zinderen in de ruimte, een halve zin, een onafgemaakte gedachte. Maar klaar om weer op te pikken. Bij de volgende passage.





ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde en tekenaar Jurgen Walschot. Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden, hij tekent bij de tekst.




ZAAILING #43 – Klauwen

Hamburg collage
(c) Jurgen Walschot

Wees welkom.
Glijd met je vingers langs de wand en voel het hart van de farao kloppen.
Ik heb hier gewoond. Dit is het land van mijn nederlagen en mijn onmenselijke verdriet. Alles wat ik ooit deed, ligt opgetekend: dromen, raadsels, de scherven van rots. Fragmenten van een leven dat langer duurt dan de ergste kwelling.

Je komt naar mij toe en je vraagt naar mijn verhaal. Alsof jij dat niet kent.
Maar ga je gang. Pel mij af, laag na laag. Schrijf mijn levens als de snippers die het zijn. Ik zal je niet tegenhouden. Maar schrik niet als je de echo van je eigen naam ziet verschijnen. Is dat niet waarom je kwam?
En wees voorzichtig naarmate je dieper reikt. Wat bloot komt te liggen, is niet gewend aan aanraking en kan het daglicht nauwelijks verdragen. Dit verhaal kan lelijk klauwen. En er zijn goden die voor minder iemand de ogen hebben uitgepikt.

Je vingers zijn niet meer zo zeker, nu.

Ja, ik zie ze ook. Uit het duister van de tijden doemen ze op, de fluisterende stemmen, een woud van schimmen met of zonder gezicht, mensenleven na mensenleven aaneengeregen als kralen, een eindeloze streng van verhalen echt beleefd dan wel fout herinnerd. Ze waren mij, ze waren jou, ze waren iedereen die ooit bestaan heeft.

Was jij het die het uitschreeuwde toen het dak van het huis instortte? Die je bajonet in mijn lichaam begroef en het tegen de wand van de loopgraaf drukte tot alle leven eruit geweken was? Was jij het die mij in het scriptorium toonde hoe ik de inkt moest mengen en de pen kon scherpen om mijn eerste stuntelige, schreeuwerige letters op het ruwe perkament te krassen? Die mij liefhad van op afstand, gescheiden door afkomst en kaste, een kloof te diep om ooit te overbruggen, maar die mij niettemin liefhad, zwijgend en tegen beter weten in?

Hoeveel kinderen hebben we gebaard, hoeveel ouders begraven?
Hoe luid heb ik jouw naam gezegd? Hoe vaak heb jij de mijne verscheurd, alleen maar om de jouwe bloot te leggen?

Glijd met je handen langs de wand en voel het hart van de farao kloppen.
Ik heb op jou gewacht.

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

ZAAILING #42 – Een beeld dat bewaart

IMG_3727 klein

Wanneer onze lijnen kruisen, verandert een van ons beiden dan van koers?
Of blijven we gaan, rechttoe rechtaan naar de horizon, of naar iets wat die op zijn minst lijkt te beloven?

Het ontwaken is bruusk: wie verder gaat dan het vertrouwde, valt over de rand. Zekerheden lopen dood, elke kaart heeft randen.

Wie buiten beeld stapt, wacht de afgrond. Een raamwerk is immers bedoeld om binnen te houden wat het kent. De muren zijn solide, de steunberen torsen de geschiedenis van ons verhaal. Binnen het referentiekader ligt dat wat we kennen, en zo weten we ons veilig. Ontsnappen is verdwijnen uit het beeld.

Maar wie de uiterwaarden niet durft opzoeken, kan zich wel naar binnen wenden.
Zeg me op welke hoek we elkaar treffen, welk punt van het kruis het onze wordt. Ik kan je niet beloven dat ik van koers verander, maar dat ben jij, rechtlijnig als je bent, evenmin van plan.

Wel kunnen we een paar kringen draaien daar, op het snijvlak van wegen en werelden, en een extra laag leggen die alleen wij kennen: een weerspiegeling, een herinnering, een beeld dat bewaart, buiten de wetten van de zwaartekracht, wie wij daar heel even samen waren.

 


 

 

ZAAILINGEN is een project van schrijfster Kirstin Vanlierde
en tekenaar Jurgen Walschot.
Zaailingen zijn creatieve scheuten. Zij schrijft bij de beelden,
hij tekent bij de tekst.

stempel_negatief

Portretten die er geen zijn

Als de ziel zich onverwacht vertoont

Een goed portret maken vind ik moeilijk – erg moeilijk.
Ook als de geportretteerde in kwestie helemaal bereid is om gefotografeerd te worden, zelfs als hij of zij er zich totaal niet bewust van is dat ik beelden maak, zoals mijn zoon in de onderstaande twee foto’s.

Welke te kiezen: de gloed van vreugde op zijn gezichtje, of de broeierige somberte die de kijker zich van alles laat afvragen? Als moeder ben ik dol op de eerste foto. Als fotograaf heb ik interesse in de tweede.

F&W_009 kleinF&W_013 klein

 

Er zijn twee redenen waarom ik dol ben op mijn telelens: de enorme scherpte-diepte contrasten die ik ermee kan bekomen (een effect dat ik doorgaans reserveer voor detailbeelden van planten en andere natuurlijke dingen), en het feit dat je heel dicht bij mensen kunt komen, fotografisch gesproken, zonder dat ze er zich bewust van zijn, wat kan zorgen voor goeie portretten.

In de loop van het afgelopen jaar ben ik een paar keer gestruikeld over momenten waar ik beide intuïtief combineerde. En dat leidde tot een paar aparte beelden.

Ik beschouw mijzelf niet als een goede fotograaf. Een enthousiaste amateur, dat wel. Dus ik blijf dit ‘lucky shots’ vinden, toevalstreffers waar het lot een handje hielp.
Maar ik heb er wel al een aantal gemaakt dit jaar, dus er zit waarschijnlijk toch ook een patroon in, dat iets te maken heeft met hoe ik naar mensen en de wereld kijk. Daar word ik blij van, want ik ben om eerlijk te zijn dol op deze reeks.

Het zijn geen portretten in de strikte zin van het woord, de persoon over wie ze gaan staat er zelden heel duidelijk op. Maar niettemin vertellen ze hun verhaal, of een diepe, verborgen laag ervan.

Dit is de ziel, zachtjes zingend op de achtergrond, die zich een ogenblik lang vertoont.

 

Nasmaakje in beelden #2

Beheersvennootschap deAuteurs zette het duo Zweedse residenten tijdens het festival in de kijker door middel van een interview.

De eekhoorn die ons afleidde door in de boom naast ons te komen paraderen en zorgde voor een komisch intermezzo in het gesprek, heeft de montage niet gehaald.
Maar dat werd goedgemaakt door het exemplaar dat in Kopenhagen op een meter bij ons vandaan rustig aan een nootje ging zitten knabbelen…

Zweden_920 ed klein

Je moet het maar kunnen

Björköby residentie — Blog #3

Onbekenden bij elkaar op een plek die ze niet kennen, smeden verbindingen en ontwikkelen patronen die ze in hun vertrouwde omgeving niet zo snel zouden doen. Dat weet iedere wetenschapper die een experiment over menselijk gedrag in de steigers zet. Mensen uit hun vertrouwde context halen, zorgt voor ongewone ervaringen.

Het SmåBUS-festival is geen wetenschappelijk experiment, maar het is onwaarschijnlijk hoe snel er oprechte contacten ontstaan tussen de aanwezige schrijvers en illustratoren – vaak van zichzelf toch niet de meest hypersociale wezens op de planeet, en dan nog eens afkomstig uit diverse culturen en taalgebieden. Gebroken Engels is de voertaal van deze driedaagse, maar er is ook volop Zweeds en Nederlands te horen in allerlei varianten en accenten.

 

 

De workshops en lezingen zijn even divers als de deelnemers, maar één ding hebben ze gemeenschappelijk: de focus ligt op kinder- en jeugdliteratuur, een segment van het boekenvak dat al heel lang moet optornen tegen de vooroordelen van al wie bezig is met ‘serieuze’ literatuur, en een genre dat soms zelfs een beetje begint aan te voelen als een bedreigde diersoort. Maar dat laat de bonte bende deelnemers niet aan hun hart komen. De liefde voor kinderboeken en jeugdliteratuur spat van de muren. En tussen het goedgevulde festivalprogramma door gebeurt wat voor velen aanvoelt als het échte werk. Portfolio’s worden bekeken, contacten gelegd, nieuwe vrienden gemaakt. Er worden oeuvres ontdekt, maar vooral mensen. Er zijn personen die je plots van je stuk brengen met een uitspraak of een opmerking, er zijn verrassende momenten van verbondenheid en vertrouwen.

 

 

Het schoolreisjesgevoel blijft aanhouden, en ik ben niet de enige die er grapjes over maakt. Toppunt op dat vlak is de ochtend van dag twee. Ontbijt om zeven uur, de bus op tegen acht uur stipt (had ik al gezegd dat dit SmåBUS-festival ook wel iets weg had van een strafkamp?), en Joke roept de namen van de deelnemers alfabetisch af voor ze, een voor een en in die volgorde, mogen opstappen, om zeker te zijn dat ze haar hele troep kuikens wel mee heeft. Hilariteit.

 

 

Bestemming van de busrit: Astrid Lindgrens Näs, de museumterreinen en -tuin die opgetrokken zijn rond het geboortehuis van de beroemde Zweedse schrijfster. Met een knipoog zou je het een bedevaartsoord voor kinderboekenmakers kunnen noemen. Weinig auteurs hebben ons beeld op kinderen en kinderboeken zo beïnvloed als deze kranige Zweedse dame.

 

 

We openen feestelijk de tentoonstelling met werk van alle aanwezige illustratoren rond Lindgrens boek De kinderen van Bolderburen. We pikken een lezing mee, snuisteren in de fijne maar oh zo gevaarlijke giftshop, dwalen door de bijzonder mooie tuin. In kleine gegidste groepen bezoeken we het geboortehuis van de schrijfster, nog altijd bewoond door familie maar permanent open voor het publiek, waarin Lindgren met liefdevolle maar bijna pijnlijke precisie heeft geprobeerd haar kindertijd te laten voortleven in alle aanwezige meubels en voorwerpen.

 

 

 

 

Voor we de bus weer op mogen voor de terugweg worden we niet een maar twéé keer geteld, en eenmaal opgestapt is er nóg een roll call. Joke is onvermurwbaar consequent. Je moet het maar kunnen.

Maar wat ze óók kan, Joke Guns, is mensen bij elkaar brengen. Het is een apart talent, dit soort organisatievermogen. Ze pakt het aan zoals alleen zij dat kan, op een heel ongedwongen manier, warm en verwelkomend, en zo enthousiast dat deelnemers er twaalf uur traject voor over hebben om een bijdrage te leveren aan iets wat zij al twee jaar met liefde, bloed, zweet en tranen uit de grond heeft gestampt. Ze kent haar schrijvers en illustratoren, ze voelt mensen aan, weet wat ze nodig hebben of nu even niet aan hun hoofd kunnen gebruiken, draait driedubbele shiften op nachtjes met veel te weinig slaap. Het symbolische cadeautje dat ze op de laatste avond ontvangt van alle schrijvers, overhandigd in een linnen SmåBUS-tas die alle illustratoren samen langs beide zijden hebben vol getekend, is meer dan verdiend.

IMG_2848 klein 2

 

 

Iedereen die erbij was, hoopt dat dit festival over twee jaar een tweede editie kent. Intussen zijn er al diverse internationale duo’s schrijvers-illustratoren gevormd die van plan zijn een aanvraag te doen voor een gezamenlijke residentie. Terecht.

Het is weer eens bewezen: de beste zaadjes ontkiemen in onverwachte grond.

IMG_3014 (2) klein
(c) KV

Het Stroomt

Wat een heerlijke avond werd de voorstelling van STROOM!

Vrienden, geliefden en collega’s omringden ons op de boekenzolder van Qarfa (Aalst).

Jurgen en ik deden het relaas van onze onwaarschijnlijke ontmoeting(en) en de creatieve vonk die oversloeg, en demonstreerden hoe uit een piepklein zaadje voor een Zaailing een heel boek kon groeien.

Peter Moerenhout van de VOS (Stripgilde Uitgeverij) placeerde een woordje, waarin hij bekende eigenlijk helemaal niet van poëzie te houden – en daar stonden wij begin dit jaar aan zijn deur met een graphic poem – maar toegaf na vier pagina’s STROOM al overstag te gaan, en schoffeerde in een moeite door alle aanwezige dichters in de zaal op de meest ontwapenende en hilarische manier.

We dronken een glas en signeerden zoveel boeken als ons hartverwarmende publiek maar wenste.

 

**

Hier zijn we dan, ruim twee jaar na onze sprong van de klif, dat moment waarop we besloten om elkaar en de creatieve kracht die ons bij elkaar bracht echt te vertrouwen en samen iets te doen wat nog niet eerder gedaan was.

Het stroomt. En hóe. Iedereen die er gisteravond bij was, heeft het gevoeld.
En wij stromen mee – voeten niet helemaal op de grond, ogen op de toekomst.

 

stempel_negatief

(Met dank aan Christophe, Sarah en Wally voor de foto’s)

STROOM is er!

Boekvoorstelling

 

Elke schrijver kent het moment.

Het spannendste ogenblik van de lange, lange weg naar publicatie (behalve misschien dat waarop een uitgever zegt dat hij je werk wil uitgeven): het moment dat je je boek voor het eerst in handen hebt.

 

Graphic Poem STROOM /// ISBN 9789082856910

 

STROOM is geen droom meer, maar een echt boek. En het is prachtig. Een kleinood, een juweeltje, een hebbeding. Jurgen Walschot en ik hebben er onze liefde, onze toewijding en ons zotte vertrouwen in gestopt. En kijk, dromen worden werkelijkheid. Met dank aan de uitgeverij van VOS (de Vlaamse Onafhankelijke Stripgilde) en een handvol mensen die als steunpilaar nauwelijks onderschat kunnen worden.

Een geboorte vraagt om een doop, toch?
Dus houden we STROOM boven de doopvont op een boekvoorstelling in Aalst op 13 september.

 

(Klik op de uitnodiging om te vergroten)

 

Vanaf begin september is onze droom in papiervorm verkrijgbaar in de boekhandel, of bij ons persoonlijk. Op vraag sturen we je het boek op. (Klik hier voor mijn contactgegevens of die van Jurgen.)

Nu rest ons alleen maar te vertrouwen op de stroom die ons zo ver gebracht heeft, en met of zonder nat pak te genieten van elke golf en het immer verrassende landschap achter elke bocht.

 

20180819_151832 klein

 

stempel_negatief